Ga direct naar de content

Jrg. 5, editie 228

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 12 1920

12 MEJ 1920

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Economi*sch~Statistische

Beri*chten

ALGEMEEN WEEKBLAD V()OR HANDEL NUVERHEJD,
FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

5E JAARNG’

WOENSDAG 12 MEI 1920

No. 228

INHOUD

Iz.
SOCIALISATIE EN HET RAPPORT DER COMMISSIE UIT DES.
D.
A. P.
1 door
Prof. Mr.
E. W.
C.
Bordewijk …………….
401 Constantinopel, de Dardanellen en de Bosporus in ‘t Ver-
leden en Heden II door
Prof.
Dr.
II.
Blink ……….
405
De Gouden Standaard en de Disconto-Politiek der Neder-
landsche Bank door G.
M.
Boissevain…………….407
De Petroleum-Industrie in 1919 ………………….
408
AANTEEKENINGEN:
Een Instituut voor Buitenlandsch recht door
Prof. Mr.
W. L. P. A.
illolengraaff …………………..
411
Vrijhaven te Kopenhagen …………………..
412
Internationale Zeelieden-Conferentie te Genua ……
412
MAANDCIJFERS:
Rijkspostspaarbank …………………………
413
Giro-kantoor der Gemeente Amsterdam …………
413
Resumé uit het ,,Monthly Bulletin of Statistics” ……
413
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
………………
4 14-420
Geidkoersen.

Effectenbeurzen. Wisselkoersen.

Goederenhandel.
Bankstaten.

1

Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.

Assistent-Redacteur voor het weekblad: D. J. Wansink.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 1, Rotterdam.
Aangeteelcende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 87.
Telef. Nr. 8000. Tele gr.adres: Economisch Instituut.
Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abowaemenlsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 20,—. Buitenland en Koloniën f 22,50
per jaar. Losse nummers 50 cents.

Advertentiën f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonne-ment volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh & van ,Ditmar’s Uztgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s- Grcrvenhage.

10 MEI 1920.

IDe geidmarkt werd de afgeloopen week geheel be-

heerscht door de storting op de staatsleening. De

prolongatie-rente steeg daardoor tot 6 pOt., terwijl

ook op de discon’to-markt slechts moeilijk geld ver-

krijbaar was en wissels niet onder 3% pOt. te plaat-

sen waren. Toen de laatste stortingsdag voorbij was,

welke dag tevens de vervaldag was van een aanzienlijke

post schatkistpapier, werd het geld direct merkbaar

ruimer, zoodat de prolongatie-rente tot 5 pOt. kon

terugloopen en ook wissels merkbaar gemakkelijker

te plaatsen waren.
*

*

*

• Ook bij de Nederlandsche Bank stonden de omzet-

ten voor verreweg het grootste gedeelte in verband

met de storting op de staatsleenin’g, en was het weder

hoofdzakelijk de provincie, die -een beroep op haar
deed. De binnenlandsche wissels verminderden met

55 millioen; daarentegen vermeerderden de beleenin-

gen met 54 ‘millioen. Het eerste werd veroorzaakt door

terugbetaling van schatkistpapier uit de opbrengst

van de leening, terwijl ‘het laatste ontstond doordat

groote posten nieuwe stukken iij de bank beleend

werden. Ofschoon het totaal der binneniandsohe wis-
sels dus belangrijk minder werd, steeg de portefeuille

bij de agentsehappen nog met 7 millioen. Bij de be-

leeningen had ongeveer hetzelfde plaats. De belee-

ningen ‘bij de hoofdbank werden 16 millioen kleiner,

daarentegen die bij de agentsohappen
‘bijna
58 mil-

lioen grooter.

De banlobiljettenomloop werd 65 millioen kleiner.

Daar de vorige week de toeneming bijna 98 millioen

bedroeg, is de vermindering veel geringel dan men had

mogen verwachten en heeft dus ook deze keer weder

het uitgeven van een staatsleening n’iet het effect

gehad, dat de bankbiljettenomloop ‘belangrijk terug-

liep.

Overigens vermeldt de weekstaat nog een toeneming

van de rekening-courant-saldi van anderen van 25

millioen en veranderde de schuld van het Rijk ad 9%

millioen ‘in een tegoed van 13% millioen.
*

* *

Met de hervatting van het scheepvaartverkeer is

een sterke verlevendiging van de wisselmarkt gepaard

gegaan. De omzetten vooral in Ponden, Dollars en

Marken zijn aanzienlijk gestegen. Tegelijkertijd is

echter de stemming voor Ponden en Dollars niet

on’bela.rvgrijker flauwer geworden, hetgeen zich in het

bijzonder rnnifesteerde op de termijnmarkt, waar in

den regel het aanbod overheersohrte en flinke posten

Ponden afgesloten werden tot 20 á 25 cents onder

den koers voor directe levering. De belangrijke stij-

ging van de ‘suikerprjzen zal hiervan wel de hoof d-

oorzaak zijn.

IFrancs en Marken vaster, hoewel de laatste twee

dagen in Marken eenige twijfeling merkbaar werd.

SOCIALISATIE EN HET RAPPORT DER

COMMISSIE UIT DE
S. D. A. P.

I.
11 y a de certaines idées duniformité qui
saisissent quelquefols les graada esprits mais
qui frappent infal1iblement les petits. Sla y
trouven,t un genre de perfection qu’lls recon-
naissent parce qu’il est impossible d’e ne le
pas découvrir
….
Mais cda est-il toujours R
propos
sans exception? Le mal de changer
et-ll toujours moins gran,d que le mal de
souffrir? Et la grandeur du génle ne con-
sisterait-elle pas mieux S savoir dans quel ca8
ii faut lunifonmité, et dans quel cas II faut
des différences?”
Montesquieu, De l’Esprit des Lois.

Er is een berg van literatuur over het onderwerp
verschenen sedert ‘de Duitsche republiek uit de

402

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN.

12 Mei 1920

oorlogsdébacle on.tston’d en socialisatie in den kring
der politieke mogelijkheden werd opgenomen. Zij
werd de socialistische leus bij uitnemend(heid. Terecht,
naar het mij wil voorkomen. Want social’isatie betee-
kent voor het ordelievende socialisme de eenige
werkelijke kans om er -te komen, de eenige gelegen-
heid om -door positief werk -zijn bestaansrecht afdoen-
de te bewijzen. Marx’ crisis- en ,,Zusammenbruch”-
theorie plaatst de men.schheid voer een econom-ischen
baa-ierd, en laat haar door een soort van vagevuur
gaan naar het voorgespiegelde paradijs, dat alle be-
schrijving te boven-gaat en waaromtren.t het dan ook
maar veiliger is weinig positiefs te zeggen.
1)
Het

socialisme is bij Marx een soort van natuurnoociwen-
digheid, men kan er niet aan ontkomen, ‘de wetten der
economisohe ontwikkeling voeren met onverbiddelijke
consequentie naar ‘zijn vérwezen-lijking. Het .revolu-
tionnaire moment in Marx’ leer ligt hierin, dat bij

dit ontwikkelingsproces de helpende hand kan worden
geboden. Het Marxisme is ondanks alle cau-saliteits-

geloof een strijdbare ‘macht!

Welk een andere toon klinkt ons uit het Socialisatie-
rapport der Commissie uit de S. D. A. P. tegen! Geen
bazuingeschal ter aankondiig.ing van een Laatste
Oördeel, als in Marx’ standaar’dwer-k, geen ,,Umsturz”,
doch gelei’delijkheid en behoedzaamheid van begin tot
eind. Reeds bij den aenvang stuit de lezer op wijze
woorden, die zin voor de werkelijkheid verraden, zoo-
als deze: ,,Nog belangrijker dan de
wijze
van

voort

breng-ing is
dat
er voortgebracht wordt, want zonder
voortbrengin-g is de menschbeid ten doode gedoemd,”
en dan ‘die: ,,Terwijl dus het werk der -socialiseering
plaats vindt, moet intusschen de productie zonder
onderbreking en zeker zonder vermindering voort-gezet worden; terwijl de ingewikkkelde machinerie
der voortbrenging omgeschakelid wordt, mag de machine onderwijl geen oogeniblik stilstaan; het
huis der ma-tschappij moet ingrijpend verbouwd wor-
dei, terwijl wij er in blijven wonen.” Vanzelf spre-
kend? Niet meer ‘dan redeneeringen van het ,,gezond
verstand?” Toegegeven, doch de kloof die deze menta-
1.iteit van de echt Marxistische, doctrinaire denkwijze
scheidt is er niet minder opmerkelijk om. De bedoe-
lin,g, in de aangehaalde zinaneden neergelegd, is dui-
.delij.k:. geen ‘groote schokken zullen den gang naar het
socialisme vergezellen, en wij behoeven niet, met
Marx, eerst den afgrod in, alvorens den .berg te
mogen bestijgen. Maar toch, k propos van de beeld-
spraak dier ingrijpende verbouwing: is zij wel juist?
Mij dunkt: er komt niet een verbouwd -huis, doch een nieuw. Opgetrokken niet op de oude fundeering, doch
op een nieuwe. Wanneer namelijk de ontwikkeling

de .heeren gelijk geeft.
Ontwiltkeling,
want – en dit

is een tweede fout der beeldspraak – de voortbren-
ging zit nog eenigszins anders in, elkaar dan op de
manier van een min of meer willekeurig mechanisme,
de maatschappij, waarin wij ,,w-onen” of beter
leven

is nog iets anders dan een in elkaar gezet huis, dat
stuk vooi stuk weer uit elkaar genomen zou kunnen
worden: er is nog sao iets als een maatschappelijk
grociproces, waartegen maakwerk dat niet daarmede
zou rekenen, het onver’biddellijk aflegt.
2
) En zoo meen

1)
Vgl. Arthur Spiet-hoff, Einige Bemerku-ngen zur
Lehre von der Sosial-isierung, Sehmoilers Jahrbuch,
43.
Jahrgang,
2.
Heft, 1919,
bi.
439:
,,Der Sôzi-alismus ent-
stelt also nieht allmahlich duroh Um-bildung des altec
Sysfems, sondern wie ei-n P-hön-ix erhebt er sidh aus der
Asche -des Kapitadismus. In Uebereinstianmung mit dieser
Le.hre vom .notwendigeri uud selbsttii4igen Eintritt des Sozialismus ‘haben ihre Vertreter Erörterungen ü

ber die
Art, wie sie die socialistische Gesellschaftsordnung im em-
zelnen zu gestali-ten gedenken, grundsatzlich -abgelehnt.”
– 2)
Zeer juist L. Pehie in zij.n uitnemend geschrift over
,,Kpitalismus und Soziali-smus”, Berlin
1919,
waar hij
op blz. 4
van de grondslagen der huidige orde, nl. het in-
clividualistisch rechtsbeginsel, de op winst gerichte produc-
tiewij-ze en -cie onderneming o.a. dit zegt: ,,Sie sinci skmtlich
nicht vom menschlichen Verstande in den Beratungen-irgend-

ik, dat de verkeerde -beeldspraak een diepere betee-
kenis krijgt, en wel die van ook hier weer aan te
kondigen de gevaarlijke illusie van het socialistisch
denken in het algemeen: dat men zooveel ,,maken”
kan, dat het gaat om een mechanischen ,,huisbouw”
en niet om het leiding geven aan een goeddeels door
verleden en heden bepaalden oiitwikkel-in-gsgang op
sociologisch en -met name sociaal-economisch gebied.
Waarmede natuurlijk weer niet gezegd i-s, dat de ge-
matigdheid, waarvan met betrekking tot -den modus
proceden-di de geciteerde uitspraken blijk geven, geen
waardeerin.g zon verdienen. Voorstanders van

de

,,in-grijpende verbouwing” hebben echter nog maar
een seer, zeer betrekkelijk recht zich Marxisten te
noemen. Waar zij n-iet minder om zijn.
Het -rapport over het s
iocialisatievraagstuk bestaat,
naar zijn uitwendigen vorm, uit drie deelen. Het
eerste deel, bevat – ,,Algemeene -overwegingen” (blz.
7-53), welke verspreid zijn over een viertal hoofd-
stukken: Inleiding, Omvang en methoden van socia-
lisa-tie, De schadevergoeding, De organisatie van het

-gesocialiseerde
bedrijf.
Het tweede deel handelt over
,,De toepassing der socialisat-ie in het bedrijfsleven”
(-blz. 57-184), op-enend -met een ,,VoQrwoord”
1)
en de

reeks der hoofdstukken voortzettend met: Landbouw
(V), Verkeerswezen (VI), Industrie en Handel (VII),
Bankwezen (VIII). Het 3e deel (‘blz. 187-190) vat in zijn eenig hoofdstuk (IX) de Conclusies samen.
Aan dit alles gaat nog een otiibeno-emde mededeeling
der commisie vooraf, waa-rin wij lezen, dat er veel
vergaderd is en dat de commissie zich -bewust is ,,ten
aaivsieia van de reeks van afzonderlijke bedrijven of
bedrijfstakken, die de commissie rijp ach-t voor geheele of -gedeeltelijke socialisatie. …. h-ier uiteraar-d
geener-
lei volledigheid
2)
(te hebben kunnen) bereiken. Zij
voegt er aan toe, dat dit voor een commissie van- par-
ticuliere personen niet wel mogelijk is, daar zij n-iet
over het uitgebreide apparaat beschikte om alle be-
drij-fs-takken voldoen-de te overaien. De -bekentenis is
eerlijk en zou, wanneer het niet de geleidelijke ver-
-vorming van onze maatschappij en de vervanging van
haar economische grondslagen gold, e

en gevoel van
vriendelijke tegemoetkoming bij den lezer kunnen
wekken.
Nu
en
hier
werkt dit beroep op de welwil-
lendheid van den lezer, die onbillijk zou worden zoo
hij alles op een goud schaaltje ging–afwegen, min of
meer verbijsterend. Geeneriei volledigheid. Het is
volkomen -begrijpelijk. Alleen -de Staat met zijn leger
van ambtenaren en -hulpkrachten, met zijn macht-
middelen en geldelijke resso-urces kan een volledig onderzoek ondernemen en
misschien
tot een goed
einde brengen. En, niet waar, het kwaad moet toch
in al zijn omvang en diepte zijn gepeild en gekend,
v66r er van methodische vervanging ‘door iets -betere
sprake kan zijn. Een -chirurg, die zonder conscientieus
onderzoek, vroolij-kweg maar amputeert, omdat aldus
allerlei gevaar, -dat -bestaat of niet-bestaat, in letter-
lijken zin wordt gecoupeerd, is niet veel waard. Ik
vraag: hoe moeteh wij -het rapport, dat op vele punten
zeer stellig is in zijn oordeelvellingen en in het aan-
wijzen van nieuwe, betere wegen, lezen? Moeten wij
hier of daar, in het licht van die erkenning, eenige
percenten -van den ‘bitteren ernst aftrekken, dien toch
de zaak zelve sao volkomen waard is? Ik, zou niet
gaarne bevestigend antwoorden, wanneer ik de namen der leden na-ga. -Maar wat dan? – De commissie heeft

eines P-arle.ments au-sgekliigelt worden, son-der-n zie haben
-ihren Tirsprun-g ebenso wie et-wa clie Sprache in den
Trieben u,nd Inst-iiik-ten des Menschen. Sie sind –
night
zoE<
entstanden, u.m mit Aristoteles zu sprechen.”
En op blz. 68: ,,In Wahr-heit lassen sich die sozi-alen
Systeme ster nicht beliebig durch einan-der mischea und
zusamnien scitzen, wenn man .wiiklich lebensfiihi-ge Gebilcie
erhalten will. In -der Verkennung der Gesetzmssigkeit
r
die
auch in den sozialen Dingen waltet, liegt der grösste und
ursprü-ngl-ichste aller Irrtü-mer des Sozia-lismus.”
1)
Waartoe toch dit ellendige- germanisme?
– 2)
Ik cur-siveer.

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

403

met haar op zichzelf lofwaardige erkenning, dat .gee-
nerlei volledigheid kon worden bereikt, den lezer de
vraag in den mond gegeven: uit welke bron welt de

kracht, die u hier en ginds met de klem van overtui-
ging doet spreken, uit kennis van zaken of bijgeval
uit geloof? Wie weet, hoe zelfs nog allerhande mis-
bruik mogelijk is ondanks volledigheid van onderzoek,

b.v. door een aprioristische uitlegging van een of
ander statistisch materiaal, die vreest wel met .groote
vreeze, wanneer door eerlijke en hoogstaande mannen,
echter v66r alles partijmannen, wordt gezegd, dat al
wat zij gaan schrijven en voorstellen, op gegevens
steunt, die in geen enkel opzicht (,,geenerlei”) vol-
ledig mogen heeten. Zoo echter de betrokken zinsnede
wil zeggen, dat wââr men onderzocht, het onderzoek
rnen.schelij’kerwijs gesproken volledig geschiedde, doch
dat geheele bedrijven en bedrijfstakken moesten wor-

den overgeslagen (klemtoon op
reeks),
dan blijft toch

bovenstaande critiek van kracht, omdat het maat-
schappelijk organisme niet duidt, dat men locaal

ingrijpt zonder kennis ‘van het
geheel,
daar alle orga-

nen elkaar belnvloeden of althans beïnvloeden
lninrn,en.

Alleen wie in staat is ,,aile bedrijfstakken voldoende te overzien,” kan met kans op slagen pogen zich een
denkbeeld te vormen van actie en reactie bij hervor-
mingen op min of meer beperkt terrein. Hoe ik de

zaak ook keer of wend, ik kan niet anders zien, dan
dat de commissie het den lezer moeilijk maakt zijn
onbevangenheid te bewaren, daar hij het gevoel krijgt,
dat de lectuur onder voorbehoud moet plaats hebben.

Verder wordt dan nog medegedeeld, dat het rapport
oivor socialisatie van het’ bankwezen afkomstig is van
een niet-commissielid, den heer G. Vermeer, die het
verdedigd heeft, waal-na de commissie zich er mede
vereenigde. Ten slotte wordt vermeld, dat niet is
overgegaan tot het schetsen van een regeling nopens
de organisatie van de nog niet gesocialiseerde (lees:
te socialiseeren) bedrijven. Die regeling zon het in
technisch opzicht rijp worden voor socialisatie moeten
bevorderen en ‘bedrijfsdemocratie alsmede gemeen-
schapsiuvloed ook daar hebben te brengen. Naar de

meening ‘van de commissie moet deze aangelegenheid
ten spoedigste, door de partij in overleg met het

N. V. V. worden behandeld.
De Inleiding, waarmede het le Hoofdstuk van het
le Deel opent, bespreekt allereerst de actualiteit der

socialisatie.Terecht wordt gezegd, •dat niet alles

nieuw
jS
te dezen. Er zijn Staats-, provinciale en ge-
meentobedrijven, er is ook verbr’uikscoöperatie, vor-
men aan socialisatiie verwant, vermits niet als in het
kapitalisme de ondernemerswinst, doch het maat-
schappelijk nut doel is van het bedrijf. Wat nu voor
de deur staat beteekent hter een meer systematische
verwezenlijking op ‘groote sohaal. De oorlog heeft het proces ‘verhaast, de arbeiderskiasse kreeg meer macht
en een ihooger inzicht in haar menscheuwaar’de. Zij
wil niet langer (haar arbeidskracht doen misbruiken
voor een kleine groep ‘van bezitters van •de productie-
middelen ,,die uit hun ‘bezitsvoorrecht een aanspraak
op overdadige weelde afleiden, terwijl de voortbren-
gers dier weel’de tot een leven ‘van ontbering gedoemd
zijn.” Dan de onrtzaglijke wereidverarming. Deze
maakt het tot een onafwijabaren eisch, dat er een eind
komt aan de ,,’matelooze verspilling, die het anar-
chistische koukurrenitiestelsel van ‘het kapitalisme
meebrengt.” Gewezen wordt op den tegenzin van vele
arbeiders om hun aandeel in de productie te leveren,
op hun gemis van invloed in het, bedrijf, waardoor zij
besef van verantwoordelijkheid voor. de uitkomsten
missen. De bedrjfs- en kapitaalsconcentratie sc,hreed
de laatste jaren in versneld tempo voort, nieuwe com-

binaties en monopolies ontstonden, daardoor eener-
zjjds nadeelen voor de consumenten, auderszijds ook
,,’de zeer versterkte mogelijkheid om particulier bedrijf

in openbaar bedrijf om te zetten.”
Het vraagstuk der social.isatie is internationaal ge-
worden en werd mede ‘daardoor ook ten onzen.t actueel.

Nadrukkelijk wordt gezegd, dat ,,het luchtig en vluch-ti’g geti’nimerte den oorlogsiemoeiing van de overheid
met het bedrijfsleven”
1)
met ,,werkelijke socialisatie

niets hoegenaamd uitstaande had.” Men mag dus
niet de ongelukkige ervaringen, ‘met ‘dit nood-staats-
socialisme opgedaan, tegen socialisatie uitspelen. Deze

begint met een schoone lei.

Daarna wordt het begrip der socialisatie bespro-
ken. Deze wordt ,,doeibewuste vermaatsch’appeljkinjg
der voortbrenging” genoemd., waarbij de opmerking
wordt gemaakt, dat zij niet hetzelfde is als socialisme.
Zij heet ,,de weg naar het socialisme”. Verschillende
phasen moet socialisatie doormaken, voor de einde-
lijke uitkomst: het socialisme, zal zijn hereikt. Een
proces van geleidelijkheid, in den loop waarvan ‘de
particuliere
eigendom:
der productiemiddelen wordt op-
geheven en ‘deze .in maatschappeljken eigendom over-
gaan. Van die geleidelijkheid wordt gezegd, dat zij’ bij
de socialisatie op den voorgrond moet staan. Plotse-
linge overgang ‘van kapitalisme naar socialisme woidt
naar het rijk der fan’tasieën verwezen. Dit is juist het verschil tusschen economische en politieke overgan-
‘gen, dat de eerste nimmer plotseling kunnen geschie-
den, wat met de politieke wel het geval is. Het wordt
dus eigenlijk in het rapport voorgesteld, ‘alsof sociali-
satie een methode is om tot socialisme te komen.
Toch .is zij méér, want telkens ‘wordt, bij haar voort-
.ga.ng
, een stuk socialisme omgezet in praktijk. Het
zôu, aan het einde van den weg, zeer wel kunnen
blijken, dat het sluitstuk, op ‘zichzelf beschouwd, wei-
nig om het, lijf had, en dat het zwaartepunt der ‘her-
vormingen elders, bij een der tusschenstations was
gelegen. Dit is van belang voor de houding, die prin-
cipieele of gradueele tegenstanders hdbben in te ne-
men, welke houding niet tot de ,,ein.delijke uitkomst”
mag worden verdaagd.

Belangrijke beschouwingen ivolgen nu over ,,de ver-
spilling van productieve ‘kracht”. H.ier valt het der
commissie niet moeilijk den vinger te leggen op meni-
ge won’deplek in de bestaande orde. Verschillende
voorbeelden doen dienst ter illustratie van het feit,
dat doelmatijge organisatie van een bedrijf, met name
ti’ustvorming tot velerlei bezuiniging op kapitaal en
arbeid leidt. Tot ‘difsver leidde alleen inzicht ‘in winst-
belang tot d.ie ‘besparingen; voortaan moet het ge-
meenschapsbelang het richtsnoer geven. Enorme ‘be-
dragen worden ‘vermorst aan reclame en handels-
reizigers, al te gad.er
ver.spilde energie. Het winkel-
bedrijf, de ‘bezorging van waren aan huis, is aan anar-
chie ‘ten prooi. Met cijfers van Amsterdam wordt dit
alles toegelicht. De vestigingsplaats is dikwijls ver-
keerd, waardoor de transportkosten stijgen enz. enz

De conclusie luidt: ,,Met het oog op ‘dit alles is zeker
vooral in de hu’i’dige verarmde wereld socialisatie
een ‘dringende noodzakelijkheid.” Het betoog zou m.i.
aan kracht hebben gewonnen, wanneer ‘het minder
eenzijdig was ‘geweest. De geschetste misstanden be-
staan, wie zou ze willen ontkennen? Maar daarmede
is de zaak geenszins afgedaan. De commissie wijst
alleen op het verkeerde, dat van het concurrentie-
stelsel en van het recht op vrije bedrjfsvorm’ing en
beroepsk.eus het gevolg is. Ik wil niet gecenseerd yor-
den een pleidooi te leveren voor economische anar-
ch’ie, maar in een getemperde vrijheid steekt z66 veel
goeds, dat men wel mag bedenken tot welken prijs
socialisatie, als middel togen verspill’ing van produc-
tiekracht aanbevolen, wor’dt ‘gekocht. De concurrentie
zelve tempert de vrijheid. Men kiest op eigen verant-
woordelijkheid, draagt zelf in de eerste plaats de ge-
volgen van een goede en ‘verkeerde keus. Het is het
stelsel van maatschappelijke premiën en ‘boeten, waar-

1)
Hebben de socialisten niet zelven aan dit getimmerte
het ijver’igst helpen bouwen?
Nu
wordt ‘het verloochend,
omdat de uitkomsten ietwat comproinitteeren. De nood-
maatregel, waarvan de onmisbaarheid wordt toegegeven,
w’er.d echter ,,daarenboven nog ‘ toegepast door tegenstan.
ders”. Dit laatste is ‘meer handig dan fair.

404

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

‘van Pierson in zijn Leerboek spreekt. Het handels-
reizigersdom, het reclameiwezen, zij hebben een scha-
‘dolijke, maar 66k een gunstige zijde. Ieder, die een-igs-
zins belangrijke zaken doet, w

eet, hoe noodi-g het.kan

zijn een ‘dommelenjd publiek uit den slaap te wekken,
achrterlijkhoid en s-leur in do behoef’tevoriming en de behooftev-000zieninig te bestrijden, en dat -niet alleen
of niet zoozeor om aan concurrenten vliegen af te
van-gn en debiet to verplaatsen, ook niet uitsluitend
om eigen ‘Lak te spekken, maar om mede het sociaal-
economisch bestaansrecht van een vooruitstrevenden
oudernemersstand te bewijzen. – De aanpassing aan
nisselende behoeften van het publiek wordt door het
particulier – initiatief beter gewaarborgd dan door
soci-alisatie; de laatste, -evenals b.v. veribruikscoöpe-
ratie, logger, minder rvindingrijk, gebaande wegen vol-
gend, zal in eik geval beperkt moeten -blijven to-t dat
deel van het productieveld, waar artikelen worden
vervaardigd, die een vrijwel co’nstante vraag tegenover
zich vinden. Wat echter kleur en fleur aan het leven
geeft, wat behoort tdt het terrein van den instellec-
tueelen en cultureelen ‘vooruitgang en tot voortgaande
differentiatie van behoeften leidt, kenmerkt ziek
veelal door een v-atiabiliteit, waartegen een verbruiks-
statistiek, die alleen

het verleden bestrijkt, het nood-
zakelijk aflegt. Ook bij de verbruikscoöperatie is de
winstprikkel geëlimineerd ten behoeve van gemeen-
schapazorg, maar nu bedenke men, dat hierin juist
de zwakke plek gelegen is •en de hoofdoorzaak, waar-
door de coöperatieve, di. onderlinge wijrLe van
be-
hoeftenvoorzieniné tot zulk een klein terrein beperkt
moet blijven en noodzakelijk achterstaat ibij een
speculatiove onderneming. ‘Wat voor den kleinen
kring der ,,K-onsurngenossenschaft” waar is, geldt a
fortiori ivoor de veel grootere gemeenschap, die een
gesociali-soerd bedrijf te haren behoeve inricht. Ook
hierop zijn de woorden van Pohl-e
1)
toepaaselijk, waar
hij o.a. zegt: ,,Wenn der Erverbstrib die Organi-
sation der Produktion ü’bernimmt, so ist einmal -besser
für die Befriediguag nou auftauchenden Bedarfs in
der Volkswirtschaft -gesorgt. Das höngt sohr ein±ach
so zusammen: Um neu nntstehen’d-en Bëdarf auf dom
‘Vege der – -erwer-bswirtsehaftliohen Pro-duk tiion zu
befriedigen, genügt es, dass ome einzelne odor
höchstens eini,ge venige Personen die Ucherzeugwig
von dem Vorh-andensein des neuen Bedarfs gewinnen
und bereit. sind, iihre Ar.beitskralt und ihre Mittel
in den Dienst der neven Produktion zij ‘stellen.” Zoo
mag men, bij social.isatie, wel bedenken, dat het niet ,alles goud is, wat er blinkt, dat gemeenschapevoort-
brenging ‘zich niet tot – het -specul-atieve ondernemer-
schap verho-udt als licht tot duister en dat inzonder.-
hei’d op het groote -gebied, dat ovenblijft nadat -de
nood;druft is -gestild; de economische -en cultureole
vooruitgang een toenemende ‘verscheidenheid ‘en wis-
seling onderstelt, waaraan veel eenvoudiger de functie
van het eigenibelang beantwoordt, dan ‘die van een
gemeenschapszin, waarop men hoopt, doch waarvan de grens spoedig wordt ‘bereikt. Het blijft een uiterst
risquante zaak, den winstprikkel bij de productie te
verzwakken en ten -slotte veg te nemen. Dat voelen
cle samenstellérs van •het Rapport natuurlijk ook wel.
Het veel gesmade stukloon, getemperd door minima
en maxima, willen zij handhaven, een bewijs, dat zij
het op den gemeenschapszin bij de arbeiders niet wil-
len laten aankomen. Uitstekende ‘kiachten op organi-
satorisch en technisch -gebied moeten hoog worden
gehonoreerd. Eén stap verder -en men erkent, dat -de ondernemer, die in :heit huidig -stelsel nieuwe vegeu
opzoekt en ‘door den uitslag gelijk krijgt, hoewel goed-
deels door winzucht gedreven, nuttig werk voor de
gemeenschap verricht en dat de winstprik-kel zelf ten
goede heeft gefunctionn-eerd. Een bedrijf sloi’der zal
altijd een ander type wezen dan een eiigen-onderne-
mei, -zooals b.v. in (het agrarische een ‘bedrjfboer in
zijn doen en laten duidelijk te onderscheiden is van

i) Kapi-talismus un’d Sozialismus, blz. 33

een -nog zoo bescheiden pachter of eigengeërfde, die
weet, dat de bloei der onderneming van zijn eigen
welvaart niet is te scheiden. –

De conclusie uit het ‘Rapport, dat met ‘het oog op-
de verspillin,g van productieve kracht ‘ ,,zeker vooral
in de huidige verarmde wereld so-cialisatie een drin
gende noodzakelijkheid (is),” komt mij geenszins
klemmend voor. Daartoe zijn de–praemissen veel te
eenzijdig gesteld. Er, is onder het kapitalisme verspil-
lin-g, zeer eeker. Maar er is -oök onder den druk van
concurrentie, er i-s ouder de werk-ing van den prikkel van het eigenbelang bezuiniging naar alle zij-den. Een
deel der bemiddeling tus-schen aanibod en vraag, een
deel van het reclamewe’zen is geenszins met ,,verspil-
ling” gekenschetst, daar er ibehoffidbevrediging uit
resuliteert, die anders zou uitblijven of minder goed

zou tot stand komen. Zal ‘bovendien het gesociali-
seerdo bedrijf niet dikwijls ook voor -de noodzakelijk-
heid -staan, ‘vraag wakker te schudden en te prikkelen,
waarbij ‘tusschenschakels, die geld kosten, niet kunnen
worden gemist? Niet
iie
wil -beweren, dat die offers
verspild zouden wezen, maar wel ligt die opvatting
in de generalisaties van het Rapport. En, wil ik
vragen, is er niet een zeer groote kans, dat waar
nauwlijks de eene v’erzinkput is gedempt, -clie bij
socialisatie een andere zich -opent? Men beseffe wèl,
welke kloof er gaapt tussehen huishouden, zuinigheid
betrachten, economisch 0-ingaan met al wat to-t voort-
brenging wordt v-ereischt, eenerzijds wanneer dat
alles ‘voor eigen rekening geschiedt, waarbij de exploi-
tant zèlf de voordeelen plukt van zijn beleid, en ander-
zijds wanneer die gedraging voor rekening en ten

profijte van een, ander, de gemeenschap zal geschieden.
Het schijnt mij ‘geen overdreven pessimisme, te meenen,
dat spoedig zou blijken, hoezeer de -gemeenschapszin
was oçverbelast. Hoe is er geleeM en omgesprongen met
de rijkagoederen door gem-obil-iseerden -en -helaas ook
door hoogergep1aatsten, van wie toch zelfs werd ver-
vacht, dat zij hun
leven voil
zouden hebben voor dage-
meensch-ap in geval van -oorlog? Tot de gemeenschap
als abstractie, reikt het denken er massa niet. Zal het

bij socialisatie zoo radicaal anders worden? Er zullen
van buitenaf kunstmatige prikkels, premiën en -boe-
ten ‘bv., moeten worden bedacht, om al te schrome-
lijke ver1iwisting tegen te gaan. Doch ten eenenmale
o.ngemotiveerd schijnt mij -de door het socialisme

tegenover het k-apitalisme aangenomen houding, als
zou het -laatste evenzeer door de aanwezigheid van ver•
spilling van productieve kracht gekenmerkt wezen
als het eerste door haar ontbreken. Het is de utopische
gemeenschapsmensch, even onwezen}ij-k als de homo
economicus der -klassieke economie, -die roet in de –
socialisatie-pap zal gooien. Men kan er zeker ‘van zijn.

Het is geen prettig wei’k, illusies tê moeten versto- –
rem Er schuilt in de gebrekkige psychologie waarmede het socialisme meent uit te kunnen, een groo’te bemin-
nelijIeid, een ‘zekere ,,ca’ndeur” als waarvan Olémen-
ceau met betrekking tot Wilson gewaagde. Maar ‘het is
nu eenmaal niet ander-s, de wereld der feiten vraagt
voor haar veijbetêring allereerst wijd-openo oogen,
een oub-evangen blik, zin voor, het reëele. Dt betee-
kende toch -ook de oiverganig van utopie tot weten-
schap, waarover Friedrich Engels -schreef. Maar hoe
noodlottig wordt de ver-blinding, die meent met alle

onh:istorisch utopisme te hebben gebroken, doch van
een komend .mensohelijk altruïs-me, een alles-overwin-
rond comrnunairteitsgev-oel – niet in den roes van
een oorlog, maar in de da:gelijksch-e lervensdingen, ‘bij
den arbeid – -droomt z66 verheven, dat, Ms het ge
meengoed was geworden, het heele -socialisme met alle

stad’iën van socialisatie mee-inbegrepen zich bij zijn
geboorte reeds teu hebben overleefd!

Het ar:beidslooze inkomen is het vierde onderdeel,
waarover de Inleiding handelt. Steen des aanstoots
bij uitnemeudheid; sedert Marx zijn ‘banvloek tegen de
,,meeiavaarde” -slingerde. In de meerwaarde, in rente en pachtwaai-de, in het daaruit op-getrokken arbeids-

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

405

boze inkomen steekt de uitbuiting van den arbeid
door het kapi’talisme. Terwijl echter Marx thet bewijs,
dat alle ,meerwaarde, onverschillig haar bedrag en dus
principieel, op uitbuiting berust, trachtte te leveren

met zijn arbeidswaardeleer, vraagt ‘men, sedert •die
leer onhoudbaar ‘bleek, wat ook van söcialistische zijde
wordt erkend, zich thans vergeefs af, welke weten-
schappelijke waardij nu nog aan het leerstuik van

meerwaarde en kapitalistische uitbuitiiig moet worden
toegekend. Onder het socialisme mag niemand reer
sparen voor belegging: gevolg zal zijn, dat ‘veel meer

wordt verteerd dan. nu
reeds het geval is, vermits uit-
stel van verbruik geen rentehelooning meer wacht. Do
kapitaalvormg wordt een tak van over’heidszorg:
gevolg zal zijn, dat de arbeider toch niet de volle

opbrengst van
,,zijn”
product zal genieten en hij, in
plaats van door de particuliere kat, door den ge-

meenschapskater zal worden

gebeten. Alleen wat de

kapitalisten nu niet beleggen, doch aan goederen van
meerdere of mindere weelde spendeeren, zou tot ver.-grooting ‘van het aribeidsinkomon beschikbaar komen,
wanneer ten minste de socialistische gemeenschap in
kapitaalbezit niet zal achterop geraken, doch algemeen
w’ord’t ingezien en toegegeven, dat dit beschikbare
deel der ,,meerwaarde” ‘bedroevend weinig ‘beteekent,
wanneer het over de veelhoofdige massa der ,,ei’gen-
lijko producenten” werd verdeeld. D.aar’voor behoefde
men al dien omslag niet te maken, noch de risico’s van
het experiment op ‘de schouders der gemeenschap te
leggen. In’tusschen, zoolang ‘het strikte bewijs niet is
geleverd, dat ondanks de technische medewerking ‘van
natuur en kapitaal, de arbeid de eenige factor is die
economische waarde creëert en tot wien dus ook alle
waarde moet terugkeeren, ware het raadzaam de prin-cipieele u,itbuiting der huidige economische orde wat
minder luidruchtig op den voorgrond te plaatsen
wegen’s de mogelijkheid – ik druk mij zeer zacht uit
– dat de bron der waarde ergens anders schuilt, zoo-
dat uit de wijze van haar ontstaan niet z66 maar tot
een recht op ‘de gausohe opbrengst der voorthrenging
ten behoeve van de arbeider.s kan w?orden. besloten.
En eenmaal de igeoorloofdheid van een ,,aftrek” toe-gegeven, waar blijft dan het beginsel, dat ons in zake
‘het ar’beidsloos inkomen zou gescheiden houden?

Uitvoerig wordt stilgestaan hij de ‘n’adeelen, die de
verbruikers onder het lapitalistisch stelsel ondervin-
den, doordien de productie niet is ingesteld op hun
belangen, doch winst het eenig richtsnoer is. De

voornaamste staaltjes, waarbij van uibbuiting der
verbruikers ‘bleek en die het rapport noemt, zijn ‘ken-
merkend genoeg particuliere monopolies, die in ge-meentebeheer overgingen, en waar men vergelijken
kon, bv. gas en tram. Wat dit laatste betreft, zou ik

er op willen wijzen, dat momenteel de rit nog duur-

der is
bij
de Amsterd’amscho Gemeentetram (en bij de
Groningsche ‘dito) dan bij do particuliere Haagsche.
Men bewijst met zulke voorbeelden niet veel, omdat
voor een juist oordeel het complex van omstandig-
‘heden, waaronder de bedrijven werken, moet weiden

gekend. Dat particuliere maatschappijen niet toegan-
kelijk zijn voor het stelsel van goedkoope vroegritten
ten behoeve van de aiibeidersbevolking, gelijk het

Rapport wil suggereeren, volgt uit het enkele geval

van de vroegere Amsterdamsche, Omnibus-Maat-
‘schappij, toqn de afstanden in ‘de hoofdstad boven-
dien nog niet waren wat zij nu zijn, allerminst. Het
is alweer toe ‘te geven, dat er schromelijke vervalschin-
gen van voedings- en genotmiddelen voorkomen. Maar
‘de keuringsdiensten, die het Rapport ‘in iôn adem

‘noemt, ‘bewijzen dat daartegen onder ‘het kapitalisme
wordt opgetreden. Er is ook nog eerlijke handel, er
zijn nog kooplieden en producenten groot en klein,
die ‘voor een ‘behoorlijk product met een redelijke

winst genoegen nemen. En ook hier bevat het be-
staande stelsel in zich de kiemen tot herstel en weg-

neming van ‘misbruiken. Wanneer de concurrentie
maar niet wordt uitgeschakeld, staat hij die voor

denzelfden prijs beter waar levert per se ook sterker.,
En het publiek, dat ‘zich wil laten ‘bedotten, verdient

weinig beter. Of moet de gansche maatschappij won-
den herbouwd van den grond af, om domheid te be-
schermen? Dat ware eerst recht ,,domheidsmacht”.
Het socialisme, dat welverdiende lauwren heeft ge-
oogst op hot gebied van do volkson.twikkebiug, hebbe
vertrouwen in de uitwerking daarvan. Men laat
zich niet meer zoo voor den mal houden, en ‘verder
verblijvo aan een gezonde mededinging en aan de keu-
ringsdiensten het zuiveringsproces, waar nog noodig,

gernandeerd. De toestanden, die zich in en door den
kettinghandel en anderen prijswoeker hebben ontwik-
keld en op ‘hët gebied van woningru.imte ib.v. nog lus-
ti’g hun loop nemen, zij mogen ons het schaamrood
naar de kaken jagen en ons doen wanhopen aan ,,den
meusch” of ,,de meuschelijke natuur” in ‘het algemeen,
zij ‘mogen met ergernis vervullen over regeerings-
maatregelen, die dikwijls het omgekeerde uitWerken
van wat ze bedoelen, die te laat komen Jof ‘heelemaal niet komen, maar wat bewijzen deze wrange vruchten aan ‘den boom der ,,tijdsomstandigheden” tegen eenig stelsel, welk dan ook? Evenmin als het ‘veel bewijzen
zou, wanneer ‘het socialisme in een tijd van massale
wereldverwoesting werd meegesleept in de wieling
en zich niet vrij ‘kon houden van smetten, evenmin
bewijst de ellende, uit zulke ‘cataclysmen voortgeko-
men, veel tegen ‘het vigeerend systeem. Wat ‘de scherp-
ste afkeuring waard is, kan misbr!lik blijken van iets
goeds. En dat is hier het geval. Onitiek op het be-staande ligt voor het
grijpen
en slaat in, want zij

vindt weerklank in het, leed en onrecht, dat
thans

wordt gedragen. De gebreken, die een toekomstige,
een geprojecteerde orde zullen aankleven, worden ge-

makkelijk
voorbijgezien
of licht geteld, juist omdat

d5fr alles nog toekomstmuziek is. Een onuitroeibaar
optimisme ziet telkens in het andere ook het betere.
Dat echter eèn productiesysteem, ‘dat los is gemaakt
van ‘de ‘vinstmakerij en ‘dat eigenlijk een generalisatie
is van wat wij nu cl h’ebben in de verbrui’kscoöpei’atie
en tot zekere hoogte in het overheidsbedrjf, in ánder
opzicht de beloften jegens de verbruikers niet zal
kunTnen inilossen door gemis van de goede qualitei-
ten der particuliere onderneming, haar vooruit-zien,
haar leni’gheid en wat ik meer hierboven reeds heb
aangevoerd, lijdt ‘bij mij geen twijfel. De ‘drang ‘der
verbruikers, nu tegen de uitwassen van het kapita-
lisme gericht en slechts ‘door wanbegrip dit laatste
met de eerste vereonzelvigend, zou zich later wel eens
tegen de soci’alisatie-proeven kunnen richten of zich,
gedesillusioneerd, daarvan afwenden. De kracht der
socialistische :oppositie is nog steeds, dat zij oppositie
is. Op het kussen, ‘zou de ontevredenheid met het ‘dtn ontstaande niet lang zich doen w’achten. En de verbe-
teringen, die ‘men, na veel leergeld op kosten dci’ ge-
meenschap, dtn zou ‘gaan aanbrengen, zij zouden naar
alle waarschijnlijkheid even noovebe concessies zijn

aan het ‘thans geldende, veel te algemeen veroordeelde
stelsel.

H. W. C. BORDEWIJK.
Groningen, Mei 1920.

CONS’TANTINOPEL, DE DARDANELLEN EN

DE BO,SPOi?US IN ‘T VEJUJEDEN EN HEDEN.

II.

De verovering van Constantinopel in 145,3 bracht
de stad op handolsgebied zware slagen toe. Maar nog meer werd de econornisch-geographisehe positie van
deze stad veranilerd door de verplaatsing der groote
handelswegeu uit West-Europa naar Indië, als gevolg
van den gevonden zeeweg om Zuid-Afrika. De Ita-
liaansche bemiddel’in.gshandel zag zijn bloeitijd voor-
.bijgaan, en de Indische handel over Constantinopel
verminderde. Ook de handel op de Zwarte Zee kwam
in een gewijzigde positie. De Turken waren een volk van •krijgslieden, niet ‘van handelaren, en legden het
zwaartepunt dci’ politiek in veroveringen en strate-

406

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

.gisQhe kracht. De Zwarte Zee was nu geheel ingesloten
door Turksehe landen, werd een Turksche Zee, en het
verkeer der Italianen en andere vreemden, wer.d be-
lemmerd. De Porte bouwde sterke forten, om den
toegang tot

de Straat der Dardanellen te kunnen
tegenhouden, en met de vrije handelsbeweging was het
gedaan. Wel bleef Constantinopel nog een aanzienlijke
handelsstad, maar de handel was gelocaliseeld; een
hoofdsehakel in het groote wereidverkeer zooals voor-
heen was de stad niet meer. De landen om de Zwarte
Zee werden teruggedrongen in een afgesloten uit-
hoek; de eens zoo druk bezochte zee kwam buiten de sfeer van het hoofdverkeer te liggen.
De nadeelen daarvan werden weldra door Coistan-
tinopel gevoeld en ook in het Westen begon men weer
aan het Oosten der Middellandsche Zee de aandacht
te wijden, toen de voortgaande expansie van het
Turksche gezag tot staan kwam. Frankrijk was het
eerste land dat, trots alle godsdienstige vooroordeelen,
met handels- en politieke doeleinden zich met den
Sultan in verbinding stelde, in 1534 •een gezantschap
naar de Porte zond met het doel de staatkunde aan
handelsbetrekkingen dienstbaar te maken. –

Eigenaardig was bij het aanknoopen der handelsbe-
trekkingen tusschen de Westersche landen . met de
Porte het tot stand komen der z.g.
capiiulaties.
Hier-

onder verstaat men oorkonden aangaande de door
Turkije aan vele Europeesche staten toegestane privi-
leges; welke op alle takken van het internationale
verkeer ‘betrekking hadden, en waardoor de onder-
danen der Westersche staten tot voor kort (in 1914
werden zij opgeheven) in Turkije voorrechten geno-
ten, die met •extorialiteit (het recht om in een vreemd
land onder eigen wetten te leven) overeen kwamen,
waardoor de vreemdelingen ‘zelfs in gunstiger econo-
mische positie verkeerden, dan de inlandsche Turksche
of andere Oostersche bevolking. Die capitulaties
kwamen voort uit het Mohammedaan.sche ‘begr’ip, dat
de Sultans als Kaliefen, d.i. opvolgers van Mohammed,
zich boven de Christelijke vorsten verheven gevoelden,

en .dat deze zijn natuurlijke vijanden waren. Dit gevoel
van meerderheid blijkt ook uit den tekst der capitu-
laties, waarin de Sultan in tegenstelling met andere
vorsten wordt genoemd: Koning der Koningen”, Mid-

delpunt der werel’d”, enz. En het was aanvankelijk in
het volle bewustzijn van hun kracht en macht, dat de
Sultans als het ware uit een gevoel van genade en
groothartigheid de privilegiën gaven aan de Chris-
tenen, die zoo ver beneden hen stonden. De Christen-
vorsten omgekeerd achtten het beneden zich een
ver-

bond
met de Turksche majesteit te sluiten, en waren
gesteld op eene cap’ifulatie, oorspronkelijk geen twee-
zijdige verhouding aandui’dend, maar waarbij zij voor-
deelen erlangden. Hierdoor ontstonden rechten van
vreemden in het Turksche Rijk, welke voor de latere
Turksche vorsten niet zelden drukkend waren, en die
den invloed van vreemden in het rijk sterk maakten.
Dé eerste dezer capitulaties was die door Soleiman II
aan Koning Frans T van Frankrijk in 1535 geschon-ken, en die vele voordeelen schonk aan de nederzet-
tingen van Franschen in het Turksehe Rijk tot het
drijven van handel. Toen Frankrijk was voorgegaan
om betrekkingen met de Turken aan ‘te knoopen, volg-
den andere ‘belanghebbende christelijke natiën. De Re-
publiek Venetië verkreeg vijf jaren later een sdort-
gelijke capitulatie; de Genueezen trachtten er in 1554
eee te verkrijgen, maar de tegenwerking van Frank-
rijk hield ‘dit tegen, en niet voo’r 161,2 bereikte G-enua
het doel. Portugal en Spanje hadden te veel hun aan-
dacht aan Indië en aan Amerika gewijd, en zagen er
weinig belang in met het Turkseho Rijk in betrekking
te treden. Doch Engeland gelukte het in 1580 een
capitulatie van den Grooten Heer te verkrijgen,
waardoor aan de Engelschen vrij’handelsverkeer onder
eigen vlag werd verzekerd. En Holland verkreeg een
capitulatie in 1612.

De Nederlanders hadden bij de uitbreiding hunner

scheepvaart, en vooral nadat Spaansch-Portu’geesche Jo’den daarop meer de aandacht bedden gevestigd, al
in de 16e eeuw er aan gedacht hun vaart naar het
Oosten ‘der Mid’dellandsche Zee en in het rijk van den
Sultan uit te breiden. Aanvankelijk ‘deden zij dat onder
de toen nog bevoorrechte Fransche vlag. Maar reeds in 1604 hadden de Staten-Generaal een schrijven aan den
Sultan gericht, waarin er op gewezen werd, dat de
Nederlanders evenals de Porte tegenover de Span-
jaarden stonden, en .dat zij dus als het ware bondge-
nooten waren met geljksoorti’ge belangen. En met het
aanwijzen van die verhouding werd, gelijk het echten
kooplieden betaamt, ‘de vraag er aan verbonden om
handeisprivilegiën benevens de Vrije vaart van de Ne-
derlandsche vlag in de Osmaansche ‘havens, onder de
verzekering, dat tegelijkertijd ook ‘de Nederlandsche

havens open zouden staan. Eerst in 1610 bewees de
regeering te Constantinopel, dat zij de vriendschappe-lijke betrekking met de Nederla’uden op prijs zou stel-
len, en •de Staten-Generaal besloten in 1610 Dr. Cor-nelis Haga, die juist als gezant uit Zweden was terug-
‘gekeerd, naar Constantinopel te zenden. Deze wist met veel ‘diplomatiek beleid een capitulatie van de
Porte te verkrijgen, waardoor de Vrije handel te land
en ter zee in het geheele gebied van !den Sultan werd
toegestaan, welke vrijheid werd uitgestrekt tot de
Zee van Azof, Rusland en Cyprus. In 1612 verscheen
het, eerste schi’p onder Nederlandsche vlag in Turkije.

*

*
*

Begon er aldus na 1535 wel weder een vrij aanzien-
lijke handel van de Westerscho mogen’d.heden op Con-
stantinopel, toch was ‘de vaart voor dezen op de
Zwarte Zee gering’ of bestond die niet. Deze zee was door de forten der Dardanellen afgesloten. Het eerste
land, dat pogingen aanwendde, om daar verandering
in te brengen, was Rusland, dat hierbij belangen had.
Dit land was als binnenlandsche staat ontstaan uit
het Mosko-visch Rijk. Reeds Peter de Groote koos-
terde den wensch zijn land zoowel met de Zwarte Ze
als met de Oostzee ‘in verbinding te brengen. Het
laatste gelukte eerst voor goed onder de ener.gieke
Katharina II (1762—’96), toen ‘het Russische rijk
werd uitgebreid tot de oevers der Zwarte Zee in 1774.
Nadat vervolgens de monden der Don en der Dnjepr
bevaarbaar gemaakt waren, de strooptochten der
Kozakken en Tataren in Zuid-Rusland waren bedwon-
gen, en door kolonisatie van Zuid-Duitschers Zuid-
Rusland meer in cultuur ,gebracht was, werd de aan-
dacht gevestigd op de zeevaart op de Zwarte Zee,
waar het verkeer tot dien tijd beperkt was tot de
Turksohe vlag.
Een poging om een Russische vloot op de Zwarte
Zee te vormen, was reeds gedaan door Peter den
Groote, die het eerste Russische schip
Kriepost
met
een gezant naar Constantinopel izond, om een vredes-
verdrag ‘met Turkije te sluiten, en te trachten naast
andere privilegiën van den Sultan ook te verkrijgen
het recht van vrije v’aai-t voor Russische schepen op
de Zwarte Zee, van Azow en Taganrog naar Con.stan-
tinopol. Maar het antwoord was, dat ,,la mer Noire
porte chez eux le nom ‘de v’ierge chaste et pure, car personne n’a le ‘droit ii son accès et la navigation .3
est interdite
a
tout bâtiment étran,ger.”
1)

De eerste poging om weder vrije scheepvaart naar
en op de Zwarte Zee te verkrijgen mislukte aldus.
Maar dit pogen was liet begin van een strijd, die tot
op dezen tijd voortduurde, waarbij schier alle ‘landen
van Europa min of meer betrokken zijn geweest. Her-
haal.delijk werd Europa in vlam gezet, enkel om de,
vraag omtrent vrijheid van beweging van en naar de
Zwarte Zee te beslissen.
Door de zegepraal der Rnssische wapenen op Turkije onder Katharina II wist ‘deze energieke
Keizerin in 1774 bij’ den vrede van Kutschuk-Kai-
nardsje, behalve andere voondeel.en aan de Zwarte Zee

1)
Serge G’oriainow, Le Bosphore et les Dardanelles 1910.

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

407

ook de vrije scheepvaart in deze zee en in de Aegeïsciae
Zee van de Turken te verkrijgen. Daar-mede was Rus-
land -gevorderd in de richting, die zijn politiek voor
oogen stond, en kon het beginnen met de vorming van
een ‘handelsvioot op de Zwarte Zee.

Katharina II werkte in die richting ver-der. Zij
richtte in 1776 te Oonstantinopel een Russisch hart-
deishuis op, -o.m hier-door aan Engeland, Frankrijk en
Italië de gelegenheid te openen de Russische produc-
ten aan ‘den Bosporus te bekomen. Evenwel, door
tegenwerking van de Pôrte slaagde het plan niet.
Toch wisten in 1781 eenige particulieren vijf schepen
van Kherson met ladingen hennep door -den Bo-sporus
en de Dardanellen naar Fransche havens te brengen.

Rusland ging intusschen verder m-et de kuststreken der Zwar-te Zee tot ontwikkeling te brengen, en legde
in 1792 den grondslag voor -de haven van Odessa. In 1784 werden de Russische havens aan de Zwarte Zee
opengesteld voor -den handel van alle natiën, en sloot

dat land handel-sverdragen met Italiaansche staten,
Oostenrijk en Frankrij, landen die -door hun geogra-
phische ligging tot -den handel over de Zwarte Zee
met Rusland waren aangewezen. Engeland en de
Nederlanden -dreven den handel met Rusland over -de
Oostzee, en waren daarvan uites-loten. Doch
bij
die

toeneming van het verkeer naar -de Zwarte Zee toonde
de Porte zij opperheerschappij over -de zeestraten, en
kende Turkije all-een aan .de Ragus-an-en het recht toe
om on’der Turksche vlag door door de Dardanellen te varen. Aan de Oostenrijkers werd hetzelfde recht toe-
gestaan.

Daarmede verkregen ook andere natiën rechten van
doorvaart door de Dardanellen en den Bosporu’s. Toch
kwam de -schèepvaart op -de Zwarte Zee -in de 18e eeuw
nog niet to-t belangrijke ontwikkeling, en -in het eind
dier eeuw werden de Russische havens alhier nog
slechts door gemiddeld 470 schepen per Jaar bezocht,
waarvan 16 onder Russische, 276 onder Turksche vlag,
terwijl verder de scheepvaart van Grieken en Italia-
nen hier van 1betéekenis -was.

In den
tij-d
der. Fransche oorlogen, omstreeks het begin der 19e eeuw, toen het Fransche lèger naar de
Turksche landen in Egypte trok, schaarde de Sultan
zich aan de zijde van Rusland tegenover Frankrijk,
terwijl Rusland beloofde Turkije te zullen bijstaan
met 12 schepen. Dit land stond -nu aan Rusland
.
(23 Dec. 1798) de vrije vaart door de Dar-danellen naar de Mid-dellandsche Zee toe. Dit was de eerste
maal, dat een Russi-sche oorlo-gsvloo-t door de D-a-r-da-
nellen naar de Middellandsche Zee voer.

Sedert dien tijd stonden voor de Ru’ssische poliziek,
om geheel vrije beschikking 0v-er de Dardanellen te
verkrijgen drie wegen open, zooals Graaf Victor
Kotchoubey in 1802 in een rapport aan Ozaar Alexan.
der het uitdrukte: èf verhaasting van

het einde van
den Turkschen staat in Europa, ôf een verdeeling van
Europeesch Turkije met Oostenrijk en Frankrijk, ôf
de uiteenspatting van- -den Turkschen staat tegen te
gaan, omdat met de Turken als -goede en zwakke buren
nog het best viel -te onderhandelen. De groote -mogend-
heden, -die in ‘t vervolg van tij.d belang verkregen bij
de zeestraten, die wij hier bespreken, volgden al naar
de omstandigheden het eene of het andere beginsel.
Zoo werden de belangen
bij
deze zeestraten de oor-
zaak van de afwisselende politiek der Europeesche
mogendheden ten opzichte van Oonstantinopel en het
behoud der positie van het Turksche Rijk en van
den -Sultan. De residentie van het Turksche Rijk, een-s
in het centrum van het groote Turksche gebied, lag
op een plek, waarbij alle zich krachtig ontwikkelende
naties in Europa nu belang had-den, maar welke-de een
den ander niet -gunde. De internationale politiek ten
opzichte van Oonstantinopel
wijzigde -zich telken-s met
-de -staatkundi-ge conjunctuur. En bij schier alle oorlo-
gen en vredesver-dragen in de 19e eeuw van groote
beteeken-is was Oonstantiinopel direct of indirect be-
trokken, werd aan het bezit ‘dezer stad -gedacht. De

diplomatieke geschiedenis van Constantinopel, de
Dardaneilen en den Bosporus en het Turksche Rijk
vult -boek’deelen;
wij
beperken onk slechts tot cenige
hoofdlijnen.
De vred van Adriahopel in 1829, die een eind
maakte aan den Griekschen vrjheidsoorlog tegen
Turkije, gaf ook aan Rusland, date Grieken gesteund
had, deelen van het Turksche Rijk, maar bepaalde ver-
der, dat de -doorvaart van -de Dardanellen niet alleen
aan Russische, doch ook aan an-dere ‘handelssc.hep-en
werd toegestaan, nl. van staten, waarmede Turkije
in vrede leefde. T-oen werd de Zwarte Zee ge-
open-d voor alle handelsschepen. Het -b:ondgenoot

schappeljk ver-drag, dat 8 Juli 1833 tusschen de Porte
en Risland te Hoenkiar-Iskelessi gesloten werd, be-
vatte een geheim artikel, dat Turkije onder geen voor-
wend-sel de doorvaart van vreemde oorlogsschepen zou
toestaan. Daardoor •had Rusland zich de -heerschappij
over de Dardanellen, en-z. verzekerd. In 1841 werd
door -het -viervoudig verbond tusschen Engeland,: Rus-
land, Oostenrijk en Pruisen met de Porte de sluiting
der Dardanellen voor -and-ere dan Turksche oorlogs-
schepen, Ru.ssische met andere gelijk gesteld, uitdruk-
kelijk -gestipuleerd, zooals dit recht van de Porte reed-s
in 1809 door het Turksch-En’gelsch verdrag werd
erkend. Turkije werd verplicht dit beginsel toe te
passen; alleen voor lichte oorlogsschepen in dienst
van gezan-tachappen, werd een uitzondering gemaakt. Deze toestand werd ook gehandhaafd,-4oen Russische
overmoed op de Zwarte Zee in 1853 de strijd met
Tur-kije deed losbarsten, die 0-ver-ging in den Krim-
oorlog, 1854—’56, welke met den vrede van Parijs
• 1856 eindigde. Alleen werd nu voor -de bewaking van
– den Donaumond de doorvaart van twee -kleine oorlogs
schepen door de Straat der Dard-anellen toegestaan.
Doch door het verdrag van 13 Maart 1871 te Londen
gesloten, wei–d ten behoeve van Ruslan-d door de onder-
teekenaars van het verdrag van Berlijn erkend, dat
Turkije de bevoegdheid bezat in vredestijd voo-r de
oorlogsschepen van bevriende met Turkije verbonden
mogendheden de doorvaart toe te staan. Bij de akte
van -het Congres van Berlijn van 1878, werd dit recht
gehandhaafd.
• Bij -de Dar-danellen hield Turkije aldus steeds de
wacht. Alleen in 1891 werd aan de onder -h-andelsvlag
varende Ru-ssische vloot toegestaan er -door te varen en
in 1905,
-bij
den Japanschen oorlog, ‘heeft Rusland de
straten -door zijn ‘oorlogsschepen ‘d-oen passeeren, zon-
der dat ‘hiervoor toestemming werd- gevraagd.
Rusland voerde lang de politiek om .in het Balkan-
schiereiland zich invloed te verzekeren, ten einde
daardoor Con-stantinopel in zijn macht te kunnen ver-
krijgen. Aan den oorlog van 1877 lag voor Rusland
nog de gedachte -ten grondslag, zoo mogelijk Turkije
uit de Balkan-eilanden te verdringen, ten em-de er al-
dus v-asallenstaten van Rusland te vormen, ‘die dit land
geen hinderpalen in den weg zouden leggen bij het
voortdringen naar de Aegeï-sche Zee. Deze plannen
stuitten af op den tegenstand van En-geland en Oos-teni-ijk, die de heerschappij van Rusland 0-ver Con-
stantinopel en -de Dardanellen niet kon-den gedoogen.
Sedert ‘dien tijd kwamen -de Balkan-landen tot een
zelfstandigen strijd tegen Turkije, en Rusland moest
nu een anderen weg zoeken om naar Constantino3èl voort te dringen. Rusland -schoof toen zijn •machts-
sfeer in het Ar-menische hoogland en noordelijk
Klein-Azië voort. Maar -ook hiertegen waakte met be-
dachtzaamheid Engeland. Het voortbestaan -der Porte
was van die tegenstijdige belangen -der Groote Mo-
-gendhedn afhankelijk.
H. BLINK.

DE GOUDEN STANDAARD EN DE DISCONTO-

POLITIEK DER NEDERLANDSCHE BANK.

De uitvoerige beschouwingen van Prof. Van Gij-rt
in het nummer va-n 5 dezer van dit weekblad, naar
aanleiding mijner jongste twee artikelen in ‘hetzelfde
blad, vereischen
mijn-eraijds
eene beantwoording. Ik

408

ECONOMISCH-STATISTISCHE B

ERIÇHTEN

12 Mei 1920
rieen echter daarbij eenige heknoptheid in acht te

kunnen nemen.
Onjuist is Prof. Van Gijn’s bewering, dat ik een
afvallige zou geworden zijn van dan gouden standaard,
of als zoude mijne zienswijze te dien aanzien althans

eenige wijziging ondergaan hebbe.
Ik deelde nooit cd deel ook nu nog niet de’meeniinig

van hen, die van oordeel
zijn,
dat Nederland goed zal

doen den gouden standaard prijs te geven als grond-
slag van zijn muntiwezen, en dat de goud-dekking bij
de Nederlandsohe Bank van ons f.iduciaire ruilmiddel
zou mogen vervallen, de bank haar goudbezit los-.
latende en dit metaal verwisselende tegen – ja waar-
tegefl? nu erkend heeft moeten worden, dat dd aan:be-
veling dier verwisseling tegen wissels op hot buiten-
land niet was vol te hou4en.
Ik deel ook niet de meaning van Prof. Van Gijn,
dat ,,in beginsel” een geheel goudloos muntwezen wel
mogelijk zou zijn, en alleen maar de omstandigheden
nog veel veranderen moeten om daartoe te kunnen
geraken. Hoe dit beginsel in de praktijk zou toegepast kunnen worden, moet nog altijd blijken. Doch mijne zienswijze in deze maakt mij niet blind

voor het feit,

dat voor het oogenbl.ik de gouden

standaard niet meer den grondslag vormt van het
munt- en bankwezen in de voornaamste landen der
handeiswereld; gelijk voor het andere feit, dat daaruit
volgt, t.w. dat de Nederlandsc.he Bank zeer onjuist
zou handelen iffdien zij, wat betreft haar goudpolitiek,
met clie gewijzigde omstandigheden geen rekening

hield.

In mijn artikel ,,Terug naar den Gouden
Standaard?” (Econ.-St. Ber., 21 April) heb ik ge-
tracht aan te geven, welke v66r den oorlog- de toe-stand in deze was, hoe die thans gewizigd is en wat
daarvan de gevolgen zijn met betrekking tot het
onderwerp, dat ons bezig houdt. Ik zou slechts in
herhaling kunnen treden van het toen geschrevene, indien ik hierover opnieuw ging uitweiden.
Prof. Van
Gij
zegt intussohen, dat reeds v66r den
oorlog de bedoelde: toestand niet zoo •ideëel gunstig
was als ik schijn te moenen. Nu zij het hem toege-
geven, dat b.v. de Duitsche Rijksbank en de Franscihe
Bank destijds niet altijd volkomen correct te werk
gingen; maar desniettemin was, dank
zij
in de eerste plaats aan den overwcgenden invloed, welke toen
door Engeland op het geldverkeer werd uitgeoefend,
de toestand toch geu.oegzaam voldoende en wel dege-lijk zooals die dooi- mij werd aangegeven.

Prof. Van Gijn blijft int-usschen van meening, dat
de Néderlandsohe Bank onjuist heeft gehandeld door geen goud af te geven ter ‘bestrijding van de stijiging
van den wisselkoers op New York hoven degoudpari-
teit. Gezonde argumenten ter verdediging dier handel-
wijze, zegt
‘hij
nog niet te hehben aangetroffen. En
hetgeen hij hieromtrent verder schrijft is zoo opmer-
kelijk, dat ik dit woordelijk moet overnemen.

,,Het minst vage dat men dan nog hoort is –
schrijft hij dat wij goud afgevende, daarvoor geen
goederen, doch vorderingen, dubieuse wellicht, in het
bijzonder ,,Marken” zouden krijgen. Zulks zonde
inderdaad niet wenschelijk zijn.

,,Maar het lijkt ‘mij door Pierson .zoo ‘duidelijk en
helder uiteëngezet, dat de beslissing, welke goederen
wij uitvoeren (goud of iets anders) en welke wij in
de plaats daarvoor invoeren., afhangt van de vraag,
welke goederen – en vorderingen – men hier het
liefst wil missen (d.i. relatief het laagst waardeert)
eenerzijs, en het liefst wil hdbbeu (dus het hoogst
waardeert), anderzijds.”
De hier aanigehaalde woorden zijn m.i. inderdaad
zeer opmerkelijk en dat wel om twee redenen.

Ten eerste, omdat er weder uit blijkt, dat’ Prof. Van
Gijn zich maar steeds geen rekenschap geeft van het
verschil tussohen den bestaanden stand van• zaken en
dien van ‘vroeger onder normale omstandigheden.
Ten tweede, omdat uit Zijne adhaesie aan de door

Pierson geuite meaning hot blijkt – al zegt hijzelf
het niet – dat de door. de Nedei-landsche Bank ge-
volgde goudpolitiek toch eigenlijk ‘zijne volle goed-

keuring heeft. Immers, de Nederlandsche Bank zou
goud hebben kunnen afgeven omdat de. beslissing om-
trent de ‘goederen, diie wij willen afgeven, en omtrent

die, welke
wij
daartegen ‘verlangen te ontvangen, ‘van

ons zelf zou afhangen.

Dit nu was wel het geval onder de vroegere normale
omstandigheden, doch is thans het geval niet meer..

IvLaar wat volgt nu verder uit het door Prof. Van
Gijn gezegde? Dit, dat de Bank goud moest afgegeven,
mits zulks geschiedde in ruil van gewenschtegoederen.
Welnu, ‘z66 ‘heeft de Nederlandsche Bank gehandeld
b.v. toen zij, trots de stijging van den wisselkoers op
Zwitserland boven de goudpariteit, goud afgaf voor –

dat land, omdat dit geschiedde in verband met door
haar goedgekeürde operatiën. M’aarz66 heef t de Bank
geweigerd goud af te geven voor Nw York, omdat
dit zou hebben plaats gevonden in verband met opera-

tiën waarover zij volstrekt geen contrôle kon uit-
oef enen.

lic ko thans tot het Naschrift van Prof. Van Gijn’s
jongste artikel.

Uit zijne verwijzing, ten opzichte van de beteekenis
in welke hij, in zijn vorig artikel, het woord ruil-
middelen gebruikte, naar Hoofdstuk IV par. 4 der
Ilde af d. van deel 1 van Pierson’s Leerboek, blijkt. dat hij het oog had op overmaat of schaarschte van
ruilmiddelen in cda zeer bijzonder geval, namelijk in
verband met wijziging in de voortbrengin’gsmoeitè van
het als ruilmicidel dienstdoende metaal, of met wijzi-
ging van het •standaardmetaa], en met den invloed
hiervan op de ruiulwaarde van het standaardetaal
eenerzijds en alle andere goederen en bonen ander-
zijds; maar niet op ruimte of schaarsehte van ruil-
middelen in verband met wijzigingen in het handels-
verkeer.

‘Wij moeten dan echter, om ons een oordeel te kun-
rica vormen over deze beschouwingen, afwachten, dat
Prof. Van Gijn ons eens vertelt, hoe hij hierdoor
gelcomon is tot de verklaring en verdediging zijner
stelling, dat, in het algemeen, ruimte van ruilmid-
delen de circulatiebank moet nopen tot disconto-ver-
hooginig, schaarsclite van ruilmiddelen tot disconto-
verlaging.

In afwachting hiervan blijf ik met Pierson van
meaning dat ,brengt de Bank liare rentekoersen bovep
het algemeene peil, zoo is het zeker, dat hare hande-
ling
.
doel treft. Zij maakt dan de ongedekte circulatie
kleiner en bijgevolge het ruilmiddel ‘schaarsc’h”
1);
doel
dat zij ‘moet nastreven wanneer er een speculatieve
beweging in goederen of fondsen gaande is, dienten-
gevolge de kredietvraaig levendig is, de wisselkoersen
op het buitenland stijgen, enz. en welk doel zij dan
ook bereiken kan, juist omdat onder zulke omstandig-‘
heden er levendige ‘kredietvraag bestaat, terwijl deze
onder tegenovergestelde omstandigheden afwesig of
althans onbeteekenend is.
G.
M. BOISSEVAIN.
7-5-20.

DE PETROLEUM-INDUSTRIE 1’N 191

1.

Onze medewerker schrijft:

Wanneer de geschiedenis van’ de petroleum-indu-
strie in 1919 moet worden geschetst, treden daarbij
twee hoofdfiguren verre op den voorgrond.
De algemeene voorwaarden van het oliebedrijf wer-
den toch in het afgeboopen jaar, meer dan in eenig
tijdperk, beheerscht door de positie vn de stookolie
en benzine. –
Het steeds toenemend gebruik van liquid fuel in
het bijzonder kan de ,,feature” van 1919 worden ge-
heeten, wijl dit in hoofdzaak zijn oorzaak vond in de

‘) Leerboek, Zde di-uk, Deel T, hlz. 607.

12 Mei 1920

1
ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

409

gevolgen
van den oorlog, die zich in ‘dat jaar open-
baa iden.

In •de laatste jaren was het gebruik van stookolie
wegens zijn grootero
technische
aantrekkelijkheid
boven steenkool reeds voortdurend wassend geweest,
voornamelijk ‘wat oorlogsschepen betreft. Het snellere
bunkeren, zonder dat hiermede de vuilheid van het
inneien van steenkool gepaard ging, de geringere
ruimte ‘noodig voor de bunkers, waar het nuttig effect
van de liquid fuel ten minste 1,6 maal zoo groot is
als die van steenkool, de bezuinigingen, op het sto-
kerspersoneel waren alle voordeelen, die de schaal ten
gunste van de vloeibare ‘brandstof deden overslaan.
Bovendien wordt het hoe langer hoe ‘moeilijker bij
het zich verheffen van het levenspeil en de levens-
opvattingen van den arbeidersstand ‘om personen te
krijgen, die nog bereid zijn den stookarbeid op sche-pen te verrichten, die inderdaad, vooral in de tropen,
tot de minst aantrekkelijke behoort.De krijg deed
deze voordeelen nog scherper aan het licht komen; de
verschillende oorlogsvloten, in het bijzonder die van
het Britsche Rijk, gingen dan ook onverpoosd voort
op den ingeslagen weg.

De hoofdreden van de voortdurende stijging na den
oorlog was ‘daarentegen hoofdzakelijk een
economische:
de onrustbarende achteruitgan’g van de steenkolen-
productie.
Zoo nam deze in de verschillende hieronder ge-
noemde landen als volgt af:
1913

1919

l2ngeland …………..
292.000.000

234.000.000
Franicrjic
(mci.
Loth.) . .

44.000.000

22.000.000
Duitschland (cxci.
Saai’b.

en Loth.) …………173.000.000

109.000.000

TTereenigde Staten ….
517.000.000

495.000.000

De redenen, die tot ‘de vermin.dring der kolenpro-
ductie aanleiding gaven, zijn ‘bekend’. De verwoesting
der Fra.nsche kolenmijnen in de oorlogézone, de ge-pleegde roofbouw, het sneuvelen van menigen mijn-
arbeider, de reactie die het frontieven op den géde-
mobi’liseerden nij.narbeider had, toen hij weder in het
burgerbestaan terugkeerde en die ‘hem een willig
slachtoffer van de s’takingbacil maakte, de radikale
en ‘bolsjewistische stroomingen en woelingen, ‘de slij-
tage en het gebrek aan vervoermiddelen voor het
transport der kolen, de verkorting van den arbeids-
dag, al deze feiten droegen het hunne
ij
om het kolen-
vraagstuk voor industrie en scheepvaart – om niet
te spreken van de moeilijkheden ten ‘opzichte van de
huisbrandstoffenvoorziening – ook in figuurlijken
zin tot het ‘brandende te maken en naar alle kanten
om hulp te doen uitzien.
Naast de electrificatie van bedrijven •door het ge-
.bruikmaken van vaterkracht, werd in de eerste plaats
toevlucht gezocht bij de stookolie, een aarciolieproduct,
dat hetzij als residu overhlijft na het afstoken van de
lichtere deelen der ruwe olie, zooals ‘benzine en kero-
sine, hetzij na geringe bewerking (het aftappen van
het water b.v.) ‘onmiddellijk geschi’kt voor het gebruik
uit de aarde ‘komt.

Versohillende industrieën gingen er toe over ‘hunne
stookplaatsen voor het gebruik van stookolie om te
bouwen, doch ook voor centrale verw’armin’gsdoelein-
den wordt ‘deze •mer en meer ‘gebezigd, voornl. door
hotels e. d. inrichtingen, die niet afhankelijk konden
en wilden zijn ‘van een weinig ‘gegarandeerden toevoer
van de zwarte diamant.

In de voornaamste plaats droeg echter de scheep-
vaart bij ‘tot de verhooging ‘van het liquid fuel-gebruik na den wapenst’i]stan’d: De Shipping Board in de Ver-
eenigdo Staten van Noord-Amerika kon er in Novem-
ber 1.919 met trots van gewagen, dat de Amerikaan-
sche Natie een vloot van 486 oliestokende stalen stoom-
schepen bezat en dat, wanneer het geheele ‘stalen vloot-
programma voltooid zal zijn, 1731 oliestokende stoom-
schepen met een tonnen’maat ‘van bijna 10.000.000
D.W. onder Amerikaansche vlag zullen varen. De

totale. stookoliebehoefte dr Amerikaansche handels-
marine over 191,9 wordt dan ook op ruim 4> millioen
ten geschat. In ‘Engeland zijn 480 ‘schepen van ‘bijna
3 millioen ton gebouwd of geschikt gemaakt voor
liquid fuel-gebruik. ‘ –

De consumptie van liquid fuel en gasolie in de Ver-
eenigde Staten steeg van 1918 op 1.919 van ruim
19.000.000 tot ruim 23.000.000 ton, inclusief bunker-
fuel.

Men kan constateeren, ‘dat nagenoeg ‘in alle ‘belang-
rijke havens thans bunkergelegenhei’d voor vloeibare
brandstof bestaat.

Kan dus ‘de ‘vermeerdering van het stookoliegebruik
in 1919 een oorlogs-nakomertj’e worden gehee’ten, met
de ‘benzi’ne is zulks anders gesteld.
Immers wat d’it product betreft behoefde men geen
clairvoyant te zijn, om gezien de vlucht die het auto-
mobielverkeer zoowel voor luxe- als voor commercieele
doeleinden in de laatste jaren nam, te kunnen voor-
spellen, dat het verbru ik van, deze brandstof in een
voortdurend stijgende lijn zou gaan.

Hierbij wordt gansch niet over het ‘hoofd gezien,
welk een ‘hoogst ‘belangrijke rol de benzine bij het voe-
ren van ‘den modernen krijg, met zijn troepen-
verplaatsingen pei rnoto’rtr’uck, zijn ‘vliegmaehines
en zijn tanks, heeft gespeeld. Een Engelsch Generaal
heeft ‘eens gezegd, dat de aardappel den oorlog zou
winnen, doch zeker met evenveel’ recht kan een der-
ge]ijke macht aan de benzine worden toegekend; daar-
voor heeft men slechts te lezen ‘het zoo juist versclre-
nen boek van d’en oud-Commissaris-Generaal ‘voor
petroleum in Frankrijk, Senator’ Henry Bérenger:
,,Le Pétrole et la France”. Wij treffen daarin de vol-
gende dichterlijke ‘uiting van den schrijver aan: ,,de
oorlog is gewonnen ten koste van het bloed der poilu’s,
tommies, ardit’i en yanks, maar dat zou niet mogelijk
zijn geweest zonder het ‘bloed der aarde: de petro-
leum”.
Dit alles doet er echter nietaan ‘af, ‘dat ‘al had een
ruim vierjarige ‘krijg de rnenschheid niet geteisterd,
een ‘toeneming van het benzinegebruik als ‘thans wordt
gezien geheel ‘in d’e lijn der ontwikkeling zou hebben
gelegen. De oorlog vormde ten ‘opzicht van ‘dit aard-
olieproduct slechts een tussehenspel: productie, ver-
voer en consumptie richtten zich toèn hoe langer hoe
meer op oorlogsdoeleinden; het luxe- en co’mmer-

cieele verkeer werden van Regeeringswege tot de engst
mogelijke grenzen beperkt.
Thans nu het zwaard weder tot het ploegijzei wordt
omgesmeed keert ‘het ben.zi,negebruch in de banen, die
‘het voor den oorlog volgde, weder, waarbij do vraag
naar ‘dit artikel steeds in opgaande lijn ‘gaat. Eenige
cijfers volgen hier om deze ver,bruik’stoename te
illustreeren.

Van 1.909 tot 1918 ‘vermeerderde in de Vereenigde
Staten het ‘gebruik van automobielen met 1700 pOt.
Men schat ‘het aantal dezer voertuigen eind 1919 Öp
7 millioen, eene vermeerdering van 14 milliôen boven 1918 en men voorspelt, dat ‘het ‘getal automobielen in de Vereenigde Staten eind 1920 tussohen 9 en 10 mii-
lioen zal bedragen.
Het ien’zinoverbrujk nam daar van 1914 tot 1919
met een kleine 7 millioen ton toe.
In Engeland en verder in Europa heeft na den
oorlog voornamelijk liet commercieel verkeer een
vlucht genomen. Zoo neemt let aantal motoribussen
voortdurend toe.

De petro’leu’mindustrio tracht de toenemende vraag
zooveel mogelijk to volgen door de productie van
]iquid fiuel en ben zine op te voeren. In de eerste plaats
geschiedt dit ‘door een vermeerdering van de crude-winning. Zoo steeg de productie van ruwe olie in d’e Vereenigde Staten in ‘1919 tot ruim 48 inillïioen ‘ton
en in de gansche wereld ‘tot ruim 74 milliioen ton. Wat benzine in het bijzonder ‘betreft wordt getracht aan de vraag het hoofd te bieden door het winnen van
‘benzine uit oliegas ‘dooi middel an compr,essie, door

410

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

o.

het ,,crackin;g”-proces, door verhooging van het kook-
punrt van benuine, soodat zwaardere deelen, die anders
naar de keros’ine-fractie zouden overgaan, thans als

benzine worden gebezigd.
De productiecijfers van benzine over de jaren. 1917,
1918 en 1919 in de Vereenitgde Staten zijn respectieve-

lijk in tons 7.840.000, 9.819.000 en 10.885.000.
Ten opzichte van liquid fuel wordt thans naast de
dunne fuel ook dikke olie op de markt gebracht, wel-ker behandeling echter bijzondere technische voorzie-
ningen noodig maakt.

De geleidelijke verminderinig van de stocks doet
echter. zien, dat de productie den .snellen tred der
consumptie ‘niet ‘geheel kan ibijhouden. In hoeverre
dit een chrisch verschijnsel zal worden, ‘hangt af
van de ontwikkeling van nieuwe velden, waar ik
in het bijzonder de terreinen ‘van Perzië en Mesopo-

tamië op het oog ‘heb.

De United States Geological Survey publiceerde
onlangs, dat in 1920 de consumptie van benzine met
25 pOt. omhoog was gegaan, terwijl de productie

slechts met 11 pOt. was gestegen.

De oplossing van het vraagstuk wordt ook gezocht
in ‘de toepassing van middelen, die in de plaats kun-

nen treden van .de oliederiv’aten.

Wat de benzine betreft is de hoop gevestigd op
benzol om uitkomst te brengen, al reeds ‘vervlogen.
Moge deze brandstof als ersatamiddel groote diensten
aan Dui’tsc.hland hebben bewezen en, nog bewijzen, het
is igenoegzaa’m duidelijk geworden, dat zij niet in ge-
noegzame ‘hoeveelheden tegen concurreerend’e prijzen
kan worden gewönnen om een gelij,k’waardige plaats
naast de ‘benzine in te nemen.

Thans wordt de verwachting gesteld op alcohol.
Grondstof om die goedkoop te produceeren, zooals
suikermelasse, is er genoeg in de wereld. Naast eenige
technische bezwaren, die wel oplosbaar schijnen te
zijn is de groote moeilijkheid ‘hierbij echter, hoe men

de alcohol ondr.inkbaar kan maken.
Ook de electrificatie ‘van de automobielen kan een
middel vormen tot verlichting van de benzine-
schaarschte; men bepleit ‘in Engeland thans voorna-
melijk de electrificatie van de benzine verslindende
zware trucks, zooals •motor&mnibussen, welke tot de
grootste afnemers van ibenzine •beh’ooren.
Onmiddellijke ontspanning kan alleen brengen ee
luxeverkeer, teruggebracht tot de engst mogelijke
grenzen, ‘welk ‘gevolg kan worden verkregen door een
juiste belasting op dit verkeer. Naar mijn gevoelen
moet deze niet gezocht worden in eene belasting op

het aantal paardekrachten, zooals men in Engeland
voornemens is te doen, doch in eene belasting op de
benzine. Immers alleen in het laatste geval zal ‘het
vesbruik worden tegengehouden. Wordt het aantal paardekrachten belast, dan betaalt de eigenaar van
een automobiel evenveel wanneer hij zijn wagen veel

of weinig gebruikt.
De remedie ‘voor den liquid fuel-nood ligt v66r alles
in eeiie -verhooginig ‘der steenkoolproductie.
De versnelde pas der consumptie kan in de Ver,ee-
nigde Staten door de productie niet worden bijgehou-
den. Hoewel deze zeër belangrijk steeg, kopt de

voortbreniging ten opzichte van eigen ‘behoefte daar
elk jaar in ongunstiger positie te staan. Volgens de
United States Geological Service, welke verklaring
echter niet zonder politieke bedoelingen schijnt gege-
ven te zijn, zou bij de’ tegeuwoordige consumptie de
olierijkdom ‘van dit land in 18 jaren zijn uitgeput;
terwijl dit op den tegenw’oordigen voet van verbruik
voor de overige wereld in 250 jaren zou zijn geschied.
De Vereenigde Staten zijn dan ook n.uwelj’ks meer
selfsupporting en zijn hoe langer hoe meer op den bijstand van Mexico aangewezen. In 1919 werden
reeds ruim 9 millioen ton, nagnoeg uitsluitend uit
Mexico, ingevoerd. Daarmede ‘hebben de Vereenigde
Staten in ‘dat jaar op ruim 60 pot. van de Mexi-
caansche productie beslag gelegd.

Amerika tracht de Mexicaansche olie-industrie dan
ook tot een succursale van haar eigen industrie te
maken. Onophoudelijk wordt er door belanghebbenden
op gewezen, dat het hier een nationaal belang ‘van de
Vereenigde Staten geldt. Deze ,,economische expansie”
teeken’t zich in de politieke verhouding van den laat-
sten tijd af. Toegegeven moet hier worden, dat de
Amerikanen tot dusver ‘de grootste oliebelan,gen in
Mexico hebben; ‘van de 30 ‘groote ondernemingen is

het overgroote deel in hunne handen.
Naast de toenemende vraag vormt ook een reden
van de schaarschte van de ‘betreffende oliederivaten

het wegvallen van Rusland en Roemenië van de

exportmarkt.

Wat Roemenië betreft werd ‘dit in de eerste plaats
veroorzaakt door de Regeeringsinmeniging bij den uit-

voer.

‘De Roemeensche Regeeriizg was nl. van oordeel, dat
het belang van het land het best gediend ‘zou zijn

indien het Gouvernement ‘den export controleerde. De
daarachter liggende ‘bedoeling was ongetwijfeld om
langs dien weg zich inkomsten uit de olie te verzeke-
ren ‘buiten die, ‘bij de concessie-verieening bedongen.

Met behulp der onder dwa.nigbeheer ‘gestelde Duitsche
maatschappijen ‘schiep zij eene organisatie, de Birex
geheeten, ‘tot ‘welke instelling iedere exporteur zou
hebben toe te treden. Deed ‘men zulks, dan verplichtte
men zich o.a. om ‘het door uitvoer verhregen vreemde
geld tegen een door de Regeering vastgestelden, veel te
lagen koers aan haar af te staan, teneinde zoodoende
ten koste van de petroleummaatsohappijen, die zelf
de ‘vreemde valuta noodig hadden om ‘hare bestellingen
in het buitenland te kunnen ‘voldoen, vreemd geld in

handen krijgen.
Dat hiertoe alleen de kleinere ‘maatschappijen nood-
gedwongeni overgingen, die bij weigering te gronde

gegaan ‘zouden
zijn
en dat de grootere ondernemingen
niet in de absurde ‘voorwaarden der ,,Birex” wilden
treden, behoeft geen betoog.

Een tweede reden voor do belemmering van den
uitvoer, vormde de desorganisatie van het spoorweg-
verkeer, door gebrek aan materiaal en onibetrouwbaar-

.heid van het personeel; ‘teriwijl daarenboven de groote,
bijna 300 K.M. lange Staatspijpleid’ing van ‘h’et raffi-
nage-centrum naar Oonstanza aan de Z’arte Zee, na
einde Augustus zoogenaamd hersteld te zijn, voortdu-

rend haperde.

Is het ten opzichte van Roemenië niet onmogelijk,
dat dit land weder binnen afzienbaren tijd in de rij
der exporteerende ]anden zal treden, ‘het laat zich
aanzien, dat Rusland voor de eerste jaren als gere-
gelde leverancier op de ‘wereldmarkt ‘zal blijven uit-

geschakeld.
Toen de Bolsjewiki in het petroleumgebied het veld
moesten ruimen, scheen de toekomst hoopvoller. Sinds-
dien is de zon weder achter de wolken schuil gegaa’n.
Denikin’s legers werden verslagen en het laatste
slechte nieuws was, dat Azerbadjan, hetwelk ‘het be-
langrijke petroleumgebied van Bakoe omvat, naar .d’e

bolsjewis’tische
zijde
‘is overigeloopen. Deze Staat had
zich met Georgië, in welks igebied de voornaamste uit-
voerhaven Batoem ligt, ondhaukeljk verklaard en

was ‘door de Entente ,,de facto” erkend.
Men kan zeggen, dat wanneer de RussiscJie industrie
niet zoo totaal ter’neer geslagen was, als dit thans het
geval is, de uitkomsten van v66r den oorlog ten
opzichte van de Noord-Kaukasische velden, een
ben’zineproductie hadden kunnen doen verwachten,
waardoor het tegenwoordige tekort voor een groot
deel ‘zou zijn gedekt.

De sc,haarschte en dus de duurte wordt ook nog

veroorzaakt door een
onvoldoende tonnage
der tank-

schepen. De hooge vrachten, die hiervan het gevolg
zijn, werken ioorts vanze]isprekepd ‘de duurte nog
meer in de hand. Werd toch v66r den oorlog voor een
tiipclharter van de Golf van Mexico naar Europa
70 sh. per ton betaald, einde 1919 bedroeg deze vracht

12 Mei
1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

411

een 250 th. per ton, terwijl de vracditen voor time-
charter ‘betaald, v66r den oorlog ongeveer 10 sh. per ton, op dat tijdstip tot 70 eh. per ton zijn opgeloopen.
Thans zijn de vrachten nog hooger en wordt voor
tripeharter tot 300 sh. per ton betaald.
De redenen die tot .d.e onvoldoende ‘tonnage hb’ben
geoerd zijn verschillende:

de verliezen door oorlogsoorzaken geleden;

de niet voldoende aanbouw van tankschepen;

de langere reizen, daar, terwijl vroeger de petro-leumproducten van de noordelijke havens van Noord-
Amerika werden ‘gehaald, deze thans voor een groot
deel uit de havens aan de Golf van Mexico moeten
worden vervoerd;

het ‘vermeerderd gebruik van liquid fuel, waar-
door overzeesche toevoer belangrijk is ‘toegenomen;

de langere tijd benoodigd voor het do’kken en
repareeren door •de verkorting van den arbeidsdag,
grooter oponthoud in de havens ‘door stakingen en de
oogeordende toestanden, die in zoovele deelen der
wereld nog heerschen.
De wereidtaukvloot, die thans ruim 4.800.000 ton
bedraagt (carrying capacity) zal no’g heel’ wat ver-
groot ‘moeten worden, eer het tr’ansportvraagstuk opge-
lost geadht kan word’en. Aan den aanbouw ‘van tank-
schepen wordt krachtig gearbeid. Zoo staan in de
Vereenigde Staten 113 tankschep.en op stapel met een gezamenlijk laadvermogen van 900.000 ton.

Wij hebben hierboven de red’enen aangegeven, rwelke
de schaarschte van de olieprodudten in het bijzonder
van de liquiid fuel en benzine veroorzaakten. In de
eerste plaats is dit dus een quaestie van vraag en
aanbod en wanneer dan de ‘vraag grooter is dan het
aanbod, dan spreekt’ het vanzelf, dat de prijzen
omhoog gaan. De potentieele stijgkracht daarvan
wordt beheerseht door den prijs, waarbij het .gansohe
product nog kan worden afgezet, omdat de consument
nog een g’rooter nut ziet in het ‘bezitten van het
artikel dan in ‘de geidsom, die hij er voor ‘betaalt.
Bij de onderhavige ‘brandstoffen is de ‘vraag ‘grooter
dan het aanbod, is er dus schaarschte en kan men
verder nog zonder schroom zeggen, dat de vr.aag haast
ongelimiteerd ‘is, dat de wereld om deze productie
schreeuwt.
Houdt men dit in het oog, dan kan ‘geconstateer.d
worden, dat ‘in aanmerking genomen de verhoogin,g
van de leveuskosten in het algemeen, waarvoor de’
index-cijfers als gemiddelde in de verschillende lan-
den op
zijn
minst 120-150 pOt. aangeven, de stijging der benzine zeer redelijk ‘kan worden genoemd. Be-
taalde men v66r den oorlog in Engeland voor een
gallon 1 ah. 9 d. thans is ‘de prijs 3 sh.
81/2
d., waarbij
nog 6 pence belasting is, zoodat de stijging ongeveer
83 pOt. bedraagt. Dit klemt temeer wanneer men
overweegt, dat de vraohten ‘met honderden procenten
in de ‘hoogte zijn gegaan. Verder ‘moet men niet ver-geten, dat ook ‘de productiekosten van de olie ‘gedu-
rende den oorlog zeer zijn opgeloopen. Ar’beidsloo.n,en,
prijzen van boormateriaal, fabrieksinrichting, kortom
de kosten van voortbrenging en verwerking vlogen
omhoog.
Wat de liciuid fuel ‘betreft zijn de prijzen meer in
de hoogte gegaan; de rijzing kan gemiddeld op een
250 pOt. worden gesteld. Tea opzichte van deze brand-
stof ‘geeft echter het hoofdproduct i.c. de steenkool
de leiding aan, van welk artikel de prijzen ten minste
ruim 600 pOt. zijn opgeloopen. Immers het gat door
de verminderde steenkolenproductie geslagen:, kan
door stookolie niet ‘worden gestopt, aangezien, waar de
niindere productie van ‘steenkool d’e 150.000.000 ton
per jaar te boven gaat, de totale wereldp•roductie van
liquid f’uel 40.000.000 ton bedraagt, waarvan reeds
een ‘belangrijk gedeelte v66r den oorlog afzet had
gevonden. Wijziging in gunstigen zin voor den consu-
ment is dus slechts te verwachten wanneer de steen-
kolenprjzen dalen, waar’bij de remedie in de eerste
plaats zal liggen in ‘de reeds zoo ‘vaak, ‘blijkbaar voor

doovemansooren, van de daken. ‘gepredikte verhoo’gin’g
der productie.
Geconstateerd ‘kan hierbij nog worden, dat de
stookolieprijs zich, niettegens’taande de grootere tech-
nisohe aan’trekkeljJ,thid van liquid fuel, zeker niet
boven dien’van de steenkool verheft.
Opgemerkt dient in dit ‘verband verder, dat het van-
zelf spreekt, dat de prijsstijging zich niet, alleen open-
baart ten opzichte van de verwerkte producten, doch
dat de behoefte aan
”benzine en stookolie ten opzichte
van ‘de prjsbepali’n’g van de ruwe olie reeds onmiddel-
lijk haar invloed doet voelen. Zoo steeg de benzinerijke
Penusylvanische orude in een tweetal jaren van $ 1,35
per barrel tot ruim $ 6,— per barrel.

Zooals hovenigezegd, ‘is in .de meeste landen het
vrije vericeer
weer op de ‘markt hersteld. Voor Duitsch-
land beteekent dit echter niet eene voorziening der be-
hoeften. Roemenië ‘is te dezen opzichte op ‘het oogen-
blik weggevallen, ‘ terwijl het door het verlies der,
bronnen van Peohel;bron’n in Elzas nog het grootste
deel va’n zijn eigen geringe productie moest missen.
Zijn lage valuta maken’het Duitschlan’d zeer moeilijk
van Amerika en Nederland te koo’pen. De voorziening
zijner markt ‘is dan ook no’g gansch onvoldoende. Door
eene overeenkomst ‘met Polen waarbij dit aan Duitsch-
land Galicische aardolie-producten ‘to’ezegde, mits het
zelf voor de transportmiddelen zorgde, wordt getracht
deze eenigermate te verlichtek, doch de Poolsche
Regeering komt in deze, gelijk in meerdere A’bkom-
men, ‘hare verplichtingen heel slecht na.

AANTEEKENINGEN.

Een Instituut voor buit enlandsch
? e c h t.
– Het Oentralverband Deutscher Industriel-
ier had reeds in 1909 als een afdeeling harer vereeni-
ging het ,,Iustituut voor buitenlan.dsch recht’ opge-
richt, uit overtu.igi, dat er behoefte bestond aan
eene instelling, welke aan de nijverheid en den handel spoedig betrouwbare inlichting omtrent boitenlandach
recht kon verschaffen. Nu, uk den vrede ‘van Ver-
sailles, alle krachten moeten worden ingespannen ten
einde ‘de ‘hernieuwde deelnenzing ‘van Duitschlan.d aan
den wereldhandel te verzekeren, achtte men ‘den tij’d
gekomen ‘het Instituut op ‘breederen grondslag te
vestigen.

Daaraan is thans gevolg gegeven. Het reglement
van ‘het onder den naam ,,Institut für auslindisches
Recht beim Reichsverband’der Deut’schen Industrie”
gereorganiseerde instituut omschrijft het doel der
instelling als volgt:
Het instituut stelt zich ten doel de kennis van het
buitenlandsche recht ten n.utte te doen komen van
nijverheid en ‘handel alsmede van wetgeving en weten-
schap.
Het tracht dit doel ‘te bereiken door:

het verstrekken van inlichtingen (mededeelingen
van feiteljken aard) en het geven van adviezen (be-
schouwingen over rechtsvragen) betreffende buiten-
Iandsch recht;
de bevordering van kennis van het buiten-‘
landsch recht in het binnenland;
‘de verzameling en bewerking van buiten,landsohe
wetgeving, reeiitsleer en rechtspraak;
de uitgave van een maandschrift, onder den titel
,,Auslandsrecht, Blitter für Industrie un’d Handel”,
dat doorloopend over ‘de nieuwste op het handeisver-
keer betrekking. ‘hb’bende wetgeving en rechtspraak
der verschillende kultuurstaten en over actueele
vragen ‘van •buitenlandsch recht ‘bericht geeft en be-

paalde rechtskwesties kritisch ‘bespreekt;
de aanwijzing van betrouwbare en uitstekende
rechts’geleerden in het ‘buitenland ter benoeming als
sohei’dsman of voorzitter van een scheidsgerech’t of al’s
vertegenwoordiger in rechtszaken;’

de inrichting van een boekerij’ van buitenlandsch
recht.

412

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

Ten einde zijn taak te kunnen vervullen heeft het
Instituut een aantal bekwame rechtsgeleerden in hot
binnenland als adviseurs en in het buitenland als
correspöndenten aan zich verbonden. Bovendien hpef t
het uit reolitsgeleerde autoriteiten in binnen- en
buitenland een ,,Beirat” gevormd, weiks leden zich
bereid hebben verklaard in bijzonder belangrijke cn
twijfelachtige gevallen adviezen en inlichtingen te
geven.
De leden ‘van het Instituut (zoowel enkele personen
als vennootschappen) betalen een j aarlijksehe bijdrage
van ten minste 300 Mk., terwijl bet lidmaatschap voor
het leven wordt verkregen door de betaling ineens
van een bedrag van 6000 Mk.
Aan Je leden worden inlichtingen (Rechtsaus-
künfte) in den regel kosteloos verstrekt; voor advie-
zen wordt 200 Mk. berekend. Niet-leden betalen
voor inlichtingen 50 Mk., vôor adviezen ten minste
400 Mk.
Het Instituut is ook bereid aan buitenlanders in-
lichtingen en adviezen over Duitsch recht te verstrek-
ken en hun betrouwbare en uitstekende juristen in
Duitscihland aan te wijzen om tot scheidsrechter of
tot voorzitter van een scheidsgerecht te worden be-
n oemd.
Wanneer men bedenkt, hoe moeilijk het voor be-
ian;ghebbenden vaak is om te weten te komen tot wien
zij zich in het buitenland moeten wenden ter verkrij-ging van betrouwbare voorlichting en raad in rechts-
zaken, is het duidelijk, dat het Instituut ook aan
buitenlanders groote diensten zal kunnen bewijzen.
Ocdc
voor buitenlanders heeft liet daarom belang als
lid tot het Instituut toe te treden
.. Het is gevestigd
te Berlijn W 35, Kurfürstenstrasse 137.

MOLEXCRAAFF.

T
7
rijh,aven te Kopenhagen.
– De Consul-
Generaal van Denemarken verzoekt ons de volgende
kennisgeving aangaande de handhaving van het uit-
voerverbod ten opzichte van de vrijhaven van Kopen-ha.gen mede te deelen:

,,In verband met de wet van 6 Augustus 1914, respect.
wet van
29
October
1919,
wordO hiermede de volgende
bepalingen getroffen aangaande de handhaving van het
bestaande uitvoerverbod, voor zoover betreft cle vrijhaven
van Kopenhagen:
Goederen, die uitgevoerd worden van de opslagplaats
van de Maatschappij Kopenhagen’s vrjhaven en welke
direct van liet buitenland daarheen zijn ‘gekomen na dato
van deze publicatie, uitgezonderd voederkoren en voedings-stoffen, kolen, cokes, en superfosfaat, worden niet onder het
voor onbepaalden tijd bestaande uitvoerverbod begrepen.
Verder bestaat er bestendig uitvoerver.bod voor de in de
vrijhaven van Kopenhagen opgeslagen goederen, welke
aangekomen zijn voor dato dezer kennisgeving.
Tot bewijsstrekking tegenover de douanen, dat eeue
partij goederen in verband met het bovenstaande niet onder
het bestaande uitvoerverbod valt, geldt als voldoende een door de Maatschappij Kopenhagen’s vrijhaven afgegeven attest, bOhelzende, dat deze direct van het buitenland aan
de bovenvermelde opslagplaats is aangekomen, na dato
van deze kennisgeving.
Iletwelk hiermede wordt bekend gemaakt met toevoe-ging, dat deze verordening cladelijk in werking treedt. Het Ministerie van Justitie, den
2
Maart
1920.”

Internationale Zeelieden

Conferentie
te G en na. – Op
de in het najaar 1919 te Washing-
ton gehouden internationale arbeidsconferentie is
besloten in den loop van 1920 een speciale confe-
rentie bijeen te roepen, gewijd aan de regeling van
de arbeidstoestanden der zeelieden. Deze conferentie
is thans door het Internationale Arbeidsbureau, het-
welk, zooals men weet, deel uitmaakt van de Vol-
kenbondorganisatie en onder leiding staat van Albert
Thomas, tegen 15 Juni te G-enua
bijeen
geroepen.
In het geheel zijn 48 staten tot de conferentie uit-
genoodigd, waaronder overeenkomstig de te Washing-
ton genomen beslising, ook Duitschland en Oosten-
rijk, terwijl ‘Finland „a titre consultatif” is uitge-

noodigd. Iedere staat zal zich door 4 afgevaardigden
kunnen doen vertegenwoordigen, twee namens de
Regeering, één als vertegenwoordiger der werkgevers,
één als vertegenwoordiger der werknemers.
De punten, welke op de agenda zijn geplaatst, zijn
hieronder weergegeven aan de hand van het Question-
naire, dat door het Internationaal Arbeidsbureau in
Februari dezes jaars aan de verschillende Staten is
toegezonden. Voor een groot deel komen deze punten
overeen met de resoluties van de op 23 Januari 1920
onder leiding van Havelock Wilson te Antwerpen
gehouden bijeenkomst van het internationaal secre-
tariaat der internationale federatie van zeelieden,
zij het, dat deze resoluties thans in den vragenden
vorm zijn overgebracht. De tevens op deze bijeen-
komst aangenomen resoluties nopens de wenschelijk-
heid van speciale conferenties inzake de toegelaten
lading en deklast van schepen, nopens loodswezen
en radiotelegraphie aan boord van schepen vallen
buiten het door de arbeidsconferentie bestreken
gebied.
Het Questionnaire begint met enkele algemeene
handwijzigingen.
Bij
de beantwoording zal onder-
scheid moeten worden gemaakt naar de soort van
schepen: stoomschepen, zeilschepen, kustvaart, sleep-
verkeer, visscherij, binnenvaart,
terwijl,
wat de bin-
nenvaart betreft, met name gevraagd wordt, of onder-
scheid wenschelijk wordt geacht voor personen werk-
zaam in het verkeer met mechanische voortbeweging
op de groote meren en groote rivieren en in liet
overige verkeer. Deze vraag hangt samen met het
feit, dat van verschillende zijden te Washington
speciaal de aandacht gevestigd is op de bijzondere
toestanden in het binuenverkeer op de groote meren
van Noord-Amerika, de Zweedsche fjorden en de
groote Aziatische rivieren, waar de reizen dikwijls
vele dagen zonder onderbreking voo’rtduren, verge-
leken met het verkeer op de rivieren en kanalen van
Europa.

QUESTIONNAIRE.

1.

Arbeidsduur. Verzocht wordt gedetailleerde opgave
der geldende regelingen, hetzij wettelijke, hetzij bij overeen-
komst bepaalde, waarbij o.a. te onderscheiden tusschen ar-
beid op zee en in de haven. Door welke maatregelen en
onder welke voorwaarden overweegt uw Regeering den te
Washington in beginsel aanvaarden 8-urigen werkdag en
48-urige werkweek ook op zeelieden toe te passen?
Bemenningcn.
Bevat uw landswet een regeling voor
de bemanning, met name voor de groote vaart. Welke wij-
zigingen zal, wanneer het beginsel van den 8-urigen werk-
dag en de 48-urige werkweek aanvaard is, dit in de bepa-
lingen voor de benianningen meebrengen en ziet uw Itegee-
ring bezwaar tegen een internationale regeling der beman-ningen, speciaal voor de groote vaart?
E.
Huisvesting.
Welke bepalingen zijn hij wet of Over-
eenkomst tusschen dc organisaties van reeders en zeelieden
vastgesteld voor het logies der zeelieden uit een oogpunt
van ruimte en andere oogpunten? Welke maatregelen over-
weegt
gij
en binnen welken termijn om, wanneer de 8-uren
dag vermeerdering van bemanning mocht medebrengen,
het logies der bemanning met de verhoogde eischen in over-
eenstemming te brengen? Is er reden om bij conventie een internationale reglementeering voor het logies der beman-
mingen tot stand te brengen? Acht uw Begeering hiertoe
termen aanwezig.

II.

Aanmonstering.
Onder welke regeling van het arbeids-
contract vallen in uw land de zeelieden? Zijn zij verplicht
schriftelijk hun contract aan te gaan en welke eischen stelt
hierbij de wet? Welke maatregelen zijn door staat, op pan-
teits-basis samengestelde commissies en arbeidersorganisaties
genomen teneinde de nakoming van het contract te ver-
zekeren?
Plaatsing.
Bestaat er ten uwent een systeem van
inschrijving? Kent uw wetgeving arbeidsbureaux voor zee-
lieden? Zoo ja, hoe zijn deze samengesteld en hoe geschiedt
de contrôle? Hoe is hun verhouding tot de overheid?
Conventie van Washington inzake werkloosheid en
werklooshcids-verzekering.
Door welke maatregelen en onder
welke voorwaarden acht gij toepassing van de öntworpen

12 Mej 1920

ECONOMISCH-STATISTISHE BERICHTEN.

413

conventie van Washington en de verdere aldaar aanbevolen
maatregelen nopens werkloosheid en werkloosheidsverze-
kering op de zeelieden moeilijk?

III.

.

T
7
crbod van kinderarleid beneden 14 jaar.
Welke leeftijds-
beperking kent uw landswet nopens toelating van kinderen
tot arbeid aan boord? Door welke maatregelen en onder
welke voorwaarden acht uw Regeering toepassing van de
ontworpen conventie van Washipgton, houdende verbod van
kinderarbeid, beneden
14
jaar op de handelsmarine, moeilijk?


T
.

11!
oeilijkheden van vaststslling van een internationaal
statuut voor de zeelieden.
Wordt een zoodanig statuut
mogelijk geacht? Zoo ja, wat zouden volgens uw Regeering
de algemeene beginselen van een Internationale zee
rechtcode nopeos den toestand der zeelieden kunnen zijis
Moet met name liet zeeliedencontract al dan niet gelijke
regelen bevatten als . het algemeene arbeidscontract, vat
aangaat de discipline, het recht een schip in den vreemde
te verlaten, betaling van het salaris vOOr afvaart etc.? Bij
deze laatste vraag teekent de Raad van Beheer van liet
Internationaal Arbeidsbureau aan, dat dit vraagstuk stellig te ruim en te ingrijpend is voor deze conferentie, doch dat
hij niettemin gemeend heeft het aan een algémeene be-
spreking te moeten onderwerpen. De Raad verzoekt toezen-ding van zooveel mogelijk materiaal dienaangaande.

Nederlandsche Nijverheid in 1913 en 1916,
uitge-
geven door het Centraal Bureau voor de Sta-
tistiek. ‘s-Gravenhage,
1920.

MAANDCIJFERS.

RIJKSPOSTSPAARBANK.

VIAART
1918
1

1919
1920

f

7.710.307
f

12.094.219f
9.333.517
Terugbetalingen

..
,,

8.037.306
,,

8.944.166,,
11.130.866
Tegoed der inleggers
op ultimo
…….*
224.212.141
,,252.731.843 ,,269.134.576
Nom. bedr. der uitst.
etaatsschuldboekjes 29.855.150
,,

34.188.650
,,

38.921.050

Inlagen

………..

Spaarbankboekjes:

gegeven
10.222
15.774
10.319

op ultimo
………..

Aantal nieuw uit-

Aantal geheel af-
betaald
8.376 8.369
10.222
Aantal

uitstaande
op ultimo
1.778.888
1.847.332 1.900.302

GIRO-KANTOOR DER GEMEENTE AMSTERDAM.

Maart 1920

.

ii

Maart 1919
ONTVANGEN:

Statistisch zakboeleje der gemeente Amsterdam,
uitgogeven door het Bureau van Statistiek. Am-
sterdam,
1.920.

De economasche ontwilciceling van een Zuid-Hol-
landsclt dorp (Oudshoorn) tot in dart aanvang
der twintigste eeuw,
door Ba. W. van der Kloot
Me3burg. ‘s-Gravenhage, Martinus Nij.hoff,
1920.

Statistiek; van cle voortbrenging en het verbrujic der

Posten
1

Bedrag

11
Posten i

Bedrag

Ontvangen en
betaald:
in contanten.
100972
f

9.816.683 [38556
f

15.712.730
door over- schrijving

i).
54104
,, 66.713.992
38138
,,

64.826.158
Particuliere
rekeningboud.
74268)
,, 22.662.854
.
38722)
,,

22.047.955
Saldo te goed
part. rek.
uO.

,,

6.663.759
4.043.497
‘)

Inelusieve verrekeningen
tusschen
gemeentediensten,
zijnde
/12.129.591.52 per
maand.
2)
Aantal.

RESUME UIT HET MONTHLY BULLETIN
OF STATISTICS
(SUPREME ECONOMIO COUNCIL)

Maandel. gemidd.
1 9
19
19
2 0

1913
1919
Juli

1
Aug.
Sept.
1

Oct.

1

Nov.
Dec.
Jan.
Febr.

Produetievan
24,336
19,731
19,905′

15
1
042
2

18,3522
21,567

19,3502
21,766′
19,5672

19,729
steenkool
43,100
41,157
40,370′

53.238′ 39,5442

54,911

16,621′
33,223
57,648′


(1000 tons)
3,404
1,869′
1,4308

1.787e

1,8388

2,265
1,820e
2,066
2,2008

2,927
14,383 9,049
9,988

8.907
9,962
10,358
10,217
10,458

-.

Productie van
869
627
651

530
590
452 634
642 676

656
ruw ijzer
2,622
2,590
2.468

2.788
2,529 1,894 2,431
2,676
3,064

3,028
(1000
tons)

Engeland
………..

434
110






Ver.

Staten
………

1,074
524
576

569
534
551

Schepen

op

Frankrijk
…………
Duitschland
………

Engeland
…………
Ver.

Staten
……….

1,957
2,994
(
2,817

(
2,994

)
stapel eind

Frankrijk
………….
Duitschland
……….

148
2,967
(

Kwartaals-

J
3,471
Kvartaals-
J
2,967
1,

Kwartaals-

der maand
229 217
(

opgave
175
(

opgave
217
opgave (1000 tons)

Engeland
…………
Ver.

Staten
………….


315
3

I
286
3
!
315
) –

Imports(uet-
Engeland ……..
.
54,931
122,299
141,383

133,521
132,876
133,845 123,298
143,575
158,034

147,910
to) 1000 £
30,501 64,815 69,382

61.605 87,721
81,394
86,195
76,606
96,341

94,592
Frankrijk ………
99,262
93.513


91,926
93,445
89,080
177,662
80,087 .105,677
53,857
44.542

44 741
50,314
49,039 50,122

Exports (bin:
Engeland
………
43,771 66,531
65,315

74,774
66,501 79,061 87,111 90,858
105,880

85,964
nenlandsche
Ver.

Staten
…….
42,505
134,562
116,245

132.181 121.270
129,319 152,043 139,253 149,835

131,733
producten)
Frankrijk
………
22,934
29,044
24.735


27,760
28,722
27,802 99,585 99,535

52,953
1000
£
Italië

…………
8,372 16,063
14.754

18.648
22.224 25,456 23,766

Seheepsbew.:

Frankrijk
……………

Engeland

(geladen)
4,089 2,463 2,811

2,777
2,832
2,872
2,678 3.006
2,588

2,420
Biunenkom.

Italië

………………

Ver. Staten
schepen
Ver.

Staten ………

(gel. en ballast)

..28,071

4,440 3,912 5.054

4,704 4,872 5,016 3,456


(1000 tons)

Italië

…………..12,152

Frankrijk (geladen)

..

2,876
1,903
1.853

1,878 2,131
1,979
2,248 2,372

Index-cijfers:
Engeland

.. ..

Groothand.-
100

..

235.2 239.6

241.5
244.7
252.4
259.4
273.5
288.5

303.1
prijzen
Ver. Staten
(Bradstreet’s)….
100
202.7 205.1

.

217.1
211.4
211.9 216.1
219.0
221.2

226.6

(Economiat) …….

100
358.3

.
348.6

347.5 360.0 383.8
407.1
424.9
489.3

Wisselkoer-
NewYork op Londen
100
91.18
91.04

87.59
85.94
86.15
84.21
78.19
75.71

69.28
sen: (wekel.

Frankrijk ………..

NewYork op Parijs.
100
75.03
74.81

65.35
61.21
60.32
55.28
47.83
44.70

36.61 gemiddelde)
Parijs op Londen
..
.

100
12.53
122.56

134.37
140.24
142.45
152.61
153.76
170.39

190.66

1)
Vsjt
weken.
2)
Vier weken.
2)
Inclusief de productie van Lotharingen.
4)
Voorloopige opgave.
5)
Inclusief de productie van Lotharingen en het Saargebied.

414

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.

N d (Disc. Wissels.
4+
1Juli ’15
Zweeds.R.ksbk 7
l9Mrt. ’20
Bk Be1.Binn.Eff. 4
1Juli ’15
Bk.v.Noorw.6-6+
18Dec.
’19
Vrsch.inR.C.
5l9Aug.’14
Zwits. Nat. Bk. 5
21Aug.’19
Bk. van Engeland 7
16Apr. ’20
Belg. Nat. Bk. b
i
28Apr.’20
Duitsche Rijksbk. . S
23Dec.
’14
Bank v. Spanje 5
12Nov.’19
Bk. van Frankrijk 6 8Apr.’20
Bank v. Italië. S
10Jan. ’18
Oostenr. Hong. Bk. 5
12Apr.’15
F.Res.Bk.N.Y.41-5-
Nat. Bk. v. Denem. 7
19Apr.’20
Javasche Bank
3+
1 Aug.’09

OPEN MARKT

Data
Amsterdam
Londen
Part.
1

Berlijn
Part.
P
at.
N. York
Cali. p
0r

Prolon.
disconto
gatle
disconto disconto
disc.
moneu

8

Mei ’20 3
1
1, ‘)
5
6’18
4-‘/e

7
3-8

‘,,

’20
3
1
I8-‘/
5-6
6
1
/o-14
4-11

6-7
26A.-1M.’20 3
8
18
1
18
4’15’1
6
1
/s-‘h
4-‘!,

4
7
-10
19-24 A. ’20 3’1
4
1
1-5
6
1
1,
4-‘Ie

6-8

5-10Mei’lg
4
1
18-‘1
3-4
31-
1
/, 2
4-
5
1a
3
1
14

5
1
12
6-11Mei’18 3
1
14
39
3
17
1g
4-1

36

20-24Ju1i’14 3
I/_8/
e
2
1
1_’1
2 ‘/-‘/
2
‘/i

/t
214
1
5
1-2
1) Noteering van
7
Mei
1920.
WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.
Ponden waren deze week flauw. Het vooruitzicht op
groote betalingen in het najaar, voor aankoop van Indi-
sche suiker, maakte koopers reeds nu terugLoudend; door-
dat er uit (lezen hoofde reeds groot aanbod op termijn los k’wam, werd ‘de contante markt ontlast van de aankoopen
van importeurs, daar deze zich nu voordeeliger op ter-
mijn konden dekken. Parijs en België aanaienljk vaster
en vooral in het ‘laatst der week sterk oploopend. Marken
nog ‘steeds regelmatig stijgend; in :het laatst der week
ontstond er eenige aarzeling en vooral Vrijdag scheen ‘het
alsof een daling zou inzetten. Tenslotte maakte de rjzing
echter ‘weder verderen voortgang en ook heden ‘bleef de
markt, ondanks lager afkomende koersen van New York,
nog vast.
Dollars flauwer. Het koerspeil is echter nog steeds aan-zienlijk boven ‘het goudpunt, zoodat een flinke teruggang
niet onwelkom zou zijn. Skandinavië flau,w en met weinig
za’ken. Ook Zwitserland liep niet onaanzienlijk terug. Indië
wederom vast, zonder dat verandering in den koers 4ntrad..

KOERSEN IN NEDERLAND.

010
Londen
Pa rij.,
Berlijn
Weenen
Brussel
)

New
York”)

3 Mei 1920..
10.57
16.52+
4.87+
1.35
18.50+
2.75
1
/,
4

,,

1920..
10.61
16.85
4.92+
1.37+
17.80
2.75
5

,,

1920.;
10.56
16.65
5.05
1.35
17.72+
2.75
6

,,

1920..
10.57+
16.77+
5.30
1.32+
17.75
2.75′!,
7

,,

1920..
10.54 16.80
5.25
1:27+
17.82 2.74’/g
8

,,

1920..
10153k
17.50

5.32+
1.30


Laagste d.w.’)
10.52 16.40
4
.7
7
+
1.27+
17.40 2.73
Hoogste
,,

,, ‘)
10.63 17.60
5.
37
+
1.40
18.70 2.76
1′ Mei

1920..
10.56
16.50 4.80
1.35
2
17.57+
2.74+’
24 Apr.1920..
10.65 16.45 4.52+
1.35
8
17.37+
2.73

8
liluntpariteit.
.
12.10
48.-
59.26
50.41
48.-
2.48
1
1
S)
Noteering te
Amsterdam.
5*)
Noteering
te Rotterdam. “t Particuliere npgave.
2)
Noteering
van 30 April 1920.
8)
Idem van 23 April 1920.

1
1
.tock-
1
Kopen- 1 Chrts. t Zwitser. 1 Spanje 1 Bafoola
1
Dato kalm’) hagen’) tiania’) land’)
1 ‘) 1
telegrafisch

3Mei

1920
58.80
46.90
52.90
49.-
46.80
101
8
/
4

,,

1920
58.85
46.90
52.95 49.05
46.50
101’/
5

,,

1920
58.60 46.80
52.85
48.60
46.75
101
3
/
6

,,

1920
58.25
46.65
52.50 48.65
46.50
101
8
/
7

,,


1920
58.15 46.50
52.25
48.50
46.50
101
8
/
8

,,

1920
58.10
46.40
52.15
48.20
46.02+
101
8
1,
L’ste d.
w.’)
58.-
46.30

48.-
45.80
101’h
H’ate

,,

,,

‘ )
5890
47.-

49.10
47.-
101
8
14
1
Mei

1920
58.85
47.-
53.-
48.80 47.03
101
5
/


24 Apr. 1920 59;25 47.- 1 53.- 1 48.55 46.75 101
8
/
Muntpariteit 66.67 66.67 66.67 48.- 48.- 100
S)
Noteering te Amsterdam.
1)
Particuliere opgave.

KOERSEN TE NEW YORK.

ata
CableLond.
(in
,f
per.)
ZichiParijs
(1h
fr,.
P.

)
Zicht Berlijn
(In ct.
p.
4Rm.)
Zicht Amsterd.
(in
cl.,. P.
gid.)

8 Mei

1920
3.83.50
15.82
‘oom. Laagste d. week
3.83.50
15.82
oom.
Hoogste,,

,.
3.86.50
16.92
nom
30 Apr…
1920
3.84.-
16.70
oom.
24
‘ ,,

..

1920
3.87.-
16.94
oom.

Muntpariteit.
.
4.86.67
5.18’1
95’1
40/,

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.

Plaatsen en
Londen
Noteertngs-
eenheden
24Apr.
1920
1Mei
1920
3-7 Mei
Laagste
1
Hoogste
7
Mei
1920

Alexandri..
IPiast.
p. £
977/
97
7
/j,
97
7
/te
9771,

97t/to

•B. Aires’)..
d.
p. £
60
51
60
1
1,
59′!, 60’/
608/,

Calcutta
. . . .
£ p.
rup.
214 218
81
211
1
1,
21313/,,
2118/
4

Hongkong
..
id.
p. $
4110
1
1
418
414’/,
418
4141/,

Lissabon….
d.
per Mii.
15
1
12
13
1
1,
12 15
13
Madrid

.. ..
Peset.
p.
22.79
‘22.69

22.65
22.92
2283
‘Montevideo’
d. per
$
60
60
1
14
60’/g
61’/
61
8
18
Montreal….
$
per
£
4.28
4.19
1
1,
4.22 4.27 4.25
‘R:d.Janeiro.
d. per Mil.
16
5
19
16
1
1,
16
17
/s
2
16/8
16
5
18
Lires
p. £
88.75 84.88
75.-
86.-
77.50
Shanghai

. .
£ p.
tael
6110
614′!,
610 618
610′!d
Rome

…….

Singap
.
ore
..
id. p. $
2
11
3
8
14
218
7
19
21381
4

214′
213
7
18

‘Valparaiso..
d.
p.
peso
12”!,,
11281,2

12
5
1,2
12
29
182
12”18
Yokohama
..
£
per yen
218
8
18
2/7
216
81
218’/
217
7
19
‘ Koersen der vooralgaande dagen.
1)
Telegra6sch tranafert.

NOTEERING VAN ZILVER.
Noteering te Londen . te New York
8 Mei
1920
……..
61
5
18
10414
1

,,
1920
……..
63
8
/4
llt’/,
24 April

1920
…….
69′!,

.
118
17

,,
1920
……..
6892
117’/

10
Mei
1919……..
58
111
11
Mei
1918
……..
’49
1
/s
99’12
20 Juli
1914
……..
2418/,s


54’18

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 8 Mei 1920.
Acti va.
Binnenl.
Wis-t
U.-bk.
f
94.963.331,70t/,

sets, Prom.,

B.-bk.,,
4.715.769,20
enz.in
disc.!. Ag.sch.
,,
80.469.57587

180.138.666.771!,
Papier
o.
h. Buitenl. in
di
sconto

……………………..

Idem eigen portef..
f
74.811.772,-
Af :Verkocht maar voor
debk.noguietafgel.

74.811.772.
-.
Beleeningen

u.-bk.
(

,,
f118.431.599,28’/2
nc1. vrsch.

B.-bk.
,,
29.799.492,9811,
in rek.crt.(
Ag.ach.
,,183.059.347,21
op
onderp.

f
331. 290.4 39,48

Op
Effecten

……
[320.961.839,48
Op
Goederen en
Spec. ,.
10.328.600,-

331.290.439,48
Voorschotten a. h. Rijk
…….. ………

Munt enMuutmateriaal
Munt, Goud
……
f
56.411.610,-
Muntmat., Goud
..

1
,579.236.356,54
1
1
[635.64 7.966,541/,
Munt, Zilver, ena..

,,
11.816.626,05
Muntmat., Zilver
.. •,

Effecten

,,
847.464.591,59
1
12

Bel.v. h. Res.fonds..

(

4.504.147,88
id. van ‘!sv.h.kapit.

3.901.044,7411
8.405.192,6215
Geb.enMeub. der Bank
………………
3.312.000,-
Diverse

rekeningen
………………

..
30.766.822,80’/s

f 1.27 6.189.4 85,28

Paasiva.
Kapitaal

……………………..
f
20.000.000,-
Reservefonds

………………….,,
5.000.000,-
Bankbiljetten in omloop
………….,,
1.078.868985,-
Bankossignatiën in
omloop …….

….
13.223.590,10′!,
Rek..Oour.lHet Rijk
f

13.701.692.41
1
12
saldo’s:

5
A.nderen
,,
120.697.958,46
134.399.660,87
1
1,
Diverse rekeningen ……………..

24.697.279,30

f1.276.189.485,28

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

415

NED. BANK 8 Mei 1920
(vervolg).

Beschikbaar inetaalsaldo …………..
f
401.649.235.90
1/

Op
de basis van
2
1
metaaldeicking …….
l56.35O.794,70’is
Minder bedrag aan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is .. ,, 2.008 246.175,-

Verschillen met de» vorigen weekstaat:
Meer
Minder
Dieconto’
55.530.405,38’10
Buitenlandsche wissels ……
1.570.064,-
Beleeningen

…………..
.
54.203.631,77’I2
Goud

…………….. …
196.797,84
Zilver ………………..
192.251,18’/
Bankbiljetten

…..
…….
64.982.135,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….
25.527.503,2512

Voornaamste posten
in duizenden guldens.

Data
Goud
Zilver
8 k
biij°e7ten
Andere
opet,chbare
schulden

8 Mei

1920

..
635.648
11.817
1.078.869 147.623
1

,,

1920
635.451
11.624
1.143.851
102.200
24 April 1920

..
635.171
11.323
1.045.948 94.752

17 .,,

1920

..
634.835
11.079
1.048.470
110.607
10

1920

..
634.516
10.749 1.049.693
121.016

10 Mei

1919
662.389
7.359
1.061.881
74.220
11 Mei

1918

.
721.771
7.493
952.425
60.656

25 Juli

1914
162.114 8.228
310.437
6.198

Data
Totaal
bedrag
discontds

Hiervan
Schatkist.
promessen
rechtstreeks

Bdee-
nin gen

itk-
baar
Metaal-
saldo

Dek-
bingo-
percen-
tage

8 Mei 1920
180.139 76.000
331.290
401.649
63
1

,,

1920
235.669
143.000
277.087 397.349
52
24 Apr. 1920
232.329 155.000
191.075
417.837
57
17

,,

1920
248.483
174.000
186.668
413.583
56
10

,,

1920
252.638
177.000 196.625
410.609
65

10 Mei 1919
147.102
88.000
226.085
442.146
59
11 Mei 1918
58.395
18.000
150.486
525.715
72

25 Juli 1914
67.947 14.300 61.686
43.521
1
)
75
1)
Op de baai. van
/6
metaaldekking.

Uit de bekendmaking van den Minister van Finan-
ciën blijkt, dat uitstonden op:


1 Mei
1920
1

8 Mei
1920

Aan schatkistpromessen..
f
596.020.000,-

f
329.610.000,-
waarvan rechtstreeks
de Ned. Bank geplaatst
,,,143.000.000,-
,,

76.000.000,-
Aan schatkistbiljetten ..
21.563.000,-
,,

19.177.000,-
Aan

zilverbous

………..
45.930.508,25
,,

47.163.161,75

JAVASCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens. De samengetrokken
cijfers der laatste weken zijn telegraphisch ontvangen.

Data
Goud
Zilver
Bank
biljetten

1

Andere
1

opeischb.
schulden

24 April 1920
420.500
17

,,

1920 ……
*0*
*0*
411.500


10

,,

1920

417.000

20 Mrt.

1920
171.098
4.216 ‘316.724
90.967
169.076

4.071
318.519
98.808
6

,,

1920 ……
170.790 4.497 317.940
100.172

…….

165.821
4.950
317.204 95.017

13

,,

1920 …….

26April 1919
127.368 9.249
213.210
121.451

28 Febr. 1920 …….

27 April 1918
…….
91.225
18.058
181.344
67.776
…….

25

Juli

1914 …….
22.057
31.907 110.172
1

12.634

1
Wissels,
1
1

Diverse
t Beschie-
1

Dek-

Data
Dis-
buiten
Bdee-
t

reke-
baar
i
hing,-
1

conto’,

1
N.-Ind.
ningen
i
ningen
5)
1

metaal-
percen-
1
betaalbaar
1
t

saldo
1

tag.

24 Apr.1920

223.500

103.750
17

1920

221.000

105.250
10 ,, 1920

226.500

104.750

20 Mrt.1920 1697 15.613 152.1 41.895 93.939

44 13

1920 16.569 15.270 153.808 53.695 89.813

41

6 ,, 1920 15.042 14.317 155.697 55.896 91.834

42

28Feb.1920 15.502 13.475 156.892 63.189 88.502

41

26Apr.1919 8.209 20.419 75.811 8.890 69.961

41

27Apr.1918 7.586 32.834 67.975 26.565 59.670

44

25 Juli 19141 7.2591 6.3951 47.934

2.228

4.842e 44
t) Sluitpost der activa

t)
Op de basis van
‘/o
metaaldekking.

DE SÛRINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatie Andere
opeischb.
schulden

1
1
Disconto’s
1

Div. rehe.
ningenl)

6 Mrt. 1920 ..
1.052
1.670 813 1.740 558
28 Febr. 1920 ..
1.050
1.639 968
1.749
278
21

,,

1920

..
1.049
1.664
934
.
1.751 269
14

,,

1920

..
1.048
1.622
1.006
1.645 310

8 Mrt. 1919 ..
952
1.686
1
)
865
1.322 119
9 Mrt. 1918 ..
546
1.291 884 1.095
748

25 Juli

1914

..
645
1.100 560
735 396
t
)
Sluitpost der activa.

t)
Hiervan zilverbons 265 dz. gid.

3UITENLANDSCHE BANKSTATEN..

BANK VAN ENGELAND.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,
in duizenden pond sterling.

Data
Metaal
Circulatie
Currenc

Notes.

Bedrag
1

Goudd.
1
Gov. Sec.

5 Mei

1920
112.520
111.116
343.054 28.500
322.455
28 Apr. 1920
112.518
107.884 337.377
28.500 317.984
21

,

1920
112.421
105.963
337.182
28.500
318.017
14

,,

1920
112.450 106.018
340.029
28.500
320.789

7 Mei

1919
85.927 76.782
347.240
28.500 330.094
8 Mei

1918
61.366
49.683
241.004 28.500
216.836

22 Juli

1914
40.164 29.317
1



Data
Gov.
Sec.
Other
Sec.
Public

Depos.

Other
Depo,.
1
.

Re-
serve
Dek-

5Mei ’20
55.310
79.691
20.650
116.516
19.854 14,50
28Apr.’20
59.805
75.164 17.903
122.478
23.084 16,40
21

,,

’20
57.476
79.613
20.047
124.257
24.907 17,30
14

,,

’20
55.119
79.891 19.315
122.889
24.881
17,50

7Mei ’19
49.453
79.477
23.692
115.161
27.595
19,88
8Mei ’18
55.872 97.410
37.573
128.130
30.133
18,18

22 Juli ’14
11.005
33.633
13.735
42.185
29.297
52e1s
t)
Verhouding tusachen Reserve en Depoeit..

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens- kassenscheine, in duizenden Mark.

Data
Metaal
___________

Daarvan
Goud
Kassen-
scheine
Circu.
latte
Dek.
bingo-
perc.
t)

30 Apr. ’20
1.094.756
1.077.644
15.192.722
47.939.649
34
23

,,

’20
1.094.919
1.077.645
14.541.409 46.228.045
34 15

,,

’20
1.160.467 1.077.651
14.379.809
45.706.106
34
7

’20
1.137.125
1.091.458
14.051.507
45.617.063
34

30 Apr. ’19
1.778.890
1.755.868 7.277.308 26.828.121
34
30 Apr.’18
2.464.796
2.344.999
1.543.195 11.820.793
34
23
Juli

’14 1.891.398 1.356.857
65.479
1.890.895
93
t)
Dekking der circulatie door metaal en Kaseenocheino.


Data
Wisselv
Rek. Cr1.
Darlehenskassen,cheine
Totaal
In kas bij de
uitgegeven
Reichsbank

30 April 1920
41.994.737
16.498.909
*0* *0*

23

,,

1920
37.380.220 13.072.550 28.143.900
14.502.700
15

,,

1920
41.958.456
17.099.647 28.172.700 14.341.300
7

,,

1920
43.111.362
17.117.796 28.336.100 14.264.400

30 Apr. 1919
31.552.664 14.537.274 18.558.200
7.268.600
30 Apr. 1918
13.887.788
7.055.105 8.587.300
1.529.700

23 Juli

1914
750.892 943.964
1


OOSTENRIJKSCH-HONGAARSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden Kronen.

Data
Metaal. en
buiten!.
goudwissds_1

1
Disc, en
bdeentngen

1
B(jz. schuld
t
Oostenrijk
1_en Hongarije_1

1

Bank-
1

biljetten
Rek. Crt.
saldi

7Feb.’20
1
)290.428
19.251.400 32.954.000 56.994.022
6.057.646
31Jan.’20
291.083
19.162.543 32.954.000 56.772.802
6.220.536
31Dec.’19
287.640
19.196.063 32.954.000 54.481.264
7.906.378
23

,,

’19
297.363
17.856.786 32.954.000 53.109.418 7.641.778

23Juli’14
1.589.267
954.356

2.159.759
291.270
1)
waarvan
222.662
goud, 10.815 buitenlandsche goudwissels en
56.945
munt en muntmateriaal Zilver.

416

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

BANK VAN FRANKRIJK..

EFFECTENBEURZEN.
Voornaamste posten in duizenden lrancs.

.

Amsterdam, 10 Mei 1920.

Data
Goud Waaroon
in liet
Buitenland


Zilver
.

Te
goed
in het
Buitenland

Buit.gew.
eoor,ch.
old. Staat

6Mei ’20
5.686.566
1.978.278

242.577
.670.630
25.900.000
29Apr.’20
5.586.312
1.978.278
244.085 630.875 25.300.000
22

,,

’20
5.586.035
1.978.278
245.805
689.877 25 300.000

15

,,

’20
5.585.730
1.978.270
242.190.
643.131
25.300.000

8 Mei ’19
5.547.736
1.978.278
308.624
813.336
23.200.000
9Mei ’18
5.380.407
2.037.108 255.825
1.300.270
16.150.000

23Juli’14
4.104.390

639.620

1

Wissel,
Uitge- stelde Wissel,

Belee-
Bankbil-
jett
Rek. C:t.
Pont.
culieren

Rek.
1.
Cr.

Staat
2.028.180
555.801
1.829.80636.249.345
3.423.368
59.948
2.308.504
559.562
1.784.456
37.687.600
3.379.465
89.842
2.145.842
563.809 1.803.019 37.267.320 3.338.385
302.830
cr
2.222.500 569.650 1.808.080 37.432.290 3.424.970
271.530

894.942 886.540
1.233.430 34.429.667
3.433.379
62.105

1

1.177.399
1.091.821
999.006
27.011.836
3.052.300
46.969
1.541.080
1


769.4001
5.911.9101
942.570
400.590

BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE.

Voornaamste posten in duizenden Iranes.

Metaal
Be
leen
.

Belcen.
Rek.
Dato
mcl.
San

1

San

1

wissel,
Circu-
Cnt.
buiten!, buiten!,
prom.
d.
en
latie
saldi
vorder.

provinc.
beleen.

6 Mei’20
360.483
84.803
480.000
828.326 5.087.943
1.249.913
29Apr.’20
360.814
84.803
480.000
853.487 5.123.174 1.278.341
22

’20
359.654
84.803
480.000
804.199
5.022.961 1.219.144
15

,,

’20
359.095 84.915
480.000
776.567
5.028.505
1.275.680

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD

AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Goudvoorraad
_______________ _________________________
Zilver
cle.
1

F.R.
Notes
In
ircu-
Totaal
Dekking
in liet
bedrag
1
F. R. Notes
buiten!.
!atie

9 Apr. ’20
1.957.490
1.292.868
112.781
129.816 3.080.217
2

,,

’20
1.950.259 1.286.335
112.781
130.169
3.077.323
26 Mrt. ’20
1.934.755
1.304.605
112.781
122.400 3.048.039
19

,,

’20
1.934.581 1.273.869
112.781
125.745
3.047.133

11 Apr. ’19
2.142.880
1.197.522

69.109
2.548.588
12 Apr. ’18
1.830.271 881.038
52.500 64.724 1.499.377

Data Wi,,els
Totaal
Depo,iio’a

1
Gestort

1
Kapitaal

1

1

Algem.
Dek..
kings-
perc.’)

Percent.
Goud-
dekking
circal.
2)

9Apr.

’20
2.789.779
2.535.754
91.160
43,3
48,0
2

,,

’20
2.824.554 2.609.945

91.284

42,9
47,4
26 Mrt.

’20
2.901.109 2.541.692 91.059
42,7 47,1
19

,,

’20
2.670.913
2.625.851
90.958.
43,5 48,3

11 Apr.

’19
2.186.514 2.414.299
81.750 47,0
62,4
12Apr.

’18
1.031.664
1.918.651
74.748 58,8

2)
Verhouding tueschen: den totalen goudvoorraad, zilver etc., en dc
opeiachbare schulden: F R. Notes en netto depoeito’s.
2)
Na aftrek
van 35 pCt. der totale dekkingsmiddelen als dekking voor de netto
deposito’s.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET

FED.
RES. STELSEL.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Aantal
Totaal
uitgezette
1
Reserve
bij
de
Totaal
Waarvan
time
banken
gelden en
F. R. bonk,
deposito’,
deposit,
bdeggin gen

2 Apr. ’20
811
17.034.529
1.436.756 14.306.075
2.586.610
26
Mrt. ’20
809
15.466.778
1.413.492 14.127.109
2.581.774
19

’20
809
15.363:777
1.387.080
14.311.500
2.574.140
12

,,

’20
808
15.371.381 1.436.486
14.314.860
2.563.893

4 Apr.’19
772
14.080.812
1.267.458
12.236.321 1.686.693
5Apr. ‘181

679
11.947.2561
1.169.790111.053.0361
1.377.256

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven
van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

Dc houding vtiu 1e iiiteruttiouaIe beurzen gedurende de
algeloopeit week is wel in scherpe tGgnnstelliug met die
‘aI1
cle vorige leriehtsper.iode. Ws toen gewag te maken
van een algemeene depressie, thans valt een opleviag te
relevecren van (le meeste buitenlandsche centra, een op-
levitig, welke veliswaar nog geen al te groote proporties
heeft aangenomen, doch die toch niet heeft nagelaten ccii
veel betere stemiiiing
iii
het ]even te roepen.
Ecu uitzondering heeft -dc beurs te B e r-1
ii
n -gevormd.
Daar ter plaatse is nog-immer een groote stilstand in za-ken
aanwezig, gepaard gaande aan een zeer onregelmatige
stemming. Al en toe doeji zich wel OCIIS factoren voor, die
ten opzichte van een speciaal fonds een- betere tendens te
voorsohiju roepen, dooli als regel is de tendens mat en. zijn
de omzetten gering. In de allereeistc plaats moet -hiervoor
het hoogere niveau van de Reiehsmaik, in vergelijking
met het peil van enkele weken geleden~ aanspi-akelijk wor-
den gesteld. Niiet alleen op de fondsenmarkt, ten aanzien
van de -z.g. ,,V-aluta-waarden”, ‘doch in het geheele kandels-
leven heeft cle stijging van ‘den koers van het Duitsche
betaal,m-icl’del, of, wat op hetzelfde neerkomt, de daling -val -cle waarde der -buiteulan’dsoh-e -d-eviezen, haar uit-werking
doen gevoelen. Er zijn th’airs ‘geweldige voorraden katoen,
koper, enz., die zeer sterk gecleprecieead jzij
.
n en waardoor
het gevaar dus is ontstaan, -dat de betrokken handelaars
in moeilijkheden zullen geraken. Men vreest dan dok ioor
faillissementen, clie ‘liet bedrijfsleven kunnen ontwrichten
en waar

de fondsenrnark

t voor dergelijke factoren steeds
tei-tei-inate gevoelig is, behoeft -het geen verwondering te
wekken, dat dc ‘beurs-niet in al -te opgewekte stemming
heeft verkeerd. Een uitzondering hebben gevormd cle aan-deden der Allgemei’ne Elektrizithts-G-esel’lsehaft, die eep
20-tal procenten houden stijgen op de beticht-en van zeer
gunstige bedrijfsresultaten, gepubliceerd op de jongste
algemeene vergadering. Petroleumwaarden ‘lagen als ge-keel zwak in -cle markt. De beurs vertoont -een dclatante
tegenstelling niet ‘de buitengewone levendigheid van enkele
weken geleden, toen -banken en commiissiehuizen overstelpt
werden -met koopordlers en zij het ‘hieruit ontstane ‘werk
•bijna niet meer konden beheeren.

Daarentegen waren, zooals -reeds ‘gezegd, de ‘andere
groote centra cl-ei- wereld-markt veel gunstiger

gestemd. Te
L o -n den is cle -tendens vast geworden ‘in verband met cle
mogelijkheid, dat ‘de ivinstbelasting ad 60
pCt.,
zooals ciie
door den Minister van Financiën -was voorgesteld, al4nog eenige vermindering zal kunnen ondergaan. Ook ‘de geld-
markt -is iets iurinier geworden, al blijven ‘de onttrekkingen
van Am-erikaansehe saldi voortduren, ivijl in Walistreet-
nog steeds hoogere rentev-ergoed-ingen worden gegeven.
Daarentegen is er than -wellicht -kans, dat de groote vlot-
tende dchu’l’d- van -het Bri-tsehe Rijk geconsolideerd aal kun-
nen worden, omdat ‘de meerderheid der groot-i-ndustri-eelen
t-hans overhel-t tot -het -acceptikren van
een
gedwongen
leenitig -met lage rentevergoeding, ‘waaraan dan nog de
voorkeur ‘zou worden gegeven ‘boven
ccii
-hef 1 in.g in dciii.
,i)e afzet van schat-kistbiljettea met wésselenden rentevoet en met een looptijd van -drie tot vijftien jaren schijnt daar-
en-tegen niet zoo vlot te gaan; indien hierdoor echter het
doorvoeren van een leening op ‘langen tdimija zou worden
vervroegd, zou dit’ cle fin’ancieele situatie van Engeland
ivellicht nog ten ‘goede kunnen komen.

De beurs heeft -den tegen’woordigen loop van zaken
gil-li-
stig opgevat, temeer, om-dat volgens goed ‘in.gelidhte kriti–gen een verdere verkooging van

‘den discontovoet ‘vernioe-
delijk -niet noodzakelijk z?il blijken.
Ook te P a -r ij s ‘was -de tendens meerendeels -gunstig
gestemd, ondanks het feit, -dat nog absoluirt niet vaststaat,
wat de financieele conferentie te Spa, ‘die in den loop van
deze maand ‘tussehen -vertegenwoordigers der Geallieerden
en -den Duitschen Rijkskauseli-er

aal plaats -vinden, en op-
iiiohte van de Du-itsohe oorlogs-schadever-goed’iug zal be-sluiten. Hoewel de voor-loopige besprekingen -te San Remo
gcensains in het voordeel van Frankrijk zijn uitgevallen,
-is men ‘in financieele kringen nogal optimistisch gestemd-
ten -aanzien yan -de definitieve resultaten, waardoor clan
wellicht een deel van de th-aus voorgestelde drastische
i-ukomstenbelasti.ugen zou-de ‘kunnen verdwijnen.
Te N civ Y.o rk is uien, na een paar aanvankelij’k min-
der opgewekte -da’gen, weer optimistischer geworden. Voor-
al spoorwegwaarden konden ‘hier van de betere tendens

profiteeren, omdat, naar -men algemeen aan-neemt, de Inter-
state Commerce Commission de aanvrage tot -ver-hooging
‘der ‘tarieven thans aal ‘inwilligen. Deze inwilhi-ging zal wel
noodzakelijk ‘blijken in verband met de ver.hooging der
bonen van employé’s en -arbeiders, temeer, waar in begin-

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

417

sel besloten is, dat de spoorweg-systemen een winst van
6
pCt. op het maatschappelijk kapitaal zullen mogen ma-
ken en zij thans, zelfs bij de nog geldende lagere ‘bonen,
gemiddeld niet meer dan 3 pCt. realiseeren. Eet gevolg
van deze opvatting is echter gnweest, dat ook ,industrieele
ondernemingen hooger gewaardeerd werden, omdat men
in verband met dc betere situatie der spoorwegonder.nemin-
gen ook grootere bestellingen voor cle industrie tegemoet
ziet. –
T e o n z e ii t ‘hebben de locale markten wederom van en
buitengewone levendigheid, gepaard gaande aan een zeer
vaste houding, blijk gegeven. In de •afdeeling voor
s/cats-
fondsen
kwam dit uit den aard
‘der
zaak nIet sterk tot
uiting, daar deze behoort tot de zeer kalme efdeelingen
aan onze beurs, die de epèculatieve opvattingen niet of nau-
welijks sveder.geven. Tegen het slot der week was de ten-
dens voor inheemsche staatspapieren ‘weliswaar iets beter,
doch in vergelijking met dc slôtkoersen van de vorige be-
riohtsperiode vallen toch meerendeels fractioneele verliezen te constateeren. Voor een deel moet dit worden toegeschi’e-
ven aai/ ‘den Imoogeren rentestand in de vrije ‘geidmarkt, die
weliswaar iets is gedaald, nadat de termijn van volstorting
op de nieuwe staatsleoning is verstreken, doch die toch nog
van dien aard blijft, dat in sommige gevallen met vrucht tot realisatie van staatsfondsen kan worden overgegaan, om het beschikbaar komende geld dan ‘ter heurze ui.t te
zetten.
In buiteulandsohe soorten ging slechts sporadisch iets
om en ‘dan nog veelal tegen re.ageerende noteeringen. Vooi’al
Russen en Mexicanen ‘hadden onder aanbod te lijden, in
verband met •de militaire toestanden in deze landen.

4
Mei.
7
Mei.
10 Mei.
Rijzingof

5

0
1
0
Ned. W. Sch.

.

.
SS’/io
85V,0
85116

4 6
6,
10
,,

,,

,,

1918
83
1
12
82
8
14
8312/18

+

7
1,
6

4

01

1916
73814
74
73’12
3
Y
j
0
10

,,

.
61′
61

12
6018

3

°Io

,,
5311e
52
1
1
4

53814
__
l/j
24
0
10 Cert. N. W. S.
46V4
46
2
/lo
46V’
+
‘/
5

6
I0
Oost-Indië
1915
89
7
18
8981
4

90112
+
1
18
4

0
10
Hongarije Goud

. . . .
iO’h
10’I
10’18
4

010
Oostenr.Kronenrente
618
6’/
5’1

118
5

°/Rusland
1906

……..
14V2
15
132/
4

81
4

4
Y
2
0
10 Iwangorod Domhr..

9
1081
4

81,

4

0
1
0
Rusland

Cons.

1880
12
12’14
99O
21
4

0
1
0
Rus!. bij Hope
&
Co.
13 13
12’/,

’12
4

0
1

Servië
1895

……..
19 19
18

1
44
0
/o
China Goud
1898
– .
56
57
57718
+
1718
4

°/
o
Japan
1899

………
54
— —
4

0
1
0
Argentinië Buiten!..
47 47
47
5

0/

Brazilië

1895 ……
bil/
16

51’1
10

51’11
5

0
10

1913
……
51
8
/4

• Van cle locale afdeelingen ‘waren het svederom
suiker-
waarden,
die het kraohtigst de aandacht hebben getrokken.
Het was gedurençle de gansche berichtsperiocle ‘buitenge-
woon teekenend, ‘dat w’instnomingen bijna niet zijn voor-
gekomen, hoewel het hooge koerspei’l en de in enkele dagen
verkregen ontzaglijke prijsverhcff.i.n’gcn hicvtoe toch vaak ge-
-noeg hebben uitgelokt. Integendeel kwam ‘het herhaaldelijk voor, dat dezelfde kringen, die aanvankelijk op ‘besebeiden
sdhaa’I tol realisatie waren overgegaan, hetzelfde fonds tot
hoogere prijzen terugkochten. Op deze wijzewas ‘het moge-
lijk, .dat cle rijzi’ng zich ononderbroken voor.tzette, waarin
alleen de laatste dag der .berichtsperiode een uitzondering
heeft gevormd. Toen toch was het aanbod uit ‘winstneming in sommige gevallen vSo krachtig, dat aanmerkelijke reac-
ties hebben plaats gevonden, welke echter, beschouwd in
het ‘licht der Voorgaande rjzing, geen ‘gewicht in de schaal
hebben gelegd. Speciaal ten opzichte van aandeelen Poer-
woredjo was een opmerkelijke vast’hei’d van ‘tendens op te
merken, die moet worden toegeschreven aan de omsta’n-
cligheici, dat voor Indische rekening hier ‘ter ibeurne groote
posten zijn verkooht, tot veel lagere prijzen, vel’ke t’hans
klaarblijkelijk weder teruggenomen worden; Overigens is
een enkele blik op de, voordeelige koersverschillen vol-
doende, om tot de conclusie te komen, dat alle betrokken
waarden in. deze afdeeling een uitermate sterke rijzing achter den rug hbben, die zij voor het allergrootste ge-
deelte konden bohouden. De oorzaak is nog steeds dezelfde:
berichten uit Indië van zeer vlotte verkoopen van het
product tegen sterk oploopende prijzen.
Aan de hier gereleveerde beweging hebben zich in de
afgeloopen dagen ook aandeelen van
Indische bankinstel-
lingen
aangesloten. Waren het de vorige week voocname-
lijk aandeelen Nederinndseh-I]8.disehe Handelsbank en aan-
deden Koloniale Bank, ‘die het sterkst de aandacht heb-
ben getrokken, thans •hebben zich hierbij gevoegd ‘aandee-
len Nederlan’dsohe Handel-Maatschappij, anders het kalmo
fonds bij uitnemen’d’hei.d, die thans niet minder dan
37
pCt.
in koers ko.inI4ü monteeren. In verhouding tot deze koers-
verhefUngen maken de avences in de aan’deelen onzer in-heemsche bankinstellingen een pover figuur, hoewel deze
toch ook tot hoogere knIrsen uit de markt zijn genomen. Het waren echter niet ‘alleen suikeraandeelen, die van
een optimistische stemming ‘konden profiteeren, doch ook
dc aandeelen der overige cultuurafdeel’ingen ‘hebben zich
uiterst opgewekt betoond.
TaS akswaarden
bleven voor de
goede en oudere soorten zoo sterk gevraagd, dat ook hier slechts aan ‘de vraag ‘kon worden voldaan tegen krachtig
verhoogde prijzen. De jongste veiling van Javatabak heeft
goede hoop geboren doen ‘worden ten aanzien van de’aan-
staande Sumatra-inschrijvingen, terwijl de fusie-geruchten
het hunne hebben bijgedragen, om. een ‘will’ige stemming
in het leven te roepen en te houden.

4
Mei.
7
Mei.
10
Mei.

Amsterdamsche Bank
.
‘go
195 198
+
8
Ned.Handel-Mij.cer.t.v.aand
2431,
263
280112
+
37
Rotterd. Bankvereeniging
148 139
138
1
12

9
1
/2*
Amst. Superfosfaatfabriek
137 135
1
/2
135

2
Van Berkel’8 Patent
……
129
133 133
+4
Insulinde Obiefabriek

….
242
251’12
261
+
19.
Jurg’ens’ Ver. Fabr. pr.aand
99’/,
98/
97
1
1

2
Ned. Scheepsbouw-Mij. . . . .
136
141’12
143’i,
+
7
1
1i
Philips’ Gloeilampenfabriek
602
1
11
660
750
+147
1
1,
R.
S.
Stokvis
&
Zonen 645
646 645
Vereenigde Blikfabrieken.

131
1341,
134/2
+
3
1
1,
Compania Mercantil’Argent
325
337112
340
+
15
Cultuur-Mij. d. Vorstenland
354112
393
43j
3
/
+
7714
Handelaver. Amsterdam

931
950’12
963
‘+
32

Holi.
Transatl. Handelsver.

10981
4

10821
4

108/4
— 1
Linde Teves
&
Stokvis
. .
204 204
200
— 4
VanNierop&Co’sflandel-ItIj
204
,
210’/
215’/4
+
11
1
14
Tebs
&Co’s
Handel-Mij

165
164
,
164
— 1
Gecons. Hol!. Petroleum-Mij
359
3401,
.

338
1
1,

Kon. Petroleum-Mij.
……
951’/,
962 10058/,
+
54
Orion Petroleum-Mij …….
.69
67
68’14

11
4

Steaua RomanaPètr.-Mij..
160
153’14
158

2
Amsterdam-Rubber-Mij…..
250 252
269
+
19
Nederb.-Rubber-Mij.
…….
136/2
136
145
+
8
,
12
Oost-Java-Rubber-Mij…..
393 392
410
+
17
Deli-Maatschappij

——–
531
52812
544
+
13
Medan-Tabak-Maatschappij
310

.
302
1
1
310
Senembah-Maatschappij
524’12
513
1
12
539
+
14
‘Is
4
1 ex. dividend.

Hiernaast moet ‘de
ru’bberafdeeling
worden gereleveerd.
De berichten omtrent teruggaan’de prijzen voor ‘het pro-
duct te Londen hebben niet den ger’ingsten invloed op het
koerspeil te onzent uitgeoefend. Integendeel waren alle
soorten tot zeer veel hoogere koersen gevraagd, terwijl er
in ‘zooverre een tegenstelling met de overige afdeelingen
ter beurze ontstond, dat op den laatsten beursdag van de ber’ichtsweek hier van winstnerning geen sprake was en
eerder in ‘groote posten door het publiek werd bijgekoclit.
De markt voor
handelsondernanmingen
toonde zich vast,
speciaal voor aandeelen Compania Mercantil Argentina,
terwijl van dc industrieele soorten in het bizonder aan’dee-
l’eii Philips’ Gloei’lampen konden monteeren, zoodat het
grootste ‘gedeelte van ‘het onlangs geleden verlies eder is
ingehaald.
Petroleum’waardcn
stegen tegen het slot der week zeer
krachtig; nandeelen Koninklijke Petroleum- Maatschappij
brachten het tot over de 1000 pCt., in verband met de
thans ‘binnenkort te ‘wachten nieuwe emissie van, aandeelen
h 100 pOt. In verband hiermede monteerden ook aandeelen Dordtse,he Petroleum Maatschappij. Aandeelen Geconsoli-
deerde Hollandsche Petroleum daarentegen’ bleven eenigs-
zins ten achter; de aa’n’daoht van ‘het publiek is thans op
andere objecten geconcentreerd.
De
scheepvaartafdecfing
was eerder looni gestemd; na de
aanvankelijke opleving, die de aankondiging der ‘oprich-
ting van de groote fusie onzer Neder’landsohe reederijen
heeft ‘gebracht, ‘is men er ‘toe overgeheld ook de schaduw-
zijden ‘dier combinatie op te zoeken, waardoor sommige
soorten zeer sterk in reactie kwamen. Weliswaar zijn de
omzetten van geringen omvang geweest, zoodat dc koers-
teruggangen geen geheel zuiver beeld van de ‘marktpositie
geven.

4 Mei.
7
Mei. 10 Mei.
Rijzingof

ildhland-Amerika-Lijn . – .
527
11

519

528’12 + 1
gem.eig.
522

509% 525
1
12 + 3
1
12
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij -.
315

350

345

+ 30
Hol!. Alg. AtI. Stoomv.-Mij.
172
1
1

172
1
1

172’/4

1 10 Mei ‘
t

3 Mei 1

10Mei
Soorten.

1

1920

t

1920

1

1919

Tarwe

(Plata 78 K.G.) ‘)
39,75
Rogge (No. 2 Western) 1)
31.60
Maïs (La Plata)

……
S
)

.
‘409,-
Gerst
(48
Ib. feeding) –

2)
525.–
Haver (38 lb. white cl.). -‘)
22,-
Lijnkoeken (Noord-Ameri-
ka van La Plata-zaad)
8
)
215,-
Lijnzaad (La Plata) …. 4)
870,-

1) p. 100 K.G.

8) p. 2000
K.G.
.1960 K.G.

38,25
29,75

393,-

518.-

500,-

470.-

22,-

26.-

205,-

285.-
850,-
1
1015.-

S) p. 1000 K.G.
4)
per

418

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

Rijzing of
4Mei. 7 Mei. 10 Mei.
daling

Hollandsehe Stoomboot-Mij.
219
1
/2
213
1
1, 2091/, – 10
Java-China-Japan-Lijn
36611
2

3,59
364

2’i,
Kon. Hollandsche Lloyd .
18911
6

181
184.

5
1
1
Kon. Ned. Stoomb.-Mij.

. –
240.
233
235112
– 4
1
19
Kon. Paketvaart-Mij…..
2552/
2

250
1
1
245
– 10’11
Maatschappij Zeevaart …
344


Nederl. Scheepvaart-Unie.
309
1
!,
300
1
1,
301
– 8’12
Nievelt

Goudriaan

.
……
680
690
690
+ 10
Rotterdamsche Lloyd ……
314′!,
301
299
– 15′!,
Stoomv.-Mij.,,Hiflegersberg”
355
307
1
12
307
1
1,
– 47’12
,,Nederland” . .
382 371
344112
– 37112 ,,Noordzee”

. .
149
1
1
142
144’14
– 5’/4
,,Oostzee”

….
309
1
/
2

295 295
– 14
1
12

De
,4merikaansche markt
was hier
vast gestemd,
in aan-

sluiting ‘aan

de betere tendens

van
New York.
Vooral
spoorwegwaarden bleven gevraagd.

4 Mei.
7 Mei.’ 10 Mei.
Rijzingof

American Car & Foundry.
146
1
1,
148
1531,
71
Anaconda Copper ……..
132’/j6’I34′!4
132
15
!io
Un. States Steel Corp…..
106i/
g

108
1
1
107
7
1s
+ 1
1
18
Atchison

Topeka

……..
88’/
89
1
!,e
89’/ie
+
I3/,

Southern

Pacific

……..
103v/s
104
1
12
104e18
±
2/4

Union Pacifie …………
127/4
130 129
1
1,
+ 1
9
1
Int.Mere.Marine afgest…..
39
40
40
+
1′

,,

,.

,,’

,,

prefe
158
156
157

1

Geld op
prolongatie bleef 5 pCt. na
6 pCt.

GOEDERENHANDEL

GRANEN.

11 Mei 1920.

Ook in de af.geloopen ‘week is het weder in Europa over
het algemeen ongestad’ig geweest; in vele streken word/i
over te veel neerslag geklaagd, hetgeen de werkzamhed’en
op het land heeft tegengehouden. Toch is de stand van het
graan in vele streken van Europa vrij gunstig, ‘al is het
moeilijk ziCh een ‘goed oordeel te vormen uit de vele
tegenstrijdige berichten. Zon wo’rd’t in Duitschland spe-
ciaal geklaagd, dat, tengevolge van de prjspoii’tiek der
Regeering de boeren er geen belang in zien den grond
intensief te bebouwen. De prijzen voor meststoffeu en ar-
beidskrachten zouden veel te hoog zijn, in vergelijking met
den ‘prijs, die voor het ‘graan wordt toegestaan.
Buiten Europa zijn de berichten over ‘het algemeen
gunstig. In de eerste plaats is ‘het meegevallen, dat het
Washington-rapport over April een kleinen vooruitgang
toont van clan stand van ‘ivintertarwe, aangezien vrij alge-
meen een achteruitgang v.erw’acht werd. Toch wordt de op-brengst nog op circa ‘hetzelfde geschat als de vorige maand;
in verband zoet het cijfer der omploegingen.

Noteeringen.

Argentinië gaat voort met zeer veel •tarwe te verschepen,
al was het cijfer in de afgeloopen week iets kleiner dan
het p’henomenale cijfer van de voorafgaande week.
Nadat de prijzen aanvankelijk nog verder scherp ge-
stegen zijn vond op 8 Mei een reactie plaats, welke hoogst-
waarschijnlijk het gevolg is van de vrees, dat tengevolge
van maatregelen ‘der Argentijnsche Regéering ‘de ezpor.t
van tarwe spoedig verboden of althans belemmerd zal
worden.’ Toch is sedert dien de prijs wederom honger en
groot aanbod is in ieder geval .niet meer van Argentinië
te verwachten. Overigens is de tarwepositie in de wereld
vrijwel onveranderd en valt er weinig toe te voegen aan
hetgeen wij de laatste weken ‘reeds ‘hierover vermel’dden.
In de meeste landen van Europa is op ‘het oogen’blik de
aanvoer van inlandsahe tarwe zeer gering, wat de behoefte
aan buitenlandsche tarwe aanmerkelijk vermeerdert.
Voor rogge was de stemming wederom vast, ofsohoon er
minder zaken tot stand kwamen.
In Buenos Aires is plotseling groote ‘belangstelling voor
mais ontstaan en de omzetten per d’ag i’n de termijn-
markt zijn gswel’dig ‘groot. Het artikel is onder dien’ in-
vloed sterk gestegen; men gaat waarschijnlijk van de
veronderstelling uit, ‘dat mats voor een goed deel tarwe
zal moeten vervangen en i’n deze meaning wordt men ver-sterkt door het feit dat cle Fr’ansche Regeerin’g ‘heeft aan-
gekon'(ligd een zeker percentage mais door het broodgraan
Ie mengen. De verschepingen van maIs naar Europa zijn
in dan laatsten ‘tijd tamelijk ruim geweest, doch ze heb-
ben ‘hoofdzakelijk plaats gevonden naar ‘het Vereenigd
Koninkrijk en bestonden bijna geheel uit ‘de voorraden
van de Royal Cozomission. Deze moeten nu vrijwel uit-
geput zijn en waar de Engelsche markt tengevolge van de
lage prijzen, welke de Engelsch’e Regeerinig voor •haar
mais vroeg ‘beneden de Argentijnsehe import pariteit is
gebleven, kunnen belangrijke versahepingen van den han’
del ‘tog niet tegemoet gezien worden. Ook voor andere
Europeesche markten staat mais ‘in Argentinië te hoog,
zoodat nieuwe zaken haast niet tot stand kwamen. Toch
is de stemming in de meeste markten vast aangezien ten.
‘gevolge van het geringe aanbod bijna overal dekkings-
koopen werden gedaan. Argentinië ‘heeft wederom de ver-
sehepingen naar Noord-Amerika ‘her,vat, ‘hetgeen mogelijk
is geworden ‘door de ‘buitengewone stijging, die de maIs-
prijs in de Unie ‘heeft ondergaan.
Ook gerst en haver zijn zeer vast ‘gestemd. Voor lijn-
zaad is de stemming ‘weifelend. De prijzen in Argentinië
zijn nog iets gestegen, ofschoon noch Europa noch Amerika
kooplust toonden.
Indisch lijuzaad was aan de markt ‘tot lager prijzen in
verband met ‘den lageren zilverkoers. Ofschoon in En’ge.
land cle prijzen nog slechts weinig verbeterden is de stem-
min’g toch beter. De Engelsche olie staat ‘nog zooveel lager
dan alle andere markten ‘dat regelmatig uitvoer plaats
vindt. Houders van lijnsaaci zijn evenwel tot de beding-

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

Chicago

Buenom Aurea

Data

Tarwe
1
Mars
1
Haver

Tarwe

MaTa

Lfjnzaad
[‘Vew
Yorkl
Mei
1
Met
1
Juni
1
Juni
1
Juni

8 Mei ’20 331

190

‘105

22,75

12,- 29,-
1 ,, ’20 317

175’/a , 102

24,408) 10,452) 28,358)

8 Mei’19 226 ,

169

68′!,

11,20

5
1
10

21,95′
8 Mei’18 220

127
1
!,

73/8

12,608) 5,05
1
) 24,252)

8 Mei ’17 297

1568/
4

68′!,

16,25

11,30

24,30
20 Juli’14 82

‘) 5681
8
2) 36
1
1 ‘)

9,40
2
)

5,38
2
) 13,702)

1) per Dec.
2)
per Sept.
S)
per Mei.

AANVOEREN in tons van 1000 K.G.

Rotterdam
Amierdam
Totaal

Artikelen.
3-8
Mei
Sedert
Overeenk.
3-8
Mei
.
Sedert
Overeenk.
1920
1919
1920
t
Jan.
1920
tijdvak
19.19
1920
1
Jan.
1920
tijdvak
1919

25.946 148.904
171.946
ca. 8.000
46.031
11.205
194.935
183.150

Rogge …………….
‘ –
.

205
6.266

8.690
205
14.956

Boekweit .

…………
‘-
2.500

‘-


2.500


103.286
15.355

18.924

122.210
15.355

5.252
‘29.780

120
6.929
5.372 36.709

Tarwe ………………

Haver ……………..

16.397
110.210
– –

16.397
110.210

MaIs

……………..

.

393

.

13.204


2.424

15.448

Gerst

……………..

Lijukoek ………….’

..

20.858 6.755

1.406

22.264
,

8.755
Lijnzaad …………….

5.784
150.226
– ,

37.435
5.784
187.661
Tarwemeel ………….5
Andere meelsoorten….

3.228
103.521

100
1.366 3.328
104.887

12 Mei 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

419

bare prijzen, die verre beneden de pariteit van Argentinië
zijn, terughoudend. –
N e d e r 1 and. Onze Regeeri-ng heeft voor ‘het eerst
sedert geruimen tijd wederom offerte gevraagd, van tarwe,
welke ongeveer in Juni geladen
toit
moeten worden. De
Regeering verkocht in veiling ca. 2000 tons tot goede prij-
zen. De voorraden zijn hier zeer afgenomen, waardoor hoo-
gere prijzen betaald worden. Ook de 1000 tons gerst, die
in publieke veiling verkocht werden, -gingen ‘tot zeer hoo-gen prijs weg. Voor andere voerartikelen is de vraag even-eens vermeerderd en bijna alle ‘toonen belangrijke verhoo-gingen. In lijnzaa’d werd een enkele partij .di’sponibel ver-
handeld, doch de verhouding is inog steeds te ongunstig
voor olieslagers, ‘dan dat zij belangstelling zouden toonen
tot de ‘booge prijzen waartoe Argentinië blijft aanbieden.
In Indisch lj.nzaad kwamen evenwel eeni-ge transacties
tot, stand.

R e c t i f i c a t -i e: In het vorig overzicht leze men op
pag. 396, tweede alinea, inplaats van: ,,In F in 1 a n d en
Skan-dinavië”,,,In F r an kr ij -k en Skandinavië”.

SUIKER.
In de laatste “dagen werden op de N e d e i 1 a n d s c h e
suikermarkt nog enkele kleine partijen Javasuiker her-verkocht tot oploopende prjzen het laatst werd betaald
voor Juli/Augustus Superieur
f
100,— c.i.f. Loco suiker
werd afgedaan tot
f
118;—, terwijl geraffineerde suiker
van Holi-andsche afkomst tot ,een nog hoogeren prijs werd aangeboden. De suikeroogst van Nederland van
1919120 kan t’hans aangenomen worden op ongeveer 235.000
ton tegen 172.509 in ‘het vorig jaar.
Ook gedurende de afgeloopen week stonden alle suiker-
markten onder den invloed der groote vraag’ van A m e-
r ik a, waar ‘de vaste stemming onveranderd gehandhaafd
bleef. Spot Centrifugals zijn nog steeds met 19.56 geno-teerd, terwijl de laatste ‘noteeriugen voor tennijnleverin-
gen luidden: Mei 18.35, Juli 18.25, September 18.38.
Amerika kocht ook verder groote partijen Javasuiker,
Willet & Gray ramen de in de laatste weken naar dit land
verkochte suikers van Java en de Philippijnen op
250.000 ton.
Verkoopers van , ‘de naar Amerika af’gedane J a v a-
suiker zijn veelal Japansche en Britsch-Indische firma’s,
die hunne gedeeltelijk op speculatie gekochte vroege sui-kers
nu herverkoopen en zich dekken door nieuwe •aa-nkoopen
van restant-oogsten. Uit dit oogpunt moet dus een groot
gedeelte der laatstgemelde verkoopen onder restantoogst-
condibies door de Vereenigde Javasuiker Producenten be-
schouwd worden, welke plaats ‘hadden tot de volgende
prijzen: Superieur
f
52,—, suiker No. 16 en ihooger
f
48,-
en Muscovados tot f4734. Tweedehan-dsch suiker wordt
genoteerd tot
f
62,— Juni/Juli en
f
57,— Aug./Sept. af-
soheep. De markt blijft uiterst vast.

NOTEERINGEN.

Dala
1
Amsier.
1
dam
P
loopende

1
Londen
New York
96pC1.
Cenlrl.
1
T
1 cu

WhIte Java
1-o.k. per
Amer. Gro.
nulaled cdi.
maand
J
No. /
Juni

1
Aug.
Mei
fuga/s

Sh.
‘Sh.
Sh.
5h.
$cts.
7 Mei ’20
f

841-

1001-
119/-
19,56
30 Apr. ’20

841-

901-
1191-
19,56
7Mei ’19

6419
321′-
3119

7,28
.7 Mei

’18

6419


5,92
21 Juli ’14
,,11
1
1o2
181-



3,26

KATOEN.
Marktbericht van de Heer,en Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, d.d. 21 April1920.

Wat prijzen van nieuwe Arnerikaansche katoen betreft,
is het prijsverschil tusschen ouden en nieuwen oogst verder
verminderd. Prijzen van ouden oogst katoen zijn wat lager,
terwijl nieuwe oogst door het slechte weer wat in prijs is
gestegen. Men bericht, dat de arbeidsverhoudingen in Ame-
rika wat beter zijn, zoodat bij gunstig weer de oogstvoor-
uitzichten ook wel beter zullen worden. De vraag is niet
heel groot, ook al door de slechte financieele vooruitzichten.
Verleden jaar is katoen in April en Mei belangrijk geste-
gen door de slechte oogstberichten en moeten wij maar
hopen, dat, zulks thans niet weer het geval zal zijn. Egyp-
tiache katoen blijft vast. Amerikaansche garenprijzen blijven vast in verband met
de zeer geringe vraag, waarschijnlijk doordat de loonkwestie
nog niet geregeld is enin elk geval de bestaande bonen
belangrijk verhoogd zullen moeten worden. De binnenland.

sche vraag is zeer onbelangrijk, doch de exportvraag is iets
beter, vooral voor de Europeesche markten, waarvoor ge-
regeld orders worden geboekt. Egyptische garens zijn wat
lager in prijs, hoewel de goede kwaliteiten daarvan nog
zeer duur blijven.
In de doekmarkt is deze week zeer weinig omgegaan en
heeft de daling der zilverprijzen een zeer ongunstigen, in-
vloed gehad op de Oostersche wisselkoersen zoodat het ver-
trouwen ‘in die markten ernstig geschokt is. Doordat de
loonkwestie nog niet geregeld is, zijn de meeste verkoopers
huiverig om verdere orders aan te nemen, zoodat men over
het algemeen liever een afwachtende houding aanneemt.

Manchester, d.d. 28 April 1920.

Niettegenstaande den ongunstigen financieelen toestand in verschillende landen en vooral in Japan, hebben de prij-
zen van Amerikaansche katoen het verlies van de vorige
week geheel ingehaald. De weerberichten zijn gelukkig wat
beter en deze zullen zeker gedurende de eerstvolgende weken
‘een groeten invloed uitoefenen op den verderen loop der
prijzen. Egyptische katoen is flauw en prijzen zijn wat lager.
De vraag naar Amerikaansche garens is niet groot maar
prijzen blijven zeer vast en soorten als 44 twist en 60cr
weft zijn zelfs weer duurder. Door de geringe vraag naar
manufacturen koopen de -weverijen ook niet veel en meent
men, dat zeker niet meer dan de halve productie der spin-
nerjen verkocht wordt. Er zijn echter nog voldoende orders
geboekt, zoodat prijzen voorloopig nog wel vast zullen
blijven. De vraag voor de Europeesche markt is iets beter,
doch de Oostersche markten koopen nog ‘niet. Ook, zijn er
verschillende koopers, die trachten goedkoop gekochte garens
iveder aan anderen te verkoopen en heeft dit natuurlijk
op de prijzen geen gunstigen invloed. Egyptische garens
zijn flauw en sinners moeten wel wat lager verkoopen,
als zij orders noodig hebben.
Prijzen wvan manufacturen blijven zeer vast, niettegen-
staande de zeer geringe vraag. De loonkwestie is nog steeds
niet deninitief geregeld, doch de vooruitzichten zijn wat beter en men doet van beide kanten zijn uiterste best om
een werkstaking te voorkomen.
21
April 28April

21April 28April
Liverpool noteeringen.

T.T.opÎndië …. 213e14 213
8
1s
F.G.F. Sakellaridis 86,50 86,50 T.T. opHoogkong 419

4110
G.F. No. 1 ,Oömra 16,85 16,80 T.T.opShanghai 815

618

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middling Uplands).

1
10
Mei’20
1
3Mei’20
I
26A
p
r.

20
I
I0Mei

I9
I
10Mei

18

New York voor
Middling . – 41,30e 41,250 42,— c 28,90e 28,15e
New Orleans
voor Middling 40,25c, 41,–c 41,25e 27,75e 29,— c
Liverpool voor
Middting …. 27,87d 27,06d 26,70d 17,79
dl)
22,07d
1)
9 Mei 1919, –

Otvang8ten in,

en uitvoeren van Asnerikaansche havena.
(In duizendtallen balen.)

1

1 Aug. ’19
Overeenkometlge perioden
1

lol
7Mei20
I’-
1918-1919

1

1917-1918

Ontvangsten Gulf-Havens..
3955
3122
3139
11

Atlant.Havens
2833
1957
2488
Uitvoer naar Gr. Brittannië
2794

1830
187
,
0
‘t Vasteland.
Japan ete…
j 2868
2153

1436

Voorraden
je,
dujzendtallen

1
7Mei’20
9
Mei’19

1
10Mei’18

Amerik. havens ……….
1146
1209
1352
Binnenland …………..
1078 1345 1034
New York

.

98
165
.

393
410
New Orleans .. …… ……..•
Liverpool

……………
11 99
.
553 332

HUIDEN.

Bericht van de firma Grisar & Co.

De berichten van alle marktplaatsen, zoowel van Noord.
als van Zuid-Amerika blijven .kalm ‘luiden en zijn de of-
ferten nog steeds in ‘het voordeel van koopers. Er bestaat
echter weinig animo en worden slechts voor directe be-
hoef te kleine partijtjes uit de markt genomen. De laatste’

420

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

12 Mei 1920

rigorificos ossen hebben echter •tooh nog $ 91/93.— op-
1

gebracht en eene partij van 5000 La Blanca, waaronder
nogal lichte huiden, $ 89.—. Alhoewel voor de meeste
soorten een daling te constateeren valt, is het aanbod niet
dri-iigencl en kan men aannemen, dat de daling in het
algemeen niet meer dan 12/14 pCt. bedraagt. Lagere bie-
-dingen worden geweigerd. Van T ii 1 a ad s c h e ii u i d e n kunnen wij niet hetzelf-
de zeggen. Bij een zeer vaste verkoop op -het eind van de
vorige maand te. Parijs, valt daarentegen te Berlijn een
verkoop te con-stateeren tegen prijzen, die de helft lager
waren dan de vol-ige tmaand. Ofschoon een deel van deze
daling aan de valuta moet toegeschreven worden, komt
toch een ander gedeelte op rekening van de economische
toestand van Duitshland. Daarenboven is thans de uit-
voer van Duitsche bui-den en van leder van Du-itsche hui-
-den verboden. –
Wat
II
o 11 a n 4 s eb e -h u d d e n betreft, is hiervan een
-redelijk .groote voorraad, doch zijn de verkoopers nog niet
geneigd om de lage prijzen van Duitschland -te volgen:
1 n 1 a n 4 s ch e k a 1f s v e 11 en zeer flauw en zouden
slechts te plaatsen zijn tegen prijzen, circa 25 pCt. lager
dan die van Maart/April. Ei worden veel droge en ge-
zouten kalfsvellen aangeboden van Lit-hauen en Kurland.
Prijzen zijn echter nog te hoog. –
L o o is to 1f e u: vaste quebraaho, -dispon-ibel
.f
63,–.
Op levering -tegen £ 54.-/-. Chopped mimosa, disponibel
tegen £ 21.-/-. Op lever-ing tegen £ 19.10.0.
8 Mei 1920.

THEE.

(Opgave van den makelaar J. van Eck.)

Afloop Theeveiling 6 Mei 1Ö20.

Aangeslagen in veiling: –

16215 kn. Java thee


132 ,, Sumatra thee
8382 ,, Java thee ex voorgaande veilingen

De taxatie was opgemaakt op basis 5 ets. boven aflodp
vorige veiling d.d. 28 Februari j.l. –
De stemming was flauw, biedingen werden zeer traag
uitgebracht, slechts voor goede-thee was attentie en haalden
slechts enkelen taxatie; het meerendeel der thee moest be-
langrijk lager worden afgedaan; vele theeën werden, bij
gebrek aan voldoende biedingen, opgehouden.
Voor de 8382 kn. thee ex voorgaande veilinen was geen
attentie en werd, behoudens een enkele uitzondering, weder
geheel opgehouden. –
De flauwe stemming der Londensche markt, bijna geen
èrders voor export, maar vooral het groote aanbod thee van
zeer inférieure kwaliteit, kunnen als oorzaak aangenomen
worden van het flauwe verloop der veiling.
De volgende-veiling zal plaatshebben op Donderdag 27
Mei e.k., het juiste kwantum is nog niet vastgesteld, doch
zal waarschijnlijk slechts 11000 kn. thee zijn.
6 Mei 1920.

COPRA..
-.


In den toestand kwam deze week niet veel verandering;
-d

kooplust blijft gerin.g


4
De noteeringen zijn heden:
.

vorige week

Java

f.m.s.,

loco

……….
f

62
1
1,
f
6292
Mixed,

…………-
,, 60.—
,, 61.-
Java f.ni.s
,
all

Mei/Juni..
83.—
64.—.
traits f.m.s., ,,

,,..,,
61.—
,,

62’1,

11 Mei 1920.

RUBBER.

Gedurende de afgeloopen week verminderden de prijzen
te Londen weder eenigszins. Het uitblijven van Amerikaan-
sche orders drukt de markt zeer. De invoeren in de •Vereenigde Staten in 1920 tot einde
Maart bedroegen niet mindei- dan 85.000 tons en hoewel
het verbruik daar te lande enorm toegenomen is, schijnt
dit quantum. toch wel wat te groot geweest te zijn. -‘
De handel blijft, tot een minimum beperkt, zoodra even-
wel koopers in de markt zullen komen, al geschiedt-dit

dan ook in beperkte mate, verwacht men dat prijzen onmid- dellijk belangrijk zullen verbeteren.
De noteeringen zijn:
einde vorige week

Prima crêpe loco

……….
2/1
1
/t
…………2/3
Smoked sheets loco ……….
2/1
114
2/2114

Prima crêpe Mei/Juni

……
2/2
…………

2/3’/

Juli/December
213
1
1
…………2/4
1
/,

Hard cure line Para

……..
2f2

ft2/2
T
8

……….2j2’/,

10 Mei 1920.

BANKA-TIN,

In Nederlandsch-Indië zijn in Maart 1920 verkocht
27.410 picols Gouveruements-Banka-tin. De opbrengst daar-
van bedroeg ongeveer
f
6.156.000,—. (St.ct.)

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

GRAAN.

Data
‘°
Londen!
R’dam

Ode,,a
Rotte,-
dam

Ad. Kuit
Ver. Staten
San Lorenzo

Rotte:-
1
Brtitol
Rotte,-
Enge.
dam
Kanaal
dam
land

318 Mei

1920



1)1016
129/-
2
11216
26 A.11 Mei 1920

1



)1016
1201-

2
11218
5110 Mei

1919



816
f
130
2351-
6111 Mei

1918

1


501-

2001-
Juli

1914
11 d.
713
1111
1
1t
1/11
1
/
4

121- 121-

KOLEN.

Cardtff

Oo,tk. Engeland

Data
Bo,- deaux

t
Genua

Port

Satd
L.
Plata

_!!’

Rotte,.
dom
Gothen.
burg

318
Mei 1920
401-
6216
– –
f
12,-


26A.11
Mei 1920
401-
601-
751-

,, 12,-


5110
Mei 1919
541-
4716
4716 4716
,, 10,-

Kr. 45
6111
Mei 1918
691-
10113

1201-

– –
Juli 1914
fr. 7,—
71-
713
1416
312

41-

DIVERSEN.

Bomba,,
Bt,ma
Vladtoo-
Chtlt
Data
We,t
Wejt
1

1

,tock
W.t
Europa
Europa
Weat
Europa
(d. w.) (rijst)
Europa
(salpeter)

140/-


26 Apr.11 Mei 1920…..


.

)751-



318

Mei

1920……

5110 Mei

1919….
75/-
2
)


6111 Mei

1918..
. .
‘)751-
5001-

1851-
Juli

1914.. ..
1416
1613
251-
2213

t)
Per ton stukgoed.
t)
Toor Britsche schepen.
Gs.aan Petrogract per quarter van 496 ibe. ewaar, Odema per unit, Ver. Staten.
per guarter van
480
Zie. ewaar.
Overige ,,oteeringen per ton van 1015
X.G.

INKLARINGEN.

DORDRECHT.


April 1920
April 1919
Landen van
_______

_______ _______

herkomst
Aantal

N. R. T.
Aantal

N. R. T.
schepen


schepen

Groot-Brittannië
1
46


Duitschland ….
9
1.978


Noorwegen

….
1
268
1
209
3


3.975


België

……….

Totaal ….
14

6.267
1
209

Nationaliteit.

Nederlandsche
4
738
1
209
Britsche

1
46

Duitsche
5
1.240



Noorsche
1
268
– –

Belgische

2
522

Vereen. Staten
1
3.453

Totaal ….
14
6.267
1
209

(Gerard Mauritz.)

Aanbod

24729 kn. thee.


Aanbod 1 Januari j.l. tot heden
idem 1919
(4 veilingen)
(3 veilingen)

72257 ko. Java thee 29911 kn. Java thee
5735

,,

Sumatra thee
5

,, Sumatra thee

Totaal..

77922 kn, thee 29916 kn. thee

Auteur