Ga direct naar de content

Bang in het donker

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 1 1981

;ONOMISCH STATISTISCHE BERICHTEN
Bang in het donker
Verontrustender dan de economische vooruitzichten
zelf begint zo langzamerhand de sfeer te worden die daaromheen wordt opgeroepen. Sinds het verschijnen van de
Macro Economische Verkenningvoor 1981 in September
vorigjaar zijn ons met de regelmaat van de klok steeds grptere onheilen aangezegd en is de toekomst van de economic
steeds zwarter afgeschilderd. Een voorlopig hoogtepunt
werd vorige week bereikt, toen de middellange-termijnprognoses van het Centraal Planbureau (CPB) bekend werden gemaakt. Een half miljoen werklozen in het verschiet,
loonmatiging van 10% niet toereikend, collectieve lasten
rijzen de pan uit, dat waren zo ongeveer de belangrijkste
conclusies die overkwamen. Het leek er zelfs op of men er
behagen in schepte de economische vooruitzichten zo somber mogelijk af te schilderen, net als kinderen die elkaar
met enge verhalen bang maken in het donker.
Natuurlijk valt het niet te ontkennen dat er ernstige problemen zijn in de economic. De conjuncturele inzinking
waarin de economic zich momenteel bevindt is de diepste
die we sinds de tweede wereldoorlog hebben gekend. Daarnaast zijn er structurele problemen die slechts via moeizame en langdurige aanpassingsprocessen tot een oplossing zijn te brengen. Maar dat hoeft nog niet te betekenen
dat er op middellange termijnalleen maar verdere verslechtering mogelijk is. Dat is niet alleen een onjuiste voorstelling van zaken, het is ook een voorstelling waarmee een klimaat van pessimisme wordt opgeroepen dat op zich zelf
zeer nadelig is voor de economic. Wie koopt er nog een huis
als hij alleen maar hoort van matigen en inleveren, en wie
doet er nog een investering als zij n kosten alleen maar kunnen stijgen, terwijl zijn afzetperspectieven dalen?
Het gaat er niet om de economische situatie mooier voor
te stellen dan zij is om op die manier te proberen aan onaangename maar noodzakelijke maatregelen te ontkomen.
Wel moeten we zien los te komen van de bijna religieuze
sfeer van schuld en boete, en van offers brengen om het allemaal weer goed te maken. Daarom moet de aandacht niet
eenzijdig worden geconcentreerd op ongunstige tendenties
in de economic, maar verdienen ook de kansen op herstel
de aandacht, vooral als het gaat om de economische ontwikkeling op middellange termijn. Met name de laatste
maanden worden deze systematise!! onderbelicht in een
collectieve bui van zwartgalligheid.
Allereerst dient te worden vastgesteld dat de huidige internationale economische inzinking voor een belangrijk
deel conjunctureel van aard is. Weliswaar is de inzinking
dieper dan bij voorgaandeconjunctuurbewegingen het geval was en laat het herstel lang op zich wachten, maar er is
geen reden om bij voorbaat aan te nemen dat de conjunctuur niet op een gegeven moment weer wat aan zal kunnen
trekken en dat de dating van produktie en werkgelegenheid
tot stilstand kan worden gebracht. Ook na de eerste oliecrisis in 1973 werd het dieptepunt van de economische inzinking pas na anderhalf a twee jaar bereikt. De internationale economic heeft nu eenmaal een zekere tijd nodig om
zich aan nieuwe prijs- en betalingsbalansverhoudingen
aan te passen. Op dezelfde wijze zijn ookde huidige problemen voor een belangrijk deel nog het gevolg van de forse
olieprijsverhogingen van 1978 en 1979. Internationaal
wordt er echter op gerekend dat zich tegen het eind van dit
jaar of begin volgend jaar een zeker herstel zal kunnen aftekenen.
In de tweede plaats kan erop worden gewezen dat de situatie op de Internationale oliemarkt zich in gunstiger richting heeft ontwikkeld. Hoewel verstoringen zoalsdietengevolge van de oorlog tussen Iran en Irak alt i jd tot de mogelij kheden blijven behoren, is het aanbodtekort thans geheel
verdwenen en zelfs in een overschot omgeslagen. De vraag
is duidelijk op een lager peil beland en uit verschillende
niet-OPEC-bronnen begint het aanbod toe te nemen. Hoewel de olieprijs in de komende jaren reeel nog wel zal kun-

I: ESB 1-4-1981

nen blijven stijgen’, is de kans op plotselinge prijsexplosies
met een ontwrichtende uitwerking op de internationale
economic, thans aanmerkelijk gedaald.
Van veel belang voor het conjuncturele herstel is de
hoogte van de rente. Het ziet ernaar uit dat internationaal
het inzicht veld begint te winnen dat de rentewedloop dient
te worden beeindigd. Wanneer langs de weg van een internationaal gecoordineerde politiek met name in de Verenigde Staten de rentetarieven naar beneden zouden kunnen
worden gebracht, zou dat ook in West-Europa direct positieve effecten hebben. Planbureau-directeur Van den
Beld rekende voor dat een daling van de internationale
rente met 2% na twee jaar de internationale handel met
2,5% zou kunnen doen toenemen en het bruto nationaal
produktmet 1,5%.
In Nederland is aan de jarenlange achteruitgang van de
concurrentiepositie ten gevolge van de relatief snel stijgende loonkosten per eenheid produkt een einde gekomen.
Bovendien is de inflatie hier betrekkelijk laag. Het CPB
verwacht dat onze uityoerdevolumestijgingvande wereldhandel — die op 3,5 a 4% in de komende jaren wordt geraamd — zal kunnen volgen. Daarvan kunnen dan weer
positieve effecten uitgaan op de binnenlandse bestedingen.
Positieye effecten kunnen ook worden verwacht van omvangrijke investeringen in de energiesector. Ook staan aanzienlijke vervangingsinvesteringen voor de deur. Niettemin zou volgens de prognoses van het CPB de investeringsactiviteit van het bedrijfsleven in de komende jaren nog
maar weinig toenemen. Om aan het investeringsherstel wat
meer kracht te geven zou te denken zijn aan gerichte investeringsstimulering zoals b.v. voorgesteld door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Zorgwekkend blijft voorlopig wel de ontwikkeling van
de werkloosheid. Het ziet er niet naar uit dat de verwachte
produktiegroei gepaard gaat met meer werkgelegenheid.
Het vraagstuk van de komende jaren is of de economic
,,robuust” genoeg is om de last van een hoge werkloosheid
en een voortgaande stijging van de collectieve-lastendruk
te dragen zonder in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Herverdeling van beschikbare arbeid zou in zekere
mate verlichting van de problemen kunnen betekenen.
Het is van belang om onder de moeilijke economische
omstandigheden van dit ogenblik het hoofd koel te houden
en niet in de deflatoire valkuil te lopen. Dat de verantwoordelijke bewindslieden daar op dit moment grote moeite
mee hebben bewijst de Nota over de beleidsaanpassingen
in de collectieve sector in 1981 die vorige week door de
minister van Financien is uitgebracht. Daarin wordt een
pakket maatregelen gepresenteerd dat de koopkracht met
3,5% voor de sociale minima tot 5% voor de hoge inkomens
aantast. Daarnaast wordt, ondanks de duidelijk nadelige
effecten daarvan op de werkgelegenheid, op de rijksbegroting zelf f. 600 mln. gesnoeid, omdat dat de snelste manier
is om aan geld te komen zonderdat wetswijzigingen hoeven
te worden afgewacht. Dit alles vanwege de tegenvallers met
betrekking tot het financieringstekort, waarvan de financiering dit jaar naar verwachting overigens geen onoverkomelijke problemen hoeft op te leveren terwijl de monetaire financiering beperkt kan blijven. Het is geen wonder
dat ook van de zijde van het bedrijfsleven deze crisispolitiek
met verontrusting wordt gadegeslagen.
Zonder twijfel staat de economic er niet rooskleurig
voor, maar met zwartgallige verhalen over de economische
toekomst en paniekmaatregelen die geen enkel perspectief
bieden, komt net economische herstel niet van de grond.
Het is zaak gerichte aanpassingsmaatregelen te treffen,
daar waar de economic is scheefgegroeid en op een manier
die de kans op herstel niet bij voorbaat tenietdoet. Dan kan
een krachtige uitgangpositie worden ingenomen wanneer
zich betere tijden aandienen.
L. van der Geest

305

Auteur