Ga direct naar de content

De internationale afhankelijkheid van Nederland is een chefsache

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 9 2025

In de serie Keuzes voor Nederland analyseren economen in aanloop naar de verkiezingen een urgent maatschappelijk probleem en de keuzes die de politiek moet maken.

Het probleem

De afgelopen tijd zien we internationaal een duidelijke opleving in het gebruik van economische macht als politiek dwangmiddel om geopolitieke of economische doelen te bereiken (Clayton et al., 2025), zoals in de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.

Omdat de bevoorradingsketens steeds meer internationaal vervlochten zijn geraakt, zijn asymmetrische afhankelijkheden ontstaan of vergroot. Dit maakt landen steeds gevoeliger voor buitenlandse druk. Nederland is hierin extra kwetsbaar, omdat het sterk internationaal verweven is en nauwelijks grondstoffen, maar vooral finale en intermediaire producten importeert (Miljoenenota, 2024).

Een voorbeeld van zo’n afhankelijkheid is het quasi-monopolie dat China wereldwijd heeft op het delven en verwerken van kritieke grondstoffen. Het land is de grootste producent van zeldzame aardmetalen en veertien andere kritieke grondstoffen die het recentelijk met succes heeft gebruikt om de Verenigde Staten tot een akkoord te dwingen in het eerste grote handelsconflict van Trumps tweede termijn. China heeft ook controle over diverse mijnen in het buitenland, waaronder kobaltmijnen in Congo. Die Congolese mijnen waren twintig jaar geleden nog in handen van westerse bedrijven maar werden, toen de kobaltprijs na de grote financiële crisis scherp was gedaald, aan Chinese bedrijven verkocht (Gulley, 2023).

Inmiddels is de Europese Unie voor een groot deel van China afhankelijk voor kobalt. Nu China de export van kritieke grondstoffen en de technologie om de kritieke grondstoffen te verwerken onderworpen heeft aan exportvergunningen, heeft ook de Europese industrie te kampen met tekorten (van Coevorden, 2025).

Misschien nog wel urgenter dan de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen is die van technologie. Op dit niveau is Nederland enorm afhankelijk van Amerika. Dat bleek recent bijvoorbeeld, toen de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag plotseling niet meer kon inloggen in zijn e-mail nadat Microsoft uitvoering had gegeven aan Amerikaanse sancties tegen het Strafhof (Modderkolk, 2025).

Deze voorbeelden laten zien dat het beperken van de geo-economische afhankelijkheid cruciaal is voor de Nederlandse stabiliteit en autonomie, en de komende tijd dus prominent op de politieke agenda hoort te staan.

De oorzaak

Het vrijemarktkapitalisme botst fundamenteel met het moderne mercantilisme. Een vrijemarkteconomie vertrouwt op open concurrentie, minimale overheidsinterventie en wederzijds voordelige handelsrelaties. Een mercantilistische economie daarentegen streeft naar nationale zelfvoorziening en het beschermen van binnenlandse industrieën, vaak via overheidsinmenging, exportsubsidies en importrestricties.

Het vrijemarktkapitalisme heeft nog geen antwoord op het mercantilisme. Dankzij globalisering konden bedrijven hun activiteiten de afgelopen decennia wereldwijd zo organiseren dat ze profiteerden van de laagste arbeidskosten, de soepelste regelgeving en de laagste belastingdruk. Omdat bedrijven in de westerse aandeelhouderscultuur elk kwartaal winstgevend moeten zijn, zullen bedrijven terughoudend zijn om deze voordelen op te geven uit angst zich uit de markt te prijzen.

Trend

De huidige generatie politici en beleidsmakers is opgegroeid in een tijd van steeds verder toenemende liberalisering en kenmerkte zich door de geleidelijke opheffing van handelsbelemmeringen en ongekende internationale economische samenwerking. De eerste barsten in het tijdperk van hyperglobalisatie kwamen in 2016, toen kiezers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten respectievelijk voor Brexit en Donald Trump stemden.

De Covid-19-pandemie, de Russische invasie in Oekraïne en de herverkiezing van Donald Trump hebben in hoog tempo duidelijk gemaakt hoe afhankelijk Nederland op dit moment is van derde landen voor medische hulpmiddelen, energie, kritieke grondstoffen en big tech. Het einde is nog niet in zicht. China pompt geld in de maaksector om de klap van de vastgoedcrisis te verzachten. De overcapaciteit die hierdoor ontstaat, wordt op de Europese markt gedumpt, te meer nu de Chinese export naar de Verenigde Staten aan het opdrogen is.

Door dergelijke dumping ontstaan nieuwe afhankelijkheden. Europa en Nederland dreigen niet alleen banen, maar ook technologische kennis te verliezen, omdat economische activiteit hier zal verminderen, wat er weer toe leidt dat we voor steeds meer producten afhankelijk zijn van China Zo ontstaat een patroon van dominantie, afhankelijkheid en uiteindelijk kwetsbaarheid aan chantage.

Oplossingen

Hoe moet een vrijemarkteconomie als de Nederlandse zich opstellen in de relatie met een mercantilistische economie? In de eerste plaats moet de vrijemarkteconomie de asymmetrie in de relatie onderkennen. Terwijl een vrijemarkteconomie handelt vanuit het uitgangspunt van vrijetoegang tot markten en eerlijke concurrentie, probeert de mercantilistische economie via actieve staatsinterventie haar economische positie ten koste van de ander te versterken.

Verhouden tot mercantilisme

Die verschillende benadering leidt tot onevenwichtige handelsrelaties waarin de vrijemarkteconomie vaak een open markt biedt, maar zelf stuit op barrières en preferentiële behandeling van binnenlandse producenten aan de andere kant. Dit zagen we bij China al vanaf de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 en zien we ook bij de Verenigde Staten sinds de invoering van de Inflation Reduction Act in 2022. Het is van cruciaal belang om de spelregels te doorgronden en te erkennen dat wederkerigheid niet (langer) vanzelfsprekend is.

In de tweede plaats moet een vrijemarkteconomie zich verdedigen tegen oneerlijke mededingingspraktijken door gebruik te maken van instrumenten zoals antidumpingmaatregelen, compenserende heffingen bij staatsgesubsidieerde producten en tijdelijke importrestricties. Deze maatregelen zijn geen uitdrukking van protectionisme maar beschermen een vrijemarkteconomie tegen mercantilistische praktijken die het speelveld fundamenteel ongelijk maken.

In de derde plaats moet een vrijemarkteconomie actief onderhandelen over bilaterale of multilaterale handelsverdragen. Deze verdragen kunnen bindende afspraken omvatten over markttoegang, investeringsbescherming, bescherming van intellectueel eigendom en een mechanisme voor geschillenbeslechting. Door het opstellen van duidelijke regels, kan de vrijemarkteconomie druk uitoefenen op de mercantilistische economie om haar markten te openen.

In de vierde plaats moet een vrijemarkteconomie haar handelsstrategie baseren op internationale samenwerking met gelijkgezinde landen en daar zoveel mogelijk handelsverdragen mee sluiten. Zo worden bedrijven in staat gesteld om hun bevoorradingsketens te diversifiëren waardoor de vrijemarkteconomie beter beschermd is tegen de economische druk die een mercantilistische handelspartner mogelijk uitoefent.

Tot slot moet een vrijemarkteconomie die geconfronteerd wordt met mercantilistische tegenspelers de eigen economische basis versterken door te investeren in strategische sectoren en te streven naar circulariteit. Door de concurrentiekracht van de binnenlandse economie te vergroten en de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen te verminderen, neemt de afhankelijkheid van buitenlandse markten af én wordt de onderhandelingspositie sterker.

Ambtelijke taskforce strategische autonomie

Op het gebied van grondstoffen zijn de eerste maatregelen genomen. Op Europees niveau is er de European Critical Raw Materials Act en in Nederland is het Materialen Observatorium opgericht. Beide initiatieven moeten erop toezien dat de internationale afhankelijkheid op dit vlak beperkt wordt.

Om daar concreet werk van te maken, moet het nieuwe kabinet een ambtelijke taskforce instellen die rechtstreeks rapporteert aan de minister-president. Internationale afhankelijkheid omvat aspecten van verschillende departementen waardoor het dossier niet bij een ministerie kan worden ondergebracht. Bovendien vergt het dossier een afruil tussen de verschillende beleidsdoeleinden, die niet goed passen binnen een departement omdat die zichzelf vaak als belangenbehartiger ziet. Omdat de oplossingen grotendeels op Europees niveau moeten worden gezocht, is het ook denkbaar om een taskforce op Europees niveau in te stellen.

De urgentie die wordt gevoeld om de internationale afhankelijkheid van Nederland te reduceren kan ertoe leiden dat de druk toeneemt om andere normen (bijvoorbeeld ecologische of sociale) te versoepelen. Het kabinet zou die verleiding moeten weerstaan. Om Winston Churchill te citeren die, toen hem werd gevraagd de financiering van de kunsten te verlagen ten gunste van de oorlogsinspanning, beweerdelijk antwoordde: ‘Waar vechten we dan nog voor?’

Literatuur

Clayton, C., M. Maggiori en J. Schreger (2025) Putting economics back into geoeconomics. NEBR Working Paper 33681, DOI 10.3386/w33681.

Coevorden, L. van (2025) Tekort aan Chinese zeldzame aardmetalen brengt wereldwijde industrie in gevaar. BNR, 19 mei.

Gulley, A. L. (2023) China, the Democratic Republic of the Congo, and artisanal cobalt mining from 2000 through 2020. PNAS, 120(26), e2212037120.

Miljoenennota (2024) Miljoenennota. Te vinden op www.rijksfinancien.nl.

Modderkolk, H. (2025) Techbedrijf aan de leiband van Trump – Kan Nederland nog wel zonder Microsoft? De Volkskrant, 20 mei.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie