Ga direct naar de content

Wisselkoersbeleid en de kwaliteit van de export

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 9 1993

Handel

een miniem additioneel kostenvoordeel.

Toepassing voor Nederland

Wisselkoersbeleid en de
kwaliteit van de export
De overheid kan met verschillende beleidsinstrumenten bijdragen aan
een opwaardering van de Nederlandse uitvoer. Naast loonmatiging en
subsidiering van onderzoek en ontwikkeling is de sterke gulden hiervoor een krachtig instrument.

De samenstelling van het produktpakket van de Nederlandse Industrie
wordt gezien als een structurele
zwakte van onze positie op de
wereldmarkt. Produkten van de agroen procesindustrie vormen ongeveer
de helft van ons exportpakket. De
traditioneel sterke positie van de
chemische Industrie en de landbouw
zijn daarvoor verantwoordelijk. Met
name de agro- en procesindustrie
staan onder druk van de toenemende
internationale concurrence, stringente milieu-eisen en het EG landbouwbeleid. De lage inkomenselasticiteit
van deze produkten zorgt er voor dat
de afzet nauwelijks stijgt en onttrekt
daarmee groeidynamiek aan de
Nederlandse economie.
De discussie richt zich op het opwaarderen van de industriele produktie,
naar een kwalitatief hoogwaardiger
samenstelling. Hieronder verstaan we
een stijgend aandeel van high techprodukten in de totale industriele produktie ten koste van produkten voortgebracht door de procesindustrie.
Binnen de traditionele Industrie is
een toenemend belang van hoogwaardiger produkten (bij voorbeeld
machines) gunstig, vanwege de toepassingsmogelijkheden van high techprodukten.
Van verschillende kanten worden
beleidsmogelijkheden aangedragen
die een opwaartse herstructurering
van de Industrie bevorderen. Het
voorgestelde beleid is veelal budgettair van aard en varieert in de mate
van interventie. Waar traditioneel
beleid een grote rol aan de overheid
toekent bij R&D-subsidies, infrastructurele investeringen, loonpolitiek en
industriepolitiek, voegt modern
beleid zich naar nieuwe organisatie-

structuren en geeft de markt meer
ruimte1.

Invloed van de wisselkoers
Naast budgettair beleid kan ook monetair beleid, in de vorm van wisselkoersbeleid, bijdragen aan opwaardering van de industriele produktie.
Capel onderscheidt voor de analyse
van dit proces twee soorten goederen; goederen die bij volkomen internationale concurrentie worden verkocht (grondstoffen, intermediaireen basisprodukten) en goederen die
op imperfecte markten worden verkocht (de hoogwaardige, technologisch geavanceerde goederen)2.
Een depreciatie van de nationale
valuta verhoogt de produktiekosten
van de hoogwaardige produkten omdat de kosten van grondstoffen en intermediaire goederen (deels) stijgen.
Afhankelijk van de afzetmarkt wordt
de produktie van geavanceerde goederen in meer (bij produktie voor de
binnenlandse markt) of mindere mate
(bij een buitenlandse afzetmarkt) afgeremd.
Een opwaardering van de produktie wordt gestimuleerd door een appreciatie van de wisselkoers. Een appreciatie verlaagt de produktiekosten
van geavanceerde goederen en zet tegelijk de winstmarges in de exportsectoren onder druk. Dit laatste dwingt
bedrijven innovatief te
ondernemen en resulteert in een
hoogwaardiger produktpakket. Capel
haast zich eraan toe te voegen dat
een appreciatie, in een land met een
comparatief voordeel voor hoogwaardige produkten en een buitenlandse
afzetmarkt, averechts kan werken. In
deze situatie gaat een neerwaartse
druk op de afzetprijzen gepaard met

We zullen bovenstaande theoretische
inzichten toepassen voor Nederland.
Om de invloed van de afzetmarkt te
elimineren, onderzoeken we het verband tussen de wisselkoers en de
samenstelling van de industriele
uitvoer als representant van de industriele produktie. Met Capel veronderstellen we dat de kwaliteit van de
uitvoer positief reageert op een apprecierende wisselkoers. Naast de
wisselkoers bei’nvloeden twee andere
beleidsvariabelen de compositie van
het exportpakket; de loonkosten en
de overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (R&D).
De invloed van de loonkosten is
niet evident. Stijgende loonkosten
leggen een groter beslag op de winstinkomens van bedrijven en verkleinen daarmee de investeringsruimte.
De kwaliteit van de uitvoer wordt in
dit geval negatief be’invloed. Ook kan
een stijgende loonquote substitutie
van arbeid door kapitaal uitlokken,
wat met name de kapitaalintensieve
procesindustrie bevordert.
Volgens een andere invalshoek
wordt de kwaliteit van de uitvoer
positief be’invloed. Een stijging van
de lonen trekt hoogwaardig gekwalificeerd personeel aan en vormt een
stimulans voor de high tech-sector.
Dit argument wordt bij de internationale flexibilisering van de arbeidsmarkt belangrijker.
Overheidssubsidies voor R&D zullen op termijn via toepassingen in het
produktieproces resulteren in een opwaardering van de export.
We schatten de volgende vergelijking:
Exp =
ai + CC2 * NEE + OC3 * W + 04 *RD-4

We veronderstellen dat de nominale
effectieve wisselkoers van de gulden
(NEE), de bruto loonkosten per eenheid produkt (W) en de met vier jaar
vertraagde R&D-uitgaven voor

1. Zie B. Minne, herstructurering van de

Nederlandse industrie, ESB, 2 September
1992, biz. 832-836.
2. J. Capel, Exchange rates and strategic
decisions affirms, Thesis Publishers, Amsterdam, 1993, biz. 135-137.

|}-wetenschappen (RD) de samenstelling van het Nederlandse exportpakket be’invloeden. Voor 13 bedrijfstakken, die samen bijna 80% van de
industriele export voor hun rekening
nemen, zijn de coefficienten geschat,
waarbij Exp staat voor het aandeel
van sector p in de totale uitvoer over

de periode 1975-1992.

Tabel 1. ScbattingsresuUaten van de vergelijking voor bet aandeel in de totale
export van de verscbittende bedrijfstakken, in procenten

Wisselkoers* Loonkosten,b

R&D

Procesindustrie
Olieraffinage
Basischemie
Ijzer en staal
Papier
Dranken en tabak

-0,84d
0,05
-0,07d
0,04d

0,03d

0,6ld
-0,007
-0,02
0,01d
0,02d

-0,22d
-0,lld
-0,03
0,005

0,003

0,85
0,69
0,74

0,87
0,95

Resultaten
Traditionele Industrie

Tabel 1 toont de schattingsresultaten,
waarbij onderscheid wordt gemaakt
tussen de proces-, de traditionele en
de high tech-industrie.

De bijdrage van de procesindustrie
aan de Nederlandse uitvoer neemt bij
een apprecierende wisselkoers van
de gulden per saldo af. Het aandeel
van de olieraffinage en de ijzer- en
staalsector in het exportpakket daalt
onder invloed van een apprecierende
wisselkoers, wat niet gecompenseerd
wordt door relatief stijgende exporten van dranken, tabak en papier. Als
verklaring geldt het geringe aandeel
van de laatste sectoren in de totale
uitvoer, in verhouding tot het aandeel
van de olieraffinage en de ijzer- en
staalindustrie (gemiddeld 3,5% tegenover 20% over de periode 1975 1992). Het verband tussen wisselkoersbewegingen en het uitvoeraan-

Voedingsmiddelen
Textiel
Grafisch
Machines

-0,03
0,03d
0,01d
0,32d

Auto’s en luchtvaart
Instrumenten

Farmacie
Overige fijncheraie

0,10d
0,05d
0,01d
d

0,07

-0,12d

0,04
0,04d
0,002d
0,06d

0,46

0,03d

0,91
0,41
0,91
0,93

0,78

0,94
0,92

-0,008
-0,02
0,001
-0,01

-0,02

0,005d
0,009

a. Nominate effectieve wisselkoers van de gulden (NEE).
b. Bruto loonkosten per eenheid produkt (W).

c. R&D-subsidies voor de Beta-wetenschappen, vier jaar vertraagd (RD-4).
d. Statlstisch significant op 5%-niveau.

vloed van
stijgende lonen op de kwaliteit van
de Nederlandse uitvoer.
R&D subsidies hebben een signifi-

deel van de sector basischemie is niet

cante bijdrage aan de opwaardering

van de Nederlandse uitvoer. De aandelen van de olieraffinage en de
basischemie in de totale uitvoer
(samen ongeveer 25%) dalen. De
uitvoer van drie bedrijfstakken in de
traditionele sector (met een gezamenlijk aandeel van meer dan 18% in de
Nederlandse export) reageert positief
op een verhoging van R&D uitgaven.
Een belangrijke conclusie uit deze
analyse is dat het concurrerend vermogen van de traditionele industrie
kan worden versterkt als er meer middelen voor R&D worden vrijgemaakt.
Zoals verwacht bestaat er een positief verband tussen overheidssubsidies voor R&D en de uitvoer van
high tech-produkten.

Conclusies
In de discussie over de opwaardering
van de Nederlandse industrie moet
de rol van de wisselkoers worden betrokken. Onderzoek wijst uit dat er
een duidelijk positief verband bestaat

loonkosten marktaandeel aan concur-

tussen een apprecierende gulden en

renten uit lage-lonenlanden. De resultaten wijzen op een negatieve in-

de kwaliteit van de Nederlandse export. Het harde gulden beleid van De

ESB 8-12-1993

-0,06d
-0,002

High tech-Industrie

eenduidig.
Het aandeel in de export van industrieen in de traditionele en high techsectoren reageert positief op een
opwaardering van de gulden. Een uitzondering hierop is de voedingsmiddelen sector, waar een stringente
marktregulering handelsstromen relatief ongevoelig maakt voor koersfluctuaties.

De schattingsresultaten bevestigen
voor Nederland de assumptie dat de
kwaliteit van het exportpakket positief reageert op een apprecierende
wisselkoers.
Stijgende loonkosten lijken met
name de export van kapitaalintensieve produkten in de procesindustrie te
bevorderen. Het negatieve verband
tussen de loonkosten en het exportaandeel van de traditionele industrie
is terug te voeren op het vaak arbeidsintensieve karakter van het produktieproces. De traditionele industrie in Nederland verliest bij stijgende

-0,05

Nederlandse Bank vormt daarom een
belangrijke ondersteuning voor een
kwalitatief betere uitvoerprestatie.
Met meer aandacht voor onderzoek
en ontwikkeling kan ons land een rol
blijven spelen binnen de traditionele
industriesector. Een voorwaarde is
echter dat deze sector niet met excessieve loonstijgingen wordt geconfronteerd.

J.-W. van den End
De auteur is werkzaam bij de Nederlandse
Credietverzekering Maatschappij. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Auteur