Ga direct naar de content

Lege huls

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 26 1989

Lege huls
Met nieuwe kabinet krijgt te maken met een beperkte
financiele speelruimte. Uit het concept-regeerakkoord
blijkt dat CDA en PvdA, behoudens het ‘bijzondere jaar’
1990, de collectieve-lastendruk niet willen laten stijgen.
Het financieringstekort moet terug naar 3,25% van het
nationaal inkomen. De tijd waarin het noodzakelijk was
om via beleidsombuigingen en harde bezuinigingen het
financieringstekort naar beneden te brengen is echter
voorbij. Gegeven de al in de CPB-prognoses verwerkte
uitgavenstijgingen voor bij voorbeeld defensie en het
Nationaal Milieubeleidsplan en een verwachte economische groei van 2,25% per jaar heeft een regering van CDA
en PvdA nog zo’n / 4 mrd. te besteden boven de uitgaven
bij ongewijzigd beleid.
CDA en PvdAgrijpen deze financiele speelruimte dankbaar aan om de scherpste kantjes van het bezuinigingsbeleid van de kabinetten Lubbers-l en II bij te vijlen. Door
precies midden tussen de gewenste extra uitgaven van
PvdA en CDA door te laveren is er een compromis bereikt
over de besteding van de / 4 mrd. Er komen enkele
honderden miljoenen voor onderwijs, gezondheidszorg,
milieu, bestrijding van de langdurige werkloosheid en voor
de verbetering van de infrastructuur. Voor de koppeling
tussen contractlonen en ambtenarensalarissen en uitkeringen wordt ruim een miljard uitgetrokken. De door de
bezuinigingen meest getroffen beleidsterreinen wordt
hiermee weer enige compensatie geboden.
Dat de / 4 mrd. wordt versnipperd over een grote
hoeveelheid beleidsterreinen wijst er al op dat in het
concept-regeerakkoord een duidelijk toekomstbeeld ontbreekt. Er worden geen duidelijke keuzen gemaakt en
nauwelijks doelen gesteld. Hoe het beoogde kabinet zich
gaat opstellen tegenover de voltooiing van de interne
markt blijft onduidelijk. Door het ontbreken van doelstellingen dreigt het gevaar dat op veel beleidsterreinen
ad-hoc-beslissingen worden genomen en onzorgvuldige
afwegingen worden gemaakt. Bovendien is een duidelijk
toekomstbeeld belangrijk om overheidsactiviteiten van de
grand te krijgen die de economische groei op de lange
termijn moeten waarborgen.
Nu er niet meer bezuinigd hoeft te worden om het
financieringstekort omlaag te brengen, is de neiging groot
het bestaande beleid te houden zoals het is en alleen in
de nieuwe beleidsruimte eigen accenten te leggen. Deze
ruimte ligt echter nog allerminst vast. Een tegenvallende
economische groei, toch nog te laag geraamde uitgaven
voor open-eindregelingen, wel geplande maar nog niet
gerealiseerde ombuigingen en onverwacht hoge uitgaven
als gevolg van de min of meer automatische koppelingen
moeten, gegeven de financiele beperkingen, onmiddellijk
tot bijstelling van het beleid leiden. De kans is groot dat
dan juist het nieuwe beleid het slachtoffer wordt. In de
afgelopen kabinetsperiode is bovendien gebleken dat in
zulke gevallen vooral snel te realiseren en weinig protest
oproepende ombuigingen worden gepleegd, in plaats van
te bezuinigen op de minst zinvolle activiteiten. Een continue afweging tussen bestaand beleid en gewenst nieuw
beleid vermindert dit gevaar. Het voorkomt tevens dat
slecht bestaand beleid te veel prioriteit houdt boven belangrijker nieuw beleid. Net als voor bezuinigen ten bate
van een lager financieringstekort is voor het verleggen
van prioriteiten meer politieke moed nodig dan waarvan
CDA en PvdA nu blijk geven. Als er een gedegen toekomstbeeld achter zit moet het echter aan de kiezers zijn
uit te leggen.
Het ontbreken van een lange-termijnvisie blijkt onder
andere uit het gebrek aan aandacht voor overheidsinvesteringen. Hiervoor worden nu enkele honderden miljoe-

ESB 25-10-1989

nen uitgetrokken, maar ze blijven op een historisch laag
niveau. Overheidsinvesteringen zijn niet alleen een voorwaarde voor economische groei op de lange termijn, maar
maken ook de staatschuld minder belastend voor toekomstige generaties. Wij schepen hen dan niet alleen op met
de (rente-)kosten van onze consumptiedrift, maar stellen
tegenover de kosten ook opbrengsten in de vorm van een
beter opgeleide beroepsbevolking en goede infrastructuur.
Een ander beleidsterrein waar het gebrek aan een
toekomstbeeld zich wreekt is het milieu. De groene groei
krijgt in het concept-regeerakkoord opvallend weinig aandacht. Het Nationaal Milieubeleidsplan wordt uigevoerd,
maar de in het oog springende verkiezingsbeloften over
vergaande COa-reductie worden niet nagekomen. Er
komt slechts een kleine heffing, want anders loopt de
lastendruk te veel op. Een merkwaardige redenering omdat een heffing juist alleen werkt als zij pijn in de portemonnaie veroorzaakt. Alsjede inkomensverdeling niet wil
beihvloeden dan moet je de belastingtarieven aanpassen.
De werkloosheidsbestrijding is een van de weinige
beleidsterreinen die wel is uitgerust met een doelstelling;
elk jaar moeten er 100.000 banen worden gecreeerd. Het
werkgelegenheidsbeleid is ook beter toegerust dan in de
afgelopen kabinetsperiode. Er zijn goede ideeen over de
aanpak van de langdurige werkloosheid. Als jongeren
bovendien niet langer dan een jaar werkloos mogen
blijven, moet nieuwe langdurige werkloosheid grotendeels te vermijden zijn. Net als bij eerder genoemde
beleidsterreinen verschuilt de overheid zich echter in
belangrijke mate achter de sociale partners. De mate
waarin er nieuw beleid kan worden gevoerd en de ambtenarensalarissen en uikeringen aan de lonen kunnen
worden gekoppeld, zijn afhankelijk van een verantwoorde
loonkostenontwikkeling. Het kabinet stelt zich daarmee
wel erg afhankelijk op. Als het er niet in slaagt om via het
enige beschikbare instrument – een verlaging van de
collectieve-lastendruk – de lonen te matigen en de werkgelegenheidsdoelstelling te bereiken, kan de schuld in de
schoenen van de ‘desolidariserende’ sociale partners
worden geschoven.
Vooral de koppeling maakt het nieuwe kabinet afhankelijk van werkgevers en werknemers. Ze vormt een
bedreiging voor de financiele ruimte die CDA en PvdA
zichzelf hebben toebedeeld. Het nieuwe kabinet zou zijn
beleidsvrijheid kunnen vergroten door de suggestie van
vakbondseconoom Vos over te nemen. Een gedifferentieerde koppeling van de ambtenarensalarissen en verder
alleen een koppeling voor langdurig werklozen en arbeidsongeschikten past helemaal niet slecht in het regeerakkoord. Door / 500 mln. te willen besparen met
efficiencyverbeteringen bij de overheid geven de beoogde
coalitiepartners al aan dat zij de arbeidsproduktiviteit niet
overal even hoog inschatten. En als je er op kan vertrouwen dat de werkloosheidsduur beperkt blijft, is een korte
tijd niet meedelen in de groeiende welvaart niet erg.
CDAen PvdA hebben zich bij de formatiebesprekingen
terecht financiele beperkingen opgelegd. Gecombineerd
met een gebrek aan doelstellingen en het afschuiven van
verantwoordelijkheden op de sociale partners leidt dit
echter tot een zorg wekende srtuatie. Het gevaar dreigt dat
het bestaande beleid belangrijk nieuw beleid te veel blijft
overschaduwen en er geen ruimte is om verkiezingsbeloften op hetgebied van milieu, onderwijs en infrastructuur
na te komen. De ‘sociale vemieuwing’ blijft zo een lege
huls.

D.E. Ernste

1041

Auteur