Ga direct naar de content

Jrg. 27, editie 1385

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 5 1942

5 AUGUSTUS 1942

EconomischmwStatisti

sche

Ber
‘ichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJ VERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

27E
JAARGANG

WOENSDAG 5 AUGUSTUS 1942

No. 1385

N.V.

Stoomvaart-Mij. ,,Nederland”

Amsterdam

II

N.V.

Rotterdamsche Lloyd

Rotterdam

Eerste Nederlandsche

Verzekering-Maatschappij

op het Leven en tegen

Invaliditeit N.V

Geuestigd
te
‘s-Grauenhage

Administratiekantoor

Dordrecht

Bellevuestraat 2

Telefoon 5346

ROTTERDAMSCHE

BANKVEREEN IGI NG
RO1TED4M•AMSTERI1A3I•S GRAVENHAGE

KAPITAAL EN RESERVE
62.000.000

SAFE LOKE1TEN
TER BERGUIG WkK WAARDEN

150 KANTOREN IN NEDERlAND

Ons Bureau voor

Collectieve Contracten

verstrekt gaarne

Gedocumenteerde

adviezen

voor

Personeelverzekering

Openbare werken en

Conjunctuurbeweging

door
Dr. W.A. Baars

PRIJS .f 2.10*

Prijs voor donateurs en leden
van het N. E. 1.

t 1.50.
In
den boekhandel verkrijgbaar
UITGAVE: DE ERVEN
F. BOHN N.V., HAARLEM

Nieuwe belastingbesluiten geven nieuwe

BELASTINGMOEILIJKHEDEN

Daarom is voor U van belang

MAANDBLAD GEWIJD AAN

D’BELASTING CONSULENT

BELASTING VRAAGSTLI KREN

Waarvan de prijs slechts f 4.— per jaar bedraagt

ADMINiSTRATIE:
PROEFNUMMER

LAAN VAN MEERDERVOORT la
oj’
AANVRAAG

DEN HAAG.

R

Ao. 1750

BA1XIER8
EN ÂSBUB&NTIE-MAKELAARS

ROTTERDAM
AMSTERDAM (As..)
• G R A V E N H A G E
DELFT – SCHIEDAM
V LA ARDI NGEN

0

BEHANDELING
VAN
ALLE

BAN K’ZAKEN

BEZORGING VAN ALLE

ASSURANTIËN

w

VERLIESPOSTEH.VOORKOHEND.SYSTEEM

BESTAANDE UIT VIER DIENSTEN

Deze tijd’ is rilk aan veran-

deringen Laat daarom Uw

onbetaald gebleven oude

posten inschrijven bij

DIENST IV VAN HET V.V.S.

VAN DER GRAAF .& Co. N.V.

AMSTERDAM C. -. AMSTEISTRAAT 14-18

ABONNEERT U OP

DE ECONOMIST
ORGAAN VAN HET NED. ECONOMISCH INSTITUUT

Onder redactie van:

Th. Ligthart, Cli. Raaijmakers,

C. Â. Verrijn Stuart, G. M. Verrijn Stuart,.
F. de Vries.

Do Econornist verschijnt den
-__ iSilen van elke maand. De
-__ prijs voor
den
Jaargang bo- Met 1942 begon de Eén-en-negen.

draagt
t
12.60
voor ‘t binnen!.,

tigste
jaargang:
=

franco p. n.
t
13.40;
voor stu-

-= denton
t 10.50e.
franco p. p.

Proefnuminer gratis op

111.30
t
13.60
voor hot bul-

aanvraag verkrijgbaar!
tenland,
bij
voorultbetaling.

Abonnementen worden ook door den boekhandel aangenomen.

U1TGAAE’ VAN DE ERVEN F. BOHN N.V.

HAARLEM – POSTGIRO 5403

Overzicht van de ontwikkeling der

handelspolitiek van het Koninkrijk
.

der Nederlanden van• 1923 t/m. 1938

(Samengesteld door een groep mede-

werkers van het N. E. 1.,
onder
leiding von

Prof. Mr. P. Lleftinck)

28ste publicatie van het Nederl. Econom. Instituut

Prijs f 210*

(Prijs voor donateurs en leden van het N. E. 1.

1.50)

Verkrijgbaar in den boekhandel

U 1 T GA V E:

DE ERVEN F. BOHN N.V., HAARLEM

De Scheepsbouw-

nijverheid in

Nederland

door

Ir. J. W. BONEBAKKER

Publicatie no. 16 van het

FR Ii S

Nederlandsch Econom.

1.55*

Instituut

Donateurs en leden
fl.10

Verkrijgbaar in den Boekhandel

Uitgave van de

ERVEN CF. BOHN – HAARLEM

TINRESTRICTIE EN TINPRIJS

door M. J. Schut

31 ste Publicatie van het Neder-
landsch Economisch Instituut,

Prijsf 1.55*

(Prijs voor donateurs en leden
van het N.E.I……f1.10)

Verkrijgbaar i. d.
boekhandel

UITGAVE:

De Erven F.Bohn N.V.,Haarlem

Derde Gewijzjgde Druk

van

E ga Ijs a t ie fo n d s en

en Monetaire Poli-

tiek in Engeland,

Nederland en de

Vereenigde Staten

door

Prof. Dr. H. M. H. A. van der Valk

30ste Publicatie van het Neder-

landsch Economisch Instituut.

Prijs f 2.10*

(Prijs voor donateurs en leden
van het N. E. I. f 1.50)

Verkrijgbaar in den Boekhandel

Uitgave: De Erven

F. BOHN N.V., HAARLEM

5 AUGUSTUS 1942

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

c

Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH. ECONOMISCH INSTITUUT

27E JAARGANG

,WOENSDAG
5
AUGUSTUS, 1942

No.7 1385

Hoo:FD.REDAcTEuR:

‘1

GELD. EN KAPITAALMARKT.

M. F. J. Gooi (Rotterdam).

PLAATSVERVANGEND HOOFDREDACTEUR

H. W. Lambers (Zwartewaal).

Redactie en administratie: Pieter de Hoochweg 122, R’damn-W

Acingeteekende stukken: Bijkantoor Ruigeplaatweg.
Telefoon 1V,’. 35000.

Psti’ekening 8408.

Abonnemcntspm’ijs voor het weekblad, waarin tijdelijk

is opgenomen het Economisch-Statistisch Maandbe;’icht,

frdnco p. p. in Nederland f 20,85 per jaar. Buitenland en

kolonien f 23,— per.
‘jaar. Abonnementen kunnen met elk

numme,’ ingaan en slechts worden beëindigd pem’ ultirno van

elk kalenderjaar. Losse numrimers 50 cent. Donateurs en

leden van het iVederlandsch Economisch Instituut ontvangen

het weekblad gratis en genieten ecn reductie op dè verdere

publicaties. Adm’eswijzigin gen op te geven aan de admninistrdtie’

Advertenties voorpagina / 0,28 per mm. Andeme ‘pagina’s

f 0.22 per mm. PlaatSing bij abonnement volgens tarief.

INHOUj):

BIz.

Het aspect vari de hypothekenmarkt door
Ch. Clasz 348

De heteekenis der reorganisatie van de openbare
arbeidsbemiddeling in Nederland door
W. van de,’
iWast…………………………………..349

Beleggingsrisico en inkomstenbelasting door
Prof. Dr.

W.
C. il’Iees R..4zn. …………………….. 351
Aanteekeningen.

De economische toestand van Zweden gedurende het tweede kwartaal van
1942…………….351

Ontvangen boeken, brochures en

s t a t i s t i e k e n ……………………….
353

Maandcijfers.

/

Indexcijfers van Nederlandsche aandeelen . ….
354

Overheidsmaatregelen

op – c-cono-

misch gebied ……………….: ……..
354

S t a t
i S
t i e 1e e
fl.

Bankstaten — Stand van’s Rijks Kas:
:.’:
. :
‘355

0j de
geldmarkt
viel, evenals in het midden van de
vorige maand, een, zij het ook lichte, verkrapping waar
te nemen, die voor het overige, gezien de maandsvisseling,
niet behoefde te verwonderen. De markt was reeds ‘niet
overmatig ruim, waarbij ditmaal nog kwam, dat de buiten-
landsche wisselaankoopen van De Nederlandsche Bank
in omvang niet onbelangrijk achterbleven hij die van de
daaraan voorafgaande week. Ook nu maakte zich deze
lichte verkrapping feitelijk alleen voelbaar op de cailmarkt,
waar eenige posten werden aangezegd, zonder dat zulks
overigens tot wijziging van de callnoteering leidde. De
belangstelling richtte zich ook nu weer vnl. op het lang-
loopende papier, waartegenover papier met middeimatig
langen looptijd werd afgestooten tot ‘prijz’en, welke van
1
1
8
tot
3/16
boven die van den Agent liggen. De kort-loopende termijnen, d.w.z. niet korter dan
3
maanden,
gaan tegen dezelfde prijzen als die van den Agent van de
hand. Op de markt van kasgeldleeningen blijft het buiten-
gewoon stil; slechts voor een enkele gemeente worden
deze momenteel nog afgesloten, aangezien de daarvoor te
maken prijzen voor geidgevers weinig attractief zijn te
achten in het algemeen
/s
pCt. boven ‘het disconto
voor 3-maandspapier. Geldgevers geven daarom veelal
.de voorkeur aan sohatkistpapier, temeer omdat deze
vorm van belegging een meet’ liquide karakter draagt
dan die in kasgeldieeningen, zij het dan ook dat dit laatste
bezwa’ar in bepaalde gevallen kan worden ondervangen
dooi’ bij de schuldbekentenis een zgn. anticipatiebiljet Ite
voegen, waardoor het kascrediet beleenbaai’ wordt bij
De Nederlandsche Bank.

Evenals in de daaraan voorafgaande week bleef de
siaatsfondsenmnarkt
flauw gestemd. Dezen keei’ bleef- de
minder geanimeetde Stemming niet beperkt tot de jongere leeningen, doch deelde zich ook mede aan de oudere. Zoo
kwam de 3 pCt. Staatsleening
1937
op 93
13
/
1
6, terwijl de
gestaffelde leening daalde van
98’/
tot
97/8′
Op
de
pandbrievenmarkt was eerder een omgekeerde tendens te bespeuren; hier deed zich de invloed van het jongste
besluit van den Secretaris-Generaal ten aanzien van de
erhooging van de, limite van afgifte tot
102.
pCt. in zoo-
verre gevoelen, dat ook de koersen van die pandbrieven,
welke tot nu toe dit niveau niet vermochten te bereiken,
dit thans wel deden. Voor het- overige’ vond geen over-
schrijding van den koers van
102
1
/
4
plaats.

Öp de
aandeelenmarkt
was de stemming vooral op het
einde der week ‘veinig geanimeerd, zonder dat Ifon worden
gezegd, dat het aanbod grooten omvang aannam, evenmin
als kon worden geconstateerd, dat de in voorgaande weken
behaalde koerswinsten (men denke, bijv. aan een aandeel
als Ned. Kabelfabriek dat in de maand Juli alleen reeds
een koerswinst van ca..100 pCt. boekte) weer verloren ging.
‘Voor cultuurwaarden bestond eenige belangstelling, zoo
bijv. voor H.V.A., dat van
312
tot
325
aantrok. Voor
binnenlandsch& industrieelen beStond vooral op het einde
der week ‘weini” belangstelling; zelfs aandeelen Philips
ontkwamen hieraan’ niet, evenmin als aandeelen Unilever
en A.K.U: – . –

4

848

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

Augustus 1942

HET ASPECT VAN DE HYPOTHEKEN-
MARKT.

Voor de beleggers in hypotheken zijn al sedert gerui-

men tijd de verhoudingen op de hypothekenmarkt niet

gunstig. Geheele of gedeeltelijke aflossing van bestaande

leeningen vindt veelvuldig plaats door den verkoop van

onderpanden, alsmede doordat menige debiteur zijn door

verschillende oorzaken vrijkomende gelden bestemt om

tot vermindering van zijn hypothecaire schuld te dienen.

Blijkens de door het Centraal Bureau voor de Statis-

tiek gepubliceerde cijfers zijn in 1941 niet minder dan

ruim 92.000 hypothecaire inschrijvingen geroyeerd, welk

aantal ruim het dubbele uitmaakt van het aantal nieuwe

inschrijvingen in dat jaar ten beloope van circa 45.000.

De mogelijkheden voor het sluiten van nieuwe lee-

ningen zijn door de stagnatie in de bouwnijverheid tot de bestaande perceelen beperkt. Voorts brengt de om-

standigheid; dat het meerendeel van hen, die onroerend

goed voor belegging aankoopen, de koopsommen uit eigen
middelen voldoen, mede, dat het aantal aanvragen voor

nieuwe posten niet bevredigend is.
Tegenover deze beperkte vraag stond tot voor kort

het zeer ruime aanbod van de verschillende categorieën
beleggers, , nl. de hypotheekbanken, de institutioneel

‘beleggers (levensverzekeringrhaatsehappij en, spaarban-

ken, particuliere pensioenfondsen en Rijkfondsen) en de

particulieren en
ook
thans, nu de institutioneele beléggers

zich goeddeels van de hypothekenmarkt hebben terug-
getrokken, overtreft het aanbod van hypothecair kapitaal

nog verre de vraag.
Uit de hieronder vermelde cijfers, die zijn ontleend aah
publicaties van het Centraal Bureau omtrent den omvang

van nieuwe inschrijvingen van hypotheken, blijkt, dat
vooral na 1939 het aandeel der verschillende categorieën
geidgevers in het totaal bedrag der nieuwe inschrijvingen

belangrijk is gewijzigd.

Nieuwe inschrjingen yan hypotheken.

Jaar
In
millioenen
guldens

Waarvan in pCt. ten gunste van:

Hypotheek-
Andere
banken en

-‘

Particulie
r
en
banken instellingen

1933
542
16.2
48.7
33.-

1934
509
16.-
46.5
35.
1985
398
‘8.3
50.6′
38.8

1936
295
8.5
491
38.7

1937
484
9.6
49.1
34.8

1938
574
10.6
54.3 33.6

1939
443
11.6 54.5 31.6

1940
303
18.2
44.7
34.3

1941
351
24.3
37.7
35.9
1942 199*
33.2 33.0
‘31,9

(eerste 5
maanden)

Voorloopig cijfer.

Bij de beooi’deeling dezer cijfers mag niet uit het oog
worden verloren, dat de rubriek ,,Andere banken en in-
stellingen” allerminst identiek is met de zoojuist ge-

noemde categorie der institutioneele beleggers. In de
tabel zijn nI. onder deze rubriek ook de ,,gewone” banken
gerangschikt en aangezien de statistiek, zonder onder-scheid te maken, behalve de eerste hypotheken ook de
tweede en verdere inschrijvingen en de crediethypotheken
(voor hun maximum bedrag) opneemt, zijn in de rubriek
,,Andere banken en instellingen” hypothecaire crediet-
verleeningen van zeei’ uiteenloopenden aard tezamen ge-
voegd en kan de beteekenis der institutioneele beleggers
voor de hypothekenmarkt uit de cijfers niet worden
afgelezen. Voorts brengtdeze omstandigheid mede, dat de
hypotheekbanken, zoowel als de particulieren, bij de

nieuwe inschrijvingen ter zake van de normale eerste

hypotheken een belangrijker rol spelen dan in de voor

hen genoemde percentages tot uitdrukking komt.

Voorts is het, inzonderheid voor zooveel de beoordeeling

der cijfers over de eerste maanden van 1942 betreft, van
belang, dat onder de nieuwe inschrijvingen talrijke voor-
komen, die een uitvloeisel zijn van de toepassing van het
Liquidatiebesluit 1941. Hypothecaire leeningen aan naam-

boze vennootschappen worden meer door hypotheek-

banken en institutioneele beleggers dan door particulieren

verstrekt en het .oversluiten dezer leeningen bij liquidatie

der betrokken vennootschappen leidt dan ook vôoral ,tot
nieuwe inschrijvingen ten behoeve van deze beide catet

gorieën
1).

liet meest frappant is wel de toeneming van het aan-

deel, dat de hypotheekbanken in de nieuwe inschrijvin-

gen hebben verworven en een percentage, als voor 1941

van 24,3 pCt. treffen, wij in een. tijdsverloop van twintig

jaren slechts éénmaal, n.l in het jaar 1930, aan. Dat de

hypotheekbanken, zooals in de eerste vijf maanden van
1942 het geval geweest is, een derde gedeelte van het be-
drag der nieuwe inschrijvingen tot zich konden trekken,

is een novum.
Inmiddels hebben, althans in het jaar 1941, de hypo-

theekbanken over het geheel het aféluiten van nieuwe

posten tegen de zeer omvangrijke aflossingen niet kun-

nen doen opwegen. Slechts bij enkele instellingen is men

hierin geslaagd. Vdor de gezamenlijke hypotheekbanken is, blijkens een opgave’van ,,Wiebes Jaarcijfers”, het uit-
staand bedrag aan hypotheken van ultimo 1940 tot ultimo

1941 van f 757 tot f 721 millioen gulden, mitsdien
met 4,8 pCt. gedaald.
Minder volledig dan omtrent de ontwikkeling der

hypotheekbanken zijn wij aangaande de institutioneele

beleggers geïnformeerd. Daar ten aanzien van de parti-
culieren uit de tabel betreffende de nieuwe inschrijvingen
blijkt, dat deze voor een vrij constant percentage, het-
welk gedurende de laatste twee jaar wat is toegenomen,

in ‘de nieuwe hypotheken deelnemen en tevens dat het

percentage voor de hypotheekbanken sterk is gestegen,
schijnt voor de institutioneele beleggers de ponclusie

gerechtvaardigd, dat hun aandoel in de’ nieuwe posten
is afgenomen en dar ook zij, evenals de hypotheek-
banken,
1
bovendiën omvangrijke aflossingen hebben moe-
ten aanvaarden, mag men verwachten, dat zij zich een
flinke achteruitgang hunner hypothekenportefeuilles heb-ben moeten getroostôn. Aangaande de levensverzekering-
maatschappijen en spaarkassen is dooi’ ,,Wiebes Jaar-
cijfers” berekend, dat hun belang bij hypotheken in 1941
van f 484 millioen op f 453 millioen is gedaald, welke
daling neerkomt op 6,4 pCt. Van 27 der belangrijkste
spaarbanken is het bedrag der gezamenlijke hypotheken-
portefeuille in hetzelfde jaar van f 70,5 millioen tot f 57,1
millioen teruggeloopen, gelijk i.iit de jaarverslagen dezei’
instellingen blijkt. –
Ten aanzien van de particulieren wezen wij er reeds
op, dat deze over het algemeen een vrij constant aandeel
der nieuwe inschrijvingen voor hun rekening nemen. Om-trent de aflossingen aan particulieren vei’richt is zeer wei-
nig bekend. Het groot aantal royementen maakt evenwel den belangrijken achteruitgang der beleggingen in hypo-

theken voor deze categorie aannemelijk.

‘) De invloed van deze omstandigheid blijkt eenigszi1s uit de
vo]gende tabel.

Nieuwe inschrijvingen van hjpotheken in mitlioenen
guldens
ten
gunste van
Ilyp.-
Andere ban-
Parti-
banken
ken

en

inst.
culicren
Maandgerniddelde
1941

.
7.1
11.0
10.5
Januari
‘1942
……….
6.6
7.5
10.0
Februari
1942
……..
.’
17.6
13.1
9.8
Maart
1942
………..
11.1
16.5

11.8
April
1942
……….

17.6 14.3
13.1
Mei
1942
……….
13.0
14.3
18.9

3 Augustus 1942

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

349

De verklaring voor de gescetste ontwikkeling op de

hypothekenmarkt is niet moeilijk. In de eerste plaats

zijn de hypotheekbanken, verontrust door den grooten
omvang der aflossingen, er in den loop van 1941 meer
en meer toe overgegaan de rente voor nieuwe posten op

het niveau, dat de institutioneele beleggers reeds gedu-

rende geruimen tijd als minimum handhaafden, nl. 4 pCt.,

te brengen. Bovendien moest, om het gestelde doel, de
handhaving der hypothekenportefeuilles, te bereiken,

ook de bij de hypotheekbanken gebruikelijke afsluit-
provisie meer en meer in het gedrang komen en in de

laatste maanden van 1941 ontstond op de hypotheken-
markt de zeer ongebruikelijke situatie, dat de condities
van het meerendeel der hypotheekbanken zich bij die der
institutioneele beleggers geheel hadden aangepast.

De zeer actieve politiek der hypotheekbanken heeft de

beleggingspolitiek der institutioneele beleggers niet be-
invloed in dien zin, dat. zij, getracht hebben door een

renteverlaging hun gebruikelijken voorsprong op de hy-
.potheêkbanken te behouden. Het is begrijpelijk, dat men,
geleerd door de ervaring der enkele jaren geleden zich
manifesteerende ,en nog te juister tijd beteugelde con-

versie-lawine, er niet toe wenschte over te gaan door

voortdurende rente-onderbiedingen de kapitaalmarkt te
helpen ontvrichten Bovendien waren verschillende groe-
pen in hun beleggingsmogelijkheden door de omstandig-
heden beperktl Zoo maakt het jaarverslag over 1941 van
den Nederlandschen Spaarhankbond gewag van geringe
middelen, ,die voor belegging ter beschikking kwamen en
voorzoover investeeringen moesten plaats hebben is
den aangesloten spaarbanken belegging in staatsfondsen
geadviseerd.
De levensverzekeringmaatschappijen en pensioenfond-
sen hebben in 1941 wel gelden voor nieuwe investeeringen
ter beschikking gekregen, doch hiervan moest een• zeer

belangrijk gedeelte voor de beide staatsleeningen worden
bestemd. Afgaande op destijds gemaakte berekeningen
mag worden aangenomen, dat levensverzekeringmaat-
schappijen, particuliere pensioenfondsen, spaarkasonder
nemingen en ‘begrafenisfondsen voor ruim 1125 millioen

in deze leeningen hebben moeten paiticipeeren. Daaren-
boven is ongetw

ijfeld voor belangrijke bedragen vrij-
willig staatsschuld aangekocht, waarvan het bedrag
blijkens een op blz. 77 van de Verzekeringsbode van
17 April genoemde enquête onder de levensverzekering-
maatschappijen, voor deze ondernemingen in 1941 alleen
reeds f 30 millioen heeft beloopen.
De particulieren, wïen uiteraard de organisatie der
verschillende categorieën institutioneele beleggers ont-
brak, hebben zich door de onderlinge concurrentie en die
met andere categorieën beleggers geleidelijk laten brengen
tot verlaging der rentevoeten en in de tweede helft van
1941’en de eerste maanden van 1942 werd meer en meer
particulier geld tegen rentevoelen van 3 pCt. en 31 pCt.
aangeboden.
**
*

liet Ïaat zich aanzien, dat de gebleken toeneming van
het belang van het hypotheekbankwezen bij de nieuwe
hypotheken zooals deze zich tot voor kort
7
onder ingrijpen
van de Overheid reeds krachtig demonstreerde, door de
in de laatste maanden getroffen overheidsmaatregelen,
zooals deze door de dagbladpers voor en na bekend zijn ge-
worden, verder zal worden gestimuleèrd. De fixatie van het
minimum rentepeil van nieuwe hypotheken op 4 pCt., het-
geen alleen voor de particulieren redde beteekenis had,
voorkomt een renteprijsconcurrentie van de zijde der parti-
culiere geldgevers, terwijl voorts de omstandigheid, dat
de institutioneele beleggers zich van hetsluiten van hy: potheken dienen te onthouden, aan de concurrentie van
deze instellingen thans geheel een einde maakt.

Ten slotte mag .volledigheidshalve niet onvermeld
blijven, dat de bovenstaande beschouwing uitsluitend op

de hypotheken op gebouwde eigendommen betrekking

heeft. Omtrent de rentetarieven voor landhypotheken zijn

van de zijde van de Overheid geen wenschen geuit, terwijl
ook alle categorieën geldgevers zich op dit terrein mogen
bewegen. 1-let belang van deze hypotheken voor de hypo-
thekenmarkt is momenteel evenwel gering; van de 1 351

millioen nieuwe inschrijvingen in 1941 betreffen slechts

f 48,5 millioen landposten. Ruim 60 pCt. van dit bedrag
valt toe aan de particulieren; de hypotheekbanken hebben
er practisch geen aandeel in. Het bedrag, thans voor

het agrarisch hypothecair crediet benoodigd, is van te

ondergeschikt belang, dan dat het aspect van de hypo-

thekenmarkt hierdoor kan worden beïnvloed.

Ch. GLASZ.

DE BETEEKENIS DER REORGANISATIE

/

VAN DE OPENBARE

ARBEIDSBEMIDDELING IN NEDERLAND.

In een vorig artikel
1)
werd in groote trekken geschetst,

welke omstandigheden tot de reorganisatie van de open-

bare arbeidsbemiddeling leidden. Thans zullen wij ons bezig houden met den inhoud en de beteekenis van die
in 1940 en 1941 tot stand gekomen reorganisatie.
Bij de reorganisatie der openbare arbeidsbemiddeling,
zooals deze heèft plaatsgevonden, kunnen twee momenten
worden,onderscheiden, namelijk 5 October 1940, waarop
het besluit van den Secretaris-Generaal van het Departe-
nent’ van Sociale Zaken van 24 September 1940, hou-

dende de beschikking, dat dé arbeidsbemiddeling Rijks-
z,ak werd, in het Verordeningenbiad w’erd opgenomen,
en
,
1 Mei 1941, met ingang waarvan de hij vorige be-
sluiten genoemde Gewestelijke •Arbeidsbureaux en bij-
kantoren hun werkzaamheden van de tot op dat moment
nog’ bestaande gemeentelijke ,organen der openbare
arbeidsbemiddeling overnamen. Principieel vond de re-
organisatie met ingang van 5 Octôber 1940 plaats, fei-
telijk met ingang van 1 Mei 1941.
De verordening van 24 September 1940 is niet in, de
pla’ats gekomen van de arbeidsbemiddelingswet 1930,

doch heeft een plaats daarnaast verkregen. Een groot
aantal artikelen dier wçt is wel komen te vervallen, maar
andere van principieele beteekenis zijn blijven bestaan.
De verordening, op zichzelf beschouwd, geeft in een luttel
aantal rtïkelen de contouren aan voor een nieuwe orga-
nisatie. Toch zijn de veranderingen grooter dan men op het

eerste gezicht zou veronderstellen, vandaar de noodzaak,
nauwkeurig na te gaan, welke na de herziening 1940/1941
de juiste beteekenis is van het gehandhaafde artikel 1
der arbeidsbemiddelingswet 1930, houdende de bepaling,
dat onder arbeidsbemiddeling moet worden verstaan:
,,Voortdurende beroeiing met het doel, werkgevers en
werkzoekenden bij het zoeken naar arbeidskrachten en
arbeidsgelegenheid behulpzaam te zijn”.

De interpretatie van a,tikel 1 ‘c’an de arbeidsbem iddelings-

wet
1930.

Wanneer bij het interpreteeren van dit artikel de zgn.
juridisch-dogmatische methode wordt toegepast, is de
beteekenis van dit artikel aan de hand van reeds ge-
publiceerde gegevens vrij eenvoudig te vinden. Men hecht
bij deze methode van wetsinterpretatie nu eenmaal veel
‘waarde aan vaststaande wetenschappelijke juridische

begrippen, zoodat raadpleging van ,,De Arbeidsbemidde-
lingswet 1930 en hare uitvoering” door Th. van Lier,
voldoende uitkomst geeft. In genoemd boek wordt de aan-
dacht gevestigd op het woord ,,voortdurende”, waarmede
te kennen wordt gegeven, dat van arbeidsbemiddeling

‘)
Zie W. van der Mast: ,,Dc voorgeschiedenis van de ntwik-
keling der openbare arbeidsbemiddeling in oorlogstijd’ in ,,Econo-
misch-Statistische Berichten” van 29 Juli 4942.

1
3
7
50

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Augustus 1942

geen sprake is, indien men te doen heeft met ,,een toeval-

lige of op zich zelf staande bemoeiing”, ,,bv. wanneer

de eene werkgever den andere aan een kantoorbediende

helpt of een arbeider zijn werkgever behulpzaam is,

om een of andere arbeidskracht te zoeken” .Arheids-

bemiddeling wil, in dit licht gezien, niet anders

zeggen dan: voortdurende bemoeiingen om bij bestaande

vacatures werkgevers aan geschikt personeel en omge-

keerd werkloozen en andere werkzoekenden, – werkenden,

die van betrekking wenschen te veranderen -, aan pas-

send werk te helpen. Evenwel voor beide groepen met de
restrictie: in zooverre zij daartoe aan het betrokken orgaan

der arbeidsbemiddeling den wensch te kennen geven.

Het initiatief rust hiermede op degenen, die van liet

betrokken overheïdsorgaan wenschen gebruik te maken,

zoodat aan dit orgaan feitelijk een passieve rol is toe-
bedeeld.

Wordt evenw’ei de historisch-politieke methode van

wetsinterpretatie gevolgd, dan zijn de resultaten meer,

evident. 1mmers, de aanhangers dezer methode wenschen

niet alleen het geschreven recht als richtsnoer te aan-

vaarden. Politieke gebeurtenissen en andere op het staat-
kundig erf zich voordoende voorvallen , en ookgewoonten,
zijn naar hun meening van groote heteekenis voor de uit-
legging der wetten. Tusschen het
mOment,
waarop de
wet tot stand is gekomen en het tegenwoordige tijdstip,

kan zooveel zijn gebeurd, dat het dikwijls als onmogelijk

moet worden beschouwd, de vroegere interpretatie te handhaven. Niet in dezen zin, dat men de geschreven

redactie daaraan geheel ondergeschikt maakt, maar wel

zoo, dat de gramaticale interpretatie wordt ingeschakeld in het historisch onderzoek en in het streven, de geheele
wet en de daarmede direct en indirect verband houdende
wetten te doen spreken. Deze methode is Necicrlandsch
en daarom passend om ook hier te worden gebruikt, vooral

omdat zich op liet onderhavige terrein omstandigheden
hebben voorgedaan, die het begrip arbeidsbemiddeling
een geheel anderen inhoud hebben gegeven.
Deze omstandigheden nu zijn:

Bij het ieeds genoemde besluit van den Secretaris-
Generaal van liet Departement van Sociale Zaken van

24 September 1940 zijn van de uit 64 artikelen bestaadde

wet van 1930 niet minder dan 34 artikelen geschrapt
en in de’plaats daarvan 7. nieuwe artikelen opgenomen.
Hoewel aantallen, op zichzelf genomen, weinig zeggen,
kan, waar het aantal vervallen artikelen in het, onder-
havige geval zelfs meer dan de helft bedraagt, gevoegelijk

worden opgemerkt, dat het zwaartepunt niet meer in de wet, doch in het betrokken besluit is gelegen;
In den 1oop der vorige tien jaren heeft zich in de
publieke belangstelling een wijziging ten gunste van de
openbare arbeidsbemiddeling v5ltrokken, hetgeen mede

als vrucht kan worden beschouwd van een in belang-

hebbende kringen ontstane studielust, welke zich uitte

in goed gedocumenteerde prae-adviezen en dissertaties. Flierin is meermalen – en niet het minst uit een oogpunt om daarmede vooral het bedrijfsie_ven te dienen – aan-
gedrongen op een reorganisatie der arbeidsbemiddeling;
Belangrijke uitspraken en in interviews bekend ge-

maakte opvattingen van daartoe hevoegde hoogere be-
stuursambtenaren, waaronder in zeer bijzonderen zin

moet worden genoemd de door den reeds eerder genoem-
den Secretaris-Generaal gedane mededeeling, dat aan het
Rijksarbeidsbureau (cle nieuwe benaming van het geheele
apparaat, waaraan de bemiddeling is, opgedragen) niet
alleen de tot dusrerre uitgeoefende arbeidsbemiddeling,

maar ook anderebelangrijke sociale taken zuilen worden
opgedragen (werkloosheidsverzekeri ng, steunverleening,
arbeidsboek);

cl.
Men heeft, blijkbaar omde band met het verleden
niet geheel te verliezen, er de voorkeur aan gegeven,
om nret de geheele wet 1930 door een nieuw

besluit te
doen vervangen, doch zoover als dit mogelijk was, oude

artikelen dezer wet,
wo.
oote artikel 1, te doen handhaven.

liet urbedsboek.

Wanneer dan ook nu moet worden getracht een inter

pretatie te geven van artikel 1 der wet 1930, bezien in liet
licht der jongste wetswijzigingen, kan het niet anders,
of men moet zich nauwkeurig rekenschap geven van de

beteekenis der sociale taken, zoowel afzonderlijk als in hun

onderling verband, welke in de naaste of meer verwijderde

toekomst aan het Rijksarbeidsbureau zullen worden op-

gedragen,en die beteekenis moet dan ook worden gezien

in verband met de hierover gegeven officieele uitspraken.

In het besluit van 24 September 1940 wordt over de

invoering van een arheidsboek niet gerept, tbch is meer-

malen hierover gesproken en het is een bekend feit,
dat men aan het Departement daarmede doende is. Deze

omstandigheid is van de grootste beteekenis. Immers,

wanneer iedere(n) arbeider(ster), zoowel de werkende als
de werklooze, in het bezit wordt gesteld van een arbeids-

boek, dat alleen onder zijn (haar) berusting is, wnneer

hij (zij) zonder werk is, dan is het duidelijk, dat niet
alleen in liet registreeren van het verlaten en aanvaarden

van betrekkingen een overzichtelijke orde is gekomen,
maar bovendien wordt aan de betrokken overheidsin-

stantie over alle gegevens, de arbeidsmarkt betreffende,
de beschikking gegeven. Door middel van een goed opge-

bouwde administratie van het arbeidsboek’ is men in de
gelegenheid, op korten termijn over gegevens te beschik-

ken betreffende cle situatie vanhet arheidsbestel. 1-Toe-

velen werken er, en in welken bedrijfstak? lloevelen zijn

er zonder werk en in welken bedrijfstak bestaat dit euvel?
Deze vragen kunnen dan alle nauwkeurig worden be-antwoord. Uit dien hoofde wordt liet arbeidsboek dan
ook een docurnentair gegeven van den eersten rang,

waaraan ongetwijfeld een grootere beteekenis moet worden
toegekend dan de behoefte om de tot op heden ge-

voerde arbeidsbemiddeling van eenige meerdere gegevens

te voorzien. Bovendien is niet alleen het overzicht op

korten termijn van belang, van grooter gewicht is nog,
het materiaal beschikbaar te hebben om -gedurende
een bepaalde periode een overzicht te verkrijgen van

het verloop in de arbeidsbezetting van liet geheele

economische leven, welk overzicht in details kan worden
weergegeven. Welke richting valt in de ontwikkeling
van het geheele bedrijfsleven of in zijn afzonderlijke be-
drijfstakken te bespeuren? Dat is de studie, waartoe de
administratie van het arbeidsboek de gelegenheid biedt

en dat wordt in de eerste plaats de taak van de sociaal-
economische afdeelingen van het Rij ksarbeidsbureau

en de Gewestelijke Arbeidsbureaux. Dan wordt tevens
duidelijk, wat liet Rijksarbeidsbureau in zijn afdeeling
arbeidsbemiddeling zich als ideaal moet stellen, nl. het
verleenen van bemiddeling bij het tot stand brengen van

een zoo efficiënt mogelijke aanwending van de in ons

land beschikbare en beschikbaar komende arbeids-

krachten. ‘

VoorUchting bij beroepskeuze.

Een andere taak, welke aan het Rijksarheidsbureau
zal worden gegeven en die hiermede nauw samenhangt,
noemt de verordening zelf, nl. de voorlichting hij beroeps-
keuze
.
5
T ot op lieden geschiedt deze voorlichting door
enkele gemeentelijke

en een grooter aantal particuliere
hureaux. Overneming van deze taak door de Gewestelijke
Arbeidsbureaux wil zeggen, dat de grondslag is gelegd voor een meer effectieve samenwerking met de andere
afdeelingen van de arbeidsbureaux. Dit laatste is noodig,
omdat voorlichting bij beroepskeuze niet tweeëriei ge-
zichtspunt heeft rekening te houden, nl. de geaardheid
van de(n) pupil en de mogelijkheden van het bedrijfs-
leven. Dit zal slechts mogelijk zijn door te streven naar liet verwerven van een zoo uitgebreid mogelijke kennis
omtrent het bedrijfsleven en liet zoo goed- mogelijk ana-

5iugusts 192

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

351

lyseer$n der behoefte aan werkkrachten in de naaste
toekomst.

Andere taken nan het Rijksarbeidsb w’eau.

Blijkens de redactie van het reeds eenige iialen e-

noemde besluit van 24 September 1940 is ook aan het
Rijksarbeidsbureau opgedragen de bemiddeling voor het

verkrijgen van een gelegenheid om vakkennis op te doen

(o..a.. centrale werkplaats en cursussen ioor vakonderwijs),

terwijl intusschen ook reeds de bemiddeling voor de
werkverruiming naar het nieuw
,
gevormde bureau is
overgegaan. Rekening houdende met de vooruitzichten
in het bedrijfsleven kan het vraagstuk der werkloosheid
op de juiste wijze zijn oplossing vinden. Scholing en her-

scholing zijn de onmisbare hulpmiddelen om de te ver-

wachten openkomende plaatsen te bezetten. En mocht het maatschappelijk leven op bepaalde momenten een

depressie doormaken, welke niet door van overheidswege
te treffen maatregelen kan ijorden voorkomen, dan zal

de periode ‘der werkloosheid moeten worden overbrugd

door plaatsing in de werkverruiming, die dan georganiseerd

zal moeten worden als een elastische reserve van maat-
schappelijk nuttige arbeidstaken, waarvan de omvang
kan worden aangepast aan het beschikbare aantal werk-
loozen op elk oogenblik en, waar deze opzet tekort schiet,
door geldelijke ondersteuning. Aangezien reeds meer-

malen uitgesproken is, dat ook de geldelijke ondersteuning
aan het Rijksarheidsbure’au zal worden overgedragen,
blijkt, dat binnen korteren of langeren’tijd door dit Bu-
reau zal worden beschikt over alle middelen, weike rede-
lijkerwijze voor het aan liet werk houden en brengen

van het grootste belangzijn, terwijl juist het feit van de
mogelijkheid tot ondersteuning in geld of wel in natura

de prikkel is, om met alle energie ernaar te streven de
werkloosheid zoo gering mogelijk te doen zijn.

Uit het bovenstaandç blijkt, dat de tegen%voordige

beteekenis van art: 1 der arbeidshemiddelingsw’et 1930
aanzienlijk is uitgebreid en dat het accent is verlegd
2
).
In een s]otartikel zal de werkwijze en de organisatie
van de arbeidsbureaux wordèn behandeld.

W. v. d. MAST.

) In dit verband zij tevens de aandacht gevestigd op ,,Inleiding
tot liet ArbeidSreclit’ door Dr. F. J. 1-1. M. van der Ven, alwaar op
pag. 68169 dc volgende toelichting op het begrip arbeidsbemidde-
ling wordt gegeven,, Hoewel de omschrijving van wat ond&r
arbeidsbemiddeling verstaan wordt, niet gewijzig(l is, zal dit nieuwe
orgaan van ecn geheel anderen geest bczield zijn; het ial hij dc
bemiddeling veel meer acuef en leiclenci’ op gaan treden clan de vroegere arheidsbeurs, die niet veel meer dan een makelaarskan-
toor was, deed”.

BELEGGINGSRISICO EN INKOMSTEN-

BELASTING.

In een artikel over beleggingsvragen in ,,E-S.B.” van
8 Juli bespreekt de.heer W. J. van de Woestijne de ver-
liezen, waaraan de belegger, ook bij prima investaerïngen,
zelden ontkomt. De schr. merkt hierbij op, dat tegenover
die verliezen baten staami (rente en interest), waaruit ze
kunnen worden goedgemaakt.

Het schijnt mij goed om, nu dit onderwerp ter sprake
komt, er eens op te wijzen, dat die baten dan ook niet
voor 100 pCt. als
inkomen
kunnen worden aangemerkt,
zooa]s in liet belastingrecht velal geschiedt.
Immers inkomen is hetgeen men kan verteren zonder
vermogensi ntering.

Terecht is door de economisten vanouds bij de rente
onderscheid gemaakt tusschen de eigenlijke rente, d.i.
de vergoeding voor liet tijdelijk aan een ander afstaan van
geldkapitaal, en de risicopremie, welke bij uitleening aan
minder soliede ‘ci’edietnemers .tot uitdrukking komt in
een hooger fentepercentage, doch welke bij
iedere
crediet
verleening aanwezig is.

Alleen die eigenlijke rente
is
inkomen,
want een risico-,
premie strekt tot dekking van verliezen en behooi’t dus
niet
te worden verteerd, ook niet door de Overheid.
Dat bij de inkomstenbelasting ook van dat deel van het

inkomen belasting wordt geheven als ware het inkomen,
is te bedenkelijker naar gelang het heffingspercentage
hooger wordt. Bedenkelijk ook, omdat het publiek, de
verkeerdheid van liet fiscale inkomensbegrip niet steeds

doorziende, daardoor wordt opgevoéd in de onjuiste en

ook uit algemeen oogpunt schadelijke gedachte, dat het-
geen de fiscus van het door dezen vastgestelde inkomen

overlaat, dan ook 1.00r den belastingschuldige verder
ten volle voor vertering beschikbaar is. Hoewel toch veelal
een belangrijk deel ervan behoort te iorden aangewend
tot het dekken van verliezen, waaraan, als ‘gezegd, d
9

belegger nu eenmaal zelden blijvend ontkomt.

W. C. Mees R.Azn,
‘t

AANTEEKENINGEN.

DE ECONOMISCHE TOESTAND VAN ZW’EDEN OEDURENIE.
HET TWEEDE
KVA14TAAL VAN 1942.

Aan liet kwartaalbericht van de ,,Skandinaviska Ban-
ken”, dat in Juli werd uitgegeven, ontleenen wij de vol-gende mededeelingen’ over den economischen toestand
van Zweden.

Het edonomische leven van Zweden aan het einde van
het dei’de jaar van den oorlog wordt gekenmerkt door
het steeds sterker naar voren komen van tekorten. Zoo-

lang er productie- en arheidsreserves ter beschikking
stonden, kon de achteruitgang in den aanvoer van buiten-

landsche grondstoffen en brandstoffen tot op groote lioogte
door een vermeerdering van de inheemsche voortbrenging
worden goedgemaakt, zij het dan ook, dt het rendement
hierdoor reeds een ki’achtige daling ondervo’nd. Nu echter
de beschibare pi’oductiemiddelen uit de bedrijfstakken,
waar zij nog overvloedig voorhanden waren, langzamer-
hand naar de bedrijfstakken, die daaraan behoefte hadden,
zijn overgebracht, is de Zweedsche volkshuishouding in
een nieuwe phase gekomen. 1-let schijnt, dat een tekort
aan’arbeidskrachten voor de naaste toekomst het centrale
economisch6 probleem zal worden en dat liet zal afhangen
van de mogelijkheid tot oplossing van dit probleem, in
hoeverre de industrieele productie en de voorziening met
levensmiddelen zal kunnen worden gehandhaafd.
De toeneming van het gebrek aan arbeidskrachten
hangt samen met de sterke vermindering van den.invoer

van fossiele brandstoffen. De daardoor noodzakelijk ge-
worden verliooging van de houtwinning wordt echter
steeds moeilijker bereikbaar, daar ook de landbouw, de
verveening en de bouwbedrijvigheid groote behoefte aan
arbeidskrachten hebben. Waarschijnlijk zal het afwegen
van de belangrijkheid van de behoeftet der verschillende
bedrijfstakken in de naaste toekomst een der voornaamste taken der leidende instanties zijn.

Desondanks ontbreken in de economischd positie van
Zw’eden gedurende het eerste halfjaar van 1942 de licht-
puntèn niet. De industrieele productie is nog niet in
vergaande mate beïnvloed door gebrek aan brandstof ôf
arbeiders; zij handhaaft zich, in,het a]gemeen gesprokeh,
goed. 1-let programma voor den woningbouw in 1942 is
tweemaal oo hoog afs dat voor 1941, toen liet aantal
gebouwde woningen echter zeer laag was. 1-let schijnt,
dat de voor çlit programma vereischte materialen, trans-
portmiddelen en werkkrachten ter beschikking staan.

Een ander gunstig puntis, dat de oögstvooruitzichten
gedurende ded laatsten tijd aanzienlijk beter zijn geworden.
De industrieele noortbren ging.

In tegenstelling tot de ontwikkeling gedurende de bèide
voorafgaande jaren, toonde de industrieele productie
in den loop van 1942 een lichte verbetering. Deze ver-

11

352

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Augustus 1942

hetering van het algemeene indexcijfer is in hoofdzaak ii’et

gevolg van een toeneming van den omvang der productie

in de machine-, textiel- en confectie-industrie, evenals tot op zekere hoogte in de met den hoschbouw samen-

hangende nijverheid.

Het hooge productiepeil van cle machine-industrie hangt

samen met den verminderden invoer van machine, terwijl
tegelijkertijd do bewapening en de vervaardiging van ver-

vanginsproducten de binnenlandsche vraag naar werk-
tuigmachines doen toenemen. Werktuigmachines, waar-

onder ook machines voor de metaal- en houtbewerkings-

industrie, worden in toenemende mate binnenslands

verraardigd, waardoor de investeeringsbedrijvigheid op hoog peiLkan worden gehouden. Wat betreft de textiel-

industrie, kan men sedert de jaarsw’isseling een duidelijke

verhooging der productie constateeren. De ontwikkeling der voortbrenging in de industrie van houtpulp en papier

hangt ten nauwste samen met de voorthrenging van
,,Futterzellulose”. Er is een overeenkomstgesloten tusschen

de Staat en de organisatie van celstof-verwerkende indus-

trieën, waarbij een productie van 505.000 ton ,,Futter-

zellulose”.gedurende de periode van 1 Juli 1942 tot 1 Juli
‘1943 in uitzicht wordt gesteld. De Staat behoudt zich

daarbij echter het recht voor, de in het contract vast-

gelegde hoeveelheid met-25 pCt. te verhoogen of te ver-
lagen, al naar de oogst uitvalt. Bij de toewijzing van grond-

stof nemen de kunstzijdefabrikanten een uitzonderlijke

positie in, daar de Regeering liet niet verantwoord- achtte

om het tekort aan grondstof van invloed te doen zijn

op de vôortbrênging van een product, dat als uitvoer-
product de mogelijkheid van belangrijke tegenwaarden
in den invoer schept. Behalve de sterke verhooging van
de vraag naar brandhout heeft dus ook de stijging van de

,Futterzellulose”productie de grondstofvoorziening der
eigenlijke ce]stofindustrie bemoeilijkt. Men kan de ge-

zamenlijke behoefte aan hout van deze industrie voor
1942 op 13 millioen m
3
stellen, een bedrag dat nog met 2m
3

moet worden vermeerderd, wanneer men de aanulling

van de zeer gedaalde fabrieksvoorraden in de rekening

betrekt. Tot ‘den Süsten April 1942 was echter ternauwer-

nood de helft van de vereischte hoeveelheid hout voor de
industrie ter beschikking gekomen. De ongunstige weers-
…omstandigheden gedurende den afgeloopen winter en de
schaarschte aan arbeidskrachten waren hiervan de voor-
naamste ooizaken. De toestand wordt nog meer bemoei-

lijkt door een verzoek van de brandstofcommissie aan de celstoffabrieken om ovei’ 25 p(t. der door deze fabrieken

in den loop van den winter gekochte hoeveelheid hout te
mogen beschikken. Onder deze omstandigheden betwijfelt
men, of de industrie kans zal zien haar levering van

grondstof voor cle kunstzijde-industrie op de normale
hoogte te handhaven.

De boschbour.

De directe aanleiding voor de onvoldoende voorziening
der houtindustrie is vooral deze, dat men als eerste
taak de vobrziening van de industrie met brandhout
heeft beschouwd. Het kappen van hout h
9
eft gedurende
dit jaar ongeveer op hetzelfdé peil plaatsgevonden als het
afgeloopen jaar, zoodat men bij het winningsprogramma
tèn achter is gebleven. De vooruitzichten voor de volgende
kapcampagne zijn nog slechter. Daar verwacht wordt,
dat de invoer van kolen en cokes eveneens bij het vorige jaar zal achterblijven, is het programma voor de winning
van brandhout uitgebreid. Daarnaast zal ook de winning
van turf belangrijk worden vergroot. In den loop van
het jaar moet de productie van machineturf een millioen
ton bedragen.tegen 400.000 ton in 1941. Deze uitbreiding
van de productie van brandhout en turf zal verscheidene
tienduizenden arbeiders voor zich opeischen.
De meest recente cijfers van de commissie voor de
arbeidsmarkt duiden de schaarschte aan arbeiders in
den boschbouw aan. Tusschen den lsten April en den

lsten Mei daalde het aantal boscharbeiders van 90.000
tot 46.000, terwijl tegelijkertijd werd vermeld, dat er een

stijging van de additioneele behoefte aan arbeiders bestond

van 14.000 tot 25.000 man. Ook de landbouw vraagt dit
jaar meer verkkrachten. Voegt men daar nog hij, dat de

houwbedrijvigheid ongeveer 20.000 arbeiders’zal moeten

opnemen, dan is het duidelijk, dat de arheidssituatie ern-
stig is. Dit klemt te meer, daar ook in de industrie de

werkgelegenheid gedurende de laatste maanden is toege-

nomen; in de metaal- en machinenijverheid ondervindt

men een steeds grooter wordend gebrek aan geschoolde
krachten.

Bijzondere maatregelen ter voorkoming van het weg-
lokken van arbeiders van het platteland naai’ de bouw-

bedrijvigheid zijn genomen. Eveneens zijn maatregelen

genomen om te voorkomen, dat de turfproducenten zonder

officieele toestemming landarbeiders in dienst nemen.

Verder heeft de commissie voor de arbeidsmarkt akn
de houtverwerkende in,dustrie gevraagd om 10 pCt. van

haar personeelsterkte ter beschikking van de houtwinning te stellen.

De oogswooruitziehen.

Sedert de tweede helft van Mei is ir de oogstvooruit-
zichten een verandering ten goede waar te nemen geweest.

In het eerste oogstrapport over 1942 worden de vooruit-
zichten voor de wintertarwe met het cijfer 2,3 (aanzienlijk
minder dan gemiddeld goede oogst), die voor winterrogge

en hooi op cultuurgronden met 3,1, respectievelijk 3,9
(gemiddeld goede oogst) aangegeven. De cijfers liggen

bèlangrijk boven de overeenkoistige cijfers voor 1941. Het
gevolg van de verbetering der vooruitzichten wat betreft
de voederproducten voor dit jaar heeft als onmiddellijk gevolg een vermindering in de vleeschvoorziening. De

cijfers van de slachting “an vleesch gedurende de laatste

maanden wijzen op een daling in de levering van
vleesch tot ongeveer de helft van het .vooroorlogsche peil.

Zelfs vergèleken bij het vorig jaar is de daling tamelijk

opvallend. De voortbrenging van eieren was in vergelijking

met de overeenkomstige periode van-1941 gedurende de
eerste vijf maanden van 1942 met de helft gedaald. Daar-
entegen geven de omzetten van consumptïemelk een ver-
meerdering met 40 pCt. ten opzichte van ht vorige jaar
te zien. De binnenlandsche verbouw -van ‘olieleverende
gewassen dekt op het oogenblik ongeveer 10 pCt. van het
Zweedsche margarineverbruik en een snelle stijging iste
verwachten.

De butenlandsche handel.
Ook na het smelten van het ijs heeft de buitenlandsche
handel nog een zwakke ontwikkeling getoond. De waarde

van den invoer gedurende het tijdvak Januari—Mei 1942
beliep ongeveel- 5/6 van de invoerwaarde voor deze zelfde
periode in het vorige jaar.
De sterke vermindering van den invoer is gepaard ge-gaan met een vermindering van den uitvoer; deze laatste
was echter minder krachtig, zoodat per saldo het invoer-
overschot het kleinste is sedert 1938. De voorgenomen versterking der buitenlandsche handelsbetrekkingen on-‘
dervindt groote moeilijkheden. Er zijn echter overeenkom-sten met enkele landen tot stand gekomen, in het bijzondei’
met Finland en Frankrijk. Het handelsverdrag met Fin-

land voorziet in een uitgebreide credietverleening, welke gedeeltelijk zal plaats hebben in den vorm van Deensche
levering van voedingsmiddelen aan l’inland, wellte zullen
worden betaald met Zveedschen uitvoer van goederen
naar Denemarken.
Het vrijgeleide-verkeer via Gothenburg is ten volle ge-
ha,idhaafd. Gedurende het eerste kwartaal van 1942
kwamen 15 schepen in Zweden aan, welke goederen ver- –
voerden tot een totaal bedrag van 53.000.000 Kr.; evenzoo-
vele schepen verlieten het land met een lading goederen
tot een totale waarde van 48.000.000 Kr. In het algemeen
gesproken bestond 2/3 der import-ladingen uit voedings-

. ..”’e

5 Augustus 1942

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

353

middelen

en 1/3 uit industrieele grondstoffen van ver-
schillenden aard.

Loop der prijzen
1
).

Tenslotte gven wij hier eenige mededeelingen weer

over de beweging der prijzen. Tot aan het einde van Juni

is de stijging der prijzen gedurende 1942 binnen beperkte
grenzen gebleven.

Zij is minder scherp geveest dan gedurende dezelfde

periode in 1940 en 1941. Desondanks is het gevaar van

een voortgaande depreciatie van de geidswaarde opnieuw,

in het brandpunt der belangstelling gekomen. De reden

hiervan is, dat de naaste toekomst door de verantwoorde-lijke instanties klaarblijkelijk pessimistisch wordt beoor-
deeld. De loontoeslagen zullen dit jaar hooger en grooter
in omvang zijn dan verleden jaar, terwijl daarnaast door

de industrieën die gebrek aan arbeidskrachten hebben

hoogere accooidloonen zullen worden betaald. Daaren-‘
boven zal de toeneming der werkgelegenheid in een aantal
bedrijfstakken een verhooging van de totale koopkracht
met zich brengen, zonder dat hiertegenover een evenredige

verhooging van de voor het verbruik beschikbare hoeveel-
heid goederen staat. Eenzelfde uitwerking zal de toe-
neming van de Zveedsche credieten aan het buitenland
hebben.

Met het oog op deze beweging kan men een verscherping
van de prijsbeheersching verwachten. De met de prijs-
beheersching belaste instantie heeft

onlangs een verkla-

ring uitgegeven, waarin de nadruk werd gelegd op de
noodzaak van een sche’rper begrensde loon- en prijspolitiek.
1-Jet onderzoek naar de balansen van een aantal belangrijke
ondernemingen, wijst erop, dat men van plan is, de wir’sten
der ondernemingen, waar mogelijk, te beperken. In ver-
band met het bovensta.ande geve’n wij ncg het beloop
van den index der aandeelenkoersen gedurende de,laatste
maanden weer.

..-.

De nieuwe regeling aan de Kamers aan Koophandel en
Fabrieken door Mr. W. F. Lichtenauer (‘s-Gravénhagc

1942; Drukkerij C. Blommendaal N.V. 95 blz.).

Het ,,Besluit op de Kamers van Koophandel en Fa-

brieken” toe te lichten is de voornaamste taak van dit

boekje. Dit is inderdaad gelukt. Hier is een handleiding ter beschikking gesteld, welke, ook technisch; wel ver-

zorgd is. Het betreffende besluit is als bijlage opgenomen,

evenals het Uitvoeringsbesluit van 31 Maart jI. Daarnaast

bevat het boekje een uitvoerig register, een lijst van aan-

gehaalde wetten en besluiten. De indeeling van den in-

houd is zeer overzichtelijk, de tekst zelve helder, duidelijk
en getuigend van groote kennis ter zake.

Handleiding aoor de toe pdssing aan de inkomsten- en loon-

belasting op leaens- en pensioenae’zekerin gen
door
H. G. 1-lagelen. Aanvullingen en wijzigingen Januari
en April 1942. ,(‘s-Gravenhage 1942;

Moorman’s
Periodieke Pers N.V. Prijsf 0.78; 63 blz.).

Drie belastingen op het bedrijf 1942. Ondernemingsbe-
lasting, Vennootschapsbelasting en Vermogensbe-

lasting 1942, toegelicht door den fiscalen medewerker

van het weekblad ,,De Zakenwereld”. Deel 1:
De
Ondernerningsbelasting,
met volledigen tekst derVer-
ordening (Amsterdam 1942; N.V. Nederlandsche
Uitgeverij ,,Opbouw”. Prijs deel l f 0.75; deel II:

fl.50; 1 en II samen fl.90; 53 blz.). –

Departement aan Sociale Zaken.
Verrichtingen in het
tijdvak Mei 1940 tot en met Dec. 1941. (‘s-Graven-
hage 1942; Rijksuitgeverij. Prijs f 0.75; 63 blz.).

Idé3 en gedaante aan het Groot Duitsche
1
Rijk
door Dr. juF.
Dr. phil. Kurt 0. Rabl. Ingeleid door Prof. Mr. Dr.
Jhr. D. G. Rengers Hora Siccama (‘s-Gravenhage
1942; Uitgeverij de Schouw; 158 blz.).

BROCHURE

Binnenl. industrie ………….134 148 147 168
164
171 168 169
Overige industrie ………….128 155 157 179 170 186 192 184
Waarvan oxporteerencle con-

.

structiebedrijven

…………
133 161 170 192 185 193 194 181
Andere met inbegrip ijzer- en
staalindustrie
…………….
130 170 156 182 174 195 200 202
Houtwaren en cellulose-industrie 104 119 122 136 127 145 148 144
1-lout- en ijzerinclustrie
……….
196 211 223 250 237 262 268 260
Banken
…………………
127 156,147 169 164 175,169 170

Uit deze cijfers blijkt, dat in het begin van’het jaar op
de aandeelenmarkt een behoorlijke verhooging.der koersen viel waar te nemen. In het begin van Mei is in deze tendens
echter een kentering gekomen, zoodat aan het einde van
Juni de aandeelenkoersen ongeveer 3 pCt. beneden het
hoogste peil, dat werd bereikt in de derde week van April,
lagen.

‘) Men vergelijke voor deze problemen de artikelen.,, De ont-
wikkeling van de Zweedsche geldmarkt onder invlocl van het
oorlogsgcbeuren” en Prijzen en priiscontrôle” door J. Ph. van Ou-
werkerk in ,,Economiscls-Statistiscllc Berichten”, resp. van 10
Juni en 1 Juli 1942.

ONTVANGEN BOEKEN, BROCHURES
EN STATISTIEKEN.

BOEKEN

De voorzieningen van het Rijk met betrekking tot de
gemeentefinanciën. Reeks van toelichtingen onder
leiding van Mr. H. W. J. Mulder en A. Vogel. Deel 111:
liet besluit op de Ondei’nerningsbelasting
1942 (No. 50/
1942) door Dr. M. J. Prinsen (Alphe’n aan den Rijn 1942; N. Samsom N.V. Prijs f 1.90; 89 blz.).

Statistiek aoor het Smedenbedrijf. Boekjaar 1940 (‘s-Graven-
hage 1942; Stichting Economisch Instituut voor den
Middenstand; 20 blz.). ,

Het ,,Economisch Instituut voor den Middenstand”
heeft, ditmaal in ‘itauwe samenwerking met den Rijks-
nijverheidsdienst, haar nuttig werk voortgezet met de
publicatie van een statistiek voor het smedenbedrijf,
boekjaar 1940. Het eerst opvallende is het gebrek aan•
medewerking, en gebrek aan inzicht mag men wel zeggen,
van de meeste leden der bedrijfstak. Op 4000 formulieren
werden 190 antwoorden ontvangen, waarvan. 78 bruik-bare. Met behulp van deze antwoorden is men er echter in geslaagd een zeer bruikbaar rapport samen te stellen.
Een splitsing der gegevens voor verschillende omzet-
groepen naar directe en indirecte kosten is ondernomen,
terwijl eveneens het economisch resultaat is berekend.
1-let blijkt daarbij, dat 11et smidsbedrijf, naar verschillende
kenmerken, tot de kleine ambachtsbedrijven gerekend
moet worden. Informatief is ook het hoofdstuk, gewijd
aan de calculatie, waarbij het opslagpercentage ter dekking
van de indirecte kosten zeer uiteenlôopend blijkt te zijn.
Verschillende wenken worden dienaangaande gegeven.
Ook halr zal het Instituut voor den Middenstand nog wel
lang op hetzelfde aambeeld moeten hameren.

STATISTIEK

Dist,’ibutiekosten-statistiek aan de grossierderij
in koloniale
waren en aanverwante artikelen 1940-1941. Cen-
traal Bureau voor de Statistiek (‘s-Gravenhage 1942;
Rijksuitgeverij; 53 blz).

354

ECONOMISCH-STATISTISChE BERICHTEN

5 Augustus1942

OVERI-IEIDSMAATREGELEN OP


ECONOMISCH GEBIED.

HANDEL EN NIJVERHEID.

Arbehlszakcn. Vaststefling van een bindende regeling

voor arbeidsvoorwaarden in het carrosserie- en wagen-

bouwbedrijf. (E; V. 24/7/’42, pag. 927; Stct. No. 137).

1)istributie. Wijziging van de Distributieregelings-

beschikkiiig inzake het optreden tegen overtredingen op

dit gebied. (E. V. 24/7/’42, pag. 925; Stct. No. 138).

Handel. Nadere mededeeling inzake het vervoer van
groenten en fruit. (E. V. 24/7/’42, pag. 926).

Hout. Aanvulling op de Houtbeschikking 1941 No. 1,

waarbij gerooide stokken en stronken onder het begrip

hout en nog niet gerooide stobben en stronken onder het

begrip hout op stam vallen. (E. V. 24/7/’42, pag. 927;

Stct. No. 138).
Industrie. Verwerkingsverbod van aardewerktegels tot
siertegels. (E. V. 24/7/’42, pag. 926).

Organisatie Bedrijfsleven. Instelling van de vakgroep
Detdilhandel in bloemen en planten. (E. V. 24/7/’42, pag.
925; Stct. No. 137).

LANDBOUW EN VOEDSELVOORZIENING.

– Aardappelen. Verbod van aflevering van goedgekeurde

pootaardappelen voor consumptiedoeleinden. (E.V.
3/7/’42, pag. 833; Stct. No. 124).

Gras, Klaver en Lnccrne. Beperkende bepalingen inzake

het verwerken en verhandelen van gras, klaver en lucerne.

(E.V. 10/7/’42, pag. 867/68; Stct. No. 126).

Heffingen. De hereidingsheffing voor vischmeel en ge-

droogde vischjes is thans. vervallen. Instelling van een

heffing bij het koopen. van haver voor voedering van
eigen dieren. (E.V. 10/7/’42, pag. 867; Stct. No. 138).

Hooi. Regeling inzake inlevering van een bepaalde hoe-

veelheid hooi van den oogst 1942. (E.V. 3/7/’42, pag. 833).

Kweekersbesluit. Afkondiging van een aantal beschik-

kingen ter uitvoering van het Kweekersbesluit 1941. (E.Y.
3/7/’42, pag. 832; Stct. No. 129).
Pacht. Afkondiging van het tarief voor de beslissingen

•van de Centrale Grondkamer. (E.V. 10/7/’42, pag. 867;
Stct. No. 125).

Pluimvee en Eieren.
Instelling van een zgn. ,,Hoofdbe-
drijfschap voor Pluimvee en Eieren”, waarbij taak en

MAANDCIJFERS,
INDEXCIJÏ’ElIS VAN NEDERLANDSCHE AANDEELEN (Centraal Bureau voor de StatIstIek).

(Men zie voor de wijze van berekening der indexcijfers het Maandschrift van het C.B.S. van Maart 1925, blz. 355 e.v. en

30 April 1937, blz. 605 e.v. De lijst der fondsen, uit welker noteering de indexcijfers worden berekend, ligt ter inzage op

het Centraal Bureau voor de Statistiék).

De tusschen haakjes geplaatste cijfers geven het aantal fondsen aan, waaruit het indexcijfer berekend is.

1930= 100

4?..

2

(29)

‘,.

(22)

‘n

‘(51)
(6)

.u.-

(6)

.

(1)

0,44)1

(5)

.0
.

.

(7)


.0


(4)

4)
.0
Q4)44
.5o0

(29)

E

(100)’
(15)

100 100
100 100 100
100 100
,100
100 100 100 100 100
100
1931
72
76
74
86
55 57
51
63
51
68 65
66
70 59
1932
44
55
49 64 30
37
32
86 29
39
46
41
46 39
1933
51
59 54
72
.

26
44
34
85
45
88
59
49
-62
36
1934
50
66
57
68
21
42
34 28 73
41 69 58
55
34

1930

……..

1935
46
67
.

55
75

21
47
38
34
80
48
65 60
55
37
1936
52 76
64
80
38
79
44
42
109
70
78
79
66
62
85
108
95
103
113
108
70
64
209
92
107 120
104
76
1938
84
.

40

105
93
99 98 90 57 56
145
81
94
98
96
54

1937

……..

1939
86
100
92 80 94
79
45
63
182
53 84
86
90
56
1941

)

….
154 146
91
139
72
74
75
192
15
.101
110
129

Jan. 1941
126.2
139.2 131.8
85.9 134.1
70.8 61.8
77.6
186.2
70.6
93.4
106.4
120.0
69.7
Febr.
120.8 138.4 126.2
#84.1
125.3
62.0
56.7
69.6 169.9
64.9
89.4
97.6
113.4
63.4
Mrt.
123.0

..

135.8 128.5
82.1
125.6
60.0
56.8
69.9
174.0
64.9 90.7
99.0
115.1
63.8
April
134.3 151.7 141.8
87.1
133.7 70.6 68.8 78.9 189.3 75.3 100.7
109.5
126.5
57.1
Mei
130.2
146.2
187.1
88.3
128.6
64.7
67.6
74.5
181.3
72.4
100.1
105.2
121.6

Juni
127.1 141.1 133.1
85.5
124.8

66.9
68.1
169.4
70.4 97.8
99.0
1173

Juli
136.9
150.2
142.8
87.7
133.7
65.8
74.8
72.5
186.2
76.0
99.1
106.4 125.6

Aug.

.
147.0
160.8 152.7
92.2
144.9
71.2 79.2
75.4 195.2
77.9
100.2
110.9
188.6

Sept.

,,

.
154.1
170.7 161.3
96.8
156.3
84.1
89.1 81.4
218.2
85.2
106.0
122.1
143.0

Oct.
150.2
166.8
157.4
96.3
154.7
‘ 84.1
84.5
82.0 218.2
85.1
112.0
123.5
141.1

Nov.
161.4
176.6.
167.9
99.6 161.9
89.5
90.3 85.3
‘229.5
89.3
121.2 130.4
‘149.9

Dec..
168.6 177.9 169.8 103.4
139.6
76.0
91.3
67.9
186.5
72.3
103.8
105.5
142.8

Jan. 1942
160.4
174.5
166.4
103.6
127.2
65.8
89.5 53.7
127.1
49.0 78.7
76.2
131.6

Febr.
157.5 170.5
163.1
107.1
118.5
60.9
85.4 46.2
101.5
41.4
70.3.
63.1
145.5

Maart
154.4
168.5 160.5 104.9 112.7 62.3
84.2 43.9
06.1
41.8
61.3
62.3
123.1

April
167.1
176.9
171.4
107.9 133.2
79.0
93.5
50.5 126.3
49.7
73.7,
73.6
134.6

Mei
159.0 169.3
163.4 101.4
133.3
79:5
90.3 48.0
122.6
47.8
.

72.0 70.7 128.3

Juni
164.6 175.5
169.3
99.5
188.9
88.4
94.4 51.4
130.6
50.6
75.2
75.1
133.4

Juli

,,
167.6 178.5
172.3
99.9
136.0
90.6
95.8
40.61
125.2
47.7

71..7
71.7

1
134.1

Fondsen, die zoowel internationaal verhandelbaar zijn, als geacht kunfen worden sterk den invloed van den
buitenlandschen conjunctureelen toestand te ondervinden.
1-
lieronder is ook het petroleumaandeel uit de voorafgaande kolom opgenomen.
Hieronder zijn begrepen de aandeelen uit de 4 voorafgaande kolommen. Aandeelen van Nederlandsche en Nederlandsch-Indische ondernemingen, waaronder 3 fondsen, die niet in do

voorafgaande kolommen zijn opgenomen.
Daar over de maanden Mei t/m Augustus 1940 geen indexcijfers werden berekend, is het niet mogelijk een
gemiddelde voor 1940 te geven.

5
Augnstus
1942

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

355

werkzaamheden identiek zijn aan die van’ de Stichting
Nederlandsche Centrale vdor Eierén en Pluimvee. (E.V.

17/7/’42,
pag.
896;
Stt. No.
134).
Nadere mededeeling

inzake de Organisatie van het Hoofdbedrijfschap voor

Pluimvee en – Eieren. (E.
V. 24/7/’42,
pag.
925;
Stct.

No.
134).

Ruwvoedergewassen.
Nadere bepalingen inzake de teelt

van ruwvoedergewassen. (E.V.
17/7/’42,
pag.
899;
Stct.

No.
133).

Tabak.
Regeling, inzake inlevering door beroepstelers

van inlands geteelde tabak. (E.
V. 24/7/’42,
pag.
926;

Stct. No;
138).

Vee en Vleesch.
Nadere mededeelingen inzake de ver-
plichte rundveelevering. Afkondiging van eenige aanvul-
lingen op de Vleeschkeuringswet.
(E.V. 3/7/’42,
pag.
833;

17/7/’42,
pag.
899;
Stct. No.
131).

Voedselvoorziening.
Besluiten inzake de organisatie van
de voedselvoorziening.
(E.V. 17J7/’42,
pag.
896;
V.B.

No.
17).

Vruchtboomen.
Nieuwe aanplant van vruchtboomen

in land- of tuinbouwbedrijven is slechts toegestaan met

STATISTIEKEN.
DE NEDERLANDSC}IE. BANK.

Yerkorte balans op 3′ Augustus 1942.

Activa.

Binnen!.

Wissels,

Hfdlbankk.

t

233.000.000

Proniessen, enz

entsch.
‘:

t

233.000.000
Papier op het

buitenland

.
f1.186.919.472
Af:

Verkocht maar voor de
Bank nog

niet

afgeloopen


Beleeningeninci.

b ank.

t

139.239.184 ‘)
1.186.919.472
jHfd
voorschotten
r
k om

rant

Bijbank.,,

2.352.294
op ondrpand

Agentsch. ,,12.254.498

t

146.845.976

Op Effecten enz.

……….

t

146.722.234 ‘)
Op Goederen en Ceelen ………

123.742
146.845.976 ‘)
Voorschotten

aan

het

Rijk

………………..
15.000.000
l’lunt en inuntmateriaal:
Gouden

munt

en

gouden
muntmateriaal …………
t

931.333.768
Zilveren munt, enz.

……..
..6.239.120
937.572.888
Belegging van kapitaal, reserves en pensioenfonds
,,

60.668.535
Gebouwen en meubelen der Bank

…………
4.000.000
Diverse

rekeningen

……………………..
147.789.218

t

2.731.796.089

Passiva.

Kapitaal

…….. . ……………………..
t

20.000.000
Reservefonds

…………………………..
8.050.923
Bijzondere

reserves

……………………..
19.564.874
Pensioenfonds

……………………………
13.160.907
Bankbiljetten

in

omloop

………………..
2.499.452.380
Bankassignatien

in

omloop

………………..
90.437
Rek .-Courant
/
Van het Rijk

t
saldo’s

k Van anderen

,,

167.809.615
167.809.615.
Diverse

rekeningen

……………………..
3.666.953
t
2.731.796.089

Beschikbaar

dekklngssaldo

………………
f1.106.013.740
Minder bedrag aan bankbiljetten in omloop dan
waartoe de bank gerechtigd is

…………..
2.765.034.350
Schatkistpapier, rechtstreeks.bij de bank onder-
gebracht

…………………………….
233.000.000
1)
Waarvan aan Nederlandsch-Indl6 (Wet van
45 Maart 1933, Staatsbiad No. 99)

……….
52.706.500

Voornaamste posten In duizenden guldens.

Gouden
.
Ctrcu-
1

Andere
Beschikb.

Dek-
Data
munt en
Zatte
opei8chb.
dekkings-
king8-
munlmater.
j
.8Chulden
saldo
perc.
3 Aug. ’42
931.334
2.499.452
t

167.900 1.106.014
35 27

Juli

’42
938.869
2.451.255
1

148.212 1.155.219
36
20

,,

’42
938.919
2.426.711
1

143.860
1.143.405.
37
6

Mei ’40
1.1 60.282
1.158.613
1

255.183 607.042
83
Totaal
Schatkist-
1

Belee-
Papier
Div.
Data
bedrag
prom.
op het
reken.
disconto’s
rechtstr.
nsngen
buiteni.
(act.)
3 Aug.’42
233.000 233.000
1

446.846

1
1.186.919
27 Juli ’42
151.000 151.000
1

146.531

1
1.179.384
161 785
20

,,

’42
145.000
145.000
153.941

1
1.140.800

1147.789

178.889
6 Mei ’40
9.853

1
217.726
750
120.648

vergunning van de Groenten- en Fruitcentrale. (E.
V.

24/7/’42,
pag.
926).

Zuivel.
Nadere bepalingen inzake côntrôlemaatregelen
voor zuivelbedrijven. Voorschriften inzake de samenstel-
ling vaii kaas. (E.V.
3/7/’42,
pag.
834; 10/7/’42,,
pag.
868;

Stct. No.
126;
Voedselvoorzieningsblad van
27/6/’42,

No. 11).

GELD-, JREDIET- EN BANKWEZEN EN BELASTINGEN.

Accijns.
Verhooging van de bieraccijns van
f 3,-
tot

f 4,20
per hectolitergraad met ingang van
6 Juli 1942.

Nadere regeling van navordering op voorraden. (E.V.

10/7/’42,
pag.
865,;
Stct. No.
126).

Belastingen.
Aanvullende bepalingen inzake de
inkom-

sten-, oennootschaps- en t’ermogensbelasting.
(E.V. 10/7/’42,

pag.
865;
Stct. No.
125).

Deviezenverkeer.
Nadere regelingen inzake het clearing-

verkeer met
België
en,
Italië.
(E.V.
17/7/’42,
pag.
898;

Stct. No.
132).
Spaar- en bctaalzegellasbedrijven.
Nadere uitvoerings-

besluiten van de regeling der spaar- en betaalzegelkas-

bedrijven. (E.
V. 24/7/’42,
pag.
925;
Stct. No.
137).

STAND VAN ‘s RIJItS KAS.
V o r d e
r i
n g e n

1

IS Jun
194
Saldo van ‘s Rijks Schatkist
bij de Nederlandsche Bank
21.743.433,40
‘t Saldo b. d. Bank voor Ned.
Gemeen:en

…………..
425.125,54
,,

186.858,27
Voorschotten op ultimo Juni
1942

aan

de

gemeenten
verstrekt

op

aan

haar
uit te keeren hoofdsom der
pers. bel., aand. in de hoofd-
som der grondbel. en der
gem.fondsbel., alsmede opc.

……..

op die belastingen en op de
vermogensbelasting

……
15.057.377,62
,,

15.057.377,62
Voorschotten aan Ned.-Indië’)
,, 213.978.127,63
,,

214.028.427,63
……

2.846.332,76
,,

7.871.332,76
Idem

aan

Curaçao
1)
,,

280.283,23
Kasvord:

wegens credietver-

Idem

voor

Suriname ‘)

………..

strekking a. ii.

buitenland
,,

24.923.944,08
.,

21.285.253,22
Daggeldieeningen tegen onder-

………250.283,23


Saldo der postrek. van Rijks-
comptabelen

…………
426.386.174,88
,,

111.394.748,80

pand

…………………………………..

Vordering op het Alg. Burg.

Vordering op andere Staats-
Pensioenfonds ‘)

……………

bedr. en instellingen ‘)
33.413.915,87
,,

33.469.622,52
Verplichtingen

Voorschot door de Ned. Bank
ingevolge art. ’16 van haar
t


t

15.000.000
octrooi

verstrekt

………
Voorschot door de Ned. Bank
in reken.-cour. verstrekt

..,,

,,

1.747.806,79
Schuld

aan

de

Bank

voor

Schatkistbiljetten

in

omloop
…..

,,

10.106.000,-
,,

110.106.000,-
Schatkistpromessen in omloop
,,2485.800.000,-‘)
,,2445.900.000,-‘)

,,


120.063.139,-.
,, 149.276.715,-
Schuld

op

ultimo

Juni

Ned.

Gemeenten

……….

1942

aan

de

gem.

weg.
a. Is. uit te keeren boofds. d.

Daggeldleeningen

……………….
Zilverbons

in

omloop

……….

pers.bel., aand.
i. ci
.
hootds.
d. grondb. e. d. gem. fondsb.
alsm. opc. op die bel, en op

Schuld

aan

het

Alg.

Burg.
‘,,

1.313.561,78
,,

26.781.459,11
Id. aan het Staatsbedr. der

P. T. en
T.

‘)

…………

de vermogensbelasting ………….

297.376.715,82
,,

283.719.289,29

Pensioenfonds’)

………

Id.

aan andere Staatsbedrij-
ven

‘)

…………………..
20.287.940 15

….

,,

19.287.940,15
id. aan div. instellingen’)

. .
,,

403.736.483,’36
405.261.696,42

‘) In rekg. crt. met ‘s Rijks Schatkist.

‘)
Rechtstreeks bij De
Nderl. Bank geplaatst f184.000.000,-.
‘)
Idem
t
135.000.000,-.

GEZAMENLIJKE
STATEN VAN
DE
NATIONALE BANK VAN
BELGIË EN
VAN DE
EMISSIEBANK
TE
BRUSSEL.
(in milI. Francs)
1
,,ç


,_0Icd:04)
Hi
Cd
.
0
te

a
“-
1
.0

E
cd

1
.u:
t)O
0
0
0
Pq
C0.0
23 Juli ’42
43.053
331
öTiT4
“iTi’öT
;i’i
‘iiyr
iTiT’
16

,,

’42
1
42.267
1

500
21.230 2.066
57.578
3.865 3.867
9

’42
1
41.367
1

464
21.255
2.070 57.246
3.847 3.323
2

’42
1
41.190
1

530 21 021
2.059
56:744
3.842
3.474
24 Juni’42
1
40.693
1

486
20.510
2024
55.806
3.903
3.257
8 Mei
’40
1
23.606

1
5.394
695
1.480 29.806

909

356

3
AUGUSTUS 1942

Alfabetische Index Overheidsmaatregelen op Economisch gebied

(Zie voor den alfabethisclien index Overheidsmaatregelen In 1941 het Jaarregister 1941, laatste bladzijde.)
Blz
Blz
Blz.
Aardappelen

….33,
47, 248, 314, 335, 354
Hooi

……………………..
335,

354
Radio

……………………….
47
Aardolieproducten

…………..
102, 345
Hout

…………248,
272, 335, 345,

354
Rantsoeneering

………………..
227
Accijns

…………….
33,

185,

195,

354
Industrie

…………..
238, 248,

315,

354
Registratierechten

………………
59
Advertenties ……………………
345
Kaas

………………….
75, 227, 315
Restaurants

……………………
75
Afval

……………………….
165
Kamers van Koophandel
………47,

184
Rijwielen

……………………
47, 123 Arbeidszaken

113, 189,
215,

227,

248,

272,
Kantoormachints

………………
156
Rubber

………………..
113, 123,

305
305, 325, 345,

354
Kapok

……………………
101,

165
Ruwvoedergewassen ………………
355
Bakkerij

………………….
335, 345
Keramische

Industrie

……….
194
Slaclflvee

…………
33, 59, 67, 249, 272
Bank- en

Credietwezen

……….33,

‘195
Klaver

……………………….
.54
Smeerolie

……………………..
102
Bankwet

1937

………………..
195
Klompen

……………………..
272
Spaar- en hetaalzegelkasbedrijf
102, 227, 355
Bedrijfsvorm

…………………..
59
Kunstmest

………………
59, 215, 335
Spertijden

Kleinbedrijf
……….75,

123
Bedrijfsorganisatie Vee
en Vleesch 59, 305,
Kweekerij

………………..
354
Suikerbieten

………………….
205
315
Landbouw 33, 47, 59, 67,
75, 85, 93, 102,

155,
Surrogaten

…………………….
155
Belastingen

. . . .
33,
59,

227,

248, 305,

355
165, 195, 205,
215, 227, 248, 305
Tabak …………..
47, 58,113,

195,

355
Bindtouw

.
…………………
33,

215
Landstand, Nederlandsche
. . . .

33, 102,

272
Tankgas

……………………..
205
Binnenscheepvaart ……
59, 156, 238, 248
Leeningfonds

1940

………………
102
Textiel

……………………
.
102,

325
Bloemkweekerij

………………..
155
Loonbelastiog

………………….
335
Tuinbouw

………..33,

59,

102,

205,

227
floschbouw

……………………
185
Lucerne

……………………….
354
Turf

………………………..
59, 335 Bouwnijverheid

…………
47, 58, 113, 325
3lachines

……………………..
215
Tveelandenorganjsaties
…………..59
Buitenlandsche Handel 47, 59, 75, 101,

113,
Meel.cn -producten

…………..
101,

195
Uien

………………………….
33
155, 204, 215, 227, 238,

272,

314, 325, 345
Melk- en -producten

…………..
33, 205 Varkens

………………..
59, 227, 315 Chemische Industrie
……….58, 184,

248
illerkengeld

……………………
113
Vee 67, 165, 185, 195, 205,
227, 248, 272, 315,
Deviezenverkeer
. . .
.

33,

59,

167,

335,

355
Metalen .. 47, 58, 75, 155, 184,195, 227, 238
355
Diamant

………………………..
113
Middenstand

…………..
195,

215, 272
Veenproducten

………………..
.
‘113
Distributie

……………………
354
Miinouw

………………………..
305
Veevoeder

………………
47, 102, 238
Dividendbeperking

…………..
59, 335
Motorbrandstof

….58,
165, 215,

305,

325
Vennootschappen

………………
325
Drankwet

……………………
58
Nationale

Plan

…………….
101,

345
Vennootschapsbelasting…..
227,

305, 335
Drukwerk

……………………..345
Economische
Nederlancische Coöperatieve Raad

. . .

194
Verf en -grondstoffen
…………102,

165
Sancties
…………..194
Nicotine

……………………..
102
Vermogensbelasting

…………
227, 305 Eieren

……………………
248, 354
0116fl

en

vetten

……
102,

195,

215,

305
Vervoerswezen

……….
59, 102, ‘165,

248
Electriciteit

……………………
334
Omzetbelasting

. . . .

59,
102, 227,

335
.315,
Vestigingseischen

.
………………
102
Electrotechnische

Industrie

……….58
Ondernemingsbelasting

……………
227
Vezelstoffen

……………………
215
Fruit

………………….
59, 315, 345
Oorlogsschade

…………..
123, 184,

195
Visscherij

33,

59,

102,
123,

215,

305,

325
Garnalen

……………………..
123
Oost-Compagnie, Nederlandsehe
……314
Vlas

………………..
59, 75, 227, 248
Gas

…………………………
334
Organisatie Bedrijfsleven, 47, 102, 113, 123,
Vleesch

……59,

165,

185,

205,

315,

355
Gasgeneratoren


.

…………….

‘325
‘165,

195,

204,

215,

227,
238, 248, 305, 314,
‘Toederbieten

………………….
215
Gevogeite

……………………
47
325, 335, 345,

354
Voedselvoorziening 33,
47,

59,

75,

123,

155,
Goederen voor DuitscheWeermachi

.. 345
Paarden

……………………..
215
185, 205, 227,

355
Gort

…………………………
335
Pacht

……67,

102,
193,

165, 335, 354
Vruclitbooinen

…………………355
Grafische Industrie
……….58,

75,

194
Papier

……..58,

102,
195, 204, 215,

335
Vijandelijk vermogen
……………215
Granen

……………………….
205
‘Pelterijen

……………………..
58
Varenwet
.
.

……………………
305
Gras

………………………….
354
Pensionbedrijven

…………….
58, 248
Wol

…………………………
205
Grasland

……….
33,

67,

85,

155, 205
Peulvruchten

…………………..
205
Wijnbelasting

………………….
33
Groenten ………..
33,

155,

315,

335,

345
Pluimveehouderij

……….
165, 248, 354
Zaden 47,

59,

1.02,

123,
156,

195,

205, 335
Handel
. .

204, 215, 227, 238, 248, 314,

325,
Postverkeer

…………………….
59
Zuldvruchten

………………….
195
345,

354
Prijsregeling 47,’ 58, 75,
101,

113,

123,

155,
Zuivel

………………….
227, 335,355
Hennep

………………………
205
165,

184,

195,

204,

215,
227, 238, 248, 305,
Heffingen

……………………..
354

314, 325, 335, 345

Door’ een abonnement op het

‘Economisch Weekb1ad

Orgaan van het

voor Nederlandsch-lndië

Departemént v.

Econom. Zaken

blijft U op de hoogte omtrent het economisch
gebeuren in Nederlandsch-lndië en houdt U con-
tact met de Indische markt. Naast goed gedocu-
menteerde artikelen van deskundige hand, bevat
elke aflevering tal van statistische gegevens,
waardoor het blad tot een onmisbare vraag-
baak geworden is voor iedereen, die zich voor
de ontwikkeling van Indië interesseert.

Losse nummers
van
v66r den oorlog
ver-
krijgbciar bij

KOLFF & Co, P.C. Hooftstraat 168, AMSTERDAM.

KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE
BOEKDRUKKERIJ

A M. ROELANTS . – SCHIEDAM

1

Onze speciale afdeeling: Drukwerk voor contrôle en
1 administratie, levert alle’ voorkomend drukwerk op

1

‘ dit gebied concurreerend, snel en accuraat.
Uitgifte-apparaten in groote verscheidenheid van werk-
wijze en capaciteit naar de behoeften van elk bedrijf.
Tel. 69300

Onze terzake-kundige staf
is:te
allen tijde voor gratis
(3 lijnen)

.

advies
,
te Uwer beschikking.

Koninki. Nederlandsche Boekdrukkerij

H. A. M. ROELANTS

SCHJEDAM

Onze terzake-kundige staf is te allen
tijde voor gratis advies te Uwer
beschikking.
Tel. 69300 (3 lijnen)

Hypotheekbanken

en Woningmarkt in

Nederland

door

Ch. GLASZ

lSde publicatie van

het ‘ Nederlandsch

Econom. Instituut

Prijs f
1.55*

(Prijs voor donateurs en

leden van het N.E.I. fl.10)

Verkrijgbaar in den boekhandel

Uitgave:

De Erven F. Bohn’ N.V. – Haarleffi

F. 1299/3. – Verantwoordelijk voor het redactioneele gedeelte: Drs.
M. F. J. Cool,
te Rotterdam. – Verantwoordelijk voor de
advertenties:
H. A. M.
Roelants, Schiedam. – Uitgever:
H. A. M.
Roelants, Schiedam. – Drukker:
H. A. M.
Roelants, Lange
Haven 141, Schiedam – K 2193.

Auteur