Ga direct naar de content

Jrg. 24, editie 1243

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 25 1939

25 OCTOBER
1939

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

Economi*sch-,Statistische

Berl”chten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN
VERKEER

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

24E JAARGANG

WOENSDAG 25 OCTOBER
1939

No.
1243

COMMISSIE VAN REDACTIE:

P. Lieftinck; N. J. Polak; J. Tinbergen;
H. M. H. A. van der Vaik; F. de Vries.

M. F. J. Gooi – Secretaris van de Redactie.

Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Rotzerdam.

Aan geteekende stukken: Bijkantoor Ruigepiaatweg.

Telefoon Nr. 35000. Postrekening 8408.

Advertenties voorpagina f 0,50 per regel. Andere pagi-

na’s f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonnement volgens

tarief. Administratie van abonnementen en advertenties:

Nijgh & van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam, Am-
sterdam, ‘s-Gravenhage. Postchèque- en giro-rekening

No. 145192.

Aboanementsprijs voor het weekblad franco p. p. in

Nederland f 16,—. Abonnern.entsprijs Economisch-Statis-

tisch Maandbaricht f 5,— per jaar. Beide organen samen

f 20,— per jaar. Buitenland en Koloniën resp. f 18,—,

f 6,—
en
f 23,— per jaar. Losse nummers 50 cent. Dona-

teurs en leden van het Nederiancisch Economisch Instituut

ontvangen het weekblad en het ji!aandbericht gratis en

genieten een reductie op de verdere publicaties.

INHOUD:

BIz.

Dekking van het oorlogsrisico door dc Nederlandsclie
levensverzekeringsmaatschappijen door
M. F. J. Gooi 784

10 jaren crises in de wereld door
Dr. H. M. H. A. van
der Vaik …. ………………………………. 78’J

Het zoogenaamde fiscale bankgebefin door
Mr. Dr.
E
. Tekenbroek……………………………..787

Het eenheidsprijsbedrijf door
Prof. Dr. J. F. ten Doesschate 789

Het aandeel der groote concerns in de wereidpetro-
leumindustrie door
Dr. W. Mautner …………..790

Oorlogswinst en spaardwang door
Dr. W. L. Valk….793

De Rijksmiddelen over September ………………
794
AANTEEKEN INGEN:

Het vraigstuk van den internationalen handel in
de ‘ereeniging voor de Staathuishoudkunde ….
795

De kolenpositie van Duitschiand ……………..
796

INGEZONDEN STUKKEN:

De Werkeommissie tot Bestrijding van de Werkloos-
heid door
Â.
J. A. Starre
met Naschrift van
Ir. R. A. Verwey…………………………797

MAAN
DU!.LI’E1tS:

Overzicht van den stand der Rijksmidclelen ……..
798

Statistieken:
Groothandelsartikelen ……………………………..
800-801
Ueldkoersen-Wjsgelkoersen-Bankstaten ……………..
799, 802

GELD-. KAPITAAL- EN
WISSELMARKT.

Handel zoowel als koersschornmelingen bleven dere
week binnen zeer enge grenzen. De inzinking, die het
Pond Sterling verleden week had getoond, en die
hier en daar de vrees had doen ontstaan voor een
nieuwe periode van belangrijke marges tusschen ,,biu-
en ,,buiten”-koers van deze valuta, is reeds in
het begin van de verslagweek vrijwel geheel inge-
haald. Nog is wel niet een volkomen pariteit tus-
schen de Londensche officieele koersen en die elders
bereikt, maar het verschil is niet noemenswaard, en
in elk geval is de krachtige druk op het Pond, dien
sommigen verwacht hadden, uitgebleven. De heele
week heeft de noteering vrij constant om de 7.55 ge-
schommeld.

Ook’de Dollarnoteeringen zijn nauwelijks gewijzigd.
Af en toe daalde de koers iets beneden het door het
Egalisatiefonds gestelde plafond van 1.88%, maar

over het algemeen hield de noteering zich toch op dit
peil. Het fonds moest af en toe intervenieeren om
aan de vraag te voldoen, maar omvangrijk waren de
verkoopen van officieele zijde niet. De commercieele
vraag is wel min of meer in evenwicht, en van de
zijde der effectenarbitrage is, gezien de uitermate ge-
ringe omzetten ter beurze, ook geen levendige valuta-handel te verwachten.

De vaste stemming voor Belga’s trok de aanddcht.
Toen kort geleden de Dollarnoteering in België
voortdurend steeg zonder dat de autoriteiten ingre-
pen – blijkbaar op het motief, dat de munt op goud
gebaseerd is, zoodat de sterk gestegen kosten der
goudarbitrage in de uiterste koersen tot uiting moes-
ten komen – zijn, naar men aanneemt, nogal wat spa-
culatieve posities tegen deze mûnt aangegaan, en de
dekking daarvan heeft nu blijkbaar den koers van den
Belga omhooggedreven. De hoogste koers van 31.72
werd wel door een lichte reactie gevolgd, maar een
deel van de koerswinst bleef toch behouden.
De goudmarkt lag vrijwel verlaten, de prijs voor
baren is wederom teruggeloopen, Voor bankpapier
bestond nogal belangstelling. Dollars bleven boven
cle twee Gulden verhandeld. Elk naar Amerika ver-
trekkend schip brengt weer nieuwe vragers aan de
markt.

De geldmarkt blijft ruim, jaarspapier wordt op
circa 2% pOt. verhandeld, terwijl driemaands-schat-
kistpapier op IY2
1
pCt. van hand tot hand gaat. Lang-zamerhand begint men al weer te denken aan de mo-
gelijkheid van discontoverlaging. Te Londen heeft
men nu al drie weken in successie de traditioueei
Donderdag-discontoverlaging verwacht, maar tot nu
toe tevergeefs.
De obligatiemarkt vertoont, weinig wijziging, van
een uitgesproken tendens is geen sprake, en men kan
deze onder de huidige omstandigheden ook moeilijk
verwachten. Vermelding verdient de relatief vaste
stemming van obligatiën te Londen,. Terwijl voor kort
tegen de minimumprijzen zeer moeilijk koopers wa-
ren

te vinden, is in de laatste week het peil eenige
punten boven dat minimumniveau gestegen, en met
belangstelling van kooperszijde.

784

.ECONOMISCWSTATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939

DEKKING VAN HET OORLOGSRISICO

DOOR DE NEDERLANDSCHE LEVENS-

VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN.

Het uitbreken van den oorlog begin September ji.

heeft verschillende bedrijven en bedrijfstakken ge-
noodzaakt na te gaan, of en, zoo ja, in hoeverre de ge-
wijzigde omstandigheden aanleiding vormen tot het
nemen van speciale iiiaatregele.n. Het is dan ook
alleszins beg-rijpelijk en allerminst onverwacht, dat
verschillende levensverzekeringsmaatsehappijen
1)
er

begin October toe zijn overgegaan haar standpunt te
bepalen ten opzichte van het bijzondere risico, dat
voor haar zal ontstaan op het moment, dat Nederland
onverhoopt in den oorlog zou worden betrokken.

De bestaande situatie in ons land.
In de polissen van de meeste Nederlandsche Maat-
schappijen is de oorlogs-risico ingesloten voor alle
non-combattante. Dit is veelal geregeld in dien zin,
dat de uitkeering bij overlijden wordt téruggebracht
tot het bedrag van de wiskundige reserve vn de be-trokken polis, indien de verzekerde
als militair in

den rv,imsten rin van dat woord, door of tengevolge

van, ee’n’ig gevecht
komt te overlijden, tenzij met de
Maatschappij vooraf is overeengekomen, om het risico
voor deze gevallen in de verzekering op te nemen en
de daarvoor door de Maatschappij bepaalde
extra-

premie is
voldaan. Door deze regeling was het dus
voor cie eigenlijke militairen onder de verzekerden.
of feitelijk voor de polishouders, die groote kans lie-
pen om als militair in gevechten te

worden betrok-

ken
2),
mogelijk om tegen betaling van een extra-
premiehedrag hun nabestaanden althans een.igszins te hulp te komen in cle moeilijkheden, die het wegvallen
van den kostwinner doet ontstaan.
Deze regeling vertoont, naar het voorkomt, twee

hoofdkenmerken:
to. Men acht klaarblijkelijk het risico, dat de non-
combattaut in een oorlog loopt niet zoodanig grooter
dan het risico, dat men in vredestijd loopt (ongeval-
len, epidemieën), dat daarvoor ex extra-risico-dekking
noodzakelijk wordt geoordeeld.
2o. De vraag, of iemand, die als militair de kans
loopt te vallen in het gevecht met den vijand, cli
extra-risico zal wil]e (of kunnen) dekken, wordt ge-heel beschouwd als een particuliere aangelegenheid
van den betrokkene, althans duidelijk en opzettelijk
gehouden buiten het ,,no.rmale” bedrijf van de ver-
zekeringsmaatschappij. i)e extra-risico wordt door ex-
tra-premies gedekt, dus door de betrokken militaire
polishouders feitelijk gezamenlijk gedragen. De ontwikkeling van de oorlogvoering in de jongere
en jongste geschiedenis heeft beide kenmerken min of
meer ondergraven. De moderne oorlogvoering is niet meer het zich in kracht meten van een tweetal legers,
maar vertoont meet en meer de kenmerken van een
strijd van volk tegdn volk. De moderne wapens heb-
ben een veel uitgestrektere werkingssfeer dan vroeger
bekend was en in het bijzonder het luchtwapen opent
de mogelijkheid, dat veelal ook de burgerbevolking
en de non-combattanten onder de militairen den dood
door oorlogsdaden van den vijand zullen vinden. Daar-

Kieft van alle 1evensverzekeriiigsmaatschappijeu is reeds
bekend, welk standpunt zij tegenover deze materie 1nne
men; op dit inosnenit besohik ik terzake over •de gegevens
betreffende:,, Eerste Nederlandsehe” en ,,Nieuwe Eerste
Nederliandselie”; .,Algeineen Frieshe Levensverzekering
Mij” en ,,Verceaviging van Levensverzekering en Lijfrente
De Groot-Noordhollaindsehe van
1845″;
,,Levensverzekering
Mij. Arnhem”; ,,Nationale Levensverzekering Bank”; ,,Le-
vensverzekei:ing Maatsehappij Utrecht” en de ,,OLVEII
van
1879″; terwijl uit de dagbladen bekend is, dat de ,,NilI-
mij van
1859″
en •de ,,Nederlaudsehe Mij der Nillmij van
1859″
zich ook reeds terzake hebben uitgesproken.
De berwoevdiizgen van sommige polissen laten ruimte
voor het dubium, of iijv. hospitaalsoldaitii en mi.litaiircn, be-
last met ravitailleeri nigswei’kzaaimheden of organisatori-
schen arbeid ver achter het eigenlijk front wel een extra-
risico in den zin der polis zouden behoeven in te sluitein.

bij komt nog, dat in de Organisatie van den modernen
oorlog de weerstand van het z.g. ,,burgerfrout” van
beslissende beteekenis is, zoowel met het oog op Ihet
instandhouden van het produceerende vermogen van
dat front, als ook omdat demoralisatie van de bar-
gersamenleving achter het strijdende leger aan den
weerstand daarvan een einde zal maken
3).
Er is dan
ook onmiskenbaar een verschuiving te constateeren
in de risico, die militairen en niet-militairen tegen-
woordig loopen in vergelijking met vroeger, zij het,
dat, naar het voorkomt, de combattant toch nog steeds
hen belangrijk grooter risico loopt dan de non-eom-

battaut.
Een ander element in de oorlogvoering, dat eerst iii deze eeuw tot volle ontwikkeling is gekomen, is
het gebruik van militielegers, gerecruteerd uit alle
lagen van het volk en uit een groot aantal leeftijds-
klassen. Algemeene dienstplicht en het beschouwen
van het loopen van oorlogsrisico als een aangelegen-
heid, die feitelijk alleen de betrokkenen raakt en van
het normale bedrijf der leveusverzekeringsmaatsehap-
pij gescheiden dient te worden gehouden, zijn twee
zaken, die zich kwalijk laten vereenigen.
Het is dus alleszins begrijpelijk, dat de levensver-
zekeringsmaatsehappijen al sinds jaren zich bewust
zijn, dat op dit stuk een andere regeling behoorde te
worden getroffen, de literatuur over dit onderwerp
loopt dan ook reeds van vôôr den oorlog 1914-1-918! Ook is het volkomen te billijken, dat de verschillende
maatschappijen terzake getracht hebben doör onder-
ling overleg zoo veel doenlijk tot een uniforme rege
ling te komen; op dit, voor de verzekerden al zeer
moeilijk overzienhare terrein zou zoo gemakkelijk een
concurrentiestrijd kunnen oritbranden, die als gevolg
van de acquisitie-methoden der levensverzekerings-
branche zeker niet er toe zou bijdragen de standing
van de verschillende maatschappijen en daardoor het
vertrouwen, dat het publiek in de Nederlandsche
maatschappijen stelt te vergrooten.
Onderzoeken wij dus thans, hoe de in onderling
overleg tot stand gekomen regeling er uit ziet.
4)

De regeling voor nieuw af te sluiten polissen.
Voor alle na 9 Oeober jl. af
te sluiten nieuwe
polissen, waaraan een overlijdensrisieo voor de maat-
schappijen is verbonden, zal een regeling gelden,
waarbij
zonder verhoo ging van het tarief -premie-be-
drag
in geval Nederland te een iger tijd feitelijk in
oorlog geraakt het ooriogsoverlijden.s-risico voor bur-
gers zoowel als voor militairen gelijkelijk is gedekt.
De bepalingen zijn alle zoodanig geredigeerd, dat deze
oorlogsmolestclausule is opgenomen als een opschor-
tende voorwaarde, welke eerst in wakking treedt op
het moment, dat Nederland – al dan niet na een
voorafgaande oorlogsverklaring – in feitelijken oor-
log met een andere mogendheid verkeert. Zoo lang
er voor ons land geen oorlogstoestand is, treden de
betreffende bepalingen niet in werking en blijft de
polis dus geheel gelijk aan de tot nu toe afgesloten
polissen.
De boveabedoelde regeling valt uiteen in de vol-

gendle elementen:
Vanaf het tijdstip van in oorlog geraken wor-
den alle verzekerde bedragen
voor den geheelen duur

der verzekering tet-uggebracht tot 90 pOt. der over-
eengekomene, indien tenminste de betrokken polis
langer dan 3 jaar voor het overlijden van den ver-

zekerde is afgesloten. Een overeenkomstige verminde-
ring wordt toegepast op de in de polis aangegeven af-
koopwaarden en op de z.g. premie-vrije-bedragen.
Bij overlijden rechtstreeks of zijdelings door oor-
logsgeweld van een verzekerde, wiens polis nog geen

Zie ,,De economische vei-dedigiing van Nederland” van
Dr. W. K. H.
Feuilleteau de Bruyn, blz. 10, punt 14 en
15.
Daarbij niet uit het oog verliezend, dat nog lang niet
alle belangrijke maatschappijen zich hebben uitgesproken en
dat, naar mij bekend •is, terzake van het oordeel over de
getroffen regeling zeker geen eenstemmigheid bestaat.

25 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

785

drie jaar looptijd heeft, geldt de volgende gestaffelde
tegel ing, n.tar gelang cle looptijd der pol is ‘bedraagt:
neer dan doch minder ‘dan: dan wordt uitgekeerd

6 maanden

cle zout der reeds betaalde
premi:
6

12

50 pOt. v.ih.
ver’z.
bedrag
12

36

75 pOt. vii.’vei’z. bedrag
5
)

C. Overlijdt ecu verzekerde door rechtstreeksch of
zijclelingsch oorlogsgeweld op een moment, dat Neder-
land niet ‘in oorlog is, doch dat hijzelf. zich bevindt
hetzij op een lucht- of eeti zeereis buiten ‘Nederland
of op een landreis in het gebied van een andere ooc-
logvoerende natie, dan gelden voor zijn geval cle on-
der A. en B. weergegeven bepalingen
6),

-D. Overlijden ten tijde van het vrijwillige aan.vaar-
dien van oorlogsrisico door het in militairen dienst
gaan bij een anderen staat – die niet Nederlands
bondgenoot in eenigen oorlog is – heeft tengevolge,
dat in plaats van de verzekerde bedragen cle afkoop-
waarde van de betrokken polis op het overlijdensnio-ment wordt uitgekeerd
7)

Behoudens kleinere afwijkingen van ondergeschikt
belang (zie bijv. noot 5 en 6) volgen met uitzondering
‘van de OLVEH alle in noot 1 genoemde maatschap-
pijen bovenstaand schema. Uit den aard der zaak
geldt dit overigens slechts voor
wieuwe
polissen na
9 October ji. tot stand gekomen.

De loopende oude polissen.
Voor de loopende verzekeringscontracten is zonder medewerki.n.g van de verzekerden zelve het wijzigen
der bestaande polisvoorwaarden niet uitvoerbaar.
Daaruit is dan ook verkiaarbaar, dat de maatschap-
pijen, die uiteraard van meenitsg zijn met de boven-beschreven regeling voor beide partijen een grooten
stap vooruit te hebben gedaan, zich ertoe bepalen,
haar polishouders mede te deelen, dat zij bereid zijn
op hun daartoe strekkende verzoek de nieuwe bepalin-
gen alsnog in de loopende polissen in te lasscheu.
Wil een oude verzekerde evenwel cle nieuwe risico-
clausules in zijn polis opnemen, dan wacht hein nog
een kleine tegenvaller. De meerdere risico namelijk
zal de maatschappij alleen clan voor hem aanvaarden
als hij, vanaf het moment dat cle polis
gewijzigd
is,
toestemt in het betalen van liet nieuwe in April 1938
met ca. 2 pro mille van het verzekerde kapitaal ver-
hoogde premietarief.
Het komt mij voor, dat er voor de verzekerden alle
aanleiding is deze voorstellen rustig en na gedegen
voorlichting te bezien en zich niet te laten leiden door
den angst, dat t.z.t. de nabestaanden niet wel in staat
zullen zijn oni met succes met de maatschappij in
kwestie strijd te voeren over de vraag, of de ‘overlij-
clensoorzaak rechtstreeks of zijdelings te wijten is aan
oorlogsrisico, geloopen als
,rnilita,ir in den ruimstev.,
zin van dat woord”. Verwijzingen naar de onlangs
in Finland tot stand gekon’ien wet, waarbij de Over-
imeid het recht krijgt van eiken bu:rger bijstand van cle
militaire Overheid te vorderen, en mededeelin gen,
dat tegenwoordig diensten als burgerlijke luchthe-
scherming, brandhuipdiensten c.a. op zeker moment
wel bezigheden zullen kunnen blijken te zijn, waarop
de kwalificatie militai:r van toepassing zal blijken te
zijn, zullen er n.m.rn. allerminst toe inedewerken, dat
cle oude polishouder in rustige overweging
zijn
hou-
ding zal kunnen bepalen. De aansporing, dat men
,spoedig zal moeten beslissen., omdat
uiteraard
vanaf
het moment, dat Nederland in een oorlog mocht ge-
raken’ de opneming van de ooriogs-risico-clausules
niet ‘meer zal kunnen geschieden. (waarom eigenlijk
niet?) werkt al evenmin in die richting.
5)
Een der genoemde Maatsdhappijen geeft ‘zelve den weg aan om de gesitaffelde toepassing der stijgende riieo-aa.mm-
wcanding te ontgaan en raadt ‘haar vertegenwoordigers aan
bij het 1uitcn van eefi nieuwe polis drie volle jaarpreni’iën
voorwit ‘als gedeeltelijke
koopsom
te doen storten, waardoor
de risioo-be’pem’.ki.ng
in
de eerste drie loopjaren niet geldt.
) Deze regeling wordt niet door alle Mijen gevolgd.
7)
Dit is dus het restant vami de oude regeling, welke
voOr de meeste loopemide polissen geldt.

Aparte positie van de Olveh.

Een apart staiiclpunt wordt ingenomen door de
Olveh, die zich al ,,onderlinge” inderdaad ook wel in
een andere positie t.o. van dit vraagstuk bevindt.
Immers, doordat zij achteraf bepaalde nadeelen
over de deelnemers kan omslaan, behoef t zij zich niet
vooraf op een zeker percentage vast te leggen en kan
zij een regeling treffen., waarbij, op grond van het
‘feit, dat de werkelijke oorlogsrisico vooraf met geen
mogelijkheid te schatten is, wordt besloten cle
wer-
kelij’kc oorlogsschade na den oorlog door alle deel-
ncrn,ers te doen betalen. De in idclelen om dit systeem
te kunnen toepassen verwacht men in voldoende
.niate te kunnen putten. uit twee bronnen, t.w.:
de mogelijkheid om tijdens een oorlog de ver

snhu.ldigde ui.tkeeringen te betalen in enkele tér-
mijnen en de daardoor te verkrijgen rentewinst voor
dekking van extra oorlogsrisico te bestemmen,
door na den oorlog het werkelijk gebleken netto-restant oorlogsschade te dekken door een omslag.
Het voordeel van het onderlinge systeem, dat op
vrij gemakkelijke wijze in staat stelt het werkelijke na-
deel door de verzekerden te doen dragen en daardoor
te voorkomen, dat men bij onderschatting van de
risico later niet aan zijn verplichtingen zal blijken
te kunnen voldoen of hij overschatting ervan de ver-
zekerclen – naar achteraf onweerlegbaar zal blijken
– gedurende eenige jaren te veel hebben te betalen,
komt in deze regeling wel duidelijk tot uiting.

Slotopme.rkingn.
Behoudens op een heel enkel punt heb ik mij in
liet bovenstaande onthouden van een wraardeerings
oordeel over de getroffen maatregelen, doel was
slechts om zoo duidelijk mogelijk uiteen te zetten,
waarop de getroffen maatregelen neerkomen. Het oor-
deel over deze materie wil ik mij nog gaarne voor-
behouden, dit temeer omdat van enkele der zeer
groote maatschappijen (Hollandsche Societeit, Amst-
leven, R.V.S., H’.A.V. Bank) het standpunt nog niet bekend is. Ik kom hierop dus nog nader terug.
Wel moet mij. een andere opmérking van het hart.
Als men in dit tijdschrift ongeveer vier kolom noo-
dig heeft om de regéling van de oorlogsrisico voor
leveiisverzekeringsmaatschappijen uiteen te zetten,
clan blijkt daar wel uit, dat die regeling niet zoo een-
voudig is als men het hier en daar wel voorgeeft.
Voor het gros der verzekerden, die thans staan voor
de moeilijke en op korten termijn geöischte belang-
rijke beslissing, of zij hun polisvoorwaarderi moeten
laten veranderen of niet, za] liet noodzakelijk zijn om
zich te doen voorlichten, willen zij in volledig over-
zicht van voor en tegen hun besluit kunnen nemen.
Maar tot wien moeten zij zich wenden? Tot onze
inspecteurs en de verdere me.nsche.n van onzen bui-
tendienst, zullen de verzekeringsmaatschappijen onge-
twijfeld antwoorden. Maar dat is dan in dit speciale
geval een mij al heel weinig bevredigend antwoord.
0, zeker, die buitendienst heeft vele bekwame men-
scheu, die hun vak uitnemend verstaan en nauwkeu-
rig weten wat’ op de ]evensverzekeringsmarkt te koop
is. Maar zij zijn altijd belanghebbenden bij deze con-
sultatie, zij zijn in dienst van de maatschappijen,
waarvan er verschillende in haar desbetreffende cir-
culaires de verwachting em.m het verlangen tot uiting
brengen, dat de heeren i mispecteurs
01)
de van hen ‘zoo
bekende welspreke.n de wijze bij belanghebbenden naax
voren zullen weten te brengen, dat overgaan op de
nieuwe voorwaarden wenschelijk is.
Dier is bepaald en duidelijk een leemte in de orga-nisatie van ons levensverzekeringswezen, wij missen
hier een neutrale van de ‘n’iaatschappij geheel onaf-
hankelijlce en voor het groote publiek gemakkelijk be-
reikbare informatie-instantie. Het komt eiij voor, dat
11
ier een taak ‘ligt voor onze verzeker ingsdeskund igen,
daarbij werkende in nauw con tact met dé ,Yerzeke-
ringskamer, in wiér doelstelling het orga.niseeren van
een dergelijke vooriichtink geheel en al past.
M.
0.

786

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939

10 JAREN CRISES IN DE WERELD.

Deze week is het precies 10 jaar geleden, dat de
groote beurscrisis in New-York losbarstte. De betee-
kenis van deze crisis is grooter geweest dan van
eenige andere financieele crisis in de laatste 1.00
jaar. Welk een fel contrast tusschen de publieke nice-
ning in de Vereenigde Staten in de jaren vér 199,
toen men aan de ,,eternal prosperity” geloofde en de
werkelijkheid! Het vierde decennium van deze eeuw,
dat reeds ten einde spoedt, heeft zich gekenmerkt
door één onafgebroken reeks van crises economische,
financieeie en politieke om ons tot deze gebieden te
beperken. Voor den geschiedschrijver zal deze periode
een bron van studie en materiaal leveren.
De groote beurscrisis in New-York van 1929 werd oimiddelljk gevolgd, hier en daar zelfs voorafgegaan
door beurscrises in andere belangrijke financieele cen-
tra, zij het weliswaar van minder grooten omvang. Daarop volgde de terugtrekking van internationaal
verleende credieten. Het stelsel van de internationale

credietverleening in zijn ouden vorm stortte defini-
tief ineen met de bankcrisis in Oostenrijk, twee maan-
den later gevolgd door de bankcrisis in 1)uitschland, welke weer de directe oorzaak was van de crisis van het Pond Sterling.
De val van de Britsche valuta leidde niet alleen
tot een ineenstorting van het stelsel van den gouden
standaard, maar ook tot een. monetaire crisis in de
geheele wereld. De prijsdaling op de wereldmarkten
bracht de Europeesche debiteurlanden en de overzee-
sche grondstoffenlanden in groote moeilijkheden. Een
tra:nsfercrisis vond plaats en inaugureerde het stelsel
van deviezencontrôle, dat hoe langer hoe meer geper-
fectionneerd en toegepast werd. Zelfs enkele credi-
teurlanden raakten in moeilijkheden, toen zij geen
betaling van de ooiiogsschuiden meer ontvingen,
waarop zij verder de aflossing van hun schulden wei-
gerden. De wereldhandel kromp sterk in en veroor-
zaakte ‘een crisis op het gebied van de scheepvaart.

Tengevolge van de hevige prijsdaling van agrari-
sche grondstoffen werd bijna overal ter wereld de
landbouw gesteund door invoerbeperking en subsidie.
De depressie op agrarisch gebied nam in hevigheid
toe en. veroorzaakte o.a. een suikercrisis in Neder-
iandsch-Indië en een koffiecrisis in Brazilië. De re-
cente katoencrisis in cle Vereenigde Staten is zelfs
nog als een uiteindelijk gevolg van den wereldoorlog
te beschouwen. Op industrieel gebied ervoer de we-
reld de crises in groote concerns (Duitschland, de
Vereenigde Staten), welke haar climax bereikten in
1932 met den val en den dood van Kreuger.

Hoewel in hetzelfde jaar de eerste verschijnselen
van een conj unctuurh erstel zichtbaar werd en, waren
de crises nog niet voorbij. Begin 1933 volgde de
bankcrisis in de Vereenigde Staten, vlak daarop ge-
volgd door de depreciatie van den Dollar, welke op-
nieuw de internationale betrekkingen een slag toe-
hraht. Toen volgde de mislukking van de economi-
sche en monetaire wereldeonferentie, waar de wereld
de
gelegenheid voorbij liet gaan om van haar clwa-
lingen terug te keeren. De grootste landen wilden
echter eerst orde in eigen huis scheppen, alvorens tot
nauw internationale samenwerking te komen. ira-
giscfi is het zeker, dat het land, hetwelk dit doel toen-
tertijd het meest geprononceerd op den voorgrond
stelde, zes jaren later het eigen huis nog steeds niet
in orde had (Vereenigde Staten).
Na de mislukking van deze wereldconferentie
(Juni 1933) begint de verlengde en lange depressie
in de landen van het goudhiok, een samenwerking
op monetair, maar niet op economisch gebied en
mede daardoor tot mislukking gedoemd. De eerste
groote barst in dit blok kwam van België, dat, voor
de keus gesteld van depreciatie of groote crisis in het bankwezen, dat reéds door allerlei maatregelen werd
ondersteund, het goudblok verliet. Daarop volgden
vele kleine schokken in dit blok, hetgeen hieruit

blijkt, dat in 1935 in Frankrijk elf maal en in Neder-
land vftien maal het bankdisconto werd veranderd.

De val van het goudbiok viel samen met een
krachtige verbetering van de internationale conjunc-
tuur, waardoor het leek alsof een nieuwe periode van
voorspoed was aangebroken. Deze verbetering luidde
echter reeds de laatste phase in van de opgaande
conjunctuur in Engeland en de andere landen van
het Sterlingblok; tegelijkertijd vond een conjunc-
tuurherstel in de Vereenigde Staten plaats. Maar nog geen jaar na den val van het goudblok stond
Amerika voor een nieuwe beurscrisis, welke het be-
gin vormde van een periode van nieuwe onzekerheid
cii
achteruitgang van het economische leven. Intus-schen was in Frankrijk nog steeds geen economisch
lierstel ingetreden, vooral als gevolg van de crisis
in de door de aanpassingspolitiek steeds sterker ge-
spannen sociale vehrouclingen. De Franc onderging
de eene crisis na de andere.

Ook in de landen van het Sterlingblok trad een
terugslag in de conjunctuur in, welke echter geremd
werd door de toenemende uitgaven voor oorlogsvoor-
bereiding in Europa. Hoewel het eene land hiermede
reeds eerder was begonnen dan het andere, namen
deze uitgaven eerst in 1938 en 1939 groote afmetin-
gen aan. Tegelijkertijd begonnen echter de politieke
crises, w’eike tenslotte tot den oorlog leidden.

De beurscrisis van 1929 is meer geweest dan een
zuiver financieele crisis. Is het te overdreven om
haar bovenal te zien als een gevolg van den wereld-
oorlog van 1914 en als een oorzaak van dezen oor-
log? Dus
als een groote verbindingsscha.lcel tusschen
t.wee
oorlogen?
De wereldoorlog van 1914 heeft immers tot groote
veranderingen op economisch en financieel gebied
geleid. Men denke slechts aan den overgang van de
Vereenigde Staten van een debiteur- naar een eredi-
teuriand, gepaard gaande met toenemende handels-
politieke bescherming, die de wereld verhinderde haar
oorlogs- en commercieele schulden aan dit land af te
lossen; aan de industrialisatie van de overzeesche
landen en de véér 1929 reeds beginnende reagrari-
satie van verschillende industrielanden; aan de groo-te investeeringsconjunctuur in Duitschiand van 1925
tot 1929 met geld, dat hoofdzakelijk op korten ter-
mijn was geleend; aan de reparatiebetalingen van
Duitschland en andere lasten uit den wereldoorlog;
aan. de wankele positie van de hetalingsbalansen van
vele Europeesche landen, wier werkelijke situatie ge-
camoufleerd werd door internationale credietverlee-
ning. En zoo zouden wij kunnen doorgaan om te laten
zien, dat deze ontwikkeling, die eigenlijk in groote t:rekken inhield het niet begrijpen, dat nieuwe ver-
houdingen nieuwe methoden en inzichten vereischen,
moest eindigen in een groote depressie.
Elf jaar na den vrede stortte het bouwwerk van de
zoogenaam de internationale samenwerking ineen en
gedurende 10 jaren daarna loopt als een roode draad
de verscherping van de tegenstellingen door de ge-
schiedenis als gevolg van de onmacht der volkeren om de behoefte van den nieuw’en tijd. en daardoor
elkander te verstaan en dus de moeilijkheden in ge-
meenschappelijk overleg op te lossen. En zoo werd de
wereld in dit decennium van de eene crisis in de
andere gesleept, hetgeen op alle gebieden groote ver-
anderingen heeft teweeggebracht.
Hoe deze oorlog dan ook moge eindigen, het is
vrijwel zeker, dat nieuwe groote veranderingen in de
volkshuishoudin gen en in de wereld.huishouing . te
verwachten zijn. Men kan in de oudejaarsperiode van
het vierde decenn uni slechts wenschen, dat de wereld
thans meer vatbaar zal zijn voor het begrijpen van de
veranderingen in wat langen tijd als natuurlijk, als
vanzelfsprekend, is beschouwd. Is de wereld daartoe
beter in staat dan na den vorigen oorlog, dan mag
men hopen, dat zij bij de halve eeuwswisseling in een
toestand van rust en vrede zal verkeeren.
v. d. V.

5 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

787
HET ZOOGENAAMDE FISCALE

BANKGEHEIM.

liet bankgeheim is een species van het genus be-
ioepsgeheirnen. Gelijk elk beroepsgeheim dankt ook
het bankgeheim zijn ontstaan aan het vertrouwelijke
karakter, dat het bankiersberoep eigen is.
De klassieke voorbeelden van beroepen, die van
oudsher op een beroepsgeheim aanspraak hebben kun-
nen maken, zijn: het beroep van geestelijke, van ge-
neesheer en van advocaat. Mr. Verstegen wijst er in
zijn prae-aidvies voor de Aclvocatenvereeniging (uit-
gebracht in 1931) op, dat het heroepsgeheim van deze
traditioneele trits in het diepste wezen van ethischen
aard en van gewijden oorsprong is. Priester en medi-
cijnman werden veelal als ingewijden beschouwd, ter-
wijl de advocaten medewerkten aan de eertijds sacra-
menteele vinding van het recht.
Het beroepsgeheim van den bankier is niet van
zulk een hooge komaf. De cliënten wenden zich tot een bankier als finantieel raadsman; zij leggen hem
dikwijls hun geheele of een deel van hun vermogens-
positie bloot en doen zulks, omdat zij weten, dat de
bankier hetgeen zij hem toevertrouwen niet rondba-
zuint. Het is o.i. onjuist te meenen, dat die plicht
tot zwijgen van den bankier uiteindelijk uitsluitend
te verklaren is uit de vrees van de cliënten voor de indiscrete oogen van den belastingambtenaar. Ook andere niet fiscale overwegingen zijn hierbij in het
spel.

Civielrechtelijke en strafrechtelijke zijde.

De plicht tot zwijgen van den bankier is door-
gaans niet uitdrukkelijk overeengekomen, maar be-
rust- op een stilzwijgeude afspraak. Ons recht erkent
dergelijke zwijgplichten; hij legt ze zelfs uitdrukke-
lijk op. Wij behoeven slechts te wijzen
01)
de zwijg-plicht van notarissen, vervat in de wet op het Nota-
risambt; op den eed van den medicus, op de wettelijke
geheimhouding van cle ambtenaren. Op dit alles staat
zelfs een strafrechtelijke sanctie, t.w. art. 272 S.W.,
terwijl de zwijgplichtige, die deze rechtsnorm vet-
geet, zich bloot stelt aan een civiele actie wegens on-
rechtmatige daad. Men denke voorts aan het ver-
schooningsrecht van bepaalde getuigen (art. 1946
B.W. en 218 Sv.).
Strekt de civielrechteljke zwijg

piicht zich ook zoo-
ver uit, dat een bankier als getuige gedagvaard zich
op grond van art. 1946, B.W. of 218 Sv. kan ver-
schoonen? –
De bewoording van art. 1946 B.W. en 218 Sv.
verzet zich daartegen ntet. Veel rechtspraak bestaat er te dien aanzien wat den bankier betreft niet. Er is
een vonnis van de Haagsche Rechtbank dd. 6 Juni
1922 (N.3. 1924, blz. 939), waarin het verschoonings-
recht van den bankier ontkend wordt. De Rechtbank
maakte uit, dat art. 1946, 3e B.W.,

,,sleehts hen omvat, Nrier stand, beroep of betrekking in
het algemeen belang noodzakelijk maakt, dat degenen, cliie
zich tot hen tin dien stand, dat beroep of die betrekking
wenden en hun als zooclanig hun vertrouwen nioeten
geven, verzekerd zijn, dat hetgeen hun ter gelegenheid
daarvan bekend wordt, geheim blijve;
,,dat onder de zoodaatigen niet zijn te i-augschlkkeu ban-
kiers en katssiers, immers: het algemeen belang niet eisctht,
dat hetgeen tusselien ‘hen en hunuc klaintein vooi-valt ge-
hetim bljve;
,,dat wehswaar het publiek in bankiers of kassiers ver-
trouwen moet kunnen stellen, doch dit vortrouweu ge-
ricihit is op hun dooczictht in aa.ken en gegoedheid en op
hun zwijgaaansheid al1en in zooverre, als die van hen
verwacht moet wot-den als voegzanrn tegenover hun klan-
ten, doeh niet wanneer het geldt het algemeen belang, dat
door dein rechter met volledige kennis vau zaken overeen-
k
onis
tig de wanrhid zal kunnen
verden
i-echtgeaproken.”

Een analoog standpunt werd ingenomen door cle
Rechtbank te Leeuwarden in haar vonnis d.d. 27
November 1931.
Tegenover deze uitspraken staat, dat in het bekende
commentaar op het wetboek van strafvordering vat,

Biok-Besier, het recht van verschooning voor den
bankier wordt opgeëischt, zulks op grond van het feit,
dat de positie van den bankier te vergelijken is met
clie van den notaris.

Ook Mr. Schorer, de prae-adviseur voor de Neder-
lancische Advocaten Vereeniging, die in haar vergade-
ring d.d. 21 November 1931 het onderwerp: Het be-
roepsgeheim in de rechtspleging” behandelde, meent,
dat de bankier behoort tot wat hij noemt de ,,confi-
dent nécessaire” en aan den bankier dus het verschoo-
ningsrecht dient te worden toegekend.
Persoonlijk achten wij de zoo juist geciteerde mo-tiveering van het vonnis der Haagsche Rechtbank in
principe juist. Maar wij zouden er een zekere reserve
aan willen toevoegen. De cliënt moge er doorgaans
een direct belang bij hebben, dat de bankier in rechte
zijn geheimhoudingsplicht zou kunnen handhaven,
boven dit eigen belang uit stijgt het belang, dat de

gemeenschap heeft hij een vertrouwelijk verkeer tus-
schen bankier en cliënt, zij het dan dat wij dit be-
lang niet zoo evident achten als bijv. het algemeene
belang, dat gemoeid is bij het waarborgen van een
vertrouwelijk verkeer tusschen patiënt en medicus.
Wij zouden dus den rechter, als een bankier zich
op zijn geheimhoudingsplicht beroept, gaarne naar de
omstandigheden willen zien handelen, omdat het ons
niet juist lijkt, dat voor elk wissewasje de geheim-
houdirigsplicht van den bankier in rechte zou moeten wijken, simpel met een beroep op het algemeene be-
lang, dat eischt, dat de rechter met volledige kennis
van zaken overeenkomstig de waarheid kan recht-
spreken.

De fiscaal rechteli.jke zijde.

In het fiscale recht doet het vraagstuk van het
bankgeheim zich op geheel andere wijze voor dan in
het civiele recht en het strafrecht. Het zijn in het
bijzonder de I.B., de V.B., de D.T.B., de Z(egel)B. en
de C(oupon)B. die hier onze aandacht vragen.
Teneinde ervoor zorg te dragen, dat de belasting-plichtigen hun verplichtingen t.a.v. den fiscus op de
juiste wijze nakomen, is aan den fiscus het recht toe-
gekend, inzage te eischen van de administratie der
belastingplichtigen.

Voor de bankiers is in deze geen uitzondering ge-
maakt; zij zijn evenals alle andere belastingplichtigen
tot het verstrekken van inzage van hun boeken en
beschei den, verplicht.

Wel heeft men gepoogd voor de I.B., de V.B. en de D.T.B. met een beroep op den geheimhoudingsplicht,
dien de bankier t.o.v. zijn cliënt heeft, te bepleiten, dat
hij zijn boeken en bescheiden niet aan den fiscus zou
behoeven open te leggen, maar practisch gevolg heeft
dit niet gehad.

Een uitspraak van ons hoogste rechtscollege, waar-
bij voor een bankier het beroep op den geheimhou-
dingsplicht in fiscalibus verworpen is, is ons wel niet
bekend, maar er zijn wel eenige arresten aan te wij-
zen, waaruit op te maken is, dat een dergelijk beroep
op den geheimhoudingsplicht door een bankier hem
weinig zou gebaat hebben.

Het belangrijkste van die arresten lijkt ons wel het
arrest d.d. 2 November 1927 (B. 4147), waarbij de
Hooge Raad uitmaakt, dat ,,de gebondenheid om in-
zage te verleenen slechts opgeheven kan worden door
bijzondere wettelijke bepalingen, niet door den aard
van het door den belastingplichtige uitgeoefende be-
roep of op den grond, dat naleving van het wetsvoor-
schrift voor hem bezwaren zou opleveren of nadeelen
tengevolge zou hebben.”
Deze nogal vergaande uitspraak betrof een accoun-tant-belastingconsulent, die toch een niet minder ver-
trouwelijk beroep uitoefent dan de bankier. In de-
zelfde richting gaan de arresten d.d. 20 Mei 1931 (B
4980) en d.d. 17 Febr. 1932 (B 5172), resp. een deur-
waarder en een administrateur van vermogens be-
treffende.
Doch ook al zou ons hoogste rechtscollege het bank-

788

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25,October 1939

geheim in dezen vorm hebben erkend, die rechtspraak
zou thans voor de I.B. en de V.B. weinig beteekenis
meer hebben, sinds de wetswijziging van 8 Juli 1932, waardoor thans uitdrukkelijk in de wet vermeld staat,
dat voor een weigering om inzage te verleeuen van
boeken en bescheiden geen beroep gedaan kan worden
op de omstandigheid, dat men uit hoofde van zijn
stand, zijn beroep of zijn ambt tot geheimhouding ver-
plicht is, zelfs al mocht deze hem bij eenig wetsvoor

schrift zijn opgelegd.
Een soortgelijke bepaling komt voor in de C.B.
Zij ontbreekt in de D.T.B. en in de Z.B., maar
practische beteekenis heeft dit, in verband met het
reeds genoemde arrest van den H.R, d.d. 2 Nov. 1927,

voor de bankiers o.i. niet.

Hoe ver strekt de plicht om inzage te verleenen

van boeken en bescheiden zich i.sit?

Vast staat dus, dat de bankier zijn boeken en be-
scheiden ter inzage moet verstrekken. In zQoverre is
dus van een fiscaal bankgeheim geen sprake; de fis-
cale ambtenaren mogen het heiligdom van de bank-
administraties betreden en de strijd is nu gegaa:n
over de vraag ,,hoever strekt die verplichting tot het
verstrekken van inzage zich uit”.
Wij moeten de verleiding weerstaan hier in extenso
een beschrijving te geven van dien strijd, zooals die

blijkt uit vele arresten van den bogen Raad, uit
eenige uitspraken van de Raden van Beroep en van rechtbanken (deze laatste in verband met de Zegel-

belasting).
De hierboven zoo juist aangeduide strijd is over het
algemeen genomen door den fiscus gewonnen, d.w.z.
de fiscale ambtenaren kunnen tot alle onderdeelen

van de administratie doordringen.
In het arrest van 16 Nov. ’21 (B 2876) werd uit-
gemaakt, dat ook niet wettelijk voorgeschreven boe ken ter inzage verstrekt moeten worden. in den zelf-

den zin het arrest d.d. 24 Mei ’22.
Wel hecht ons hoogste rchtscollege waarde aan

de uitdrukking in de wet, dat de betreffende hoeken
en bescheiden, die ter inzage worden gevraagd, moe-
ten kunnen dienen tot staving van de aangifte o
nadere beweringen van den belastingplichtige. J)s
hoeken of bescheiden, die daartoe niet kunnen clie-
nen, behoeven niet ter inzage te worden verstrekt.
Door het onverbrekelijke verband, dat er tusschen de
boeken van een bepaalde administratie bestaat, hetee-
kent deze restrictie in de practijk o.i. niet veel. lie

controleerende ambtenaar zal wel steeds met recht
kunnen stellen, ‘dat hij inzage vad een bepaald boek
‘oor de contrôle van hetzij de opgegeven winst, het
opgegeven inkomen of vermogen of de opgegeven uit-
deeling, noodig heeft, zelfs al zou iemand, die ad-ministratief minder ontwikkeld is, meenen, dat hij
met liet controiceren van een paar speciale boeken

zou kunnen volstaan.
De- Hooge Raad maakte dan ook reeds uit, dat de fiscus volledige inzage van de geheele administratie
kan vorderen, ook al zou de juistheid der aangifte op
andere wijze gecontroleerd -kunnen worden daia door
de verlangde volledige inzage (arrest d.d. 5 Febr. ’30
B 4691). Voorclien had de I.I.R. reeds uitgemaakt,
dat inzage van. eed rëkening-courantboek gevorderd
kan worden, ook al kunnen andere boeken en beschei-
den de aangifte staven (arrest d.d. 24 October ’23
B 3306), terwijl de i1.v.B. te Middelburg ‘d.d. 20 Nov.
’26 uitmaakte, dat -inzage van uitsluitend kasl,oek en

grootboek met voldoende is.
Bijzonder fel is de strijd geweest over de vraag, of
de bankier een gedeelte van het ter inzage verstrek-
te hoek mag bedekketi of beplakken. Ook deze strijd
is ten voordeele Van den fiscus beslist en o.i. in het
systeem van den. lloogen Raad ook zeer terecht, om-
dat door het onverbrekelijke geheel, dat de boekin-
gen in een’ administratie uitmake, het karakter van
de posten slechts met voldoendcn graad van zeker-
heid vast te stellen is, ‘als de hoofden der rekenin-

gen niet bedekt zijn. in dit verband noemen wij de
arresten opgenomen onder de Nos. 4396, 4691.
Voor de Ze’gelwet, die de formuleering, dat de ter
inzage gevraagde boeken en bescheiden tot staving
van de aangifte of nadere beweringen moeten kun-
t

ten dienen, niet kent, moesten andere juridische ar-
gumeriten gelden om de volledige inzage en het
verbod om een gedeelte det boeken te mogen bedek-
ken te kunnen motiveeren. Deze- zijn door. de Recht-
bank te Arnhem in haar vonnis d.d.
7
April 1930

(W. 1,2153) gehaald uit de bewoording en het systeem
der Zegeiwet. Wij mogen ter bekorting van ons Iie-
toog wel naar het betreffende vonnis verwijzen.
11e-t blijkt dus, dat de fiscale ambtenaren vrij-wel
alle paden en plekjes van het luilekkerland, dat de
haukadm inistraties voor de controleerende am b ten a-
ren zouden kunnen zijn, kunnen betreden. Van een
bankgeheim kan dus feitelijk hier te lande niet meer
gesproken worden. Men spreekt dan ook zeer terecht

van een
zon
genaamd
bankgeheim.

,Draagwydte van ht z.g. fi
.icale bankgeheim.

Waaruit bestaat dan dit z.g. bankgeheim? Dit leidt
ons tot de beantwoordidg van de vraag, wat de fis-
cale ambtenaren met ‘de gegevens, die zij uit de bank-
administratie kunnen putten, mogen doen.
Reeds in een betrekkelijk oud arrest d.d. 16 Nov.
1921 (B 2876) outzegde de H.R. aan den fiscus het
recht inzage- te vragen van boeken en bescheiden, on-
afhankelijk van het doel, dat met die inzage beoogd
wordt. Alleen als de ambtenaar zich licht wil ver-
schaffen omtrent de aangifte of pndere beweringen
van den belastingplichtige,, mag inzage gevorderd
worden. Dit geldt voor de I.B., de V.B., de D.T.B.,
de C.B.; niet voor de
Z.B.
Het maken van aanteeke-
ningen uit de boeken door de controleerende ambte-
naren acht de H.R. in datzelfde arrest gemotiveerd. in een zeer lezenswaardig artikel over het Bank-
geheim, opgenomen in het Banknummer 1931 van het
Handelsblad, wordt uit bovengenoemd arrest d.d 16
Nov. 1921 de conclusie getrokken, dat een bankier
steeds kan verhinderen, dat de controleerende amb-
tenaar ,,tegen de bedoeling van de wettelijke bepa-
lingen en van den Minister in, de inzage tracht te
gebruiken om zich gegevens te verschaffen, welke de
belastingdienst tegen derden zal kunnen uitspelen.”
Het wil ons voorkomen, dat deze conclusie tot
misvatting aanleiding kan geven. Het arrest geeft
alleen aa-n, in welk geval de fiscus inzage van boe-
ken en bescheiden kan vergen. Het arrest houdt niets
in omtrent hetgeen de fiscus mag doen met de ge-gevens, die hij bij die inzage verzamelt, m.a.w. de
vraag, of de fiscus die aldus te zijner beschikking
komende gegevens mag gebruiken bij cle regeling van
de aanslagen van derden, wordt hier niet beslist.
Wat deze vraag betreft, is het van belang te, wijzen
op de artt. 102 i.B., 52 V.B., 33 D.T.B. en 25 O.B.,
die alle aan cle desbetreffende ambtenaren een ge-
heimhoudingsplicht opleggen voor hetgeen hun bij de
uitvoering van hun taak blijkt nopens vermogen, in-
koncen, opbrengst, uitdeelingen cii in het algemeen
nopens de zaken of werkzaamheden van een ander. 1)e
geheimhoudingsplicht vervalt echter als de ambtena-
ien die gegevens noodig hebben voor de uitoefening
van hun ambt of betreicking dan wel die gegevens
noodig zijn voor de invorciering van eenige aan den
lande verschuldigde belasting of voor de toepassing
van eenig wetsvoorscitrift.
1)

Hieruit volgt o.i., dat- van een fiscaal bankgeheim feitelijk niet gmproken kan worden, want aLs de fis-

‘) -De fonnuleering van -de desbetreffende artikelen in
resp. de 1.13., V.B., D.T.B. en C.B. is -niet dezelfde, het-.
oven weer ecu bewijs te meer is, dat uniificnt-ie van ons
formeel beia.stiiigi-eeh’t gesvevischt genoemd mag worden. Zie
in dit verband ons artikel in ,,De Naamlooze Vennoot-
suhap”, aflevering October – 1939 over: ,,Het rapport van
het Coniitd Fiscaj d.d. 21 Juni 1939 en een-ige opmerkin-
gen over het formeele belastingrecht”. –

25 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

789

cus eenmaal inzage van, de hoeken en bescheden van
con bank heeft verkregen, dan zullen de ambtenaren
zonder een wetaartikel te schenden van deze gegevens
gebruik mogen maken.

Voliedigheidshalve zij vermeld, dat de plicht om
inzage van boeken en bescheiden te geven in de
Zegel-
w’et, gelijk wij reeds vermeldclen, niet gebonden is aan
de voorwaarde, dat die hoeken en bescheiden moeten
kunnen dienen tot staving van de aangifte of van
nadere beweringen (zie art. 182 B), terwijl daarnaast
geheimhoudingsvoortchriften hierin niet voorkomen –
Op de consequenties van deze afwijken iie reu-eii n
gaan wij hier niet verder in; slechts zouden wij xvii-
ien constateerdn, dat het z.g. fiscale bankgeheim er ii ict sterker door komt te staan.

lIet zy. fiscale bankgeheim berust op Ministerieele
resoluties.

De houding van den fiscus tav. het ban kgeheiuui
vindt men uitgewerkt in de Min istei.’ieele resoluties van 20 Sept. 1928, 27 Juni 1929 en 20 Januari 1932.
De resolutie van 20 Sept. 192S, heeft betrekking op
iie toepassing va.a cie Zegelwet. De Minister geeft
daarbij als zijn meening te kennen, dat, zoo hij de con-
trôle voor de Zegelwet mocht blijken, dat andere
belastingwetten niet behoorlijk worden iageleefd, van
die wetenschap een passend gebruik mag worden ge-
maakt. De Minister wijst er echter uitdrukkelijk op,
dat hij wenscht: ,,dat liet instellen van contrôle op
de naleving der Zegeiwet niet plaats heeft om ge-
gevens te verkrijgen, die voor de contrôle van inko-
men of vermogen van de in de hoeken van kooplieden
als cliënten voorkomende personen van belang zijn”.
De resolutie van 27 Juni 1929 gaat in dezelfde
richting; de bij een contrôle verkregen gegevens mo-gen slechts worden gebruikt, aldus cle Minister, voor
ie regeling der belasting van den belastingplichtige
zelf, niet voor die van derden.
In de resolutie van 26 Januari 1932 preciseert de
Minister zijn rneening nog eens en komt daarbij o.i.
ten dccle terug op cle res. vah 27 Juni 1929, echter
jet wat het z.g. bankgeheim betreft.
Met de resolutie van 26 Januari 1932 maakt de
Minister als zijn meening kenbaar, dat de res. van
27 Juni 1929 niet zoo strikt moet worden toe-
gepast, dat van gegevens, welke bij een boekonderzoek
zijn gebleken, niet tegenover derden gebruik zou no-
gen worden gemaakt. Een zoodanige toepassing zou
in strijd zijn met de bedoeling van de svet, zooais deze
o.a. blijkt uit de artt. 102 LB., 52 V.B. en. 33 D.T.B.,
alsmede uit art. 106 der eerstgenoemde wet, dat stil-
zwijgend veronderstelt, dat de administratie bevoegd is van de ontvangen opgave gebruik te maken tegen-
over den werknemer. De Minister acht het daarom
in den regel geoorloofd, dat hij liet controleeren van aangiften of boekhoudingen gegevens worden geno-
teerd, welke voor de aanslagregeling van derden van
belang zijn. Dit geldt echter niet ten aanzien van ban-
hen en anderen, die in hun
bedrijfsuitoefening
schade
zouden lijden, doordat de fiscus gebruik zou maken
man in hun administratie verwerkte gegevens.
Op de hierboven cursief gedrukte passage in een
mninisterieele resolutie, waarop naar vaststaande
rechtspraak de belastingplichtige zich in rechte niet
kan beroepen, baseert zich liet z.g% fiscale bankgeheim
Ii ier te lande.
Het bankgeheim behoort tot de parlementaire stok-
)aardjes; in de Kanierstukken kan men dan ook ge-
regeld een vragen- en antwoordenspel tusscheu het Parlement en den Minister over dit onderwerp viii-
den. Zoo legde de Minister van Financiën (Mr. Oud)
hij de behandeling van de i)oodehandbelasting in de
Eerste Kamer (Vergadering d.d. 3 Oct, 1934) t.a.v.
het fiscale bankgeheim cie volgende verklaring af:

.,De vraag van het bankg(-heim doet zic-h op het oogeit

blik voor tav. allerlei banken. de
in
dn vorm van
N.V!S ) enz, worden gedreven. waa ‘bij door den
fiscus
voor de Dividend- en hunt.iCuuuebm’la.sting of de Zegelbelasting

onderzoek wordt gedaa mi en waarbij de vaste regel is, dat
van !ie’t onderzoek geen gebruik mag wou-den gemaakt voor
het rogelen van de belastingaanslagen voor derden. Dat
ba.nkgchern berust
mi
bit op een voorschrift in de ‘wet.
De
belasliingadininistrmetie zou zoo aanstomids het bankgohebn
kunnen opheffen zonder dat
cdmi
letter in de wet werd
veranderd.” –

Men zou dus de positie t.a.v. liet bankgeheim, zoo-
als die momenteel hier te lande is, als volgt kunnen
samen vatten. Een bankgeheim voor den .fiscus bestaat
hier te lande niet. Voor de fiscale ambtenaren liggen
alle geheimen van den bankier, voor zoover (lie in
zijn administratie of zijn bescheiden tot uitdrukking
komen, en dat zijn juist die geheimen, waarom liet
in fiscalihus gaat, open en bloot. Er bestaat wel wat
men noemt een z.g. fiscaal bankgeheim, maar dat
hangt aan een zijden draadje. Dat z.g. fiscale bank-
geheim bestaat dan hieruit, dat de fiscus uit eigen
beweging geen gebruik maakt van wat hij in de
administratie van cle bankiers vindt tegenover de
cliënten vn de bankiers.
Mr, Dr. E.
TEEuNBROEK.

2)
O.i. is de NV-vorm in deze niet aoodig, aangezien
door de desbetreffende bepalingen in de I.B., de V.B. en de
C.B. voor de in den f.im-iiiavo.i-in gedreven baukza.ken het-
zelfde geldt

HET EENHE!DSPRIJSBEDRIJF.
Er is den. laatsten tijd geen tekort aan literatuur over het vraagstuk der goederendistrihutie. Na de
geschriften van voorstanders van wettelijk ingrijpen
in de verhouding tusschen klein- en grootwinkelbe-
drijf verschenen de bekende niemnora.nda der dm’ie
Hoogleeraren
G.
ii. Verr’ijmi Stuart, Gerbrandy cum
Cassianus Hen tzen, geschreven op verzoek van den Raad voor het Grootwinkelbedrijf in Nederland, ter-
vijl thans voor ons ligt een gloedvol pleidooi voo.r
het bestaansreht der e-niheidsprijszaken, van de hand
van Mr. Fred. L. Polak, onder-directeur der N.V.
Magazijn ,,De Bijenkorf” en geschreven als prae-ad-
vies voor de Vereeniging van Grootwerkgevers in het
Winkel- en Magazijnhedrijf
i).

Deze schrijver, die van een. opmerkelijke belezen-
heid blijk geeft, is er in geslaagd een zoo boeiende
schets van het economisch karakter der eenheidsprijs-
zaken te geven, dat de lezer. die ziéh voor distributie-
problemen interesseert, zijn beschouwingen en de van
commentaar voorziene weergeving der op dit terrein
door buiten lan dsche regeei-in gen ingestelde enquêtes
zelcer als een aanwinst voor de literatuur over dit
onderwerp zal beschouwen.
Waar gaat het bij dit alles om? Wanneer men zih
de industrieele productie van verbruiksartikelen. voor-
stelt als een. groot aanta.l goeclerenstroorner, die alle
in één groot reservoir uitmonden, waaruit de consu-
ment ziji behoeften dekt door aftapping via verschil.:
lende kranen, dan is het duidelijk. dtt de goederen-
stroom door de groote kranen sneller en in grooter
volume vliedt dan doom’ de kleine. Tevens is duide-
lijk, dat, naarmate de groote kranen het reservoir
sneller aftappen, de kleine kranen, hij gelijk veron-
clersteld consumptief vermogen der consumenten als
totaliteit, minder te doen zullen krijgen.. Noemt men
nu do groote. kranen warenhuis, filiaalhedrijf en een-
heidsprijszaak, de kleine kranen d.e.t. nmiddénstands-
winkeliers, dan ligt in een notedop het probleem voor
ons, waarover de laatste jaren in Nederland zoo veel
te doen geweest is en. waarvoor men een.erzijds zoo
heftig tracht cle overheid te interesseeren, andezijds
met evenveel overtuiging betoogt, dat de overheid er
zich niet mee rilent te bemoeien.
Op dit laatste standpunt staa.t de schrijver van dit prae-advies eigenlijk niet eens, wel dringt hij in zijn
geschrift meermalen aan op instelling van een offi-
cieele enquête hier te lande, opdat de overheid in
geen geval stappen onderneme, ‘alvorens objectieve voorliëhting omtrent de feiten te hebben ontvangen.
1)
Verschenen bij de N.V. Noord-Hollandsche
Uitgevers
Mij..
Amsterda.ni 1939.

790

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939

In afwachting daarvan heeft Mr. Polak, klaar-
blijkelijk in de verwachting, dat ecu eventueel door de tegenpartij op de grootwinkelbedrijven
2
) te on-
clernetnen aanval zich het eerst op de eenheidsprij.s-zaken zal richten, hiertegen bij voorbaat zijn afweer-
geschut in stelling gebracht. 1-let eig(-.nlijke betoog valt uiteen in twee gedeel-
ten: een economisch deel en een sociaal deel. Daarvan
is het eerste beter geslaagd te noemen -dan het tweede.
Hier is de insider aan het woord, die tal van ver-
wijten tegen het eenheidsprijsbedrijf, zooals b.v. de
veronderstelde verkoop van lokartikelen beneden kost-
prijs en het ,,uitkuijpen” van fabrikanten, van de
hand wijst en voorts ook lang niet blind blijkt te zijn
voor de nadeelen, die de middenstandswinkelier in-
derdaad van zaken als het eenheidsprjsbedri,f onder-
vindt. ,,Zouder twijfel is het eenheidsprijsbedrijf in
zijn commercieele gestie….wellicht ,,sans peur”,
maar niet ,,sans reproche”.” Echter hebben ,,zoowei
het eenheidspz-ijsbedrjf als het kleinwinkelbedrijf hun specifieke tekortkomingen.”
Weliswaar is de schrijver
01)
enkele punten minder
overtuigend, zooals b.v. waar hij poneert, dat het
eenheidsprijsbedrijf ,,nieuwe verkoopbronnen aange-
boord” en ,,additioueelen omzet gekweekt” heeft, ja
zelfs zijn medewerking verleend heeft aan ,,het voor-

komen en verzachten van economische crises”, dit
doet echter niet af aan de juistheid van de- kern
van het betoog, dat nI. het eenheidspri,jsbedrijf een
bijdrage is tot het rationaliseeren van de distributie
van een beperkte serie goedkoope verbruiksartikelen,
die in massa-productie vervaardigd worden en der-
halve voor zoover mogelijk ook massaal gedistribueerd
moeten worden. –

Anders staat het echter met de sociale zijde van
het geval. Steeds wil de schrijver hier weer terug-
grijpen naar het door hem gemaakte onderscheid
tusschen volwaardig en onvolwaardig kleinwinkelbe-
dt’ijf, daarbij suggereerende, dat het volwaardige
kleinwinkelbedrij-f zichzelf wei weet te redden en het
ondersteunen van het z.i. onvolwaardige kleinwin-
kelhedrijf de sociale gerechtigheid niet helpt bevor-deren. Hier wordt het moeilijker niet het betoog van
den schrijver mee te gaan.

Immers, de scheiding tusschea volwaardig en on-
volwaardig kleinwinkeihedrijf is gebaseerd o-p ren-
tahiliteitsoverwegingen en derhalve van economisch,
niet van sociaal karaktej. Evenals nu in de sfeer der
productie het toepassen van arbeidssparende machi-nes economisch ten volle verantwoord, doch sociaal
ongewenscht kan zijn, zoo ook kan in de sfeer der dis-
tributie het opkomen en de uitbreiding van groot-
winkelbedrijven – zooals eenheidsprijszaken – eco-
m
noisch een voordeel, doch sociaal een nadeel hetee-
keJen. De overheid staat in een. geval als dit voor
cle niet benijdenswaardige taak deze zoo moeilijk op
hun waarde te heoordeelen tegengestelde belangen,
die door de geconipliceerclheid van het probleem bui-
tengewoon onoverzichtelijk zijn, tegen elkaar af te
wegen. Bij die afweging, welke vroeg of laat ook in
ons land zal moeten geschieden, kan het boek van
Mr. Poluk zonder twijfel nuttige diensten bewijzen.
Het draagt, door inhoud en betoogtrant, het karak-
ter van een pleitrede. Voor den lezer kan dit echter
geen bezwaar zijn, mits hij zich realiseert, dat ook
de tegenpartij gehoord moet worden, t. D.

.2)
Het trekt de aandacht, dat de sehrijver, in een tioot
p pg. 8, tot de grootwinkelbedrijven ook -de coöpereties
rekent. Deze indeeling is ongebruikelijk en komt -minder
juist voor. Immers, de plaatselijke cobperat-ies bezitten cm
groo’te mate van autonomie, tei-wijl diet kapitaaihezit er ge-
dece’ntraliseerd is, in tegenstelling tot de ondernemingen,
welke men gemeenlijk grootwenkelbedrijven noemt. Welis-
waar is er een zekere mate van gelijkenis tusshen cle
coöperetes en bijv. dç grootfiliaalbedrijven, aailgezien ook in de coöperatieve bewêging het eigen merk vcmrheersoht
en inkoop alsmede verkoopp-ropaga.nda voor zoover mogelijk
centraal geleid worden. N’ietjt.men
ii, doel,
uien hter de
enbia.
raties als een
a
îzonclerlijke cl isti-ibutievo
ruim
te lesehon weui.

HET AANDEEL DER GROOTE CONCERNS

IN DE WERELDPETROLEUM1NDUSTRIË.

Niets, is taaier, verandert moeilijker, dan, een ver-
keerde nieening. Of het moest een halve waarheid
zijn. En vooral dan kan zoo’n onjuiste opvatting niet
worden uitgeroeid, indien zij eens, tientallen jaren
geleden, wèi juist was, en er bovendien groepen zijn,
die bij de handhaving van deze misvatting belang
hebben. Tot deze ingewortelde onjuiste meeningen,
behoort ook die, dat de petroleumindustrie heheerscht
wordt door één groote, monopohistische onderneming,
of, nog meer beminde lezing, dat er twéé groote con-
cerns zijn, die in de petroleumindustrie alles te zeg-
gen hebben, en elkaar bitter bestrijden.
Inderdaad zijn er in de internationale petroleum-
industrie twee groote concerns aan te wijzen, die eik
een. plaats innemen, welke door geen enkele andere
onderneming wordt benaderd, de Koninklijke- Shell
groep en de Standard Oil Co., New Jersey. Maar dit
beteekent niet, dat deze beide concerns samen ook
maar een vierde van de wereidproductie van ruwe
olie voor hun rekening nemen, of samen ook maam’ een derde van de voor raffinage bestemde ruwe olie

De beteel-e’n’is van een peiroleumondernencing.

Met de twee woorden
productie
e.n
raffinage
hebben
wij twee punten genoemd, die bij de beoordeeling vn
de heteekenis van een petroleumondernemning een zeer voorname rol spelen. Maar zij zijn geenszins de een.ige.
Men zou, wil men een juiste vergelijking maken, im-
mers ook
met de
pet-roleumreserves
moeten rekening
houden, zou naast de raffinage ook de
raffinageca-
paciteit,
de contrôle over de
vervoermiddelen (
pijp-
leidingen, tankbooten enz.), den omvang van de

afzetorgan’isatie
en, last not leest, de hoogte der
om-
zetten
in aanmerking moeten nemen. Maar de meeste
van deze gegevens zijn mi jet beschikbaar, althans niet voor alle onderneniingep bekend, zoodat men, om des-
ondanks cie relatieve beteekenis der afzonderlijke on-
dernemn ingen te kunnen vaststellen, soms van de
hen rswmuu rcle uitging, daarbij vmt n de veronderstelling
gebruik uuiakende, dat al deze factören in die waarde
op een gemeenschap pelijken noemer werden gebracht.
Dit is ook tot op vri,j graotc hoogte liet geval, al zui-
len tal van factoren, die op den beurskoers van in-
vloed zijn, maar met de hedrijfsgrootte niets te maken
hebben, kunnen worden genoemd (liberale of conser-
vatieve chiviclendpolitiek; standing ‘der betreffende
onclernem ing; ii oteering aan verschillende beurzen;
verdeeling van de aandeelen in ,,vlottend materiaal”
en ,,stukken in vaste handen.” enz.).
Til

men de vergelijking niet beperken tot de be-
teeken is van de afzonderlijke maatschappijen, maar
uitstrekken tot de verschillende groote groepen, dan
heeft men met nog een moeilijkheid te kampen., nl
cle juiste
qrensljjn,
te trekken
tusschen de verschil-
lende concerns.
Het is gemakkelijk genoeg te zeggen,
dat die en die maatschappij een belangrijke ,,onaf-hankelijke” onderneming is – cl.w.z. volgens de in
Amerika gebruikelijke terminologie niet tot de Stan.-
dard Oil groep behoort, zoodat bijv. de Shell-Union
aldaar als ,,onafhankehijke” maatschappij wordt be-
schouwd, of volgens de hier gebruikte indeeling noch
tot de Standard Oil noch tot de Koninklijke-Shell be-
hoort – maar waar liggen de grenzen van de ,,Stan-
dard Oii groep”. Moet daaronder alleen de Standard
Oil Co., New Jerse,y, met haar dochteronderi.ueiningen
worden verstaan, of vallen daaronder ook alle onder-
nerningen, die vroeger door de New .Tersey maat-
schappij werden gecontroleerd, maar sinds 1912 zelf-
standige ondernemingen zijn. geworden, die zich soms
buitengewoon ,,zelfstandig” tegenover de oude moe-dermaatschappij gediagen? En zoo ja, hoe moet een’-
onderneming worden. behandeld, die uit de fusie van een oude Standard Oil dochter Diet een o’nafharmke-
lijke maatschappij is ontstaan? i)aarop kan eigenlijk

25 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

791

alleen de practijk het antwoord geven, d.w.z. de min
of meer zelfstandige houding, die de betreffende
maatschappij aanneemt. Hiermede en met de histo-
rische ontwikkeling rekening houdende zou men tot
cie volgende
in.deeling der groote petroleuinmaa-
schappijen
kunnen komen:

Koninklijke-Shell groep.

Anglo-Iranian Oil – Burmah Oil.

S. Standard Oii Co., New Jersey.

4. Vroeger door de Standard Oil Co., New Jersey,
gecontroleerde maatschappijen.

Onafhankelijken.

Daarbij zou men bovendien de nauwe samenwer-
king niet mogen vergeten, die sinds meer dan een
tiental jaren tusschen de groepen sub 1 en 2 bestaat,
en evenmin de – overigens losser wordende – be-
trekkingen tusschen de groepen sub 3 en 4, terwijl
samenwerking bijv. tusscheu groote ondernemingen
van groep 4 en groep 5 geenszins zeldzaam is. Ten-
slotte zou men, wil men sastste11en, in welke mate de
wereldpetro]euruindustrie beheerscht wordt door groo-
te, verticaal opgebouwc]e economische ,,eenhedeu”, ook
de Russische petroleumiridustrie als zoodanig moeten
beschouwen en als ,,groep” 6 moeten vermelden.

Ruwe-olie-productie.

Van cle bovengenoemde punten zijn de meest vol-
ledige gegevens beschikbaar over de
winning van ruwe.
olie.
De omstandigheid, dat tegenwoordig alle groote petroleumondernemingen over een eigen breede pro-
ciuctiebasis beschikken, maakt het mogelijk, de pro-
ductie van ruwe olie inderdaad als een der maatsta-
ven voor vergelijking te gebruiken. l)it is niet steeds
zoo geweest, en dertig, ja vijfentwintig jaren geleden,
zou juist de grootste aller petroleummaatschappijen,
de Standard Oii Co., New Jersey, als produceute
van ruwe olie nauwelijks hebben meegeteld. Het was
immers haar politiek, de industrie door het bezit van
de vervoermiddelen, de raffinage en de afzetorganisa-
tie te beheerschen, maar de productie aan anderen
over te laten.

Bij de productiecijfers doet zich echter weer een
moeilijkheid voor: moet toen cle z.g. bruto-
of de z.g.
nettowinning
als maatstaf gebruiken? Het eerstge-
noemde cijfer is dat van de door een bepaalde maat-
schappij gewonnen hoeveelheid ruwe olie, onverschil-
lig, wie op deze olie eigenclomsrechten kan doen gel-
den, zoodat bijv. de royalties, die cle producente aan
de eigenaars van de door haar gepachte terreinen of
aan Regeeringen moet afleveren, soms ook de hoeveel-
heden, die zij voor rekening van anderen wint, daarin
zijn begrepen. Trekt men (leze hoeveelheden af, dan
blijft de z.g. netto-productie over, dus de hoeveelheden,
die de maatschappij voor zichzelve heeft gewonnen. Dit
laatste cijfer is, uit den aard der zaak, voor haar het
economisch belangrijkste, al geeft het bruto-cijfer ee.n
duidelijker kijk op de door de betreffende onderne-
ming verrichte prestatie. Met uitzondering van de
Standard Oii Co., New Jersey, die het bruto-cijfer
vermeldt – terwijl de Koninklijke-Shell (blijkbaar)
hetzelfde doet, – geven alle Amerikaansche maat-
.sehappijen de netto-productie aan.
In de eerste tabel hebben wij zoowel bruto- als
ook netto-productie vermeld, waarbij wij uit den aard
der zaak gedwongen waren, de ontbrekende gegevens
te schatten. Wij hebben alle maatschappijen genoemd,
waarvan de productie in een der beide afgeloopen
jaren tenminste 10 millioen barrels bruto beliep. Aan-
gezien de meeste maatschappijen, van welke de ge-
gevens in onze tabel zijn verwerkt, haar productie iii
barrels (inhoudsmaat), en niet in ton (gewicht) ver-
melden, hebben wij alle in ton gepubliceerde gegevens
eveneens in barrels berekend. De gegevens betref-
feride de productie der groote groepen en groote
in aatsch appijen luiden da al na als volgt:

])e productie van ruwe olie dooi de groots petroleum-
concerns in
1937
en
1938 (mii.
barrels).
Groep en Maatschappij

Bruto
Netto

1937
1938
1937

1938
Konnekljke-S heil

(1) 231.9
1)
216.9
1)

220.0)

205.0*)

Anglo-iranian-Bursnah
Oil.
Anglo.Iranian

….

84.0
3)
84.4
2)
84.0
2)

844
Burmah Oil ……..10.1
3)
)

10.1
3) •)
10.1

8)

10.1

)
“)
Totaal (II) ..
94.1

94.5

94.1

94.5

Standard Oil Co.,
New Jersey (III).
237.1
220 1
215.0
4) 1)
200.0
4)

)
Vroeger door de St.
0., New Jerscy,
gecontroleerd:
Atlantic Refiniug

..
14.8

)
15.1 *) 12.0 12.2
Ohio

Oil …………
27.2
23.5
22.5
19.3
Socony.Vacuum

….
73.6
70.1
62.9
59.2
St. 0. of California

. –
48.1
44.8 44.0
41.9
St. 0. of Indiana

….
38.7 *)
37.5
32.0
30.4
Tide Water Associated
28.2
24.7
22.5 20.8

Totaal (IV)
230.6
215.7 195.9

183.8

Onafhankelijke maatschappijen.

Amerada

…………..
12.9
*
10.8
*)
11.0
9.2.
Barnsdall

…………..
10.6

)
9.9

)
9.1
8.5
Cities

Service

……….
29.5 26.1
25.8
22.8
C’onsolidated

Oil ……..
37.5
29.8

)
28.9
24.1
Continental Oil

……..
28.0

)
25.7
*)
22.8
20.8
Gulf

Oil …………….
79.3
74.9
66.5
63.0
Phillips

Petroleum ……
45.5
36.1 24.7
20.6
Pure

Oil …………….
23.2
22.5 20.3
19.7
SkeIly

Oil

…………..
13.4
9.7
11.5
8.3
Sun

Oil

…………….
15.5

)
15.2
*)
13.6
13.3
Texas Coop.

…………
60.5
58.5
49.5
48.2
Union Oil (Calif.) ……..
23.0
5)

21.0
5)

18.8
5)

17.1
5)

Totaal V……
378.9
340.2
302.5
275.6

Totaal (I_V).

1172.6
1087.4 1027.5
958.9
U.S.S.R.

(VI)

……….
198.8
206.2
198.8
206.2

Totaal generaal (1-TV)
1371.4 1293.6 1226.3 1165.1

Wereldproductie ……
2041.7 1978.3 2041.7 1978.3

)
Is geheel of •gedcelt1ijk geraamd.
1)
31.99
miii. kg
in
1937 en 29.92
mill. kg
i:n
1938.
2
)115
mill. ton in
1937
en
11.56 miii.
tou in
1938
(zonder
de winning van olie uit leisteen).
3)
P1.m.
1.4
miii. ton
in
1937
en
1938.
4)
Volgens ,,Pool’s” slechts
90
miii.
barrels in
1937
en
178 mii.
barrels in
1938.
5)
Inclusief
de winning van aardgasbe n niuc.

Uit deze gegevens blijkt, dat in 1938 zonder Rus-
land 55.0 pOt., en met Rusland 65.4 pOt. bruto, van
de wereldproductie door de groote economische een-
heden worden voortgebracht, of resp. 48.5 en 58.9
pOt. netto. Dit
cijfer
is als volgt over de verschillende groepen te verdeelen:

Groep (concern, maatschappij, eiiz.)

bruto

netto

Koninklijke-Shell

……………………..
11.0

10.4

Auglo-i. naruiain-.Ou rntait 011 ……………..
4.8

4.8

Standard
Oil Cc.,
New Jersey …………..11.1

10.1
Vroeger door de St. 0., N. J., gecontroleerde
maatsohappijen

……………………..
10.9

9.3

Onafhankelijke inaatsohappijen …………..
17.2

13.9
Rusland

……………………………..
10.4

10.4

Totaal ……
65.4

58.9

Zooals men ziet, is het aandeel van de allergrootste
o tidernemingen (Koninklijke-Shell eenerzij ds en Stan-
dard Oil Co. anderzijds),
vrijwel
gelijk, en even hoog
als of iets hooger dan dat van Rusland, terwijl het ook
bijna geëvenaard wordt door de productie van de vroe-
ger door de Standard Oil Co., New .Jersey, gecon-
troleerde ondernemingen. Het aandeel van de ,,on-
afhankeljken” is verreweg het belangrijkste. Van een
productiemonopolie of van een sterk overheerschen-
de positie van één enkele groep of onderneming kan
echter, dit blijkt uit het bovenstaande ten duidelijk-
ste, niet worden gesproken.
In het volgende staatje hebben wij de
ntto-produc-
lie
1938 van de in onze eerste tabel genoemde maat-
schappijen
naar de hoe grootheid
gerangschikt, onver-
schillig tot welke groep de betreffende producenten
behooren.

792

ECONOMISCH-STATISTISCHE’BERICHTEN

25 October 1939

De netto-winning van ruwe olie door de groote petroleuit-
producenten in
1938
(miii. barrels).

Producent

‘l’ransport.. 1006.0
t.J.S.S.R ………….
206.2
Tjde Water Associated

20.8
Koninklijke-Shell
. . 205.0*) i’liillips
Petroleum .. . .
2 0. 6
Standard 011 N. 3…
200.0)
Pure Oil …………
19.7
Angio-Iranian ……
84.4 Ohio Oil…………..19.3
Gulf Oil…………
63.0 Union Oil
(Calif.) ….
17.1
Socony Vacuum ….

59.2
Sun Oil …………..
1:’.3
Texas Corp………
48.2
Atlautic Refining …
.

12.2
St. 0. of California

41.9
Burmali Oil ……….
10.1
St. 0. of Indiana ….

30.4
Amerada ………….
9.2
Consolidated Oil ….

24.1

Barnsdali …………
8.5
Cities Service ……
22.8

Skelly Oil …………
8.3
Continental Oil ….
20.8

Transport6erea.. 1006.0

Totaal….
1165.1

= Sohatting.

De raffinage van ruwe olie.
Slechts enkele van de genoemde Arnerikaansche
maatschappijen produceeren méér ruwe olie dan zij
verwerken
(Ohio Oil, die 306 pCt. van de in 1938
geraffineerde hoeveelheid voortbracht, (Jontineuta)
Oil, waar dit met 152 pOt. het geval was, en Phillips
Petroleum, 130 pOt; voorts de Skeliy Oil). Bij alle
andere ondernemingen overtrof de geraffineerde hoe-
veelheid ruwe olie verreweg cle geproduceerde. M.a.w.
de meeste groote maatschappijen wat-en en zijn be-
langrijke koopsters van ruwe olie. Van de in ons staat-
je genoemde maatschappijen zijn. de Arnerada en de
Barnsdali Oil slechts producenten van ruwe olie. Bij
de overige beliep de eigen netto-productie tusschen
35 pOt. (Atlantic Refining en Standard Oil Co. of
Indiana) en 84 pOt. (Standard Oii Co. of California)
of 83 pOt. (Gulf Oil) van de verwerkte hoeveelheid.
Een in vergelijking met de verwerking geringe
eigen productie kan onder bepaalde omstandigheden
(gedrukte prijzen van ruwe olie) een voordeel zijn,
maar over het algemeen is een zeker evenwicht tus-
schen productie en verwerking wel gewenscht, omdat
daardoor de afhankelijkheid van de prijzen van .t-uwe olie en van de marge tusschen deze prijzen en die van
de eindproducten wordt verminderd. Groote reserves
maken het mogelijk, ook in
tijden
van schaarschte en
hooge ruwolie-prijzen voordeelig te procluceeren.
Aangezien over het algemeen in de laatste ‘jaren en
zelfs tientallen van jaren de ruwoliemarkt meeren-deels een ,,huyer’s .uiarket” was, versterkt het feit,
dat de groote maatschappijen koopsters van ruwe olie
zijn, haar positie op deze markt. Voor het efficiënte
bedrijf van een. petroleumraffiiiacier.ij zijn bepaalde
minima van te verwerken grondstoffen vereischt,
en reeds daarom kan lang niet ieder peti-oleumpro-
ducent, gesteld hij zoude zulks• zelfs willen, een raf-
finaderij oprichten en ruwe olie raffineeren. in de
V
. St. zijn eenige tienduizenden pt-oducenten van ruwe
olie, maar slechts eenige honderden raffinaderijen.
Uit een en ander volgt reeds, dat de
raffinage
in
veel sterker m,,,te door de groote, en kapitaaikrachtige
ondernemingen wordt beheerscht dan de productie van ruwe olie. Voor ouinklijke-Shel1, Anglo-Iranian en
Burmah Oil, staan geen gegevens betreffende de ver-
werking ter beschikking; dus moesten deze data wor-
den geschat. Dit in aanmerking riemetade, komt, men tot de conclusie, dat zonder Sovjet-Rusland 71.6 POt.
van de (geschatte) totale hoeveelheid van voor raff i-
nage bestemde ruwe olie door de groote maatschappijen
wordt verwerkt; inclusief Sovjet-Rusland stijgt dit
percentage tot ongeveer 81.7 pOt., his volgt verdeeld:

Koninklijke-Shell ……………………………
13.0
A.ngdo-Irani’aa – Bu rmah Oil ………………….
4.9
Standard Oil Co., N. J………………………
15.4
Vroeger door de St. 0., N. J. gecontroleerde maatsob.
17.8
Ona.f’hankelijken …………………………….
205
Rusland…………………………………..
10.1

Totaal ……
81.7

Al wordt dus d raffinage in. veel sterker mate
door de groote ondernèmingen beheeischt, l:iet is ook
hierbij weer onjuist te veroncièrstelien, -dat een of
twee groote ondernemingen een alles overhee:rsche.nde

positie zouden innemen. Het aandeel der groote on-
dernemingen a:fzonderlijk blijkt uit de volgendetabel:

De verwerking van ruwe olie door di
,
groote petroleum-
co,noe’rns in
1938 (nrill.
barrels).
Groep en Mij.

Miii. barrels
,,Onafhankelijke Mijev”
Koninklijke-Shell (T) 245.0 ‘)
Amerada ………… –
4v.glo Iran lan. Burmah Oil.
Barusdall ………… –
Aug10 Iranian ……
82.0 *)
Cities Servic ……..
33.4
Burmah Oii ……..
9.8
*) Consolidated Oil ……
64.6

Totaal
(II)

91.8 •
Contineiital
011

13.7

Standard Oil Co.,

Gulf 011 …………..
76.1

New Jersey (111)

PhilIips
Petroleum . . .
15.9

Vroeger door de St.
o.,

Pure Oil …………
25.2

N. J. gecontroleerd:

SkellyOil …………
7.4

Atlantic Refining ……
35.3
Sun 011 …………..
25.8

Ohio Oil ………….
6.3
Texas Coop . ……….
94.7

Socony-Vacuum ……..
1125
Union Oil (Calif.) …..
.28.1

St. 0. of California……
50.0
TotaaiV …….. .
84.9
St. 0. of Indiana……..
87.8

Totaal
I-V

1346.3
Tide Water Associated
. 42.7 U.S.S.R. (VI) ……..190.
Totaal (IV)……
334.6
lotaal Generaal (1_VI)
1537 2
= Sohatting.

De omzetten.
Gaarne hadden wij deze uiteenzetting ook door een
volledig overzicht ‘van de geldwaarde der
omzetten
van de groote maatschappijen gecompleteerd. Helaas
staan deze cijfers noch voor de Koninklij ke- Shell,
l)Och voor de Anglo-Iranian en Burmah Oil, noch
(althans op vergelijkbare basis) voor Rusland ter be-
schikking. Ramingen zijn hier met eenige mate van
bet:rouwbaarheid niet mogelijk. Wij hebben daarom
slechts de omzetcijfers der Amerikaansche onderne-
mingen volgens de belangrijkheid gerangschikt, en
in de tabel alle pet.roleummaatschappijen der Ver. St.
opgenomen, die in 1,938 een omzet van meer dan $2.5 miii. bereikten; daaronder zijn ook twee vennootschap-
die niet tot de belangrijkste producenten van ruwe
olie of tot de grootste raffinadeurs behoorden.

Dc o•njqettpit van
23 A
inerikaansche petroleum-
maatschappijen in
1937
en
1938 ($1000).
Maatschappij

1938

1937
Standard 011 Co., New jersev ….
1173.730

1308.900
Socony Vacuum 011 Co ………..
554.214

574.025
Texas Coop…………………
348.922

376.238
Standard
011 Co. of
Indiana – .

335.996

365.521
Gulf Oil Coop ……………….

266.320

278.676
Shell Union Oil C.r1, ………….

252.832

260.308
(Jities Service Co.
1
)215.337

241.750
Cunsolidated Oil Corp . ……….
214.760

241.761
Humbie OH en Refg. Co.
2)
……
205.458

213.266
Standard OiI Co. of California ..

180.848

192.146
Tide Water :ssosiated ……….
137.384

145.177
Atlintic Refining Go ………….

125.731

131.217 Sun
OiI Co . ………………..

115.047

133.323
.Phi lii pa Petroleum Go. ……….

111.899 –

1 18.72
Pure
Uil
Go …………………

104.742

119.098
Gontinental Oil Co……………
80.151

89.180
Union Oii of California ……….
78.091

85.341
Standard Oil Co. of Oliio ……..
55.307

57.864
Otiio 011 Go……………….
54.334

64.165
Standard 011 Co. of .Kentucky…

51.541

53.121
Mid-Continent Petroleum Co……
38.413

41.976
Skelly Oil Go. ………………

35.880

41.484
South Peun 011 Co ……………

-25.931

37.119
1)
Petroleum-public utility onderneming; outva.ngnteu uit
het
petroleumbedrijf
$ 121.905.000
in
1938
en
$ 143.180.000
ii 1937.
2)
i)oehtermij. Standard 011 Co., Nmv Jersey.

Ondanks zekere lacunes en ondanks de aanvulling
van ontbrekende of,ficieele gegevens door ramingen,
kunnen, meenen wij, cle bovenstaande gegevens wel
een indruk geven zoowel van ‘de grootte der afzon-
derlijke maatschappijen als ook van haar relatieve
heteeken,is. ‘Bovendien kunnen zij misschien ertoe
bijdragen, sommige, vastgei

oeste, maar daarom nog
lang niet of niet meer juiste opvattingen betreffende
cle structuur. der internationale petroleumindustrie
recht te zetten. Ook met dit doel, legende en mythe
te vervangen door feiten. en werkelijkheid, voor ooge.n
werden deze beschouwn gen geschreven.
Dr.
W. MAU’rNER.

25 Oëtober 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

793

OORLOGSWINST EN SPAARDWANG.

Bij het uitbreken van den oorlog heeft men in
vele landen maatregelen genomen ter heteugeling van
de prijsstijging, En al moet men de uitingen der
staatslieden in dit opzicht natuurlijk niet te letterlijk
nemen, het heeft er een oogenblik naar uitgezien,
alsof wij ook in Nederland naar een periode van
totaal gereguleercie prijsvorming gingen en slechts
het gebruikelijke argument, dat men de wetten der
prijsvorming niet kan schenden, zonder daardoor
schade te veroorzaken, zal wei tot verzachting van
dit streven hebben bijgedragen.
Tntusschen is dit argument, bij het aanwenden
waarvan men zich op cle economen pleegt te beroepen,
niet zoo vanzelfsprekend als gewoonlijk wordt aati-
genomen. Natuurlijk is een prijsregeiing, die zich
van de prod ucti ekos ten niets aantrekt, een onding en
wordt daardoor het doel van de regeling: de betere
verzorging van liet volk niet levensmiddelen, niet be-
reikt, daarom reeds, omdat men er industrieën mee
elimineeren kan. Doch men is geneigd aan te 11e:
men, dat men de vrije marge tusschen kosten en prijs,
de winstmarge dus, min of meer naar helieven kan
manipuleeren en dat men zich op deze wijze kan
richten tegen de eenerzijds gehate en gevreesde, doch
ari de rz ij ds hevig begeerde
O.W.
Geheel onjuist is dit niet, doch men is in dit op-
zicht niet zoo vrij, als wei op het eerste gezicht zou
kunnen schijnen. In de eerste plaats is er een con-
junctuurgrens: wanneer men cle winst beneden een
bepaalde hoogte houdt, kan men in plaats van een
oorlogshausse een baisse produceeren, met het gevolg,
dat zich naast het oorlogswee een ander vee, van
ecoriomischen aard, presenteert, dat de economische en
moreele kracht van de natie belangrijk kan ondermij-
tien. De winst moet dus een normale handelsvinst
blijven, althans van conjun etuurstandpunt bekeken.

Maar dit is niet alles. Want in oorlogstijd worden
aan den ondernemer extra hooge eischen gesteld en
de oorlogswinst wordt niet altijd zonder ongewone
moeite en zorgen gemaakt. Nu is het een fout, te
denken, dat in oorlogstijd het patriotisme wei zorgen
zal voor het proclueeeren van deze extra hoeveelheid
energie, die onder de buitengewone omstandigheden noodig is. De winstprikkel is in oorlogstijd meer dan ooit noodig, zoo goed als hier en daar een verhoogde
loonprikkel en het zal dus zonder meer duidelijk zijn,
dat
het normale winsipeil in oorlogstijd iets hooger
ligt dan in vredestijd en dat, wil men het volk de
voordeelen van een oorlogsconjunctuur gunnen, men
ii iet op het standpunt mag staan, dat het winstpeil
gedurende den oorlog niet boven het normale vredes-
peil mag stijgen.

Vauneer bij’. een winstpeii van gemiddeld 6 pOt.,
iii vredestijd voldoende zou zijn, om algemeene te-
werkstell ing van alle arbeidskrachten hij benadering
mogelijk te maken, dan zal in oorlogstijd wellicht
een gemiddelde winst van 7 pOt. alleen dit doel kun-
tien bereiken.

Vas met deze rederieeritigen nu het geheele pro-bleeta afgedaan, dan zou men kunnen zeggen: laten
wij trachten, de prijzen zoo te regelen, dat de gemid-
dcliie winst kv6I boven eee.n normaal peil komt, doch
niet ver er boven. En het
cijfer
der bedrijvigheid zou,
met inachtneming van factoren als materiaal-
schaarschte en dergelijke, een index voor de te vol-
gen gedragslijn kunnen zijn. Met dit al neme men in
aanmerking, dat het winstpeil hij het uitbreken van den oorlog in Nederland nog sub-normaal was, om
welke reden de winst stellig meer zou mogen stijgen
dan in het hier gegeven voorbeeld.
Doch oolc dit is nog niet alles. In gevallen, waar-
in men met speculatieve prijsopdrijving te doen heeft,
kan men natuurlijk met weinig schade voor de ge-
meenschap ingrijpen, al dient men zich w voor te
hoeden, een eennuiol ontïcetevde
golf van speculatie
te breken. otrula t (1 it eelt ii Igeineene depressie zou
kunnen produceeren. Speculatie en conjunctuur lian-
gen ten nauwste samen en dit wordt doo.r rege1ng.s-
erlthiousiasten wel eens vergeten en liet vraagstuk, of
bepaalde soorten van speculatie niet in hun geheel
verwijderd zouden moeten worden , mag niet verward
worden niet het vraagstuk van de bestrijding van eii
bestaande speculatiegoif in een maatschappij, waarin
die speculatie een rol vervult en moet blijven ver-
vullen, zoolang clie maatschappij in baar tegen woor-
cligen vorm bestaat.

Daarbij komt, dat speculatieve prijsstijgingen van de zoogenaamde gelegitimeerde prijsstijgingen zeer
moeilijk zijn te onderscheiden. Immers, hoe zal men
heoordeelen, wat op grond van bepaalde aanhods- en
v raagverhoud in gen. in de naaste toekomst, die men
nog niet kent, de juiste prijs van het oogenblik zal
zijn. En in oorlogstijd liggen dc factoren, die vraag
en aanbod bepalen, veelal nog meer in het verbor-
gene, clan in vredestijd.

Nu zal men zeggen: wat doet liet ertoe, of een prijs
op cle ideale hoogte staat of niet. Als de winsten be-
vredigend zijn, doch niet excessief en een verhooging
der winsten geen extra-prikkel tot het aanbod meer
zou scheppen, clan hebben wij maar één belang, te
zorgen, dat het volk de. dingen, clie liet noodig heeft,
zoo goedkoop mogelijk krijgt. Nu is hier iets van
waar en er is iets te zeggen voor ingrijpen in dit
opzicht, ook al is het gevaarlijk en verliest het prijs-
systeem er iets van zij.n gewone buigzaaniheid door,
terwijl de prijzen stellig geen uitdrukking meer zul-
len zijn van de relatieve nuttigheid der verschillende
goederen. Waarbij nog komt, dat fouten, die in dit
opzicht gemaakt worden, zich erg kunnen wreken,
wanneer de oorlog voorbij is en liet blijkt, dat men,
misschien onnoodig, industrieën heeft gesteund, die
in vredestijd geen levensvatbaarheid hebben.
Nu geef ik toe, dat er steil ig een terrein is, waar-
op men de prijsvorming niet vrij kan laten in oor-
logstijd, dat der eerste levensbehoeften, en reeds dit
feit doet de vraag stellen, of liet wel wenschelijk is,
de regeling alleen tot Ii t terrci mi te beperken.. Immers,
in dit geval worden zij. die de levensbehoeften ver-
zorgen, zwaarder getroffen dan de andere producen-
ten, hetgeen wijst op de wenschelijkheid van een
meer algemeene regeling
1).

Wij zullen hij deze interessante vraagstukken van
oorlogsordening iiiet langer stilstaan, en de weinige
ruimte, die ons nog rest, liever wijden aan een van
econoii i sch stan cl punt nog boeiender verschijn sel, dat
zich hier presenteert. Wij weten, dat de prijzen in
normale tijden va.ststaan, w’anneer vraag en aanbod
der goederen gegeven zijn. Stelt men nu een prijs
laag, terwijl de hoeveelheid van het goed gedaald is,
dan zal het budget der koopers een vacuum gaan
vertoonen: een deel van liet verdiende geld wordt
niet uitgegeven, of moet uitge.mreven worden voor an-
dere dingen, waarvan een teveel is. Bij een algemeene
prjsregeling za] intussc]iemi de daling van, liet aantal goederen een
blijvend
vacuum van alle budgetten
gaan veroorzaken, zoddat prijsremcelirig hij dalend goe-
derenaanhod (zooals dit in oorlogstijd pleegt voor te
komen) practisch spaarciwong beteelcent. Om dezelfde
reden (de reden, dat men den prijs niet tot zijn na-
tuurlijke hoogte laat stijgen)
is
dan ook distributie
der schaarsche goederen noodig ter voorkoming, dat
de rijken alles, de armen te weinig zouden krijgen.
Maar nu is vraag, wat zullen de menschen doen
met de bedragen, die zij niet kunnen uitgeven? Er is
maar één antwoord op in liet geval van een alge-
meene prijsregehing en dat is: ze zullen sparen en
probeeren te heleagen. Als zij sparen en niet beleg-
gen, zullen de eôonomnen zeggen. dit (lit defleereni
werkt:doch het is duidelijk, dat in (lit geval niet het
niet-beleggen van spaargelden de oorzaak van de
nleflatie is, doch dat een, gewilde remmimning van in-
flatie de spaargelden doet ontstaan. Tntussciien is het

) )lann di.it ccli b11ijk

igelimig ii;ilitiiilijk

794

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939.

iiiet van belang ontbloot te vragen, of dit dwang-
spiren tot beleggen kan leiden. In de industrie kan de vraag naar beleggingen aan nauwe grenzen ge-
bonden zijn, eeperzijds door het tegenhonden van het stijgen van de winst, anderzijds doordat in een tegen-
woordigen oorlog de materiaalkiem wel eens pijniij-
ker kan worden dan zij in den vorigen oorlog geweest
is. Want de omvang der activiteit hangt niet alleen
af van den voorraad arbeid, kapitaal, grond en on-
dernemingsgeest, doch helaas ook van den voorraad
van vele goederen, die men importeeren moet, het-
geen wel eens een bron van ellende voor onze indus-
trie kan worden, wanneer een langdurige oorlog zou
ontstaan.
Moet dan de dwangspaarder zijn geld renteloos
laten liggen? Laten wij hiervoor in oorlogstijd niet
bevreesd zijn, want cle Staat, die in oorlogstijd teveel
geld heeft, is een hoogst onwaarschijnlijk iets.
Di. W. L. VALK.

DE RIJKSMIDDELEN OVER SEPTEMBER.

Algemeen beeld.

Met meer dan gewone belangstelling zal ditmaal
naar het Middelenoverziclit zijn uitgezien, waarin de
in Europa ingetreden oorlogstoestand en de als ge-
volg daarvan in Nederland op economisch gebied ge-
troffen maatregelen zich voor het eerst hebben kun-
sen wéerspiegelen. Wie intusschen gedacht heeft op-
zienhare wijzigingen in (len staat te zullen aantref-
Fén, ziet zijn verwachting niet vervuld. Behoudens
een niet onbelangrijke daling van een paar klèiiie
middelen (het statistiekrecht en de loodsgelden) ver-
schilt het overzicht ditmaal nog in niets van de nor-
male inkomsten, waaraan wij den laatsten tijd gewoon
zijn geworden. Zelfs de invoerrechten wisten op peil.
te blijven. De totale opbrengst der niet-directe hef-
fingen bedioeg
,f
37.816.200, d.i.
f
368.200 minder
dan. de ontvangsten in de gelijknamige maand van
ht -brie jaar hebben heloopen. Daarentegen werd
de gemiddelde maandraming met
f
1.005.800 over-
troffen. De meeste middelen vertoonden een hooger
ophrengsfcijfer. Alleen het statistiekrecht, de omzet-
belasting. ‘de couponbelasting, de zegelrecht’en, de
registratierechten, de suceessierechten en de loodsgei-
den bewogen zich in dalende richting. Dat de verge-
lijkirig met September 1938 betrekkelijk ongunstig uit-
valt, is -in hoofdzaak aan de omzetbelasting te wijten,
die door de gewijzigde betalingsregeling
f
2.079.300
minder ophracht.
De totale ontvangsten over de eerste drie kwar-
talen van dit jaar bedragen
f
349.214.200 tegen

.f
330.556.600 in hetzelfde tijdvak van 1938 en bij
een evenredige raming van
f
331.293.750. In verge-
lijking met liet vorige jaar droegen twaalf middelen
tot de verhooging bij met een gezamenlijk bedrag van

,f
27.177.900; de overige vijf middelen brachten te-
zanien
f
8.520.400 minder op. Tien middelen over-
schreden de raming met in totaal f24.516.300; cle
resteerende zeven belastingen brachten tezamen

.f
6.595.800 minder op dan waarop blijkens de ramning
‘as gerekend.

Dividend- en tantiim ebelasting.

Evenals in de vorige maanden van het kwartaal
liep de dividend- en tantièmehelasting in opbrengst
vooiuit (ditmaal met
.f
315.300). De in de reeds ver-
streken maanden van het jaar verkregen voorsprong
hoven 1938 steeg hierdoor tot
f
1.068.100, welke toe-
neming geheel is toe te schrijven aan de verhoogitmg
(ier Rijksopcenten in Mei 1938. Groot is de verkre:
gen winst niet en daarom mag veilig worden aan-
genomen, dat de inzinking van de conjunctuur in
1938 een remmenden- invloed heeft tiitgeoefend.

invoerrechten.

Zooals reeds werd opgemerkt, waren de invoerrech-
ten hoog (ophrcngst
f
10.047.500 tegen
.f
8.728.800

in September 1938 en bij een raming van f 8.000.000).
De verhooging ‘van het tarief met ingang van 1 Maart
ii. levert extra baten voor ‘s Rijks schatkist op. Voor de komende maanden zal evenwel rekening moeten
worcleii gehouden met het stagueeren en zelfs voor
een deel stilleggen van. iii- en uitvoer. Uit den niet
geringen teruggang van het statistiekrech t (va cm

.f
217.000 tot
.f
150.500) valt trouwens af te leiden,
hoezeer onze buiterilandsche handel in omvang is
teruggeloopen. Blijkbaar hebben de invoerrechte.n veel
opgebracht, omdat in de afgeloopen maand belang-
rijke hoeveelheden goederen sneller dan gewoonlijk
uit het entrepot zijn gehaald en ter markt gebracht.
omdat daarnaar een sterke vraag bestond en een
aanstaande prijsstijging niet uitgesloten moest wor-

den geacht.

Accijnzen.

De
accijnzen
maakten een goed figuur, dank zij de
ruime afn.eming van alle soorten van artikelen in
verband met de belangrijke voorraadvorinillgen in den
laatsten tijd. liet zout verschafte een surplus van

f
15.300. Dit middel is cle eenige accijns, die in de
reeds vrstreken maanden van het jaar minder heeft
opgeievrd dan in dezelfde periode van 1938 (terug-

gang
f
238.900). De geslachtaccijns steeg met
f
91.200

en overtrof cle maandraming niet
f
109.200, waar-
schijnlijk ‘wegens’ de slachtingen voor de gemobiliseer-

den. Aan wijnaccijns werd
f
32.700 meer ontvangen
dan in September 1938; vernioedelijk is ook in dit
artikel heel wat gehamsterd. De gedistilleerd-accijns
vertoonde een accres van
f
87.900, hoewel de maand
September ditmaal een verschijndag van den crediet-
termijn mindër telde – dan in 1938. De bieraccijns
gaf zelfs een ‘recordcijfer te zien; de ontvangsten be-
droegen niet minder dan
f
973.000, d.i.
f
280.900
meer dan in September 1938 werd geïnd en
f
306.400
boven de gemiddelde niaandraming. Ook de suiker-

accijns was door de ‘sterke voorraadvorming aan den
hoogen kant; hier bedroeg de stijging
f
247.200, ter-

wijl de raniing met
f
850.200 werd overtroffen. Ten-

slotte de tabaksaccijns, die met
f
219.000 vooruitging en f660.800 ho-ven de mnaanclramiri.g opleverde; hier
is de ‘oorzaak van de ‘vermeerdering eenerzijds aan een
stijging van het verhrnik, anderzijds aan de prijsstij-
ging van importsigaretten. toe te sub rijven. Alles bij
eikandem genomen, moet geconstateerd worden, dat het
er met de accijzen op dit oogenblik goed voorstaat.
Tot dusver hebben cle accijnzen gezamenlijk ruim

f
5′ millioen ineer opgebracht dan
in
de eerste drie
kwartalen van het, vorige jaar.
‘Andere indirecte heffingen.

De helasti mig op gouden en zilveren verken gaf
bijna
f
3.000 ineer clan in September 1.938. Daar-
entegen vertoonde de omzetbelasting een belangrijken
teruggang (van f2.079.300). Deze vergelijking heeft
thans echter weinig zin, nu door de gewijzigde- be-
talingsregeling het zwaartepunt voor de betalingen is
verlegd naar de eerste maand van het nieuwe kwar-
taal. Ongetwijfel.d mag’ voor de maand October op een
veel. hoogere ontvangst worden gerekend, mede gelet
op de voorraadvorming, die in de vorige maanden heeft
plaats gehad. De couponhelastiug verschafte
f
11,0.400

minder; gerekend over ne’en miiaanden, is het loopen-

de jaa

r
f
241,. 500 in het nadeel.
Aan zegelrechten werd ditmaal
,f
102.400 minder
ontvangen, welk nadeelig verschil echter niet te wij-

ten is aan”een trager
I
vloeien van de hcursbelasting,
aangezien – laatstgenoemde heffing 1’164.000 – méér
heeft opgeleverd. Ook cie registratierechten.- waren
weer laag; de ontvangst bleef f 203.600 bij- die van September 1938 ten achter, terwijl ten opzichte van
de r-aming’ het tekort f408.200 hedraagt.-Er’gaat wei-
mmig om in den’ gelclhandel en de handel in vast goed
stagneert. .flere’ken.d over nege:n. – maanden, hebben de
zegel- cmi de recistratierechten resp.
.f
1.741.900 en

f
1.43,200 minder opgeleverd dan in het vorige’ jaar.

25 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

795

De successierechten liepen terug met
f
370.200.
Ook op zichzelf beschouwd, was de afgeloopeii maand
voor dit middel niet bijzonder gunstig; immers, de
raming werd bij lange na niet gehaald (nade3iig ver-schil f708.000). Het geldt hier intuaschen een uiterst
wisselvallig middel, waarop ii let veel peil te trekken
valt. In de eerste drie kwartalen kwam
f
4.862.900
minder binnen dan in het tijdvak d anuari tfTn Sep-
tember 1938. Dat de looclsgeide.n Cen (lepe inzinking
vertoonen, waarbij zij daalden van
,f
67.100 tot

,f
20.200, zal wei geen verwondering wekken. liet
ziet er voor dit middel niet rooskleurig uit. Dc eerste
negen maanden brachten nog
f
:157.800 meer op dan
in 1938.

Directe belastingen.

Op de directe belastingen zal de irigetreden oor-
logstoestand vooralsnog in het geheel geen invloed
kunnen uitoefenen. Het overzicht op ultinio Septeni-
ber jl: geeft gunstige cijfers te zien, liet totaal van
de zuivere kohierbedragen komt f12.834.400 uit bo-
ven dat van de overeenkomstige dienstjaren op 30
September 1938. Hiervan komt het leeuwendeel
voor rekening van de inkomstenbelasting (toeneming

.f
12.109.400); dit voordeelig verschil is vermoede-
lijk voor een belangrijk deel te verklaren uit; de snel-
lere aanslagsregeling. in de stijging van de grond-
belasting met
f
171.600 mag een normaal a’ccres wor-
den gezien. De betrekkelijk geringe verschillen in
meer en minder, welke hij de vei’niogeusbelasting en
de verdedigingsbelastiug T te constateeren zijn, laten
zich niet nader toelichten. Het accres van de belas-
ting van de doode hand (ad
f
52.000) spruit vermoe-
delijk voort uit een vlotter verloop van de aanslags-
regeling.

AANTEEKENINGEN.

Het vraagstuk van den internationalen handel

in de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde.

In het nummer van 18 dezer hebben wij mededee-
ling gedaan van de vragen, die in. de aanstaande jaar-
vergadering van de Vereeniging voor de Staathuis-
houdkunde en cle Statistiek aan de orde zullen wot’-
(‘en gesteld en die betrekking hebben op de interna-tionale handelspositie van Nederland. Voorts gaven
wij een overzicht van liet omvangrijke praeadvies, dat
hierover is uitgebracht door Dr. A. de Graaf.
f.
Wij willen thans liet een en ander mededeelen om-
trent het tweede praeadvies, hetwelk is uitgebracht
door Prof. J. van Oetderen.

Deze begint met er op té wijzen, hoe moeilijk het is
om in het huidige tijdsgewricht de liandeispolitiek op
zichzelf te behandelen. Yiniiner was er een t.ijd, waar-
in een ,,rein economische” analyse van de handelspo-
litiek verder van de werkelijkheid verwijderd moest blijven, dan juist de periode waarin wij thans leven.
Er woedt een oorlog, die in belangrijke mate een
ideologischen inslag vertoont en welks uitkomst mede
beslissend zal zijn voor cle vraag, of het vrije, kapi-
talistische stelsel zich, mogelijk in beperkte mate, zal
weten te handhaven, dan ivel of daarvoor een min of

meer volledig geordende economie in de plaats zal
treden. Intusschen, al is liet dan moeiljk om in clezen
tijd van dooreenmengeli ig van zuiver economische en
algemeen politieke overwegi nge.n de ha ndelspolitiek
in abstracto te bezien, ‘zoo is het toch niet nutteloos
om de ontwikkelingstendenzen van den internationa-
len handel in de laatste kwart eeuw na te gaan en
(le vraag te stellen, in welke richting deze, ongeacht
de storingen van den huidigen ooriog zouden voeren
ook in benarde u ren kunnen
ivi,j
den drang niet on-
derdrukkeri om te bespiegelen en om vooruit te zien,
a l.w’are het sleehts om aan het gevaar te ontkomen
onder de verschrikkingen van het oogenhlik te lie-
zwijken.

De seli rijver bespreekt liii eerst de struetmit’vci’-

ancieringen welke in de laatste deceut:iia in den han-
dcl hebben 1)laats gevonden en. waarbij gebleken is
van een toenemende mate van zeifvoorziening, ook in
Nederland, dat den weerslag ondervond van wat el-
ders gaande was. In den Indischen in- en uitvoer von-
den eveneens diepgaande veranderingen plaats. Voor
innige, economische samenwerking tusschen Nederland
en Indië bestaat niet dan in beperkte mate dc mogelijk-
heid, daar beide landen, iii tegenstelling tot wat vaak
gemeend wordt, geenszins elkanders productief corn-
pleinent vormen. Slec.hts over den omweg eener meer
systematische kapitaalvoorziening kunnen de econo-
mische hetrekicin gen tusschen Nederland en Indië ge-
intensiveerd worden, op dezelfde wijze als zulks in
den loop der 19e eeuw niet betrekking tot den tropi-
schen landbouw isgeschied. Thans werpt de particu-
liere kapitaalvoorziening zich op den mijnbouw, die
echter veel minder aan bonen voor de Indische be-
volking oplevert dan de landbouw. Wel bestaat voorts
nog de . mogelijkheid, dat het Nederlandsche ka-
pitaal een rol zal spelen bij de industrialisatie van
Indië, maar voor de klein- en middenbedrijven is
deze rol beperkt tot de financiering van den aanvoer
van grondstoffen en van den georganiseerden afzet.
Belangrijker aanwendingen voor Nederlandsch kapi
taal liggen in de Indische grootindustrie, welke zich
intusschen nog in het eerste stadium van ontwikke-
ling bevindt; hieruit kan een verruimde afzet naar
Indië voortvloeien, mits de Nederlandsche nijverheid
zich aan de behoeften van de Indische markt weet
aan te passen. Alles tezamen genomen., blijft echter
de relatie tot Indië in het geheele kader der Neder-
landsche problemen van beperkte beteekenis.
Over de oorzaken, der groote structuurveranderin-
gen loopen de meeningen uiteen. Onze tijdsperiode laat zich vergelijken met die van het 17e-eeuwsche
Mercantilisme, waarin, even als thans, handeispolitiek
en staatkunde vermengd waren, met het gevolg, dat
de handeispolitiek niet langer uit een oogpunt van
zuiver economische doelmatigheid ivo rdt heschou vrl.
Toch ware het on…juist om de struetuurveranderin-
gen in den handel uitsluitend toe te schrijven aan
toegenomen nationalisine. In het economische leven
zelf was een aantal factoren, die tot deze struc-
tuurverandering hebben medegewerkt, en wei in. zee.r
belangrijke mate. Prof. Van Geideren wijst in dit ver-
band op de toenemende rol van het vaste kapitaal bijde
productie, ivaardoor de industrie kwetsbarder wordt:
op de massale werkloosheid in de depressie van 1930
en volgende jaren, die op velerlei gebied tot bescher-
ming heeft aanleiding gegeven;, op de rol van de geld-
politiek als factor in de handelspolitiek. Uit dat alles
is het bijkans onoverzienhare geheel van min of meer
fragmentarisch overheidsingrijpen, in de voortbren-ging en in het verkeer ontstaan, dat ook in de demo-‘
cratische landen de economische politiek is gaan he-
heerschen. Zelfs al zou de huidige oorlog met aan-
merkelijke prijsstijging gepaard gaan, dan nog zal
men den invoer niet vrij kunnen laten, noch ook de
productie- en teelregelingen in den landbouw kunnen
afschaffen.

Nederland zal zich dus volgens Prof. Van Gelderen
aan de in gang zijnde ontwikkeling niet kunnen. ont-
trekken. Daarbij rijst de vraag, of onder de verhou-
dingen van dezen
tijd
de oude tegenstelling tusschen
vrijhandel en protectie nog wei zin heeft. Deze tegen-
stelling had beteekenis, toen er in binnen- en buiten-
land markten waren, waarop de ondernemers vrij
konden ageeren en waarop door protectionistische ta-
rieven een niveauverschil kon worden in het leven

geroepen, als gevolg waarvan bepaalde hedrijvèn’ tot
ontwikkeling konden worden gebracht, die zonder
proteetie niet zouden bestaan.
In een maatschappij, waarin een sterke mate van
nationale geslotenheid ‘is ontstaan en waarin de oude
vrijheid ook intern zeer is verminderd; is echter niet
de heffing van rechten een geëigend middel om het
economishè leven de noodige aanpassing te doen vin-

796

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25
October
1939

(lefi
bij de gewijzigde omstandigheden; veelal leiden

’41
er slechts toe, dat de schatkist wordt gestijfd, doch heilrijfsstarheid eji on c1erneinersafsprtken maken de protectie biJ een overheidspolitiek, ve1ke zich verder
v&t.n ingrijpen in het bedrijfsleven onthoudt, 6f krach-

teloos ôf rechtsEreets schadelij k.
Daarom prefereert de schrijver de con tingenteering, :Iie veel meer mogelijkheid laat om hij beperking Van
invoer .n iettemin priisregelend in het binnenland op
te treden. Dit wordt z.i. ook door de Indische erva-

ring bevestigd.
Zeer weinig is de schrijver te spreken over de.
recente tariefsverhooging hier te lande. Dit tarief is

reeds sinds 1 Maart
1939
iii werking. In de eerste
zeven niaa.uilen van dit jaar brachten de invoerrechten
66.4 millioen (luiden op tegen 55.3 millioen in de

overeenkomstige periode van
1938.
De opbrengst steeg

met
20
pOt., terwijl cle wee rcie van den invoer met 3 pOt. toenam. 1-let tarief werkt ook thans nog over-
wegend fiskaal, zoodat feitelijk de discussie over de
liandhav ing van dit tarief naar liet te:rrein der belas-

tingpolitiek verplaatst zou moeten worden:

Door zeer veleu zal worden ontkend, dat belastingver-
l’ogiii. nadat de indirecte, rechtstreeks
Oi
het verbruik
wrknde heffingen prot’ntuee1 reeds aanmerkelijk
te
be-
tiakenis we mei, toegeiio1nen, nogmaals in deze groei) van
heffingen leeg worden gevoticlen. Toor de bedrijvigheid bi.n-
iienslands vormen zij een nadeel. Heffi n’en. welke ertoe le idee dat voorshands
iii
i nde r wordt gespaard. zoolliung
groote deden van hot Neclerlatidsch vermogen braak lig-
gen, verdienen de voorkeur. Hoe dit zij, de fiskale werking
suh ijut voorh aads de ee alg aanwijsbare der t.ar e fsverboo-
Ing te zijn. Weliswaar bleef hierdoor een stijging van de
kosten van levensonderhoud en een daarmee samenihangen-
cle nadeelige invloed op den uitvoer eveneens achterwege,
maar ook een stiiinuleeiende werking
0
1) de besohermde in-
dustrieën en de door hen geboden werkgelegenheid kan dan
mi
al
meer worden verw’achit. Als en dei’cleel der eronomi sche
Jolitieik, gericht op bevordering van cle produotieive krach-
ten des laude – als hoedauig het ontwerp door de Regee-
ring was aanbevolen – heeft het geeuerlei beteekenis. Het
is een slag in de lucht, waarbij de )fi nlister van Finauniën
cle cacige winoaa r is. Deze gang van znken bevestigt de
nvertui.giimg, dat in het vraagstuk, dat de Nederla.udsche
mugeering heeft op te lossen, tarietsverhooging als vorm van
industniesteu.n geen plaats van eeuige beteekenis kan in-
nemen.
.,Niemand zal ontkenjucu, dat een bepaalde bedrijfstak
door een draskiisohc verhoogin.g vnu het tarief voor haar
lmodueten kan worden gesteund en gestimuleerd. Door dit
ruwe ]]Siddel grijpt echter de regeeninig op zoodainiige wijze
in, in het ingewiikke.lde en nauw saimnenhalLgen.de complex
van factoren, dat het totaal van bedrijvigheid en werkge-
legen.herid buheersiht, dat een definitieve beoordeeling van zulk een maatregel eerst mogelijk is, als al de tegengestelde
vii
nevenwerkingan kunnen worden overzien.”

Voor een goede oplossing van de haadelspolitieke
vraagstukken acht Prof. van Gelderen een doelmatige
nationale en internationale ordening van cle economi-
sche krachten volgens een redelijk plan noodzakelijk.
In verschillende opzichten wordt daarn.aa r ook al
reeds gestreefd, zoowel met betrekking tot de produc-
tie, als ook met betrekking tot het geidwezen, waair de
oude vrijheid en het oude automatisme verdwenen
zijn en niet weder terugverlaagd wordenDe syste-
matiek ontbreekt echter nog veelal; daarom is ,,ge-
ordende ruil” aan te hevelen.
Tenslotte kom t Prof. Van Gel deren tot de opstel Ii mig
van de volgende ,,directieven voor Nederland”:

,.l .
De
oniëniteeriii.g ven belangrijike •deelen vele Land-
bouw enindu.strie op export is blijvend gesohokt. Ook van
‘en energteke politiek van uitvoerbm’vordering door middel
van propaganda ina.rktve ik cmi ring, ered’ietga ra,nties. ei nr.
is slechts een’ gering herstel te i’erevac.hteni, al mag oo1
dixe mogelijkheid niet wordeim verzuinid.
De hande.lsvemdrcgpotitirk, welk.’ zich de laatste jaren
hcft onitwilckeld, dient te worden voortgezet. Zij znl ook
in de toekomst meer strkken tot behoud dan tot eritbrei-
ding van bedrivigheid. Dit behoeft deelnemIng aal
p0-
gingen tot plui-ilaterale afsprakemm ter verruiimmini.g ve ii han-
delahetrekkingeiL niet in den wig te staan.
Stelse.Iinatige versterking en nithre’icl:ing van het Ne-

clerlancisohe produutie-nmppamaat. zoowel agrarisch als in-
clustrieel, dient het centrale doelwit van allen economischen
ambeid te zijn. Dit zal slechts op doelniutige wijze kunnen
geschieden door plarummatig ommderzoek en heit verder uit-
werken van cle leidinggevende cmi ordemmende taak der
overheid.
Bij olrichtiang van iiieuwe takk

eai
Vuil
industrie daim
wel uitbreiding van bestnummmcle ten behoeve
vat
voorzie’nimfg
der bin.nenla.indsche mia rkt zal, eveimais bij uitbreidi lig van de iroortbremcgiag vuil bepaa.lde laudtmouwproduuteuii (gra-
men,
veevoeder) besulmerimmi mmg der nicm.mwe producten iie de
mimeeste gevallen aiet kumie-ii werden gemnuist. Hierbij dient
anne de inethodeum dir lamidhouwenisiswet en dereri.slsiuvoer-
wt de voorkeur gegevemm te worden boven tariefsbesehem’-
mnuing. :puotmtionist,ismhe gremerecehten kunnen in bepaalde
oncueite gevallen mmoodig of wemischeulijk blijken, doch zoowel de enoinomuiselie positie e’amm nice land als de ontwikkeling vnu
het bed iij fsleven en de over lied sheiuoe ii ng daarmee n maken
grensrenhtelijke besche miii lig tot een middel van i micidn-
teele en volstrekt ondergeschikte beteekenuis.
Voor het welslagen vummm cle politiek van productie-
cm itbreiding zal een sti’lselnmati;ge werkloosheidsbestrijding
door middel van reuhtstrecksmihe overheidswerken, mede
ter stimuleertng viii, cle hinmmemmlaudsuhe koopkracht, niet kunnen worden igeanist.
De resultaten der erommoumnsrhe sammme.miwerkiumg met fr,-
dië zullen de thans bereikte slechts dam aanmerkelijk kim n-nee oversuh rijden, indien Nederla,ndsc’.h kapitaal stelseima-
tiger en op grootere schaal dami tot nog toe tot unedewer-
king aan de versterking der umiet op export gerichte pro-
ductie wordt bewogen. Hiertoe zijn leiding der Overheid
cii regelmatige saanenwe ‘king van hevoegde Nederla.ndsehe
‘mm Indische instanties op i’oet van gelijkheid, noodzakelijk.”

De kolenpositie van Duitschiand.

Tn,,Der Deutsche Volkswirt” van 4 Augustus 1939
cii ,,Der
Ti
r
t
sc
h
a
ft
s
_Ring” van 18 Augustus 1939
wordt liet opvallende verschijnsel besproken, dat de
Duitsche muijnarbeiders méér claguren maken sinds 1 April 1939 en dat tôch de kolenproductie niet noe-
inenswaarci is toegenomen.
Terwijl de industrieele productie sinds 1937 met
20
pOt. is gestegen, is de koleriproductie practisch
gelijk gebleven, zooclat een toenemend tekort aan bin-
nenlandsche steenkool dreigt. Het tekort heeft niet als oorzaak te weinig kolen in liet Duitsche grond-
gebied, doch te weinig unijuarbeiders.
Daar het geheele econounische leven van Duitsch-
land, vooral wat betreft zijn streven zelf vele grond-
stoffen te vervaardigen, uiteindelijk afhankelijk is
van zijn steenkoolproductie, staat dit probleem in het
unidden vuil) de belangstelling. Hoewel de bruinkool-
productie hierin evemieens een belangrijke positie in-
neemt, ligt het zwaa:rtepunt toch bij de steenkool.
De overheid heef t als maatregel op korten termijn
op 1 April van dit jaar bepaald, dat alle mijnarbei-ders (ook in de ijzereits- en kalimijuen), eiken dag
uur langer zullen umioeten werken, d.w.z. 12
it
13
pOt. van hun totalen werktijd, terwijl dit overwerk
extra hoog betaald wordt.
Tot Augustus jl. had deze maatregel alléén tot ge-volg, dat de mijnen, door de hooge loon be talingen,
niet meer haar afsclm rijvirmgeui kunnen verdienen,
terwijl de steenkoolproductie niet noememiswaard is
vermeerderd. Als hoofdoorzaak meent men te rmaoeten
aannemen, dat de productiviteit van de arbeiders niet
te verhoogen was, daar zij liet maximum van hun
krachten reeds hadden bereikt. Dit maiet toenemen van
le productiviteit komt imi een nog ongunstiger dag

licimt. wanneer uien heden kt. dat het totaal aantal te-
werkgestelde arbeiders sinds April nog iets is ge-

stegen.
Nu hovengeuioemmmde maatregel zonder resultaat is
gebleven, worden andere voorgesteld.
Allereerst is liet theoretisch mogelijk enkele tien-
in izemiclen mijmiarbeiders, die in de slappe jaren vé(,r
1937 zijn overgegaan naar de ertsmijnen en het bouw-
bedrijf, naar de kolen mijnen terug te roepen. Mmccii’
piactisch is dit niet geinakkelijk te verwezenlijken,
vooral ommidat de ertsmijruen die menschen al evenmin
h minnen mniaseim. Uit liet bouwbedrijf zal het wei rio-

——
t
25 October 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

797

gelijk zijn, omdat tenslotte die bed rjfstak van minder
gewicht is voor het economische leven van i)uitsch-
land dan cle kolen- en ertsmijnen.

Deze pogingen zullen, wanneer
zij
gelukken, ii iet
voldoende zijn, zoodat ook wordt voorgesteld, om de
injnarbeiders van den arbeids- en militairen dienst vrij
te steHen. Daardoor komen 30.000 arbeiders vrij en
dat beteekent 15 inillioen ton kolen méér per jaar.
Il3erekent men bovendien het aantal mijnwerkers uit
het bouwbedrijf op 15.000 a 20.000, dan zou dâérmee
het kolenvraagstuk althtins
tijdelijk
zijn opgelost.

Velen staan echter sceptisch tegeriöver dezen maat-
regel, daar sinds liet begin van 1938 26.000 mijnar-
heiders in het voornaamste mijngehied, het Roerge-
bied, veer tewerkgesteld zijn en tôcli de productie
niet vermeerderd is. De verklaring van dit verschijn-
sel wordt hierin gezocht, dat die arbeiders de laat
ste. werkloozen-reserves vormden en door hun lang
niets-doen alle scholing hadden verloren. Maar dit
zou niet gelden voor de uit de houwvakken over te
nemen en de niet-dienstplichtige mijnwerkers.

hoe aantrekkelijk het ook lijkt, de mijnarbeiders
uit den militairen dienst te houden, het zal toch op den
langen duur niet gaan. Eenmaal begonnen bij één
bedrijfstak, weet men ii let waar het einde zal liggen

Opvoering van het rationalisatie-tempo kan ook
slechts op den duur verlichting geven, iii dan nog
maar tot op zekere hoogte.

ijiteincielijk is er slechts één maatregel, die voor
cle toekomst van blij
•vende heteekenis zou zijn en dat
is liet sociale peil, en daarmede de kwaliteit van de
inijnarbeiders weer opvoeren tot dat van vSSr 1929,
toen zij de hoogste bonen en het minste, aantal werk-
uren hadden van alle Duitsche arbeiders. Na 1929 is
hun levensstandaard sterk gedaald,
en
sindsdien nooit
meer tot het oorspronkelijke peil teruggekeerd. In
den goeden tijd had het mijnwerkersberoep groote

aantrekkingskracht, zoodat vele generaties van één
familie in dezelfde
nlijn
bleven werken. Wanneer men
het nii,jnwerkersheroep veer aantrekkelijk kan maken
door een hoogen welstand, dtn zal men het kolen-
tekort voor goed kunnej. overwinnen. Doch dit zal
een kwestie van jaren zijn.

En cle uitgaven van de laatste weken van de be-
langrijkste Duitsche eeononi ische tijdschriften, waar-
onder de ,,J)eutsehe Bank” van 30 September 1939,
komen beschouwingen voor betreffende (le verande-
ring van iuitschlands kolenpositie door het vervoe-
ren van Pooische gebieden. In het Zuid-Westelijke
grensgebied van het vroegere Polen waren bijna uit-
sluitend de kolengehieden gevestigd, welke dus nu
in handen van Duitsehlarid zijn gekomen. De kolen-
productie van Polen bedroeg iii 1938 38 millioen ton, u’aarvan werd uitgévoerd 11.67 inillioen ton (volgens
de ,,Statistische ilhersiehten der Volkswirtschaftli-
chen Aht’eiiung der Dresdner Bank”). De bovenge-
noemde tijdschriften zijn alle de meening toegedaan,
dat Duitschland thans géén gebrek aan steenkolen
meer heeft te vreezen en dat zelfs de neutrale Noor-
delijke landen van deze grond- en huipstof kunnen
worden voorzien, indien de aanvoer uit Engeland ge-
heel of gedeeltelijk zou komen stil te liggen.

In dat geval zou oügeveer de toestand hersteld zijn,
zooals die voor enkele jaren was, toen Polen véél en
Engeland slechts weinig kolen naar cle Baltische
staten leverde. Sedert Engeland vele bilaterale ver-dragen heeft gesloten, ook met dc Baltische staten,
was de kolenuitvoer van Engeland naar clie staten
enorm toege.ii ornen.

Bij al deze verwachtingen wordt e.r echter niet over
gesproken, in welke richting, door den huidigen oor-
log, het steenkooiverbruik in Duitsehland zich zal
bewegen. Hoe het ook zij, steenkoolvoorziening van Duitschiand is ongetwijfeld sterk verbeterd. Dit alles
doet echter niets af aan het feit, dat wij hierboven
trachtten te verklaren, nl dat ondanks méér werk-
uren en een grooter aantal arbeiders, de steenkool-

productie in de Duitsche steenkolenmijnen niet toe-
nam Dit p.i.’oblcem ka ii zijn aetna] i teit verloren heb-
ben, na nneer door de
rijke
Pnolschc mijnen die groo-
tere productie uit (le oorspronkelijke Duitsche mijnen
niet meer noodig is, doch hierover bestaan voorals-
nog geen gegevens. J. 0.M. D.

INGEZONDEN STUKKEN.

DE WERKCOMMISSIE TOT BESTRIJDING VAN DE

WERKLOOSHEID.

De Teer A. T. A. Starre, secretaris van den Wed.
Lito-, Foto- en Chemigrafenbond, schrijft ons:

In Eeonomniseh-Stcitistiehe. Berichten van 20 Sep-
teïnhem’ 1939 wijdt de heer R. A. Verwey een artikel
aan liet werk van hovei’tgenoernde eonlmnissie. De hcr
Vem’wec- is voorzitter van die commissie en men zou dus mogen verwachten, dat cle rnededeelirigen, welke
in dat artikel gedaan worden, volkomen juist zijn.
Zeer tot onze spijt moeten wi,j dat ontkennen. Over
het chemigrafisch
bedrijf
schrijft de heer Verwey het
volgende:

..In liet chemigrafisch bedrijf heeft een door den
Be-
drijfsraad ontworpen herseholingsregelirig geleid tot liet weder aan het
bedrijfsleven
actief deelnemen van
een ige tientallen werkloozen.”

Deze mededeeling is ten eenenimale onjuist. De her-
scholingsregeling voor het chemigrafisch bedrijf is
goedgekeurd bij Min isterieele beschikking van 31 Aug.
1939 Nr. 17-2777 Afd.
W.
Van dien datum af kon zij
dus worden toegepast. Door de jilotselinge werkver-
hiindering, ontstaan door den oorlogstoestand, is ccli-
ter van half September af het aantal valide werk-
loozen in liet chemigrafische
bedrijf
belangrijk geste-
gen. In deze omstandigheden is het tot op heden
nog
niet mogel?gk gebleken om ook maar één werkiooze
door middel van de herseholingsregeling in het bedrijf
op te nemen. Wij begrijpen dan ook niet, hoe cle heer
Te
rwev
op 20 September kan publiceeren, dat er
,,eenige tientallen” weer actief aan het bedrijfsleven
deelnemen. Alvorens tot deze publicatie over te gaan,
had de heer Verwey goed gedaan, zich van deskundige
zijde te doen voorlichten.

Ons grootste bezwaar tegen de publicatie van den
heer Verwey is echter, dat door het schrijven van
zulke onjuistheden, het werk van een belarigrijken tak
van overheidshemoeiing, bij allen, die met de werke-
lijke feiten op de hoogte zijn, in discrediet wordt ge-
bracht. Door zulke publicaties ontstaat tw’ijfel aan de
methode van voorlichting, welke vooraanstaande per-
sonen, toepassen. Daarmede is in dit geval het werk
van de ,,Werkcomrnissie”, maar ook het algemeene be-
lang, allerminst gediend.

N a s c h r i f t. Toen de Werkcomniissie de herscho-
linmgsregeling in het chemigrafisch bedrijf hielp voor-
bereiden, verwachtte zij, dat deze ertoe zou leiden, dat een dertigtal werkloozen aan werk zou worden gehol-
pen. Tot mjn leedwezen is het mij in de verbijsteren-.
cle drukte van cle eerste dagen van de tweede oorlogs-
crisis ontgaan, dat de ontwrichting,, welke zij mee-
bracht, die verwachting teniet deed. Ik hoop, dat ook
de hedrijfsraad in het chemigrafisch bedrijf de Werk-
commissie zal willen helpen, en dat de Werkcommis-
sie ertoe zal kunnen bijdragen om het cheinigrafisch
bedrijf te helpen om de werkloosheid ondanks de tijds-
moeilijkheden zoo gering mogelijk te doen zijn.

Ir. R. A.
VERWEY.

798

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939

MAANDCIJFERS.
OVERZICHT VAN DE INKOMSTEN TEN BATE VAN
HET WERKLOOSHEIDSSTJBSIDIEFONDS.
OVERZICHT VAN DEN STAND DER RIJKSMIDDELEN.
Zuiver b edrag
Uit. Sept. 1939 (in Guldens)
Dienst 1939
Bedrag van
kohieren tot en
raming
met
de maand
Sept. 1939
AFDEELINGIa
Kohieren
voor den dienst
19391)

Grondbelasting (veertig ten hon-
Dir. belastinge?
Bedragen,

48
welke zijn

n

derd van de hoofdsom wegens

Benaming der
terugge-
geven of
E
gebouwde eigendommen en vijf

middelen
Totaal bedrag
andersdan
Zuiver
bedrag
‘-
0

n
o
.n
en twintig ten honderd van de
wegens
hoofdsom

wegens ongebouwde
betaling
op de koh.
a)

a

j
n
9.681.000 9.660.552

afgeschr.
:
:
B

eigendommen)

……………
Personeele belasting (tachtig ten
honderd van de hoofdsom naar
den eersten, tweeden en derden
Grondbelast. a)

10.700.482

16.395

10.684,087

10.512.530
19.000.000 19.581.395
Inkomst.bel. b)
1
83.792.373 1.095.058

82.697.315

69.987.880
Gemeentefondsbelasting

(v
ij
f

en
Vermogensb. c)

17.126.885

97.054

17.029,831

16.735.158
twintig opcenten op de hoofd-
Verdedig.bel. 1

10.204.633

63.360

10.141.273

10.534.534
15.500.000 13.063.938
BeLv.d.doodehd.

1.835.118

9.428

1.825.690

1.773.705

grondslag)

……………….

‘ermogensbelasting

(twee

en

Totaal

123.659.491 1.281.295 122.378.196 109.543.807
twintig opcenten op de hoofd-

som)

…………………….

2.640.000
1.838.863
a)
3′

hoofdsom
+
20
opcenten op
de hoofdsom der ge-
[ukomstenbelasting

(tien opeen-
bouwde eigendommen.

b) Hoofdsom
+
70-88 opeenten.

som)

…………………….

ten op de hoofdsom)
4.800.000
4.307.010
c)
Hoofdsom
+
75 opcenten.
Totalen …….
51.621.000
48.451.758
‘) Voor de belastingen naar inkomen en vermogen be- staan de vermelde bedragen uit
‘4
gedeelte van het be-
AFDEELING II. DIENSTJAAR
1938.
lastingdienstjaar 1939/1940 en
3/

gedeelte van het belas-
Zuivere op-
tingdiienstjaar 1938/1939.

‘) Voor de belastingen naar in-
brengstoverhet
komen en

vermogen bestaan de vermelde bedragen uit
Benaming der middelen
Bedrag van de
raming

Jan.
tijdvak van
1
1938 tot en
‘4

gedeelte van het belastingdienatjaar 1938/1939 en
met de maand
gedeelte van het belastingdienstjaar 1937/1938.
Sept. 1939

__ _
__
Grondbelasting.

(‘4
hoofdsom
+
20 opcenten
AFDEELING I’b
Sept.
“Sederi
Overeen-

Oversge mid.delen.
1939
1Jan.
1939
komst lee
1938
op de hoofdsom der gebouw-
periode
de eigendommen.)
Inkomstenbelasting
10.600.000
75.000.000
10.465.547
90.694.279
Benaming der midd
e
len
Divid.- en tantièmebel. .
2.209.183
22.552.862 21.484.772
Vermogensbelasting
20.000.000
21.460.035
Rechten op den invoer

10.047.509 87.150.963 72.486.018 9.000.000 11.372.202
150.457
1.860.036 1.835.325

7
erdedigingsbel.

1

…………
Belasting v. d. doode hand

.
1.800.000
2.110.454
145.266 1.437.905 1.676.822
Divid.- en tantièmebelasting
21.000.000
25.039.288
Statistiekrecht

…………

Accij
ns op geslacht

….
734.243
5.567.798
5.508.991
Rechten op den invoer

……..
98.000.000 99.152.027

Acc
ij
ns op zout

………..

531.510
1.813.631
1.717.095
Statistiekrecht

. ,
2.500.000
2.459.190
Acc
ij
ns op gedistill.

. .

2.884.733
22.278.237
20.749.761
Acc
ij
ns op zout

: :::::::
2.000.000
1.981.017

Acc
ij
ns op w
ij
n

……….

973.023
6.831.178
6.114.887
7.424.848
Accijns op bier

………..
Accij
ns op suiker

. …
5.534.171
43.766.242 41.828.845
Accijns op

w
ij
n

………..

2.200.000

2.263.529
Acc
ij
ns op tabak

…….
3.660.848 28.947.169
27.794.118
Acc
ij
ns op gedistilleerd
28.000.000 28.921.244
Bel. op gouden en zilverw.
50.959
439.048
395.805
7.000.000 8.119.599
Omzetbelasting

………
4.937.786
62.696.858 56.968.315
‘cc
ij
fls

op

suiker

…………
55.000.000 56.853.631
Couponbelasting

……..
342.412 3.803.748 4.045.225 35.000.000 36.512.955
Recht, en boeten v. zegel
1
1.335.166
)14.834.260
16.576.159

Accijns op geslacht

………7.200.000

Belast, op gouden en zilverw.

575.000
577.095
Recht, en boet. v. registr.
966.811
10.705.129
12.140.307
Accijns

op

bier

…………..

75.000.000
77.132.031
Recht, en boet. V. succes-

Accijns

op

tabak

………….

4.996.633
sie, v. overgang b
ij
over-

Omzetbelasting

…………..

Rech
te
n en boeten van zegel
26.000.000
21.112.051
lijden

en

v.

schenking
3.291.961
33.945.283 38.808.197

Couponbelasting

…………6.000.000

Rechten en boeten v. registr.

17.000.000 16.605.610
Opbrengst d. loodsgelden
20.161
583.815
426.003
Rechten en boeten v. succes-

37.816.199
349.214.162
330.556.645
Totalen.

sie, v. overgang hij overlij-
1;
Hieronder begrepen
wegens zegelrecht
van
nota’s van
den en v. schenking
46.000.000 50.321.940

makelaars en commissionnairs
in
effecten, enz.
f
480.138
Opbrengst der loodagelden

.
750.000 663.225

(Beursbel.).

2)
Idem
f
2.807.121.
Totaler..
. .
545.625.000

576.238.430

INKOMSTEN TEN BATE VAN HET
GEMEENTEFONJ)S.
INKOMSTEN TEN dATE VAN
HET VERKEERSFONDS.

1

Dienst
1938/19
1
Zuiver bedrag d
39

er
1

iver bedra”
F der ko-
hi
Zu
eren voor

en dienst
Sept. 1939
1939
1

1938

kohieren tot en met
11937138 tot en met de-
Motorrijtuigenbelasting

1

1.053.4001 19.481.9141 18.507.106
1
de maand Sept.
1939
1
zelfde maand van 1938
Rijwielbelasting ……….650.878

8.330.798

7.707.348
Gemeente.f.belast..
.
1

67.659.988

1

60.297.476
Opc.verm.t.get.v.50

6.003.995

6.043.351
Totalen ………1.704.278

27.812.712 26.214.454

AANVOER VAN GRANEN. (In tons van 1000 kg.)

Rotterdam
Amsterdam
Totaal

Artikelen
15

21
Oct.

1

Sedert

Overeenk.

-21
Oct.

Sedert

Overeenk.
~15

19391938 1939

1Jan.
1939

t
ij
dvak
1938
1939

1Jan.
1939

tijdvak
1938

4.350 642.643
1.187.173
.

11.251
59.240 7.325
701,883 1.194.498
203
141.358
175.037

1,700

143.058 175.037

11.702 14.102


11.702 14.102

Tarwe

………………

Maïs
………………

525,554
988.186

63.503
74.330
589.057
1.062.516

Rogge

……………….
Boekweit ………………

Gerst

.,…. …. ..

1.436
225.510 412.560

12,500
20,087
238.010
432.647
Haver

…………

…..


169.085 191.787

2.360 8.462
171.445
200.249
Lijnzaad

………….

128.360
133.043

217.498
181.515
345.858 314.558 2.150
65.688 48.627

150
225
65.838 48.852
Lijnkoek …………..

44,375 46.632

5.446
9.550
49.821 56.182
Tarwemeel ………….
Andere meelsoorten
…,

18.744
26.778

.

4,812 4.224
23.556 31.002

25
Octdber
1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

799

STATISTIEKEN.
BANKDISCONTO’S.
Disc.Wissels. 3

28Aug.’39
Ned
‘Be1.Binn.Efi.
Lissabon

…. 4
11Aug.’37

Bk
1Vrsch.inR.C.
3

28Aug.’39
Londen ……3
28$ept.’39
Jj
28Aug.
1
39
Madrid ……5

15Juli’35
Athene ……….
6

4
Jan.’37
N.-York F.R.B. 1
26
Aug’37
Batavia

……..
.
14Jan.’37
Oslo ……..*
21 8ept.’39
Belgrado ……..
5

1 Febr.’35
Parijs

……
2 3

Jan.’39
Berlijn ……….
4
22$ept.’32
Praag

……3

1Jan.’36
Boekarest

……
*
5Mei’38
Pretoria

,… 3j
15M6
2
33
Brussel

……..
2
*
1
)
6
Juli’39
Rome …….. 4j
18M6
2
36
Boedapest

……
4
28Aug.’35
Stockholm

.. 2j

1Dec.’33
Calcutta

……..
3
28Nov.’35
Tokio….

3.46

11 Mrt.’38
Dantzig

……..
4

2Jan.
2
37
Warschau….
4j18Dec.’37
Helsingfors ……
4

3Dec.’34
Zwits. Nat. Bk.
1*25
Nov.’36
Kopenhagen

….
5j

9 Oct.
1
39
‘)
1/2
%
bankwissels
1. z. verk. Belgische
prod. in het buitenland.
OPEN
MARKT.

1939

21

16(21

9114

2/7
Oct.

Oct.

Oct.

Oct.

1938
17/22
Oct.

1937

18/23
Oct.

1939

14/19
Aug.
Amsterdam
artic.disc.
1
3
14-2
I
3
/8-2
1
/
17/8-23/8

21193/4
318
1/4
1/2
‘rolong.
2
2
2.1/
4

2
1
12.3
1
14
lij
1
31
4

londen
)aggeid.
. .
1
1
1.2
1
/
1
)
111
2
211
43)
111
2
.211
4

11/
2
.211
4

1
12-1
‘/a-1
1
J3_3
1
14
‘artic. disc.
2
1
116_1/0)
2
1
116.3/93)
2
1
116.3/8
2
1
18.3
1
18
11114_3/4
17
/n
9
/1e
116318
lerlijn
)aggeid…
2-1/
4
2)
2-
3
19
3
)
2-3/8
2_1/3
2
1
12-
7
/8
211
3
7/
9

2114.5/8
1
4aandeid
2318-518
2)

2318-518
3)

2/8-
5
/8
2
3
16-
5
/8
23/4-3
2
3
14-/8
2
3
/8-
5
/8
‘art, disc.
2
3
14
2)
2314 3)
2
3
14
2
3
14
2
7
18
2
7
18
2
3
/4
lWarenw. ..
4_1/

2)
4.11
3
3)
4.
1
/2
4
1
/2
4..Jj
4.3/4
4-1/2
Ve.o York
)aggeld
1)
t
t
t
1 1
1
1
‘artic.disc.
1
12
1
12
1
12
1
12
1
12
‘(2
1
/2
Koers van 20 Oct. en daaraan voorafgaande weken t/m. Vrijdag.
14 Oct.
3)
9-14 Oct.

WISSELKOERSEN.
KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
New
Londen

Berlijn
Parijs
Brussel
Bal avla
York
)
*)
)
*)
S)
1)

17 Oct.

1939
1.88%
7.54

75.25 4.28%
.31.54
101%
18

,,

1939
1.88%
7.53%

75.25
4.27%
31.74
1018%
19

,,

1939
1883/
,6

7.51

75.25
4.27% 31.65
101%
20

,,

1939
1.88% 7.54

75.55
4.27%
31.59
101%
21

,,

1939
1.88%
7.54%

75.60 4.28 31.65
101%
23

,,

1939
1.88%
7.55%

75.60 4.28%
31.59
101%
Laagste d.w’)
1.88
7.51

74.75
4.25
31.45
101
Hoogste d.w’)
1.88%
7.57

76.-
4.30
3175
102
Muntpariteit
1.469
12.1071

59.263
9.747
24.906
100

Data
Zwit-
serland
Praat
Boelca-
Milaan
Madrid

17 Oct,

1939
42.27%
– –
18

1939
42.26


– –
19

1939
42.27%

– –

20

1939
42.25



-.
21

1939
42.25



23

1939
42.26

– –

Laagste d.w’)
42 17%
– –


Hoogste d.wl)l
42.30


9.60
Muntpariteit
48.003
7.371
1.488

1

13.094
1

48.52

Dat a
Stock-
Kopen-
Oslo’)
Hel-
Buenos-
Mon-
holm’) hagen’)
for!’)
Aires’)
treal’)

17 Oct.

1939
44.87*
36.40

42
.77*
3.76
44%
168%
18

1939
44.87*
36.40
42.80
3.75
44%
168%
19

,,

1939
44.90

36.4
2*
42.82*
3.75
44%
168%
20

1939
44.90

3
6.42*
42
.
82
*
3.75 44%
168%
21

,,

1939
44.90

3
6.4
2
*
42
.8
2
*
3.75 44%
168%
23

1939
44.90

36.40 42.85
3.75
44% 168%
Laagste d.wl)
44.70

36.22*

42.65
3.70
44
167
Hoogste d.w’)
45.-

36.50 42.90
3.80
45
169%
11untpariteit
66.671 66.671
66.671
6.266
95%
2.1878
‘)
Noteering te Amsterdam.
“)
Not, te Rotterdam.
1)
Part, opgave.
In ‘t late of 2de No. van iedere maand komt een overzioht
voor van een aa.nta.1 ‘niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

D a a
Londen
($
per
l)
Parijs
(5

P.
JOOfr.)
Berlijn
(5 P. 100
Mk.)
Amsterdam
$ P. 100
gld.)
17
Oct.

19391
3,99% 2,26
40,10
53,11
18

,,

1939
4,00
2,26%
40,10
53,11
19

,,

1939 4,01
2,27%
40,10
53,10
20

1939
4,01
2,27%
40,10
53,11
21

,,

1939
4,01
2,27%
40,10
53,10
23

,,

1939
4,01%
2,27%
40,10
53,09
24 Oct.

1938
4,76%
2,66%
40,05%
54,38
Iluutpariteit..
4,86
3,90%
23,81%
40%

KOERSEN TE LONDEN.

Plaatsen en iNoteerings-I
30Sept. 7Oct.

9114
Oct.
‘.19

114 Oct.
Landen

eenheden

1939

1939
Laagste Hoogste
1
1939

Alexandrië..
Piast.
p.
X,
9714
9734
97% 97%
97%
Athene

….
Dr. p.,t
535
535
535
535
535
Bangkok….
Sli.p.tical


– –

Budapest

..
Pen.
p. £
22.- 22.-
22.-
22.-
22.-
BuenosAires’
p. peso p.X
16.80 17.—
1.70
17.40
17.15
Calcutta….
Sh. p. rup.





Hongkong ..
Sh. p. $
1/3
13
1/2%
1/331
1/3
Istanbul …. Piast.p.j
510 510
510
510 510
Sh. p. yen
1/2 1/2
1/11
1i2%
1/2
Lissabon….
Ecu.p. y
,
110
110
109%
110% 110

Kobe

…….

Montevideo ,
d.per&
23
23 22
24
23
Montreal

..
$
per £
4.45
4.45 4.43
4.47
445
Riod. Janeiro
d.per Mil.
3%
3%
3%
3%
3%
Shanghai

..
d. p. $
4% 4%
4
5X
4%
Singapore ..
Sh. p. $ 2/4%
214j
6

2/4%
2/45%
4

2/4%
Valparaiso 9).
$
per £
90
90
90
90
90
Warschau ..
Z1.p. S,
,

– –

– –
1)
Offic. not. 15
laten, gem. not.,
welke
imp. hebben
te betalen
IS
Nov.1938
17.13.
2)
90 dg. Vanaf 13 Dec. 1937 laatste
,,export” noteering.
ZILVERPRIJS
GOUDPRIJS
Londen’)
17 Oct.

1939.. 23%
N.Yorkz)
36

17
Oct.
A’dam’)
1939..


Londen
4

168/…
18

,,

1939..

22%
36
18

,,
1939..

168/…
19

,,

1939.. 22%
35%
19

,,
1939..

168/..
20

,,

1939.. 23%
35%
20

,,
1939..

168/..
21

,,

1939..



21
1939..

168/…
23

,,

1939.. 23%
36%
23

,,
1939..

1681…
24 Oct.

1938..

19%
42%
24 Oct.
1938..
2070
145/11
23 Aug. 1939.. 18%
37%
23 Aug. 1939..
2110
14
8/6*
2)
In pence p. oz. stand.

2)
Foreign silver
in $c. p. oz. fine.
3)
In
guldens
per Kg. 1000/1000.
4)
In ah. p. oz. fine.
STAND VAN ‘IRIJKS KAS.
vorderingen
1

7Oct.1939

1

14 Oct. 1939
Saldo van
‘s
Rijks Schatkist bij de Ne-


Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten
f

163.240,23
/

107.220,40
Voorsch.
op
uit. Aug. resp. Sept. 1939
a/d. gemeent. verstr.
op
a. haar uit te

derlandsche Bank
……………………

keeren hoofds. der pers. bel., aand. in
de hoofds. der grondbel. en der gem.
fondsbel., alsmede
opc. op
die belas-
tingen en
op
de vermogensbelasting


84.875.078,95
,

85.708.250,67
Idem aan Suriname ……………….
11.128.705,75
,,

11.128.705,75
Kasvord.weg. credietverst. a/h. buiteni.
,,
91.336 653,88
,

90.904.788,86

Voorschotten aan Ned.-Indië
…………

Daggeldleeningen tegen onderpand

Saldo der postrek.
v.
Rijkscomptabelen
…50.758.964,22
Vord.
op
het Alg. Burg. Pensioent.
1)..
.,

,

47.838.084,69

Vord.
op
andere Staatsbedrijven’)……
13.536.142,22
-14.342.838,10
Verplichtingen

Voorschot door de Ned. Bank ingev.
art. 16 van haar octrooi verstrekt
f

9.704.855.72
f

9.628.383,18
Schatkistbiljetten

in omloop
………
,
109.008.000,-
Schatkistpromessen in Omloop ……
209.500.000,-
,,
215.500.000,-
Zilverbons

in

omloop …………….
,

1.068.397,-
1.060.229.50
Daggeld leeningen
2)
5.000.000,-
5.000.000,-
Schuld
op
uIt. Aug. resp. Sept. 1939 a/d.

…109.008.000,-

gem. weg. a. h. uit te keeren hoofds. d.

..

pers. bel., aand.
1.
d. hoofds. d. grondb.
e. d. gem. fondsb. alsm.
opc. op
die
bel, en
op
de vermogensbelasting
,

10.549.916,53
.

10.845.692,-
,,

1.795376,06
,,

1.828.564,18
Schuld aan het Alg. Burg. Pensioenf.’)
957.571,56
2.515.258,28
Schuld

aan

Curaçao’)

……………

Id. a. h. Staadsbedr. der
P. T.
en
T. 1)
,,
196.381.373,23
,
184.780.045,48
Id. aan andere Staatsbedrijven
1)
,,

18.022.182,95
,,

18.007.182,95
Id. aan diverse

instellingen
1) ……..
..
.
339.512.929,11
.340.677.569,85
1)
In rekg.-crt. met
‘s
Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH.INDISCHE VLOTTENDE SCHULD.

1
14 Oct. 1939
21 Oct. 1939
Vorderingen :1)

f

1.340.000,-
Saldo
b.
d. Postchèque- en Girodienst
/

172.000,-
105.000,-
Verplichtingen:

Saldo Javasche

Bank
………………..

Voorschot’s Rijks kas e.a. Rijksinsteil
,,

85.708.000,-
.,

88.321.000,-
,,

30.000.000,-
,,

30.000.000,-
Schatkistbiljetten in Omloop


Schatkistpromessen in Omloop……..

Schuld a. d. Indische Pensioenfondsen
,,

20.000.000,-
,,

20.000.000,-
Schuld aan het Ned.-Ind. Muntfonds
,,

2.824.000,-
,

2.824.000,-
Idem aan de Ned.-Ind. Postspaarbank
.

53.000,-
21.000,-
Belegde kasmiddelen Zeifbesturen
9P5.000,-
,,

995.000,-
Voorschot van de Javasche Bank..
..1
.

1342.000,-

1)
Iletaalniiddelen in

s
Lands Kas
f
36.223.000,
-.
SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circu
latie
Andere
opeischb.
schulden

1
1
Discont
1


IDge.reke-

16
Sept.

1939..
“î”
1.177 546

546
1.420
9

1939..
850
1.221
529

547 1.407
2

1939..
856
1.326
593

/

551
1.380
26 Aug

1939.,
885
1.251
562

1
1.392
19

,,

1939,.
886
1.176
586

1

552 1.373
19Aug.

1939..
886
1.1
,
76
586

J

552
1.373
‘) iuitp. oer actuva.

800

.

– -.

ROOTHANDELSPRIJZEN VAN BELANGRIJKE VOEDINGS- EN GENOT-

OERST
MAIS

R000E
TARWE
BURMA RIJST
BOTER per kg.
KAAS EIEREN

•Zjeblz 666
59160 kg
Marokko’)
Rotterdam per 2000 kg.

Bahia Blan-
Rotterdam-per 100 kg.
Loonzein
cwt. f.o.b.
per Edammer
Alkmaar
(groote)
Gem. not.
Leeuwar-
Termijn-
80kg Roe-
van E-S. B.
loco
ca’) loco
Termijn-

Rotterdam
Rangoon/Bassein
der Comm.
1

Crisis
Fabr.kaas
Eiermijn
‘cm
6 Sep. f1.
Rotterdam
noteer.opLa
Platal)
per 100 kg.
noteer. op
meensche
1
)
Noteering
Zuivel-
gang exp.
Roermond
per2000 kg.
1 of 2 mnd.
1 of 2 mnd.
Locoprijs
Herl.Ned.Ct./Not. Centr.
per 50kg.
P. 100 St.

t
%
/
%j
.
fJ
7
/
shf’ff%f%
927
237,-
110,2
171,50
89,3
176,-
87,1
12,475
102,5
13,825
110,1
14,75 109,3
6,83
104,5
11/3
1
/4
2,03
984

43,30
95,0
7,96 99,3
928
228,50
106,2
208,50
108,6
226,-
111,9
13,15
108,1
12,575
100,1
13,47
5

99,9
6,43 98,4
10/7
3/4
2,11
102,3
48,05
105,4
7,99
99,6
1929
179,75
83,6
196,-
102,1
204,-
101,0
10,87
5

89,4
11,27
5

89,8
12,25
90,8
6,34
97,0
10/6
2,05
99,4

45,40
99,6
8,11
101,1
1930
111,75
52,0
118,50
61,7′
136,75
67,7 6,22
5

51,2
8,27
5

65,9
9,67
5

71,7
5,09
77,9
8/5
1,66
80,5

38,45
84,4 6,72
83,8
1931
107,25
49,9
78,25
40,8
84,50
41,8 4,55 37,4 4,65
37,0
5,55
41,1
3,09 47,3
516
1,34
64
1
9

31,30 68,7 5,35 66,7
932
100,75
46,8
72,-
37,5 77,25 38,2 4,625
38,0
4,70 37,4 5,22
5

38,7
2,59
39,6
5,1I
1
/2
0,94
45,6

22,70
49,8 4,14 51,6
1933
Z
70,-
32,5
60,75
31,6
68,50
33,9 3,55
293
3,75 29,9
5,022 37,2
1,84
28,2
4/5
1
/
0,61
29,6
0,96
20,20
44,3
3,71
46,3
934
75,75
35,2
.
54,75
337
70,75
35,0
3,325
27,3 3,25
25,9
3,67
5

27,3
1,74
26,6
417314
0,45 21,8
1,-
18,70
41,0 3,45
43,0
935
SJ
68,-
31,6
56,-1
292
61,25
30,3
3,0751
25,3
3,9751

30,9
4,125
30,6
2,07
31,7
518112
0,49
23,7
0,99
14,85
32,6
3,20 39,9
936
0

86,-
40,0
1

74,50
38,8
74,-
36,6
4,27
5

35,1
5,75
45,8
6,37
5

46,5
2,19 33,5
517
1
12
0,58
28,1
0,88
5

17,55
38,5
3,50
4:1,6
1937
137,75
64.0
1105.75
55,1
III

55,0
8,95 73,6
8,02
5

63,9 8,92
5

66,2 2,70
41,3
61-
0,78
37,9 0,67
19,75
433
3,96
43,4

938
103,00
47,9
100,50
52,3 5,72
5

47,1
5,40 43.0
6,20 46,0 2,48
38,0
57
0,80
38,8
0,58
21,275
46,7
3,98
49,6

Sept. 1938
80,50
37,4
96,25
50,1

1106,50149,9

105,25
49,4 4,27
5

35,1
4,15
33,0 4,80 35,6
2,81
43,0
6/3112
1

0,78
37,9 0,57
22,80 50,0
5,-
62,3
Oct.

,,
ii
79,-
36,7
89,25
46,5
96,50
45,3
3,975
32,7
3,52
5

28,1
4,02
5

29,8 2,39
36,6
515
112
1

0,74 35,9
0,70 23,45
51,4 5,07 63,2
Nov.

,,
81,-
37,7
84,50
44,0
91,-
42,7 4,30 35,3
3,35
25,7 3,65
21,1
2,08 31,9
4193/4

0,76
36,9 0,70
22,32
5

49,0 4,90
61,1
Dec.

,,
z
91,-
42,3
97,25 50,7
106,75
50,1
4,42
5

36,4
3,525
28,1
3,75
27,8 2,05
31,4
419114

0,83
40,3
0,70 20,60
45,2
4,73 59,0

Jan.

1939
h
88,-
40,9
96,75
50,4
106,25
49,8
4,30
35,3 3,75
29,9
3,85 28,5
2,12
.
32,5
4111
1
14
0,84
40,8
0,62
5

20,07
5

44,0
4,29
53,5
Febr.

,
ç
84,50
39,3
89,
46,4
97,75
45,8
4,22
5

34,7 3,50
27,9
3,67
5

27,2
2,27

31,8
5/2’1
0,86
41.7 0,60
19,95
43,8
3,41
42,5
Maart
9
89,75
41,7
89,25
46,5
98,25
46,1
4,22
5

34,7 3,57
5
1
28,5 3,62
5

26,9 2,42
37,1
515514

0,80 38,8
0,60
18,15
39,8
3,50 43,6
April
93, 43,2
90,75
47,3
101,25
47,5 4,25 34.9
3,575

28,5 3,82
5

28,4
2,57
39,4
5/93/
4

0,75 36,4 0,55
16,57
36,4 3,55
44,3
Mei
91,-
42,3 89,75
46,7
100,50
47,2-
4,10 33,7 3,92
5

31,2
3,95
29,3
2,65 40,6
611
0,69
33,5 0,55
17,45
38,3 3,40 42,4
Juni

,,
90,75
42,2
90,50
47,1
97,25
45,6
3,90
32,1
3,475

27,7
3,82
5

28,4 2,62
40,1
5fIl
3
/
0,75 36,4
0,60
17,10
37,5
3,45
43,0
Juli
87,–
40,5 83,26 43,4
91,25
42.8
3,87
5

31,9
3,35
26,7
3,45
25,6
2,54 38,9
5/9
1
/2
0,76 36,9
0,54
16,55
36,3 3,49
43,5
Aug.
85,75
39,9
82,75
43,1
87,50
41,0
4,45 36,6
3,27
5

26,1
3,50
25,9 2,57
39,4
5/19314
0,72
35,0
0,55
15,95
35,0
4,04
50,4
Sept.


*)
0,73
35,4
0,59
23,15
50,8
4,06
50,6
!6Sept.-3Oct.
*)
)
0,80
38,8
0,60
30,50a
6,9
4,70
58,6
3-10Oct.’39
_*)
——————————————
————————————————

)0,S0
38,8
0,65
30,25a66,4
4,85
60,5
10-17,
…….*)

———————-
——————————————
*)…..
_*)_
– –
)0,80
38,80,5527,-
59,2 4,50
56,1[
17-24


– –








— —-
— —
—-
*)

2.24 34.3
7(11/,

0.80 38.8
0.80
23.50
51.6
4.00
61.1
t)
In verb.ind niet den internationalen toestand geen noteering, waardoor ook het berekenen der indexcijfers achterwege moet blijven. a) Consumptie.

JUTE KATOEN
AUSTRALISCHE WOL
JAPAN. ZIJDE
RUBBER
F!rst Marks”
in olie gekamd; loco Bradford peç Ib.
13j14 Dernier
Stand. Ribbed
Middling Upland
Super FineC.P.
Crossbred Colonial
Carded 50’s Av.
.

,
Merino 645 Av.
c.i.f. Londen
per Eng, ton
loco
New York per Ib.
Oomra
Liverpool per lb.
wit Dr. D. te
New York per Ib.
Smoked Sheets
loco Londen p. Ib.

Herl.Ned.Ct.1
Not,
HerI.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct./
Not.
Herl.Ned.Ct.
I

Not.
Herl.Ncd.Ct.
Not.
Herl.Ned.Ct.
Not. Herl.Ned.Ct.1 Not.

f
%
£
ets.
%
$cts.
ets.
%
pence
cts.
5
pence
ets.
5
pence
/
5
$
ets.
%
penee
1927
442,38
103,4
36.101-
43,8
93,1
17,60
36,7
102,1
7,27
133,8
96,8
26,50 244,9
104,8
48,50
13,55
105,8
5,44
93
140,2 18,50
1928
445,89
104,2
36.16111
49,8
105,8
20,-
37,9
105;5
7,51
153,8
111,2
30,50
259,7
111,1
51,50
12,60
98,4 5,07
54
81,4
10,75 1929
395,49
92,4
32.14/3
47,6
101,1
19,10
33,2
92,4
6,59
127,2
92,0
25,25
196,5
84,1
39,-
12,28
95,9
4,93
52 78,4
10,25
1930
257,97
60,3
21.6/9
33,6 71,4
13,50
19,7
54,8
3,92
81,9
59,2
16,25
134,8
57,7
26,75
8,50
66,4
3,42
30
45,2
5,81
5

1931
192,15 44,
0

17.1/7
21,1
44,8
8,50
20,1
55,9 4,28
60,9
44,0-

109,0
46,6
23,25
5,97
46,6 2,40
15
22,6 3,12
5

1932
<
146,86
34,3 16.181-
15,9
33,8
6,40
19,5
54,3
5,39
42,5
30,7
11,75
79,7
34,1
22,-
3,87
30,2
1,56
12
18,1
3,375
1933
128,63
30,1
15.1212
17,4
37,0 8,70
16,8
46,8
4,91
48,9 35,4
14,25
96,9
41,5 28,25
3,21
25,1.
1,61
II
16,6
3,25
1934
115,85
27,1
15.9/9
18,3
38,9
12,30
13,6
37,8
4,37 51,4 37,2
16,50
95,8
41,0 30,75
1,92
15,0
1,29
19
28,6
6,25
1935
134,52
31,4
18.1118
17,6
37,4
11,90
17,7
49,3
5,87
42,2 30,5

84,5 36,2
28,-
2,41
18,8 1,63
18
27,1
6,-
1936
Q
142,61
33,3
18.6/8
19,0
40,4
12,10
18,2
.
50,7 5,60
54,3
39,3
16,75 108,6
46,5
33,50
2,71
21,2
1,73
25
37.7
1,75
1931
183,46
42,9
20.814
20,8 44,2
11,44
20,0 55,7 5,34
89,0
.64,4.
23,75
132,7
56$
35,50
3,30 25,8
1,865
36
54,3
9,50
1938 165,24
38,6
18.1513
15,7
33,3 8,64
15,1
42,0 4,08
61,9
44,8
16,75
96,1
41,1
26,-
2,99.
23,3
1,64
27
40,7
7,25

Sept. 1938
oz
0
170.11
39,8
19.119
14,9
31,6
7,99
14,1
39,2 3,84
62,0
44,9
16,15
94,9
40,6 25,50
3,17

24,3
1,705
30
45,2
8,-
Oct.


171,48
40,1 19.1113
15,9
33,8
8,62
14,3
39,8
3,92
62,6
45,3
17,25
94,8
40,6
26,-
3,27
24,7
1,77
5

31
46,7
8,375
Nov.

,
165,33
38,6
19.113
16,7
35,5
9,09
14,6
40,6
4,03 61,4
44,4
17,-
92,2
39,5
25,50 3,19
25,5
1,735
29
43.7 8,12
5

Dec.
163,83
38,3
19.116
15,9
33,8
8,62
14,4 40,1
4,03
59,3
42,9
16,50
89,5
38,3
25,-
3,22
24,9
1,75
29
43,7
8,12
5

25,1
Jan.

1939
Z
178,37
41,7
20.15/-
16,5
35,0
8,91
14,8
41,2
4,14 58,5 42,3
16,25
89,2
38,2
25,-
3,37
1,83
29
43,7
8,-
Febr.

,
203,23
47,5
23.518
16,8
35,1
8,99
14,7
40,9
4,05
58,6
42,4
16,-
90,1
38,6
24,75
3,80
29,7
2,03
29
43,7
8,-
Maart
208,49
48,7
23.1216
17,1
36,3
9,06-
15,2
42,3 4.13
59,8
43,2
16,25
90.8
38,9 24,75
4,07
31,8
2,16
30
45,2
8,25
April
0
236,15
55,2
26.16/3
16,7
35,5 8,86
15,2
42,3 4,55
59,9
43,3
164
89,2 38,2
24,25
4,38 34,2
2,32
29
43,7
8,–
Mei

,,
249,48
58,3
28.1113
17,7
37,6
9,51 15,8
44,0
4,33
62,3
45,1
17,25
87,6
37,5
24,-
4,81
37,5 2,57
5

29
43,7
8,12
Juni

,,
0
231,90
54,2
26.71-
18,7
39,7
9,91 16,2
45,1
4,42
65,3
47,2
17,75
91,4
39,1
25,-
4,71
36,8
2,50
30
45,2
8,25
Juli
Z
217,84
50,9
24.15111
18,3
38,9
9,76
15,6
43,4
4,26
70,7
51,1
19,25
94,5 40,0 25,75
4,88
38,1
2,60
30
45,2
8,37
Aug.
182,05
42,5
21.119
17,2
36,5 9,23
15,5
43,1
4,30
70,0
50,6
19,50
92.0
39,4 25,50
4,72 36,8
2,53
31
46,7
8,62
5

Sept.



17,3
36,7
9,17
18,5
51,5
5,90
C0,7
43,9
19,50
79,1
33,8 25,50
6,-
46,9
3.20
30
45,2
9,125
26Sept.-3Oct.


_*)
17,5
37,2
9,33
17,9
49,8
5,73


_*)


_*)
5,79
45,2
3,09
30
45,2
9,625
3-10Oct.’39
– –
_*)
17,1
36,3 9,09
17,6
49,0 5,58

-.
_*)


_*)
5,56
43,4
2,96
30
45,2
9,62
5

10-17

..


_*)
17,3
36,7
9,21
17,2
47,9 5,43


-1



t)

5,58
43,6
2,97
32
48,2
10,125
17-24


– –
_i)
17.5
37.2
9.30


-)

– –


-1
-‘1-

34
51.310.73

KOPER
Standaard
Loco Londen
per Eng, ton

LOOD
gem. prompt en
1ev. 3 maanden
Londen per Eng.ton

TIN
Loco Lond
,
per

ng.

on
E

e

IJZER
ClevelandNo. 3
franco Middlesb.
per Eng, ton

GIETERIJ-IJZER Lux
11h
per Eng. ton
f.o. b. Antwerpen

ZINK
gen. prompt en
1ev. 3 maanden Londen
p.
Eng. ton

l
Herl.Ned.Ct.1

ZILVER
cash Londen
per Standard
Ounce


IirNed.Ct.l
Not.
Herl.Ned.Ct.1
Not.
HerI.Ned.Ct./
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.1
Not.
Not,
Herl.N

./
/E

7
T
/
5
£
/
S
£
/
S
sh.
.f
5
Sh.
/
5
£
ets.
5
pe
1927
675,10 85,9
55.13111
295,75
106,5
24.8/1
3503,60
120,6
289.1/5
44,10
104,7
7219
39,10
98,9
6416
345,40
108,8
28.9/11
132 101,5
25
1
1
1928
771,20
98,1
63.14/9
256,15 92,2
21.3/4
2749,60
94,6
227.4/8
39,85
94,6
65/10
37,90
95,9
6218
305,75
96,4
25.515
135
103,8
26
3
14
1929
912,55
116,1
75.9/7
281,10
101,2
23.4/11
2465,65
84,8
203.18110
42,45
100,8
70/3
41,55
105,1
6819
300,80 94,8
24.1718
123
94,6
2
47
/16
1930
661,10
84,1
54.13/7
218,70
78,8
18.1
1
5 1716,20
59,1
141.19/1
40,50
96,1
67/-
35,95
91,0
59
1
6
203,55
64,1
16.16
1
9
89
68,5
l7
11
/it
1931

431,85
54,9
38.719
146,60
52,8
13.17
1332,55
.45,9
118.911
33,
78,3
58/8
28,90
73,!
51
1
5 140,05
44,1
12.8/11 69
53,1

1
45
8

1932
z
275,75
35,1
31.14
1
8
104,60
37,7

1
2.-/9
1181,30
40,6
135.18/10
25,40
60,3
58/6
22,20
56,?
51/1
118,95
37,5
13.13/10
64
49,2
17
15
111
1933
268,40
34,1
32.11/4
97,25
35,0
11.16/1
1603,50
55,2
134.11/11
25,55 60,6
621-
21,-
53,1
511-
129,80
40,9
15.14/11
62
47,7
1
8
1
/8
1934
226,80
28,8
30.615
82,65
29,8
11.1/-
1723,15
59,3
230.7/5
25,-
59,3
66
1
11
20,25
51,2
54
1
1
103,05
32,5
13.15/6 66
50,8
211/
4

1935
v
230,95
29,4
31.18/1
103,40
37,2
14.5
1
8
1634,25
56,2
225.14/5
24,70
58,6
68/2
20,25
51,2
561-
102,65
32,3
14.316
87
66,9
28
15
/1i
1936
cz
298,75
38,0
38.811
137,15
49,4
17.12/7
1592,

54,8
204.12/8
28,40
67,4
73/-
22,40
-56,7
5717
116,55
36,7
14.1917
65
50,0
20
1
/
1937
488,55
62,1
54.813
208,95
75,3
23.516
2176,70
74,9
242.7110
41,30
98,0
91111
47,10
119,2
10511
199,80
63,0
22.4/4
75
57,7
2Ol/
1938
361,40
46,0
40.13/8
135,75
48,9
15.5/6
1684,25
58,0
189.13/1
48,45
115,0
109/

30,30
76,7
68/2
125,15
39,4
14.1/10
72
55,4
I9/it

Sept. 193$

374,70
47,7
42.-1-
136,50
49,2
15.6/-
1727,30
59,4
193.1216
48,60
115,3
109/

28,30
71,6
6315
126,85
40,0
14.4/5
72
55,4
19
5
/i6
Oct,

,,
399,35 50,8
45.1,11

141,55
51,0
16.2/11
1817,05
62,5
207.51


47,80
113,5
109/

30,05
76,0
6817
132,30
41,7
15.119
72
55,4
19e/36
Nov.
389,70
49,6
44.1915
139,10
50,1
16.111
1855,20
63,8
214.2/6
47,20
112,0
1091

29,85
75,5
68111
124,25
39,2
146/9
72
55,4
197/
Dec.
372,90
47,4
43.81-
130,70
47,1
15.412
1842,55
63,4
214.816
46,90
111,3
1091

29,20
73,9
67110
118,05
37,2
13.1419
72
55,4
20
1
/

Jan.

1939
>
371.15
47,2
42.1918 125,15
45,1
14.9110
1857,55
63,9
215.216
42,65
101,2
991-
28,90
73,1
6711
11R,35
37,3
13.1411
73
56,2
20
1
1,
Febr.

,
37140
47,2
42.911
125,55
45,2
14.711
1816,25
64,6
214.915
43,30
102,8
991-
29,55
74,6
67(6
119,95
37,8
13.1413
74
55,9
20
7
/16
Maart

»
379,65
48,3
43.-14
130,35
46,9
14.1514
1902,50
65,5
215.1113
43,70
103,7
991

29,80
75,4
6716
122,05
38,5
13.1617
75
57,7
293/16
April

1.
370,30
47,1
42.-/-
126,75
45,6
14.716
1915,95
65,9
217.613
43,65
103,6
991- 30,05
76,0
68/2
118,70
37,4
13.913
73
56,2
20
Mei
364,65 46,4
41.15/-
127,25
45,8
14.1117
1970,55
67,8
225.121

43,25
102,7
991

31,20
78,9
7116
120,65
38,0
13.1613
73
56,2
20
1
18
Juni

1


369,65
47,0
41.18(9
128,50
46,3
14.11
1
7
2000,25
68,8 226.18
1
9
43,65
103,6
99
1

32,25
81,6
73
1
2
125,20
39,5
14.4
1
1
73
56,2
19
3
1
4
Juli


377,80 48,0
43.3j3
129,85
46,8
14.1315
2020,95
69,5
229.1616
43,55
103,4
991-
31,05
78,6
7017
126,15
39,8
14.6111
62
47,7 16i
5
/16
Aug.
z
379,50 48,3 44.1816
136,40
49,1
16.2112
1942,50
66,8
229.1716
42,15
100,0
99/-
30,75
.
77,8
72/2
124,70
39,3
14.1515
63
48,5
17
5
1
4
Sept.
.

.,
0
– –
– –


1693,60
58,3
229.5/10
36,55
86,7 99
1



68
52,3
2I131
6Sept.-3Oct.



_*)


-)
1730,95
59,6
229.1716
37,25
88,4
99/

_t)
…..*)
67
51,5
211
1
4

3-10 Oct. ’39

_S)


_
t
)
17
40
59,9
o.–
3’7,50
89,0
99/-
t
)
72
55,4
22
7
18

0-17,,
– –
_.*)


*)l734,$059,7230,..l_
37,3588,699
1


……S)


—–






.
) 73
56,223
2
:4
7-24,,


._*)

)1737,lQ59,8330../.
37,40
88
,8
99
1


……S)
..
……*)
1

73
56.2231/t

VIIDDELEN EN GRONDSTOFFEN.
(Indexcijfers gebaseerd op 1927 t/m 1929

100).

801
GE-
SLACHTE GE-
SLACHTE
DEENSCH
BACON
BEVROREN
ARG. RUND-

CACAO G.F.
KOFFIE
Loco R’dam/A’dam
SUIKER
Witte krist.-
THEE
N.-Ind. thee-
,
RUNDEREN
VARKENS
middelgew. No. 1
VLEESCH
Accra per 50 kg
per
1/

kg.
suiker loco
veiling A’dam
(versch) (versch)
Londen per cwt. Londen per S lbs. CII. Nederland
__________
Rotterdam!
Gem.Java- en
22
Robusta
Superior
oer 100 kg
oer 100kg
Amsterdam
Sumatrathee
2
HerI.Ned.Ct.
Nt
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.ït
Rotterdam Rotterdam
Santos
per 100 kg.
per’Jskg.
f%f%f%SlLf%Shf%sI1.
Ct8.
%
f
%
cts.
%
1927
– –


65,15
97,8
10716
2,73 92,2
416
41,21
119,4
681-
46,87
5

95,5
54,10
91,4
19,125
119,6
82,75
109,2
102,8
1928
93
1

98,2
77,50
90,4 66,80
100,3
11015
3,03
102,4
5/-
34,64
100,4
57/3 49,62
5

101,1
63,48
107,3
15,85
99,1
75,25
99,3
102,7
1929
96,40
101,8
93,12
5

109,2
67,81
101,8
11212
3,12
105,4
512
27,70
80,2
45/10 50,75
103,4
59,90
101,2
13,-
81,3
69,25
91 4
94,5
1930
108,-
114,0
72,90
85,5 57,19 85,9
9417
2,97
100,3 4/11
2104
61,0
34111
32
65,2 38,10 64,4
9,60
60,0
60,75
80:2

72,1
1931
88,-
92,9
48,-
56,3 35,72 53,6
63/6
1
2,44
82,4
414
13:84

40,1
2417
25
50,9 27,10
45,8
8,-
50,0
42,50
56,1
52,9
1932
61,-
64,4
37,50
44,0
25,46
38,2
5817
1

1,70
57,4
3111
11,77
34,1
27/1
24
48,9 30,04
50,8 6,32
5

39,6
28,25
37,3
43,1
1933
52,-
54,9
49,50
58,0
30,74 46,2
74/7
1,54
52,0
3/9
9,30 26,9
22/7
2110
43,0
22,83
38,6
5,325
34,5
32,75
43,2 36,7
1934 1935
61,50
48,125
64,9 50,8
46,65 54,7
32,94 49,5
8811
i

1,42
48,0
3/9
1
/2
8,15 23,6
21/10
1680
34,2
18,40
31,1
4,07
5

25,5
40
52,8 34,6

1936
53,425 56,4
51,62
5

48,60
60,5 57,0
32,-
36,37
48,1
54,6
88/5
9316
1

1,19 1,48
40,2 50,0
313
1
1s
3/912
8,15
12,05
23,6
34,9
2216 3014
14,10
13,625
28,7
27,8
15,21
16,87
5

25,7
28,5
3,85
4,025
24,1
25,2 34,50
40
45,5
52,8
32,3 39,3
1937
71,27
5

75,3
61,85
72,5
42,27 63,5
9411
1,90
64,2
413
17,35
50,3
3818
16,625
33,9
22,37
5

37,8 6,22
5

38,9
53,50
706
53,8
1938
67,55
71,3
63,62
5

74,6
44,17 66,3
9915
1,95
65,9
4/4
1
/2
10,48
30,4
2318
13,20
26,9
14,91
25,2
5,20
32,5
51,
67,3
46,4

Sept. 1938,
64,65
68,3
62,45
73,2 43,67 65,6
99/-
1,90
64,2
4/33/4

10,41
30,2
23144
13,50
27,5
14,50
24,5
5,35 33,5

70,0 45,5
Oct.


63,65
67,2
62,50
73
1
3
43,-
64,6
98/-
1,99
67,2
416
1
/4
10,02
29,0 22/104
14,30
29,1
15,50
26,2 5,22
5

32,7

71,3
44,4
Nov.

,,
62,15
65,6
60,87
5

71,4
39,28
59,0
9017
1,99
67,2
4/7
9,51
27,5
22/114
14
28,5
15,50
26,2
5,45
34,1
50,25
66,3
43,1
Dec.

,,
63,35
66,9
59.75
70,0
41,46
62,3
96/6
1,89
63,9
414
3
1
9,03 26,2
21/-
13,50
27,5
15
25,4
5,72
5

35,8
46,50
61,4
43,4

P
1939
63,67
5

67,2
56,87
5

66,7
41,93 63,0
9716
1,94
65,5
4
1
6/4
8,95 25,9
20194
13,20
26,9
15
25,4
5,85 36,6
47,50
62,7
43,3
»
61,85
65,3
55,95
65,6
43,61
65,5
1001-
1,90
64,2
414
9,14
26,5
201104
13
26,5
15
25,4
5,775

36,1
48,75
64,4 41,7
Maart

,,
62,475
66,0 55,825
65
1
4
44,39
66,7
10017
1,84
62,2
412
9,27
26,9
211-
13
26,5
15
25,4 6,27
5

39,2
50,50
66,7 42,7
April


65,32
5

69,0
56,40
66,1
42,08
63,2
9516
1,75
59,1
3111
3
14
9,05
26,2
20164
13
26,5
15
25,4
7,325
45,8
53,50
70,6 42,9
Mei

,,
67,-
70,7
55,95
65,6
39,25
59,0
901-
1,85
62,5
412
3
14
8,85 25,6
20134 13
26,5
15
25,4 8,52
5

53,3
52,25
69,0
43,1
Juni

,,
65,47
5

69,1
54,70
64,1
40,23 60,4
9113
1,84
62,2
412
8,86
25,7
2011
12,75
26,0
14,50
24,5 8,07
5

50,5
51,25
67,7
42,7
Juli

,
65,25 68,9 59,175 69,4 43,05 64,6
981-
1,96
66,2
4151
8,65
25,1
1918
1
/4
12,50
25.5
14
23,7
8,10
50,7
50,-
66,0 42,4
Aug.
65,30 69,0 60,50 70,9 42,73
64,2
98110
2,01
67,9
4/8
8,58 24,9
19194
12,50
25,5
14
23,7
6,70
41,9
49,50
65,3
42,4
Sept.

»
71,85
75,9.
68,125
79,9
37,65
56,5
100/-
1,87
63,2
51- 14,58
42,2
-b/
14,87
5

30,3
16,25
27,5
– –
52,50
69,3
5 Sept.-3Oct.
71,30
75,3
73,-
85,6
37,53
56,4
1001-
1,88
63,5
51-


-b}
16,-
32.6
17,50
29,6
_*)

54,25
71,6
3-10 Oct. ’39
71,30
75,3
78,-
91,4
37,90
56,9
100/-
1,90
64,2
51-
14,-
40,6
-b)
16,50
33,6
18,-
30,4
_*)

54,25
71,6
)-17

,,
69,30 73,2
76,-
89,1
38,-
57,1
1001-
1,90
64,2
51-
13,75
39,8
-b)
16,50
33,6
18,-
30,4


54,25
71,6
1-24
»
,,
69,30
73,276,-
89,1


_*)__
._l_*)_*)_
-16,5033,618,-
30,4
-)-‘
54,25
71,6
Noteering vanaf Ii Sept. in guldens.

GRENENHOUT
Zweedsch ongesort.
21/
2
X
7 per standaard ex opslagpi. Londen

VUREN-
HOUT
basis 7″ f.o.b.
Zweden/FinI.
per standaard
van 4.672 M
3
.


HUIDEN
Gaaf, open kop
57-61 pond
Veiling te
Amsterdam

COPRA
Ned.-lnd.
. I. m.
S.
per 100kg
Amsterdam

GRONDNOTEN
Gepelde Coromandel,
oer longton
c.i.f.1’dam/Hamburg

LIJNZAAD
La Plata
loco
Rotterdam
per 1000 kg.
1)

GOUD
cash Londen
per ounce line

Hen. Ned.Ct.l

Not.

5,

<
Herl. Ned. Ct.
Not,
HerI. Ned. Ct.
/’j
£
7
%
7
%
£
Y
x
T
%
sh.

1927
230,28
100,1
19.-/-
160,50
105,1
40,43
100,9
32,625
106,5
266,03
106,4
21.18/11
185,-
95,0
51,50
100,1
851-
105,3 104,3
124,1 1928
229,90
100,0
19.-!-
151,50
99,2
47,58
118,7
31,87
5

104,1
254,10
101,6
21.-/-
185,25
95,1
51,45
100,0
85/-
102,0 100,4 94,6
1929
229,71
99,9
19.-/-
146,-
95,6
32,25
80,5
27,37
5

89,4
230,16
92,0
19.-/9
214,-
109,9
51,40
99,9
85/-
92,7
65,3
84,5
1930
218,43
95,0
18.112
141,50
92,7
25,36
63,3 22,625
73,9
175,55
70,2
14.10/4
181,75
93,3
51,40
99,9
85/-
69,6
75,1
60,0
1931
187,88
81,7
16.141-
110,75
72,5
18,65
46,5
15,375
50,2
136,69
54,7
12.2/11
95,50
49,0
52,-
101,1
92/5
47,6
54,4
44,7
1932
136,14
59,2
15.1314
69,-
45,2
11,15
27,8
13,-
42,4
130,52
52,2
15.-/4
70,-
35,9
51,25
99,6
118/-
35,1
43,0 38,4
1933 136,48
59,3
16.1112
73,50
48,1
13,26
33,1
9,30
30,4
90,39
36,1 10.1914
75,50
38,8
51,35
99,8
124/7
33,1
38,9 34,5
1934
134,02
58,3
17.1814
76,50
50,1
12,07
30,1
6,90
22,5
71,90 28,7
9.1213
72,75
37,3
51,50
100,1
13718
31,6 37,2 36,5
1935
127,91
55,6
17.1314
59,50
39,0
12,54
31,3
9,15
29,9
104,26
41,7
14.8/-
67,25
34,5
51,50
100,1
142/2
32,2
‘36,9
34,8
1936 139,98
60,9
17.19110
78,25
51,3
15,40
38,4
11,90
38,9
113,49
45,4
14.1119
85,-
43,6
54,60
106,1 14014
39,0
42,2
40,7
1937
205,35 89,3
22.17/2
132,25
86,6 23,35
58,2
15,22
5

49,7
127,81 51,1
14.4/8
110,50
56,8
63,20
122,8
14019
53,4
57,9 55,9
1938 189,94
82,6
21.717
109,50
71,7
15,38
38,4
10,07
5

32,9
92,12 36,8
10.713
99,-
50,9
63,30
123,0
14216
41,1
48,4
44,5

Sept. 1938
182,97
19,6
20.151-
105,-
68,8
15,25
38,0
9,475

30,9 91,44 36,6
10.5/-
96,25
49,4
64,55
125,5
14419
41,0 47,9
40,9
Oct.
184,29
80,1
21.-1-
107,-
70,1
15,75
39,3
9,07
5

29,6
88,01
35,2
10.-19
92,50
47,5
63,90
124,2
145/94
41,3.
47,7
47,9
Nov.

»
177,72
77,3
20.10/-
108,50
71,1
15,50
38,7
8,725
28,5
85,14
34,0
9.1617
90,-
46,2
63,95
124,3
147174
40,6,
46,7 45,9
Dec.

»
175,-
76,1
20.716
108,50
71,1
14,50
36,2
,-
29,4
87,24 34,9
10.2/10
91,25
46.9
63,95
124.3
148110
40,2 46,6 45,3

Jan.

1939
174,17
75,7
20.51-
108,55
71,1
14,50
36,2 9,07
5

29,6 88,20 35,3
10.419
89,25
45,9
64,20
124,8
14818
40,7
46,5,,
45,7
Febr.

»
169,53 ‘
73,7
19.819
109,80
71,9
14,50
36,2
9,40
30,7
90,50
36,2
10.6(11
90,50
46,5
64,90
126,1
14814
42,1
46,4
46,1
Maart

»
169,89
73,9
19.5/-
116,25
76,1
14,50
36,2 9,65
31,5
91,43 36,6
10.712
96.25
49,4
65,50
127,3
148144
43,5
47,5
47,8
April

,,
170,19
74,0
19.613
117,50
76,9
16,-
39,9
9,475

30,9
91,89
36,7
10.8/5
.

94,50
48,5
65,45
127,2
14816
44,5
47,8
48,8
Mei

»
178,52
77,6
21.-16
119,50
78,3
16,50
41,2
9,85
32,2
101,20
40,5
11.1319
96,-
49,3
64,85
126,0
148154
46,4 48,6 49,9
Juni

,,
186,26
81,0
21.2/6
126,25
82,7
17,-
42,4
9,975

32,6
106,46
42,6
12.117
99,75
51,2
65,55
127,4
148/84
47,5
49,1′
50,0
Juli

»
186,71
81,2
21.51-
132,50
86,8
17,25
43,0 9.02
5

29,5
101,24
40,5
11.1013
94,
48,3
65,30
126,9
14816
47,2
40,6
49,4
Aug.
189,28
82
1
3
21.181-
132,50
86,8
18,-
44,9
8,97
5

29,3
104,26
41,7
11.1819
94,50
48,5
64,50
125,4
15118
40,4 48,3
48,4
Sept.
186,24
81,0
25.216
– –
18,-
44,9
13,50 44,1





62,30
121,1
1661
1 Sept.-36’ct.
188,56
82,0
25.216
– –
18,-
44,9

– –
*)
_*5

63,25
122,9
168/-
1-10 Oct. ’39
190,45
82,8
25.216
_*)

18,-
44,9
13,-c)
42,4
– –
-)
-5

63,60
123,6
1681- 1-17

»
190,89
83,0
25.216
_*)

18,-
44,9
13,-c)
42,4
– –
)
s)

63,35
123,1
1681-
r-24
»



*)135,…_
88,418,-
44,9′
13,-c)
42,4


_S)
…..*)
-63,45
123,3168/- ) Nominaal.

TÊÊINK5EW
West ./Holt. bunkerk. ongez.
f.o.b. R’dam/
A’dam per
1000 kg.

PETROLEUM
Mid. Contin. Crude
33 t/m. 33.9° Bé 5. g.
te N.-York p. barrel

Herl,Ned.Ct.I Not.

BENZINE
Gulf Exp. 6062
0

65 OZ’) per
U.S. gallon

HNed.Ct.

Not.

KALK-
SALPETER
franco Schip
Ned. per 100kg
bruto

ZWAVELZURE
AMMONIAK
franco schip
Ned. per 100kg

CEMENT
levering bi)
50 ton franco
voor den wal
Rotterdam

ST EE N E N

binnenmuur buitenmuur
p. 1000 stuks p. 1000 stuks
Rood en Klinkers en
Boeregrauw Hardgrauw

..
5

‘S

‘E
2

a,

-2

2

,g
7
x
$
cts.

y
$ cts.
7
T
3
T
y
T
3′
T
T
1927
11,25
103,1 3,21
103,6 1,28
37
128,0 14,86
11,48
102,6 11,44 102,5
18,-
99,0
13,65 104,3 16,50
88,4
105,1
105,2
1928
10,10
92,5
2,99
97,1
1,20
24,85
85,9
9,98
11,48
102,6
11,08
99,3
18,-
99,0
13,60 104,0 19,50 104,5
96,5
99,0
1929
11,40
104,4
3,06
99,4
1,23
24,90
86,1
10
10,60
94,8
10,96
98,2
18,55 102,0
12,-
91,7
20,-
107,1
98,5
95,9
1930
11,35
104
1
0
2,76
89,6
III
21,90
75,7
8,81
9,84
88,0
10,55
94,5
18,55 102,0
11,-
84,1
19,-
101,8
83,3
77,1
1931
10,05
92,1
1,42
46,1
0:57
12,38
42,8
4,98
8,61
77,0
7,73
69,3
16,55
.91,0
10,-
76,4
15,50
83,0
61,9
55,4
1932
8,-
73,3
2,01
65,3
0,81 11,99
41,5 4,83 6,15
55,0
4,20 37,6
12,-
66,0 8,50 65,0
II,-
58,9
49,6 43,0
1933
7,-
64,1 1,14
37,0 0,57 9,24 32,0 4,63 6,18 55,2
4,63
41,5
II,-
60,5
8,75 66,9
10,50
56,2
46,4
40,3
1934
6,20
56,8
1,40
45,5 0,94 7,18
24,8
4,84
6,11
54,6

4,70
42,1
11,25
61,9
7,-
53,5 8,50
45,5
44,8 38,8
1935
6,05
55,4
1,39
45,1
0,94 7,65 26,5
5,18
5,89
52,7
4,81
43,1
11,-
60,5 6,75
51,6 8,50
45,5
46,4 39,8
1936
6,60
60,5
1,63
52,9
1,04
8,86 30,6
5,65 5,70 51,0 4,82 43,2
10,50
57,7 6,75
51,6 8,75
46,9
48,5
44,1
1937
8,80
80,6
2,09 67,7
1,15 11,08
38,3
6,10
5,75
51,4
4,97
44,5
11,35
62,4 7,50
57,3 9,50 50,9
66,4
60,5
1938
9,75
89,3
2,03
65,8
1,12
8,84 30,6 4,87
5,95
53,2 5,17
46,3
12,85
70,7
9,-
68,8
11,75
62,9
56,7
48,0

Sept.
1938
9,60
87,9
2,16 70,0
116
8,93 30,9
4,81
5,70
51,0
4,95 44,4
12,85
70,7
9,50
72,6
12,-
64,3
56,5
49,5
Oct.

»
9,45
86,6
1,91
61,9
104
8,68 30,0 4,72
5,75
51,4
5,-
44,8
12,85
70,7
9,50
72,6
12,-
64,3
56,9
49,8
Nov.

»
9,35
85,6
1,77
57,3 0,96
8,31
29,0
4,52
5,80
51,8
5,05 45,3
12,85 70,7
9,50 72,6
12,-
64,3
56,1
49,0
Dec.

»
9,50
87,0
1,77
57,3 0,96
.
8,11
28,0
4,41
5,90
52,7, 5,15
46,1
12,85
70,7
9,50 72,6
12,-
64,3

55,5
48,0

Jan.

1939
9,-
82,4
1,78
57,7 0,96
.8,08
27,9 4,38
6,10
54,5
5,30 47,5
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
55,1
48,5
Febr.

»
9,15
83,8
1,79
58,0 0,96
8,18 28,3 4,38
6,10
54,5
5,30
47,5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,-
64,3
55,5
49,4
Maart

»
9,65
58,4
1,81
58.6 0,96
8,31
28,7′
4,41
6,10
54,5
5,30 47,5
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
56,5
50,6
April

»
9,65
88,4
1,81
58,6 0,96 8,66
29,9
4,60
6,10
54,5
530
47,5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,-
64,3
56,3
50,9
Mei
10,-
91,6
1,79
58,0 0,96
8,74 30,2
4,69
6,10
54,5
530
47.5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,
64,3
56,9
52,1
Juni

»
10,25
93,9
1,92
62,2
1,02
8,83 30,5 4,69
6,10
54,5
5,30
47,5
12,35
67,9
9,50 72,6
12,-
64,3
58,0
53,2
Juli

»
10,30
94,3
1,92
62,2
1,02
9,16
31,7
4,88
5,50
49,2 4,75
42,6
12,35
67,9
9,50
72,6
12,–
64,3
56,5
52,4
Aug.

»
10,25
93,9
.1,91
61,9
1,02
9,18
31,7,
4,90
5,60
50,1
4,85
43,5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,-
64,3
56,6
52,0
Sept.
11,40 104,4

.
1,92
62,2
1,02
11,53
39,9 6,13
5,65 50,5 4,90
43,9
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
‘Sept.-3d’ct.
11,50

105,3
1,91
61,9
1,02 12,33
42,6 6,56 5,70
51,0
4,95
44,4
13,35
73,4
9,50
72,6
12,-
64,3
1-10 Oct. ’39
11,50
105,3 1,92
62,2
1,02
12,10
41,8 6,44 5,70
51,0
4,95
44,4
13,35 73,4
9,50
72,6
12,-
64,3
1-17

»

»
11,50 105,3
1,92
62,2
1,02
12,12
41,9
6,44
5,70
51,0
4,95
44,4
13,35
73,4
9,50
72,6
12,-
64,3
r-24

»

,,
11,50
105,3
1,92
62,2
1,02
– –

*
)1
5,70
51,0
4,95
44,4
13,35
73,4
9,50 72,6
112,-
64,3

802

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

25 October 1939

NEDERLANDSCHE BANK.
Verkorte Balans op 23 October 1939.

Activa.
Binnenl.Wis.(Hfdbk.
f
29.941.876,10
se1s,1
1
rom.,. Bijbnk.
,,

1.376.652,19
enz. in cisc. (Ag.scn._,,

.601.451,i
f

3399979,5
Papier o. h. Buiteni.

f

1.575.000,-
Af: Verkochtmaar voor
debk.nognietafgel.


1.575.000,-
Beleeningen

)ufdbk.
f
173.042.882,551)
mci.
vrs
c
h
.IBijbnk
5.537.072,-
in rek.crt1Agsch
op onderp.J
,,

39.437.281,83

f
218.017.236,38

Op Effecten enz.
..
f
216.094.639,191)
OpGoederenenCeel.
,,

1.922.597,19
218.017.236,381)
Voorschotten a. h. Rijk

…………..
,,

9.423.230,14
Munt, Goud ……
f

105.497.605,- Muntmat., Goud.. ,,1.006.724.975,82

fl.l 12.222.50,82
Munt, Zilver,enz.

,,

11.252.554,25
Muntmat., Zilver.
.


1.123.475.135,07
Belegging van kapitaal, reserves en pen-
sioenfonds

……………………

43.904.975,90
Gebouwen en Meub. der Bank

……..

4.580.000,-
Diverse rekeningen ………………
,,

30.150.363,21
Staatd. Nederi. (Wetv. 27151’32, S. No. 221)
,,

7.629.955,16

Paseiva.
f
1.472.675.875,38

Kapitaal ……………………….
f

20.000.000,-
Reservefonds ……………………

,,

4.277.243,54
Bijzondere

reserve

………………
,,

7.756.940,37
Pensioenfonds

………………….
,,

11.938.504,04
Bankbiljetten in omloop …………..

,,
1.097.329.330,-
Bankassignati6n in omloop

……….
,,

14.511,78
Rek.-Cour. f Het Rijk
f


saldo’s: I Anderen
,,
326.802.260,30
,,

326.802.260,30
Diverse

rekeningen ………………

,,
4.557.085,35

f
1.472.675.875,38

Beschikbaar metaalsaldo

…………
f

553.783.000,65
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop dan waartoe de Bank gerechtigd is
,,
1.384.457.500,_
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank ondergebracht

…………………
,

) Waarvan aan Nederlandscti-Indl
(Wet van 15Maart 1933, Staatsblad No. 99)………..
f

60.612.475,-

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Goud
Circulatle
Andere
opeischb.
Beschikb.
Metaal-
Dek-
kings
Munt
I Muntmat.
schulden
saldo
perc.

23 Oct.’39
105498
1.006 725
1.097.329
326.817 553.783
79
16

,,

’39
105498
1.006.713
1.111.011
315.553
551.594
78

21 Aug.’39
105958 1.023.467
1.011.582
401.626 590.049
79.9

Data
1

bed

i
Idisconto_
slrechtstreeks
1
promessen
t

Belee-

1

_
ningen
rapler

1
op het
_buit enl.

L.JtI
,
erse
reke-
ningen

23 Oct.1939
1

33.920
1


1
218.017
1.575

1
30.150
16

,,

1939
1

31.690
1


225.858
1.575
25.534

21 Aug. 1939
21.297


214.812
1.575
11.581
Onder de activa.

JAVASCHE BANK.

Data
Goud
Zilver
Circulatie
opeischb.
metaal-
I

schulden
saldo

21 Oct.’39
2)1
145550
198.180
82.470
33.290
14

,,

‘392)!
145.780
203.090
77.220
33.656

19 Aug. ’39 ‘
12
876
1

19.235
198.914
72.384 39.392
12

,,

’39
116.886 1

18.928
202.864
72.102
25.828

19Aug.’39
_128.676

19.235
198.914 72.384 39.392

Data
Wissels,
buiten
Dis-

I

Belee-
Diverse
1
reke-

1

Dek-
kings-
N.-Ind.
conto’ s
ningen
ningeni)
1
percen-
bef aalb.
tage

21 Oct.

‘392)
11.420
78120
58.760
52
14

,,

‘392)
11.170
79.680
56.840
52

19 Aug. 1939
9.300
51.942
55
13.890 1 48.920
12

,,

1939
9.642
14.355

48.406
63.848
49

19 Aug. 1939
9.300 13.890

48.920
519.42
55
Sluitpost activa.
2)
Cijfers
telegrafisch ontvangen.

BANK VAN ENGELAND.

Bankbilf.
1
Bankbilj.
I

OtherSecurities
Data
Metaal
I

in
in Banking
1
Disc.and Securif les
circulatie
1
Departm.
Advanc
es
18 Oct.

1939
1010?
530.320
1

49.850
1

3.220

1
23.250
11

,,

1939
972

1
247.263

1
535.033
45.132
1

3.046
21.698
13Aug.1939
_508.064
1

38.353

_
5.711
24.334

Gov.
1

Public
“T.ltherDeposits
1

Dek-
Data
Sec.
Depos.
t

Other
Bankers
1
Reservel
kings-
IAccountsl
1
perc.’)
18 Oct.’39
07.5401
12.010 116.4501
38.540147.0401
30,4
11

,,

’39
11
,14.311

1

10.91
116.716
1

39.673
27,4
13 Aug.’39
99.666
22.371
92.132
36.229
1
39.1991
26,0
,
vrrouu,ng tusscnen teserve en
ueposlts.
BANK VAN FRANKRI.IJC_

Zilveri
e
ne
l
Waaru.I
Belee-
IRenteloos
Data
Goud Wis-
sels
op het
I

ningen
voorschol
btenl.I
buitenl.p

a. d. Staat

12 Oct.’39
97.266
1

9481
39
1

58
1

3.998
1

30.473
5

,,

’39
97.266
1

8781
17
~16
.
084

17.5141

59

1

4.539
30.473
17Aug.’39
97.266
1

6631
14
617j
705
3.825
1
30.577

Data
Bons v. d.
zelfst.
amort. k.

1
Diver-

sen
i)
Circulatie
Rekg.Courant

Staat
1
Zelfst.
1

Parti-
Iamort.k.l
culieren
12 Oct.’39
5.466
6.231 1
144.844
137
1.983

16.989
5

,,

’39
5.466
1

6
.
168
1
145.716
168i
1.989

15.937
17Aug.’39
5.466
3.051
123.135
3.03
1
2.104
1
20.538
1
P
Sluitpost activa.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Goud
1
Andere wis-t
Data
en
1
Rentebank-
sels,chèquesl
Belee-
deviezen

1
scheinen
en schat-
1
ningen
kistpapier

14 Oct.

1939..
76,9
179,9
9.566,5
24,8
7

,,

1939..

77,0 155,7
9.754,1
20,9
13Aug.1939..
77,0
27,2
8.140,0
22,2

Data
Effec-
Diverse
Circu-
Rekg.-
Diverse
ten Activa
latie
Crt.
Passiva

14 Oct.1939
1.385,1
1.227,5 10.495,4
1.345,4
7

,,

1939
1.348,7
1.397,1
10.695,4
1.394,4

23 Aug. 1939
982,6
1.380,5
8.709,8
1.195,4
454,8

NATIONALE BANK VAN BELGIË (in BeIga’).

Data

Goud c
.
o
‘ . 0

Rekg.Crt.


1939

1
1710T)001
45
t

8701
5331151

2
1

187
12
1
1
O.

1
3.6361

42
877 532
1153
14
2

340 5.421j
1
207

FEDERAL RESERVE BANKS.

Goudvoorraad

Wissels

Data

1
Goud-

,,Other

In her-
1
In de
Totaal
cash’
3)

disc. v. d.
1

open
bedrag
1
certifi-

member
1
markt
caten’)

banks
1
gekocht

20
Sep.’391
14.630,0
1
14.621,7
1

1

5,6
1

0,5
13
,,
’39f
14
.
585
,
0
11
4
.576,7 1
324,4

J

7,3 __0,5

Belegd

F. R.

I Goud-
1
Algem.
Totaal
Data

in
u. s.
INotesDepo- Gestort

Dek-
1
Dek-
Gov.Sec.
incircu-
sitos Kapitaal kings-
1
kings-
__________

latie

perc.
3
)
1
perc.
4
)

20 Sep.’391 2.826,5
1
4.677,6
112.949,31
135,5
1
84,9
1


13

‘391
2.823,7 4.679,0
112.896,51
135,5

84
1
8


t)
Deze certificaten werden door de Schatkist aa:i de Reserve Banken
gegeven voor de overname van het goud, toen de $ op
31
Jan. ’34 van
lOO
op 59.06 cents werd gedevalueerd.
Other Cash” does not include Federal Reserve Notes or a Bank’s
own”Federal Reserve
bank
notes.
Verhouding totalen goudvoorraad tegenover opeischhare schul-
den: F. R. Notes en netto deposito.
4)
Verhouding tot voorraad niunimateriaal en wettig betaalmiddel tegenover idem.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. BES. STELSEL.

1
Aantal
Dis-
conto’s
Beleg.
lervel
de
1
Totaal
t Waarvan
Data
leening.1
en
1

gingen
R.
1

depo-
sito’s
1
time
1
deposits
beleen.
1
banks
1
13
Sep.’391
1
1

8.315

114.074
1
9.686
j

32.365

1
5.233
6

,,

‘391
1
8.305
14.084

1
9.368 31.873 5.235
iiepoeien van iie Nea. aan, ee Javascne aan en ee aan 0?
England
zijn
In
duizenden, alle
overige posten in millioenen van
de betreffende valuta.

Auteur