Ga direct naar de content

Strategie in beweging

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: oktober 23 1991

Strategic in bewaging
“Strategic in beweging” – als dat ooit heeft gegolden dan wel nu. Vandaar dat dit nummer
van ESB geheel is gewijd aan de strategieformulering door Nederlandse ondernemingen.
Dat ondernemingen moeten reageren op veranderingen in hun markten en in hun omgeving, is hen niet vreemd. Maar dat de omstandigheden waaronder zij werken zo snel en
zo grondig veranderen als de laatste jaren
het geval is, is ongekend. Zowel op technologisch en economisch als op politick en sociaal
gebied doen zich geweldige, nieuwe uitdagingen voor. Speck het Nederlandse
bedrijfsleven daar voldoende alert op in?
F.W. Huibregtsen stelt in deze ESB dat de
grootste uitdaging voor het Nederlandse bedrijfsleven is gelegen in de onderneming zelf.
Het topmanagement staat voor de uitdaging
de organisatie op alle niveau’s te stimuleren
en te inspireren, zodanig dat de medewerkers
aan het front zowel het vermogen als de ambitie hebben de snel veranderende marktomstandigheden effectief tegemoet te treden.
De technologische ontwikkeling plaatst bijna
elke onderneming voor ingrijpende beslissingen. Er openen zich ongekende nieuwe mogelijkheden op het terrein van de produktie, de
distributie, de kwaliteitsbeheersing en de marketing. Maar het benutten van de technologische mogelijkheden vergt vaak enorme investeringen. Niet alles kan tegelijk; er moeten
keuzen worden gemaakt. ‘Timing’ is daarbij
van essentieel belang. De gemaakte keuzen
moeten vervolgens in organisatorische maatregelen worden omgezet. Volgens H. Pennings
is een eigen produkt- en technologieportfolio
van groot belang voor het zekerstellen van de
tijdige introductie van nieuwe concurrerende
produkten. Dit betekent tevens dat het technologische en commerciele denken wordt gei’ntegreerd.
De ‘human factor’ speelt in de organisatie een
doorslaggevende rol. Steeds sterker geldt dat
de kennis en vaardigheden van afzonderlijke
medewerkers het belangrijkste kapitaal van
de onderneming vormen. Maar het onderschrijven van deze gedachte is nog want anders dan het vertalen ervan in een organisatorische structuur. Hoe kan het aanwezige
menselijke kapitaal optimaal worden benut?
En hoe kan de onderneming er voor zorgen

ESB 23-10-1991

dat zij ook in de toekomst over de nicest gemotiveerde mensen kan blijven beschikken?
E. Wintzen betoogt dat het delegeren van taken en verantwoordelijkheden naar individuele werknemers hieraan een grote bijdrage
kan leveren.
Naast de arbeidsmarkt stelt de kapitaalmarkt
eisen aan het ondernemingsbeleid. De relatie
tussen ondernemingsleiding en vermogensverschaffers is sterk in beweging. Moet vergroting van de aandeelhouderswaarde het hoogste doel van de ondernemingsleiding zijn?
Zijn de beschermingsconstructies van de Nederlandse beurs-nv’s nog wel te handhaven,
in het licht van de internationale ontwikkelingen op de vermogensmarkt? J.W.F. Kaptein beschrijft in dit nummer van ESB hoe de tucht
van de vermogensmarkt toeneemt onder invloed van nieuwe beleggingsmethoden en de
grote rol van buitenlandse beleggers. De tucht
van de markt zet aan tot de optimale aanwending van ondernemingsactiva.
Ten slotte veranderen ook de externe omstandigheden waaronder ondernemingen opereren sterk. De zorg voor het milieu stelt nieuwe eisen. Er komen scherpere regels met
betrekking tot de mededinging. Belangrijke
onderdelen van het economische beleid verschuiven naar Brussel. Tegelijkertijd neemt
het belang van goede lokale voorzieningen
toe. De kwaliteit van het onderwijs, de wetgeving, de infrastructuur en andere omgevingsfactoren kunnen van grote invloed zijn op het
ondernemingsbeleid. Minister Andriessen
geeft aan dat de sturende rol van de overheid
veel aan betekenis heeft ingeboet. De nadruk
van het overheidsbeleid ligt op het scheppen
van voorwaarden waaronder ondernemingen
het beste kunnen gedijen. E. Wever bevestigt
dat de mogelijkheden om de produktieomstandigheden te be’invloeden geringer worden. Tegelijkertijd schetst hij een beeld van verminderende kwaliteitsverschillen tussen produktiemilieus.
Arbeid, kapitaal, technologic en omgeving. In
het proces van strategieformulering vereisen
deze factoren continu de aandacht. De artikelen in deze ESB laten zien dat door de snelle
veranderingen op deze terreinen ook de strategieformulering zelf geworden is tot een proces dat blijvend de aandacht vraagt.

1051