Ga direct naar de content

Privacy versus repliceerbaarheid

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 13 2018

Na jaren verkennende gesprekken te hebben gevoerd met het bedrijf Disclosure gaat de onderzoeker eindelijk toegang krijgen tot bestanden met klantgegevens. De data zijn zo uniek dat een toppublicatie gegarandeerd is. Het bedrijf is ook erg in zijn nopjes: gratis onderzoek met nuttige uitkomsten – en dat allemaal uitgevoerd op academisch niveau!

Pierre Koning

De onderzoeker wil vervolgens aan de slag gaan met de beloofde klant­gegevens. Dat blijkt toch wel ingewikkelder dan gedacht. Disclosure wijst namelijk op het recht op vergetelheid van klanten die niet langer in bestanden willen staan – deze bepaling is namelijk opgenomen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). En bovendien: moet Disclosure klanten inlichten dat hun gegevens voor onderzoek worden gebruikt? Tja, klanten kunnen daar massaal bezwaar tegen maken. Allemaal lastige afwegingen die de bedrijfsjuristen van Disclosure doen huiveren.

Desalniettemin durft het bestuur van Disclosure de risico’s aan, het acht namelijk de kans klein dat de Autoriteit Persoonsgegevens snel op de stoep staat. Het onderzoek start dus en na een jaar komt de onderzoeker met twee mooie producten: een Nederlandstalig rapport voor intern gebruik door ­Disclosure en een wetenschappelijk artikel dat naar een wetenschappelijk tijdschrift kan. Na wat feedback van vakbroeders is de onderzoeker zo overtuigd van zijn werk dat hij kiest voor aan A-tijdschrift.

Eenmaal op de website van het blad loopt de onderzoeker echter al snel vast. Wat blijkt namelijk: publicatie vereist dat gegevens uiteindelijk op de website openbaar gemaakt worden. Het idee is dat iedereen het onderzoek kan repliceren of – sterker nog – de data voor andere doeleinden mag gebruiken. Hier kan en wil Disclosure om begrijpelijke redenen niet mee akkoord gaan. Deze eis van repliceerbaarheid geldt overigens ook voor andere tijdschriften die de onderzoeker in gedachten had.

De onderzoeker denkt hard na over een oplossing. Hij besluit het Centraal Bureai voor de Statistiek te benaderen met het verzoek de gegevens van Disclosure bij het Centrum voor Beleidsstatistiek (CvB) te plaatsen. De data zouden zo in een beschermde omgeving staan maar toch benaderbaar zijn – en tevens met als voorwaarde dat Disclosure over gebruik en onderzoeksresultaten geïnformeerd wordt. Het CvB is bereid de ­gegevens te plaatsen en ook Disclosure gaat akkoord met het plan. Maar toch volgt er uiteindelijk een streep door de ­rekening: het tijdschrift is niet bereid een vergoeding – bedoeld voor de werkzaamheden van het CvB – te betalen om bij de gegevens te komen. Bovendien acht het blad het onwenselijk dat iedere andere partij dit ook zou moeten doen.

Uiteindelijk vindt de onderzoeker een tijdschrift met een lage impactscore dat niet de eis van repliceerbaarheid in onversneden vormt toepast. Zonder veel commentaar is publicatie snel een feit. De onderzoeker had echter ambities die veel hoger reikten en is daarom teleurgesteld. Einde verhaal.

Is de bovenstaande casus realistisch? Ik vrees van wel. De komende jaren zullen waarborgen voor privacy en repliceerbaarheid elkaar steeds vaker gaan bijten – juist omdat beide dogmatischer worden toegepast. Omdat de consequenties van nieuwe AVG-­bepalingen (nog) niet helder zijn, zullen organisaties minder bereid zijn gegevens te delen voor onderzoek. Daartegenover staan rechtlijnige redacteuren van wetenschappelijke tijdschriften die openbaarheid van onderzoeksgegevens willen afdwingen. Het lijkt dus dat twee auto’s steeds harder recht op elkaar af rijden en niet voor elkaar willen wijken. Een recept voor ongelukken.

Ik zie geen gemakkelijke oplossingen voor dit dilemma tussen privacy en repliceerbaarheid. Natuurlijk zou de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een ‘repliceerbaarheidsfonds’ in het leven kunnen roepen om de financiële problemen bij bovenstaande casus op te lossen, maar een structurele oplossing is dat niet. Een structurele oplossing vereist meer vrijheid voor wetenschappers in het vergaren en combineren van data dan de AVG biedt (het loslaten van de eis dat individuen toestemming moeten geven om hun gegevens te gebruiken voor onderzoeksdoeleinden bijvoorbeeld) of dat (met name de Europese) economische tijdschriften de onversneden eis van repliceerbaarheid niet te ver doorvoeren. Dit is geen rare gedachte, temeer daar de AVG-richtlijnen voor alle EU-landen gelden. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Noot: Disclosure is een fictief bedrijf. Elke overeenkomst met bestaande bedrijven of gebeurtenissen in de casus berusten louter op toeval.

Auteur

Categorieën