Ga direct naar de content

Jrg. 43, editie 2156

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 29 1958

Economis ch – Sta t’ts t
ischo

Be
‘rt*chten__

SP, ecl*aal nurnrnei

*

MANAGING

THE

MANAGER

*

UITGAVE VAN HET NEDE’RLANDSCH ECONOMISCiI INSTITUUT

43e JAARGANG

No. 2156

WOENSDAG 29 OKTOBER 1958

HOLLANDSCHE SOCIETEIT

VAN LEVENSVERZEKERINGEN N.V.

Anderhalve Eeuw

Levensverzekering

HOOFDKANTOOR

Heerengrocht
475,
Tel.
49100

AMSTERDAM-C.

HEAD OFFICE FOR CANADA
•S

330 Bay Street

TORONTO 1

1
j

.z00;

Assurantie-makelaars

Rotterdam

Amsterdam
.
‘s-Gravenhage

Delft

Schiedam
.
Vlaardingen

Albiasserdam

Beheer en administratie
van vermogens

Executele en bewind-

voering

GEMEENTE LEEUWARDEN

Burgemeester en wethouders roepen sollicitanten op

naar de functie van

socioIoog/sociograaf-

Vereist is academische opleiding (sociologie, socio-

grafie of sociale geografie) en bijzondere belangstel-

ling voor planologische vraagstukken.

Aanstelling kan geschieden in de rang van hoofdcom-

mies A of referendaris (salaris resp.
f
690,99 –

f 885,50
en
f
793,28 –
f
1039,20 per maand, excl.

hu urcompensatie).

Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen binnen 10 da

gen aan burgemeester en wethouders.

E C 0 N 0 MI S C F-

STATISTISCHE BERICHTEN

Uitgave van het Nederlandsch Economisch Instituut

Adres voor Nederland: Pieter de Hooch weg 118, Rotterdam 6.
Telefoon redactie: 0 1800-52939. Administratie: 0 1800-
38040. Giro 8408.

Bankiers:
R. Mees en Zoonen, Rotterdam. Banque de Corn-
merce, Koninklijk Plein 6, Brussel, postcheque-rekening
260.34.

Redactie-adres voor België:
Dr. J. Geluck, Zwjjnaardse Steen-
weg 357, Gent.

Abonnementen:
Pieter de Hoochweg 118, Rotterdam 6.

Abonnementsprijs:
franco
per post, voor Nederland en de
Overzeese Rjjksdelen (per zeepost)
f.
29,—, overige landen
t
31,— per jaar. (België en Luxemburg B.fr. 400).
Abonnementen kunnen ingaan met elk nummer en slechts
worden beëindigd per ultimo van het kalenderjaar.
Losse nummers 75 ct.

Aangetekende stukken in Nederland aan het Bijkantoor
Westzeedjik, Rotterdam 6.

Advertenties.
Alle correspondentie betreffende advertentijs
te richten aan de N. V. Koninklijke Nederl. Boekdrukkerj
H. A. M. Roelants, Lange Haven 141, Schiedam (Telefoon
69300, toestel 1
of
3).

Advertentie-tarief
t
0,30 per mm. Contract-tarieven op aan-vraag. Rubrieken ,,Vacatures” en ,,Beschikbare krachten”
t
0,60 per mm (dubbele kolom). De administratie behoudt
zich het recht voor om advertenties zonder opgaaf van
redenen te weigeren.

826

De cdmmissoriale
maatschappij

De redactie heeft met de ernst, die haar siert, .nagedacht

over de positie van de manager. Deze figuur schijnt te –

kunnen worden gedefinieerd als: de man die geen tijd

heeft. Derhalve heeft de redactie gezonnen op het aanwijzen

van middelen waardoor tijd kan vrijkomen, opdat daardoor

geest en lichaam kunnen rusten. Nu ik het inleidend

stukje voor dit nummer mag
schrijven,
wil ik graag tonen,

hoezeer ik deze goede bedoeling aanvoel. Ik zal het schrijven

opvatten als ontspanning. Wie van degelijke kost houdt is

op dit moment gewaarschuwd; hier immers schrijft geen
deskundige. Tevens is de redactie gedisculpeerd, die per

advertentie eens heeft medegedeeld, dat aan de ,,E.-S.B.”

bijdragen deskundigen op economisch, financieel etc.

gebied. De rest is geen
bijdrage
tot het blad.

Economisten hebben altijd moeite gehad met de vrije

tijd. Dat ligt in de aard van hun wetenschap en, misschien,

in hun eigen aard. Vandaar,.dat zij zich begeven in besturen,

commissies en werkgroepen (b, c en w). Zij hebben daartoe

kansen te over in een institutionele maatschappij, waarvan

het kenmerk is dat elke gedachte georganiseerd wordt voor-

gedragen. Georganiseerd volgens de tafel van zes (3 x 2)

of negen (3 x 3). Zoals we ons van de lagere school herinne-

ren, leveren deze tafels al snel grote en moeilijke getallen op.

Het gevolg is, dat er geen spelers genoeg zijn om alle
plaatsen op het speelvlak afzonderlijk te bezetten. De

deelnemers gaan van de tafel van negen naar de tafel van

zes en omgekeerd.

Bij een vergadering passen platte tassen halfvol papieren.

Deze papieren dienen-om op de tafel te worden gelegd,

opdat de glazenwasser, die in institutionele gébouwen door

het gehele huis kan heenkijken, de indruk krijgt dat er

wordt gewerkt. Om de tafel van de b, c en w zitten voor

zitter, secretaris en leden. De leden zijn aanwezig om de

opvattingen van de’secretaris te aanvaarden, volgens. de

weergave van de voorzitter. De voorzitter voert, het woord

en onthoudt dat naar beste krachten aan anderen. Dat is

een rechtvaardige toestand, daar hij in ruil daarvoor als
eerste koffie krijgt, als het personeel tenminste goed .is

geïnstrueerd. De secretaris ten slotte is het werk zelve: hij

weet alles, wt goed en mis kan gaan. Zijn lot is in stilte te

wachten tot de voorzitter zich zelf in de knoop heeft

gepraat. Lukt het hem niet deknoop te ontwarren, dan

wordt het onderwerp verwezen naar een sub-commissie,

die op. de volgende vergadering zal rapporteren. Veilig- –

heidshalve neemt de secretaris altijd zitting in de sub-com-

missie.

Het vergaderen in de b, c en w voltrekt zich in een proces –

van hardop denken. Wie hardop denkt geeft te kennen, dat

hij zich het recht voorbehoudt zijn gedachten alsnog te

ordenen. Wie in stilte denkt, geeft niets te kennen. Een

r.opeenvolging van hardop denken leidt ertoe, dat men

besluit op zien komen te spelen, tenzij het een haalbare –

kaart betreft. Bij op zien komen spelen kijken de verga-

derden ernstig bij het begin en eind van de vergadering; bij

een haalbare kaart kijken ze ernstig bij het begin en glim-

lachen ze aan het eind. –

Wanneer een vergadering is afgelopen, gaat men naar

de volgende vergadering. Daar ontmoet men op grond

van een natuurlijk selectieproces – dezelfde lieden. Het

– seîectieproces wordt beheerst door de ,,survival of the

fittest”. Men moet zeer sterk zijn om de koffie, de rook en

het voortdurend nadenken te kunnen verdragen. Bij deze

selectie op hart, longen eri hersenen, voegt zich die op

humeur. Een uiting van slecht humeur is toegestaan als

,
tactische maatregel; zij mag geen structuurkenmerk blijken.

Een grote vergadering noemt men een conferentie. Zij

wordt voorafgegaan door veel vergaderingen, waar volgens

de bewegingen van een paard op het schaakbord wordt

vastgesteld, welke lijn de conferentie zal volgen. Van een

conferentie keert men huiswaarts.

Een zeer grote vergadering, bij voorkeur met buiten-

landse deelneming heet een. congres. Het wordt ‘ooraf

gegaan door zer veel vergaderingen, waar volgens de

bewegingen van de vier paarden van het schaakbord, de

procedure van het congres wordt vastgesteld. Intussen

hebben in alle delen van ‘de wereld mannen ruzie met hun•

chtgenoten, omdat zij geprikkeld zijn, daar hun ,,paper”

Jiet op tijd gereed komt. De congressisten bergen deze

.,,paper”, na thuiskomst, met andere herinneringen aan het

congres in een koffer op zolder.

Dit geheel wordt in beweging gehouden door lieden die

het niet voor hun plezier doen en de beste bedoelingen

hebben. Zij worden gekozen uit de ijverigsten en welwil-

lendsten van goede gezondheid; deze verliezen zij snel. De

enige remedie is een drastische verhoging van de koffieprijs.

H.W.L.

De commissoriale maatschappij,
door Prof. H. W.

Lambers …………………………….

Tijdbesparing voor de leiding, dankzij organisa-

tie,
door
Prof.
Ir. T. J. Bezemer ………….

Mechanische hulpmiddelen voor de topfunctio-

naris?
door A. Q. de Flines ………………

De secretaresse; tij dboekhoudster, geheugen en

verzorgster,
door Mevr. C. A. H. Haitsma

Muller-van Beusekom

………………….

.1

Blz.

Blz.

Wat zal er van de manager worden?,
door R. Fen-

827

tener van Vlissingen, psychiater ………….
836

828 Sport als prophylacticum voor de ,,managers-

ziekte”,
door J. C. Tetzner, arts ………….
838

832 Leiders en leisure,
door Drs. J. H. Zoon ……..
840

Mededelingen voor economisten …………..843

834 Geld- en kapitaalmarkt,
door Dr. M. P. Gans .

843

COMMISSIE VAN REDACTIE: Ch. Glasz; L. M. Koyck; H. W. Lambers J. Tinbergen; J. R. Zuidema.

1

Redacteur-Secretarin A. de Wil, Adjunct Redacteur-Secretaris: J. H. Zoon.
COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BELGflI: F. Collin; J. E. Mertens de Wilniars;
J. van Tichelen; R. Vandeputte; A. J. Vlerick.

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

827

Voor het verkrijgen van tijdbesparing door lei-

dinggevende krachten zijn organisatorische maat-

regelen noodzakelijk. Zij zijn echter niet afdoende
omdat het treffen van maatregelen geen zekerheid
biedt, dat de betrokken functionarissen de vrij ge-

komen tijd zo zullen gebruiken dat er een einde

komt aan hun overbelasting. In elk specifiek geval

waarin men maatregelen wil treffen om
het
tijd-

gebrek te bestrijden is allereerst het verzamelen

van gegevens omtrent de feitelijke situatie nodig.

Schrijver zet uiteen, wat deze organisatie.analyse

omvat en wie haar kan verrichten. Zonder investe-

ring van
tijd kan geen oplossing van
het tijdge-

brek worden bereikt. Vervolgens schetst schrijver

door middel van een schema uit welke maatrege-
len inzake de organisatiestructuur een keuze kan

worden gedaan. En ten slotte gaat hij na op welke

wijze de organisatieprocedures dienstbaar kunnen

worden gemaakt aan het verkrijgen van tijdbe-

sparing.

‘Tij dbesparing

voor de leidin* 9,

dankzij organisatie

Organisatorische maatregelen: noodzakelijk

Het scheppen van een organisatie is in wezen altijd een

midel om te voorzien ineen tekort aan tijd (en soms ook

aan capaciteiten) van de ondernemer van de een of andere

actie. Hij trekt medewerkers aan om tot stand te kunnen

brengen waartoe hij alleen niet in staat is. Met dat aan-

trekken van medewerkers kan hij echter niet volstaan.

Hij moet de wijze van hun werken en samenwerken organi-
seren, om inderdaad het voor ogen staandé doel te bereiken.

Dat vereist het vaststellen van een taakverdeling, waardoor

de
organisatiestructuur
van de onderneming wordt bepaald,

en tevens het vaststellen van de
organisatieprocedures

die bij de verwezenlijking van activiteiten en samenwerking

gevolgd zullen worden. –

Steeds wanneer het tijdgebrek van de leidinggevende
personen als een ernstig probleem wordt ervaren, zal de

aandacht gericht moeten worden op de twee genoemde

onderwerpen. Dan komt echter de vraag naar voren, of er

inderdaad organisatorische middelen zijn aan te wijzen

welke tot een oplossing van het probleem kunnen leiden.

Helaas moet dan worden geconstateerd dat de wetenschap

van de leiding en Organisatie van bedrijven en andere

instanties nog niet zover is ontwikkeld dat reeds een

logisch sluitend systeem van
organisatiebeginselen
inzake

structuur en procedures ter beschikking staat, aan de hand

waarvan, voor allerlei verschillende situaties, ‘de beste

oplossing kan worden vastgesteld. –

De toestand kan wellicht het beste als volgt worden

omschreven: de uitvoerige theoretische beschouwingen

omtrent dit soort vraagstukken zijn nog niet voldoende

aan de praktijk getoetst en de in de praktijk toegepaste

maatregelen zijn nog niet voldoende op hun wezenlijke
bijdrage tot de oplossing van het probleem onderzocht.

De bestaande kloof zal slechts overbrugd kunnen worden

door uitvoerig wetenschappelijk onderzoek van de in de

bedrijven bestaande situaties.

Onder deze omstandigheden is het een precâire zaak
om normatieve beschouwingen te wijden aan de maat-

regelen waarmee het tijdgebrek bestreden kan worden;

te meer daar er hier geen gelegenheid is voor een volledige

behandeling van de bijzondere aspecten die in ,epaalde
situaties aan de orde kunnen komen. Onderstaande uit-
eenzettingen moeten daarom in de eerste plaats worden

gezien als een algemene oriëntering, waarin enige hypothe-

sen zijn verwerkt welke misschien een bruikbare basis

kunnen zijn voor verdere experimenten.

Onderzoek en experiment – hetzij voor wetenschappe-
lijke doeleinden, hetzij voor het vinden van een oplossing

in concrete gevallen – zullen steeds een bepaalde methode

van waarneming en vastiegging van bestaande situaties

vereisen. Bij de beschuwing van het onderhavige probleem

moet daarom ook aandacht worden besteed aan de
organi-

satie-analyse.
De uitkomsten daarvan zullen in vele ge-
vallen reeds onmiddellijk een
aanwijzing
kunnen ver-

schaffen voor verbeteringsmaatregelen.
maar ontoereikend.

Gesteld nu dat; dankzij organisatie-analyse en toepassing

van beschikbare organisatiebeginselen, inderdaad de meest

doeltreffende maatregelen iniake organisatiestructuur en

organisatieprocedures worden getroffen. Is daarmee dan

een waarborg verkregen dat het tijdgebrek afdoende is

overwonnen? Om twee redenen: neen.

In de eerste plaats niet omdat het treffen van die maat-

regelen nog geen zekerheid biedt dat de betrokken

functionarissen de vrijgekomen tijd inderdaad op zodanige

wijze zullen gebruiken dat er een einde komt aan hun

overbelasting, ni. door meer tijd te besteden aan hun

gezin, aan vrienden, sport, culturele geneugten, echt’e

verpozing of andere vrije-tijds-bezigheden. Organisatorische

maatregelen zullen in dit opzicht ontoereikend zijn wan-

neer de geestelijke instelling van de betrokkenen in de weg

staat aan het juiste gebruik van de resultatén van die maat-

regelen; onafhankelijk van de vraag, of die instelling is

terug te voeren op een gebrek aan zeifdiscipline of op een

te sterk ontwikkeld, maar misschien wat eenzijdig gericht,

verantwoordêlijkheidsgevoel
1).

Dat hier in vele gevallen een hoge graad van zelf-

discipline nodig is vindt zijn oorzaak in de tweede factor

welke remmend werkt op de feitelijke realisatie van’ de

tijdbesparing. Dat is het feit dat de aard van het leiding-

gevende werk met zich brengt dat. de op enigerlei wijze

1)
H. J. A. Hofland: ,,Geen tijd”.

828

‘verkreen• tijdwinst, onmiddellijk op zeer nuttige wijze

besteed kan worden aan vraagstukken die tot dusverre niet

de aandacht konden hebben, welke men daaraan toch zo

graag had willen geven. De leidinggevende ziet een grote

verscheidenheid van
mogelijkheden
voor zich om zijn

functie op een
betere
wijze te vervullen door daaraan

meer tijd te geven. Meer aandacht aan gevoelens, ge-

dragingen en uitingen van chefs, collega’s, ondergeschiktenÇ

leveranciers en afnemers van zijn bedrijf of bedrijfs-

onderdeel en meer persoonlijk contact met hen; meer

aahdacht aan de maatschappelijke ontwikkeling en aan

de wetenschappelijke vorderingen op zijn gebied; het is

slechts een greep uit de vele mogelijkheden. Door de rela-

tieve schaarste aan leidinggevende capaciteiten wordt elk

vacuum aan tijd onmiddellijk opgevuld. Dit is geen ver

dediging van het verwaarlozen van de vrije tijd, want zelfs

uitsluitend economisch beschouwd is er ergens een grens
aan het nut van betere vervulling van de functie, ni. wan-

neer dit ten koste gaat van gezondheid en zelfs levensduur

van de leidinggevende personen.

Organisatie-analyse.

In elk specifiek geval waarin het tijdgebrek als hinderlijk

wordt ondervonden en waarin men maatregelen wil treffen

orn tot verbetering van de toestand te komen, is allereerst

het verzamelen van gegevens omtrent de feitelijke situatie

nodig. De aard van die gegevens is tweeërlei.
In de eerste plaats moet men weten hoe de betrokkene de.

situatie zelf
aan voelt.
Hoe ziet hij het probleem; heeft hij

een idee omtrent de mate van overbelasting, bmtrent de
oorzaken daarvan en omtrent eventuele maatregelen ter

verbetering; welke soort werkzaamheden worden door

hem in de eerste plaats als oorzaak van zijn tijdgebrek

beschouwd? Deze
wijze
van benadering vanhet vraagstuk

ligt voor de hand en wordt in zeer veel gevallen reeds

toegepast door hen die zich op hun tijdgebrek bezinnen.

Deze gegevens zijn inderdaad noodzakelijk, maar geens-

zins voldoende.

Om de situatie werkelijk te leren kennen, zijn ook feite-

ljke gegevens omtrent de
tj/dbesteding
nodig, gesplitst

naar aard en naar plaats der verrichte werkzaamheden

(studie van rapporten, opstellen van plannen, conferenties,

besprekingen, inspecties enz.; op eigen kantoor, elders in

het bedrijf enz.), naar de aard van de behandelde onder-

werpen (financiën, verkoop, ontwerp, personeel enz.) en

eveneens naar de perso(o)n(en) met wie besprekingen enz.

plaats hadden. Deze gegevens moeten gezien worden tegen

de achtergrond van de in het bedrijf bestaande organisatie-
structuur en de toegepaste organisatieprocedures.

Uitvoerige behandeling van de methodiek voor het ver-

zamelen en indelen van dit soort gegevens moet hier

achterwege blijven. Wij volstaan met verwijzing naar de
publikaties van Carlson
2)
en Luijk
3).
De eerste brengt

verslag uit van de door hem verriôhte onderzoekingen over

de tijdbesteding van directeuren van een 12-tal leidende

Zweedse ondernemingen. In het tweede boek worden de

resultaten vermeld van een geljksoortig onderzoek bij

25 topfunctionarissen in Nederlandse bedrijven van uiteen-

lopende grootte. In beide gevallen is er dus sprake geweest

van een onderzoek door derden. Ontegenzeggelijk biedt

deze methode het voordeel van deskundige leiding bij het

Sune Carlson: ,,Executive Behaviour”.
Mr. H. Luijk: ,,Waar blijft. de tijd van de directeur?”

onderzoek, mogelijkheid tot een
vergelijkende
studie van

de uitkomstn en – wat in deze wel zeer zwaar moet

wegen – een tot het uiterste beperkte extra-belasting van

de betrokkenen.

Toch moet
individuele
activiteit terzake niet te spoedig

worden verworpen. Een oplossing van het probleem –

uitéraard binnen de grenzen van de hierboven geschetste

beperkingen – kan nooit bereikt worden indien niet wordt

begonnen met het investeren van
tijd,
teneinde daaruit op

den duur
tijdbesparing
te verkrijgen.

Eerst investering nodig.

De investering van 24 uur tijd van een topfunctionaris,

verdeeld over een tijdsverloop van bijv. 6 weken, besteed

aan het vaststellen van feitelijke gegevens omtrent tijd-

beteding enz. en aan grondige overweging van maat-

regelen om het hoöfd te bieden aan chronisch tijdgebrek,

zal voor een bedrijf in vele gevallen van meer betekehis.

zijn dan een investering van f. 24.000 in nieuwe outillage.

Hiermee is niet gezegd dat in 24 uur het probleem volledig

tot oplossing kan worden gebracht, maar er kan een begin

worden gemaakt dat besparingen oplevert, die aanvankeljk

gebruikt kunnen worden voor voortzetting van het onder-

zoek. .

Die eerste termijn van investering moet mogelijk worden

gemaakt door ,,verwaarlozing” van verplichtingen diemen

onontkoombaar acht maar die men toch ook niet zou

kunnen honoreren als men een paar weken, voor zaken.

ôf voor vakantie, in het buitenland verblijft. Maar het’

allereerste element van die investering behoeft niet-meer

dan een kwartier te kosten, wanneer dat wordt besteed

aan een opdracht aan één van zijn medewerkers (en dan

bij voorkeur aan een bedrijfseconomische of bedrijfs-

organisatorische staffunctionaris) om binnen één of twee

weken met een plan te komen voor de volgende’ stappen

van het onderzoek.

Organisatiestructuur.

Uit welke maatregelen inzake de organisatiestructuur

,kan een keize worden gedaan? Onder verwijzing naar ons

uitgangspunt dat men medewerkers moet aantrekken als

men iets wil ondernemen dat men niet alleen kan klaar-

spelen, kunnen we stéllen dat het er op aan komt, welke

categorieën van medewerkers aangetrokken kunnen worden

en in welke verhouding deze moeten staan ten opzichte van

degeen, wiens last zij moeten verlichten.

Om niet te vervallen in de omschrijving van allerlei

mogelijkheden die in de handboeken te vinden zijn, vol-

staan wij met het geven van een schematisch overzicht

(zie blz. 830 bovenaan)..
Er blijkt een grote verscheidenheid te zijn .van middelen

om elementen van het• leidinggevende werk te delegeren,

maar de toepassing van die middelen schept vaak weer

nieuwe problemen. Zo vragen vooral de oplossingen b, c
en d aanvankelijk investering van extra-tijd voor het op-

leiden en inwerken van de nieuwe functionarissen. Methode

c heeft, ook op den duur, uitbreiding van het aantal recht-

streekse contacten tengevolge. Daarin kan tot op zekere

hoogte worden voorzien door tevens, of in plaats van c,

de inschakeling van een extra-niveau volgens d toe te

passen, maar daardoor worden de communicatiewegen van

de top tot de lagere geledingen van het bedrijf verlengd.

829

FIGUUR 1.

Schema van wjjzigingenin de organisatiestructuur

Aard van devoor overdracht in aanmerking komende weik-
Hiertoe in de taakverdeling en organisatiestructuur aan t’e
zaamheden van een leidinggevende functionaris A
brengen wijzigingen.

1.
Geljkwaardige, maar ongelijke onderdelen van de taak van A.
a.

Uitbreiding van het aantal functionarissen op het niveau van A.

2.
Toepassing van door A vastgestelde richtlijnen.

t

b.

Meer delegeren aan aanwezige lijnfunctionarissen, ondergeschikt
3.
Uitvoering van speciale, door A gecoördineerde taken.

/
aan A.

4.
Beslissingen inzake vraagstukken van relatief korte werkings-‘
c.

Uitbreiding van het aantal lijnfunctionarissen onder A.
duur en relatief gering belang.

1
5.
Externe contacten in het kader van 2, 3 en 4.

)
d.

Tussenvoeging van een leidinggevend niveau direct onder A.

6.
Coördinerend werk.
Als d.
Instelling van comité’s e.d.

7.
Voorbereidend werk (studie en voorontwerp) in verband met:

Vaststelling richtlijnen

g.

Instelling of uitbreiding van speciale staffuncties, toegevoegd aan A

Taakstelling
(intern of onder gebruikmaking van advies van buiten).

Coôrdiiatie


Toekomstplannen
h.

Aanstelling stafcoördinator (toepassing van d op g).

8.
Externe contacten anders dan 5.
i.

Aanstelling of aanwijzing van een adjunct vsn A.

9.
Werkzaamheden nodig i.v.m. actieve communicatie en informatie.
j.

Aanstelling van een ,,adjudant” van A.

10.
Werkzaamheden i.v.m. de regeling van het eigen werk van A.
k.

Aanstelling van een secretaresse van A.

Gezien de voordelen welke verbonden ki.innen zijn aan

het instellen van
staffuncties,
is het niet te verwonderen

dat in vele bedrijven het aantal daarvan een geleidelijke

uitbreiding vertoont. Maar de groei van het aantal con-

tacten dat als gevolg daarvan door de lijnfunctionrissen

moet worden onderhouden, betekent in vele gevallen

uitsluitend een verplaatsing van de
moeilijkheden.’
In die

gevallen zal het concentreren van een aantal met elkaar

verbandhoudende staffuncties onder één chef, dus toe-‘

.passing van methoded, maar dan in de staf, een belangrijke

verlichting betekenen voor de betrokken lijnfunctionaris.

De stafcoördinator zal in zo’n geval o.a. ook speciale aan-

dacht künnen besteden aan de methoden volgens welke de

resultaten van de stafactiviteiten aan de hogere leiding

worden voorgelegd. Wanneer die leiding ten volle wil’
s

profiteren van de nuttige werkzaamheden van de staf-

functionarissen moet hij inderdaad kennis nemen van de

inhoud van hun rapporten.

Ter besparing van tijd, nodig voor het doornemen van

rapporten, tijdschriften en andere literatuur, wordt tegen-

woordig wel het ,,versnelde lezen” aangeraden. Misschien

– kan dat in sommige, gevallen een goede hulp zijn, maar

zou het niet logischer zijn, om in de eerste plaats aandacht

te besteden aan dusdanige rapportering dat in .de kortst

mogelijke tijd kennis kan worden genomen van de essen-

tiële punten? Langs die weg zal ook een oplossing gezocht

moeten worden voor het steeds moeilijker wordende

probleem van het op de hoogte.blijven van hetgeen de

literatuur aan belangrijks biedt. De tijdwinst door’ het

snellere lezen kan. nooit voldoende zijn om de. leiding-

gevende functionarissen in staat te stellen tot het kennis-

nemen van de omvangrijkë literatuur, waarvan zij het

essentiële moeten weten.

Er is te verwachten dat uit dien hoofde in de toekomst

een belangrijke uitbreiding moet worden gegeven aan

staffunct les voor het documentatiewerk,
al of niet als onder-

deel van de staffuncties met speciale taken. Zij moeten,

met medewerking van de lagere functionarissen, de hogere

leiding voorzien van systematische overzichten van de

belangrijkste ontwikkelingen op alle voor het bedrijf van

830

belang zijnde gebieden. Ongetwijfeld zal dit soort docu-

mentatiewerk en daarbij in het bijzonder het in verband

brengen van nieuwe ontwikkelingen met allerlei aspecten

van de bestaande situatie en met vroegere resultaten, op

den duur een belangrijke steun kunnen krijgen van elek-

tronische apparatuur.

Voorwaarde voor een juiste’ toepassing van staffuncties

is, dat de leidinggevende instanties in een bedrijf, met

inbegrip van de staffuncties zelf, zich zeer, goed de positie

en de beperkingen van de staffuncties bewust zijn. Die

beperkingen moeten bij voorkeur niet worden opgeheven
door de instantie welke op goede gronden een staffunctie

zou moeten zijn, een andere naam te geven – bijv. een

,,functionele afdeling” – en er dan, op grond van die

naamswijzigmg, bevoegdheden aan toe te kennen, welke

voorbehouden moeten blijven aan de lijnfuncties.

Het aantal
externe contacten
dat moet worden onder-

houden heeft de laatste tientallen jaren een belangrijke

uitbreiding ondergaan.
Carison
heeft de indruk dat vele

leidinggevenden zich vleien met de hoop dat de daaruit

voortkomende aanslag op hun tijd van voorbijgaande

aard is en dat zij zich daarom niet voldoende bezinnen op,

middelen om een deel van die taak aan andere functionaris-

sen in’ hun bedrijf over te dragen. Een wenk die ter harte

moge worden genomen.

De
interne contacten
en de uitwisseling van informatie

van een leidinggevende functionaris kunnen zich niet

beperken tot de leden van het direct onder hem staande

niveau, maar moeten ook dieper in de Organisatie door-

dringen. Dat besprekingen op het kantoor van de functio-
naris zelf daartc,ie niet voldoende zijn ‘wordt aangevoeld

door hen die nog vasthouden aan de gewoonte van de

oudere generaties om op regelmatige tijden een ronde door

de bedrjfsafdelingen te maken. Maar wat een tijdverlies

om op die wijze geïnformeerd te blijven en het contact

te• onderhouden.

Wanneer men een dergelijk& rondgang eigenlijk bijv.

elke week zou willen maken is wellicht een ‘compromis

mogelijk door die periode te wijzigen in een maand en

daarbij dan een ,,adjudant” mee te nemen, d.w.z. een

S

(AcLvertentte)

assistent voor algemene zaken. Die adjudant neemt dan

de overige weken de rondgang voor zijn rekening waarbij

het duidelijk moet worden gemaakt dat hij uitsluitend als
vertegenwoordiger van zijn chef komt, om mededelingen

door te geven, vragen en opmerkingen, te noteren, daar-
over aan zijn chef te rapporteren en diens antwoord ook

weer aan de betrokkenen over te brengen. Wanneer dezë

functie door een jonge kracht, gedurende een beperkt aantal

jaren wordt vervuld, moet hij voor lief nômen dat hij wel

eens een keer de boodschappenjongeri van de baas wordt
genoemd. Hij zal inderdaad over uiterst weinig bevoegd-

heden beschikken, maar een waardevolle ervaring opdoen

in het onderhouden van contacten met personen van

uiteenlopend niveau.

Organisatleprocedures.

Op welke wijze kunnen ten slotte de organisatieproce-

dures – dat omvangrijke samenstel van gedrâgingen,

gewoonten en regels volgens welké de werkzaamheden

en de samenwerking in een bedrijf plaats hebben –

dienstbaar worden gemaakt aan het verkrijgen van tijd-

besparing voor de leidinggevende krachten?

In de eerste plaats door ten volle gebruik te maken

van de
mogelijkheden
welke de organisatiestructuur biedt,

d.w.z. door capaciteiten
en
ontwikkelinsmogeljjkheden

van alle beschikbare medewerkers, in en buiten de onder-

neming; ook inderdaad op de juiste
wijze
in te schakelen.

Dat gaat meestal niet zonder moeite, maar des te meer

reden’ om daaraan de nodige aandacht te bestedèn. Het is

‘een kwestie van opleiding en opvoeding van zijn mede-

werkers, maar niet in de laatste plaats ook een kwestie van

zelfopvoeding.

Een ander belangrijk beginsel, tevens onderdeel van

die zelfopvoeding, is voor leidinggevenden het
budgetteren

van hun eigen tijdbesteding. Voor de meest schaarse

produktiefactor, de tijd van de leiding, geldt zeker wat

voor de overige produktiefactoren geldt, nI. dat een samen-

hangend plan met taakstelling voor de te verrichten werk-

zaamheden, een onmisbaar hulpmiddel is voor het meest

doelmatige gebruik van de beschikbare capaciteiten.

Dat de mate van onzekerheid voor een budget voor de tijd

van de leiding, groter is dan voor enig ander budget en

dat zo’n budget dus zeker niet als strak voorschrift gehan-

teerd mag worden, moet geen raden zijn om de samenstel-

ling geheel achterwege te laten.

In ieder geval biedt zo’n opstelling van de voor-

genomen tijdbesteding, de gelegenheid tot overpeinzing
van de vraag of het wel verstandig is, de aanspraken die
door anderen gemaakt worden op de tijd van de leiding,

kritiekloos te honoreren. De leiding moet openstaan voor

communicatie met al zijn medewerkers. Maar op ejk

willekeurig ogenblik dat die medewerkers het beste gelegen
komt? Enige
ordening in’de tijdstippen
waarop de contacten

kunnen plaats hebben maakt een efficiënter gebruik van

de tijd van beide partijen mogelijk en biedt tevens een

waarborg tegen verwaarlozing van contacten waarvan de

enselijkheid wel wordt erkend, maar die het zo vaak

moeten afleggen tegen belangrijker zaken. Het gaat hierbij

niet alleen om het inpassen in een programma van de

lopende aanvragen voor besprekingen enz., waarbij de

secretaresse zo’n belangrijke rol kan spelen. Het is gewenst

om aan al die afspraken een bepaald patroon van de tijd-

besteding ten grondslag te leggen. Daarin moeten dan ook

bepaalde perioden zijn opgenomen dat iii het geheel geen
ondèrbrekingen worden toegestaan, teneinde ongestoorde

studie of gedachtenwisseling mogelijk te maken.

4. Door verbetering van de methoden van communicatie

en
gedachtenwisseling
kunnen belangrijke tijdbesparingen
worden verkregen, in het bijzonder wanneer daarbij meer

aandacht wordt besteed aan de voorbereiding van de be-

sprekingen. Hiertoe is .weer opleiding en instructie nodig’

en het aankweken van discipline. Over verbetering van de

informatie- en documentatiemethoden werd hierboven

reeds gesproken.

5.
Wij besluiten onze beperkte keuze uit de vele mogelijk-

heden welke binnen het gebied der organisatieprocedures

liggen, 4met het noemen van de
vergelijkende studie
van

tijdbestedingsgegevens. Vergelijking van de gegevens van

verschillende personen’ in eigen bedrijf of daarbuiten,

evenals vergelijking van de gegevens van een zelfde persoon

op verschillende
tijdstippen,
kan de ogen openen voor

belangrijke besparingsmaatregelen.

Hiermee zijn wij weer aangekomen op ons uitgangspunt:

de organisatie-analyse. Dat is in overeenstemming met de

gedachtengang dat er voortdurend een verband moet

worden gelegd tussen onderzoek, invoering van maat-

regelen en toetsing aan de uitkomsten van die maatregelen.,

Samenvatting.

In figuur 2 hebben wij het bovenstaande samengevat.

FIGUUR 2.

Ôrganisatorische maatregelen,
zijn
noodzakelijk
voor het verkrijgen van tijdbesparing;
maar
ontoereikend,
want individuele instelling geeft de
doorslag;
zijn te onderscheiden in maatregelen tav.:
— Organisatie-analyse =
vastleggen van gevoelens.
= vastleggen van tijdbesteding, oor-
deelkundig gesplitst.
= deze gegevens bezien in het gehele
kader van de bedrijfssituatie.
= onderzoek van verbeteringsmogelijk-
heden.
– Te verrichten

• door betrokkene zelf
met hulp uit eigen bedrijf
met hulp van buiten.
– Vereist: eerst investering van tijd.
Organisatiestructuur,
zie figuur t.
— Organisatieprocedures
Gebruik maken van beschikbare capaciteiten ene.
Opleiding.
Budgettering van de tijdbe.steding van de leiding.
Orde in de tijdstippen van bepaalde soorten contacten.
Verbetering van communicatie-, informatie- en documen-
tatiemethoden.
S. Vergelijkende studie van tijdbestedingen.
(—).
Organitatie-analyse)
6. ene. enz.

Rotterdam.

I
Prof. Ir. T. J.
BEZEMER.

831

Aangezien de belangrijkste bezigheden van de
topfimctionaris bestaan uit praten en denken, die-
nen de mechanische en andere hülpmiddelen, die zijn taak moeten verlichten, vooral op deze beide
terreinen te liggen. Tot eeÈstgenoemde categorie be-
horen die, welke het gesproken woord overbren-
gen, zoals dicteermachines, telefoon en geluids-
installaties; tot de tweede de rekenliniaal, de re-
ken- en de telmachine. Schrijver wijst erop dat het
gebruiken of alleen al het aanschaffen van deze
hulpmiddelen door de topfunctionaris zijn mede-
werkers tot voorbeeld kunnen strekken. Er zijn voorts nog hulpmiddelen, die het lezen en het in
zich opnemen van cijfers en gégevens vergemak-
kelijken. Even belangrijk als de apparaten e.d.,
die de topfunctionaris zèlf kan gebruiken zijn
die, welke hij aan anderen ter beschikking kan
stellen om zijn eigen tijd te besparen. Schrijver
is van mening dat het
verwerven van de kennis,. juist van de eenvoudige hulpmiddelen in de kan-
toortechniek, voor de topfunctionaris een verplicht
leervak
met regelmatige
herhalingscursussen be-
hoort te zijn.

Mechanische

hulpmiddelen
..
voorde

topfunctionaris?

Het vraagteken in de titel van dit artikel weerspiegelt

de twijfel, die er bij menigeen zal bestaan omtrent de

vraag of de overbelasting van de topfunctionaris op merk-

bare wijze verminderd
zGu
kunnen worden door meer

gebruik te maken van moderne mechanische hulpmiddelen.

Immers, de topfunctionaris verdient zijn geld niet door

machines te bedienen, maar door te denken en te praten.

Dit denken en praten is zo omvangrijk, dat men daarvoor

zelfs zeer veel namen gebruikt, zoals: plannen maken,

instructies geven, correspondentie behandelen, bestuderen

van stukken, vergaderen enz.

Het boekje van Mr. H. Luijk, getiteld ,,Waar blijft de

tijd van de directeur?”, geeft een aardige beschrijving van

wat er in de’ kamers van topfunctionarissen gebeurt: De

schrijver veroorlooft zich ook enige kritische opmerkingen

over wat hij bij zijn steekproeven heeft gezien. Zeer terecht

resumeert hij het dan ook, nadat hij de vele onderwerpen

systematisch heeft gerangschikt, in de v’olgende woorden:

,,Deproblematiek van de toparbeid is vooral hierin gelegen,

dat men gesteld wordt voor een veelheid van zeer uiteen-

lopende vraagstukken”. Deze uitspraak leidt hem dan o.a.

tot de conclusie, dat deze problematiek van de toparbeid

dwingt tot logische en systematische beperking in, de

bemoeienis, alsmede tot budgettering van de tijd.

Hiermede is het probleem dan weer grotendeels terug-

gebracht tot het niveau van iedere andere technische of

administratieve medewerker, van wie de produktiviteit

wordt bezien met het doel deze zo mogelijk te verhogen.

Er zijn echter een tweetal verschillen tussen de produktivi-
teitsverhoging van de topfunctionaris en van andere mede-

werkers, ni:

le. een produktieverhogende methode, toegepast door een

topfunctionaris, werkt als voorbeeld vom’ de gehele or-

ganisatie en indien een dergelijke methode niet auto-

matisch door zijn ondergeschikten wordt overgenomen,

kan deze toch zeker aan de medewerkers worden

– opgelegd;

2e. een• bepaalde tijdsbesparing (of produktieverhoging)

van een man die 60 of meer uren per week werkt, levert

meer op en is belangrijker dan een dergelijke besparing

voor iemand die maximaal 48 uur werkzaam is.

Deze beide ârgumenten maken de studie van het onder-

werp interessant in weerwil van het feit, dat er betrekkelijk

weinig topfunctionarissen zijn en de werkzaamheden van

deze lieden bijzonder sterk van elkaar afwijken. In de hier-

na volgende opsomming van een aantal hulpmiddelen die

bij topfunctionarissen in gebruik zijn, zal menige lezer dan

ook veel vermeld ,’inden dat voor zijn werk niet toepasselijk

is dan wel reeds door hem wordt toegepast, maar indien

hij slechts één enkele bruikbare methode vindt, dan heeft
deze opsomming reeds haar doel bereikt.

Zoals bij ieder produktiviteitsonderzoek zal het ook

hier nuttig blijken te zijn, indien de lezer bij benadering

weet hoe hij zijn wekelijkse werktijd over de verschillende

activiteiten verdeelt. Zonder de akelige vraag te stellen

waarom de meeste topfunctionarissen menen, dat een

dergelijke opsplitsing van hun werktijd niet van belang is
te weten, terwijl zij tegelijkertijd verlangen dat de tijd bij

vele van hun medewerkers – zelfs met een stopwatch

– wordt opgemeten, mag hier toch wel de voorzichtige

suggestie worden gelan&erd, dat het voor de topfunctio-

naris van groot belang is te weten of zijn tijdsverdeling

overeenkomt met de specificatie zoals de heer Luijk die in

het bovenaangehaalde boekje geeft als resultaat van een

duizendtal waargenomen uren
1).

Een goed klokje, zodanig opgesteld dat de bezoeker

het raadplegen daarvan niet kan opmerken, is het eerst

noodzakelijke hulpmiddel van de topfunctionaris.

Wanneer we hierboven hebben vastgesteld, dat de

belangrijkste bezigheden van de topfunctionaris praten

en denken zijn, dan moet de verlichting van de taak door

mechanische en andere hulpmiddelen ook op deze terreinen

liggen. In de eerste plaats komt dan in aanmerking. een

machine, die door een onjuiste naamgeving meestal geheel

verkeerde reacties oproept bij de toekomstige gebruiker,

ni. een dicteermachine. Behalve voor het dicteren van

brieven dient de topfunctionaris deze machine te gebruiken

1)
15,pCt. telefonische contacten – 6 pCt. correspondentie behandelen
26 pCt. conferenties met medewerkers en bezoekers
3 pCt. plannen maken
3 pCt. sollicitanten ontvangen


9 pCt. instructies geven
5 pCt. bestudering vsn stukken
15 pCt. weg voor vergaderingen, bezoeken van relaties
18 pCt. diversen
(mci.
verliestijden)

100 pCt. totaal

832

als hulpmiddel bij de interne communicatie. De meeste

telefoongesprekken dienen in een of andere vorm aan een

van de medewerkers te worden doorgegeven. Een dicteer-

machine met telefoonaansluiting maakt het mogelijk het

gesprek te registreren en daarna het bandje of plaatje aan

de desbetreffende medewerker door te geven, zonodig

voorzien van een persoonlijk commentaar, na afloop van

het gesprek op hetzelfde bandje opgenomen.
Het vragen van inlichtingen naar aanleiding van ontvan-

gen brieven of het geven van aanwijzingen voor de beant-

woording kan direct na lezing van de brief in demachine

worden gesproken; het is niet meer nodig de brieven door

te lezen, apart te leggen en later wederom te moeten door-

zien wanneer de secretaresse voor de behandeling van de

correspondentie binnenkomt. Het toenemend gebruik van

de dicteermachine door artsen tijdens spreekuur, zieken-

huisbezoek en operaties kan voor de zakenman een nuttige

aanwijzing zijn, dat hij niet de enige is die met zo’n apparaat

sneller kan werken. Nog meer tijd wordt bespaard, indien

het bandje of plaatje als gesproken brief wordt verstuurd

in al die gevallen, waarin mededelingen moeten worden

gedaan, zonder dat het noodzakelijk is dat deze schriftelijk

worden vastgelegd.

In hetzelfde vlak van de overbrenging van het gesproken

woord moet men de enorme .toeneming zien van het

gebruik van de moderne telefoon en andere communicatie-

middelen voor de directe overbrenging van het gesproken

woord. Speciaal de installaties voorzien van luidsprekers

hebben een nieuwe communicatietechniek dben ontstaan.

Het gebruik van luidsprekers bij deze apparatuur heeft

natuurlijk ook zijn nadelen, doch geeft als belangrijke tijd-

besparende factor het overbodig worden van de telefoon-

hoorn en mede daardoor een grote verkorting van de

wachttijden bij het oproepen, speciaal ook indien de

opgeroepene
niet öp
zijn plaats is.

Als hulpmiddelen bij het denken kunnen worden be-

schouwd rekenliniaal, rekenmachine en telmachine. De

beoordeling of een dergelijk apparaat met jrofijt door een

topfunctionaris kan worden gebruikt, ligt heel anders dan

voor alle andere medewerkers. Immers, in de regel zal

een dergelijke machine op het bureau van een topfunctio-

naris slechts zelden worden gebruikt, maar de aanschaffing

in deze gevallen dient dan ook niet te geschieden op grond

van het mogelijk aantal gebruiksuren. Hier speelt het

hjerboven bedoelde ,,voorbeeld” een veel belangrijker

psychologische rol. Indien de boekhouder of calculator bij

een gesprek met de chef bemerkt, dat deze reken- of teherk

op de ouderwetse manier met potlood en papier doet, dan

kan hij hierop op twee manieren reageren:

le. door bij zichzelf te constateren dat zijn eigen produk-
tiviteit doordat hij met machines werkt toch heel wat

hoger ligt dan die van de chef (met alle bijkomstige

gevolgen van dien);

2e. door te constateren, dat hoge functionarissen niet

(meer) met machines werken, waardoor ook bij hem

de neiging zou kunnen ontstaan, zijn gewichtigheid tot

uitdrukking te brengen door het afschaffen van de

machine.

Beide reacties werken remmend op de produktiviteit

en er kan dan ook worden gesteld, dat de leider die er prijs

op stelt, dat zijn medewerkers met gebruikmaking van de

meest moderne hulpmiddelen him werk zo goed en efficiënt

mogelijk doen, steeds zelf het voorbeeld moet geven door

dergelijke hulpmiddelen te gebruiken of ze desnoods alleen

als .,,sieraad” op zijn bureau te hebben. Dat deze laatste

opmerking geen overdrijving inhoudt zal iedereen beamen,

die wel eens kantoren in Zweden heeft bezocht. Zweden

is het land van de grote tel- ‘en rekenmachinefabrieken en

het is daar inderdaad zo, dat iedere bediende die door

anderen gerespecteerd wil %6rd6n, verlangt, dat hem een

rekenmachine ter beschikking wordt gesteld.

Er is een categorie hulpmiddelen die het lezen en het

in zich opnmen van cijfers en gegevens vergemakkelijkt.

Deze zijn weliswaar niet of slechts gedeeltelijk mechanisch,

maar zij kunnen toch in belangrijke mate meewerken de
taak van de topfunctionaris te verlichten. Het is bekend,

dat men vlugger een situatie in zich opneemt dbor te kijken

naar een’ plan- of statistiekbord dan door cijferkolommen

te bestuderen. Eveneens zijn kaartsystemen met een

zichtbare signaalrand effectiever dan de nog veel gebruikte

kaartenladen of -dozen.

Voorgedrukte formulieren ‘met zoveel mogelijk genor-

maliseerde indeling dwingen enerzijds tot het verschaffen

van alle gewenste gegevens, anderzijds maken zij ht lezen

gemakkelijk doordat men weet waar bepaalde gegevens

staan. Hoewel de Hoofdcommissie voor de Normalisatie

in Nederland zowel op het gebied van de formaten als op

dat van de indeling na uitvoerige studies normen heeft

gepubliceerd, is de omvang waarin hiervan gebruik ge-

maakt wordt, ontstellend gering te noemen. De schade

door de versplintering van krachten bij de fabricage en

verwerking van formulieren, opbergsystemen en alles

wat daarmee samenhangt op onze toch reeds zo beperkte

markt is niet bij benadering in cijfers uit te drukken.

Mogeljkerwijze zal de komende Euromarkt wel tot aan-

passing dwingen, maar de grootste dienst die, topfunctio-

narissen elkaar en Nederland kunnen bewijzen, is meer

aandacht aan de toepassing van de normen te besteden.

Even belangrijk âls de hülpmiddelen, die de topfunc-
tionaris zelf kan gebruiken, zijn de hulpmiddelen die hij

aan anderen ter beschikking kan stellen om zijn eigen tijd

te besparen. Het grote aantal storingen in de kamer van de

topfunctionaris doordat iemand naar binnen loopt om

iets af te geven of een mededeling te doen die geen haast

heeft, kan worden verminderd door het aanbrengen van

een eenvoudig ‘brievenbakje buiten de kamerdeur waarin

dergelijke zaken kunnen worden gedeponeerd door de

interne postbezorger. Bij het hierboven omschreven systeem

van interne communicatie door middel van een dicteer-

machine zullen de medewerkers vanzelf ook op dit systeem

overgaan, waardoor de topfunctionaris op een door hem

zélf te bepalen
tijdstip
van dergelijke mededelingen kan

kennisnemen.

• Een goed modern opbergsysteern, in het gehele bedrijf

in gebruik, zal bij allè gebruikers, zeker wanneer veel
stukken heen en weer gezonden moeten worden, tijd-

besparend werken. Ook op dit gebied is het werken met

kleuren voor bepaalde afdelingen, onderwerpen of perso-
nen, een bijzonder nuttig systeem.

Bovenstaande greep uit het arsenaal van hulpmiddelen
voor de topfunctionaris pretendeert zeker niet volledig te
zijn, maar beoogt slechts de topfunctionaris een ogenblik

tot bezinning te brengen omtrent wat hij doet en hoe hij het

doet, aangezien hij daarbij voortdurend nauwlettend wordt

gadegesfagen’ door al ‘zijn medewerkers. Het verwerven

van de kennis, juist van de eenvoudige hulpmiddelen in

de kantoortechniek, behoort voor de topfunctionaris een
verplicht leervak te zijn met regelmatige herhalingscur-

sussen.

Amsterdam. ‘

‘ –

,

Â. Q.
DEFL1N€S,

03

In dit artikel
wordt uiteengezet hoe de secreta-

resSe ertoe kan bijdragen, dat de manager zonder

nervositeit,
dus
in rust,
zijn
arbeid kan verrichten.

Allereerst behoort zij zijn
tijd-boekhouding bij te

houden. Daartoe dient het tijdsbudget van te vo-

ren en in overleg met haar te worden opgemaakt.

Zij dient er voor te waken, dat haar chef zich

aan deze tijdsindeling houdt. Bovendien moet zij

zijn geheugen zijn. Zij moet aan alles denken en

hem daardoor de nerveus
makende
gedachte ,,heb

ik niets vergeten?” besparen. Van groot nut is

daarbij de wachtordner waarin alles wordt
geno.

teerd waar de manager op een bepaalde datum

aan moet worden herinnerd. Tot op zekere hoog-

te is de secretaresse ook verzorgster,
M.
in die

rin, dat zij dient te zorgen voor voldoende zuur-

stof in het kantoor en ook eens voor een andere

opwekkende drank dan sterke koffie alleen.

1 Ii

secretaresse

Tij dboekhoudster, geheugen

en verzorgster

Hoe zoudt u een iian noemen, die een auto koopt, en

omdat hij niet kan
rijden
maar er toch gebruik van wil

maken deze dan maar voortduwt en zo van huis naar

kantoor en van kantoor naar huis ,,rijdt”? Kunt u zich deze

komische figuur voorstellen, moeizaam, in het zweet zijns

aanschijns, zijn auto voortduwend langs ‘s Heren wegen?

Mijn vraag aan u is: hoe betitelt u deze man? De man, die

op deze wijze zijn auto ,,gebruikt”? U heeft uw kwalificatie

klaar? Een dwaas? Een zot?

En hoe noemt u de managr, die een secretaresse heeft,

maar evenmin als de hierboven genoemde autobezitter

gebruik maakt van de mogelijkheden, die zij hem biedt om

zijn werk te verlichten?

Vindt u de
vergelijking
onzinnig? Natuurlijk heeft u

gelijk; geen enkele man zal op deze wijze ,,autorijden”,

maar die ander, die manager …..
W
IN

Terwijl ik mijn boek ,,De Secretaresse”
1)
schreef heb

ik om een dieper inzicht in de materie ,,secretaresse” te
krijgen mij gewend tot verantwoordelijke leiders in het

bedrijfsleven. Vierendertig topfunctionarissen hebben het

verzoek ingewilligd mij gedurende een halve dag als

figurante deel te laten nemen aan hun bedrijf, afwisselend

in hun kamer en in die van hun secretaresse. Ik wens u toe

dok eens stille getuige te zijn van al wat in die diverse

kamers voorvalt. Er viel namelijk heel wat te leren! En âf

te leren!

Allereerst drong het tot mij door hoe merkwaardig het

eigenlijk is, dat in ons land geen
opleiding
tot manager

bestaat. Hoe immers wordt iemand manager? Het antwoord

op dezé vraag behoef ik u niet te geven: op uw eigen kantoor

en in uw naaste omgeving kunt.0 kritisch nagaan om welke

redenen topfunctionarissen de top in hun funètie bereikt

1)
,,De Secretaresse; psychologisch en praktisch handboek Vdor (aspirant-)secretaressen”. Amsterdam 1956..

834

hebben, en als regel zult u mèt mij moeten erkennen, dat

dit niet is omdat zij hun ,,rij-examen” (zie voirbeeld

hierboven) met goed gevolgd afgelegd hebben, neen,

meestal is het om andere redenen dat zij klimmen naar de

hoogste functies in het bedrijf; redenen die dan ook voor

het
bedrijf
van meer belang zijn dan de kennis uit humn

,,auto” te halen wat er uit te halen valt (zie wederom

voorbeeld hierboven). Inderdaad: wat doet het er in feite

voor de
bedrijfsresultaten
aan tôe of âf, of zij zittend achter

het stuur dan wel de auto voortduwend, des morgens hun

kanoordeur bereiken?

Nu verder alle scherts, hoe ernstig au (ond ook bedoeld,

terzijde en .terzake!

De strekking van dit artikel is, de’ mogelijkheden naar

voren te brengen die er zijn om de taak van topfunctio-‘

narissen in het bedrijfsleven te verlichten met behulp van

de secrétaresse. Wanneer ik het nu verder over ,,de secre-

resse” heb, dan bedoel ik uiteraard de werkelijke secre-

taresse en niet de pseudo-secretaresse, voor wie het secre-

taresse-zijn meer een titel dan de uitoefening van een

beroep betekent en die meestal niet anders is dan een

(steno-)typiste.

Van de managersziekte weten wij allen, populair gezegd,

dat deze ontstaat, althans bevorderd wordt, door een

nerveus overbelast zijn van de manager, maar laten wij

toch voor alles duidelijk inzien, dat deze ziekte geen

beroepsziekte is. Het is niet het beroep van manager waar-

door de managerziekte wordt veroorzaakt. De manager,

die zonder nervositeit, dus in rust, zijn arbeid verricht,

zal niet aangetast worden door de managersziekte.

Hoe.kan nu een secretaresse deze rust bevorderen, dit

niet-opgejaagd-worden er evenmin dit zich-opgejaagd-

voelen tegengaan, althans verminderen? Daartoe moet

allereerst de manager zelf nagaan wat de oorzaak is van

het jaçhtige gevoel, dat gevoel van ,,geen-tijd-te-hebben”,

dat momenteel zovele topfunctionarissen afmat en hen

zonder dat er méér tijd door ontstaat, duis nodeloos,

gespannen en nerveus maakt

• Allereerst dient de secretaresse te zijn de boekhoudster

van de tijd van haar chef. Geen enkel bedrijf is denkbaar .

zonder boekhouding, dat wil zeggen zonder boekhouding

betreffende de geldelijke aangelegenheden. Maar hoewel de

slagzin ,,tijd is geld” al tientallen van jaren in onze oren

wordt geschetterd, vraag ik mij af hoevelen van degenen,

die deze kreet wel gehoord hebben, deze ook hebben

verstaan? Als ik dan ook met nadruk naar voren breng,

dat iedere secretaresse behoort te zijn de boekhoudster van

de tijd van haar chef, dan meen ik dit letterlijk. Zij behoort
zijn tijd-boekhouding bij te houden van minuut tot minuut,

zoals de boekhouder van cent tot cent het kasboek bij houdt.
Als de dagindeling vaststaat, behoeft er immers niet gejaagd

te worden en-is er wèl tijd voor de verlangde werkzaam-

heden.

Aan de indeling moet de chef zich echter houden! Het

tïjdsbudget dient van te voren opgemaakt te worden, in

overleg met de secretaresse. Een globale dagindeling, een

globale weekindeling, waarbij niet alleen buy, het moment

van de aanvang van een bespreking vastgelegd wordt

maar ook de ,,laatste minuut”, geeft een stevig houvast en

vernietigt het gevoel van ,,ik moet me haasten – haasten –

haasten”. Natuurlijk ontstaat door deze tijdboekhouding
niet méér tijd, evenmin als er door de geld-boekhouding

meer geld te voorschijn komt, maar er is een overzicht

en wat meer waard is: een
inzicht.

V66rdat echter dit tijdsbudget opgesteld wordt moet

een ieder nagaan welke uren zijn hoogtepunt-uren zijn,
maar ook ‘wanneer het dieptepunt valt, wanneer dus als

het ware de ,,levensvlam” wat flauwer flikkert. Er zijn
s

immers ,,ochtend”-mensen, die in de vroege ochtenduren

moeizaam opschieten met het werk; anderen hebben het

,,moeilijk” na de funchpauze enz. enz. Er zijn manager,

die zodra zij op kantoor komen, het allerbeste meteen de
gehele correspondentie kunnen doornemen en afwerken;

er zijn echter 66k managers, die veel beter de ochtend

kunnen beginnen met het afdoen van ,,mondelinge” aan-

gelegenheden, zoals gesprekken met bedrijfsfunctiona-

rissen, het afhandelen van telefoongesprekken enz. enz.

Zonder twijfel weet ieder van ons, wanneer wij gaan

letten op de verdeling van onze arbeidstijd, binnen enige

weken hoeveel tijd gemiddeld per dag nodig is voor dage-

lijks – terugkomende bezigheden: het opmaken van een

algemeen
tijdschema
is dus mogelijk en de taak van de

secretaresse is er voor te waken, dat haar chef zich houdt

aan deze tijdsindeling. Zo komt op de vastgestelde minuut

voortaan de post ter tekening binnen en
zij
dient er voor
te zorg’en, dat op dat ogenblik niemand anders aanwezig

is: geen bezoek van buitenaf meer, geen functionaris

van het bedrijf, opdat
rustig
de tijd er voor genomen kan

worden om de post ,,af te werken”.
Een andere oorzaak, die jachtigheid en onrustgevoelens

oproept, is de onzekerheid ofwel ,,aan alles gedacht wordt”:

ik kan de manager slechts het advies geven (een gouden

advies) niet zijn hoofd hiermee ,,topzwaar” te maken. Zijn

secretaresse is niet alleen deboekhoudster van zijn
tijd,
maar
66k zijn geheugen.
Zij
moet ,,aan alles” denken, en moge-

lijk en gemakkelijk is dit als zij een uitgebreide agenda, een

wachtordner of termijnmap in gebruik neemt. Het.enige

wat de manager behoeft te doen is, zodra hem iets invalt

waaraan ,,gedacht” moet worden – waar morgen of over

een week of over vier maanden aan gedacht moet worden

–, dit te noteren op een steeds gereedliggend (octavo)

blocnote. –

Ovr veertien dagen buy, wenst hij contact op tenemen
met Pietersen over dat-en-dat. Op hetzelfde ogenblik dat

dit door zijn hoofd flitst, schrijft zijn hand het reeds op

de blocnote; rechts bpven komt de datum veèrtien qagen

na Je datum van heden en vervolgens noteert hij zijn- –
Pietersen-gedachten-flits. Dit blocnotevelletje bergt de –

secretaresse

op de aangegeven datum in de (bij voorkeur)

wachtordner. De wachtordner, eventueel de termijnmap,

is een van de beste remedies tegen het slopende, tegen het

nerveus makende gevoel ,,heb ik niets vergeten?”

Ik ben deze wachtordner (termijnmap) vrijwel niet tegen-

gekomen op de vierendertig kantoren waar ik als getuige
het dagelijks gebeuren heb gadegslagen; vandaar dus een

korte toelichting. De wachtordner bevat 12 kwarto bladen;

rechts boven staat de naam van een maand vermeld: janu
;

ari, op het volgende februari en zo verder. Deze bladen –

liggen op chronologische volgorde in de ordner; bovenop

ligt de maand, die ,,aan de beurt” is. Daarenboven bevat de
ordner een stel van -31 bladen kwarto papier, rechts boven

genummerd met de cijfers 1 t/m 31. Bijv. het is heden 29
oktober. Bovenop in de wachtordner ligt het blad jenum-

merd met eeri 29, daarachter het blad 30 en zo verder;

achter 31 komt het blad gemerkt met november; achter

november liggen reeds bladen gemerkt met 1, 2 enz.;

vervolgens januari, februari enz.

Op 29 oktober licht de secretaresse de riotities achter

blad 29: de chef ontvangt op deze wijze dé stukken betref-

fende alle aangelegenheden waaraan hij op die ’29ste

oktoberherinnerd wil worden. Het blad gemerkt met een
29 verhuist achter de 28 van november en zo verder. Als

de secretaresse daarenboven van de uitgaande corres-

pondentie een extra kopie maakt (in een afwijkende kleur.

doorslagpapier) en ook deze kopieën opbergt op een

aangegeven datum in de wachtordner, dan waarschuwt *

op die dag âutomatisch de wachtordner dat er bijv. nog

geen antwoord ontvangen is. Wat een rist nergens aân te

behoeven denken!

Nu iets geheel anders:rnenig kantoorlokaal heeft een

uitgesproken gebrek aan frisse lucht, dus aan zuurstof. Wij

weten, allen, dat onze hersens zuurstof nodig hebben voor

hun arbeid. Het toevoeren van zuurstof in vaak niet

voldoende geluchte kantoorlokalen is de taak van de

secretarse. Laat iedere chef toch zijn secretaresseopdra-

gen op bepaalde ogenblikken de ramen wijd te openen. En

als hij verstandig is, sluit hij zelf de ramen, terwijl hij voor

het sluiten bij het open raam een paar maal diep ademhaalt.

Zijn secretaresse behoort de asbakjes veelvuldig te ledigen;

zij weet dat wel, maar toch moet haar dat over het algemeen
geleerd worden. Dat niet alleen koffie, sigaren en sigaretten

een ,,stimulans”
tijdens
de arbeid is, wèten wij allemaal;

wij weten eveneens, dat vruchtensap of melk eveneens

opwekkend werkt. Laat de secretaresse die tot op zekere

hoogte de v’erzorgster van haar chef genoemd
mag
worden

profijt trekken van deze wetenschap en laat de chef haar

opdragen op gezette tijden met iets anders innen-te komen

dan een kop sterke koffie. – – –

Merkwaardig genoeg zal iedçre hef merken- dat ,hij,

zodra er voldoende toevoer yan zuurstof in de kamer is en

indien hij op geregelde tijden iets stimulerends te drinken

krijgt en wanneer hij het jachtige gevoel van ,,geen-tijd”

en van ,,is er niets vergèten?” gaat verliezen, hij minder

behoefte krijgt aan roken, sterke koffie enz.

En dan h66r ik deze manager binnen korte tijd spottend
praten over ,,die” managersziekte!

Amsterdam. –

A.
H.
HAITStdA MULIER.VAN BEUSEKOM. –

1
835

Het manager zijn is, aldus betoogt schrijver, een

kwestie van levensinstelling. Het is dan ook
denk-

baar dat van twee even hoog geplaatste functio-

narissen in een bedrijf de één naar
houding
en

instelling manager is en de ander niet.
De mana-
ger
werkt niet om den brode, hij is
de zaak. In
deze• identificatie liggen zijn bros succes en zijn

wanhoop. Want zolang hij zich vastlegt op de ap-
paratuur en opgaat in doelmatigheid en kwanti-

teit, verloochent hij hogere gezichtspunten. Schrij-

ver vergelijkt de manager – die, naar hij
uiteen-

zet, exponent is van menselijke houding – met

het beeld van Atlas op het Paleis op de Dam.

Atlas gaat gebukt onder
zijn gewichtige missie en

zijn horizon is als gevolg van zijn omlaag staren-

de
blik, uiterst, beperkt.
Het essentiële is of
wij
zien wat achter
de horizon van het bestaan ligt,
want van daaruit, en niet door het zich baseren

op zienlijke en meetbare feiten, krijgt het leven
zin en gestalte.

Wat zal .er van-

de manager

worden?

Wanneer omtrent deze vraag de psychiater wordt gecon-

sulteerd, dan spreekt al ongerustheid uit die vraag. Dan

bedoelt men niet te weten hoe groot blijkens psycholo-

gische en – onvermijdelijke – statistische onderzoekingen

de kans is, dat een manager president-directeur wordt,

en daarna president-commissaris. Dan is de vraag niet

eens nog een vraag naar een bepaald feitelijk antwoord,

al dan niet gedocumenteerd, maar dan is de vraag zelf

een S.O.S., een hulproep, misschien zelfs een noodkreet.

Niemand zal graag nood- oproepen, maar wanneer de

nood een gegeven blijkt te zijn, zal’ men niet als hersteller

te hulp moeten snellen, reparerend en camouflerend alle

wonde plekken, maar men zal zich bewust moeten zijn,

dat nood altijd uitzonderlijke kansen biedt. De vanzelf-

sprekendheden zijn immers gedevalueerd, de tredmolen

komt tot stilstand, het verlengen van rechtljnigheden,

waarin wij het bestaan gevangen dachten te houden, blijkt

zinledig te zijn geworden.

Het vele dat gepubliceerd werd omtrent de managers-

ziekte,’het te gronde gaan aan hart- en vaatlijden’is wel

zeer verontrustend. Maar beschouwingen omtrent percenta-

ges en kansen.zullen-de dood van elk onzer niet wijzigen.
De uiteenzettingen, de beschouwingen, opstellen, colleges

en cursussen, zij zullen ons niet verder brengen. Wel zal

men dan beter geöriënteerd zijn omtrent de talrijke wetens-

waardigen van het moeras, maar het zal ons wegzakken in

het moeras niet veranderen; in feite zal alleen de kwelling

groter worden, want gewapend met specialistische moeras-

senleer, weg te zakken in de onvermijdelijkheid
der moers-

sen, is wel een zeer bitter beleven. /

Toch zoeken wij in onze angst en onzekerheid – en

achter nadrukkelijke stoerheid ligt vaak ontzettend grote
angst verborgen – naar handwijzers, richtlijnen en derge-

lijke tekens, alsof er bakens zouden zijn naar de innerlijke

vrijheid toe, alsof in niemandsiand eèn vriendelijke wegen-

wachter klaar zou staan om ons te begeleiden! Toen er,

zeer kort na de oorlog, die men de tweede der wereld-

oorlogen pleëgt te noemen, een’grote bespreking was van

Duitse artsen en men zich daar afvroeg wat toch wel kon

worden gedaan om te voorkomen dat andermaal medici

zich zouden vergrijpen aan de medemens, zoals immers in

de beruchte kampen op onvoorstelbare exi ongelooflijke

wijze was gebeurd, toen kwamen er vele plannen en projec-

ten, aan ideeën geen gebrek. Doch, toen de merkwaardige

medicus Von Weizsâcker het woord kreeg, zeW hij, al deze

projecten noemend dat die geen enkele garantie boden,

dat de menselijke arts niet gemaakt en gevormd kon worden

door maatregelen, hoe lucide ook. En dan besluit hij:

,,Die Studenten fragen ihre Lehrer usschlieszlich:
bist

du denn,das, was du da redest”. En ditzelfde geldt geheel

en al voor de mens die men manager noemt, de mens
waarvan men zich terecht afvraagt wat er wel van zal

worden.

Laten wij nagaan wat een manager voor een mens is.

Terwijl velen immers hun brood verdienen op de kantoren

en in de bedrijven, zijn het slechts enkelen, de topfunctio-

narissen, die wij manager noemen. Dat is niet een indeling

naar de inkomensklassen, maar een indeling naar de

levensinstelling. Anders gezegd: het is denkbaar dat van

tweehoge medewerkers van een bedrijf de ene manager is

van houding en instelling en de ander niet! Een manager

verdient namelijk zijn brood niet, hij werkt niet ,,om den
brode”, hij
is
de zaak, daarin ligt zijn wanhoop en bros

succes. Want waarmede identificeert men zich eigenlijk?

Men verloochent hoger gezichtpunt wânneer en zolang

men zich vastlegt op de apparatuur, welke dat dan ook zij,

beheersapparaat dan wel produktief apparaat. De vast-

lopende manager, dat is de mens die zich in dienst heeft

gesteld van zijn apparaat!

Een dienend mens is het dus, de manager, maar een

dienaar die zijn onvrijheid bitter proeft. Wanneer het niet

een man van aanzien en macht was, men zou hem een

slaaf heten, een gekerkerde. Want slaaf is elkeen, die menend

te dicteren, gedicteerd wordt; het is de mens levend met
het dictaat, de mens in de sfeer der geestelijke dictatuur,

en dat zijn er velen in de democratische landen. Want niet

de regeringsvorm is doorslaggevend voor de levenshouding

der onderdanen. – –

De manager is exponent van menselijke houding, repre-

sentant en kèn-merkend! De beheersing van de materie,

niet alleen in het door-dringen tot de kern, niet allèen in

het kennen, in het weet-hebben-van, maar sterker nog, in

het gebruik-kunnen-maken-van, in het bechikken-over.

Daarin ligt een grote eigenmachtigheid. Laten wij niet

836

.;-.

RUSTPUNTEN

N

De rust en ontspanning, die U wenst, vindt U in

DE PLASMOLEN

1

Vriendelijk en attent peroneel, gewend een internationale clientèle

te verzorgen, alle moderne confort, een keuken en kelder die

geen krans behoeven, vormen de sleutel tot een verpozing waaraan

U een goede herinnering bewaart.

Badhotel DE PLASMOLEN – MOOK
BIJNJMEGEN

TeI.08806-444

Rostaurant â la Carte – Garage – Rijkstelefoon op alle kamers
Het gehele Jaar in vol bedrijt

HOTEL
»
DE NEDERLANDEN”

Vreeland aan de Vecht

Restaurant

Rôtisserie Napo/eon

Nabij wegkruising

Haarlem-Hilversum

Telefoon
en

Utrecht-Amsterdam

02943576

KASTEEL OUD WASSENAAR

HOTEL – RESTAURANT

De meest ideale plaats in ons land voor

de zakenman die eens even een paar

dagen werkelijk rust wil genieten

SLECIITS 5 KM BUITEN- DEN HAAG

HOTEL-CAFÉ-RESTAURANT

,,GROOT- KIEVITSDAL”

Aantrekkelijk rustig familiehotèl,

schitterend gelegen in de fraaie

Vuurschebossen, aan de straatweg

Hilversum-Baarn

IA Âr’5&I
M
iM
k

Reeds velen v66r
U
genoten van een

Telefoon

heerlijk week-end, de gezonde

K 2950- 5217

boslucht en

onze verrukkelijke

spijzen en dranken!

GELIEVE TIJDIG VOOR RESERVERING ZORG TE DRAGEN

837

‘ergeten dat alle wereldse beschikkers, de arts al eeiieer

als de managing-director, veelvuldig de kenmerken vertonen

van de ongebreidelde heersers, van de mensen, die menen

hét voor het zeggen te hebben. Op deze waan nu lopen deze

levens stuk. Het kan niet anders.
Wij willen maar al te graag de illusie koesteren dat wij

de centrale punten in handen kunnen nemen en in handen –

kunnen houden. Onze gezichtshoek doet ons verabsoluteren

wat relatief is. Dat zal in het ene geval de verbetering van

operatietechniek zijn, in het andere geval de verduurzaming

van ons produkt: het zâl in beide gevallen betekenen de

overschatting van doel en betekenis van het menselijk

bestaan. Want niet in meerdere hanteerbaarheid wordt

de zin vanhet bestaan duidelijk, integendeel! In de meerdere

hanteerbaarheid onttrekt zich in feite het fundamentele

aan onze aandacht; in het succesvolle werken wordt de

failliete basis gecamoufleerd! Het is met de levenssuccessen

als met het beruchte pad over rozen, dat men elkaar op

hoogtijdagen pleegt toe te wensen. Niets rampspoediger

dan rozegeur!

Waarom – zo moet men zich afvragen – treden juist

de hartverschijnselen zo op de voorgrond bij die mensen,

welke in het managen levensvervulling zoeken en menen

te vinden? Vaak al
zijn
het jonge mannen, mensen onder de

veertig, die bij de psychiater komen met hartklachten. Zij

hebben gezondheidsbrevetten van specialisten’ bij zich,

omdat zij het meteen flink hebben aangepakt. Het zijn

doortastende lieden, mensen waar pit in zit, daadkrachtige,

voortvarende lieden. ,,Het is niets dan nervositeit”, dat, zo

vertellen zij, is het resultaat van alle onderzoekingen,

inclusief het elektrocardiagram. En vreemd zien
zij
op,

wanneer de psychiater hen geluk begint te wensen met

deze klachten. Maar

is niet het stoplicht bij de kruispunten

van het bestaan, een bewijs van wezn1ijke gezondheid, is

niet.het functioneren van het alarmignaal een bewijs dat

er iets mis is, een onmiskenbaar teken? En dan zien we

gevoelige, ernstige, strijdbare mensen, mensen die het leven

naar hun hand willen zetten, mensen die carrière willen

en zullen maken, mensen die het onwaardig vinden om

daarbij op volstrekt onredelijke wijze gestoord te worden

door onzinnige klachten. Als het ‘alarmsignaal niet zou

gaan, en als het niet begrepen zou worden, dan zouden zij

op jeugdige
leeftijd
op de klippen lopen, zij zouden een

hartdood

sterven, of als gebroken mensen verder gaan,

geknakt door een wreed en villekeurig lot, naar men zegt.

in het wegwerken van gevoeligheid, -in hetrationaliseren

van het bestaan ligt een zeer specifieke Jevenskeuze. God-

dank kan men dat niet onbeperkt doen. in de meetbaar-

making van de wereld, in – het opgaan in doelmatigheid

en kwantiteit, in de cultus der zelfvervaardigde kwaliteiten

ligt immanent dc vernietiging, want loochening immers

van hoogste doel, van wezenskwaliteit.

Wanneer het hart steeds minder het kompas wordt

waarop wij leven, wanneer het brein nog te_klein blijkt

en het elektronenbrein richting en doel moet aangeven,is

het dan zo verwonderlijk dat het hart beschadigd wordt,

dat het hart te gronde gaat? Pas als men iijn hart verliest,

pleegt men te beseffen wat een hart eigenlijk is, of althans

dat meh het volstrekt nodig heeft. Maar men mag dan het

hart al behoeven als apparaat, wee ons, wanneer wij het
menselijk hart willen zien en menen te kennen wanneer

we het als een al dan niet vernuftig po’rnpje beschouwén,

wanneer het geneeskundig benaderen van liet hart- gespeend

is van het besef, dat de harteklop van de mens- onpeilbaar

en onmeetbaaris, goals de maag protesteert namens de

hele mens bij de onverteerbare brokken, ook wanneer
deze ,,slechts psychisch” zouden zijn en het materiële

voedsel tot gemalen voer werd gereduceerd, zo protestee; t

het hart wanneer de irrationele waarden meer en meer

ondergeschikt worden gemaakt en alleen in doelmatig-

heidsbewijs verdere eliminering kunnen ontgaan.

Plan de campagne te maken, ten strjde te trekken tegen

de kwade maclten, dat is de schijnbare rechtvaardiging

van een ieder die weigert te luisteren, dat is de reactie van

de mens die niet gedoogt dat hij de zin van de dingen die
hem gewerden verstaat. Men meent immers dat iets doen

beter is dan niets doen. Maar als het nu eens duidelijk

zou worden dat het allerminst gaat om iets te doen, maar
om iets te durven laten? Het
hebben
poogt altijd tot dek-

mantel te dienen voor een
zijn
dat verloren ging. Maar

geen strijdplan, geen comité van actie, kan de hulp brengen,

die wij behoeven. Want – blijvend in het beeld van het

S.O.S., dat immers betekent ,,save our souls” – wij kunnen

de ziel van een ander niet redden en nog minder de eigen

ziel! Het staat in de
Bijbel,
,,Want ,waar uw schat is, daar

zal ook uw hart zijn”, (Matth. 6 :21, Luc. -12 34) maar
het is niet een waarheid waarvan het Christendom kan

menen het patent te bezitten. Het is niet een kwestie van één

der godsdiensten, één van de talloze vormen waarin. de

mens meent zijn geloof of zijn ongeloof vorm te moeten

geven, neen, het is een fundament van het bestaan.

Bezit en bezetenheid, zij behoren wezenlijk bijeen.

Garantie en onvrjheid, zou men ook kunnen zeggen,

daarbij minder misverstaan oproepend! Het klinkt naar

etiketten, het riekt naar baldadigheid en -ismen! Toch is

het de grondwet van het bestaan dat al onze stelligheden,

hetzij in materiële dan wel in abstracte zin, ons blokkeren

voor datgene wat de gegevenheden doorkruist. De afge-

slotenheid van ons wanneer wij het nog ,,weten”, wanneer

men ons ,,niets behoeft te vertellen”, die afgeslotenheid

is bevangenheid; bezetenheid en niet anders. Veel al is

gewonnen wanneer dat verstaan wordt. Niet als een onaan-

genaamheid, gelanceerd tegen deze of gene groep in de

wereld, niet als iets wat ons persoonlijk niet zou gelden –
bij voorbeeld omdat wij een kerk bezoeken op zondag! –

maar als een feit waarvan wij slechts bevrijd kunnen worden,

wanneer wij het ons pijnlijk bewust zijn geworden en om

hulp roepen!

Het is geen voze kreet – waarvan de wereld vol is –

het is geen slogan voor een verkiezingsactie wanneer
s
een

Duits psychiater in één van zijn boeken opmerkt, dat juist

nu alles meer en meer verzekerd gaat worden en is gewor

den, méér en onverhulder dan ooit tevoren blijkt, dat de

angst gigantischb vormen heeft aangenomen. De gevaren

die de lijflijkheid van de mens bedreigen zijn onoverzich-

telijk veel, maar of gevaren te dragen zijn ligt niet in&le

gevaarljkheid der gevaren maar in de bereidheid van de
ziel. Hetzelfde geldt geheel voor de verscheurdheid, die

bezit schijnt te hebben genomen van de ziel.

– Het gaat niet aan te menen het leven te kunnen grijpen,

want het is ongrjpbaar. Alle acties die dit stilzwijgend dan
wel luidkeels loochenen, werken als een boemerang. Deze

waan, waarbij het leven tot slavernij gemaakt wordt door en

voor de ,,autonome mens”, kan niet stand houden, daarvan

moet de mens verlost worden, wil hij er niet aan te gronde

gaan. Ziedaar het probleem van de eigengereide, ziedaar

het portret van ons capabelen! Geen pessimisme is het,

dat dit ingeeft, integendeel het vertrouwen dat op ons

S.O.S. hulp kan komen, omdat nog steeds opengedaan –

wordt hem die klopt. Maar let wel: Parcifal betekent

838

De zegswijze ,,het leven begint bij 40″ gaat

over het algemeen bij de sport niet op: velen be-

eindigen hun sportbeoefening met het bereiken van

een leeftijd van 30 tot 40 jaar.
Bij
de topfunctio-

narissen speelt hierbij vaak gebrek aan vrije tijd

dan wel de mening dat zij zich niet vrij kunnen

maken zonder de onderneming, waaraan zij ver-

bonden zijn, te schaden, een rol. Schrijver wijst

erop, dat een geregelde ontspanning van lichaam

en geest voor het op peil houden der gezondheid

van het grootste belang is. Voor lichaamsontpan.

ning is sportbeoefening bepaald onmisbaar. Dit

geldt zeker ook voor degenen met een zware en

verantwoordelijke taak. Golf, dat zowel lichaam

en geest ten goede komt, is de sport bij uitstek

voor de topfunctionaris. Ook tennissen – mits

onder geregelde medische controle – en paard.
rijden, dat tot op hoge leeftijd kan worden be-

-. oefend,
zijn aanbevelenswaardig.

Sport

als prophylacticum

voor de

,,managersziekte”

Het is een onmiskenbaar feit, dat de Nederlandse jeugd

meer naar sport kijkt dan er actief aan deelneemt en hoewel

het aantal beoefenaren onder de jeugd de laatste tijd sterk

is toegenomen is het percentage atieve beoefenaren tegen-
over dat der kijkers of geheel afzijdigen sterk in de minder-

heid. De verhouding sportbeoefenaren – niet beoefenaren

valt in nog veel sterker mate in het nadeel der eerstgenoem-

den uit bij dat deel onzer bevolking dat de veertigjarige

leeftijd heeft overschreden. De zegswijze: ,,het leven begint

bij 40″ gaat in het algemeen bij de sport niet op. Velen be-

eindigen namelijk hun sportbeoefening met het bereiken

van een leeftijd van 30 tot 40 jaar.

– Hiervoor kunnen uiteraard tal van redenen aanwezig

zijn. Zo is het bij voorbeeld mogelijk dat, als gevolg van

gebrek aan vrije tijd, de sportbeoefening te zeer ten koste

– zou moeten gaan van het gezinsleven. Eén der voornaamste

redenen voor het niet of niet meerbeoefenen van sport op

deze leeftijd is echter, dunkt ons, gelegen in de – terecht of
ten onrechte

t

gehuldigde mening, dat men zich niet vrij
ikan maken zonder de onderneming waaraan men verbon-

(vervolg van blz. 838)

par-ce-val, door deze diepte! Hoogtepunten worden alleen

bereikt door de diepte; van de rotsen storten al diegenen

die weigeren dit in zich toe te laten.

In het hart van ons vaderland, op het paleis op de Dam,

treffen we aan het torsende beeld van die zwoeer die wij

uit de oudheid kennen, van Atlas. Hij is nog steeds het

grote voorbeeld voor elk onzer, die meent als manager

het leven te kunnen dragen. En niet kan de oplossing komen

van de verkleining van de aardbol die op zijn schouders

rusf, maar oplossing komt slechts van het strekken van de

nek, omdat dân pas de waan doorbroken wordt, dat de

aarde niet verder kan draaien zônder dit onzinnige torsen.
De nek echter strekt Atlas eerst wanneer de waan al door-

broken is. U moet maar eens gaan kijken naar, hem, hoe

hij alleen maar naar beneden ziet, hoe hij geen sterren meer

kan onderkennen – hoe’zou hij, met zo’n gewichtige

missie in het leven! -, hoe alleen de onzaligheid van de

eigen eksterogen zijn horizon vormt. En als u goed toeziet

zult u kunnen vaststellen dat zijn handen vastgenageld zijn

aaf de wereidbol boven hem. Dân ook zult u verstaan dat

het een geketende, een onvrije is, die met zijn blinde ogen

omlaag staart. –

Het gaat erom, of wij zien wat achter de horizonten van

het bestaan ligt, want vandaar uit krijgt het leven zin en

gestalte. Zal verrekijker of satelliet dit perspectief kunnen

gevén? Of zou het kunnen zijn dat die sagen die verhalen

yan een
blinde
ziener,
daarin
een essentieel aspect van het

bestaan doen oplichten? Francis Bacon schreef indertijd

.eens: ,,They arç ilI discoverers that think there is no land,
-:when they see nothing but sea”. Utilistisch gedacht, kan

men zich baseren op de zienljke en meetbare feiten, maar

naar het wezen genomen – en als men dat
hiet
doet blijft..

men in de sferen van het onwezenlijke! – moet men de

‘openheid hebben om, van moment tot moment, het verras-

isende te herkennen als de doorbreking van al hetgeen

dreigde te verstarren in eigenmachtigheid en aanmatiging.

b’ Wij allen die gaan ontdekken dat de manager
in
ons is,
niet in de functie die de maatschappij ons te bekleden geeft,

ontdekken dat de mens zich vergrijpt aan datgene wat

hem

‘wezenlijk niet toekomt, dat hij beschikt over gebieden die

buiten de regionen der manipuleerbaarheid vallen. Daar

mede zullen wij dan verstaan dat – net als in
.
de sprookjes

die onze kinderen vaak nog wel doorleven als levensecht –

alleen de mens die zijn hart in de waagschaal zet, kan

blijven in die levenssfeer.

Dit is geen moraal, als stelregel of devies, dit is simpelweg

fundament. Of wij bereid zijn te erkennen dat – hoe wij
onszelf ook noemen, hoe ôok de ander ons betitelt – de

Bijbel ons in het woord ,,want wat baat het een mens de

gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden”

(Marcus 8 : 36) dit fundament op onnavolgbare wijze toont,

daarvan zal het afhangen of wij kunnen instemmen met het

S.O.S. Maar dan ook mogen wij ten volle vertrouwen dat

ereen uitweg
is
uit het slop.

RoUerdam, –

1 FENTENR VAN YLISSINÇEN,

839

.4

den is, te schaden. M.a.w.: het zich onmisbaar weten weer

houdt de t’opfunctionaris ervan een deel van zijn werktijd

af te nemen, teneinde dat aan enige sportbeoefening te

besteden. –

Naar het zich op het eerste gezicht laat aanzien is dat een

zeer plausibele reden. Bij nadere beschouwing echter gaat

deze redenering beslist niet op. Men mag ten enen male

s.
geen slaaf worden van zijn beroep; het buiten-zakelijke

leven stelt ook zijn eisen. Beide, het zakelijke zowel als

het niet-zakelijke leven, zijn aIleen maar gediend met een

goede gezondheid. Wij zouden het de plicht van iedere

topfunctionaris willen noemen zijn gezondheid op peil te

houden. Hiervoor is een geregelde ontspanning van geest

èn lichaam beslist van het grootste belang. Voor lichaams-

ontspanning is sport, en dan doel ik zeker ook op wandelen

en fietsen, bepaald onmisbaar.

Een andere, veelvuldig voorkomende, oorzaak voor het

beëindigén van of het niet beginnen met sportbeoefening

op rijpere leeftijd is, dunkt ons, de gemakzucht. Velen den-

ken er eenvoudig niet aan om zich vrij te maken, zich

coûte que coûte vrij te willen maken, voor de. zo brood-

nodige lichamelijke oefening. Bovendien hebben topfunc-
tionarissen in het bedrijfsleven en elders vaak veel te veel

verplichtingen van representatieve aard, die hen als het

ware noodzaken om juist dât te doen, wat voor de gezond-

heid niet goed is. Wij denken hierbij aan het nuttigen van
te copieuse maaltijden, welke vaak worden voorafgegaan

door de nodige cocktails, aperitiefjes enz. Dit, alsmede het

veelvuldig gebruikmaken van een auto, kan het funeste

gevolg hebben dat zij te gezet, te dik of zelfs pafferig

worden. Het is zo langzamerhand wel algemeen bekend,
dat zwaarlijvigheid op rjpere leeftijd als één der grootste

gevaren, welke een mensenleven kunnen bedreigen, moet

worden gezien. In sommige gevallen komt men er in een

flinke bui wel eens toe te trachten door middel van een

dieet weer op een ietwat normaler gewicht terug te komen.

De uiterst gezonde uitwerking van sport of lichamelijke

oefening wordt hierbij echter nodè gemist.

Gedurende een kort verblijf in ons voormalig Neder-

landsch-Indië logeerde ondergetekende bij een topfunctio-

naris te Batavia, een dynamische en impu,lsieve figuur, toen

omstreeks
55
jaar. Hoewel deze de beschikkking had over

meerdere auto’s ging hij iedere ochtend en middag – dus

ook in de heetste tropische middaguren – op de fiets naar

kantoor en naar huis. Later, in ons land teruggekeerd,

bleef hij deze goede gewoonte getrouw: voor zover zijn

werk en tijd hem dit toelieten, legde hij de vele kilometers

tussen huis en kantoor steeds per fiets af. Dat dit zijn ge-
.zondheid in hoge mate ten goede kwam is hem ook thans

nog heel goed aan te zien. –

Een ander sprekend voorbeeld van sportbeoefening door

iemand met een hoogst verantwoordelijke en zware taak

is President Eisenhower. Zijn gezondheid heeft de laatste

jaren enkele zware slagen te verwerken gekregen. Hij is

deze echter telkens op fantastische wijze te boven gekomen.

Naar onze vaste overtuiging is,. naast de buitengewoon

knappe wijze waarop hij door de Amerikaanse medici

werd en wordt behandeld, de beoefening van de golfsport

voor zijn herstel zeker ‘een factor van betekenis geweest.

Het zou ons niet verwonderen, ja, wij zouden wel als vast-
staand feit willen aannemen, dat het golfspelen van Eisen-

hower een onderdeel uitmaakt van de hem door zijn artsen

voorgeschreven leefwijze.

Wat de golfsport betreft, kunnen wij tot onze vreugde

constateren dat deze door lieden op rjpere leeftijd, en ‘ge-

lukkig , door een zeer groot aantal topfunctionarissen veel-

vuldig wordt beoefend. Golf is een vrij dure sport en dit is

o.i. de reden waarom de jeugd zich er nog niet op geworpen

heeft. Golf is de sport bij uitnemendheid voor de top-

functionaris. Zoals reeds gezegd, zij komt zowel lichaam

als geest ten goede. Wij zouden zakenlieden en andere top-

functionarissen dan ook willen adviseren met golf, te be-
ginnen en, zo zij daarmede reeds zijn aangevangen, door

te zetten! ‘Laten zij, ook al zijn zij nog zo druk bezet, enige

uren per week van hun kostbare werktijd omzetten in

minstens zo kostbare ontspanningstijd. Het zal hun lichaam,

hun geest en daardoor hun werk ten goede komen.

Bij tennis liggen de zaken van medisch standpunt bezien

wel iets anders. Bij deze sport treedt de lichamelijke in-

spanning meet op de voorgrond en vooral fanatieke spelers

kunnen op rijpere leeftijd wel eens teveel van zichzelf

vergen. Een grondig medisch onderzoek dient aan de

beoefening vooraf te gaan en het is o.i. noodzakelijk dit

onderzoek minstens éénmaal per jaar te herhalen. Een

licht partijtje tennis – en ik denk dan vooral aan een

mixed of herendubbel – is alleszins aanbevelenswaardig,

mits, zoals gezegd, geregelde medische controle plaats-

vindt. Ook de paardesport kan tot op hoge leeftijd wôrden

beoefend en voöral het buiten rijden is als nectar voor

lichaam en geest.

Samenvattend kunnen wij dus vaststellen, dat het voor

de zwaar belaste topfunctionaris van het grootste belang

is, de nodige tijd te besteden aân gematigde sportbeoefe-

ning. Laat de auto zoveel als maar enigszins mogelijk is

in de garage, maak grote wandelingen of fietstochten,

speel geregeld een partijtje tennis of golf, of ga met ‘s men-

sen edelstevriend, het paard, de buitenlucht in.

Wij willen nièt eindigen zonder de lezer nog een wel-

gemeend, medisch idvies te hebben gegeven, dat met de

strekking van het voorgaande slechts zijdelings te maken

heeft.
Men
late zich, sportbeoefenaar of niet, op rjpere

leeftijd geregeld – één- of tweemaal per jaar – grondig

medisch onderzoeken. Speciaal in de Verenigde Staten is
deze ,,check-up” een veel verbreide, goede gewoonte ge-

worden-. Door geregelde sportbeoefening en lichamelijke

,,check-up” zal de zo gevreesde managersziekte de top-

functionaris niet licht tot haar slachtoffer maken.

Amsterdam.

TCTZNER.
Blijf bij – Lees’ ,,E.-S.B.”!

840

Vrijwel algemeen wordt aangenomen dat de

toplaag van onze samenleving over weinig vrije

tijdbeschikt. Uit een onderzoek van het Centraal

Bureau voor de Statistiek naar de wijze, waarop de

volgens diverse criteria ingedeelde Nederlandse

bevolking haar avonden en weekends doorbrengt,

blijkt echter dat leidinggevende mannen weliswaar

meer verplichte bezigheden hebben te verrichten

dan de doorsnee Nederlander, maar dat zij per

saldo toch weinig minder Vrije tijd hebben. Het is

dan ook onjuist hen te betitelen als een ook in de

avonduren en weekends zwaar belaste groep. Ook

de wijze waarop
zij hun vrije tijd doorbrengen

wijkt, in
grote lijnen gezien, weinig af
van die der

overige Nederlandse mannen. Eerst indien enkele

facetten van het bestedingspatroon nader worden

bezien treden soms min of meer opmerkelijke ver-

schillen aan de dag.

•Tegenover de vrije tijd nemen velen onzer een wat

dualistische houding aan. Enerzijds wordt Vrije tijd gezien

als begerenswaardig goed, anderzijds genieten wij van dit

goed niet steeds onbekommerd, doordat wij ons afvragen,

of het doorbrengen van tijd in ledigheid ofmet liefhebberijen

wel geheel gepast is, en door de vrees op andèren een on-

gunstige indruk te maken. Of dit dualisme opwelt uit

dezelfde bron als waâruit eens het spreekwoord, dat ledig-

heid in verband brengt met een – eigenlijk zeer onschuldige

– handeling van de duivel, is voortgekomen, dan wel

wortelt in schuldgevoelens, of in hetgeen de Duitse filosoof

Pieper ,,Ueberwertung der Arbeitswelt”
1)
noemt, vermo-

gen wij niet te beoordelen. Wel menen wij de uitingen

dezer dualistische houding, dezer onzekerheid, te onder-

kennen in de gretigheid waarmede men geneigd is anderen

meer Vrije tijd toe te denken dan men zelf heeft en in de

neiging de eigen vrije tijd – vooral in gesprekken met

lieden, waarvan wordt aangenomen dat zij het druk hebben

– te camoufleren. Bovendien treedt vaak een zekere

gêne voor bepaalde vormen van vrije-tijdsbesteding aan de

dag.

Het komt ons voor, dat deze onzekerheid voor een niet
onbelangrijk deel zou verdwijnen, indien zou blijken, dat
de hoeveelheid vrije tijd en het bestedingspatroon van de

diverse lagen onzer bevolking betrekkelijk weinig uiteeii-

loopt, en dat zij zelfs al zou verminderen, indien de onzeke-
ren te weten zouden kunnen komen welk bestedingspatroon

zij zouden moeten volgen – of voorwenden – om niet uit

de toon te vallen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek

komt de verdienste toe de in dit opzicht in twijfel verkeren-
den de gegevens te hebben verstrekt, die, zo zij hun al geen

gemoedsrust verschaffen, dan toch in elk geval als richtsnoer

zouden kunnen dienen. Genoemd bureau heeft namelijk

de vrije tijd en deszelfs besteding van onze, volgens diverse

criteria onderscheiden, bevolking uitvoerig geanal’seerd en

de resultaten dezer analyse neergelegd in rapporten,

waarvan er tot nog toe zeven zijn verschenen
2).

Leiders

Wal

leisure

Uit deze rapporten hebben wij ten behoeve van dit specia-

le nummer enkele gegevens gelicht, die de lezer in staat

stellen zich een beeld te vormen van de wijze, waarop de

ca. 7 pCt. onzer bevolking omvattende groep, die in finan-

ieel opzicht dan wel qua beroep of opleiding als maat-

schappelijke toplaag mag worden beschouwd – de leiding-.
gëvenden en welgestelden dus – de avonden en weekends

doorbrengt. Binnen deze groejD immers bevinden zich

degenen, waarvan vrijwel algemeen wordt aangenomen,

dat zij over weinig vrije tijd beschikken. Alvorens na te

gaan, of en in hoeverre deze mening door het voorhanden

cijfermateriaal wordt geschraagd, enkele opmerkingen van

technische aard.

De periode, waarop het C.B.S. -onderzoek betrekking

had, om’âtte de doordeweekse avonden van half zes tot
twaalf, de zaterdag van twaalf uur ‘s middags tot twaalf

uur ‘s avonds en de zondag van ‘s morgens acht tot ‘s

avonds twaalf; in totaal 60,5 uur dus. Als vrije tijd is

beschouwd deze 60,5 uur, verminderd met de aan eten,

slapen en sociaal-economisch noodzakelijk geachte bezig-

heden – zoals studie, huiswerk, overwerk, – huishoudelijk
werk, zorg voor kinderen etc. – bestede tijd, alsmede met

de sluitpost overig en onbekend.

Het behoeft geen betoog, dat men bij de verdeling van

deze periode over vrije tijd en verplichte bezigheden op tal

van grensgevallen kan stuiten. Hiervoor heeft het C.B.S.
een open oog gehad: in die gevallen dat het beroep of de

opleiding van de geënquêteerde deed vermoeden dat

bepaalde bezigheden werden verricht onder druk van een

bepaalde verplichting of een
mogelijkheid
tot positie-

verbetering, werden deze niet als vrje-tijdsbesteding maar

als verplichte bezigheden genoteerd. Het resultaat van

deze – de enige hanteerbare – werkwijze, behoeft uiter-

aard niet overeen te stemmen met het beeld dat zou worden

verkregen, indien men de geënquêteerde zèlf een indeling

/ tussen verplichte bezigheden en vrije tijd had laten maken.

Zo zal bijv. een verjaarsvisite, waar de geënquêteerde

Josef Pieper: ,,Musze und Kult”, t.a.p. blz.
14.

Verenigingsleven,
32
blz.,
f. 2,90.
Deel
6: Bezoek aan toneel-
,,Vrije-tijdsbesteding in Nederland; winter
1955/56″.
Deel

en muziekuitvoeringen; muziekbeoefening,
23
blz.. f.
2,40;

1: Methodologische inleiding,
34
blz.,
f. 3;
Deel
2:
Avond- en

Deel
7:
Het beoefenen van liefhebberijen,
7
blz., f.
0,70.
De rap- -,

weekendbesteding, 88 blz.,
f 7,25;
Deel
3:
Bioscoopbezoek,

porten zijn verkrijgbaar bij Uitgeversmaatschappij W. de Haan

73
Hz., f.
6,90;
Deel 4: Leesgewoonten,
73
blz.,
f. 6,70;
Deel
5:

N.V., Zinzendorflaan
3,
Zeist en bij de boekhandel.

841

garne onderuit wil maar niet kân, door hem zeker als

,,verplichte” bezigheid worden ervaren. Volgens het C.B.S.-

criterium echter is hier sprake van vrije-tijdsbesteding.

Tot slot zij erop gewezen, dat het interpreteren van de

gemeten tijdseenheden op zichzelf al een probleem is. De

tijdseenheden, die verschillende personen aan eenzelfde

bezigheid spenderen, zijn W. niet geheel vergelijkbaar. Strikt

genomen zou men deze moeten ,,wegen” in het kader van 1

het totale vrije-tijds- en arbeidspatroon der betrokkenen

en bovendien geïnformeerd moeten zijn omtrent de inten-

siteit, waarmede de bezigheid werd beoefend of beleefd
3).

Met deze waarschuwing in gedachten dient men de bier

volgende cijfers te bezien.

Vrije tijd.

Een vluchtige blik op onderstaande tabel leidt tot de

verheugende constatering dat de leidinggevenden en wel-

géstelden geenszins van vrije tijd verstoken zijn en als groep

zelfs ovefiets meer van dit kostelijk goed beschikken dan

de doorsnee Nederlander. – Nadere beschouwing der

percentages leert echter, dat dit gunstige beeld voor de

groep als geheel is verkregen doordat de vrouwen der

leidinggevenden minder verplichte bezigheden hebben dan

haar sexegenot”en uit andere milieus en doordat zowel de

mannen als de vrouwen uit deze categorie – vôôr twaalven

en na ‘s zondags acht uur – minder ,,nachtrust” genieten.

De leidinggevende mannen spenderen 4 â 6 uur per week –

méér aan verplichte bezigheden dan de” Néderlandse

‘man. Het meer bezet zijn doet zich met name voor onder

de zelfstandigen, de academici en qua leeftijd bij de, in het,

kader van dit artikel belangrijke, groep der 29-59 jarigen.

Niettemin hebben deze mannen per saldo weinig minder

vrije tijd dan die uit andere milieus. Het ware dan ook.

onjuist hen te betitelen als een ook in de avonduren en

weekends zwaar belaste groep.

TABEL 1.

Verplichte bezigheden, vrije tijd en slapen a)

(in pCt.; 1 pCt.
=
0,6
uur)
Milieu
Verplichte bezigheden
Vrije tijd
Slapen

45

26

36
24
24
24
48

32

40
18 18
18
Landarbeiders e.d

………..
26

46

36


Loontrekkende middenstand

31

42

37
47

36

41
14 16
15
Arbeiders

……………….
28

45

37

s
Risicodr. middenstand b)
. .

39

45

42
40

34

37 16
16
16
Boeren

……………….
3!

46

39 45

30

38
19
22
20
Leidingg. en welgestelden, wo.:

37

40

39
42

40

41
13
14 14
zelfstandig

…………….
8

41

40

42

39

40
12 13
13
43

41

42
13
IS
14
42

40

41 12
14
13
geen academ. opleiding
. . .

36

38

37 43

41

42
14 15
15
46

34

40
17
18
18

in loondienst

…………..
36

39

38

29-59 jarigen, wo.

acad.

opleiding

…………
39

41

40

Landarbeiders e.d.

……..

27

50

39
46

23

35
23
24
24

Gehele bevolking

…………
31

44

38

49

32

40
16
16
16
Arbeiders

………………
30

49

40
.

44

30

37
18
20
19
Boeren

……………..
34

48

41
Leidingg. en welgestelden

41

43

42
41

41

41
11 11
18

De gehele periode, waartoe ook de hier niet
vermelde sluitpost ,,overi
en onbekend” behoort, omvat 60,5 uur.
Winkeliers hebben ‘s zaterdagsmiddags vrijwel nooit vrij.
Hun
eventuele
Vrije doordeweekse middag was niet bij het onderzoek betrokken.
m.
=
mannen;

v.
=
vrouwen;

t. = totaal.

Dit, nog

steeds vrij algemene, beeld wil overigens niet
zeggen, dat binnen de groep der leidinggevende mannen –

de voor ons doel relevante groep, waartoe wij ons verder

) In de methodologische inleiding tot de rapporten wordt
– een, en ander met een fraai voorbeeld, dat wij hier in verband
met de beschikbare plaatsruimte niet kunnen reproduceren,
duidelijk gemaakt.

zullen beperken.
4) –
geen kleinere categorieën kunnen

schuil gaan,’ die wel degelijk overbelast zijn. M.a.w.: de

mogelijkheid is niet uitgesloten dat het groepsgemiddelde
de resultante is van onderling sterk uiteenlopende percen-
tages verplichte bezigheden. Deze
mogelijkheid
heeft het

C.B.S. onderzocht door middel van een frequentieverdeling

van het aantal kwartieren verplichte bezigheden per avond

voor de leidinggevende en de overige mannen. De frequen-

tieverdelingen zijn vrijwel gelijk, hetgeen niet wijst ,,op’de

aanwezigheid van een aparte, opvallend grote, overbezette

groep”. Degenen onder de betrokkenen, die door deze

conclusie tekort zijn gedaan, kunnen wij helaâs met het

voorhanden cijfermateriaal geen recht doen. Wij kunnen

hun slechts verzoeken zich te verzoenen met dé gedachte,
dat zij als individu ditmaal in de massa verkren gaan

Vrije-tijdsbesteding.

Eerst nu iskomën vast le staan, dat leidinggevenden en

welgestelden wel degelijk over vrije tijd beschikken en –

zulks in ‘tegenstelling tot de gangbare mening – over

weinig minder dan de rest der manhelijke bevolking, wordt

het zinvol na te gaan hoe zij dee vrije tijd doorbrengen en

ons af te vragen of soms in dit opzicht ôpvallende verschillen

met representanten uit andere milieus aan’ de dag treden.

Afgaande op het onderstaande globâlebestedingspatroon-

welks percentages betrekking hebben op de gehele periode,

dus niet op de vrije tijd alleen – moet deze vraag ontken-

nend worden bentwooid Slechfs het feit, dat leiding-‘

gevenden ondanks hun iets kleinere vrje-tijdsreservoir

meer uren besteden aan vorming, verdient vermelding.

TABEL 2.

Globaal vrjje-tjjdsbestedingspatroon van mannen

1.
(in p(;t. van de
gehele
periode; 1′ pCt. = 0,6 uur)

1

1

Waarvan besteed aan:

Vorming

‘ Ontspanning

Recreatie
*

—-
z

EI

u
rj

o

.s
,
2

0

‘-

o
ci

‘o

is

0

0
>

.so

Si

1

2
1

3

1.
4
Is 1

617

1

8

1

9
1
10

Landarb. e.d.
45
1
2
9
8
6
9
7
3
Arbeiders
48
1
2
10
9
8
9
5 3
Loontr. middenst
47
1
3
11
8 7
10
4
3
Risicodr. middenst
40
1
2
10
7
4
8
4
2
,
Boeren
45
1
3
9 –
8 6
9
7 2
Leidingggevenden
en welgestelden
wo.:
42
1
4
10
7
5
9 4

2

zelfstandig

..
42
1
4
10
7
5
8
4 2
in loondienst
43
1
‘.
II
8
4
10
4
2
acad.

opt.

….
42
1
4
10
7
5
8
3
2
geen acad. opt.
43
1

3
II
7
S
9
4
2
29-59 jarigen ..
41

.

1
5
9
6
4
9
4
2
Gehele bevolking
46
1
2
10
8
6..
9
5
3

Legenda:
verenigingen met sociaal-pedagogisch, politiek, cultureel of vormend
doel.
cursussen, lezingen, tentoonstelling, museum, kerkbezoek, godsdiensttes.
kranten, tijdschriften, boeken.
radio, televisie, concert, toneel, film, tportwedstrijden.
kaarten, spelen, hobbies, denksport, lichaamssport beoefenen.
bezoek ontvangen, praten, op bezoek zijn e.d.
uitrusten, koffie- en theedrinken, caf6- en restaurantbezoek.
wandelen, fietsen, dansen en andere ontspanning.

)
Wij zijn er ons van bewust, dat de groep der 29-59 jarigen
de meest geschikte zou zijn om te belichten. Niet van alle nog
te behandelen facetten waren echter gegevens over deze catego-rie beschikbaar. Bovendien was het niet mogelijk deze leeftijds-
klasse steeds te vergelijken met de gehele bevolking van die
leeftijd. Teneinde verwarring te voorkomen hebben wij derhalve
de gehele groep mannelijke leidinggevenden – ouder dan 12
jaar gekozen. –

Milieu

0

842

Laten wij, nu het globale bestedingspatroon der mannen

geen spectaculaire verschillen blijkt te vertonen, nagaan

of deze wél tê voorschijn komen, indien wij enkele details

bezien. ‘Richten wij bijv. onze blik op het lezen van

kranten, tijdschriften en boeken, dan
blijkt,
dat de leiding-

evenden én welgestelden 25 pCt. van hun vrije tijd – wel

tè onderscheiden van de gehele periode van het globale

patroon! – hieraan besteden, tegen alle mannen gemiddeld’

22pCt. en dat 88 pCt der eersten en 71 pCt. der laatsten

te kennen gaf wel eens een boek te lezen. Belangrijker dan

deze noj altijd niet zo frappahte kwantitatieve verschillen

is, dat de leidinggevenden betere lectuur kiezen: 28 pCt. der

door hen laatst gelezen belletrie behoorde tot het kwalita-

tief hoogste niveau; de doorsnee man komt hier niet verder

dan 15 pCt.

De door het C.B.S. onderzochte details van het ont-

spanningspatroon onthullen o.a., dat de voor ons doel

relevante groep wat meer deelneemt aan het uitgaansleven:

5
pCt. van hun vrije tijd, tegen 3 pCt. van die der mannelijke

bevolking als geheel, wordt doorgebracht in bioscoop,

schouwburg, concertzaal en cabaret. Laatstgenoemde drie

manifestaties wonen zij gemiddeld achtmaal per jaar, of

tweemaal zoveel als de doorsnee man, bij; de bioscoop ziet

hen negenmaal ‘s jaars binnen zijn muren. Wat de kwaliteit

der door hen meest gewaardeerde film betreft, kan – en

dit geldt met name voor de academici – een opmerking

van gelijke strekking worden gemaakt als ten aanzien van

hun lectuur.

Op sportgebied zouden wij hen kunnen betitelen als

pioniers, in die zin, dat veelal zij het zijn, die een nieuwe

tak van sport gaan beoefenen. Is deze sport gemeengoed
geworden dan trekken de leidinggevenden zich terug om

nieuwe wegen te gaan zoeken. Zo hebben zij het eens door

hen geïntroduceerde voetbal, ondanks de door middel

van de ,,Nederlandse Corinthians” gedane pogingen

de elite voor deze
si5ört
te behouden
5),
grotendeels

de rug toegekeerd: is ni. 47 pCt. van alle manne-

lijke sportbeoefenaren lid van een voetbalclub, van

de teidinggevenden is dit slechts 19 pCt.; tennis komt

bij hen met 29 pCt. op de eerste plaats. Vermeldén

• wij tot slot nog, dat leidinggevenden en welgestelden minder

zanglustig zijn dan de rest der bevolking, doch in relatief

groteren getale muziekinstrumenten bespelen. Of de door de

mannen na de piano geprefereerde viool een ,,eerste” is,

onttrekt zich aan de waarneming.

Conclusie.

S

Van het vel, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek

omtrent de vrije tijd en deszelfs besteding door leiding-

gevenden en welgestelden heeft gepubliceerd, hebben wij

slechts weinig – en van de details zeer weinig – vermeld. »

– Dit weinige is echter voldoende om de opvatting, dat de

toplaag onzer samenleving als groep over weinig vrije tijd
beschikt, als onjuist te onderkennen. Dit is een,’ voor ieder

weldenkend mens, geruststellende gedachte. Dat hun vrije-

tijdsbestedingspatroon in grote
lijnen
evenmin weinig van

dat’ der andere Nederlanders afwijkt, zullen sommigen

wellicht 66k een geruststellende gedachte vinden. Min of

meer opmerkelijke verschillen treden eerst, en zelfs dan nog

niet altijd, aan het licht, indien details van het bestedings-‘

patroon worden bezien. Sommige dezer verschillen zijn

van kwalitatieve aard. Het zijn wellicht deze verschillen,

1

?) Zie Dr. C. G. M. Miermans: ,,Voetbal in Nederland; maat-
schappelijke en sportieve aspecten”. Assen 1955, blz. 148 e.v.

die de omtrent cie kwaliteit van hun eigen vrje-tijdsbeste-

dingspatroon in onzekerheid verkerenden tot leidraad

kunnen dienen en het leidinggevn een meer-diniensionaal
karakter zouden kunnen verlenen.

Z.

MEDEDELINGEN VOOR ECONOMISTEN

_J

De landbouw in de E.E.G.

Op vrijdag 28 november 1958 zal door het Kninklijk

Genootschap voor Landbouwwetenschap een ééndaagse

studieconferentie worden georganiseerd in de Aula van de

Landbouwhogeschool (Generaal Foulkesweg i te Wage-

‘ningen). Door drie sprekers zal het probleem van de land-
bouw in de E.E.G. ‘orden ingeleid, waarna de deelnemers
in de gelegenheid worden gesteld, vragen aan de inleiders

te stellen. De voordrachten worden resp. in het Frans,

Duits en Nederlands gehouden. Bij het vragenstelleh zal een

bevoegde tolk aanwezig zijn. De leiding van deze dag zal

in handen zijn van
Dr. S. L. Mansholt,
Vice-Voorzitter

van ae Europese Economische Commissie.

Dagindeling
10.15

Opening door de Voorzitter van het Koninklijk Genootschap
voor Landbouwwetenschap,
Ir. J. A. Emmens.
10.30

Korte inleiding door de discussieleider,
Dr. S. L. Mausholi.
10.45

Inleiding van de heer
Georges Brdart,
Ing. Agron, Dir. du Serv.
Prof. Agr. International de l’Assernblée de is
C.E.E., Frankrijk.
12.00-14.00 PAUZE
14.00-15.00 Inleiding van de heer
Dr. Ernst Engel,
Ministerialrat a/h Min.

für E., L. und F. te Kiel,
Duitsland.
15.00-15.30 PAUZE
15.30-16.30 Inleiding van de heer
Drs. W.
le
Mair,
Raadadviseur, Min.
van
L.v.V.,
Nederland.
16.30

Gelegenheid tot vragenstellen, waarna samenvatting door de
discuasieleider.
17 30

Sluiting door de Voorzitter van het Koninklijk Geriôotschitp
voor Landbouwwetenschap.

De geidmarkt.

– Op de laatste dag van de verslagweek – 25 oktober –

heeft de Staat aan de gemeenten de kwartaalsuitkering, ten

bedrage van ruim f. 250 mln., betaald. Op de geldmarkt

heeft dit een verruimende invloed gehad, al is nog niet

bekend welk gedeelte van dit bedrag ,,in de markt” is

gekomen. Voor zover de gemeenten op de uitkering vooruit

waren gelopen door via de Bank voor Nederlandsche
Geneenten – voorschotten op te nemen bij de Staat of

bij De Nederlandsche Bank, is de ge1dmarkt uiteraard van

het verruimende effect verstoken gebleven.

Overigens maakt de Staat zich gereed.om
die_middelen,

welke wél in de markt zijn gekomen, weer naar zich toe te

halen. Op 27 oktober zal nl., voor h’et eerst sinds 15 sep-
/

tefriber, een tender op 3- en 12-maands schatkistpromessen

plaatsvinden. Op de keper beschouwd zijn dit eienijk

merkwaardige termijnen. Het 3-maandspapier vervalt na

de jaar-uitimo, die gewoonlijk door flinke krapte wordt

gekenmerkt, en het jaarspapier na de belastingbetalingen

anno 1959. Men kan zich afvragen, of het niet mogelijk

zou zijn bij de vaststelling van de termijnen in grotere

mate met dergelijke hoogtijdagen voor de geidmarkt’

rekening te houden.

{et nieest spectaculaire feit dat door de cijfers over de

betalingsbalans in het eerste halfjaar 1958 naar voren

843

.5..

• wordt gebracht is, dat het buitenland voorniet minder dan

f. 940 mln, aan Nederlandse effecten heeft besteed. In

belangrijke mate betreft hët.hier transacties in verband met

de emissie Koninklijke. Indien men aanneemt dat 70 pCt.

van het emissiebedrag, zijnde ca. f. .600 mln., uit het buitën-

land afkomstig is geweest, blijkt evenwel met de ,,normale”

effectenuitverkoop nog altijd f.
340 mln, gemoeid te zijn

geweest.
Deze kapitaalinvoer van Nederland stelt in belangrijke

mate export van Amerikaans kapitaal voor. In de eerste

9 maanden van dit jaar hebben de Verenigde Staten ca.

S’2 mrd. aan goud verloren. Voor zover dit een geolg is van

kapitaalexport mag dit goudverlies echter niet worden

gezien als een bewijs voor de overwaardering van de dollar.

Het zou niettemin interessant zijn te weten, of de Federal

,Reserve Board zich, bij haar beslissing om een verhoging

van het disconto van 2 tot 24 pCt. toe te staan, mede heeft

laten leiden door de ontwikkeling van de Amerikaanse

betalingsbalans.

De kapitaalmarkt.

Het vraag-
P
en antwoordspel – de vorm waarin Voorlopig

Verslag en Memorie van Antwoord voor het eerst in het

lopende zittingsjaar zijn gegoten – met betrekking to(de

algemene financiële beschouwingen heeft oer de ontwikke-

ling van het economisch leven âls geheel en van de kapi-

taalmarkt in het bijzonder, tal van interessante gegevens

aan het licht gebracht.

De vraag, waarop Minister Hofstra de verwachting

baseerde dat de Staat netto f. 800 mln. op de open kapi-

taalmarkt zal kunnen lenen zonder de behoeften van

andere sectciren te schaden, beantwoordde de Minister

door een râming te geven van vraag en aanbod op de

kapitaalmarkt in 1959. Inonderstaande tabel is, naast deze

raming, een samenvatting vermeld van soortgelijke gegevens

over 1957 en 1956, zoals opgenomen in de jaarverslagen

van de Nederlandsche Bank.

Prog-
nose
D.N.B.


1959
1957

1

1956

(t’. ImIn.)
Netto aanbod
Fondsen en spaarinstellingen
…………’.
2.400
1.340
1.980
50


Grootboek Woningverbetering
…………..
Buitenland en geldscheppende instellingen

..

220
190

2.450
1.560
2.170
Netto beroep
890
i,170
.
610 760
Gezinnen en bedrijven …………………550
Lagere

overheid

…………………….900
Rijk

…………………………….
1.000
60
240

2.450

..

2.170
1.560

Zoals men ziet gaat de Minister uit van de veronder

stelling dat het aanbod via fondsen en spaarinstellingen

zeer veel groter zal worden dan in voorgaande jaren, terwijl

is aangenomen dat de netto-vraag van gezinnen en bedrijven

juist zeer aahmerkelijk lager zal zijn. Men moet er niet aan

denken wat de gevolgen zullen zijn voor het monetair

evenwicht, als laatstgenoemde. veronderstelling alleen

gerealiseerd zou kunnen worden dankzij de mobilisatie van

de thans aanwezige liquiditeiten voor het verrichten van

investeringen. Dit klemt temeer, voor Zover deze liquidi-

teiten bestaan uit kasgeldleningen aan de gemeenten, want

voor consolidatie van hun vlottende schuld is geen cent

uitgetrokken, al staat hiertegenover dat evenmin is gerekend

op een mogelijke vergroting van het aanbod dânkzij

kapitaalimport.

Een andere vraag in het Voorlopig Verslag luidde of de

Regering – mede gezien de ontwikkeling van het kastekort

1958 – zou kunnen
blijven
bij het aanvankelijke standpunt

dat dit jaar geen beroep op de open kapitaalmarkt zou

worden gedaan. Deze vraag, aldus de Minister, ,,leent zich

op dit moment niet voor concrete beantwoording”. Waar-

om dit zo was werd ji. vrijdag duidelijk, toen werd aan-

gekondigd dat de,staat 10 noiember de inschrijving zal

openstellen op f. 250 mln. 25-jarige 44 pCt. obligaties tegen

de koers van 98 pCt. Het rendement komt neer op,bijna

43/4 pCt. en is dus vrijwel ‘gelijk aan het bij de jongst

– emissie van de Bank voor Nederlandsche Gemeenten
geboden rendement. De gemiddelde looptijd van de

komende staatslening is eveiwel korter, ni. 13 jaar tegen
ca. 20 jaar voor de B.N.G.-lening.

-. Ook déze laatste instelling, die
blijkens
haar Medede-

lingenblad van 15 augustus tot 1 oktober onderhands voor

f. 98 mln. aan vaste geldieningen heeft gecontracteerd,

komt met een emissie. Het betreft hier Rentespaarbrieven,

waarvan voorlopig f. 50 mln: wordt aangeboden. Terwijl

de rentespaarbrieven 1957 in 13 jaar in waarde zouden

verdubbelen, zal dit bij de thans te emitteren lening in 15

jaar en 7 maanden het geval zijn. Ook als men de koers-

verhoudingen in aanmerking neemt, ligt de rentevergoeding

hier lager dan bij de rentespaarbrieven 1957, hetgeen bij

een emissie een wel zeer ongewone situatie is.

Het emissienieuws beperkte zich
tijdens
de verslagweek

overigéns niet tot Staat en lagere overheid. Ook twee

belangrijke Nederlandse inçlustriële dndernemingen’ –

Heineken’s Bier en Sikkens’ Lak kondigden een emissie

(van aandelen) aan. De Co-op maakte bekend dat zij met

de afgifte van een tweede serie rentespaârbrieven een

aanvang ging maken, nu de eerste ad f. 500.000 er als koek

blijkt te zijn ingegaan.

Aand. hidexcijfers A.N.P.-C.B.S. 2 jan. 17 okt. 24 okt.
(1953

100)

1958

1958

1958

Algemeen

……………………………
168
228 232
Internat.

concerns

…………………
237 330
337
Industrie

………………………………
126 161 164
Scheepvaart

…………………………
117 146
147
Banken

…………………………………
106 131 133
Indon.

aand

…………………………
64
91
90

Aandelei

Kon.

Petroleum

……………………
f. 14730
f. 18840 f.
187,75
Unilever

………………………………
311
1
,
423
438½
Philips

…………………………………
23O’/
3593%
3771/t
A.K.0.

…………………………………
142½
225% 237%
Kon.

N.

Hoogovens

………………
241
332
335
Van

Gelder

Zn .

……………………
170 185
183
1
/2
132%
149%
149%
H.A.L
…………
……
.
….. ……….. …..
Amsterd.

Bank

………………………
191½
239%
245
H.V.A.

………………………………….
84%
118
116%

Staatsfondsen

pCt.

N.W.S

……………………
59% 59%
60
1
4

pCt.

1947

…………. . …………….
85j
1
g
91
27
/32
91
13
/32

3%

pCt.

1955

1

………………………
81’/4,
87
7
/s
88s’g 3

pCt.

Grootboek

1946

……………
80½
89% 89%
3 pCt. Dollarlening
…………………
90
90½
.
90

Diverse obligaties

31% pCt.
t
Gem. R’dam 1937 VI
84
90
1
/8
90½
3% pCt. Bk.v.Ned.Gem.195411/III
79/8
84
84½
3½ pCt. Nederi. Spoorwegen
84½
90%
904

pCt.

Philips

1948

………………..
90
94%
.

94½
3% pCt. West!. Hyp. Bank
80
85%
85
6 pCt.

Nat.

Woningb.Ien. 1957
104%
109½
108
7
/8

New Ycrk
Aandelenkoersgemlddelde
Dow Jones Industrla!s
…………
439
546
540

M. ‘P.
GANS.

844

.

PHILIPS

d icteerap paraat

In handel en industrie is het Philips dicteerapparaat voor directieleden,

•procuratiehouders en allen die een leidinggevende functie bekleden een

trouwe medewerker. Het dicteren en uitwerken van brieven,

verslagen en dictaten kan nu op de meest efficiënte wijze geschieden.

Woordelijk en onverkort geeft het dicteerapparaat alle informaties,

instructies en mededelingen door, terwijl boodschappen – ook telefonisch –

volledig worden gereproduceerd.

Gemakkelijk

Efficient

/
1

T.

Licht gewicht

S
,

PHILIPS

bediening

PHILIPS
dicteerapparaat met hoes
f 385
(cxci. huipstukken)
Huipstukken

Complete
cassette met band
(dubbelspoor)
f
10.
Telemicrofoon
£45.-
Dictaatboekje
f
1.-
Hoofdtelefoon
+
oorstukje
f35.-
Voetschakelaar
f 22.-

Handschakelaar
f 35.—
Luidspreker
f45.-

Telefoonspoel
£
17.-

Draagtas
f 50.-

Spoel
+
band
f 5.50

Lege spoel
f

1.25

PHILIPS

dicteerapparaat

de moderne,onniisbare hulp in de industriële-, wetenschappelijke-en zakenwereld

845

0
0’OR RECLAM-E

kanmen te veel

en ook te weinig uitgeven

be meeste

mis’lukkingen

zijn vaak het gevolg van het LAATSTE

Lr’L

MEDEWERKER PERSONEELSZAKEN

bij
groot
bedrijf, 37 jaar, veelzijdige ervaring en goede
theoretische vorming, heeft belangstelling voor functie
als personeelschef
bij bedrijf of instelling.
Brieven no. E.-S.B. 38-1, postbus 42, Schiedam.

U reageert op annonces, in E. -S.B.?

Wilt U dat dan steeds kenbair maken!
1

1′

C.’Northcote1’irkinson: De W e t vafl P a r k i n s o n

• 160 blz.,
f 6.90

J

Onverschillig waar U zich bevindt op de maatschappelijke ladder, zonder

Parkinson is een succesvolle loopbaan ondenkbaar. Vroeg of laat zu,lt U van

Parkinson’s wetten kennis moeten nemén, al zou’ het maar-zijn om redenen

‘van zelfbehoud. U behoeft Uw bureaucratisch ‘

apparaat zelfs niet in werking

-:

te stellen, om het in Uw bezit te krijgen. U belt eenvoudig
K-1800 32076. of

53941
en’ het wordt U omgaand toegezonden door

DEWESTERBOEKHA’NDEL

Nieuwe Binnenweg 331

Rotterdam.

Gespecialiseerd op economisch gebied.

Miflifon P55
ZAKRECORDER

ontlast Uw geheugen

1

op Uw kantoor, tijdens een rondgang door het

bedrijf, onderweg, thuis …. kortom overa’ is de

,-

MifllfOndetrouwemetgezel,dieUwtaakverlicht.

U behoeft slechts hardop tedenken: elke instructie, elke vraag,

‘2

elke gedachte wordt door Uw
Minifon
overgenomen. Uw

• •-‘•’

secretaresse zprgt voor het doorgeven aan Uw medewerkers.

—-

Speciale
flinifon-memo’s
garanderen goede controle op ‘de

uitvoering van Uw instructies.

Op
aani’aag demonstreren
wij
graag en vrjbljend!

Minifon
weegt slechts 8 ons, past in

Uw zak, loopt op b’atterij, accu en licht-

. .

.
‘riet, neemt tot 5 uur ononderbroken op.


ROTTERDAM

AMSTERDAM

HENGELO
0-1800

0-20

0-5400
Een juweel ,anprecsw!

4789

846′ –

N.V. BANK VOOR NEDERLANDSCHE GEMEENTEN

gevetigd te ‘s-Gravenhage

1

UITGIFTE VAN

RÈNTESPAARBRIEVEN 1958

tot een zodanig totaalbedrag als tot 28 november 1958 zal worder geplaatst,

met dien verstande, dat de verkoop v66r die datum zal eindigen op de dag,

waarop een totaalbedrag van

f 50.000.000.-

Is geplaatst. De Vennootschap behoudt zich voor het bedrag van

f
50.000.000.—
te verhogen. In dat geval zullen eventueel nieuwe data voor

de beëindiging van de verkoop worden bekendgemaakt.

Grootte der stukken:
f1000.—, f500.—
en
f100.—
nominaal aan tonder.

KOERS VAN UITGIFTE 100 pCt.

De rentespaarbrieven 1958 zijn aflosbaar op 1 juni 1974

tegen een koers van 200 pCt.

V

of naar keuze van de houder

op 1 april 1964 tegen een koers van 125 pCt. of

op 1 april 1968 tegen een loers van’
150
pCt.

De N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten is bevoegd alle dan nog uitstaande

Rentespaarbrieven 1958 af te lossen op 1 maart 1969 tegen een koers van 160’pCt.

De verkoop vangt aan op donderdag 30 oktober 1958 bij de kantoren te

Amsterdam, Rotterdam én ‘s-Gravenhage,

voorzover in genoemde plaatsen gevestigd, van:

RotterdamscheBank N.V.

De Twentsche Bank N.V.

Amsterdamsche Bank N.V.’

Incasso-Bank N.V.

Lippmann, Rosenthal
& Co.

R. Mees
&
Zoonen

Nationale Handelsbank N.V.

Nederlandsche Handel-Maatschappij, N.V.

,
H.
Oyens & Zonen N.V.
Pierson,
Heidring
&
Pierson

r

Hope&Co.

alsmede van
Nederlandsche Middenstandsbank N.V.

Coöp.
Centr. Raiffeisen-Bank te Utrecht

Coöp.
Centr. Boerenleenbank te Eindhoven

voorts
ten kantore van de vennootschap

op de vorwaarden van het prospectus d.d. 23 oktober 1958.

Prospectussen alsmede, in beperkte mate, de statuten en het laatste jaarverslag, zijn

bij bovenstaande kantoren verkrijgbaar.

.

‘s-Gravenhage, 23 oktober 1958.

N.V. Bank voor Nederlandsche
.
Gemeenten.

847f

Fi

+

L

oo

2

got

H 1k

Vliegp

lannen electronisch

De IBM 650,

:

een universele machine,

berekend in 4 minuten’
zberd reedr toegepast

Actuariële berekeningen

=

Vlieghoogte, afstand, -temperatuur, – plannen voor de Europa-routes van,

Antenn’e.berekeningen
1′

wind, atmosferische veranderingen.

de KLM. In 4 minuten produceert

.

-‘
Brug-constructies

zij alle bepalen de vliegtijd en

het

de IBM 650 een tabel met 156 vlieg-

brandstofverbruik
van iedere KLM – plannen voor één route, waarvan de

carndesign

machine. De technische uitvoering

samenstelling voordien 20 uur inge-

Destillâtie

k?iommen
– .-

van de vlucht vergt uiteraard, een

spannen handarbeid vergde.

irrigatie-problemen
g’odt aantal tijdrovende berekeningén’:

Wat vroeger niet mogelijk was, wordt

Kadaster-berekeningen

In het. IBM ‘Eléctronisch Rékencen-

thans bereikt:, een feilloze nauw-
.
Kernreactor.berekeningen

trum te Amsterdam berekent.de IBM’,

k’eurigheid als basis voor nog’ grotere

Operational’ Research
650. Electronische’Computèr de vlieg-

vliegveiligheid.

Pijpleidingen ‘

.

‘.

Stabiliteitsberékeningen
Om een idee le geven van de nauwkeurigheid: de. grondgegevens worden berekend

.

-.
in 1/10.000 uren, de afstanden in 1/100 mij/en’ en de benzine in ponden, Vo’o)-: hz • –
Statistische berekeningen
-,

berekenen van een vliegpiantabel krijgt de machine 1.000 instructies loegevoerd,
O.

Sterkte-berekeningen
grond waarvan hij automatisch 60 000 bewerkingssiappen uitvoer!

Transformator

Meer en_meer maken wetenschappelijke instellingen organisaties en he bedrijfsleven

berekeningen

op basis van een ‘uurtarief – éen dankbaar gebruik van deze /fficiën,e lBM-service

-•
Triiiingsanalyse
In het ERAC-centrum ‘slaat een staf v’an’deskundigen klaar in U behulpzaam te zijn.

‘Viie lantabelien
– Een omvangrijke programma-bibliotheek is kosteloos te Uwer bèschikking.

• ,


gp

,

-•

• •

– –

+

-‘

Warmte-wisselaars


• +

• ,

.-

,

.-

en vele administraiev&en

commercseie toepassingen

Electronisch Reken en Administratie centrum

E

S

‘ ‘

-. • ‘ –
S’arphatistraat 47-55, Amserdani, Telefoon 740669-745900146798


848

+

.

,’

,

+

S
+

-‘

.

.

– – +

;

• ‘

S

t

+

Auteur