Sport en bewegen zijn een belangrijk onderdeel van preventief gezondheidsbeleid. Veel interventies richten zich op het atieren van mensen om meer te bewegen. Maar vaak komen mensen met een intentie om te sporten die uiteindelijk niet na, zo tonen sportschooldata van tijdens de coronapandemie.
Van Veggel et al. pleiten terecht voor meer aandacht van economen voor de Nederlandse beleidsreactie op de stijging van de zeespiegel. Maar de kennis start niet op nul: er zijn de laatste jaren al de nodige economische analyses verricht.
Bedrijven investeren steeds meer in immateriële activa en minder in materiële, waardoor ze minder leunen op externe financiering. Dit kan de doorwerking van monetair beleid via bedrijven verzwakken.
Om de klimaatdoelen te halen, zet Nederland in op een verdere groei van duurzame energie. Zonne-energie speelt daarin een belangrijke rol. Naast zonnepanelen op daken en andere locaties in de bebouwde omgeving groeit ook de belangstelling voor zonneparken op water, een relatief nieuw fenomeen.
Economische activiteiten zetten het milieu onder druk, en dat schaadt uiteindelijk ook de economie. Hoe kunnen economische groei en milieukwaliteit meer hand in hand gaan?
De kosten van milieubeleid slaan direct bij bedrijven neer terwijl de baten vooral publiek zijn. De verleiding beleid te versoepelen is daarom begrijpelijk. Maar milieubeleid dat bij tegenwind terugdeinst, creëert beleidsonzekerheid en werkt averechts.
Milieu en economie worden in het maatschappelijke debat vaak tegenover elkaar geplaatst. Maar door ze in samenhang te bezien, ontstaat het inzicht dat het versneld aanpakken van milieuproblemen economisch meer welvaart oplevert dan uitstel.
Koopwoningen in de uiterste regio’s van Nederland kennen gemiddeld een hoger energie-uitstoot per uitgeleende euro. De relatieve kosten van verduurzaming zijn daardoor hoger, waardoor banken met veel van deze woningen in de portefeuille mogelijk een groter transitierisico kennen.
Het Nederlandse stikstofbeleid lijkt na jaren van impasse een nieuwe richting in te slaan. De voorgestelde aanpak van doelsturing biedt boeren meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij emissies terugbrengen, maar de uitwerking ervan roept belangrijke vragen op. Met name de koppeling van doelen voor fosfaat, ammoniak en broeikasgassen aan één instrument kan de beoogde ruimte voor maatwerk juist beperken.
Het is zeer ongemakkelijk dat oliebedrijven flinke winsten behalen door de hoge benzineprijzen, maar er valt merkwaardig genoeg weinig aan te doen. Remedies, zoals een overwinstbelasting of prijsregulering, hebben echter meer nadelen dan voordelen.
Groen activisme overtuigt niet genoeg consumenten om hun gedrag te veranderen en het goeddoen van enkelen heeft niet genoeg schaal en impact om de problemen op milieugebied op te lossen. Overheidsingrijpen is cruciaal is voor een duurzamere economie.
De Europese beleggingsfondsen zijn sterk geconcentreerd vanwege de verschillende institutionele en fiscale architectuur tussen landen. De concentratie bemoeilijkt het toezicht op de fondsensector.
Het consumentenvertrouwen in Nederland ligt al enkele jaren ruim onder het langjarig gemiddelde, terwijl de economische factoren die het consumentenvertrouwen traditioneel goed verklaren hier weinig aanleiding voor lijken te geven. Wat verklaart dit pessimisme dan wel?
Het eigen risico is al jaren een politiek en economisch twistpunt. Het vorige kabinet wilde het halveren, terwijl het huidige kabinet het juist wil verhogen. In de politieke discussie wordt het eigen risico vaak gezien als een instrument voor herverdeling en financiering
Sinds 1995 zijn bij een vrijwel gelijk gebleven aantal leerlingen de reële onderwijsuitgaven verdubbeld. Toch zijn de onderwijsresultaten niet verbeterd. Waar is het extra geld aan besteed en waarom heeft dat niet bijgedragen aan betere resultaten?
Een Britse hervorming in 2014 die flexibel werken beter faciliteerde, vergrootte de kans dat mannen informele zorg binnen het huishouden gingen verlenen.
Wereldwijd vertegenwoordigt de door AI bespaarde arbeidstijd jaarlijks ongeveer 2,7 biljoen dollar aan arbeidskosten, oftewel 3,4 procent van het bruto binnenlands product.
Gezamenlijke voogdij na een scheiding verbetert de schoolresultaten van de kinderen ten opzichte van gezinnen waar na scheiding één ouder voogdij heeft.