Ga direct naar de content

Vertwijfeling onder Amerikaanse economen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 3 1982

Vertwijfeling onder
Amerikaanse economen
Het congres van de American Economic Association
DR. J. THEEUWES *

Inleiding
De Amerikaanse economen congresseerden tussen kerst en oudjaar in het
Washington Hilton. Dat is hetzelfde
hotel waar in maart vorig jaar een aanslag op president Reagan werd gepleegd. De Amerikaanse econometristen
congresseerden op dat zelfde moment
in de nadrukkelijk luxueuze Washington
Sheraton. Dat is het hotel waarin
Reagan in november 1980 zijn verkiezingsoverwinning vierde. Verder was er
op beide congressen weinig van Reagan
en Reagonomics te bemerken. De goeroes van de ,.supply side economics”,
Laffer en Wanniski, verzorgden er geen
optredens. Alleen op het gelijktijdig
lopende congres van de linkse economen, de Union for Radical Political
Economics, werd in een aantal sessies
flink tegen ,,supply side economics”
aangeschopt.
Om van de Hilton naar de Sheraton
te wandelen, moet je over een brug.
Tussen beide hotels loopt een kloof.
Een zelfde, ditmaal symbolische, kloof
zit er altijd tussen de programma’s van
de Econometric Society en van de American Economic Association. Het accent
bij de Society is technisch, de papers
zijn van de specialist voor de specialist.
Bij de Association worden de meest
recente ontwikkelingen in de economie
met een dik potlood uitgetekend voor
de gemiddelde econoom. Een congres
zoals dat van de Econometric Society
hebben wij in Europa ook. Vorig jaar
was dat trouwens nog hier in Amsterdam
en dit jaar is het in Dublin. Daarvoor
hoef je de plas niet over. Maar het
congres van de American Economic
Association is uniek. Het is tegelijk een
beurs, een markt en een circus.
Een beurs
Als beurs is het vooral een informatiebeurs. De papers die gepresenteerd worden, brengen je in een ijltempo ,,up to
date” over wat er waait en draait in het
economisch onderzoek van deze dagen.
Vaak voorkomende sessie-onderwerpen

waren ditmaal bij voorbeeld: de economische effecten van reglementering en
overheidsingrijpen, de mogelijke oorzaken van de daling van de arbeidsproduktiviteit, de analyse van marktvormen waarbij de marktpartijen niet
over dezelfde informatie beschikken
(,,asymmetric information models”).
Verder is er enorm veel informatie te
vergaren op de boekenbeurs die steeds
tegelijkertijd met het congres wordt georganiseerd: een hoorn des overvloeds
met recente publikaties en drukproeven
van boeken die nog komen moeten.
Een van de uitgeverijen (Eno River
Press) was op het idee gekomen om economische,, read ing lists” van Amerikaanse topuniversiteiten te bundelen in een
boekje. Zo had hij boekjes gemaakt met
literatuurlijsten voor macro- en microeconomie, econometric enz. Aan zijn
omzet te oordelen had hij echt wel een
gat in de markt gevonden. Tussen de
boeken door vindt je steeds meer handelaars in computerprogramma’s. Jonge
dynamische ondernemers die je voor- en
uitgekookte software voor econometrische berekeningen proberen aan te
smeren voor thuis op het ,,Apple-tje”.
Het bij economen toch wel vrij bekende
TSP-programma is in Basic voor de
Apple herschreven en kost slechts $ 250,
thuisbezorgd.
Een markt
Tijdens het congres wordt er ook
steeds een massale arbeidsmarkt georganiseerd. Vragers naar ,,Ph. D.’s in Economic ‘s” en net of bijna Ph. D.’sontmoeten elkaar in een eindeloze keten van
interviews. Opgeteld uit de deelnemerslijst waren er minstens 4.600 deelnemers
aan het congres en die komen heus niet
allemaal alleen voor de lezingen. Het
localiseren van de vraag en het aanbod
op een bepaalde plek in een uitgestrekt
land als de VS is natuurlijk enorm efficient. Het tijdstip van de arbeidsmarkt
*De auteur is verbonden aan de vakgroep
macro-economic van de Erasmus Universiteit

Rotterdam.

127

(en dus van het congres) is dan ook zo

gekozen dat de aannameprocedure van
geschikte kandidaten net voor September

daaropvolgend kan worden afgerond.
Een circus

aandacht. Op de affiche prijkten namen
als die van de snel populair wordende
Lester Thurow (bekend van de ,,zero-

andere overheidscommissie die zich zou

sum society “en nu ook columnist bij het
weekblad Newsweek waar hij Paul
Samuelson is opgevolgd); van Richard
Lipsey (van het leerboek) en van

vervolgens de regering zou adviseren

Charles Schultze (voorzitter van de
De meetings zijn eigenlijk ook een
beetje een circus. Dat klinkt wat oneer-

Council of Economic Advisors van
Carter). James Tobin zou de vergadering

buigen over de economische gevolgen
van werkloosheidsuitkeringen en dan

over een andere aanpak van de werkloosheidsverzekering.
Het laatste decennium hebben arbeidsmarkteconomen vrij veel onderzoek ver-

richt naarde effecten van werkloosheidsuitkeringen in verschillende landen en
met verschillende soorten data. Hamermesh had uit al die onderzoekingen een

biedig en dat bedoel ik ook zo. Er zit een

leiden maar kon wegens ongeregeld-

duidelijk showelement in het congres.
Er worden elk jaar wel een paar spannen-

heden in het luchtverkeer Washington
niet bereiken; de door Reagan ontslagen

de sessies georganiseerd waarin een aan-

luchtverkeerleiders staan immers nog

onderzoeksresultaten gezeefd. Over dit

tal groten van het vak elkaar met woorden te lijf gaan. Meestal is het sessieonderwerp dan wel iets uit de macroeconomic want daar zijn de bestaande
meningsverschillen altijd wel goed voor
het nodige vuurwerk. In 1971 in New
Orleans was dat nog Milton Friedman
versus Arthur Okun over het al of niet

steeds op straat. De teksten van deze
mensen, alhoewel voorspelbaar qua inhoud, waren toch een genoegen qua pre-

lijstje had hij de leden van de commissie
ondervraagd; een soort van ,,multiple
choice”-tentamen afgenomen. Tot zijn

sentatie. Een krent pik ik eruit. Schultze

verbazing scoorden de commissieleden
vrij hoog op dit tentamen. Vervolgens

had een nieuwe tekst bedacht om keynesianen van monetaristen te onderschei-

den. Gevraagd wordt om in het volgende
zinnetje het -tje door of wel ,,short” of-

lijstje met acht vrij algemeen aanvaarde

had hij hen getest op hun bekendheid
met de namen van de economische onderzoekers van de studies. Uit deze test

falen van het monetaire en fiscale beleid.

wel ,,long” te vervangen: Let’s take care

blefck dat de gefingeerde Charley Brown

In 1981 in Washington ging het over het
monetarisme. Edmund Phelps (de exgroei-man) gaf een positief antwoord op

of the run, the run will take care of itself.
Diegenen die eerst ,,short”en dan ,,long”
invullen, zijn volgens de Schultze-test
keynesianen, t/srwijl de ,,long” en dan
,,short” economen door hem als monetaristen worden geklasseerd. Altijd een

net zo goed als onderzoekererkend werd

de hem kwellende vraag: ,,Is monetarisme dead?”. „ Money is on the way out”,
betoogde hij. Waarna Tom Sargent (van

de nieuwe generatie monetaristen) geduldig nog eens uit de doeken deed dat
het nieuwe monetarisme niet begrepen
wordt omdat het een fundamenteel

andere bedoeling heeft dan wat tot hier-

mooie opening voor een lezing over economisch beleid.

De overvloed aan lezingen is moeilijk
samen te vatten. De technische en inhoudelijke heterogeniteit is daarvoor te

als de echte economen op het lijstje.
Waaruit Hamermesh de conclusie trok:
,,They know our work, but they don’t

know us”. Het zij zo. Positief was in elk
geval dat ze vertrouwd waren met de onderzoeksresultaten. Dus zou je ook verwachten dat die kennis dan verwerkt

wordt in de uiteindelijke beleidsaanbevelingen van de commissie. Helaas bleek
dat niet het geval te zijn en ontgoocheld

groot. ledere deelnemer stippelt uit het

berichtte Hamermesh dat al wat had

massale aanbod zijn eigen pad uit. Zo

meegeteld in de commissievoorstellen

aggregate demand and supply curves”.

een pad weerspiegelt de private belang-

van puur budgettaire aard was.

Alan Blinder (van het boek over de
,,great stagflation”) had dan weer zijn
twijfels over het nut daarvan. Gemiddelde economen kunnen uren luisteren naar
hoe zo’n balletje over en weer gespeeld
wordt.

stelling van de deelnemer en er is geen

De „ Richard T. Ely-lezing”, ditmaal
gehouden door G. Stigler over het mo-

ik achteraf beschouwd toch nog het inte-

resultaten worden niet meegenomen in

ressantste heb gevonden. Die sessie was
getiteld ,,Government policy assesment:
the labor market” en de papers in die sessie behandelden de interactie tussen eco-

beleidsbeslissingen. De econoom mag
nog zo pleiten voor economische efficientie en met verve de kosten en baten
van diverse beleidsalternatieven uittellen, er wordt niet naar hem geluisterd.
En het is nog erger op het terrein van de
macro-economic, want daar praten de
economen met gespleten long. Een zekere scepsis over hun zeer gevarieerde be-

toe vertoond werd in de macro-economic. Zijn titel luidde dan ook ,,Beyond

nopolieprobleem, en de presidentiele
toespraak van W. Baumol (over een
nieuwe theorie van monopolistische
mededinging) ging ook gepaard met een
heel ritueel. Veel wierook over en weer:

van hoe knap W. Baumol wel was omdat
hij het omslagontwerp had getekend van
het programmaboekje. Dan worden er

enkele reden om te veronderstellen dat er
ook maar enige publieke belangstelling

Vertwijfeling en hoop

zou bestaan voor dit eigenwijze pad.
Laat me daarom alleen maar een korte
samenvatting geven van die ene sessie die

Het lijkt wel of economen gewoon in
de kou staan. Hun micro-economische

nomisch onderzoek en economisch beleid op de arbeidsmarkt. De sprekers waren het puikje van de Amerikaanse arbeidsmarkteconomen.

allerlei mensen in de bloemetjes gezet

leidsaanbevelingen is nog het minst erge

en worden prijzen uitgereikt, bij voorbeeld aan jonge veelbelovende economen van nog geen 40 jaar oud. De

Top of the bill

,,J. B. Clark-prijs” is dat dan. Die ging

een paper over een peperdure overheids-

in Washington naar Michael Spence,
onder meer omdat zijn proefschrift over

,,signalling” echt wel een sprang vooruit
in de economische wetenschap heeft betekend. Althans volgens de jury.

Richard Freeman had in deze sessie
commissie van $ 17 mln. die nog eens de
economische gevolgen van minimum lonen zou napluizen. De onderzoeksresultaten in hun eindrapport verschilden
geen zier van de onderzoeksresultaten
die economen gedurende de laatste tien

jaar over dit onderwerp in hun tijdschrifDe Schultze-test

ten hadden gepubliceerd. De antwoor-

Vaste prik zijn ook sessies georganiseerd om illustere economen te huldi-

gen zo voor het oprapen of wel: ,,17 million down the drain”.

den die deze commissie had gezocht, la-

gen. Dit keer waren dat onder meer
Vooral de speciale sesssie ter ere van de

loofwaardig en onbevooroordeeld onderzoek afleveren, zei ze en dan zorgen
voor ,,aggressive dissemination” van de
onderzoeksresultaten. Zoals je ziet, niet
alle hoop was opgegeven. We moeten alleen wat meer reclame maken voor ons
produkt.

werd gegeven door Daniel Hamermesh.
Hij had het in zijn paper over weer een

te probeerde er na Hamermesh de moed
weer in te pompen. Ze had het daarbij
over wat we moeten doen om als economen gehoord te worden. Goed, ge-

interactie tussen onderzoek en beleid

in 1981 overleden A. Okun trok veel

Een zekere vertwijfeling maakt zich
van je meester als je dat allemaal hoort.
Elisabeth Sawhill van het Urban Institu-

Een ander prachtig voorbeeld over de

A. Lerner, L. Klein en K. Boulding.

wat economen daar kan overkomen.

128

Jules Theeuwes

Auteur