Ga direct naar de content

Overheidsparticipaties

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 11 1981

prof. Be Grauwe

Overheidsparticipaties
De meeste Europese landen beschikken momenteel over staatsinstellingen die
tot taak hebben participaties te nemen
in particuliere ondernemingen. Het karakteristieke van deze staatsholdings is
dat de participaties gefinancierd worden
uit belastinggelden en dat de officiele
doeleinden van deze instellingen hoogst
prijzenswaardig zijn. Zoals het behoort
beschikt ook Belgie’ over zulke staatsholdings. Wat meer is, Belgie staat hier aan
de spits van de vooruitgang, omdat het
gemiddeld per inwoner ongetwijfeld het
hoogste aantal van deze instellingen herbergt. Als belangrijkste instelling is er
de Nationale Investeringsmaatschappij
die reeds sinds 1962 bestaat. Verder zijn
er zeven regionale ontwikkelingsmaatmaatschappijen (GOMs) die in 1975 actief werden. Sinds 1980 is Belgie gezegend met drie regionale investeringsmaatschappijen (GIMs) die een deel van
de activiteiten (niet alle) van de GOMs
hebben overgenomen. Ten slotte is er
sinds 1978 het Fonds voor Industriele
Vernieuwing. Het kan zijn dat ik er hier
enkele vergeet.
Al deze instellingen hebben gelijksoortige officiele doelstellingen. Een
eerste doelstelling bestaat erin meer risicodragend kapitaal ter beschikking te
stellen van particuliere ondernemingen en
daarenboven dit risicodragend kapitaal
te richten naar activiteiten die verwaarloosd worden door de particuliere sector.
Op die manier hoopt men nieuw leven in
de economic te blazen. Een tweede doelstelling is van recenter datum en heeft betrekking op de werkgelegenheid. De betreffende instellingen zouden door hun
participatiepolitiek nieuwe arbeidsplaatsen moeten cree’ren. Ten slotte beogen de
meeste staatsholdings het verwerven van
een aantrekkelijk financieel rendement.
ESB 11-2-1981

Het is de vraag in hoeverre de officiele
doelstellingen in de praktijk worden gerealiseerd. Aangzien de Belgische Nationale Investeringsmaatschappij (NIM)
het langst bestaat, en er dus relatief veel
statistisch materiaal beschikbaar is,
wordt hier vooral de prestatie van deze
instelling geevalueerd 1). Om te beginnen de laatste doelstelling, het financieel
rendement. Sinds haar ontstaan in 1962
heeft de NIM geen moment een positief
reeel rendement behaald op haar gehele
portefeuille. Het gemiddelde ree’le rendement (d.w.z. nominaal rendement minus
inflatie) bedraagt -5% per jaar. Dit percentage wordt nog ongunstiger wanneer
we het ree’le rendement van de aandelenportefeuille van de NIM beschouwen.
Dit rendement lag gedurende 1977-1979
gemiddeld rond de -20% per jaar, aanmerkelijk lager dan wat door particuliere
holdings wordt gepresteerd. In principe
kan men stellen dat dit jaarlijkse verlies
aan risicodragend kapitaal niet zo erg is
als hiermee de andere doelstellingen van
de staatsholding kunnen worden gerealiseerd, m.n. de werkgelegenheidsdoelstelling en het doel ,,nieuw-leven-in-te-blazen”.
Later we even de werkgelegenheidsdoelstelling bekijken. Een onderzoek
van de ondernemingen waarin de NIM
participaties heeft genomen leert ons dat
de werkgelegenheid in deze ondernemingen gedaald is met ongeveer 20% sinds
1972, terwijl over het geheel gezien de
werkgelegenheid in de Belgische economic ongeveer stabiel is gebleven.
Het ,,nieuw-leven-inblazen” is uiteraard moeilijk te evalueren. Een indicatie van de mate waarin de staatsholding
erin slaagt nieuwe activiteiten te stimuleren verkrijgen we door naar de aard van
de ondernemingen te kijken waarin de
staat investeert. Het blijkt dan dat de
ondernemingen met overheidsparticipatie degene zijn die een hoge loonsom per
eenheid toegevoegde waarde hebben.
Wat meer is, in die ondernemingen waarin de staat een meerderheidsparticipatie
heeft, was de loonsom gedurende 19771979 gemiddeld 115% (sic) van de toege-

voegde waarde. Deze bevindingen suggereren dat de overheidsholdings geld
pompen in ondernemingen die arbeidsintensief zijn en te hoge lonen uitbetalen
in vergelijking tot de bijdrage van deze
ondernemingen aan het nationaal produkt. Het is twijfelachtig of een dergelijke politick nieuw leven inblaast in de
economic. Het lijkt er eerder op dat door
deze politick de economische herstructurering wordt vertraagd.
Het voorgaande suggereert dat de officiele doelstellingen niet samenvallen met
wat de Belgische staatsholdings, en in het
bijzonder de NIM, in feite nastreven. De
feitelijke politick bestaat erin het looninkomen te beschermen in ondernemingen of sectoren die het minst efficient zijn
of een onaantrekkelijke economische
toekomst hebben. Men kan geredelijk
besluiten dat de Belgische staatsholdings
meer kwaad dan goed doen.
Een werkwijze van gezond verstand
zou zijn deze instellingen af te schaffen.
In het kader van de recente staatshervorming heeft men het omgekeerde gedaan en er nieuwe bijgemaakt die in essentie dezelfde statuten hebben en die
zullen moeten opereren binnen dezelfde
politieke beslissingsmechanismen, met
dit verschil dat ze de beschikking krijgen
over nog meer belastinggelden. Er bestaat geen beter recept voor economische
achteruitgang.

1) Wat volgt is gebaseerd op een studie die ik

te Leuven heb ondernomen

samen met

G. van de Velde. Zie P. De Grauwe en
G. van de Velde, The Belgian National Invest-

ment Company. Role and performance, Leu-

ven, december 1980. Zie ook het recente
Roodboek van het Vlaams Economisch
Verbond.

127

Auteurs