Ga direct naar de content

Jrg. 23, editie 1192

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 2 1938

NOVEMBER 1938

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.
Economisch-Statistisché

Beri*chten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

23E JAARGANG

WOENSDAG 2 N

COMMISSIE
VAN REDACTIE:
P. Lief tinok; N. J. Polak; J. Tinbergen; F. de Vries
n
H.
M. E. A.
van der Valk (Redacteur-Secretaris).

M. F. J. Cool

Adjunct-secretaris.

Redactie-adres: Pieter de Uoochweg 122, Rotterdam-West. Aan geteekende stukken: Bijkantoor Ruige plaatweg
Telefoon Nr. 35000. Postrekening 8408.

Advertenties voorpagina f 0,50 per regel. Andere pagi-
na’s f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonnement volgens
tarief. Administratie van abonnementen en advertenties:
Nijgib t van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam, Am-
sterdam, ‘s-Gravenhage. Postchèque- en giro-rekening
No. 145192.

BERICHT..

1-

In verband met de viering van het vijfentwintig
jarig bestaan der Nederlancische E[andelshoogeschool
zal ons
redactiehureau
Op
Dinsdag 8 November as.
gesloten zijn. Als gevolg daarvan kan copie voor even-
tueel te plaatsen artikelen voor het eerstvolgend
nummer niet meer in behandeling
worden
genomen,
in.die:rt
deze later dan Zaterdagmorgen 5 dezer wordt
ontvangen. Ons
blad zal overigens op 9 dezer normaal
verschijnen. REDACTIE

INHOUD:

BIz.
25 jaren zelfstandig economisch hooger onderwijs in
Nederland
door
Prof.
Dr. M. J. H. Cobbenhagen….
822
,

Bankdéconfitures en beurscontrûle door
W. Willems..
823

Regenten-wijsheid 1 door
Prof. Mr. C. W. de Vries . . . – 825

De directe mogelijkheden der werkverschaffing bij. de
werkloosheidsbestrijding door
Ir. A. P. van den Brief
826

[let rentevraagstuk in de Vereeniging voor de Staat-
hiijshoudkundedoorProf.
Mr. Dr.
G.
M. Verrijn Stuart

828

Het werkloosheidsvraagstuk in Nederlandsch-Indië door
M. F. J. Cool………………………………
831

Normen voor den arbeid van overl,ieidspersoneel door
J. B. J. Ratté

…………………………….
832

De belastingpolitieke consequenties der fiscale wetge-
ving 1938 in de Vereenigde Staten door
Dr. F. E.
Schmey’ ………………………………….
833

MAANDOIJFERS:

Indexcijfers van Nederlandsche aandeelen ……..
834

AANTEEKENINOEN:

Gecombineerde Maandstaten van Nederlandsche
Grootbanken met zuiver Nederlandsch en met
gemengd Nederlandsch en Nederlandsch-Indisch
bedrijf ………………………………..
835

INGEZONDEN STUKKEN:

Sociale verzekering door
Mr. S. Mok
met Naschrift
van Dr.
G.
F. Fortanier ………………….
836

Statistieken:

Groothandeisprijzen
……………………………….
838-839
Geldkoersen-Wisselkoersen-Bankstaten
………………
837, 840

)VEMBER 1938

No. 1192

GELD-, KAPITAAL- EN WISSELMARKT.

La cle verslag

week was er over het algemeen overwegende

vraag naar Sterling. De baisseposities, die ‘in clan laatsten

tijd waren opgebouwd in dc verwachting van een verdere

dahn’g van deze valuta, werden door dle betrokkenen gedeel-

telijk ingeclekt. Reeds in ons vorige o’vei

z’ich.t wezen wij
erop, dat de berichten uit Amerika konden doen ver-

moeden, dat suen Engeland wilde waarschuwen tegeti een

verdergaande daling i’aii het Pond ten opzichte van den

‘Dollar. i3’lij’kbakr heeft J_on.den ‘cle’hanigende besprekingen

over liet nieuwe ‘handelavei-drag niet op het spel willen

zetten en althans voor hct nionient toegegeven. Van harte

is dat ongetwijfeld niet gegaan, want uien iiiecnt
iii

Engeland – en waarschijnlijk terecht – dat het Pond nog

overgewaardeerd is. ‘De koersstijgiiig, die onder den ‘invloed

van contra,nhine{lekkiilgen plaats vond, kon dan ook niet

geheel behouden ‘blijven. Na een hoogste punt van 8.98

brokkelde de noteering iveer af, en iii het begin van de

nieuwe week zette die dalende tendens zich voort. Het

vertrouwen ‘is d lis nog geen
1
aal na ‘teruggekeerd, waarbij

men moet ‘bedenken, dat er •door de situatie van cle beta-

li n’gsba’ians ii u eenmaal constant een ‘su rplus-aa,nbod van

Ponden is, regelmatig en ‘dus a fortior,i in de najaarsniaali-

den, de ti-adi’tioneete periode van druk op doe Pondeui-

koers.

De Dollacno’tecriii.g heeft te onzent weinig gesehoni-

nieR], dank zij de iintcrventiie van ‘het Ega.li’sa,tiefoncls, dat

ononderbroken bereid bleef Dollai-s ‘tegen 1.83% op te ne-

men, en af en ‘toe de facto moest aankoopen om dezen

koers te handhaven. ie ‘den laatsten tijd blijkt uit cle

ontwikkeling ‘va,n den Dollarkoers en de activiteit, die liet

Egalisatiefond’s moet ontplooien om de noteering ‘te kun-

ii en houden, d uii.delij k, ‘cl nt de Nederlandsche betalingsbalans

als regel ccii klein surplus heeft.

Voor Frajnsehe Franc-s w’as er ‘ten op’ziichtc van Ponden,

‘w.aa rop liet F ra.nsche Egali’stctiefoiicls zich nu eenmaal

oriëntecrt, weinig fluctuatie. De ondertoon is niet slecht,

omdat men meer en meer den indruk krijgt, dat de invloed

van li’nks in de Fransche regeeringspoliitick zwakker en

zwileker wordt. Daar’tegenoier staat echter het uitblijven

van mededeelii ngen i n’za.ke co’nsti-uetieve f i unacieele en

economische politiek. Van den indruk, dien de komende

puhlicakias op dat gebied maken, zal het afhangen, of een

verder afglij’den van den Franc voor de deur staat. Op

het oogen:blik verkeert ieder in afwachting, hoewel af en

toe toch ‘het Egalisatiefonds moet ingrijpen.

Op de geldrnarkt heeft niets wijziging kunnen brengen
in den toestand van leth’ar.gie. De belegging.amark’t was

ovei- het algemeen prjshoudend. Het braakliggend kapitaal

blijft terughoudend en alleen daardoor blijft een stijging

van het ohl.igatiekoei-speil uIt.

822

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 November 1938

25 JAREN ZELFSTANDIG ECONOMISCH

HOGER ONDERWIJS IN NEDERLAND

Voorgeschiedenis.

Op 8 November as. herdenkt de Nederlandsehe Haii-

dels Hoogeschool met haar eigen 5e lustrum tevens, dat
voor 25 jaren het zelfstandig economisch hoger oi-

derwijs een aanvang nam in ons land. Het heeft weï

zeer lang geduurd, voordat het tot deze daad kwam.
Plannen zijn er vele geweest, ook al varen deze

niet alle zo breed van opzet, dat ze als economisch

hoger ouderwijs in de huidige
zin
waien bedoeld

Wanneer Barlaeus bij de opening der lessen aan het Amsterdams Athenaeum Illustre in 1632 den ,,mer-

cator sapiens” prijst en zijn oratie houdt ,,de con-
jungendis mercaturae et philosophiae studiis”, heeft

hij toch niet voorzien, dat het economische leven,
waarin de koopman zo’n belangrijke en leidende rol

speelt, nog ooit het object zou worden van weten-
schappelijke studie. Meer dan een eeuw later heeft,
naar een mededeling van Prof. Blink (Tijdschrift

voor Economische Geographie 1919), toch het plan
bestaan aan het Athna m
eu een faculteit voor Geo-
graphie en Koophandel te verbinden. In de ,,Vragen

van den Dag” (1929) schrijft A. Hallema over Ben-
jamin Bosma’s ,,Ontwerp van een Koopman.s Acade-
mie” te Amsterdam in 1767. In een artikel over

,,Hooger-Handelsonderwijs in Nederland” (Feestnum-
mer van het Maandblad voor Handelsoncierwijs en
Haudelswetenschappen Maart 1924) heeft Prof. Vol-

mer, die de wording van het economisch hoger on-

derwijs
van
nabij heeft meegemaakt, interessante bij-
zonderheden megedeeld. Hij wijst erop, dat art. 1

van het K.B. van 8 Januari 1842, dat betrekking

had op de Koninklijke Akademie te Delft, luidde,
,,Eene Koninklijke Akademie ter opleiding van bur-
gerlijke ingenieurs, zoo voor ‘s lands dienst als voor
de nijverheid en van kweekelingen voor den handel,

zal zoodra mogelijk opgerig-t worden te Delft.” In de werkelijkheid is het echter niet zo ver gekomen. Vol-
mer zoekt de reden in het feit, dat in handelskringen

de behoefte aan wetenschappelijke opleiding niet
werd gevoeld. In de latere ontwikkeling der Delft-
se academie is toch voor de taak van den ingenieur
de behoefte gebleken aan economisch onderwijs. Naast
de enkele jaren eerder ingevoerde economie doet in

1909 de bedrijfshuishoudkunde in Delft haar intrede
in het hoger onderwijs. Volmer was de eerste hoog-
leraar in dit vak, dat later een zo belangrijke plaats
zou verwerven in het economisch hoger onderwijs.

Toen in .1876 het Athenaeum Illustre de rechten

van universiteit verkreeg, had de actie, om een fa-
culteit der handelswetenschappen op te richten, geen
resultaat. Het zou 1922 worden, voordat de Amster-
damse universiteit dez faculteit verkreeg. Na de
mislukking in 1876 werd de actie toch niet opgege-
ven. ,,De oprichting eener handeishoogeschool is drin-
gend noodzakelijk” schreef de accountant W. Kreuk-
niet in een brochure van 1898. Tot eenzelfde con-
clusie kwamen omstreeks dezelfde tijd Volmer en de

directeur der Amsterdamsd hogere handelsschool, dr.
Hülsmann, die in de daarop volgende jaren werden

bijgevallen door de Maatschappij van Nijverheid, de
Na.tionale Vereeniging voor Handelsonderwijs en ver-
schillende vooraanstaande personen als Dr. Bos, Mr.
Everwijn en den Minister Dr. A. Kuyper. Maar wie
niet gewonnen werden, waren de oudere conservatie-
ve kooplieden, die, op een enkele uitzondering na,
niet zagen, dat aan de nieuwe koopmansstand steeds zwaardere eisen werden gesteld, waaraan met koop-

mansintuïtie en praktijkroutine alleen – hoe be-
langrijk ook op zichzelf – niet kon worden voldaan.

En toch was het nodig voor de verwerkeljking der
hangende ideeën de belangstelling van de koopmans-
stand te winnen. Want de voorstanders van econo-
misch hoger onderwijs zagen dit nog niet zo broed en
zo ruim aan perspectief, als het enkele jaren later
zou worden gezien. Men dacht niet in de eerste

plaats aan een wetenschappelijke cntrale van eco-

nomische ‘stqdie, noch ook realiseerde mesi zich de

behoeften aan economisch geschoolde krachten op tal
van gebieden, buiten het strikte bedrijfsleven, zoals

die later zou blijken te bestaan. Bij het zo grote
aantal economisch geschoolden, die een positie von-

den in publiekrechtelijke en semi-publiekrechtelijke

lichamen, bij de pers en in het vrije beroep doet de
omschrijving van het doel der hogeschool, in 1899 door dr. . Hülsmann gegeven, ni. de verheffing van.

de koopmansstand en een gelegenheid tot opleiding

van aanstaande consuli en aanstaande handeisleraren,
wel wat beperkt aan, al is ze typerend voor de tijds-

omitandigheden, mair niet minder voor de gedach-

tega.ng van de promotors van economisch hoger on-

derwijs. Terwijl i.n cle latere ontwikkeling al spoedig
zou blijken, dat de benamingen handels-hogeronder-
wijs, handeishogeschool, handelswetenschappen en

dergelijke veel meer omvatten, clan de naam weergaf,
bedoelden de genoemde promotoren van dit type

hoger onderwijs inderdaad handels-hogeronderwijs in
de
eigenlijke
zin. Zo gezien is het duidelijk, dat de
verwezenlijking afhing van het inzicht der grote
kooplieden. Zolang zij het belang ontkenden, was het
begrijpelijk, dat noch het particulier initiatief, noch
ook de overheid een studierichting in het leven zou-

den roepen, aan wier afgestudeerden het bedrijfs-

leven geen behoefte meende te hebben. Van beslissend
belang is dan ook geweest de kentering in de ideeën
hij een jongere koopmansgeneratie, die omstreeks

1912 in Rotterdam zo sterk werd, dat ze tot een
grootse daad leidde: de stichting der Nederlandsche

1-landels Hoogesehool.

Oprichting der Nederla.ndsche Handels Hoogeschoot.

Toen dan eenmaal het niëuve inzicht was door-
gebroken, werd verder geen tijd meer verloren. De
data volgen elkaar snel op.
1
Februari 1913 de eerste
vergadering, 28 Februari de tweede, 26 April wordt het plan tot oprichting ener Nederlandsche Handels
Hoogeschool te Rotterdam gepubliceerd, 29 April wordt

de ,,Vereeniging voor hooger handelsonderwijs” ge-

sticht, de financiën worden in orde gebracht, de or-
ganisatie wordt ontworpen en S November van het-zelfde jaar opent de minister-president Cort van der
Linden dehogeschool. En dan begint de snelle evolu-tie van handels-hogeronderwijs in’meer beperkte zi.n
totionomisch hoger onderwijs. . Deze ontwikkeling
wordt ongetwijfeld mede gesteund door de tijdsom-
standigheden die tijdens en na de oorlogsjaren d&
economische problemen op de voorgrond plaatien,
maar is, naar ik meen,. toch in de eerste plaats het
gevolg
a.n
het feit, dat toen de hpgeschool met haar
collegiuin doctum van hoogleraren en verdere do-
centen er was, cle leiding der verdere ontwikkeling
uiteraard door de eisen der wetenschap werd bepaald.
Ook al blijven er ‘sporen van een compromis tussen de
oorspronkelijke plannen der oprichters en de opvat-
tingen van de wetenschappelijke leiders, de weg is al

spoedig heel duidelijk afgetekend. Ik zou me kun-nen voorstellen, dat de evolutie voor de oprichters
wel eens wat snel is gegaan, rnaai. dan verdienen zij,

des te meer de hulde op waarlijk ruimhartige wijze
tegemoet gekomen te zijn aan een zoveel bredere en
meer wetenschappelijke ontplooiing, dan zij zich had-
den voorgesteld. Toen in 1.916 het nieuwe, grote ge-
bouw aan de Pieter de Hoochweg door H.M. de Ko-

ningin in gebruik werd gesteld, waren de studenten
zich al bewust, dat de benaming handelshogeschool
de werkelijkheid’ reeds niet meer dekte. Tot 1922
vas de ‘Nederlandsche Handels’ Hoogeschool de enige

vertegenwoordigster van het zelfstandig economisch
hoger onderwijs in ons land. Zij heeft in
,
die, jaren
pionierswerk verricht van de eerste rang, waarvan
de schrijver ‘dezer ‘regelen niet alleen getuigt met
de dankbaarheid van den oud-leerling. Want er is een
veel groter verdienste mee verbonden geweest. Rot-
terdam heeft in lorte jar.en het bewijs geleverd, dat

(Ie problemen vnu cle moderne tijd met zijn sterke

economische signatuur niet mi ncler geschikt waren
voor liet wetenschappelijk
k
7
orseii, clan de reeds eeuwen
doorploegcle vraagstukken van andere aard, di.e p cle
,,series” der universiteiten van ouds voorkomen. 1-Toe-

wel herhaaldelijk in rapporten is getuigd, dat cle eco-

nomie, opgesloten in de juridische faculteiten, niet
tot haar recht kon komen, is een poging, om daarin
verbetering te brengen, achterwege geblevei. Binnen

het kader der juridische faculteit was dit overigens
niet mogelijk. Noodzakelijk was een zelfstandige ont-
])lOOi
ing der economie. Deze mogelijkheid heeft het
Rotterdamse initiatief geschapen en met een groot

succes. De omvangrijkheid van de problemen van het

economische leven, die geleidelijk kwamen open te
liggen, noodniickte tot een steeds grootere specialisatie

en vermeerdering der leerstoelen.

Verdere on.twilciceling.

i)e resultaten van dit pionierswerk hebben de in-
stellingen van economisch hoger onderwijs een waar-

dige plaats geschonken onder de oudere takken van
het hoger onderwijs. Zowel de in 1922 opgerichte

faculteit der Gemeentelijke TJni versiteit van Amster-
dam als de in 1927 tot stand gekomen R.K. Handels-hoogeschool (thans Katholieke Economische Hooge-

school) te Tilburg hebben op de geleverde pioniers-
iirbeici verder kunnen bouwen. Daar tot het vorige
jaar een wettelijke regeling ontbrak, heeft het eco-
nomisch hoger onderwijs zich in
vrijheid
kunnen ont-
wikkelen. Deze vrijheid is op een gelukkige wijze ge-
bru ikt. in een nota, toegevoegd aan het verslag der
Staatscommissie, die in. 1918 was ingesteld, om een.

wettelijke regeling van het liandeisoriderwijs en het
accou n taritswczen te ontwerpen, heeft de toenmalige
Rotterdamse hoogleraar en eerste Rector Magnifi-
cus mr. dr. G. Bruins terecht gewaarschuwd tegen
een wettelijke regeling van het handels-hogeronder-
wijs op dat moment. Ofschoon het door cle commissie samengestelde ontwerp van wet geheel geschoeid was
op het Rotterdamse voorbeeld, was Bruin.s toch tegen-
stancier van een vastiegging van de paS begonnen

ontwikkeling in cle wet. Terecht, achtte hij cle tijd
nog niet gekomen en wilde hij, zowel wat do vakken
als wat do organisatie der studie en de regeling der
examens betrof, de vrijheid van groei behouden. Ook

al is in de latere jaren de afwezigheid van een wet-
telijke regeling op een enkel punt, zoals de onder-
wijshevoegdheid der doctorandi, wel eens een bezwaar

gebleken, in het proces van de opbouw en de consoli-
dering van hetgeeu hier te lande onder economisch
hoger onderwijs zou worden verstaan, is de afwezig-
heicl van een te vroeg aangelegd wettelijk keurslijf
een groot voordeel gebleken. Op basis van de gewij-
zigde hogeronderwijswet is in de 1oop van dit jaar
het ontwerp academisch statuut in onderling over-
leg tot stand gekomen. liet ontwerp gaat van de
wste gedachte uit, dat rondom een kern van ver-
plichte vakken, die aan de drie instellingen, van
economisch hoger onderwijs gemeenschappelijk zijn,
cle vrijheid van uitbouw en ontwikkeling naar eigen
aard en beginsel wordt gelaten. Daardoor wordt het
recht op het verworvene erkend en tevens dé nodige
ruimte gelaten ‘voor een ontwikkeling, die met 25
jaren niet afgesloten kan worden geacht. Naar mijn

overtuiging zal deze ontwikkeling in de r.ichting
gaan, dat de sociale wetenschappen, in zoverre deze
van de economische onderscheiden zijn, een steeds
belangrijker plaats in het economisch hoger onder-
wijs zullen gaan innemen, niet om de economische
wetenschappen terug te dringen, maar juist om de
studie van deze te bevruchten en anderzijds te voor-komen, dat de sociale beschouwingen los raken van
de grondslag der economische realiteit. Slechts in de
nauwe samenwerking van de economische en de sociale
wetenschappen zal het economisch hoger onderwijs
het hoogste doel bereiken. Mogen de komende 25
jaren de ontwikkeling in deze richting leiden!
M. J.
H. COBBENHAGEN.

BANKDÉCONFITURES

Naar aanleiding van een recente déconfiture van
een kleinere bankinstelling, die hoofdzakelijk op het
tem-rein. van den effectenhandel werkzaam was, is in

de dagbladpers nogal wat te ‘doen geweest – en de

opschudding is, naar het zich laat aa.nzien, nog lang
niet hedaard – over de wenschehijkheid van ingrij-

pen van hoogerhand iii den effectenhandel en het
uitoefenen van contrôle op effectenfirma’s. T-Jet
schijnt, dat er bij deze firma ernstige onregelmatig-

heden zijn voorgekomen, waarnaar thans een diep-
gaand justitieel onderzoek word t ingesteld, maar, voor-

uitloopend op de resultaten van dat onderzoek, heb-

ben talrijke public:isten, zich stellend op de plaats van
den rechter, al bij voorbaat in Vrij pregnante termen
veroordeelingen uitgesproken, waarvan nog zal moe-ten blijken, of zij door de feiten gesteund worden.

Hoezeer het ongewenscht is, dat men al te kwistig

omspringt niet termen als ,,zwendelarij” ed., alvorens
nauwkeurig te weten, wat er precies gebeurd is, stel-
lig i.n hooge mate bedenkelijk is het, dat men in dit
stadium alreeds meent te moeten aandringen op het
nemen van maatregelen, welke tot strekking hebben
een tak van handel, die voor het economisch leven
van ons land van heel groot gewicht is, niet dwingen-
cle regelingen lastig te vallen en niet kosten te bezwa-

ren, die wellicht geenszins geëvenredigd zijn aan de
kwalen, welke eventueel bestreden, moeten worden.
In de eerste plaats is het dus noodig af te wachten,
wat het onderzoek der Justitie zal opleveren. indien
hijv. mocht blijken, dat ‘de betrokken firma feitelijk
het recht had de fondsen van haar cliënten te ,,ge-
bruiken”, zou van alle klachten
0])
dit gebied niet
veel m.éér overblijven dan deze dat hier weer eens
een geval zich zou voordoen van misgeloopen crediet-
verleening, een geval van insolvahiliteit, en het is
zeer de vraag of het verstandig zou zijn met het oog
dârop maatregelen te gaan nemen, die erop gericht
zouden. zijn om bij’. verduisteringen e.d. te voorko-
men. Men loopt dus het gevaar door haastig te han-
deln het ‘doel, dat men zich stelt, voorbij te schie-
ten en het feit, dat verscheiden couranten over
deze dingen de meening van ,,vaklieden” vragen en
ze op groote schaal publiceeren, is nog geen waarborg
ervoor, dat de ware deskundigheid aan het woord is.
Begrijpelijk is de opschudding intusschen wel: ,,in-
grijpen”, vooral door de Overheid, is een modeziekte
geworden en er behoeft dus maar ergens in ons maat-
schappelijk leven iets te gebeuren, dat niet in den
haak is, of een groote schare staat al bij voorbaat

klaar om ,,het” geneesmiddel aan te prijzen, ook nog
vôôrdat men zich behoorlijk rekenschap heeft gegeven.
van den waren. aard van de vermeende misstanden.
Naarmate ‘deze mentaliteit meer ingang vindt, is
liet noodig te ernstiger te waarschuwen. Effecten’han-
dol en credietwezen. zijn ouder dan de gefailleerde firma
en men maakt zich aan schromelijke overdrijving,
schuldig door naar aanleiding van ‘deze betrekkelijk

kleine dé.cdnfiture te spreken van een ,,algemeen wan-
trouwen” van liet publiek, gelijk vele publicisteni
doen, die zulk een opwinding noodig hebben om vol-
doende belangstelling voor hun ,,inmengingsplan nien”
op te wekken. De verontrusting van liet publiek, zoo
die er überhaupt is, spruit op dit tijdstip meer voort
uit de vele, niet steeds even weloverwogen, publica-
ties dan uit het geloof, dat, omdat nu een.s zeer af-
keurenswaardige dingen hij een kleine firma gebeurd
zijn, plotseling het hecle bank- en effectenhedrijf ver-

dorven zou zijn!

Do positie va’n den comniissiormnair in, effecten.
Het is wel zeer opmerkelijk, dat in vele beschou-
wingen, die over deze aangelegenheid worden gepu-
bliceerd, uit de cléconfiture van een
banlczaalc,
zij het
een kleine, algemeene conclusies worden getrokken
over ,,den” effectenhandel en speciaal over de positie
van den .commissionnair in effecten. Met het eigen-

824

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 Novembr 1938

lijke commissiebed’rijf.k’a
,
‘n,de
“7ë donfiture niets of
niet veel uit te staan hebben, impers, de zuivere corn-
missiehandel vordert geenerlei credietverleening. De
cliënt, die zijn, effctenzaken ter uitvoering aan, den

commissionair opdraagt, kan, desgewenscht, alle f i-

nanciee.le risico’s van
credietgeving,
vermijden.
Het, is ook than nog een feit, dat een groot deel

m
van de zaken van comssionnairs contant afgewik-
keld wordt ,,geld tegen fonds”, waarbij de waarde
van hetgeen de coinmission,nair tflevert en ontvangt

vrijwel gelijk is. Financieele risico’s doen zich eerst
voor, waar credietver1eenin aan de ,oide komt, e
hoezeer ook doqr. Qornmissionpnirs in effecten bij ge-

legenheid crediet
iii.
effectenvorm,
dan wel crediet
in geld gegeven en genoten wordt, dit laatste met

of zonder onder’paud van ‘ffecten; die credietver-
leening als zoodanig staat
naast
den eigenlijken han-

del in effecten zelf. Daarin onderscheidt zich de
effectenhandel dan ook in het geheel, niet van andere
takken van handel, waarbij credietverleening even-

eens hij gelegenheid voorkomt, maar waarvan zij even-
min .een wezenlijk hestanddeel uitmaakt.

De credietverleening en stellig die, welke in den

effectenhan’del voorkomt, is
‘bankiersfunctie
en wil

men ,,ongelukken” op het gebied van credi,etverlee-
ning voorkomen, dan moet men de fout aanpakken, waar ze schuilt, dat is dus in het’ bankbedrijf, onge-

acht of dat – ook – door den cornmi’ssionnair wordt
uitgeoefend of door ‘instellingen, die zich ,,hank”

noemen. Uit een hank’déconfiture te coneludeeren tot de wenscheljkheid van, regeling van ,,den” beurshan-

del, of tot contrôle op ,,cletEi” commissionnair is der-

halve geheel misplaatst.

Het . raakt den effectenhandel, zooals. die op de

beurs plaats vindt, ‘niet, welkè verhoudingen tusschen
de handelareji eh’ hun ‘cliënten bestaan en of er al of
niet eenzijdig of wederkeerig crediet wordt verleend.

Inhaerent aan den effectenhandel is credietverlee-
ning tusschen handelaren en cliënten niet en die zijde

van het bedrijf van effectenhandelaren gaat dan ook
buiten de beurs om, waar slechts de verhoudingen

tusschen de handelaren
ônderling
aan de orde zijn.
Het beursbestuur zou zijn eigenlijke functie, die. he-

stait in het regelen van den heurshandel, verre te
buiten gaan, indien het ook die deelen van het bedrijf

der beursleden, die met cle beurs in direten zin niets
uitstaande hebben, zou gaan regelen of controleeren.

Ook zonder dat er van ëredietverleening in eiigeren
zi’n sprake is, gaat de’ cliënt risico’s loopen, indien
hij zijn effecten onder herüstingvan den commission-

nair laat. Het gevaar kan zijn tweeërlei. In de eerste
plaats kan hij veiizuimèn behoorlijk af te spfeken, hoe
de rechtsverhouding zal zijn, zoodat het’een punt van
twijfel kan uitmaken of de commissionnair de stuk-
ken ter bewaring heeft of ‘dat hij het recht heeft ze
te ,,gebruiken”; en iii de tweede en voornaamste plaats
is er natuurljk een’ kans, dat ‘de commissionnair de
in bewaring gegeven stukken gaat verduisteren. Het
siireekt vuzelf, dat degeen, die aan een ander iets ter bewaring geeft, zich ervan moet vergewissen,
of zijn vertrouwen’ terecht gege’en wordt. De per-
soonlijke zorg, die in ‘dit ojaicht elke belanghebbende
te eigen behoevê i’ aëh’t behoôrt te nenten;’
kan’
niet

w’eggenoinên worden door welké oerheidszorg oQ’k e
indien mén ertoe zou’o’vergkah mai.’trgelen tehemen,
die den ‘schijn ‘zoudeii hebben w’aaiborgeia’ te verschaf-

fen, is ‘het gear nié’t denkbdeldig, dat daarmee meer
kwaad dan go.ed’gesticht zou worden. Immers, zij zou-
den allicht,
de uitwerking hebben de waakzaamheid
vai de, direct betrokkenen te, doen verslappen..
Niets, is
‘gemakkelijker
voor den cliënt dan zich
ervan, te overtuigen, .dat, de An bwaring gegeven,

waa’rc]en aanwezig zijn.. Hij beh’oef t slechts’ aan den
bewaarnemer te vragen” ze hem ‘te’ toonan en ‘hij”kn’
zulks tiiteraa’rd doen, teo v’aak’ hij ‘venscht. Hij is
trouwens de eenige instantie, die een contrôle
effec-
tief
kan uitvoeren, immers,” hij weet, wat de bewaar-

nemer onder zich moet hebben. Elke andere’ contrôle-

ihttantie zou te diën aanzien zonder’ de actieve më-

dewèrk’ing ah’ dôn cliënt practisch effect ontberen;
want hetzoü toch wel zeër naïef zijn om af te g.ah

Öf dé mededdelingen van den ‘bewaarnemer omtrent
he.tgeeh’aanwezig behoort te zijn’. Dèngeën, die tot ver’
dui’terin ‘in staat geacht ‘vbrdt, dient men mihstgeno-

mën er ook van te verdenken boeken te khnnen vervél-

schei?! Cöutroleeren van’ bewaarnemingen dient dan’ oök
hij uitstek’ door’ belanghebbenden
zelf’
te geschieden:

‘Heeft’ c]e éomnlissionnair echter het recht’ ‘de
stukken te’,„gebruiken”, doordat ,Leendepot” of

;,Stukkén’rekëhing” ‘geconditiohneerd is, dan heeft men

te don’ mdt een ‘erhouding,
die:
‘den cliënt plaatst in’

éei’l jositie, welke veel overeënistemming vertoont met
dië ‘van den ‘gewoneii depôsant ‘én
hij
geeft dan fei-
telijk ciediet tot ‘cle volle waarde van zijn’stukken.

Risico’s van credietverleening.

De risico’s, die op dit gebied door het publiek wor-

den geloopen,
zijn
dan ook niet anders dan die, welke aan alle credietverleening verbonden
zijn.
Effecten-
zaken kan men zeer goed doen zonder crediet te vra-
gen of crediet te geven en er is geenerlei noodzake-
lijkheid, dat men zich aan gevaren bloot stelt, die

men niet wenscht. Wil men op effeçten’gebied echter
credietzaken doen, clan dient men zich hier zoo goed
als elders rekenschap té geven van de riscio’s, die
zulks meebrengt, in het
bijzonder
betreffende de boni-
telt van de tegenpartij.
Voor speciale maatregelen ten aanzien van de ere-
dietverleening
in den effectenhandel
is dan ook geen
plaats, want er is geen wezenlijk onderscheid met
bankierswerkzaamheden op ‘andere gebieden. Goed ge-
nomen zou het overwegen van maatregelen eerst in

aanmerking komen, indien de gevaren aan de solva-
biliteit van banken in het algemeen verbonden z66

groot waren, dat het
moeilijk
zou worden werkelijk
betrouwbare bankiers of commissionnairs te vinden
en daarvan is – ‘de zwartste pessimisten zullen met
een open oog ”oor de werkelijkheid zulks niet willen

ontkennéii – gelukkig g’een sprake. Het failliet gaan,
van een kleine instelling op dit gebied behoeft waar-
lijk niet’ al te tragisch te wörden opgevat. In het
verleden is het meermalen voorgekomen, dat zelfs

groote instellingen in moeilijkheden geraakten en
nimmer heeft dat tot duurzame schade voor het ere-
diet als zoodanig of, voor beter gefundeerde instellin-
gen geleid.
De vraag of naar aanleiding van het recente faillis-
sement liet geheele credietwezen gereorganiseerd zöu’
moeten worden door’ de Overheid of door andere in-
stanties en of zeer sterk i’nwerkende speciale contrôle-
maatregeln genomen zouden moeten worden, mag
clan ook wel als ‘overbodig ter zijde worden gesteld.
I-Iet onderwerp ‘contrôle op hankinstellingen kan, ge-
rust los van dit betrekkelijk
onbelangrijke
evenement
beschouwd worden. Tal van goed ‘geleide instellingen
op dit gebied hebben liet reeds lang wenschelijk ge-
oordeeld óni degenen van wie zij vertrouwen krijgen
door een passende openbaarheid over haar toestand
in te lichten. Het moet echter in de eerste plaats een

kwestie vëin vrije l)eoOrdeeling van de direct belang-
lmbbendèn (hèt publiek, dat inlichtingen wen’scht en
di’e in de’ meste gevallen wel zal kunnen krijgen,’ eener-

zijds ën’dè bankinktellingen anderzijds) blijven, hoe-
vër ‘meb daarmee wil en kan gaan.
Op één pun.t’dient hier intusschen nog de aandacht
gevestigd te’ *orden. Tegenwoordig wordt vaak op
hét instituut ‘der Verzekeringskamer gewezen als
wënschelijk voorbeeld van hoë liet ook’ in het effec-
ten-‘ en bankvak zou kunsten gaan. Men zij hier even-
wel voorzichtig met liet maken van vergelijkingon.
Dé’ credietverhoudingen in liet bank- of effectenvak
zij.h vrijwel steed’van zeer ‘korten looptijd. I
e
d
ei
die,

om welke redeh dan ook, wantrouwen in zijn tegen-
partij koestert, ‘is dus in staat om daarvan zônder
ernstige’ gevolgan’ en’ zonder schade de consequënties
door opvr’aging van’ zijn tegoeded te trekkén; In het
ievens’vêrzekeringsbedrjf is dat geheel anders.’ ‘De

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISflSCHE BERICHTEN

825

coritracten loopen daar als regel voor zeer langen

tel en een verzekerde, die wantrouwen, wat cle
solwabiliteit betreft, gat koesteren is niet in. staat
zich door opegging van zijn contract aan de niet ge-

wensclite risico’s te onttrekken zonder aanzienlijke
vçrliezen te lijden. Ongeacht de talrijke andere pun-
ten. van verschil, volgt hieruit alleen reeds, dat een
oppervlakkige vergelijking tusschen het verzekerins-
bedrijf en het effecten- en banikvak niet
,
opgaat.
liet verschil tusschen deze déconfiture en yroege-
re is voornamelijk daarin gelegen, dat deze valt in

een periode, waarin men meel; dan ooit genigd is,
ovorheidsmaatrdegelen to propageeren, ongeacht of
zij de normale economische verhoudingen ontwrich-

ten of, niet. Het gevaar, dat hierin gelegen is, wordt nog in belangrijke mate vergroot, doordat een leger

van ,,inmengende” instanties klaar staat. Ieder meusch
is nu eenmaal geneigd om voor eigen parochie te
preeken en zoo is het niet te verwonderen, dat niet
alleen in cle overheidslichamen, maar ook in talrijke
vakvereenigingen de neiging om de ,,macht aan zich
te trekken” voortdurend grooter wordt, te meer, in-
dien men weet, daarmee ;,in cle pas”te zijn met het-

geen de achtergrond van de algemeene politiek is.
Tegenover deze mentaliteit past dus tde grootste
waakzaamheid. ,,Orediet is een teere juffer”, was een
geliefkoosde uitdrukking van een van de vroegere

hoogleoraren van de Nederlandsche Handelshooge-
school. Publicatie op een ongelegen tijdstip van de
bevindingen van een of andere contrôle-instantie kan
onnoemelijke rampen ontketenen, want het publiek
kan daardoor hij voortduring in. een heel vaak niet
gemotiveerde onrust worden gebracht.

Wat kan gedaan worden?
De vraag of er dan
01)
dit gebied ,,niets te doen”
is, zouden wij i.ntusschen niet eenzijdig ontkennend
willen beantwoorden. Zoo lijkt het wenscheljk, dat
van bankiers- of effectenhandel arenvereenigingen po-
gingen tot voorlichting van het publiek uitgaan, wat

betreft cle juridische verhoudingen, clie verschillende
a.fdeelingen van het effecten- en baukvak beheerschen.
Het ontwerpen van een soort ,,standaard voorwaar-
den” voor rekoning-courantverhoudingen zou won-
scheljk zijn, vooral waar deze materie wettelijk niet
geregeld is; daarmee zou gepaard kunnen gaan het duidelijk maken van cle verschillende vormen van
bewaargeving en van de juridische consequenties van
,,stu kken reken i ng’, ,,leendepot” e.d. Men stelle zich
echter van de gunstige gevolgen daarvan niet al te
veel voor. Het publiek, dat zich op cle hoogte wil stel-
len, heeft daartoe ook thans reeds alle gelegenheid
en lieden, die niet. de moeite willen nemen om zich
behoorlijk van eigen belangen rekenschap te geven,

zijn
niet te helpen.
Indien het waar is, wat over dt geval in de couran-
ten heeft gestaan, dat talrijke cliënten der betrokken
firma verbaasd waren, dat hun fondsen, die ze in
leendepot hadden afgestaan tegen een vergoeding van
2 p,Ct., niet aanwezig bleken te
zijn,
kan men zich
slechts verwonderen over de zorgeloosheici van de be-
trokkenen en over de onwetendheid van de verslagge
vers. Ieder, die op dergelijke voorwaarden leendepot,
verstrekt
moet
weten, dat zijn stukked ,,gebruikt”. zul-
len worden en
hij
moet oolc weten, -dat het afhangt van
• de resultaten van dat- ,,gebruik”, of het -een ,,yer-
bruik” zal worden. Zou het gevolg van deze déconfi-
i ture zijn, dat in het openbaar. de aandacht nog eens
weer duidelijk op dergelijke kwesties gevestigd wordt,
dan zou daarin tenminste een goed gevolg ervan ge zien kunnen worden. Zouden echter
anderzijds
door
verkeerd begrepen gemeenschapsgevoel de recente ge-
beurtenissed leiden tot een serie van dwingende maat-
regelen. door. overheidsorganen, maatregelen, die op.
zijn .best schijnwaarborgen zouden kunnen zijn, dan
zou daardoor de zorgeloosheid van het publiek nog.
maar bevorderd worden en, naar mate de zorgeloos-
heid toeneemt, groeit het gevaar voor ernsti’ge, onge-,
• lukken. – – ,
W. WI-LLEMS

REGENTEN-WIJSHEID?

Technisch is het een lcni1p stuI werk wariuede
negen Nederlanders ons inzicht in ‘den – itand der

publieke financiën hebben verijkt. Duidelijk wordt

bijéén

gecijferd dat alle ,,reëelh’ tekorten duidelijk ‘en
volledig ‘tot uitdrukking (moeten) worden gebracht”,
met vermijding van ,,lastenverschuiving naar de toe-
komst”. – –

– Wie dat zegt, kiest partij in een groot geding:’ al of
niet 1astenvershuiving naar de toekomst.

In ‘dit geding heeft slechts hij recht van ihedepre-

ken, die ‘de kiaéht om zijn land ‘te besturen• in zich

voelt en dus de hand ni.ar de teugels uitstrekt (Thor-
hecke).

De fout der ,,negen-mannen-1938″ schijnt, dat zij

geen poging doen omtrent’ dit hestieren van den
Staat in’ de toekomst eeqige aanwijzing te ‘geven. De
moderne negen-mannen hebben zich beperkt tot de cri-
tiek, tot het aanwijzen Van fbuten ,’aar6ver discussie
open blijft’). Zij hebben zich’heperkt tot achttiende

eeuwsche regenten-kennis.

De conservatieve, staatsgezinde regenten der acht-
tiende eeuw, de leiders van het -economisch .leven en
dus beschikkende over een geheel ander prestige dan
dat van het stadhouderschap, kenden den Staat en
de financiën, zooals die feitelijk waren.

Maar de staatsgezinde regenten faalden, omdat zij slechts beschikten over regenten-kennis. ‘Zij hadden
kennis omtrent de financiën, maar zij misten het
staatsmansinzicht in de nooden van de toekomst.
De negen-mannen, die nu zijn opgestaan, beken-
nen zelf, dat zij slechts over kennis beschikken. -Hun
aanwijzingen over de
noodzakelijkheid
om productie-
kosten te verlagen en do hestaansvoorwaarden van het
particuliere bedrijfsleven te versterken, staan thans
te boek naast de erkenning van de, meest ‘verschrik-

kelijke onmacht om do maatregelen aan te geven,
welke thans van Overheidswege moeten worden geno-
men om een ramp voor ons volk af te wenden. De
negen-mannen 1844 handelden anders, zij hebben (le
toekomst beheerscht.

Met deze regenten-kennis, die – wel fouten consta-
teerde, maar die den uitweg niet, aangaf, is de acht-
tiende eeuwsche regenten–staat roemloos, gevallen.
Onze Regeering heeft méér gedaan – clan haar cri-
tici. Wellicht zullen, enkele ,becijferingen moeten
worden herzien, maar niet voor herziening is vat-
baar het positieve oordeel der.
. ederlandsche Regee-
ring, dat het nu, op dit fatale moment, gaat om het
durven aanvaarden van risico’s ,en om het afwegen

van onderscheiden risico’s tegenover eildaar.
De concrete maatregelen, waarover de negen-man-

nen niet willen ady.iseeren, zijn essentieel. Wie
ons volk toeroept, dat onze Regeening een begrooting foutief heeft opgezet,’ moet de maatregelen aangeven,
welke verbetering zullen brengen.
Machtelooze regenten-kennis bepaalde zich tot een
critiek, welke reeds sinds vele jaren ons budget bege
leidt. Telken jare, sedert 1931, duikt deze critiek op.
Thans heeft men er een trffend.en vorm aan weten
te geven. Maar nu spreekt ook zobveel t,e duidelijker,
dat die mchteloosheid om dan weg te wijzen nani
het k1ein’ lichtje, waarcip wij dioetedaanstuien,. niet
,dateert van: vandaag. Zijn
a0
niemie negen-minnn.
niet, bij cle regenten,,kennii” alleen’ hlijvén staan?
C. W.
DE VRIES.

1)
Zie de laatste’ alinek vaii liet itdtcs, liiidade:
,,O-ndengeteekenden -neenen
‘bij
voorb’uiait’ ‘te moeten
vsttbellen, dmtt hu-n.’nie’t kan worden verweten dat ook zij in gebreke ‘bli,Fven de concrete. maatregelen •aan ‘te
geven, welke, de noo,daJçelj

ke u’i-tgveiiyerleging ,zoudeir
tenreeg brengen. -Imne-rs zij zouden.- nioh ‘daarmede. .he-
‘geven op een terrein dat ,bu’itn. ‘hui.be’vpgdh.eid ligt.”

826

ECONOMISCH.,STATISTISCHE BERICHTEN

2 November 1938

DE DIRECTE MOGELIJKHEDEN DER

WERKVERSCHAFFING BIJ DE WERK-

LOOSHEIDSBESTRIJDING.

In een uitvoerig rapport van 483 pag., Voorzcn

van talrijke tabellen en verduidelijkt door een aantal

kaarten, bespreekt Ir. J. Th. Westhoü, inspecteur

voor cie werkverschaffing te Zwolle, bovenstaand

vraagstuk. Na een korte historische inleiding wordeis
in hoofdstuk T cle subjecten der werkverschaffing
besproken, beziei naar hun geschikthei.d voor tewerk-

stelling, en in hoofdstuk II cle objecten ter beant-

woording van de vragen, welke werken zich het best
tot uitvoering in werkverschaffing leenen, waaroril

bij voorbaat werken op het gebied der cultuur-tech-

niek daartoe gekozen dienen te worden, en of deze
categorie in voldoende mat aanwezig is. Dit laat-

ste hoofdstuk wordt o.a. aangevuld met een opsom-

ming der werken, die zijn goedgekeurd en waarover
gunstig door de Inspectie is geadviseerd, benevens

vermelding van clie objecten, welke in voorbereiding

zijn en die, waarvan uitvoering in de toekomst mo-
gelijk is.

In hoofdstuk 1.11 volgt een bespreking van den.
mcii-
recten en secundairen werkverruimenden invloed vau
de we.rkverschaffing. In hoofdstuk
tv
n’orden de
kosten en in hoofdstuk V de baten der werkverschaf-

fing behandeld, de baten opgevat in den ruimsten zin,
met inbegrip van de verhooging van de sociale en

economische weerkracht van ons volk. Aan hôofdstuk
T
is toegevoegd een uiteenzetting over den landbouw-
economischen en socialen vooruitgang van een in
we.rkverschaffi ag outgonnen gebied in Overijssel, het

waterschap .,het ,,W’esterhuizingerveld”. door Ir. W.
ilam. 1-let boek sluit met hoofdstukken VI en VII,
succ. over een vergelijking van kosten en baten, en
over cie vraag of voor het Instituut
v.
Werkverschaf-
fing cle bedrijfsvorm mogelijk en wenschelijk is.
Zooals uit deze zeer beknopte inhoudsopgave blijkt,
vormen hoofdstukken 1 een II een organisch geheel.

Zij beschouwen de mogelijkheden van. tewerkstelling
t.o.’. de suhjecten en de objecten. Van de werkloo-zon is gebleken gemiddeld pl.m. 13 pOt. voor cul-
tu ur- technisch werk ongeschikt te zijn, waarbij voor

de groote steden het percentage op 20 moet worden
aangenomen, terw’ijl in cle andere gemeenten de on-

geschiktheid op ruim 11 püt. moet worden gesteld. In totaal zouden dan ruim 200.000 arbeidskrachten
beschilcbaar zijn, bestaande uit ruim 170.000, gezins-
hoofden en 30.000 kostgangers.

De objecten bestaan uit ontginningen, i upolderin-
gen en droogniakerije.n, ontwateringen en werken

van ruilverkaveling; daarnaast als tweede groep
ook van verbetering van zandwegen, van ter-
tiaire wegen, en herontginning of verbetering van
bestaanden cuituyrgrond. Teneinde de gedachten

te bepalen kan worden vermeld, dat de eerste groep
zou kunnen omvatten pl.m. 450.000 ha ontginning,
clroogmakeri,j en., ontwatering van pl.m. 220.000 ha
en ruilverkaveling voor pIm. 500.000 ha, waar%’oor

noodig zouden zijn 800.000 manjaren. Met een deel
van de wericzaamheclen van cle tweedè groep samen

kan zoodoende globaal een tewerkstelling van 100.000
arbei clers gecl urende 10 jaa:r worden aangenomen. Er
is dus i nderdaacl een volcioenci aantal culte urtech-
nische werkemi l)eSchikbaar, en de opgedane ervarin-
gen leerden, dat cle ongeschoolde arbeidskrachten zie!i
uitstekênd leenen voor cle uitvoering.
.Dat ciie cuituurtechnische werken niet alleen om
liii ii omvang, maar ook om hun aard bij uitstek ge-

schikt zijn voor bestrijding der werkloosheid, volgt
uit verschillende omstanc!i gheclen. Als annex aan den
landbouw zijn zij arbeid-intensief. Er zal in cle k-
mende jaren een Vrij belangrijk teveel aan arbeiders
blijven, en tewerkstellirmg zal arbeidsintensieve objec-
ten moeten zoeken. Met een percentage bonen van 60-00 pOt. der totale kosten beantwoorden cle cul-
tuurtechnische werken aan dien eisch. Zij hebben

daardoor ook het voordeel, dat zij door lui ii ci i tbe-
taalde bonen . steunbesparend werken, een zeer

groot dleel van dle Icosten in handen der arbeidlers komt en de ,,lekken.” aan invoer van buitenlandsch

materiaal k1en zijn. Onze industrie ondervindt er
den invloed van, niet alleen ddor levering der benoo-
digdheden, maar ook omdat ontginning in de meer-

dorheid der ge’allen gevolgd wordt door bouw van
boerderijen. Een bijzondere plaats nemen in dit op-
zjcl1t de particuliere investeeringen in, daar in vele

gevallen een deel der uitvoeringskosten, en soms een

belangrijk deel, voor rekening van particulieren ge-
nomen wordt. Door beide vormen van geldbebegging,
voor een
vrij
belangrijk deel gevolg der werkver-
schaffing, is de uitvoering, in vergelijking met de
openbare werken, voor ‘de openbare kas voordeelig.
In het Rapport is tot in onderdeelen nagegaan, hoe

de indirecte en secundaire werkverruiming zich uit-
werkt. Als gevolg van de verhoogde activiteit in de

nevenbedrijv en, door aan koop, van kruiwagens smal-
spoor, duikers, koeten en door boercierijenbouw, ont-

staat een indirecte werkverru.iming van 0.24, wat he-
teekent, dat hij indienstneming van 100 arbeiders

bij cultuurtechni sche werken, iii de n evenbedrij veu

24 andere arbeiders aangesteld kunnen worden. De secundaire werkverruiming, als gevolg van het uit-
geven van grootere bedragen door de tewerkgestel-

den dan wanneer dlie in den steun zijn, bedangt 0.16,
cli. .16 per 100 aangenomen steuntrekkende werkloo-

zen. De totale werkverruiming zou dan bedragen 40
man per 100 der naar de werkverschaffi.ng overgaan-
de steuntrekkende wericloozen. Voor deze berekenin-
gen, waarbij, op bas:is van cie cijfers van Reuchlin,

volledig rekening :is gehouden niet de ‘,,lekken” o.a.
als betalingen naar het buitenland voor invoer en als
eventueelo besparingen, zie men het Rapport.

Met de blijvende werkverruiming wordt een ter-
rein betreden, dat in veel opzichten van groot belang
kan. worden geacht. Het uitvoeren van cultuurtech-
nisdhe werken beteekent het vergrooten van de op-
pervlakte cultuurgrond of het verbeteren ervan., met

als gevolg verhoogi ng der agrarische produetivi tei t.

Die verhooging heeft twee zijden. Zij komt, voor wat
het vermeerderen van cultuurg.rond betreft, tegemoet
aan de zeer groote behoefte aan land die er bestaat,
een, belangrijke oorzaak voor het opdrijven van pach-

ten en grondiprijzen en daardoor van verminderde rentabiliteit. De andere zijde is, – dat de prodluctie
vergroot wordlt, ook van die artikelen waarvan ons land een relatief ,,te veel” heeft.

Er zijn voor ons geheele land geen cijfers, die liet
tekort aan grond dern.onstreeren. Een indruk van

den omvang van dit verschijnsel levert het resultaat van een enquête van den RK. Boeren- en Tuinders-
hond in dit jaar gehouden hij bijna 58.000 van zijmi
leden, dus over ccii beperkt gebied, waaruit bleek,
dat daarin 1.0.500 jonge boei-en en tuinders zijn, die
geen hedlr.ijf kunnen krijgen, terwijl hiervan 3022
voldloende kapitaal ervoor bezitten. De langzame ver-
meerdlering van cultu.urgondl, clie cle laatste halve
eeuw plaats vond, hieldi bij lange na geen gelijken tred met de toeneming der bevolking op het platte-
land,
jaarlijks
te stellen op circa 40.000 zielen. Gere-kend tegen een lande!
. j1e agrarische bezetting van 1.
è 0.80 ziel per ha, zou daaruit een vrij aanzienlijke

jaarlijksche behoefte aan grond resulteeren, ook als
men bdvenstaand aantal van geboorten door 2 of 3
deelt. Volgens verschillen die schattingen bestaat die
jaarlijlische behoefte uit 17
it
20.000 ha. Het werkver-

schaffingsplan hield met deze schatting rekening.

Als, alle objecten der werkversc.haffing
zijn
af ge-
leverd en als de Zuiderzee in cultuur is gebracht, geeft
een globale besomming, dat een totaal van pl.ni.
445.000 ha meer cultuurland is ontstaan. Hierbij is
dan de vergrooting van productiviteit in den vorm
van ontwatering en rui lverlcaveling niet uitgedrukt.
Deze oppervlakte is niet voldoende om ons land liet
benoodigde voedsel voor mensch en dier zelf te doen

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

827

verbouwen. Wij zouden zonder export genoeg boter

kunnen produceeren, als dooi oorlog of afsluiting

van grenzen geen buiten]anclsche vetten tot marga-
ri.ne verwerkt kunnen worden, maar wanneer oorlog
tevens beteekent, dat geen buitenlancisch veevoeder
meer beschikbaar komt, dan zouden pl.iu. 750.000 ha
moer cuitu.urlancl noodig zijn om onzen veestapel (dus

ook die veestapel noodig voor het leveren vann de ge-

noemde benoodigde honveelheicl boter) geheel van
eigen bodem te kunnen voeden. Ondanks die 445.000
ha in de toekomst, zal in oorlogstijd hij ongewijzigde

bedrijfsinrichtingen veevoer uit het buitenland noo-
cl ig zijn. Toevoeging van meer cuituurgrond, waarvan

CCfl 0])
‘t oogenblik onbepaalbaar deel weiland zal

worden, lost die moeilijkhei cl niet op, mogelijk be-
staat de tendens dat zij vergroot wordt. En ofschoon
in het Rapport terecht wordt opgemerkt, dat de be-
antwoording van de vraag, of onze veestapel in zijn
huidigen omvang niet veel te groot is, zonder meer
niet bevestigend kan luiden, moest er door den sa-
mensteller toch op gewezen worden, dat en vergroo-
ting van de productie in een meer gewenschte rich-
ting geleid ken worden of dient te worden door pro-

ductieregeling. Daar deze thans gaan wil in de rich-

ting van grooteren verbouw van granen, ontmoeten elkaar hier, overigens niet onverwacht, twee crisis-
invloeden en -bemoeiingen: eenerzijds de doeltreffen-
de en actieve poging om de als gevolg van de con-
ju nctu ur optredende, voornamelijk industrieele, werk-
loosheid te beperken door agarische werkzaamheden,
en anderzijds het streven om die poging aan te vul-
leii en op den duur ook te leiden in de banen, die

de overheid thans meent te moeten aan*ijzen als toe-
komstige richting, waarin onze landbouw zich moet
ontwikkelen. 1

her kunnen vraagstukken rijzen ten
aanzien van het gebruik van den grond, die nu nog
niet in het geheel te overzien zijn,. en waarop hier
niet zal worden ingegaan. Zij tasten in geen enkel
opzicht den juisten opzet van de werkverschaffing aan,
omdat, wat ook de toekomst brengen zal, krachtdadige
bestrijding der werkloosheid thans overweegt.

Ofschoon het omnogelijk is in een kort verslag een
indruk te geven van tal van interessante berekenin-
gen, die in het Rapport voorkomen, dient op de be-
giooting van kosten en baten nader te worden in-
gegaan.

Onder do tegenwoordigo omstandigheden vraagt
ontginnlng van 1 ha hei tot bouw- en weiland in
totaal
f
1093 aan den Staat, waarbij is aangenomen,
dat de Staat 85 pOt. subsidie geeft in den loonpost.
Daartegenover staan de volgende besparingen. Ont-
ginning van 1 ha bevat 81 manweken direct loon, en
cle gemiddelde steunuitkeering op j’ 10.10 stellend,
bedraagt de steunuitsparing dan
f
818.10. De indi-
recte en secundaire werkverruiming stellend op 0.4,
levert 1 ha in ontginning aan werkverruimingen in
totaal 81 X 0.4 = 32.4 manweek. Aannemend, dat deze
tewerkstelling ook steun uitspaart, dan leerden be-
rekeningen, ‘dat die besparing per ha
f
226 bedraagt.
Dat is tesamen een bedrag van
j
1044.10. Neemt men
tenslotte de inkomstenvermeerdering voor den Staat
als gevolg van hoogere helastingopbrengst erbij, dan
komt men tot een bedrag aan indirecte baten vn
rond
f
40
per ha voor de ontginning. Afgezien van
de blijvende werkvorruiming van 1 ha cultuurgrond,
te stellen op 10 menwekon per ha, en van de blijvende
inkomsten aan belastingen enz., is uit een geldelijk
o6gpunt de bestiijding der werkloosheid dan ook
alleszins in den vorm van, het uitvoeren van cultuur-
technische werken te verkiezen boven het uitvoeren
van andere openbare werken, waarbij de loonpost in den
regel een veel kleiner percentage inneemt, ‘met als
gevolg aanzien lijk min der i ndircte werkgelegenheid.
Wij moeten volstaan met dit eene voorbeeld, omdat
nog een andere zijde van het in het ‘Rapport ontwik-
keldo lan de aandacht vraagt. De cultuurtechnische
werken zijn van tweeërlei aaid’: ontginning
en
grond-
verbetering door ontmatering of herontginining. Dit

liiatste woôrcl is misschien
..niet de juiste definitie;
het betreft verbetering van gronden indertijd door

onvoldoende of thans verouderde techni ek ontgonne n.
De ontginning söhept blijvende werkrerruiming, de
grondverhetering leidit tot lagere productiekoston der
bedrijven, en het is deze samenkoppel ing van twee

doeleinden, die de waarde van het plan bepaalt en

verhoogt, omdat ook het scheppen van grond, teneinde

den invloed van den landhonger te verminderen, de

strekking heeft, om via de pachten en grondprijzen,.
veriagend op de productiekosten te werken. Het plan

stimuleert het rationaliseeren der productie; door
verlaging van kosten en de mogelijkheid van grootere

opbrengsten is ook ‘de mogelijkheid van intensivee-
ring geschapen, wat wederom indirecte en. secundaire

werkverruiming inhoudt. Het is ook niet toevallig,
dat juist in ons land de zaak op de beschreven wijze wordt aangepakt. Onze landbouw staat hoog in ver-

gelijking tot dien in het bu:itenland, en daarom zijn
op dat niveau, nog verbeteringen mogelijk, als cie kans
daartoe geschapen wordt. Die kans wordt gegeven
door ontginning of ontwatering of in cultuurbren-
ging op groote schaal, waarvan de Wieringermeer het meest sprekende voorbeeld is, en het is opval-
lend, hoezeer een streek, waarin
0])
die wijze gewerkt
wordt, profiteeren wil om de bedrijven op hooge;r

plan te brengen. Dit beteekent grootere maar ook
goedkoopere productie, een combinatie die inderdaad
cle welvaart van een volk vermag te verhoogen.
Het plan omvat dus zoowel steun voor oprichting
als steun voor betere exploitatie van bedrijven, en

dle ,,steun”, dien de ian.dibou.w ontvangt in den vorm
van crisisuitkeeringen, op te vatten als tegenwicht

tegen werkverenging, die ontstaan zou als het platte-
land tot pauperisme verviel, is niet zoo hoog, dat
die den boer niet noodzakelijk dwingen moet tot
steeds verbeteren der techniek om zijn kosten te ver-
lagen. Ter juiste beoordèeling der maatregelen zal

men dan ook goed doen het geheel in samenhang te
zien. Werkloosheidsbestrijding voor de i ndu strieele
groep in den vorm van werkverschaffing; werkver-
schaffing die door haar loonpercentage duidelijk
rnerkbare werkverruiming geeft; werkverruiming die
in cle agrarische groep tevens tot rationalisatie voert
en aangevuld met eigen initiatief van het individu
daar tot verlaging der productiekosten vermag te
leiden.
In de Millioenen-no’ta van dit jaar is het tewerk-
stellen van 100.000 man tot uitdrukking gebracht,
waarmede een bedrag van 74 millioen gemoeid zou
zijn. Deze som zou gebruikt worden voor ontginning
van circa 20.000 ha hei en voor herontginning van
een aantal ha bouw- en weiland, terwijl bovendien
ontwateringswerken voor 100.000 ha en landwegen, in
hoofdzaak zandwege.n, verbeterd kunnen worden over
een lengte van 3000 km. Daarnaast nemen hehos-
sching, rioleeringen en kleinere andere werken een
bescheidener plaats in. Bovenstaande opzet is onder-
deel van een grooter plan, dat over verschillende
jaren loopt, waarbij subsidies van verschillende zijden
een rol s])elen. Per jaar zouden dus 100.000 werk-
loozen onttrokken worden aan de demoralisatie van
het niets-doen, met een financiering die in alle op-
zichten als gezond kan worden aangenomen, en dit
is een des te grooter nationaal belang, als daarmede
tevens blijvende werkgelegenheid geschapen wordt en
het agrarisch productievermogen wordt opgevoerd.

De bestrijding van massale, werkloosheid kan inder-
daad slechts geschieden door arbeid-intensieve ver-
ken, niet door kapitaal-intensieve.
Voor tal van bijzonderheden en details moest naar
het Rapport worden verwezen. Deze inlasschen in
een algemeene bespreking zou hun wraarde niet tot

haar recht doen komen. Dit geldt ook voor de zeer
lezenswaardige economisch geografische bespreking
van Ir. 1-lam, inzake een ontgon.nen gebiect in. Over-
ijssel, die den wensch opwekt tot het ontstaan van
meer dergelijke onderzoekingen.
VAN
DEN BRIEL.

828

ECONOMISCH-STATISTISCHE ‘BERICHTEN

2 Noverber 1938

HET RENTEVRAAGSTUK IN DE VEREENI-

GING VOOR DE STAATHUISHOUDKUNDE.

Op Zaterdag, 29 October jl. heeft te Den Haag de

jaarvergadering van de. Vereeniging voor de Staat-huishoudkunde en de.Statstiek plaats gevonden.)
Wij willen trachten in het onderstaande de vraag
te beantwoorden wat nu eigenlijk het resultaat is ge-
weest van de beschouwingen der 18 debaters en der

beide praeadvis,eurs. Toen wij ons na afloop, der ver-

gadering .een wijle onderhielden met de Redacteuren
van.dit weekblad, w’erd .beiderzijds de verzuchting ge-
slaakt: ,,Wat zijn wij nu eigenlijk met het debat opge-

schoten? De besprekingen waren zeer zeker boeiend,
mede omdat sommige debaters hun betoog met leu-
tigheid wisten te kruiden. Er heerschte niet die over-

voering met sprekers, waaronder de vergaderingen der
laatste jaren nogal eens te lijden hadden. Enkele spre-
kers, die vroeger wel eens voorliefde toonden voor
het berijden van bepaalde stokpaardjes, hebben de

vergadering vergast op nieuwe en belangwekkende ge-
luiden. Het debat stond op hoog peil…..maar
toch…. wat
zijn
wij nu eigenlijk wijzer geworden?
Men voelt zich na het gevoerde debat verward door
een ‘veelheid van onderling tegenstrjdige meeningen
en ziet zich gesteld tegenover een chaotisch geheel,

waarin het, maar al te gemakkelijk valt het spoor
bijster te raken”.

;,Au lendemain de la fête” meenen wij intusschen,
dat bij nadere ‘beschouwing tusschen een aantal schijn-

baar onvereenigbare standpunten veel gemakkelijker
bruggen geslagen kunnen worden, dan bij het aan-
hooren ‘der debatten het geval scheen, en dat zich

enkele hoofdlijnen laten uitstippelen, langs welke de
jl. Zaterdag geuite gedachten systematisch gegroe-
peerd kunnen worden, zoodat men kan nagaan, of op
basis van de gevoerde bespreking het theoretische in-
zicht in het rentevraagituk kan worden verhelderd en

de zich daaraan vastknoopende practische problemen

op constructieve wijze tot oplossing gebracht kunnen
worden.

Theoriën over de vorming der evenwichtsrente.

Wie zich met het rentevraagstuk wil bezighouden,
zal zich in de eerste plaats een oordeel hebben te vor-
men over de factoren, welke voor de hoog-te van de
rnte uiteindelijk beslissend zijn. Over deze funda-
menteele
zijde
van het vraagstuk bleek ter vergade-
ring aanmerkelijk meeningsverschil.
Overwegend heerschte de meening, dat de rente, als
zijnde de prijs voor de beschikbaarstelling van kapi-
taal,, onderhevig is aan de algemeene wetten der
prijsvorming, zooals deze in de waarde- en prjsieer
zijn opgesteld. De vraâg naar kapitaal (aanvankelijk
in den geldvorm, later om te zetten in andere kapi-
taaJgoederen), uitgaande van de ondernemers, die pro-
ductieinstallaties willen scheppen of uitbreiden, of-
tewel, een ,,productie-om
e

weg’ wenschen te bewande-
len, n die als verdere vragers naar kapitaal de gega-
digden voor conumptief crediet (inzonderheid de
Overheid) naast zich vinden, ontmoet ter kapitaa1-markt het aanbod van kapitaaJ vaji de zijde van in-
• dividueele spaarders, ‘resp. van’bedrijven, die hun winst
reter’veéren.” Dit leidt volgns de ‘gewôhe regelen van
vraag en ab’od tt ht” voren van’eeii mai

ktpijs,
‘i.c. “van’ de kitaJfle’th,
-Wólke
zièh
ih
dit opzicht
niet van adere ‘rjze van ‘goederen en diensten on
dersèhéidt. In,’ dezen zin ‘uitte iich
Prof. Mees
t
die uit-
d±ukkelijk oôi’d’e vbrniidêr kajiiaaliente naar de
• algemeene waarde- en prijsleer verwees; ook het be-
• toégiraiï’Prof. Lièfti’nck
‘ging in deze richting, even-,
alt dat jan Dr Ir. L’Hé.mbiirger.

De
ze
,,via’g-

. aanbodthorie” is, naar het ons
voö’rkömt, oiid; ‘dôci ‘geehsihs verouderd. De inten-
site’it’ vân de : vraag’ tar kapitaal van de
zijde
der
ondernemers hiLngt af van hun winstveiwachting

.’),
Zie
voor vraagste11ingen praeadrvieaen E.-S.B.
van

28,
SelYteniber ji.

,..,

bij de gegadigden voor consumptief crediet wordt d
intensiteit der vraag bepaald door d dringendbeid

van de behoeften, die met het crediet ‘gedekt moéten
worden. De intensiteit van het aanbod wordt’ bepaald

door eei itfwe’ging van de waarde vaii goederen in
het heden tegen goederen in de toekomst, uit w’elké
afweging een meer of minder intensieve neiging tot
sparen en tot het rentegevend maken vtn geld oht-
staat.

Intiisschen, ‘deze theorie moge velen beiredigen,
met Mr. Beyen
was dat niet het geval, evenriiin als
met
Prof. Holwerda..
De eerste erkent weliswaai’de
rendabiliteitsverwachting als grondslag voor de vraag

naar kapitaal, doch heeft in een schriftelijk en mon-
deling betoog, waarvan wij eerlijk gezegd den inhoud
nog
altijd
niet geheel dooi-grond hebben, uiteengezet,

dat het spaaraanbod op de markt voor ,,lang” geld,
düs op de zgn. ,,kapitaajmarkt”, voor de bepaling van
de hoogte van den rentestand op die markt een on-

verschillige zaak is. Veeleer wordt de hoogte van de

rente ter kapitaalmarkt bepaald door ‘de capaciteit dei
markt voor kort crediet, de z.g. ,,geldmarkt”; is deze
capaciteit ruim, dan is de rente ter kapitaalmarkt

laag, is deze eng, dan zal de rente ter kapitaalmarkt
hoog zijn. Beslissend voor de hoogte van de kapitaal-
rente zijn, dus allerminst de verhoudingen op de ka-pitaalmarkt, maar die ter geldmarkt.
Van meer dan één
zijde
is hiertegen bezwaar aan-
geteekend.
‘Mr. Hulshoff Pol
betichtte, evenals
Dr. v.
d. Valic
en schrijver dezes, Mr. Beyen van een aanmer
kelijke overschatting van de beteekenis van ‘de geld-
markt. Wij betoogden om, dat zooals o.i. te-
recht door
Mr, van Leevwen
in zijn praeadvies was uiteengezet – weliswaar tijdelijk een verruiming van
de geldniarkt de rente ter kapitaalmarkt ‘kan druk-
ken, doch dat, zoodra daaruit inflatorische tendeuzen zouden voortvloeien, de ,,vlucht in de goederen” als-
dan den rentestand ter kapitaalmarkt onherroepelijk
zal doen stijgen, tenzij in een dergelijk geval alle

denkbare credietbehoeften op de geidmarkt bevredi-
ging zouden kunnen vinden, hetgeen ons een absurde
veronderstelling lijkt.
Ook in een maatschappij zonder bankcrediet en zon-
der geldmarkt zal zich een zekere kapitaalrente vor-

men; de historie heeft dat genoegzaam geleerd.’De’ze
rente moet toch op de een of andere wijze verklaard
kunnen worden; maar de theorie van Mr. Beyen laat
ons hier volkomen in den steek. Dat wettigt scepti-
cisme tegen de stelling, dat spaargewoonten en spaar-
zin der bevolking voor de hoogte der rente onver-
schillige zaken zouden zijn.

Mocht
Mr. Beyen,,
die ons in zijn repliek tegemoet-
voerde, dat de ervaringen van Engeland en Amerika
‘in de laatste jaren de juistheid van zijn theorie be-
vestigen, zijn leer in dezen zin hebben bedoeld, dat
verruiming van de capaciteit van de geldmarkt
tijde-
lijk
to,t verlaging van de rente op de kapitaalmarkt

kan leiden, dan zal hij ons aan zijn zijde vinden. Maar
in zijn praeadvies staat een ‘dergelijke reserve niet;
daar heet het zonder meer, dat ,,de rentabiliteitsver-
wachting en de capaciteit van de geidmarkt de ‘be-
slissende factoren in de bepaling van de rente op’de
kapitaalmarkt
zijn”
(blz. 14). Dat nu voert o.i. op
‘een dwaalspoor en.leidt de aandacht af van’ de hoofd-
‘factoren
;
die ‘voor de’ hoogte der kapita’alrente’ be-
slissend zijn en ‘waaronder het aanbod van ‘spaâr-
gelden ter kapitaalmarkt een eerste ‘plaats’ inneemt.
Prof. Holwerda
tapte uit een ander’vaatjei Hij stel-
de zich op ‘het standpunt van den ,praktischen he’
legger” ‘en’ verkondigde de meening, dat do hoôgté
der rente een zaak was van puur ‘,,conventioueel”
karakter. ‘Wat op zeker oogenblik als normaal’ als
conventioneel aanvaardbaar wordt gevoeld, zal de
hoogte van den rentestand bepalen. Er is hier’ te lan-
de steeds meer gespaard, dan er door het bedrijfsleven’
:
a
a
n
kapitaal werd gevraagd, zoodat het te èenen male onjuist’ zou zijn om langs den weg der vraag- en ach-
bodtheorie tot opstelling van het begrip ,,natuurlijke

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

829

evenwichtsrente” te komen. Zulk een, rente, aldus
Prof. Holwerda, is
er niet. Wat er wel i, dt is een
rentestand, die volgens algemeen aanvaarde conven.-
ties mogelijk wordt geacht. Vandaar, dat, als in be-
paalde tijdperken de rente te zeer daalt, men daarop

reacties ziet, die nu eens individueel zijn, dan weer
in den vorm van Beleggingsfronten een collectief

karakter drage en die het bewijs vormen, dat. het
gezonde verstand zich verzet tegen een al te hinder-
lijk geachte rentedaling. Zulk een verzet pleegt hier

te lande te ontstaan bij een daling van de obligatie-
rente tot 3 pOt.

Dat deze met een ,,keen sense of humor” voorge-
dragen ,,conventie-theorie” erg overtuigend klinkt,
kunnen wij niet beweren. Het kapitaal, dat tegen be-
paalde rente verhandeld wordt, is een goed, resp. een

geldsom, waarmee men zich de gewenschte goederen kan verschaffen. De beschikbaarstelling van zulk een
goed is hem, die het vraagt, een offer waard; hij
betaalt er een
prijs
voor, op dezelfde
wijze,
als waarop

de kooper van tarwe hiervoor een prijs betaalt. De
kapitaalkooper in het productieproces baseert zich op
de rendabiliteitsverwachting, de tarwekooper baseert

zich op broodbehoefte der consumenten. Is er nu
eenige reden om aan te nemen, dat op de ééne markt,
t.w. die, waar het kapitaal verhandeld wordt, een
zuiver conventioneele prijs zal ontstaan, die dus al
naar gelang van de ,,conventie” evengoed 4 pOt, als
20 pOt. zal kunnen zijn, en dat op de andere markt,
waar toch in wezen hetzelfde geschiedt, niet een ,,con-
ventioneele”, doch een ,,reëele” prijsvorming zal
plaats vinden? Het komt ons voor, dat het stellen van
deze vraag voldoende is om aan te duiden, in welke
richting de beantwoording gezocht zal moeten worden.

Iets anders is het – en wellicht heeft
Prof. Hol-
werda
dat op het oog gehad – dat op de kapitaal-
markt bepaalde zeer groote credietnemers en crediet-
gevers optreden en dat deze door hun omvangrijke
positie ter markt zekere machtsinvloeden ten gunste
van een bepaalde prijsvorming kunnen in werking stellen. Dat is echter heel wat anders dan een puur
,,conventioneele” prijsvorming. En bovendien zijn der-
gelijke machtsfactoren, althans in onze maatschappij
aan tamelijk enge grenzen gebonden. Een Staat, die
niet een volkomen heerschappij heeft over de kapi-
taalmarkt in zijn land, kan de rente niet forceeren
beneden het peil, dat door den spaarzin der bevolking
eenerzijds, de rendabiliteitsverwachtingen van het be-
drijfsleven anderzijds, woi-dt aangegeven. En een Be-
leggingsfront zou slechts dan de rente ongelimiteerd
kunnen opdrjven, indien het nergens lekken vertoon-
de, en zelfs onder zoo gunstige omstandigheden zou
het vermoedelijk nog zijn eigen ondergang bewerk-stelligen, daar een relatief te hoog opgevoerde rente
het bedrijfsleven belemmert, waardoor na verloop van

tijd de vraag naar de middelen van een dergelijk front
zou afnemen, zulks tot algemeene schade.

Nu
wij
via
Prof. Holwerda
toch
bij
het Beleggings-
front zijn aangelaud, willen wij even terloops op-
merken, dat dit front zeer heftige bestrijding vond
bij
Dr. Ir. Dyt,
die het, als wij hem goed begrepen
hebben, een der schandalen van dozen tijd achtte, en
dat ook
Mr. Van Leeuwen,
die ietwat schamper op;
rnrkte, dat een Beleggingsfront in principe evengoed
geoorloofd was als een arbeidersvakvereeniging, toch
weinig sympathie voor een dergelijk streven had, voor-
eerst omdat daardoor de oppotting van geld (,,hoar-
ding”) toch
altijd
eenigszins scherpere vormen zal
aannemen en voorts omdat een hooghouden. van de
obligatierente het écart tusschen het rendement van aandeelen en dat van obligaties verkleint, waardoor
dc toevloed van spaargeld naar het bedrijfsleven in
den vorm van aankoop van aandeelen wordt belem-
merd, iets, wat deze praeadviseur ongewenscht vond,.
inzonderheid in dezen tijd van toenemende ,,rente-
niersmentaliteit”. .

Zoo vond dus het betoog van
Prof. Holwerda
van
meer dan één zijde bestrijding.. Wij vernielden in dit

verband ook nog de uiteënzeting van.
Dr. Hanibur-
ger,
die,
blijkbaar
in aansluiting bij .het ook Ioor
Mi. Van Leeûwen
in zijn
1
prae’advies aanvaarde be-
grip ,,natuurlijke rente”, in een betoog, hetwelk wij
met ongemeen genoegen hebben beluisterd, uiteen-

zette, dat in elke phase der economische ontwikke-

ling de rente naar boven en naar beneden aan enge
grenzen gebonden is.

Alles tezamen genomen, wil het ons voorkomen, dat

de ‘algemeene waarde- en prijsleer, toegepast op het
gebiedder kapitaalrente, er in het debat van jl. Za-

terdag met zeer weinig kleerscheuren is afgekomen.

Schoni,melingen op langen termijn in het rente-
niveau.

Naast de vraag, welke factôren van beteekenis ijn
voor de evenwichtsrente, zooals deze zich bij uitwer-
king van alle op een gegeven moment werkzame krach-
ten zou vormen, staat liet probleem van de rente-

schommelingen, en wel inzonderheid van de schom-

melingen gedurende lange tjdsperioden. Daarover
heeft
Mr. Beyen
in zijn praeadvies niet gesproken.
Mr. Van Leeuwen
heeft daarentegen verband gelegd
met de lange golven van het prijsniveau, die in be-
langrijke mate, hoewel niet steeds zonder uitzonde-
ring, tot dienovereenkomstige schommelingen in dec
rentestand aanleiding hebben gegeven en die harer-
zijds met de ups en downs der goudproductie in nauw
verband staan. De beteekenis der lange prijsgolven
werd al dan niet onder aanvaarding der goudhypo-
these ter vergadering erkend door Mr. W. J. L. van Es,
Dr. ir. Dyt, Dr. Ir. Hainburger,
Prof.
Lief tinck
en
J.
W. F. Sligting.
Daarnaast werden echter met betrek-
king tot de momenteele situatie ook andere factoren
vermeld, die tot rentedaling hebben geleid.
Verschillende sprekers, zooals
Prof: Lief tincic
en
Dr. Van der Vaile
wezen op de politieke onzeker-
heid, welke evenzeêr als de ,,lange” neerwaartsche golf de neiging tot investeering van spaargelden in
het bedrijfsleven belemmert.
Dr. Hamburger
ontwik-
kelde een belangwekkende theorie over de verminde-
ring van het groeitempo in het economisch leven en

over kapitaalsconcentratie in de bedrijven.
Prof. Lief-
tincic
en de heer
Sligting
wezen op den invloed van
achteruitgaanden bevolkiugsaanwas.
Dr. Lubbers
was
van mneening, dat de gouden standaard van alle ellende
de hoofdschuldige was en geleid had tot verstarring
en toenemende Overheidsordening, die den onderne-
mingsgeest hebben gedood. Wat de situatie van het
oogenblik betreft, zoo wees
Dr. G. C. A. van Dorp
erop, dat juist de devaluaties tot eén enorme verrui-

ming van de geldmarkten geleid hadden en dat daar-
door de rentestand zoo laag was geworden, terwijl
Dr. Dyt
als factor van beteekenis aanwees de ophoo-

ping van goud in de crediteurenlanden, die ongeneigd
waren geweest zich in goederen te doen betalen.
De beweging van den rentestand is eenresultante
van vele krachten. Het ware o.i. bedenkelijk eenzijdig
dit verschijnsel aan één enkele oorzaak toe te schrijven.

Voorstellen voor niet-monetaire beïnvloeding van
de vraag.

Nu is de rentedaling slechts ten deele als een maat-
schappelijk ziekteveschijnsel te, beschouwen. Voorzoo-
ver
1
zij een gevolg is van afnemend bevolkirmgsaccres
eii geleidelijke verzadiging met kapitaalgoederen, is

de rentedaling niet anders dan een volkomen nor-
maal verschijnsel, onaangenaam mogeljkerwijze voor
bepaalde groepen van beleggers, maar zeker niet een
euvel, waartegen men als zoodanig te velde zou moe-
ten trekken. ‘

Anders’ is het gesteld met die factoren, die rem-
mend werken op de vlotte inesteering van bespaarde
bedragen en die daardoor tot opeenhooping van stil-
liggend geld, tot daling van de geldcirculatie en daar-
door bij
wijze
van vici * euzen cirkel tot nog vorderen
achteruitgang van de investeering leiden. Van zulke
factoren vallen .er moménteel heel wat aan te wijzen
en het laat zich dan ook begrijpen, dat ter vergade-
ring een menigte voorstellen wrd gelanceerd om

830

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 November1938

tot gezondmaking van den toestand te geraken.
Wij moeten hier volstaan met een korte vermelding
van de voornaamste voorstellen der clebaters, hier en
daar onder toevoeging van een enkele kritische kant-

teekening.
Prof. Maas
legde – o.i_ volkomen terecht – ver-

band tussèhen den lagen rentestand, het gebrek aan
rendabiliteit van het bedrijfsleven en de groote werk-

loosheid en concludeerde uit deze laatste, dat de men-

chelijke arbeidskracht te duur is. Loonsverlaging zal
dus onvermijdelijk zijn ter opheffing van de werk-

loosheici, waardoor ook het stilliggend kapitaal weer

in beweging zal komen.

De spreker werd ten deze bestreden door
Mr.

.Beyen,
die meende, dat loonsverlaging de binnen-

landsche conjunctuur te zeer zou aantasten, terwijl

hij bovendien Prof. Mees’ beroep op Duitschlanci
wraakte. in het laatste punt willen wij hier niet tre-

den. Slechts zouden wij willen opmerken, dat
Mr.

Bcpen
– en hetzelfdë was, naar het ons voorkomt,

met
Prof. Lief inc/c
het geval – verstrikt is geraakt
in de bekende ,,koopkrachttheorie”, die men in econo-

miscli opzicht ,,die graue Pestilenz dieses Zei.talters”
zou kuanek noemen, op grond waarvan de econo-

mische politiek van verscheiden landen tot een vol-
komen fiasco is geworden. Hoog loon,
Prof. Maas

zeide het terecht, is goed, wij moeten er met alle

kracht naar streven, maar het mag nimmer gaan ten

koste van de rendabiliteit van het bedrijfsleven.

Daarnevens werd door enkele sprekers een lans ge-
broken voor kapitaalexport ter wegwerking van het

stilliggend en rentedrukkend kapitaal hier te lande.
Mr. Hv1shoff Pol
pleitte voor belegging in Indië,

Mr. H. A. Iiartogh
voor kapitaalexport in het alge-

meen, waarvoor hij intusschen aanhaking van cle No-
drlandsche valuta bij een huitenlandsche geldeenheid
hij noemde den Dollar – een voorwaarde achtte.
Het laatste voorstel was concreter dan het eerste; het

berust op aanbeveling van een duidelijk aangegeven
valutapolitiek, op welker mérites wij hier overigens
tha.ns niet zullen ingaan.

Inschakeling van cle Overheid werd aanbevolen

door
Dr. Hamburger,
echter niet bij wijze van orde-
ning van de productie, waarvan hij niets moet heb-
ben, doch in den vorm van systematische ,,research”
naar nieuwe technische mogelijkheden, die tenslotte
aan het kapitaal het gewenschte emplooi zullen moe-
ten geven.
Veel verder in hun liefde voor Overheidsingrijpen
gingen
Prof. Lief linck
en
Mr. Hulshoff Pol.
De eerste achtte toenemend Interventi:onisnce nood-
zakelijk in dezen tijd van algeheele structuurverande-
ring en sterk afgenomen vertrouwen in het econo-
misch autonatisme. De Staat grijpt reeds op tal
van punten in het economisch leven in en terugtre-
den van de Overheid op dit gebied is in de huidige om-

standigheden een vrome wenseh. Daarom mot meer-
ciere systematiek in de economische politiek worden
verlangd ter verhooging van de zekerheid van het be-
drijfsleven. 1-lelaas liet de spreker na ons eenig
richtlijnen aan te geven, langs welke zich de door
hem aanbevolen ,,Overheidspolitiek op de lange baan”
zou hebben te bewegen, zoodat deze baan ons Voors-, hands ietwat nevelig is gebleuen..
Mr. Hulshoff Pol,
wiens uiteenzetting in dit op-
zicht een weinig ,,gouvernementeel” klonk, zorgde er-
voor, dat de protectionistische noot in het debat niet
ontbroken heeft; hij pleitte rondweg voor bescher-
ming teneinde braakliggend kapitaal aan emplooi te
lielpeii. Dat deze spreker niet de moeite heeft geno-
men de vraag te behandelen, of door het animeeren
van kapitamd ten behoeve van beschermde bedrijven
in andere, niet beschermde
bedrijven
niet een nieuwe
depressie zou ontstaan, zal, naar wij aannemen, niet
alleen schrijver
dezes, doch ook anderen niet pijnlijke
verbazing hebben vervuld.
Natuurlijk komt in tijden als deze ook de leuze:
,,rneer consumeeren, minder besparen” naar voren.

Aldus bijv. de heer
Sligting
en eenigermate ook
Prof.

Lieftincic.
De eerste pleitte voor opvoering van den

levensstandaard; dus verhooging van consumptie
en

aanwending van het kapitaal voor productie ten be-
hoeve vCn de binnenlandsclie markt.

Als de uitvoer bemoeilijkt wordt, gelijk in feite het
geval is, dan zal er inderdaad niets anders opzitten,
dan dat men meer voor de binnenlandsche markt gaat

produ.ceeren. Maar dan bedenke men, dat men er niet
komt met leuzen als ,,hescherming van de binnen-

landsche nijverheid” of ,,opvoering van de consump-
tie in het eigen land”, maar dat aan dat alles zal heb-

ben vooraf te gaan een rationeele en goedkoope in-

r.iehtingvan de productie, die de binnenlandsche be-
hoeften in ruimere mate dan voorheen zaÏ hebben te
bevredigen. Dus: geen loonsverhooging in het belang

van opvoering van den afzet der producenten, doch
aanvankelijk juist loonsverlaging (vgl.
Prof. Maas), gesteund door pogingen tot wetenschappelijke fundee-

ring van de productie (vgl.
Dr. Hamburger);
de con-
sumptie komt vanzelf wel, als er goedkoop geprodu-
ceerci wordt en behoorlijk reclame wordt gemaakt om
het nieuwe ter kennis van den consument te bren-

gen. M.a.w. men bezie eerst de kosten en de ge-

schatte opbrengst en regele daarnaar de helooning

van de medewerkers. Ook in het betoog van den heer
Shigting
schuilt weer de adder der koopkrachttheorie
onder het gras!

Voorts is uiteraard de vraag hesprolcen, of de Over-
heidi het stilliggend kapitaal kan aanwenden voor

uitvoering van z.g. ,,proclucti eve” wericen, waarvoor
Prof. Lief tinc1c
pleitte, en eventueel voor iniproduc-tieve doeleinden (defensie), waarvoor
Mr. Spa-t
het

pleit voerde, maar waarvoor
Mr, Beyen zich
bevreesd
betoonde op grond van de overweging, dat de ople-
ving, die uit bewapening voortvloeit, een ,,eenmalig”
Icarakter draagt en
vrijwel
onvermijdelijk door een
depressie wordt gevolgd.

Zoo waren er dus vele voorstellen. Men kan deze,
o.i. het gemakkelijkst beoordeelen door ze te toetsen aan de fundamenteele vraag, of zij het bedrijfsleven,

niet partieel, doch in ijn geheel bezien, rendabeler
maken of niet; zoo ja, dan zijn zij aanvaardbaar en

geëigen.d om ongezonde daling der kap itaalrente tegen
te gaan, zon neen, dan past de grootste mate van
sceptici sme.

Tenslotte vermelden wij nog een enkel punt uit de discussie, t.w. de rente voor loopende bankcredieten op korten termijn.
-Dr. van Dorp
maitkte de oprner-
king, dat weliswaar op bepaalde gebieden van rente-
daling sprake :is (bijv. met betrekking tot obligaties),
doch dat loopende bankcredieten duur waren; hij
noemde als debetrente in rekening-courant voor be-
drijfscredieten ten behoeve van hem hekede indus-
trieën hier te lande een rentepercentage van 534 pOt.
Mr. van Leeuwen
diende hem repliek en zette ïiteen,
dat de rente, waarvan Dr. van Dorp sprak, alleen
gold voor credieten, die de banken met op langen ter-
mijn beschikbare middelen moeten financieren; voör
credieten van prima-liquiditeit geldt een veel lager

ren.tetype conform de verhoudingen ter geldrnarkt.
Voor industrieele credieten was de rente in cle laatste
jaren gedaald van 6% naar 534. pOt., dus evenals de
obligaties met 1 pOt. Van genoemd peicentage ian
5% pOt, moet rond 1 pOt. voôr onkosten en 1 pOt.
voor risico worden afgetrokken, zooclat er 3% pOt. overblijft, zijnde juist het laagtrpeil, waarop het Be
leggiugsfront de obligatierente wil handhaven.- Van
overmatige hankrente, aldus
Mr. Van LeeuWen;
kan
derhalve niet worden gesproken.
Wij laten het bij deze grepen uit de besprekingen
van den 29sten October. Wanneer men de thoreti-
sche en practische argum.enten orei het rentevrami-
stuk groepeert; zoo blijkt, naar ‘ij mee.neri, dat dit
debat niet zonder beteekenis is géweest en ongetwij-
feld zal kunnen
bijdragen
tot het verhelderen van de
inzichten over d.it probleem en tot de voorbereiding
van een doeltreffende economische politiek.
G.
M. V. S:

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

831

HET WERKLOOSHE!DSVRAAGSTUK IN

NEDERLANDSCH-INDIE.

Op 31. Augustus ji. werd door de Regering hij
den Volksraad een Nota’) over de werkloosheidsbe-
strijding ingediend, waarbij het cle moeite loont even

stil te staaii.
liet nieuwe element in deze nota vormt het ge-

zichtspunt der Regering, gehoord het advies van
het Centraal Comité voor Steun aan
Werkloozen,

dat thans het moment gekomen is om tot consolidatie
over te gaan, de arbeidsverhoudingen moeten thans
als normaal worden beschouwd, aldus de nota, welke

onderscheidt tussen (1500) ,,blijven de steun trekkers”

en zogenaamde
,,,nieuwe
werklozen, dat zijn zij, die

onder de
thans als normaal
te. beschouwen arbeids-
verhoud ilngen buiten hun schuld ontslagen worden”.
De steun-uitgaven zijn vanaf 1934, sinds welk jaar

hij cle verschillende steuncomité’s systematisch werd
aangestuurd op liquidatie, sterk gedaald. Men heeft

de gesteunden getracht bij te brengen, dat als de
samenleving hen binnen enkele jaren na hun werk-loos worden niet weer in de oude positie had opge-
nomen, (te enige oplossing was op lager niveau te

trachtei weer een werkzaam lid der samenleving te worden. Blijkbaar is dit proces van omschakeling –

vaak met herscholing gepaard – nu zo ver doorge-werkt, dat het Centraal Comité durft te stellen, dat
thans een toestand bereikt is, waarop geconsolideerd
kan worden.

Men onderscheidt dus in de eerste plaats een
rest-
groep,
zgn. ,,blijvende steutrekkers”, die met tegen-
prestatie steun zullen behouden en onder toezicht
blijven van de oude steuncomité’s. Daarnacst worden
genoemd
nieuwe werldlozen,
dat zijn zij die geschikt
en bereid tot arbeid, tans buiten, hun schuld out-

slagen worden en niet zelf in hun onderhoud kunnen
voorzien. Deze mensen, in. de nota verder aange-
du.id
als reële werklozen, en dat deel van de jéugd, dat op de arbeidsmarkt niet binnen korten tijd em-
plooi kan vinden ) zullen aan de vroegere steunco-
mité’s worden onttrokken en zullen worden gesteld
onder de hoede van negen nieuw georganiseerde

steunfondsen. De te verlenen hulp zal als regel
slechts worden verschaft door tewerkstelling in werk-
centrales, met het doel hierdoo.r de geestelijke en
lichamelijke arbeidsgeschiktheid op peil te houden.

liet is wel merkwaardig en een syrnptoom van ver-
trouwen in de toekomst van cle – onder directe lei-

ding van een lid van den Raad van Indië werkende
– steunorganisatie, dat men een dergelijke consoli-
ciatie-maatregel thans durft nemen en dus noch rekent
met de mogelijkheid van het weer eens optreden van
een, min of meer massale tijclljke werkloosheid, noch

(le mogelijkheid voor waarschijnlijk houdt, dat door een
aanzienlijke verbetering van de arbeidsmarkt ook de,
in de huidige omstandigheden practisch onbruikbaar
schijnende, blijvende werklozen weer in let leger der
werkenden worden opgenomen.
Inderdaad geeft het aantal ingeschrevenen hij de
arbeidsbeurzen nog steeds een daling te zien; echter loopt ook het aantal plaatsingen en het aantal werk-
geversaarivragen de laatste maanden iets terug.
Het is uitermate moeilijk vast te stellen
01)
velk
moment men kan zeggen, dat cle verder nieuw op-
tredende werkloosheid niet meer is te wijten aat
depressieve invloeden, maar moet worden beschouwd
als normale overgangs-, h’erschoiings- of seizoens-
werkloosheid. Een dergelijke uitspraak houdt feitelijk
in, dat men. de bestaande situatie voor wat de werk-
gelegenheid betreft van nu af als ,,normaal” be-
schouwt; een uitspraak, die wij hij de, bestaande on-
derhezetting van het In isch productie-apparaat en
hij cle afhraakprijzen, waarvoor diverse producten
nog steeds moeten worden verkocht en (Ie vele

‘) Volksraaclzitting
1938/39—
Ond. 1—Mci. IT —No.
ii.
2)
Geschat op
3
a
4000 personen.

labiele evenwichten, die de handelspolitieke situatie

in de wereld vertoont, niet gaarne voor onze reke-
ning zouden nemen.

Het bezigen van het woord ,,normaal” heeft altijd
eigenaardige risico’s; het wekt hij lezers of hoorders
voorstellingen op, clie niet de minste zekerheid bieden
op onderlinge overeenstemming en het bevat in dit

geval een zekere prospectieve uitspraak, die bepaald

gevaarlijk moet worden geacht voor het elkander goed

begrijpen.

Voor hem, die sinds 1931 het worden en ontwikke-
len van de Indische werklozensteunorganisatie heeft

gevolgd, is de geschetste gang van zaken weinig ver-
rassend.

De mens toont nu eenmaal een afnemende gevoe-

ligheid voor zich steeds hnrhaiende prikkels, zodat
het afnemen der geldelijke bijdragen van het – ove-
rigens van veel hurgerzin blijk gevende – Indische

publiek reeds sinds 1935 overal te constateren was.

Dit bracht noodwendig met zich toenemende geldhij

dragen van de Overheid en daarmede een geleidelijke
verplaatsing der verantwoordelijkheid voor de steun-
maatregelen naar MT
e
lt
evre
d
en.

Deze verantwoordeljkheidsverschuiving deed op
haar beurt behoefte ontstaan aan meer coördinatie en

straffere organisatie, wat zich onder meer wel moest
uiten in steeds verdergaande codificatie der steun-
regelingen: een odificatie, die op Java nog groter
gevaren en bezwaren met zich brengt dan in Euro-
pa ‘). Volkomen in de lijn der ontwikkeling ligt dan
het streven de werkloosheidsbestrijding te ontdoen
van de liefdadigheidselementen, door haar outstaans-
geschiedenis enerzijds en door het ontbreken van een

aan de eisen voldoende armenzorgregeling ander-
zijds, daarin gekomen.

In dit licht moet men dan ook bezien de mede-
deling in de onderhavige nota, waarin de opheffing
der steuncomité’s en de instelling der genoemde steun-
fondsen worden gemotiveerd, doordat dit nodig was,
omdat de plaatselijke comité’s een te grote vrijheid
gewend waren en zich niet goed aanpasten aan cen-
traal gezag. Dat men daarbij tracht van de nog be-staande particuliere organisaties gebruik te maken
om te bereiken, dat de groep ,,blijvende werklozen”,
voorzover die nog te goed voor armenzorg wordt
geoordeeld, een verzorging op wat hoger peil ont-

vangt dan zij hij dearmenzorgorganisaties zou kun-
nen krijgen is evenzeer hegrij’pelijlc en tot op zekere
hoogte te waarderen.
Daarom ware het n.m.m. wenselijk geweest, dat men
de te hanteren criteria wat scherper had gesteld en
anders had gelegd door te onderscheiden:
Groep
1: Zij,
die nog kort werkloos zijn (bijv. maxi-
maal 1 jaar) en van wie verwacht mag worden; dat
zij nog kans hebben in hun oude beroep te worden
geplaatst (te ondersteunen met geld-steun zonder

andere tegenprestatie dan gebleken werkwilligheid en
OP
een peil, dat tegen declasseren hehoedt).
Groep
II:
Zij, die langer werkloos zijn doch nog
lichamelijk geschikt tot arbeid (te steunen op lager
peil met gevorderde arheids-tegenprestatie, welkè ge-
richt moet zijn op herscholing).
Groep
III: Zij,
die door lichaams- of zielsgehreken
hij groep II gebleken zijn ongeschikt te zijn voor zelfs
eenvoudige arbeid (over te brengen naar armenzorg-
organisaties).

Men had langs die weg het gestelde doel, diseri-
lmnering hij de behandeling van gesteunden zeer

wel icunnen berei lce.n, geheel los van cle stand der conjunctuur en veel eerder zonder deze maatregel te
doen steunen
OP
een stelling, die economisch niet
gefundeerd schijnt en zonder de kans te lopen hen,

op wie de l)etaande steunorga»nisaties dreven, te
kwetsen.
CooL.

) Zie daarover het opstel van schrijver ciezes in de
Eeonomist van Februari en Maart ji.

832

S

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 November, 1938

NORMEN VOOR DEN ARBEID VAN

OVERHEIDSPERSONEEL.
1.

Toen
B.
en
W.
vn Rotterdaa tot centralisatie van
de behandeling der personeelszaken meer dan tot nu
toe het geval was besloten,
zat
daarbij de gedachte
voor een zoo efficiënt mogelijke personeelsvoorzie
ning na

te streven. Tevens werd de centralisatie nog-
dig geoordeeld om een zoo uniform mogelijke waar

deering van het gemeentepersoneel te verkrijgen.
Na de algemeene verlaging der bonen en salaris-

sen met 5 pOt., waartoe de Regeering ook de ge-
meente Rotterdam in den aanvang yan 1936 dwong,
werd de noodzaak eener technische herziening der
béstaande regelingen scher,p gevoeld.
Deze technische herziening, waarbij tevens met een

aantal desiderata van het Rijk rekening moest wor-

den gehouden, beoogde aan de in de practijk geble-
ken bezwaren tegemoet te komen. Tevens werd naar
vereenvoudiging der regeling gestreefd. Iii het bij-

zonder had de practijk geleerd, dat al te groote
detailleering zeer hinderlijk was bij een richtige toe-
passing der bepnligen.
De voor de practijk eener loon- en salarisregeling
beslissende promotiemethode had geleerd, dat men

althans streven moest naar een centrale beoordeeling
van promotievoorstellen. Weliswaar beslist het
Col-
lege van B. en W. tot promotie van ambtenaren en

werklieden, maar van dit College kan moeilijk wor-
den gevergd, dat het voorstellen tot promotie,
zoo-
als deze door de hoofden van dienst worden inge-
diend,, inderdaad met kennis van détailzaken kan

beoordeelen.
Als een instituut voor centrale beoordeeling func-

tiohneert dan ook tegenwoordig in Rotterdam de z.g.
pomotiecommissie, welke onder voorzittersch&p van
dan wethouder voor de Algemeene Personeelszaken
is samengesteld uit een zevental hoofden van dienst,
terwijl de chef der afdeelink Personeelszaken als

secretaris fungeert. Alle promotievoorstellen worden

in deze commissie bezien en zoodoende
is
een groote

mate van waarschijnlijkheid aanwezig, dat objectieve
beoordeeling plaats vindt. Te meer omdat deze pro-motiecommissie haar taak verricht aan de hand van

normeii, welke na zorgvuldige voorbéreiding zijn

vastgesteld.
Als voorbeeld mogen hier volgen de normen, voor
den arbeid van het administratief personeel vastge-

steld:

Schrijver (schrijfster).

Eenvoudige administrateve arbei, welke niet niee
vergt dan eenig inzicht, benevens nauwkeurigheid, ken-
nis van de toe te passen bepalingen en c.q. touhine, een
en ander in zoodanige posirtie, dat de ambtenaar met be-
trekking tot zich voordoende moeilijkheden zoo noodig de
hulp van een hooger geplaatste kan inroepen.
Voorbeelden van zoodanigen arbeid:
ordenend werk, opmaken van missiven en besluiten, waar-
voor formulieren bestaan en waarvoor dus geen redac-
tioneele bekwaamheid noodig is, verstrekking van een-
vou.di.ge
inlichtingen aan het. publiek.

Kantoorbedzende.

Eenvoudige administratieve arbeid als omschreyen bij
den rang van schrijver (schrijfster), terwijl voorts aan
edn of meer der navolgende vereisohten w’orde voldaan:
10.
dat eenig zeer eenvoudig redactiewerk wordt ver:
richt;
2o. dat buritengewone routine, vtardigheid en betrouw-
•baarhid in het sohrijvers- (schrijfsters-) werk wordt
gevergd. ‘

Klerk.

.

Admin’istrative arbeid, waarvoor, behalve de voor den
schrijversarbeid gevergde nauwkeurigheid, .kehnis van de
toe te passen bepalingen en routine, een in eenigsains
belangrijke mate verstandelij.ke beoordeeliug ‘van zich
voordoende gevallen en vragen nqodig is, terwijl voorts aan een of meer der navolgende vereisohten worde vol-
‘daan:

10.
dat eenvoudig redactiewerk wordt verricht;
M. dat de toe te passen bepalingen van eenigsnins in-
gewikkelden aaad zijn;
3o. dat zelfstandig gehandeld wordt;
4o. dat leiding wordt gegeven aan den arbeid van enkele
andere ambtenaren van lageren rang.

Klerk- kassier.

Administratieve arbeid, als oznschre’ven bij – deü rang
iran klerk, terwijl bovendien k-assierswerk ipoet worden
ve riiicht van beteekenenden omvang en verantwoordelijk-
huid.

Adjvnct-Comrnies.

Administratieve arbeid, waarvoor een zekere mate van
zelfstandige beoordeeling van zich voordoende gevallen en
vragen noodig •is en welke een grootere verantwoordelijk-
heid met zich medebrengt dan de taak van klerk, terwijl
voorts hiervoor noodirg is, dat de ambtenaar eenirg inzicht
heeft in dan -algenieenen gang van -zaken bij den tak van
dienst, waaraan hij is verbonden, en dat hij in staat is een
vet of verordening met goed begi

ip te lezen.
Verder worde aan een of moer der nayolgende vereisch-tea voldaan:

lo. dat redactierwerk wordt verricht, wa.arbij met de ge-
wone routine-brieven niet altijd kan wordeij volstaan;
Zo. dart de ambtenaar belast is met de voorbereiding van
meer eenvoudige beslissingen van het Gemeentebe-
stuur of het Hoofd van l)’iens-t;

3o, dat betrokkene de leiding heeft over een aantal (niet
slechts enkele) andete ambtenaren van lageren rang;

4o. dat hij aangewezen is om bij diens afwezigheid de
taak van een commies volledig en zoo noodig gedu-
rende la.ngeren tijd waar te nemen.

Commies.


Administratieve aibeid van denzelfden aard als die vaa
den •adjunct-commies, maar van meer gewicht en groo-
ter moeilijkheid, zoodat betrokkene in staat moet zijn tot
zelfstandige beoordeeling van zich voordoende gevallen en
vragen van Vrij ingewikkeldon aard en een vrij groote mate
van verantwoordelijkheid moet kunnen dragen. Vereischte
voor dezen arbeid is voorts, dat beschikt wordt over een
behoorlijk inzicht in den algemeenen gang van zaken bij den tak van dienst, w-aarâan de ambtenaar is verbonden
en dat hij in staat is wetten en verordeningen met goed
begrip te lezen en te interpieteeren.
Verder worde aan een of meer der volgende vereischten
voldaan:

1. dat vrij gei-egeld redactiewerk wordt verricht, dat
den redacteur den eisch stelt zelfstandig quaestiies
te behandelen, vragen op te lossen en formulceringen
te ontwerpen;

Zo. dat de ambtenaar belast is met de voorbereiding van
vrij belangrijke beslissingen van het Gemeentebestuur
of het Hoofd van Dienst;

3e. dat betrokkene de leidin
g
heeft van een eenigizins
belangrijk aantal andere ambtenaren van lageren
rang;

4o. dat hij aangewezen is om bij diens afwezigheid de
taak van een hoofdeornmies volledig en zoo noodig
gedurende l.angeren tijd waar te nemen.

Hoofdconernies.

Administratieve arbeid van deneelfden aard als die van
den commies, met dien verstande echter, dat het in deze
functie te verrichten werk als werk van groot kaliber
mag worden gekenmerkt. Dit brengt mede, dat de -hoofd-
conimies elfstndi.g moet kunnen oordeelen over de moei-
lijkste voorkomende gevallen en vragen op iijn amb-tster-rein en dat de behandeling van belangrijke onderafdeelin-
gen aan hein volledig moet kunnen worden -overgelaten»
Van den algerneenen gang van zakkn bij -dén tak van –
dienst, waaraan hij verbonden •is, dient hij een ruim eer-
zicht te hebben, terwijl hij tot een vlot hanteeren van -wet-,
ten en verordeningen in staat moet zijn. – –
Verder worde aan een of meer der volgende – vereiischten
voldaan:

lo. dat het moeilijkste redactiewerk wordt verricht, als
het samenstellen van Raadsvoorstellen, het ontwer

pen van verordeningen, reglementen, e.d.;

Zo. dat de ambtenaar belast is met de voorbereiding van
belangrijke beslissingen van het Gemeentebestuur of
het Hoofd van Dienst;

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

833

3o. dat betrokkene de zelfstandige leiding heeft van een
afdeeliug of, indien hij ouder een afdeelingsehef
staat, van een belangrijke onderafdeeling;

40.
dat hij, wanneer Jaij onder een afdeelin.gschef staat,
is aangewezen om bij afwezigheid vnu deren, ten
aanzien van zijn onderafdeeling de positie van den
afdeelingsohef volledig zoo noodig gedurende lange-
ren tijd waar te nemen.

:waar. ook de arbeid van deze pi’emotiecommissie
ongetwijfeld leemten laat is hierin tenslotte nog voor-
zien door de instelling van een beroepscommissie,
samengesteld uit twee hoofden van dienst en twee door

de personeelorganisaties aangewezen leden, welke B. en
W. adviseeren over klachten van het gemeenteperso-neel voor zoover betreft onjuiste indeeling.

Wij hebben het voorgaande ietwat uitvoerig ge-
schetst, omdat dit naar onze opvatting de eenig doel-
treffende methode is om tot de allerwegen gewenschte
eenheid te komen. Zoolang men blijft twisten over

de vraag hoe hoog het maximum salaris van een
klerk en van een adjunct-commies moet zijn, maar
verzuimt aan te geven wat klerkenwerk en wat ad-
junct-commiezenwerk is, komt men nooit tot unifor-
miteit.

Hetzelfde geldt in zeer sterke mate voor de tech-
nische functies.
Het is geenszins de bedoeling in een ver doorge-
voerde en daardoor bureaucratie verwekkende detail-
leering te vervallen. Integendeel, de gemeentebestu-
ren en de hoofden van dienst moeten zich hun verant-
woordelijkheid terdege bewust kunnen blijven. Dit
laatste zal zelfs bevorderd worden, wan.neer kon
worden samengewerkt bijv. tusschen de groote ge-
meenten, teneinde in onderling overleg tot toepas-
sing van gelijkluidende normen te komen.
Nu doet zich het opmerkelijke verschijnsel voor,
dat er reeds eenige jare.0 een centraal orgaan bestaat,
waarin een aantal gemeenten samenwerkt, doch waar-
bij bijv. Amsterdam en Rotterdam zich afzijdig hiel-
den. Dit laatste is ook wel begrijpelijk, omdat dit
centraal orgaan zich allereerst bezig heeft gehouden
met het ontwerpen van een model ambtenarenregle-
ment, waaraan de groote gemeenten geen behoefte
hebben. Hier immers bestaan reeds jaren zeer ge-
detailleerde reglementen en men ziet niet in waarom
al deze detailregelingen gelijkluidend moeten zijn.
Van veel grooter belang echter, in het
bijzonder
voor
de groote gemeenten, zou het zijn wanneer men met
elkaar aan de tafel kon gaan zitten ter vaststelling
van normen,
bij
de waardeering van den arbeid van
het gemeentepersoneel toe te passen.
Wanneer eenmaal deze normen tot stand zijn ge-
bracht en wanneer zij worden toegepast, dan zal men
daarmede den grondslag voor unificatie in de loon- en
arbeidsvoorwaarden voor het overheidspersoneel heb-
ben gelegd.
Dan weten de gemeentebesturen, dat zij bij toepas-
sing dezer normen jegens hun personeel noch onbil-
lijk noch te royaal zijn en dan is het antwoord op
de vraag of het loon van het overheidspersoneel op
grond van de kosten van het levensonderhoud of op
grond van de financieele positie van Rijk en gemeen-
ten moet worden hei-zie, losgemaakt van de zuiver
salaris-tephnische indeeling van dat personeel.
Wellicht kunnen de groote gemeenten, liefst in
t samenwerking met het Rijk, deze aangelegenheden
eens in studie nemen.
Het is nieteenvoudig en het zal waarschijnlijk wel wrat tijd vergen, maar, als een bevredigend resultaat
wordt bereikt, zijn in het bijzonder de gemeentebestu-
ren van een groote reeks ieder jaar weerkeerende
moeilijkheden bevrijd. J.
RT’rÉ.

DE BELASTINGPOLITIEKE CONSEQUEN-

TIES DER FISCALE WETGEVING 1938 IN

DE VEREENIGDE STATEN.

In E.-S.B. van 26 October gaf schrijver dezes een
beschouwing over de fiscaaltechnische wijzigingen, die

hij de Federal Revenue Act 1938 in de Vereenigde
Statn werden ingevoerd. Het is niet van belang ont-
bloot deze wijzigingen in het belastingsysteem, of al-
thans de voornaamste ervan, te beschouwen binnen

het kader van de belastingpolitiek der Vereenigde
Staten in het algemeen.

Het lijdt geen
twijfel,
of de Federal Revenue Act
1938 beteekent een zeer belangrijke etappe in de ont-
wikkeling van die politiek, misschien zelfs een keer-

punt. Terwijl gedurende de geheele z.g. ,,Nieuwe
Aera” sedert 1933 de belastingpolitiek der Vereenig-
de Staten practisch •gesproken de door Roosevelt uit-
gestippelde
lijn
volgde, heeft nu voor den eersten keer
het Congres de wenschen van den President niet zon-
der meer geaccepteerd, en is zelfs op enkele zeer be-

langrijke punten van de Rooseveitsche lijn afgeweken,
vooral ten opzichte van de capital gains tax en van
de surtax on undistributed profits. De President
heeft hiervan blijk gegeven door aan de Federal Re-

venue Act 1938 zijn onderteekening te onthouden,
hierdoor de discrepantie tusschen deze wet en zijn
eigen belastingpolitiek onderstrepende.

Teneinde een juist inzicht in aard en omvang
van deze discrepantie te verkrijgen, dient men zich
even de karakteristica van Roosevelt’s belastingpolitiek
voor den geest te halen, zooals die uit
zijn
persoonlijk
beleid gedurende de eerste vijf jaar der Nieuwe Aera
zijn gebleken. Opmerkelijk is in dit verband in de
allereerste plaats, dat ‘dit beleid werkelijk de bena-
ming belastingpolitielc verdient. Men kan de haar ten
grondslag liggende ideologie, men kan haar concrete
doelstellingen in zijn geheel afkeuren, men kan tegen
een en ander groote bezwaren hebben, zooals schrijver
dezes, maar men moet erkennen, dat hier een politiek
op langen en zeer langen termijn en volgens een vast
omlijnd – misschien té vast omlijnd – strategisch
plan gevoerd wordt, die als zoodanig verreweg de
voorkeur verdient boven het zuiver technisch beleid,
dat in affdere landen op belastinggebied gevoerd
wordt.

Wel verre van het laveeren tusschen de dageljk-
sche beslommeringen, van het toepassen van lapmid-
delen van den meest provisioneelen en onsysternati-
schen aard – men denke slechts aan het uitgerekte
elastiekje der personeele belasting ten onzent — en van het zoo noodiottige volgen van de lijn van den
geringsten weerstand, heeft Roosevelt voor den eersten
keer in de economische geschiedenis in de Vereenigde Staten, den moed gehad, de belasting-politiek als mid-
del voor de verwezenlijking van een programma van
sociaal economische reform te gebruiken.

Immers, het is de praernisse, maar niet het wezen
van de belastingpolitiek, dat zij de middelen, moet op-
leveren waaraan de schatkist behoefte heeft. lIet essen-
tieele van iedere belastingpolitiek, die op dien naam
aanspraak wil maken, is juist de manier waarop de
middelen worden opgebracht. Dat deze manier waar-
6p, gezien het niveau dat de openbare uitgaven ge-
durende het tijdperk na den wereldoorlog alom heb-
ben bereikt, van den allergroot.sten invloed op de
sociaal-economische structuur van het land is, is wel-
haast een banaliteit geworden. Er schijnt echter veel-
al een lange en moeilijke weg te liggen tusschen de
theoretische erkenning van het postulaat, dat elk
belastingstelsel een, organisch geheel dient te zijn,
waarvan de te verwachten invloed op de economische
samenleving van het land, hijv. teu opzichte van cle
kapitaalsvorming van tevoren onder toepassing van
alle ter beschikking staande hulpmiddelen nauwkeu-rig berekend dient te worden aan ,den eenen kant, en
de practische doorvoering van dit principe, waarvan

834

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2
November
1938

cle noodzakelijkheid voor de hand ligt, aan den ande-
ren kant.

Teneinde dit principe in de practijk te kunnen ver-
wezenlijken, zou het inderdaad een noodzakelijk ver-

eischte zijn, dat men in voldoende mate op de hoogte

is van de statistiek en de dynamiek van ‘s lands eco-
nomie, van de samenstelling van het nationale inko-

men en vermogen en van de structuurwijzigingen,
die heide gedurende tenminste één geheelen conjunc-

tuurs-cyclus hebben ondergaan; gegevens, die de

hedendaagsche statistiek
ongetwijfeld
zou kunnen

leveren indien zij de noodige werktuigen ter beschik-

king had. Langs dezen weg en langs geen anderen
zouden de fundamenten gelegd kunnen worden, waar-

op volgens een wel overwogen plan het gebouw van

een modern belastingstelsel opgetrokken zou kunnen
worden. De architectuur van dit gebouw, de wis- en

meetkundige berekening van al zijn onderdeelen, en
last not least zijn fundamenten daarbij inbegrepen,

zouden dan de belastingpolitiek kunnen heeten.

Aan deze principieele eischen, waaraan iedere he-

lastingpolitiek als zoodanig dient te voldoen, beant-
woordt de belastingpolitiek van President Roosevelt
in hooge mate, hetgeen ook de tegehstanders van zijn

economisch beleid hebben moeten erkennen. Zijn pro-
gramma is gebaseerd op een zeker inzicht omtrent de
tendens van de kapitaalsvorming in de Vereenigde

Staten. Hij meent een neiging tot hovenmatige k-api-
taaisvorming te moeten constateeren, die o.m. ge-

varen van inflationittischen aard met zich mede-

brengt.

Waar het ahsorptie-vermogen van ‘s lands economie
beperkt is en waar het surplus ook niet in afdoende

mate langs den weg van kapitaals-export geneutrali-
seerd kan worden, dient de kapitaaisvorming zelve

gereguleerd en beperkt te worden.
In dit verband kwam het Roosevelt vooral ge-
wenscht voor, den verderen groei van de zeer groote ver-

mogens tegen te gaan, waarvan hij eveneens nadee-

len van socialen aard vreesde. De toeneming van die
zeer groote vermogens heeft zich in het verleden niet
slechts
hij
de betrekkelijk weinige zeer rijke indivi-duen rechtstreeks voltrokken, maar in nog sterkere

mate door de kapitaaisvorming bij de groote onder-
nemingen. waarin die zeer rijke particulieren groote

belangen in den vorm van (gewoon) aandeelenbezit

hadden.
Dit doel, het tegengaan van den verderen groei van

zeer groote vermogens, moest bereikt worden door de
inkomstenbelasting der natuurlijke personen, waar-

va.n de p.rogressie in de hoogste inkomensklassen

buitengewoon scherp is, doorgevoerd; meer in het bij-
zonder ook door de oude capital gains tax, clie ean
zeer voornaam onderdeel der inkomstenbelasting

vormde. Voorts door de successierechten, die zonder met verwantschapsgraden rekening te houden; even-
eem volgens een zeer scherp progressief tarief ge-

heven worden.
Dit voor zoover het betreft de rechtstreeksche toe-

neming van particuliere vermogens.
Het is echter duidelijk, dat die groei onder en door

middel van het systeem van het effecten-kapitalisme

MAANDCIJFERS.

Indexeijfers van Nederlandsche aandeelen.
1)

Indexcijfers van 12 aandeelengroepen der Amsterdamsche effectenbeurs. Basis 2 Januari 1929 = 100.

De Bank voor Handel en Scheepvaart te Rotterdaii zendt ons onderstaand overzicht:

Banken
Kunst-
lndustnie}
Electri-
Mijnbouw’
Olie
1
Rubber
1

Schp-
Suiker
Tabak
The
Te

Gem. ’29
101.9
73.1
119.-
114.4 95.6
88.6
99.1
100.2
95._
99.9
87.3 92.7
103.2

’30
94.2
34.1 90.1
100.4 71.6
63.9
93.1 52.1
71.-
76.2 65.5 74.5 84.3

’31
73.6 22.7
60.7
83.-
52.2
45.9
52.3
48.2
47.1
46.3
45.5
46.3
55.1

’32
48.3
13.6
45.6
70.7
38.4
33.4 34.1 17.6 29.3
27._
25.8
30.8
37._

12

’33
51.5
10.7
48.7
80.7
41.-
40.-
41.-
26.7
28.2 27.4 25.4
39.5
40.5

’34
47.1
16.7 48.1
77.-
37.7
47.3
39.-
40.6′
22.2 23.2 26.2
50.2
39.4

’35
50.-
14.1 52.1
69.9
39.7
49.4
43.8
43.2
23.7
24.4 29.3
47.1
42._

’36
56.8
139
57.6 78.2 50.2
58.2
73.1
58.7
34.8
37.1
44.8 51.5
55.2

’37
73.3
26.2
77.8 108.5
78.-
77…
99.-
101.1
73.6
60.4

76.4
77.7

Jan. ’37
72.2
20.5
77.5
95.-
71.4
77.2 102.2 103.9
61.5 60.9
60.2
70.5
77.2

Febr.
77.1
26.4
79.5
105.4
178.5
80.3
107.6
110.8 64.3
62.2 64.9 80.5
81.3

Mrt.
76.5
31.-
79.8
103.5
81.4
87.4
106.1 129.3
73.-
65.9
65.5
86.3 82.7

April
75.-
30.1
77.8
101.4
78.4
81.7
102.4
117.5
77.6
62.4 61.8 83.8
80.-

Mei
72.6
28.4
76.9 101.6 77.6 76.8
102.1 110.1
74.4
61.3

76.8
78.6

Juni
72.8
27.6
77.-
106.3
79.8
78.-
103.8
1048
73.5
63.5
59.2
74.4 79.1

Juli

,,
74.4
28.9
78.8
115.1
83.3
80.5 102.3
106.3
78.8
64.5 60.9
78.4
80.2

Aug. ,,
77.4
30.9
.
82.9
120.7
87.4
82.2
105._
110.5
87.9
67.7 63.5
82.4 83.8

Sept. ,,
74.5
28.3
80.4
118.4
82.4
78.4
98.-
.

99.3
82.4
61.3
57.9 79.6 79.2

Oct.

,,
.
69.-
22.5
74.5
109.6
72.7
66.7
88.5
76.4
71.7 52.7
51._
69.8 71.1

Nov.
68.9
20.2
74.3
109.1
71.3
66.1
83.5
70.7 67.9
49.8
si..:. 67.1
69…

Dec
69,1
19.6
74.-
114.5
71.1
66.9
873
73.2
67.6 51.9 52.2
66.6 70.3

Jan. ’38
71.1
19.2
77.1
118.7
72.5
70.1
90.8
76.-
70.7
54.5
55.1
69.8
73.-

Feb.

,,
71.-
18.1
78.6
119.1 71.8 71.9
88._
72.1
68.1
52.-
56.1
68.2 72.2

Mrt.

,,
69.8
18.-
76.7
118.7 69.7 72.5 82.8
68.2 65.6 50.5 54.6
66.8 69.7

April
68.1
16.5
75.4
120.6
68.2
68.9

,
80.7
63.9 63.6
48.8
51.7 64.4
67.7

Mei
67.4
16.4
75.8
122.2
69.3
69.5
79.3
64.3
64.1
49.1
50.9 63.7 67.4

Juni
64.-
i6.2
75.1
124.2
68.9
.

71.8 79.9
64.1
62.5
51.7
49.6
64.1
.
66.8

Juli

,,
.

67.8 19.4
76.2
130.7
72.2
75.4
85.4
77.5
66.4 56.3 52.8
68.3
70.6

Aug. ,,
67.5
19.1
75.7
126.9
72.4
74.9 84.7 76.8
64.5
57.-
52.2
69.2 70.2

Sept.
,,.
64.1
17.5
70.5
121.4
68.3
70.-
86.5
71.9
61.6 54.4 49._
66.2
66.3

Oct.

..
657
18.-
74.5 127.4
72.3
73.4
82.8
77
67.-
56.5
52.4
70.5 69.2

Indexcijfer der totale beurswaarde 3 Januari 1938 f 4.005990.000
=
100.

2 Mrt. 103.21 6April 92.2

4 Mei

95.1

1 Juni

91.3

6 Juli

99.6

3 Aug:

99.8

1 Sep.
97.6

5 Oct.
98.4

9

102.6 13

96.5 11

96.-

8

92.913

99.9 10
,,

,,
100.-

7
97.2 12
97.3

16

98.620

97.- 18

95.8 15

94.220

100.1 17
98.2 14
93.1 19

,,
97.7

23

97.1 27

,,

96.7 25

,,

93.2 22

,;

96.4 27

,,

100.- 24

,,
98.821
95.426
97.1

30

88.4

29

97.7
28

,,
85.4

1)
Men zie voor de toelichting
op
dit overzicht het nummer van E.-S.B. van
12 Febr. 1936,
blz.

120.

.

.

.
Nadruk
verboden.

2 November 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

835

zich in nog sterkere mate voltrekt door cle kapitaals-
roiïi
ing bij (ie grootere ondernemingen en zich dan
uit in een waardevermeerderiug van aandeelenbezit,
waarvan geen inkomstenbelasting geheven kan wor-

den. Daarom moest volgens het Rooseveitsche pro-

gramma, ook al ter wille van cle bestrijding der ver-

clere toeneming der zeer groote Privé-vermogens, de kapi taaisvorming der onclernemi ugen eveneens aan

banden worden gelegd. Dit was het doelwit van de

surtax on undistributed profits, ingesteld door de Fe-
deral Revenue Act 1936.

Dat binnen het kader van dit systeem ook zijwegen

afgesloten moesten worden, langs welke deze niet al-

leen fiscaal maar voor een groot gedeelte ook pre-ventief bedoelde belastingen te ontkomen geweest

zouden zijn, spreekt wel haast vanzelf. Vandaar de

kruistocht tegen de besloten NV’s, waarvan wij de
uitwerking in de verscherpte bepalingen nopens de
personal holding companies en cle corporations impro-

perly accumulating surplus hebben kunnen consta-
teeren
1)

Het bleef Roosevelt niet verborgen, dat ook na het
tot stand komen van de zoojuist gereleveerde hervor-
mingen een groot hiaat bleef bestaan, t.w. de belas-

tingvrijheid van de staats-obligaties; en de intrek-
king van dit privilege stond en staat dan ook op zijn
programma. De verwezenlijking van dit programma-punt bleek echter heel wat voeten in de aarde te heb-

ben: immers dit beiastingprivilege is ontstaan in een
lange historische ontwikkeling, waarbij niet alleen
budgetaire maar ook monetaire gezichtspunten een
rol hebben gespeeld; om. houdt het ten nauwste ver

band met het noten-privilege van de National Banks
onder de National Bank Act van 1865, terwijl nog de

Federal Reserve Act van het bestaan van de helas-
tingvrijheid der staatsobligaties uitging. Tengevolge
van een en ander was Roosevelt voorshands niet hij
machte ter gelegenheid van de helastingherziening
van 1936 dit programmapunt te verwezenlijken.

Bijgevoig hebben belastingplichtigen der hoogere inkomens- en vermogensklassen van dit hiaat ruim-
schoots gebruik gemaakt, met als resultaat een vlucht
van de grootste beleggers uit (Ie aandeelenanarkt,

slechts geremd door d.e capital gains tax gedurende
het tijdperk van hausse, en een run naar government
securities. hieruit vloeide voort in de eerste plaats
een scherpe teruggang van de kwaliteit van den ge-middelden Amerikaanschen belegger: de meast ge-
goeden, voor wie de belegging in gewone aandeelen

speciaal ook van. nieuw’e industrieën en van jongere
ondernemingen met al hun goede en kwade kansen
cle aangewezen. methode was, bleken niet meet- bereid

het hiermede gemoeide risico te nemen, ômdat dit
weliswaar geheel en al van hen bleef, terwijl de fiscus

een zeer groot gedeelte van de eventueele winst
voor zich ging opeischen: zoodoende ontstond en
nijpend gebrek aan nieuw kapitaal voor jongere en/of
zw’akkere ondernemingen en e2n structureele ver-
zwakking van het geheele koersgehouw der Amen-
kaansche beurzen, die reeds gedurende de laatste
hausseperiode voor deskundigen erkenbaar was en
waarvan tijdens de jongste recession ook voor leeken
duidelijk is gebleken.

Roosevelt zelf zou zich aan deze beursbeweging
evenmin gestoord hebben als aan de toeneming van
de openbare schuld der Unie; ook al had deze eari
verregaanden invloed op de conjunctuurheweging in
het land, zij het ook meer om psychologische dan om
materieele redenen. liet Congres echter bleek gevoe-
liger voor en afhankeli.jker van de stemmen en stem-
mingen in den lande te zijn clan. de President, met

‘)
Vgl.
hierbij Suhrney: De belasting der Besloten Naam-
boze Vennootschap in Engeland”; .,De belasting der Be-
sloten Naamlooze Ven nootscihap in cle
V.
S.”; ,,SDe voorge-
stelde wijzigingen der wet
01)
de richtige heffing in het
licht dor buitenlandscihe ervaringen”, i)e Naaniboore Ven-
nootsehap jaargang XVI No.
9
en
11,
jaargang XVII
No. 2.

als gevolg een gedeeltelijke afbraak van het iii 1936
geschapen belastingstelsel volgens het Rooseveltsehe
programma. Taiidttar cle hekel, dien Roosevelt aan de
Federal Revenue Act 1938 bleek te hebben en waar-
van hij opzettelijk zeer duidelijk blijk gaf.

De tegenwoordige positie kan geschetst worden als
die van een wapnstilstand tot de Federal Revenue

Acts van 1939 en/of 1940. Een geslepen tacticus, als
Roosevelt is, zal ongetwijfeld een tijdperk van be-

vredigende conjunctuur afwachten, voordat hij op-

nieuw tot den aanval overgaat, in verband waarmede
niet alleen de hinnenlandsche, maar ook de inter-
nationale politieke toestand zijn – vermoedelijk

remmenden – invloed zal doen gelden. Gezien echter
de dynamische persoonlijkheid van dezen democrati-
schen bewindsman mag verwacht worden, dat hij den
strijd voor zijn belastingprogramina als onderdeel van
zijn politiek van ecdnomische en sociale hervorming niet zonder meen op zal geven.

Dr. F. E.
SOHMEY.

AANTEEKENINGEN.
Gecombineerde Maandstaten van Nederlandsche

Grootbanken met zuiver Nederlandsch en met

gemengd Nederlandsch en Nederlandsch.Indisch
bedrijf.

Zooals reeds aangekondigd in ons blad van 20 Juli,

ji. ), lag het in de bedoeling, dat ook de drie groot-
banken, clie geheel of gedeeltelijk haar bedrijf in de
Nederlandsche Icoloniën uitoefenen, het goede oor-
beeld van cle Moederl andsche instellingen zouden vol –
gen, wat de publicatie van maandhalansen betreft.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij en cle Ne-
derlandsch Indische Handelsbank hebben dit reeds

ged urencle enkele maanden gedaan, terwijl de Neder-
landsch Indische Escompto Maatschappij sinds de

maandafsluiting per ultimo Augustus jI. eveneens
liaar cijfers heeft bekend gemaakt. Van de zeven
grootste Nederlandsche hankinstellingen zijn nu cii-
fergroepeeringen maandelijks ter beschikking, ge-
rangschikt naar dezelfde gezichtspunten.
Deze reeks publicaties stelt ons in staat een verge-
lijking te treffen tusschen beide groepen grootban-
ken, waartoe nevenstaan de samengestelde balans-op-
stelling :is opgemaakt.

Bij het nagaan van deze cijfers valt allereerst op,
dat het totale werkzame kapi taal der zuiver Neder-
landsche hankinsteilingen ruim, tweemaal zoo groot

is als dat der Indische banken, terwijl kennelijk in de
cijfers van die banken, waarin respectievelijk de Ne-
derlandsche Handel-Maatschappij met 51 m uh oen

en de Nederlanclsch Indische Handelsbank met 46
millioen Gulden werkzaam kapitaal voorkomen, een
nog niet te verwaarloozen gedeelte voorkomt, dat in Nederland w’erkzaam is. Duidelijk komt hierdoor tot
uiting, dat de Indische samenleving :in mindere mate
behoefte heeft aan bankiersfinanciering dan de Ne-
(benlafldlsclle samenlevng. Van invloed is natuurlijk
mede, dat enkele Indische zaken door het zuiver-moe-
derlandsche bankwezen gefinancierd worden; hoewel
exacte gegevens hierover ontbreken, meenen wij toch
niet, dat clie invloedl groot zal zijn. Het i.s natuurlijk
mogelijk, dat enkelen hij een Neclerlandsche bank in
rekening-courant staan en daarnaast met een Indi-
sche bank een kassiersrelatie onderhouden, een ge-
bruikelijke figuur is (at echter niet.
Een tweede punt, dat – vooral bij beschouwing
van de tusschen. haakjes geplaatste procentcijfei:s –
opvalt is, dat cle liquiditeiten van da eerste orde hij

heide grocpen elkaar zoo weinig outloopen (resp. 35.6
en 34.2
pCt.). De Nedenlairdsche banken. hebben een
tweemaal zoo groot deel harer activa in ,,ander over-
heidspapier” 1)elegdl, wat
hij
den veel intensievenen uit-
groei van de Nederlandsche gemeentelijke en provin-
ciale organisatie geen verwondering behoeft te
webcken.

J)
Blcbz.
558/9.

836

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2. November 1938

Gecombineerde Maandstaat.per30 September 1938 van de
INGEZONDEN STUKKEN.
Nederlandsche en Nederlandsch-In’dische Grootbanken.
.
SOCIALE VERZEKERING.

.

(In millioenen guldens)
Nederland-
Ned.-Ind.
Totaal
Mr:
S.
Mok schrijft ons:


sche Bank
Banken
E.-S.B. van 5 October ji., dat hijdoor bijzon-
dere omstaiidigheden eerst laat onder de oogen kwam,
Actira:

pOt.

pOt.
.

pCt.
heeftDr.
G. F.
Fortanier een artikel-geschreven over

Kas,

kassiers en

dag-

.
het Rapport ,,Sociale

Verzekering” van
N.V.V.

en
S.D.A.P.

.
Nederi. en Ned. Indisch
in dit’ artikèl worden op blz.
752
drie”zieiver-
meld, *elke, dank zij de iianhtlingstekens, de iidruk

geldieeningen

……..180 (18,5)

115 (18,2)

295

(18,3)

347(35,6)

216(34,2)

563

(35,-)
wekken, dat zij letterlijk aan het Rapport zijn ont-

schatkistpapier ……..167 (17,1)

01 (16,-)

268

(16,7)

leend. Aangezien Dr. Fortanier op deze zinnen een
Ander

overheidspapier

59

(6,_)

19

(3,_)

78

(4,9)
belangrijk stuk van zijn betoog bouwt, hecht ik eiaan

deze indruk weg te nemen.- Ik vergelijk daarom d
Bankiers in binnen- en

• •


,,citaten” van deni schrijvèr met de letterlijke tek

Wissels …………….25

(2,5)

39

(6,2)

64

(4,-)

van het rapport (voor twee zinnen; de derde zin is
buitenland …………63

(6,5)

46

(7,3)

109

(6,8)
Prolongaties

en

voor-
juist)
:


schotten 01) effecten.

102(10,5)

77(12,1)

179

(11,1)

249 (25,5)

181
(28,6)

430

(26,8)
Dr. F.

Rapport.
,,Wij hebben ons los-

,,Zij (de Commissie) heeft
Debiteuren

……….

267(27,4)

151 (23,8)

418

(26,_)
gemaakt

van

bestaande

zich daarbij tot op zekerè
Effecten en Syndicaten

63

(6,5)

42

(6,6)

105

(6,5)
toestanden.”

hoogte losgemaakt van de
Deeln. (incl.voorschott.)

9

(0,9)

27

(4,4)

36

(2,3)
bestaande toestand” (blz. 5).

339(34,8)

220(34,8)

559

(34,8)
,,De uitvoeringsvorm

,,De commissie heeft.
.

de
moet zich aansluiten aan

(organisatievorm afgeleid
Gebouwn …………

i

(2,2)

32

(2,_)
onze eischen inzake goe-

uit de eisen, welke een goe-
Diverse rekeningen


de functionneering.”

de functionnering der so-
(mci.
over!,

posten

.

1

(0,1)

1

(0,2)

2

(0,1)

..

974(loo,_)

632 (100,_) 1606
(100,_)

ia1e verzekering h.i. stelt”

..

Belegde besternmings.
(hlz.

9).
reserve

……….

2

(0,2)

– –

2

(0,1)
Effecten !eeudepot ..

18

(1,9)

I8
(1,2)
Uit cle rechtse kolom blijkt, dat in het erste citaat
de woorden ,,tot op zekere hoogte” de zin eau geheel

andere betekenis gevefi, terwijl in het tweede citaat

Pass iva:
niet apodictisch staat, dat de uitvoeringsvorm zich

moet aansluiten aan onze eisen, maar juist, dat de organisatievorm uit de eisen ener goede function
Crediteuren …………
624
(86,4)

388) 4,9)

1012

(81,6)

Wisseis

eigen accept

9

(1,3)

8

(1,4)

17

(1,4)
nering logisch voortvloeit.

derden

6

(0,8)

1

(0,2)

7

(0,5)
Juist, omdat Dr. F. uit de door hem tezamen ge-

15

(2,1)

9

(1,6)

24

(1,9)
brachte woorden afleidt, dat ht Rapport zich van

de werkelijkheid verwijdert en deze uit het gezichts-

Deposito’s op termijn

49

(6,8)

112(21,6)

161

(13)
veld bant, acht ik het wenselijk de hierdoor, naar
Diverse rekeningen

14

(1,9)

-10

(1,9)

24

(1,9)
ik gaarne aanneem, onwillekeurig gewekte misvattiag
Besfemmingsreserve

2

(0,3)

2

(0,2)
weg te nemen.
Effecten leendepot

18

(2,5)

18
(1,4)

12(100,_)

519(100,-)

1241(100,-)
Na s uh r.i f t: Voorzoover Mr. Mok mij tegenwerpt:
Gij moog-t niet tuschen aanhalingsteekens zetten, wat
Werkzaam kapitaal

252

113

365
niet
letterlijic
is overgenomen, heeft hij gelijk.
Aandeelenkapitaal

170

87

257
Wie echter de bewuste zinsneden wil lezen in het
Reserve …………..
..82

26

108
verband van het geheele rapport,

zal constateeren,

252

113

365
dat deze afwijking niet het
wezôn
raakt. Mr. Mok gaat,
echter verder en meent, dat door deze zinsneden eeia Aan de croclitzijde valt op, dat de post crediteuren
andere indruk is gewekt dan het Rapport bedoelt.
een geringer belang vertegenwoordigt, doch dat daar-
Dit nu ontken ik ten stelligste. Met name de woorden tegenover niet onbelangrijk meer belegd is in ,,depo-
,,tot op zekere hoog

te” spelen geen rol, daar het Rap;
sito’s op langen termijn”. De verklaring ligt waar- port hier op het oog heeft bijv. de regeling van de’.
schijnlijk hierin, dat hij het Indische

bankwezen

de
uitkeeringen (p. 5 Rapport), hetgeen uiteraard, waar’
groote rekeninghouder een

relatief grooter belang
het gaat om de groote vraag van de uitvoeringsorga-
heef t

clan

in het Moederland,

terwijl

het seizoen-
nen, geen reserve van eenige beteekenis inhoudt. En matige bedrijf,

van deze groot-rekeninghouders

of men nu zegt- (2de citaat): de vorm leiden wij af,
veelal

de

cultuurmaatschappijen

de gelegenheid
uit de eischen welke een goede functionneering stelt,
schept een relatif grooter deel der beschikbare mid-
ôf de vorm moet zich aansluiten aan onze eischen in-.
delen tegen wat beter rentevergoeding voor een wat
zake goede functionneering,

dan

zie

ik

daar

geen
la.ugoren fixe-termijn aan de banken toe te vertrouwen,
wezenlijk
onderscheid in.

-.

AANVOER VAN GRANEN. (In
tons van 1000 kg.)

Rotterdam
Amsterdam

.,
Totaal
Artikelen



23-29 Oct.
i

Sedert
Overeenk.
23-29 Oct.

Sedert
1

Overeenk.-
I

1938 1937 1938
J

1Jan. 1938
tijdvak 1937
1938
1Jan. 1938
tijdvak 1937
.

48.915
1.236.088
1.284.084
-.
7.325
19.200 1.243.413 1.303.284
2.030
177.067
235.662


3.375


177.067

‘1
239.037
Boekweit …………..

210
14.312
12.281
– –
, –
14312

‘)
12.281

Tarwe

………………..
Rogge

.
.

.

……………..

Ma1s ………………
56.235
1.044.421
1.066.978 .152 75.482
127.697
1.119 903 1.194.675
14.130

.

426.690
313.289
1,003
21.090
12.464
447.780
325.753
4.451,
196.238 122.911

8.462
3.180
204.700
126.091
1.700

..

134.743 169.133
6.250
187.765
183.170 322.508 352.303

Gerst

.J………………
Haver

.
……………….
Lijnzaad’……………..
Lijnkoek …………..
200
48.827
1

58.201

225

49.052
58.201
Tarwemeel

……….
. .
1.085
47.717
33.794

9.550 6.645 57.267
40.439
Andere meelsoorten ….
1.558
.

28.336
J

34.338 200
4.424
6.995
32.760
41.333

2
November
1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

837

Op p. 86 van het Rapport concludeert de Commis-

sie: ,,het stelsel dat zij heeft ontwikkeld is gedacht

als een ideaal plan”. Tusschen ,,ideaal” en ,,werke-
lijkheid” bestaat nu eenmaal als regel een diepe kloof.

Dr. G. F. FORTANIER.

STATISTIEKEN.

Laatstbekende noteeringen te Amsterdam en Rotterdam op
1 Nov. 1938 voor
telegrafisohe
uitbetaling op:

Gulden per
Pari
Koers

Bonk-

Europa.
0
10
Londen
)
£

8.73*
Berlijn’) ……….
100 Mark
59.26
8

73.60
4
100 Franc

4
.88*
3
100
Belga
24.90
6

31.10
2+

Parijs’) …………

100 Franc

..

6.226 7.771
Brussel
‘)

………
Luxemburg

……..
Zilrich’) ……….
100

,,

41.72
1+
Praag ………….
100 Kronen
.

6.34
3
Boedapest

………
100 Pengö
43.51
36+

100 Lei
1.48
8
1.33
3
100 Leva
1.797
2.25
6
Belgrado ……….
100 Dinar
4.20
5
Turksch
£

1.48
100 Drachme

1.621
6

Boekarest

……….
Sofia

…………..

100 Lira

..


9.67+
4
+

Istanbul ………..

100 Peseta
48.-

5

Athene

…………
Milaan

…………

Lissabon ……….

7.95
4
i[ adrid
6)

……….

Eopenhagen’)

E
.scudo
100 Kronen

39.-
4
Dslo
‘)
…………
.100

43.90
3
Stockholm’) …….100

45.024.
2+
IJsl. Kr.

39.45
Zloty
,
27.90
9

34
.62*
41
ovno (Litauen)

100 Lita
24.88
31.-
5

Reickjavick

…….100

Riga (Letland)
100 Lat
48.- 35.-

Warschau

………100

rallinn (Estland)
100 EstI. Kr.

49.-.
44-5
Finnmrk.

3.854
4
aelsingfors

…….100
.1oskou

………..
Tjerwonets

36.-
(100 Roebel)
100 Gulden
27.90
9

34.624
4
Amerika.
Danzig

…………

New-York’)
$
1.46
9

1
.
8
3*
Canad.
$

1
.8
2
*
24
Max. Dollar


Buenos Aires ……
Peso (papier)

0.46
La Paz (Bolivia)
8)
Boliviano
– –

l’fexico

………..

Rio de Janeiro…

Milreis (pap.)

0.11
34
Peso (papier)

.

0.15
0.07
Bogota (Columbia)
8)
Peso
.

1.05
uito (Ecuador)
Sucre


Sol

40.-

lilontreal

………

4ontevideo (Urug.)
Peso

0.73
iaracas (Venezuela)
Bolivar

0.58

Valparaiso ………

Paramaribo

……
Gulden

1.004
$an

José (C. Rica)
(Job»

Lima (Peru)

……..

luatemala

……..
Quetzal

1.834
Villemstad (Curaç.)

..

Gulden

1.00+
1anagua (Nicar.)
8)

..

Cordoba


an Salvador
8)
Colon

0.73
Azië.
Rupee

0.654.
.3
Gulden I.G.

1
°
.00′
3
obe

…………
Yen

.
014
3.46
Dollar

0.54
Dollar

0.304

Jalcutta …………

Straits DolI.
1.41
1.03
‘1anilla

……….
Phil. Peso

0.92
reheran’ijPerzië)
Pahlavi

.

10.80

3atavia

…………

singapore

………

3angkok ………..

..

Baht

0.81

ongkong ………
shanghai

……….

Afrika.
aapstad
£
..
8.724
34
Jexandrië ……..
Egypt.
£
– .
8.96
Au8trafië.
elbourne, Sidney

.

en Brisbane
£

6.99 24
ieuw Zeeland
£

7.04
1)
0ff. 0.36 vrije markt 0.09.
2
) Mitrels Goud.
3)
Goudpeso. 4) Munteenheid= Rail (“een Kran.)
5)
Nom.

‘)Not. te A’dam. 0v. not, part. opg.

BANK D1iC0NTO’.

Ned ‘Isc.Wissels.
2

3Dec.’36
Lissabon

….
4
11Aug.’37

8
Bel.Binn.Eff.
Bk
‘,Vrsch.inR.C.
24
3Dec.’36
Londen ……
Madrid
2
30Juni’37
24
3DeC.’36
……
5

15Juli’32
Athene ……….
6

4Jan.’37
N.-YorkF.R.B.
1
26Aug.’35
Batavia

……..
3

14Jan.’37
Oslo

……..
34
5Jan.’38
Belgrado ……..
5

1
F’ebr.’35
Parijs

……..
27Sept.’38
Berlijn ……….
4
22Sept.’32
Praag

……
3

1Jan.’36
Boekarest

……
34
5Mei’38
Pretoria

….
34
15Mei’33
Brussel

……..
2426 Oct. ’38
Rome ……..
44
18Mei’36
Boedpest

……
4.28Avg.’35
Stockholm

..24
1Dec.’93
Calcutta

……..
3
28Nov.’35
Tokio….

3.46

11 Mrt.
1
38
Dantzig
.
……..
4

2Jan.’37
Weenen ……
34lOJnli’35
1

Ielsingfors ……
4

3Dec.’34
Warschau….
44
18Dec.’37
Kopenhagen

….
4
19Nov.’36
Zwits. Nat. Bk.
1425Nov.’36

OPEN MARKT.

1938

29°

24129

17122

10115
Oct.

Oct.

Oct.

Oct.

1937

25130
Oct.

1936

26131
Oct.

1914

20/24
Juli
Amsterdam
Partic.disc.
3/4
11419
31
3
q
114
1
1
14-
1
1
3
3
14_4
3
14
Prolong. ‘/
‘/1
1
/2
112
1
12
221
4

341
.onden
Daggeld..
12’I
1
12.1
12-I
112_1
1
12_1
1
111
/-I
Partic. disc.
9116
9/.li
l6

11
/l..3/4
11
/16_l3/l
17/329/16
h
11
8
1
116-14
8erlj/n
Daggeld ..
2
7
1-3
1
1
218-3
1
/9
2112.715
2
1
12-
7
/s
2
1
1-3
1
1
2
5
I-3
3
19
2
5
1-3
1
18
taandeld
214-3
2
3
14-3
2
3
14-3
2
3
14-3
2/4-
7
/f
2518
7
1
2
112
7
/8
Part, disc.
2718
I8
2
7
18
2
718
2°ijf
2
7
1-3
2
7
1
Warenw.
..
4-
1
1
4

12
4-
1
1
4-112
4.114
4
11
4
1
14
Îew
York
)aggeld
1)
1
1
1
1
1
1
3
1
‘artic.disc.
112

/1
1
12
11
1f2
114
1
‘) roers van zb Oct. en Oaaraan voorafgaande weken t/m. Vn dag.

WISSELKOERSEN.

KOERSEN IN NEDERLAND.

Dala
New
Londen

Berlijn
Parijs
Brussel
Bafasla
York’)
‘)
S
)
)
$)
1)

25 Oct.

1938 1.83%
8.75%

73.88
4.90
31.11
100%
26

,,

1938
1.83% 8.77

73.67+
4.90%
31.09+
100%
27

,,

1938 1.83%
8.76%

73.65
4.90%
31.09
100%
28

,,

1938
1.83%
8.76%

73.65
4.90%
31.09
100%
29

.
1938
1.83%
8.76

7
3
.
62*
4.90

3
1
.09+
100%
31

1938
1.83%
8.74%

73.60 4.90 31.10
100%
Laagste d.wl)
1.83%
8.73

73.55
4.88%
31.05
100
Hoogste d.w
1)1
1.84%
8.78%

73.75
4.91%
31.13
100%
Muutpariteit
1.469
12.1071

59.263
9.747.
24.906
100

Data
serland
Praa
Boeka- M110n
Madrid

25
Oct.

1938
41.76

– – –
26

1938
41.74
6.35

– –
27

,,

1938
41.71

– – –
28

,,

1938
41.73
6.35

– –
29

,,

1938
41.76
6.35

– –
31

1938
41.74




Laagste d.w1)
41.68 6.30
°


9.70

Hoogste d.wl)
41.80
6.37%
1.45
9.75

kluntpariteit
48.003
7.371
1.488 13.094 48.52

D f
o
a
Stock-
holm’) hagen’)
Kopen-
50
i
1-fel-
)
Buenos-
Aires’)
Mon-
treal’)

25 OctTT
°
8
45.15

39
.
12
+
44.02+
3.87
46%
1.82%
26

,,

1938
45.20

39.15
4
4
.07+
3.87 46 1.82%
27

,,

1938
45.20

39.174.
44
.07+
3.85+
46 1.82%
28

,,

1938
45.20

39.174.
44.074.
3.86 46
1.82%
29

,,

1938
45.15

39.12*

44.05
3.86 46
1.82%
31

,,

1938
45.074. 39.07*
43.974
3.854
46
1.82%
Laagste d.w
1
)
45.-

39.-
43.904
3.82
45%
1.819
Eloogsted.w’1
45.224 39.20
44.124
3.89
46%
1.82%
bIuntpariteit
66.671 66.671
86.671
6.266 95%
2.1878 ‘)Noteering te Amsterdam. “) Not, te Rotterdam.
1)
Part. opgave.
In ‘t late of 2de No. van iedere maand komt een overzicht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable)

D
12
a
Londen
($
per 2)
Parijs
($
P. 100 Ir.)
Berlijn
(S P. 100 Mk.)
Amsterdam
(5 p. 100 gid.)
25 Oct.

1938
4,76%
2,66% 40,07 54,44
26

,,

1938
4,77%
2.67%
40.08
54.44
27

,,

1938
4,76%
..
266%
40,07
54,41
,,

1938°
4,76%
2,66%
40,07
54,41
29

,,

1938
4,76%
2,6614
40,08
54,41%
31

,,

1938
4,75%
2,66%
40,06
54,40
1
Nov.

1937
4,96%
3,37%
40,1914
55,29
iiluntpariteit..
4,86
3,90%
23,81%
40%

838

GROOTHANDELSPRIJZEN VAN BELANGRIJKE VOEDINGS-
ENGENOT
GERST
MAIS
R000E
.
BURMA RIJST
BOTER per kg.
.
A.
Edammer
EIEREN
.
64,5
kg
mer.

0.

,
Rotterdam per 2000 kg.
74kgRussi-

scile
1

loco
Rotterdam per 100 kg,
Loonzein
per cwt. job.
maar
Gem. not.
Eiermin
Leeuwar-
;.
e

ing
Termijn-
Amerik.

Termijn-
80 kg Zuid-
1)
Zie blz. 738
loco
ott rdam
Rangoon/Bassein
der Comm
Crisis Fabr.kaas
Roermond
E.-S.B. van
28 Sept. f1.
Rotterdam
per2000 kg.
noteer. op
1 of 2 mnd.
Mixed
No. 2
1)
r
oo
k
pe

g.
noteer. op
of 2 mn4.
Russische
Locoprijs
t)
HerI.Ned.Ct.I

Not.
Noteerin g
Zuivel- Centr.
gang exp.
per 50 kg.
ioo
st

f
%
1
%
f

t
%
1
%
f
%

j_%
sh..f
%
1
f
%
t
%
1927
237,-
110,2
171,50
89,3

176,-
87,1
12,475
102,5
13,82
5

110,1
14,75
109,3
6,83
104,5
1113
1
14
2,03
98,4

43,30
95,0
796
99,
1928
228,50
106,2
208,50 108,6
226,-
111,9 13,15
108,1
12,57
5

1u0,1
13,47
99,9
6,43 98,4

IOf7(4

2,11
102,3

48,05
105,4
7,99 99,(
1929 179,75
83,6
196,- 102,1
204,-
101,0
10,87
89,4
11,27
5

39,8
12,25
90,8
6,34 97,0

1016
2,05
99,4

45,40
99,6
8,11
101,1
1930
1 1 1,75
52,0
118,50
61,7

136,75
67,7
6,225
51,2
8,27
5

65,9
9,67
5

71,7
5,09
77,9
815
1,66
80,5

38,45
84,4
6,72
83,1
1931
107,25
49.9
78,25 40,8
84,50
41,8
4,55 37,4
4,65
37,0 5,55
41,1
3,09
47,3
5(6
1,34
64,9

31,30
68,7
5,35
66,
1932
100,75
46,8
72,-
37,5
77,25
38,2
4,62
5

38,0
4,70
37,4
5,22
5

38,7
2,59 39,6
5! 1 1 ‘j
0,94
45,6

22,70
49,8
4,14
51,1
1933
Z
70,-
32,5
60,75 31,6
68,50
33,9 3,55 29,3
3,75 29,9 5,025
37,2
1,84
28,2
415’12
0,61
29,6
0,96
20,20
44,3
3,71 1934
9
75,75 35,2
64,75 33,7
70,75
35,0
3,325
27,3
3,25
25,9
3,67
5

27,3
1,74
26,0
4j7314

0,45 21,8
1,-
18,70
41,0
3,45
43,(
1935
ui
68,-
31,6
56,-
29,2
61,25
30,3 3,07
5

25,3
3,975

30,9
4,12
5

30,6
2,07 31,7
518
1
(2
0,49
23,7
0,99
14,85
32,6
3,20
39,
1936
0

86,-
40,0 74,50
38,8
74,-
36,6
4,27
5

35,1
5,75
45,8
6,27
5

4,5
2,19 33,5
517
1
12
0,58
28,1
0,88
5

17,55
38,5
3,50
43,1
1937 137,75
64.0
105,75
55,1

III,-
55,0 8,95
73,6
8,02
5

63,9
8,92
5

66,2
2,70
41,3
61-
0,78
37,9
0,67
19,75
43,3
3,96
49,

Sept. 1937
1-.

129,50
60,2
107,-
55,7

122,-
60,4
9,22
5

75,8
7,55
60,1
8,52
5

63,2
2,96
45,3
617
0,85
41,3 0,52
5

21,-
46,1
4,69 58,
Oct.

,,
136,25
63,3

56,8

114,75
56,8.
8,57
5

70,5
7,625
60,7
8,50 63,0
2,96
45,3
6/7
1
(4
1,-
48,5 0,42
23,

50,5
4,99 62,
Nov.

,,
lu
133,50
62,1
106,25
55,3

1
16,-
57,4
7,22
5

59,4
7,10
56,5 8,125 60,2 2,53
38,7
517
1
12
0,96
46,6
0,46
22,20
48,7
4,99
62,
Dec.

,,
130,25
60,6

57,3

120,75
‘59,8
7,30
60,0
7,05
56,1
8.02
5

59,5 2,43
37,2
515
0,84 40,8 0,60
20,80
45,6 5,24
65,

Jan.

1938
z
130,-
60,4
113,75
59,2

117,25
55,0
7,65
62,9
7,45
59,3
8,40
1

62,3
2,35 1
36,0
513
080
38,8
0,61
5

21,45
47,1
4,15 51,
Iebr.
129,50
60,2
106,-
55,2

110,75
51,9
7,60
62,5
7,275
57,9
8,30 61,5
2,39
36,6
514
0,81
39,3 0,65 22,125 48,5
47,6 3,65
45,
34,t
Mrt.
0
121,50
56,5
104,50
54,4

109,75
51,5
7,10
58,4
6,77 53,9 7,70
57,1
2,36
36,1 513
0,81
39,3
0,56
21,70
2,80
Apr.


1 16,75
54,3
.
107,50
56,0

117,75
55,2 6,65
54,7
6,55
52,1
7,35
54,5 2,42
37,1
515
0,87
42,2
0,475
19,60
43,0
2,90
36,
Mei
113,50
52,8
104,50
54,4

III,-
52,1
6,17
5

50,8 6,12
5

48,8 6,95 51,5
2,64
40,4
5110hft
0,89 43,2
0,45
20,
43,9 3,25
40,
Juni
103,75
48,2
100,50
52,3

102,75
48,2
5,62
5

46,2
5,975

47,6 6,92
5

51,3
2,67
40,9
5111
1
1
2

0,80 38,8
0,51
19,57
5

20,45 42,9 44,9 3,39
3,71
.
42,:
46,
1
1

Juli

,,
103,75
48,2
104,75
54,6

106,75
50,1
5,95
48,9
5,375

42,8
6,77
5

50,2
2,74
42,0
611
1
11
0,78
37,9
0,50
Aug.
86,75
40,3
98,25
51,2

102,25
47,9
5,05
41,5
4,70 37,4 5,77
42,8
2,88
44,1
6/514 0,76 36,9
0,55 21,32
5

46,8 4,17
52,
Sept.


80,50 37,4
96,25
50,1

105,25
49,4
4,27
5

35,1
4,15 33,0
4,80
35,6
281
43,0
613
112
0,78
37,9
0,57 22,80
50,0
5,-
62,
27 Sept.-4Oct.
83,50
38,8
92,-
47,9

101,50
47,6 4,10
33,7 3,87
5

30,9 4,40 32,6
2,87
44,0
616
0,77
37,4
0,60
22,-
48,3
4,40
54,
4-11 Oct. ’38
76,50
35,6
88,50
46,1
95,50 44,8
4,-
32,9
3,576

28,5 4,15 30,8
2,30
35,2
513
0,75 36,4
0,70 24,25
53,2 4,85
60,
11-18

,,

,,
79,50
37,0
88,75
46,2
97,-
45,5
3,90
32,1
3,55
283
3,95
29,3
2,29
35,1
513
0,72
35,0
0,70
23,50
51,6

.5,05 63
18-25

,,

,,
76,50
35,6
90,25
47,0
9t0
45,3
3,90
32,1
3,375

26,9
3,90 28,9 2,30
35,2
513
0,73
35,4
0,70
23,-
50,5 5,30
66
25 Oct.-! Nov.
78,50
36,5
87,-
45,3
92,-
43,1
4,-
32,9
3,27
5

26,1
3,70 27,4 2,19
33,5
51-
0,77 37,4
0,70
23,-
50,5 5,75
71

JUTE
KATOEN
AUSTRALISCHE WOL
JAPAN. ZIJDE
RUBBER
,,First Marks”
fl
olie gekamd
;
loco Bradford per Ib.
13(14 Dernier
Or. D. te
wit
Stand. Ribbed
Smoked Sheet
Middling Upland
Super FineC.P.
Crossbred Colonial Carded 50’s Av.
.

,
Merino

s

v.
c.i.f. Londen
per Eng. ton
loco
New York per Ib.
Oomra
Liverpool per Ib.
New York per Ib.

1
Herl.Ned.Ct.1No

loco Londen p. 1

Herl.Ned.Ct.
Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.

l

lerI.Ned.Ct.I
Not.
l-Ierl.Ned.Ct.
1

Not.
Herl.Ned.Ct.
1

Not.
Herl. Ned.Ct.1
Not.

f
%
£
cts.
%
$cts.
cts.
%

pence
cts.
%
pence
cts.
%
pence
f
%
3
cts.
%
pel
1927
442,38
103,4
36.101- 43,8
93,1 17,60
36,7
102,1
7,27
133,8
96,8
26,50
244,9
104,8
48,50
13,55 105,8
5,44
93
140,2
18,
1928
445,89
104,2
36.16111

49,8
105,8
20,-
37,9
105,5
7,51
153,8
111,2
30,50 259,7
111,1
51,50
12,60
98,4
5,07
54 81,4
10,
1929
395,49 92,4
32.1413
47,6
101,1
19,10
33,2 92,4
6,59
127,2
92,0
25,25
196,5
84,1
39,-
12,28
95,9
4,93
52
78,4
10,
1930
s2
257,97
60,3
21.619
33,6
71,4-
13,50
19,7
54,8
3,92
81,9
59,2
16,25′
134,8
57,7 26,75
8,50
66,4 3,42
30
45,2
5,
1931
192,15
44,
0

17.1/7
21,1
44,8
8,50
20,1
55,9 4,28
60,9
44,0
13,-
109,0
46,6 23,25
5,97 46,6 2,40
15
22,6
3, 1932
146,86
34,3
16.181-
15,9
33,8
6,40
19,5
54,3
5,39
42,5
.
30,7
11,75
79,7
34,1
22,–
3,87
30,2
1,56
12
18,1
3,
1933 128,63
30,1
15.1212
17,4
37,0 8,70
16,8
46,8
4,91
48,9
35,4
14,25
96,9
41,5 28,25
3,21
25,1
1,61
II
16,6
3,
1934
Z

115,85
21,l
15.9/9
18,3
38,9
12,30 13,6
37,8 4,37
51,4
37,2 16,50
95,8
41,0 30,75
1,92 15,0
l,29
19
28,6
6, 1935
134,52
31,4
18.1118
17,6
37,4
11,90
17,7
49,3 5,87 42,2 30,5
14,-
84,5
36,2
28,-
2,41
18,8 1,63
18
27,1
6,
1936
u
142,61
33,3
18.618
19,0
40,4
12,10
18,2
50,7 5,60
54,3
39,3
16,75
108,6
46,5 33,50
2,71
21,2
1,73
25
37.7
7,
1937
183,46
42,9
20.814
20,8 44,2
11,44
20,0
55,7
5,34 89,0 64,4
23,75
132,7
.

.
56,8
35,50
3,30
25,8
1,86
36
54,3
9,

Sept. 1937
186,01
43,5 20.1413 16,3
34,6
9,-
17,4
48,4
4,64
94,1
68,1
25,25
131,3
56,2
35,-
3,19 24,9
1,76
34
51,3
9,
Oct.
o
188,16
44,0 20.1918
15,2
32,3
8,42
15,5 43,1
4,15
83,6
60,5
22,50
117,7
50,4
31,50
3,02
23,6
1,67
30
45,2
8,
Nov.
,,
185,91
43,4
20.12110
14,4
30,6 7,99
15,2
42,3
4,04
74,6
54,0
20,
103,9
44,5
27,75 2,86 22,3
1,58
5

27
40,7
7,
Dec.
173,86
40,6
19.71-
14,9
31,6 8,28
15,5 43,1
4,15
69,5
50,3
18,50
110,1
47,1
29,50
2.71
21,2
1,50
5

28
42,2
7,

Jan.

1938
>
168,56
39,4
18.1518 15,4
32,7 8,56
15,9
44,2 4,26
67,3
48,7
18,-
101,2
43,3
27,-
2,69 21,0
1,49
5

26
39,2
7
Febr.
Z
166,62
38,9
18.1117
16,1
34,2 9,00
16,5
45,9
4,41
63,9
46,2
17,
98,1
.
42,0
26,25 2,78
21,7
1,55
5

27
40,7 7
Mrt.
,,
165,08
38,6
18.81-
16,1
34,2
8,91
16,1
44,8
4,30
61,1
44,2
16,25
98,3
42,1
26,25
2,81
21,9
1,56
25
37,7
6
Apr.

,
_
156,59
36,6
17.9f5
15,8
33,5
8,76
15,5 43,1
4,15
60,7 43,9
16,25
95,6
40,9
25,50 2,75 21,5
1,525
22
33,2
5
Mei

,,
0
158,09 36,9
17.1212
15,3
32,5
8,48
15,2
42,3
4,06
61,7 44,6
16,50
98,9
42,3
26,50 2,82
22,0
1.56
21
31,7
5
Juni
153,41
35,9 17.2/6
15,1
32,1
8,37
14,3
39,8
3,85
60,5
43,8
16,25
95,5
40,9
25,50
2,81
21,9
1,55
23
34,7
6
Juli
169,20
39,5
18.17110
16,1
34,2 8,88
15,7
43,7
4,20
60,9 44,0
16,25
97,1
41,5
26,-
3,22
25,1 1,77
5

28
42,2
7
Aug.
Z
174,59
40,8
19.10,8
15,3
32,5
8,37
14,7
40,9
3,95 61,4
44,4
16,50
96,8
41,4
26,-
3,11
24,3
1,69
5

29
43,7
7
Sept.
.
170.11
39,8
19.119
14,9
31,6 7,99
14,1
39,2 3,84
62,0 44,9
16,75
94,9
40,6
25,50
3,17
24,7
1,70
5

30
45,2
8
27Sept.-4Oct.
c
170,56
39,9
19.5j-
15,3
32,5
8,30
13,7 38,1
3,85
63,7
46,1
17,25
97,8
41,9 26,50
3,19
24,9
l,7l
30
45,2
8
4-11 Oct. ’38
171,37
40,0
19.716
15,7
33,3 8,50
13,9
38,7 3,79
62,7 45,3
17,-
95,8
41,0
26,-
3,17 24,7
1,725
31
46,7
8
11-18

•,

, 169,67
39,6
19.101-
15,7
33,3
8,55
14,3
39,8
3,91
61,6
44,6
17,-
94,3 40,4
26,-
3,29 25,7
1,785
31
46,7
8
18-25

.

..
173,38
40,5
19.1613
16,1
34,2
8,75
14,4
40,1
3,94
62,9
45,5
17,25
94,8
40,6
26,-
3,25 25,4
1,77
31
48,7 8
25 Oct.-1 Nov.
171,51
40,1 19.1113
16,6
35,2
9,01
14,7
40,9 4,03
63,0
45,6
17,25 94,1
40,3 25,75
3,34
26,1
1,815
30
45,2
8

KOPER
LOOD
TIN IJZER
GIETERIJ-IJZER
ZINK
ZILVER
Standaard
Loco Londen
gem. prompt en 1ev. 3 maanden
L

Londen
0
En

Cleveland No. 3
franco Middlesb.
(Lux
III)
per Eng. ton
gem. prompt en
lev. 3 maanden
cash Londe
per Standar
per Eng. ton
Londen per Eng.ton
g. ton
per Eng. ton
f.o.b. Antwerpen
Londen
p.
Eng.ton
Ounce

HerI.Ned.Ct. Not.
H
Not.
iïiiTed.Ct.I
Not.
ÏI4ed.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.Ii
Not.
HerI.Ned.Ct.I
Not.
Herl.Ned.Ct.
111

f
%
£
f
%
£.
f
%
£
1
%

;i:

f’%
cts.
p
1927
675,10
85,9
55.13111
295,75
106,5
24811
3503,60
120,6
289.115 44,10

104,7
7219
39,10
98,9
6416
345,40
108,8
28.9111
132
101,5
2
1928
771,20
98,1
63.1419
255,15
92,2
21.314
2749,50
94,6
227.418 39,85
94,6
65110
37,90
95,9
6218
305,75 96,4
25.5/5
.
135 103,8
2
1929
ot
912,55
116,1
75.917
281,10
101,2
23.4/11
2465,65 84,8
203.18110
42,45

100,8
7013
41,55
105,1
6819
300,80 94,8
24.17/8
123
94,6
2
1930
<
661,10
84,1
54.13
1
7
218,70
78,8
18.1
1
5
1716,20
59,1
14
1
.19/
1

40,50
96,1
67/-
35,95
91,0
59/6
203,55
64,1
16.16
1
9
89 68,5
1
1931

431,85 54,9
38.719
146,60
52,8
1
3-1
7

1332,55
45,9
118.911
33,-
78,3
5818
28,90
73,1
5115
140,05
44,1
12.8111
69
53,1
1
1932
z
275,75 35,1
31.1418
104,60
37,7
12.-/9
1181,30
40,6
135.18(10 25,40 60,3
5816
22,20
56,2
5111
118,95
37,5
13.13110
64
49,2
1
1933
‘J

268,40
34,1
32.1114
97,25
35,0
11.1611
1603,50
55,2
194.11/11
25,55 60,6
62/-
21,-
53,1
511-
129,80
40,9
15.14111
62
47,7
1
1934
226,80 28,8
30.615
82,65
29,8
11.1/-
1723,15
59,3 230.715
25,-
59,3
66111
20,25 51,2
5411
103,05
32,5
13.1516
66
50,8
2
1935
rit
230,95
29,4
31.18/1
103,40
37,2
14.518
1634,25 56,2
225.1415
24,70 58,6
6812
20,25
51,2
56/-
102,65
32,3
14.316
87
66,9
1936
2
298,75
38,0 38.8/1
137,15
49,4
17.1217
1592,-
54,8
204.1218
28,40 67,4
731-
22,40
56,7
5717
116,55
36,7
14.1917
65
50,0
2
1937
<
488,55
62,1
54.813
208,95 75,3
23.516
2176,70 74,9
242.7110
41,30 98,0
91111
47,10
119,2
10511
199,80
63,0
22.414
75 57,7
2

Sept.
1937
<
474,25
60,3
52.15111
187,55
67,5
20.1718
2323,10
79,9
258.1216
45,35

307,6 1011-
44,65
113,0
9915
191,80
60,4
21.711
74
56,9
1
Oct.
413,15
52,5
46.1/11
164,80
59,4
38.718
2036,85
70,1
227.51-
45,25
107,4
1011-
42,30
107,0
9415
162,05
51,1
18.117
75
57,7
Nov. w
357,50
45,5
39.1319
150.10
54,1
16.13(3 1726,80
59,4
191.141-
46,85
111,2
104!-
39,85
100,8
8815
143,20
45,1
15.17111
74
56,9
1
Dec.

,
362,70
46,1
40.7(2
144,90
52,2
16.216
3734,45
59,7
193.-1-
49,-
116,3
1091-
38,80
98,2
8614
139,-
43,8
15.915
70
53,8
1

Jan.

1938
367,75
46,8
40.1916
143,50
51,7
15.1919
1640,65
56,5
182.161-
48,90
116,1
1091-
36,50
92,4
8114
134,05
42,2
14.18/9
74
56,9
3
Febr.
>
353,70
45,0
39.819 137,35
49,5
15.613
1642,15
56,5
183.1111
48,90
116,1
1091-
33,45
84,6
7416
128,85
40,6
14.714
75
57,7
Mrt.
357,25 45,4
39.16/7
144,80
52,2
16.2/10
1649,65
56,8
183.18/2
48,90
116,1
109
1

31,80
80,5
70
1
11
128,90
40,6
14.7
1
4
75
57,7
Apr.

,
354,85
45,1
39.11/7
141,35
50,9 15.15/4
1536,80
52,9
373.9/5 48,85
115,9
109/-
32,80.
83,0
73/2
124,75
39,3
13.18
1
4
71
54,6
1
Mei

11.
328,80
41,8
36.32(9
127,85
46,0
14.4
1
11
1452,30
50,0
161.16
1
6
48,90
116,1
109,-
29,75
75,3
66/4
113,50
35,8
12.12,6
70 53,8
1
Juni

317,80
•40,4
35915
125,35
45,1
14.

(

1599,30
55,0
178.101
48,85
115,9
1091
28,05
71,0
6218
138,40
37,3
13.4/3
71
54,6
Juli

356,45 45,3
39.15(11
333,50
48,1
14.18/2
1725,45
59,4
192.13(2
48,80 315,8
109/-
27,25
69,0
60/11
127,85
40,3
14.5/6
72
55,4
Aug.

363,35 46,2
40.1219
127,20
45,8
14.416
1722,60
59,3
192.131-
48,75
115,7
1091-
26,80
67,8
601- 124,10
39,1
13.17/6
72
55,4
Sept.

,,
374,70 47,7
42.-(-
136,50
49,2
15.6/-
1727,30
59,4
193.12
1
6
48,60
115,3
109!-

28,30 71,6
63
1
5
126,85
40,0
14.4/5
72.
55,4
27Sept.-4Oct.
o
373,95
47,6
42.7(6
334,30 48;4
15.4(5
1734,10
59,7
196.10
1

48,10
114,2
109
1

29,30
73,6
66/-
125,75
39,6
14.5
1

72
55,4
4-11 Oct.’38
X

397,-
50,5
45.51-
142,30 51,2
16.415
1820,55
62,6
207.101-
47,80
113,5
1091-
30,70
77,7
70/-
132,70
41,8
15.2/6
72
55,4
11-18

,,

,,
421,95 53,7
48.6/3
147,40
53,1
16.17/6
1840,65
63,3
210.15/-
47,60
113,0
109/- 30,15
76,3
69!-
138,10
43,5
15.16(3
71

1

54,6
18-25
404,65
51,5
1

46.39
142,10
51,2
16.415
3846,45
63,5
210.151-
47,751
113,3
1091-
29,70
75,2 67(9
134,45
42,4
15.6111
72
55,4

250ct.-1 Nov.
399,10
50,8
45.12,6
141,60
51,0
16.319
1843,5563,4
210.151-
1
47,651
113,1
309!-

130,60
1

77,4
701-
130,40
41,1
14.1812
72
55,4

EN EN GRONDSTOFFEN.
(Indexcijfers gebaseerd op 1927 t/m 1929
=
100).

839

GE-
SLACHTE
GE-
SLACHTE
DEENSCH

1
BACON
BEVROREN
ARG. RUND-

CACAO G.F.
KOFFIE
Loco R’dam/A’dam
SUIXER
Witte krist.-
THEE
N.-Ind.thee-
RUNDEREN
VARKENS
middelgew. No. 1
VLEESCH
Accra per 50 kg
Nederland
c.i.f.
per
‘/2
kg. suiker loco
veiling A’dam
Gem.Tava-

en
(versch)
oer 100 kg
(versch) oer 100kg
Londen per cwt. Londen per 8 Ibs.

~
Herl.Ned.Ct.1

Rotterdam!
Amsterdam
Sumatratbee
°
c
Robusta
Superior
Herl.Ned.Ct.I
Not. Not.
Herl.Ned.Ct.I
Not.
Rotterdam Rotterdam
Santos
per 100 kg.
per’/,kg.

%
7
%
sh.
7
ii
7
sh.
cts.
%
ets.
%
f
%
cts.
%
1927




65,15
97,8
10716
2,73
92,2
416
41,21
119,4
68/-
46,87
5

95,5
54,10
91,4
19,125
119,6
82,75
109,2
101,3
1928
93,-
98,2
77,50
90,8
66,80
100,3
11015
3,03
102,4
51-
34,64
100,4
5713
49,62
5

101,1
63,48
107,3 15,85
99,1
75,25
99,3 102,2
1929
96,40
101,8
93,12
5

109,2 67,81
101,8
112/2
3,12
105,4
512
27,70
80,2
45110
50,75
103,4
59,90
101,2
13,-
81,3 69,25
91,4 94,1
1930
108,-
114,0
72,90
85,5
57,19
85,9
9417
2,97
100,3
4111
21,04
61,0
34111
32
65,2
38,10
64,4
9,60
60,0
60,75
80,2
12,1
1931
88,-
92,9
48,-
56,3
35,72
53,6
6316
2,44 82,4
414
13,84 40,1
2417
25 50,9
27,10
45,8
8,-
50,0
42,50
56,1
53,3
1932
61-
64,4
37,50
44,0
25,46
38,2
5817
1,70
57,4
3111
11,77
34,1
2711
24
48,9
30,04
50,8
6,32
5

39,6
28,25
37,3 43,0
1933
52-
54,9
49,50
58,0
30,74
45,2
7417
1,54
52,0
319
9,30
26,9
2217
21,10
43,0
22,83
38,6
5,32
5

34,5
32,75
43,2 31,0
1934
61,50
64,9
46,65
54,7
32,94
49,5
8811
1,42
48,0
319
1
13
8,15
23,6
21110
16,80
34,2
18,40
31,1
4,075

25,5
40
52,8
34,9
1935
48,12
5

50,8
51,625
60,5
32,-
48,1
8815
1,19
40,2
3/3
1
/,
8,15
23,6
2216
14,10
28,7
15,21
25,7
3,85
24,1
34,50
45,5
32,5
1936
53,425 56,4
48,60
57,0
36,37
54,6
9316
1,48
50,0
3/9
1
/,
12,05
34,9
3014
13,62
5

27,8
16,875
28,5 4,025
25,2
40
52,8 39,2
1937
71,275
75,3
610
72,5
42,27 63,5
9411
1,90
64,2
413
17,35
50,3
3818
16,62
5

33,9
22,37
5

37,8
6,22
5

38,9
53,50
70,6
53,6

pt. 1937
72,42
5

76,5
69,20
81,1
46,17
69,3
102/10
1,96
66,2
4/4
1
/2
15,97
46,3
35/7
16,75
34,1
23 38,9
6,32
5

39,6
56
73,9
55,1
ct.

»
69,97
5

73,7
70,20
82,3
43,70
65,6
9716
1,91
64,5
413
12,55
36,4
28/-
15,75
32,1
22,87
5

38,7
6,40 40,0
55,25
72,9
55,0
0v.

,,
68,17
5

72,0
72,37
5

84,8
40,77
61,2
9016
1,95
65,9
414
12,18
35,3
2711
13,50
27,5
20
33,8 6,425
40,2
53,75
71,0
52,2
ec.

,,
68,95
72,8
72,15
84,6
43,23
64,9
9612
1,92
64,9
41312 11,07
32,1
2418
13
26,5
17,25
29,2
6,40 40,0
47,75
63,0
51,0

n.

1938
70,82
5

74,8
79,375

82,5
43,54
65,4
97/-
1,96
66,2
414
1
12
12,18
35,3
2712
13
26,5
16,10
27,2
6,17
5

38,6
51,25
67,7
51,1
ebr.

,,
70,25 74,2 68,75
80,6
43,95
66,0
98/-
2,08
70,3
4/71/2

12,44
36,0
2719
13
26,5
16
27,0
5,40
33,8
50,25
66,3
50,3
rt.

,,
69,15
73,0 66,37
5

77,8
45,87
68,9
10212
1,90
64,2
4
1
3
13,30
38,5
29
1
8
13
26,5
15,50
26,2
5,05
31,6
52,25
69,0
48,6
pr.

,,
70,35 74,3
64,40
75,5
47,29
71,0
105
1
6
1,88
63,5
412
11,68
33,8
2611
13
26,5
15
25,4
4,65
29,1
53,50
70,6
47,9
ei

,,
71,50
75,5
62,-
72,7
46,22
69,4
1031-
1,92
64,9
413
1
12
8,64 25,0
1913
12,50
25,5
14
23,7
4,70
29,4
53,-
70,0
41,1
fl1

,,
70,50
74,4
59,95 70,3
43,99
66,1
98/2
1,96
66,2
414
112
8,74
25,3
1916
12,50
25;5
13,75
23,2
4,72′
29,6
49,50 65,3
45,5
Ii

,,
67,20
71,0
62,40
73,1
46,46
69,8
10319
1,98
66,9
415
9,76
28,3
21/9
12,75
26,0
14
23,7
4,95
31,0
‘47,75
63,0
46,5
ug.


67,-
70,7
63,75
74,7
45,32
68,1
101/5
1,96
66,2
4/41/2

10,04
29,1
22/51
13,30
27,1
14,10
23,8
5,–
31,3 49,50
65,3
45,5
ept.
64,65 68,3
62,45 73,2
43,67
65,6
99/-
1,90
64,2
413314

10,41
30,2
23144
13,50
27,5
14,50
24,5
5,35
33,5
53,-
70,0
45,7
ept.-4d’ct.
64,-
67,6
63,50 74,4
42,12
63,3 99
1

1,79
60,5
4/2
1
1
,
10,44
30,2
23
1
9
14,50
29,5
15,50
26,2
5,50
34,4 56,25 74,3
44,9
1 Oct.’38
66,-
69,7
64,-
75,0
43,61
65,5
99/-
1,93
65,2 41411,

9,97
28,9
2219
14,50
29,5
15,50
26,2 5,25
32,8 56,25
74
,3

44,6
8

»

,
63,30
66,8
63,-
73,8
43,31
65,0
99/-
1,99
67,2
4
1
6
1
12

4/71/2

9,61
27,8
221-
23
1

14,50
14
29,5 28,5
15,50 15,50
26,2 26,2
5,12
5

5,-
32,0 31,3
55,- 55,-
72,6 72,6
44,5
44,6

ct.-1 Nov.

65,5
66,5 61,50 60,50
72,1
70,9
43,42
41,66
65,2 62,6
991-
95/-
2,03
1,99
68,6
67,2
4/6
1
/,
10,07 9,61
29,2
1

27,8
221-
14
28,5
15,50
26,2
5,25
32,8
53,-
70,0
44,5

ORENENI-IOUT
Zweedsch ongesort.
2
1
12
X
7 per standaard
ex opslagpl. Londen

VUREN-
HOUT basis 7″ t.o.b.
Zweden/FinI.
per standaard
van 4.672 M
3.

KOE-I
HUIDEN
Gaaf, open kopi 57-61 pond
Veiling te
Amsterdam

COPRA
1

Ned.-lnd.
f. m. s.

1

per
100
kg
Amsterdam

GRONDNOTEN
Gepelde Coromandel,

per longton
c.i.f. Londen
___________________

LIJNZAAD
L.
Plata
loco
Rotterdam
per
1000
kg.
1)

GOUD
cash Londen
per ounce line
________________
Herl.Ned.Ct.I

Not.


15
e
u._t
n-
e
e
4
w
0

Hen. Ned.
Cl.

Noi
HerI. Ned.
Cl.
Not.

i
r

r
r
v
5h.

1927
230,28
100,1
19-/-
160,50
105,1
40,43
100,9
32,62
5

106,5
266,03
106,4
21.18/11
185,-
95,0 51,50
100,1
85/-
105,3 104,4
124,1
1928
229,90
100,0
19-1-
151,50
99,2
47,58
118,7
31,87
5

104,1
254,10
101,6 2
1
..f-
185,25
95,1
51,45
100,0
851-
102,0 100,2
94,6
1929
229,71
99,9
19.-1-
146,-
95,6
32,25
80,5
27,37
5

89,4
230,16
92,0
19.-19
214,-
109,9
51,40
99,9
85/-
92,1 95,4
84,5
1930
218,43 95,0
18.112
141,50
92,7
25,36
63,3
22,625
73,9
175,55
70,2
14.1014
181,75
93,3 51,40 99,9
851-
69,6
75,1
60,0
1931
187,88
81,7
16.14/-
110,75
72,5
18,65
46,5
15,37
5

50,2
136,69
54,7
12.2111
95,50
49,0
52,-
101,1
9215
47,6 54,6
44,7
1932
136,14
59,2
15.1314
69,-
45,2
11,15
27,8
13,-
42,4
130,52
52,2
15.-14
70,-
35,9
51,25
99,6
1181-
35,1
43,0
38,4
1933
136,48
59,3
16.1112
73,50
48,1
13,26
33,1
9,30 30,4
90,39
36,1
10.19/4 75,50
38,8
51,35 99,8
12417
33,1
39,0
34,5
1934 134,02
58,3
17.1814
76,50
50,1
12,07
30,1
6,90
22,5
71,90 28,7
9.1213
72,75 37,3
51,50
100,1
13718
31,6 37,3 36,5
1935
127,91
55,6
17.1314
59,50
39,0
12,54
31,3
9,15
29,9
104,26
41,7
14.81-
67,25
34,5
51,50
100,1
14212
32,2 37,0 34,8
1936
139,98
60,9
17.19110
78,25
51,3
15,40
38,4
11,90
38,9
113,49
45,4
14.1119
85,-
43,6
54,60
106,1
14014
39,0 42,2 40,7
1937
205,35 89,3
22.1712
132,25
86,6
23,35
58,2
15,22
5

49,7
127,81
51,1 14.418
110,50
56,8
63,20
122,8
140/9
53,4 57,8
55,9

Sept.
1937
211,08 91,8
23.10/-
135,–
88,4
25,-
62,4
13,15
42,9
120,84
48,3
13.911
115,25
59,2
63,05
122,5
14014
52,4 57,9 54,7
Oct.
»
210,65
91,6
23.10/-
135,-
88,4
23,-
57,4
13,50
44,1
121,70
48,7 13.11/7
116,75
59,9
63,-
122,4
14016*
50.4
56,1
50,1
Nov.

»
209,46
91,1
23.51-
132,50
86,8

44,9
12,50
40,8
109,57
43,8
12.313
110,50
56,7
63,10
122,6
140114
47,7 53,2
45,4
Dec.

»
206,69 89,9
23.-/-
125,-
81,9
17,-
42,4
12,37
5

40,4
105,31
42,1
11.1415
109,75
56,3
62,85
122,2
139110
44,9 51,8 45,5

Jan.

1938
203,65
88,6
22.1319
123,-
80,6

47,4
11,87
5

38,8
99,85
39,9
11.216
109,75
56,3
62,65
121,8
13917
44,4
51,9
43,5
Febr.

199,56
86,8
22.51-
122,50
80,2
17,-
42,4
10,95
35,8
95,86
38,3
10.1319
108,
55,5
62,70
121,9
13919*
43,4
51,0 43,4
Mrt.

»
197,49
85,9
22.-/-
116,25
76,1
15,-
37,4
10,97
5

35,8
92,92
37,2
10.712
106,25
54,6
62,75
122,0
139111
41,8
49,9
42,0
Apr.
197,23
85,8
22.-!-
110,-
72,0
14,50
36,2
10,62
5

34,7
90,22
36,1
10.113
101,75
52,3
62,65
121,8
13919
40,0
48,9
38,8
Mei

»
195,17
84,9
21.151-
105,50
69,1
14,50
36,2
10,42
5

34,0
91,54
36,6
10.41-
98,50
50,6
62,85
122,2
140s-4
39,4
47,8
37,5
uni
190,37
82,8
21.5/-
102,50
67,1
14,-
34,9 9,775
31,9
92,40
36,9
10.6/3
96,-
49,3
63,05
122,5
140/8*
38,9
47,1
39,2
uli
188,10
81,8
21.-J-
102,50
67,1
14,75
36,8
10,125
33,1
97,26
38,9
10.17/2
102,-
52,4
63,20
122,8 141/2
41,3
48,2
43,8

‘.
g.
187,70
81,6
21.-/-
103,-
67.5
14,75
36,8
9,725
31,8
93,55
37,4
10.9/3
96,50
49,6
63,60
123,6
142/4
40,9 47,6
44,7
pt.
182,97
79,6
20.15/-
105,-
68,8
15,25
38,0
9,475

30,9
91,44
36,6
10.5/-
96,25
49,4 64,55
125,5
f 44/9
41,0 48,0
46,0
Sept..4
d’ct.
182,97
79,6
21.10
1

105,-
68,8
15,25
38,0
9,25
30,2
89,35
35,7
10.2/6 95,50
49,1
63,85
124,1
144/84
41,0 47,1
46,5
-11 Oct.’38
189,42
82,4
21.101-
107,50
70,4
15,75
39,3
9,125
29,8
88,83
35,5
10.216
92,50 47,5
64,-
124,4
145110
41,3 43,0 47,6
-18

»

,,
188,13
81,8 21.101-
107,50
70,4
15,75
39,3
9,125
29,8
88,43
35,4
10.2/6 92,50
47,5
63,95
124,3
146
1
6
41,2 47,1 47,4
-25

»

,,
179,80
78,2
20.10
1

107,50
70,4
15,75
39,3
9,-
29,4
87,61
35,0
10.-/-
92,-
47,3
63,90
124,2
145111
41,4
47,7
47,8
Oct.-1 Nov.
179,79
78,2
20.101-
107,50
70,4
15,75
39,3
8,87
5

29,0
85,83
34,3
9.1613
92,-
47,3
63,85
124,1
146j-Ijd
41,3
47,6
46,4

rNKtÏ’Ï
Westf./HolI.
bunkerk. ongez.

PETROLEUM
Mid. Contin. Crude
33 t/m.
33,90
Bé s. g.

BENZINE
Gulf Exp. 64/66
0

per

KALK-
SALPETER
franco schip
ZWAVELZURE

AMMONIAK
CEMENT
levering bi)
50 ton franco

STE ENEN


‘2

binnenmuur buitenmuur
f.o.b. R’dam/
te N.-York p.
barrel
U.S.
gallon

LrI.Ned.Ct.1
Ned. per 1
00
kg
franco Schip
voor den wal
p.I000stuksp.l000stuks
‘D
A’dam per
bruto’
Ned. per 100kg
Rotterdam
Rood en
Klinkers en
EE!
.E!
H

Not.
Not.
Boeregrauw
Hardgrauw

%
T
%
$
ets.
ï
ets
.
7
i

T
‘T
T

1927
11,25
103,1
3,21
103,6
1,28
37
128,0 14,86
11,48
102,6
11,44
102,5

I
18,-
99,0
13,65
104,3 16,50
88,4
105,1
105,2
1928
10,10
92,5 2,99
97,1 1,20
24,85
85,9 9,98
11,48 102,6 11,08
99,3

1
18,-
99,0
13,60 104,0
19,50
104,5
96,5
99,0
1929
11,40 104,4
3,06
99,4
1,23
24,90
86,1
10
10,60
94,8
10,96
98,2

1
18,55 102,0
12,-
91,7
20,-
107,1
98,5
95,9
1930
11,35
104,0
2,76
89,6
‘1,11
21,90
75,7
8,81
9,84
88,0
10,55
94,5

1
18,55
102,0
11,-
84,1
19,-
101,8
83,3
77,1
1931
10,05
92,1 1,42
45,1
0,57
12,38
42,8
4,98
8,61
77,0
7,73
69,3
16,55
91,0

76,4
15,50
83,0
81,9 55,4
1932

73,3
2,01
65,3
0,81
11,99
41,5 4,83 6,15
55,0
4,20
37,6
12,-
66,0
8,50 65,0
II,-
58,9
49,8
43,0
1933
7,-
64,1 1,14
37,0
0,57
9,24 32,0 4,63
6,18
55,2
4,63
41,5

60,5 8,75 66,9
10,50
56,2
46,4
40,3
1934
6,20
56,8
1,40
45,5
0,94 7,18
24,8
4,84
6,11
54,6
4,70
42,1
11,25
61,9
7,-
53,5
8,50
45,5
44,8
38,8
1935
6,05
55,4
1,39 45,1
0,94
7,65
26,5
5,18
5,89
52,7
4,81 43,1
11,-
60,5 6,75
51,6
8,50
45,5
46,4
39,9
1936
6,60
60,5
1,63
52,9
1,04
8,86 30,6 5,65
5,70
51,0 4,82 43,2
10,50
57,7
6,75 51,6
8,75
46,9
48,5
44,1
1937
8,80
80,6
2,09
67,7
1,15 11,08
38,3 6,10
5,75
51,4 4,97 44,5
‘11,35
62,4 7,50
57,3
9,50 50,9
66,4 60,5

Sept. 1937

82,4
2,11
68,4
1,16
1156
40,0 6,38
5,75
51,4
4,95 44,4
11,35
62,4
7,45
56,9 9,50
50,9 65,6 59,8
Oct.

»
8,95
82,0
2,10
68,0
1,16
1125
38,9 6,22
5,80
51,8
5,-
44,8
11,35
62,4 8,25
63,1
9,75
52,2
62,1
56,8
Nov.

,,
‘9,-
82,4
2,09
67,7
1,16
10,49
36,3 5,82
5,85
52,3 5,05
45,3
11,35
62,4
8,25
63,1
9,75
52,2 59,0 53,9
Dec.

»
9,35
85,6
2,09
67,7
1,16
9,60
33,2 5,34
5,95
53,2 5,15
46,1
11,35
62,4
8,25
63,1
9,75 52,2
58,5 52,3

Jan.

1938
9,90
90,7
2,08 67,4
1,16
9,34
32,3 5,20 6,05
54,1
5,25
47,0
12,85
70,7
8,50 65,0
10,50
56,2
59,1
52,4
Febr.

,,
9,90
90,7
2,08
67,4
1,16
9,10
31,5
5,09
6,10
54,5 5,30 47,5
12,85 70,7
8,50
65,0
10,50
56,2
58,0
51,4
Mrt.

»
9,90
90,7
2,09
67,7
1,16
9,08
31,4
5,05 6,15
55,0
5,35
47,9
12,85
70,7
8,50
65,0
10,50
56,2
58,1
50,7
Apr.

»
9,90
90,7
2,09
67,7
1,16
8,89
30,7 4,94
6,20
55,4 5,40 48,4
12,85
70,7
9,-
68,8

64,3
57,5
49,5
Mei

»
9,90
90,7
2,10
68,0
1,16
8,92
30,8
4,94 6,25 55,9
5,45
48,8
12,85
70,7
9,-
68,8
12,-
64,3
55,6
48,3
‘Juni

»
9,90
90,7
2,10 68,0
1,16
8,88
30,7
4,91
6,25
55,9
5,45
48,8
12,85
70,7
9,-
68,8
12,-
64,3
55,7
48,0
Juli

»
9,90
90,7
2,11
68,4
1,16
8,97 31,0
4,94
5,55
49,6
4,80
43,0
12,85
70,7
9,-
68,8
12,-
64,3
55,9
49,3
Aug.

»
9,80
89,8
2,12
68,7
1,16
8,89
30,7
4,85
5,65
50,5
4,90
43,9
12,85
70,7

9,50
72,6
12,-
64,3
55,7
48.9
Sept.
9,60
87,9.
2,16
70,0
1,16
8,93
30,9
4,81
5,70
51,0
.
4,95
44,4
12,85
70,7
9,50 72,6
12,-
64,3 56,5
49,5
27Sept..4d’ct.
9,50
87,0
2,13
69,0
1,16
8,99
31,1
4,81
5,75
51,4
5,-
44,8
12,85
70,7
9,50
72,6′
12,-
64,3 56,5
49,5
4-11 Oct.’38
9,50
87,0
2,14
69,3
1,16
8,84
30,6
4,81
5,75

51,4
5,-
44,8
12,85
70,7
9,50 72,6
12,-
64,3
57,8
50,3
11-18

»

»
9,40
86,1
1,76
57,0 0,96 8,86
30,6
4,81
5,75
51,4
.

5,-
44,8
12,85
70,7
9,50 72,6
12,-
64,3
58,9
49,8
18-25

»

,,
9,45
86,6
1,77
57,3
0,96
8,51
29,4
4,63
5,75
51,4
5,-
44,8
12,85
70,7
9,50 72,6
12,-
64,3
56,6
49,7
25 Oct.-1 Nov.
9,45
86,6
1,76
57,0 0,96
8,51
29,4
4,63
5,80
51,8 5,05 45,3
12,85
70,7
9,50
72,6
12,-
64,3
56,7
49,1

840

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 November 1938

KOERSEN TE LONDEN.

Plaatsen en
Landen Noteerings-
eenheden
15
Oct.
1938 22
Oct.
1938
24129
Oct.’38
LaagstelHoogste
29
Oct.
1938

Alexandrië.

Piast. p.,
97%
97%
97%
97%
9734
Athene

….
Dr. p..
547%
547%
540
555
547%
Bangkok….
Sh.p.tical
1/10,
3
,
1110
1110,
3
v
1110
1110k
Budapest

..
Pen. p.
£
24%
2434
24
2434
24%
BuenosAiresi
p.pesop.
18.98
19.04
18.96
19.05
18.991
Calcutta ….
Sh. p. rup.
1159
115
1

1/5
29
1
32

1/5
31
/
82

1/5l9.Ç
Istanbul

..
Piast. p.
£
593
590
588 588 588
Hongkong ..
Sh. p.
$
112%
1/2%
1/2%
1/3%
1
/
2%
Sh. p. yen
112 112
111%
1/2%
1j2
Lissabon….
Escu. p.
110% 110%
109%
110%
1101.6
Mexico

….
$
per
£
– –
– –

Montevideo
.
d.per,
20
20 19%
20%
20
Montreal

..
$
per
£
4,80%
4.803.g
4.79%
4.81% 4.80%

Kobe

…….

Rio d.Janeiro
d. per Mii.
2
3 3 3
3
Shanghai

..
d. p.
$
8
8
7%
8% 8%
Singapore ..
Sh. p.
$
2/3%
213%
213%
214%
23%
ValparaisoS).
$per.0
121
119
119
119
119
Warschau ..
Zl. p.
£
1
25%
2514
25
25%
25%
‘,i viiie. nut.
13
laten, gem. not., weie imp. neonen ie oetaien lu
Dec. 1936 16.12.
2)
90 dg. Vanaf 13 Dec. 1937 laatste export” noteering.

ZILVERPRIJS

GOUDPRIJS
Londeni) N.York2)

A’dam’) Londen
4)
25 Oct. 1938.. 19% 42% 25 Oct. 1938.. 2070 145/11
26 ,,

1938.. 19%

42% 26 ,,

1938.. 2070 14519
27 ,,

1938.. 19%

42% 27 ,,

1938.. 2070 14517
28 ,,

1938.. 19%

42% 28 ,,

1938.. 2070 145110..
29 ,,

1938.. 19%

29 ,,

1938.. 2070 145/101
31 ,,

1938.. 19%

423/
4

31 ,,

1938.. 2070 146;0

1 Nov. 1937.. 19% 44%

1 Nov, 1937.. 2050 140151

27 Juli 1914.. 249

59

27 Juli 1914.. 1648 84/10e
1)
in pence p. oz. stand.
3)
Foreign silver in $c. p. oz. line.
3)
In guldens
per Kg. 100011000.
4)
in sh. p. oz. line.

STAND VAN ‘s RIJKS KAS.
Vorderingen.

1
15Oct.1938
1
22Oct.1938
Saldo van ‘s Rijks Schatkist bij De Ne-
derlandsche Bank ……………….
f
135.181003,42 1151.632.279,66
Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten

186.636,59
,,

438.259,63
Voorsch. op ultinio September 1938
ald. gemeent. verstr. op a. haar uit te
keeren hooI ds. der pers, bel,, aand. in
de hoofds. der grondbel. en der gem.
fondsbel., alsmede opc. op die belas-

tingen en op de vermogensbelastlng


Voorschotten aan Ned.-lndit ……….54.828.069,80 • 49.293.657,36
Idem aan Suriname ………………
….11.620.047,29

11.634.374,91
Kasvord.weg.credletverst.alh.buitenl.

103.241.203,84 ,, 102.749 042,26
Daggeldleeningen tegen onderpand..


Saldo der postrek.v.Rijkscomptabelen

43.002.073,61 • 41.241.116,59
Vord. op het Alg. Burg. Pensioenf.’)…


Vord. op andere Staatsbedrijven’)

10.627.822,04 .11.621.730,27
Verplichtingen

Voorschot door De Ned. Bank ingev.

art. 16 van haar octrooi verstrekt


Schatkistbiljetten in Omloop ………
.f222.528.000,- /222.513.000,-
Schatkistpromessen
in
omloop


Zilverbona In omloop …………….
..1.082.386,-

,,

1.082.123,-
Schuld op ultimo September 1938 a/d.
gem. weg. a.h.ultte keeren hoofds.d.
pers. bel., aand. 1. d. hoofds. d. grondb.
e. d. gem. fondsb. alsm. opc. op dle
bel. en op de vermogensbelasting

8.855.163,73

8.855.163.73
Schuld aan Curaçao’) ….
………….,, 1.720.852,87 ,, 1.702.169,92
Schuld aan het Alg. Burg. Pensioeni.
1) , 53.544.206,65 ,, 52.180.824,14
Id. a. h. Staatsbedr. der P.T. en T.’) … ,224.030.556,61 • 222.967.307,64
Id. aan andere Staatsbedrijven ‘) …..
….11.000.000,- 12.000.000,-
Id. aan diverse instellingen’) ………
..222.719908,88

,, 221.485.945,31
1)
In rekg.-crt. met ‘s Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH-INDISCHE VLOTTENDE SCHULD.
22 Oct. 1938
1
29Oct. 1938
Vorderingen:’)
Saldo Javasche Bank ……………
f


Saldo b. d. Postchèque- en Girodienst

197.000,- / 466.000,-
Verplichtingen:
Voorschot’s
Rijks
kase.a. Rijksinstell ,, 49.294.000,-

51.145.000,-
Schatkislpromessen in omloop…. …
..15.750.000,-

15.750.000,-
Schatkistbiljetten in Omloop ………..5.000.000,- ,, 5.000.000,-
Schuld aan het Ned.-lnd. Muntfonds ,, 2.311.000,-
,,
2.31 1.000,-
Idem aan de Ned.-Ind. Postspaarbank

2.218.000-
,,
2.110.000,-
Belegde kasmtddelen Zelfbesturen

,,

930.00O-

830.000,-
Voorschot van de Javasche Bank

,,
2.517.000,-

560.000,-
1)
Betaalmiddelen In ‘s Lands Kas / 35.536.000,-.
SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
C
rcu-
lat te
Andere
opelschb. schulden
Discont.
Dlv.
reke
n,ngenj

24 Sept.

1938..
721
1.045
.

528
531 1.271
17

,,

1938..
722
1.041
467
527
1.253
10

,,

1938..
721
1.072 586 518
1.263
3

1938,.
720 1.200
594
521
1.276
27 Aug.

1938..
862 1.183 485 523
1.261
1

Juli

1914..
645
1.100
560
735

1

396
‘) Sluitp. der activa.

1

NEDERLANDSCHE BANK
Verkorte Balans op 31 October 1938

Activa.
Binnen!.
Wis-
(Hfdbk.
f
15.531.825,39

sels, Prom.,j Bijbnk.

122.238,27
2.. .12,…

A…..,.l,

(1’7C .100 nA
rn
U1. 1.C3..niU.

01
1.’i00,U

f
16.629.551,86
Papier o. h. Buiteul. in disconto

……

Idem eigen portef.

f

4.050.000,-
Af: Verkocht maar voor
de bk.nog niet afgel.


4.050.000,
Beleeningen

1
Hfdbk.
f
269.224.750,131)
ncl. vrsch.
in rek.-crt.
Bijbnk. ,,

2.539.409,89

op onderp.
1
Ag.sch. ,,

30.669.889,44
1,

f
302.434.049,46

Op Effecten enz..

f
301.130.207,181)
Op Goederen en Ceel.

1.303.842,28
302.434.049,461)
Voorschotten a. h. Rijk …….. ……..

Munt, Goud ……
f

106.637.535,-
Muntmat., Goud .. ,,1.374.395.513,20

[1.481.033.048,20
Munt, Zilver, enz.

,,

20.253.569,08
Muntmat. Zilver.


,,
Belegging van kapitaal, reserves en pen-
1.501.286.617,28
2
)

sioenfonds

……………………,,
43.443.298,07
Gebouwen en Meub. der Bank ……..,,
4.580.000,-
Diverse

rekeningen ……………….,,
9.936.924,89
Staatd. Nederl. (Wetv. 27/5/’32, S. No. 221) ,,
8.905.871,61
Passiva

__ fl.891.266.313,17

Kapitaal …..
…………………..
f

20.000.000,-
Reservefonds ……………………,,
4.860.787,51
Bijzondere reserve

………………,,
7.102.179,67
Pensioenfonds

……
…………….,,
11.826.390,21
Bankbiljetten in omloop…………..,,
1.045.988.715,_
Bankassignatiën in omloop

……….,,
108.697,95
Rek..Cour.
(
Het Rijk
f
139.963.345,99
saldo’s:

,
Anderen ,,658.395.769,98
798.359.115,97
Diverse rekeningen ………………

,,
3.020.426,86

f

1.891.266.313,17

Beschikbaar metaalsaldo

…………f
763.699.006,80
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop
dan waartoe de Bank gerechtigd
is
1.909.172.517,-
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank
ondergebracht

………………..,,

1)
Waarvan aan Nederlandsch-lndië
(Wet van
15
Maart 1933, Staatsbiad No. 99)
……..
t

63.247.800,-
‘)

Waarvan in

het buitenland

…………………….
.318.197.506,81
Voernaams4e poaten in duizenden
guldens.

Data
Goud

Andere

Beschikt,.

Circulatie
opelschb.

Metaal-
1

Dek-
kings
Munt
1
Muntmat.
schulden

saldo
perc.

31 Oct.

’38 106638
1.374.396
1045.989 798.468 1.909,173
81
24

,,

’38 106638
1.374.394
1014.166 825.322

763.963
82
25 Juli

’14
65.703
96.410
310.437

6.198

43.521
54

Data
Totaal
bedrag
Schatkist-
promessen
ee
Bel


.
Papier
op het
Diverse
reke- disconto’s
_rechtstreeks
_
nin
g
en

buitenl.
ningen
1
)

31 Oct.

1938
16.630

302.434 4.050
763
24

,,

1938
16.698

298.272
4.050
10.700
25
Juli

1914
67.947

61.686 20.188
509
1)
Onder de activa.

JAVASCHE BANK.

Data
Goud
Zilver
Circulatle
opeischb.
metaal:
schulden
saldo

29 Oct.
1
382)
138.800
189.290
83.040 29.868
22

,,

1
38)
137.820 189.860 82.130
29.024

1
Oct. 1938
116.886
1
21.711
189.632
83.265 29.438
24Sept.1938
116.886
21.321
188.428
74.597
32.996

25Juli1914
22.057 31.907
110.172
12.634
4.842

Data
Wissels,
bulten
1
Dis-

1
Belee-

1
D

seiver

1 1
Dek-
kings-
N.-Ind.
conto’s
1
ningen
reke-
ningen’)
1
percen-
____________
betaalt,.
1
lage

29 Oct.
1
388)
2.630
75:040
69.520
51
22

,,

1
382)
2.650 76.320 68.810
51

1
Oct. 1938 2.381
‘13.820

1
51.54&
69.344
51
24Sept.1938
2.048
13.714

1
50.869 60.938
53
25 Juli 1914
6.395
7.259 75.541
2.228
44
t)
Sluitpost activa.

1)
Cijfers
telegrafisch
ontvangen.

Auteur