Ga direct naar de content

Bankieren en verzekeren in magnetische verhouding

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 30 1989

leid” en daarmee buiten het toezicht op
het bank- en verzekeringsbedrijf, zoals
dat in de wet is omschreven. Niettemin
heeft De Nederlandsche Bank contractuele samenwerking feitelijk steeds tegengehouden3, “ondanks het de facto
ontbreken van een rechtsgrond” volgens de minister van Financien. Daarbij werden twee criteria gehanteerd. In
de eerste plaats moest het – ter verkrijVan oudsher verkeren bankieren en bedrijf, zoals dat in de loop van de tijd ging van het groene licht – gaan om
verzekeren in een verhouding van af- gestalte kreeg, zijn hiervoor in beginsel “produkten, die ook door anderen kunstandelijke nabijheid. De oorsprong hier- drie mogelijkheden. In de eerste plaats nen worden aangeboden” en ten tweevan ligt in de tontinelening – genoemd kunnen banken en verzekeringsmaat- de mocht “het spaardeel van via een
naar haar ontwerper de Italiaan Lorenzo schappijen overgaan tot contractuele bank afgesloten levensverzekeringsTonti – die ontstond in de tweede helft samenwerking. Het gaat hierbij in het contracten slechts tot een maximum
van de zeventiende eeuw. In de tontine- bijzonder om bemiddeling bij het sluiten van 1% van het balanstotaal van de
lening domineerde nabijheid. Een be- van verzekeringen door banken en bij bank” naar deze instelling worden tepaalde instelling schreef een lening uit het gebruik maken van deposito-, ruggesluisd. Intussen is deze vorm van
4
voor een bepaald bedrag, waarin in- spaar- en kredietfaciliteiten van bancai- toezicht de facto beeindigd . De verschrijversvoorgedeeltenparticipeerden. re instellingen door verzekeringsmaat- koop van verzekeringen via banken en
De lening werd nimmer afgelost, maar schappijen. Wat betreft de tweede mo- de bemiddeling van verzekeringsmaatwel werd over het totale bedrag een be- gelijkheid gaat het om deelneming in el- schappijen wat betreft het plaatsen van
paalde rente betaald – bij voorbeeld 5% kaars kapitalen. Deze kan op onder- deposito’s en spaargelden, alsmede
– die onder de overlevenden werd ver- scheiden wijzen gestalte krijgen. Zo is het
aangaan
van
kredietoverdeeld, totdat zij alien overleden waren. het mogelijk dat bank- en verzekerings- eenkomsten is vrij. Hierbij is echter wel
Hiermee kwam een verbinding tot stand bedrijven weliswaar behoren tot een waarschuwend gezegd dat tegenover
tussen financieren – de leninggever ver- rechtspersoon – bij voorbeeld een hol- het publiek het bemiddelende karakter
wierf middelen, die hij nodig had-en ver- ding – maar verderten opzichte van el- duidelijk moet blijken.
De tweede vorm van samenwerking
zekeren, want de vorm van rentebetaling kaar juridisch zelfstandig blijven. Ten
– wederzijdse deelneming – impliceert
betekende voor de leningnemers een derde en tot slot is een vermogensrechtelijke versmelting denkbaar, in die zin een aanmerkelijke grotere mate van nasoort levensverzekering.
Hoewel de tontinelening was opge- dat het bank- en verzekeringsbedrijf ge- bijheid. Een bepaalde participate van
zet voor de Franse overheid, die kamp- heel binnen een en dezelfde, tot een be- banken in verzekeringsmaatschappijen
temetgrotefinancieleproblemen, vond paalde rechtspersoon behorende, on- en omgekeerd is niettemin hier en daar
ook elders de tontinelening een zekere derneming wordt uitgeoefend.
een feit. Het structuurbeleid is er in ons
De wijze waarop deze drie vormen land op gericht deze aangelegenheid in
ingang. In 1670 gaf de stad Kampen
zo’n lening uit en Amsterdam in 1671. van samenwerking tot dusver gestalte goede banen te leiden. Het uitgangsToch was voor de tontinelening geen hebben gekregen, heeft twee kenmer- punt voor het beleid, zoals dat sinds 1
grote toekomst weggelegd. Financie- ken. Ten eerste leeft – weliswaar over- januari 1987 wordt gevoerd, is dat verren en verzekeren waren met haar te wegend stilzwijgend – de idee dat het menging van het bank- en verzekenabij. Financieren en verzekeren heb- bij het drietal gaat om een afnemende ringsbedrijf door wederzijdse deelneben behoefte aan een magnetische ver- afstandelijkheid, respectievelijk een ming nog steeds zoveel mogelijk moet
houding, in die zin dat de aantrekkende groeiende toenadering. Zolang nog worden vermeden. In zoverre is, wat
en afstotende krachten gelijktijdig zo slechts sprake is van commerciele sa- wordt genoemd, de ‘generieke scheisterk zijn, dat een optimale afstandelij- menwerking, domineert wederzijdse ding’ nog steeds intact. Daarbij moeten
ke nabijheid ontstaat. Deze aangele- zelfstandigheid. Zij vindt dan ook zon- managementsdeelnemingen beperkt
genheid legt momenteel gewicht in de der veel aarzeling plaats. Enkele jaren blijven tot 5%, hetgeen geldt voor banschaal met betrekking tot de verhou- geleden werd op verzoek van de Euro- ken en verzekeringsmaatschappijen.
ding van het bank- en verzekeringsbe- pese Commissie een inventarisatie ge- Beleggingsdeelnemingen mogen niet
drijf in West-Europa.
maakt van de onderscheiden vormen groter zijn dan 15%. Dit voorschrift geldt
van commerciele samenwerking tus- eveneens voor banken en verzekesen banken en verzekeringsmaat- ringsmaatschappijen.
Drie mogelijkheden
Als conform de derde mogelijkheid
schappijen1. Daarbij bleek dat een bepaalde vorm van deze samenwerking in het bank- en verzekeringsbedrijf wordt
uitgeoefend binnen een onderneming,
De tontinelening heeft niet lang be- elke EG-lidstaat voorkomt.
staan. Al spoedig ontstond behoefte aan
In de geschiedenis van het toezicht moet een en hetzelfde garantievermoafstandsvergroting. Deze kwam tot op de samenwerking tussen banken en gen dienen voor de dekking van bancaistand met de introductie van de obligatie verzekeringen in Nederland is dit een re en verzekeringsrisico’s. Elke afstand
als financieringsinstrument en de polis eigenaardige aangelegenheid. In een tussen deze is dan opgeheven. Deze
als document ter regeling van verzeke- schrijven van het Ministerie van Finan- vorm van samenwerking wordt in het alringsvoorwaarden. Deze splitsing is na- cien zijn de hier bedoelde commerciele gemeen als te riskant beschouwd voor
dien institutioneel gecontinueerd. Van relaties aangeduid als “vormen van we- beide takken van bedrijf. Het is dan ook
oudsher wordt het bank- en verzeke- derzijdse samenwerking bij het aanbie1. Het raadgevend comite voor het bankweringsbedrijf uitgeoefend in afzonderlijke den van produkten tussen een bank en zen, Banden tussen banken en verzekejinstellingen: “Schnaps ist Schnaps, bank een verzekeraar, zonder dat er sprake ringsmaatschappijen, Europese Commissie, Brussel, maart 1987.
rfe bank en verzekeren is verzekeren”.
is van enige vorm van zeggenschapsMet erkenning van een noodzakelij- verhoudingen”2. Deze relaties-zo gaat 2. Brief van het Ministerie van Financien aan
de Tweede Kamer van 25 november 1986.
ke afstandelijkheid, bleef niettemin de het ministeriele schrijven verder – val- 3. Assurantie Magazine, 1 mei 1986.
ibehoefte bestaan aan een zekere nabij- len “per definitie buiten het eigenlijke 4. Ministerie van Financien, Memorandum
Voor het bank- en verzekerings- werkingsgebied van het structuurbe- Structuurbeleid, 25 juni 1986.

Bankieren en verzekeren in
magnetische verhouding

! 29-3-1989

323

niet zo verwonderlijk dat zij tot dusver
binnen de Europese Gemeenschap onbekend is. Met verantwoordelijke management en de toezichthoudende instanties schijnen het erovereens te zijn, dat
deze situatie ook zo dient te blijven.
Tussen de regels door kwam het
tweede kenmerk van de drie mogelijke
samenwerkingsvormen tot nu toe reeds
naar voren. Dit is dat commerciele samenwerking, wederzijdse deelneming
en vermogensrechtelijke samensmelting worden beschouwd als onafhankelijke, naast elkaar staande aangelegenheden. Recente ontwikkelingen
echter duiden erop dat hiervan gaandeweg minder sprake is.

van 12,5% in de Westduitse Nurnberger
Lebensversicherung AG. Daarna maakte de grootste Westduitse verzekeringsinstelling Allianz bekend dat zij nauw
gaat samenwerken met de tweede bank
van de Bondsrepubliek, de Dresdner
Bank. Overigens heeft Allianz reeds een
belang van 5% in deze instelling. Juist bij
deze vorm van samenwerking komt duidelijk naar voren dat de drie mogelijkheden – commerciele samenwerking, wederzijdse deelneming en vermogenssamensmelting – niet langer als onafhankelijk moeten worden beschouwd. Dat
komt nog scherper naar voren bij het plan
van de verzekeringsmaatschappij AMEV
en de Verenigde Spaarbank om volledig
samen te gaan. Daartoe worden meteen
de maximale mogelijkheden die het huiInterne markt als uitdaging
dige structuurbeleid biedt, benut in de zin
van een wederzijdse deelneming van
De verhouding tussen het bank- en 15%. Vervolgens zal commerciele saverzekeringsbedrijf is veranderlijk en menwerking op grate schaal worden naneemt recentelijk nieuwe vormen aan. gestreefd als voorbereiding op een totaDit hangt nauw samen met de vorming le eenwording, zodra het toezicht daarvan een interne markt binnen de Euro- toe mogelijkheden biedt.
Bij de beoordeling van deze voornepese Gemeenschap. Hierbij gaat het er
niet zozeer om wat inhoudelijk precies mens gaat het om twee aangelegenheper 31 december 1992 zal zijn gereali- den. Ten eerste rijst de vraag of het verseerd. Van groter belang is dat de inter- antwoordelijke management, inclusief
ne markt volgens het toekomstbeeld de interne toezichthoudende instanties,
dat momenteel in brede kring wordt op- deze versmelting kunnen verantwoorgeroepen, zal leiden tot een verschui- den. Het is moeilijk aan de indruk te ontving van traditionele posities. De inter- komen dat deze fundamentele aangene markt zal – dat is het perspectief – in legenheid in een zekere ‘roes’-situatie
het bank- en verzekeringswezen vrijwel te weinig aandacht krijgt. Ten tweede
meteen leiden tot een verscherping van gaat het om de positie van de officiele
de concurrentie vooral tegenover bui- toezichthouders, i.e. De Nederlandsche
tenlandse instellingen. De bankiers en Bank en de Verzekeringskamer. Hierverzekeraars in ons land schijnen zo’n over kunnen reeds nu enkele nadere
verscherping van de wedijver met een opmerkingen worden gemaakt.
gerust hart tegemoet te kunnen zien.
Het Cecchini-rapport heefttot strekking
De rol van het toezicht
dat de positie van deze Nederlandse instellingen door een relatief laag kostenniveau vrij gunstig is.
Er moeten grote vraagtekens worden
Een toenemende concurrentie ligt dus gezet bij voornemens om het bank- en
in het verschiet, maar – dat mag althans verzekeringsbedrijf binnen een onderworden verwacht – hieraan zullen reeds neming met volledige versmelting van
spoedig grenzen worden gesteld. Een vermogens uitteoefenen. Hetbankwegoede onderlinge verstandhouding – zen heeft conform zijn aard steeds een
‘ons kent ons’- is, als puntje bij paaltje formele korte termijn-illiquiditeitspositie
komt, in het bank- en verzekeringsbedrijf en het verzekeringsbedrijf heeft, als
een belangrijke factor. Het is te verwach- kenmerk van zijn functie-uitoefening,
ten dat spoedig de neiging zal ontstaan omvangrijkelange-termijnbetalingsverom de bestaande nationale glans en plichtingen. Het een en ander betekent
grootheid te continueren en mogelijker- dat de bancaire risico’s een gevaar kunwijs zelfs uit te bouwen door samenwer- nen zijn voor een normale uitoefening
king en fusies. Er zijn reeds tekenen van riet verzekeringsbedrijf. Met dit prozichtbaar van een ontwikkeling in deze bleem worden – gegeven de plannen
richting. De inventarisatie die wij enige van AMEV en de Verenigde Spaarbank
tijd geleden verrichtten5, moet reeds – vanaf nu De Nederlandsche Bank en
worden aangevuld. Nadien is bekend de Verzekeringskamer geconfronteerd.
gemaakt dat de grootste verzekeraar in Met de AMEV-Verenigde SpaarbankFrankrijk, de Union des Assurances en plannen dreigen het bank- en verzekede grootste Franse algemene bank, de ringsbedrijf in een te sterk aantrekkenBanque National de Paris de intentie de magnetische verhouding te komen.
hebben nauw te gaan samenwerken. Een compenserende, afstotende kracht
Vrijwel tegelijkertijd werd aangekondigd is nodig. Hiermee is een fase aangebrodat de Italiaanse Institute Nazionale As- ken, waarin hoge eisen aan het officiele
sicurazioni een belang heeft verworven toezicht moeten worden gesteld.

324

De kern van de zaak wordt niet geraakt metde stelling: “De verschillende
drijfveren voor combinaties van banken
en verzekeraars en de verschillen in
mogelijke uitwerking, stellen nieuwe eisen aan samenwerking tussen de toezichthoudende Verzekeringskamer en
De Nederlandsche Bank”6. Veel essentieler is of deze toezichthouders er mee
kunnen instemmen dat de geheel verschillende bancaire en verzekeringsrisico’s zo nauw en zo substantieel worden verbonden als bij de voornemens
van AMEV en Verenigde Spaarbank het
geval is. Een diepgaande bezinning op
de aard en de strekking van deze supervisie lijkt onafwendbaar. Daarbij
zouden de betrokken instellingen er
waarschijnlijk goed aan doen om reeds
nu een bepaalde maatregel te nemen.
Binnen het kader van het solvabiliteitstoezicht dat De Nederlandse Bank uitoefent bestaat de zogenaamde ‘grotepostenregel’. Er zijn – aldus zegt De Nederlandsche Bank met nadruk- “regels
van kracht die beogen om de spreiding
van het risico door het bankwezen te
bevorderen. Voor alle activa waarvoor
een solvabiliteitseis geldt heeft de Bank
namelijk een maximale grootte vastgesteld. Zo mag een kredietinstelling in
beginsel niet meer dan 25% van het eigen vermogen aan leningen hebben uitstaan bij een debiteur of bij een als een
debiteur aan te merken groep van debiteuren… De filosofie van ‘niet teveel eieren in een mandje’ komt ook tot uitdrukking in het feit dat de Bank de solvabiliteitseis verdubbelt voor zover het
krediet aan een debiteur groter is dan
15% van het eigen vermogen van de
kredietinstelling en zelfs verdrievoudigt
voor zover het krediet meer dan 20%
van het eigen vermogen bedraagt”7.
Het zou een goede zaak zijn om – als
teken van een attent toezicht – als, gelet op de recente ontwikkelingen, De
Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer in gezamenlijkoverleg deze
‘grote-postenregeling’ van toepassing
verklaren op de kredietverlening van
verzekeringsinstellingen aan banken,
ten einde daarmee een te grote nabijheid te voorkomen. De recente geschiedenis van het Nederlandse bankwezen – in het bijzonder van het hypotheek-bankbedrijf – leert immers, dat als met een agressief ondernemerschap grote lange-termijnrisico’s worden aanvaard – er een grote behoefte
is aan een attent en stringent toezicht.

_____________C.J. Rijnvos
5. C.J. Rijnvos, Bank- en verzekeringswe-

zen binnen de interne markt, De Spaarbank,
1989, nr. 1, biz. 20-24.

6. Schotten tussen banken en verzekeraars
verdwijnen, Het Financieele Dagblad, 13
maart 1989.
7. DNB-publikatie, Het Toezicht op het kre-

dietwezen door de Nederlandsche Bank,
z.j.,blz. 13.

Auteur