Ga direct naar de content

Jrg. 5, editie 225

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 21 1920

21 APRIL 1920

AUTEURSRECHT VOO1BEHOUDEN

Economi*sch~Stati’sti
‘sche

Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL N!JVERHE!D; FiNANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ÈCONOMISCHE GESC}IRIFTEN

5E
JAARGANG

WOENSDAG 21 APRIL 1920

No. 225

INHOUD

Blz.
Da
KOLENVOORZIENING VAN NEDERLAND
1
door
Prof. Ir.
Is.
P.
de
Vooya ………………………………
329
Terug naar den Gouden Standaard? door
G.
M. Boissevain
331
Het Rapport van de Commissie van het Suriname-Studie-
Syndicaat overSuriname 1 door
W. D.
II.
Baronvan Asbecic
332
De Japansche Invitatie door
Th. C. Geudeker ………..
336
Nog eens: Een Nieuw Beginsel in de Typografie door
Mr.
Dr.
A. A.
van Rhijis …………………………
337
De Dienst der Hongaarsche Staatsschulden door S.
Brouwer
338
De Rijksmiddelen …………………………….339
Index-cijfers ………………………………….
339
AANTEEKENINGEN:
New York en Londen als markten voor buitenlandsche
accepten
………………………………..340
Arbeidsverhoudingen in het Havenbedrijf ……….
341
OVERZICHT VAN TIJOSCHRIs

rEN
………………….
342
MAANDCIJFERS:
Productie der Kolenmijnen
……………………342
Handelsbeweging over de maand Februari 1920……343
Giro-omzet bij de Nederlandsche Bank…………..344
Overzicht der Rijksmiddelen …………………..
344
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
………………
344-350
Geldkoersen.

Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goedereuhandel.
Bankstaten.,

1
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.

Assistent-Redacteur voor het wëekbtad: D. J. Wansink.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 122, Rotterdam.
Aangeteekende stukken: Bi.jkantoor’Ruige Plaatweg $7.
Telef. Nr. $000. Tele gr.adres: Economisch. Instituut. Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprjis voor’ liet weekblad franco p. p.
in Nederland f 20,—. Buitenland én Koloniën f 22,50
per jaar. Losse nummers 50 cents.
Leden en, donateurs van het Instituut ontvangen
het weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.

Advertentiën f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonne-
ment volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh & van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

19 APRIL 1920.

Na de .verhooging van het ‘disconto van de Bank

van Frankrijk in de vorige berichtsweek volgde deze

week een verhooging van ‘den rentevoet van de En-
gelsche Bank van 6 op 7 pOt., waarna later een ver-

hooging volgde van ‘de Deensche Nationle Bank.-

De stijging van de geidkoersen in bijna ‘alle landen

heeft echter tot op heden geen invloed gehad op de

geidruimte hier te lande. De tijd van het jaar in aan-

inerking nemende, kan men hier alleszins spreken van’

In den . regel

-Mei:termijn zich steeds

vroeg in April kenbaar -te maken. Desondanks bleef

de prolon.gatierente’deze week nog op 4Y4 pOt. staan,

terwijl de rente voor particulier disconto nog iets

teru.gliep, zoodat papier van den eersten rang meestal

voor
3i/
pOt. plaatsing vond.

Ook volgens den weekstaat van de Nederlandsche

Bank is ‘de geldvraag eerder nog iets afgenomen. De

binnenlandsche wissels verminderden met ca. 4 mil-
lioen, en de beleeningen met 10 millioen, welke be-

,dragen geheel onttrokken werden aan ‘het tegoed ,,van

ânderen” in ‘rekening-courant.

*

*
S’

Op de iwisselmarkt was de belangstelling deze week

aanzienlijk geringer. De Markenkoers liep weder niet

onbelangrijk terug. Na een hoogsten ‘koers van ca. 6 op

Maandag volgde een regelmatige daling, zoodat Zater-

dag weder 4,25 genoteerd werd. Daarentegen waren de

Fr.ancskoersen aanzienlijk beter, ‘hoewel ook voor deze

het hoogste pun’t niet behouden ‘kon worden.

DE KOLENVOORZIENING VAN,

NEDERLAND. 1.
Inleiding.

Zoowel hij het wetsvoorstel tot uitbreiding van het
staatsmijuveld in het terrein
bij
Vlodrop, alsook bj
plannen voor het verleenen ‘van een krediet aan
Duitschiand komt de vraag aan de orde, hoe in de-toe-
komst — b.v. in de eerstvolgende vijf en twintig jaar
— ons land zal worden voorzien met steenkolen. V66r den oorlog was -dit geen vraag. De lust om aan
ons kolen te leveren was in Duitschiand, Engeland en
België z66 groot, dat de Limburgsche mijnen moeite
hadden hunne producten kwijt te raken en slechts een
klein deel ervan in ‘t eigen land konden verkoopen
En nadat de oorlog reeds een jaar had gewoed, zoodat
de ekonomisehe gevolgen zich konden aankondigen;
vond het deukbeeld om uit Amerikaansche kolen eene
reserve te vormen, uiterst weinig ingang. Men had op
grond van jarenlange gewoonte in ons land ‘het gevoel
dat Nederland vanzelfsprekend een natuurlijk afzet-
gebied vormde voor de steenkolen onzer naburen. De
organisatie onzer kolenvoorzien’ing tijdens den oorlog,
die ondanks hare gebreken, toch de beste ter wereld
heeft bewezen te zijn, vond ‘dan ook in ‘t begin een
sterken weerstand en zag haar tegenstanders niet ver-

dwijnen. Velen zijn ‘geneigd te gelooven aan een terug-
keer van ‘den’ vroegeren toestand, zoodat Nederland zich geen zorgen behoeft te maken om steenkolen te
verkrijgen, en binnen afzienbaren tijd wederom ‘kan
gaan profiteeren van concurreerende aanbiedingen.
Doch zelfs zij, die ‘dit gelooven, -kunnen niet ontkenneii,

dat in de eer’ste jaren de steenkolenvoorziening groote
moeilijkheden zal moeten opleveren, omdat de kolen-productie ,pnzer ,naburen zee zeer is achteruitgegaan,

330

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

dat er van een overschot op het eigen verbruik weinig
meer overblijft, terwijl in den afzet is ingegrepen door
de bepalingen van het vredesverdrag. Tweeërlei beleid
schijnt dan ook mogelijk. Dat, van zich door directe
moeilijkheden heen te worstelen in ‘t vertrouwen op
een herstel, dat in het karakter der ekonomische ver-
houdingen moet zijn opgesloten. Daarnaast echter een
beleid, dat de mogelijkheid aanvaardt eener blijvende
– of ten minste vrij langdurige – afhankelijkheid
ten opzichte der kolenvoorzieriing. Voor het laatste
beleid is dit artikel een pleidooi.

De icolenbehoefte va’h ons land.

Gedurende de oorlogsjaien had het zin onze behoefte
aan één of ander artikel aan te nemen op de hoogte,
die in 1918 werd bereikt. Het was toch een tijd van
afwachting. Wanneer het peil opgehouden kon worden
en eenige inzinking vermeden, dan was reeds veel
bereikt. Zoo’n beschouwingswijze is echter voor een lan,eren tijd onhoudbaar. Dan geldt weer: stilstand is

achteruitgang, en niet het minst, voor de kolenbe-
hoefte. Deze was ten allen tijde een maatstaf voor de
ontwikkeling van ‘industrie en transportw.ezen, en
moet dit steeds blijven. Een treffend vooibeeld geven
de oijfers van het Nederlan’dsche kolenverbruik ‘tas-
schen de jaren 1901 tot 1913, die afgerond in millioe-
nen tonnen de volgende waren:
5-5-5,5-5,8-6-6,5-6,7-7-
7,4-7,5-8-9-10
of in woorden uitgedrukt een gestadige stijging tot
eene verdubbeling in dertien jaar tijd.
Voor de steeds toenemende Nederlandsche bevol-
king, die stellig niet in den landbouw alleen arbeid
kan vinden, maar voor haar aanwas een toename van’
industrie en scheepvaart dringend behoeft, mag der-halve tde koleubehoefte van de oorlogsjaren niet als ‘grondslag voor de kolenvoorzien’ing worden aange-
nomen.
In diie oo’rlogsj aren ging het kolenverbruik terug,
en wel in globale cijfers uitgedrukt van 1914 tot 1919:
9,2-9,5-8,8-6—-4,9-7.
Het vorige jaar bracht derhalve nog bij lange na
niet het v66r-oorlogspeil terug, ondanks het feit, dat
bij uitstek gunstige omstandigheden het mogelijk ge-
maakt hebben de kolenlevering op dit peil te brengen.
In geen van die jaren was dan ook het verbruik gelijk
te stellen aan de behoefte. Er was kolennood, zij het
dan ook niet zoo nijpend als elders. • Het is uiterst moeilijk in cijfers u.it te drukken, hoe
groot het ‘kolenverbruik zou moeten zijn, en met welke
progressie per jaar, om in de naaste toekomst aan ons
volk een stijgende welvaart te verzekeren. Er komt
namelijk nog een factor in rekening van overwegende
beteekenis, namelijk de
prijs der steenkolen.
Ook ten
opzichte hiervan geldt,’ dat wij véör den oorlog zor,ge-
loos konden zijn. Toen toch was die prijs,
dank
zij
de

concurrentie, steeds wo laag, dat industrie en scheep-
vaart die onbevreesd konden betalen, onbevreesd name-
lijk voor wat betreft den invloed, ‘dien ‘deze prijs •op

bu’itenlandsche rnededin’gin’g moest hebben. Hoe het
ook, met de kolenprijzen zal gaan, dit kan in elk geval
ge’zegd worden, dat het ‘toenemend verbruik ten nauw-
ste met dien prijs zal samenhangen. Slechts ‘dan wan-
neer de concurrentie met ‘het buitenland mogelijk
blijft, kan het kolenverbruik zoodaniig toenemen als
voor een stijgende welvaart noodig is. En ‘dit raakt
niet alleen onzen export. Want wanneer voor binnen-
ianidsche ‘behoeften een iiooge kolenprijs de producten
duur maakt, moet een aanvoer uit het ‘goedicooper werkende buitenland ontstaan, die ons ekonomisch

leven ondermijnt. Of wel – wanneer door protectie die invoer wordt tegengehouden – zal de duurte in
onsiand stijgen of aanhouden.

Een goede kblen’voorzieuing vergt ‘derhalve niet
alleen, dat een bepaalde hoeveelheid voor het ‘verbruik
beschikbaar komt, maar eischt voor alles, dat de
kolenprijs vergeleken met die van het buitenland, zoo
laag, mogelijk zal zijn,. opdat inderdaad het verbruik

kan toenemen door een
deugdelijke
ontwikkeling van

ons ekonomisch leven.

Fundamenteele wijziging in de kolenlevering aan ons
land.

De grondslagen, waarop de ruime en goedkoope kolenleveriajgen aan ons land van v66r den oorlog
berustten, zijn in de oorlogsjaren stuk voor stuk weg-
geslagen. Zullen zij weer hersteld worden? Zonder
naar volledigheid te streven kan men zeggen, dat die ‘grondslagen waren:
1
0
. de snelle toename der kolenproductie ‘in Enige
land, maar vooral in Duitschland, waardoor die pro-
ductie het, overigens ook aangroeiend, verbruik van ‘die beide landen belangrij,k overtrof (Engeland met
pl.m. 80, Duitschlaii’d met pl.m. 30 millioen ton); 2°. de vrije export van de overpro’ductie zoowel uit
Duitschlanid als uit Engeland, waardoor er aanvan-kelijk was een algemeene concurrentie tusschen, de
Duitsche en Engelsche ondernemers, en – na de
stichting van het Rijnsch-Westfaalsche kolensyndikaat
– een nog scherpere concurrentie van dit srndikaat
tegen ‘de Engelsche leveranciers.
Het is bekend ‘hoezeer, de productie in de Duitsche
en En’gelsche mijnen is teruggegaan. En begrijpelijker-
wijze drukt deze ‘teruggang allereerst op den export.
Een tegenwicht hiertegen werd in beide landen ge-
vormd door een ongunstige handelsbalans. ‘De kolen-
uitvoer is toch een der ‘beste middelen om snel com-
pensatie te scheppen tegenover een te grooten invoer.
Vandaar, ‘dat zelfs ten koste van liet eigen verbruik
de export wordt gehandhaafd. Toch kan dit slechte
‘tijdelijk zijn, want beperking van het eigen kolenver-

bruik belemmert het eigen ekonomisch leven en heeft
daardoor weer een on’gun’stigen invloed op dehandels-
balans.

Onvermijdelijk moest uit de feiten een systeem ont-
staan, dat wij tij’dens den oorlog en voor onze land-
bouwpro’ducten hebben leeren kennen als het systeem
Posthuma, dat in wezen niets anders is ‘dan het toe-
passen van uitvoerrechten, ook al vloeien die rechten
– niet in de Staatskas, maar in allerlei ,,potjes”.
De buitenlanders moeten duur betalen om de
binnenla,ndsche verbruikers goedkoop te kunnen leve-
ren. Of met andere woorden: de export moet zoo
gering zijn, dat ‘de binnenlan’dsche behoeften worden
voorzien, doch de prijzen voor het buitenland moeten
zoo hoog worden opgevoerd als men daar betalen wil.
En naarmate de éxport achter blijft bij de behoefte
van het buitenland, zal ‘dit ook steed’s bereid zijn
hoogere prijzen te betalen. Dit stelsel van protectie
door uiitvoerrechteri op een zoo noodzakelijke grondstof
als steenkool ‘had bovendien het aanlokkelijke eener

bevoordeeling van ‘de binnenlandsche industrie, die
met goedkooper brandstof een bela.n’grijken voorsprong
kreeg. De toepassing van het systeem is echter alleen mogelijk door opheffing van den vrijen export en van
‘de concurrentie, die samengaat met een concentratie
der mijnonidernemingen.

Merkwaardigerwij,ze komt het een en ander
tege-
moet aan de wenschen of eiischen der arbeiders naar
socialisatie of nationalisatie der mijnen, omdat het de
gelegenheid verschaft de positie der mijnwerkers te
verbeteren, en aan den Staat invloed te geven op de

bedrijfsuitoefening der mijnon’dernemingen. De ont-,
wikkeliuig der feiten ziet er niet naar uit of zij geheel
van tijdelijken aard is.

Zelfs dan wanneer een verdergaande socialisatie, die den particulieren mijnondernenier zou uitscha-
kelen, in Duitschland’ en Engeland niet tot uitvoering
komt, zoo ‘blijft toch de staatsbemoeiin’g ‘met den
export’ bestaan,’ en het is niet aannemelijk, dat die
dooi’ een verhooging der productie vaü de mijnen weer
teniet gedaan zou worden, om plaats ‘te maken voor
den vroegeren vrijen ‘handel. Dit was alleen te ver-
wachten van een zoodange toename’ van de kolenp’rô-
•ductie, datdie niet meèröd
tbtii. ‘Voor-
loopig zijn ‘er echter og 1iiijkexë.ib,é1
an
.ijk
e
facto-‘

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

331

ren, die de voortbrengirLg van kolen zoozeer belem-
meren, dat de controleerende Staat zijn wenechen in
‘t belang van de handelsbalans bij lange na niet ‘bevre-
digd ziet, en alle middelen moet aanwenden om de
productie te vergrooten. Gelukt dit en nadert – ver-
moedelijk pas na een reeks van jaren – het overschot
op het eigen verbruik de vraag naar exp’ortkolen
tegen hooge prijzen, zoodat die prijzen gouden moeten
vallen, dan is het volstrekt niet zeker, .dat er met
verhooging der productie zal worden voortgogaan,
zooals dit bij het vrije bedrijf wel het geval was. Een
taktiek van hooge prijzen voor kleine hoeveelheden
kan in een machtspositie aanlokkelijker zijn, dan die van lage prijzen voor groote quanta, vooral wanneer
zoo’n ‘taktiek gedurende langen tijd met succes is toe’
gepast. Bovendien zou die taktiek wel eens kunnen
overeenstemmen met een veel langzamer outwikke-
lingsgang van het mijnwezen als gevolg van de ekono-
mische en sociale vervormirigen van dezen bedrijfs-

tak.
1)

De nieuwe grondslagen voor ‘de kolenleveringen aan
ons land zullen zeer waarschijnlijk liggen in:
1
0
. een van bovenaf beheerschten en gei’eguleerden
kolenexport van Duitsch.iand en Engeland, die voor-

eerst klein zal blijveh;
2°. een prijzenpolitiek, die niet geregeld wordt door
concurrentie, maar door overwegingen op de basis
van de handelsbalans onzer naburen.

Andere dan Dviitsche of Engelsche kolen.

Nederland behoeft zich niet te onderwerpen aan de
Duitsche of En.gelsche eisohen, zoo kan worden be-
‘eerd. Het kan ook elders kolen aankoopen; de tegen-
woordige feiten toonen, dat dit practisch uitvoerbaar
is. Er komen thans in ons land kolen uit de Veree-
ni’gde Staten, uit Canada en zelfs uit Zuid-Afrik’a.
Inderdaad kunnen ‘deze kolen
vOor
een geljken ‘of zelfs
minderen prijs worden aangevoerd dan ‘de Engelsche.
Dit neemt niet weg, dat deze soorten buitengewoon
duur zijn, ‘en het beteekent alleen, dat er in Engeland
voor ‘den vrijen export zoo weinig aanbod en zoo’n groo-
te vraag is, dat de prijs zich richt naar de oceaan-
vrachten. Want in ons land is de export vrij, zooals
vroeger in ons land de uitvoer van boter en kaas Vrij was, namelijk voor het overschot der productie nadat
het binnenland is bediend. En daar dit laatste moet
geschieden tegen prijzen, waarbij de slechtere onder-nemingen zeker geen winst behalen, moet . de export
te hulp schieten met extra hooge verdiensten. Op zich-
zelf beschouwd is het een bewijs van ‘de tijdsverwar-
ring, dat er .scheepsruimte beschikbaar is om uit

landen als de Vereenigde Staten, Canada en Zuid-
Afrika kolen ‘te vervoeren, terwijl Europa te gronde
gaat uit gebrek aan artikelen voor voeding en kleeding die de scheepsrui.mte voor den uitvoer uit deze landen
konden innemen. De verklaring is ‘alleen te vinden in
‘het feit, dat Nederland deze vrachiten zelfs, voor kolen
kan betalen en vele landen van Midden-Europa niet eens
voor noodig voedsel. Practisch is het toch van betee-
kenis, omdat de
prijs
dezer uitheemsche kolen een
grens stelt ‘aan den prijs, •die voor Duitsehe en En-
gelsche kolen wordt gvraa.gd
. Daarom is de plaats
voor, de Amerikaansclie, Canadeesohe en Zuid-Afri-

kaansche kolen voor onze voorziening logisch aange-
wezea. Aangevoerd in hoeveelheden, •die ze waardevol
maken voor aanvulling en reserve, werken zij in hoof d-
zeak prijsregelend. Om die reden behoeft er ook niet
aan gedacht te worden de geheele voorziening van Nederland op een zoo langdusig zeetrausport ‘in te
richten. Maar evenmin is er een middel in te zien
orn aan de oude leveranciers geheel te ontkomen, hunne plannen z66 te dwarsboomen, dat zij tot de
vroegere, voor ons zoo gunstige, concurrentie terug-
keeren.

i) Uitvoeriger besproken in’ mijn artikel Steenkolenpro-
ductie en menschelijke arbeid . ,,Polytechnisch Weekblad”
van 26 September
1919.

Een bijzondere positie is die van onzen zuidelijken
nabuur, die ook altijd kolenleverancier was, zij ‘t in

bescheiden mate.
Dat onze kolenvoorziening in 1919 zoo zeer uitstak
boven die van 1918 is vooral aan België te danken
geweest, dat in eenige maanden 1,3 millioen tonnen
leverde. Het zon,. echter verkeerd zijn daarop bijzon-
dere verwachtingen voor de toekomst te baseeren.
Beter kunnen de tegenwooidige verhoudingen als
maatstaf gelden, nu al gedurende verscheiden maan-
den geen kolen uit België komen. In het voorjaar 1919
golden zeer buitengewone factoren, die de voorbe-
doelde levering in het voordeel van beide landen
maakte, doch slechts voor één enkele maal. In de
naaste toekomst kan ons land niet op België als’
kolenleveraucier rekenen, of ‘het zou zijn op gelijk-
soortige voorwaarden als •die Engeland en Duitschi-
land stellen. De uitvoer uit ‘dat land stond ook vroeger
ongeveer gelijk met ‘den ‘invoer en ‘betrof meer een
ruil van soorten. Thans is o’ok ‘daar de productie ver

minderd. Bovendien i’s Noord-Frankrijk voor België
na de verwoesting der mijnen in de oorlogs-zone nog

ieer dan het vroeger reeds was een aangewezen afzet-
gebied, dat in ‘t voorjaar 1919 slechts tijdelijk ver-
spex’d was. Ten slotte moet België wel het algemeene
voorbeeld volgen en is er reeds een algemeene contrôle

op den export ingesteld. Op grond van deze beschouwingen kan Nederland
er niet aan ontkomen voor zijn kolenvoorziening te
blijven rekenen met Duitschiand en Engeland en dus ook met de nieuwe verhoudingen, die in en door den

oorlog zijn ontstaan.’ Is. P
. €
VOyS.

TERUG NAAR DE’zT GOUDEN STANDAARD?

De heer G. M. Boissevain schrijft ons:

Van verschillende zijden is laatstelijk de aandacht
gevesti’gd op het feit, dat tea onzent de wisselkoers
op’ New York gestegen is boven de goudpariteit, en er
aanmerking op gemaakt, dat de Nederlandsche Bank niet door goud-afgifte ter verzending naar New York
een einde aan dien toestand heeft gemaakt. Zouden
die goud-af’gif’ten een te hoo’g cijfer gaan bedragen,
dan was immers door disconto-verhooging daaraan te verhelpen, werd van enkele zijden aan de aanmerking

toegevoegd.
Het komt ‘mij voor, dat allen, ‘die aldus redeneeren
ééne zaak over het hoofd zien, t.w. dat de algemeene
toestanden geheel verschillend zijn geworden van die
welke vroeger bestonden, toen, door ‘goud-afgiften als
bedoeld worden, de Nederlandsche Bank het in hare
macht had den gewenschten invloed op de wissel-
koersen op het buitenland uit te oefenen’, en ik acht
het niet van belang ontbloot hierop eens uitdrukkelijk
de aandacht te vestigen.
Welke toch wâs vroeger de toestand? Laat mij hier
nog eens aanhalen de zinsnede, waarin Prof. Verrijn
Stuart in zijn Gids-artikel over de valuta-kwestie dien
toestand oriischreef.

,,V66r den oorlog – schreef hij – toen het econo
misch leven ”allerwegen zich regelmatig ontwikkelde
en er een ongestoord, zij het ook door beschermende
rechten moedwillig beperkt, ‘internationaal verkeer
van goederen en diensten bestond, kwam er ook wel
telkens wisseling in de onderlinge waardeverhouding
der geld-eenheden. Doch deze bleven dan, voor zoover
niet ei;gens een abnormale vermeerdering van den
geldvoorraad plaats ‘had, binnen enge grenzen, en
herstelden ziek spoedig.”

Aan die beschrijving van •den toestand v66r den
oorlog voegde nu, weliswaar, Prof. V. S. de opmer-
king toe, dat, naar zijne meening, men langen tijd
ten onrechte ‘gemeend heeft, ‘dat ide goudbasis der
geldstelsels van de verschillende landen de oorzaak sva’s dezer vastheid in de intervalutarische koersen,
die gou’d’basis, naar door hem Ibeweerd wordt, door
een anderé basis vervangen kunnende worden.; doch

332

ECONOMISCH..STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

met deze zeer betwistbare en ook inderdaad zeer be-
twiste bewering hebben wij hier niet te maken. Maar
het feit, waarop het aankomt, is dit, dat door Prof.
V. S. geconstateerd wordt, dat de vastheid der inter-nationale wisselkoersen, welke v66r •den oorlog be-
stond, toen te danken was aan de éénheid van basis
der geidstelsels van de verschillende landen, en die
basis was toen de grndbasis.

Trouwens, het zou niet moeilijk vallen verschillende
autoriteiten aan te halen ter bevestiging van dat feit;
inzonderheid mag daarbij verwezen worden naar de
belangrijke en uitvoerige behandeling van het munt-
en bankwezen door Mr. N. G. Pierson in zijn Leer-
boek; maar ik wil den lezer niet vermoeien door lange

citaten en ik heb de zinsnede van Prof. V. S. slechts
aangehaald, omdat daarin met enkele woorden het

feit wordt aangegeven, waarop het in deze aankomt.

Het is, laat ik het hier nog eens herhalen, dat v66r
den oorlog, de gouden standaard den grondslag vormde
der munt- en bankstelsels in de voornaamste landen
van Europa en N.-Ameeika en .dat daardoor de vastheid

der internationale wisselkoersen verzekerd werd. Bij de
minste afwijking dier wisselkoersen van de gon dpariteit
kon daaraan door goudverzending verholpen worden en
de circulatiebauken hadden het altijd in hun macht er

tegen te waken, dat die goudverzendingen van te
grooten omvan.g werden, immers door disconto-ver-
hooging konden zij den noodigen invloed oefenen op
de koersen van goederen en fondsen ter keering van
de handelsbeweging, welke tot de afwijking der wissel-
koersen van hun normaal standpunt aanleiding had
gegeven.

Daarom zeker schreef dan ook Mr. W. 0. Mees
R;Azn., boven de artikelen waarin hij in dit tijdschrift de ‘tegenwoor’d.ige afwijking van den wisselkoers ten
onzent op New York ‘behandelde:
Terug naar den
gouden, standaard.
3a, terug naar ‘den gouden standaard, het ware zeker
wenscheljk, indien dat kon plaats vinden.
Edoch, het ligt niet in de macht van een enkel land om dit tot stand te brengen. Ieder land kan voor zich-
zelf den gouden standaard als grondslag van zijn
muntwezen wel handhaven, doch zal de gouden
standaard den grondslag vormen van het in’ternatio-
nale geldverkeer, dan baat ‘het niet, dat ôén of zeer
enkele landen zich aan dien grondslag houden voor
hun eigeu muutw.ezen, maar moet die standaard alge-
meen aangenomen zijn en gehandhaafd worden in de
handeiswereld. En dan moet, bovendien, er tussehen
de rschillcnde landen bestaan algemeene en onbe-
perkte vrijheid van .handelsbewegin.g voor goederen en
f6ndsen, daar dit .de onmisbare voorwaarde is voor de
uitwerking van dien munttoestand.

En dit nu juist is de bestaande toestand niet. En
zou nu toch de Nederlandsche Bank onder de bestaan-
de omstandigheden z66 gehandeld hebben alsof dit wèl
de toestand was, dan zou zij zeker zich van de haar
toevertrouwde taak zeer •slecht .gekweten hebben, en
zou dan ook het ‘gewenschte doel niet bereikt zijn. Het
eenige resultaat dat vermoedelijk ware verkregen,
waie .dat, zonder iets goeds bewerkt te hebben, zij bôvendien onzen eigen betrekkelijk zeer gunstigen
muttoestand bedorven of althans in gevaar gebracht
had.

Wel verre dan ook, dat ‘in deze .ons Bankbestuur
eenig verwijt zou mogen treffen, is er integendéel alle
reden opnieuw zich er in te verheugen, dat, onder de bestaande zoo moeilijke omstandigheden, ‘het beleid
van zaken
bij
onze Circulatiebank zich in zoo bekwame
handen bevindt, bij mannen aan wie, naar opnieuw
gebleken is, dit beleid zeer veilig toevertrouwd kan
worden.
G. M.
BOISsEvAIN.
14 ‘April 1920.

.

Na s c h r i f t. – Het ‘bovenstaande was gesnhre_
ven-en reeds ‘aan de redactie verzonden; vporMt’he,t
weekblad ‘van den 14den in mijn bezit kwam

Thans, in verband met het door mij geschrevene,
een enkel woord naar aanleiding van Prof. van Gi.jn’s
artikel over Discontoverhooging.

Ik ben, gelijk trouwens uit mijn artikel blijkt, het
geheel eens met den geachten schrijver, dat Mr.
Schwartz in het door hem geschreven, maar door mij
buiten beschouwing ‘gelaten artikel, zeggende dat dis-
contoverhooging export ‘belemmert, ‘zich onjuist uit-
liet. M.i. was dit zoo flagrant, dat ik geneigd was te
‘denken aan een eenvoudige slip of ‘the ‘pen, waardoor
de schrijver zelf zich op een dwaalspoor liet leiden.
Bij den stand van zaken, zooals die was v66r den
oorlog, was discontoverhooging het middel om krediet-
verleeningen te beperken en inkrimping der fidu-
ciaire :geldcirculatie te bewerken, ten ei.nde •daardoor
een druk uit te oefenen op de
prijzen
‘der goederen en
fondsen en elzoo hun invoer te belemmeren, hun uit-
voer,te ‘bevorderen; het middel werd inzondeheid ‘dan
aangegrepen, wanneer ‘de handelsbeweging tot goud-
uitvoer aanleiding gaf en het wenschelijk was dezen
‘tegen te gaan en, zoo mogelijk, zelfs door goudinvoer
te doen vervangen.

Doch, gelijk .ik hierboven schreef, vereischte zoo-
danige ‘discontoverhooging, om de gewenschte uit-

werking niet te missen, algemeene vrijheid van goud-uitvoer en een •onbelemmerd handeisverkeer in goe-
deren en fon’dsen, zooals v66r den oorlog bestond, maar
in den oorlog vervallen is en ook nu nog niet weder
bestaat.

Van deelneming aan het debat over de kwestie, of
thans om andere redenen discontoverhooging ge-
wenscht zou zijn, onthoud ik mij, niet meer in vol-
doende mate met de plaatselijke toestanden ‘bekend
zijnde, om ‘daarover een oordeel ‘te kunnen uitspreken.
G.M.B.

HET RAPPORT VAN DE COMMISSIE VAN HET

SURINAME-STUDIE-SYNDICAAT OVER

SURINAME.
1)

T.

Den ilden October 1916 ,vereenigden zich in de
Lairesse-zaal te ‘s-Gravenhage, op uitnoodiging van

den toen kort te voren benoenadn Gouverneur van
Suriname G. J. Staal, vertegenwoordiger.s,van groots
lichamen, die in Ned.-Indië of Suriname belangen
hadden. De toekomstige Gouverneur stelde hun daar,
na Zijne bedoelingen uiteengezet te hebben, deze
vragen:

ie. Stemt gij in met . mijne meening, dat om de
kolonie Suriname vooruit te helpen, ‘de medewerking
noodig is van de in Oost-Indië vergaarde kennis,
kracht en ‘kapitaal?

2e. Zijt gij bereid dien steun te verleenen?
Het resulteat was de ‘instelling van het Studie-
syndicaat met een voor de bekostiging van den te ver-
richten arbeid ‘bestemd fonds. Door dit syndicaat werd
eene studie-commissie benoemd. Deze bracht het thans
te bespreken rapport uit.
Het is wel een eenii,g feit in de geschiedenis, dat ter
wille van eene ‘kolonie in nood, van een deel des Rijks
in het moeras, particulieren wo goed als uit eigen
beweging . gelid ‘bijeenbrengen, eene studiereis van
oeniige maanden maken, een rapport samenstellen en
dit overgeven aan de regeering, aan de volksvertegen-
woordiging, aan allen die belangstellend zijn, zeg-
gen’de: ,,ziet ‘daar den weg uit het moeras”, en daar-
voor’geen’dank wen,schen.

Indien ik zeg: ,,zoo goed als’ uit eigen beweging”
doe ik misschien den Gouverneur Staal, die het initia.
tief nam, te kort. Dit is natuurlijk in geenen ‘deele
de bedoeling. Ik wilde alleen laten uitkomen, dat het

])it rapport vindt eene zeer belangrijke aanvulling in
eene voordracht van den heer J. C. S. Kasteleyn, den leider
van het studie-syndicaat; gehouden in het Indisch Genoot-
schap
op
26 Maart ‘j.l. Qvei’ de voordracht, die nog, niet
in druk verscheen, later een woord.

II

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

333

niet de regeering was, die de particulieren bijeen
bracht, de commissie samenstelde, en beschikking gaf
over de middelen noodi’g voor de uitvoering van hare

taak.
Ik voel mij gedrongen op de onbaatzuchtigheid van
het studie-syndicaat en zijne studie-commissie te
wijzen, omdat onbaatuchtig1heid behoort tot de eigen-

schappen, die in den regel wel eenige bevondering
wekken, maar dan vermengd met een zekere dosis
medelijden. ,Ninmand, is de geijkte term, zegt er je

daukje voor.” Nu, dat heeft het studie-syndicaat ook ondervonden.
i)eti 3dec Maart j.l. stelde het de Ministers, de Staats-
raden en de Volksvertegenwoordigers, ‘te zamen onge-veer 175 genoodigden, in de gelegenheid te ‘s-Graven-
hage in ‘het Hotel de Twee Steden te vernemen, welke
de ervaringen en welke de conelusiën van de Studie-
commissie waren. 2Y2 pOt. der genoodigden was aan-
weziig. Gelukkig laat de commissie zich daardoor niet
ontmoedigen. Zij heeft alleen even gevild bij de aan-
i-aking met die ,,ijskoude onverschiilligheid,” die 32
jaren geleden al geconstateerd werd door P. M.
Netscher.

ii October 1916 opgericht kon wegens verschillende
uit den oorlog voortkomende tegenslagen de studie-
commissie, bestaande uit de heeren J. 0. S. Kaste-
leyn, oud-hdofdadministrateur der Amsterdam-Dell
Oomp., die de iei4ing van het studie-syndicaat en van
dc studie-commissie had aanvaard, B. J. Kluvers, oud-
superintendent en hoofcladministrateur van de Han-
deisvereeniging ,,Amsterdam”, E. Snellen, landbouw-
kundig ingenieur en i-ijkstiiin’bouwleeraar en L. D.
Krüsemann, oud-directeur van Soesmans Emigratie-
kantoor te Samarang, eerst den 6en Februari 1919
naar Suriname vertrekken. De heer Krüsemauu is
geen medeoiderteekenaar van ‘het rapport; bij de
studie en ‘bespreking van het immigratievi’aagstuk is
er evenwel in ruime mate partij getrokken van Zijne
ervaring op liet gebied der werving.

Het lange tijdsverloop tusschen de oprichting van
liet syndicaat en het vertrek der studie-commissie
moet een onmiskenbaar voordeel hebhen gehad. De
oinmissie kon daardoor zoo goed voorbereid en zoo
goed op de hoogte van de litteratuur
over
Suriname
en van de verhoudingen
in
Suriname haren studie-
arbeid ondernemen, dat men haar een groote mate van
eigen oordeel kan toekennen. Waar zij zich dit niet
kon vormen, vermeldt zij het. Iii dit opzicht verkeerde
zij in veel gunstiger conditie dan de zoogenaamde
Tcl
,
aar,tcom.missje
van 1911, wier verslag niettemin
belangrijk materiaal vormde voor ‘het studie-syndicaat.
Ook in ander opzicht heeft het lange tijdsverioop voordeel gebracht. Toen in 1916 het bericht van de
vorming van het stu:diesyndicaa.t de kolonie bereikte,
iel dit niet onbeperkt in goede aarde – iroor eçn deel
uitvloeisel van de in kleine gemeenischappen levende
hebbelijkheid om ‘vlug te zijn met verneinende critiëk.
Toen de’ commissie jaar later in de kolonie aan-
kwam, bleek het haar, dat haar komst algemeen met
verlangen werd toegemoet gezien; ‘de- ontvangst was
hartelijk en buitengewoon de bereidwilligheid om
mede te werken tot de vervulling van de taak der
commissie; Deze veranderde stemming is ongetwijfeld
van gunstigen invloed geweest, inzonderheid op de

eerste aanrakin,gen. Over en weer zijn ‘deze aangenaam
van aard gebleven; meni’g schrjven uit de kolonie
getuigde daarvan. Dit zal voor de commissieleden
zeker eene groote voldoening zijn geweest.

De basis waarop de studie-commissie zich plaatste
was zuiver zakelijk. Overtuigd van de levensvathaar-
held der landbouwkolonie bij uitnernendhei.d vroegen
have leden ‘als goede zakenmenschen zich af wat
leiders van groote Oultuurondernemingen zouden doen
indien hun ondernemingen door allerlei omstandig-
heden achteruitgegaan waren, terwijl aan hare levens-
vatbaarheid niet werd ‘getwijfeld.
Haar rapport geeft op deze vraag het antwoord en

laat dan volgen wat bij analogie aan Nederland te

doen staat. Maar daarmede rekent de studie-com-
missie hare taak niet afgedaan. Wanneer de Regee-
ring hare opvatting deelt en de Staten-Generaal geen
bezwaren maken de economische ontwikkeling van
land en volk in Suriname krachtig te steunen; wan-
neer zij dus zal kunnen aantoone, dat ha’re denkbeel-
den kans van verwezenlijking hebben; dan – zoo blijkt, uit liet voorwoord van het rapport – zal de
leider van het studie-syndicaat voorstellen richten tot
Handel en Nijverheid, waarvan de uitvoering die
ontwikkeling moet verzekeren.
Tegenover de onbaatzuchtigheid, waarop ik hier-
boven de aandacht vestigde, heeft een bespreking van
liet rapport een moeilijken kant. Immers kan het doel
van een bespreking wel niet anders zijn dan eene
waarde-lepaling voor dan lezer, critiek dus. En nu is
de vraag zeker gerechtigd of critiek geoefend mag
worden op zulk een vrijwilligen, helangeloozen arbeid
van. particulieren
Gelukkig zijn er gunstige omstandigheden. De sa-
menstellers van ‘het rapport wensdhen niets liever dan
bespreking. Hunne autoriteit is onaanvechtbaar en
men kan dus verschilpunten ‘van ondergeschikte be-
teekenis voorbijgaan. Verschil van inzicht is er op
andere punten tusscheii de rapporteurs en mij niet,
dan in één opzicht; en dit geldt niet
wat
er gedaan
moet worden, maar
hoe
het moet worden gedaan.

Het rapport, dat zich gemakkelijk laat lezen, heeft een aantrekkelijk uiterlijk en is practisch
ingericht; geïllustreerd; van een voorwoord, eene
inleiding en eene duidelijke inhoudsopgave voor-
zien. Het voorwoord behelst eene uiteenzetting van
de opvattingen, waardoor •de commissie zich heeft
laten leiden, de inleiding een overzicht van den in
Suriname verrichten arbeid. Echter ‘bevat de inleiding ook eene zinsnede, die meer conclusie ‘dan schets van
verrichten urheid is en die door de plaats, waar zij
staat, wordt benadeeld in hare beteekenis en haar
effect: ,,Zoo trotsch als wij op ons koloniaal beheer in
Oost-Indië lcu’n,nen zijn, hebben we ons te schamen
voor Suriname.”
De beteekenis van het voorwoord
culmineert in de tegenstelling van de moederiandsche
politiek en die door ‘de commissie als alleen reddend
voorgestaan; de politiek der jaarljk’sche
leven9-e1cken-
de
subsidiën tegenov’er de aanwending eenige jaren achtereen van groots
leven-wekkende
bedragen.
Het eigenlijke rapport wordt geopend met een korte
beschrijving van land en volk,
welke ingeleid wordt
met een
historitch overzicht.
Dit laatste is van uitne-
mend belang voor een goed begrip van ‘den tegenwoor-
digen toestand en daarom is het jammer, dat het niet
wat uitgebreider is. Een Enge]sch schrijver wijst er
bv. op, dat, toen Suriname door Engeland werd te-
ruggegeven, aan de Britsche kolonisten werd toege-
staan niet hun roerend goed de kolonie te verlaten,
waaronder de slaven’gerekend werden; dat waren er 4000. ,,Poor Siirinani was put back for some twenty
years,” aldus de bedoelde ‘schrijver
1)
Eene achteruit-
zeëting van 20 jaren laat zich na 100 jaren nog in
hare gevolgen voelen. Was echter de imm’igratie met
krachtige hand aangepakt, ‘die gevolgen hadden ge-
cornpenseerd kunnen worden. Telaat een onderwerp
van staatszorg geworden door gebrek aan kennis van
de Surinaamsche toestanden in onze volksvertegen-woordiging, die een poging van de Regeering in die
richting deed mislukken; telaat aanigevangen – aldus
het rapport – heeft deze immigratie (u’it Britsch-
Indië) niet kunnen voorkomen, ‘dat ,,kapitaalvernieti-
ging op groote schaal plaats vond door gebrek aan
arbeiders, tengevolge waarvan een aantal bloeiende
plantages gesloten moesten worden en spoedig weer als wildernis begroeid waren, terwijl de eigenaars of
beheerders het land verlieten.”
De woorden van Gijsbert Karel van Hogendorp:
,,’door de afschaffing van den slavenhandel is het ver-

I)
Jauies Brodway, Guianz: British, Dutch and Frejich.

334

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

derf van West-Indië te voorzien”
1),
gingen in ver-
vulling.
Uit de ‘erdero beschrijving van land en volk ver-
dient aangestipt te worden, dat volgens de commissie
in Nederland ten onrechte een ongunstige meening
over het klimaat van. Suriname bestaat en dat in te-genstelling met vele Engelschen in Bri’bsch Guiana
de Nederlanders, ,,die niet door ambtelijke of mercan-
tiele banden aan •de kolonie vastzitten, het land ver-laten om weer in het .moederland een vast verblijf te
gaan zoeken.”

Inderdaad is in Nederland de reputatie van het
klimaat slecht, welke reputatie dateert uit den tijd,
dat men de bestrijdingswijze van malaria niet kende.
Een ieder, die eene vergelijkende studie maakt tus-
schen de klimaten van Suriname en andere tropische
landen, komt tot dezelfde conclusie als de commissie.
Afdoende zijn de sterftecijfers. Wil men evenwel eenig
klimaat met een ander vergelijken, niet aan de hand
van zulke gegevens, waarin de in de koloniën vigee-
rende hygiënische bepalingen een groote rol spelen,
maar op grond van de geographisohe ligging, de
bodemgesteidheid, de ‘bebossohing, e.d., dan vergete men niet, dat er tal van kleinigheden kunnen zijn, die
een onmeetbaren invloed hebben. Zulk eene kleinig-heid in Suriname is de koelheid der nachten, die een.
goeden slaap waarborgt; voorwaar iets anders dan bv.
in de kuststeden van Java’s noord.kust.

De tegenstelling tussohen •de bewoners van Deme-
rara en Suriname, waarop de commissie wijst, kan
van ‘beteekenden invloed zijn op de welvaart van eene
kolonie; immeis de tot welstand gekomen kolonisten
‘dragen in ruime mate bij in de belastingen niet alleen,
maar leveren door hunne belangstelling in de kolo-
niale zaken een niet te versmaden bate. Bij de hespre-
king van den Raad van Bestuur in Suriname wijst
de commissie er. op, dat slechts én particulier zitting
heeft in dat lichaam en dit wel no(>it de bedoeling van
den wetgever kan geweest zijn. Wie echter in Suri-
name bekend is, weet hoe moeilijk het is vacatures
in hono’rifike betrekkingen te vervullen en hoe veel
gemakkelijker dit zoude zijn, indien de Europeesche
koloni.st als hoofdverblijf ‘de kolonie koos, ook na zich
]os te hebben ‘gemaakt uit ,,am,btelij’ke en mercantiele
banden”. Op Ouraçao is de groep derzu]ken veel tal-
rijker dan in Suriname en het in 1904 verwoeste St.
Pierre op Martinique was niet anders dan eene groote
kolonie van op hun lauweren rustende of van hun
rente levende kolonisten.

Twee belangrijke zaken, in dit hoofdstuk bespro-
ken, mogen ons niet onopgemerkt voorbijgaan: de
verkeersm!iddelen en verkeerswegen en de organisatie van het land’bouwdepar’tement. Harde waarheden zegt
‘de commissie over ‘den verkeersweg, ‘die er is, den
spoorweg; en over ‘de verkeersmiddelen, ‘die ontbre-
ken, de landwegen. Vindt men hier eene uitgebreide
beschouwing over hun .beteekenis, ‘op meer ‘dan ééne
latere bladzijde komt men eene verzuchting over dit
gemis tegen. Frappea juste, frappez fort, mais sur-
tout frappez souvexit. Ik heb steeds ‘gemeend, dat met
zulk een prachtig net van waterwegen als Suriname
bezit, landwegen van secundaire ‘beteekenis moesten
worden ‘beschouwd; maar ik ben ‘door de lezing van
het rapport tot eene andere meening gebracht; gaarne
plaats ik dit belang niet langer on’der, maar nee.ns
atsaineering en ‘diephoringen voor drinkwatervoorzie-
nin;g en irrigatie.
Van de organisatie van het landbouwdepartement,
zooals •de commissie zich die ‘denkt, geeft zij een uit-gewerkt plan. Suriname zou’de er zeker gansch anders uitzien dan thans, indien ‘het in 1865 niet was bedeeld
met een regeeringsreglement en een volksvertegen-
woordiging, maar er als spil van eene later te ont-
wikkelen administratie een’ lan’d’bouwdepartement met
een onderwijs- en een veeteeltafdeeliiig was ‘ingesteld
naar de inzichten ‘der commissie. In plaats van het

1)
Brieven en Gedenkschriften na 1813, Ie deel, Bij. 73.

oudste departement (het regeeringsregiement sprëekt
niet van departementen, maar van afdeelingen van
bestuur), van de oudste bestuursaf’deeling dus, is het
‘t jongste. En ware er een 15-tal jaren geleden geen
put te ‘dempen geweest, gegraven ‘door eene vernie-
lende ziekte in de cacao, het is de vraag of er niet
nog langer gewacht zondezijn op het verdrinkend tot
‘daden ‘drijvend kalf; een vraag, die volkomen gewet-
tigd wordt door den hortenden en stootenden ont-
wikkel’ingsgang der meest nood’ige instelling. Een-
maal hare noodzakelij’kheid e1kend
zijnde
bleef het
modderen, zoodat eerst in 1919 de qualitatieve bezet-
ting – niet de quantitieve – eeni’gszi’ns ‘behoorlijk
kon worden genoemd.
Zoo zijn wij genaderd tot het hart van het koloniaal
organisme,
den landbouw.
De eerlijkheid gebiedt te erkennen, dat thans de balata-industrie den hartslag
van het economisch leven beheerscht. Maar, kan ‘de
nader’ing van haar, einde nog niet worden vastgesteld,
ten aanzien van verlies van ‘haar be’teekenis heerscht
weinig versohil van gevoelen; er moet een tijd komen,
dat de gemakkelijk te bereiken complexen uitgeput
zijn.

In het hoofdstuk
,,landbouw”
worden alle producten
det kolonie aan critiek onderworpen; hun pr’oductie
wordt vergeleken met die in andere – eigen en
vreemde – ‘koloniën, de invloed der arbei’dsquestie
behandeld; de rendabiliteit nagegaan; een overzicht van de geschiedenis gegeven; het ‘oordeel der com-
missie over de vooruitzichten medegedeeld; zoo is het
hoofdstuk een soort handhoek voor •dengene, die een
onderzoek in zake landbouw-possi’bilities in Suriname
wil beginnen; weinig punten van ‘belang zijn er, waar-

op do aandacht ‘niet wordt gevestigd. Zelfs treft men
hier en daar recepten aan, bv. van kasarip’osaus, of
andere eenigszins ‘buiten het kader vallende opiner-
kingen, die evenwel aandacht verdienen. Zoo vindt
men ergens onder ‘de bespreking van de bacovendro-
gerij, ‘dat de commissie van de firma 0. Kersten &

Co., die zich op velerlei gebied beweegt, een uitste-
kenden indruk heeft gekregen; deze firma is de ‘za-
kenafdeeling ‘der Moravische Broedergemeente. Elders
wordt men getroffen door de mededeeling, dat het gebroh aan kapitaal is, waarmede de Groote Land-
bouw in Suriname te worstelen heeft en het in vele
beheerders ,,mag geprezen worden, dat ze onder moei-
lijke financieele omstandigheden ,nog zooveel goeds
tot stand wisten te brengen.” Zulk eene waardeering
doet wel’da’dig aan; hun die het aangaat allereerst,
maar ook hun die daarvan getuige waren; en zooveel is wel zeker, dat zij van gunstigen invloed is geweest
op het verkeer van ‘de commissie met de planters, ‘die
een souvereine onverschilligheid aan den dag weten
te leggen tegen hen, die meenen uit de hoogte op hen
te kunnen neerzien en hen slap te kunnen noemen.

Het hoofdstuk over ‘den
Grooten Landbouw
eindigt
1net eenige beschouwingen over ‘de in 1918 tot stand
gekomen
Cuituurbanic.
Deze heeft als zoo vele andere
Surinaamsche zaken eene geschiedenis, eene wordings-
geschiedenis, om niet te zeggen ljdensgeschiedenis.

Toen ‘ik in 1911 afschei’d nam van Dr. Bos, zeide hij
mij: ,,nu, als u te Paraiiiaribo aankomt vindt u het
telegram van het tot stand komen van de cultuur-
bank.” Zoo velen als de Surinaamsche land’bouwtoe-
standen kenden, zoo velen waren het eens, dat zij cene
levensvoorwaarde was. Maar verder ging de eensge-
zindheid niet. Er i’s een groot kapitaal aan woorden
in deze zaak verspeeld; de commissie gQef t nu aan
onder welke voorwaarden ‘zij tot daden zal kunnen
komen; deeerste is verzekering van aanvoer van ar-beidskrachten, de tweede herziening van den opzet.

Ongetwijfeld zullen de conclusies der commissie voor
de Surinamers, ‘die er eei philantr’opische instelling
in zagen, eene teleurstelling zijn.

Ook aan den
Kleinen Landbouw wij’dt ‘de commissie
eene uitvoerige beschouwing. Hare juiste teekening
van de ‘behoefte aan afwatering en bevloeiing der per-

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

335

ceelen voor den kleinen landbouw, vooral der rijst-
perceelen, deed mij -een oogenblik wankelen in mijne –
ten aanzien van wegen veranderde meening. Moet aan
een dezer belangen – juist odk van den ‘kleinen land-
bouw – voorrang toegekend worden, zoo ja, aan welk?
Belangrijk ook
is
de teekening van Britseh-In’diërs
en Nederlandsch-I-ndiërs in hunne verschillende
eigenschappen. Aan de doelmatigheid van bevolking
van Suriname met Ned.-Indiërs wordt wel eens ge-
twijfeld. De commissie heft een goed deel-,van dien
twijfel op en wij mogen ons daarin verheugen, omdat
aan aanvoer van Britsc-h-Indië.s onder contract door
de Britsc,h-Iizdische regeerin,g een einde -werd ge-
maak-t; wij hangen nu van den Ned.-Indiër af.

Met den Mid’dev,sta,ndslandbouw
maakt -de cominis-
s-je korte metten. Zij is van oordeel, dat deze door
eigen kracht moet en zal voortkomen uit den kleinen
landbouw en veroordeelt alle kunstmatigheid. Zonder
evenwel daartoe te vervallen kunnen de omstandig-
h-eden gunstiger -gemaalet worden door op de vesti-
gingsplaatsen voor den -klei-nen landbouw niet alleen
perceelen in huur uit te geven, maar ook in erfpacht
of beter nog te -koop.

Het onderwerp van het nu volgende-hoofdstuk staat
als- .kolo’niaal levensbelang naast den landbouw. De com-
missie duidt d-it aan meli
Boschexploitatie”.
Waar-
om, zoo ‘mag men vragen, niet met
,,Boschwezen”V
Is ‘dat, -om-dat zij wel uitermate verbaasd moet zijn
geweest in Suriname geen georganiseerd boschwezen-
met een uitgebreiden, goed gesc-hoolden staf te vin-
den? Toch gebruikt zij het woord. Het Surinaamsche
boschwezen is nog een jon’ge n-ste1iing, zegt zij. Maar
liet is juist
geen
instelling; een rudimenta’ir -bosch-
wezen is er; maar de organisatie, de regelende en be-
staanverzekerende verordening, ontbreekt. Ontegen-
zeggelijk is er een voordeel in gelegen, dat er met zulk
eene vérordereinig lang -is gewacht; immers zij kan

dan ten slotte opgebouwd worden op oene jarenlange
practijk. Maar mag het Surinaa-nasche boschwezen lan-
ger aan’ -den in-vloed van wisselende meeningen, van
antipathieën en sympathieën blootttaan! Is het bosch-
wezen een bedrijf, dat zich jaarlijks -bedreigd kan zien
door de afstemming van een, begrooti-ngspost? De
commissie laat zich hierover niet uit, maar het ant-
woord lig-t voor d6 hand.
1)

Niet min-der aandacht -dan aan den landbouw
schenkt de commissie aan cle
boschexploitaie.
Wie
plaatsing van kapitaal in eenige boschonderneming
wil overwegen, vindt in de mededeelin-gen der corn-,
missie stof -te over om ‘zich te oriënteeren (of, waar

het onze West geldt, zich te occi-denteeren). Hij vind-t
i:itteratnur vermeld, uitslag van proefnemingen en
berekeningen besproken, houtsoorten en hun eigen-

schappen beschreven, -cle uitgestrektheid van com-
plexen geraamd, houtrna-ssa’s geschat, machinale en handenarbeid vergeleken,- concessiereohten en retri-
hut’ie opgegeven en ten slotte een afzonderlijke para-graaf -gewijd aan -de mogelijkheden voor het Nedèr-
land-sche -kapitaal, eindigead-e -met de conclusie: ,,wij
kunnen het Nederlandsche kapitaal eene nadere studie
sterk aanbevelen.”

– Wie ‘de boschexplo-ita-tie in ruimen zi-n neemt – en
dit -doet de comm.issie – moet verschillende bosch-producten in zijn studie betrekken. Wij zullen h-aar
echter niet volgen waar zij spreekt -over- rookoe,
kweepie, marmeldoos, kwassie, ko-mboe en nog vele
andere vruchten. harsen, extractsto-ffen, enz. Zij
illu-streeren den -rijkdom van -h-et Sur-inaamsche wond.
Maar voor -den fiscus of voor -den handel zijn zij nog

1)
Er is wel cciie verklaring voor dezen toestand en voor
andere leemten
01)
het punt van orgaüisatie: de daglijk.sehe
routine-arbeid laat aan cle auibtenaren geen tijd voor werken
aan regelingen, clie eene grondige voorbereiding ee rustige
overdenking en ‘bespreking eischen, Daarin kan- alleen voor-
zien worden door tijdelijke krachten uit het moederlanci met
een bepaalden arbeid te belasten. Maar die missen dan veer
locale kennis. –

vaic ondergeschikte ‘beteekenis. Onderzocht -zou -meten
word-en of een exploitatie van al deze producten door
ééne -gr-oote onderneming rendabel zou zijn.
Van mooi’ belang -en geschikt voo-r een bedrijf op
zichzelf zoude -de man-grove-bast- misschien. kunnen
zijn. Zij bevat -een -groot percentage looistoffen -en oene
Am-erikaanische of En-gelsche maatschappij ondernam

tijdens den oorlog -de -exploitatie -daarvan. De com-
missie raadt -up grond van de door -haar verzamelde
gegevens een grondige voorstudie aan, voor men zich
aan het

volgen van dit voorbeeld zonde wagen.
Het boschproduct bij uitn-emendh-eid is de
balaa; –
een -eigen-aardig
verschijnsel
was het -daarom, dat toen jaren -geléden d-e tegenstanders van een bo-schwezen in -de kolonie —en die zijn er -nog; zeg-t niet de com-
missie: ,,som-m-ige]I gaan ‘zoover, dat ze het geheele
boscihwezen willen -opheffen” – hun -gelederen ver-
sterk-t zagen door bestrijders en v-erdachtmakers van
den ‘houtvester Gonggryp, de opbrengst van de ba-lata-
industrie aan den fiscus niet in het cred-it van het
Bosc’hw-ezen werd gebracht, maar deze industrie en
h-et boschwezen, als aan elkander vreemd, -gescheiden
werden gehouden, terwijl -de inkomsten door die
industrie -de uitgaven voor -het boschwezeu wel 10-maal
dekten. –

De commissie geef-t een overzicht van de geschie-
denis -der balata-industrie, van haar tegen-woor-digen
toestand en van het bedrijf. In har-e mededeelin-gen
over het jaar 1915
3
een jaar van groote beteeken-is uit
historisch -oogpunt, omdat er toen eindelijk eene reed-s
lang nood-ig geworden-, -maar door verwisseling van
personen vertraagde, nieuwe balata-verordening in
werking -trad, is de commissie minder juist. Zij zegt
n].,,’d’e exploitanten wijten de -geringe productie van

1915 in hoofdzaak aan regeerin’gsmaatregelen ten op-
zichte van de teelt van v-oedingsgewassen en het weren
van tappers- uit Dem-erara in verband met de voedsel-

schaarschte, -zoom-edo aan ver-loop van eigen -tapper.s –
naar Fransch Guyana. De itivloed van een en ander
zou zeker gevoeld zijn indien men normaal had willen
doorwerken, doch een val van ruim 1 millioen kilo in
1,914 tot ruim 200.000 kido in 1915, moet ‘toch wel door
de exploitanten zelf gewild zijn. In ieder geval hadden
zij meer arbeiders kunnen krijgen dan voor een oogst –
van -slechts 200.000 K.G. Da-t hebben de daarop vol-
gen-de jaren bewezen.” –

Wat is in het kort de zaak? De nieuwe balata-vero-r-
de

ning was in Augustus 1914 aangenomen, maar -de
Minister van Koloniën gelastte haar niet uit voer-en
– een handeling, -d’ie door de ,,N. Rott. Courant”
onder -de staatsrechterlijke m-oustra van Minister

Pleyte werd gerangschikt. – -Toen eindelijk in Maart
1,91,5 to-t uitvoering kon worden overgogan, was het
te laat. Bovendien ‘had h-et ,bestuur der kolonie aan
de tappers uit Britsch-G-uyana ko-steloosen -terugvoer
daarheen aangeboden, waar-van door velen was ge-
bruik gemaakt; inderdaad ,,-in – verband met -de voedsel-

schaarschte” zooals de commissie zegt, maar -het be-
stuur zou niet tot dien stap zijn over-gegaan al-s die Demerara-tappers op den -gewonen tijd van het jaar arbeid iii de balata-industrie hadden kunnen vinden.

T-en onrechte zegt -dut – de commissie, dat de val van
1. millioen kilo in 1914 tot 200.000 kilo in 1915 door –
de exploitanten zelf gewild zonde zijn. D-ie val is ee
gevolg van- -moederland-sche onrechtmatigheid. In ,,de
economische toestand van Suriname op 31 December
1915,” een veislag aan den Gouverneur ingedien-d
door de Kamers van Koophandel en van Arbeid, lezen
wij: -onder II
Balate-inclustrie:
,,-de resultaten kunnen
met het oog op -d-en
tij’d
van -het jaar, waarop het
bedrijf een aanvang nam, en de -geringe hoeveelheid
a rbei-dsk-rachten waarover te beschikken viel, niet
onbevredigend genoemd word-en.” Hieruit moge blij-
ken. -dat de exploitanten van goeden wille waren.

Wie zich- eenig clenkbeeld wil vormen van het
‘balata-bedrijf en -de vraagstukken, die zich daarbij
voondoeii, vindt in de mededeelin’gen van de corn-

336

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

missie voldoende gegevens. Zij komt echter tot de conclusie, dat er geen ruimte is voor meer concur-
rentie, dan thans reeds plaats heeft en nieuw kapitaal
geen loonend emplooi kan vinden. Er is in deze woor
den iets van een doodsklokklank; de hoogste spanning
is bereikt; de verslapping vangt aan; het leven begint
te vlieden.

Wij. staan hier voor een zeer leerzaam stuk geschie-
denis. ,,Wil men het balata-bedrijf niet dooden en de
bron van inkomsten (350.000 ‘s jaars) zoola.ng moge-
lijk voor de kolonie behouden, dan is de eenige prac-
tische weg, dat men op een eenmaal ingeslagen ver-
keerden weg doorgaat;. het is reeds lang te laat om

er op terug te keeren. Had men over eene organisa.e
beschikt, 4ie in staat was •de hand te houden aan de
juiste toepassing van de balata-verordening van 1903,

dan zoude continuïteit in het bedrijf verzekerd zijn, ook al was de jaarproductie dan minder,” – aldus de
commissie. Er zijn hier drie omstandigheden, die de aandacht vragen. Op de eerste plaats, dat eene orga-nisatie achterwege bleef, .dat de zuinigheid de wijs-
•heid bedroog; op de tweede plaats, dat toen de ge-
volgen dezer nalatigheid zich begonnen te toonen en
men verbetering wilde, uit gemis aan een staf, die

noodwendig onderdeel der organisatie geweest zoudo
zijn, de noodige gegevens ontbraken; op de derde

plaats, dat voortdurende persoonswisseling, inzonder-
heid van gouverneurs en admin.istrateuren van finan-
ciën, uit wier departement de herziening der balata-
verordening moest voortkomen, voor deze herzienng
eene onoverkomelijke belemmering was.

Toch voelden allen, wier verantwoordelijkheid hun
herziening van do balata-verordening van 1903 ten
plicht stelde, de onaf.wijsbare noodzakelijkheid daar-
van, om de roofexploitatie tegen te gaan, om aan de demoraliseereude gevolgen van de concurrentie der
exploitantn op de bevolking ecq einde te maken; de
economische en de ethische eischen wedijverden om
den voorrang. De balata-verordenin.g van 1914 kwam
aan beide tegemoet, maar kon er niet ten voilè aan
voldoen; de practijk vervult niet immer de verwach-tingen van de werkkamer. Ik geloof dan ook te kun-
nen zeggen, dat aan velen, die de negeiibevoiking
ondanks, of misschien om, hare eigenaardigheden ]ief
hebben, het balata-requiem der commissie als een
jubellied zal klinken.
w.
D.
H. v
.
ASBECK.
April 1920.

DE JAPANSCHE INVITATIE.

Tengevolge van een schipbreuk werd het rijk van
den Micado in 1542 door de Portugeezen ontdekt. Zij
knoopten handelsbetrekkingen aan en verkregen er
vasten voet. Als gevolg van hun ontactisch en sterk
aanmatigen.cl optreden, werden de Portugezen in. 1635
naar het eilandje Decima, grenzende aan Nagasaki, teruggewezen en toen zelfs die maatregel geen vol-
doende leergeld bleek te beteekenen, werden de Portu-
geezen in 1639 door dcn keizer van Japan voor goed
uit zijn rijk verbannen.

Tengevolge van eenzelfde oorzaak – schipbreuk –
kwamen ook de Hollanders met de Japanners in aan-
raking. Jan Pietersz. Coen zond vanuit Batavia in
1609 een gezautschap naar •den keizer, dat minzaam
werd ontvangen. Toen den Portp.geezen het verbliji
werd ontzegd, werd aan Hollanders toegestaan te blij-
ven en de handelsbetrekkingen te onderhouden. Vooral

op aanstichten der priesters werd de keizer tegen al
wat Ohristen was echter zoodanig opgezet, .dat na het
gebeurde met de Portugeezen ook den Hollanders
oenige matiging in •h.et betrachten van het Vrije ‘er-
keer met de Japansche bevolking werd opgelegd.

In hoofdzaak dienden de Hollanders op het zoo
evengenoemde Decima geconcentreerd te blijven. Dit
eiland is sedert een belangrijk gedenkstuk van onze
nationale en overzeesche handeisgeschiedenis gewor-
den. Het veibleef bot eenige plekje grond’s waar

tijdens de Fransche. overheersch.ing de vaderlandsche driekleur ongehinderd bleef wapperen.

In 1611 verleende de keizer aan de Hollanders een
charter, waarbij hun han.delsvrijheid werd toegestaan.
De weelde niet kunnende dragen, hebben de Holland-
sche handeislieden van de verleende vrijheid misbruik
gemaakt.

Toen de koperuitvoer een dergeljken omvang aan-
nam, dat dekking der inlan,dscbe behoeften gevaar
liep, werd .de uitvoerhandel niet de Hollanders aan
strenge bepalingen onderworpen. Desniettegeustaande
werd onzeraij,ds de smokkelhandel zeer sterk begun•.
stigd. Dit heeft ons in die dagen en later veel kwaad
gedaan, maar desalniettemin is er van de
zijde
van
Japan een ondergrond van sympathie te onven op-

zichte blijven resten, Door het verkeer met de Hol-landers is de Japansche beschaving ouder Europee-
schen invloed gekomen. Het Westersche gedachten-
leven is tin hoofdzaak door .de Hoilandsche litteratuur
binnen het bereik van het Japansche intellect ge-
bracht. Er is een tijd geweest, dat Nederlandsche
boeken in de hoogere kringen van Japan geen zeld-
zaam bezitwaren. Eerst veel later heeft het Engelsch
de plaats van het Nederlandsch ingenomen en werd dit
vrijwel uit de Japansohe sfeer verdrongen.

Inmiddels bleef ook uit den Franschen tijd Japan
voor den Enropeeschen- en ivereidhandel hermetisch
afgesloten.

In 1844 zond onze Koning Willem II aan den
Japanschen Keizer een brief, waarin hij den Micado
ernstig in overweging gaf, liet tot dusverre dooi
Japan ingenomen standpunt ten opzichte van het
verkeer met andere handeisuatiën te herzien en het
toelaten van wederzij-dschen handel ernstig te over-
wegen. Deze brief is inderdaad niet zonder invloed
gebleven. Zelfs de Engelschen, die niet gaarne een
andere hatié eenige primeur gunnen, hebben later
erkend, (lat aan dit optreden de z.g. openstelling van
Japa’a feitelijk te danken is geweest.

Nederland was, toen de baan in dit opzicht geëffend
werd, .de eerste natie, welke in 1855 met liet Japansche
keizerrijk een handelstractaat sloot.
Deze toenaderingsgezindheid is voorzeker terug te
brengen tot de sympthie, die tusschen beide landen
reeds van oude tijden hèr bestaan had. Aan die
sympathieke gevoelens werd van de zijde van Japan
in 1862 nog nader uitdrukking ‘gegeven, toen een
Japansch Gzantschap werd uitgeionden om zijne
opwachting aan het Nederlandsche hof te maken.

Een naar de huidige opvattingen uit artistiek oog-
punt, weinig belangrijke, gedenkpenniing houdt de
herinnering van dit merkwaardige feit levendig. Zij
vermeldt twée jaartallen: 1609, het jaar, waarin Coen
het Nederlandsche Gezantschap zond en 1.862, liet jaar,
waarin Japan die beleefdibeid reciproceerde.

Inmiddels had een Amerikaansche vloot de Japan-
sche wateren bezocht. Japan, hierdoor wakker ge-

worden, en in het toenemende verkeer met de andere
mogenidheden de beteekenjis van een.vloot begrijpende,
voelde een Marine niet te kunnen ontberen.
Nader-
ladsche
zeeofficieren werden uitgenoodigd van advies
te dienen. Zij zijn de grondiëggers van de zich later
tot een voor Europa zelfs ontsiellende macht ontwik-
keld hebbende Japansche oorlogsvloot, geweest. Japan
arbeidde in stilte. De aanraking met Europa had doen
zien, hoe ver men, vooral op industrieel gebied ten
achter was. Met een bewoniderenswaardige concentra-
tie van energie werd aan den vooruitgang en de ver-sterking van het Japansche Rijk gearbeid. In Januari
1860′) ‘schreef de heer J. K. W. Quarlos van Ufford
in een artikel over den handel op Japan in ,,de Econo-
mist” hot navolgende:

,,Onze boekhandel zou waarschijnlijk ook nog gerui-
en tijd een belangrijk débouché in Japan kunnen
vinden. Men zij daarbij evenwel bedacht, dat .het den

‘)
Men lette op liet jaartal.

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

337

Japanner nog indnder om het lezèn zelf te doen
schijnt, dan wel om vermeerdering van die kennis,
naarvan hij dadelijk nut hoopt te kunnen trekken.
,,Werken van hiistorischen, iiterarischen, philoso-
phisohen, enkel reden’eerenclen aard zullen hoogst-
vaarsohijnlij.k geen koopers vinden. Maar al wat
handelt over de exacte wtenschappen, over krijgs-
kunde, natuur-, schei-, geneeskunde, over mijnwezea,
scheepsbouw, stoomwezen, enz., schijnt er gereeden
aftrek te zullen vinden.”
De uitkomst van den Russisch-Japanschen oorlog was der wereld eene openbaring. Engeland, zijn in-
vloed •in het Oosten vreezen,de, wist te bewerken, dat
Japan niet die vruchten plukte, welke naar het ge-wone recht aan den overwinnaar ten deel moesten
vallen. Men vreesde een, imperialistische politiek van
Japan. Die vrees heeft ook Neder]andsche hoofden en
harten bevangen. Helaas moet worden toegegeven, dat
voor die vrees eenige grond bestond. Toch heeft
iemand, die
Y
eeuw in alle streken van onze Archipel
gewoond heeft, en er nog leeft, mij verzekerd, dat het
eene dwaling was, gevaar vbor onze bezittingen van
Japan te duchten. Het gevaar zou – ]s het kwam –
van een geheel anderen, namelijk van den Ohi.neeschen
kant komen.

Hoe dit xij, meermalen is van Japansche zijde blijk
gegeven, dat men met Nederland in goede verstand-
houding wenschte te blijven leven.

Aan deze gezindhei’d is de uitriondiging aan Neder-
land, om een Nederlandsche. delegatie een bezoek aan
Japan te doen brengen, ontsproten. Dat die invitatie
niet met •die gretigheid beantwooed is geworden, als
de spontane uitnoodigers daarvan verwachtten, is ern-
stig te betreuren. Het zal ongetwijfeld in Japan een
verkillenden indruk teweeg brengen.
Wij moeten zorgen, dat zulks worde voorkomen.
Toegegeven moet worden, dat men in Japan de groote
bezwaren van een langdurige reis naar het verre Oos-
ten op dit oogenblik wel wat heeft onderschat. Het
tijdverlies is groot; de kosten zijn bijzonder hoog. Ge-
zien het verleden en de ontwikkeling onzer verhou-
ding tot het Japan sche Keizerrijk, moet ‘het voor de bestendiging der goede verstandhouding in het Oos-
ten echter van het uiterste gewicht worden geoor-
deeld, •dat men de hier geboden gelegenheid, om oude
vriendschapsbanden te bevestigen, niet laat voorbij-
gaan. Wanneer het pit;iculiere initiatief dit belang
niet voldoende inziet, dat ‘dan. ‘de Regeering een gerwijzing geve om ‘op die ‘belangen te letten, en zoo
er materieele bezwaren mochten blijven bestaan,
om een Commissie, die wezenlijk Nederland vertegen-
woordigt, uit te zenden, ‘dat Staatshulp ‘clie spoedig
uit den weg moge ruimen!
Het land van De Rijzende zon” is één vah de Rij-
ken der toekomst. Men voelt ginds sympathie voor
Nederland. Dat de Nederland’sch voeiende .gezin’dheid
en de Hollan.dsche ondernemingsgeest de gevoelens
ginder niet froisseere, doch integendeel die
uii
aan-
wakkere, nu het tij’d is!
TH. C. GEUDSKER
Den Haag, April 1920.

NOG EENS: EEN NIEUW BEGINSEL IN DE

TYPO GEAFIE. –

.In ‘de ,,Econom’i’sch-Statistische Berichten” van
7 April komt een artikel voor van den heer G. 1-1. C.
Hart, over ‘de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst
in de sigarennijverheid. De schrijver wijdt ‘daarin
eenige passages aan de organisatie ‘in het boekdruk-
kersbedrijf, ‘die een verkeerd licht werpen op ‘die orga-
nisatie en op ons artikel van 31 Maart, ‘gebiteld: ,,Een nieuw beginsel in de Typografie”. Wij willen ‘daarom
naar aanleiding van hetgeen hij zegt eenige opmer-
kingen maken.
De heer H. is van meaning, dat een combinatie van
verplicht lidmaatschap en prijstarief zeer vaak den
onwilligen patroon er toe zal brengen zich ,,tegen

zijn geweten” aan het prijstarief te onderwerpen.
Even verder constateert hij, dat in het drukkersbe-
drijf. bij prjsregelingen het geweten op een zware
proef kan worden gesteld en er niet steeds ‘ongeschon-
den uit te voorschijn ‘komt”.

Om na te gaan of deze enstige beschuldiging terecht
tegen de organisatie in ‘de Typografie kan worden
aangevoerd, stellen wij eerst vast, dat niet de zucht
om de winsten buitensporig op te voeren, maar de
noodzakelijkheid om te zorgen, ‘dat ondernemers en
arbeiders een behoorlijk ‘bestaan in het ‘bedrijf konden
vinden de oorzaakwkl, welke de organisatie deed ge-
boren worden:. Wie eraan mocht twijfelen of de econo-
mische omstandigheden, waarin het vak ‘destijds ver-
keerde, ‘inderdaad zoo treurig waren, die neme b.v.
eens kennis van de laa’tste tien jaargan’gen (1903-
1913) van het Weekblad van den Boekdrukker”,
waarin men zulks op iedere bladzijde vindt ‘bevestigd.

Een van de vele oorzaken, waardoor ‘de economische
toestand zoo slecht was, is wel het feit, dat de onder-
nemer in het ‘drukkersbedrjf niet vooruit kan werken en dat ‘het aantal bestellingen zoo wisselend is. Van-
daar dat er zeer veel dagen van slapte in zijn bedrijf
voorkomen. En in die dagen staan de machines ren’teL
loos en gaan de uitgaven voor arbeidsloon gewoon
door. Onder dergelijke omstandigheden ‘zal hij beproe-
ven zich van orders meester te maken, zelfs wanneer
hij er nog op verliest, omdat zijn verlies dan tenminste
tot geringere verhoudingen wordt teruggebracht. Op
deze wijze kan een vernietigende concurrentie ont-
staan, welke door liet prijstarief moet worden tegen-
gehouden.

Tevens moet nogmaals worden herhaald, ‘dat het
tarief den ondernemer met een gemiddeld geoutilleerd
bedrijf slechts een
redelijk
on’dernemersioon waarborgt.
Natuurlijk zal liet geval ‘zich daarbij voordoen, dat
een patroon met eeuuitstekend geou t’i Ileerd b edrijf een
‘zeker werk voor een lageren prijs zou kunnen leveren
dan ‘het tarief aangeeft. Maar zelfs in dit geval zal
‘het geweten van den ondernemer niet worden geraakt, wanneer hij bedenkt, dat alleen op ‘deze wijze behoor-
lijke toestanden ‘in de ‘bedrijfsgemeenschap kunnen
worden verkregen.

Op’grond van het bovenstaande achten w’ij het uit-
gesloten, ‘dat liet prjstarief in de Typografie tot
krenking van liet geweten aanleiding zou kunnen ge-
ven. Ook de ervaring leert ht iederen ‘dag, dat een ‘drukkerspatroon, die beneden het tarief werkt, dit niet ‘doet, omdat hij het onredelijk zou vinden een
tariefsprj’s te vragen, maar omdat hij zijn concurrent
een klant wil afkapen, voor prijzen, die
bij
algemeene
toepassing de toestanden van vroeger zouden doen
herleven.

Als wij deil heec H. dan verder volgen ‘in zijn be-schouwingen over het verplichte lidmaatschap in de
Typogr.afie, dan lezen wij, dat ditverplichte lidmaat-
schap tengevolge heeft een ,,medewerken ‘der arbeiders-
organisaties aan de handhaving eener prjzenpolitiek (soms niet geheel ten onrechte genoemd ,,uitbuiting
van ‘den verbruiker”)
hij
de totstandkoming van welke zij feitelijk geen medezeggingsschap hebben gehad.”

Het spreekt welhaast vanzelf, dat’ de schrijver der
traditie getrouw is gebleven, ‘door de prijzenpolitiek
in de Typografie in verband te brengen met uitbui-
ting van den verbruiker”. Helaas ontbreekt ook hier
de’motiveerin,g, hoewel nog weer pas uit de Sociaal-
Economische Kroniek van ‘de laatste aflêvering van
de ,,Sociale Voorzorg” duidelijk is gebleken, dat ge-
noemde ‘bewering nog steeds in strijd is met het be-
schikbare ‘statistische materiaal. In ‘die Kroniek wor-
den de belastbare inkomens van verschillende groepen
der Amsterdamsche bevolking genoemd. En wat blijkt nu? Dat wanneer men de inkomens van 1914/15 (toen
in’de Typografie nog geen prjstarief bestond) en die
van 1918/19 vergelijkt, ‘dat dan het inkomen der groep
drukkers een stijging_vertoont van 59 pOt., dat der
groep ‘kleine kooplieden van 483 pOt., ‘dat der groep

338

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

agenten en commissionnairs van 144 pOt., dat der
groep grootwinkeiers van 138 pOt., dat der groep
groothandelaren van 315 pOt. en dat der groep fabri-
kanten en industrieelen van 126 pOt. Wanneer men
de toeneming van de kosten van het levensonderhoud
in aanmerking neemt, dan spreken deze cijfers voor
zich zelve.
De heer H. verdedigt de opvatting, dat de arbeiders-organisatiën in de Typog.rafie ook thans feitelijk geen
,,medezeggingssehap” hebben bij de totstandkoming
der tarieven. Het is niet mogelijk die opvatting naar
waarde te schatten, zoolan.g men niet precies weet, wat
hij onder ,,medezegg’i.ngsschap” verstaat. In ieder ge-
val moet geconstateerd, dat de gezellenorganisatiën
een groeten invloed op de vaststelling der tarieven
kunnen ‘doen gelden. Wij schreven het reeds uitdruk-kelijk in ons vorig artikel ,,dat de gezellen niet aan de
instandhouding en vorderen uitbouw der organisatie
zullen blijven inedewerken, wanneer door de patroons
•onredelijke bepalingen worden opgenomen.”

Wij geven gaarne toe, dat de leiders der gesellen op het oogenblik nog niet volkomen in staat zijn de tarie-
ven precies te beoordeelen. .Zij zullen echter niet na-
laten deze moeilijloheid te verhelpen, door zich geheel
in de tarieven in te werken en voorlichting te vragen
van personen, die in ‘staat zijn hun de benoodigde in-
lichtingen te verschaffen. Dit ‘bezwaar aal du’s spoedig zijn ondervangen.
Hoe de schrijver kan betoogen, dat wij zelf zouden
hebben erkend, dat het overleg inzake de prijstarieven
in beginsel de verhoudingen in de Typografie niet
heeft gewijzigd, is ons niet duidelijk. Was het artikel
niet getiteld:
Een nieuw beginsel
in ‘de Typografie?
Een vergelijking tusschen ‘de Collectieve Arbeids-
contracten in andere bedrijven en het contract in de Typografie toont duidelijk, dat in het laatste inder-
daad een nieuw principe is neergelegd.
In de andere Collectieve Contracten vindt men
slechts bepalingen, die betrekking hebben op wat men
zou kunnen noemen: de arbeidsvoorwaarden (loon,
arbeidsduur, vacantiedagen, uitkeering bij ziekte, ont-
slag enz.).

Dergelijke bepalingen kent de 0. A. 0. in ‘de Typo-
grafie natuurlijk ook. Maar daarnaast hebbeii de werk-
gevers- en werknemersorganisatiën bepalingen vast-
gesteld, die niet ‘betreffen: de arbeidsvoorwaarden, maar: ‘de prijspolitiek. In alle andere bedrijven be-
schouwen de ondernemers het terrein ‘der prijspolitiek
geheel als hun
domein. In de Typografie ‘daarentegen
oefenen de werknemersorganisatiën voortaan ook op
dit gebied invloed uit. Vandaar dat van een nieuw
beginsel moet worden gesproken.
Een nieuw beginsel, ‘dat van zeer veel belang is, om-
dat de mogelijkheid bestaat ook aan vertegenwoordi-
gers der consumenten invloed op de prijsbepaling toe
te kennen.
Op
deze wijze kan een bedrijfsorganisatie
worden opgebouwd, waarbij alle belanghebbenden in
de gelegenheid zijn hun belangen naar voren te bren-
gen. In ‘die .bedrijfsoeganisatie zullen ‘de maatschap-
pelijke machten der ondernemers, arbeiders en ver-
bruikers, welke op het oogenblik telkens met elkander
in conflict ‘dreigen te geraken, tot een evenwichtstoe-
stand moeten komen en te zamen een reehtsgemeen-
schap vormen, die het algemeen welzijn ten zeerste
zal bevorderen.
Mr. Dr.
A. A.
VAN RHIJN.
kmsterdam, 12 April 1920.

DE DIENST DER HONGAARSCHE STAATS-

SCHULDEN.

In nummer 204 van dit orgaan (26 November 1919,
bl’dzi 1083 v.v.) is een artikel verschenen, behande-
lende de vooruitzichten met betrekking tot den dienst der Oostenrijksche staatsschulden, in verband met de
toenmaals door de Oostenrijksche Regeering genomen
maatregelen ten aanzien van de Oostenrijksche goud-
rente. Er is thans aanleiding ‘de Hongaarsche taats-
schulden vanuit hetzelfde standpunt te ‘beschouwen,

nict, wijl de Hongaarsche Regeering
01)
haar beurt
eenige maatregelen heeft ‘genomen, die, hij goeden
wil der nieuw gecreëerde Republieken, tot een hervat-
ting der rentebetaling zouden kunnen leiden, doch
omdat kortelings eenige mededoelin’gen van de Hon-
gaarsche Regeering publiek zijn geworden, die juist

het tegendeel dezer mogelijkheid doen veronderstellen.

Het is bekend, dat Hongaren en Hongaarsche
rechtspersoonlijkheid hezittende buitenlanders thans
hunne coupons in Budapest verzilverd kunnen krij-
gen. Er is tot nu toe echter geen enkele maatregel ge-nomen ten aanzien van de overige buitenlanders, der-
halve ook niet met betrekking tot Nederlandsche on-
deidanen. Nu is weliswaar het ‘directe belang bij Hon-
gaarsche staatsfondsen te onzent niet zeer uitgebreid
en kan in geen vergelijking treden met het bezit aan
Oostenrijksche staatsfondsen, doch het blijft in ieder

geval groot genoeg, om te trachten voor de ‘betrokken
houders eenige zekerheid te verkrijgen. Vanuit
Duitschiand zijn in deze richting reeds pogingen aan-
gewend voor Duitsche houders van Hongaarsche
staatsschuldbrieven, door de oprichting van een
Schutzvereinigiing der Deutschen Eigentümer von
Ungarischen Staats- und staatlich garantierten An-
lei’hen”. Afgezien van ‘den lang-ademigen titel dezer
beschermin.gs

vereeniging moet het doel ‘alleszins wor-
den toegejuicht. Op aanvragen dezer Vereeni’ging is
door den Honaarschen ,,koninklijken” Minister van
Financiën geantwoord, dat ‘op bepaalde ‘data bij een Budapester bankinstelling verschillende bedragen in
Kronen gedeponeerd ,,zullen” worden, ‘die dan zullen
kunnen dienen tot gedeeltelijke ‘betaling van de aan

Duitsche onderdanen toebehoorende coupons van
Hongaarsche staatsobligaties. Weliswaar wordt hier-
door slechts een ‘zeer klein gedeelte van het doel be-
reikt, daar Hongarije zich op het standpunt stelt niet
tot algeheele ‘betaling verplicht te zijn van ‘door het vroegere Hongarije aangegane verplichtingen, doch
het goede is, dat er althans een begin is gemaakt en
‘dat ‘der Hongaarsche Regeering aan het verstand is
gebracht, dat opbouw van het internationaal crediet
onmogelijk is, voordat tenminste voor de oude schul-
den een regeling is getroffen.

Het kan voor ons land van belang zijn deze politiek
van zachten drang te volgen, ook ten aanzien van de
nieuw opgerichte staten. Juist deze doen op het’

oogenblik alle moeite in handels-relaties te komen met
Nederland, waarbij zij het voordeel bezitten, niet den
ouden naam van ‘in ‘discrediet geraakte landen te dra-
gen. Toch ‘dient hier duidelijk den nadruk te worden
gelegd op de omstandigheid, dat deze rijken aioh ont-

trekken aan een op hen rustenden plicht. Het vredes-
verdrag Lavoriseert hen wel in zooverre,dat het groot-
ste gedeelte van den schuldenlast der voormalige Dub-

bel-Monarchie wordt gelegd •op de schouders van het

sterk in omvang en ‘belangrijkheid gereduceerde te-genwoordige Oostenrijk en het tegenwoordige Hon-
garije, doch de inoreele verplichting ten aanzien van
de overname van hun pro-rate gedeelte dier schulden
bestaat o.i. ten stelligste. Indien slechts wordt gea-
geerd tegen het tegenwoor’dige Oostenrijk, resp. Hon-
garije, keurt men implicite het zich onttrekken aan
‘hunne moreele verplichtingen ‘der nieuwe staten goed,
een onrecht, dat zich wreken moet, vermoedelijk op
twee manieren. In de eerste plaats zal het den ver-
brokkelden Oostenrijkschen en Hongaarschen Staten
in hun tegenwoordiigen vorm onmogelijk blijken aan
den vollen omvang ‘der oude verplichtingen te voldoen
(en, probeeren zij het toch, dan moet dit een funestie
uitwerking op hun betalingsbalans en derhalve op
hunne valuta en hunnen handel met het buitenland
uitoefenen) en in de tweede plaats verkrijgen de nieu-
we Staten van hun relaties een brevet van goedkeu-

ring ten aanzien van het breken van de goede

trouw, dat zich bij het aan,knoopen van handelsbetrek

kingen nog wel eens heel onprettig tegen de brevet-
gevers zal kunnen keern.

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

339

Het is zaak, op ‘deze omstandigheid te letten. Er
dient ook hiei te lande een organisatie te worden op-
gericht (eventueel in aansluiting met het buitenland,
zooals thans ten aanzien van de Ru’ssische schulden is
geschied) •die een centraal punt vormt met ‘bevoegd-
heid, om alle stappen ‘te nemen, welke ‘door haar noo-
dig’ worden geoordeeld, om niet slechts de tegenwoor-
dige H’ongaarsche Regeering, doch ook,
en n’iét in de
laatste plaats, ‘de bew’in’dhebbers ‘der nieuwe RijkerL
aan hunne verplichtingen te ‘herinneren. En die aan
den anderen kant -er op wijst, dat het geen aanbe-ve-
ling kan verdienen in relatie te treden met lichamen,
die zoo opvallend geen enkele poging aanwenden, om
hun engagementen ook tot een goed einde te brengen.
Een opgave van het bezit aan Hongaarsche staats-
fondsen in ons land is -vrij gemakkelijk te verkrijgen.
Dit kan het werk zijn eener voorloopige commissie, die -na verkrijging van alle bizonderheden zich kan consti.tueeren tot een uitgèbrei-der organisatie, met
volledige volmacht van de betrokken houders. Slechts
op deze wijze is het thans geleden verlies althans ten
deel goed te maken.
BROUWER.

DE RIJKISMIDDELEN.
In ‘dit nummer treft -men aan het ‘gebruikelijk over-
zicht met bijlagen van ‘de opbrengst ‘der Rijksmidde-
]en over de maand Maart 1920, vergeleken ‘met de
overeen-komstige cijfers van Maart 1919.

De Oorlogswinst- en Ver’ded-igingsbel’astingen
brachten tot dusver in totaal op
f
698.524.267, waar-van
f
518.404.485 op rekening komt van eerstgenoem-
de heffing. –

Met inbegrip van -de opcnten ten ‘behoeve van het
Leen-ingfonds – behalve die op den Suikeraccijns,
welke geen verzwaring van belastingdruk medèbrach-
ten – is -dus in totaal
f
845.754.416 ontvangen uit
belastingheffing, -die haren grond vindt in de buiten-
gewone omstandigheden.

:De gewone ‘middelen brachten in ‘de afgeloopen
maand op
f
28.549.870 tegen
f
21.787.726 in Maart
1919 en vertoonen m’itsdien een vooruitgang van

f
6.762.144. De opbregst in de maanden Januar.i en
Februari overtrof de ram-ing -met een bedrag van

f
8.818.923 en de opbrengst in Maart overtrof de ra-
ming met
f
2.746.829, zoodat de opbrengst over 1920
tot dusver ‘de rami’ng met
f
11.565.752 overtreft.

Tot de gunstige resultaten van Maart 1920, in ver-
gelijkin’g met Maart 1919, ‘droegen alle middelen ‘bij,
behalve de grondbelastiug en de suikeraccijns.

De lagere opbrengst der .grondbelastin.g is toe te
schrijven aan vertraging ‘bij de’ aanslagregeling, welke
gewoonlijk op 25 Januari gereed is, doch in dit jaar
eerst in de maand Maart -kon worden vastgesteld.’ Deze
vertraging was een gevolg van ‘dn achterstand op de
hypotheek-kantoren, waar de overboekingen niet zoo tijdig ‘als anders konden geschieden en ook de afslui-
tin.g der leggers vertraging ondervond.

De h’ôogere opbrengst -van de personeele belasting,
is ‘vooral te danken ‘aan de s.tijging der huren en voor
‘de eigen panden aa-n de .-hoogere schatting van de
huurwaarcien.

De meerdere baten uit inkomsten- en vermogens-
belasting zijn in hoofdzaak toe te schrijven aan ‘de, .met
ingang van 1 Mei 1919, ‘in werking getreden tariefs-
verhoogi’ng in gevolge de wetten van 11 April 1919
(Staatsbiaden Nos. 169 en 170).

Ofschoon de wet op de Dividend- en Tan’tième-
belasting met 1 Mei 1918 in werking -trad, deed- zij
haren ‘invloed op de ‘inkomsten van ‘s Rijks -Schatkist
eerst begin 1919 gevoelen, vandaar dat bedoelde be-
lasting in ‘de maand Maart 1919 slechts
f
185.855
opbracht -tegen
f
799.516 in d’e afgeloopen maand.

De aanmerkelijk lagere ‘opbrengst van den suiker-
accijns zal wel- zijn toe te schrijven aan een minder
suikerverbruik ten gevolge van de -hoogere suiker-
prijzen en ‘de ruimere voorraden van andere levens-

middelen, waardoor met veel ‘suikerver-bruik gepaard
gaande surrogaten minder worden gevraagd.

De meerdere opbrengst, van ‘der wijnaccijns hangt
samen met -den lagen koers van den franc en wijst op een ruimeren invoer, doordat vele particulieren hunne
wijn-voorraden aanvullen, de stijging van den gedistil-
leerd-accijns is een gevolg van -het ophouden der rant-
‘schneering, terwijl voorts valt •te wijzen op de met
7 April 1919 in.gegane ‘ta’riefsverhooging en op een
ruimere ‘voorziening met grondstoffen.

De stijging in opbrengst van den zou’taccijns houdt
‘verband ‘met de lagere ‘zoutprijzen, die van ‘den bier-

accijns met- een ruimeren aanvoer van ‘gron,dstoffen,
terwijl de
‘stijging
in de opbrengst van den geslachts-

accijns wel ‘zal zijn toe te schrijven aan de opheffing
van de vleeshdistri-butie en het siachtverbod en het
‘ophouden der frauduleuze slachtingen.

Het ruimer vloeien der zegelrechten zal vermoede-
lijk zijn ‘te ‘danken aan de met 1 Augustus 1919 in
werking getreden wet van 27 Juni 1919 (Staats’bla’d

No. 432) tot wijziging der Zegelwet 1917 •en aan’ de
verscherping van het toezicht.

De toeneming van de’ ‘opbrengst der registratie-
rechten houdt verband met meerdere overgangen van

vast goed en met het -grooter aantal uitgiften van
nieuwe aandeelen in Naamlooze Vennootschappen cd.

De stijging in ‘opbrengst der invoerrechten van h’et
Statistiekrecht en van. de Loodsgeiden

is ‘te dan-ken
aan de ‘opleving ‘van het internationaal verkeer, ter-
wijl, wat de eerste twee middelen betreft, de sterke

prijsstijging -haren invloed op de ontvangsten deed
gevoelen. –

Het recht op de ‘mijnen bracht in Maart 1919, ‘ten-
gevolge van een vertraging -bij -den aanslag niets op,
– terwijl de opbrengst i-n Maart 1920 ruim
f
200.000
bedroeg. –

Het’ trekt de aandacht, dat ‘de opbrengst van de mid-
delen van de afgeloopen maand evenals die van ‘de

voorafgaande maand, hoewel -geenszins onbevredigend,
toch n’iet z66 -bij uitstek g.unstig was ‘als -die van de

vroegere maan-den. Weliswaar -kan, met name ten op-
zichte van de directe ‘belastingen, uit de ontvangsten

in ‘de eerste ‘maanden van het jaar geénerlei conclusie –
worden getrokken, doch een niet onaanzienlijke ver-

laging van -het zeer hooge peil der in vroegere maan-
den ontvangen ‘baten is waarschijnlijk te achten.

In deze richting wijzen ‘ook de volgende cijfers.

Gedurende de tweede helft van 1919 werd gemid-
deld een bedrag ‘van r.on.d
f
31.760.000 per maand ont-
vangen tegen een gemiddelde van
f
29.660000 in de
eerste drie maan-den van 1920. Hierbij dient nog in
aanmerking te worden genomen, dat in Januari van
het loopende jaar het zeer -hooge -bedrag van

‘f
32.560:000 werd beteikt, welk -bedrag -in de volgende
twee anaa-nden ‘terug liep tot onderscheiden-lijk

f
27.860.000 en
f
28.550.000.

INDEX-CiJFERS.
De stijging van het index-cijfer blijf-t steeds voort-
duren. Het totale cijfer aan ‘het einde der maand Maar-t
bedroeg 8352, een vermeerdering van 192 punten

gedurende die maand; het percen-tueele cijfer is ge-
komen van 370,9 op 379,6, tegen 259,4 aan het einde

vail de overeenkomstige maand ‘van het vorige jaar

en 116,6 einde Juli 1914.

De enorme stijging gedurende ‘de laatste paar maan-

den is – -zooals men w.eet – -grootende’els te wijten
aan de opzienbarende stijging in de ka-toenprijzen,

maar gedurende de afgeloopen maand zijn. ‘deze echter
een- weinig teruggelooen, zoodat de vermeerderin;g

van het index-cijfer ditmaal meer bij andere artike-
len, hoofdzakelijk -graan en meel, -gezocht moe-t worden.

Hierachter volgt de gebruikelijke – aan ,,The Eco-
nomi-st” – ontleende tabel:

340

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2:1 April 1920

Data
Granen
en
vleesch

Andere
voe-
dlngs-
en ge-
nolm.

Weef- sloffen
Dcli:
sloffen

Diver-

ollCn,
hout.
rubbe,,
enz.


Totaal

meen
Index-
cijfer

Basis (gemidd.
101-5)
. .
500 300 500
400
500
2200 100,0
1 Januari 1914
563
355
642 491 572 2623 119,2
1 April
560
3504
6264
493
567 2597 118,0
1 Juli
5654
345 616
4714
551
2549 115,9
1 October
646
405
6114
4724
645
2780
126,4
1Januari1915
714
4144 509
476
6864
2800 127,3
1 April

,,
840 427
597 644
797
3305 150,2
1 Juli

,,
818
428
601 624 779
3250
147,7
1 October

,,
8094
4704
667
6194
7694
3336 151,6
1Januari1916
897
446
731
7114 8484 3634 165,1
1 April

,,
9494
503
7964
851
913
4013
182,4
1Juli

,,
989

520
794
895
1015
4213
191,5
1 October

,,
1018
5364
937
8584
1073
4423 201,0
1Januari 1917
1294
553
11244
824;
1112
4908
223,0
1 April

,,
1346
6104
1226
8344
1283 5300
240,9
1 Juli

,,
14324
6524
1441
8414 12784
5646
256,6
1 October

,,
12214
726
15094 8224 13544 5634
256,1
1 Januari 1918
12864 686
16844 8394
13484 5845
263,2
1 April

,,
1244
7444
1760 850
13424
5941
270,0
1 Juli
1274 7774
1808
889
4

1379
6128
278,5
1 October


1271 780
1889 8784
13914
6210
282,6
1Januari 1919
1303
7824
18054
816
1337 6094
277,0
Eindeian. ,,
1287 7824
16184
828 1335
5851
265,9
Febr..
12884
7824
15964
818
13104
5796 263,8
Mrt.
1285
7824
1502 8444
1294
5708
259,4
April,,
13064
752
15124
9124
12904 5774
262,4
Mei
13104
7764
1643
931
1327
5988
272,2
Juni
1338
800
17414
937
13714
6188
281,3
Juli
13394
8054 18544 10334 1417
6450 293,2
Aug. ,,
1380 8224 18774 1040 1383
6503 295,6
Sept.
1399 8174
19794 1047
1344
6587 299,4
Oct.
1412
838
2123
1064
1358
8795
308,9

,

Nov. ,,
14274
866 22024 1093
1398
6985
317,5
,,-

Dec.

,,
14414
8814
24424
1145 14534
7364
334,7
Jan.1920
1461 8574
27024
12114
15354
7768 353,1
Febr.,,
1454
8864
29514
1253;
18144
8160
370,9
Mrt. ,,
1508
914
29744
1246 17094
8352
379,6

:De stijging in de groep ,,granen en vleesch” was
geheel het gevolg van veranderingen in graan- en
meelnofeeringen. In het midden van Maart heeft de
,,Royal Commission” een lijst van herziene prijzen
voor geïmporteerde tarwe gepubliceerd, die een ver-
hooging van
35
sh. per quarter geeft, terwijl tevens de
meelprijs werd verhoogd. Gerst en haver waren aan-
merkelijk lager, rijst iets minder en vleesch onver-
anderd.
In
de tweede groep was thee wat lager, sui-
ker daarentegen vertoonde een aanzienlijke stijging. –
In de tweede groep ,,weefstoffen” is katoen – zoo-

als gezegd – iets lager. Wol onvei

anderlijk vast, maar
zijde, hennep en jute daalden sterk, vlas daarentegen

steeg aanzienlijk.
Bij de groep ,,delfstoffen” ging ijzer eveneens deze

maand
de
hoogte in; Cleveland
No. 3
steeg van
25
sh.

tot £ 10 per ton, eveneens staalprijzen. De overige
metalen, o.a. lood, tin en koper, zijn belangrijk lager,

verschillen
20
pOt. met de prijzen van einde Februari.
Bij de groep ,,-div.ersen” is soda zeer sterk gestegen,

van £ 7.1.0 sh. op £
1.2.10 sh.
per ton; ieder en rubber

zijn gedaald. – Algew.
Geni. pon-
1-lerleid

– .

index-cij f, denkoers

algemeen

van ,,the

over den

index-
Datum

‘. . Economist” afg. mud,

cijfer.

1 Januari 1914 ……..119,2 .

12,1181
4

119,6
1 Januari 1915 ………

127,3

11,78

124,1

1 Januari 1916 ………151,6

11,02

138,3

1 Januari 1917 ………223,0

11,68

215,6

1 Januari 1918 ……..263,2

11,06

240,9
1 April

………….266,6

10,395

229,4
1 Juli

277,5

9,37

214,4
1 October

…….. …

283,5

9,86

228,1

1 Januari 1919……..277,0

11,19

256,6
Einde Januari 1919.. .

265,9

11,33

249,4
April

, .
262,4

11,535

250,1
Juli

293,2

11,70

284,0
October

308,1

1.1,06

282,1
Januari 1920

353,1

9,83

286,7

Februari , .
370,9

8,985

275,9
Maart

379,6

10,125

318,2

Klei
n.hczndelsprijzen.
De verhoudingsci,jfers van verbruiksartikelen, in den handel gebracht door de
Coöperatieve Winkelvereeniging van ,,Eigen Hulp”
te Amsterdam, Haarlem, Arnhem, Utrecht, Leeuwar

den en ‘s-Gravenhage (voorheen E. H.), welke door

het Centraal Bureau voor de Statistiek
gepubliceerd worden, zIjn de navolgende. Bij be-
schouwing van deze cijfers neme men in aanmerking,
dat het voorkomt, dat een artikel tijdelijk door een of

meer der
6
coöperaties niet werd verkocht, wat van
invloed kan zijn op den Sloop der verhouding-scijfers.

Artikelen
1914
1915 1916 1917 1918 1919

Booneii(bruitie)
157
175
214 136
111
146 236
214

11

(witte)
172 200
259
338
221
238
348
331
Erwten(capuc.)
153 178 192
236
211 217
225
200
(grauwe)
139
157
1.77
220
191
209
261 218
(groene)
143
160
203 140 103 130
200
187
123
142
161
135 123
197
194
165
(boekweit)
117 171
200 292 312
292
350
325
(haver)

..
103
137
150 147
120
120
100
100
Kaas (Leids.) .
140
160
179
221
207
253
309

197

11

(Gouds.) .
125
133
.123
126
177
195
200
303
Koffie ……..

88
91
101
118 174
169
161
162
Margarine ….
99
102 110 122
i36
148
155
156
Meel (roggebl.)
85
104
130
144
130 130


(tarwebl.)
129 159
159 212
224
259 300 308
(boekw.) –
114 152 195
324
362
314
348
338
Olie

(boter)
101
127
149 235
409
381
2R9
293
(patent)
141
207 228 293 351
446
462
473
(raap)
137 188
208 329
540
519
414
414

Gort

……….

116
112
122
125
122
169
344
344
Soda

…….
83 117
283
267
417 283
250
367
107

..

130 160
320 680
577
353 353
100 125
154 179
193 200
200 200
Suiker(ba8terd)
91
107 115
116
120 147
215
215
Stroop

……..

11

(melis)
89
97
100
103
103 121
180 180

Rijst

……….

113
117
120
127
119
139
140
139

Stijfsel

……..

Vermicelli ..
124
203 207 272
266
3fl0
317
331,
Zeep (w.Brist.)
100 119
12
160
183
191
153
153

Thee

……….

,,

(zachte)
87
121 158
121 117
275
354 354 Zout.

……..
80
90
90
110
190
160 160
160
Gemiddelde ver-
..

houdinçjscijfers
116 141
165
195
228
239 258
256

De prijzen voor het jaar
1893
werden gelijk 100
gesteld.

AANTEEKENJNGEN.

New York
en. Lortden,’als markten, vr’or
Luitenliirtdsche accepien.-Uit
de aantee-
kening ,,Expo.rt van Goud uit de Vereenigde Staten”
in het nummer van
14
April ‘blijkt, dat men in New
York nog steeds
hoopt
Londen als financieel centrum
te – verdringen. In ‘aansluiting hieraan verdienen
eenigc opmerkingen en cijfers uit ,,The Economie
World” van
6
Maart de aandacht.
Het blad komt tot de conclusie, dat Londen in de
financiering -van den internationalen handel nog steeds bovenaan staat, hetgeen met onderstaande
cijfers, die het bedrag aan uitstaande accepten aan-
geven, toegelicht wordt.

L on de ii:
A.ccepten van alle Londensche Clearing
1-louse banks, Colonial -banks. foreigrt
agencies en particuliere bankiers – – $
500.000.000

New York:
Accepten van New York Nati-onal- en

Sta-te-ban-ks en Trust-companies .. . – $
270.000.000

Accepten van foreign tra-de corpora-
tions en. foreign agencies te NewYoi-k .,
55.000.000
Accepten van particuliere bankiers – – ,,
40.000.000

Totaal ……..
$ 365.000.000

Daarvan gaat âf .aan accepten voor de
financiering van -den binnenland-
– schen handel ………………..$
1.55.000.000

Accepten voor de financiering van den

buitenlan-dschen- handel ……….$
210.000.000

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

341

• De sterk ontwikkelde internationale relaties van
Londen dragen veel tot dit overwicht, hij, alsmede zijn geografische positie.
Uit bovenstaande cijfers blijkt niet in hoeverre
beide financieele centra deelnemen aan de financie-
ring van die handeistransacties, waarbij het financie-
ringsiand geen partij is. New
.
York neemt, wat deze
transacbies betreft alleen een belangrijke plaats in in
de financiering van den Jiandel van Zuid- en Cen-
traal-Amerika en van het verre Oosten.

A.
r b e id
Sv
er ho uding en in hei Have nb e-
cl r ij f. –
Over
hot
werk van den Loonraad. in de
Vervoerbedrij
.
.en bevat het Jaarverslag 1919 van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken
te Rotterdam het volgende belangrijke overzicht, bij de
lezing waarvan hiei en daar evenwel niet uit het oog verloren mag worden, dat het geschreveti werd vddr
het huidige conflict in ‘het havenbedrijf uitbrak; liet
overzicht behoudt ‘desondanks evenwel zijn waarde:

Bezien wij cle arbeiclsverhouding’en clie gedurende het vei’-
slagjaar in het havenbedrijf hebben bestaan, clan treft ons
wel in de eerste plaats, (lat, in tegenstelling met elders, de
hervatting van het scheepvaartverkeei’, behoudens kleine
strubbelingen, een ongestoord verloop heeft gehad.
Ten tijde van de wereld.gebeurtenissen van November
1918 werd juist de laatste hand gelegd aan een ingrijpende reorganisatie van de Scheepvaartyereenigiug alhier en van
haar zustervereenigi ag te Amsterdam To een perscommuni-
qud, dat 14 November 1918 in de bladen verscheen, maakten
beide vereenigingen haar inzichten kenbaiir, welke zij meen-
den dat, in verband met de wereidgebeurtenissen, in de toe-
komst de verhouding tusschen werkgevers cii werknemers
zouden moeten beheerschen en die, naar haar meening, ge-
durende 1919 zouden kunnen bijdragen om een dragelijken
overgaugstoestand te scheppen. In het bijzouder werd aan de
statuten der vereenigi ng ieder . karakter van strijdvereeni-
ging ontnomen.
Teneinde op dezen nieuweti grondslag te geraken tot een
uniforme behandeling der materie werd in Décember 1918
op initiatief van de Scheepvaartvereeniging alhier (tliats
genaamd Scheepvaartvereeniging Zuid) tusschen haar en de
Scheepvaartvereen igi lig Noord (Amsterdam) besloten tot
het in het leven roepen van ti :roonraacl in de. Vervoer-
bedrijven, welk instituut op 19 December 1818 door cleii heer
Paul Nijgh, voorzitter der Scheepvaartvereenigin.g Zuid,
werd geïnstalleerd. Tot juist begrip der Organisatie zij nog
vermeld, dat de voornaamste onderdeelen van het zeevaart-
en havenbedrijf te Amsterdam en. te Rotterdam iii de Scheep-
vaartvereenigi ugen vakg’roepsgewijs zijn georganiseerd.
1)

Iedere vakgroep heeft haar eigen bestuur, terwijl de voor-
zitter en cle onder-voorzitter vuil iedere vakgroep deel uit-
niaken van het hoofdbestuur der vereeniging. De algemeene
voorzitter der vercenigil.lg, die niet tevens bestuurslid kan
zijn van een der vakgroepen, wordt door de leden van liet
hoofdbestuur gekozen. In het regemerit van dcii Loonraad
in de vervoerbedrijven is bepaald, dat alle leden van liet
hoofdbestuur der beide vereenigiugen zitting hebben in’ dcii
Loonraad, terwijl de beide algemeene voorzitters als voor-
zitter en onder-voorzitter van den Loonraiul fungeeren.
Anderzijds hebben iii den Loon raad zitting de door de
orgii.nisaties van verkn emers nangewezet.I vertegetiwoordi-
gers dci- werknemers in hef, geheele haven- en zeevaart-
bedrijf.
De Loonraaci heeft gedurende het jaar 1,919 een twaalftal
zittingen gehouden,, waarin niet alleen de loon- en arbeids-
voorwaarden zijn besproken en vastgesteld, doch waarin
tevens zeer uitvoerig werdèn ontieed de economische ver-
schijnselen, clie, naar wederzijdsch inzicht, de loon- en
arbeidsvoorwaarden hadden te behêerschen. Het was niet te
verwachten, dat reeds in dit eerste jaar bestaande o’p’at-
tingen bij beide partijen zonder meer overboord zouden
d’oideuï gezet, doch de uitvoerige stenografische verslagen
leeren wel, dat de besprekingen tot wijziging in bestaande
opvattingen hebben géleid en vooral tot meerdere ivaardee-
ring vali weclerzijdsche standpunten, waardooi tenminste groote conflicten konden worden voorkomen. In hoeverre
cle verhiundelingen in den Loonraad zullen kunnen leiden
tot een blijvende ivijzi
l
ging in de opvattingen omtrent het

1)
Het is mogelijk voor de kleinere zuidelijke havens zich
op gelijkè ‘wijze aan te sluiten bij cle Scheepvaartvereeniging
Zuid en voor de kleinere nobrclelijke havens bij de Scheep-
vaartvereeniging Noord.. • .

loouvriiagstuk en de ‘arbeidsverhoudingen i ii liet algemeen
zal eerst iii de toekomst kunnen blijken.
Ouder de prnuctiscle resultaten, die iveu’deu bereikt, moet
iii de eerste plaats worden geuioenicl dc iuivoering van den
acht-urigeui werkdag en dcii vrijen Zaterdagmiddag voor
alle arbeiders iii (le hn.venhedrijveui, niet uitzondering van
enkele categorieën, waarvoor een „trbei(I.sti,jci i’aui ten hoogste
negen of tien uur werd toegestaan, teneinde werkelijk-ii
arbeid gedurende acht uren i ie cle hoofclbecl rijven mogelijk te
maken. I:Tet etmaal werd voorts verdeeld iii i’ier ai’beicls-
taken : een ochtendtaak van 8-12 mii’ v.ni., een midclaglitak
van vier 1uur tussehen 12.30 en 6 Uur
fl.111.,
ccii avoncltaak
van vier uur tusscheni-5 cii ii uur n.m. en ccii iraclittaak ruit
vier uur tusschen 10 uur n.m. cii 3 1uur viii., terwijl des
Zaterdags gewerkt wordt van 8 uur run. tot’ 1 uur nou.
voorzoover niet ook des
.. Zaterdags namiddags wordt gé-
werkt, hetgeen echter uitsluitend geoorloofd is ter vol-
tooiing van de belading of outlossing i’ani schepen, clie nog
dienzelfclen dag of dcii volgendeui dag moeteui vertrekken.
Alle arbeid. tussehen 3 uur cii S nu r voou-niiddlag werd ‘er-
boden. ])oor samenvatting van twee arbeidstaken, niet u.uit-
zondering van een riachttaak en een ochtenidtaak, wordt de
toelaatbai-e arbeidstijd in eenig etmaal verkregen.
Het loon, hetwelk tot dusverre voor losse bootwcrkers
had bedrag’eui 30 ct. per uur, werd onder afschaffing • der
gedurende de oorlogsjaren verleende dnurtetoeslagen en niet
i.nachtneniing van de stijging der prijzen van eerste levens-
behoeften sedert 1914, bepaald op
f
2,75 per taak en voor
cle vaste bootwerkers op uuinimum
f
30,— per w’eek, terwijl
in het expeditie- en veembedrijf deze bonen op
f
2,50 per
taak cii minimum
f
27,— per week werden vastg’cstekL In
verband niet de steeds toenemende duurte der eerste leveuis-
l.ehoeften vond in den loop van het jaar een nadere herzic-
ning van de loönen plaats, terwijl bovendien tot afschaffing
van het verschil in delooneui tusschen bootwerkers eni iie’
overige categorieën werd overgegaan, zoodat einde 1919
Vorengenoemde bonen bedroegen
f
325 per taak en mini-
mum
f
33,— per week. De stukbooneii wei-den steeds door
een daartoe door den Loonraad benoemde commissie, in
overeenstemming met (Ie herziene tijdloonen, vastgesteld.
J.)

Gedurende de laatste twee’ oorlogsjaren was het instituut
der htivenarbeiders-reserve, dat oorspronkelijk liet karakter
van. een stennregeling droeg, door-de S. V. g’ehauidhaafcl met
een corps vuil ongeveer 2000 ‘arbeiders,
hetwelk
ten dienste
van liet buitengeineen geslonken scheepvaartverkeer vol
doende bleek te zijn. De S. V. heeft de laatste twee stille
oorlogsjaren benut om dit instituut en alles wat daarmede
verband houdt zoo volmaakt mogelijk_te organiseeren, zoo
dat hij de herleving van het verkeer na liet sluiten van dcii
wapenstilstanci gelegenheid bestond om eenerzijds een onge-
wenselit toestroomen van arbeidskrachten naar te haven
te voorkohien en anderzijds om de u.rheidsfrekwen uu
tie vi de
in die II. A. R. opgenomen arbeiders tot liet uiterste op te
voeren, waardoor cle bekende nadeelen, verbonden aan ge-
clCeltelijke iverkelooiheid, tot een mi ninlum werden beperkt.
De oorspronkelijke steunrageling werd omgezet in ccii wacht-
geldlregeli ng, waarbij in den aanvang de als steu uiregeling
bedoelde uitkeeringen van
f10,-
1)01
week aan enge-
liuwden en
f
14,— aan gehuwden met een kindertoeslag tot
iTiaimuin
J
18,50 w’erden gehandhaafd. In liet afgeloopen najaar werd deze regeling herzien in overeenstemming met
ccii tusschen de regeering en iie werkneunersouganisaties
getroffen regeling ter voorziening in de werkeboosheid van
I.iuiten de H. A. R..staande arbeiders. De uitkeerin
g
werd
toen bepaald op 70 pCt. van het gedorven loon, waarbij een
bedrag- vaii /’ 26— als gemiddeld weekboon werd aange-
nomen, ccii cii auuder niet ccii maxinium van
f 3,—
per dag.
Maakte reeds ccii coriecte uitvoering van de getroffen
nuaatregelen liet in liet begin van liet jaar noodzakelijk de
werkgevers te verplichten alle beicoodigcle arbeiders, behalve
iie vaste arbeidei-s, aan te nemen door bemiddeling van de
kantoren dr IT. It. 13.. (aan den Linker- en Rechtermaas-
cuerel’) , liet toenieniende verkeer en cle clusarmecle gepaardl
gui vie uitbreiding nier 1H: A. 13., alsmede cle invoering van de invaliditeitsw’et, nuuakte tegen het eiude i’a.ui het jaar ccii
nog meer doorgevoerde c’entra.lis’atie noodzakelijk. Als een
gevolg hiervan worden thans (Ie ruuni 8000 bij de II. A. R.
iuicselireveui losse au’beidlers niet meer door hun werkgevers,
doch door de Scheepvaartvereeniging wekelijks betaald,

i) Vooi’.-.allen arbeid gedui-eride een aiouid- dii een nachttaak
wordt boven alle andere betaling vergoed
f
1,62Y
2
per timk. De Zondag wordt gerekend in te gaan des Zaterdags ten 6
uur n.ni, en voor arbeid gedurende iedere taak, vallende tus-
schen Zaterdagnamiddag 6 uur en Maandagochtend
3
uur, is,
boven alle andere betaling, verschuldigd een bedrag vant

f
3,—.

342

1
,

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

welke tevens zorgt voor het plakkefl der rentezegels. Dc
werkgevers behoeven, dus sledlits wekelijks hun loonlijsteit
aan de Scheepvaartvereeniging in te zenden, welke alsdan in
de daarop volgende week over het door iederèn werkgever
verschuldigde bedrag aan loon, rentezegels en kosten van sociale vôorziening beschikt. Laatstgenoemde post omvat
niet
alleen het bedrag, dat ten behoeve van de wachtgeld-
regeling moet worden uitgegeven en hetwelk naar den
maatstaf van het verkeer in December j.l. geschat w’erd op
tosschen en % milli’oen gulden per jaar, maar ook de
premiën tot dekking van het ouderdomspensioen. – Door de
werkgevers werd ni. in den Loonraad toegezegd aan alle
vaste havenarbeiders en de losse havenarbeiclers, welke in
de H. A. R. zijn opgenomen, een ouderdomspensioen te ver-
strekken op 65-jarigen leeftijd ten bedrage van 40 ct. per
week voor ieder jaar onafgebroken arbeid in de haven- of
zeevaartbedrjven met een maximum van
f 10,-
per week.
Als overgar.gsbepaling werd bepaald, dat arbeiders ouder
dan 40 jaar een evenredig hooger bedrag. per week zouden
ontvangen, teneinde bij voortgezetten arbeid in het haven-
bedrijf toch op 65-jarigen leeftijd een ‘pensioen van
f 10,-
per week deeachtig te kunnen worden. Het pensioen wordt
verstrekt als aanvullig op de tegenwoordige oudersdoms-
rente; uitbreiding hiervan of andere wettelijke uitkeering
komt in aftrek. ‘Mede als gevolg van het groote aantal
arbeiders, wier leeftijd 40 jacr reeds heeft overschreden,
worden de kosten dezer ouderdonisverzekering voor de eerst-
volgende jaren, naar den maatstaf van het verkeer van
December j.l., geschat op 1 millioen gulden per jaar.
liet ligt in cle bedoeliig, nu cle uitbetaling van de ‘bonen
is gecentraliseerd, de voorboopige wrjze van dekking (lezer
kosten door een omslag .per ton verwerkte goederen weldra
te vervangen door een verhooging van het door de werk-
gevers aan de S. V. verschulcligcle arbeidsloon.
Ten opzichte van cle uitvoering v’au alle maatregelen, cle
H. A. R. betreffend, wordt het dagelijksch bestuur der S. V.
geadviseerd door een commissie van advies, waarin naast de
beide directeuren der kantoren aan den Linker en Rechter-
maasoever drie vertegenwoordigers der werknemersorgani-
saties en twee werkgevers zitting hebben, terwijl het in het
voornemen ligt een soortgelijke commissie ten behoeve van
cle uitvoering van de pensioenregeling in het leven te roepen.
De hier geschetste regelingen betreffen zoowel de haven-
arbeiders in onze haven als clie te Amsterdam, behoudens
kleine plaatselijke afwijkingen van ondergeschikt belang,
terwijl ‘uit den aard der zaak geheel gelijksoortige en
uniforme regelingen zijil getroffen -ten opzichte van alle
mindere schepelingen der Nederlandsche koopvaardijvboot.
Ten slotte zij nog vermeld, dat in de collectieve arbeids.
overeenkomst, waarin, zooals zulks reeds sedert eenige jaren gebruikelijk was, de verschillende loon- en arbeidsvoorwaar.
den zijn vastgelegd, in het afgeboopen jaar ook de bepaling
is opgenomen, dat de organisaties der werknemers zich ver-
plichten, dat hun leden geen arbeid zullen verrichten voor
werkgevers, welke aduden ‘weigeren bij te dragen in de
kosten van maatregelen van socialen aard, zooals tusschen
partijen mochten worden overeengekomen.
Het bovenstaande geeft. uit den aard der zaak slechts
een globaal overzicht van den arbeid, welke door de Scheep-
vaartvereeniging is verricht, om, overeenkomstig het be-
paalde in cle statuten, ,,de bedrijfszekerheid”, zoomede
,,maatregelen in liet belang van ondernemers en/of werk-
nemers” te bevorderen en zulks door ,,het plegen van over-
leg, samenwerken en aangaan van collectieve overeenkom-
sten met vereenigikigen van werknemers.”
Het behoeft ve1 nauwelijks betoog, dat de uitvoering der
verschillende maatregelen, welke uit den aard der zaak
gepaard gaat met een streng doorgevoerde registratie van
alle bonen en arbeidstijden van iederen arbeider, die in de
haven werkzaam is, aan tallooze grootere en kleinere mis-
standen een eind heeft gemaakt. Verwacht mag ook worden,
dat de arbeiders in hun eigen belang er krachtig toe zullen
bijdragen om een eind te maken aan de door den oorlogs-
toestand veroorzaakte verw’ilderi’ng, die zich op velerlei
wijze’ uit en ten behoeve van de snelle en betrouwbare behan-
deling (Ier koopmansgoecleren dringend beteugeling behoeft

de 1810;
Le Norma.nd’,
La ,,socialisation” ‘des mines
en Allemagiie.

The Jourualof Political Economy. –
Chièago, Februar,i
1920.

W. E. Hotchlciss,
The basic elements and their
proper balance in the curriculum
of
a coilegiate
business school;
N. Isaacs,
The teachiing
of law
in
colleg.ia’te schools ‘of business;
L. C. Ma,rsho2l,
The
relation of the collegiate school of business to the
secondary-school syst,em.

D e E c o no m i St. – Amiterdam, 15 Maart
1920.

Mr. H. J. Morren,
De toekomstige regeling der
werkloosheidsverzekering;
S.
J. Robitsch,
De nationa-
lisatie der ‘kolenmijnen en de kosten er van.

The economic Journal. – Londen, Maart
1.920.

Prof. J. S. Nicholson,
Adam Smith on public debts;
W. Beveridge,
British exports and the barometer;
K.
Schiesinger,
,The ‘disintegration of the Austro-Hun-
gar,ian currency;
Prof. G. Cassel,
Further observa-tions on the world’s monetary problem;
B. Wootton,
Classical principles and modern views of labour;
Prof.
C.
H. Oldham,
The public finances of Ireland.

The American Economie Review.
Cambridge, Maart
1920,

H. B. Üardner,
The nature of onr economie pro-
blem;
W. C. Fish,er,
Arnerican experience with vork-
men’s compensation;
E. J. Clapp
;
A New York expe-
riment in business cooperation;
J. D. Magee,
Cali
rates and the Federal Reserve Board;
H.L. Luis,
The
progress lof State income tax since
1911; J. A. Fitz-
gerald,,
Reciprocal ‘or inter-insurance against loss by
fire.

Zeitschrift fü’r Sozialwissenschaf’t.
– Leipzig,
26
Februai-i’
1920.

J. Frese,
Innere Kolonisation und das Reichs-
siedlu’ngsgesetz vom 11. 8.
1919. 1; A. Cohen,
Kredit-
geschiift, Eigentumsvorbehalt und Abza’hlurcgsge-
sdhhft; A. Voigt,
Zur Zinstheorie;
L. Pohle,
Geld-
entwertu ii g u nd Valurtafrage.
I.

MAANDCIJFERS.

PROIIUCTIE DER KOLENMIJNEN. )

(Ontleend aan ,,Maandschrift Centraal Bureau Statistiek”)

Naam van de
Januari

Februari
1

Mijn

1920
1
1919

1920
1
1919

Staatsniijnen;

,,Wilhelmina”..:

43521

48.484

40.965

43.732
,,Ecnma” ………61.022

53.150

53.338

47.857
,,llendrik” …….27.700

25.146

27.058

21.966

Totaal .. – .
1
132.248
1
126.780
1
121359
1
113.555

Particul. mijnen.

Domaniale mijn
47.599
43.355 42.868
39.951
Mijn Laura en Ver
43.543
41.941
36.143
38.092
Oranje-Nassau
eeniging …….

65.723

82,424
56.809
55.602
mijnen ………
Mijn Willem So
phie ………..
18.245 14.832 17.060 13.223

Totaal …. 175.110
1
162.552
1
152.680
1
146868 –
Totaal generaabi 307.353 1 289.333 1 274.039 1 260.423

OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN.

Revue d’conomie politique. – Parijs,
Januari.-Februari
1920.

Acland,
Le nalaire ‘minimum dans l’agriculture do
l’Angleterre et du Pays de Galles;
C.
Bodin,
Esquisse
d’une conseption et d’une ordonnance scientifiques
de l’économie;
A. Mawa.s,
Le ,,Bulli.on Report” anglais

*) In tonnen.

Het ,,Maandschrift” teekent bij de cijfers aan:
zooals uit bo.vénstaande cijfers blijkt, was de ‘pro-
ductie in Februari
1920
ruim 13.500 ton grooter dan
in Februari 1919 en werd in de eerste twee maanden
van dit jaar ruim 41.500 ton méér geproduceerd dan
in dezelfde periode van 1919.

344

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2E April 1920

GIRO-OMZET BIJ DE NEDERLANDSOHE BANK

Maart 1920
Maart 1919

Posten
Bedrag
Posten
Bedrag

Voor reke-
ninghouders
31.756
f1.443.667.965
21.517
f

949.498.935

waarvan door
de

11:-bank
plaatselijk…
11.516
,,1.075.217.698
6.658
,,

646.984.061
Ter voldoe-
ning van
Rijksbelast:
1.243
17.509.038
1:240
,,

8.073.907
OVERZIOIHT DER RIJKSMIDDELEN.

(In Quldensl.

Maart
1920

Sedert
1
Januari
1920

Overeen-
komstige
periodv
1919

Directe bela8tingen.
871.509 1.454.482
1.617.098
Groiidbelasting ……..
Personeele belasting
358.939 2.136.267 1.535.193

Inkomstenbelasting
6.944.090
16.552.788
9.103.250

Dividend- en tantiOnie-
3.676.584
203.620

Vermogensbelasting
1.
.241.577
2.516.045
1.539.141

Accijnzen.
9.614.191 10.453.705 313.579 373.830
.

272.806
10.607.438 5.039.627 632.784
425.226

.

1.854.498

282.224 132.746

belasting ………..799.516

Gedistilleerd

………3.364.389

Geslacht

…………
.
3.376723
3.093.085

Indirecte bela8tin gen.

Suiker

……………1.546.585
Wijn ………………

Zegelrechten

……..
)

5.859.993
‘)

4.097.928

Registratierechten ..
3.663.844
11.835.738 7.001.213

Zout ……………..171.700
Bier

……………..105.453

2.817.384

.1.285.219

8.891.882 5.989:390
2.417.611 8.739.409
4.335.263

(Jouden en zilveren werken

..

86.882
252.881
191.815
Belasting …………..
Essaailoon
70
208 207

Successierechten ……..

Invoerrechten
…………

280.569 1.024.533 614.719
200.394 200.394

130.844
365.154 310.529

,Satistiekrecht

……….

10.716
195.366
194.228
Mijnen
………………
Dorneinen

…………..

Jacht en visscherij
248
1.004 1.035
Staatsloterj

…………

84.524
385.960
206.166
28.549.870
88.974.877
56.307.990

Loodsgelden

…………

Totaal …………

OPOENTEN VOOR HET LEENINGEONDS
1914.

Maart
Sedert
1
Januari

Overeen.
komstige
1920 1920
periode
1919

Directe, bela8tin gen.
Grôndbelasting
174.964
292.161 327.808

Personeele belasting

79.307
415.422
284.109
Inkomstenbelasting
2.060.408
5.077.866
4.107.069
Verniogensbelasting
311.892
635.418 614.909

Dividend- en tantième-
263.840
1.213.273

Accijnzen.
309.317 1.922.838 2.090.741

belasting ………….

74.766
54.561
Suiker

……………..

Gedist. .(binn.- en bijitl.)
336.439 1.060.743 503.963
Wijn ………………..62.716

Indirecte belastingen. Zegelrecht van huitl. elf
46.216
148.100 205.547
Registratierechten
….


3.645.099
10.840.587
8.188.707
Totaal ..

BELASTINGEN IN VERBAND MET DE BUITEN

GEWONE OMSTANDIGHEDEN.

Maart
1920

Sedert
1
Januari
1920

Oorlogswinstbelasting

5.998.617

22.572.660
Verdedigingsbelasting la .. ..

374.649

755.504
Verdedigingsbelasting Ib ….

1.412.183

3.280.511
Verdedigingsbelasting II .. . .

2.679.699

6.481.518

10.465.148

33.090.193

t)
Hieronder . begrepen f 403.616 wegens zegelrecht van
nnta’s van makelaars en conomissionnairs in effecten, enz.
(Beursbelasting).
2)
idem f1.298.512.
8)
idem f882.257.

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.
(Disc.Wissels. 43
1Juli
‘lslZweeds.R.ksbk 7
l9Mrt. ’20

OPEN MARKT.

“Bcl.Binn.Eff. 4
1Juli
’15
Bk.v.Noorw.6-64
18Dec. ’19
lVrschinR.C. 53
19Aug.’14
Zwits. Nat. Bk. 5
21Aug.’19
Bk. van Engeland 7
16Apr.’20
Belg. Nat. Bk. 43
1Apr.’20
Duitsche Rijksbk. 5
23Dec. ’14
Bank v. Spanje 5
12Nov.’19
Bk. van Frankrijk 6
8Apr.’20
Bank v. Italië .5 10Jan.’18
Oostenr. Hong. Bk,
5
12Apr.’15
F.Res.Bk.N.Y.43-53

Nat. Bk. v.Denem. 7 19Apr.’20
Javasche Bank
331
Aug.’09

Dato
Amsterdam
Londen
Part.
Berlijn
Part.
Parijo
Part.
N. York
CaO-
Part.
Prolon.

1

disconto
gatle
dliconto
disconto
disc. monet,

17 April ‘20311
s

4014
6’10
4-°is

9-10
12-17 A.
‘20,3I8-V2
4_11
5′!t- 6’18
4
1
/e



9-12
5-10 A. ’20 4-‘/
4-V2
52/t/,
4-t/s

2911.-1A.’20 30/
4

4
1
12

5
8
18
4-“/a
-‘
9-12

14-19 A. ’11)40/
4

3’/,_4
0/,
3’foo
4-’18
_
.
5
,
12-6
15-20 A. ,1812 I,3
3l/_4
I/
3
0
/16
4
0
I8

2’/-5

20-24Juli’14 3
1
1S_
1
1l,
2
2 ‘/.._’/,
20/
s
_t!,
2’/
1

WISSELKOERSEN

WISSELMARKT.

.1.11
het bcgiii der week was Londen nogal aangeboden. De
discon to-verhoogi tig had echter een guustigero invloed, zoodat
de daling tot stand kwam cii een lichte verbetering intrad.
Ook Parijs en
]3elgië waren niet onbelangrijk beter. Daaren-
tegen was Berlijn sterk in reactie.. De door niets gemoti-
veerde buitengewone stijging van de vorige week ging
weder voor een groot gedeelte verloren, zoodat na 6.- weder
voor 4.25 verkrijgbaar vv’as.. Dollars vvaren iets vester;
Zwitserland bijna zonder verandering, daarentegen Spanje zeel’ flauw enkele dagen voor 46.50 In 46.75 verkrijgbaar.
Sk

a,iidinavië niet uitzondering van lopeiiliagen weder aan-
zienlijk vester; 59.-60.50-60.05 voor Stockholm, 53.15,
55.50, 54.95 voor Ühnistiania cii 49.90-48.30 voor Kopen-
hagen. :l:ioclië iets i000ger. Buenos Aires zonder verandering.
De overige wissels bijna zonder zaken.

KOERSEN IN NEDERLAND.

ato Londen
.
Parijs
8
Berlijn
*
Weenen
•1
Brussel
)
New
York’

12 Apr. 1920..
10.66 16.05
5.723
1.60
17.273
2.6714
13

1920..
10.60
16.35 4.973
1.40 17.073
2.68’14
14

,,

1920.
.
10.653 17.25
4.50
1.35
18.25
2.68’/
15

1920.

10.70 16.50 4.523
1.423
17.50
2.6881
s

16

,,

1920..
10.753
16.40
4.35
1.423 17.423 2.70
17

,,

1920.
.
10.70
16.423
4.30
1.373


Laagste (1. w.
)
10.563
15.50
4.-
1.30
16.95
2.66
1
/1
Eloogste

,.

,,
‘1
10.76
17.40 5.90
1.60
18.35
2.71
10 Apr. 1920..
10.68
16.60
4.95
1.30
2
18.45
2.6731

1

,,

19.
.
10.54
18.30 3.80 1.30 19.473
2.70 Vs
diont.pariteit.

12.103
48.-
59.26
50.41
48.-
2.48’14

S)
Noteering te Amsterdam.
*5)
Noteering te Rotterdam.
t)
Particuliere
op
gave. 2)Noteeringvan9 April 1920.

D
‘0°
Stock.
/so/m)
Kopen.
hagen°I
Cbr!,.

Zwitser.
ttania°)

land)
Spanje
.

‘1 Batosvla ‘t
telegrafisch

12 Apr. 1920
59.-
50.10 53.50
48.15 47.25
1011/
4

13

1920
59.25
49.80.
5360
48.60.
46.75
101’/s.
14

1920
60.25
49.-
54.87
48.30
46.75,
101’/a
15

1920
60.25
4925
55,623
48.30 47.25
101’/4
16

,,

1.920
60.20
48.75
55.40
48.60
47.60
101.
1
/
17

,,

1920
60.-
48.25
54.85 48.60
48.-
lOI°/t
L’ste

(1.

iv.’)
58.95
48.25
53.-
48.20
46.50
101/
FE’ste

,,

,,

‘)
60.75
50.10
55.50
48.80 48.25
101/4
10 Apr. 1920
59.-
50.-
53.50
48.70
47.75
101’/
1

,,

1920
58.50
49.50
52.25
47.5.5
47.40.
10101
4

Muntpariteit
66.67
66.67 66.67
1
48.-
48.-
1
100

‘)
Noteering.&e Amsterdam.
t)
Particuliere
opgaé.

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

345

KOERSEN TE NEW YORK.

Data
Cable Land.
(in

per)
1
Zicht Parijs
1 1
(infrs. p. $)
Zicht Berlijn
(in cl. p.4Rm.)
1Zichi ..4msterd.
(in cl,. p. gld.)

17 April

1920
3.95.50
1
6.22
tlorn.
Laagste d. week
3.95.-
16.17
oom.
Hoogste,,

,,
3.97.50
17.10
oom.
10 Apr… 1920
3.98.25
16.27
non,.
36’Is
1

,,

..

1920
3.93.50
14.57
oom.
36’/4
Muntpariteit.
.
4.86.67
5.18’I
95114
40′!,.

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN
Plaatsen en

Notec,tnga- 3Apr. 10April

12-17 April

17April
Landen

eenheden

l920

1920 Laagste
1
Hoogste 1920

Alexandri..
Piast. p.
£
9771
je

977/,
977/
977/
977/,,

*B

Aires’)..
d. p.
£
60V2
59’/4
59V4
60e/s
59
t/s
Calcutta
. . . .
£
p. rup.
214
1
116
213
11
I1
213I8
213
7
18
213
11
1,6
Hongkong
. .
id. p.
$
510 419
4/7
4/9
417
1
1
Lissabon
. . . .
d. per Mil.
15
1
12
15’12
14
17
15
Madrid

….
Peset.
p..

22.26
22.27 22.40
22.88 22.79
Montevideo’
i: per
$
61’/
60
1
/b
60
60/4
6011
4

Montreal….
$
per
£
4.28
1
1,
3.35
4.28 4.34
4.30′!,
*R.d.Janeiro.
d. per Mii.
17 16
10
182
161/,,

16
1
18
16
1
!,,
Lires p.
£
81.25
97.-
81.50
107.-
87 50
Shanghai

. .
£
p. tse!
716
710V
612
6111
614
Rome

……..

Singapore

. .
id. p.
$
219
7
18
2j3/8
23’/
214
213
7
!,
*Valparaiso..
1. p. peso
13114

13/,,
131133

137132

13
1
/
33

Yokohama
..
£
per yen
214’/
2/4
1
18
214
5
1s
2/5
1/,
215118

Koeruen der wooraigaande
dagen.
.) Telegrabeck
tranafert.

NOTEERING VAN ZILVER.
Noteering
te Londen
te New
York
17 April
1920 ……..
68’I1
11714
10

,,
1920……..
69
120V2
1

,,
1920 ……..
72′!,
126V2
27

Maart 1920 ……..
71’/o
126

19 Apr.
1919 ……..
48
1
1/,,
101)!,
20 Apr.
1918 ……..
48’/
973/4

20 Juli
1914 ……..
24″!,,
54Vs

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 17 April 1020.
Activa.
Binnen!. Wis.( H.-bk.

f185.822.854,06 sels, Prom.,< B.-bk.

;,

3.410.516,16
ene, in disc.!. Ag.sch.

59.249.982,71V2
f
248.483.352,93
/2
Papier o. h. Buiteni. in
disconto……………………..

Idem eigen
portef..
f
53.427.228,-
Af :Verkocht maar voor
de bk. nog niet af gel.

.
53.427.226.-
Beleenin
g
en
H.-bk.

f
71.919.254,51’12
B
1
..bk.

,, 12.654.964,21
7nel. vrsch.
in

rek..crt.
t
op onderp.
Ag.sch. ,,102.093.616,14’12

f186.667.834,90

Op Effecten

……(180.980.234,90
Op Goederen en Spec. .,

5.687.600,-
186.667.834,90
Voorschotten a. h. Rijk …………….

..
13.249.876,41′!,
Munt enMuntmateriaal
Munt, Goud ……
f
56.411.550,-
Muntmat., Goud ..

,,578.423.366,17
1
12

f634.834.916,17
1
1,
Munt, Zilver, ene..

11.079.077,15
Muntmat., Zilver
.. ,,

Effecten
645.913.993 32′!,

Bel.v.h.Res.fonds..

(

4.504.136,88 id.
van
‘Isv.h.kapit. ,,

3.901.012.74’12
8.405.149,62′!,
Geb.enMeub. der Bank …………….

..
3.312.000,-
Diverse

rekeningen ………………

..
47.418.800,71′!

f1.206.878.233,91′,,

Paasiva.
Kapitaal

……………………..
f
20.000.000,-
Reservefonds

………………….

..
5;000.000,-
Bankbiljetten

in omloop …………

….
048.470.355,-
Bankassignatiën in omloop ……….

..
2.500.782,47
Rek.-Cour.
‘k
Het Rijk t


saldo’s:

5
Anderen ,,108.105.749,29V,
108.105.749,2911,
Diverse rekeningen

………………


22.801.347,15

f1.206.878.233,91 ‘/

NED. BANK 17 April 1920
(vervolg).

Beschikbaar metaalsaldo…………..
f
413.582.702,46
Op da basi8 van
1
15 metaaldeicking …. ..
181.767.325,11
Minder bedrag aan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is .. ,, 2.067.913.510,-

Verschillen met
din
vorigen weekstaat:
Meer
Minder
Disconto’s
4.154.173,08′!,
Buitenlandsche wissels
1.309.128,

Beleeningen

…………..
9.957.383,98 Goûd

………………..318.457,93
Zilver ………………..329.592,32
Bankbiljetten
1.222.380,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….

.
11.163.323,68V,
Voornaamste posten
in
duizenden
aulclens.

Data
Goud
Zilver
B

k
biljU
Andere
opei,chbare
schulden

17 April 1920


634.835
11.079
1.048.470 110.607
10

1920
634.516
10.749
1.049.693
121.016
3

,,

1920
634.415
10.605
1.054.980 87.177
27

hlrt.

1920

..
634.165
10.426
1.013.315 106.440
20

,.

1920
633.796
10.174
1.008.662 105.785
19 April

1919

….
666.605
8.952
1.025.906
93.872
20 April 1918
729.446
7.158
895.117 75.776
25 Juli

1914

.
162.114
8.228
310.437
6.198

Data

_________________

Totaal
bedrag
disconto.

Hiervan
Schatkist.

1
1

promessen

1
recht,treck.,

1

Belee.
ntngen

1
1

Beschtk.
baar
Metaal.
saldo

1

king,.
1
percen-
1

lage

17 Apr. 1920
248.483 174.000
186.668
413.583
56
10

1920
252.638 177.000
196.625
410.609
55
3

,,

1920
216.902
141.000
204.639
416.073
56
27 1Mrt. 1920
195.898
122.000
201.154
420.124
58
20

,,

1920
205.562 131.000
191.721
420.566
58
19Apr. 1919
143.344 94.000
206.089
451.211
63
20Apr. 1918
36.547 18.000 115.576
541.717
76
25 Juli 1914
67.947 14.300
61.688
43.521 ‘
75
1) Op de boei, van
2
1 ,netaaldekkin
g
.

Uit de bekendmaking van den M.
i
u iste r van
Fit,
a
ciën blijkt, dat uitstonden op:

ID April 1920

17 April 1920

Aan schatkistpromessen..
f
632.490.000,-
f
631.570.000,-
waarvan rechtstreeks bij
de Ned; Bank geplaatst
1
,, 177.000.000,- 174.000.000,-
Aan schatkistbiljetten .. 31.211.000,- ,, 30.944.000,-
Aan zilverbons ………..45.597.228,25 ,, 45.716.327,75

JAVASCHE DANK.


Voornaamste posten in duizenden guldens. De samengetrokken
cijfers der laatste weken zijn telegraphisch ontvangen..

Data
Goud
Ziloer

Bank.
biljetten
schulden

10April 1920
417.000
3

,,

1920
407.500
27Maart1920
406.000

170.790 4.497
317.940

100.172
165.821
4.950
317.204

95.017
6 Mrt.

1920 …….

21

,,

1920 ……
166.930
3.828
314.375

98.449
168.279
3.491
314.537

100.392

28 Febr.

1920
…….

12 April 1919 ……
127.356
9.553 214.701

118.937

14

1920
…….

.
19.110
182.413

63.366
13April1918 …….90.977

25

Juli

1914 …….22.057
31.907
110.172

12.634
Wissel,,
Diverse
Be,chtk.
Dek, Data
Di,.
.
buiten
r e ke .
baar
ki
ng
,:.
contos
N.-Jnd.
ntngen
,)
ningen
metaal-
percen-
betaalbaar
saldo
laee

10Apr.1920

226.500

104.750
3 ,, 1920

216.500

.

105.500

S

27 Mrt,. 1920

211.000

96.750

6 Mrt.1920 142 14.317 155.697 55.896 91.834

42
28 Feb. 1920 15.502 13.475 156.892 53.189 88.502

41
21

1920 15.336 14.462 155.706 55.220

41
14
.
,, 1920 15.661 14.210 159.783 50.351

88.983

41

12Apr.1919 8.594 23.700 78.175 10.817

70.466

41
13Apr.1918 8.519 34.106 69.751 23.478 61.187

45

25 Juli 1914 7.259

6.395 47.9.34

2,228

4.842′

44
1)
Sluitpost der activa.

0) Op
de
boei.
van
115
metsaldekking.

1
346

. ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1.920

DE SURINAAMSCHE DANK.
Voornaamste oosten in duizenden 2ulden8.

Data
Metaal
Circulatle
Andere

ochulden
pelschb.

s
Discon1o
3

Div. re

.
ningen’)

6 Mrt. 1920 ..
1.052 1.670
813 1.740 558
28 Febr. 1920 ..
1.050
1.639
968
1.749
278
21

,,

1920. ..
1.049
1.664
934
1.751
269
14

,,

1920

..
1.048
1.622
1.006
1.645 310

8 Mrt.
1919
..
952
.1.686
1
)
865
1.322
119
9 Mrt. 1918

..
546
1.291 884
1.095
748

25 Juli

1914

..
645
1.100 660
735
396

t)
Sluitpost der activa.
. 2)
Hiervan zilverbons 265 dz. gid.

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

DANK VAN ENGELAND.

Voornaamste, posten, onder bijvoeging der Currency Notes,
in duizenden pond sterling.

Data
Metaal
Circulatie

Currencti Notes.

Bedrag
1

Goudd.
1
Gov. Sec.

14 Apr. 1920
112.450
106.018
5*5
5*5

7

,,

1920
112.145
106.811
335.372 28.500
313.370
31 Mrt.
1920
112.172
105.271
340.700 28.500 321.180
24

,,

1920
115.783
101.137
326.572 28.000
307.581

16 Apr. 1919
85.235
76.213
346.039 28.500 327.096
18 Apr. 1918
60.997 47.885
233.080
28.500 208.808

22 Juli

1914
40.164
29.317
1



Data
Goo.
Sec.
Other
Sec
Public
Depos.
Other
Depo,.
Re.
se,ve
Dek-

14 Apr.’20
55.119
79.891
19.315 112.889
24.881
17,50

7

,,

’20
59.049 93.550
24.978 133.708
23.784
15,-
31 Mrt.
’20
20.412
109524
36.248 100.922
25.351
18,49
24

,,

’20
‘48.395
91.143
19.763
131

.757
33.097
21,84

16Apr.’19
56.114
78.305
27.710 116.563
27.472
19,03
18 Apr.’18
58.313
105.951
39.952 138.232
31.562
17,17

22Juli ’14
11.005 33.633 13.736
42.185
29.297
52e/s
t) Verhouding tueschen Reserve en Deposits.

DLJITSCHE RIJKSUANI(.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-
kassenscheine, in duizenden
Mark.

Data
Metaal
Daarvan
Goud
Kassen-
,cheine Circu-
latte
Dek.
kings.
perc,”)

7 Apr. ’20
1.137.125
1.091.458
14.051.507
45.617.063
34
31 Mrt. ’20
1.134.338
1.091.453 13.720.502
45.169.780
34
22

’20
1.128.187 1.077.363
13.611.450
43.347.112
34.
15

’20
1.123.258
1.091.363 13.332.490
42.504.635
34

7 Apr. ’19
1.934.702 1.913.930
6.732.028 25.494.830
34
7 Apr. ’18
2.527.515
2.408.727 1.529.559
11.917.046
34

23
Juli

’14
1.691.898 1.356.857 65.479 1.890.895
93
t)
Dekking
der circulatie door metaal en Kassenscheine.

II Darlehenskasienacheine
Data

WI,seli

Rek. Cri.

I’itaal

Ij’,, kas bij de
11
uitgegeven
1
Reich.tbank

DANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden franes.

Data
Goud
Waarvan,
in het
Buitenland

.
Zilver
Te goed
In het
Buitenland

Buit .ge,o.
voorach.
old. Staat

15Apr.’20
5.585.730 1.978.270
242.190
643.131
25.300.000
8

,,

’20
5.585.259
1.978.278
243.948
707.089
25.300.000
1

’20
5.584.884
1.978.278
245.409
588.534
25.700.000
25 Mrt.’20
5.584.026
1.978.278
247.158
664.041
26.300.000

17 Apr.’19
5.545.817
1.978.308
311.288 787.550
22.400.000
18Apr.’18
6.377.742
2.037.108
253.576
1.231.401
15.350.000

23Juli ‘141
4.104.390

639.620

1

Witte!,
Uitge-
stelde
Wissels

1
t

Bdee-
ning
1

Bankbil-
jetten
Rek. Crt.

1

culteren

Rek.
Cr1.
Staat

2.222.500 569.650 1.808.080 37.432.290
3.424.970
271.530
2.171.012 572.074
1.804.891
37.507.308
3.204.188 462.079
2.258.287 574.991
1.758.602 37.334.354 3.336.651
530.004
cr
1.177.641
576.782 1.670.426
37.568.965 3.512.652 526.343
899.926
920.393 1.218.923
33.975.178
3.020.013
44.058
1.441.244
1.099.563 1.101.999
26.231.771
3.213.506
41.975

1.541.080

769.400
5.911.9101
942.5701400.590

BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE.

Voornaamste postn in duizenden francs.

Metaal
1 Beleen.
Rek.
Data
md.
1

van
van
wissel,
Circu.
Cr1.
buiten!.
1
bulteni.
prom. d.
en
Zatte
partic.
saMi
1

oorder.
provinc.
beleen._

15Apr.’20
359.095 84.915
80.000 776.567
5.028.505
1.275.880
820
358.744 84.955
480.000
728.905
4.991.765
1.287.634
120
358.167 84.955
480.000
698.597
5.055.661
1.275.774
25 Mrt.’20
357.974
84.955
480.000
662.986
4.947.096
1.433.068

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Goudvoorraad
Zilv er
etc

F.R.
Notes in
circu.
Totaal
_______________

Dekking
in
hel
bedrog
F.
R. Notes
1
b’uilenl.
buy

19 Mrt. ’20
1.934.581
1.273.869
112.781
125.745 3.047.133
12

,,

’20
1.936.364
1.261.956
112.781
120.366 3.039.750
5

,,

’20
1.937.077
1.254.761
112.822
117.553 3.030.010
27 Febr. ’20
1.966.836 1.261.543
112.822
116.379
3.019.984

21 Mrt.

’19
2.140.842 1.238.408
6.829
67.736
2.610.687
22 Mrt.

’18
1.802.814
899.919
52.5001
59.658
1.429.509

ala
mes
Totaal
eposito

Gestort
r..apttaa4

Algem.
Dek-
Ing,-
pete,
t)

Percent.
Goud

eaztng
circul.
2)

19 Mrt.

’20
2.670.913
2.625.851 90.958
43,5 48,3
12

,,

’20
2.927.618
2.616.036
90.871 42,5
47,0
5

,,

’20
.2.922.642
2.652.097
90.966
42,6 47,1
27 Febr. ’20
2.984.878 2.911.302
90.702
42,5
47,1

21 Mrt.

’19
2.143.463
2.566.949
81.612
49,3
63,3
22 Mrt.

18
871.999 1.882.396
74.011
63

7 April 19201
46.111.362
17.117.796
1128.336.100114.264.400
1

t
)
Verhouding tueechen: dan totalen goudvoorraad. zilver ete., en de

31 Mrt. 19201
44.575.764
1 18.498.429
127.786.800113.935.100
opeiachbare
schulden,

F

R.

Notes en netto deoositos.

9)
Na aftrek
1

van 35 pCt. der totale

dekkingsmiddelen

als
dekking
voorde netto
22

19201
40.460.938
1
14.528865
126.645.200113.572.600
1

deposito’s.
15

19201
40.332.452
14.432.740
126.094.500113.295.100
1
1

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
7 Apr. 19191
30.196.113
1
11.252.575
‘1117.875.3001
6.703.500
7 Apr. 19181
15.202.769
1

7.595.003
8.534.3001
1.617.900
FED. RES. STELSEL.

23
Juli

19141
750.892
1

943.964

II


1


1

Voornaamste posten in duizenden dollars.

OOSTENRIJKSCH-HONGAARSCHE ‘DANK.

Voornaamste oosten in duizenden Kronen.

Data
Metaal en

J

bultenl.
goudwlsavis

1
Disc, en

1
bdeentngen
BIjz. schuld
Oostenrijk
en Hongarije
Bank-
biljetten
Rek. Crt.
saldi

7Feb.’20
1)
290.428
19.251.400 32.954.000 56.994.022 6.057.646
31Jan.’20
291.083
19.162.543 32.954.000 56.772.802
6.220.536
31Dec.’19
287.640 19.196.063
32.954.000 54.481.264
7.906.378
23

,,

’19
297.363
17.856.786 32.954.000 53.109.418
7.641.778

23Juli’14
1.589.267
954.356

2.159.7591
291.270
2)
waarvan
Z22.662
goud, 10.818 buitenlandsche
goudwissels
en 56.948
munt .n enuntmateriaal zilver.

Data
1
Aantal
Totaal
ui
b
tgezette

Reserve
ij
de
Totaal
Waaroan
time
banken
g elden en
j; R.
bank,
deposito’s
depa,tt,
beleggingen

12 Mrt. ’20
808
15.371.381 1.436.486 14.314.860 2.563.893
5

,,

’20
807
15.813.379 1.403.612 14.143.082
2.557.143
27 Feb.
’20
805
15.727.448
1.408.357 14.019.430
2.523.754
20

,,

’20
805
15.790.044
1.399.137
13.986.000 2.511.464

14 Mrt. ’19
771
14.416.750
1.292.165
12.597.610
1.658.431
15

,,

‘181
681
11.923.0071 1.152.208111.029.2441
1.392.492

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht ggeven
van enkele niet wekelijks opgenomen banketaten.,

,-

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

.

347

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 19 April 1920..

De internationale beurzen hebben in de achter ons lig-
gende bericlitspriode, op een enkele uitzondering na, een
Vrij mat verloop gehad. Vooraan in deze beweging heeft wel
de markt te B e r lij n gestaan, waar in den aanvang van
de laatste week een absolute paniek is ontstaan, die ten
gevolge
,
heeft gehad de sluiting der beurs, zij het slechts
voor een enkelen dag. Aanleiding hiertoe heeft gevormd de bekendmaking der Regeering, .dat de nog aan de beurs ver-
handeld wordende internationale ts.arden in beslag geno-
men zouden worden, in overeenstemming met de bepalingen
van het vredesverdrag en dat cle vergoeding zou worden
vastgesteld volgens de vigeerende koersen van 10 Jahuari 1920, den dag van de ratificatie van het vredesverdrag. In
de sinds dezen datu.m verloopen periode echter is een scherpe
rijzing voor de betrokken fondsen ingezet,, waardoor de
houders, die na 10 Januari j.l. tot aankoop zijn overgegaan,
zeer gevoelige verliezen zouden lijden. Later is echter ge.
bleken, dat slechts een klein aantal waarden voor inlevering
in aanmerking zouden komen, terwijl voorts nog lang niet
vaststaat, of de betrokken fondsen wel definitief uit handen
gegeven moeten worden. In de betreffende bepaling van het
vredesverdrag toch vinden wij slechts de verplichting, dat
de buitenlandsche waardeu, waarvan sprake is, aan de
Regeeringea der desbetreffende landen
aangeboden
moeten
worden, waarbij derhalve lang niet vaststaat, of deze ook geaccepteerd zullen worden. Bovendien was er reeds een
zekere daling ingetreden, vOOr het Dnit.sche Regeeringsbe-
sluit bekend was gemaakt, tengevolge van de verbetering der
Duitsche valuta in het buitenland. Per saldo aal dus ver-
moedelijk blijken, dat de uit hoofde van de Regeeringspoli-
tiek te lijden verliezen zeer beperkt zullen blijven en dat de
reacties, die reeds zijn ingetreden en inmiddels verderen
voortgang hebben gemaakt, ook zonder die politiek wel naar
voren zouden zijn getreden. Toch kan het alleszins juist
worden genoemd, indien der Duitsche Regeering. in dit
opzicht een verwijt wördt gemaakt; de maatregel, die
genomen
moest worden, was reeds maanden lang bekend en
toch was de vrije handel zonder meer toegestaan. Men heeft
indertijd anders gedaan, toen onderhandelingen werden ge-
voercl in verband met de Brusselsche overeenkomst ten aan-
zien van de levensmiddelenvoorziening. Toen werd van den
eersten dag af de handel in de waarden, die eventueel uitge.
leverci zouden moeten worden, verboden, vaardoor geen
verliezen voor latere koopers konden ontstaan.

Inmiddels heeft de storm aan de Duitsche beurzen zich
Vrij spoedig gelegd, toen de boven gereleveerde beperking
der inlevering bekend vercl en toen bovendien bleek, dat de
verliezen, op de valuta-waardeii geleden, toch ontstaan zou-
den zijn door de waarde-vermeerdering van het Duitsche
betaalmiddel.

Deze waarde-vermeerdering, hoe verheugend op zichzelve
ook, heeft thans echter reeds ook minder gunstige verhou-
dingen geschapen, afgescheiden van de reactie van sommige
fondsen ter beurze. De export komt in het gedrang, nu voor
dezelfde hoeveelheid ‘geëxporteerde goederen een minder
groote hoeveelheid binnenlandsche betaalmiddelen wordt
ontvangen. Bovendien zijn de arbeidsloonen in Duitschland
zoodanig verhoogd, dat zij veelal het achtvoudige van d.n
vredesstandaard bedragen. Dit speelde geen rol, toen de
lage Markenkoers nog steeds een zeer groote exportpremie
vormde; hoewel dit laatste ook thans nog het geval is, ont-
staat toch reeds geleidelijk het gevaar, dat de hoogere
arbeidsvoorwaarden de Duitsche export-industrie in haar
bewegingen zullen belemmeren.

Ook te P a r ij s is de marktstemming niet bepaald opge-
wekt geweest, met uitzondering dan van sommigè valuta-
waarden (waaronder ook aandeelen Koninklijke Petroleum
gerekend kunnen worden).’FTet resultaat der Duitsche bezet-
ting is tot nu toe niet zeer profijtelijk geweest voor de
Fransche politiek, evenmin als de opbrengst der jongste
staats-emissie. Deze laatste bedraagt al. frs. 15.700 millioen,
waarvan slechts 6800 millioen francs in baar geld; de rest bestaat uit con’ersies en wel frs. 8000 millioen Bons de la
Ddfense Nationale, frs. 560 millioen Obligations de la
Ddfense Nationale, frs. 376 millioen Franselie rente-coupons
en frs. 4 millioen andere waarden. De inschrijvingen uit het
buitenland waren vrij onbeteekenend en beliepen tezamen
slechts frs. 275 millioen, waarvan frs. 97 millioen uit de
Vereenigde Staten.
Evenmin kon de tendens te Lo n d e n bepaald ‘opgewekt
worden genoemd, in verband ‘met de plaats gehad hebbende
disconto-verhôoging van de Bank of England; de rentevoet
is thans van 6 op 7 pCt. gebracht. Verrassend is deze poli-

tiek echter niet geweest. Toen ruim een week geledén de
Banque de France haren rehtevoet van 5 op 6 pCt. bracht,
was het reeds te voorzien, dat de Bank of England dit voor-
beeld van verhooging ‘met een vol procent zou-volgen. De
oorzaken, die aanleiding tot deze opvoering van het alge.
Ineen rente-niveau hebben gegeven, zijn van verschillendén
aard. In de eerste plaats heeft de uitgifte van bankpapier
in Engeland in de laatste tijden zeer groote verhoudingen
aangenomen. De bankbiljetten-circulatie is van 6 November
1919 af (den datum van de laatste disconto-verhooging) ge-
stegen van £ 86,03 op £ 106,81 millioen. Vermoedelijk wil
men trachten met de disconto-verhoogiag deze uitbreiding
der circula.tie eenigszins tegen te gaan, tegelijkertijd een
hinderpaal opwerpend voor den stroom van nieuwe emissies,
die in het eerste kwartaal van 1920 met £ 147,02 millioen
liet record hebben bereikt
Te N e w Y o r k daarentegen was een veel betere stem-
ming overheerschend. De partieele staking van wisselwach-
ters aan .de Spoorwegen heeft betrekkelijk geringe stagnatie
vél-oorzaakt en heeft ‘bovendien geen approbatie gevonden
hij de overgroote meerderheid der arbeiders. Daarenboven
heeft President Wilson thans onvervijld de commissie be-
noemd, waarvan reeds vroeger ‘sprake was, welke dient te
onderzoeken, in hoeverre de algemeene boonschaal verbete-
ring ‘behoeft. Eén’ en ander heeft op de beurs een zeer
goeden indruk gemaakt, terwijl ook aandeelen Kon.inklijlce
Petroleum, door hun koersverheffing in verband met de te
verwachten bonus, de gansche markt gestimuleerd hebben.
T e o ii z en t heeft de markt voor inheemscbe
steats-
foiidse.n
een uiterst kalm en geresérveerd verloop gehad. Er
traden vrijwel geen noemenswaardige variaties naar voren en de omzetten waren dan ook van geen bijzondere betee-‘
kenis. Evenmin kan iets opvallends van de buitenlandsche
soorten, die aan onze beurs worden verhandeld, getuigd
worden. Zelfs Russische waarden bleven veronachtzaamd,
niettegenstaande verluidde, dat’ de conferentie te GenOve
tot eensluidende conclusies was gekomen, welke aan de
Regeeringen der betrokken naties znllen worden voorgelegd.

13 Apr. 16 Apr. 19 Apr. Riizing

5

Ned. W. Soli. .

86
1
1

86’1

86/8
+
5
/la
4S1110 ,,

1916

831io 83
1
1i6

83

. –
9116′
4′
01
0
,,

,,

,,

.1916

73
15
1it 73
15
1

73I16

Ve
334
0
/0
,,

,,

,,

61
8
19

62’/g

6218


f-
1
3
Oj

,,

,,

,,

54

54

‘ 53

– 1
234 °/
o
Cert. N. W. S. ,

4

47

45
15
1 –
11
16

5

o,
,
, Oost-Indië 1915 – . . –

91
7
1

91/e

9118
4 °/oHongarijeGoud

9
15
1l6 10

lOVe
+ 3116
4 ,

Oostenr.Kronenrente

7/8

7I

7


5
°Io
Rusland 1906 ……
13’/

13’1

14
1
1

+
l’/e
434
°Io
Iwangorod Dombr. – –
141

14Ii
1418 – 118
4 °/Rusland Cons. 1880
12Ii6
12
1
1I

12’/ + /s
4
0/
Rusl. bij Blope & Co. 15116 14’Iii

14
1
1i6
– it/s
4

0
1Servië1895 ……..19

19

19
434 01 China Goud 1898 – .

56
7
18

56
7
18

561g
4
0
1
0
Japan 1899 ………54

54

54
4
0
1
Argentinië Buitenl.. 47

49112

49514 + 21
5

0/
Brazilië 1895 ……51’/t

51’18

51V8
5
0/

1913 ……51/

52

Daarentegen was de locale markt buitengewoon bewogen.
In cle eerste plaats dient hier de afdeeling
Culticurwaarden
te vordn gereleveerd, waar vooral de suikerfondsen een
ongekende hoogte bereikten, bij een bnitengewo’on levendigen
handel. Het waren niet de dividénden, die over het jaar 1919 worden uitgekeerd, welke dcii optimistischen geest te ‘voor-
schijn hebben geroepen, doch dle vooruitzichten voor het
loopende jaar hebben hier een leidende rol gespeeld en de beurs, clie de komende gebeurtenissen reeds lang te voren
verdisconteert, heeft hierin alle aanleiding gevonden het
koerspeil der betrokken waarden aanmerkelijk te verhoogen.
Aan de spits stonden ook thans weder aaindeelen Handels-
yereenging ,,Amsterdam”, die in dOn week tijds niet minder
dan ruim 57 pCt. konden mouteeren. Daarnaast moeten
worden genoemd aandeelen Cultuur Maatschappij der Vor-stenlanden die, ondanks het eeuigszins teleurstellende divi-
dend van 22 pCt. (dit is nog wel niet officieel ntangekondigd,
doch zeer waarschijnlijk zal de uitkeering op dit bedrag
worden gesteld) niet den minsten druk ondervonden.
Integendeel is het opmerkelijk, hoe uiterst weinig materiaal
ter markt komt, zelfs niet tegen de sterk verhoogde kôerseu,
waattiit de cénclusie mag worden getrokken, dat de alge-
meene verwachting omtrent snikerwaardeh nog steeds uiter-
mate gu’nstig moet worden genoemd. Alleen viel tegen
,
het
slot een lichte reactie op te merken voor enkele minder.
courante soorten, met name voor aandeelen Poerworedjo,
welke echter binnen enge grenzen ‘beperkt’ bleef. Het slot

348.

.

ECONOMISCHSTÂTISTISCHE BERICHTEN

21 April. 1920

kwam bovendien ook voor (leze soorten in betere houcliug.
In zeer nauwe aansluiting aan de hier gereleveercie bewe-
ging
moet cle hausse in Indische Onitwurbanken
worden be-
schouwcl, waarbij voornamelijk aandeelen Koloniale Bank op
den voorgioncl stonden. :De groote suikerbelangen, clie deze
instelling bezit, hebben de gedachte gevestigd, (lat ook deze
bank zeer groote winsten moet realiseereu, hetgeen nog i.uet
in het koerspeil tot uitdrukking was gekomen….:Let steecs
bestaan hebbende verschil tussche.n amcn.deeleu Koloniale Bank
en aandeelen Nederlaudscli-Iadische Handelsbank is thans
zoo goed als verdwenen. Van de gunstige conjunctuur maakt
cle Nederlandsch-Jndische Escompto Maatschappij gebruik
om een nieuwe tranche van haar aandeelenkapitaal, ten be-
drage van
f
10000000, aan te bieden.

13Apr.
16 Apr. 19 Apr.
Rgo

Amsterdamsche
Bank
…..
186/g
187
187’12
+
2
/4
Ned.Handel-Mij.cert.v.aand
228’18
235
237
+
81
Rotterd. Bankvereeniging.
1431
144’I
144I4
+
/s
Amst. Superfosfaatfabriek.
137
1
1,
139/g
13914
+
2’/4
Van Berkel’s Patent ……
129’/,
12914
130
+
‘i
Insulinde Oliefabriek

.

238
1
1,
239
237 1/4

111
4

Jurgens’ Ver. Fabr. pr.aand
99
1
12
99
1
12
99
1
12
Ned. Scheepsbouw-Mij…..
149’/
2

14781
4

148’/

1
Philips’ Gloeilampenfabriek
575
600
620
+
45
R. S. Stokvis
&
-Zonen
638
1
14
636
642
+
3314

Vereenigde Blikfabrieken-
139
1
1,
139
139

‘/, Conipania MercantilArgent
30281
4

302
1
1
297

551
3

Cultuur-Mij.. d. Vorstenland
319
332’/z
335
+
16
Handeisver. Amsterdam
– .
76312
791
821
+
57’12
Roll. Transati. Handelsver.
107
11.

100
104

3’/,
Linde Teves
&
Stokvis
.
..
.
205
205
205
VanNierop&o’s Handel-Mij
208
208 209
+
1
TeJs
&
Co’s Handel-Mij
. . . .
157
15711
8

159’18
+
2’/,
Gecons. Roll. Petroleum-Mij.
291
1
1.
293 303
1
1
+
12
Kon. Petroleum-Mij. ……
884/
939
934 +
49
1
14
Orion Petroleum-Mij…….
62
62V2
63
+
1
Steana Romana Petr.-Mij..
.
138
1
1
145
160114
+
22.”
Amsterdam-Itubber-Mij…..
232
227
228

4:

Nederl.-Rubber-Mij. …….
1181/,
11981
4

120
+
1
/

Oost-Java-Rubber-Mij…..
362
370’/
374
+
12
Deli-Maatschappij

……..
489’/2
466 475

1492
Medan-Tabak-Maatschappij.
257
11
259’/i
259
+
1’/
Senembah-Maatschappij

..
466
465
464

2
1

Naast
snikerwaarden
hebben voo raI Petrolet unaandeelen
sterk de aandacht getrokken. In de eerste plaats vaj-en het
aancleelen Koninklijke Petroleum Mij., die op het voorbeeld
van het buitenland hier ter hellrze sterk gezocht waren,
vermoedelijk in verband met cle thans ofticieus aangeon-
digde uitgifte van hieuwe aandeelen Doch ook aan-
deden Geconsolideercie Ilollandsche Petroleum Mij. hebben
geweldige vraag ontmoet, als gevolg van geruchten van allerlei aard (o.a. zou een •groote ,,bonus” op aandeelen
Astra Romana ter verdeeling komen) waarbij de speculatio
zich niet onbetuigd heeft gelaten. Zoowel in dit fonds, Is
in suikerwaarden heeft tot voor enkele dagen een uitgebreide
contramine-positie bestaan; het aaugaa.h van dergelijke
posities heeft reeds verschillende firma’s in ioeilijkhden
gebracht. Tot nu toe zijn het echter slechts firnias van
kleineren omvang geweest, waarvan de verplichtingen ‘el
vrij omvangrijk waren, doch (lie de algemeene beurshoudidg niet hebben kunnen beïnvloeden.

De
tabaksmarkt heeft den terugslag van de optimistisMic
tdndens nog niet kunnen ondervinden. De concentratie
,
in
dozen tak van koloniale cultuur breidt. zich voortdurend
uit. Thans zijn cie Deli-Maatschappij met de Amsterdam-
Langkat, de Deli-Batavia met de Amsterdam-I)eli verbonden
(cle rubberond ernemi ngen der laatstgenoemde maatschapij
worden door de Amsterdam Rubber overgenomen), doch- bot
publiek staat hier tot nu toe vrij koel tegenover. Iiitegen.
deel beschouwt het de vermoedelijk in aa.ntocht zijnde nieuwe
emissies, noodig ter betaling der overgenomen oiiclerneinin-gen, met een minder gunstig oog, zoodat de leidende tabaks-
fondsen alle min of meer aangebodenarer1.
Hetzelfde was het geval met
rubberaandeelen, welke ook
id vei-band met den lagen prijs voor het product te Londen,
minder gezocht bleken. Daarentegen bestond grootere be-langstelling voor thee-waarden, nIet name voor aandeelen
Bongga, Algemeene Nederlandsch-Ihdische Thee Maatsch.,
.Banj oewangi, en z.
De markt voor biuueulandsche
industriecle waarden
was
prijshoudlell.d, zonder nochtans groote variaties te aau-
schouwen te geven. Alleen aancieelen Philips Gloeilampeii
Fabrieken w’isten vrij sterk te monteerèn. De rubriek der
hindelsonderneiningen bleef verwaarloosd, zooclat de varia-
ties hier zeer gering bleven. .

Daarentegen gaf de
schccpveartafdeoling
weder van groote
vitclitcit blijk. Met uitzondering van aandeelen Holla.ndsche Stoomboot Maatschappij (die na (le jongste emissie vi-ijwei
op ddmi peil bleven) konden alle andere soorten v(.„rbeteringen
aantoonen, die in sommige gevallen zee,- aanzienlijk waren.
Het verwachte spoedige einde van het havenconflict heeft
tot deze tendens niet weinig bijgochi-ageti.

13Apr. 16 Apr. 19Apr. RgO

Holland-Amerika-Lijn – . . . 499
1
1, 512
1
1
2
503

+
3
1
1,

gem.eig 491
8
14 501

494
5
) +
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij.. 285

295

300

+ 15
Roll. Alg. Ati. Stoomv.-Mij. 172
1
14 172
1
14 172’14
iohlandsche Stoomboot-Mij. 245
1
11
247

244’1% –
1
Java-China-Japan-Lijn…. 353

361

363’1

10’1,
Kon. Kollandsche Lloyd – . 196

201/, 205114 + 9114
Kon. Ned. Stoomb.-Mij. – . 234
3
14 241
1
1

245′!, + 1114 Kon. Paketvaart-Mij. …. 255’/4
25611,
258

+ 214
Maatschappij Zeevaart – . . – 368

395

398

+ 30
Nederl. Scheepvaart-Unie. . 30021
4
1306
5
14
309
1
1

+ 8
5
14
Nievelt Goudriaan ……640

675

655

+ 15
Rotterdamsche Lloyd ……314

319
1
14 322
1
14 + 81/4
Stoomv.-Mij.,,iillegersberg” 365

365

365
,,Nederland” –

36611
2
375

378′!,
+
12
,,Noordzee” – . 142’/a 149/g 151

– 8
1
1
4

,,Oostzee” ….369

369

369
‘/,
+
‘/,

De
Amerikaanscl, e mctrkt
bleef zeer kalm en volgde geheel
de notcerii.igen van Wahlstreet. De omzetten bleven gering.

13Apr. 16Apr. 19 .mpr. Rzsof
daling-
American Car & Foundry. 1561 156
1
1, 155112 – 1/4
Anaconda Copper ……..137
12
/16
133
1
/16
138

+ ‘116
Un. States Steel Corp…..113
1
/8 1 l3”/ 114’18 +
’15
Atchison Topeka ……..91

90

90

– 1
Southern Pacific ……..106!4 107
1
18 10518/Id –
Union Pacific ………….128

130’18 129’14 + 114
Tnt.Merc.Marine afgest …..

43’/

.42
1
12

43

– Va
prefa. 164

6414

164
11

+
7
18

De
geidsuirkt
heeft, als gevolg van de zeer omvangrijke
iankoopeti, een zekere stroefheid gekregen; prolongatie
nionteerde tegen het slot der berichtsperiode tot 5 pCt.

GOEDERENHANDEL

GRANEN.

20 April
1920.

De graaniriarkten zijn zich blijven ontwikkelen in dezelfde
richting als reedls in o,,s verslag van dle vorige week was
aangegeven. Zoowel in West-Europa als iii de uitvoerlaudeit
blijft het weder gunstig voor de te velde staande oogsten. Uit de Vereenigde Staten wordt gemeld, dat de stand der
wiutertarwe reed.4 beter is clan het cijfer, dat daarvoor aan
gegeven wordl in het rappoi-t van het Ministerie van Land-bouw van 1 April. In Argentinië vindt het oogsten der maIs
onder bevredigende omstandigheden plaats, terwijl daar liet-
zelfde het geval is met den uitzaai van tarwe. Ondanks al
deze omstandigheden, die vroeger zeker geen vaste markten
zouden hebben teweeg gebracht, blijven de prijzen, vooral
van broodgraan, zoowel in Argentinië als in Noord-Amerika
steeds stijgend. De laatste dagen gaat dit, vooral in Ai-gen-
tïnië, zelfs met igroote sprongen. De noteering van tarwe
l?’ Mei aan de tcrmijnmarkten te Buenos Aires en Rosario is ,sedei-t het begin der week Pes. 2.50 t Pes. 3.— per 100
K.G. gestegen.
De Argentijusche tarweverschepingeu waren de a.fgeloopen
week weder zeer gi-oot en het wordt steeds duidelijker, (lat
de beschikbare tarwe in Argentinië spoediger zal zijn ver-
scheept dan uien ooit mogelijk had geacht. Zelfs is er sprake
‘ail geweest, dat Argentinië den uitvoer van tarwe zou ver-
bieden. Wel is dit door den Ai-gentijnschen Minister van
Landbouw ontkend, doch tegelijkertijd wei-d medegedeeld, dat zulk een uitvoerverbod
misschien
ovel-wogen zou dienen
te worden indien bij het einde van Juni de tarve-nitvoeren
sedert het binnenkomen van den oogst 3 milhioen ton moch-
ten hebben bedragen. Indien de verschepingen in de naaste
toekomst niet geringer worden, is ciie mogelijkheid lang niet
uitgesloten. Het is dus geen wonder, dat met dit feit voor
oogen de Eui-opeesche landen, clie gedwongen zijn brood-
graan te impoi-teei-en, haast maken met hunne inkoopen,
waarvan steeds hoogere markten het gevolg zijn – Voortdurend ontmoet meis in de va.kpeis publicaties ove,
dei beschikbaren wereldvoorraad van tarwe. Telkens leiden
(lie berekeningen weder tot de conclusie, (lat er voldoende
tarwe aanwezig is, vooral wanneer in aanmerking genomen
wordt, dat de Europeesche importlanden ernst maken met
bezuiniging in hun tarweverbmuik. Ook is er steeds weer
s
.
pra,ke van cle zeer
.
route voorraden van tarwe en meel in

21 April 1920

ECONOMISCH-STATISTISCHEBERICHTEN

349

Noteeringen.

Locoprjzea te
Rotterdam/Am8terdam.

Chicago
Bucno3 Aure,
Soorten.
19 April
1

12 April
19 April
Dala
1920 1920 1919
Tarwe
Maîa
Haver
Tarwc
MaT
Lljnzaad

Tarwe

(Plata 78 K.G.) ‘)
36,75 34,50

New York1
Mei
Mcl Mcl
Mei
Mei

Rogge (No. 2 Western) ‘)
28,-
27,75
– –
17 Apr.’20
312

16951
8

96
21,65

10,45

28,-
MaIs (La Plata)

……)
375,-
385,-

10

,,

’20
303

167’I

95%
19,80

10,10

28,45
Ger8t (48 ib. feeding) ..
)
460,- 450,-

17 Apr.’19
226

159

69
1
18
10,80

5,35

19,60
Haver(38 ib. white cl.)
. .
‘)
21,50
22,-
17Apr.’18
220

127

88a
4

12,60

5,60

24,50
Lijnkoeken (Noord-Amen-
17Apr.’17
224/

138
1
1g

64
1
18
14,10

10,05

21,80
ka van La P1ata-zaad))
220,-
225,-

20 Juli’14
82

‘)

56
1
Ia
1)

36
1
1,
t)
9,40

)

5,38 ‘)

13.70
2
)
Lijnzaad (La Plata)
. . . .
4)
855,- 850,-

1)

per
Dec.

1)
per Sept.

$) per
April.
1)
p. 100 K.G.

‘) p. 2000
K.G.

)
p. 1000 K.G.
‘)

per
1960 K.G.

. ‘

AANVOEREN in ton8 van 1000
K.G.

Rotterdam
Amsterdam

1
Totaal

AdIkdn.
12-17Aprll
Scdrt
Ooe,ecnk.
12-l7AprI1
Sedert
Oocreenk.
1920
1919
1920
1 Jan. 1920
lijdoak 1919
1920
1 Jan. 1920
tijdóak 1919

Tanwe ……………..
9.383 105.865 143.982
3.287
29.871
5.970
135.736
149.952
Rogge ……………..



5.840
5.840


Boekweit

………….

2.500

.



2.500


92.740
15.572

18.465

111.205
15.572
4.521 23.290
120
120

4.641
23.290
506
14.050 93.385

.


_
14.050
93.385

MaTe

……………..

Lijnzaad

…………..

6.170


2.293

8.463

Genst

……………..422
Raven

………………


20.758
2.804
. –
1.406

22.164
2.804
Lijnkoek ……………
.


5.779 142.324


36.705 5.779 178.029
Tarwemeel ………….
Andere meelsoorten
. . .

3.198
99.958
100
616 3.298 100.574

de Vereenigde Staten, en zelfs indien men in aanmerking
SUIKER..
neemt,

dat

de

met broodgraan bezaaide oppervlakte in
De sensationeele rijzing van de Amenikaansche markt
Europa in deze onrustige tijden veel kleiner is dan vSSr den
lijelci ook de laatste week aan, zoodat spot Centrifugals
te
oorlog, lijkt de beschikbare voorraad wel voldoende.

Toch
New York thans 19,56 noteeren. Niemand weet of dit nu
maakt de prijsstijging voortdurend verderen voortgang. Het
eindelijk het hoogtepunt zal zijn, of prijzen nog verder opge-
is

moeilijk aan

te

nemen,

dat de berekeningeu

zoozeer
dreven zullen woiden dan wel ol het een of ander regeenings-
onjuist zijn, dat de willige stemming, die wij tegenwoordig
besluit eene plotselinge reactie zal teweeg brengen. In ver-
kennen en die in cle plaats komt van kalme markten, die
band met de sterk toenemende consumptie van suiker, die
het resultaat der berekeningen zou doen verwachten, werke-
apeciaal toegeschreven moet worden aan de z.g. ,,droogleg-
lijk voortspruit uit de statistische positie van broodgraan.
ging”, is Amerika aangewezen op grooteren import dan tot
Zou misschien de groote Europeesche vraag, welke de piijs
dusver, en daar de ramingen voor den nieuwen Cubaoogst
stijging veroorzaakt, het gevolg zijn van de pogingen der
steeds meer tegenvallen, koopt Amerika thans alle suiker,
Europeesche importianden, om binnen zoo kort mogelijken die maar verkrijgbaar is. In 1919 was de consumptie geste-
tijd de hoeveelheden, welke zij boven eigen productie dit
gen

op 4.176.061

ton

van

3.449.718

in

1918;

d.w.z.

van
seizoen nog zullen noodig hebben, machtig te worden, vice-
73Y
2
pond per hoofd in 1918 op 874 pond in 1919, terwijl
zende, dat, moeilijkheden op verkeersgebied, stakingen en
het verbruik in 1920 nog veel honger zal zijn.
andere bezwaren tijdige voorziening anders wel onmogelijk
kunnen maken? Dit is eene vraag, die moeilijk te beantwoor-
Alle

overige

wereidmarkten

stonden

natuurlijk

geheel

den is, doch gezien de meengenoemde berekeningen en de
ouder den invloed der ongekende hausse aan de Amen-

daarmede eigenlijk in strijd zijnde pnijsbeweging, lijkt deze
kaansche’ markt.

oplossing niet onwaarschijnlijk.
Groote posten J
It
v
a
-suiker werden afgesloten naar New

Mals heeft in ,.Argentinië eenigazins York,

waaronder

partijen,

die

vroeger

naar

Japan

en

tarwo gevolgd, doch zeer groot is na de sterke prijsstijging
Britsch Indië verkocht waren. De op Java betaalde prijzen

iu.de eerste week ‘vau April de verhooging in de afgeloopen
voor suiker uit de

oogst 1920 liepen van ongeveer
f
40,-

week niet meer geweest. Van voedergraan en voederartike-
‘en
op

tot

ruim
f
50,- voor Superieur vroege levering,

len schijnt werkelijk het aanbod en cle voorraad in de im-
enkele guldens leger voor de andere soorten. Ook de ‘Veree-

portiandea voldoende te zijn om belangrijke prijsstijging
nigcie Producenten konden flinke kwantiteiten verkoopen

tegen te houden. Slechts schoorvoetend worden de verhoo-
tot oploopende prijzen, het laatst werd betaald
f
45,- voor

gingen, weLke in de ijitvoerlanden

worden gevraagd,

in
restant-oogsten Superieur en
f 43,-
voor No. 16 en hooger

Europa ingewilligd. Engeland blijft voor mais zeer kalm,
Over den 1rieuvou aanplant iii de E ii r op ee s c h e biet-

Frankrijk en Scandinavië hebben te groote voorraden voor
suikerlandeu valt niets bijzonders te melden, de verhooging

hunne behoefte en voor België en Nederland is voor de
van den suikerprijs en gunstig weer geven redenen voor wat

meeste

voerartikelen

ditzelfde

het

geval.

Mais is daar
meer optimisme. In
p
o 1 e ii verwacht men eene toeileining

echter niet in overvloed aanwezig, waarom de

voor
prijzen
v an de met bieten bebouwde oppervlakte met 15.000 R.A. Ook

dit artikel er vrij sterk ‘konden stijgen. Ook in Duitschland
aldaar is de bietprijs verhoogd en wordt door de Regeering
is de importvraag voor voedergraan niet groot.
aan landbouwers, die meer dan de over de 3 laatste jaren

Lijnzaad blijft in Argentinië kalm in overeenstemming
gemiddelde

hoeveelheid

bieten

afleveren;

een

bijzondere
met

de

flauwe markten in Engeland, veroorzaakt door
premie toegekend.
groot aairbod uit Britsch-Indië.
De Engelsche Board of Trade Statistiek over Maart luidt N e d e r lan d.

Ondanks de voortdurende staking der
als volgt:
havenarbeiders wordt geregeld voortgang gemaakt met het
Maart

Maart

J./Mrt.

J./Mrt.
lossen der in onze havens aangekomen •graan’ladingen. Na
1920

1919

1920

1919
eehi’ge daling iii het ‘begin der vorige week heeft met ver-
ton

ton

ton

ton
nieuwde vraag cle .maïsprijs zich weder hersteld en heden
Import riet……..91.408

102.596

254.879

210.701
is het peil van Maandag 1.2 April weder ‘bereikt. Nog slechts
biet……..

1


twee ongeloste booten liggen in de haven te Rotterdam,
geraffineerd.

12.365

32.006

72.369

62.426
in Amsterdam zijn geene voorraden van beteekenis meer

aanwezig en slechts enkele ladingen zijn naar Nederland
Totaal ……..103.773

134.602

327.248

273.128
onderweg. Verschillende zaken in ‘tarwe en rogge, speciaal
,

Voorraad in entrepot

240.600

280.950


naar Dui’tschland, ‘kwamen tot stijgende prijzen tnt stand.
,,

raffinaderijen

24.000

17.100


In de overige graansoorten is zeer weinig omgegaan en
Opbrengst

,,

57.836

64.126

161.368

197.776
voor koeken en andere voerartikelen blijft ‘de vraag buiten.
Tot. binnenl. verbruik

116.616

119.705

332.094

318.349
gewoon gering.
Totale export

. . . .

148

113

1.708

201

350

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

21 April 1920

C u b a
-statistiek:
1920

1919 1918
Ontv. der week tot 10 Apr.

143.000

167.459
137.419

tons
Tot. ontv. 1 Dec.’19-10 Apr. 2.168.000 1.987.289 1.921.154
Werkende fabrieken

..
. .

182

195
193
Ontv. d. w. 3Apr.-10 Apr.

113.000

68.671
64.152
Tot. ontv. 1 Jan.10 Apr. 1.485.110 1.106.737
948.793
Totaal voorraad 10 Apr…

647.000

910.594
972.259

NOTEERINGEN.

Amster-
dam

°’

Londen
rvew York
96 pCi.
Whlte Java
t Amer. Gra-

Data
loopende
T
ate.,
f,o,6. per
1
,,ulated
C.
i.J.
Cent,!-
Cubeo
No. 1
Juni
__
Aug
April/Mei
__

maand
_
__
Sh. Sh.
Sh.
Sh.
$cts.
16Apr.’20
f

841-
8513 7716


18,93

9

,,

’20
,,


841-
691

681- 851-
1)

16 Apr. ’19
,,


6419
301- 291-

7,28
16 Apr. ’18
,,


5319



5,92

21 Juli
’14
,,11″/e2
181-

– –
3,26

‘) 15,55 á 16,05

KATOEN;

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middliug Uplands).

Ii

Apr.’20
12 Apr.’20I
5Apr.’20 121_Apr.’19
20Apr.’18

New York voor
Middling

. .
42,70e
43,— e 42,— c
28,60e 30,75e
New Orleans
voor Middling
41,75e
41,50e
41,25e
27,50e
33,— c
Liverpool voor
Middling ..
. .
28,181 28,871
29,24(1
18,200)
23,310)

‘.) Noteering van 17 April 1919. ‘) 19 April 1918.

Oiitvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.
(In
duizendtallen balen.)

1
Aug. ’19
Ooereenkomitige perioden tot
16April’20
1918-1919

1917-1918

Ontvangsten Gulf-Havens..
3802 2925
3055
Atlant.Havens
2669
1814
2401
Uitvoer naar Gr. Brittannië
2710
1715 1794
‘t Vasteland.
” 2652
1984 1352
Japan etc…

Voorraden In
duizendta1len
16Apr11’20
18April19
19AprllI8

Amerik. ha’vens ……….
.
1239.
1482
Binnenland…………..
1412
1148
.1121

1
83
148
New York

………………
.1191

1
437
432
New Orleans …………….
Liverpool

……………
113 4
493 417

COPRA.

Ook deze. week kwam er nog geene verbetering in den
toestand. De omzet blijft klein.
De noteeringen zijn heden:

,
vorige week
Java

f.zn.s.,

loco

……….
f

62
t/z
63
1
!1
Mixed,

……………61.—
,,

61
1
1,
Java Lm.s.,

April/Juni all..,, 64.—
,, .8012
Mixed

,,

,,

,,
62.—
,,

62
1
/1

Straits f.m.s., April/Juni afl.,, 6211
,,

6211,

20 April 1920.
METALEN.

Loco-Noteeringen
te
Londen:

Data
1/ze,
Clev.
K
Sia,’,d
Tin
Lood
Zink

19 Apr. 1920..
nom.
102.1216
345.51-
37.-/-
46.101-
12

,,

1920..
nom.
102.1216
345.21’6
37.151-
48.-/-
22
Apr. 1919..
nom.
76.101- 226.151-
24.101-
35.-1–‘
19Apr. 1918..
nom.
110.-/- 330.-!-
30.101-
52.-/-
20
Juli

1914..
5114
61.-1-
145.151-
19.-!-
21.101-

HUIDEN.

Bericht van de firma Grisar & Co. Er is geen noémenswaardige verandering in de huiden-
markt te melden. Koopers opereeren zeer terughoudend en
koopen slechts voor directe behoefte.
De slachtingen aan’ de La Plata zijn sterk verminderd.
De Liebig Company o.a. is reeds opgehouden met slachten.
Van Noord-Amerika zijn de berichten ook niet gerust-

stellend en gaan er geruchten over stakingen in de leer-
looierijen.
De prijzen zijn echter vrijwel gehandhaafd gebleven. –
Inland sche h u i den: onveranderd; aangezien niet
verscheept kan worden, komen geen orders voor export
binnen.
Kalf s v e 11 e ii: blijven flauw. Zelfs tot lagere prijzen
geeli koopers.
Java – mai’ k t: geen bizonderheden.
L
00
i s to 11 e n: voor loco quebracho veel vraag, echter
geen aanbod. Op levering wordt voor £ 57158../- c.i.f. aan-
geboden.
17 April 1920.

RUBBER.

De markt voor rubber, zoowel voor Plantage- als voor
Parasoorten bleef ook in de afgeloopen week zeer flauw.
Een verdere prijsdaling vond plaats, terwijl de omzetten
gering waren. -.
De Amerikaansche fabrieken, verreweg de belangrijkste
consumenten, in het artikel zijn reeds sedert eenigen tijd absoluut niet In de markt.
De noteeringen zijn:

einde vorige week
Prima crêpe loco

……….2/2

…………213
Smoked sheets loco ……….2/2’/

…………
2f3’I
Prima crëpe Mei/Juni ……2/2’/

…………2/3’/g

11

Juli/December .

214

……. . …. 2/5
Hard cure line Para ……..2/3

…….. …. 2/3’/

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

GRAAN,

Dato
1

Petro
grad
Londen!
Rdam

Ode
ssa
Rotte,-
dam

Al’- Kuit
Ve,. Staten
San. Lorenzo

Rotte,-
Bristol
Rotte,-
Enge.
dam
Kanaal
.
dom, land

12117 April 1920

– –
3
)1116
140/-
2
11216
5110

,,

1920




f
80,-
2
11216
14119 April 1919


f
16/-‘)
1)816

2001-
2
6216
15120 April

1918



501-

2001-
Juli

1914
11 d.
713
1,
1
1194
l/11’/4
121- 121-

EOLEN.

Ca,diff

J.Oosik. Engdand

1

Bar-

Port

Plato
Rotte,.
1
Got hen-
Dato

Lat

deaux

Genua

Said j Rivier

dom


kurg

12117 Apr. 1920 4319

751-

‘5110 ,, 1920

451-

6216 ,, 751—

14119 Apr. 1919 1)281

4716

4716

451-
f
10,- –

15120 Apr. 1918 691

10113. –

1201-


Juli 1914 fr. 7,—

71-.

713

1416

312

41-

1)
Per ton stukgoed. ‘) Voor Britsche schepen.
Oaan Pet.ro,qra5 per quarier von 498 ibo. zwaar, Odeeva per vnu, Ver. Stoten
per guarter Van 450 /6,. zwaar,
Overige noteeringen per ton van 1016
X.G.

RIJNVAART.

Week van 12 tot 19 April 1920.
De toestand in de. haven van Rotterdam was ongeveer
gelijk aan dien van dé vorige week. Er werd op. ongeveer
50 stoomschepen door werkwilligen gewerkt. De scheeps-
ruimte, die werd aangenoen, was echter zeer beperkt. De
scheepshuren bedroegen 5 tot 6 cents per ton per dag. Voor
Antwerpen werden hier weinig schepen gecharterd, aange-
zien aldaar voldoende scheepsruimte voorhanden was; de
scheepshuur bedroeg pl.m. 35 centimes per ton per dag.
Het sleeplo,ou van Rotterdam/Dordrecht naar de Ruhr-
havens werd genoteerd met het 115- tot 120-cents-tarief.
Doordat de toestand in het Ruhr-gebied eenigazins ver-
beterd is, werd weder een aanvang gemaakt met de verla-
ding van exportkolen voor Rotterdam. De reederjen hadden
echter in voldoende mate scheepsruimte voorhanden, zoodat
geen scheepsrui’mte uit de markt werd aangenomen.
Voor de verladingen van de Ruhrhavens naar den Boven-
Rijn werden enkele schepen gecharterd en bedroeg de
scheepshuur 65 tot 70 p1. per ton per dag met een garantie
van 30 dagen.
Het sleeploon werd genoteerd met Mk. 21.— tot Mk. 22.-
per ton van Rubrort naar Mannheim, terwijl zulks van
Mannheim naar .Straatsburg Mk. 40.— per ton bedroeg.
De waterstand bleef ongeveer dezelfde; Cauber Pegel wees
einde der week Meter 2.04 aan.

2.1 April 1920

351

DE TWENTSCHE BANK

AMSTERDAM – ROTTERDAM – ‘s-GRAYENHAGE – DORDRECHT – UTRECHT. – ZAANDAM

S

Maandstaat op 31 Maart 192,0

DEBET

.

Aandeelhouders nog te storten ……………………….
f
1.784.700,-
Delneming.in de firma’s:
B. W. BLIJDENSTEIN & Co., te Londen;

51.
B. W. BLIJDENSTEIN Jr., te Enschede;
LEDEBOER & Co., te Almelo, f7.503.125,—, waarvan in
geld gestort

……………………………………… 5.953.125,-

Deelneming in bevriende Bankinstellingen
f
6.211.057,21, waar-
van in geld gestort .’

4.596.457,21

Fondsen van Aandeelhouders

.
te Amsterdam, Rotterdam, ‘s-Gravenhage en Utrecht
Fondsén door ons gedeponeerd voor rekening van bvriende
instellingen. .’. . ;: …………………………….

.
Kassa, Wissels en Coupons
Nederlandsche Schatkistbiljetten en Schatkistpromessen .
Daggeldleeningen gegeven ……………………………
Saldo’s bij Bankiers:
beschikbaar voor eigen gebruik ……………………
f
4.256.694,60
voor rekening van derden ……… ………………. ..27.966.734,17

Prolongatlën gegeven ……………………………….

Eigen Fondsen en ‘Syndicaten ………………………….
Oredietvereeniging ………..
f
54.765.411,48,
Af: loopende Promessen ………………. . ……………. ., ‘8.500.000,-

11
46.265.411,48
Voorschotten tegen Onderpand of Borgtocht en Saldo’s Rek. Ort.
f
66.156.056,0814
Af: loopende Promessen …………………………….,,

1.300.000,-
64.856.056,0834
11
Voorschotten op Oonsignatiën ……………………….
.

.1.444.021,94
Gebouwen en Safe Deposit …………………………….

. 3.575.459,47

Totaal ……
f
294.186.957,99

CREDIT

.

Kapitaal ……………..
…………………………..

f 34.000.000,-
Reservefondsen ……………….. .. . …. ……. ……. ,,

7.532.542,57

Waarborgfonds Credietvereeni

..
ging …………………….,, 4796.182,50
Reserve Oredietvereeniging …………… …….. . ……

3.122.099,89

f
49.450.824,96
Aandeelhouders voor gedeponeerde fondsen
als waarborg voor 90 pOt. storting op aandeein B ….
f.
1.784.700,-
in Leen-Depôt …………………………………,, 41.496.150,-
43.280.850,—
Zieken- en Pensioènfondsen ……….. . ………………..
f

320.284,6454

Reserve voor te verleenen Pensioenen ………………….
..822.722,59

1.143.007,2334
Deposito’s

………………………………………….

.

49.550:455,84
Prolongatie-Deposito’s …………………………….

5.169.425,55
Saldo te ontvangen en te leveren fondsen

,,

289.687,06
Saldo’s Rekeningen Courant …………………………
f
77.877.436,0034

11

,,

voor gelden in het Buitenland. .

27.966.734,17

.

Credietvereeniging …………

6.240.789,29

Beleeningen en Daggeld .genomen’…….-. …. .’
De Nederlandsche Bank ………………………………
Te betalen Wissels

………………………………..

Diverse Rekeningen…
……………………………. …….

112.084.959,4634
3.500.000,-
2.797.243,16
23.205.880,10 3.714.624,62

Totaal ……
f
294.186.957,99

1.

t 12.334.282,21

38.116.250,-

5.164.600,-
46.217.023,4734
22.362.187,50
2.000000,-

32.223.428,77
,. 14.846.190,-
4.782.047,06

352

21 April 1920

De N.V. Nederlafil’Che Huistelefo.on-Maatschappij

ROTTERDAM

‘s-GRAVEN HAGE

GROMNGEN

Telefoon 3800

Telefoon H 280, 800

Telefoon 1555

AMSTERDAM

LEEUWARDEN

ARNHEM

Telefoon N 5580

Telefoon 2723

levert uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en
koop.

Herstelt en onderhoudt o n d er g a r anti e ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

PROSPECTUS GRATIS

KONINKLIJKE
1
ONTVANG

EN
BETAALKAS

H ÖLLANDSCHE
NIEUWE DOELENSTRAAT
20

22
AMSTERDAM

LLOYD

1

DEP0sITO’s VOOR i JAAR FIXE á
41/ PCT.

AMSTERDAM

GELDEN, OP DEZEN TERMIJN GESTORT, ZIJN NA AFLOOP

VAN HET JAAR ZONDER OPZEGGING BESCHIKBAAR.

Geregelde Passagiers- en

NIET OPGEVORDERD ZIJNDE, WORDT DE POST STIL-

ZWIJGEND VOOR GELIJKEN TERMIJN VERLENGD.
Vrachtdienst met nieuwe,

moderne post-stoomschepen

DE RENTE KAN NAAR VERKIEZING PER KWARTAAL, PER

HALF
JAAR
OF PER JAAR ONTVANGEN WORDEN.

TJSSCMEN

AMSTERDAM

EN

ZUID-AMERIKA

VIA

BOULOGNE s/bI,, PLYMOUTB, CORU1A,

LISSABON, LAS PALMAS, PERNAMBUCO,

BAHIA, RIO DE JANEIRO, SANTOS, MONTE-

VIDEO en BUENOS AIRES.

ADVERTEERDERS!

Raadpleegt bij het maken van Uwe plannen

NIJcJU & VAN DITMAR’S

Algem. Advertentiebureau

Gevestigd sedert 1837

Rotterdam

Wijnhaven 111-113

DEIGRONINGER,BANK

Groningen,Winschoten, StadskanaaI,Widervank,

Veendam, Sappemeer, Deifziji, Emmen, Hoogeveen,

Musselkanaal en Ter Apel
(Firma TIMMERMAN & SASSEN)

Kapitaal
f6,000.000,—
Géplaatst en gestort]’
4.598.000,-

Reserves / 40L498,23

VÉRRICHT ALLE BANKZAKEN

Belast zich met het incasseeren van wissels op

-.

binnen- en buitenland.

VERSCHENEN:

Voordrachten over

Lé4ensverzekeringswetenschap

EERSTE DEEL

TWEEDE DEEL

Een ige practische uitkomsten

Een ige beschouwingen naar
van dewiskundige theorie der

aanleiding van de publicaties
levensverzekering

der lvensverz.-maatschappijen

door
Dr. !A. 0. HOLWERDA.

doorJ.
G. DE JONGU.

PRIJSPER DEEL . . –
f
2,—.

Alom in den boekhandel verkrijgbaar en bij NIJGH &

VAN DITMAR’S UITG.-MIJ., Wijnhavën, Rotterdam.

1

Auteur