Ga direct naar de content

Local Initiatives

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: maart 2 1983

Local Initiatives
Een nieuwe aanpak van het regionale stimuleringsbeleid
DRS. F. W. M. BOEKEMA* – DRS. L. H. J. VERHOEF**

De economische recessie en de steeds stijgende werkloosheid stellen niet alleen de centrale
overheid voor problemen, ook lokale en regionale overheden worstelen met de vraag wat zij
kunnen doen om de plaatselijke bedrijvigheid te stimuleren. In dat verband trokken onlangs de
pleidooien voor het invoeren van belastingvrije zones (D-zones) de aandacht maar aan het
instellen van dergelijke zones kleven vele bezwaren. Betere mogelijkheden lijken z.g.
plaatselijke ondernemingsinstituten te bieden waarmee in het Verenigd Koninkrijk gunstige
ervaringen zijn opgedaan. In deze instituten werken plaatselijke bedrijven, banken, regionale en
lokale overheden, Kamers van Koophandel e.d. samen om de bedrijvigheid in de regio te
bevorderen. De instituten worden gekenmerkt door een informele, onafhankelijke en praktische
werkwijze. In dit artikel worden de ontwikkeling, de werkwijze en de resultaten van de Engelse
..local initiatives” besproken. De auteurs zijn van mening dat ook voor het Nederlandse regionale
en lokale stimuleringsbeleid een dergelijke aanpak mogelijkheden biedt.

Inleiding
De economische recessie en de nog steeds stijgende werkloosheid stellen de overheid voor bijzonder grote problemen. Een effectieve aanpak en bestrijding van de crisis lijkt nauwelijks meer
mogelijk en de overheid schijnt niet meer goed opgewassen tegen
de in omvang uitdijende problematiek. De problemen tekenen
zich nog scherper af in het licht van de drastische bezuinigingsmaatregelen. Deze zijn een rechtstreeks gevolg van de hoge prioriteit die de politick aan het reduceren van het begrotingstekort
toekent. Daardoor kan een krachtig werkgelegenheidsbeleid onvoldoende uit de verf komen. Hoewel het ene na het andere kabinet schermt met nieuwe werkgelegenheids- of banenplannen,
is vooralsnog het aantal arbeidsplaatsen dat verdwijnt veel groter
dan het aantal nieuw gecreeerde banen. In zo’n situatie is de verleiding groot om met nieuwe instrumenten te experimenteren 1).
Voorts bestaat het gevaar dat veel zinnige wetten en regelingen
al te rigoureus worden aangepakt en afgebroken. De van veel
kanten geuite roep om deregulering bevat al duidelijke signalen
in die richting 2).
Toch is het niet zo verwonderlijk dat de overheid zo moeizaam
met de maatschappelijke problematiek overweg kan. De overheid is voor een meer adequate en effectievere crisisbestrijding
aangewezen op de samenwerking met het bedrijfsleven en andere
maatschappelijke organisaties en instituties. Een succesvol beleid is alleen dan mogelijk wanneer structuren tot stand komen
waarbinnen dergelijke samenwerkingsverbanden kunnen worden geeffectueerd. In dit artikel zullen we de filosofie, het concept, de werkwijze en de perspectieven van een dergelijk instituut uitvoerig bespreken. We doen dit aan de hand van de in
Groot-Brittannie in het leven geroepen ,,local enterprise agencies”, ,,local enterprise trusts” en ,,Business in the Community”, te zamen de ,,local initiatives”.
Definitie
Een goede Nederlandse benaming voor,,local enterprise agency” is niet eenvoudig te geven. Wellicht dekt de omschrijving
..lokaal en regionaal ondernemingsinstituut” 3) nog het beste de
lading. Een ,,local enterprise agency” is een instituut waarin de
(lokale en/of regionale) overheid, het bedrijfsleven, (eventueel)
ESB 2-3-1983

het bankwezen en de bestaande ondernemingsorganisaties (met
name de Kamer van Koophandel) nauw samenwerken. Centrale
doelstelling is het verbeteren en versterken van de regionale en
lokale sociaal-economische structuur. Dit krijgt vooral gestalte
door het scheppen van arbeidsplaatsen door oprichting van
nieuwe (innovatieve) kleine bedrijven. De regionale aanpak, de
actieve en substantiele participatie van verscheidene maatschappelijke actoren en de neutrale en onafhankelijke 4) positie van
het instituut en de sterke gerichtheid op de hulpverlening aan
het (beginnende) kleinbedrijf zijn de belangrijkste kenmerken.
In de praktische uitwerking zijn grote verschillen te constateren. Bij de bestaande agencies, kunnen we grofweg een viertal typen onderscheiden:
— een structuur waarbij een aantal bedrijven op een of andere
wijze nauw gelieerd zijn met de plaatselijke of regionale Kamer van Koophandel 5);
— een structuur waarbij bedrijven geassocieerd zijn met een of
meer lokale overheden 6);
— een structuur waarbij sprake is van een samenwerking tussen
bedrijven en een onderwijs- (en onderzoek)instelling 7);
— een structuur waarbij een stichting in samenwerking met de
lokale overheid en gesteund door enkele bedrijven een bedrijfsadviesbureau runt 8).
* Wetenschappelijk medewerker bij de Vakgroep Regionale Economic en
Economische Geografie van de Katholieke Hogeschool Tilburg.
** Eveneens verbonden aan bovenvermelde vakgroep; tevens werkzaam
bij de Rijksdienst voor de Usselmeerpolders.
1) Bij voorbeeld de ,,Enterprise Zones”, in Groot-Brittanie, en de T-zones in Belgie. De invoering van D-zones in ons land is voorlopig van de
baan.
2) Met name de bepleite deregulering in de milieuwetgeving is illustratief.
3) Een andere omschrijving zou kunnen luiden:,,lokaal en regionaal bedrijvencontactpunt”. De toevoeging regionaal is wenselijk, gezien de
werkingssfeer van het agency.
4) Hoewel medewerkers van bedrijven, banken en Kamers van Koophandel voor bepaalde tijd aan het instituut verbonden zijn, blijft er sprake
van een geheel onafhankelijke status.
5) Voorbeelden: de London Enterprise Agency (Lenta), Leeds Business
Venture, Birmingham Venture en Aid to Bristol Agency.
6) Voorbeeld: Business Link in Runcorn.
7) Voorbeeld: de Agency Teeside is nauw verbonden met het Teeside Polytechnic.
8) Voorbeeld: ARC in Islington vertoont deze structuur.
201

Bij het oprichten van een agency is het van cruciaal belang om
niet zonder meerde bestaande typen te copieren. Immers, elk gebied kent zijn eigen problemen en potenties, en de mogelijkheden, belangen en interessen van de gevestigde bedrijven zullen

van geval tot geval varieren. Voordat de verschillen in organisatiestructuur en doelstellingen nader worden besproken. gaan we
eerst in op het ontstaan van de filisofie achter de ,,local initiatives”.
Historic

De geschiedenis van de ,,local initiatives” heeft haar kiem in
het begin van de jaren zeventig liggen. Toen ontstonden min of
meer spontane samenwerkingsverbanden tussen het bedrijfsleven en lokale overheden om de toenemende werkloosheid en

verpaupering tegen te kunnen gaan in de oude industriele centra.
De achterliggende filosofie bij deze spontane ontwikkelingen was
dat een succesvol regionaal stimuleringsbeleid gericht diende te
zijn op de (ontwikkelingswaardige) potenties. Hierbij kan men
onder meer denken aan een goede infrastructuur, goede onderwijsvoorzieningen, een aantrekkelijk woon- en recreatiemilieu,
een evenwichtige arbeidsmarkt enz. en de mogelijkheden en
middelen die bij en in het bedrijfsleven schuilen.
In het noorden van Engeland ontstond in 1973 het eerste samenwerkingsverband. Op initiatief van een particuliere ondernemer werd in cooperatie met de plaatselijke overheid het local
enterprise agency ,,Enterprise North” opgericht 9). Het belangrijkste doel was ondernemers in spe te stimuleren door onder andere advisering en hulpverlening. Deactiviteiten leverden al snel
successen op doordat het ene na het andere nieuwe bedrijfje uit
de grond werd gestampt.
In andere regie’s werden als reactie hierop ook dergelijke samenwerkingsverbanden opgericht. Zo kwam in de omgeving van
Liverpool de St. Helens Trust tot stand. De economic van de
stad St. Helens en haar omliggende regio, steunde voor een groot
deel op de glasindustrie Pilkington. De technologische vooruitgang en de economische recessie zorgden in korte tijd voor een
dramatische stijging van het (regionale) werkloosheidscijfer.
Doordat de plaatselijke overheid en het regionale bedrijfsleven,
onder aanvoering van Pilkington Glass, de handen ineen sloegen
orrt de problemen te lijf te kunnen gaan, konden vele nieuwe arbeidsplaatsen geschapen worden. In het bijzonder jonge, beginnende ondernemers werden met adviezen en hulpverlening in
het zadel geholpen.
Steeds meer regie’s gaven de wens te kennen ook over dergelijke instituties te willen beschikken. Dit had een zekere wildgroei tot gevolg. Diverse gebieden gingen op ad-hoc-basis eigen
structuren bedenken en een beleid voeren. In de loop van de jaren zeventig werd de noodzaak om tot coordinate en begeleiding
van de plaatselijke initiatieven te komen steeds sterker gevoeld.
Het aantal efficient werkende samenwerkingsverbanden bleef

beperkt. Als verzamelnaam werden de termen ,,Local Enterprise
Agency” en ,,Local Enterprise Trust” gekozen.
Een meer planmatige en gestructureerde aanpak ontstond aan
het eind van de jaren zeventig. Zo werd in 1977 een studiedaggeorganiseerd over een nieuwe aanpak van het regionaal sociaaleconomisch beleid 10). In datzelfde jaar forceerde Shell een
doorbraak, doordat een topmanager in een openbare lezing de

rol van de grote onderneming ten opzichte van het kleinbedrijf
onderstreepte 11). Bij beide gelegenheden kwam men tot eensluidende conclusies: grote bedrijven zijn in hoge mate gebaat bij
gezonde (regionaal) sociaal-economische structuren en dienen
een fundamentele verantwoordelijkheid te dragen voor de sociaal-economische situatie van de samenleving. De specifieke rol
en het belang van het midden- en kleinbedrijf kwam hierbij in
het middelpunt van de belangstelling te staan. Voorafgaand aan
genoemde ontwikkelingen hadden enkele grote bedrijven al op
eigen initiatief dergelijke activiteiten ontplooid.
Grote bedrijven maken bij de hulpverlening onderscheid tussen activiteiten gericht op het kleinbedrijf in het algemeen, activiteiten voor individuele kleine ondernemers en activiteiten
ten behoeve van de regio. Voor de eerstgenoemde categoric hebben veel grote bedrijven een zogenaamde ,,Small Business Unit”
gecreeerd. Zo’n afdeling heeft grofweg twee functies: in de eerste
202

plaats een intern gerichte functie. die inhoudt dat men de bedrijfsactiviteiten mede afstemt op de behoeften van de kleine ondernemer. De Small Business Unit van Shell heeft er bij voorbeeld voor gezorgd dat kleine ondernemers in ieder geval binnen
de afgesproken termijn werden betaald. Dit lijkt een marginale
stap, maar voor de kleine ondernemer kan het van levensbelang
zijn. Verder is de toegankelijkheid van Shell vergroot door het
organiseren van meetings voor kleine ondernemers, wanneer er
grote projecten moesten worden uitbesteed. Onderdelen hiervan
kunnen vaak ook door kleine ondernemingen worden uitgevoerd. De externe activiteiten bestaan uit het verrichten van studies en het verzorgen van publicaties ten behoeve van regionale
ontwikkeling of het kleinbedrijf.
De hulp aan individuele bedrijven wordt over het algemeen
niet rechtstreeks verleend, maar door de local enterprise agency,
die ook door andere bedrijven kan worden ingeschakeld. Voor de
hulp aan regie’s wordt eveneens gebruik gemaakt van deze instituties. Het opzetten van deze organisaties wordt door een overkoepelende instantie ,,Business in the Community” uitgevoerd.
De coordinatie tussen deze organisaties en de grote bedrijven
verloopt ook via de Small Business Units. Het psychologisch effect van deze actieve aanpak van Shell was dermate groot dat
vele andere grote bedrijven het voorbeeld gingen volgen 12).
Business in the Community

De oprichting van Business in the Community was vooral een
gevolg van de groeiende behoefte om de hulpverlening door het
grote bedrijfsleven te coordineren, te structureren en te stroomlijnen. Enerzijds was er de aanwassende stroom verzoeken van
regie’s om zelf local enterprise agencies op te richten, terwijl er
anderzijds sprake was van een forse toename in de bereidheid
van grote bedrijven om op enigerlei wijze substantiele bijdragen
te leveren aan het regionale werkgelegenheidsbeleid. Deze twee
polen dienden door een nieuwe structuur beter op elkaar afgestemd te worden. De behoefte aan een soort intermediair in de
vorm van een local enterprise agency, leek daartoe het meest geeigend.
De rol van het grote bedrijfsleven op landelijk niveau kreeg gestalte in de in 1981 opgerichte organisatie Business in the Community 13). De belangrijkste doelstelling van dit door enkele
grote bedrijven gesponsorde instituut was het begeleiden en
coordineren van de stroom verzoeken uit de regie’s om local enterprise agencies op te zetten. Dat het instituut Business in the
Community zijn waarde bewezen heeft, blijkt uit het grote aantal agencies dat onder zijn hoede tot stand is gekomen. Momenteel opereren in het Verenigd Koninkrijk meer dan honderd local enterprise agencies met veel succes.
Tot slot nog dit. Aanvankelijk stond de vakbeweging uiterst
argwanend tegenoverde ontwikkelingen. Thans is haar houding
rigoreus veranderd. De bereikte resultaten bewerkstelligden een
zeer positieve houding van de vakbonden.
De opzet van een local enterprise agency

Hierboven is al terloops aangegeven dat het opzetten van een
local enterprise agency sterk gericht moet zijn op de specifieke
lokale en regionale omstandigheden. Een agency van gemiddeld
niveau bcstaat doorgaans nil ecu staf a n ca. 3 a 5 personen.

9) In 1977 ontstond een intensieve samenwerking met de Business School
van de Durham University.
10) Deze studiedag was georganiseerd door IBM en Urbed.
11) Deze lezing staat bekend als ,,The Ashridge Lecture” onder de titel

,,Morejobs, a small cure fora big problem” doorC. C. Pocock. Overigens
is het een publiek geheim dat de overheid grote druk heeft uitgeoefend —
met name op de oliemaatschappijen – om nu maar eens iets voor de samenleving (terug) te doen, na al die jaren met enorme winsten.
12) De druk van de overheid speelde hierbij zeker een rol. Andere grote
bedrijven in dit verband zijn BP, Marks & Spencer, IBM, Whitbread,
United Biscuits, Pilkington Glass, BAT enz.
13) Het initiatief voor de oprichting van dit overkoepelend orgaan was
genomen door Sir Alastair Pilkington en werd gesteund door enkele grote
bedrijven en banken en de overheid.

waarbij de exploitatielasten voor rekening van de geassocieerde
bedrijven, banken en lokale overheid komen.
Wellicht kunnen we aan de hand van een voorbeeld — de London Enterprise Agency (Lenta) — een en ander nader toelichten.
Lenta is nauw gelieerd en geassocieerd met de Londense Kamer
van Koophandel, die naast het beschikbaar stellen van kantoorruimte ook twee van haar medewerkers op uitleenbasis 14) ter

belangstelling voor deze cursussen is groot 18);
— verkoop(bevordering). Diverse activiteiten kunnen met steun
van het agency georganiseerd worden zoals beurzen, tentoonstellingen, exportservice-diensten en bedrijvencontactendagen 19);
— omgering en milieu. Ook bij het verbeteren van het sociale
en fysieke milieu kunnen ondersteunende activiteiten uitge-

beschikking van het local enterprise agency stelt. De staf van dit

voerd worden met name ten behoeve van de binnensteden.

(grote) agency bestaat uit zeventien man, van wie er acht op uitleenbasis door verscheidene grote bedrijven zitting hebben 15).
De lokale overheid 16) geeft onder meer financiele steun. Vanuit
de bankwereld worden naast financiele middelen ook ervaren
managers op ,,secondee-basis” ter beschikking gesteld.
De voordelen van het secondee-systeem werken in twee richtingen. Het enterprise agency krijgt gratis de beschikking over ervaren en deskundige managers, de door donorbedrijven uitgeleende — doorgaans jonge en ambitieuze — managers krijgen
een geweldige training en praktijkervaring, omdat zij dagelijks
worden geconfronteerd met alle mogelijke problemen van (klei-

Dit laatste kan gestalte krijgen door als commissionair te fungeren bij binnenstedelijke projecten, door het opzetten van
lokale ,,Small Firms Centres” 20).

Voordat we de fundamenten van de succesformule blootleggen, presenteren we eerst enkele cijfers die de bereikte resultaten
illustreren.
Bereikte resultaten

ne) bedrijven. Met name de banken onderkennen dit voordeel

De resultaten die door toedoen van de local enterprise agen-

terdege en waarschijnlijk ligt hierin mede de oorzaak van de populariteit van het secondee-systeem.
Vorengaande stemt geheel overeen met het theoretisch concept van een local enterprise agency: bedrijfsleven, banken, lokale of regionale overheid en een bestaande hulporganisatie (Kamer van Koophandel) opereren vanuit een structuur die een integrale, systematische en gecoordineerde aanpak van de problemen mogelijk maakt. Andere structuren komen ook voor, maar
de actieve betrokkenheid van het bedrijfsleven en de lokale overheden is een steeds terugkerende gemeenschappelijke factor.

cies tot op heden zijn behaald, laten een uiterst positief beeld
zien. Opgemerkt moet nog worden dat niet alle resultaten in harde cijfers kunnen worden uitgedrukt. In sommige gevallen zijn
de effecten van de diverse maatregelen niet of nauwelijks te me-

ten. Zo zijn de concrete effecten van beurzen, bedrijvencontactenmarkten en dergelijke nauwelijks op een betrouwbare manier
te traceren. Wel zijn er indicaties te vinden die aangeven dat er
sprake is van bijzonder positieve effecten en resultaten 21). De
evaluaties van de gehouden cursussen geven illustratieve voorbeelden.
De deelnemers aan de diverse cursussen beoordeelden deze in

overgrote meerderheid als bijzonder positief. Over het algemeen
Wat doet een local enterprise agency?

In principe kunnen de taken van een agency velerlei zijn. De
praktijk wijst uit dat de taken grotendeels specifiek gericht worden op de problemen van het kleinbedrijf en de startende ondernemers. Maar daarnaast zijn er nog andere doelgroepen die door
het local enterprise agency ,,bewerkt” kunnen worden. Aan de
hand van de taken en werkzaamheden van Lenta zullen we deze
zaken nader uitwerken 17). De belangrijkste taken zijn de volgende:
— advisering. Deze taak heeft een groot gewicht als het gaat om
mensen die overwegen om een eigen bedrijf te beginnen en bij
hen die al begonnen zijn maar gerichte hulp zoeken. Doorgaans kan de algemene advisering door de stafleden van het
agency worden verstrekt, en in veel gevallen kan specifieke
advisering geschieden door het inschakelen van (gratis) experts uit de geassocieerde sponsorbedrijven. De adviesfunctie
vindt hoofdzakelijk toepassing op de volgende probleemvelden;
— management en financiering. Zaken als: hoe regel ik mijn financiering, hoe bereid ik mijn cash-flow-prognose voor, welke ondernemingsvorm kies ik, welke rol speelt de accountant? enz. zijn veel voorkomende vragen. Het local enterprise

agency zal zich echter nooit bemoeien met de normale commerciele beslissingen of professionele diensten aanbieden. Zo
kan wel hulp worden geboden bij het voorbereiden van een
transactie met een bank, maar zal nooit controle van de boeken plaatsvinden;
— uitvindingen. Als onderdeel van de technische hulpverlening
worden technische adviezen verstrekt;
— marketing. Het opstellen van contracten, verkoopcondities
en leveringsvoorwaarden leiden in veel gevallen tot problemen voor de startende ondernemers;
— huisvesting. Dit aspect vormt een essentieel probleem voor
de kleine ondernemer. De advisering kan zich richten op lea-

se- en huurcontracten en het opsporen van kleinschalige,
goedkope en geschikte huisvestingfaciliteiten;
— training en scholing. Een opleiding die voorziet in een vol-

doende zakelijk en commercieel niveau, kan mislukkingen
voorkomen en een wezenlijke bijdrage leveren aan een succesvolle onderneming. Diverse faciliteiten worden door de
agencies aangeboden ten behoeve van cursussen waarbij de
belangrijkste ondernemingsproblemen aan bod komen. De
ESB 2-3-1983

was men van oordeel dat de deelname aan de cursus een belangrijke ruggesteun betekende voor. en een hechtere basis bood bij
het opzetten en verder ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten.
Voor een kleine minderheid van de participanten leidde het volgen van de cursus tot de overtuiging dat men beter (nog) niet met
de voorgenomen plannen kon starten, aangezien de onderbouwing van het ondernemingsplan te zwak bleek of de uitvoering
op te veel onoverkomelijke problemen zou kunnen stuiten. Door
het volgen van de cursus werden deze ondernemers in spe behoed
voor een valse start en/of een toekomstige teleurstelling of faillissement.

Harde cijfers over de resultaten van het ,,Bedrijfsrelatiebureau” kunnen evenmin geboden worden 22), maar ook in dit geval zijn de signalen zonder meer hoopgevend.
In tegenstelling tot de zojuist genoemde resultaten, kunnen
andere resultaten wel in eenduidige en harde cijfers worden uitgedrukt 23). We zullen daarbij enkele agencies centraal stellen.
Een van de oudste local enterprise agencies — de St. Helens

14) Dit systeem staat bekend als het ,,secondee-system” en is erg populair in Groot-Brittannie. De volledige kosten van de werknemer zijn voor
rekening van het donor-bedrijf. Na afloop van de uitleentermijn gaat de
werknemer weer terug naar zijn oorspronkelijke bedrijf.
15) Bij Lenta hebben 11 grote bedrijven zich verplicht om jaarlijks

£ 20.000 ten behoeve van de exploitatie van dit agency te betalen.
16) In dit geval de Greater London Council en de Borrough (stadswijk).

17) Gegevens ontleend aan London Enterprise Agency, Annual Report
1982.
18) Bij Lenta hebben ruim 300 deelnemers een eursus gevolgd.
19) Voorbeelden: ,,Meet the buyers”, Small firms — big ideas” en ,,Can
you make it?”.

20) Voorbeelden: Tower Hamlets Centre for Small Business, Lambeth
Business Advisory Service, Wandsworth Business Resource Service en
Hammersmith and Fulham Business Resource Limited.
21) Tijdens een door Lenta georganiseerde beurs, waar kleine bedrijven
in contact konden komen met de inkoopafdelingen van grote bedrijven,
werd al tijdens de beursdagen voor vele miljoenen omgezet. Dit was de

beurs ,,Can you make it?”.
22) Deze activiteit van Lenta staat bekend onder de naani,,Marriage-Bureau” en heeft als doelstelling om ondernemers (met verschillende vaardigheden en eapaciteiten) aan elkaar te koppelen tot levensvatbare samenwerking.
23) Gegevens van de Inner Cities Division van het Department of Environment.

203

Trust in een regie met 200.000 inwoners in de buurt van Liverpool — creeerde in de eerste twee jaar van haar bestaan meer dan
1.000 banen door oprichting en uitbreiding van enkele honderden bedrijven. Daarnaast werden vele honderden clienten met
adviezen geholpen. Het in de Londense wijk Islington gelegen local enterprise trust ARC bood in het eerste jaar aan 151 clienten
hulp, terwijl dat aantal al in het tweede jaar was opgelopen tot
437. Een vergelijkbare spectaculaire groei laten nagenoeg alle
agencies zien, en het ziet er naar uit dat deze ontwikkeling zich
in de toekomst verder zal voortzetten. Door toedoen van de local
enterprise trust in Leeds werden binnen 10 maanden maar liefst
34 bedrijven opgericht en waren enige tientallen in een planfase.
De agencies Runcorn en Birmingham hebben elk in de beginfase
ca. 400 bedrijven in het zadel geholpen. Bij de Kirklees-and-Wakefield Venture Trust werden in het eerste jaar 160 volledige banen in nieuwe bedrijven gerealiseerd.
Tot slot van dit overzichtje geven we enkele van de opmerkelijke resultaten van Londense enterprise agency Lenta. Gedurende de eerste tweeeneenhalf jaar van haar bestaan zijn enige duizenden algemene adviezen en ca. 700 gedetailleerde adviezen
verstrekt. Met hulp en steun van Lenta zijn meer dan 200 bedrijven opgericht. Hiervan hadden 83 bedrijven al in de eerste anderhalf jaar ruim 1.100 arbeidsplaatsen opgeleverd c.q. behouden. Sinds de oprichting van Lenta hebben vele duizenden mensen deelgenomen aan de voorlichtingsdagen voor startende ondernemers en de weekendcursussen telden meer dan 300 deelnemers. De concrete resultaten van het Lenta Marriage-Bureau en
de inkoopbeurs kunnen minder exact worden weergegeven 24).
Ronduit spectaculair is de bemoeienis van Lenta met de Whitbread-affaire. Sluiting van een filiaal van dit drankenconcern
bracht een verlies van ongeveer 600 arbeidsplaatsen met zich.
Een intensieve en gerichte acquisitiecampagne van Lenta bij andere bedrijven leverde maar liefst een dubbel aantal arbeidsplaatsen op. De probleemsituatie was omgedraaid; er waren
meer arbeidsplaatsen dan gegadigden, zodat er een werving van
personeel in plaats van arbeidsplaatsen moest worden uitgevoerd.

aanzet tot sanering in de wildgroei van hulpverleningsinstanties
een feit geworden.
De informele en onafhankelijke aanpak blijkt onder meer uit
het feit dat de drempelvrees die velen bij bureaucratische overheidsinstanties voelen, bij de agencies veel geringer blijkt te zijn.

Bij de agencies ARC en Business Link komt het informele karakter sterk tot uiting in de gekozen huisvesting, namelijk een winkel waar mensen vrij kunnen binnenwandelen. De onpartijdig-

heid en vooral het vertrouwelijke karakter worden met de grootst
mogelijke omzichtigheid in acht genomen.

Het overgrote deel van de adviesverlening is gratis. De adviseurs worden volledig betaald door de donorbedrijven. Voor
deelname aan de cursussen moeten de cursisten wel een kleine
bijdrage betalen en hetzelfde geldt voor de deelname aan beurzen, tentoonstellingen en de bedrijvencontactendagen.
De regionale en lokale invalshoek heeft als directe consequentie dat men het agency gaat identificeren met de plaatselijke gemeenschap. Door hun participatie aan het agency geven de lokale en regionale bedrijven en overheid duidelijk aan dat zij wat
voor hun regie willen doen. Dit geldt met name in die regie’s
waar bedrijven gedwongen zijn arbeidsplaatsen te schrappen.
Overigens moet in dit verband worden vermeld dat het ook voor
bedrijven ,,aantrekkelijk” is om in een agency te participeren.
Het gedwongen laten afvloeien van personeel kost veel tijd en
geld (moeizame onderhandelingen met vakbonden). Door participatie in de agency wordt niet alleen goodwill gekweekt, maar •
ook een duidelijke daad gesteld (voor de getroffen regio). De
maatschappelijke verantwoordelijkheid van de bedrijven wordt
dan ook sterk op de proef gesteld.
Het succes van veel agencies blijkt in sterke mate afhankelijk
te zijn van het enthousiasme, de inzet, persoonlijkheid en deskundigheid van de managers en de overige stafleden. De lokale
verbondenheid is een wezenlijk element voor het laten slagen
van de aanpak van het agency. Bij secondees speelt nog mee, dat
de betrokken werknemers door de verwachtingen van de donorbedrijven, zullen trachten zich geheel waar te maken.
Organisatie en opzet

De sleutel tot het succes

Bovenstaande resultaten liegen er niet om. Opgemerkt moet

Hierboven zijn al enige opmerkingen over de opzet van een
agency gemaakt. Een goede organisatorische opzet is een eerste

nog worden dat de geschiedenis van de agencies nog maar zeer

aanzet tot het succes. De minimale bezetting moet er als volgt

recent is en er al meer dan 100 in het Verenigd Koninkrijk functioneren. De komende jaren kunnen dus nog veel perspectieven
bieden. Het is interessant om de achtergronden van de behaalde

uitzien: in de eerste plaats is er een full-time manager, bij voorkeur een met veel bedrijfservaring, persoonlijkheid en overtui-

successen nader te analyseren.
Het succes van de local initiatives kan worden toegelicht aan

gingskracht. Daarnaast moet een secretaris aanwezig zijn.
Voorts dient minimaal een professioneel geschoolde hulpverlener deel van het team uit te maken. Veel van de gewenste en

de hand van enkele sleutelbegrippen:

noodzakelijke deskundigheid kan via de sponsorbedrijven wor-

— de lokale en/of regionale invalshoek;

den binnengehaald. Voor de huisvesting kan geschikte kantoor-

— de actieve participatie van overheid, bedrijfsleven en de be-

ruimte worden gehuurd of ruimte door de sponsors beschikbaar
worden gesteld 25).

staande hulporganisaties;
— de informele, onpartijdige, onafhankelijke en vertrouwelijke
werkwijze.

De bijdragen van de sponsorbedrijven kunnen in diverse vormen gestalte worden .gegeven: door overdracht in contanten,

door het beschikbaar stellen van accomodatie, faciliteiten en
Doordat de agencies worden bemand door experts op commer-

voorzieningen en door het voor bepaalde tijd uitlenen van eigen

cieel, zakelijk, technisch, juridisch en industrieel gebied, en zij

werknemers (het secondee-systeem). In veel gevallen krijgen de

bovendien ten alien tijde kunnen terugvallen op het (communicatie)netwerk en de deskundigheid van de sponsorbedrijven,

bijdragen van de participerende bedrijven vorm in een combinatie van genoemde factoren.

kunnen nagenoeg alle aangedragen problemen worden getackeld.
Dit kenmerk wordt op zich door velen als de grootste kracht van
het instituut aangemerkt. Er is hier immers geen sprake van een
nieuwe hulpverlenende instantie naast de vele reeds bestaande,
maar meer van een coordinerende organisatie die efficient gebruik kan maken van de potenties van vele bedrijven, organisaties en instellingen. Bovendien kan het agency snel betrokkenen

Het toezicht op de agencies wordt in veel gevallen uitgeoefend
door een comite bestaande uit vertegenwoordigers van de participerende deelnemers in het local enterprice agency. Slechts enkele bijeenkomsten per jaar zijn voldoende. De manager vervult

mobiliseren en de juiste personen en instellingen inschakelen
dank zij het aanwezige netwerk van relaties.

ook hierbij een belangrijke sleutelfunctie.

Ten einde effectief te kunnen functioneren is het van belang
dat het local enterprice agency een legale status krijgt. Er zijn
verscheidene rechtsvormen mogelijk zoals een naamloze ven-

Door de regionale en/of lokale invalshoek heeft men beter
zicht op de problemen en (on)mogelijkheden om oplossingen te

bewerkstelligen. Een bijkomend voordeel is de grotere affiniteit
en motivatie van de mensen om zich in te zetten voor de regio.
Door de participatie van verscheidene partijen die voor de on-

dernemer van belang zijn, is een gecoordineerde en integrate
aanpak van de problemen mogelijk. Voorts is de noodzakelijke
204

24) De beurs ,,Can you make it?” trok in april 1982 3000 kleine ondernemers en 50 grote bedrijven aan.

25) Lenta is gehuisvest in kantoorruimte van de Kamer van Koophandel.
In Leeds heeft een van de sponsors ruimte beschikbaar gesteld, ARC en
Business Link zitten in ruimten die door grootwinkelbedrijven ter beschikking zijn gesteld.

nootschap (met borgstelling) zonder aandelenkapitaal 26), een

Beide figuren illustreren dat het kleinbedrijf kan worden be-

stichting27) of als (juridisch) onderdeel van een Kamer van
Koophandel 28).

schouwd als een belangrijke factor bij de creatie van werkgelegenheid. Het (regionaal) sociaal-economisch beleid dient zich
daarvan rekenschap te geven. Het is daarbij dan wel van belang
dat het beleid in sterke mate gericht wordt op het aanboren en

Het midden- en kleinbedrijf

uitbuiten van de aanwezige potentie.

Het jaar 1983 is in international verband uitgeroepen tot het
jaar van het midden- en kleinbedrijf. Binnen de Europese Gemeenschap is aan elk der lidstaten een specifiek aspect van het

midden- en kleinbedrijf toegewezen. Voor Nederland zou met
name de startende ondernemer een speciaal accent dienen te
krijgen.
Vanwaar deze sterke belangstelling voor deze sector? Algemeen is men van oordeel dat het economisch herstel van ons
land en de overige landen primair zal moeten komen van het
middelgrote en vooral van het kleine bedrijf. De helft van de

Diverse initiatieven ter bevordering van nieuwe bedrijvigheid
zijn de laatste jaren ter hand genomen 30). Een van de grootste
bezwaren die in het merendeel van de gevallen aan de uitgevoerde projecten kleefde, was het particle, incidentele en ad-hoc
karakter van de meeste maatregelen, met andere woorden, zij
waren niet ingebed in een groter structureel geheel. Daardoor
bleef de effectiviteit van de meeste beleidsmaatregelen uiterst beperkt. De opzet, structuur en werkwijze van een local enterprise

agency komen in hoge mate tegemoet aan de hier gesignaleerde
bezwaren.

nieuwe banen wordt nl. gecreeerd in kleine nieuwe ondernemin-

gen. Deze arbeidsplaatsen kosten gemiddeld f. 28.000 aan risicokapitaal, en f. 72.000 aan vreemd vermogen. Gemiddeld levert
een nieuw bedrijf vier arbeidsplaatsen op.
Tussen 1978 en 1980 zorgden 40.000 nieuwe bedrijven voor

Local enterprise agencies in Nederland?

Het verdient naar onze stellige overtuiging aanbeveling om het
concept van de ,,local initiatives” (local enterprise agency/trust

120.000 nieuwe banen (in 1980: 15.000 starters met 60.000 ba-

en Business in the Community) — die in het Verenigd Konin-

nen). Per jaar zou het aantal startende bedrijven minstens
30.000 moeten bedragen, zodat meer dan 125.000 arbeidsplaatsen zouden kunnen worden geschapen. Figuur 1 geeft het aantal

Figuur 1. Nieuwe gecreeerde arbeidsplaatsen naar ouderdom

krijk zo succesvol blijken te zijn — ook in ons land te introduceren. Door middel van lokale initiatieven kunnen veel tot voor
kort ongebruikte mogelijkheden worden aangeboord. In feite is
alles aanwezig om concrete uitvoering op korte termijn te kunnen realiseren. De overheid heeft in het verleden meermalen
blijk gegeven van haar bereidheid medewerking te verlenen bij

van de onderneming. 1978-1980

het van de grond brengen van nieuwe initiatieven. Sterker nog,

mutaties weer in de periode 1978-1980 29).

Aantal
ondernemingen

Nieuwe
ondernemingen

Aantal gecreeerde
arbeidsplaatsen

40.000
119.000

–.^
Ondernemingen die

de gehele periode

hebben bestaan
(met meer dan 500
werknemers)

Ondernemingen die
de bedrijfsvoering
hebben beeindigd en
bedrijven met meer
dan 500 werknemers

23.000
170.000
/

-193.000

40.000

In figuur 2 wordt tot uitdrukking gebracht dat de werkgelegen-

heid in 1980 vergeleken met die in 1970 alleen voor- in dit geval
industriele – bedrijven met minder dan 50 werknemers een groei
laat zien.
Figuur 2. Aantal arbeidsplaatsen naar bedrijfsomvang, 1970 en
1980 (in arbeidsjaren x 1.000)

met name lagere overheden laten zich gemakkelijk in de verleiding brengen om onrijpe en zelfs ongewenste instrumenten en
beleidsstrategieen aan te grijpen en uit te voeren. De discussies

en het lobbyen met betrekking tot de D-zones zijn hiervan een
duidelijk voorbeeld.
Ook de bestaande hulpinstanties en belangenorganisaties laten een verhoogde activiteit zien als het gaat om het entameren
van beleid gericht op de startende ondernemer 31). Ten slotte geven verscheidene initiatieven van (grote) bedrijven aan dat ook
in het bedrijfsleven een verantwoordelijkheid gevoeld wordt
voor de sociaal-economische problematiek 32). Dat hierbij tevens eigen belangen meespelen leidt geen twijfel, maar is geen
bezwaar.
Het grote bezwaar van de ad hoc-politiek kan ondervangen
worden door bepaalde kaders te scheppen. De Britse voorbeelden leveren aangrijpingspunten op. Een basisvoorwaarde moet
zijn dat verscheidene grote bedrijven zich achter de filosofie stellen. Vervolgens zal het bedrijfsleven samen met de overheid en
bestaande organisaties (met name de Kamers van Koophandel)
het concept in de praktijk moeten brengen.

Eerder in deze beschouwing hebben we er al voor gepleit dat
dit het beste langs twee wegen kan geschieden. Op nationaal niveau zou een organisatie als Business in the Community door
grote bedrijven en de overheid kunnen worden opgericht. Bege-

leiding en coordinate van de op te richten local enterprise agencies in de regie’s zijn de belangrijkste taken. Op regionaal en lokaal niveau kunnen tegelijkertijd lokale en regionale overheden,

Per bedrijf
aantal werkzame

gesteund door het (plaatselijke) bedrijfsleven en, bij voorbeeld,

personen

Aantal
bedrijven
500 en meer
230

26) Bij voorbeeld: St. Helens, Runcorn en Park Royal.
27) ARC b.v. is een industriele stichting.
50-499

2.600

28) Bij voorbeeld Leeds, Lenta en Birmingham.

29) Gegevens ontleend aan Start en vernieuwing, rapport RCO.
30) Bij voorbeeld oprichting van Bedrijvencentra, diverse starterscursussen, innovatiebevordering enz.

24.600

Minder dan 50
Totale aantal
arbeidsplaatsen

‘ESB 2-3-1983

1.156

965

31) Enkele voorbeelden: Wordje eigen werkgever (VNO-NooTd); Werkboek Een eigen bedrijf beginnen, ,,Dag van de ondernemer” en Eigen
baas zijn.
32) Bij voorbeeld het door Philips gesponsorde Philips Job-Creation Project.

205

de Kamer van Koophandel participeren in een op te zetten local
enterprice agency. Deze activiteiten hoeven grote bedrijven er
niet van te weerhouden om zelf ,,Small Business Units” op te
zetten.
Enkele belangrijke punten roepen we nog even in herinnering.

ook zelf veel efficienter gaan functioneren.
Wij kunnen en moeten in ons land lering trekken uit de Britse
ervaringen. Naar onze vaste overtuiging is het de hoogste tijd om
de hier gepresenteerde instituten ook in Nederland te introduceren. Dat moet met medewerking van de diverse partijen zonder

Het draagvlak voor, en het initiatief tot het oprichten van een

noemenswaardige problemen mogelijk zijn. Een oproep aan het

agency meet uit de regio komen. Sponsorbedrijven moeten bereid zijn hulp te verlenen en toegankelijk zijn tot op het hoogste
niveau. De adviesverlening dient (in principe) gratis, informed
en vertrouwelijk te zijn. Het agency mag zich onder geen beding

bedrijfsleven is hierbij op zijn plaats. Als we de komende jaren
niet willen blijven steken in theoretische verhandelingen over
banenplannen enz. ligt hier een concreet aangrijpingspunt.
Een land dat zo’n belangrijke positie meent te moeten toekennen aan de plaats en toekomst van haar industrie, moet alles in
het werk stellen om die plaats waar te maken. Een ,,ondernemende” aanpak, met een fundamentele rol van het bedrijfsleven

gaan bezighouden met de normale gangbare commerciele praktijk. Hike agency dient zich te richten op de (specifieke) problemen en potenties van haar eigen regio en niet trachten een succesvolle opzet van elders zonder meer te copieren.

daarin, past geheel bij de traditionele aard van Nederland als een
natie van handel en bedrijvigheid. Een gezamenlijke bestrijding

van de crisis met een ruime mate van ondernemingslust kan volSlotbeschouwing

Hoewel de Britse ,,local initiatives” nog pas een zeer recente
historic hebben, zijn de behaalde resultaten tot nu toe erg goed
te noemen. De belangrijkste kracht — het efficient aanwenden
van de (ongebruikte) potenties van het bedrijfsleven — is ge’mstitutionaliseerd op een zodanige wijze dat bestaande organisaties
en instanties niet alleen een belangrijke bijdrage leveren, maar
206

doende perspectieven voor de toekomst bieden 33).

Frans Boekema
Leo Verhoef

33) Op 9 juni a.s. zal aan de Katholieke Hogeschool Tilburg een Internationale studiedag over local initiatives worden gehouden.

Auteurs