Ga direct naar de content

Referenda

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 25 1998

Referenda
Aute ur(s ):
Butter, F.A.G. den (auteur)
Hoogleraar Algemene economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de WRR.
Ve rs che ne n in:
ESB, 83e jaargang, nr. 4145, pagina 243, 27 maart 1998 (datum)
Rubrie k :
Prikkel
Tre fw oord(e n):
politiek, democratie

Het besturen van een gemeente is tegenwoordig vrijwel ondoenlijk. De mondige burgers hebben op iedere beslissing wel wat aan te
merken en men kan het ze nooit allemaal naar de zin maken. Neem het gemeentebestuur in ons dorp. Dat besloot om een ‘half-pipe’ of zoiets – voor skateboards aan te leggen. De jeugd had erom gevraagd, en voor oudere bewoners is zo’n voorziening van belang omdat
het de jeugd van de straat houdt. Nu zijn er in het dorp verschillende plaatsen waar een skateboardbaan neergezet kan worden. Het
gemeentebestuur heeft na veel wikken en wegen besloten de baan in een plantsoentje in één van de woonwijken te plaatsen.
Maar zo’n baan geeft de omwonenden overlast. Het haalt de jeugd niet uit hun straat. Integendeel. Het gevolg is een
handtekeningenactie en een scherp protest van de omwonenden. Het gemeentebestuur is hiervoor uiteindelijk gezwicht. Vervolgens is
een andere plaats aangewezen, maar de reputatie van de wijze waarop het bestuur op een protest van omwonenden reageert, was
inmiddels gevestigd. Het vervolg laat zich raden: voorlopig geen skateboardbaan.
Een dergelijke NIMBY-problematiek doet zich veelvuldig voor. Het is inherent aan het aanwijzen van een locatie voor voorzieningen met
een collectief of semi-collectief karakter, zoals ontsluitingswegen, asielzoekerscentra, tippelzones of discotheken, die overlast – en dus
welvaartsverlies – veroorzaken. Volgens mij kan een bepaald type referendum een uitweg bieden. Mooi meegenomen is dat referenda in
sommige politieke kringen als een goed democratisch instrument worden opgevat. Maar dan moet het om een ander soort referenda gaan
dat ooit eens in Leiden is gehouden. Daarbij was de vraag of de cafés later mogen sluiten. De meeste Leidenaren zullen van een latere
sluitingstijd geen last hebben of er misschien zelfs wel baat bij hebben, en vóór stemmen. Voor de relatief kleine groep van omwonenden
van de cafés betekent dit echter veel extra overlast. Daarom acht
ik dergelijke, zogenaamd democratische referenda volstrekt misplaatst. Indien er geen rechtsbescherming zou bestaan, zou men immers
even goed ‘democratisch’ kunnen besluiten dat een meerderheid zich geld en goed van een minderheid mag toeëigenen. Hetzelfde geldt
voor het argument dat bestuurders vaak gebruiken bij besluiten over de locatie van overlast veroorzakende voorzieningen, namelijk dat
de gemeenteraad er in meerderheid mee heeft ingestemd en dat het dus een ‘democratisch’ genomen besluit is. Dat getuigt van een
misvatting over democratische besluitvorming.
Mijn voorstel voor referenda die in deze NIMBY-problematiek een oplossing kunnen bieden, houdt juist rekening met de
welvaartsverschuivingen die dergelijke bestuurlijke beslissingen binnen de gemeente te weeg brengen. Deze verschuivingen dienen te
worden gecompenseerd. Het idee is dat de gemeente bij iedere locatiebeslissing van enige importantie een referendum houdt. Dit is met
de moderne communicatie- en informatietechniek goedkoop en eenvoudig te organiseren. Bij zo’n referendum wordt dan iedere
stemgerechtigde burger gevraagd welk bedrag hij over zou hebben voor aanleg van de voorziening en voor welk bedrag hij
gecompenseerd zou willen worden indien de voorziening in de onmiddellijke, nader aan te geven, omgeving van de eigen woning zou
worden aangelegd. Wanneer de gemeente de gevraagde en geboden bedragen van alle deelnemers aan het referendum kent, kan
berekend worden op welke plaats de voorziening tegen het laagste compensatiebedrag kan worden aangelegd, en in hoeverre dit bedrag
opweegt tegen de toegezegde bijdragen in de kosten van de voorziening. Natuurlijk moet de gemeente bij zo’n referendum niet van
tevoren bekend maken aan welke mogelijke locaties voor de voorziening wordt gedacht.
Een variant is dat op voorhand is besloten dat een bepaalde voorziening wordt aangelegd, zodat alleen naar compensatiebedragen wordt
gevraagd. Om in zo’n referendum tot een eerlijke compensatieprijs te komen, moet wel aan de deelnemers van het referendum worden
duidelijk gemaakt dat de compensatiebedragen via de gemeentelijke belasting dienen te worden opgebracht. Het is in die zin een variant
op de eerste vorm, dat de bijdrage aan voorziening nu voor alle burgers gelijk is (bij een vast belastingbedrag) of naar draagkracht wordt
verrekend.
Naar mijn mening vormt dit type referendum met een veiling van de overlastkosten van (semi-)collectieve voorzieningen een goede
democratische middenweg tussen Pigou en Coase 1. Hopelijk zijn burgers zo mondig dat ze bij het referendum de juiste bedragen weten
te noemen. Misschien kan in een volgend stadium in het compensatiesysteem rekening worden gehouden met mogelijke externe effecten
(uitstralingseffecten) van de voorziening buiten de Gemeente. Zo zou de skateboardbaan in ons dorp voor een deel uit landelijke gelden
betaald kunnen worden aangezien in de toekomst wellicht na Cyntha Boersma (volleybal) en Axel Koenders (triatlon) ook skateboarders
uit ons dorp in hun sport de wereldtop zullen halen. De bijdrage van zo’n sportsucces aan het oranjegevoel kan als positief extern effect
worden beschouwd

1 Zie E.E.C. van Damme, De andere kant van de medaille , ESB, 20 februari 1998, blz. 139.

Copyright © 1998 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl)

Auteur