Ga direct naar de content

Jrg. 6, editie 310

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 7 1921

7 DECEMBER 1021

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

Eco

nomisch~Statistis
‘Che

Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

6E JAARGANG

WOENSDAG 7 DECEMBER
1921

No. 310

INHOUD
BIz.

DE MINISTERIEELE INDISCHE BEÔROOTING VOOR 1922 door
M
r.

J.

Gerritzen
……………………………
1055
Onze Spoorwegen (Slot) door
Ir.
R. A.
Verweij

……
1057
Het wetsontwerp tot vaststelling van de Begrooting van
Inkomsten en Uitgaven van
het
Staatsboschbedrijf voor
het dienstjaar 1922 door
Prof.
A.
te
Wechet
……..
1060
De pnging der ,,Hague Rules
1921″
(Slot) door
Mr. 0.
C.

Gischier

………………………………
1062
De Werkloosheidsverzekering en de Werkgevers door
Dr.
Ir.
J. van ileitinga Tromp

………………….
1064
Londensche

Correspondentie

……………………
1065
AANTEEKENtNGEN:
Indexcijfers van de werkloosheid

…………….
1066
Kosten van levensonderhoud van arbeidersgezinnen
te

Amsterdam
……………. …………….
1066
INGEZONDEN STUKKEN:
De Boter- en Kaaswet door
J.
A.
Geluk

……….
1067
De Boter- en Kaaswet door
J.
21f
esdag

…………
1068
MAANDCIJFERS:
Handelsbeweging ovêr de maand September 1921

..
1069
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
……..

.

…..

1070-1076
Geldkoersen.
Effectenbeurzen.
%Visselkoersen.
Goederenhandel.

1
Bankstaten.
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR
ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.
Assistent-Redacteur voor het weekblad: D. J. Wansink.

Secretariai: Pieter de Hooghweg 122, Rotterdam.
Aan geteekende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg
87.
Telef. Nr. 3000. Tele gr.adres: Economisch• Instituut.
Postchè qua- en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abon-nementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 20,—. Buitenland en Koloniën f 25,-
per jaar. Losse nummers 50 cents.

Leden en donateurs van het Instituut ontvangen
liet weekblad gratis.

De verdere publicaties vtn- het Instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.

Advertenties f 0,50 per regel. Plaatsing bij abonne-
ment volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh c2 van Ditmar’s Uilgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gavenhage.

5 i)ECEI’.IBER 1921

In verband -niet de maandswisseling was de geld-

schaarsc.hte in het begin der -week nog iets grooter, dan

dit de laabste paar maanden- reeds het geval -was. De

uihbr•eiding van de -gel-dvraag 9)lee:f echtei- opmerke-

lijk beperkt en reeds op den ernten begon het geld

iets terug ‘te vloeien. Particulier disconto werd dan

ook in het laatst der -week grif tot
4%
pOt. af-gedaan

en verschillende posten konden ook 1.ot
414
Of,. plaat-

si ug vinden.

De wisselmarkt was ook deze week weder ‘zeer be-

wogen. – Op berichten over de onderhandelingen in

Londen konden marken aanmerkelijk verbeteren. De

stijging werd’, de -vaagheid ‘van de berichten in aan-

me.rkiri•g genomen, -veel te steii over-dreven, zoodat,,

nadat een oo-genhlik tot 1,66 betaald was, een sterke

réactie intrad en de koers sloot op 1,30. Ook de andere

wissels waren beduidend vaster. Vooral Londen was

de gehee]e ‘week goed gevraagd en sloot op 11,3.

LONDEN, 3 DECEMBER 1921..

Ondanks de maandswisseling deed ‘zich gedurende

de afgeloopen week een voldoende aanbod van ‘kort

crediet voor en slechts een gering bedrag werd op

Maandag voor een week
ti
534 pOt. bij de Bank of.

Englaud opgenomen. Gedurende ‘de tweede helft van

de week deed zich -verder de invloed gevoelen van de

rentebetaling op de 5 pOt. War Loan, ten bedrage

van ca. £ 50 millioen, welke op Donderdag plaats vond.

De rente v-oor hernieuwi-ng van daggeld ibewoog zich

in de nabijheid van 334 pOt., terwijl i-n den regel

4 pOt,. voor nieuw ‘geld werd berekend. 7-daags geld

bleef op 3% pOt. – –

De disconto-markt deelde in de gemakkelijke ten:

dens, doch de handel bleef beperkt. De disconto’s wa-

ren over het algemeen lager.

2-maan-ds -bankaccepten 3
5
1s pOt.

3%
11
/
pOt.

4-

3% pOt.

6-


DE ‘MINISTERIEELE INDISCHE

BEGROOTING VOOR 1922.

In mijn opstel over de door de Indische Regeeriag voor 1922 bij den Volkseaad ingediende’ begrooting
(zie het nummer d.d. 19 October j.1. van dit week-
blad) wees ik er op, dat ‘bij de behandeling- dier be-
grooting in genoemd college het financieel beheer
der in het begin van dit jaar afgetreden Indische
,Regeering van verschillende zijden aan eene lang niet
malsche cri-tiek werd onderworpen. Van officieele
zijde -werd de juistheid- dier afkeurende critiek be-
aarn-d. Imners, waar de bestuursperiode 1917/1921
zich van de vorige vijfjarige bestuursperiQde 19121
1916 onder-scheiden heef t, door liet voortdurend kwee-
ken van steeds stijgen-de tekorten op den gewo-nen
dienst, -daar sprak de nieuw opgetreden Indische Re-
geerin-g als hare oertu,iging uit, ,,dat v66r alles ge-
,,streefd -moet -worden naar een zoo spoedig mogelijk
,,herstel van het evenwicht tusschen gewone uitgaven
,,en gewone nïiddelen, wil op den duur Nederlandsch-
,,Indië niet worden verarm;d -en aan zijn crediet -op
,,ernstige

wijze af-breuk gedaan”; (nota betreffende
dën toestand ‘van ‘s Lands financiën, pa
g
. S). Met

1056

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

deze woorden, welker juistheid onlangs op treffende
wijze werd aangetoond door de mislukking der In-
dische leening 1921 B, gaf do nieuw opgetreden
Indische Regeering duidelijk te kennen allerminst, ‘te
kunnen instemmen met het door hare vooiga.ngs’ter
gevoerde financieel beheer.

Hoe oordeelt nu de Minister van Koloniën? Op
pagina 10 zijner Memorie van Toelichting op de
•door hem voor 1922 ingediende begrooting komt de
Minister, met verwijing naar bijlage 0. der Memo-
iie, tot de conclusie, dat de periode 1912/1922, waar-
binnen de Volkercnkrijg met zijne ook voor Nader-
lan.dsch-Inclië belangrijke gevolgen •op financieel ge-
bied viel, een deficit van rond
f
200,- millioen op
den norm.alen dienst heeft opgeleverd, en dat dit
cijfer,. de abnormale ‘omstandigheden van liet grootste
deel der periode in aanmerking genomen, niet al te
ongunstig is.

Raadpleegt men echter voormelde bijlage 0, dan
verkrijgt men een geheel ander beeld dan de Minis-
ter ons voor oogen houdt. Dan blijkt toch, dat de
periode 191211916, waarbinnen ook ruim twee jaren
van den Volkereuk.rij.g vielen, op den gewonen dienst
een voordeelig saldo van
f
48,4 millioen heeft opge
lovend, terwijl ‘daarentegen de periode 1917/1922 een
nadeelig saldo van vermoedelijk
f
196,1 .millioen nal
opleveren, indien namelijk de verwachtingen van den
Minister, dat het tekort op den gewonen dienst over
1921
f
16,4 millioen .zal bedragen en dat uit hoofde
der voedselvoorziening in het loopende jaar nog

f
1.09,4 millioen ‘zal terugvloeien (pag. 3 en 9 der Me-
morie van Toelichting) bewaarheid worden.

Het verschil tussehen de financieele resultaten van
voornoemde twee perioden is enorm en wordt nog
grooter, indien men in het oog houdt, dat de Volke-renkrijg voor Indië in de jaren 1919 en 1920 groote
voordeelen heeft opgeleverd, onida’t ten gevolge van
dien krijg in die jaren de prijuen van tal van kolo-
nialé producten ontzaglijk stegen, waardoor de schat-kist ‘in staat werd gesteld een abnorrnaal hoog bedrag
aan belastingen te innen. Aan invoerrechten werd in 1915 en 1916 geïnd respectievelijk
f
22,7 en
f
24,8
millioen; daarentegen in 1919, 1920 en 1921 (volgens
raming) respectievelijk
f
32,8 millioen,
f
60,4 mil-
lioen en
f
49,6 mi’l’lioen; de uit
,
,roorrechten brachten
in 1915 en 1916 op’. resp.
f
2,6 millioen en
f
3,-
m’iliioen, in 1919, 1920 en 1921 ‘ (volgens raming)
respectievelijk,.
f
4,4 millioen,
f
4,4 millioen en
f
10,8 mi’llioen. De heffing der Oorlogsiwinstbe-
lasting ‘begon eerst in 1917 en bracht in 1918, 1919
en 1920 te znmen op
f
57,8 millioen; de opbrengst der
inkomstenbelasting . steeg van
f
13,9 millioen en
f
15,- millioen in 1915 en 1616 tot
f
22,5 millioen
in 1919,
f
25,3 naillioen in 1920 en wordt voor 1921 zelfs op
f
50,5 ‘mi’llioen geraamd. Ten slotte wordt
de opbrengst •der met ingang van 1 Januari 1,920 in-
gevoerde productenbelastingen over 1921 geraamd op

f
1,29,1 millioen (‘al is deze raming te hoog, op eene
ontvangst van ongeveer
f 100,-
millioen, uit hoofde
der productenbelastingen schijnt wei gerekend te mo-
gen worden).

Uit voormelde cijfers, die ontleend zijn aan staat II
van bijlage A. der Memorie van Toeiichting ‘blijkt
dat de Volkerenkrjg in de periode 191711922 aan Indië groet voordeel heeft gebracht. Statt ein Zer-
sto..er ivurde ‘der Krieg für Nied’erldndisch-Ind’ien ein Förderer, ein Aufbauer”, ‘zeide dan ook de heer
E. Helfferieh in eene door ‘hem in October 1920 voor
cle Aardrijkskundige Vereeniging te Hamburg gehou-
den voordracht over:’ ,,Die Wirtschaft Nieclerldn-
disch-Indiens im Weltkriege und . Heete”. ‘)

Tot welke conclusie voeren nu de hierboven ge-
noemde cijfers? Tot deze, dat de periode 191211910,
niettagenstaande cle Volkerenkrjg in dien tijd een
ongunstigen invloed uitoefen’de op het Indische be-
drijfsleven, op den gewonen dienst een voord’eeiig

1)
Zie pgii. 640 van dozen jaargaug.

saldo opleverde van
f
48,4 millioen,
‘terwijl
de gewo-
ne dienst over ‘de periode 1917/1922 niet’tegenstaande
een gunstigen invloed van den Voikerenkrij’g op het
Indische bedrijfsleven en daardoor ‘yeroor’zaakte bui-
tegewoon groote inkomsten voor de schatkist, een
nadeelig saldo ‘zal laten van zeker
f
196,1 millioen.
Aan welke oorzaak is het groote verschil in het
financieel resultaat van de twee voornoemde bestuurs-
perioden toe te schrijven? De Minister van ‘Koloniën
zegt het zönder omwegen:

,,Bezwaarljk valt te vechelen, dat ook Indië in ‘de laatste
,,jaren ‘boven zijne Icreëliten heeft geleefd, dat ide uitgaven
,,voor den verderen uitbouw van ‘zijne instellingen geen
getijken tred hebben ge]iouden met de voorhanden inid-
,,delen op financieel gebied.” (pag. 10 der Meinorie. van
Toelichting).

Op deze openlijke erkenning van de grove fout, in

de laatste jaren door de vorige Indische Regeering
begaan, laat de Minister volgen:

,,Eene algemeene versober,i’ng van den Landadienst in al
,,zijne geledingen is een volstrekt vereischte, wil Indië niet
,,duurzaam gaan •verkeeren in den toestand van zoovele ,,ian’den, die boven hunne krachten le’vn en wier finan-
,,ciën dermate ontredderd dreigen ‘te worden, dat aan
do
,,mogelij’kheid van een afdoend ‘herstel te twijfelen valt.”

Dit is, wat de Engelschen piai.n speakin’g noemen.
Het valt echter te betreuren, dat het bij woorden is
gdbleven, en dat noch de nieuw opgetreden Gouver-
neur-Generaal noch de Minister hunne juiste ziens-
wijzen in daden hebben omgezet.

De Gouverneur-Generaal, die in zijne nota betref-.
fende den toestand
ven
‘s Lands fiiianciën er den na-
druk op legde, dat véôr alles
gestreefd moet worden
naar een zoo spoedig mogelijk herstel van het even-
wicht tussehen gewone uitgaven en gewone middelen
ter voorkoming van eene verarming van Indië en be-
nadeeling van ‘s Lands crediet, bepaalde er zich toe
de begrooting voor 1922 slechts op papier sluitend te
maken, door eene veel te optimistische en met de wer-
kelijkheid geen rekening houden.de
ram.ing van ver-
schillende belangrijke middelen, zooals door mij uit-
voerig is aangetoond in mijn bovengenoemd opstel.
En wat doet de Minister, die blijkens sijne boven
aangehaalde woorden volkomen inziet, dat een voort-
gaan van Indië op den sedert 1917 ingeslagèn weg
onvermijdelijk ‘tot den ondergang voert? Deze be
windsman dient voor 1922 eene begrooting in, waarbij
de uitgaven voor den gewonen dienst worden vast-
gesteld op
f
785,4 millioen (d.i.
f
92,4 millioen’ meer
dan voor 1921 was bepaald) en de inkomsten van den
gewonen dienst op
f
724,3 milliden worden geraamd.
Het tekort op den gewonen dienst, volgens de Minis
terieele begrooting, bedraagt
dui
f
61,1 millioen. De
verschillen tussehen de door den Gouvereiir-Gene-
raal, na raadpleging van den Volisraad vastgestelde
en de Ministerieele hegrooting voor 1922 zijn tot
tweeërlei terug te brengen:

le. de uitgaven voor ‘dan gewonen dienst worden
door den Minister met
f
17,3 millioen vermeerderd;

2e. de inkomsten van dien dienst ‘worden door den
Minister
f
62,5 millioen lager geraamd’, hoofdzakelijk
ten gevolge van eene lagereaming van ‘de opbrengst
der Bankatiumijnen en van de iet-overnemirig. van
het Indische voorstel tot verhoogiug van liet uitvoer-
recht op petroleum en de daaruit ‘gewonnen produc-
ten (bijlage E der MemQrie van Toelichting).

De ministerieele raming van het ‘tekort op den
gewonen dienst over 1922 is echter veel te laag. De
Minister toch volgde de door den Gouverneur-Gene-
raal gedane raming van het bedrijfsoverscho’t der
spoor- en tramwegen, alsmede automobieldiensten op
f
48,3 millioen, welke raming
f
37,9 millioen te héog
is; hij bracht geen wijziging in de raming van de
opbrengst der inkomstenbelasting op
f
60,5 millioen,
welke raming zeker
f
18,5 millioen te hoog is; teu
slotte is ook de maming van het bedrijfsoverschot van
liet tinhedrijf op
f
16,7 millioen, hoewel
f
8,5 mii-
lioen lager dan die van den Gouverneur-Generaal,

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1057

toch nog ongeveer
f
9,— millioen to hoog, (zie mijn hierboveh aangehaald opstel). Het door den Minister
op den gewonen dienst voor .1922 op
f
61,1 millioen
geraar&de tekort zal dus hoogstwaarschijnlijk
f
65,4

millioen meer of totaal
f
1.26,5 millioen bedragen.
Dit is een ontstellend resultaat, en zulks to meer,
waar in .de Memorie van Tbelichting niets te vinden
is, dat wijst op den vasten wil om aan het door •den
Minister gesignaleerde, aan Indië’s w’elvaart kha-
gend.e euvel, beslist een einde te maken. Wel treft
men in genoemde Memorie verschillende onverklaar-
bare en onderling tegeustrijdige uitingen aan. Zoo
zegt de Minister op pag. 8 der Memorie t.a. van het
op aardolie en de daaruit geiwonnen producten be-
staande uitvoarrecht, ,,dat het intusschen gebleken is, ,,dat in het wezen van de zaak dat uitvoerrecht tegen-
,,over het buitenland voor de besiaansvoorwaarden
,,van het Indische petroleum9edrijf helemmerenci
,,werkt”. Hieruit moet logisch volgen, dat liet uit-
voorrecht afgescliaft althans verlaagd dient te wor-
den; . maar neen; de Minister vervolgt: ,,Intusschen
,,zal het onderwerpe]ijb uitvoerrecht, zoolang het nog
,,gehandhaafd blijft, uiteraard mede verhoogd moeten
,,wordeu met de hierna te vermelden algemeene op-
,,centenheffing van de tolrechten.”
Eone voor liet Indisch petroleumbedrjf belemme-
rende belastingheffing moet dus ,,uiteraard” verhoogd
worden. Begrijpe, wie het kan.
Op dezelfde pag. 8 van de Momorie van Toelichting
gewaagt de Minister van ,,de reeds in Indië aange-
brachte belangrijke beperkingen van de normale uit-
gaven”. Raadpleegt men echter staat 1 van ‘bijlage A.
der Memorie, dan blijkt, dat de normale uitgaven
(n.l. de zuivere gewone uitgaven) voor 1921 geraamd
worden op
f
458,— millioen en voor 1922 op
f
513,–
millioen, •dus
f
55,— millioen
meer.
Instede dus van
cciie beperking van normale uitgaven, waarvan cle
Minister melding maakt, heeft er eene uitzetting
dier uitgaven plaats. Op pag. 7 der Memorie van Toelichting spreekt de
Minister van ,,hot gewone accres” van tal van be-
lastingen, als inkomstenbelasting, invoerrechten, uit-
voorrechten, lan.dèlijke inkomsten enra. en hij rekent
dat tengevolge van dat accres ruim
f
20,5 millioen zal binnenkomen. De vraag is gewotstigd, hoe men in.
deren tijd van algemeene wereidmalaise, die de prij-
zen• van alle koloniale producten sterk verlaagd
heeft, die voorts de déconfiture en sterken achteruit-
gang van tal van bedrijven veroorzaakt heeft, kan dèn-
ken aan een ,,gewoon accres” van belastingen? Het
ligt eerder voor de hand om in een dergelijken tijd be-
dacht te zijn op eene natuurlijke vermindering van
de belastingopbren.gst.
De alles beheerschende vraag is echter: hoe moet er
een einde gemaakt worden aan de jaarlijksche steeds
stijgende tekorten op den gawonen dienst
;
die volgens
den. Gouverneur-Generaal en den Minister Indië on-
venmijdeljk naar den afgrond voeren? Op deze vraag
antwbrdt de Minister: (pag. 10 der Memorio van
Toelichting): ,,Een algemeene versobering van den
,,Landsdienst in al zijne geledingen is een volstrekt
,,vereischte”. Dit antwoord op de gestelde vraag ligt
voor de hand; waar •het euvel, waaraan Indië lijdt,
bestaat in het leven boven zijne krachten, daar ligt
het geneesmiddel tegen dit euvel in de allereerste
plaats in eene zoodanige inkrimping der staatsuit-
gaven, dat deze in overeenstemming komen met de
draagkracht van het land. Het ongelukkige is echter,
dat dit voor de hand liggende geneesmiddel noch door
de Indische Regeering, noch door den Minister wordt
toegepast; ‘wel leest men op pag. 8 der Memorie van
Toelichting, dat de Minister zich vleit met de ier-
wachti.n.g, ,,dat het in Indië nog plaats hebbend over-
,,leg nopens de mogelijkheid eener verdere beperking
,,van de regelmatig wederkeerende uitgaven, het mo-,,gelijk mi maken om bij de weldra ‘bij den Volksraad
,,in te dienen aanvullingsbegrooting voor 1922 door
,,sch.rapping of vermindering van daarvoor in aan-

,,naerking komende posten hot nadeelig saldo van den
,,normalen dienst voor .dat jaar tot een aanzienlijk
,kleiner bedrag terug te brengen”, doch do vraag
lijst, waarom met de uitvoering van dit goede voor-
nemen tot de aanwullingsbegrooting moest worden ge-
wacht en waarom de Minister in strijd met zijne voor-
melde woorden de uitgaven voor den iormalen dienst
in 1922 in vergelijking met 1921 verhoogde met

f
55,— millioen?

Het is een bekend feit, dat de economische ontwik-
keling van Nederlan-dsch-Indië sedert 1906 zeer groot
is geweest; deze ontwikkeling is veroorzaakt door
eene groo-te toevioeiing van buitenlandsch kapitaal en.
buitenl andsche in.tellectueelo krachten, •die vele nieu-
we ondernemingen in Indië hebben gesticht en be-
staande ondernemingen hebben uitgebreid. Ook de
Staat trok uit deze economische ontwikkeling groot
voordeel en werd daardoor in staat gesteld zijne over-
heidsizorg in vele opzichten belangrijk uit te breiden;
zoo brachten de belastingen in 1912
f
92,7 millioen
op, daarentegen in 1920
f
199,1 xu’illioen; voor het
exceptioneele jaar 1921 worden zij zelfs geraamd te
zullen opbrengen ruim
f 333,—
millioen; aF is deze
ra-ming ook te hoog, op eene belasrtingopbrengst van
circa
f 300,—
millioen schijnt over 1921 wel gerekend
te mogen worden.
Het is dus voor de geheele Indische gemeenschap
van het allergrootste ibelan.
c
,
er voor te zorgen, dat
uitheemsch kapitaal en uitheemscho intelleel,ueele krachten zich voor Indië blijven interesseereii. Met
recht mocht dan ook de Gouverneur-Generaal van de
Philippjnen in eene inleiding voor het yearbook of
the Philippine Islands. over 1920 schrijven: ,,I eau-
,,not emphasize too strongly the necessity of outside
,,capital’for our development” en verder: ,,the fun-
,,d’amental principle of econornics must not bo dis-
,,regarded, that the best commercial development of
,,a country as well as industrial is .-through private
,,initiative and capital”.

Aan de juistheid dezer woorden valt met het oog
op de in Nederiandsch-Ind-ië opgedane ervaring niet
te twijfelen; mogen dan tevens zij, die over het wel
en wee van Nederlandsch-Indië to beslissen hebben, nooit uit het oog verliezen, dat het uitheemsch kapi-
taal en uitheemsche intellectueele krachten zich ze-
ker niet zullen blijven interesseeren voor een kind,
waarvan de financiën, om met de woordeh van den Minister te spreken, dermate ontredderd dreigen to
worden, dart aan de mogelijkheid van afdoend herstel
te twijfelen valt. Want eene Regeering, drie lijdt aan
chronisch dringend geldgebrek, is tot allerlei zon-
-derlinge maatregelen in staat; getuige het uitvoer-
recht op aardolie en de daaruit gewonnen producten, dat voor het potroleumijbed-rjf belemmerend werkt,
maar desniettegenstaande ,,uiteraard” verhoogd moet
worden. . J.
GERRITZEN.

ONZE SPOOR WEGEN.

H.

Sedert ’90 hadden velen, en daaronder buiten-gemeen gezaghebbendo mannen, – tegen de nog
steeds even geliefde dogmas van Thorbecke in –
gepleit voor spoorwegerploitartie rechtstreeks door den
Staat. Lely, Treub, Bos, Pekeliharring, Glings, San-
ders, Bakker Schut, ik noem slechts hun namen.
Niet het minst droeg hiertoe do in 1903 uibbar-
stende ontevredënlheid van het personeel ‘hij. Tot
dat jaai was, al had vooral Lely veilbetering gebracht
door de in ’94 ingevoerde beperking van het goede-
i’envervoer op Zoudârg en de in ’99 voorgeschreven
bepalingen omtrent den dienst- en rusttijd van het
personeel, de opvatting van Minister Harvelaar: ,,De verhouding van het personeel tot de maatscihappijen
is een taak die geheel buiten het terrein van den
Staat ligt”, in het algemeen richtsnoer voor Ide Regee-
iing geweest.

Onder vooropstelling dat er onder de leid:ers -van

1058

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

het spoorwegbcil.rijf waren die veel voor het pe’rsouorl
over hadden, moet erkend worden dat dit, bezwaar
had tegen de lage bonen, togen de lange cl.iensttijden,
tegen het prenriesteisel, tegen het hoetestelsnI, tegen
‘den toon van verscheiden chefs en chefjes, dat het
verlangde: sommige v’erbeteringen in de m:a’a’trege-
len voor gezondheid en veiligheid, meer uitgebreide

zeggenschap over pensioen- en zieken- ‘en ondersten-
ningsfondsen, de instelling van sclheiciserechten en
de erkenning van ‘alle vakorga’n,isaties. Die grieven
en Ihegeerten deden een spanning ontstaan, welke;
toen plotselinig, onvoerbereid en onverwacht, op 30
Januari 1903 de staking uitbrak, ‘ten gevolge had, dat de directie van ‘de machtige Hollan’dsche Spor over-
wonnen werd. Een overwinning, ‘die geen beslissing
was. Kuyper diende een wetsontwerp in ,,om wat mis-
•dadig is,
dan ook
n’visdrijf ie ons
recht te heeten”, om
staking strafbaar te stellen. Op den dag, waarop dit
ontwerp in de Tweede Kamer ‘kwam, op 6 April, ‘brak
de tweede staking uit. Nu overwonnen tde iffirecties.
Sedert echter is er een ingrijpende Stantsbo’ei-
enis met de regeling van ‘de diens’tvoorwaa’rden.
Sedert is de in ‘den aanvang van dit artikel aange-
duide richting van eenwording van belangen ook
merkbaar op het gebied van de verhoudinig tussehen
personeel en directie. –
Was echter
j
zelfs louter uit een oogpunt van ‘be-
vredigende person,eelstoestan’den bezien, spoonweg-
exploitatie rechtstreeks door ‘den Staat, de beste op-
lessin’g? In Januari ‘1917 heb ik in de Haagsohe
Vallds’rniversiteit en in Februari 1.918 in ,,’de G±ds”
een andere oplossing verdedigd. En wel de opridhting
van een nationale spoorweg-maatschappij, ‘waarvan de
aand’eelen, weldra wellicht tot een bedrag van hou-
derden mi’lli’oenen, hoof4zakelij’k in ‘handen ‘zijn van
het Rijk, de elf provinciën en gemeenten, welke voor
deelneming in aanmerking komen; terwijl bevorderd
kon worden dat, voor zoever zulks door ‘deze publiek-
rechtelijke ‘lichamen geweusch’t wordt geacht, ook
andere bij het spoorweg.bedrijf belanghebbenden, met
name organisaties van het spoorwegpersoneel en van
de spoorwegklanten, in niet onbetedkenenide mate
aandeelhouder worden; de personeeladeelnomin,g zou
door middel van de vakvere’enigingen van spoorweg-
personeel kunnen gescihieden. Door deze oplossing,
cownptabel, en in het algemeen adimin’istra’bief, leniger
dan die van een Staatsbedrijf; financieel ‘solieder ‘dan
de op de overeenkomsten van ’90 opgebouwde con-
structie, scheen ‘de ‘uit de spoorweggeschiedenis voort-
vloeiende nood’zalkelijkheiid van eenwording v.an spoor-
wegbelangen het doelmjatigst verwezenlij’kt te kun-
nen worden. De ‘oplossing zou tevens kunnen bijidra-
gen tot de oplossing van in een andere phase gelegen
moeilijkheden, tot een meer bogisehe en meer econo-
mische verdeeling van het verkeer te land en ‘te water.
Ik kan niet nalaten mijn vreugde er over uit te
spreken, dat wat toentertijd ‘door de ,,Nieuiwe Cou-
rant” ,,een o.i. hoogst aiviontuurlijk en onibekookt
p’lan” ‘werd genonmid,’) reed’s zo spoedig daarna
aanmerkelijk nader tot ‘zijn verwezenlijking is geko-
men door de ,)belkradhbiig.ing van nadere overeen.koim-
sten met de Maatschappij tot Exploitâtie van Staa’ts-
spoorwegen en de Hollandsche IJzeren Spoorweg-
Maatschappij”. 9
Volgens ‘deze overeenkomsten wordt, onder besten-
d’iiging van de beide maatschappijen en haar vennoot-
schapsvorm, de Staitt haar grootste en invloedrijkste
aandeelhouder. Naast de ‘bestaande aandeeleniapita-
len van 18 rbi.11i’oen voor S. S. en 22Y2 mitili’oen voor
H. IJ. S., zal de Staat gele{de.lij’k 22 en 27y2 millioen
beschikbaar stellen, hetgeen de behoefte aan nieuw
kupitaai voor werken en materieel moet helpen be-
strijden. Aan den Staat wordt, zoowel in de Alge-
meene Vergadering van Aanideelhohders aJ’i in den
Raad van Commiissa,ni’ssen, de meer’deiiheiid van stem-
men verzekerd. (Hiertoe is een geringe afwijking van

‘)
Avoedblaicl van
28
Maart
1918,
Hoofdarfii’keL
2)
Gedrukte Stukken
1920-21.
350.

liet Vetboelc ‘van Koopliajidol noo’dig geweest). De
oude aandeeiliourlers verliezen de macht om den
Staat tegen zijn wil tot naasting te dwingen. Wel
behoudt ‘de Staat de bevoegdheid, wanneer hij zulks
wenscht, door naasting het ‘bedrijf in vennootschaps-
vorm om te zetten in een rechbstreeiksch Staatsbe-
drijf. Tegenover hét verl.ïezen van de kans om, wan-
neer de ‘bedrijfsuitkomsten ged:urendo twee jaren blij-
ven beneden de in de overeenkomsten van ’90 om.:
schreven minima, de in ‘die overeenkomsten aange-
geven nailstingssem voor vooTdeelige belegging vrij
te krijgen, is aan de oude aandeelhouders tweeërlei
geldelijke aanspraak toegekend. In ‘de eerste plaats is
den aandeelhouders gewaarborgd, dat, indien in eenig
jaar de opbrengst een uit4keering van 5 pOt. niet
mocht toelaten, de Staat in het ontbrekende zal voor-
zien (‘o ‘bij:zon’dere redenen genieten houders van
aandeelen-S. S. garantie van’ een ‘dividend van
5.026.3158 pOt.). In de ‘tweede plaats is ‘hun, wan-
neer de Staat na tien jaren nie4 tot naastinig mocht
hebben besloten, alscian uitbetaling izegnra idecril van
hor, hun bij balausnaasling toekomeci aanleel in d
reserve.

Indien tot de e,renbedoelde n’aiasting wordt over-
gegaan, dan zal deze in den vorm van volledige ba-
lansnaasting plaats ‘hdkben. Waar koopnaasting ver-
valt, vervallen eveneens ‘de met deze koopnaasting
verband houdénde bepalingen omtrent afschrij ving
in de overeenkomsten van ’90 en kunnen de balansen
voortaan, te beginnen met die per 31. December 1,921,
ickening houden met op de ervaring gegronde rege-
len omtrent afschrijving, welke voldoen aan in een
gezond ‘bedrijf te stellen eischen.

De Itegeering heeft van ‘de gelegenheid gebruik
gemaakt om een betere regeling van het trem’weg-
wezen te ibevordbren. Volgens de overeenkomsten van
’90 ‘kan de exploitatie van spoorwegen, dïe door den
Staat zijn aangelegd of ‘waarover hij beschikt, door
de Kroon aan de exploiteerende Maatschappijen wor-
den opgedragen. Dezelfde opdracht is nu ten aanzien
van locaaispoor- en trannweg’ma atsclheppij en mogelijk
gemaakt. Deze maatregel is vooral van belang’ voor
die traimwegen, die – op zich zelf niet rendabel –
als onderdeel van het groote spooravegbedrijf geen
verlies behoeven op te leveren wegens ‘de waarde van de door die tram’wegen op de hoofdbspoorwegen ver-
oorzaakte verkeerevermearderinig. De mogelijkheid
van verdere eenwording van alle NederJ’anidsche
‘spoor- en intercommunale tramwegibelangen is hier-
door bevorderd.

Het lijdt geen twijfel of het sluiten van ‘deen nadere
overeenkomsten is voor den Staatin de gegeven om-
standigheden, uit tihesauristisch oogpunt bezien, een
betrekkelji niet nadeelige transactie geweest. De toe-
stan’d is immers z66 dat, naar met aan zekerheid gren-
zende ‘waarschijnlijkheid mag ‘worden aangenomen,
aan het einde van dit jaar altihans S. S. ‘in den toe-
stand zal verkeeren, dat gedurende twee achtereenvol-
gendé jaren de divideud’uitke’ening minder .,dmi 3
pOt. zal hebben beloopen. (In 1920 was er, ondanks
de in de laatste maanden van 1919 ingevoerde ver-
hoogingen van de reizigers- en van ide goederen.tarie-
‘ven met 25 pOt., een groot tekort; en de vooruitzich-
ten voor 1921 zijn slecht: gedurende het eerste half
:

jaar van 1,921 was ‘de opbrengst per dag’kilometer

f
138.77 tegen
1
144.05 gedurende het eerste half-‘
jaar van 1920. Gelet op de elders te verkrijgen lioo,
gere rente, moet dus ‘worden aangenomen dat, op
grond van de ‘bôven ‘aangeduide bepaling, de over-
eenkomsten zouden aijn opgezegd, althans door S. S.,
in welk geval de Staat genoopt’ izou nijn geweest
ook H. IJ. S. te naasten. De Staat had dan de
keuze ‘gekad tusschen de drie hier boven genoem’-‘
de wijzen ‘van na’asting. De voordeeligste aou de.
balansnaasting zijn geweest,
‘bij
toepassing waar-
van de Staat cirda 50 mil’lioen had moeten fou.rneerren,
i
a
],
s
naastingspnijs boven de bedragen voor niegw ka-.
;pitaal, waarin hij thans togen verkrijging van aan-,

7 December
1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1059

deelen 49Y2 millioen stort. Bij tden tegen’woordi.gen
stand van de geldmar’kt is het duidelijk, dat een en
ander aanmerkelijk duurder zou zijn gekomen dan de thans aan aandeelihoqiders verstrekte dividendgaran-
tie van
f 2
029 736,84 ‘s jaars.
Ook overigens staat het vast, dat de nadere over-
eenikomsten den toestan!d verbeterd hebben. Het alge-
meen belang is thans bij ons spoorwegbeleid duidelijk

•dom’ineeren’d. De balansen zullen meer iii overeen-
stemming met de werkelijkheid zijn. De financieele
contrôle van den Staat kan tvee1 eenvoudiger, dus
goedkooper, worden ingericht. De verhouding van
aandeelen- en .obligatiekap;italen is minid’er ongunstig.
De trmweglielangen kunnen beter tot hun recht ko-
men. En aan de begeerte naar medezeggensdhap van
het personeel is eenigermate tegemoet gekomen. Wel-
iswaar heeft de Tweede Kamer de moties-Van der
Waerdeu, strekkende om de oude aandeelhouders ge-
heel uit den Raad van Commissarissen te eliminee-
ren en om daarin plaats te maken -zoowel voor ver-
tegenwoordigers van het personeel als voor verte-
genwoordigers van handel, land’bourw, nijverheid en
verkeer, verworpen. Maar de Regeering, hoewel van
oordeel dat een beslissing ten gunste van medezeg-
genschap door aan vertegenwoordigers •der spoorweg-
vakvereenigingen plaatsen in den Raad van Com-
missarissen te geven, voorbarig ijs, soolang niet het rapport van de socialisatie-c’om.missie bekend is en
niet naar aanleiding daarvan de Regeering haar
standpunt zal hebben bepaald, heeft reeds, haar voor-
nen te kennen gegeven in dien Raad eenijge per-
sonen op te nemen die, zonder tot het personeel of
de vakvereeniging te behooren, geacht megen worden
in die krin.gen vertrouwen te gen.ieten

Is door deze nadere overeenkomsten de definitieve
organisatievorm van onze spoor- en tramw.egen be-
reikt? Niemand zal dit meenen. Wat de toekomst ons
brengei zal? Als steeds zal het antwoord zijn san de
Overheid, aan de spoor- en tiamwegondernemingen,
aan het volk, terwijl .dit antwood afhankelijk zal zijn
van de bedrijfsu’itkomsten, die weder afhangen van
den economischen toestand ‘au ons land, dus van ,de
wereld.

De beo’ordeelin’g van de bedrijfsuitkomsten in de
toekomst zal met meer zekerheid kunnen geschieden,
nadat de resultaten over 1921 bekend zullen zijn. De
cijfers over 1921 zullen toch, waar de Regeerin.g toe-
passing van een beter systec’m van afschrjving heeft
toegezegd, een ziuiverder beeld kunnen geven dan tot
‘dusver verkregen is. Hopelijk zullen de cijfers over
1921 ook in ander opzicht grondslag voor verdere be-
sdhouwirrgen blijken; in dat opzicht namelijk dat na
dat jaar op betere ibeidirijfsresultaten zal kunnen wor-den gerekend.
Hoe echter de algemeene economische opleving
ook ‘zij, een Minister van Financiën, die in zijn mii-lioenen-nota een winst- en verliesrekening voor dèn
Staat der Nederlanden tracht t ontwerpen,, zal voor-
loopig niet op een groeten win’stpost uit het spoor-
wegbedrjf moeten rekenen. In de hierboven reeds
genoemde, laatst gepubliceerde conti-finti voor het
gansche spooTweg’bedrijf is het
becijferde
verlies over
1918
f
4 019 235,64 en over 1919
f
16 452 676,96
e
.
Oo’k al .onderstlt men, dat de in deze becijferingen
opgenomen bedragen v.00r afsckrjving op de spoor-
wegen, het rollend materieel en de exploitatie-inrich-
tingen, onderscheidenljk van
f 10
625 076,38 en

* f 10
619 666,16, te h.00g
zijn,
deze cijfeis
.zijn
wel zeer
ongunstig. Evenmin gunstig is het door de maat-
schappijen berekende nadee’iig saldo der ,,Rekening van ‘gemeenschappelijke baten en lasten” over 1920
van
f
2 393 179,73. Al mogen de drie hier beschouw-
de jaren, inzonderheid 1919, exception’eel ongunstig
worden geacht,’ de omstandigheid dat de aanideel’hou-
ders van S. S. en H. 1J. S. sinds 1890 gemiddeld lang
niet het thans door den Staat gegarandeerde percen-
tage genoten hebben, terwijl ‘daarnaast – gelijk hier-boven werd aangegeven – groote bedragen zijn ,,in-

geteerd”, noopt ei toe niet met financieele baten voor
de schatkist uit het spoorwegbedrjf, althans in de
eerstvolgende jaren, rekening te houden.
Een oorzaak, wellicht de voornaamste, van deze
teleurstellende prognose, ligt in de concurrentie van
de an.dere verkeersmiddelen. Nederland heeft uit-
nemende gewone wegen, maar vooral waterwegen drie
aan het goederenvervoer gemakken bieden, welke
elders nagenoeg onbekend zijn. Aan deze gemarkken
van den waterweg voor het goederenverv’oer is de
betrekkelijk geringe. omvang van ‘dit vervoer op de
spoorwegen h’ier te lande toe te schrijven. Terwijl in
andere landen het goederenrvervoer al’s regel omstreeks
het dubbele opbrengt van de ontvangst uit ‘het per-
so’nenvervoer, werp’t het in Nederland veelal, vooral
vroeger, zelfs nog mindere opbrengsten af dan het
personenvervoer. (In 1918, 1919 en1920 ‘iets meer.)
In aanmerking moet hierbij worden genomen dat
gewone en waterwegen in het algemeen. toivrij zijn,
dat de honderden millioenen, welke de-ze ‘hebben ge-kost en wegens aanleg, onderhoud en verbetering blij-
ven kosten, grootendeels uit overheids’kassen zijn ge-
rvloe’id en blijven vloeien, zonder dat de rente van deze
kapitalen aan het verkeer in rekening wordt gebracht.
Werd een overeenkomstige boekhouding ten aanzien
van de spoorwegen gevoerd, de bedrijfsresultaten van
de Nederland’sche spoorwegen zouden een gansch
ander beld vertoonen. Zou het beeld evenwel niet
zuiverder zijn, indien de rentelast van de uitgaven
voor weg en werken in het vervolg in mindere
mate ten laste van het spoorweghedrjf werd geboekt,
bv. doordat nog ‘iainder huur door ‘den Staat aan de
maatschappijen in rekening werd gchraoht? Het
spreekt vanzelf, dat niet als gevolg van een derge-
‘lijken boeking;smaa’tregel de houders van oude aan’dee-
len, S. S. en H. LT. S. meer zouden moeten ontvangen.
Wel echter zou het gevolg- zijn dat bij uitbreiding van
het aandeelenka’p’itaal de nieuwe aanideelen -williger
genomen zouden worden. Tijdige toepassing ‘van ‘be-zuinigingsmaatregelen’) zal ‘deze gewensohte gewil-
ligheid ‘bevorderen. –
Verdere uitbreiding van ‘het aandeelenkapitaal
schijnt .gewenscht, reeds om – ter wiJle van grootere
£ina’ncieele stabiliteit – een betere verhouding tus-
schen aan’deelen- en obligat’iekapitalen te verkrijgen.
Wanneer de Staat de d’oor hem thans genomen aan-
doelen zal hebben volgestort, zullen er 90 millioen aan
aandeelen tegenover ongeveer 400 miljoen aan dbh-
gatiën staan. Wordt het aandeelenkapitaal niet uit-gehieid, dan ‘zal deze verhouding nog ongunstiger
worden, daar voor verbetering van stationsemplace-
menten, electrifica,tie, enz. nog groote kapitalen in
de spoorwegen gestoken nullen moeten worden, zelfs
al wordt – gelijk thans noodzakelijk is – meer zui-
nigheid ‘dan tot dusver ‘betrndht.
Afgezien van deze fin’ancieele ‘overwegingen ‘schijnt
uitbreiding van het aandeelentkapitaa’l gewensc’ht om
nationale exploitatie van onze spoorwegen te verkrij-gen. Het schijnt gewenscht, dart niet alleen ‘d’e Staat, maar ook de
bij
spoor- en tra,msvegarerkeer geïnteres-
soerde lagere publiekrec.h’teljke organen, dat grootere vervoerders en o’rgan’isatiën van vervoerders’, dat niet
het minst het personeel ‘door -zijn vakvere’enigingen
2)

Ik denk bv. aan vermindering van ‘het aantal ‘klassen
en aan ‘vermindering van de plaatsruimte per reiziger; ik
zou ‘willen waarschuwen tegen het achterwege laten rvan
de bewaking van overwegen. Laten wij, ‘zelfs al znu deze
maatregel
f
1.500.000
per jaar uitsparen, geen afbreuk
doen aan onze haast iniraculeus ‘gunstige ongeva’llenstatis-
hek. Later wij ook ‘de arbeidsvoorwaarden van categorieën
personeel met een betrekkelijk hoog tuberculose.peroentage
niet verzwaren.
Het hier voorgestelde hedrjfsanede’bezit schijnt in
overeenstemming met ‘de door Mr. Dr. Ch. Raaymakers
S. J. 28
Mei
1921
op het congres van het R. K. Vakbu-
reau verdedigde stelling: ,,In de afzonderlijke ondernemin-
gen mogen de arbeiders streven naar medezeggenschap,
doch alleen voor zoover zij bereid zijn, ock meda’verantwoor-
eljkheid en meder’is,ico te dragen.”

1060

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

belang bij de geldelijke uitkomsten en medezeg
genschap in . de leiding van het spoor- en tram-
weghedrijf hebiben; dat ‘dus, zoodra een passende gele-
genheid zich voordoet, bevorderd wordt, dat de hier genoemden aandeelhouders worden. Verwacht mag
worden, dat nisdan nog meer dan. nu door het volk in
al zijn geledingen, vooral door het personeel, zal wor-
den medegewerkt tot verbetering van dit bedrijf op
deugdelijke, maar t;och zoo zuinig mogelijke wijze.

R. A. VERWEIJ.

HET WETSONTWERP TOT VASTSTELLING

VAN DE BEGROOTING VAN INKOMSTEN

EN UITGAVEN VAN HET STAATS-

BOSCHBEDRIJ’F VOOR HET DIENST-

JAAR 1922.

Een papi eren. ondin.g.

In het tijdschrift, der Nderlandsche Heidemaat-
schappij van 1 October 1920 meenden wij te moeten
opkomen tegen de min of meer ondoordachte’pla.nnen
nopens de omzetting van het Staatsboschbeheer in
een Staats’bosch’bedrijf, neergelegd in een ontwerp van
wet,, dat toen bij de Tweede Kamer der Staten-Gene-
raal in overweging was.
Sedert is echter het ontwerp wet geworden. Het
‘zij uoo! Napleiten is doelloos en zijn wij zulks dan ook geenszins ‘van plan. De wet is er, en degenen, die rvoor
de uitvoering daarvan geroepen zijn, hebben ,,to make
the bes.t of it”.
De eerste poging tot uitvoering van de wet ligt
thans voor ons in den vorm van een begrootingsont-werp voor’ 1922 en wij beschouwen het als een – ‘zij
liet dan ook onaangename — plicht, hier aan te too-
aan, hoezeer men in die uitvoering is te kort gescho-
ten.
Voor het Nederlandsche- volk is boschbeziit nood-
zakelijk en volkomen onderschrijven wij de pakkende
dichtregels van Theuriet:

Au plus profond des bois la patrie a son coeur,
Un pouple sans forêts est un peuple qui .meurt.

Maar oen duren plicht achten wij het, dat het volk
juist en deskundig wordt voorgelicht, opdat nimmer
den boschtech-nici het verwijt kan treffen, dat zij door
niet juiste voorlichting het volk en de Volksvertegen-
woordiging op een verkeerd spoor gebracht hebben. Een dergelijk
gegrond
verwijt zou ontegenzeggelijk
ten gevolge hebben, dat er stagnatie komt in de ont-
wikkeling van den, -bij ons te lande nog zoo jongen dienst van het Boschwezen. Eene reactie op de wel-
willendheid, die thans steeds door de Volksver-tegen-woordiging ten opzichte van het Boschwezen getoond
wordt, zou daarvan onvermijdelijk het gevolg zijn.
Het onderhavige begrootingsontwerp licht de be-
langstellenden verkeerd in, en is dus, naar onze vaste
o’vertuiging, zoo als het daar -ligt, -gevekrlijk voor eene
gestadige ontwikkeling van het Staatsbosch-beheer.
Vooropgesteld ‘zij, dat wij er vast van overtuigd zijn, dat de samensteller(s) geenszins bewust, ver-
keerde inlichtingen gaven, integendeel, geheel te -goe-. der trouw waren.
Zij hebben zich blijkbaar zooseer gebonden geacht
door de ,,Wet op het Staataboschbedrijf”, dat zij, ‘bij
de samenstelling ‘van ‘de ibegrooting niet den moed
vonden voor een ,,nbn possumus”, en die begrooting
cote que coftte in het niet passende raamwerk heb-
ben gewrongen.

Het collectieve co.par-tnership in het spoor- en tramweg-
‘bedrijf kan hier te lande zoo goed in handen van de vak-
vereenigi.ngen gelegd worden, omdat er van verschillende
richtingen vakvereenitgiagen zijn van personeel, uitsluitend
to-t dit bedrijf ‘behoorenzi.
Dit medezeggenschap in den Loonraad is volgens art.
153
(2)
van het R. D. V. reeds via de ‘vaikvereenigingen
geregeld.
In Frankrijk kent men reeds het collectieve co-part-
nerslz’ip in ‘het spoorwegbediijf. Zie Jahrbücher für Na-
tionalökonomie und Statistik. Maart 1921.
Biz. 262.

Thans ter zake!
In de desbetreffende courantenberichten kon men
lezen, dat de begrooting voor het Staatsbosehbedrjf voor het jaar 1922 in ontvangsten en uitgaven sloot
met een bedrag van
f
1.448.452,— of rond 1,5 millioen
gulden.

De ‘begrooting raadpiegende blijkt echter, -dat deze
sluiting verkregen wordt door cciie ,,uitkeering uit
,,’s
Rijks
-middelen wegens verlies op de exploitatie”
van
f
1.195.927,— of rond 1,2 m-illioen gulden.
Hadden -dus de couranten de belangstellenden in
het staat-s

boschbedrijf commercisel
willen voorlichten,
dan ware het juister geweest, i’ndien zij vermeld -had-den, dat op dat bedrijf in 1922 een rverliès zal worden
geleden van 1,2 millioen gulden, dat -de -uitgaven ‘bijna
1,5 -millioen bedragen, dn de inkomsten nog geen
3 ton. Daardoor -zou het publiek -beter ged-ien-d zijn,
terwijl het -weinig moeite ‘zou ‘kosten, dit verlies te
motiveeren, in aanmerking nemende, dat het Staa,ts-
boschbedrijf ‘
zoovele
dienst en.
bewijst, dat het feitelijk
geen bedrijf, maar een ‘tak van staatsdiens’t is.
Op -zich ‘zelf is echter deze onduidelijkheid in een
d

agbladbericht niet zee heel ernstig, al valt het te
bejanimeren, dat de vorm, -waarin de -begrooting is opgemaakt, tot zoodanige vei-‘troebeling aanleiding
geeft.

Veel ernstiger achten wij -de -bureaucratische ma-
nier, waarôp men tot deze ‘verl-iespost komt, omdat
die werkwijze tot geheel verkeerde gevolgtrekkin-gdn
aanleiding geeft. –

In artikel 3 van het onderhavige ‘wetsontwerp voor
de vaststelling van de begrooting voor het Staats-
boschbedrijf voor het jaar 1922 is bepaald:

,,Ged-urende de jaren 1922 tot en met 1926 wordt telken
,,jare eene rente van 5,5 tea ‘honderd van de kapitalen,
,,welke op
1
Januari rvan tdat jaar uit ‘s Rijks ‘schatkist
,,voor de inrichting en de verbeteriag of ftiitbreiiding van
,,ihet -Staat.sbosohbedrjf verstrekt en nog-niet terugbetaald
,,zijn, door dat -bedrijf aan ‘s Rijks middelen uitgekeerd.”

Deze rente’voet, 5,5 pOt., is klaarblijkelijk vastge-
steld in verband met cle -desbetreffende bepalingen in
de Bedrijvenwet van 1912.. – –
Nu zien -wij in de -begr-ooting, -dat de zooeve,n ge

noemde verliespost van 1,2 millioen gulden ten dccle
een gevolg is -van de ui-tkeeri-ng -van het Staatsbosch-
bedrijf aan de schatkist van
f
341.101,—, ‘wordende
dit bedrag gevormd door 5,5 pOt. rente

van de unven-
taris’waarde der Staatsbosschen, waarover hieronder
nader. Uit technisch-boekhoudkundig oogpunt kan
deze voorstelling ‘van -zaken desnoods als juist ‘be-
schouwd word-en, maar -men vraagt zich ‘toch af, of
er een meer absurde manier om het publiek voor te
lichten denkbaar is, -dan -aan den eenen kant een ver-
liespost van 1,2 millioen gulden te boeken, om-dat aan
de andere zij-de een gefingeerde winstpost van 334
ton ‘voorkomt. Ware het niet -eenvoudiger, ‘overzichte-
lijker en begrijpelijker geweest, indien -dit gescharrel
met cijfers achter-wege had kunnen ‘blijven, en ‘in eens
geconstateerd was, dat het verlies niet 1,2 -millioen,
maar 834 ‘ton zal bedragen. –
Maar ok dit is nog geen ‘hoofdzaak.
Veel erger, absurd ‘zelfs, is de gekozen rentevoet.
Ieder ‘boschtechnicu’s weet, behoort -althans te -weten,
dat geen enkel bosch’bedrijf, en zeker niet in -ons land, –
(ik zonder -desnoods de grienden uit) in staat is meer
dan 3 pot. rente op
te
leveren. Deze ren

te wordt
slechts behaald onder ‘zér gunstige omstandigheden,
wanneer geregeld jaarlijks kan worden gekapt.
‘)
Bij.
ons te lande zal men ‘zich la-ter -met 2 â 234 pOt. zeker
tevreden moeten stellen.
Wanneer’ dus in
werkelijkheid
5,5 pOt. van de in
liet boschbedrijf vastliggende kapitalen ‘moet worden betaald, terwijl het

bedrijf slech’ts 236 pOt. rente kan

‘). In Saksen, waar het bosdh’bedrjf geheel gericht is op – financieele resultaten en waar zeer houtrijke -sparrenbos-
schen op zeer goede gronden groeien,- bedroeg sedert ‘het
midden ‘van de -vorige eeuw ‘de jaarlijksohe boschrente ge-
iniddeid nauwelijks 236 pCt.

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

EW

opbrengen, dan is dat bedrijf ontegenzeggelijk ten
ondergang gedoemd en dat in zeer korten tijd.
Ieder dus, die uit de debetreffende begrootings-
post zou willen afleiden – en ieder niet-deskundige

moet ïulks wel doen – dat een
con’brnercieel
boscbe-

drijf
5,5
pOt. rente kan vergoeden vd6r de in dat be-
drijf vastliggende kapitalen, zal bedrogen uitkomen.
Had men, omdat hét nu eenmaal om andere dn
hoschtechnische redenen gewenscht is, den gefingeer-
den rentepost in de hegrooting willen brengen, dan had
men niet met 5,5, doch met 2 of 2Y2 pOt. behooren
to rekenen, om een juiste voorstelling van zaken te

geven.
Wil men staatsgelden vastleggen in een boschbe-
drijf, dan weet ieder deskundige, .dat men genoegen moet nemen met een zeer lagen rentevoel, •en is het
onzinnig en misleidend, op papier een rente van
5,5 püt. te willen eischen.

Maar ……wellicht had men zonder bezwaar met
2 pOt. rente kunnen rekenen om toôh de begrooting
met dezelfde cijfer.s sluitend te maken. Die 3Y2 ton
gefingeerde uitkeering aan ‘s Rijks schatkist is im-
mers de rente
t pOt. van de inventariswaarde der
bezittingen van het Staatsboschbedrijf. Die waarde is
get.axeerd op
f
6.201.828,94 of rond 6,2 millioen gul-
den. Wanneer men deze taxatie nagaat, vraagt men
‘zich af, of niet met evenveel recht een geheel ander
bedrag had kunnen worden aangenomen, zoodat 2 of
2X
pOt. daarvan ook een waarde van 3Y2 ton verte-
genwoordigt. Tot eene dergelijke conclusie moet men
wel komen bij nader onderzoek van het bij het wets-
ontwerp ge.voegde ,,ovenzicht” van de waarde der be-zittingen var het Staatsboschbedrijf, een overzicht, dat
uitmunt aoor onoverzichtelijkheid, en waaraan elke
toelichting omtrent de wijze van berekening van die
waarde ontbreekt. Ook deze berekening achten wij
misleidend, althans geheel onbegrijpelijk.
Rekent men na, hoe groot de aagenomen grond-
en hou’twaarde per H.A. is, dan vindt men os. •de
volgende cijfers:

Boscheomplex

Grond-
waarde
perH.A.
in guldens

ilout-
waarde
perfl.A.
in guldens

Boschwachterij Ljesboscli
203
2471
Ulvenhoutschebocb
85
700
. Kootwijk
29
358

Schoon
.

……….
7
367
‘s-Gravenha.ge

..
47
1761
Speulderbosch
107

..

341
o..

5
Sprielderbosch
103
311

Totaal
Staatsboschbdrijf
49
474

Men heeft inderdaad
een eenieszin.s
vreemde
schat-
tingswijze kunnen verwachten. Immers lezen wij in
de Memorie van Antwoord op het wetsontwerp tot
aanwijzing van het Staatsboschibeheer als Staatsbosch-
bedrijf, dat die schatting niet, zal voldoen aan de ver-
ei:schteu, die aan een gewoon commercieel bedrijf kun-
nen worden gesteld. Er staat daar verder to lezen:
,,zij (de schatting) is echter geheel in overeenstem-
,,ming met den aard çn de strekking van het IStaats-,,hoschbedrijf zelf en zou, indien zij op andere wijze
,,geschiedde, geen juiste voorstelling der zaak geven
,,en een onoverkomenlijke last op .het bedrijf leggen.”
De thans voor ons liggende schatting zou dus ,,een juiste voorstelling der zaak” moeten geven.
En dan vragen
wij
ons af of het juist kan zijn, dat
de zeer vruchtbare gronden van het Liesboso.h slechts

f
203,— per H.A. waard zijn, of ‘de o.a. met eiken
bezette gronden van ‘het Ulvenhoutsche bosch geen
hoogere waarde hebben dan
f
85,— per H.A., of de
vastgelegd en begroeid stuifzand in Kootwijk
inderdaad voor
f
29,— per H.A. te koop is, evenals
vastgelegde duinen in Schoorl voor
f
7,— per H.A.
Men spreekt van ,,waarde in het bedrijf”, maar juist in
het bedrijf heeft cle eerste vastiegging van het zand

zeker meer gekost, dan het bedrag, dat thans als waar-
de van den grond wordt opgegeven. De grond ‘in de
boschwachterij ‘s Gravenhage wordt getaxeerd op ge-

middeld
f
47,— per H.A., de totale gondwaarde van

die boschwachterj op
f
74.903,— voor 1583 H.A.

Alleen het’ Haagsche ‘bosch, pl.m. 100 H.A. daarvan
omvattende, heeft een véél grootere waarde.
Hoe het zij, het is aan geen twijfel onderhevig, dat
alle
grond’waarden bij de taxatie ‘veel, verscheidene
malen, te ‘klein gegrepen zijn.
Op deze wijze te werk gaande legt men wellicht
geen ,,onoverkomelijke last” op het bedrijf, maar geeft
men een volkomen onjuiste voorstelling van zaken.
Dat trouwens de bepaling van de grondwaarde niet
juist
lcais
zijn, ook niet, als men met eene denkbeel-
dige ,,’bedrijfswaarde” – overigens een niet te moti-
veeren begrip – wil rekenen, blijkt,, wanneer men die
grondwaarde vergelijkt met de houtwaarde. –
In de vaklitteratuur wordt algemeen aangenomen,
dat bij het normale (ideale) bosch, d.w.-z.
bij
bosch, waarin jonge en oude opstanden evenredig verdeeld
voorkomen, de gemiddelde houtwaarde ongeveer 4
maal zoo groot is als de grondwaarde. Ongetwijfeld
kan men hier en daar min of meer
‘belangrijke
af-
wijkingen constat,eeren van deze norm, maar de uit-
komsten van de schatting van het Staatsbosch’bedni.jf
wijzen er toch zonder eenigen twijfel op, ‘dat er een
onjuiste methode gevolgd meet
zijn.
In het Liesbosch
is de houtwaarde 12 maal de grondwaarde, in het
Mastbosch eveneens, in ‘het Ulvenhoutsche bosch
8 maal, in de boschwachtenij ‘s Gravenhage zelfs 38
maal. Laten wij dit laatste geval buiten beschouwing,
aangezien wij hier zeker niet met een ,,normaal bosch”
te maken hebben, dan blijven er nog een serie andere
raadsels over. In de boschwachtejij Kootwijk, die na-
genoeg geen kapbare opstanden bevat, is de houtwaar-
de ook bijna 12 •maal grooter ‘dan de grondswaarde,
terwijl in het Speulder- en Spnielderbosch, de ver-
houding slecht 1 : 3 bedraagt. Uit de zoo hooge hout-
waarde ten opzichte van cle’gr ond’waard’e in bijna alle
beheerseenheden zou de conclusie getrokken kunnen
worden, dat de houtwaarde te hoog getaxeerd is. Wan-
neer men echter in aanmerking neemt, dat de H.A.
40-jarig mijnhout voor den oôrlog reeds
f
900,— tot

f
1400,— waard was en daarbij overweegt, dat de jon-
gere bosschen onevenredig goedkoop plegen te zijn,
dan zal het ‘duidelijk ‘zijn, dât de gemiddelde houtprijs
over het algemeen ook veel te laag ‘getaxeerd is. Na-
dere critiek
4
op deze taxatie is echter zonder toelich-
ting van de zijde, van het Staatsboschbehcer niet mo-
gelijk, zoodat eene beschouwing over de hoegrootheid
van de ondertaxatie achterwege moet blijven. Aan-
wijzingen, dat die taxaties te laag ‘zijn vinden wij
echter in ons overzicht in overvloed. Hontwaarden in
het Speulder- en Sprielderbosch, nauwelijks grooter
dan de cul’tuurkosten, zijn absurde begrippen, waar-
over ieder technicus zijn hoofd schudt.
Een gemiddelde grondwaarde van
f
49,— per H.A.
voor het, geheele Staatsb’oschbedrjf is al niet veel
minder d’waas dan een gemiddelde houtwaarde van

f
474,—.
Indien werkelijk ‘het Staatsboschbeheer niet, in
staat zou zijn, om aan den grond een ‘grootere
waarde te geven dan
f
49,— per H.A. en daarop ge-
middeld niet meer dan voor
f
474,— hout kan produ-
ceeren – wij nemen volledig in aanmerking, dat zeer
vele bosschen nog ver van den kapbaren
leeftijd
ver-
wijderd zijn – dan zou het Staatsboschbeheer in deze
richting zijn onmacht bewezen hbben.
Maar het Staatsboschbeheer heeft in dit opzicht zijn onmacht niet tbewerieri, integendeel, het kan
trotsch zijn op hetgeen het tot stand bracht, niet in
het minst inzake •grondveibetening. En als dat nec is,
dan ligt ook de conclusie ‘voor de ‘hand, dat ‘de uit-
komsten van de waardeberekening
onjuist
moeten zijn
en dat het Staatsboschbedrijf zich ‘daarmede zelf in
hooge mate dupeert door verregaande onderschatting
van zijne prestaties.

1062

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

Ook uit andere gegevens blijkt, dat de waardebe-
rekening niet deugt. In meergenoemden staat vinden
we voor de boschwach’terij Nieuw Soerel een totale
waarde opgegeven van
f 220.307,—.
Deze boschwach-
terij werd in
1916
aangekocht voor
f 330.000.
Aan-
nemende dat toen de juiste waarde voor dit object
werd betaald is het dus in vijf jaren
33Y3
pOt. in
waarde verminderd, of als dit niet het geval is, werd
de boschwachterij in
1916 50
pOt. te duur betaald.
Daar van het Staatsboschbeheer toch allerminst ver-
wacht mag worden, dat het in
5
jaar tijd een bosch
3316
pOt., in waarde doet achteruit gaan en evenmin,
dat het bij iboschaankoopen zich
50
pOt. in de taxatie vergist, blijft slechts als derde mogelijkheid, dat het
cijfer in den staat niet de juiste waarde weergee’ft,
dus gefingeerd is, of zijn ontstaan aan een rekenfout
te danken heeft. Aan dit laatste zou men kunnen
geloo-ven, aangezien het Ugchel’sche bosch voor nage-
noeg dezelfde waarde werd opgenomen als waarvoor
het in
1917
werd gekocht, maar wanneer men clan
weer constateert, dat het ‘Speulerbosch voor
f 413.054
is opgenomen, terwijl het in
1918
‘voor
f 235.000
werd gekocht, ‘zooda’t het dus thans
75
pOt. meer
waard is dan ‘drie jaar geleden, dan meent men toch
recht’ te hebben te mogen vernemen waarom het
Ugehelsche bosch voor de ko,opsom
j
het Sprielder-
bosch
33Y3
pOt. daar beneden en het- Spe-uiderbosch
75
pOt. daarboven in rekening is gebracht.
Ret voorafgaande moge voldoende zijn om aan te
toonen, dat de eerste begrooting van het Staatsbosch-
bedrijf
geen juiste inlichtingen geeft.
Het S’taatsboschbeheer. is Staats’bedrjf geworden
omdat het Kamerlid Teenstra. ‘meer nauwkeurig wilde
weten op welke wijze de gronden van het Staa’tsbosch-
beheer worden geëxploiteerd en wat de financieele
resultaten zijn van de exploitatie. Wij tarten ieder,
‘zich een juist beeld daaromtrent uit de ‘begrooting
van ‘het ,,bedrijf” te ‘vormen.
• Brengen wij ten slotte de twee punten, die het
meest, tot onjuiste voorstellingen aanleiding geven
naar voren, dan zijn dat ongetwijfeld’:
lo. de iisrwachting, die gewekt wordt, dat het
Staatsboichbeheer in staat zou kunnen zijn, 5,5 pOt.
rente te vergoeden
VOO?’
de in dat bedrijf stekende
kapitalen,
en
2o. de’ voorspiegeling, dat de gronden van het
S’taatsboschbedrijf gemiddeld slechts f 49,— per
H.A.
waard zijn, en de werkelijk met bosch begroeide ter-
reinen gemiddeld slechts voor f 474,— een hout per
H.A. zouden
bevatten.
Wij hopen met het ‘voorgaande te helpen verhoe-
den, dat deze beide meeningen bij het publiek in ‘het
algemeen en
bij
de Volksvertegenwoordiging in het
bijzonder post vatten, want zou dit werkelijk het ge-
vel zijn, waartoe het papieren onding, dat zich presen-teert als begrooting voor -het Staarts’boschbedrijf voor
1922,
alle aanleiding geeft, dan vreezen wij, ‘dat de
tijd -niet meer ver is, dat geen’gelden meer zullen wor-
den gevoteerd voor een bedrijf, dat doon veel te hooge
ktpitaallasten tot ondergang gedoemd is en dat bo-
vendien niet in staat is aan ‘den gron’d eene ‘beho&r-
lijke waarde te geven.
Hier is slechts ébn weg ‘te bewandelen. Men schenk.,
klaren wijn! Mocht dan blijken – wat nog ‘zoo zeker
niet is – dat de verliezen ‘van een Staatsboschbedr’ijf
nog grooter zijn, dan thans wordt opgegeven, dan
motiveere men die verliezen, aan welke motiveering
wij volgaarne zullen medewerken, omdat tegenover
groote financieele verliezen het Staatsboschbeheer
zooveel diens’ten aan den lande bewijst, da-t ‘die te-
korten ruimschoots worden goedgemaakt.
Gegoochel met cijfers leidt echter ten slotte tot
ontmaskering en dit laatste geschiedt zelden met wel-
willende ‘bedoelingen.

Dat ambtenaren, gedwongen tot uitvoering van
eene -niet toepasbare wet, noodgedrongen t’ot onjuiste
groepeering van cijfers komen, is te ‘bejammeren,
maar blijkbaar niet te vermijden. Op deskundigen bui- –

ten dat ‘bepaalde ambtelijke verband staande, rust dan
de plicht – wij zeiden reeds, dat die in ‘dit geval
onaangenaam is – op dergelijke onjuiste rvoorstellin
gen te wijzen. Van die plicht meenden wij -ons, in het belang van het Staatsboschbedrijf, in het voorgaanLie
te moeten kwijten. ,
A.
TE WECHEL. Wageningen, November
1921.

DE POGING DER ,,HAGUE RULES 191″.

II.
Art. IV
4
der H’ague Rules beperkt de aannprake-
lj’kheiid -van den vervoerder wegens schade aan het
vervoerde goed overkomen t’ot £ 100 per cello o’f een-
heM’.’ Over het ‘bedrag wil ‘ik niet oorcieeil’en. De rege-
ling is practisch en eenvoudig. Maar om tot haar
recht te komen, moet zij treden in de ,plaats van de
wettelijke steis’ei,s, idáe thans reeds de aansprakelijk-

huid ‘van den vervoerder begren’zen. Zulke wettelijke
bepa]iuzgen bestaan niet alleen op het continent, maar

oo’k in Engeland (limiet £
8
‘per soheepsr’egisteirtoua)

en in Canada ($ 10 per coil’o). Zij zullen op 1 Febru-

ari e.k. niet zijn ingetrokken.
Volgens art. V der Haigue Rules ten slotte, ge-
schiedt het ‘afgeven van -andersluidende cognossemen-
ten op straffe van niet-verhandeijbaarheid van het do-

cument, ja zelfs op straffe van verlies van den cognos-
sements-naam. De bedoeling van de bepaling is dui-
delijk.
lylen
wil den H.ague Rules de noo’dige soeiiel-
h’eid laten. Het -moet -den vervoerder in ‘speciale ge-
vallen mogelijk zijn gunstiger voorwaarden te bedin-
gen, idan de H’ague Rules in!ho’udea. lvLen denke aan
transporten, waarbij niieuiwe ‘veewoermethoden ‘in het
spel zijn, of waar het gaat om een den vervoerder on-

bekende vaart of hem onbekende goederen. Alleen
als de vervoerder de daaraan ‘verbonden ‘bijzondere
risico’s op den eigenaar van het goed kan overdragen,
zal de handel diera tot ‘dergelijke proefnemingen be-
reid vinden. Nu voorzag het reeds meermalen ge-noemd ‘rapport ‘der Br,itsche ,,Impeiiial Shipping
Oom,mittee” in deze mogelijkheid, door i de vorming

van een ,,In’ter-imperiad Bo’dy” jaan iie hevelen, ‘dat

in ria’u,w verband met d’e ,,’shipp’ing community” -had
te oordeelen, of ‘zich een exceptioneel geval als be-
doeld voordeed, hetwelk afwijking idex voorgestelde

wettelijke
v
ervoervoorwaa,iideii billjkte. De Hague

Rul’es konden deze oplossing niet overnemen. De
moeilijkheden ‘verbonden aan de constitutie van ‘een
internationaal lichaam; dat met gezag ‘zou oordeelen,
waren te groot. Maar
partijen
zelf
vrijelijk
te laten oor-
deelen, durfde ‘men even-min aan. Men vertrouwde vol-
komen op de loyaliteit ‘van de reeders om zich zelf
den ,,Hague Rules”-dwang op te leggen. Maar ‘dat zij
weer niet haastig zouden ‘ontsnappen aan dien iclw,%ng,
al’s een achterdeur onbewaakt open bleef, op dit punt
voelde men zich minder zeker. ‘Art. V moest uitkomst
brengen. Maar heeft men zich de ‘bepaLing voldoende

gerealiseerd? Schijnbaar wordt de geslotenheid ‘van de
Hague Rules erdoor gehandhaafd. Feitelijk roept
men ‘den ontshappenden reed’er na, ‘dat zijn cogruoisse-
mnt geen coignosse-ment zal zijn en niet ‘ve-rhandel.baar.

Een machteloos dreigement. In tal van landen zal de
wet zeggen, .dat zijn cognossemeut wèl een cognosse-
m’ent en – indien aan’ orde gesteld – wèl ‘verhan’del-
haar zal zijn. Bovendien een vreemd dreigement-
Want wat beeteekent de ‘ve’iihandelbaarheid, cle aan-

wde-‘stelling van ‘het ‘cognossement anders, dan een
dienst, dien de vervoerder zijn ‘mede-contractan’t be-
wijst
om
hem overdracht zijner aanspraken ‘gemakke-lijk te maken. En derzen ‘dienst mag hij niet bewijzen,
als hij voor zich zelf ‘betere voorwaarden bediingt, dan
de Hagu’e Rules toelaten? –
De bepaling is dwaas. Zij behoort niet thuis in het
cognossement. De reeder heeft met ‘de bepaling niet
van ‘doen. Wil zij tot haar recht komen tdanzal ‘zij het moeten brengen tot geschreven of ongeschreven recht
van den handel. Dan moet in den handel het door de

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1063

Hagne Rules gewraakte cognossemenit als een abnor-
maal ‘document worden heschouwd, met de levering
waarvan men geen genoegen behoeft te nemen, tenzij
de andere partij uitdrukkelijk het recht ‘daartoe heeft
vooribehouden.
Maar zoover zal de bepaling het op 1 Februari e.k.
niet gebracht hebben.

Bij de beoor’deeling der Hagne Rules geldt voor Ne-
•derlan’dsche belanghebbenden een speciale overweging.
Ik bedoel het Nederlan’dsch Ontwerp Zeerecht, thans
bij de Kamer aanhangig. Een rechtsgeleerde, die zijn
sporen op het gebied van wetgeving heeft verdiend,
verwerkte erin de bouwstoffen, die in de laatste de-
cenniën van verschillende zijden waren aangebracht.
Het is een juridisch weldoordacht werk. Kringen uh
handel en verkeer hebben er hun instemming mee
betuigd en op spoedige behandeling bij de Kamer aan-
gedrongen. ‘) De Hague Rules nu passen zjichibij dit Ontwerp niet aan. Voor hun onbeleaninerde werking zou op verschillende plaatsen wijziging van het Ont-
werp noodig zijn. Is de haastige poging der Hague
Rules dit offer waard? Konden de Tegels de door hen
beoogde eenheid en zekerheid scheppen, de keuze zou
moeilijk zijn. Thans is rzij dit zeker niet. De Hague
Rules, als gebrekkige poging t6t internationale
rechtsstelling, mogen niet de aandacht van Neder-
landsche belanghebbenden van het nationale ontwerp
afleiden.
De opmerking wordt gehoord, dat ide Hague Rules
minder ver gaan in ‘de beperklng der contractsvrijheid
dan het Ontwerp-M.olengraaff.
Wat is hiervan waar? Want uiteraard verdient het
geen aanbeveling partijen bij de vervoer-overeenkomst
meer in haar vrijheid te beperken, dan voor een bil-
lijke belangen-regeling strikt noodig
is.
De bepalin-
gen waarop het aankomt zijn:
Van het Ontwerp Molengraaff, art. 470:

,,Het staat den vervoerder ‘niet vrij te ibedingen, idat hij
,,niet of niet ‘dan tot eexï beperkt bedrag aansprakelijk is
,,.voor schade, veroorzaakt dooi- onvoldoende onderhoud,
,,uitrusting of ‘bemanning van ‘het ‘vervoermiddel, door des-
,,izelfs on’geschikthei’d tot ‘het overeengekomen vervoer, of ,,door verkeerde behandeling of onvoldoende bewaking van
,,het goed. Bedingen van die strekking ‘zijn nietig.”

benevens de strafbepaling van art. 517e:

,,Cognossementen, waarvan de iahouid in strijd is met
,,ihet ‘voorschrift van artikel
470,
eerste ‘lid, mogen in
,,Nederland niet ‘worden afgegeven.”

,,Indien hiermede in strijd is gehandeld, wordt ‘hij die
,,ihet cognosseinent ‘heeft onderteekend, alsmede degene te
,,wziens behoeve hij dit ‘bevoegdelijk ‘heeft gedaan, gestraft
,,met eene geldboete van ten hoogste ‘vijf duizend gulden.”

Van de Hague Rules, art. III 1:

,,The carrier s’hall be ‘bound hefore and at the beginning
,,of the voyage to exercise due diligence ‘to
,,a) make the skip seaworthy;
,,’b) properly man, equip and supply ‘the sihip;
,,c) make the ‘hoIds, refrigerating and’ cool chambers,
,,and all other parts of the
shiip
in which goods
,,are carried, fit and safe for tiheir recept’ion; car-
,,riage and preservatioa.”

en art. 1112:

,,The carrier ahail ‘be ‘bound to provide for ‘the proper
,,and carefui ‘haindling, loading, stowage, carriage, custody,
,,care, and unloadia’g of the good.s carried.”

In eenigsains andere bewoordingen dus dezeifde ge-
dachte. En begrijpelijk. Zoowel het Ontwerp-Molen-
graaff, als de Hague Rules, ontieenen de betreffende
bepalingen aan de in de Nieuwe Wereld ter zake gel-
dende wettelijke regelingen. Toch ibestaa’n er ‘tusschen
beiden kleine verschilpunten:

‘) Vreemd genoeg heeft het Ontwerp in de Nederiandshe
‘vertegenwoordigers ter Haagsche Conferentie zwakke pleit-
bezorgers gevonden. Toch had het als jongste schepping op het gebied van .het zeerecht en eis brug tussehen hisgelsche
en continentale opvattingen beter wellicht dan een Engel-
sche dominiale wetgeving bij de besprekingen tot sroonbeei.d
kunnen strekken.
1

Voor de onder art. 470 van het Ontwerp-Mo-
Iengraaff vallende schadekansen is de vervoerder
onvoorwaardelijk aansprakelijk. Voor alle ‘anderen
kan hij met een enkel woord het, risico op den
lading-eigenaar overdragen. Hij kan natuurlijk ook
de ,,exempted perils” uitdrukkelijk in zijn cognosse-
ment opsomen, zooals dat thans gebruikelijk, en ox-
der het bestaande recht noodzakelijk is. Maar ‘welke
methode hij ook prefereert, aan de volle werking van art. 470 kan geen afbreuk worden gedaan.

Of hetzelfde van art. III 1 en 2 der Hague Rules
kan worden gezegd, is niet zeker. Immers de Hague Rules gaan, in navolging der Amerikaansche en En-
gelsche dominiale wetgeving, van een andere methQde
uit. Zij sommen niet alleen uitdrukkelijk de schade-
kansen op, waarvoor de vervoerder
wei,
maar ook die,
waarvoor hij
niet
aanspaakeljk is. Een eigenaardige
methode om de taart van het risico in tweeën te dee-
len! Conflicten kunnen niet uitblijven. De vraag is
dan: zijn de ,,exempted perils” te verstaan onder
het voor’behoud, dat de vervoerder aan zijn uitdruk-
kelijke’ vastgestelde verplichtingen heeft voldaan? De
Harter Act en de New Zealand Act maken dit
voorbehoud uitdrukkelijk. De Hague Rules doen dit
alleen bij het in art. 1V 1 genoemde geval. Als men
hieruit mag afleiden, dat het voor de onder art. IV
2, en 3 genoemde gevaren niet geldt, dan doet zich hier een verschil met Molengraaff’s Ontwerp voor.
Men denke b.v. aan brandschade, ontstaan ten gevolge
van verkeerde stuwiage. Volgens het Ontwerp Mo-
lengraaff ‘is ‘de vervoerder voor de schade aansprake-
lijk, volgens de Hague Rules zou dit dan niet het ge-
val zijn. Maar als dit verschil werkelijk bestaat, dan
is het een verschil, dat geenszins voor de Hague
Rules pleit. Immers het is in hooge mate onbillijk
voor den eigenaar van het goed.

In dit verband terloops de toevoeging dat voor de
z.g. ,,latent defecte” de vervoerder noch ‘onder de
Hague Rules noch onder Molengraaff’s Ontwerp aan-
sprakelijkheid behoeft te aanvaarden.
De regeling der Hague Rules betreft alleen de
verhouding t’iisschen vervoerder en cognossement-
h’ouder. Die onder M’olengraaff’s Ontwerp ook die
tusschen vervr’achter en bevrachter. Maai het verschil
lijkt grooter dan het is. Het vervoer van goederen over
zee toch geschiedt steeds onder cognossement, onver-
schillig of dit vervoer plaats grijpt ter uitvoering
eener bevrachtingsovereenkomst of niet. Eventueel
wordt éôn cogno’ssement afgegeven, voor de geheele
lading. Als de Hague Rules een iu’tegreerend bestand-
deel uitmaken van het cognossement, dan bepalen ‘zij
dam-door dus tevens de verhouding tusschen reis-
vervrachter en be’vrachter.

De eenige meeridero ivrâjLheiid,’ diie de Hague Rules
den reeder hier laten, is de vrijheid om bij het af-
sluiten ‘van een time-cih’art’e,r izijn aansptrakeljkhe.den

anders te regelen. Tegenover houders ‘van scheeps-
cognoasementen blijft hij dan wel op ‘dein grondslag
der Haigue Rules ‘aansprakelijk, maar tusschen reeder

en tijdabevrachter kan later een verrekening op
andere basis plaats vinden ‘van de idoor het scihdp be-
taalde ladiings-claims..
Stelt de ‘practijk werkelijk op ‘deze
merdre
vrij-
heid prijs, dan nou het Ontwerp Molengraaff op dit
punt ‘gewijziigid moeten worden. Mn vergete echter
niet, dat art. 470, zelfs al werd ‘het on,gewijzi,gd wet,

afwijkende bedin,gen uit het time-charter moeilijk
zou ‘kunnen ‘weren. De strafbepaling ‘van art. 517e
‘ziet dan ook alleen op cognosseiienten.

De dwang-aansprakelijkheid ‘van don
‘v
e
rvoer
de
r

onder de Hague Ruleis tgeldt alleen gedurende het
‘verblijf der goederen aan boord ‘van het schip (art.
Ie). Die onder het Ontwerp Molengraaff geldt
vaauaf ‘de inonbvangstnenring tot de aflevering van het
goed. Dus verschil, ‘als ide goederen v66r de inladng in ontvangst worden genoimea (,,ecciveid for shii.p-
maat” cognossementen), en niet ,,uit het schip”, maar

1064

ECONOMISCH.STATISTISCHE BERICHTEN•

7
December 1921

,,o’p dein
wal”
worden afgeleverd. Of ida ‘meeride.re
vrijheid, diie de Haigue Rulesop idit punt dein vervoer-
der laten, voor dein hainidel ‘bilhijk is, laat uk idaax. M.i.
bestaan er meer gegronde motieven tot beperking van

de aansprakelijkheid des vervoerders voor goed aan
boord, dan voor goed op den wal. iu1aar dit ter zijde.

Als de fvervoerdar van deze meerdere ‘vrijheid ge-
bruik maakt, zal zijn aanspraikeuijiluuheuid voor het goed,

dat hij onder zich heeft, een andere zijn, al naar ge
lang de goederen zich in het lsoháp of op den wal be-
vinden. Dit brengt ,adlerleii moeilijkheden niet zich.

Een ontvanger meldt zich aan !de loods, vindt zijn
goed ‘beschadigd of ontdekt een manco. Moet hij nu,

voor een beroep op d:e Hagne Rules, eerst bewijzen

of aannemelijk maken, dat de besaha’diig’in.g of dief-
stal plaats greep nadat de goederen waren ontvangen
,,on the ships tackie” en voordat zij waren gelost
,,frourn the ship’s tackl’e”? Of berust de bewijskst op

dein vervoerder? Het bewijs zal vaak nioeuilijk zijn.
Mij dunkt, de regeling onder het Ontwerp-Molen-giaaff werkt billijker en practischer.
4. De Hague Rules voorzien in de mogelijkheid
tot opheffing der dwangaansprakelijkheid in speciale
gevallen. Wij zagen reeds, dat de desbetreffende bepa-
ling (art. V) minder gelukkig uitviel. Maar haar be-

doeling was goed.
Het Ontwerp Molengraaff kent. een dergelijke voor-
ziening niet. Wellicht ten onrechte.

Geen neger zee zwart, of hij heeft blanke tanden.
Geen minder geslaagde Hague Rules, ed zij bevatten
‘bepalingen, die waard ‘zijn tot gelding te komen. In
de eerste plaats, de regeling der dwangaansp’rakeljk-
held van den vervoerder, welke wij uzoo juist bespra-

ken. Naar wij zagen, past
zij
izich vrijwel aan die van
het Nederlan.dsche Ontwerp aan. Kan men met haar
tot internationale eenvormigheid geraken, nemen han-
del, bankiers en assuradeuren met de regeling genoe-
gen, en ‘zijn de reeders bereid zich daaraan ‘te on-
derwerpen, dan hunnen de cognosseimenten van lange,
verwarde en onduidelijke stukken worden tot klare,
overzichtelijke papieren, zonder lange reeks van fijn
gedrukte bevrjdings-clausules. In ‘de tweede plaats, de bepaling betreffende de ,,received for shipment”
cognossementen. In de ‘derde plaats die betreffende
de bperking van de aansprakelijkheid des verv&erders
let een ‘zeker maximum per collo of é,éuheid.
Als de ,,Hague ‘Ruies”-pogin’g mislukt, moge dan
de Haagsche conferentie in deze bepalingen het loon
van haar arbeid vinden. Zij •zijn waard, dat er in de
nationale wetgevingen een plaats aan wordt ingeruimd.

C. C.
GISCHLER.

DE WERKLOOSHEIDSVERZEKERING EN

DE WERKGEVERS.

Nu mij ‘bleek, dat de redactie er prijs op stelt nog
enkele nadere beschouwingen mijnerzijds te ontvan-
gen over bovenstaand onderwerp, naar aanleiding van wat Mr. B. J. M. van Spaendonck daarover in
het vorige nummer heeft geschreven, wil ik gaarne
nog het volgende opmer’ken.

Mr. v. S. is het met mij eens, dat de norniale werk-
loosheid een bedrjfsversohijnsel is, maar heeft bezwaar
tegen mijn stelling, d:at de ‘werkgevers daarom de
premie zouden ‘moeten betalen.

Ik meen, dat, waar de werkgevers in ‘de tegeuwoor-dige maatschappelijke omstandigheden de uitsluiteide
eigenaars, althans de beheerders van het bedrijf zijn
en de winsten van het bedrijf hun ‘ten goede komen,
zij ook de noodzakelijke onkosten moeten betalen;
waartoe, op de groeiden door mij ontwikkeld, behoort
liet verleenen van een redehijken on;derstaid aan de
arbeiders, die tot hun bedrijf 1behooren, maar die zij
tijdelijk niet in hun dienst noodig hebben.
De heer v. S. zegt, dat ook, indien de arbeiders ge-
heel of gedeeltelijk in Ida kosten der verzekering hij
dragen, evengoed kan gezegd uuorden, dat ‘de werk.
loosheidsverzekering door het bedrijf wordt betaald.
Immers, die
‘bijdrage
der ‘arbeiders ‘moet ‘worden vol-
daan uit het, in het
bedrijf
verdiend, loon en de loo-
nen ‘zijn daar dan ook op berekend. Men vergeljke tea
bewijze ‘daarvan maar de hoogere bonen in ‘de bouw-
vakken, waar een :groote ‘werkloosheid-frequentie valt
te constateeren, met de bonen der metaalbewerkers,
waar in normale omstandigheden weinig werkloosheid
voorkomt.
Ik wil van deze quaestie geen theoretisch geschil-
punt maken. Indien het juist is, dat de werkgever bij
zijn loon’bepaling rekening houdt met de premie, ‘die de arbeider voor zijn werkloosheidsverzekering moet
betalen, dan zou hij die premie toch evengoed direct
kunnen ‘betalen en het loon naar evenredigheid ver-
‘minderen.
Maar hierbij rijzen twee vraagpunten: ten eer-
ste, is het wel waar, ‘dat
bij
de loonbepahing steeds
op de kosten der werkloosheuidsver’zekering wordt ge-
rekend; en ‘ten tweede, kan de uwerkgever aannemen,
dat dit deel van liet loon, hetwelik hij dus voor de
werkloosheidsverzekeri.ng bestesut, inderdaad tot zijn recht komt?
Ik wil geenszins betwisten, dat van de hooge
bonen der bouwvakajubeiders een behoorlijke premie
voor de werkloosheidsverzekering ‘zou kunnen wou-
den afgezonderd; maar in mijn vorig artikel be-
toogde ik juist, dat dit in de practijk niet geheurt.
Nu kan de heer v S. wel ‘zeggen, dat dit toch ge-
wenscht ware, en
bij
een ‘wettelijke regeling d’er werk-
loosheidsverzekering dit ook
juioet
worden bereikt,
maar ik vraag aan ‘de ‘werkgevers, of ‘zij meeneu, dat
dit inderdaad bereikt
zal
worden? De heer v. S. ‘wijst
er ‘terecht op, dat onze sociale verzekering, voor zoo-
veel ‘die reeds bestaat, een an’dere richting uitgaat.
Het is, zo’oals ik de vorige maal betoogde, daarom te
verwachten, dat, als de werkgevers ‘zelve ida zaak niet
unders aanpakken, de bijdragen van de arbeiders zul-
len blijven voor uwat zij zijn en dat ‘de werkgevers ver-
plicht zullen worden een gelijike bijdrage in de kassen
van de arbeiders te storten, terwijl het Rijk en de
Gemeenten de rest van de noodige gelden telkenmale
zullen moeten bijp:assen. Die gelden worden toch ook
weer mede door de ‘werkgevers opgebracht!

Deze gang van zaken zou mij uit een verzekerings.
oogpunt en algemeen sociaal oogpunt minder wen-
schelijk voorkomen en is ook niet in het belang der
werkgevers. Daarom heb i’k er
hij
‘d’e werkgevers op
aangedrongen, zich’ tijdig rekenschap te geven hoe zij
zich op ‘de beste en ‘meest economische wijze met de verzekering zouden kunnen bemoeien. En dat is, naar
mijn stellige overtuiging, slechts op deze wijze, ‘dat zij
zelve – en uitsluitend zij zelve – de ‘kosten dragen;
waartegenover zij ‘gerechtigd zouden ‘zijn, zij het ook
(volgens het plan Posthuma-Kupers) met medezeg-genschap der arbeiders, het beheer over de verzeke-
ring te voeren.

Lettende op de mij ten dienste staande ‘ervaring,
meen ik te ‘mogen onderstellen, dat de ‘georganiseerde
werkgevers het beheer der verzeikerinig beter zouden
kunnen voeren dan ‘de arbeiders. De arbeiders wor-
stelen thans voortdurend met uitgeputte kassen, waar-
door zij niet un staat zijn de tegenover haar leden
aangegane verplichtingen na ‘te komen. Een verze-
kering” zonder voldoende fondsen of garanties
is
geen verzekering.
Ik betoogde, dat ‘de wijze, waarop thans de verze-
kering centraal ‘wordt bestuurd, niet meer ‘beheerscht
wordt ‘door de eischen van een gezonde verzekerings
techniek, maar door het spel der politieke krachten.
Een vertegenwoordiging ‘van ide werkgevers in ‘de
Rijkscomumissie van advies voor de werkloosheidsver-
zekering ‘zou, zoo zeide ik, daaraan niets ‘veranderen:
Eet bewijs voör de juistheid van ‘wat ik daarover zei,
werd sedertdien geleverd, doordat in ‘die Rijkscom-
missie de groots meerderheid der zoogenaam’de ,,verte-
genwoordigers van Rijk en Gemeenten” bezwaar had
tegen een voortzetting gedurende het. janr 1922 van

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1065

de wijze van steun aan de ‘kassen, ‘die in 1921 is, ge-
volgd; maar nauwelijks had die Commissie haar’advies
(dat trouwens reeds afweek van het gevoelen van ‘de
genoemde vertegenwoordigers van Rijk en Gemeenten)
aan den Minister uitgebracht, o’f een ‘der leden der
Commissie, de heer Van den Tempel, hield een inter-
pellatie in de Tweede Kamer om van ‘den Minister
de verzekering te vragen en te verkrijgen, dat ‘de Re-
geering de in 1921 ‘gevolgde wijze van steun •aan de
kassen ook in 1922 aou voortzetten.
Op het door Mr.
v.
S. te berde gebrachte ,,paeda-
gogische” element, nl., dat ‘de prerniebetaling door
den arbeider diens spaar.zaamheid zou bevorderen, ga
ik niet verder in. De spaarzaamheid te bevorderen is
natuurlijk op zichzelf zeer goed, ‘maar men behoort ter bevordering van de spaarza’amheid den arbeider
geen lasten op te leggen, die redelijkerwijze niet op
hem gelegd ‘niogen en uit practische ‘overwegingen
niet op hem gelegd moeten worden. Dat het blijven
betalen van de premie door ‘den arbeider nood’iakelijk
zou zijn om diens eigenbelang bij een zuinig beheer der
verzekering te prikkelen, heb ik uitvoerig weerspro-
ken in
mijn
artikel ,,Wettelijke Wer’kloosheidsverzeke-
ring”, verschenen in het tijdschrift ,,Sociale Voor-
zorg” van Oct. 11, waarnaar ik verder, ook voor enkele
andere details, belangstellenden mag verwijzen.
Dr.
J.
VAN HETTINGA TROMP.
Amsterdam, 2 Dec. ’21.

LONDENSCHE CÖ1?RESPONDENTIE.

De schadevergoeclingskwestie in een
impasse; Winston Churchill en Sir Ed-
ward Mac1ay Edgar over dit vrao.gstulc;’
de toestand in de industrie; de geld

?flCJrktj de samenstelling de’i binnenland-
sche staatsschuld; de spoorwegen en het
vervoer langs de, wegen.

Onze Londensche correspondent
schrijft
ons d.d.
3 December 1921:

The Reparatio’ns Question continues to
hold the field. The visit of Dr. Rathenau, following
so closely on that of Herr Stinnes, has set to’ngues
wagging, and has raised expectations, which, to say
the lest, are premature. On Thursday there occurred
a sensational risc in the mark, which has not been
completely maintained, ‘tho’i.igh it is proef enough of
the f act that one at least of the factors depressing
the mark to-day is the fear of what may happen next
month, unless come new arran.gemènt is come to.
Meanwhile, is there any chance of such a new
agreement?
So far as the January and February payments are
concerued, it is now dear that ‘no’thing bas changed.
On the contrary, only this morning there appears a
renewed threat from the Reparations ‘Oommission to
the German Government. Ner is there the Jeast reason to suppose that, insofar as Dr. Rathenau’s visi’t is con-
nected with the raising of caish in London, he h.as
been successful. On the contrary, 1 am able to state,
en ‘absolutely ‘unimpeachable authority, that bankrs
in London have not,. and so far as one eau see at the moment ‘of writing, will not, ‘ad’vance one penny to the German Government. We have in fact reached a
deadiock. The Reparatiens Comissi’on insists on rthe
January payments before it will discuss terms, the
money market wants to see the ter’ms of future ‘pay

nients ‘befoie it will ad’vance ‘the January instaiment.
The optimism of the outside speculator is
ciuite
un-justified, insofar ‘as the immediatc position is con-
cerned. The statemeuts attributed to ‘Sir John Brad-
bury, that he was in. favour of :a two years postpone-
‘ment, were not uttered by Mm: in f act, ‘he has ‘been
giving interviews to the Paris Prees, which in effect
come to the result that at all costs, the u.nity of the
Allies ‘must be preserved. .insofar as there is any
au.thority for the proposals, it is that of the’ Govern-
ment journalists, who have been’ fIying &ites, ‘to see
how the public would stand a change.

All this is not the same thing as saying that no
agreemen.t will not in the end be reached. The Cabinet
is c,ertainly discussi.n.g the subject, and presumably
the Chancellor of the Exchequer has not been having
prelonged conversation’s about ‘the weather ‘with his
G’erman visito’r. ‘Bat 1 must repeat my statement of
last week, that ‘optimism at the moment is quite out
of place: and that things may get very ‘much rworse
yet before a sane colution is at last adopted. The
Liberal an’d Labour Press are already regarding
Reparatioris askilled: 1 hope your readers
rwil
not

be lcd into any ‘such assumption.

We have had two very remarkable statements on
the subject from prominent public men this week.
The first was ‘by Mr. Winston Churchill, who, on this
su’bject at any rate, is far in advance of his col-
leagues in courage. He again ‘demanded an entente
between England, France and Germany for ‘the pur-
pose of rehabilitating Europe, and expressed. his
pleasure that the ,,nonsensicai froth” ‘which had been
talked about the suxns Germany could pay was giving
way, to more modest ideas. On Thursday, there ap-
peared au interview with Sir Edward Mackay Edgar,
who is a partner in the well-known firm of Sperling
Bros. and ‘who as the main proprietor of the ,,Satur-
day Review” has ‘scored a coup hy bringing Mr. Hart-
ley Withers from the ,,Economist” to his journal. He also insisted on the fatal consequences to this
cOuntry of a complete collapse of Germa’ny, cm-
phasising that the activity in Germa’ny was no more
indicative of prosperity than ithe consu,mptive’s flush-
cd cheeks ware evidence of headth.

In all other respects, there is nothiag to repert.
The trade depression may be liftin’g, but t ii e r e i s
little sign of more business. The figures
of unemployment are stil on the increase. The figures
of those fully unemployed have ri:sen from 1.816.000
on Nov. 18 to 1.832.000 on Nov. 25. Though this
merely means that some of those who were previously
out of benefit have now reregistered to get the bene-
fit ‘of the dole again for a’secon’d time, but were trade
really definitely mending, the net figures ‘would ho
falling. It is truc that there appears a sectionad im-
provement here and ‘the’re. Thus the hosiery trade
has turned ‘the corner, and. is sai’d to ibe fully cm-
ployed.. Here stocks in retailers hands îwere allowed to
fail to a very low level, and the cold map has caugbt
the shopkeepers unprepared. In the cotton industry,
however, things appear ‘to ‘be ‘as bad as ever, and
though certain branches of the woollen industry
appear to be ‘busy, the cancellation ‘of German orders
has left a bad effect. In the Iron and Steel Trades
four more furnaces Ïiave been relit on the N. E.
Ooast, ‘bul the Sheffield .trades ‘do not seem to ‘have
much ‘life. The shops appea’r to he pleased wi’th the
Chrisbmas trade, but this is probably largely ki’te-
flying. With more than’ ene million persons out-of-
work, it would be a miraclo if the retail tiade as a
whole were. ‘doing rea,lly well. –

Extreme oase still p revails’ in the
m o n e y-m a r k e t.. The’ Government asked for £ 50
muis, of tenders this week. £ 67 mills. were applied
for, and the average price is £ 3112/0,07, whieh is
2 s. 2 d. less than last week. The rumours as to Repa-
rations gave the Stock Exchange a fiflip on Th’urs-day, but the markets as a whole show no very great
slgn’s of activity. There is a certain eapriciousness
bout the invstor al present, which it seems to ho
quite impossible to weig.h beforehand, with the resuFt
that underwriters. fi’nd themselves sometimes ‘with as
much as 80 pCt. of the issue remaining on their
hands.

A new White Paper issued yesterday exaniines t h e
c’ompo’siti’on’ of t h é internal debt of ‘the
c o u n t r y, other than Treasury Bilis an’d Ways and
Means Advances. As a’ result of coeversion of short
dated’ into longer-dated paper, ‘the aggregate of the
longdated ‘paper has ‘ri:sen. At the end of September

1066

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

the total was £ 5.307.000.0000, as compared to
£ 5.180.000.000 at the end of ‘the last financial year.
At the sa’me time, the amount of debt maturing
within the uext few year.s has been out down, eo that
the ‘difficiilt years before ns have ‘been lightened at
the expense of the more remote future. The amount
of debt which will net •mature until after March
31-1930 bas been increased by £ 241 ‘mills. The
amounts as ‘they rwill now mature are:

1922-3

……….
£
109 Iniills.
1923-‘–4

…………
245
1924-5

…………
158
1925-6

…………
46
1926-7

……….
nul
1927-8

…………
355
1928-9

………..
,
485
1929-30
……….
,,

165
1930-90
…..
…….,

3.633.380.000

The railway companies, ha’ving been Un-
successful in their atteimpt to inciude the right to
operate road vehicles in the Railway Act, are now
abou.t to try to obtain the po’wers they desire by means
of special ‘bill’s. Thus the North-Western group is to
introduce a bill to this effect shortly. The proposal
is already causing much concern to existing interests,
who fear that the railways will monopolise an industry
which is growing in importa.nce. It is stated that traf-
fic rates will undergo â sharp cut in the near future.
It is at any rate recognised en all hands that the
existing level of rates is much toe high in the present

state of trade.

AANTEEKENINGEN.

indexcijfers van. de werkloos1ted –
Ten gevolge van de late ontvangst van de gegevens
van een aan’tail vakorganisaties was het Centraal Bit-
reau voor de Statistiek gedurende geruimen ‘tijd niet
in de gelegenheid recente gegevens over de werkloos-
heid te pu’bliceeren. In den laatsten tijd komen de
opgaven eerder in, alhoewel. ‘nog niet zoo vlug als ge-
hoopt mocht worden. Blijft de verbetering in dit op-
zicht aanho’uden, dan hoopt het Bureau voorloopig
elle maand gegevens over twee maanden te kunnen
puibliceeren, waardoor de achterstand sp.oedig zal zijn
ingehaald.
Thans imaalot het Bureau de volgende indexcijfers’)

van td
e
werkloosheid onder pl.m. 400.000 arbeiders
over Augustus bekend. Ter ‘vergelijking drukken wij
daarbij de cijfers v&or de eerste zeven maanden van
1921 en die over 1920 af.

Indexcijfer der werkloosheid.

Beroepsgroepen.

Aardew.,glas,steen,enz.
2.9
14,0
16,1
13,2 11,8 8,1
5,3
4,1 4,2
Diamant, enz.

.

.

.
51,8
86,1
88,2
8′),3
90,6
90,9
90,2
86,8
77,1
Dru-kerijbedrijven
.

.
0,9
1,4 1,9
2,3
2,7
3,2
3,1
3,2
3,9
Bouwbedrijven

.

.

.
6,2
14,3
10.5
6,6
4,7
3,7
2,8
3,0 3,0
Hout, kurk, stroo

.

.
3,7
11,6 13.2
11,1
3,7
6,5
5,7
5,6
5,8
Kleeding, enz.

.

.

.
2.2
11.6
8,2 3.5
1,6
1,2
1,6
1,7
2,1
19,4
13,5
7,9
4,2
1,5
1,0
0,8 0,6
Steenkolen, turf.

.

.
0,6
0
0,2
1,3
0,1
003
0,5
0,7
7,2
Leder, enz…….2,7

Metaal, scheepsbouw
.
1,5
4,1
5,2
5,1
5,1
5.5 5,2
5,1
5,7
Textiel

…….3,2
7,9
14,8
‘3,9
13,0 10,8
8.1
5,0 3,2
Voedings- en genotmid.
12,4
23.5 27.5
22,8
15,3
11,0
9,2
7,6
8,2
w.o

Sigarenmakers.
19,6
38.6 44,5
36,4
23,4
15,9
13,4
11,d
11,9
5,5
22,1
16,3
11,4
9,3
4,3
3,1
5,8
5,2
.isscherij en jacht.

.
7,7
46,3
33,1
25,2
19,2
5,1
3,6 3.0 0,6
Warenhat,del
.

.

.

.
0,1
0
0.5 0.8
0,5
0,5
0,7
0,4
0.5
5,0
13,4
13,7
13,’
11,1
8,6
6,7 5,4
5,1
Vrije beroe1en

.

.

,
0,8
0,8
1,0
1,1
1.1
1,2
1,3 1,3 1,4

Landbouw

……

Overige groepen
.

.

.
3,4 8,2
9,8 8,2
8,2
6,4
4,6
3,7
3,3

Verkeer
……..

5,8
13,8
13,5
9,6 9,2
7,7
6,6
6,2 6,0
Het Ruk
…….
(zonder diamant-
bewerkers)
.

.
4,6
11,9
11,7
9,5
7,6 5,7
4.6 4,2
4,3

‘) Het indeacijfer der werkloosheid geeft fde verltoiadiing
weer (in pCt.) tusschen het werkelijk aantal dagen werk-
loosheid per week en het totaal aantal dagen, gedurende
welke alle personen, ‘van wie ‘de werkloosheid is nagegaan,
ten hoogste in een week werkloos haduen kunnen zijn
(d.i.
6
maal het aantal personen).

Kosten van ievenson.derhoud van ar-

beiders’gezmn.n.en te Antsterda.m..
1) –

Dezer dagen . wer.d gepiiibliceerd het indexcijfer voor de kosten van levensonderhoud van ar’beidersgezinnen te Amsterdam in September 1921. Gelijk bekend bere-
kent het Bureau van Statistiek der Gemeente Am-
sterdam sinds Juni 1920 ‘het indexcijfer op den grond-
slag van de bij het onderzoek in Maart 1920 ‘vastge-

stelde uitgaven en prijzen. Deze worden dan gelijk
100 gesteld en de verdere driemaandelijksche resul-
taten worden in ‘procenten hiervan uitgedrukt. De
oorspronkelijke wijze van berekening ‘- ‘vergelijking
met het indexcijfer geldende voor de periode 1911-
1913 – is met het cijfer voor September 1920 ge-

staakt.
De artikelen, waarvan het bureau den prijs nagaat,
worden in twee groepen rverdeeld. De eerste omvat de voediugsartikelen, de tweede kleeding, schoeisel, huis-
huur, brandstof, gas en electriciteit, poetsartikelen en
wasch,’ fon.dsgelden en ver’zekeri.ng, contributie en pe-
t’iodieken, tabak, sigaren en dranken, instandhouding huisraad, ontspanning, tram en diversen. Belastingen
wordèn buiten rekening gelaten. Hieronder volgt een

overzicht op grond van de door het Bureau gepuibli-
ceerde cijfers samengesteld.

Stij ging en
daling in perc.
Voe.
Rest
,,otaal
l
sedert Mrt. ’20
Index-
ding
cijfer

ding
Rest

Gemiddelde

wellijksche uitg. per ge-
zinseenheid
2)

in
guldens in Mrt. ’20
f
5.56e

f 5701
f 11.27
100

Bedragen, welke p.
gezineenheid zou-
den zijn uitgegeven,
indien besteed aan
hetzelfdealsin Mrt.
1920, in:
Juni

1920….
f
5′.75}
/
5.78,
1
1

111.54
3.4′
2.4
102.4
6,20
,,5.83 ,,12.03
11.4
8.8
106.8
6,15
,,5.54
,, 11.69
10.5 3.7
103.7
sept.

1920.
……

,5.83
,, 5.23i
,,11.06
4.8

1.8
98.2
Dec.

1920 …….
Maart
1921.
…..
5,88
5.08k
,,10.964
‘5.7

2.7
97.3
Juni

1921.
……
Sept.

1921..

….
,5.43 ,,ô.07 ,,16.50

2.4

6.8
93.2

Het Burea’u licht hen als ‘volgt toe:
De berekening van het iudexcijfer der kosten van het
levensonderhoud, op grondslag van de tijdens het budget-
onderzoek van Maart
1920
voor elk onderdeel’ van het bud-
get genoteerde uitgauven, wees ‘uit, ‘dat voor September
1921
een daling van
6,8
pCt.. sedert genoemde maand is inge.
treden. Bij ‘de vorige berekening, over Juni
1921, werd reeds
een daling, sedert Maart
1920,
‘van
2,7
geconstateerd; ide
dalingsbeweging nam dus een g.rooteren omvang aan en
wel van
4,2
pCt. sedert Juni
1921,
terwijl de daling in
Juni
1921
sedert Maart
1921
slechts 0,9
pOt. bedroeg. In
Sept.
1920
had de stijging met
6,8
pCt. boven het peil van
Maart
1920
het hoogste punt bereikt; de daling ‘van Sept.
1920
tot Sept.
1921
bedraagt dan ook
12,7
pOt. Men ‘be-
denke echter voor het ‘beoordeelen ‘van ideze cijfers, dat de belasting buliteil de berekening is ‘gelaten.
Voor ‘het eerst is thans ook de ‘voeding beneden het peil
van Maart
1920
gedaald en wel met
2,4
pCt. De voeding
vertoonde in Juni
1921
nog een stijging ‘van
5,7
‘pCt., zoo-
.dat voor ‘dit ‘gedeelte van het budget ‘cie prijsverlaging ‘van
de laatste maanden een igrooteren invloed heeft gehad dan
voor het totaal der uitgaven (een ‘vermindering sedert de
vorige driemaandelijksche periode met
7,7
pCt.). In sterke
mate ‘heeft ‘de verlaging van ide ‘broodprjzen idaartoe ‘bijge-
dragen. Den grootsten invloed heeft echter ide groep ‘aard-
appelen uitgeoefend en ‘wel als ‘resultaat ‘van de volgende
omstandigheid: in Juni
1921
waren ‘van idit artikel alleen
zeer ‘dure nieuwe soorten ‘verkrijgbaar, zooclat deze groep
toenmaaks een vrij groote stijging vertoonde. Waar nu in
September ide buitengewone seizoenprjsen uvoor ‘normale
hadden_plaats gemaakt, kreeg de groep ubegrjpeljker.wijee

‘) Zie pgn.
784,
jaargang
1920.
2)
De herleiding tot igezinseesiheden ugesehiedt ‘aldus, idalt
de man geldt voor 1, de vrouw voor 0,9, een kind in ‘het
eerste levensjaar voor
0,15,
in het tweede voor
0,2,.
in het,
‘derde voor 0,3 volwassene en izoci geleidelijk opklitttmende
‘met
0,05
voor elk leeftijdsjaar.

J

7 Decerhber 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1067

een veel, geringer aandeel
un
let totaal Ider uitgaven (47
cent per eenheid per week tegen
90
cent In Juni), hetwelk
dan ook zijn ui-bdrukkin.g ‘vond in een sterke procentueele
daling (van 93’pCt. [boven Maart
1920
tot
1,4
pCt. daar-boven), di
e
echter in ide werkelijkheid vermoedelijk niet .zoo-
danigen omvang heeft aangenomen, omdat het verbruik van
de ‘dure aardappelen in Juni j:l. ‘waarschijnlijk door den
hoogen prijs naar evenredigheid minder zal zijn geweest
dan in Maart
1920.
Enkele andere groepen hebben irnsge-
lijks een daling ondergaan, Levenwel een geringere: .v.leesch,
door de in Juli ingetreden vermindéring der prijzen ‘van
bevroren vleesch, visch, suiker, kruidenierswaren (koffie,
specerijen, snoeperij), fruit. Daarentegen -vertoonen een
viertal groepen een stijging: grutters’waren, door de erw-
ten en boonen van den n.ieuwen oogst, melk, kaas, eieren
en groenten. De groep rvetten le •zoo goed als onwerwnderd
gebleven, doordat de stijging op natuur- en kunabboter
teniet gedaan werd door prjsverminderinig ‘van runcivet.
Van de overige posten van het [budget zijn kleecling en
schoeisel ‘ditmaal slechts .weinig in prijs gedaald. De prijs-
venminderinug van petroleum was oorzaak, dat ide daling
der groep brandstoffen, die de vorIge maal reeds .gecon-
.stateercl kon worden, ‘zich ‘heeft ivoortgezet. De post in-
standlliou’ding ‘van huisraad is eeniigszins -verminderd door
verlaging van sommige artikelen, zooals ibchangselpwpier,
‘vloerzeil, sponsen, dweilen. De -post wasch- en poetsar.tike-
len daarentegen heeft een stijging ondergaan, welke aan
prijsver’hèoging der zachte zeep moet toegeschreven wor-
den. De post huishuur ‘vertoont insgeljka een stijging, die
echter ‘ditmaal binnen veel engere grenzen blijft dan over
de vorige periode.

INGEZONDEN STUKKEN.

‘DE BOTER- EN KAASWET.

De heer J. A. Geluk, Secretaris van den Algemee-
nen Nederlandschen Zuivelbond, schrijft ons:

In Economisch-Statistische, Berichten
No. 306 van

0 November 1921 komt een artikel voor over boven-
vermeld onderwerp van den heer G. J. Blink. Een ge-
deelte van dit artikel, n.l. waar schrijver de practijk
van het ontwerp, -voor wat betreft de boter, behandelt,
eef’t mij aanleiding uwe Redactie eenige ruimte te

verzoeken, daar ik meen, dat de heer B. hier een ver-

keerd licht op de zaak werpt.
De heer B. zegt hier o.m.:
,,Over deze kwestie
(dit

is het wehtelijk verbod ‘van uitvoer v.an ongecontroleei-
de boter en de-verruiming ‘van de gelegenheid om tot

de botercontrôle te wor,den toegelaten)
nu wordt door

een zeker gede2te van de zuivelindustrie een groot mis-

baa-r geman1cL. Men stelt het thans voor, alsof tot heden

bij de boterco’rstrôlestations slechts boterbereiders aan-
gesloten zijn geweest van het allerhoogste gehalte, een
soort van heiligen en alsof de Miwister er misdadigers
en knoeiers -bij wil halen. Een ieder, die met botercon-
trôle van nabij iets te maken
heeft
gehad, weet welk

een onzin dit is. En eliceen weet, dat als de boter-
contrôlestation-s gebaseelrd zijn op de eerlijkheid der
aangeslotenen, dat dan het contrôlestelsel niets waard
is. Want contrôle is er voor de oneerlijken. En met een
beroep op hun goede trouw komt men bij dezen niet

ver.”
Wanneer de enak inderdaad was, aooals de heer B het h.ier met eenige groote w.00rden wil voorstellen,
dan was de ‘beweging, •die er tegen het wetsontwerp,
speciaal wat betreft de boter, gaande is, inderdaad on-

zin. Maar zoo is het niet.
De boterbereiders, die tot nog toe Ibij de botercon-
trôle zijn aangesloten, zijn -niet allen van het allerhoog-
ste gehalte en nog veel minder tzijn het heiligen, .het
wordt ook zoo niet ‘voorgesteld, doch het zijn menschen,
van wie men uit den aard van hun bedrijf verwachten
mag en wier handelingen, ‘vô6rd’at zij tot de boter-
contrô”le toegelaten werden, recht’ gaven tot deze
verwachting, dat .zij in .de botercontrôle een instituut
zagen, dat den .goeden naam van hun product in ht
buitenland zou beschermen en izou het dit doen, dat
zij er dan zelve toe hadden mede te werken, den naam
van .dit instituut hoog te houden. Het spreekt ‘van-
zelf, dat deze verwachting wel eens is besch.aamd;
er zijn altijd elementen geweest, al zijn het dan ge-

lukkig uitzonderingen geibleven, die, nadat ze een-
maal tot de contrôle waren toegelaten, ‘zich niet heb-
ben ontzien om, varende onder die vlag, het ‘met de
eerlijkheid niet zoo nauw meer te nemen, en dit is
voor de eerlijke producenten en handelaren steeds een
aanwij:zirig te meer geweest om voorzichtig te zijn
.bij ‘het toelaten van nieuwe leden ‘tot -de hotercontrôle.
De contrôle is er voor de oneerlijken en met hun
beroep op hun goede trouw komt menu bij deren niet
ver, zegt de heet B. Wanneer men oneerlijken moet
controleeren en een ‘beroep op hun goede trouw dus
gen gewicht in de schaal legt, dan moet hët contrôle-
stelsel, dat -men toepast, zoodanig zijn, -dat fraude
absoluut uitgesloten is, en dit nu is juist de .gr’oote
moeilijkheid ‘bij -de ‘botercon-trôle. Een contrôle op een
product, dat uit zoovele ‘bereidplaatsen -voortkomt, op
zooveel verschillende ‘wijzen verhandeld en verpakt
wordt, en welke contrôle -niet door eenvoudige waar-
neming kan geschieden, doch in een laboratorium
moet plaats vinden, kan niet anders zijn dan een con-
trôle op steekproeven, hetgeen dan ook bij de ‘boter
inderdaad het geval is. Heeft men bij deze contrôle
geen houvast ‘aan -den persoon van ‘den gecontroleerde
zelf, doordat men bij hem niet den vooropgezetten wil
aanwezig kan achten om aan de gestelde voorschrif-
ten te voldoen, dan komt het contrôlestelsel op losse
schroeven te staan, en heeft een deel van zijn waarde

verloren.
Dit nu is hetgeen de coöperatieve producenten in
het algemeen zoo sterk bevreesd maakt voor .de rich-
ting, welke de regeering thans uitgaat. ‘De hooge mate
van ‘zekerheid, welke zij met het .huidi’ge stelsel der
botercontrôle hchben, is hun te veel waard, -dan dat
zij deze in de waagschaal willen stellen voor een wet-
telijk voorschrift, waardoor iedereen, die ‘boter expor-
teeren wil, ‘zich onder bontrôle stellen moet en deze dus ‘ook .de elementen, aan wie men tot ‘nog toe het
Rijkamerk niet toevertrouwde, zal moeten
p
p’nemen.

Hiertoe -is dan ok de gelegenheid geopend in het te
Leiden opgerichte botercoiatrôlestation. In de voor dit
station gel.dende voorschriften tot toelating -worden
geen andere ‘voorwaarden omtrent den persoon ge-
steld, dan dat ‘hij boterproducent of -handelaar is en de bevoegdheid heeft verbintenissen aan te gaan. De
garantie, welke men ‘van het product dergenen zal
kunnen geven, die onder dit station zullen ressortee-
ren, berust dus uitsluitend op een bedrijfscontrôle, en –
deze biedt o’m de ‘boven-vermelde redenen geen vol. doende zekerheid om het Rijksmerk dezelfde waarde
te doen behouden.die het thans heeft, te meer niet
waar bij het Leidsche-station juist degenen terecht
zullen komen, die de gewone ‘botercontrôle te gevaar-
lijk acht om in haar gelederen op te nemen.

Intussch’en verwarre men de ‘beteekenis van het
Leidsehe station niet met ‘die van het Wetsontwerp.
Hoewel wij het met den grondslag van ‘het Leidsche station niet eens kunnen ‘zijn, is het ons begrijpelijk,
dat de Regeering het ‘bestaan van een dergelijk station .noodig acht, opdat er een gelegenheid
‘zij,
waarbij zij,
die niet tot gewone botercontrôle worden ttegelaten,

zich onder contrôle
kunnen
stellen en ‘waardoor dus
derechtspositie dezer personen verzekerd is. Het
staat dan aan deze personen altijd nog vrij zich ‘al of
niet aan de voor-waarden -dezer contrôle te onderwer-
pen, ook al willen zij (boter uitvoeren.
.Het wetsontwerp evenwel
verbiedt
den uitvoer van
ongecontroleerde ‘boter en drijft dezuiken dus alle naar
het Leidsche station en, dit moet ze ook alle, -indien
hun ‘bedrjfsilarichtinug aan de voorwaarden – voldoet,
aannemen.
In dit verband dringt ‘de -vraag zich op, welk motief
heeft de Regeering eigenlijk tot het voorstellen dezer
wettelijke regeling geleid. Wanneer men het Leidsche
station :bescl1ouwt als een aanha-ngsel van de Wet,
dan kan men zich voorstellen, dat het -gaat om de
werkelijke of vermeende rechten van de margarine-
fabrikanten en zij, wier reputatie op het gebied van
den boterhandel zoodanig is, dat er ‘voor hen -bij de

1068

ECONOMISCHSTATISTISCHË BERICHTEN

7
December 1921

particuliere botercontrôle geen plaats is. Beschouwt
men evenwel het Leidsche station en het Wetsontwerp
onafhankelijk van elkaar en hiervoor is ook ruimte,
dan vervalt ook het zooeven genoemde motief inzake
rechten der thans uitgesloten groepen.
Het eenige motief, dat dan nog gehandhaafd kan
blijven is, .dat men aan het buitenland zou kunnen
‘zeggen, dat geen Nederlandsche boter de grens over-
gaat of zij is voorzien van het Rijksmerk. Het is ech-
ter zeer de vraag, of dit motief izooyeel gewicht in de

schaal legt, dat hierdoor de
waarde
van het Rijksmerk

mag worden benadeeld. Vooral wanneer wij hierbij
in aanmerking nemen, dat, zooals ook in de Me-
morie van Toelichting volmondig wordt erkend, er
in 1914 zoo goed als geen boter werd uitgevoerd, welke
niet van het Rijksmerk was voorzien, dan heeft dit
motief al zeer weinig waarde. In dezen toestand is ook
thans nog geen wijziging gekomen, daar aangenomen
kan worden, dat 90 pOt. der boterproductie onder
particuliere contrôle staat en van de overige 10 pOt.
toch zeker nog minstens de helft in het binnenland
verhandeld en geconsumeerd wordt.
De ongerepte naam van de botercontrôle en het
Rijksmerk is den coöperatieven producenten in het al-
gemeen te veel waard om deze op te offeren aan een
denkbeeldig voordeel; zij ‘zijn er van overtuigd, dat
de Nederlandsche Ibotercon.trôle en het Rijksmerk in
liet buitenlaind een zoodanigen naam hebben,. dat de
enbeduidende hoeeoliieid, die nog ongecontroleerd
de grens over zou gaan, dien naam niet kan schaden.
Wij spraken boven alleen van de meening der coöpe-
ratieve producenten, omdat wij uit den aard der zaak
daarmede het best bekend zijn. Wanneer men daarbij
in het oog houdt, dat de coöperatieve producenten
meer dan drie vierden der Nederlandscho ‘boterpro-
duct.io omvatten, en wij ons sterk maken, dat er ook
in de particuliere zuivelindustrie en den hoterha’ndel
genoeg personen zullen zijn, die niets voor een wet-
telijke regeling als deze gevoein, dan gelooven wij,
dat de heer B. zich juister zou hebben uitgedrukt,
wanneer hij gezegd had, dat door een
groot
gedeelte
van de zuivelindustrie ,,misbaar” gemaakt werd. Wij
laten het overigens aan den lezer om te beoordeele’n
of een actie van bona-fid.e producenten om een ‘be-
proefd stelsel, waarbij de goede trouw een .groo’te rol
speelt, onverzwakt te handhaven tegenover een wette-
lijke regeling, waarbij die goede trouw naar den rem-
melhoek verwezen wordt, met de kwalificatie ,,mis-
baar” juist aangeduid is. J.
A. GELUK,
‘s-Gravenhage, 19 Nov. 1921.

DE BOTER- EN KAASWET.

De heer J. Mesdag, Directeur van het Botercontrôle-
station in Friesland, schrijft ons:

In een artikel onder bovenstaanden titel heeft
de heer G. J. Blink in de Economisch Statis-
tische Berichten No. 306 van 9 November, eene be-
sdhouwing ten beste gegeven, die ik niet. gaarne on-
besproken wil laten, vandaar dat ik u beleefd verzoek,
Mijnheer de Redacteur, het navolgende in een der
eerstvolgende nummers van uw Algemeen Weekblad
te doen.op.nemen.
,,Elkeen weet, zegt, de heer Blink op ‘pag.
972.,.
2e
,;kolom, dat als de’ botercontrôlestations gebaseerd zijn
,,op de eerlijkheid der aangeslotenen, dat dan het Con-
,,trôlestelsel niets waard is. Want de contrôle is er
,,om de, oneerlijken en met een beroep op hun goede
,,trouw komt men bij dezen niet ver.”
Deze. beschouwing van den geachten .sèhrijver ‘is zoo
ver mis, dat ik, gebruik makende van een door hem
gebezigde uitdrukking, ‘zou kunnen zeggen, dat ieder
die met degeschiedenis van het ontstaan van de botex-
contrôlestations iets te maken heeft gehad’, wet welk
een onzin dit. is.
Dit moge uit het volgende ‘blijken.
De’ botercontrôle is ontstaan als middel van ver.-
weer van boterprnd’ucenten tegen de gevolgen van een
bedrog, dat in de jaren na 1880 door sommige ‘boter-

exporteurs op zoo groots schaal werd gepleegd, dat de
Nederlandsche boter op de buitenlandsche markten
niet meer tegen behoorlijke prijzen verkocht kon wor-
den, omdat de importeurs geen vertrouwen meer stel-
den in de zuiverheid van de boter, ‘die uit ons land
werd ingevoerd. Dit ‘bedrog ‘bestond in den verkoop
van ‘mengsels van boter met margarine onder• den
naam van zuivere roomboter en tegen boterprijs. De
hoeveelheid margarine was juist zoo afgepast, dat
wegens de natuurlijke afwisseling van de samenstel-
ling van boter van verschillende herkomst, door schei-
kundig onderzoek de vervalschi,ng niet was te be-
wijzen.
Het wantrouwen drukte den prijs onzer boter op
zeer gevoelige wijze en de maatregelen van .tegenweer,
die in de ons omringende landen achtereenvolgens
werden genomen, waren ten slotte zoo, .dat de uitvoer
van boter in sommige tijden van het jaar hoogst be-
zwaarlijk werd.
Dit heeft aan de Landbouwmaatscha’ppijen im 1900
aanleiding gegeven tot het organiseeren van een zoo-
danige bedrijfscontrôle, dat de echtheid en de onver-
valschtheid van de onder deze contrôle bereide boter,
onafhankelijk van de scheikundige samenstelling,
steeds bewezen kon worden.
Dit was een zeer strenge bedrijfscontrôle, gepaard
met een laboratoriumcontrôle, niet rooals de heer
Blink zegt voor de
oneerljken,
maar een instelling
ten bate van boterproducenten, die als zoodanig ai’
reëele ‘zakeirmenschen bekend stonden, en op wier hari-
delingen als boterproducenten een effectief toezicht
kon ‘worden’ uitgeoefend. In de statuten en reglemen-
ten der Oontrôlestations is nauwkeurig omschreven
aan welke voorwaarden iemand moet voldoen om te
kunnen worden toegelaten tot de contrôle door het
station uitgeoefend. Daarin is o.a. de bepaling opge-
nomen, dat ‘geen boterproducent tot de contrôle mag
worden toegelaten die, hetzij rechtstreeks, hetzij zijde-
lings, betrokken is bij de bereiding van of den handel
in margarine, niet omdat deze personen op een lager
zedelijk peil zouden staan dan een boterproducent,
zooals de heer Blink den tegenwoordigen strijd in het
belang van een zeer belangrijke Nederlandsche indus-
trie meent te mogen ridiculiseeren, maar omdat bijv.
een margarinefabrikant, die tevens boter maakt, door
den aard van zijnhoofdibedrijf niet voldoet en niet kan
voldoen aan sommige van de voorwaarden, die, nood-zakelijk zijn geacht om het volle vértrouwen van onze
buitenlandsche afnemers in onze contrôle te kunnen
verwachten.

De bepaling, dat niet ieder tot de contrôle kon wor-
den toegelaten, de mogelijkheid om ook . de bekende
boterknoeiers, waaronder ook personen en firma’s, die
in het ibuitenland maar al te goed als zoôdanig ‘bekend
waren, buiten de contrôle te houden, is een van de
voornaamste oorzaken geweest, waardoor de ‘botercon-
trôle in het ‘buitenland zooveel succes heeft gehad en
toen in 1904 de Regeering besloot om het toezicht op
de Contrôlestations te aanvaarden, zijn de beginselen,
waarop de contrôle ‘berustte, intact gebleven. De bal-
lotage waaraan zij, die toegelaten wenschten te wor-
den, ‘zich moesten onderwerpen, werd toen zelfs nog
verscherpt door de bepaling, dat niemand tot de con-
trôle toegelaten mocht worden,. die niet ter goeder
naam en faam bekend staat. De ‘medewerking, die de
Regeeri’ng aan de botercontrôle verleend- heeft in ha-
ren strijd tegen de’ knoeiers,, is van zeer grooten in-
vloed geweest op het behaalde succes, op de populari-teit van de Nederlandsche Botercontrôle bij de buiten-
landsche belanghebbenden. Van veel nut is (het ge-
weest, dat. de Regeering herkenningsmerken voor
onder contrôle ‘bereide boter ter ‘beschikking van de
contrôlestations heeft ‘gesteld onder de uitdrukkelijke
voorwaarde, dat zij angstvallig, hadden te waken tegen
misbruik van de merken.
Het is. dus rationeel en overeenkomstig de voor-
waarden, waaronder het gebr.uiiksreoht .der merken is
(Voortzetting °P .pgn. 1070).

7
December
4921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

.

1069

MÂANDCIJFERS.

B.ANDELSBEWEGING
OVER
DE MAAND SEPTEMBER 1921.

(vn1,ens dit rroeDen der naamlijst van goederen. onreste1d door het Centraal Bureau voor de Statistiek.)

Invoer
Uitvoer
Saldo Invoer
Saldo Uitvoer
Groepen
Gewicht
Waarde
Gewicht
Waarde
Gewicht
Waarde
Gewicht
Waarde

K.G.
Gulden
K.G.
Gulden

K.G.
Gulden
K.G.
Gulden
1 Dieren en dierlijke
9.942.577
57.025.988
36.560.764



44.430.956
26,618,187

II Plantaard.

voort-

.

31.036.537 113.204.708
brengselen

…….
65.240.308 51.274.739
152.035.600
20.238.202

producten

…….12.595.032

III Mineralen,inetalen
en

niet in andere
groepen

opgeno-
men fabr.ik. daarv.
970.874.668
36.629.016
158.220.236
15.356.531 812.654.432
21.272.485

IV Meel en meelfabri-
27
.
756
.
974

6.741.954
27.870.205 6.512.458


229.496
.

113.231

V Chemische produc-
ten,

geneesniidde-
len

verfwaren en

katen

………….

kleurstoffen
20.175.954
4.644.991
5.715.874
2.791.676

14.460.080
1.853.315

VI. Olie,hars,was, pek,
teer en distillatie-
0

producten vanteer;
fabrikaten van deze
stoffen, n. a. g.

..
47597401
11.575.574
26.977.345
.12.301.83

20.620.056


726.265

VII Hout en fabrikaten
van
hout en derge-
lijke stof fen

meu-
belen, v.a.a …….
115.349.760
9.560.125
4.336.818
849.843 111.012.942
8710.282

VIII Huiden, vellen, Ie-
der, lederwerk en
3
.
413
.
216

5.625.634
2.884.038 3.408.287

529.178
2.217.347

IX Garens, touw

en

touwwerk, weefsels
en stoffen

kleede-
ren en modewaren
6.397.672
22.982.585
3.610.716
11.650.814

2.786.956
1.1.331.771

schoenwerk ……..

X Aardewerk, porse-
lein,

potten hak-
kerswerk,

gebak-
ken steen en andere
129
.
760
.
860

3.150475
5.006.538
839.634 124.754.322
2.310.841


kunsteteen

……..
2
.
874
.
909

905.8871
3.247.197
935.321


– –
372.288 29.434
XI G1a

…………..
XII Papier
…………

.

5
.
188
.
281

2.133.749
13.150.036
2.584.635
7.961.755 450.886

XIII Voedings- en ge-
notmiddelen,

niet
genoemd in de groe-
pen 1, II, IV en VI
30.037.806
11.539.134
23.158.256
11.449.771

6.879.550
89.363

XIV Rijtuigen, voertui-
.
gen, vaartuigen en
luchtvaartuigen ..
16.058.088
4.170.024
1.760.743
1.878.381

14.297.345
2.291.643

XV Andere

goederen
dan gebracht onder
de

groepen

1 tot
en met XIV

….

21.115.817
19.091.961
6.210.662
1
6.371.798

14.905.155
12.720.163.

1.674. 436.746
199.968.425
491.210.252
144.528.289
1.
183.226.494
55.440.136

Waarvan Goud en Zilver,

Totaal ……..

al of niet gemunt
(op-
genomen ingroep III)
13597
1.696.986
28.045
8.778.524


14.448
7,081.538

OVERZICHT van de waarde van den In- en Uitvoer voor elke maand van het loopende jaar en de
drie daaraan voorafgaande jaren, met uitzondering van Munt en Muntmateriaal, in guldens.
C)

Invoer
Uitvoer
Maanden
1918 1919 1920
1921
1


1919
1920
1921

Januari
…… ……..
68.009.520 75.073.388
256.207.615 214.136.278
51.437.578
41.321.453
135.92.785
115.835.310
Febivari

…………
45.903.517
106.229.028
233.591.043 170.494.270
54.372.261
44.543.205
113.309.645
120.956.498
48.897.456
148.758.852
187.916.138 213.830.220
47.372.422
52.660.723.
68.210.466
107.204.662
April …………….
35.302.563
189.565.086
203.592.8l2 195.781.602
30.702.241.
50.827.142
99.448.337
108.819.697
Maart

…………….

35.055.767
257.009.336
298514.1621 168.1l4.95ij
35843.354
96.168.708 170.393.137 93.818.710
Mei

………………
Juni

…………….
30.330.163
258.183.821
345.402.373 188.559.719
23.040.469
126.270.353 179.478.445
120.815.908
Juli

…………….
47764.858

..
..
..

274.264.390
314.861.366 170.674.007j
35.046.826
133.623.129 177.114.162
105.420.129
Augustus

………..
40567746

..

3i3403-.619
267956.1022
186.640.179
25.501.391
l63.77L619
130.018.883
142.566.083
September

……….
67.610.188
298107.886
317.368.670 197.271.439
27.641.796
162.131.110
165.965.569 135.749.765
October …………..

..

67.702.922
319833.079
337.338.332


12.704.155
214.577.467
148.140.438

November …………
57.929.799
296.351.809
270.811


15.278.909
171.171.804
156.557.011

December …………
63.282.114

..

..
..

288.958.920 298.867.123


22.268.327
154.241.692 156.922.833
.

-.

Totaal …….
608.356.613

..

.825.739.2l4
3.332.427.090 1.705.502.665
381.209.729
1.411.308.405
I.70E.49I..7I1
1.051. 186.162

) In de Statistiek over December 1919 zijn de bedragen vermeld i
net
inbegrip van gouden en iilveren munt en muntmateriaal.

1070

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B. *** bèteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.
BANKDISCONTO’S.

N d (Disc.Wissels
4
1
1Juli ’15
Zweeds..ksb1c 5
19Oct. ’21
8k Be1.Binn.Eff.
5
1
19Oct. ’20 Bk.v.Noorw..
61 6Juli ’21
tVrseh.inR.C. 61
19Oct. ’20
Zwits. Nat. Bl
4 13Aug.’21
8k. van Engelano 5 3Nov.’21
Belg.Nat.Bk 5-5
u
,
19Mei ’21
Duitsche Rijksbk. 5
23Dec. ’14
Bank v. Spanj. 6
4Nov.’20
Bk. van Frankrjl 5
28Juli ’21
Bank v. Italië 6
“20 !tlei ’20
Oostenr. Hong. Bk. 7
30Nov.’21
F.Res.Bk.N.Y, 4
2Nov.’21
Nat. Bk. v. Denem. 51
5Nov. ’21
Javasche Baalt 3
1Aug.’09

OPEN MARKT.

Amsterdam

Londen 1 Berlijn
,1
Parijs N. York
Data

1
P,.ojon
1
Part.
J
Part.

Part.
1

Cali-
disconto

gatie

disconto
j
disconto disc.

rnoney

3 De.

’21l41
1
311

)
3
3
1
4

4_618

14112-5
1) 28N -3 D,’21 141.”
1

412

3

/2
3I’/
8
14_5
1

18

14-5’/
2

21-26 N. ’21I4,8
I
3
12
-4
12
1
31
/8-
4

I
4
-1

1

I
41
12
-51
I2
14-19 ,, ’21 I41
8

I
4-
12

14
4 51

1

13′
2
6
29N -4D.’204/4–5
4-5
’12

l6/
5
-/
4

I4-/
1

6-7
1-6 Dec ‘1913118-31
41/. 8/

I3I-5
i
5518

1

1

I51127

.6
1211
4
-31
4

1211
4
-31
4

12118-112
1
21

I5.112-7112′
‘)Noteering
van
2
December
1921.

WISSELKOERSEN.

‘WISSELMARKT..

De wisselmarkt was deze berichtsweek zeer vast. Londen
liep op van 11.18 tot 11.40, daarna trad eenige reactie in,
maar het slot was weder beter. Parijs en België waren de
geheele week zeer gezocht. Vooral voor’ België bestond
goeden vraag, zoodat het agio voor Parijs niet tinbelang-
rijk kleiner werd.
Marken waren op berichten over een gunstig verloop van
de onderhandelingen in Londen zeer vast. De angstig ge-
worden specu.latie in Duitsch.land wilde zich ‘tot eiken
prijs van zijn buitenlandsche betaalmtddelen ontdoen, zoo-
dat de koers hier in twee dagen ivan 1,.- op 1,66 steeg.
Natuurlijk trad daarna een hevige reactie in, zo,od.at heden
weder voor 1,20 werd afgedaan. Dollars waren aativan-
keljk eveneens vaster, maar alras trad een verdere daling
in; heden It 2,79. Skandinavie, Zwitserland en Spanje
waren iets vaster en natuurlijk onregelmatig, daar ponden,
marken en francs in die landen eveneens sterk fluctueerden
en de schommelingen herhaaldeJijk of grooter of kleiner
waren dan hier. Buenos Aires iets ilaulwer. Idië sta-
tion.nair. –

KOERSEN IN NEDERLAND

Dato
Londen
t)

Parijs
)
Berlijn
t)
Weenen
t)
Brussel
*5)
New
Yo,k**)

28 Nov.1921
11.281
19.771
1.02*
0.09
18.75
2.82
3
1
s

29

,,

1921..
11.24
19.471
1.011
0.09
18.53
2.81
3
1
s

30

,,

1921
11.32
20.15
1:181
091

19.05

2.821
8

1

Dec. 1921 11.38
20.42,
1.45
0.10
1965
2.831/
3

2

..

1921
11.321
20.40
1321
0.10
19.80
2.79
3
1
4

3

1921
11.33,
20.45
1.291
0.10


Laagsteu.w.
1)

11.18
19.40
0.98
0.07
18.30
2.79
Hoogste

.. 1)
11.40
20.55
1.66
0,11
19.85
2.83
3
1
4

26 Nov. 1921
11.18)
19.30
0.96
0.09
18.52)’
2.78)
2 19

,,

1921
11.351
20.45
1.03
0.10
19.86 ‘2.84*
‘iuntpariteit..
12.10
48.-
59.26
50.41
48.-
2.4811

‘)
Noteering te
Amsterdam.

) Noteering
te
Rotterdam.
) Particuliere
opgave.
5)
Noteering van 25 November
5) Idem van 18 November.

D
0
t
0
Slock.
holmt)
Kopen.
hagent)
Ch,is.
tianiat)
Zwitser.
l
an
dt)
Spanje
1)

Balavia
1
telegrafisch

28
Nov.
1921
66.35 52.10
40.40
53.60 39,35
97
1-
97
*
29

,,

1921
66.30
52.30 40.30 53.55
39.-
97-97
30

,,

1921
66.40 52.40
40.50
53.60
39.15
971
97
*
1

Dec. 1921 67.25 52.50
40.50
54.-
39.30
971-97*
2

,,

1921
67.10 52.25
40.40
53.55 39.55
971-97*
3

,,

1921.
66.75
52.20 40.55 53,60
39.25
98-98.)
L’ste

d.

w.’)
65.80
51.70 39.90 52.80
39.-
97
1
1,
Ii’ste

,.

..

1
1
67.40
52,60 40.70
54.10.
39.60
918
26
Nov.
1921
65.70 51,60
’40.-
53.50 38,80
971-97*
19

,,

1921
66.45
52.85 41.10 53.65
39.20
981/
4

tfuntpariteit
66.67 66.67 66.67
48.- 48.-
100
t)
Noteering te
Amsterdam.
1)
Particuliere opgave.

Termijnnoteeringen der Valuta-Kas.

Ecarta tussehen termijonoteering en contanten koers.

(week van 28 November-2 December 1921.)

Londen.
Uit. Dec.
Uit. Jan.
Uit. Febr.
Hoogste B Koers
agio

l’/,ct.
agio

2
1
12 ct.
agio

4

ct.
Laagste B

,,

Pan
1′
,,

2
Hoogste
L

,,
agio

2
3 4
1
1
2

Laagste L

1

2
3

New-York.

Hoogste B Koers
agio

1
1
2
et.
agio

1
1
2
ct..
agio

1
1
2
ct.
Laagste B

,,
disagio

11

,,
disagio

1
1, ,,
di-agio

3
18
Hoogste L

,,
agio

1/2
agio

1
1
2

agio

112
Laagste
L

,;
Pari
Pan
i
disagio

1
1
8

Parijs.

Hoogste B Koers
Pari
Pari
Pan
Laagste B

,,
disagio 211
3
ct.
disagio
21
13
ct.
disagio
21/3
ct..
Hoogste
L

,,
Pan

.
Paxi
agio

2
1
1
3

Laagste’ L
disagio2
1
1
2
,,
diso.gio2
1
1
2

Pan

Brussel

Hoogste
8
Koers
agio

12
1
f
2
ct.
agio

15

ct.
agio

17
1
/
2
ct.
Laagste B

,,
Pan


5

,,
7
1
1
Hoogste L

,, –
agio

17
1
1
2
,,
,,

20

,,
22
1
1
Laagste
L

,, Pan
5

,, ,,

10

B er
1 ii
n.
Hoogste B Koerwl
Pari
Pan
Pan
Laagste B

,,
disagio
1

ct.
disagio
1

ct.
disagio
1

et.
Hoogste
L

,,

1

agio

1
agio

1

,,
agio

1
Laagste
L.

,,
Pari Pari
Pan

verleend, ‘dat de Contrôle-stations zelf, aonder eenig
voorbehoud, te beslissen hebben over de al of niet toe-
lating van personen, die zich onder contrôle wenschen
te stellen, en niet de Regeering, zooals de heer Blink
meent, want zij alleen zijn aansprakelijk voor het juiste
gebruik van de merken en detze aansprakelijkheid is seer groot met het oog op het vertrouwen dat de fui-
tenlan.dsche Regeeringen ‘in onze Botercoritrôle stel-
len. Het Rijksbotermerk is voor de boterproducenten
een stuk geworden

van groote waarde; het belang van
onze boterindustrie eischt, dat die waarde hoog ge-houden wordt. Deize industrie is voor ons land van
•zoo groote beteekenis, dat het onverantwoor.delijk ge-
acht moet worden het gebruiksrecht van dat merk te
geven aan personen, die door hunne vroegere hande-
lingen geen vertrouwen genieten en alleen reeds daar-
door afbreuk doen aan de beteekenis van het merk als
waarborg van echtheid. Ik acht dit in ‘t geheel niet
een ‘persoonlijke quaestie, zooals de heer Blink, die meent dat het gebruiksreoht van een Rijksmerk aan
geen burger onthouden mag worden, maar een zuiver
zakelijke quaestie. Het is echter niet een zakelijke, doch
een persoonlijke quaestie, dat de heer Blink de Bestu-
ren van de Botercontrôlestations in staat acht iemand
om redenen van concurrentie ‘buiten de contrôle te
houden. Hierover heb ik mij verbaasd, omdat ik mij. niet kan voorstellen, hoe de heer Blink zulk een ge-
dachte .kan neerschrijven, terwijl ik overtuigd ben, dat
hij .het niet zou hebben gedaan, wanneer hij even ‘de
moeite had genomen na te zien, hoe die Besturen ziji,
samengesteld en welke personen daarin zitting hebben.

J. MESDAG.

ONTVANGEN:

Belcnopte En.cyclopaedie vart Nederlandsch-I’n4ië,
naar
den tweeden druk der encyclopaedie van Neder-
l’andsch-Indië, bewerkt door T. J. Bezemer, met
een kaart; ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff; Lei-
den, N.V. v/h. E. J. Brili; 1921.

The Swedish Year Booic,
1921,
A.-B. Svenska Tekno-
logföreningens Förlag, Stockholm, The Hague,
Martinus Nijhoff.

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1071

KOERSEN TE NEW YORK.

Da a
CableLond.
1

(in j
per £)
ZichiParijs
(tss
cii.
p.frs.)
Zicht Berlijn
(in
ci.
p.
Mrk.)
1Zicht Amsterd.
(in
cii.
P.
gid.)

3 Dec. .. 1921
4.05.37
7.29
0.46
35.70
Laagste d. week
3.98.75 6.89
0.36
35.43
Hoogste
,,

.
4.08.37
7.34
0.54
35.70
26 Nov… 1921
3.99.75
6.96 0.35
35.66
19

,,

..

1921
4.00.37
7.22
0.37
35.25
Muntpariteit .
4.86.67
5.18’j,
95
1
14

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN

Plaatsen en
Landen
1
Noteerings.
eenheden
19
Nos.
1921
25Nov.
1921
28
N.-3
D.
’21
Laagste Hoogste
3Dec.
1921

A1exandri . .
Piast. p. £
9771
t
,
9771
,6

9771
t
,
9771,,
977J
6

‘B. Aires’)..
d. p. $
44112
445/
43111
44
43314

Calcutta
..
. .
8h. p. rup.
1

/32
113
1
1
16

113
1
1,
114
3
/
16

114
1
1
32

Hongkong ..
id. p. $
2’81
4

28
1
1
4

2 73/
4

21911
4

21811,
Lissabon
..
. .
d. per Mii.
471
1

43i
41/2
51/
9

47/
8

Madrid

….
Peset. p. £
29.05
28.80 28.60 28.97 28.90
Montevideo
1

d. per $
40
5
/
401
4

39%
40112

40’/
4

Montreal….
$ per £
4.381
4

4.38114

4.36
4.83
1
1
2
4.401
8

*R.d.Janeiro.
d. per Mii.
7251321
719132 7314
831.6
7251

Lires p. £
96.06
97.75 93.50
98.75
94
15
1
1
6
Shanghai….
Sh. p. tael
31931
4

3951
3/9
311114
3!918

Rome

…….

Singapore

..
id. p. $.
2I31
213s
213
13
1
16

2/3
15
1
16

231
8

Valparaiso..
peso p. £
36.902
38.70
37.70
39.60
137.70-)
Yokohama ..
Sh. p. yen
214814

2,4
13
1,
0

214
214
1
/
2141,
‘Koersen der voorafgaande
dagen.
t)
relegTaçl.ch
teansferr.
t)
Notcenng
van
17
November.
5)

Idem
van 2 Decen,ber.

NOTEERING VAN ZILVER
Noteering
te Londen

te
New York
3 Dec.
1921
…..
,

371/4
67
26 Nov.
1921
……37
8
1
8

66’/
19
1921
……39
1
1
69
1
14
12 1921
……38’i,
66/,
4 Dec.
1920
……44
1
/4
69
6 Dec.
1919
……74
132
20 Juli
1914
……24″i,,
54
1
/8

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 5 December 1921.
Activa.
Binneni. Wis-t R.-bk. f163.214.062,02
1
1,
sels, Prom.4 B.-bk.
,
54.555.876,661
2

enz, in disc. Ag sch.
,,
69.562.181,86
1
1
2
f
287.322.120,55112
Papier o. h. Buiten!. in dit,eonto

S


Idem eigen portef..
f
38.657.791,-
Af: Verkocht maar voor
debk. nog niet afgel.

38.657.791,-
Beleenin
g
en’
H.-bk.
f
39.494.164,74
1
1,
mci. vrsch.,J

in rek.-crt.L B.-bk.

,,
18.592.264,47
1
1
2

.op onderp. Ag.sch.,, 71.091.751,06

f129.178.180,28
Op Effectén
t 109.l59.096.59’/
2

Op Goederen en Spec… 20.019.083,681/,

129.178.180,28
Voorschotten a. h. Rijk
…………..14.820.841,16
1
1,
Munt enMuntmateriaal
Munt; Goud ……
f
56.238.060,-
Muntmat., Goud
,,549.730.929,59
1605.968.989,59
Munt. Zilver, enz.,,
8.143.186,77
1
1
2

Muntxnat., Zilver

Effecten Be!.v. h. Res.fonds..
f
5.344.515,25
id. van ‘Is v. h. kapit.
,,
3.892.467,37
1
1
2

9.236.982,62’1
2

Geb.enMeuh. des Bank ……………

3.747.500,-
Diverse rekeningen ……………….

19.825.435,33

f1.116.911.027,32

Paseiva. Kapitaal

f
20.000.000,-
Reservefonds ………………….

5.386.728,62
1
1,
Bankbiljetten in omloop

1.034.520.360,-
Bankassignatiën in omloop

1 .479.502,38’/
Rek.-Cour. Het Rijk
f


saldo’s: J Anderen
,,
37.775.203,55 37.775.203.55
Diverse rekeningen …………….

17.749.232,76

f1.116.911.027,32

NED. BANK 5 December 1921
(vervolg).

Beschikbaar metaalsaldo…………..
f
398.616.537,09
Op de basi8 van
‘/
m.etaaldelcking ……
183.861.523,91
Minder bedragaan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is..,, 1.993.082.685,-
Verschillen m. d. vorig. weekst.:
Meer

Minder
Discoüto’s ………..8.714.530,90
Buitenlandsche wissels .

148505,-
Beleeningen ……….11.415.218,27
Goud ……………..5

Zilver

470.654,37
1
1
2

Bankbiljetten …….. ..13.455.150,-
Part. Rek.-Crt saldo’s

6.332.287,95

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Goud
Zilver
B ank
ot,jetten
Andere
opetschb are
schulden

.143
1.034.520 39.255
5 Dec.

1921 ……..605.969
.
8.614
1.021.065
32.649
28 Nov. 1921

…….605.969
21

;,

1921
605.969 8.695
1.023.996
41.349
14

1921……
8.527
1.039.735
41.185 605.969 8.628
1.054282
. 45.683
7

1921 …….

6Dec.

1920…,;

.605.969

636.141
20.326
1.081.064
75.870
6

Dec. .1919

……
632.148
6.757
1.046.881
101.077

25 Juli

1914
162.114
8.228
310.437 6.198

Data
Totaal
1

bdrag
disconto’s

hiervan
Sc1aik1st. Promessen rechtstreeks

Bdee.
nin gen

129.178

Beschik.
baar Metaal-
saldo

398.617

1

Liet-
kings.
1
percen.
1
lage

57
5 Dec.

19211 287.332
90.000
28 Nov. 19211278.618
90.000
117.763
403.099
58
21

19211290.326
102.500
117.890
400.757
53
14

1921 312.145
121.000
112.845 .397.371
57-
7.

1921 321.706
130.000
118.682
393.864
56

6 Dec,

1920 174.273
37.000 263.384
424.284
57.
6 Dec.

1919 155.844
81.500
271.101
408.561
56

25Juli

1914

67.947
14.300
61.686
43.521′
75
‘) Op de basis van ‘t,
metaaldeklcing.

Uit de bekendmaking van den Minister
v a
n Finan-
e i ë n blijkt, dat uitstonden op:

28November
1921 1 5
December
1921

Aan schatkistpromessen.. f468.410.000,- (498.090.000,-
waarv. direct
bij
Ned. Bk. ,, 90.000.000,- ,, 90.000.000,-
Aan schatkistbiljetten ,. ,,263.985.000,- ,,253.772.000,-
Aan zilverbons …….. …34.238.707,50 ,, 34.056.365,50.

Onder de vlottende schuld is begrepen:

Voorsch. aan de Koloniën ,,311.798.000,- ,,319.189.000,-
Voorschot aan Gemeen teti)

3′ October
voor door Rijk voor hen ‘ ,, 48.363.001,54
te heffen luk. belasting)
28
November Tegoed v.d. Postch. &’G.dst ,, 23.565.911,03 1» 23.1 74.349,78k

JAVASCHÉ BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.De samengetrokken
cijfers der laatste weken zijn telegraphisch ontvangen.

Data
Goud Zilver
B

&.
an
hellen
Andere
opetschb.
schulden

Beschikt,.
metaal.
saldo

26Nov.1921
188.750
282.500 91.000
114.050
19

1921
.188.250
288.000 86.000
113.450
12

1921
187750
294.500
89.000
111.050

22Oct. 1921
167.106

23.423 216.153
103.806 110.962
15

1921
171.916

22.894 302.514
104.635 113.813
8

,,

1921
172.157

22.294 303.389
122.519 109.749

27 Nov. 19201
223002

9.000
374.490
173.984 122.426
29 Nov. 19191
168.723

3.063
307.864
102.027
90.034
25 Eit’i 19141
.22.057

31.907
110.172 12.634
4.842′
1.1′
tsscis,

Voor.

Lsee.
Data

Di3.
1
butien
1
Belee-

schotten

Diver.e
1
conto’s
t
N.-Ind.
1
ningen

aan hei

reke.

1
ktngs.
pe,cen. t bsinoIl.na,
I

Gouv.nem. ntngen
t)

51
50 49
48 48 45
42 42

44
614,1 l2.176,36’/
2

26Nov.1921
201.500

1 21.800
***
19

,

1921
201.500

22.800
*** 12

1921
209.500

.

42.300

22Oct. 1921
35.159

20.1611 124.312

28.027
10.818
15

1921
35.355

19.816 131.081

27.821
8.387
8

1921
38.125

19.8901 134.965

36.665
10.845

27Nov.1920
30.264

20.342 118.179 111.708
48.842
29Nov. 1919 15.300 .1.5.260 170.045


48.758

25 Juli 1914
7.259

6.395

47.934

6.446 1
2.228
‘)Sluitpost
der activa.

2)
Op de basis van
2
16 metaaldekking.

072

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

DE SURINAAMSCHE BANK. BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamsteposten in duizenden guldens.
VOOrnaamStE posten in duizenden franc.

.
Andere
1
.
Dio. reke.

Waarvan

1
Te goed
Buil.gew.
.
Dala Metaal
Circulizile
[schulden
opcisclib.

,-

,
,4econto
8
1
ningen
1
)
Data
Goud
in
hel

1
Zilver


in
liet
000:ach.
Buitenland Buitenland
old. Staat

5 Nov. 1921

. .

1.516

2.207

857

1.958

265
1 Dee. ’21
5.524.093 1.948.367
279.298
610.346 24.900.000
29Oct. 1921

. .

1.508

2.074

963

1.931

223
24Nov.21
5.524.043 1.948.367
279.072
611.039 24.500.000
22

,,

1921
. . . .

1.508

2.014

1.008

1.932

217
17.

’21
5.524.010 1.948.367
278.860
613.741 24.600.000
8

,,

1921

. . .

1.534

2.200

1.082

1.952

341
10

’21
5.523.967 1.948.367
278.717
611.990 25.100.000
1

,,

1921 ……1.519

2.131

1.263

1.959

218
2 Dec ’20
5. 495.109
1.948.367
259.212
596.604 26.600.000
24 Sept.1921

. .
.1

1.514

2.031

1.575

1.975

227

.
Dec
.
195.577.239
1.978.278
280.488
808.641 26.100.000
6 Nov. 1920
• . . .

1.055

2.170

649

1.747

440

23 Juli 14
4.104.390

639.620


8Nov.1919.,..

1.060

1.667

1.114

1.536

465

Wlssda
Uitge-

Bclee.
1

Bankbil-
Rek. C,t.
Rek.
1
25 Juli 1914

. .

645

1.100

560

735

396
I)
Sluitpost der activa.
.
stelde
1

Wissels

ning
j

ietten
Parti
culiern
C,t.
Staat
-.

.

2
.
431
.
726
1

63.265 ‘2.250.519 36.488.84612.625.224

30.165

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.
2.287.510

64.117

2.212.134 36.336.2752.508.796

54.301
PD

2.271.2741

64.475 2.242.167 36.719.267 2.429.003

33.958
BANK VAN ENGELAND.
g 2.306.952

64.894 2.264.709 37.376.499 2.492.361

34.772

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,
e

3.455.111

423.184

2.026.006 38.573.306 3.921.866 110.510

in duizenden pond sterling.

1.300.427

640.750

1.346.717 37.756.326 2.982.369

50.120

1.541.980

769.4001

5.911.910

942.5701400.590
Currencu Notes.
Data
Metaal
Ctrculatte

BANQUE
NATIONALE DE
BELGIQUE.

Bedrag
1

Goudd.

1
Gov.Sec.

30 Nov. 1921
128442
125.113
312.628
28.500
.
275.609
23

1921
128.438 123.306
311.687
28.500 274.482
-Voornaamste posten in duizenden francs.

16

•1921
128.433 123.587
313.066 28.500 276.053
Metaal

Ee/een. Beleen.
Binn.

1
Rek.
9

1921
128.421
124.403
314.118 28.500
277.008
Data
mcl.

oan
van
wissels

1
Circu.
c,,.
2

,,

1921
128.418
125.140
313.655 28.500 276.500
________
hutten1. 1

hutten!.
saldi

1
vorsler.
1 prom.
prootne.
d.

en
hdeen. 1
latie
partic.
26 Oct.

1921
128.414 123.916
311.575 28.500 274.670

1

Dec.

1920.
124.991
130.482 1351.104
28.500 321.114 1 Dec.’21 322.721

84653480000 540 1756265791

479.332

3 Dec.

1919
91.790
88.134
340.277 28.500 323.890
24Nov.’21 324.990 84:653480:000550.8456.127.136

275.104
17

’21 326.292

84.653 480.000 552.328 6.150.362

416.836
22 Juli

1914
40.164
29.317
– –
10

’21 326.883

84.653 480.000 566.9986.158.746

348.016
2 Dec.’20 336.619

84.653 480.000 773.256 5.931.621 1.015.241
t
Gas.
1
1
1

Dek.
Data
Sec.
Other
Sec.
Public
Depos.
.
Other
Re.
1
kings.
4Dec.’19 346.934; 84.955 480.000376.3894.713969 1.974.175
Depos.
perc.’)

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD..AMERIKA.
30Nov.21

57.438

82.735

13.749

130.411

21.779

15,11
23

,,

’21

50.314

83.572

15.601

124.083

23.582

16,88
FEDERAL RESERVE BANKS.
16

,,

’21

35:726

84.823

20.067

106.038

23.296

18,47
Voornaamste posten in duizenden dollars.
9

,,

’21

37,302

80.834

17.893

105.834

22.468

18,27

1

Goudvoorraad
Zilver

1
F.R.
Notes in
2

..

’21

56.944

80.913

16.250

125.652

21.727

15.31,
26Oct. ’21

87.567

82.203

13.533

161.509

22.948

13,11
Data
etc.

1
circu.
Totaal
Dekking
7TKT
____________
1

bedrag
F. R. Notes
buitenl,
laSte
1 Dec. ’20

93.896

75.353

21.651

142.685

12.959

7,90
16 Nov.’211
3 Dec. ’19

84.301

78.8091 20.794

146.538

22.106

13,20
2.823.901 1.926.127

145.567 2.398.224

22Juli ’14

11.005

33.633

13.735

42.185

29.297

521
9

‘211
2.816.299
1.846.326

144.4842A20.831
2

‘,,

‘211
2.800.257
1.839.142

145.4142.408.122
t
)
Verhouding tueschen
Reserve
en Deposito.
26 Oct.

‘211
2.786.239
1.841.848

150.909
1
2.408.779

19
Nov.
’20 2.008.110
1.362.863
74.303 172.1183.307.435

DUITSCHE RIJKSANK.
21

Nov.
‘191
2.119.315
1.284.561
142.195

67.65712.817.173

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-
Algem.
kassenscheine, in duizenden Mark.
Data
Wissels
Totaal
1

Gestort
Dek.
Goud.

____________ __________
Deposito’s
1

Kapitaal
kings.
perc.’)
dekking
ctrcul.
2)
Data Metaal
Daarvan
1
Goud

J
__________

Kassen.
scheine
Ctreu.
lotto
1
Dek
king-
16
Nov.
’21

1.266.349

1.737.716

1

103.166

71,8

98,5
9

’21

1.335.652

1.726.865

1

103.120

71,4

97,3
30 Nov. ’21
1.001.693

993.698
4.472.583
100.943.632
5
23

’21
1008000

993.709
5.014.796
96.463.895
6
’21

1

2

1.347.93l

1.742.338

103.020

71,0

97,0

15

’21
1.009.230

993.710
5.233.273
95.186.123
6
’21
26 Oct.

1.371.075

1.738.556

1037

70,8

96,7
.00

7

’21
1.008.890

993.639
4.560.228
92.609.995
6
19
Nov.
’20 2.948.601

2.437.164

98.929

44,1

48,6
31

Oct.

’21
1.007.868

993.631
4.589.992
91.527.679
6
21
Nov.
’19 2.604.680

2.847.088

86.885

46,9

54,7
23

,,

’21
1.063.464 1.023.632
3.320.196
88.144.195
5
t) Verhoud,ng
tuaschen: den totalen goudvoorraad. zilver etc., en de

30
Nov. ’20
1.097.935 1.091.648
20.362 * 563
1

64.284.419
33
opeischbare schulden:

F.
R. Notes en netto deposito’s.

2)
Na
aftrek
van

35
pCt.

der totale

dekkingemiddelen als
dekking
voor de netto
29 Nov. ’19
1.111.848 1.090.519 9.741.397 31.905.815
34
deposit&s.

23 Juli

14
1.691.3981.356.857
65.479
1.890.895
93
PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ
HET

t) Dekking
der circulatie door metaal
en
Kaseenschejne.
FED. BES. STELSEL.
Voornaamste posten in duizenden dollars.
Dorlehenskassensc/,eine
Totaal Totaal
In kas bij de
Data
Wisids
Rek. Cit.

Data
Aantal

uttgezette
Reserve
hij
Totaal
Waarvan
time
uttgegeoen
Reichs bonk banken

gelden
beleggingen
en

F.
R.

nks

deposito’s
deposit,
30
Nov.
1921
1.445.667
25.313.114
* * *

9Nov. ’21

807

11.385.928

1.239.060 13.421.095

2.982.861
23

1921
1.109.325 15.440.677 12.122:300
.
4.924.800
15

1921
1.323.994
20.869.119
12.361.400
5.144.000
2

’21

808

11.398.359

1.247.699 13.423.590

2.987.820
7

,,

1921
755.207
13.860.368 11.790.800
4.473.000
26
Oct.
‘2t

809

11.420.993

1.268.844 13.238.841

2.965.968
31

,,

1921
881.474
18.302.663 11.938.400
4.501.600
19

’21

809

11.477.260

1.254.799 13.349.552

2.961.392.
,,
23 Oct.

1921
1.416.646
13.387.247
10.664.000
3.221.100
12Nov.’20

825

16.837.672

1.369.928 13.962.410

2.809.940
30 Nov.
1920i

55.574.647
17.339.931
32.806.400 20.315.600
14Nov.’19

790

13.561.912

1.428.223 14.017.161

2.293.139
29
Nov.
19191
34.266.286
11.137.577
22.646.7001
9.711.700
Aan het eind
van

ieder kwartaal wordt een overzicht
23 Juli

1914
750.892 943.964
– –
gegeven van enkele niet wekelijks opgenonson bankstateei.

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1073

EFFECTENBEURZEN.
Amsterdam, 5 December 1921.
De ‘voorval1en op de internatáonale beurzen van de
jongste week hebben wel in zeer sterke mate een af wij-king getoond van het verloop der laatste maanden en zij
hebben het beeld :der markten, dat langzamerhand eis een
dliehd rwas ge*orden, geheel gewijzigd. De ‘beurs te B e r-
1 ij n, waarvan men zich bijna niet meer kan herinneren,
dat iij een flauwe tendens aantoonde, heeft een scherpe
daling achter den rug. De directe aanleiding hiertoe is
geweest het Londensche bericht, dat met betrekking tot
de betaling der schadeloosstelling een momatoriuim werd overwogen, doch als dieper liggende oorzaak moet eerder
een complex van toevallig •sa’menvallende factoren çworden
aangenomen. Terwijl men in den aanvang mich geen groote
verwachtingen vormde met betrekking tot de reis van
Hugo Stinnes naar Londen, heeft de loop der gebeurte-
nissen bewezen, dat men in Engeland slechts op deze ge-
beurtenissen wachtte om met diep-ingrijpende voorstellen te komen. Het spreekt vanzelf, dat hierbij slechts het wel-
begrepen belang van Groot-Brittanniii den doorslag heeft
gegeven; ‘de achteruitgang wan den Engelsehen uitvoer-‘handel en het groeien van het aantal werkloozen hebben
de aakcnwereid en de dilomatie de noodzakelijkheid van
een spoedig ingrijpen doen zien. Fran’krij neeft de na-deden van de economische crisis nog niet zon aan den
lijve ondervonden; als gevolg hiervan ‘doet zich te P a. r ii
5
nog een krachtige oppositie hooren tegen de plannen van
het Britsche Rijk. Men schijnt echter in Engeland thans
zijn wenschen te willen doorzetten; naar verluidt zou
zelfs Dr. Rathennu reeds zoet bepaalde voorstellen omtrent
het moratorium in kennis zijn gesteld. Natuurlijk zal men
‘hier te rekenen hebben met zeer kracnuign tegenstand
van Fransohe zijde, eensdeels omdat men daar te lande
de contante betalingen uit de schadeloosstelling zeer sterk
nooclig heeft, anderdeels omdat de heer Briand hij zijn
terugkeer uit Wachingto’n wel een argument zal willen
hebben, waarmede hij de crit,ieken omtrent izijn Washing-
tonsche reis het zwijgen zal trachten op te leggen. Het is
echter ook om andere redenen nog lang niet zeker, of het
wel tot een idefinibieive moratorium-overeenkomst aal kun-
nen komen; de moeilijkheden ‘zijn vellieht te groot. In
En
g
eland wensekt men allereerst een stajbiiisatie-basis voor
de mark, hetgeen natuurlijk ‘door een moratorium alleen
niet te bereiken is. Dit zou kunnen geschieden door een
‘diep ingrijpende financieele ‘hervorming in Duitsohlaucl en
een internationale coutrôle over den Duitsehen buiten-
landsheii handel en het bankwezen. Doch juist omdat een
plan, dat werkelijk verbetering en stabilisatie kan bren
gen, aoo buiteiigewoon vcel-osu’vattenid
te
en op soo krach-
tige oppositie zal moeten stuiten, is het, ondanks alle energie van Engeland, het zij hier herhaald, steek ‘de
‘raag, of een dergelijk project ooit tot geld-ing zal kunnen
komen. In Duitschiand weet men dit natuurlijk oOk zeer
goed eu dè hef tige reactie van de ‘buitenlaudsche cleviezen
is dus niet
alleen
te verklaren uit de voorspellingen, die tea aanzien van het dèorvoereu der heiivormingsplanuen
worden gemaakt. Veeleer moet hier als zeer krachtige fac-
tor worden genoemd de geweldige speculatie op •de devie-
ienmarkt, waarbij ook personen en kringen betrokken rwa-
ren, die verre boven hun draagkracht waren geëngageerd
en die derhalve de reactie door hun geforceerde verkoo-
pen een zeer omvangrijk karakter deden verkrijgen. En
het onweer, dat op de
deviezen-markt
•loeharstte, had, hoe
heftig ook, niet zulk een uitwerking ‘op de effectenbeurs
behoeven te hebben, indien de daling niet gekomen was
een periode, waarin men zoet geldscharschte had te
kampen. Op ieder ander moment zou de effectenbeurs zon-
der twijfel van grooteren weerstand blijk hebben gegeven.
Hoe sterk de daling ‘is geweest, moge blijken uit de om-
standigheid, dat vele fondsen thans lager noteeren, du
toen de dollar, die waardemeter aan ole Berlijnsohe beurs,
nog ouder 100 stond, terwijl de koers thans nog steeds
circa 250 is. Inmiddels hebben zich dan ook reeds weer
krachtige verbeteringen kunnen voltrekken, temeer nu
blijkt, dat de realisatie van de plannen nog wel eenigen tijd op zich zal doen wachten en de rvreemde deviezen’
onder den invloed hiervan weer konden verbeteren. Het
index-cijfer intusschen van de ,,Frankfurter ‘Zeitung” geeft
voor het eerst sinds een reeks van weken een a’erminde-
ring te aanschouwen; het luidt thans n.l. 36,4. tegen 457
op 24 November. De reactie ‘is derhalve wel ‘groot geweest,
hoewel de koersen toch nog aanmerkelijk boven het peil
van twee maanden geleden noteeren, ‘toen het index-cijfer
slechts 182 bedroeg.
Te W een e n heeft men, na een onderbreking van een
week als protest tegen de invoering oleo hoofdelij’ke be-

lasting, de werkzaamheden weder hervat. Gedurende den tijd, dat de sluiting ‘duurde, heeft men pract’isch geen za-
ken gedaan; wellicht is een enkele transactie tot stand ge-komen. Wel was het echter te voorzien, dat bij heropening
de koersen een geweldigen sprong te aanschouwen zouden
geven. De Minister van Financiën toch, het’ is in deze
kolommen reeds vermeld, had in interviews als zijn mee-
ning te kennen gegeven, dat vrijwel alle fondsen aan de
Weensche beurs nog steeds te laag noteerden. en een uiting
van een dergelijke autoriteit ‘kon niet zonder invloed op
het koersnirveau blijven. Inderdaad zijn dan ook zoo goed
als alle fondsen buitengewoon krachtig verbeterd; in vele
gevallen werd het duibbele van de vorige noteering bereikt,
hetgeen echter in de officieele prijscourant niet tot ‘uiting
kan komen, daar koersen, die het dubbele van de voor-
gaande slotnoteering bereiken, niet opgenomen mogen wor-
den. Intusschen heeft het protest der beursleden niet ge-
helpen; de Nationale Raad heeft de lhoofdelijke belasting aangenomen. Bovendien heeft de Minister van Financiën
het beursbestuur vervallen verklaard van ‘zijn functie en
in zijn plaats z.g. ,,vertrouwens-personen” aangesteld, met
de bedreiging, ‘dat hij zeer scherpe maatregelen zou nemen,
indien de beurs niet zou voldoen aan ‘de legitieme eisohen van handel en ‘industrie. Het is teekenend voor de constellatie in Europa, dat van de beurzen te L o n cl en en te P a r ij s feitelijk niets m&e
te doelen is. Iedere stimulans voor deze beurzen moet uit
het Oosten komen, weliswaar dan op instigatie der Wes-
tersche naties, doch uit zich zelve kunnen de ‘genoemde
‘markten geen kracht’ tot actie putten. De loop ivan zaken
blijft ‘hier bij voortduring ongeanimeerd; het is een wach-
tea op de ontwikkeling van de naaste toekomst met een
soort berusting, dat de situatie van ‘het oogenbhik voor-
loopig nog wel ongewijzigd zal moeten ‘blijven.
Te N e w Y o r k staat men er iets anders tegenover.
Weliswaar komt in de dagblad- en in de vakpers de
wensgh, dat ide algemeene zaken toch beter mogen gaan,
vaak tot uiting in het constateeren van een verbetering,
die niet ‘geheel met de feiten klopt, m.a.w. men overdrijft
de teekenen van verbetering nog al eens, tdoch het is toch
niet te ontkennen, dat in de Unie ‘de toekomst er niet zoo
donker uitziet. Vooral de spoorwegen komen er iets beter
voor te staan; een loonsvermindering van 12 pCt. is eeni-gen tijd geleden doorgevoerd en thans is een verdere ver-
laging van 10 pCt. aangekondigd, die vermoedelijk ook
wel door cle arbeiders zal worden geaccepteerd, gezien het
nog steeds groot aantal wer’kloo,zen in den lande. Tegelij-
kertijd is een vrij groote vraag naar ‘beleggingspapier in
de V. S. ontstaan, hetgeen dé spoorwegen, in staat stelt
nieuw geld op te nemen. Weliswaar beweert ‘de ,,A,ssociation
of Railroad Execijtives”, dat de gezamenlijke sporwegen
in de laatste 12 maanden slechts 2;9 pOt. op hun kapitaal
hebben verdiend, doch’ in de eerste plaats moet men er,
rekening mede houden, dat een groot deel van dit kapitaal
,,water” is en in de tweede plaats is er ‘dus nog steeds een
overschot. Wat

dit beteekent voor een land, waarvan de
industrie voor een groot deel afhankelijk is van de spoor-
weg-bestellingen, ‘ziet de beurs zeer goed in; de tendens
is clan, ook vast ‘gebleven.
T e o n z e n t had de markt voor het grootste ‘deel een
kleurloos verloop. Voor
staatsfondsen
kon een lichte ver-
betering intreden, inu de nieuwe leening aangekondigd is
en de beurs dus rekening kan honden met een fait
aecomp]i. Zelfs ontstond voor de overige beleggingswaarden
hernieuwde vraag, ‘zoodat over het algemeen deze afdee-
ling een bevredigend verloop heeft gehad. Ook onze kolo-niale papieren konden in deze verbetering dee’len.

281
,
T
,ov.
1
DPC.
5 Dec.
Pijzing of
dz!ing.

5

O/
Ned. W. Seh.

1918
86
86
1
1,
871
+
1
71
,6

4
1
1

°io

1916
85
16
8
45

8′
9

16
11′ 2
4

o
lo

1916
7
71
1
76112
761511

9

112
0
10

,,,,,,……
70
69 69
—1
3

oio
58I,,
5511
8
5711
4

4 2
1
1
2
Olo
Cert N. W. S.


491111,
48
18″
481I
2

13116
5

0/
Oost-Indië 1915
92
92
9111
2
_
1
/
2
6

010

11

1919

….
93″
2
921116

93151
‘tO
+
7
11
4

0/
Oostenr, 1r-“nenrente
3131
10
3131
16
3131
10
5

i
/o Ruland

1906

……
45/
O
411110
51! 4
+
6/8
4

0/

R.iisl. hij }Top

&-
Co.
611 8
6
1
!
8
611 8

4112
0/
0
China
(lnnd
1898

. –
5411
54114
56
+
17
1
4

0f,
Japon

1899 ……..
59718
5971

8

597/
8

4

0
10
Argentinio’
Pi,ibenl.
54
1
I
54
1
1
4

54′
4
5

ol
o
Brazilië

1895
……
56 56
5511

314
4
7

5/t,
Staatsspoor
……..
103
1
1
8

103
5
1
,
103
1

1
6
+
181
16
7′

01

Amsterdam

……..
101′!,
1011
1
101
14
.4..

114

Op de
aandeeleninarlet
echter waren slechts enkele af doe-

1674

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7 December 1921

lingen, die wat vertier brachten. In de eerste plaats was
dit wel de petroleumznarkt, waar de optimistische mede-
•deelingen van den ‘heer Deterding ter gelegenheid van de
jongste vergadering, een plotselingen ommekeer teweeg
brachten. De gunstige kaspositie van de onderneming, de
totale onafhankelijkheid ten aanzien van bankiers-credie-
ten en de aankondiging, dat het interim-dividend ad. 15
pCt. ‘in contanten zal worden betaald, hebben de dalende
richting hier in haai- ‘tegendeel veranderd. Zelfs de geruch-ten omtrent de vorming van een wer.eld-petroleumco’ncern
onder leiding van de Standard Oil Comîp. hebbn geen in-
vloed gehad. Men bleef gunstig gedisponeerd, hoewel tegen
1

‘het slot toch een lichte reactie viel op te merken.
De tweede afdeelng, die de aandacht op zich heeft ge-
vestigd, was de
rubbermarkt.
De prijs van het ruwe pro-
duct is zeer vast gebleven en dientengevolge waagden zich
voortdureiid meer koopers op de markt der betrokken
aandeelen. Waar het materiaal reeds sinds maanden uiter-
mate sohaarsci i, behoeft het geen verwondering te wek-
ken, dat de vraag hier en daar zeer aanzienlijke ‘vezibete-
ringen uitlokte, die het grootst waren ioor de minder
courant verhandelde fondsen.

28 ov. 1 Dec. .5 Dec.
Rijvng of
daling
Axnsterdarnsche Bank …. 148

146

146

—2
Koloniale Bank ………. l07′(
2
1051

105

– 2
1
1
1

Ned.Handel-Mij.cert.v.aand. 129/
3
129
1
1
2
130

+
11

Rotterd. Baukvereeniging.. 981
4

981
4

96
1
1
3

2’14
Amst. Superfosfaatfabriek . 51
91
501
1

50113 – 113
Van Berkel’s Patent ……46

45

44314 – 111
4

Insulinde Oliefabriek ……

93/4

9
18 –
Jurgens’ Ver. Fabr. pr. aand. 81

81

81
Hollandia Melkproducten .. 153

155

157
1
1
2
+

f
2
Philips’ Gloeilamp’nfabriek 210
1
1
2
220

221113 + 11
R. S. Stokvis & Zonen …. 578

578

578
Veresnigde Blikfahrieken.. 69

67

67

—2
.Compania Mercantil Argent. 63114

6311
4
’62

– 111
4

Cultuur-Mij. d. Vorstenland 131

1281

1271 -3118
Handelsver. Amsterdam . .. 333
1
1
324113
326
1
1
3
– 7
Hoil. Transatl. Handelsver. , 25

25

25
Linde Tevès& Stokvis…. 76
8
1
8
77

78

+
1
18
Van Nierop&Co’sHandel-Mij. 811
3

‘8
1
1

8

—’f
Tele & Co!s Handel-Mij.. .. 42 41113 41′!

1
1
2

Gecons. HoIl. Petroleum-Mij. 13311
3
13311
4
127114 – 6/
Kon. Petroleum-Mij. ……
3911/3
3921
4
400 + 8/
3

Orion Petroleum-Mij.
Afgest. Aand. 30

29

29

– 1
Steaua Romana Petroleum

Mij. .. Afgest. Aand. 35718

37112

38

+ 2
1
1
8

Amsterdam-Rubber-Mij. .. 101
1
1
3
103
1
1
2
106

+
1
12
Nederl.-Rubber-Mij …….. 59

59

62

+ 3
Oost-Java-Rubber-Mij. …. 162
1
/
3
166’1

171112+
9
Deli-Batavia ………….. 274

283
3
282

+ 8
Deli-Maatschappij ……..234

241
1
1
3
242
1
1
3
+
81
1
Medan-Tabak-Maatschappij . 279

279

279
Senembah-Maatscbappij … 349

350

344 , – 5
De
suikermarkt
bleef vrijwel op édn ‘hoogte. Hoewel de
berichten uit Indië lang niet ongunstig luiden (o.a. doet
het reeds aangenaam aan, dat er k.00pers voor den nieuwen
oogst zijn, terwijl men reeds overproductie had voorspeld)
schijnt het publiek het ‘rechte animö voor deze fondsen
niet te ‘bezitten. De variaties waren gering en de stem-
ming bleef ongeanimeerd. . ,
De overige afdeelingen geven geen ‘van alle aanleiding
tot bijzondere bespreking. De tendens •was doorgaans lus-
teloos en de omzetten beperkten eich tot enkele stuks. Een
blik op de koersljstjes doet voldoende sieh, hoe de rich-
ting ‘voor de hier niet met name genoemde afdeelingen
is geweest.

28Nov.
1 Déc.
5 Dec.
Rij:ingof

Holland-Amerika-Lijn

….
142


141
1
1
145
+
3
11

,,gem.eig.
130
127
1
1
2

130
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij…
95 95
95
Hollandsrhe Stoomboot-Mij.
47
1
1
47
1
12
43
-4112

Java-China-Japan-Lijn


93
.92
92114

8/
4

Kon. Hollandsche Lloyd. ..
191
17
3
1
18114
– 1
5
1,
Kon, Ned. Stoomb.-Mij…..
77
3
/
s

77
1
1
2

76314
– 518

Koninkl.-Paketvaart Mij…
93
93′
94
+
1
Maatschappij Zeevaart ….
67
64
1
1
65

2
Nederl. Scheepvaart-Unie..
99’/
4

100
100
+
81
4

Nievelt Goudriaan
……..
125
126 134
+
9
Rotterdamsche. Lloyd
. , …..
125
1
/
4

125
128112
+
31/4

Stoomv.-Mij. ,,Hillegersberg”
53
52
1
1
52
1
1
2


1
1
2

,,Nederland”
..
150
1
1
1501
3

15211
+
2
,,Noordzee”
. ..
30
30’/
2

30
,,Oostzee”…..
55 54
54

1

De
Amerikaansche markt
daarentegen
was

zeer vast,
met name voor Marinewaarden, die
een
in

verhouding
gr.00te verbetering konden behalen.

28Nov.
1
Dec.
5Dec.
Rij:ingof

American Car
&
Foundry

156
1601116
.16011

+
4
1
Anaconda Copper

… …..

101’/
4

104114

105

+
3314

Un. States Steel Corp…..95i/
2

.
94
951
3

Atchison Topeka……….

99
1
,
101 101

± 11
Southern

Pacifie ……….

921/3
931
18
9113


Union

Pacific …………144
1491
149

+ 5
tnt. Merc. Marine orig.
Corn.

13151i

131
4

16
10
1
32
+
221132
prefs.

631
64
1
1
701
8

+
7’/
De
geld.markt
Meel
op
édn ‘hoogte en vrij
ruim; prolon-
gatie
32/3
pCt.

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.

Over het algemeen is de stemming op de verschillende
tarwemarkten der wereld vast geweest. De vraag was even-
wel niet voldoende om een groote -haussëbewegin& reeds nu
te doen slagen, en een gedeelte van de aanvankelijk be-
haalde prijsverhooging ging te Chicago wederom verloren. De zichtbare voorraad ‘van tariwe in ‘de Vereenigde Staten
wordt geleidelijk aan kleiner en volgens sommigen zou er
nog slechts zeer weinig tarwe voor export beschikbaar zijn.
Hierbij moet men evenwel in aanmerking nemen, dat vol-
gens de meeste berichten’ het broodiverbruik in de Staten
zeer is afgenomen. Bovendien is er nog eene zeer aanzien-
lijike hoeveelheid Canadeesche tar’we beschlikbaar voor
export.

De weerberichten zijn over de geheele wereld gunstig.
Wet de oogsbvooruiitzichten in de Vereenigde Staten be-
treft, moet men er op het oogen’blik rekening mee houden,
dat alhoewel de berichten over ooigstschade niet bepaald
alarmeerend zijn, het toch hoogstwaarschijnlijk is, dat in
het voorjaar de stand van de wintertarwe aanmerkelijk
minder zal zijn dan de laatste twee jaren het geval

was.
In Indië klaagt men wederom over droogte, en niet al’leên
dit land, doch ook Japan is in den laatsten tijd als een
belangrijk importeur van tarwe te beschonwen.

,,The Loudon Grain Seed and Oil Reporter” van 2 Decem-
ber publiceert eene belangrijke schatting van de wereld-
oogst van 1921, vergeleken met de laatste 7 jaren. Het is
evenwel niet gemakkelijk uit ‘de cijfers, die daarin gegeven
worden, eene conclusie te trekken. Als totaal voor 1921 van
de wereld-tarweoogst geeft het blad 379.000.000 Qrs. tegen in 1914 461.000.000. Qra. ‘in 1915, 559.000.000 en in 1916 421.000.000. Hierbij moet men evenwel, in aanmerking ne-
men, dat de oogst in Rusland (zoowel Europeesch als
Aziatisch) sinds ‘1917 niet wordt opgenomen, terwijl in
de jaren 1914-1916 deze resp. 109, 118 en 96 milliioen Qrs.
bedroeg. Natuurlijk hoe slecht cle oogst ook in Rusland moge
zijn, toch zal deze vele millioenen Qrs. bedragen. En ding
weten wij zeker, namelijk, dat een groot deel van de
Russisehe bevolking honger lijdt. Het gaat er nu om te
weten hoe de beschikbare tarwevoorraaki zich verhoudt tot
de behoefte van het overige gedeelte van de wereld, en on-
getwijfeld komt men tot de concluie, dat de tarweimport-
landen het dit jaar zeer goed zonder export van Rusland
kunnen stellen. Merkwaardig is voorts in het staatje. de
zeer groote oogst van Frankrijk, die als ruim 40.000.000
Q,rs. wordt aanesg’even, tegen 35.000.000 Qrs. in 1914, en
slechts 17.000.000 in 1917. De oogst in Europa zonder Rus-
land geeft in 1921 151.000.000 tegen in 1914 137.000M00,
terwijl bovendien voor den oogstopbrengst Ibiiiten Ellrola,
n.ie’ttegenstaançle het aanzienlijk tekort, in Indië 228.000.000
in 1921 tegen 215.000.000 in 1914 wordt aangegeven.
Terwijl er in ‘de meeste landen van Europa wel eenige
vraag voor tarwe bestond, was die. vooral in Engeland van
geringen omvang, aangezien de meelfabrieken nog ruim
voorzien zijn. De verschepingen waren de ‘vorige week aan-
merkelijk minder.

De stemming voor m als was over ‘het algemeen zeer
vast; de wereidverschepingen waren klein. Merkwaardig is
het zeer groote percentage, dat daarvan voor Holland be-
stemd was. Engeland heeft sinds lang weinig maIs betrok-
ken; en het is dan ook geen wonder, dat de weinige stoo-
mende ladingen La Platamals, die nog onverkocht waren,
door Groot-Brittannië tot stijgende prijzen werden opge-
nomen. Doch ook het Continen.t toonde voortdurend be-
langstelling, en ‘dientèngevolge is vooral de stemming voor
La Platamaïs zeer vast. In Chicago veranderde de prijs
evenwel niet veel. De Deceirtbertermijn, die op 5 December
48 cent noteerdê, staat ten slotte nog maar zeer weinig

7 December 1921

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1075

Noteeringen.

Chicago
Buenos Ayres

Data
Tsru,e
Mais
Haver
Tarwe
Mais
Ltjnzaad
Dec.
Dec.
Dec.
Dec. Dec.
Dec.

3 Drc.’21
115
1
1
2

481
32’1
8

12,50
8,-
17,75
26tTov.21
113
1
1
4

49
33
3
/
11,85
7,55
16,75
3Dec.20
177112
72’/
17,45′)
9,252,
19,051)

3 Dec. 19
224
140
76
1
4

14,30
.

6,75
25,_
2
)

3Dec 18
227
1301
721
4

12,15
5,70
20,-‘)
20 Juli 14
82
561
3611,
9,40 5,38
13,70.

1)
per Februari.
2)
per Januari.

Locoprijzen te Rotterdam Amsterdam.

Soorten
5 Dec.
.

1921
28 Nov.
1921
6 Dec.
1920

Tarwe
9

………….’
14,–
14,-
2611
4

Rogge (No. 2 Westen,)
1)
12,80
12,50 25
1
1
2

Mais (La Plata)

……
2

204,-
186,-
287,-
Gerst (48 lbmalting)
. .
‘j
215,- 207,-
386,-
Haver (381b. shite cl.)..’j
13,-
12,75
18,-
Lijnkoeken (Noord-Ameri-
ka van La Plata-zaadt’,
18,25
18,-
20,50
Lijn’zaad (La Plata).
. . .

)
1

380,- 370,- 545,-
1)
P. 100 K.G.

2)
p. 2000 K G..
3)’

P. 1000 K.G.
4)

per
1960 K.G.
9)
Nr. 2 Hard lIed Winter
Wheat

AANVOEREN in tons van 1000 K.G.

Rotterdam

‘ . 1

Amsterdam

-.

Totaal

Artikelen.

2Nov.13Dec.
1

Sedert

1
Overeenk.

1
28Nov./3Dec.
1

Sedert

.1
. Overee,ik.
1931

1
1Jan. 1921

tijdvak 1920 ii

1921

1
1Jan. 1921′
1
lijd,iak 1920 ii

1921

1920

Tarwe ……………..
34.702
1.395.029
626.224
1.090
.38.592
122.877
1.423.621
749.101


141.584
196.846

542
752
142.126
197.598
1.001
8.853
5.149
-.
576

9.429
5.149
17.890
936.951 451.611
7.203 98.390 63.718
1.035.341
.

515.329
Gerst

………..
2.540
233.643
85.148

8.749
4.937 242.392
90.085

Rogge …………….

454
69.243

26.300


4.285

73.528
26.300

Boekweit…………..
Mais

..•.- ..
.
… …. ..
..

6.119
143.333
58.431 1.040
110.241
34.823
253.574
93.254
Haver
……………….

4.335
107.219
40.552

.
28.823

.
3.606
.- 136.042
44158
Lijnzaad ……………
Lijnkoek ……………
2.234
52.964
26.327
1.746
4.549

57.513
26.327
Tarwemeel ………….
Andere meelsoorten
785
1

37.572
1

35.004
200
1.950
100
39.522
35.104

hQven -het laagste punt. Het zijii vooral Ïe Noond-Euro-
peesohe ‘niarkten, die cie Aimerikaanscihe mais betrekken.
Ei’ deed zich meer vraag voor ge r s t voor in de alge-
loopen week en cenige ladingen Donaugerst vonde koo-
pers, ‘zowe1 OP het CoiLtineut als in het Vereenigd Ko’ntink-
rijk.
Ook voor h a v e r was de stemming wat beter, zonder
dat er evenwel groote alcio.eningen tot stand kwaien. Ook deze week bleef er goede vraag voor 1 ij n z a a d, waarbij
waarschijnlijk de k.oeken.vraag in ,vei’band met het konde
weer de grootste prikkel was. De oliemarkt was aan,vanke-
lijk zeer vent, doch later ‘liepen de prijzen, weder terug,
zonder dat evenwel de markt ibepaald.flati.w werd.
Ma rk t e n i n N e de r 1 a nd. Het gesloten water
heeft (le zaken ii, granen zeer moeilijk gemaakt. In t a r w e
kwamen nog voortdurend, afsluitingen tot stand. Voor
maIs was de vraag zeer grt, doch daar cle neeste koo-
pens per water konden ontvangen, werd betrekkelijk
veel ‘mais ter verkoop aangeboden, die ‘diie, wederom op
wagon tot veel hooger prijzen verkocht werd. Dc groote
versehepingen naar Holland hebben tot nu toe ‘geen in-
vloed op de markt ‘hier gehad, aangezien itle sp.oecigste.ter
mijnen nog steeds het duurst betaald worden. Wegens het
gesloten water, betrdk het Noordelijk ‘deel van ons land acer
veel rnaïs van Hamburg voor omnid.dellijke verleiding per
wagon. In vele gevallen kon Rotteilitairn daartegen niet ce,,-
curreeren. D.onau-g e r st trok meer betangstelling en voor
spoedige levering kwamen flinke zaken tot stand. Voor
lij n z a a cl bleef de vraag voor spoed.ige veeseheping be-
staan. Van de verschepingen van Ar.genbinië ‘der vorige
week was 0000 tons voor Holland bestemd. Voor spoadige
verlrud.ing worden nog steeds flinke prijsverhoogin.gen be-
taald.
De haiidei in olie ondervond eveneens groots moeilijkheid
(lOOr hot gesloten twater.
Van
vele ,fabrieken ‘is ‘de stie eltot
te ontvangen, daar het vaarwater gesloten is.

SUIKER.
In de’ E u
10
p e es ch e bietsuikerla.isden pefende het
strenge en aanhoudende Yorstwecler, daar waar nog werk-
zaambeclen op cle velde,, te verrichten waren, dan nadde-
ligen invloed uit, terwijl de gestrensde rivi.erscheep)vnart
den alvoer van de naar het buitenland verkochte .81 o-
w a .k s c
Ii
e suiker tot stilstat,,d gebracht heeft.
In B cl g’i 9 trad met liet Kontinldij’k Besluit van 14
November eene tarie&egeliing voor bui teulandsdhe suiker
in Ivenking, waardoor deze thans aan cienzelfiden a’âcijns
oncletthevig is, als die, welke op i,nheamsohe suiker rust.
‘ii E n ge 1 a n d verlaagden rafflinadeurs hunnen prijs
snet ah. 1/- per Cwt.,
cloah ging
er betrekkelijk wcinig o,m.
Intussehen trachten r5ffinadeuv kleine’ partijen voor
spoed.ige aaiikomst. ‘machtig te worden,- daar wad.r ‘zij -het
goedkoopst ‘terecht kunnen komen. Zoo
‘werd
eene. partij
Perusuiker tot sh. 131- c.i.f. gekocht, nadat voo,’ twee la-

‘dingen Cubasuiker ish. 1316 (betaald ,was.
Op de A
it
e r ik a a n s cli e markt (kwam in de prijzen
van loco suiker geen verandering. De prijs voor Spot Cen-
trifnga,ls. (bleef $c. 4,11. De noteeriusgen op de teiimijnmarik.t
liepen geleidelijk terug tot $c. 2,18 voor Janiiiar’i $c. 2,18
‘voor Maait, $c. 2,30.’voor Mei en $c. 2,40 ivoor Juli.
Het feit, dat op C ftib a reeds twee fabrieken niet malen
zijn begonnen, terwijl er met het oog op de groote voor-
raden van ‘den nieuwen ogst ‘voorgesteld was cm ‘met
de verwerking -van liet nieuwe riet tot (begin Februari
te wachten, zal cle ‘positie voor Cuba tin de naaste rboekonist
,i,iet iverbetereu, Volgens een bericht van cle hoeren Wil-
let & Cray zijn er 10.000 ‘to

ns uit iden nieuwen oogst ver-
kocht tegen den lagen prijs -van $e. ,- f.o.’b.

De laatste Cubastatistiek luidt:’

1921

1920

1919
totis

tonIs

tOILS
Weokonty. tot 26 Nov. 23.000 7.301 9.165
Tot. ön,t.v. t Dec. ’20-26 Noïv. 3.936.000 3.730.000 3.971.776
Weekexport tot 26 Nov. 78.000 27.722 52.570
‘rot, export 1 Jan.26 Nov. 2.334.740 3.595.652 3.764.502
Totale voorraad 26 Nov. 997.000 246.436 82.707

De vaste stemming op cle Java’markt kon zich in
verband niet cle ‘zwakke berichten uit Ouba niet lang hand-
haven, wel vonden er ‘in het begin der laatste week nog
eenige af.clioeningen’ plaats van suiker int den nieuiven
oogst op’ cie laatstgemolde prjabasis, zoociat ide totale ver-
koopeii van das V. J. P. ex oogst 1922 thans ongeveer 1%
millioen picois bedragen.. Verdere onizdttea in suiker uit
den nieu.wen oogst bleven dan ook uit, terwijl de jrijzen
‘van
disponiibele suiker in de tweede hand in’zalkten. De
tegensvo’ordie waarde van Rcwcly Superieur is ongeveer
f
12,50 f.oib., terwijl de vraagprijs voor suheer No. 16 en
irooger,
f
10,.75
i
aanmerkelijk boven de pariteit ‘van bruine
suiker van ander origine is.

De heer J. II. R’itman,. ‘opvolger van iden heer W. C. Dick-
hof,
f, publiceert- in ‘het Archief ‘voor de Suikerinctustrie iii
Nede,’landseh-Injdië’ eene ram.ing van do met suikerriet be-
plante oppervlakte voor den oogst 1922 als volgt:

– 1922

1921
In Oost-Java ……87.321 H.A.

87.336 H.A.

Miciclen-Jav-a
..
. ‘ 47.885

46.858
West-Java

26.482,

26.255

Totaal .. 161.688 ll.A.

160.449 H.A.

zijnde % pOt. meer (lan verleden jaar.

Op de lii o 11 a ii
cl
s c -h e m a r k t toonden bij eene – his-
telooze stemming prijzen eeni,ge neiging tot d’alen zonder
dat omzetten -van belang tot,stand ‘kwamen. Aan het einde
der wèøk werd Januari[Fobrlher.i tol
f
21,123 en latere
termijnen tot
f
21Y4 aa.ngebødee snel koopet % gulden –
-beneden deze noiteering.

1076

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

7
December 1921

NOTEERINGEN.

Amsier.
dam Per
Londen

New York
96pC9.

Whtte
Java
1
Amer.
Gra-
Data
lOOPeflde
T
ates
f.o.b. per
nulated
2ij:
Centri. Cubes
No.
/

Dec.!
Jan.

Dec.Feb.
maand
fugals

Sh.
Sh.
8h.
$cts.
30Nov’21f20
13
/
18

5416
1816
21/6
4,11
23

.,

’21
5516
1819
2013
4,11
30Nov. ’20,,

841-
411-

5,76
30 Nov. ’19,,

721-
681-

7,28
4Juli ’14
11
18
e
,,
181-

3,26

KATOEN.

Noteeriing voor Loco-Katoen.
(M.iddiing Uplands).

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.
GRAAN.

Data
PeI,o.
grad
Londen!
R’dam

1 Odessa
Rotte,-
1
dam

Ati. Kust
Ve,. Staten
San Lorenzo

Rotte,.
1
B,istol
Rotte,-
Enge-
dam
Kanaal
dom
land

28 N.-3 D. 1921
– –
41-
4/-
251-
251-
21-26 Nov. 1921


41- 41-
201-
201-
29 N.-4 D. 1920


81-
816
50-
501-
1-6 Dec.

1919


f80.-‘)
816
‘)
2101-
651-
Juli

1914
lid.
713
1!11’/
4

1’1114

121-
121-

KOLEN

Cardif

1
Oostk. Engdand

5Dec.’21
1
28Nov. ‘21119
Nov
.’
21
I
3Dec.’20
5Dec.’19
Data
Bo,-
deaux
Genua
pfr
Rotte,-
dam
IGothen.
burg

New York voor
1

Middling

..
17,60e 18,20e
17,55e
116,15 c
39,25e
28 N.-3 D. 1921
7/9
12/6
15/6
19-
6L.
819
New Orleans
1
1
2l-26Nov.1921
7/6
114- 161-
1919
5/7k
9/- voor Middling
l6,’15e
17,— c
1 16,50e
115,50e
40,— e 29
N
-4 D. 1920
15,6 251-
189
301-
1316
Kr’ 24
Liverpool voor
t
1
1-6 Dec. 1919
601- 801-
70/-.
476
f10.-
Kr. 40
Fy Middling
11,07d’)112.04d
2
)Ii0,40d
1
11,96d
26,37d
Juli

1914
fr. 7,—
71-
713
14/6
312
41-
1)

3 Dec. ’21.
2)
26
Nov. ’21.
‘)
Per ton stukgoed.
1)
Voor
Britsche
schepen.

Ontvangsten in- en uitvoeren van .Amerikaansehe havens.

(In duizendtallen balen)

1
Aug.’21
Ove,eenkomsuge perioden
tot
3 Dec. ’21
1920

1919

Ontvangsten Gulf-Havens..
2191 2151 1699
Atlant.flavens
799
591
1281
Uitvoer naar Gr. Brittannië
593
737
1068

a
t
e
.
)1774
1165
1019

Voorraden in duizendtallen
2 Dec.
’21
1

3 Dec. ’20
5
Dec. ’19

Amerik. havens ……….
1448
1275
1554
Binnenland …………..
1523
.
1427
1229
New York

……………
.109
19
71
New Orleana ………….
449
411
427
Liverpool

……………
883
888
665

KOFFIE.
(Mededeeling van de Makelaars G. Duuring & Zoon, Koift
& Witkamp en Leonard Jacobson & Zonen).

Noteeringen en voorraden.

Rio

Santos
Data
Wisselkoers
Voorraad

J

Voorraad

1

3 Dec.

1921

1.796.000

13.000 2.885.000

16.800

7131
26 Nov. 1921

1.813.000

12.800 2.903.000

15.600

8/16
19

,,

1921

1.782.000

12.400 3.001.000

15.500

725132
3 Dec.

1920

546.000

7.525 2.832.000

9.000

111/

Ontvangsten.

Rio

Santos
Data

Afgeloopen

Sedert

Afgeloo pen

Sedert
week

1 Juli

week

1 Juli

3 Dec. 1921….

81.000 1.987.000
1
184.000
1
3.846.000
3 Dec. 1920…. 60.000 1.308.000

296.000 5.374.000

JAVA THEE.

(Opgave Pakhuismeesteren van de Thee.)
(Herleid tot 111 Kisten.)

Voorraad 31 October 1921…………..156.537
Sedert aangevoerd …………………12.613

169.150
Sedert afgeleverd………………….30.807

Voorraad heden ………………….138.343

Waarvan in de eerste hand …………44.026

Amsterdam, 30 November 1921.

Veertiendaagsoh overzicht.
De algemeene .be1anste11ing werd gedurende het laatste
gedeelte van de afgeloopen 14 dagen geconcentreerd op de
La Platamarkt. In een.ige dagen tijd zijn de vrachten hier
opgeloopen van 1819-201— tot 26/3-27/6.
Zelfs
is heden,
Maandag, 30/— betaald. Deze verbeteringen zijn tot s4and
gekomen door den Ihoogeren prijs van tarwe in Europa en den lageren prijs ‘voor den ouden oogst in Argentinië, als-
mede door het betrekkelijk geringe aantal booten, dat op weg naar La Plata was.
Bovenstaande cijfers zijn voor prnmpte en ])ecember
belading.
Voor new cropbelaiding werd 251- betaald, terwijl op het
oogeablik het cijfer nominaal 26/3 is. Ock voor Fobruari/
Maart af lading werden booten ibevradht tegen 25/-.
De afgesloten vrachten gedurende de laatste week be-
wijzen veer hoe wisselvallig de La Platama.rkt is.
Als gevolg van deze hoogere noteeringen zijn de vraeh-
ten van Wales naar La Plata weer gedaald en geldt op
het oogenblik het cijfer van 181- – 18/6 naar dosvn rivcr.
Voor booten, welke op dit cijfer uitgaan en tevens thuis-
komend afsluiten, levert de rondreis nog geen winst op.
Van Noord-Amerika bleven de vrachten hetzelfde of
iets lager. Van de Northern Range naar U. R. Continent
is ide vracht 13 cent per 100 lbs., terwijl 19 cent naar West-
Indië werd betaald.
Voor steenkool van Hampton Roads naar La Pjata dosva
river werd tegen 251- afgesloteo, echter op slechte condi-
ties. Pitoli pine van de Gulf naar La Plata noteerde 180/-
per std., ook op niet zeer goede condities.
Er werden eenige leidingen suiker afgesloten van Cuha
naar U. K./Haivie tegen $ 6,—, hetgeen een verbetering
van $ 0,25 beteekent.
De vrachten van het Oosten bleven slecht met 201- on
d.w. nominaal van Bombay en 50/- voor zwaar graan van
Australië. De vrahten van de Donau zijn iets hooger ge-
worden; 231- is betaald voor een prompte boot. De ‘vraag
naar rnimte van de Midclellandsehe Zee voor erts is gering
en groote booten kunnen geen eniplooi vinden. Van Hueliva
werden echter meerdere booten afgesloten, o.s. tegen 8/3
naar Rotterdam.

RIJN VAART.

Week
van 28 November tot 5 December 1921.
Ten gevolge van het steeds vallende water zijn vrachten
en sieeploonen van Rotterdam naar de RuIhriha,vene opge-
loopen. Soheepsru.imte werd slechts in daghuur aangeno-
men en deze bedroeg 4
ft
43.j oents per ton. Voor het sleep-
100fl
gold in het begin en midden der fweek het 75 tot 130
cents tarief; de laatste dagen ider week werd geen nnteering
atgegn’ien.
Op den Bovenrijn bleef de stemming flauw. Het sleep-
loon Ruhr/Mannheim bedroeg Mk. 28/30,—. SOheepsruimte
werd niet afgegeven.
De vracht voor exportkolen werd met 75 cents per ton
met vrij sleepen Ruhrhavens/Rotterdam genoteerd.
Het water is weder aanmerkelijk gedaald; Cauber Pegel not,erde einde der week 69 c.M.

Auteur