Ga direct naar de content

Beter af met de fles?

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 9 1981

Ingezonden

reiniging en de arbeidsomstandigheden
bij een verbrandingsoven zijn verre van
ideaal met als gevolg een hoog ziekteverzuim. Bij afvalscheidingsinstallaties
geeft het kartonnen pak, vanwege de

polyetheencoating, een papierfractie

Beter af met de fles?
J. KOLPA*

Inleiding
In ESB van 6 december 1981 publiceerden de Keren F. Christen en L. Nagelsmit van de Vereeniging voor Zuivelindustrie en Melkhygie’ne een artikel
over de voor- en nadelen van eenmalige
en meermalige verpakking van melk. De
statiegeldfles biedt geen duidelijke voordelen op het gebied van milieu, energie
en werkgelegenheid, aid us de schrijvers.
Zij achten het dan ook onverstandig
wanneer de overheid de kartonnen melkverpakking zou gaan verbieden. De Vereniging Milieudefensie, die onlangs samen met de Nederlandse Melkhandelaren Organisatie (NMO) de actie ,,Pak de
fles” startle, bestrijdt deze mening. De
melkfles verdient wel degelijk de voorkeur, zowel uit het oogpunt van milieu
en energie, als om motieven van werkgelegenheid.

Milieu-aspecten
Wegwerppak vergroot afvalstroom
Christen en Nagelsmit stellen dat de
voordelen van de retourfles uit milieuoogpunt niet geheel duidelijk zijn. De
Vereniging Milieudefensie wil er echter
op wijzen dat de massale omschakeling
van retourfles naar wegwerppak die de
laatste jaren heeft plaatsgevonden, een
vergroting van de afvalstroom teweeg
heeft gebracht. En dat terwijl iedereen
(uitgezonderd bovengenoemde heren)
van mening is dat er juist moet worden
gestreefd naar het voorkomen van afval.
Zo nam de Tweede Kamer op 1 november 1979 met ruime meerderheid de
motie-Lansink (CDA) aan, waarin een
beperking van de afvalproduktie als
doelstelling van het milieubeleid werd
aangemerkt 1). Injuni 1980 publiceerde
het weekblad Intermediair een themanummer over hergebruik van materialen, waarin alle grote politieke partijen
zich krachtig uitspraken v66r verkleining van de afvalstroom en tegen wegwerpverpakking. ,,De burgermoet ,,antiwegwerpbewust” gemaakt worden”, aldus Erica Verkerk-Terpstra (VVD) in
Intermediair 2). De retourfles, die (zo
ESB 16-12-1981

blijkt uit onderzoeken 3)) circa 55 maal
wordt gebruikt, vormt de concrete belichaming van het zo in brede kringen gewenste beleid van vermindering van afvalstromen en hergebruik van materialen.
Het aandeel van de kartonnen melkverpakking in de jaarlijkse afvalstroom
van 3,61 mln. ton is ca. 0,7%. Christen en
Nagelsmit doen voorkomen alsof het
niet zinvol is om veel ophef te maken
over relatief zo weinig afval. Maar het op
zich niet zo hoge percentage van 0,7% wil
nog niet zeggen dat er daarom niets aan
gedaan moet worden. Immers, plastic
melkverpakking, wegwerpblik, eenmalige bierflesjes enz., allemaal hebben ze
slechts een gering aandeel in de afvalstroom. De fabrikanten van deze produkten kunnen allemaal wel zeggen:
,,Ach, dat beetje afval dat ik veroorzaak, is zo erg nog niet!” Maar bij elkaar
vormen alle wegwerpverpakkingen wel
meer dan een kwart van de totale afvalberg. Het geringschatten van het eigen
aandeel in de vervuiling is erg populair,
maar zo komt men natuurlijk nooit tot
een oplossing van het milieuprobleem.

waarvan alleen papiersoort van inferieure kwaliteit te bereiden is. Kortom,
welke methode van afvalverwerking men

oolc toepast, het is onjuist te zeggen dat
het melkkarton nauwelijks problemen
veroorzaakt.
Achter de conclusie van Christen en
Nagelsmit dat melkverpakkingen niet
veel bijdragen tot vorming van zwerfvuil
kan men een vraagteken zetten. Volgens
een onderzoek uit de VS bestaat zwerfafval voor ca. 90% uit wegwerpverpakkingen 6). In Amsterdam wordt jaarlijks
200.000 m3 zwerfvuil van de straten geveegd door uit belasting betaalde reinigingsmensen 7). De kosten van het verwijderen van zwerfafval waren in 1974al
f. 500 per ton en sindsdien zijn die kosten
sterk gestegen 8). Voorts stellen Christen
en Nagelsmit dat het probleem van het
zwerfvuil niet te wijten is aan de verpakking maar aan de mentaliteit van de bevolking. Uiteraard speelt de mentaliteit
een grote rol, maar het wegwerppak bevordert de wegwerpmentaliteit terwijl
met de retourfles een milieuvriendelijke
mentaliteit wordt gestimuleerd. Immers,
miJieubewust gedrag wordt direct met
klinkende munt beloond. Beide heren
menen verder nog dat uit oogpunt van
volksgezondheid glas problemen oplevert. Uit ,,een Zweeds onderzoek”
(welk?) maken zij op dat in een zomer
25.000 mensen gewond raakten als gevolg van glasscherven. Zij verzuimen
echter te vermelden dat deze verwondingen voornamelijk te wijten zullen zijn geweest aan eenmalig (wegwerp)glas terwijl de vraagstelling juist was: eenmalige
kartonverpakking of de meermalig te
gebruiken retourfles.

Afvalverwerking: problematisch
De kartonnen melkverpakking vergroot het afvalaanbod. Verwerking van
afval veroorzaakt veel problemen. Het
melkpak kan, in tegenstelling tot wat
Christen en Nagelsmit beweren, niet biologisch worden afgebroken. Aan beide
zijden van het karton bevindt zich een
dun laagje kunststof (de polyetheencoating) en in sommige gevallen ook aluminium. Dit verhindert dat het melkpak
kan worden gecomposteerd. Een onlangs verschenen rapport van het Produktschap voor Zuivel onderschrijft deze conclusie 4). Storten, een andere
methode van afvalverwerking, wordt algemeen als ongewenst beschouwd, al
was het alleen uit het oogpunt van ruimtebeslag. Bovendien wordt er door te
storten geen enkele bijdrage geleverd aan
het terugwinnen van materialen. Over
vuilverbranding is men in het algemeen
ook niet erg enthousiast 5); het is duur
(kosten tot f 130 per ton, exclusief het
ophalen), het veroorzaakt luchtveront-

* De auteur studeert economic aan de Uniyersiteit van Amsterdam en werkt als vrijwilliger
bij de Vereniging Milieudefensie.
1) Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15800,
hoofdstuk XVII, nr. 21.
2) J. Vorst en J. Willems, In de ban van de
kring, themanummer over het mogelijke hergebruik van materialen, Intermediair, nr. 24,1
3juni 1980, biz. 34.
3) Bos e.a., Mono-ofretourverpakking voor
melkprodukten, Universiteit van Amsterdam,
Interfaculteit Milieukunde, maart 1981, biz. 7.
4) Produktschap voor Zuivel, Melkverpakkingen milieu, Rijswijk, mei 1981, biz. 19.
5) J. W. A. Lustenhouwer en J. C. van Weenen, Vuilverbranding doetstof opwaaien, Natuuren Milieu, februari 1981, biz. 4-10.
6) H. Flapper e.a., Statiegeld de wereld in,
om te beginnen in Nederland, Rijksuniversiteit Utrecht, interfaculteit milieukunde, oktober 1981, biz. 38.

7) Gemeente Amsterdam, voorlichtingsbrochure, Samen wonen en samen werken, biz. 2.
8) H. Flapper e.a., op. cit., biz. 39
1247

Grondstoffen

Wat betreft het grondstoffenaspect
kan worden gesteld dat het wegwerppak
beslag legt op twee relatief schaarse
grondstoffen: hout en aardolie (ten behoeve van poleytheencoating), die bovendien gei’mporteerd moeten worden
(nadelig voor de betalingsbalans). Toegegeven, in veel landen vindt herbebossing plaats, maar lang niet altijd in voldoende mate. Bovendien veroorzaakt
het wegwerppak een constante stroom
van materie van houtproducerende ge-

Christen en Nagelsmit dat uit milieu-

verpakt in eenmalige verpakking (ca. 1,1

oogpunt de voordelen van de retourfles

mrd. liter), te vermenigvuldigen met de
extra kosten die, bekeken over de gehele
bedrijfskolom boer-consument, toe. te
rekenen zouden zijn aan de retourfles:

niet geheel duidelijk zijn, is o.i. dan ook

niet juist.
Water- en energie-aspecten

De verpakking van melk in flessen
vraagt minder water en energie dan de
verpakking in karton. In 1976publiceerde het Instituut TNO voor Verpakking
een onderzoek naar het water- en ener-

gieverbruik van de diverse verpakkings-

bieden richting vuilnisbelten en afvalver-

vormen 11). In deze studie worden alle

werkingsinstallaties bij de bevolkingsconcentraties. Het in zo’n brede kring
aangehangen uitgangspunt van kringloop van grondstoffen wordt door het
wegwerppak doorkruist. De grondstoffen voor glas zijn voornamelijk zand,

factoren met betrekking tot water- en
energieverbruik meegewogen. Ook de
extra water- en energiebehoeften voor
spoelen en transport zijn erbij inbegre-

zout en kalksteen. Deze zijn zeker niet

schaars, maar toch is ook hier zuinigheid
geboden. Met de glazen retourfles, die
zo’n 55 maal gebruikt wordt, is die zuinigheid gewaarborgd, vooral als de fles
na breuk in de glasbak terecht komt.

Vervuiling bij de produktie van de

verpakking

pen. Uit dit TNO-rapport blijkt dat een

mln. liter melk, verpakt in glazen retourflessen, 1.610m3 water vroeg als men veronderstelde dat de fles 55 maal werd gebruikt. Werden de flessen tien maal gebruikt, dan was het waterverbruik
2.040 m3. Dit is nog altijd aanzienlijk
minder dan het waterverbruik van het

kartonnen pak per een mln. liter melk:
2.240 tot 4.480 m3, afhankelijk van de gebruikte techniek. Dit waterverbruik is zo
hoog omdat de kartonfabricage nogal
wat water vergt. Globaal kan men zeggen dat het waterverbruik van het pak
1,1 tot 2,8 maal zo groot is als dat vande
fles.

Christen en Nagelsmit benadrukken
de vervuiling die bij de produktie van
glas ontstaat. Hoewel er bij de glasfabricage zeker verontreiniging optreedt, kan
men dit maar voor een gering deel op
rekening van de retourfles schrijven.
Deze wordt immers ca. 55 maal gebruikt
en legt daarom maar een relatief gering
beslag op de totale glasproduktie. Het
wegwerpglas legt een aanzienlijk groter
beslag op de hoeveelheid geproduceerd
glas 9). De vervuilingsargumenten van
Christen en Nagelsmit zijn dus veel meer

lijke taal. De 55 keer gebruikte retourfles
vraagt dertien ton olie-equivalenten, de
tien maal gebruikte fles 34 ton (cijfers

op de wegwerpfles van toepassing dan op

het waterverbruik van pak en fles. Wat

de retourfles.
Bij de produktie van karton, nodig
voor het pak, treedt een ernstige watervervuiling op. Zo loost de pulpindustrie
veel lignine, een stof die niet afbreekbaar
is en ook niet door middel van zuiveringsinstallaties uit het water kan worden gehaald. Hoewel het moeilijk valt te
bewijzen, is het frappant dat veel zeehonden sterven in de omgeving van pulpfabrieken (in de Botnische Golf ten gevolge van Zweedse en Finse pulpfabrie-

Ook ten aanzien van het energieverbruik spreken de cijfers van TNO duide-

weer per 1 mln. liter melk). Het pak vergt

49,5 ton olie-equivalenten en komt dus
duidelijk als het energie-onvriendelijkst
uit de bus. Christen en Nagelsmit geven
in hun artikel geen enkel gegeven over
betreft het energieverbruik noemen zij
alleen gegevens uit een Zweedse publikatie en verzwijgen zij de gegevens van het
TNO. Bovendien, als men uitgaat van
een 55 maal gebruikte retourfles, dan
kan men ook uit de cijfers die Christen en
Nagelsmit noemen de conclusie trekken
dat de retourfles energievriendelijk is.
Al met al is het zeker niet overdreven
uit het bovenstaande op te maken dat de
eenmalige verpakking meer energie en

11,5 cent per fles. Dit bedrag wordt door

ons sterk in twijfel getrokken. Zo is er
kritiek mogelijk op de onderzoeken
waarop dit bedrag is gebaseerd, dient
men acht te slaan op inverdieneffecten
ten gevolge van extra werkgelegenheid,
en meet men een recent onderzoek van
melkhandelarenorganisatie NMO erbij

betrekken. Voorts kunnen enige kanttekeningen worden geplaatst bij de opmer-

kingen van beide heren over ruimtebeslag en kapitaalvernietiging.
1. Christen en Nagelsmit namen ge-

noemde 11,5 cent over uit een nota van
het Produktschap voor Zuivel, die op
haar beurt weer putte uit gegevens van
M. Langenburg (die geheim zijn) en van
het Centraal Bureau Levensmiddelenbedrijf (CBL). Nu circuleren er twee
CBL-onderzoeken, een uit 1980 en een

anderuit 1981 12). Het eerste onderzoek
is gebaseerd op een enquete onder 14 be-

drijven; wel een erg gering aantal op een
totaal van 14.000 verkooppunten van
melk. Daar komt bij dat het CBL de gemiddelde kosten heeft berekend door gebruik te maken van een rekenkundig in
plaats van een gewogen gemiddelde. Dit
geeft een vertekening van 1,61 cent per

fles in het nadeel van het retoursysteem,
zoals is aangetoond door Utrechtse onderzoekers 13). Bovendien is de sprei-

ding in de verkregen resultaten erg groot,
varierend van 4,61 cent tot 16,15 cent.

Overigens heeft de directie van het CBL
al verklaard het te betreuren dat de uitkomsten van dit onderzoek zo vaak
worden gebruikt. Het CBL acht zich er
ook niet verantwoordelijk voor 14).
Het tweede CBL-onderzoek is helaas
niet openbaar en valt daarom niet te con-

troleren aan de hand van de verzamelde
gegevens perbedrijf. Dejuistheidvandit
rapport kan worden betwist. Zo zijn

sommige posten wel erg hoogopgevoerd
(men ging bij voorbeeld uit van huisves-

tingskosten van f. 200 per m2, terwijl

f. 50 per m2 realistischer zou zijn ge-

weest). Voorts kan men vraagtekens zet-

water verbruikt dan de retourverpak-

ken, in de Waddenzee ten gevolge van
pulpfabrieken langs de Rijn, Wisconsin
in de VS) 10). De papierfabricage gaat
verder nog gepaard met stank, veroorzaakt door zwavelverbindingen. Hoewel
wordt getracht het milieuprobleem bij de
papier- en pulpproduktie op te lossen, is
het de vraag of deze pogingen op korte
termijn succes zullen hebben, en of de
nieuw ontwikkelde milieuvriendelijke
produktiemethoden in de praktijk ook
zullen worden toegepast.
Wij menen uit het bovenstaande te

De heren Christen en Nagelsmit beweren dat overschakeling van eenmalige
naar retourverpakking de consument
f. 120 a f. 140 mln. zou gaan kosten. Dit
wordt door de Vereniging Milieudefensie

kunnen afleiden dat de eenmalige melk-

betwist. Hetbedragvanf. 120af. 140mln.

handeling van retowemballage in de detailhandel in levensmiddelen, Centraal Bureau
Levensmiddelenbedrijf, Den Haag, 1980;
Centraal Bureau Levenmiddelenbedrijf, Extra kosten behandeling retouremballage, Den

verpakking schuldig is aan een vrij
ernstige milieuvervuiling. De stelling van

berekenen Christen en Nagelsmit door
de afzet van melk- en melkprodukten,

13) H. Flapper e.a., op. cit., biz. 50.
14) Idem, biz. 51.

1248

king.
9) Idem, biz. 16, 34 en 35.

Economische consequenties

10) Vereniging Milieudefensie, Kringlooppapier, Amsterdam, najaar 1978, biz. 21.

Consumentenkostenprijs

milieu, deel II: Praktijkvoorbeeld melkver-

11) A.G. Hofman, Relatie kunststoffen-

pakking, Instituut TNO voor Verpakking,
Delft, augustus 1976.
12) M. van Lansveld, Onderzoek naar de be-

Haag, januari 1981.

ten bij de representativiteit. Op te merken valt dat waarschijnlijk het Aholdconcern (fel tegenstander van het retoursysteem) in de steekproef ten behoeve
van dit onderzoek zat, en met haar grote

dacht. Echter, met de in ontwikkeling

aantal verkooppunten een onevenredig

zijnde ,,roll in container” voor flessen

zware druk op de resultaten heeft gelegd.
Daar komt bij dat de kans bestaat dat

nieuwe arbeidsplaatsen inderdaad niet

kan het ruimtebeslag worden geminimaliseerd. Men zou bovendien verwachten
dat vooral de kleine melkhandelaren
problemen zouden ondervinden met de

vervuld kunnen worden (zoals Christen
en Nagelsmit beweren).

men gegevens over frisdrankflessen heeft

toegepast op melkflessen, terwijl deze

arbeidsplaatsen worden geschapen.
4. Christen en Nagelsmit brengen het

extra ruimtebeslagdat het retoursysteem
ten gevolge zou hebben onder de aan-

laatste gestandaardiseerd zijn (hetgeen

opslagruimte. In de praktijk blijkt hij

minder kosten met zich brengt) en frisdrankflessen niet.
2. De juistheid van genoemde f. 120

echter nog te werken met het retourflessensysteem en vormt ruimtegebrek voor
hem blijkbaar geen onoverkomelijk be-

a f. 140 mln. kan verder in twijfel worden
getrokken als men bedenkt dat ca. de

kosten. Heel opvallend is dat Christen en

zwaar.
5. Voorts wijzen Christen en Nagelsmit op de kapitaalvernietiging die zou
optreden door afstoot van kartonver-

Nagelsmit wel deze extra loonkosten ten

pakkingslijnen. Veel fabrieken beschik-

tonele voeren, maar hieruit geen conclu-

ken echter over en glaslijnen en kartonlijnen. Een overgang naar het retoursysteem zou zich geleidelijk kunnen voltrekken, bij voorbeeld door kartonmachines

helft van die 11,5 cent bestaat uit loon-

sies trekken als ze de werkgelegenheidsaspecten bespreken. De retourfles betekent extra werk 15), waardoor WWpremies kunnen worden uitgespaard.

pas te vervangen als ze afgeschreven zijn,

Deze inverdieneffecten worden door

zoals dat ook is gedaan toen er overge-

beide heren in hun berekeningen niet
meegenomen.

gaan werd van glas op karton.
Alles bij elkaar genomen kan men stel-

De kleine melkondernemers nemen de

len dat een lastenverzwaring van f. 120 a

extra arbeid graag op de koop toe. Im-

f. 140 mln. voor de consument zoals

mers, elke teruggebrachte fles betekent

Christen en Nagelsmit die opvoeren on-

een klant in de winkel en zij hechten aan

juist is. De maatschappelijke voordelen

deze omzetstimulans een grote waarde.
Bij de supermarkt ligt het anders. Hier

die een omschakeling naar het retoursysteem met zich brengen, worden door

zal invoering van de statiegeldfles inder-

Christen en Nagelsmit maar ten dele genoemd. De niet-pecuniaire effecten op
het gebied van milieu, grondstoffen, ener-

daad leiden tot extra arbeidsplaatsen.

Hetzelfde werk wordt echter reeds voor
frisdranken gedaan. Het retoursysteem
werkt dus en zal voor melkflessen alleen
uitgebreid moeten worden.
3. De Nederlandse Melkhandelaren
Organisatie, waarin 90% van alle melk1981, tot de conclusie dat melk in de fles

vergeten aan te tekenen dat de kosten

nau welijks duurder is dan melk in het pak

voor het ophalen en verwerken van afval

16). Als men uitgaat van een voor de retourverpakking zo ongunstig mogelijke

in de toekomst waarschijnlijk snel zullen

stijgen.
De conclusie van ons betoog is dat de
maatschappelijke

kosten-batenanalyse

zoals uitgevoerd door Christen en Nagelsmit, aan alle kanten rammelt. Het is een
analyse van wegwerpkwaliteit.
Werkgelegenheidsaspecten

de meerkosten 3,8cent. Gezienhetfeitdat

De stelling ,,overschakeling naar retourverpakking is goed voor de werkge-

de inkoopprijs van melk in retourverpakking minimaal 5 cent per liter lager is

legenheid” is zeker geen onbezonnen

dan die in eenmalige verpakking, betekent dit dat voor de consument de prijs
van melk in beide verpakkingsvormenbij
dezelfde methode van verkoop gelijk zal
zijn. (Overigens is in deze berekening van
het NMOgeenrekeninggehoudenmetde

extra maatschappelijkekostendiede eenmalige verpakking met zich brengt.) Bij
de NMO-calculatie blijft trouwens het

werkgelegenheidsargument bestaan. De
NMO gaat uit van lagere produktiekosten per fles en bovendien zijn de vaste kosten die de melkhandelaren maken aanzienlijk lager, zodat de totale kosten per
fles lager uitkomen, terwijl er toch extra
ESB 16-12-1981

duidelijk dat de grootwinkelbedrijven
en de verpakkingsmaterialenfabrikanten
niets liever willen dan ook de laatste
statiegeldflessen om zeep helpen. Dat is

bedrijfseconomisch voor hen erg aantrekkelijk. De nadelen van dit beleid
worden op de samenleving afgewenteld.
Vlak voordat ook de laatste statiegeldfles het loodje legt, is Milieudefensie, samen met de organisatie van melkhandelaren NMO, de actie ,,Pak de fles” begonnen. Doel van deze actie is een zo
spoedig mogelijke verplichting voor alle

verkooppunten van melkprodukten om
deze onder gelijke voorwaarden (prijs en
hoeveelheid) ook in retourverpakking
aan te bieden.

voorstanders van de retourfles herhaal-

worden door hen genoemd, waarbij zij

de fles in de ambulante handel 2,4 cent per
liter. Voor het winkelkanaal bedroegen

verdwenen. De huishoudelijke afvalstroom is sindsdien sterk gegroeid. Het is

Slotopmerkingen

kens een persbericht van 23 november

king. Voor het winkelkanaal is dit 4,4
cent. Gaat men uit van de normale (praktijk)situatie, dan zijn de meerkosten voor

Sinds het einde van de jaren zestig zijn

steeds meer statiegeldflessen en -potten

voren zijn gebracht, hebben beide heren
waarschijnlijk over het hoofd gezien.
Hetzelfde geldt voor de werkgelegenheidseffecten. Alleen de baten ten gevolge
van de vermindering van de afvalstroom

ger te zijn dan die in eenmalige verpak-

Actie ,,Pak de fles”

gie en water, zoals die in dit artikel naar

handelaren georganiseerd is, komt, blij-

situatie, dan blijken de totale kosten van
melk in retourverpakking, afgeleverd
door de rijdende melkhandel, 3 cent ho-

den uitgevoerd. Het is de vraag of de
werkgelegenheid die de uitbreiding van
het retoursysteem oplevert, zoveel laagwaardiger is dan de arbeid die bij de monoverpakking verloren gaat, en of de

kreet, zoals Christen en Nagelsmit menen. Het rapport Melkverpakking en
milieu van het Produktschap voor Zuivel betoogt dat bij het toepassen van
retourflessen alleen al in de zuivelfabriek
ongeveer 20% meer arbeid nodig is dan
bij het gebruik van kartonnen verpakking 17). Daarbij komt nog extra werkgelegenheid voor het transport en bij de
detaillist. Ook onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam komen tot de
conclusie dat retourverpakking arbeidsintensiever is dan het pak 18). In een tijd
met onrustbarend veel werklozen moet
elke maatregel die de werkgelegenheid
op een zinvolle wijze kan vergroten, wor-

Christen en Nagelsmit verwijten de

delijk ongenuanceerd te werk te gaan, en
doen voorkomen alsof zij zich enkel be-

dienen van slogans en kretologie. Dit is
ons inziens niet terecht. De Vereniging

Milieudefensie baseert haar actie niet op
kreten en slogans, maar op diverse wetenschappen rapporten (o.a. van TNO,

Universiteit van Amsterdam, Rijksuniversiteit van Utrecht). Niet uit eco-

logisch hobbyisme zijn wij tegen het wegwerppak, maar omdat de maatschappelijke nadelen, zeker op langere termijn,
ons inziens niet opwegen tegen de particuliere voordelen.

De vraag rijst of Christen en Nagelsmit wel zo’n afgewogen oordeel hebben
als ze zelf beweren. Wij zagen reeds dat
beide heren geen acht sloegen op de principes van kringloop van materialen en
verkleining van de afvalstroom, dat zij

15) X. Bos e.a., op. cit. biz. 34.
16) Nederlandse Melkhandelaren Organisatie, Onderzoek wijst uit: melk in de fles nauwelijks duurder, persbericht, ‘s Gravenhage,
23 november 1981.
17) Produktschap voor Zuivel, op. cit.,
biz. 15.

18) X. Bos e.a., op. cit., biz. 34.

1249

het aandeel van de melkverpakking in de

eventuele herinvoering van retourver-

afvalberg bagatelliseerden, cijfers van
TNO ten aanzien van het water- en energieverbruik over het hoofd zagen, een
kosten-batenanalyse van twijfelachtig

pakking voor melk op nationale schaal.
Het zal ieder weldenkend mens duidelijk
zijn dat een dergelijke herinvoering gevolgen heeft voor zowel de consumptiemelkindustrie, winkelbedrijf, als voorde
consument.
Als onomstotelijk zou worden bewezen dat de voordelen van een omschakeling naar retourverpakking ruimschoots

waarschijnlijk in het geheel niet te bewijzen. Deze stelling, waarmeeopeengoedkope manier wordt ingespeeld op de publieke opinie in relatie met het ruimere ,,zeehondenprobleem” (Greenpeace),
kan te pas en te onpas worden gebruikt
voor een scala van industriele activiteiten (te denken is aan de chemische indus-

zouden opwegen tegen de nadelen ervan,

moeilijk, maar dan moet wel oorzaak en
gevolg worden bewezen.

gehalte afleverden, en met betrekking tot

de werkgelegenheidsaspecten diverse publikaties onvermeld hebben gelaten.
Kortom, de kwaliteit van het betoog van
Christen en Nagelsmit is op zijn zachtst
gezegd geen reden tot juichen en bepaald
niet genuanceerd.

in het geheel niet onderbouwd, en is

trie). Beschuldigingen uiten is niet zo

melkhandelaren grote voorstanders zijn

zal ook de consumptiemelkindustrie
geen windmolengevecht leveren. Het
gaat echter niet om windmolens doch

van de fles 19). Ook de voedingsbond

eerder om ,,papiermolens”. Als de ba-

FNV, de Consumentenbond en het Konsumenten Kontakt bepleiten de fles 20).
Drs. J. M. Joostenvande Stichting Verwijdering Afvalstoffen schreef onlangs
in het blad TNO-Projekt dat ,,…het
statiegeldsysteem zonder enige twijfel

lans niet zo duidelijk doorslaat dan lijkt
op z’n minst zeer grote voorzichtigheid

melkverpakking aan het huishoudelijk
afval 1,5%. Hiervan wordt ongeveer de
helft ingenomen door het eenmalige kartonnen pak. De rest is voor een gedeelte

met het nemen van maatregelen ten fa-

glas en voor een deel de kunststof fles

van de geimporteerde Belgische steriele
melk. In het verhaal van Kolpa is een aantal zaken over milieuproblemen niet geheel correct weergegeven:

pakking.. .”21). De huidige staatssecretaris voor Milieuhygiene, mr. I. Lambers-

veure van retourverpakking op z’n
plaats. Immers, haastige spoed is zelden
goed.
De vraag is wat herinvoering van retourverpakking zou betekenen voor de
Nederlandse consumptiemelkindustrie

Hacquebard, en ook minister dr. J.

in termen van extra investeringen en ex-

— bij verbranden van kartonnen melkverpakking ontstaat geen luchtverontreiniging;

Terlouw hebben als kamerlid diverse

tra kosten.

— wat betreft de compostering van de

Uit diverse enquetes blijkt dat de

valt te prefereren boven eenmalige ver-

Zoals reeds vermeld, is de bijdrage van

malen gepleit voor het indammen van de

Er is een verkennende berekening ge-

pakken is vergeten te vermelden dat

afvalstroom. De Afvalstoffenwet 1979
biedt de staatssecretaris de mogelijkheid
dit streven concreet vorm te geven door
middel een algemene statiegeldmaat-

maakt van de noodzakelijke extra investeringen. Voor de aanschaf van vul- en
spoelmachines betekent dit minimaal
f. 125 mln. Daarnaast zal voorf. 16 mln.

is gesteld dat het huisvuil wel door
een shredder-installatie dient te worden versnipperd. In Nederland gebeurt dit zelden. In Nederland zal

regel. Hopelijk maakt ze er snel werk

in flessen, en voor f. 37 mln. in kratten

hierdoor compostering, hoewel tech-

van.

moeten worden gelnvesteerd. Ook zullen

nisch mogelijk, nauwelijks plaats-

extra investeringen dienen te worden ge-

J. Kolpa

pleegd in:
— extra opslagruimte in verband met
leeg fust;

Naschrift

Al lezende hebben wij met stijgende
verbazing kennis genomen van het artikel van de heer Kolpa, en wij stellen het
dan ook op prijs door de redactie van
ESB in de gelegenheid te zijn gesteld op
het Kolpasiaanse sprookje te mogen

reageren.
Het is jammer dat Milieudefensie het
doel van het artikel niet heeft begrepen
en als gevolg daarvan een onjuiste voorstelling van zaken geeft. De publieke informatieverschaffing was niet bedoeld
de glazen fles aan scherven te gooien.

Wie zou zo dom zijn de eigen glazen in te
gooien? De Vereeniging voor Zuivelindustrie en Melkhygie’ne (VVZM) heeft
nota bene een beslissende rol gespeeld in

de ontwikkeling en bij het op de markt
brengen van deze wijdmondse melkfles.
Dit is voor iedereen ook heel eenvoudig

te controleren omdat onder in de bodem
van de fles het CVC-merk is aangebracht. ,,CVC” is de afkorting van de
Centrale Verpakkings Commissie, indertijd ingesteld door de Nederlandse
consumptiemelkindustrie, verenigd in de
VVZM en de VCM (Vereniging van Co6’peratieve Melkinrichtingen). Later is de
naam omgezet in Stichting Melkverpakking.
Het doel van ons artikel was een genuanceerde discussie op gang te brengen
m.b.t. alle voor- en nadelen van een
1250

vinden;

— de stelling dat eenmalige melkverpakking de vorming van zwerfvuil
stimuleert, is op zijn zachtst gezegd

— extra gebouwen voor de extra aan te
schaffen apparatuur;
— het reorganiseren van de distributie;

ongenuanceerd. Melk wordt overwe-

— extra koelruimte;

vuilzak terecht komen;

— uitbreiding wagenpark.
Deze investeringen zijn niet eenvoudig in geld om te rekenen. De investeringen zullen van onderneming tot onderneming verschillen. In een aantal gevallen zal bovendien de fysieke ruimte
voor uitbreiding ontbreken. Milieudefensie mag dan vertellen wat er moet
gebeuren. Moeten deze bedrijven sluiten
of moeten ze eerst melk afstoten en op die
manier ten onder gaan? De vraag is dan
wat er met de werknemers gebeurt. Ter
illustratie van de enorme omvang van de
benodigde investeringen nog het volgende. In 1980 werd door de gehele Nederlandse zuivelindustrie ca. f. 400 mln. geinvesteerd. De consumptiemelkindustrie
verwerkt ca. 12% van de totale melkplas.

Het is niet moeilijk voor te stellen welke
problemen een extra investering van bijna 50% van het totale jaarlijkse investe-

ringsbudget ten behoeve van slechts 12%
van de melkplas, zal gaan geven.

Milieu-aspecten

De relatie die door Kolpa wordt gelegd tussen de zeehondensterfte en de
aanwezigheid van pulpfabrieken wordt

gend in het huishouden gebruikt en

zal dus ook overwegend in de huis— het getal van 55 retourtrips waarmee
wordt geschermd, is door ons niet uit
,,diverse onderzoeken” gebleken.
Het komt niet als onderzoekresultaat
voor in het rapport van het Instituut

TNO. Wij zouden graag de onderzoeken van Milieudefensie ontvangen;

— de 25% verpakkingsafval bestaat niet
geheel uit wegwerpverpakkingen. Te

denken valt o.a. aan pakpapier, dozen enz.
Wij willen nog op twee aspecten wijzen. Van glas dat in de glasbak terecht
komt, kunnen geen melkflessen worden
vervaardigd. Dit glas is slechts geschikt

voor de produktie van sterk gekleurd glas.
Ten slotte wordt in de pers vaak als gewicht van de glazen fles 375 gram genoemd. Dit is ,,wishful thinking”: de fles
weegt momenteel nog steeds ca. 630
gram.

19) Bedrijfsschap detailhandel in melk en

melk- en zuivelprodukten, Melkverpakking
en milieu, ‘s Gravenhage, augustus 1981.
20) X. Bos e.a., op. cit., biz. 28 en 29.
21) J. M. Joosten, De hoeveelheid glasafval
neemt steeds grotere vormen aan, TNO Projektjebruari 1981.

Energie-aspecten

Hier is de uitdrukking ,,How to lie
with statistics” op zijn plaats. Als het

energieverbruik van het kartonnen pak
en van de glazen fles al zinvol met elkaar

vergeleken kunnen worden, moet wel de
gehele keten van grondstof tot afval

worden beschouwd. Het is niet ree’el om
ergens in deze keten twee onderdelen met
elkaar te vergelijken. Diverse onderzoe-

kers (Sundstrom, Louwagie, Osami Ishida) hebben hier uitgebreid onderzoek

naar verricht. Ook het energieverbruik
als functie van het aantal retourtrips is
onderzocht. Tevens zijn de berekeningen

uitgevoerd voor zowel storten, afvalverwerking en verbranding.

Anders dan Milieudefensie ons wil laten geloven, ligt het energieverbruik van

de glazen fles en dat van de eenmalige
kartonverpakking dichter bij elkaar dan
in het artikel van Kolpa is beschreven.
Beide liggen in de orde van grootte van
0,5 kWh per liter melk, ervan uitgaande

dat de fles 30 maal wordt gebruikt. Is dit
50 maal dan daalt dit verbruik tot ±0,4

kWh per liter melk, in het geval dat de
fles 20 maal mee gaat, is dit 0,55 kWh per

liter melk.
Gezien het feit dat het aantal retourtrips een ondduidelijke factor in het geheel is, is het wat ongenuanceerd om het

pak een ,,energievreter” te noemen.
Economische aspecten

Het is ongetwijfeld waar dat hout voor
het karton alsmede aardolie voor de
,,polyetheencoating” geen grondstoffen
zijn die in Nederland voorkomen. Maar

zijn de voor de glasfabricage noodzakelijke hoge kwaliteit zand alsmede kalk

wel in voldoende mate in Nederland te
krijgen? Dit blijkt niet het geval te zijn.

Het overgrote deel van het benodigde
zand en de kalk worden ingevoerd uit
Belgie. De extra kosten van retourflessen
bij algehele omschakeling, van ten minste 11 cent per liter melk, worden door

geen enkele deskundige in twijfel getrokken. Dit geldt dan bij totale overschakeling. De cijfers van Kolpa, welkezijnge-

haald uit een enquete, hebben betrekking op de huidige situatie, hetgeen toch
wel iets anders is.
De maatschappelijke kosten van ophalen en verwerken van afval zijn volgens Milieudefensie, en dat kunnen wij

onderschrijven, f. 150 £ f. 200 per ton.
Als dan wordt berekend hoeveel er kan
worden bespaard op deze kosten dan is

het niet reeel om dit bedrag in guldens
per ton klakkeloos te vermenigvuldigen
met de totale hoeveelheid melkverpakking. Het is namelijk niet zo dat bij overschakeling op retourverpakking de totale hoeveelheid afval verdwijnt. Primair
verandert de aard: kartonafval wordt
glasafval en secundair zou een kleine verlaging in de totale hoeveelheid kunnen

optreden van enkele tienden van procenten.
ESB 16-12-1981

Werkgelegenheid
Nauw met de economische aspecten
zoals hierboven vermeld hangt samen

het aspect werkgelegenheid. Inderdaad

4. de uitbreiding van werkgelegenheid

waar Milieudefensie over spreekt, betreft veelal onaantrekkelijk werk. De
mogelijkheid bestaat dat deze moei-

lijk zal worden gerealiseerd. Als dit

wordt in het rapport van het Produkt-

het geval is zal een verregaande auto-

schap voor Zuivel gesproken over een

matisering in het distributiegebeuren

potentiele arbeidsvergroting van twintig

nodig zijn.

procent. Dit heeft echter alleen betrekking op de consumptiemelkondernemingen, die ongeveer een werkgelegenheids-

aandeel van 20% hebben (overeenkomend met ca. 4.000 werknemers), en niet,

zoals wordt gesuggereerd, op de totale
zuivelindustrie.
Kolpa stelt verder in zijn artikel dat
een kostprijsverhoging van melk niet gezien moet worden als een lastenverzwa-

ring, maar als een lastenverschuiving en
geeft daarvoor als argumenten dat extra

werkgelegenheid WW-premie spaart en
dat statiegeldflessen de kosten voor ophalen en verwerken van afval sparen.
Deze argumenten vertonen een paar
mankementen:
1. als gevolg van de gepropageerde omschakeling zal de kartonindustrie en
de betrokken machine-Industrie gevoelige omzetverliezen leiden. Dit
heeft ongetwijfeld gevolgen voor de

werkgelegenheid;
2. als inderdaad per ton minder te ver-

wijderen afval de volledige f. 150 a
f. 200 wordt bespaard, zullen ook hier
arbeidsplaatsen dienen te verdwijnen.
Immers, in dit bedrag zit een niet onbelangrijk deel aan loonkosten;

3. op WW-premie die op het loon wordt
ingehouden, kan de huisvrouw/huisman niet bezuinigen op de dagelijkse
boodschappen. Het is niet uitgesloten

dat de melkconsumptie als gevolg van
het duurder worden van de melk gaat
dalen. Ook dit heeft gevolgen voor de

werkgelegenheid;

Slotopmerkingen

Nogmaals en met nadruk wijzen wij
crop dat de VVZM niet tegen melk in

glazen retourflessen is. Zolang de voordelen echter niet duidelijk opwegen tegen de enorme problemen waarvoor de
consumptiemelkindustrie bij omschakeling komt te staan, zijn wij van mening

dat de gepropageerde omschakeling niet
moet plaatsvinden en dat het veel verstandiger is de verhouding eenmalig/
meermalig zo veel mogelijk te stabiliseren. Wie melk in glas wil kopen, blijft dan
de mogelijkheid behouden. De pogingen
om staatssecretaris Lambers-Hacquebard en minister Terlouw onder druk te
zetten naar aanleiding van in het verleden

gedane uitspraken als kamerlid vinden
wij niet zo elegant. Het lijkt ons heel wel
mogelijk dat beide bewindslieden inmid-

dels hebben bemerkt dat aan deze materie dermate gecompliceerde aspecten
kleven dat het niet van wijs beleid zou
getuigen overhaaste maatregelen te treffen. Op basis van recent onderzoekmateriaal heeft de VVZM een nota over dit
verpakkingsvraagstuk geschreven die bij

het secretariaat tegen kostprijs is te bestellen.

F. Christen
L. Nagelsmit

Auteur