Ga direct naar de content

Jrg. 24, editie 1230

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 26 1939

6 JULI :1939

AUTEURSRECHT
VOORBEHOUDEN.

Economisch,,Statistische

Berkhten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL. NIJVERHEID, FINANCIËN EN
VERKEER

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

24E JAARGANG

WOENSDAG 26 JULI 1939

No. 1230

COMMiSSIE VAN REDACTIE:

GELD-. KAPITAAL. EN WISSELMARKT.

P.
Lieftinck; N. J. l’olak; J. Tinbergen;
H. Al. H. A. van der Valk; F. de Vries.

M. F. J. Gooi – Secretaris van de Redactie.

Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Rot e’

dam.

Aangeteekende stukken: Bijkantoor Ruigeplaatweg.

Telefoon Nr. 35000. Postrekening 8408.

Advertenties voorpagina f 0,50 per regel. Andere pagi-

na’s f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonnement volgens

tarief. Administratie van abonnementen en advertenties:

Nijgh d
van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam, Am-

sterdam, ‘s-Oravenhage. Postchèque- en giro-rekening

No. 145192.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p. in

Nederland f 16,—. Abonne?nents prijs Economisch-Sta tis-

tisch Muandbericht f S,— per jaar. Beide organen samen

f 20,– per jaar. Buitenland en- Koloniën resp. f 18,—,

f 6,— en f 23,— per jaar. Losse nummers 50 cent. ‘Dona-

teurs en leden van het Ncderlandsch Economisch Instituut

ontvangen het weekblad en het Maand bericht gratis en

genieten een reductie op de verdere publicaties.

INHOUD:

BIz.

De recente veranderingen in de handelspolitiek der

Vereenigde Staten door
Prof. J. A. de Haas ……576

Exportcredieten en het bilaterale handeisverkeer door

A. A. van Sanclick …………………………578

De Overheid en internationale industrieele overeen-

komsten door
Charles Stulerneijer …………….579

De tarwe-overvloed door
J. Hor-ring …………….580

De invoer, van de Nederlandsche Antillen en het aan

deel daarin van de andere Rijksdeelen door
Dr.

W. C.
Klein ……………………………….581

AANTEEKENINOEN:

Ontwikkeling van de öpenbare financiën in Neder-

landsch-Indië …………………………..
582

Statiitieken:

Groothandelsartikelen
…………………………..


584-595
Oeldkoersen-Wissetkoersen-Bankstaten
……………….
583, 586

De reeds in de vorige verslagweek ingezette koers-

verbetering van den Gulden, zette in de afgeloopen

week sterk door, zoodat het Egalisatiefonds zich an-

dermaal geheel afzijdig kon houden. Van goudverlie-

zen is bij de huidige verhoudingen dan ook uiteraard

geen sprake meer, daar Dollar en Pond zich resp.

op 1.86
v
/8 en 8.74 bewegen. Als voornaamste oorzaak

van deze gunstige ontwikkeling kan, evenals de vorige

week het geval was, de aanmerkelijk gunstiger be-

oordeelde binnenlandsche politieke situatie gelden, in

verband met de hernieuwde opdracht aan Dr. Oolijn.

Daarnaast is de technische positie vaii den Gulden

in de afgeloopen week echter ook in niet onbelang-

rijke mate versterkt door zuiver incidenteele facto-

ren, verband houdende met de gedeeltelijke liquidatie

van Ponden- en Dollar-saldi door Fransche houders,

teneinde hiermede het door hen op onze markt ge-

kochte Fransche schatkistpapier te betalen. Het is in

confesso, dat dit papier hier momenteel allerminst

gewild is, terwijl het voor Fransche houders nog

steeds als een zeer redelijke belegging kan gelden.

Op de termijnmarkt was het verloop vrijwel over-

eenkomstig, zij het dan ook, dat het écart ten aanzien

van het Pond in mindere mate wijzigingen toonde

dan ten aanzien van den Dollar. Voor laatstgenoemd

devies daalde het drie-maands agio van % cent tot

/s
cent, zoodat rente-arbitrage momenteel lang niet

meer die attractie biedt als twee weken geleden. Voor

Ponden bleef het agio om en nabij pari hangen.

Het viel op, dat de prijsdaling op de gciudmarkt

zich niet ih die mate voltrok als op grond• van de

stijging van het Guldensdevies verwacht had kunnn

worden, hetgeen in verband werd gebracht met een

incidenteele groote vraag naar goudbaren, waardoor

– gegeven de betrekkelijke beperktheid van onze

goudmarkt – een snelle prijsdaling werd voorkomeii.

Voor munten bleef de belangstelling, zij het dan ook

Vol. van buitenlandsche zijde, betrekkelijk levendig,

doch van een eeni’gszins belangrijke premie van mun-

ten boven baren, was ook thans geen sprake. –

Op de geidmarkt bleef de toestand vrijwel onver-

anderd en men ziet met belangstelling het resultaat

van de nieuwe schatkistemissie tegemoet.

Op de beleggingsmarkt vond het koersherstel, het-

welk reeds de vorige verslagweek had ingezet, ver-

deren voortgang, waarvan uiteraard de 24 pOt. inte-

gralen, die slechts van 70
9
/ie
tot 7018f aantrokken,

in de minste mate profiteerden. –

576

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 Juli 1939

DE RECENTE VERANDERINGEN IN DE

HANDELSPOLITIEK DER VEREENIGDE

STATEN.’)

Een handelspolitiek is niet een op zichzelf staand
geheel. De economische factoren zijn daarbij zoo nauw
met de politieke verbonden, dat het onmogelijk is,
de eene groep zonder de andere te beschouwen. Van
de Amerikaansche handelspolitiek is bovendien wel
gezegd, dat zij er als politiek heelemaal niet was.
Men verweet aan de Amerikaansche regeering een
groote mate van inconsequentie bij het nemen van
maatregelen. Dit bezwaar laat zich begrijpen. Bij het
begrip poIitiek”, denken wij ons een consequent ge-
volgde gedragslijn. Deze nu was ondenkbaar in een
democratisch land als de Vereenigde Staten, dat geen
permanent heerscheude klasse en evenmin een vasten
ambtenarenstand kent. Deze opbouw van de maat-
schappij maakt elke beslissing tot een reeks van lang
durig beredeneerde compromissen, welke moeten ver-
anderen met elke wijziging in de politieke constellatie.
Over dit gebrek aan samenhang ontstaat de laatste
jaren een zekere ontevredenheid. Getracht wordt een
achtergrond te verschaffen voor een vaste politiek,
door eerbied voor vlag en constitutie. In vergelijking
met den vasten grondslag, welken het bezit van een
permanent aanblijvend staatshoofd en van ambtena-
rencorpsen met zeer bepaalde gedragsregels aan de
West-Europeesche democratieön geeft, is dit nog maar
een begin. Ondanks de geweldige meerderheid, welke
president Roosevelt bij zijn verkiezing behaalde, geldt nog steeds: hoe belangrijker de beslissing, des te lang-
duriger het debat en des te onzekerder de uitkomst.
Desondanks blijft het mogelijk eenige naar voren
springende beginselen aan te duiden.

Het isolat,ionisme.
Van het begin der Amerikaansche geschiedenis dag-
teekent de gedachte van Washington, welke in 1802
door Jefferson werd overgenomen: ,,Eerlijke vriend-schap met alle volken, bondgenootschappen, die ver-
wikkelingen scheppen met niemand. Dit principe
had groote aantrekkingskracht; het deed een beroep
op het democratisch rechtvaardigheidsgevoel en sprak
vertrouwen uit in den goeden wil van anderen.
Tegelijkertijd echter formuleerde het bondig het
verlangen der Vereenigde Staten zich af te zonderen. De Vereenigde Staten zouden geen verplichtingen op zich nemen, welke hen voor een onbekende toekomst bonden; evenmin waren
zij
bereid tot internationale
samenwerking, daar deze onmogelijk is, indien men
niet bereid is verplichtingen op zich te nemen.
Op dat oogenblik was deze politiek volkomen juist.
De Vereenigde Staten hadden hun handen vol met
het inpalmen van het eigen continent; daarenboven
waren bij de toenmalige verkeersmiddelen de afstan-
den vrijwel onoverkomelijk, zoodat ingrijpen, zelfs
als men dit gewenscht had, niet mogelijk geweest
zou zijn. Hier was dus een politiek, en een juiste, want zij berustte op feiten. De Vereenigde Staten
stonden echter niet stil na 1802. De stroom van goe-
deren van industrieelen en agrarischen oorsprong,
die tusschen de Vereenigde Staten en de rest van
de wereld ontstond, veroorzaakte, dat de Vereenigde
Staten steeds grooter belangen in andere deelen van
de wereld kregen. Kort v66r den wereldoorlog he-
droegen deze reeds $ 30 milliard; hier was geen ont-
kennen mogelijk van het feit, dat de Vereenigde Sta-
ten zich in andermans zaken hadden laten betrekken.

Het verspreide ingrijpen.
Dit schiep een probleem, dat voorloopig zeer ecu-voudig werd opgelost. Men verklaarde, dat het isola-

1)
Dit artikel is een samenvattende vertaling van de
lezing, welke Prof. J. A.
dc
Haas van de Harrvard Unliver-
siity te Boston Mass., in den zomercursu.s van Amerikanen
01) 17 Juli
te Leiden heeft gehouden. Deze zomeroursus is
georganiseerd door samenwerking van de gezanieulj’ke
Neclerlandsohe universiteiten en hoogesoholen.

tieheginsel nog steeds gehandhaafd bleef. Onderwijl
echter werd telkens ingegrepen, waarbij geen vaste lijn
werd gevolgd, doch elk geval naar zijn eigen omstan-
digheden werd behandeld.
Het is echter een menschelijke eigenschap, dat elke
soort van handeling tot een gewoonte wordt. Zoo
ontstond uit deze verschillende maatregelen toch een
methode, een soort receptenboek, waarvan de hoofd-
inhoud deze was:
Voor Europa:
Dit werd beschouwd als een politiek doolhof, waarbij men slechts een kans had, om er on-
gedeerd door te komen: wij houden ons zelf er buiten.
Voor Amerika:
Hier waren economische belangen
gekoppeld aan strategische, dus was volkomen ratio-
neel: wij houden jullie er buiten.
Voor Azië:
Hier ging het er aanvankelijk slechts
om een moreele basis te vinden voor het verdeelen van
den buit. Vandaar de open deur politiek, welke na de
opkomst van Japan omgezet werd in het negen-mo-
gendheden-pact en welke men zoo zou kunnen formu-
leeren: wij werken samen om de rest er buiten te
houden.

Ook deze politiek was weer reëel en verstandig,
echter slechts zoo lang, als men verschillende deelen
van de wereld als onsamenhangende brokstukken kon
behandelen, zonder dat zij den invloed ondergingen van het ingrijpen in andere deelen van de wereld.
Deze overgang van het ontbreken van een politiek
naar een drievoudige politiek ging zeer onopgemerkt
en geleidelijk. Dit is in de lijn van den pragmati-
schei, Angelsaksischen geest, welke geen concepties
en schema’s vraagt. Bovendien heeft dit gebrek aan vaste lijn zijn voordeel; het is daardoor mogelijk op
een bepaald moment beslissingen te nemen, welke
regelrecht tegen voorgaande ingaan zonder dat men in zijn eigen achting daalt. Zoo schijnt deze politiek de aangewezene door haar aanpassingsvermogen en
haar huigzaamheid.

Bezwaren tegen een opportunistische politiek.
Hiertegen echter rijst een tweetal bezwaren. Ten
eerste dient nogmaals gewezen te worden op de lang-
zaamheid van beweging eigen aan een democratisch
systeem.
Ten tweede neemt bij het langdurige volgen van
een bepaalde politiek het probleem der belangengroe-
pen steeds grooter omvang aan. Deze groepen be-
schouwen na verloop van tijd het voortzetten van de
haar eens toegevallen voorrechten als niet meer dan
billijk, bovendien beschikken zij meestal over finan-
cieele hulpbronnen om veranderingen tot het uiterste
tegen te werken. Onder deze omstandigheden is een
noodtoestand van nationale afmetingen of een dra-
matische verand.ering in een schijnbaar hecht gefun-
deerde situatie noodig om de gevestigde belangen-groepen zoo in verwarring te brengen, dat de gees-
ten vrij worden voor ingrijpende wijzigingen.
Er
zijn
twee dergelijke catastrophale gebeurtenis-
sen geweest, welke een heroriënteering van de Ame-
rikaansche politiek mogelijk maakten:
lo. de ineenstorting van den
schijnvoorspoed
in
1929;
2o. de conferentie van Munchen in September 1938.
Deze twee gebeurtenissen hebben een verandering
van politiek bewerkt, zoowel t.a.v. de economische
als t.a.v. de diplomatieke betrekkingen met de ge-
heele wereld.
De eerste vernietigde het vertrouwen in de econo-
mische leerstellingen, welke tot dien zonder veel om-
slag aanvaard waren. De tweede bracht het Amen-
kaansche volk de overtuiging bij, dat vrede en wel-
vaart ondeelbaar zijn en dat de Vereenigde Staten een
vergaand belang
bij
de wereldgebeurtenissen hebben.
Beide tezamen bewerkten een verandering van hou-
ding, welke weliswaar nog niet algemeen van harte
aanvaard is – de Vereenigde Staten zijn een demo-
cratie – doch diedesondanks op dit oogenhlik een
realiteit is.

26 Juli 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

577

De ineenstortinq in 1929.
In den grond hebben de problemen, die hierdoor
opgeworpen werden, niets typisch Amerikaansch; zij
konden uit de ontwikkeling verwacht worden. De we-
reiclooriog heeft echter bewerkt, dat de verschuivin-
gen zoo snel plaats vonden, dat aanpassingen in ge-
lijk tempo, vooral voor den landbouw, onmogelijk
werden. Als voorbeeld diene, dat het vooroorlogsche
Europa 50 püt. van zijn tarwe-invoer uit Europee-
sche productielanden ontving; kort na den oorlog be-
droeg het aandeel van Europa slechts 5 pOt.
De situatie in 1929 was deze. Europa had zijn pro-
ductie hersteld, waardoor het minder behoefte aan
Amerikaansche productie had. In Amerika daarente-
gen was de productiecapaciteit van den landbouw
geweldig uitgebreid. De overgang van natuurlijke hulpmiddelen naar anorganische en mechanische,
welke tot deze uitbreiding in staat stelde, schiep het
probleem der vaste lasten, waardoor productiebeper-
king in den landbouw en andere grondstofleverende
industrieën onmogelijk werd.
De democratische partij werd onder invloed van de
industrialisatie in de Zuidelijke Staten eveneens
protectionistisch, zoocis zij voordien ten behoeve van
haar landbouwaanhang voor een laag tarief was ge-
weest. Het logisch volkomen onhoudbare geval deed
zich voor, dat de landbouw protectionistisch werd.
Tegen 1933 was de wanhoop algemeen. De democra-
ten beloofden, vanzelfsprekend, iets anders. Op het
gebied der handelspolitiek bleek, ondanks een neve-
lig program, dat andere iets goeds: een vaste politiek.
Een beschouwing over deze politiek valt in twee

gedeelten uiteen:
to. Het doel der politiek en de gedachtengang,

welke daaraan ten grondslag ligt.
2o. De methode.

Doel en bewijsvoering.
De gedachtengang was niet origineel, hij was juist. In het kort samengevat, berust de motiveering op een vijftal punten:
to. Het is de eerste plicht van een crediteurstaat
zich te laten betalen.
2o. De uitvoer kan niet voortgaan, wanneer men zijn beste klanten ten gronde richt door den invoer
te stuiten.
3o. De plaats van de Vereenigde Staten in de we-
reldhuishouding is zoo belangrijk, dat de handelingen
der Vereenigde Staten op economisch en financieel
gebied beslissend zijn voor de geheele wereld.
4o. Een grootere invoer door de Vereenigde Staten
leidt tot een toeneming van de bedrijvigheid in de
rest van de wereld, waarvan de Vereenigde Staten op
hun beurt de gunstige uitwerking zullen ondervinden.
5o. Tenslotte zal van een verbetering der handels-betrekkingen een ontspanning op politiek gebied het
gevolg kunnen zijn.
De groote
moeilijkheid
was, deze oude economische
wijsheden ingang te doen vinden bij hen, die zich
achter den tariefmuur veilig voelden. De argumen-
tatie, door minister Huli gebruikt om in dezen wal
een bres te schieten, kwam hierop neer. Invoer kan
een land slechts ten goede komen, daar het niets an-
ders is dan betaling voor voorafgaande leveranties.
Bovendien verhoogt hij de koopkracht van de ver-
bruikers, daar geïmporteerde goederen slechts afzet
vinden, als zij voordeeliger
zijn.
Een vermindering
van de werkgelegenheid behoeft hiervan echter niet
het gevolg te zijn. De statistische gegevens wijzen er
eerder op, dat een stijging van den invoer en van de
bedrijvigheid plegen samen te vallen. Een grootere
koopkracht in het buitenland komt inzonderheid den
landbouwers in de Vereenigde Staten ten goede, en
van hun welvaart kan de industrie profiteeren.
De groote moeilijkheid om deze argumenten tot hun
recht te doen komen lag in den onwil van den Ame-
rikaanschen industrieel onmiddellijke offers te bren-
gen in ruil voor voordeelen op den langen duur. Hier
ligt juist de kracht der protectionistische politiek, dat

zij met name genoemde voordeelen in hun nadeelige
uitwerking afwenteit op de anonieme massa.

Minister Huil slaagde erin de pil te vergulden door
zijn techniek van wederkeerige hanclelsverdragen. Dc ervaring had geleerd, dat algemeene conferenties geen
tariefkwesties kunnen oplossen. De eenige manier,
waarop tariefconcessies bereikt kunnen worden, is een
zorgvuldige ontleding van de handelsbetrekkingen tusschen de Ver. Staten en één bepaald ander land.

Naast het feit, dat het stelsel van wederkeerigheid
de eenige kans op welslagen biedt, staat de overtui-
ging, dat door deze methode tarieven op voorzichtige
wijze aangepast kunnen worden aan de speciale om-
standigheden, heerschende in den handel met één
land. Daardoor kan de uitwerking van de tarief-
herziening op het hinneniandsche economische leven
op de meest effectieve wijze opgevangen worden. Het
effect van de verdragen wordt bovendien verder in de
hand gehouden door een tweetal voorzieningen. Ten
eerste gelden de tarieven slechts voor een bepaalde
periode; ten tweede is dikwijls een beperking aan-
gebracht op de hoeveelheid, welke tegen verlaagd ta-
rief kan ingevoerd worden.

Zoo werd het probleem der tariefheffingen voor
het eerst op wetenschappelijke wijze benaderd. Voor
het bedrijfsleven echter werd het stelsel vooral aan-
vaardbaar gemaakt door de wederkeerigheid. Den
Amerikaanschen industrieën konden op grond daarvan
lagere tarieven en betere behandeling in het buiten-
land gewaarborgd worden. Te zelfder tijd wordt hier-
door echter het motief der nieuwe handelspolitiek
verduisterd. Het gaat namelijk in beginsel niet om
een vergrooting van den uitvoer, doch om het bevor-
deren van een regelmatige
stijging
van den invoer.

Een appreciatie van de resultaten der politiek is
tengevolge van de vele kruisende invloeden moeilijk te
geven. Maar in het algemeen kan gezegd worden, dat
zich in den handel der Vereenigde Staten met lan-
den, waarmede dergelijke verdragen zijn afgesloten,
een aanzienlijk grootere verbetering heeft voorge-
•daan dan in den handel met die landen, waarmede
geen verdragen tot stand kwamen.

De oppositie tegen de nieuwe politiek is nog niet
verstomd; wel is zij veel minder heftig geworden. De
oorzaak van deze meegaandheid biedt echter weinig
reden tot vreugde. Door de recente gebeurtenissen in
de internationale politiek zijn groote deden van het
Amerikaansche volk de wederkeerigheidspolitiek, welke geïnaugureerd was als middel tot den vrede,
gaan beschouwen als een uitnemend wapen in den
handelsoorlog. Om deze ontwikkeling te begrijpen,
moet men teruggaan tot 1033, toen het nieuwe bewind in Duitschland een radikalen ommekeer in de handels-
politiek bracht. De ontwikkeling der lOde en 20ste
eeuw was geweest, dat de regeeringen door het be-
drijfsleven aangezet werden om haar prestige en mid-
delen ter beschikking van den handel te stellen.
Duitschiand draaide dit om; de regeering regelt daar
den uitvoer voor haar eigen doeleinden. Dit heeft een
fundamenteel verschil geschapen. V66r 1033 kon men
spreken van den kamp om den wereidhandel; na 1033
is het juister te spreken van den oorlog door middel
van den wereidhandel.

In het stelsel der Duitsche regeering blijft het eco-
nomische kostenprohieem buiten beschouwing, waar-
door de mededinging op cle wereldmarkten
01)
een ge-
heel nieuwen grondslag is gesteld. De Duitsche methode
berust bijna geheel op directen ruil; desondanks kan
de methode van I{ull den strijd hiertegen met goed
gevolg opnemen. Niet omdat beide methoden in wezen
gelijk zijn. 1-let tegendeel :is waar. Daar de Duitsche
methode tracht den goederenstroom in in- en uitvoer
precies in evenwicht te houden, brengt zij den handel
terug op het peil van de geri:ngste hoeveelheid in een der twee richtingen.
De methode van 1Juli daarentegen legt geen beper-
king op de hoeveelheden en moedigt bovendien de uit-

578

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 Juli 1939

breiding van den ineerzijdigen handel aan door het invoeren van de meestbegunstigingsclausule. l)eze
clausule brengt de voordeelen, verworven clooc een verdragsluitend land, automatisch over naar alle an-
dere landen, welke bij het verdrageustelsel zijn aange-
sloten. De laatste methode is er dus op berekend, den
totalen wereldhandel te vergrooten, terwijl de Duit-
sche methode tot een achteruitgang leidt. Dit funda-
menteele verschil sluit een overeenkomst tusschen cle
beide landen, welke op het oogenblik de hoofdver-
tegenwoordigers ervan zijn, uit.
Beide stelsels raken elkaar thans in den strijd om
den Zuid-Amerikaanschen handel. Het Duitsche stre-
ven werd namelijk vooral met succes bekroond in die
landen, welke met deviezenmoeilijkheden worsteiden,
daaronder waren ook de Zuid-Amerikaansche staten.
Het Hull-progranama nu is in staat het daardoor ont-
stane stelsel van regeeringscontrôle te doorbreken,
doordat het nieuwe kansen biedt.
Een typisch voorbeeld biedt het geval van Bra-
zilië, waar ernstige betalingsmoeilijkheden het Duit-
sche handeisstelsel bevorderden. Dit bracht de Ver-
eenigde Staten in beweging. Een vederkeerig han-
clelsverdrag, gevolgd door een leening van $ 20 cml-
lioen, kwam tot stand. Het onmiddellijke effect was
de hervatting der betalingen door Brazilië en het
vrijkomen van bevroren credieten, waardoor de handel
tusschen de Vereenigde Staten en Brazilië w’ederom
in vrijer banen geleid zal kunnen worden.
De groote winst van de nieuwe politiek van Minis-
ter 1

lul1 is tenslotte, dat voor de eerste maal in de
geschiedenis een vaste en wetenschappelijk overwogen
handelspolitiek bestaat;
terwijl
deze tegelijkertijd ge-
coördineerd is met de credietverleening aan het bui-
tenland. Zelfs het feit, dat dit economisch hulpmid-
del op het oogeublik zijn aanhang vooral ontleent aan
de politieke mogelijkheden, welke het biedt, kunnen
de waardeering niet veranderen. Bij consequente door-
voering van deze methode immers zal datgene worden
bereikt, wat het eerst noodig is: een vrije beweging
van goederen en diensten in het ruilverkeer. J. A. DE HAAS.

EXPORTCREDIETEN EN HET BILATERALE

HANDELS VERKEER.

Hoezeer de meeningen omtrent de te volgen eco-
nomische politiek ook verdeeld mogen zijn, de bevor-
dering van den export staat op alle programma’s. De Regeering heeft verklaard, dat zij voornemens is het
instituut van de credietverzekering hieraan krachtig te laten medewerken. Dit valt onvoorwaardelijk toe
te juichen. De Staat neemt bij dit systeem van credietverzeke-
ring zeer belangrijke risico’s op zich. Daarom is het
de eerste plicht van de Overheid zich terdege reken-
schap te geven van deze risico’s en deze zooveel mo-
gelijk te beperken. Dit kan o.a. geschieden door in
min of meer stringenten vorm voor te schrijven, dat
het land, waaraan wij op crediet onze goederen leve-
ren, ons, ter afdekking van zijn verplichtingen, zijn
producten levert.
Dit is zonder twijfel een logische constructie. Wij
leveren
thans
onze goederen, maar omdat wij niet te
veel vertrouwen hebben in de betalingsbeloften van
de tegenpartij, staan wij op een contraprestatie in
natura. Het wordt een soort goederenruil op termijn,
passend in het kader van het bilaterale handelsverkeer.
Bij nadere beschouwing ziet de zaak er echter min-
der bevredigend uit. De kans toch is groot, dat de
tegenpartij zich van het karakter, dat
wij,
ter ver-
meerdering van onze zekerheid, aan de transactie
gegeven hebben, zal gaan bedienen op een wijze, die
ons in het geheel niet past. Want het wordt haar nu
mogelijk gemaakt zich feitelijk, hoewel misschien niet
formeel, ontslagen te achten van haar verplichtingen,
als zij om een of andere reden niet bij machte is de
specifieke contraprestatie in natura te effectueeren.
Dit geval kan zich, vooral als het gaat om de leve-

ring van landhouwproducten, zeer gemakkelijk voor-
doen, bijv. als de oogst tegenvalt.
Terwijl wij dus gedacht hebben cle transactie zeer
soliede te fundeeren door een soort goederenciearing;
hebben wij in werkelijkheid de tegenpartij en hier-
mede ons zelf vastgelegd op een zoo smalle basis, dat
wij groot gevaar loopen ,,er naast” te komen liggen.
Wij doen dan ook veel verstandiger het land, dat wij,
terwille van de bevordering van onzen export, crediet
geven, vrij te laten in de wijze, waarop het zich de
middelen verschaft, om aan zijn verplichtingen jegens ons te voldoen. Wel kan het raadzaam zijn onze markt
dan vat ruimer open te stellen voor de exportgoede-
ren van dat land.
Er is geen bezwaar tegen, ja het is zelfs noodzake-
lijk, hij het overwegen van de vraag, of wij met een
bepaald land in zee zullen gaan, ons goed rekenschap
te geven van zijn toekomstige betalingscapaciteit en dus ook van zijn exportmogelijkhe.clen, maar dan in
algerneenen zin, dus zonder dat land te binden aan
een
bepaalde
contraprestatie in het bilaterale handels-
verkeer tussehen dat land en het onze, waardoor wij

in wezen
onze
rechten beperken.
Alen kan de kwestie nog wel algerneener stellen.
Indien het mogelijk is het handelsverkeer hilateraal
uit te breiden, dan beteekent dit, dat de mogelijkheid
bestaat de leveringscapaciteit en de opnamecapaciteit
wederzijds te vergrooten. Dan moet men hiertoe ook
overgaan, na door een handelsverdrag den weg ge-
baand te hebben. Maar in deze figuur is voor een
eenzijdige credietgeving nauwelijks plaats.
De (internationale) credietgeving komt eerst
OP
het

tapijt, indien men tot de erkenning is gekomen, dat men met dit bilateralisme niet verder komt. De zin
van deze credietgeving schuilt in de algemeen be-
vruchtende werking van het ter beschikking gestelde
kapitaal. Hoe deze vrucht zich zal zetten, valt van te-
voren te voorspellen noch af te dwingen en zeker niet
van hier uit. Maar het is zeker, dat meu de goede werking van dit internationale crediet ten zeerste
belemmert door het economisch proces, dat men op
deze wijze weer op gang tracht te brengen, terug te
dringen in het kader van het bilaterale handelsverkeer.
Alle credietgeving is tot op zekere hoog-to een
speculatie. Men speculeert op den econornischen voor-
uitgang, welken dit kapitaal in het dehiteurenland zal
teweegbrengen. Het gaat dus niet om een blind ver-
trouwen in de moraliteit van den debiteur, die hem
wel zal nopen zijn verplichtingen na te komen, maar
hetgeen den doorslag geeft is de nuchtere overweging,
dat met de kapitaalverstrekking de materieele basis
voor het nakomen zijner verplichtingen wordt verbreed.
Dat deze speculatie falikant kan uitkomen, spreekt
vkuzelf. Vandaar de groote risico’s, welke aan een in-
ternationale credietgeving inhaerent zijn. Maar met
een credietgeving, geënt op het bilaterale hanclelsver-
keer, wordt alleen bereikt, dat de kans op een goede
werking van het crediet nog veel kleiner wordt en
hiermede ook de kans, dat het crediet zal worden.
terugbetaald.

Dat dit geen ,,graue Theorie” is, leert de ervaring. De opbioei van het geïndustrialiseerde Europa in de
2de helft van de 19e eeuw is voor een belangrijk deel
te danken geweest aan de credietverleening vaii Euro-
pa aan Amerika. Wij hebben er ons toen wel voor
gewacht ons op het standpunt te stellen, dat Amerika
elk van zijn crediteuren in den vorm van bepaalde
goederenleveranties, volgens het aflossingsschenia der
leeningen, moest terugbetalen. Men. behoeft waarlijk
geen profeet te zijn om in te zien, dat, indien de ere-
cliteurenlanden zich wèl op dit enge standpunt had-
den gesteld, er niets van terecht zou zijn gekomen.
Het bovenstaande is niet zoozeer een abstracte be-
schouwing over een historisch onderwerp, maar raakt
de practische politiek van heden, nu de regeering bij
meer dan een gelegenheid te kennen heeft gegeven,
dat de bevordering van onzen export haar na aan het
hart ligt.
A. A; VAN SANDIOK.

26 Juli 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

579
DE OVERHEID EN INTERNATIONALE

INDUSTRIEELE OVEREENKOMSTEN.

(JTaar aanleiding van een prijsregeling voor

kunsizijde op de Nederlandsche markt.)

Dezer dagen verscheen in de couranten het vol-
gencie communiqué betreffende een prijsregeling van
de Nederlandsche kunstzijde-verwerkende industrie met Fransche en Italiaansche fabrikanten:

,,De in de Katoencommissie vereenigde Nederlandsehe
kunatzijde verwerkende industrieën voeren sedert eentgen
tijd onderhandelingen met hun voornaamste buitenland-sohe concurrenten teneinde te komen tot een algemeene
prijsregeling voor de Nederlandsohe markt.
Nadat in Maart.l.l. reeds een daartoe strekkend ac-
coord was tot stand gekomen tusschen de Nederlandsche
en de Fransohe iabnikanten, is Zaterdag 22 Juli JI. een
soortgelijk accoord gesloten met de Italiaansahe kunst-
zijde-industrie. De ouderharn.deliugesn, die reeds eerder te
Milaa.0 waren begonnen, zijn in de afgeloopen week in
Den Haag voortgezet en hebben tot een gunstig resultaat
geleid.”

Op zichzelf is een internationale industrieele over-
eenkomst of kartel geen bijzonderheid. De omstandig-
heden, waaronder een overeenkomst tot stand komt,
kunnen echter verschillend zijn, en juist daarvan
hangt vaak het specifieke karakter van een dergelijke

overeenkomst af.
Wat toch is het geval? Hoewel in vroeger jaren
een internationaal kartel een gewoon verschijnsel
was, is sedert de groote depressie de internationale
behartiging van onze economische belangen in steeds
grootere mate in handen der Overheid gekomen. Het
kon ook moeilijk anders in verband met de talrijke
belemmerende maatregeleti op internationaal-econo-
misch terrein. De noodzakelijkheid om de binnen-
landsche nijverheid te beschermen, legde een groot
deel van wat vroeger door internationale onderne-
mersovereenkomsten geregeld was, in handen van de
Overheid; bij verdragsonderhandelingen werden ob-
jecten gebezigd, waarbij de ondernemers wel gehoord
werden, maar welke zij vroeger zelf min of meer be-paalden. Nemen wij hier nog
bij
de politieke onrust,

dan is het duidelijk, dat de sfeer ter bevordering van
vertrouwelijke onderhandelingen tusschen twee of
meerdere belanghebbenden in denzelfden bedrijfstak
in binnen- en buitenland ten eenen male ortbrak.
De perspectieven schijnen de laatste jaren hoop-
voller, nu het bedrijfsleven tot de conclusie komt,
dat het zelf de handen weer uit de mouwen moet
steken. De prijsregeling van de Nederlandsche kunst-
zijdeverwerkers met de Fransche en Italiaansche in-
dustrie is, naast andere soortgelijke overeenkomsten,

hiervan het bewijs.
Zooals men weet, zijn in Nederland zoowel de
kuustzijden garens als de kuustzijden stoffen gecon-tingenteerd, terwijl de invoerrechten voor beide arti-
kelen respectievelijk 3 pOt. en 20 pOt. bedragen.
Er is een Vrij groote prijsverscheidenheid, terwijl
de vraag – na ecn bepaald verzadigingspunt – ook

bij dalende
prijzen
snel afneemt. De vaste kosten zijn
over het algemeen zeer hoog, speciaal bij de fabricatie
van garens. De buitenlandsche concurrentie is hevig,
terwijl bij een dalenden afzet en dalende productie
de contingenten niet evenredig afnamen. Hierdoor
ontstond een relatieve begunstiging van het buiten-
land. Bovendien werden de buitenlandsche producen-
ten nog extra bevoordeeld door valutadepreciaties,
zoodat de toegestane kwanta grif afgezet werden
tegen aanmerkelijk lagere prijzen dan de Nederland-
sche producenten zich konden veroorloven.
Onze grootste concurrenten in dit opzicht zijn
Frankrijk en Italië. Naar ik meen, bedraagt het toe-
gestane kwantum zijden stoffen, dat door hen inge-
roerd kan worden, resp. 600.000 en 500.000 kg per

jaar.
Het inzicht, dat de Regeering niet veel meer kan
doen, temeer daar zij gebonden is aan de handeisver-dragen, moet ongetwijfeld het verlangen in de betref-

fende ondernemerskringen versterkt hebben om zelf
tot een vergelijk te komen.
Dit klemt des te meer, daar de Nederlandsch-Ita-
haansche clearing slechts goed kan functionneeren,
indien de export van Italië op zijn minst gelijk blijft,
althans niet geringer wordt. Ook Frankrijk ziet, in
verband met de handelsbalans – hoewel deze in den
laatsten tijd een weinig actief is – niets liever. Bij de beschouwing van de Fransche en Italiaan-
sche overeenkomsten met de Nederlandsche groepen
en geïnteresseerden, moeten wij een en ander in een
bijzonder licht zien. Wij moeten ni. niet vergeten,
dat bij een toestand, zooals die in onze kunstzijden
garens- en stoffenindustrie bestaat, datgene wat na-
tionaal ,,geordend” (als ik dit veel misbruikte woord
mag bezigen) is, internationaal in disorder kan wor-
den gebracht. Het zich verstaan met de buitenland-sche concurrenten was dus, naast hetgeen de Over-
heid tot nu toe heeft gedaan, noodzakelijk. Een der-
gelijke regeling kan de Overheid slechts welgevallig
zijn. Immers, het geschiedt in samenwerking met
haar, het herstelt gedeeltelijk het internationale ver-
trouwen, terwijl daarenboven de regelingen uit het
bedrijfsleven zelf voortkomen.
Dat dit interesse en deze medewerking van Regee-
ringswege aanwezig waren en daarmede impliciet het
belang erkend wordt en op waardeering van een der-
gelijke aanvullende werkzaamheid gerekend wordt,
bleek bij de totstandkoming van de Italiaansch-Ne-
derlandsche overeenkomst.

Beschouwen wij de Fransche en Italiaansche over-eenkomsten met Nederlandsche geïnteresseerden na-
der, dan moet rekening gehouden worden met wat
boven gezegd is omtrent de positie, zoowel van de
kunstzijden garens als de stoffen, van de Nederland-
sche producenten op de binnenlandsche markt.

Bovendien komt hierbij nog een derde punt van
essentieel belang, nl. het z.g. Singmaster-iatent. Dit
patent, in het bezit van de AKU—HKI-groep, ver-biedt aan buitenstaanders het matteeren van kunst-zijden garens op •een bepaalde wijze, nl. door toe-
voeging van titaan-dioxyde aan de spinstof in een
bepaald stadium van het productie-proces.

Van beide overeenkomsten is de Italiaansche de
voornaamste; de Fransche is incompleet en daaren-
boven afhankelijk van het sluiten van een ,,entente”
met de Italianen. Zij gold voor de kunstzijden stoffen
en was alleen aangegaan door de verwerkers van beide

landen.

De Ttaliaansch-Nederlandsche overeenkomst om-
vat tevens een regeling omtrent het Singmaster-
patent en houdt om. het volgende in:

Indeeling van geïmporteerde stoffen in verschil-
lende klassen, benevens een prijdovereenkomst. Ge-
zien de uitspraken van de gerechtshoven van Arn-
hem en ‘s-Gravenhage, alsmede van de rechtbank te
Amsterdam, is een overeenkomst met de H.K.I. ge-
sloten, waarbij aan de Italiaansche importeurs, in af-
wachting van de uitspraak van den Hoogen Raad,
toestemming voor 1 jaar wordt verleend voor invoer
van kunstzijden stoffen, ook al zijn
zij
met titaan-

dioxyde gematteerd.
Het behoeft zeker geen extra-vhrmelding, dat de

Regeeringsvertegenwoordigers ongetwijfeld het noo-
dige gewicht in de weegschaal hebben geworpen. Hoe
het ook zij, deze en dergelijke overeenkomsten zijn een
verheugend verschijnsel. Zij leeren ons, dat nieuwe wegen en ongekende perspectieven open liggen, zij
doen ons inzien, dat wat de Regeering alleen niet
meer kan bereiken, mogelijk is, indien de onderne-
mers zich internationaal willen verstaan. De Over-
heid kan dergelijke overeenkomsten stimuleeren, be-
krachtigen en ook in haar handelsverdragen opne-
men, wat trouwens reeds geschiedt. De taak van de
Overheid wordt daardoor vergemakkelijkt en haar be-
moeiingen komen in een juister licht te staan.
CHARLES STULEMEIJER.

580

– ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 Juli 1939

DE TARWE.OVERVLOED.

i.[et is met de tarwe een vrij hopelooze geschiedenis.
Alleen, in jaren met slechte of matige oogsten blijft
cle markt in evenwicht. De recordoogst van verleden
jaar kon niet worden verwerkt. Bij den aanvang van
cle nieuwe oogstcampagne zijn er nog abnorniaal
groote voorraden aanwezig, zoowel in de exportlanden
als in de iniportianden.
Onder deze omstandigheden behoeft het niet te ver-
wonderen, dat de vrij gunstige vooruitzichten van
den aanstaanden oogst op het Noordelijk Halfrond
aanleiding geven tot verdere prijsdaling van de
tarwe. Reeds werd het laagterecord van Septembe.r
1931 gebroken.

De eigenlijke oorzaak van de misère is de vergaande
uitschakeling van den invloed van de vrije prijsvor-
ming op cle voortbrenging zoowel als op het verbruik.
Niet alleen is de invoerhehoefte aan tarwe in cle
Europeesche landen sterk afgenomen door de bescher-
ming van cle inheemsche tarweteelt, maar ook is
in de meeste landen een reactie op een prijsdaling
op de vrije markt onmogelijk gemaakt door stabilisatie

van den binnenlandschen prijs, liet verbruik is daar-
door kunstmatig in hooge mate onelastisch geworden.
De voortbrenging van tarwe is evenwel in de ex-
portlanden ook groetendeels onttrokken aan den regu-
leerencien invloed van den exportprijs. Bijna zonder
uitzondering ontvangen cle verbouwers in deze lan-
den een hoogeren prijs dan op de Vrije markt.
De uitkeering van exportsubsiclies maakt de rem-
mende werking yan den lagen vrijen marktprijs
OJ)
de productie voor een belangrijk deel iliusoir.
De exportpremies bezorgen de uitvoerianden als
totaliteit gezien dan ook zeker geen voordeel, maar
wel gevoelige schade. Vergrooting van den export
brengt het zoo goed als niet. Het stelt alleen de im-
portianden in de gelegenheid hoogere invoerheffin-
gen te ontvangen. De exportsubsidies vormen meer
een middel in den onderlingen concurrentiestrijd,
waarmee men elkaar nutteloos verwondt.

Millioenen quinta1ea (100 kg) tairwe mde geheele wereld:

beschik-
1
gevraagd Pexport
orraclen
1)

Jaargemiddelde

baar voorvooreschik
aar voor

export

import

1923_’24/1927_’28 ……….
.262

213

j

49

1928_’29/1932_’33 ……….
.350

208

142

1933-’34/1937_’38 ……….
.229

147

83

1938-’39 ………………
.321

156

165
) Bij ht begin van den nieuwen oogst in de vier groote
overzeesche
en
Eiiropeesehe expontianden cii zeilende.
13 ron: Bulloti n Int. Landbouw Insbitnut.

Een oplossing van het tarweprobleem is slechts op
twee manieren mogelijk.

De ingrijpendste, maar economisch meest juiste, zou
zijn, dat op grond van de vrije prijsvorming
01)
een
– in den eigenlijken zin van, het woord – wereld-
markt het verbruik en de productie zouden worden
geregeld. Ongetwijfeld zou dan de tarweve:rbouw in
Europa sterk inkrimpen, maar ook het verbruik toe-
nemen. Een dergelijke oplossing is evenwel niet ge-
isoleerd voor tarwe mogelijk. Zij vooronderstelt een radicale verandering in de politieke omstandigheden
en een algeheele heroriënteering van de economische
politiek van de leidi:nggevende landen.
De oplossing, die momenteel de meeste kans van
slagen biedt, is cle aanpassing van liet aanbod in de
exportlanden aan de gegeven, vrijwel gestabil iseerde,
con suniptie. Eenige schoin meling in, de invoerbehoef-
te wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de grootte
van den inheemschen oogst, terwijl speciaal het laat-ste jaar de voorraadvorming met het oog op oorlogs-
gevaar extra import meebracht.

In principe zijn de uitvoerlandeu – en zelfs de mees-
te invoerlanden – het er wei over eens, dat het dien
kant op moet. Maar om van de principieele overeen-

stemming te komen tot cle practische verwerkelijking
van het clenkbeelci, moeten heel ivat moeilijkheden uit den weg worden, geruimd.

Reeds in 1933 kwam een tarwe-overeenkomst tot
stand tusschen
22
landen. Al spoedig strandde deze op moeilijkheden hij de vercieeling van cle uitvoer-
(luota. Bovendien bleek toen al spoedig, dat een
internationale regeling overbodig was. Eenige slechte
oogstjaren waren oorzaak van een volledige sanee-
ring van de tarweniarkt in 1937.
De buitengewoon goede oogst van 1938 en begin
1939 en de goede vooruitzichten van den nieuwen oogst hebben duidelijk gemaakt, dat liet vraagstuk
van de aanpassing van het aanbod aan cle vraag nog
in al zijn scherpte bestaat. Verleden jaar heeft liet
,,Wheat
Advisory Oommittee” dan ook onmiddellijk
gepoogd de besprekingen voor een internationale over-
eenkomst weer vlot te krijgen. In het begin van 1939
werd in principe besloten een internationale tarwe-
conferentie bijeen te roepen. Dit besluit is evenwel
nog niet tot uitvoering gebracht.

De voorstellen, die liet hoofdthema van de bespre-
kTngen vormen, zijn de beperking van het tarwe-
areaal, de vaststelling van exportciuota, het instellen
van niinimnumprijzen en de afschaffing van export-
subsidies.

Waarschijnlijk zal de internationale afspraak zich
beperken tot liet vaststellen van exportquota en liet daarbij aan ellc land afzonderlijk overlaten om zijn
tarweproductie hiermede in overeenstemming te be-
perken. De contrôle op het tarwe-areaal zou voor een internationaal lichaam vele bezwaren meebrengen.
De voorbereidende tarwecommissie lieef t zich in-
zake de wenschelijkheid van miniinumprijzen laten

voorlichten door Prof. Keynes. Deze schijnt zich
voor minimumprijzen uitgesproken te hebben, niits
de voorraden behoorlijk worden verminderd. De groo-
te drijfveer van een internationale regeling is juist
verbetering van den tarweprijs. Of men al of niet
een
m-m.nmmumprjs
vaststelt, indien men een hooge-
ren prijs dan den huidigen wil bereiken, is het in elk
geval noodzakelijk liet aanbod te verkleinen. ilet is
al moeilijk te bepalen op welk-en richtprijs men het
moet aansturen en hoe groot het totale exportcluotum
moet zijn, maar nog meer moeilijkheden zal liet op-leveren do afzonderlijke quota vast te stellen. In ver-band met de groote schommelingen in den oogst van jaar tot jaar en van land tot land is een soepele rege-
ling, die rekening kan houden met afwijkende om-
standigheden, gewenscht. Argentinië sprong in 1934
ook uit den hand, omdat het een uitzonderlijk rijken
oogst had.

Het spreelct vanzelf, dat de exportsubsidies volledig
en in elken vorm hehooren te verdwijnen.
De saneering van de tarwemarkt is niet enkel een
belang van de exportlanden. Voor de invoerlanden
is liet
01)
liet eerste gezicht een voordeelige zaalc om de tarwe zoo goedkoop te kunnen verkrijgen. Uitein-
clelijk blijkt liet evenwel geen winst op te leveren.

Indien de koopkracht van de agrarische uitvoerlan-
den steric slinkt, stagneert oolc de invoer van indus-
trieproducten en komen de huiteulandsche beleggin-
gen. in gevaar.

In theorie zou de gespaarde koopkracht op tarwe
in het invoerland zelf besteed kunnen worden voor
industrieproducten. Afgezien van de ervaring, dat
deze koopkracht voor een deel niet wordt uitgegeven,
blijft nog de moeilijkheid, dat de hinneulandsche con-

sument geheel andere industrieproducten vraagt dan
de agrarische uitvoerlanden. Indien slechts op korten
termijn een lage tarweprijs bestaat, geeft dit dus
enkel aanleiding tot verstoringen in de productie.
Waarschijnlijk is de internationale politieke toe-
stand een van de voornaamste redenen, dat er niet
meer schot zit in de onderhandelingen.
In de Internationale Suikerconventie bezit men
overigens een moedgevend voorbeeld.
J. H0RRINO.

26 Juli 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

581
DE INVOER VAN DE NEDERLANDSCHE

ANTILLEN EN HET AANDEEL DAARIN VAN

DE ANDERE RIJKSDEELEN.

Inleiding.

In het gebicdsdeel Curaçao bestaat reeds 1aug een groote handel, die na de komst der olie-industrie, ge-
sticht door dc Curaçaosche Petroleum Industrie
Maatschappij (C.P.I…) en de Lago Oil & Trans-
port Co, sterk is toegenomen en voor deze kleine
eilanden een opvallend groot volume heeft. Het im-
portgedeelte van dezen handel op Curaçao
1)
verdient
daarbij het meest onze aandacht, omdat het zooveel
belangrijker is dan het exportgedeelte. Natuurlijk
moet ook de uitvoer van onze Antillen, die thans
voornamelijk uit fosfaat en aloëhars bestaat, voort-
durend worden bestudeerd en gestimuleerd, omdat
dc al of niet permanente aanwezigheid der olieraffi-
naderijen een factor van onzekerheid is en blijft. Er
moeten dus voldoend6 andere welvaartsbronnen aan-
vezig z.ijn voor de bevolking van ruim 100.000 -zielen,
waarvan 91.000
01)
de eilanden Curaçao en Aruba,
zoodra de olie-industrie, de hoofdpijler der huidige
welvaart, eens mocht gaan verdwijnen.
Als hier van een grooten invoer wordt gesproken,
worden daarbij, evenals hij den export, de olieprocluc-
ten uitgezonderd. Deze laatste voert men dagelijks
voor een waarde van circa % millioen gulden in en
voor een nog veel grootere waarde uit, in geraffi-
neerden toestand. De overige
invoer
bedraagt echter
nog 43 millioen gulden, waarvan het eiland Curaçao
voor 25 millioen opnam; de overige
uitvder is
slechts ruim 3 millioen gulden.
Van het genoemde totaal van 43 millioen impor-
teert Nederland slechts voor 8.9 millioen, de Ver-
eenigde Staten daarentegen voor 20.9 millioen gul-
den, Engeland voor 2.3 millioen, Japan voor 2.9
millioen
2).
Op den handel (vooral winkelhandel) viel
daarvan, na aftrek der machinerieën en materialen voor de raffinaderijen (3.9 millioen), nog voor een
bedrag van 39.1 millioen gulden. Deze cijfers bewo-
gen zich meest in stijgende lijn sinds
1932.
De handel is van zoo groote uitgebreidheid,
le
in
verband met de ruim 7000 man
oliepersoneel,
die zeér
koopkrachtig zijn, evenals de andere bewoners, in
verband met den hoogen loonstandaard en
2e.
wegens
de zeer groote, hier ten dccle ook
proviSiën
inslaande
scheepvaart (een tonnage grootei dan die van Am-
sterdam), met de vele hijbehoorende allerlei inkoo-
pende schepelingert
en de talrijke
passagiers.
De laat-
sten bestaan, behalve uit touristen, waarover later,
vooral uit Venezolanen, die o.m. van Caracas naar
Maracaibo reizen en omgekeerd, en die grootendeels
dc Nederlandsehe K.N.S.M.- en K.L.M.-lijnen benut-ten, welke deze plaatsen verbinden. Tenslotte passee-
ren hier op doorreis allerlei reizigers, o.a. van de
Vereenigde Staten naar het N. van Zuid-Amerika.
De
lage invoerrechten,
die veelal 3 pCt. bedragen,
ook voor luxe-artikele.n als parfumerieën, paarlen,
zilverwerk, gouden voorwerpen, juweelen, luxe zeepen
en mode-artikelen, zijn oorzaak, dat de schepelingen
en de Venezolaansche reizigers hier goedkooper te-recht kunnen dan in de meeste andere havens. Voor
den Venezolaan geldt, dat hij voor zijn munt (de Bo-
livar) in Curaçao veel meer kan koopen dan in Vene-
zuela. En dit geldt ook voor de
touristen
der groote
kruistochten, die de schepen der Trans-Atlantisehe
lijnen ‘s winters in Centraal Amerika maken. De pas-

sagiers van één enkele touristenhoot koopen som-
tijds op het eiland Curaçao voor
f
50.000 in de ver-
schillencle winkels, die alle warenhuizen zijn en aller-

)
Onder welk woord wij steeds het geheele gebiedsdeel
der Neclerlancisohe Autillep verstaan, als niet het. w’oord
,,eilan.d” bijgevoegd is. De officiee’le naam is: gebiedsdeel
Cmi raçao.
) iiamiuîaotu mcmi en mnodewaren vormen bij Japan het
leeuwendeel
;
daarnaast nog wat rubberschoenen, glas- en
aardewerk, visch in blik, erlz.

li verIdoopn. Men zegt zelfs, dat eens een enkele Cu-
raçaosche zaak op een dag voor
f
12.000 aan touris-
ten heeft verkocht! Voorts heeft Curaçao veel door-
voer met overlading.

Het blijft, zoowel voor den invoer voor verkoop
aan passagiers en sehepelingen als voor den doorvoer
van goedern, van belang te zorgen, dat de gemakke-
lijke’ cii mdle bediening der schepen in de ruime

haveit van Curaçao voor de scheepvaart aantrekke-
lijk blijft, want het aandoen van Curaçao door vele
lijnen brengt allerlei indirecte voordeelen. Het op

peil houden der zeer goed geoutilleerde haven en het
laag houden der havenonkosten is met name voor den
doorvoer
noo
d
za
k
e
lijk
.
Deze laatste nam hijv. af
, toen de haven van Puerto Cahello destijds ‘verbetering on-
dergihg. De heer Menkman zeide in Mei 1934 (Haag-
sche Maandblad) – van de toenmalige loodsgeldên, dat
zij niet slechts een retributie waren, doch een echte
belasting op – de scheepvaart en sindsdien zijn zij nog verhoogd. Zonder twijfel is een goedkoope haven ook
van invloed op hèt tourismne, dat niet speciaal van-
wege de raffinaderij zoo veelvuldig het eila:nd Cura-çao op zijn programma zet en dus ook blijven kan als
bron van welvaart, als er inkrimping der olie-indus-
trie mocht komen,
mits
de haven in elk opzicht aan-
trekkelijk voor deze schepen blijft.

De in dit artikel behandelde invoerartikelen zijn
vooral die, bij welke het Nederlandsche aandeel min of meer voor ve.rgrooting vatbaar is. Allerlei andere
belaigrijke artikelen als ijzerwaren, maehinerieën,
auto’s ed. zijn dus niet besproken, evenmin die, hij
welke Nederland’s aandeel in den invoer bevredigend
is (kaas, margarine, enz.). Op koloniale waren is alleen
ingegaan, voorzoover Suriname deze in niet te verre
toekomst zou kunnen leveren en dus niet op thêe,
rubber, katoen, cacao, kina, tabak, e.d. Ook parfume-
rieën, .wijn, viseh, vleesch en nog vele andere provi-
siën en aleoholica zijn niet besproken, daar dit geen
specifiek Nederlandsehe uitvoerartikelen zijn. Invoer
uit Nederlandseli Oost-Indië heeft wegens het ont-
breken van directe lijnen en wegens den zeer groo-
ten afstand vrijwel niet plaats en kon dus ook bui-
ten beschouwing blijven. De invoer in Suriname zal in een later artikel worden beschouwd
3)

Boschproducten.
Hout.
Het spreekt vanzelf, dat op de lioutarme
ei1andn Curaçao en Aruba alle voor cle olie-indus-
trie en andere bouwende bedrijven benoodigd hout
aangevoerd moet worden uit houtrjke landen. Tro-
pisch Zuid-Amerika inclusief de Guyana’s zou de
aangewezen leverancier zijn, doch is het nog niet.
Op de Nederiandselie Antillen is het, wat gezaagd
hout (timmerhout) betreft, vooralsnog Amerika, dat
ons voorziet- vn dit materiaal. Yellow pine en iets
Oregon pine en daarnaast ook wat white pine w’ordt vandaar ingevoerd in gezaagden toestand; Suriname
en. Britseh Guyana vcrkoopen aan gezaagd hout niets.
Als Georgia en. Zuidelijke staten van de Vereemiigde
Staten dit hout leveren, zit er wel niet veel aan
spoorwcgvracht in den kostprijs e.i .f. Willemstad,
doch een hooge zeevracht Gulfhavens – Antilien
er Alumiiiuin line, die hier een monopolie heeft.
Curaçao koopt voorts hout, dat uit Oregon komt en
ook een duur vervoer achter den rug heeft, via het
Panama-kanaal met zijn hooge tollen. Aldus ontstaat
de indruk, dat Suriname, wat de vracht betreft,
tegenover een deel van het geïmporteerde gezaagde
hout in het voordeel kon zijn hij houtleverantie aan
de Nederlandsche Antillen. Is er dus een moderne
exploitatie van voldoende rijke hestanden mogelijk,
dan kan Suriname wellicht een deel van de leveran-
3)
i)e statistische eiJfers zij ii die voor 1937, tenzij au-
ders vemimmelcI, en ontleend aan gegevens van het Gouver-
nement en van de Vet-Tn-disehe Kamer. Verder bell ik
abn talrijke l)erso-mien daaik verschuldigd voor allerlei in-
formaties. Voet verdere raadgevingen en correcties houdt
de schrijver zich zeer aanbevolen.

582

ECONOMÏSCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 Juli 1939

ties van gezaagd hout door de Vereenigde Staten
mci. Portorico overnemen.
Deze vraag is waard grondig te worden bestudeerd,
gezien het feit, dat Curaçao en Aruba al vele jaren
lang voor meer dan een half ‘millioen gulden gezaagd
hout per jaar koopen, zij het ook in wisselende hoe-
veelheden, en in 1937 zelfs voor
f
710.000, dit alles
exclusief meubelen
(f
328.000) en triplex
(f
22.000).
Deze import betreft naast goede ook slechte hout-
qualiteiten (betonbekistingshout). Men denke niet,
dat Suriname-hout alle Amerikaansch gezaagd hout
zou kunnen vervangen, want op dit oogenblik voeren
niet alleen Nederlandsch, doch ook Britsch Guyanâ
zelf nog veel hout in, w.o. pitch pine uit de Ver-
eenigde Staten!

Naast gezaagd hout neemt
paalhout
(hardhout)
voor
f
143.000 aan den invoer in Curaçao deel en het
is hierbij, dat Suriname de beste kansen heeft. Man-
barklak-paalhout werd reeds v66r 1930 in honderden
palen besteld en nadien werd het in kleine hoeveel-
heden tot op heden telkens gebruikt voor de haven
der Sint-Annabaai (Willemstad) en andere water-
werken, laatstelijk o.a. nog door de C.P.I.M. Suri-
name kon echter niet voldoende vlug leveren.

De houtkapbedrjven aldaaz zullen alleen tot groo-
tere leveranties in staat zijn, als ze

le. over groote voorraden gezaagd hout en paal-
hout beschikken, die denkelijk meermalen – vooral
voor de goed herkenbare plumeauvormige manbark-
lakboomen – met luchtverkenning zijn aan te too-
nen, terwijl aantooning van grootere bestanden van
Demerara-greenheart van de lucht uit niet uitge-
sloten is;

2e. meer werkkapitaal kiijgen, bijv. van de Rege-
ring, met eenige hulp van kapitaalkrachtige groote
houtafnemers in Nederland en Curaçao;

3e. last but not least, over betrouwbare en talrijke
arbeidskrachten beschikken, welke men wellicht uit
Java kan importeeren, zooa]s houtontginningen cp
Simaloer bij Atjeh het bijv. ook met succes op groote
schaal deden.
Britsch Guyana levert een
aanwijzing,
dat de Guya-
na’s, als de zaak energiek en vakkundig aangepakt
wordt, tot concurreerenden export van hout in staat
zijn. Zijn greenheart-paalhout heeft een vaste markt
in Europa en Amerika. (In de jaren 1935 tot en met
1937 bijv. $ 90.000 â
$
230.000 per jaar, waarvan de
Vereenigde Staten
2/5
deel afnamen (1
$
= ca.

.f
1.88).) Nederland kocht in 1937 voor ruim
f
200.000
Britsch Guyana greenheart en in datzelfde jaar ging
voor ca.
f 10.000
greenhert naar onze Antillen en
voor
,f
64.000 naar Trinidad.
Suriname levert slechts af en toe palen aan Cura-
çao en dan heel weinig (in 1937 voor
f
2.000). Toch
trachtten zoowel het Curaçaosche Gouvernement als
de olie-maatschappij op Curaçao
5)
hier orders te
plaatsen. Zij waren als steunorders bedoeld en zouden

4)
Deze heeft dIkwijls voor
f
100.000 hout ei meer per
jaar uoodi.g.

wellicht iets blijvends kunnen worden, als de kleine,
in aantal telkens wisselende, houtmaatschappijen in Su-
riname konden worden vereenigd en vergroot tot een
enkel krachtig lichaam! De zwakke ondernemingen
van de laatste jaren konden zelfs paaihout-bestellin-
gen van de Zuiderzee-werken met 2 jaar levertijd niet
stipt uitvoeren, ofschoon zij over concessies van ca.
1 millioen ha beschikken en ondanks den voorrang,
dien de Zuiderzee-werken bereid zijn aan West-
Indisch hout te geven.
Grootere en meer Europeesche Organisatie kan
eigenlijk eerst gebaseerd worden op minder versprei-
de bestanden, dan men thans kent en op orders van
Nederland en Curaçao beide. Luchtopname is ver-
moedelijk het middel om het bestaan van dergelijke
bestanden te leeren kennen
5)

Dr.
W. C. KLEIN.

5)
Selirijver dezes lichtite dIt toe in een artikel in de In-
dische Gids van Februari
1939:
,,Luehtepnamen in Suri-
name, vooral mt het oog Op
eoenonrisøhe mogelijkheden”.

Ontwikkeling van de openbare financiën in

Nederlandsch-Indië.

Aan het Economisch Weekblad voor Nederlandsch-
Indië van 23 Juni 1939 ontleenen wij het volgende:
De bp 15 Juni bij den Volksraad ingediende be
grooting vertoont, wat den gewonen dienst betreft,
een geraamd tekort van
f
39.9 millioen (uitgaven

f
592.2 millioen, ontvangsten
f
552.3 millioen) en,
wat den buitengewonen dienst aangaat, van
f
32.4
millioen (uitgaven
f
62.4 millioen, ontvangsten
f
30
millioen). Gelijk men uit de nevenstaande grafiek kan
opmaken, is het ten opzichte van 1939 vergroote t-
kort bij den gewonen dienst te verklaren uit een ver-
dere stijging der uitgaven, waartegenover geen gelijke
vermeerdering der ontvangsten staat. De vermeerdering van uitgaven in weerwil van het
feit, dat bij de opstelling der ontwerp-begrooting
allerwegen de uiterste soberheid werd in acht geno-
men, staat voornamelijk in verband met de noodzake-
lijke verdere opvoering van de weerkracht van leger
en vloot, de stijging der bezoldigingen als gevolg van
de bestaande ouderdomsgeleding van het ambtenaren-
corps, de voortzetting van tal van maatregelen, wel-
ke tot eind 1939 uit de Nederlandsche
f
25 millioen-
bijdrage worden gefinancierd, eenigen uitbouw van
het onderwijsapparaat en tenslotte bepaalde volstrekt
urgente voorzieningen op het gebied van bestuur,
politie en welvaartszorg.
Teneinde de bovengenoemde tekorten te verkleinen,
wordt voorgesteld de ontvangsten op te veren door
a. wijziging van de tarieven der inkomstenbelasting
voor de inkomensklassen tot
f
300, waaruit een meer-
opbrengst van
f
2 millioen wordt verwacht, 5. ver-
hooging der opcenten op evengenoemde belasting van
50 op 75, waardoor, naar verwacht wordt,
f 6.6 mii-
lioen méér wordt opgeleverd en
c.
een verhooging
der opcenten op de vennootschapsbelasting van 100
op 150, een vermoedelijke meer-opbrengst gevend van

AANVOER VAN GRANEN.
(In tons van
1000
kg.)

Rotterdam
Amsterdam
.

Totaal

Artikelen
16-22 Juli
Sedert
Overeenk.
16-22 Juli
Sedert
Overeenk.
1939

1938 1939
1Jan. 1939 tijdvak 1938
1939
1 Jan. 1939
tijdvak 1938

Tarwe
.
.-
14.980
480.550
565.567

44.489
4.295
525.039
569.862 2.520
120.231
88.467

1.700

121.931
88.467
970
10.514 9.590
– –

10.514
9.590
18.020
370.281 729.277

58.167 57.451
428.448
786.728 Gerst

…………..
6.518 151.376
216.714

10.294
8.876.
161.670
225.590

Rogge

…………………

11.394 119.559
113.370

1.860 7.812 121.419
121.182

Boekweit ………………..
MaIs……………………

2.311

93.586 92.413
250 179.450
132.784
273.036
225.197
Haver

..: ……………
Lijnzaad

……………..
Lijnkoek …………
_
1.900
.
47.322
.

35.599

.

.
150 125
47.472 35.724
2.455
38.531
34.477
.
620 4.675
7.648
43.206
42.125
Tarwemeel …………..
Andere meelsoorten ..

.
350
13.267
19.302
130
.
331
3.445
16.628
22.747

OPEN MARKT.

1939

.
1938 1937
1914

22 17,22
10
1
5
3/8
18(23
19124
20124
Juli Juli
Juli Juli
Juli Juli
Juli

Amsterdam
.
Partic. disc.
1/
2

1I
2
_tI
1e

113.314
1/2_U124
.

114

1/
4

33/
4
.43/
4

Prolong.
31
4

31
3/
4

31
4

113
314.1
3..41/4
Londen
Daggeld.
. .
1
1-1
1
1-1
1
13I
‘/..I
1
1-1
‘/a-1
‘/Bl


Partic. disc.
3/
4
,
314_13154
25
/_
13
f14
13
1
16
7/
8

17/:n_h/it
171319116
9134_3/4
Berlijn
Daggeld..
23/g-51
2
1
14_
5
/8
211
3
-7/4
2
1
/2-7/
251-3
2
1
4-
5
18
/8.3I/g
MaandeId
2
3
18-5/8
2
3
/g-51
231g-5/
2
3
18-
5
18
2
3
/4-3
21133/4

2
1
/3-
7
j4
Part, disc.
231
4

2314
2
3
/4
23/4
271g
2
7
18
2
7
18
Warenw. ..
4_1/
2

4.1j
3

4.1/
3

4-
1
/2
4-1/
4.11
4

4..1/
Wew York

Daggeld
1)
1 1
1

.
1
1

•.
1
3
l16
Partic.dlsc.
1
12
12
1
12
1/
3

1/
3

1
12
1
‘) Koers van zi juti en aaaraan vooraTgaanoe weKen tm. vrijuag.

ZILVERPRIJS

. –
GOUDPRIJS
Londenl)
N.Yorlcl)’
A’daml)
Londen
4

18-Juli
1939..

16%
4
%: .18 Juli
1939.. 2120
.148/5
19.
1939.. 16%
34%..

19
1939.. 2115
148/6
20
1939..

16’y
34%.

20
1939.. 2115.
148/64
21

,,
1939..

161%
34%

.21
1939.. 2115
148f6
22
1939..,

16%



., .22
1939.. 21.10
148/6.,

24
1939.. 16%
34%’ ’24
1939.: 2110
148’/5

25Juli
1938.. 19%
42%

25 Juli

159

.1938.. 2055
141/5,

27′ Juli
1914.’. 24%
27 Juli
1914.. 1648
84/1.0
‘),in pencep. oz.
stand.

2)
Foreign silver in
$c. p.
oz. line.

3)
In guldens
pér Kg. 100011000. 4).in sh. p. oz. fine.

.
.

..

‘.’

26 Juli 1939

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5831

f 8.8
millioen. Van de gezamenlijke meer-opbrengst voerrecht van. 1
pOt.,
en
f
9.9
inillioen ten bate van
van f 17.4
millioen wordt
f 7.5
millioen (t.w.

de den gewonen dienst. Daardoor, zal het tekort op den

meer-opbrengst van
15 ope.
I.B. en 20
ope.
V.B.) ten gewonen dienst gereduceerd vorle.ti tot rond f 30
hate van de.i:t huitengewoxten dienst geboekt ter ver- millioen en dat
01)
den buitengewonen dienst tot rond
vanging van het ulto. 1939 afloopende defensie-uit-
f 25
mi.11ioen.

iu. gid.

miii.
gid.
625

‘–

625

600

600

550

500

450
400

350

300
250
200

150
100

50

0

0
1932

1933

1934

1935

1936

1937

1938

1939

1940
(verwachting)

(rarnin
g
)

STATISTIEKEN.

KOERSEN TE NEW YORK (Cable).

WISSELKOERSEN.

KOERSEN IN NEDERLAND.

D a_a

_
Londen
($per
_
)
Parijs
($
p.lOOfr.)
Berlijn
($
p.
100Mk.)
Amsterdam
($
p.100
gld.)

18 Juli

1939
4.60%
2.65%
40,13%
53,59

Gewone
dienst

•_,

——–,

.

Ontvangsten

Uitgaven

Voordeelig saldo

Buitengewone
dienst

n
m

19

,,

1939
4,68% 2,65
40,13
53,54
20

,,

1939
4,68%
2,64%
40,13%
53,46
21

1939
4,68% –
2, 6 4 ly,
40,13 53,53
22

1939

24

1939
4
0
68%
2,65
40,13
53,6,3

25 Juli

1938
4,92%
.2,76Ke
40,19
54,98%
&luntpariteit..
1

4,86 3,90%
23,81%
40,(

550

500
450

400

350

300

250
200

150

100

50

Data
New
Londen

Berlijn
Parijs
IBrussellBatavia
York
5)

)
)
S)
S)
1)

18 Juli

1939
1.87%
8.763.

75.10
4.95%
31.81
100%
19

1939
1.87%
8.75%

75.05
4.95% 31.79
100%
20

1939
1.86%
8.74%

75.-
4.95
31.75k
100%
21

1939
1.86%
8.74%

75.-
4.95y,
31.76
100%
22

1939
1.86%
8.74%

74.971
4.95 31.76
100%
24

1939
1.86K
4

8.73

74.80 4.94
31.681
1O0%
Laagste d.w1)
1.86%
8.72%

74.70
4.93%
31.64
100
Hoogste d.w
1
)
1.87% 8.78

75.25
4.97
3186
100%
Muntpariteit
1.469 12.1071

59.263
9.747
24.906
100

Data
Zwif-
serland
Praat
Boeka-
Milaan Madrid
rest
1)
**)
*5)

18 Juli

1939
42.22
– –


19

1939
42.20

20

1939
42.15




21

,,.

1939
42.15




22

1939
42.16




24

,,

1939
42.10


– –
Laagste d.wl)
42.05
. –



Hoogste d.wl)
42.28

1.40
9.90

Muntpariteit
48.003
7.371
1.488

13.094
48;52

Data
Stock-
holrn) hagen*)
Kopen-
o
SO
*

Hel-
Buenos-
Aires’)
Mon-
treali)

18 Juli

1939
45.20

39.15 44.071
3.86
43%
1.86%
19

1939
45.20

39.12k
44.05
3.86
43%
1.86%
20

,,.

1939
45.10

39.05
43.971
3.86
43%
1.86%
21

1939
45.10

39.05
43.971
3.8
43%
1.86%
22

1939
45.071 39.05
43.95 3.871 43%
1.86%
24

1939
45.-

38.971
43.871
1.85.
43%
1.86%
Laagste d.w’)
44.90,

38.90 43.80
3.82k
43
1.86
Hoogste d.w1)
45.20

39.17k
4407
3.90
44
1.87
Muntpariteit
66.671 66.671
66.671
6.266

95%.
2.1878

•) Noteering te AmsterOani.
)
Not. te 11)
F’art.’opgave.
In ‘t. 1-9te of 2de No. van iedere maand, komt een overzicht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

GROOTHANDELSPRIJZEN VAN BELANGRIJKE VOEDINGS- EN
GENOT-

OERST
MAIS
R000E
TARWE

I
BURMA RIJST
BOTER per kg.
KAAS
EIEREN

Llatt)
Rotterdam per 2000 kg.
Bahia Blan-
Rotterdam per 100 kg.
b
Lee,war-

Heffing
Termijn-
Amerik.
Termijn-
80 kg Roe-
1)
Zie blz.281
loco
ca
)
loco
otter cm
1Herl.Ned.Ct.j

Rn oon’sen
Crisis Zuivel-
Fabr.kaas
Eiermijn
Roermond
van E.-S. B.
van 5 Aprilji.
Rotterdam
per2000 kg.
noteer. op
1 of 2 mnd. Mixed
No. 2 ‘)
per

g.
noteer. op
of 2 mnd.
‘)
meensche
Locoprijs
Not.
ter
m

g
Centr.
gang exp.
per5okg.
p10051.

%
f
77%sh.
f
%
f f
%
f
%
1927
237,-
110,2
171,50
89,3

176,-
81,1
12,47
5

102,5
13,825
110,1
14,75 109,3
6,83
104,5

1113
1
14
2,03 98,4

43,30
95,0
7,96
99,3
1928
228,50
106,2
208,50 108,6
226,-
111,9 13,15
108,1
12,575
100,1
13,47
5

99,9 6,43
98,4

10f73(4

2,11

102,3

48,05
105,4
7,99
99,6
1929
179,75
83,6
196,- 102,1
204,-
101,0 10,87
5

89,4
11,27
5

89,8
12,25
90,8 6,34 97,0

10/6
2,05
99,4

45,40
99,6
8,11
101,1
1930
111,75
52,0
118,50
61,7

136,75
67,7 6,22
5

51,2 8,27
5

65,9 9,67
5

71,7
5,09 77,9
8/5
1,66
80,5

38,45
84,4
6,72
83,8
1931
107,25
49,9
78,25 40,8 84,50 41,8
4,55 37,4 4,65
37,0 5,55
41,1
3,09 47,3
5/6
04
64,9

31,30
68,7 5,35
66,7
1932
100,75
46,8
72,-
37,5

77,25 38,2
4,62
5

38,0
4,70
37,4 5,22
5

38,7
2,59
39,6
511 lj
0,94
45,6

22,70
49,8 4,14 51,6
1933
Z
70,-
32,5
60,75
31,6
68,50
33,9
3,55
29,3 3,75 29,9 5,02
5

37,2
1,84
28,2
4j5L1
0,61
29,6 0,96 20,20
44,3
3,71
46,3
1934
W
,
75,75 35,2
64,75
33,7
70,75
35,0
3,32
5

27,3
3,25
1

3,87
5

25,9
3,67
5

27,3
1,74
26,6 417/4
0,45
21,8
1,-
18,70
41,0
3,45
43,0
1935
a
68,-
31,6
56,-
29,2
61,25
30,3 3,07
5

25,3 30,9
4,125
30,6 2,07 31,7
5(8
1
12
0,49
23,7
0,99
14,85
32,6 3,20
39,9
1936
0

86,-
40,0
74,50
38,8
74,-
36,6
4,27
5

35,1
5,75
45,8
6.27
5

46,5 2,19 33,5
51712
0,58
28,1
0,88
5

17,55
38,5
3,50
43,6
1937
12
137,75
64.0
105,75
55,1

III,-
55,0
8,95 73,6
8,02
5

63,9
8,92
5

66,2 2,70
41,3
61-
0,78 37,9 0,67
19,75
433
3,96
49,4
1938
rt
103,00
47,9
100,50
52,3

106,50
49,9 5,72
5

47,1
5,40 43,0
6,20
46,0
2,48
38,0
517
0,80
38,8
0,58
21,27
5

46,7 3,98
49,6

Juni

1938
103,75
48,2
100,50
52,3

102,75
48,2 5,62
5

46,2
5,975

47,6
6,92
5

51,3
2,67
40,9
51111/2

0,80
38,8


0
1
51
19,57
5

42,9
3,39
42,3
Juli

,,
uj
103,75
48,2
104,75
54,6

106,75
50,1
5,95 48,9
5,375

42,8
6,77
5

50,2
2,74 42,0
6111/
4

0,78 37,9
0,50
20,45
44,9
3,71
46,3
Aug.
(
86,75
40,3
98,25
51,2

102,25
47,9 5,05 41,5
4,70
37,4
5,775

42,8 2,88
44,1
6/514 0,76 36,9 0,55
21,32
5

46,8
4,17
5′),Q

Sept.

,,
z
80,50
37,4
96,25
50,1

105,25
49,4
4,27
5

35,1
4,15 33,0 4,80
35,6
2,81
43,0
6/3
1
12
0,78
37,9 0,57
22,80
50,0
5,-
62,3
Oct.
ILI
79,
36,7
89,25
46,5
96,50
45,3
3,975

32,7 3,52
5

28,1
4,02
5

29,8
2,39
36,6
515
1
12
0,74
35,9 0,70
23,45
51,4
5,07
63,2
Nov.

81,-
37,7
84,50
44,0.
91,-
42,7
4,30 35,3 3,35 26,7
3,65
27,1
2,08
31,9
419
3
14
0,76
36,9 0,70 22,325 49,0 45,2
4,90
4,73
61,1
59,0
Dec.
91,-
42,3
97,25
50,7

106,75
50,1
4,425
36,4
3,52
5

28,1
3,75
27,8 2,05 31,4
419
1
/4
0,83
40,3 0,70
20,60

Jan.

1939
88,-
40,9
96,75
50,4

106,25
49,8 4,30 35,3
375
29,9
3,85
28.5
2,12 32,5
41
1
l’ld
0,84
40,8
0,62
5

20,07
5

44,0
4,29 53,5
1ebr.
1z
39,3
89,-
46,4
97,75
45,8
4,225
34,7 3,50 27,9
3,67
5

27,2
2,27
34,8
512
1
14
0,86 41,7
0,60
19,95
43,8
3,41
42,5
Maart
.
89,75
41,7
89,25
46,5
98,25
46,1
4,22
5

34,7
3,575

28,5 3,62
5

26,9 2,42
37,1
515314

0,80 38,8
0,60
18,15
39,8
3,50
43,6
April
93,-
43,2
90,75
47,3

101,25
47,5
4,25 34,9
3,575

28,5
3,82
5

28,4
2,57
39,4
519
3
14
0,75 36,4
0,55
16,57
5

36,4
3,55
44.3
Mei
91,-
42,3 89,75
46,7

100,50
47,2 4,10
33,7
3,92
5

31,2
3,95 29,3 2,65
40,6
611
0,69
33,5
0,55
17,45
38,3
3,40
42,4
Juni
90,75 42,2 90,50
47,1
97,25
45,6
3,90
32,1
3,475

27,7 3,82
5

28,4
2,62
40,1
5/11
3
18
0,75
36,4
0,60
17,10
37,5
3,45
43,0
27Juni-4Juli
91,50 42,5 89,25
46,5
97,-
45,5 3,75
30,8
3,575

28,5
3,50
25,9 2,56 39,2
5193j
4

0,75
36,4
0,60
17,25
37,8
3,42
5

42,7
4-11 Juli ’39
89,50
41,6
86,75 45,2 96,50
45,3 3,85 31,6 3,40
27,1
3,50
25,9
2,55
39,1
5j91
0,77 37,4
0,60
17,25
37,8
3,375
42,1
11-18

,

_
85,50
39,8
81,501
42,4
1
92,50
43,4
3,85 31,6
3,375

26,9 3,50 25,9 2,54
38,9
51918
0,79 38,3 0,50
16,75
36,7
1

3,50 1
43,6
18-25

,,
82,50
38,4
78,251
40,8
1
84,50
39,6
3,85
31,6
3,12
5

24,9 3,40 25,2
2,54
38,9
5193/4

0,75 36,4
0,50
16,-
35,1
3,55 1 44,3

JUTE
KATOEN
.

AUSTRALISCHE WOL
JAPAN. ZIJDE
RUBBER
,,Iirst Marks”
Londen
elf.
in olie gekamd; loco Bradford per Ib.
13j14 Dernier
wit Or. D. te
Stand. Ribbed Smoked Sheeta Middling Upland
SuperFineC.P.
C ossb ed Colonial
Carded 50’s Av.
Merino 64’s Av.
per Eng. ton
1
New York per lb.
Oom a
Liverpool per Ib.
New York per Ib.
loco Londen p. Ib.

Herl.Ned.Ct.1
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.

Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.
Not.
Herl.Ned.Ct.
Not.
Herl.Ned.Ct.1
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.

1
%
£
cts.
%
$cts. ets.
%

pence
ets.
%

pence
ets.
%
pence
f
%
$
ets.
%
pence
1927
442,38
103,4
36.101-
43,8
93,1
17,60
36,7
102,1
7,27 133,8
96,8
26,50 244,9
104,8
48,50
13,55 105,8
5,44 93
140,2
18,50
1928
445,89
104,2
36.16/11 49,8
105,8
20,-
37,9
105,5
7,51
153,8
111,2
30,50
259,7
111,1
51,50
12,60
98,4
5,07
54
81,4
10,75
1929
395,49 92,4
32.14/3
47,6
101,1
19,10
33,2 92,4
6,59
127,2
92,0
25,25
196,5
84,1
39,-
12,28
95,9 4,93
52
78,4
10,25 1930
0
257,97
60,3
21.619
33,6
71,4
13,50
19,7
54,8 3,92
81,9
59,2
16,25 134,8
57,7 26,75 8,50 66,4 3,42
30
45,2
5,87
5

1931
192,15
44,
0

17.117
21,1
44,8
8,50
20,1
55,9
4,28
60,9
44,0

109,0
46,6
23,25 5,97
46,6
2,40
15
22,6
3,125 1932
.
146,86
34,3
16.181-
15,9
33,8
6,40
19,5
54,3 5,39
42,5
30,7 11,75
79,7
34,1
22,-
3,87
30,2
1,56
12
18,1
3,375
1933
128,63
30,1
15.12/2
17,4
37,0 8,70
16,8
46,8
4,91
48,9
35,4
14,25
96,9
41,5
28,25
3,21
25,1
1,61
Ii
16,6
3,25
1934
Z

115,83
27,1
15.9/9
18,3
38,9
12,30 13,6
37,8
4,37
51,4 37,2
16,50
95,8 41,0
30,75
1,92
15,0 1,29
19
28,6
6,25
1935 134,52
31,4
18.1118
17,6
37,4
11,90
17,7
49,3 5,87
42,2
30,5

84,5
36,2
28,-
2,41 18,8 1,63
18
27,1
6,-
1936
ç
142,61
33,3
18.618 19,0
40,4
12,10
18,2
50,7 5,60
54,3
39,3
16,75
108,6
46,5
33,50
2,71
21,2
1,73
25 37.7
7,75
1937
183,46
42,9
20.814
20,8
44,2
11,44
20,0
55,7
5,34 89,0
64,4 23,75
132,7
56,8
35,50
3.30 25,8
1,865
36
54,3 9,50
1938
165,24
38,6
18.153
15,7
33,3
8,64
15,1
42,0
4,08
61,9
44,8
16,75
96,1
41,1
26,-
2,99
23,3
1,64
27
40,7 7,25

Juni

1938
0
153,41
35,9 17.2/6
15,1
32,1
8,37
14,3
39,8
3,85
60,5
43,8
16,25
95,5
40,9
25,50
2,81
21,9
1,55
23
34,7
6,25
Juli
169,20
39,5
18.17/10
16,1
34,2 8,88
15,7
43,7
4,20
60,9
44,0
16,25
97,1
41,5
26,-
3,22
25,1
1,775
28
42,2
7,50
Aug.
174,59
40,8
19.10j8
15,3
32,5
8,37
14,7
40,9
3,95
61,4
44,4
16,50
96,8
41,4
26,-
3,11
24,3
1,69
5

29
43,7
7,87e
Sept.
170,11
39,8
19.119
14,9
31,6
7,99
14,1
39,2
3,84
62,0
44,9
16,75
94,9
40,6
25,50
3,17 24,7
1,705
30
45,2
8,
Oct.
171,48
40,1
19.1113
15,9
33,8
8,62
14,3
39,8
3,92
62,6
45,3
17,25
94,8
40,6
26,-
3,27 25,5
1,775
31
46,7
8,37!
Nov.
Z
165,33
38,6
19.113
16,7
35,5 9,09
14,6
40,6
4,03
61,4 44,4
17,
92,2
39,5
25,50
3,19
24,9
1,73
5

29
43,7
8,12
Dec.

,
163,83
38,3
19.116
15,9
33,8
8,62
14,4
40,1
4,03
59,3
42,9
16,50
89,5
38,3
25,-
3,22
25,1
1,75
29
43,7
8,12

Jan

1939
0

178,37
45,7 20.151-
16,5
35,0
8,91
14,8
41,2
4,14
58,5 42,3
16,25
89,2
38,2
25,-
3,37
26,3
1,83
29 29
43,7
8,-
Febr.

,,
203,23
47,5
23.518
16,8
35,7
8,99
14,1
40,9
4,05
58,6
42,4
16,-
90,1
38,6
24,75
3,80
29,7
2,03 43,7
8,
Maart
in
208,49
48,7
23.12/6
17,1
36,3
9,06
15,2
42,3
4,13
59,8 43,2
16,25
90,8
38,9 24,75
4,07
31,8 2,16
30
45,2
8,25
April
Z
236,15
55,2
26.1613
16,7
35.5 8,86
15,2
42,3
4,15
59.9
43,3
16,25
89,2
38,2
24,25
4,38
34,2 2,32
29
43,7
8,
Mei


249,48
58,3
28.11/3
17,7-
37,6
9,51
15,8
44,0
4,33
62,3
45,1
17,25
87,6
37,5
24,-
4,81
37,5 2,57
5

29
43,7 8,12
Juni
231,90
54,2
26.7!-
18,7
39,7
9,91
16,2
45,1
4,42 65,3
47,2
17,75
91,4
39,1
25,-
4,71
36,8 2,50
30
45,2
8,2V
27Juni4Juli
227,05
53,1
25.15!-
18,6
39,5
9,87
15,8
44,0
4,31 66,1
47,8
18,-
92,8
39,7
25,25
4,69 36,6
2,49
30
45,2 8,25
4-11

Juli ’39
231,49
54,1
26.5!-
18,9
40,1
10,02
16,0
44,5
4,36
68,9
49:8
18,75
92,8
39,7
25,25
4,77 37,2
2,53
30
45,2
8,25
1
1

18


225,76
52,8
25.1216
18,0
38,2 9,58
15,8
44,0
4,31
71,6
51,8
19,50
95,4
40,8
26,-
4,71
36,8
2,50
31
46,7
8,3V 18-25

,,
216,50
50,6
24151-
17,8
37,8 9,54
15,1
42,0
4,14
71,1
51,4
19,50
94,8
40,6
26,-
4,99
39,0
2,66
30
45,2
8,37!

KOPER
LOOD
TIN IJZER
GIETERIJ-IJZER
ZINK
ZILVER
Standaard
gem. prompt en Loco Lond n
e
Cleveland No. 3
(Lux III)
gem. prompt en
eash Londen
Loco Londen
1ev. 3 maanden
per

ng.

0fl
E
franco Middlesb.
per Eng. ton
1ev. 3 maanden
per Standard
per Eng. ton
Londen per Eng.ton
per Eng. ton
f.o.b. Antwerpen
Londen p. Eng. ton
Ounee

Herl.Ned.Ct.1

Not.
Herl.Ned.Ct.1
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.l

Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.

/
%
£ 1
£
f
%.
£
f
%
sh.
f
%
Sh.
f
%
£
ets.
%
penet
1927
675,10 85,9
55.13(11
295,75
106,5
24.8/1 3503,00
120,6
289.1(5
44,10
104,7
72/9
39,10
98,9
6416
345,40
108,8
28.9/11
132
101,5
26
1
Iss
1928
i
n
771,20
98,1
63.1419
256,15 92,2
21.3/4
2749,50 94,6
227.4/8
39,85
94,6
65/10
37,90 95,9
6218
305,75
96,4
25.5/5
135 103,8
26
3
14
1929
=
912,55
116,1
75.9/7
281,10
101,2
23.4/11 2465,65
84,8
203.1810
42,45
100,8
70/3 41,55
105,1
68(9
300,80
94,8
24.1718
123
94,6
24
7
/1e
1930
661,10
84,1
54.1317
218,70
78,8
18.1/5
1716,20
59,1 141.1911
40,50
96,1
67/-
35,95 91,0
5916
203,55
64,1
16.1619
89
68,5
17
11
/
1931
<
431,85
54,9
38.719
146,60
52,8
13.-17
1332,55
45,9
118.9/1
33,-
78,3
5818
28,90
73,1
5115
140,05
44,1
12.8111
69
53,1
145
/
1932
275,75
35,1
31.14/8
104,60
37,7
12.-19
1181,30
40,6
135.18/10 25,40
60,3
5816
22,20
56,2
5111

.
118,95
37,5 13.13/10
64
49,2
17
13
/1
1933
268,40
34,1
32.1114
97,25
35,0
11.1611
1603,50
55,2 194.11/11
25,55
60,6
621-
21,-
53,1
511-
129,80
40,9
15.14/11
62
47,7
18
1
/8
1934
226,80 28,8
30.615
82,65
29,8
11.1/-
1723,15
59,3
230.715
25,
59,3
66/11
20,25
51,2
5411
103,05
32,5
13.1516
14.316
66 87 50,8 66,9
21
1
/4
28
15
/
1935
1936
u
230,95 298,75
29,4
38,0 31.18/1 38.8/1
103,40
137,15
37,2
49,4
14.518
17.12/7
1634,25
1592,-
56,2
54,8
225.1415
204.12/8
24,70
28,40
58,6 67,4
68/2
73/-
20,25 22,40
51,2 56,7
56/-
57/7
102,65 116,55
32,3 36,7
14.19/7
65
50,0
20/1
1937
488,55
62,1
54.813
208,95
75,3
23.516
2176,70 74,9
242.7/10
41,30
98,0
91111
47,10
119,2
105/1
199,80
63,0
22.4/4
75
57,7
20
1
1ii
1938
361,40 46,0
40.1318
135,75
48,9
15.516
1684,25
58,0
189.13111
48,45
115,0
1091-
30,30
76,7
6812
125,15
39,4
14.1110
72
55,4
19
9
,j

Juni

1938
317,80 40,4
35.9(5
125,35
45,1
14.-!-
1599,30
55,0
178.10/-
48,85
115,9
109
1

28,05
71,0
62
1
8
118,40
37,3
13.4
1
3
71
54,6

1
8
1
5
/
Juli

,,
ii
356,45
45,3
39.15111
133,50
48,1
14.1812
1725,45
59,4
192.1312
48,80
115,8
109/-
27,25
69,0
60/11 127,85
40,3 14.5/6
72
55,4
19/8
Aug.

,,
363,35
46,2
40.12/9
127,20
45,8
14.4
1
6 1722,60
59,3
192.13
1

48,75
115,7
109
1

26,80
67,8
60!-

124,10
39,1
13.17
1
6
72
55,4

1
9
3
/s
Sept.

374,70 47,7 42.

!

136,50
49,2
15.61-
1727,30
59,4
193.1216
48,60
115,3
1091-
28,30
71,6
6315
126,85
40,0 14.4/5
72
55,4
19
6
/1i
Oct.

399,35
50,8
45.11/-
141,55
51,0
16.2/11 1817,05
62,5
207.5/-
47,80
13,5 109/

30,05
76,0
68/7
132,30
41,7
15.1(9
72
55,4
19111
Nov.
>
389,70
49,6
44.19/5
139,0
50,1
16.111
1855,20
63,8
214.2/6
47,20
112,0
1091-
29,85
75,5
68111
124,25
39,2
14.619 72
55,4
19
7
j
Dec.

,,
z
372,90
47,4
43.81-
130,70
47,1
15.4/2
1842,55
63,4
214.816
46,90
111,3
1091

29,20
73,9 67(10
118,05
37,2
13.1419
72
55,4
201

Jan.

1939
371,15
47,2
42.1918
125,15
45,1
14.9110
1857,55
63,9
215.216
42,65
101,2
991

28.90
73,1
67/1
118,35
37,3
13.1411
73
56,2
20
1
/
Febr.
371,40
47,2
42.911
125,55
45,2
14.711
1876,25
64,6
214.915
43,30
102,8
991

29,55 74,6
6716
119,95
37,8
13.1413
74
56,9
20
7
111
Maart

,,
..
379,65
48,3
43.-14
130,35
46,9
14.1514
1902,50
65,5
215.11/3
43,70
103,7
991-
29,80
75,4
6716
122,05
38,5
13.1617
75
57,7
20
5
/11
April

,,

370,30
47,1
42.-!-
126,75
45,6
14.76
1915,95
65,9
217.6/3
43,65
103,6
99/-
30,05
76,0
68/2
118,70
37,4
13.9
1
3
73 73
56,2
56,2
20
20
1
/8
Mei
z
3
64
,65
46,4
41.15/-
127,25
45,8 14.11/7
1970,55
.67,8
225.12/

43,25
102,7
99/

31,20 78,9
71/6
120,65
38,0
13.16(3
Juni

,.
369,65
47,0
41.18/9
128,50
46,3
14.1117
2000,25
68,8
226.18/9
43,65
103,6
991-
32,25
81,6
73/2
125,20
39,5
14.4(1
73 56,2
19
3
/
27Juni-4Juli
376,40 47,9
42.13/9
128,15
46,2
14.1018
2025,80
69,7
229.151-
43,65
103,6
991-
31,10
78,7
70/6
125,65
39,6
14.5/-
67 51,5

1
8
3
/j(
4-11 Juli ’39
380,75 48,4
43.3/9
130,60
47,0 14.16
1
3 2025,55
69,7
229.15
1

43,65
103,6
99
1

31,10
78,7
70/6
125,95
39,7

1
14.6/3
14.5(8
59 45,4
16
1
1u
11-18

,,

,,
374,55
47,6
42.12(6
130,15
46,9
14.16(3 2020,05 69,5
229.17/6
43,50
103,2
99/-
31,20 78,9
71/-
125,50
39,5
14.518
61
46,9
1631i
18-25

,,

,,
374,30
47,6
42.17(6
128,75
46,4
14.151-
2006,80
69,1
229.17/6
43,20
102,5
1
991-
31,-
78,4
71/-
124,95
39,4
61
46,9
1613/1

MIDDELEN EN GRONDSTOFFEN.
(Indexeijfers gebaseerd
0fl
1927 t/m 1929 =
lOos
GE-
SLACHTE
RUNDEREN

GE-
SLACHTE
VARKENS

DEENSCH
BACON
BEVROREN ARG. RUND-
CACAO G.F.
Accra per 50kg
KOFFIE
Loco R’dam(A’dam
SU1XER
Wittekrfst.-
THEE
N.-Ind,thee-

(versch)
(versch)
middelgew. No. 1
Londen per cwt.
VLEESCH
Londen per 8 lbs. c.U. Nederland
per
1
1
2
kg.
suiker loco
Rotterdam/
veiling A’dam
Gem.Java- en

c

Robu sta

__________________
Superior Santos
er 100 kg
otterdarn
er 100 kg
otterdani
Aiiisterdam
per lOO kg.
Sumatrathee
perl(2kg.

Herl.Ned.Ct.(
Not.
Herl.Ned.Ct.(
Not.
Herl.Ned.Ct.j
Not,

1927
f%
/
%
/%i
7
%
sh.
ets.
%
cts.
%
/
%
ets.
%
1928

93,-

98,2

77,50

90,4 65,15 66,80
97,8
100,3
10716
110/5
2,73 3,03
92,2
102,4
416
5/-
41,21
34,64
119,4 100,4
68/-
5713
46,87
5

49,62
5

95,5
101,1
54,10 63,48
91,4
107,3
19,125
15,85 119,6
99,1
82,75
75,25
109,2
99,3
102,8 102,7
1929
96,40
101,8
93,12
5

109,2 67,81
101,8
112/2 3,12
105,4
5/2
27,70
80,2
45/10
50,75
103,4
59,90
101,2
13,-
81,3 69,25
91,4 84,5
1930
108,-
114,0
72,90
85,5
57,19
85,9
94/7
2
1
97 100,3
4111
21,04 61,0
34111
32
65,2
38,10
64,4
9,60
60,0 60,75
80,2
72,1
1931
88,-
92,9
48,-
56,3
35,72
53,6 63/6
2,44 82,4
414
13,84
40,1
24(7
25
50,9
27,10
45,8
8
1

50,0 42,50
56,1
52,9
1932
61,-
64,4
37,50
44,0
25,46
38,2.
58/7
1,70
57,4
3/11 11,77
34,1
2711
24
48,9
30,04
50,8
6,32
5

39,6
28,25
37,3
43,1
1933
52,-
54,9
49,50 58,0
30,74
46,2
7417
1,54
52,0 3/9
9,30
26,9
2217
21,10
43,0
22,83
38,6
5,32
5

34,5
32,75
43;2
36,7
1934.
1935
61,50
48,125
64,9 50,8 46,65
51,625
54,7
32,94
49,5
88/1
1,42
48,0
3/911
9

8,15
23,6
21110
16,80
34,2
18,40
31,1
4,075
25,5
40
52,8
34,6
60,5
32,-
48,1
88/5
1,19
40,2
3/3
1
(2
8,15
23,6
22/6
14,10
28,7
15,21
25,7
3,85
24,1
34,50
45,5
32,3
1936
53,42
5

56,4 48,60
57,0
36,37
54,6
93/6
1,48
50,0
3191/9

12,05
34,9
3014
13,625
27,8
16,875
28,5 4,02
5

25,2
40
52,8
39,3
1937
71,27 75,3
61,85
72,5
42,27
63,5
9411
1,90
64,2
413
17,35
50,3
38/8
16,625
33,9 22,375 37,8
6,225
38,9
53,50
70,6
53,8
1938
67,55 71,3 63,62
5

74,6
44,17
66,3
9915
1,95
65,9
4(41/2
10,48
30,4
2318
13,20
26,9
14,91
25,2
5,20
32,5
51,-
67,3
46,4
Juni

1938
70,50
74,4
59.95 70,3
43,99
66,1 9812
1,96
66,2
414
1
/2
8,74
25,3
1916
12,50
25,5
13,75
23,2
4,725
29,6
49,50
65,3
45,4
Juli
67,20
71,0
62,40
73,1
46,46
69,8
103/9 1,98
66,9
415
9,76
28,3
21(94
12,75
26,0
14
23,7
4,95 31,0
47,75
63,0
46,3
Aug.
67,-
70,7
63,75
74,7
45,32
68,1
101/5 1,96
66,2
414
1
12
10,04
29,1
22/51
13,30
27,1
14,10
23,8
5,–
31,3
49,50
65,3
45,3
Sept.
64,65
68,3
62,45
73,2
43,67
65,6
991-
1,90
64,2
4/3314

10,41
30,2
23144
13,50
27,5
14,50
24,5
5,35
33,5

70,0
45,5
Oct.
63,65
67,2
62,50
73
1
3
43,-
64,6
98/-
1,99
67,2
4161/
4

10,02
29,0
22(104
14,30
29,1
15,50
26,2
5,225
32,7

71,3
44,4
Nov.
62,15
65,6
60,875
71,4
39,28
59,0
9017
1,99
67,2
417
9,51
27,5
22(114
14
28,5
15,50
26,2 5,45
34,1
50,25
66,3
43,1
Dec.
63,35
66,9
59,75
70,0
41,46
62,3
9616
1,89
63,9
414314

9,03
26,2
21/-
13,50
27,5
15
25,4 5,725
35,8
46,50
61,4
43,4
Jan.

1939
63,67
5

67,2 56,875 66,7
41,93
63,0
97(6
1,94
65,5
41614
8,95
25,9
20/94
13,20
26,9
15
25,4
5,85
36,6
47,50
62,7 43,3
Febr.
61,85
65,3
55,95
65,6
43,61
65,5
1001-
1,90
64,2
414
9,14 26,5
201104
13
26,5
15
25,4
5,776

36,1
48,75 61,4
41,7
Maart
62,47
5

66,0
55,825
65,4
44,39
66,7
10017
1,84
62,2
412
9,27
26,9
211-
13
26,5
15
25,4
6,21
5

39,2
50,50
66,7
42,7
April

,,
65,32
5

69.0
56,40
66,1
42,08
63,2
95/6
1,75 59,1
3(11
3
(4
9,05
26,2
20164
13
26,5
15
25,4
7,325
45,8
53,50 70,6
42,9
Mei
67,-
70,7
55,95
65,6
39,28 59,0
90/-
1,85
62,5
4/2
3
)4
8,85
25,6
20134
13
26,5
15
25,4
8,525
53,3
52,25
69,0
43,1
Juni

,,
65,47
5

69,1
54,70
64,1
40,23 60,4
9113
1,84
62,2
4/2
8,86
25,7
2011
12,75
26,0
14,50
24,5 8,07
5

50,5
51,25
67,7
42,7
27Juni-4Juli
65,30
69,0
57,50 67,4 41,90 62,9
95/-
1,86
62,8
4(2
1
/s
8,65
25,1
19(74 12,50
25.5
14
23,7
8,25 51,6
51,50 68,0
42,8
’39
4-11

Juli
66,-
69,7
60,-
70,3
43,21
64,9
981-
1,91
64,5
4/4
8,65
25,1
19/74
12,50
25,5
14
23,7 8,25 51,6
50,50
66,7
42,7
11-18

,,

,,
65,30
69,0
60,40
70,8
43,21
64,9
981-
2,00
67,6
4/61
8,66
25,1
19/9
12.50
25,5
14
23,7
8,-
50,0
50,50
65,7
1
42,6
18-25

,,

,,
65,30
69,0 59,25
1
69,5
42,91
64,4
981-
1,97
66,6 1416
8,64
25,0
1919
12,50
25,5
14
23,7
1
8,- 1
50,0
49,25 65,0
41,8

GRENENHOUT
Zweedsch ongesort.
2
1
12
X
7 per standaard ex opslagpl. Londen

VUREN-
HOUT
basis 7″
f.o.b.
Zweden/FinI.
perstandaard
van 4.672 M.

KO
HUIDEN
Gaaf,open kop
57-61 pond
Veiling te
Amsterdam

COPRA
Ned.lnd.
I. m.s.
per 100 kg
Amsterdam

GRONDNOTEN
Gepelde Coromandel,
per longton
c.i.f.
Londen.

LIJNZAAD
La Plata
loco
Rotterdam
per 1000kg.’)

GOUD


cash Londen
per ounce One

lHerl.Ned.Ct.1

Not.
IE’,

C.
o_

.E
.-
HerI. Ned. Ct.
I

Not,
HerI. Ned. Ct.
ir

1927
230,28
‘7

‘Y”

‘ï
100,1
19.-/-
7
160,50

105,1
7
40,43
x
100,9
7
32,625
3r
106,5
7
266,03
%
106,4
ï
21.18/11 T7
185,-

r
95,0
7
51,50
%
100,1
5h.
85/-
105,3
104,3
124,1
1928
229,90
100,0
19.-(-
151,50
99,2 47,58
118,7
31,875
104,1
254,10
101,6
21.-1-
185,25
95,1
51,45
100,0
85/-
102,0
100,4
94,8
1929
229,71
99
1
9
19.-f-
146,-
95,6
32,25
80,5
27,37
5

89,4
230,16
92,0
19.-19
214,-
109,9
51,40
99,9
85/-
92,7
95,3
84,5
1930
218,43
95,0
18.112
141,50
92,7
25,36
63,3
22,62
5

73,9
175,55
70,2
14.1014
181,75
93,3
.51,40
99,9
851-
69,6
75,1
60,0
1931
187,88
81,7
16.141- 110,75
72,5
18,65
46,5
15,375
50,2
138,69.
54,7
12.2/11
95,50
49,0
52,-
101,1
92/5
41,6
54,4
.44,7
1932
136,14
59,2
15.1314
69,-
45,2
11,15
27,8
13,-
42,4
130,52
52,2
15.-/4
70,-
35,9
51,25
99,6
118/-
35,1
43,0
38,4
1933
136,48
59,3
16.1112
73,50
48,1
13,26
33,1
9,30
30,4
90,39
36,1
10.19/4 75,50
38,8
51,35
99,8
124/7
33,1
38,9 34,5
1934
134,02
58,3
17.1814
76,50
50,1
12,07
30,1
6,90 22,5 71,90 28,7
9.12/3
72,75
37,3 51,50
100,1
137/8
31,6 37,2
36,5
1935
127,91
55,6
17.13/4 59,50
39,0
12,54
31,3
9,15
29,9
104,26
41,7
14.81-
67,25 34,5 51,50
100,1
14212
32,2
36,9
34,8
1936
139,98
60,9
17.19110
78,25
51,3
15,40
38,4
11,90
38,9
113,49
45,4
14.11/9
85,-
43,6
54,60
106,1
14014
39,0
42,2
40,7
1937
205,35 89,3
22.1712 132,25
86,6
23,35
58,2
15,225
49,7
127,81
51,1
14.4/8
110,50
56,8 63,20
122,8
14019
53,4
57,9 55,9
1938
189,94
82,6
21.717 109,50
71,7
15,38
38,4
10,07
5

32,9
92,12
36,8
10.713
99,-
50,9 63,30
123,0
14216
41,1
48,4
44,5
Juni

1938
190,37
82,8
21.51-
102,50
67,1
14,-
34,9
9,775
31,9
92,40
36,9
10.6/3
96,-
49,3
63,05
122,5
140/84
38,9 47,0 40,7
Juli
188,10
81,8
21.-/-
102,50
67,1
14,75
36,8
10,125
33,1
97,26
38,9
10.17/2
102,-
52,4
63,20
122,8
14112
41,3
48,1
44,3
Aug.
187,70
81,6
21.-(-
103,-
67,5
14,75
36,8
9,725
31,8
93,55
37,4
10.9/3
96,50 49,6
63,60
123,6
142/4
40,9 47,5 45,2
Sept.
182,97
79,6
20.151-
105,-
68,8
15,25
38,0 9,475
30,9
91,44
36,6
10.5/-
96,25
49,4
64,55
125,5
144/9
41,0 47,9
46,9
Oct.

,,
184,29
80,1
21.-1-
107,-
70,1
,

15,75
39,3
9,07
5

29,6
88,01
35,2
10.-/9
92,50
47,5
63,90
124,2
145194
41,3
41,7
47,9
Nov.
177,72
77,3
20.101-
108,50
71,1
15,50
38,7
8,725 28
1
5
85,14
34,0 9.1617
90,-
46,2 63,95
124,3
147/74
40,6 46,7 45,9
Dec.

,,
175,-
76,1
20.716
108,50
71,1
14,50
36,2
9,-
29,4
87,24
34,9
10.2/10 91,25
46.9
63,95
124,3
148110
40,2
46,6 45,3
Jan.

939
174,17
75,7
20.51-
108,55
71,1
14,50
36,2
9,07
5

29,6
88,20
35,3
10.419
89,25
45,9
64,20
124,8
14818
40,7
46,5
45,7
Febr.
169,53
73,7
19.8/9
109,80
71,9
14,50
36,2 9,40 30,7
90,50
36.2
1
0.61
1
1
90,50
46,5
64,90
126,1
14814
42,1
46,4
46,1
Maart
169,89
73,9 19.51- 116,25
76,1
14,50
36
1
2
9,65 31,5
91,43
36,6
10.712
96,25
49,4
65,50
127,3
148144
43,5
47,5
47,8
April

,,
170,19
74,0
19.613
117,50
76,9
16,-
39,9 9,475
30,9
91,89
36,7
10.815
94,50
48,5
65,45
127,2
14816
44,5
47,8
48,8
Mei
178,52
77,6
2l.-/6
119,50
78,3
16,50
41,2
9,85
32,2
101,20
40,5
11.13/9
96,-
49,3
64,85
126,0
148(54
46,4
48,6
49,9
Juni


186,26
81,0
21.2/6
126,25
82,7
17,-
42,4
9,975
32,6
106,46
42,6 12.1/7
99,75
51,2
65,55
127,4
148/84
47,5
49,1

50,0
27Juni-4Julj
187,45
81,5
21.51-
132,50
86,8
1.7,-
42,4 9,20
30,0 104,71
41,9
11.17/6 98,25
50,5
65,50
127,3
148164
47,4
49,0
50,0
’39
4-11 Juli
187,40
81,5
21.51-
132,50
86,8
17,-
42,4 9,20
30,0
.99,73
39,9
11.613
97,-
49,8
65,45
127,2
148/6
47,5 48,6
49,7
11-18

,,
187,40
81,5
21.51-
132,50
86,8
17,-
42,4
9,-
29,4
101,06
40,4
11.101-
93,50
48,0
65,25
126,8
14816
47,3 48,5
50,0
18-25

,,
186,10
80,9 21.51-
132,50
86,8
17,-
42,4 8,70
28,4
98,21
39,3
11.51-
90,50
46,5
64,80
125,9
148154
46,7
47,9
49,0

STEENKOLEN
Westf./Holl.
bunkerk. ongez.
f.o.b. R’dam/
A’dam per
1000
kg.

PETROLEUM
Mid. Contin. Crude
33 t(m. 33.9
0

s.
g.
te N.-York
p.
barrel

Herl.Ned.CtI Not.

BENZINE
Gulf E.

60-62°
65 OZ
1)
per
U.S.
gallon

l
R
erl.Ned.Ct.1
____________-
Not.

KALK-
SALPETER franco
Schip
Ned. per 100kg
bruto

ZWAVELZURE
AMMONIAK
franco Schip
Ned. per
100 kg

CEMENT
levering bij
50 ton franco
voor
den wal
Rotterdam

ST E EN EN

1
binnenmuur buitenmuur
ip. 1000 stuks p.
1000 stuks
Rood en

Klinkers en
1
Boeregrauw Hardgrauw

.

C
‘E!

c,

E
u

10
<.E..
i
x
T’

x
7″
cts.
7″
iT”
“T”

“7”
“5
“7
7′
“7-
7″
7
7″
1927
11,25
103,1
3,21
103,6
1,28
37
128,0 14,86
11,48
102,6 11,44 102,5
18,

99,0
13,65
104,3 16,50
88,4
105,1
105,2
1928
10,10
92,5 2,99
97,1
1,20
24,85 85,9
9,98
11,48 102,6 11,08
99,3
18,

99,0
13,60
104,0 19,50 104,5
96,5
99,0
1929
11,40 104,4
3,06
99,4
1,23
24,90
86,1
10
10,60
94,8
10,96
98,2
18,55 102,0
12,-
91,7
20,-
107,1
98,5
95,9
1930
11,35 104,0
2,76
89,6
III
21,90
75,7
8,81
9,84
88,0
10,55
94,5
18,55 102,0
11,

84,1
19,

101,8
83,3
11,1
1931
10,05
92,1
1,42
46,1
0,57
12,38
42,8
4,98
8,61
77,0
7,73 69
1
3
1

16,55
91,0
10,

76,4
15,50
83,0
61,9 55,4
1932 1933
8,

73,3
2,01
65,3
0,81
11,99
41,5
4,83
6,15 55,0
4,20 37,6
12,

66,0
8,50
65,0
II,-
58,9
49,6
43,0
1934
7,

6,20
64,1
56,8
1,14 1,40
37,0 45,5 0,57
0,94
9,24
7,18
32,0 24,8 4,63 4,84
6,18
6,11
55,2
54,6 4,63
4,70
41,5
42,1
11,-
11,25
60,5
61,9 8,75
7,

66,9
10,50
56,2
46,4
40,3
1935
6,05
55,4
1,39 45,1
0,94
7,65
26,5 5,18
5,89
52,7
4,81
43,1
II,

60,5
6,75 53,5
51,6
8,50
8,50
45,5 45,5
44,8 46,4 38,8
39,9
1936
6,60
60,5
1,63
52,9
1,04
8,86
30,6
5,65
5,70
51,0 4,82
43,2
10,50
57,7 6,75
51,6 8,75
46,9 48,5
44,1
1937
8,80
80,6
2,09
67,7
1,15 11,08
38,3 6,10
5,75
51,4 4,97 44,5
11,35
62,4 7,50
57,3 9,50 50,9
66,4
60,5
1938
9,75
89,3
2,03 65,8
1,12
8,84
30,6 4,87
5,95
53,2 5,17
46,3
112,85
70,7
9,-
68,8
11,75
62,9
56,7 48,0
Juni

1938
9,90
90
1
7
2,10 68,0
1,16
8,88
30,7
4,91
6,25
55,9
5,45
48,8
12,85
70,7
9,

68,8
12,

64,3 55,1 48,0
Juli

,,
Aug.

9,90 9,80
90,7
89,8
2,11
2,12
68,4
68,7
1,16 1,16
8,97 8,89
31,0 30,7 4,94 4,85 5,55
5,65
49,6 50,5 4,80
4,90
43,0
43,9
12,85 12,85
70,7
70,7
9
1

9,50 68,8
12,

64,3 55,9 49,3
Sept.

9,60
87,9
2,16
70,0
116
8,93
30,9
4,81
5,70
51,0
4,95
44,4
12,85
70,7
9,50
72,6
72,6
12,- 12,-
64,3
64,3 55,7 56,5
48,9
49,5
Oct.

,,
9,45
86,6
1,91
61,9

104
8,68
30,0 4,72
5,75
51,4
5,–
44,8
12,85
70,7
9,50
72,6
12,-
64,3 56,9
49,8
Nov.

9,35
85,6
1,77
57,3 0,96
8,31
29,0
4,52
5,80
51,8
5,05
45,3
12,85
70,7 9,50
72,6
12,-
64,3
56,1
49,0
Dec.
9,50
87,0
1,77
57,3 0,96
8,11
28,0
4,41
5,90
52,7 5,15
46,1 12,85
70,7
9,50
72,6
12,-
64,3
55,5
48,6
Jan.

1939
9,

82,4
1,78
57,7
0,96 8,08
27,9
4,38
6,10
54,5 5,30
47,5
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
55,1
48,5
Febr.
9,15
83,8
1,79
58,0 0,96 8,18
28,3
4,38
6,10
54,5
5,30
47,5
12,35
67,9
9,50 72,6
12,

64,3
55,5
49,4
Maart
9,65
88,4
1,81
58.6 0,96
8,31
28,7
4,41
6,10
54,5
5,30
47,5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,–
64,3
56,5
50,6
April
9,65
88,4
1,81
58,6 0,96
8,66 29,9 4,60
6,10
54,5
5,30
.47,5
12,35
67,9
9,50 72,6
12,

64,3
56,3
50.9
Mei


10,-
91,6
1,79
58,0
0,96
8,74 30,2
4,69
6,10
54,5 5,30
47,5
12,35
67,9
9,50 72,6
12,-
64,3
56,9
52,1
Juni
10,25
93,9
1,92
62,2
1,02
8,83
30,5
4,69 6,10 54,5
5,30
47,5
12,35
67,9
9,50
72,6
12,-
64,3
58,0
53,2
27Juni-4Ju’ii
10,35
94,8
1,92
62,2
1,02
8,84 30,6
4,69
5,50 49,2
4,75
42,6
12,35
67,9
9,50 72,6
12
1

64,3
57,6
52,9
’39
4

11

Juli
10,35
94,8
1,92
62,2
1,02
9,19
31,8
4,88
5,50
49
1
2
4,75
42,6
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
56,5
52,3
11

18

,,
10,30
94,3
1,92
62,2
1,02
9,19
31,8 4,88
5,50
49,2 4,75 42,6
12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3
56,4

1
52,3
18-25

,,

,,
10,25
93,9
1,90

.
61,6
1,02
9,13
31,6 4,88
1

5,50
49,2 4,75 42,6

1

12,35
67,9 9,50
72,6
12,-
64,3 56,2

1
51,9

586

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

26 3uli 1939

NEDERLANDSCHE BANK.
Verkorte Balans op 24 Juli 1939.
Activa.

i3innenl.Wis- (Hfdbk.
f

8.659.347,77

sels,Prom., Bijbnk.

808.039,13

enz.in
disc. Ag.sch.
,,

855.354,97
f

10.322,741,87

Papier o. h. Buiten!.
f

1.800.000,-
Af: Verkocht maar voor

debk.nog niet afgel.

i.00.000.-
Beleeningen
f
flfdbk.
f
187.597.877,841)
mcl. vrsch.
1

ç Bijbnk. ,

4.860.347,37
in rek.-crt.1 Ag.sch. , 28.312.994,18
op onderp.I..
f
220.771.219,39

Op Effecten enz. ..
f
219.820.156,231)

Op Goederen en Cee!.
,,

951.063,16 » 220.77L219,391)

Voorschott.a.h.Rijk ……………. ,,


Munt, Goud ……
f
106.597.555,-
Muntmat., Goud .. ,,1.022906.922,58

f1.129.504.477,58

Munt, Zi!ver, enz.

23.606.853,66

Muntmat. Zilver..

-11
1.153.111.331,24
Belegging van kapitaal, reserves en pen-

sioenfonds …………………… ,,

43.934.869,65

Gebouwen en Meub. der Bank …….. ,,

4.580.000,-

Diverse rekeningen ………………,,

13.110.819,88

Staat d. Nederi. (Wetv. 2715/’32, S.No. 221) ,,

7.629.955,16

f
1.455.260.937,19
Passiva.

Kapitaal ……………………….
f

20000.000,-

Reservefonds ……………………,,

4.277.243,54

Bijzondere reserve ………………,,

7.756.940,37

Pensioenfonds …………………. ,,

11.944.012,62
Bankbiljetten in omloop …………… ,, 1.008.614.560,-
Bankassignatiën in omloop ……….,, 48.443,96
Rek.-Cour.
Ç
Het Rijk
f
43.819.088,67
saldo’s:
I
Anderen ,, 355.361.639,46 ,, 399.180.728,13

Diverse rekeningen ……………….,,

3.439.008,57

f
1.455.260.937,19

Beschikbaar metaalsaldo …………
f
589.882.204,39
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop dan waartoe de bank gerechtigd is ,, 1.474.705.510,-
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank

ondergebracht ………………..,,


1)
Waarvan aan Neder1ndsch-1ndië
(Wet van 15 Maart 1933, Staatsbiad No. 99) ……..
f
60.612.475,-
Voornaamste posten uj duizenden guldens.

Goud

Andere Beschikb. Dek-
Data

Circulatie opeischb. Metaal- kings
Munt
Muntmat,

schulden
saldo perc.

24 Juli ’39 106598 1.022.907 1008.615 399.229 589.882 82
,, ’39 106598 1.022.860 1013.916 393.982

588.833 82

25 Juli ’14 65.703 96.410 310.437, 6.198 43.521 54

Totaal
I
Schat kist-
B –

Papier

Diverse
Data

bedrag promessen
ni
e
n
&
en

op
het

reke-
disconto’s rechtstreeks

g

buiteni. ningen
1)

24 Juli 1939 10.323

220.77 1

1.800 13.111

17 ,, 1939 10.410

221.957

2.250 12.381

25 Juli 1914 67.947

61.686 20.188

509

‘)Onder de activa.
jKOERSEN
TE LONDJN.

Plaatsen en
Landen
Noteerings-
eenheden
8
Juli
1939
15
Juli
1939
I7Julij22Juli
1939

Laagste
l
Hoogstel
22Juli
1939

Alexandrië.
Piast.p.0
97% 97%
97%
97%
97%
Athene
Dr.p.y,
5473f
547%
540
555
54734
Bangkok. …
Sh.p.tical
1/10k 1/10k
1/10
1/10%
1/10%
Budapest

..
Pen.
p £
24 24
24
24%
24%
BuenosAiresi
p. peso p.X
20.191
20.251
20.17
20.30
20.20
Calcutta
. . . . Sh. p. rup.
1/5
29
/
32

1/5
29
/
52

1/5%
1/5i9
1/52’/82

Hongkong ..
Sh. p. $-
1/2%
112%
1/2%
6

1
1
12%
1/2%
Istanbul

..
Piast. p.
£
583
583 583
583
583
Sh. p. yen
1/2 1/2
1/1%
1/2%
112
Lissabon….
Escu.p.0
110%
11054
110
110%
110%1
Kobe

…….

Montevideo
.
d.per Y,
18
18% 17% 18%
18%
Montreal

..
$
per
£
4.69%
4684
4.68%
4.69%
4.68%
Rio d. Janeiro
d. per Mii.
2%
2
5
/8
2%
2%
2%
Shanghai

..
d. p.
$
6%
6%
4
7
4%
Singapore ..
Sh. p.
$ 2/431
.214%
.2
1
1
4
214%
2/4%
Valparaisol). $per X
117
117 117
117
117
Warschau ..
Zl. p.
£
24%
24%
24%
25%
24%
1)
Olfic. not. l5laten, gem. not., welke Imp. hebben te betalen
15Nov. iYS
17.13.
2
) 90 dg. Vanaf 13 Dec. 1937 laatste .export” noteering.

BANK VAN ENGELAND.

Bankbilf. Bankbilf.
OtherSecurities
Data
Metaal
in
Icirculatle
l

in Bankingl
DIsc.and
szitles
Departm.
Advances

19 Juli

1939
247.076 507.638
1

38.779
9.120 1 24.744
12

,,

1939
1
247 066 507.929

38.488
9.233

22.610

2 Juli

1914
40.164 29.317
33.633

I
Other Deposits
Dek-

I

00v.
Sec.
Public
Depos. Reservej
kings-
perc.
t)
Data

1 1
Ban kers
1

Other
Accounts

19 Juli ’39
105.051

28.381
1

95.520
1

36.423
39.4381
24,5
12

,,

’39
100.441
29.524
1

87.111

36.782
39.1371
25,5

22 Juli ’14
11.005 14.736
42.185 29.297j
52
1)
Verhouding tusschen Reserve en Deposits.

BANK VAN FRANKRIJK.

ZtiverI
Te
goed’
Wis

Waarv.I Belee-
Renteloos
voorschot
Data
Goud
in h t

1
buit
e
e
nl.

sels
op
het
buiteni.)

.
ningen Ia.
d. Staat

6Juli’39
92.266
6731
14
7071
4.099
30.57’I
29 Juni’39
92.266
6851
14
10598
7081
3.844
30.577

23Juli’14
4.104
1
640
1

1.541
8
1
769

BonsvdJ
Diver-
1
Rekg. Courant
Data
zei/st.
sen’)
Circulatte
1

1
ZeI/st.

Parti-
Staat
amort. k.
Iamort.k.I
culieren

6Juli ’39
5.470
1

2.920
1
123.478

1

2.913
1

2.065
115.400

29Juni’39
5.470
1

3.426
122.611
1

3.095
2.093
116.909

93 Juli’14


5.912
401

943

‘)Sluitpost aCilva.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Goud

Andere wis-
Data

en

Rentebank-sels,chèques

Belee-

deviezen

scheine

en schat-

ntngen
ki Stpapier

15 Juli 1939..76,8

23,3

8.041,7

32,1
7

,,

1939..

76,6

22,8

7.778,8

57,3

30 Juli 1914..

1.356,9

750,9

50,2

Data
1
Effec-

Diverse
1
Circu-

Rekg.-
1
Diverse
1

ten

Activai)
1

latie

1

Crt.

1
Passiva

15 Juli 1939

924,5

975,5 8.334,4 1.036,4

408,2
7

,,

1939

925,0

1.389,9

8.531,2

986,7

406,7

30 Juli 1914

330,8

200,4

1.890,9

944,-

40,0

NATIONALE BANK VAN BELGIË (in Belga’s).

Data

Goud
00
-0

n

0
0.
n
0,

0
,
Rekg.
Crt.

.

1939
..8
n
‘°
0

.
O
.

0

Î17T.
I3T
48
1

810
1
222
1

68
T
Tr9I
ri
195

13/7

.13.3041
49 787
263
63
142
242
1

4.551
121
196

FEDERAL RESERVE BANKS.

Goudvoorraad
Wissels

Data
,,Other
1

Goud-
In
her-
In
de
Totaal
1

cert1fl-
cash”
2)
disc. v. d.
I
open
bedrag

caten’)
member
markt
banks
gekocht

12Juli ‘391
13.613,0
113.604,7
1

33,2
5,3

1
0,6

‘391
13.543,1

1
13.534,7 317,8
4,6
0,6

Belegd
F. R.
1 1 1 1 1
Goud-
1
t
Afrem.
1

dek-
Data
Notes
in clrcu-I Gestort
Kap1taal
Dek-
kings-
1

kings-
Gov.Sec.
latie
1 1
perc.
perc.
4
)

12Juli ‘391
2.535,1 4.522,7
111.778,11
135,1
1

85,7

5

,,

’39j
2.550,6 14.543,2
111.648,81

135,1
1

85,6

Ueze certiticaten weroen aoor ae Schatkist aan cle Reserve tianken
gegeven voor de overname van het goud, toen de $ op 31Jan.’34 van
100 op 59.06 cents werd gedevalueerd.
Other Cash” does not Include Federal Reserve Notes or a Bank’s
own Federal Reserve
bank
notes.
Verhouding totalen goudvoorraad tegenover opeischbare schul-
den: F. R. Notes en netto deposito.
4)
Verhoudig
n tot

voorraad
muntmateriaal en wettig betaalmiddel tegenover idem.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL.

1
Dis-
IReserve
Totaal
1
Waarvan
Data
Aantal

I

conto’s
I

Beleg-
depo-
1

time
leenin.
en
beleen.
gingen
banks
slto’s
deposits

5 Juli ‘3
.1
1

8.142
113.858
8.473
30.439
1

5.229
21
Juni’391

1

8089
13,862

8.479
30.359
1

5.237
UOpOStOfl Van 210 2100. bank, 00 JUVUSCflU aana 0fl 00 DUflK 02
England zijn in duizenden, alle overige posten in millioenon van
de betreffende valuta.

Auteur