Ga direct naar de content

Jrg. 20, editie 1029

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 18 1935

18 SEPTEMBER 1935

ALl7’b.’Uh8RRCI17′ V00RR9I10UI’F’N.


.

1

EconomischowStatistische


Beri*chten

ALGEMEEN WEEKBLAD ‘OOR HANDEL, NIJVERHEID,
FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR DE MEDEDEELINIGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

20E JAARGANO

WOENSDAG 18

COMIItISSIE VAN NEDACTIE:

P. Lief tinek; N. J. Polak; J. Tinbergen; F. de Vries en

H. M. 11. A. van der Valk (Redacteur-Secretaris).

Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Rotterdam.

Aangeteekende stukken: Bijkan (oor Ruige plaa (weg.

Telefoon Nr.
35000.
Postrekening
8
1
508.

Advertenties f
0,50
per regel. Plaatsing bij abonnement

volgenS tarief. Administratie van abonnementen en adver

tenties: Nijgh & van Ditmar N.V., IJitgevers, Rotterdam,

Amsterdam, ‘s-Gravenhage. ‘Post ,’hèque- en giro-rekening No.

145192.

Abonnernentsprijs voor het weekblad franco p. p.
in.

Nederland f 20,–. Buitenland en Koloniën f23,— per

jaar. Losse nnmmers 50 cents. Economisch-Statistisch
Kwartaalbericht f 1.—. Leden èn donateurs ontvangen

liet weekblad en het Kwartaalbericht gratis en een reductie

op de verdere publicaties.

INHOUD

Blz.

Ro’I’TER l).
M’S
I’OSl’rlE
ALS NOLENUITVOERU AVEN
EVEN-

EENS IN
GEVAAR?
door
W. van Looveren ……….806

De internationale tarweniarkt door
A. P. Schilthuis. . 808

De vaststelling van het uitvoerrecht
Op
oudernemings-

i’ubber
door
J. F. Haecoii ……………………. 810

De toepassing van de wet op de evenredige vraclitver

deeliug en de vrije Rijnvaart door
J. W. Vlielo.nder

Hein ……………………………………Sil

De Millioenetinota ……………………………..
812

AANTEISKENINGEN:

De linancieele politiek van de Regeering ……..
819

De ontwikkeling
Vn,,
de metaalpr.uduct.ie
……….
821

INGEZONDEN STUKKEN
Herstel van het crediet der hypotheekbanken door

Mr. F. dal Campo gen. Camp ……………… 822

De invloed van industrialisatie op cle handelsbalans

door M.
J. W. J. Eckhardt Jr.
met Naschrift door

J. W. F. Sligting ……………………….823

S
TATISTIEKEN
…………………………825-828

Geidkoersen. – Wisselkoersen. – Bankstaten.

EPTEMBER 1935

No. 102

17 SEPTEMBER
1935.
Al ‘,,aarn,ate cle dag nadert, waarop men vern,een’t,

dat meer 1ih’t over onze ,iioi,etaire toekomst verspreid zal

worden, neemt de onrust weer toe. Was op de eerste dagen

va.ir deze .beriehtswcek een ‘lichte ‘verinecirdering van de

unkidelcin op de geldm’arkt waar te nemen, tegen het einde

werd cle situatie steeds moeilijker. Ongaarile aag vnei het
oplocipen van dcii Dollarkoers, waardoor wederom goud

aan cle 113iunk onttrokken werd en de •geldntarlet ‘nog stroe-

ver wewl. De gouclaanvragen ilamen schijnbaar zulk een

omvang aal!, dat De Nederlandsehe Bank heeft moeten

besluitciu ‘niet i ilgatig van heden haar disconto moet ccii vol

.pioceut, dus itot
6
pCt., te verhoogen. Het verloop van de

no’teeriiug van drien,aands-bauukaccepteil was

57/8. De ca,ll rente liep tot
5
pCt. op. ‘Prolongatie noteerde

5-4
e•n
6
pCt.
* *
*
Een groote onzekerheid cii onge’upbheid • voor de toe-

koiuot hebben de wisselmarkt gekenmerkt. 1-Eet ware,1 wel

hooidaakelijk Dollars, die gezocht vaaren
ciii
daardoor ver

boven hcit •gonc punt – tot
1.48%, –
stegen. Zoowel van

,hier uit ‘als van uiit Parijs vonden •gouclversohepingea naar

New-York plaats; het daardoor ontstane Dollar-aaiubocl
drukte dcii koers een iveinig omlaag; slot
1.48%.
Ook de

l?amshe koers is hier tot het ,goud_uitvoerpu!i:t opgeloo-
pci; door regelend ingrijpen van cle bevoegcle i instanties

1
is cle noteering echter van
9.79
tot
9.77%
iiigoaakt.Poti-

dcii, ivaarvoor uien aanvankelijk uuiet zooveel gevoelde, zijn

tenslotte in ‘cle algemeene ihausse nice naar boven getrok-

ken; van
7:30 is
ce iiotceiiing ‘tot
7.35
1
/
2
‘ opgeloope’iu, slot

7.33%.
De Gulden was dus ‘deze week weder iii de ver-

clrukkiug. Ook de overige koersen tooiien dit duidelijk. Zoo

zijn Belga’s van
24.92%’
‘tot
25.10
gestegen,’ terwijl Zwi’t-

,sersehe Fra,nos van
48.12
tot
48.30
opliepen. Ook voor
vrije Marken bestond vraag, waartegenovcr echter slechts
een gering aanbod stond de koers sloot op ongeveer
59.70.

Regiite runarke.n lagen aangeboden; claar.tcigeiiovcr waren

Creditspernmiukcin gezocht. Effecten-Sperrniarken veraui-
derden bijna niet. (Li ras harsd,haaîdeii ‘zich
01)
Cii.
:12.10;

vanuit Parijs wordt deze valuta ‘gemanipuleerd). Ai’gen-

tij’nsohe Pesbs werden regelniatig gezocht:
39%.
Cauiadce-

‘scdie Dollars slot
147.50.

Zooa’ls het ‘in onrustige tijden steeds gaat, waren Poli-

den cum Dollars op een-
cii
d rie-rnaancl’sle’vering weder

stirk gezocht. :Penden noteerclei Ii resp.
30,
Dollars 2%

resp.
6% c.
boven contant, liet agio ‘voor ‘termijn Fran-

sohe Francs is’ eveneens grooter geworden,
til.
12%
resp.

22% c.
De markt had dikwijls een eenzijdig karakter; het

was vaak moeilijk een ‘tegenpartij te vindemi.

Ook op cie ‘goudmar’kt was het zeer levendig; er viel

n’tuurlijk een algemeene stijging der goudprijzeu waar

te nemen. Zoo waren baren levering Amsterdam
f 1.662,

levering Londen
f 1.661
per’ kg fijn. Eagles kwamen in de

buurt van
2.52,
Sovereig.ns
12.37,
‘terwijl Gouden.Tientjes

zelfs voor 10.5.0 gedaan werden. De ioteen’ing voor Marken

‘lii uknnpier ivas -beter
44.30. –

806

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September,
1935

ROTTERDAM’S POSITIE ALS KOLENUITVOER-
HAVEN EVENEENS IN GEVAAR?

Opkomst: 1900-1913.
,,Aarzelen-cl begonnen met het verschepen van kolen
als ballast”, zegt Dr. Serton, ,,narn de kolenuitvoer

te Rotterdam na 1900 al sneller en sneller vlucht en
beloofde reeds het karakter van Rotterdam als ecu-

zijdi’ge invoerhaven totaal te wizigeu, toen de oorlog
tussohen-beide kwam.”

Langs den zeeweg werd ‘te Rotterdam in 1900 10-!4

millioen ton goederen aangevoerd; de uitgaande
lading bedroeg nauwelijks 2 millioen ton. Uit zee-

schepen werd om. 3 inillioen ton erts,
2i
miUi.oen

ton graan, 1 milli-oen ton Engelsche kolen en i4 md-lioen ton hout gelost; te laden viel er voor deze sche-

pen aan kolen slechts een hoeveelheid van 176.000

ton. In het Rotterdamsche zeeverkeer weerspiegel-de

zich Europa’s passieve tonnage-balans op de meest
treffende wijze.

Engeland had, onder alle Europeesche landen ‘het

eerst, voor een tegen’gewicht, voor een grootere hoe-
veelheid retourlading ‘weten -te zorgen, en wel in den
vorm van kolen. Het heeft ‘di-t gedaan in een -omvang,
clie zijns
gelijke
in de geschiedenis van ‘den verei-cl-

zeehan-del niet vindt. Van 5 millioen ton in 1855,
voerde het zijn kolenuitvoer op tot 35 inillioen ton in

1890 en tot 100 millioen ton ‘in 1913 (vicr vijfden
export- en één vijfde bunkerk-olen). Ter vergelijking

cliene, ‘dat in het jaar v66r den oorlog Engeland aan
andere goederen slechts 17 millioen uit- en 56 nijl-

lioen ton invoerde. Engelsche export-kolen vareu, naar

het woord van Prof. Schu-rnacher, ,,’das grösste Trans-

portgut ‘des Weltmeeres” geworden. Naar jhet gewicht
gereken’d, vertegenwoordigden zij meer -clan een kwart
van -het -geheele wereldzeeverkeer. De kolenuitvoer
vormde den grondslag van Engeland’s heerseha-ppij in
de trampsc’heepvaart en lokte meer haIiastschepen
naar ‘de Engel-sohe kust dan naar alle andere Euro-

peesdhe kusten samen.
De kolenuitvoer van Duitschland, ‘die gestegen was

van 8 millioen ton in 1880 to’t 17 in’illioen ton in
1900, was, evenals de geringe export ‘van de andere

kolen voorhrengen-de landen in Europa, nog bijna

geheel op ‘de lan’dgrenzen gericht. In vergelijlcin’g met
-den Engelschen kolenexport viel hnn ‘heteekenis voor
het zeeverkeer in ‘het niet. Pas sedert -het begin -dezer
eeuw is he-t gelukt voor -de Duitsche kolen een weg
naar overzee te vinden. Door de verlaging van -de
Rijnvradhten vormde -de -groote afstand, die het Roer-
gebied van -de zee -sehei’dde, niet langer ‘een ‘beletsel

voor -den Duitse

hen ‘kolenexport ‘t-er zee.
Rotterdam was -daartoe de aangewezen ui-tgan-gs-
poort. De versehepingen van Duitsche ‘kolen over Rot-
terdam groei-den dan -ook snel van 176.000 t-on in 1900

tot 1i4 millioen ton in 1905, 2-‘ millioen ton in 1910

en
4
millioen ton in 1913. Bui-ten-dien werden in het
laatste jaar nog 1’% millioen ton Duitsche bunker-
kolen -te Rotterdam en Hoek van Holland verwerkt.
Meer -dan 5 millioen ton Duitsehe kolen, gingen -der-halve in -het jaar véôr den oorlog over Rotterdam naar
overzee.

De kolenverschepingen in cle Belgische en Duitsche
Noordzee-ho-vens v66r den oorlog.

Het uitgaan-de k-olenverkeer ‘bedroeg te Antwerpen
900.000 ton in 1910 en
1%
millioen ton in 1913,. in hoofdzaak ‘hunkerkolen – Belgische en Duitsohe. Te

Bremen werd i-n het jaar véér -den oorlog 700.000 ton
ga’bunker’d (voor -de -helft Engelsehe, voor de ‘helft
Du-itsche kolen, aangevoerd o.a. oer Em-den). Te
Hamburg werd 2 -millioen ton -hunkei-kolen ingeno-men, in hoofdzaak En’gelsche kolen. Een eigen-lijken
kolenexport hadden ‘deze -havens toen dus niet.

Emdert’s beteekenis v66r den oorlog nog gering
le achten.

Alleen Emden begon als kolen-uitv-oerhaven naar
voren te -treden. Het Dortniun’d-mskanaal moest im-

mers ,,-der ‘Westfiilisehen K-o-hië -die unlbedingte llerr-
shaf t auf den -deutsohen N-ordseeplktzen si-ehrn”

en, van Em-den uit, gelegenheid ‘bieden om ,,die auf
-der ü-herseeisehen Ausfu;hr für den Wevtfiilischen
K-o’hlen’ber-gbau ges-et%ten Hoffnungen zu verwirk-

lichen.” Aanvankelijk, -d.w.z. in -cle eerste jaren na
1900, is Rotterdam de eeni’ge uitvoerhaven voor Roer-

kolen gebleven. Over Einden ging in 1907 nog, slechts

187.000 ‘ton, in 1908 360.000 ton en in 1910787.000

ton. Deze vooruitgang -was evenwel ‘bijna voor ‘cle helft
te ‘danken aan een grooteren afzet in ‘de Duitsche

Noord- en Oostzee-havens, voor een -der’de aan den
uit

voer van ‘briketten van -de intussehen -door -het

Kohieusyn-di kat te Em-den opgerichte brikettenfabriek
en slechts voor een vijf-de aan vermeerderden export

van -steenkolen en cokes. Terwijl -de cokesuitvoer vrij-wel -geheel gericht was op de Oostzee, -ging de ‘briket-

tenuitvoer naar -de Mi-ddel’lan-clsobe Zee en stegen -de
s-teenkolenverschepingen naar West-Europa en -de

Mid-dellandsche Zee – streken, die ‘binnen Rotter-
dam’s invloedssfeer lagen – van 13.000 ton in 1907
tot 35.000 ton in 1908 en 100.000 in 1910. Deson-
-dank-s was cle absolute ‘beteeken.is van Em-den no’g ‘ge-
ring te achten, maar reeds waren de voorteekenen
waar ‘te nemen van een ontwikkeling, waaronder Rot-

ter-dam’s positie als kolen-uitvoerhav’n ernstig zou
hebben te lijden. In 1913 werden. -dan ook reeds 1′
milli-oen ton kolen, cokes en briketten -te Em-den ver-
werkt.

1-let kolenvraagstuk na den oorlog: Engeland-

Duitschland. Rotterdam’s positie v66r de crisis (1929).

In ‘de
rij
der moeilijkheden, die -cle wereld sedert

1919 teisteren, staat het k-olenvraagstuk mede voor-
aan. V66r -den oorlog was, een

halve eeuw lang, de
wereid-kolenpro-ductie per jaar met gemiddeld 4 pCt.
toegenomen: van 100 ini-l-lioen ton in 1850 tot 700

milli-oen ton in 1900 en 1216 inill-ioen ‘ton -in 1913.
In -de jaren na ‘den oorlog ‘bleef zij evenwel ‘bij voort-
durin’g beneden ‘het peil van 1913. Men meende hier-
in reeds -het bewijs te zien, -dat -de kolen eens -door
cle nieuwe energiebronnen (olie en waterkracht) ter

zijde zou-den worden -gestreefd. In 1927 wer-‘l evenwel
65 millioeu ton en in 1929 ruim 100 rn-illioen ton

meer gedo-lven ‘dan in 1913. Van belang voor cle con-
-tinentale N-oor-dzee-haven,s was -het feit, dat juist het
aan-deel van Europa in -de werel-dproductie steeg van
605 milli-oen ton in 1913 ‘tot 637 millioen ton in 1929
en zulks niettegenstaan-de Engeland met 261 milli-oen
ton nog 10 millioen. -hij zijn véér-oorlogsche produc-
tie ten achter was. Naast bijv. Nederland en Polen
had vooral Duitschlan-d winst -ge’boekt: In 1929 werd er 1-63 -millioen ton ged-olven tegen 140 millioen ton in 1913 (tegenwoordig gebied).
Met -deze ‘belangrijke wijziging in -de ‘geografische
verdeeling van -de productie, -ging een nog grootere
versch-uivin g van den kolenexporthanciel ‘gepaard. De
Engelsoh-e kolen-uitvoer (mci. ‘hun kerk-olen) -ging
achteruit van 100 mil’li-oeen ton véSr -den oorlog tot
80 millioen ton in 1929. De Duitsche kolenexport
-daarentegen, zonder dien van ‘het Saargehied en zon-
der -dien van de aan Polen afgestane mijnen – in
bnof-dzaak ‘dus de export van Roerkolen -, had in
1929 een ‘onivang (42 milli-oen ‘ton) -die nauwelijks
onder ‘deed v-oor -den ‘totalen uitvoer van liet -oude
Duitshl-a.n’d véSr den ‘oorlog (45 milli-oen ton).
Het is dan ook niet verwonderlijk, dat ‘de hoeveel-
heden Duitsehe exportkolen, -die over Rotterdam wer-
den verscheept, eveneens belangrijk waren -gestegen:
van 4 millioen ‘ton véér -den -oorlog tot ongeveer 9 mi!-
lioen -ton in 1929.

iloe ‘bevredigend deze ontwikkeling voor -de Rot-
terdamsche ‘haven ook was, toch bevatte zij een ele-
ment v-an groote onzekerheid: een zeer belangrijk ge-
cleelte van -de Rotterdamsche kolentransporten be-
stond uit ‘herstel-kolen, bestemd voor Frankrijk en
Italië. Bui-ten-dien ‘had-den de overi’ge, langs den Nieu-
ven Waterweg gelegen

havens, met name ‘Tlaardin

F

G

ALLE HAVENS” = ROTTERDAM, OVERIGE NaEUWE WATERWEG.HAVENS, AMSTERDAM, VLISSINGEN, ANTWERPEN, GENT, ZEEBRUGGE, EMDEN,
BREMEN EN HAMBURG

,,ALLE HAVENS” = ROTTERDAM, OVERIGE NIEUWE WATERWEG-HAVENS, AMSTERDAM, ANTWERPEN, GENT, EMDEN, BREMEN EN HAMBURG

[!1

,,ALLE HAVENS” = ROTTERDAM, OVERIGE NIEUWE WATERWEG-HAVENS, AMSTERDAM, VLISSINGEN, ANTWERPEN, GENT, ZEEBRUGGE, EMDEN,
BREMEN EN HAMBURG

,,ALLE HAVENS” = ROTTERDAM, OVERIGE NIEUWE WATERWEG-HAVENS, AMSTERDAM, ANTWERPEN, GENT, EMDEN, BREMEN EN HAMBURG

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

807

gen en Sdhieclam, na den oorlog, hun aandeel in cle
kolenversohepingen opgeëisciit: in 1929 36 milli oen

ton exportkolen en
1/3
millioen ton bunkerkolen. (Per-
nis-Vondelingeuplaat is hij Rotterdam gerekend).
Emden wist riob in 1929
01)
het peil van 1913 te

handhaven. Te Antwerpen werden in 1929 1,8 mii-
lioen ton uitgaande kolen verwerkt – in hoofdzaak
bunkerkolen – tegen slechts 1/ millioen ton véér
den oorlog.

Alles samengenomen kan men dus zeggen, dat Rot-
terdam in 1929, evenals véér den oorlog, nog steeds
dè uitvoerhaven voor den groeienden export van
Duitsche kolen uit het Roerge’bied was.
in 1934 zijn in de contine’n.tale Noordzee-havens

meer uitgaande kolen verwerkt dan v66r de crisis,
in 1929.

De export ter zee van continentale kolen over de
h avengroepen Hamburg-Bremeu-Emden, Amsterdam-
Rotterdam/Nieuwe Waterweg-‘havens – Vlissingen en

Antwerpen-Gent-Zeebrugge, die
mcl.
het bunkerko-

lenverkeer gemiddeld 1Y4 millioen ton per maand be-
droeg •in 1929, was in 1932 zooals uit grafiek F
blijkt – met ‘bijna de ‘helft teru’ggeloopen tot pim.
900.000 ton. In twee jaar tijds herstelde deze uitvoer
zich evenwel geheel en bereikte einde 1934 wederom
het hooge peil van 1929, van véér •de crisis. Indien
niet alle voorteekenen bedriegen zal 1935 nog lioo-

gere cijfers aamvijzen.
Stel daartegenover, .dat de omvang van den goede-
reninvoer in N.W. Europa dien van 1929 nog lang
niet nabij komt, zich •vaak nog in dalende lijn be-
weegt en dat de uitvoer van Europeesche fabrikaten
nog steeds niet noemenswaardi’g op gang kan komen,
dan blijkt deze opleving van de kolenversehepingen
in de continentale Noordzee-havens des te opmerke-
ljker te zijn. Te meer, waar de totale kolenuitvoer
van Duitsehland verminderde van 42 millioen ton in
1929 tot 26 millioen ton in 1932 en in 1934 nog
slechts 30 millioen ton bereikte. De Duitshe kolen-
uitvoer
‘blijkt
iich dus steeds meer en meer naar
overzee te richten en zulks niettegenstaande de ver-
schepingen van herstelkolen sinds 1929 een einde heb-
ben genomen. Deze ontwikkeling, die zooals hier’bo-
ven in herinnering is gebracht, omstreeks 1900 een
aanvang heeft genomen, is van ‘bijzonder ‘belang voor
Engeland eenerzijds en voor Rotterdam anderzijds.

liet uitgaande kolenv erkeer, da.t Rotterdam door
de crisis verloor, is aan cle andere Noordzee-havens
ten goede gekomen.

De ‘haven van Robterdam evenwel heeft in deze
gunstige ontwikkeling der laatste 3 jaar geen even-
redig aandeel gehad. In 1929 verwerkte Rotterdam –
zie zwarte kromme in grafiek F – ongeveer één
rnillioen ton uitgaande kolen mci. bunkerkolen per
maand. Dat was de helft meer dan het uitgaande ko-
lenverkeer ter zee van de andere continentale Noord-
zee-havens samen (roode kromme). Einde 1931 was
(leze voorsprong van Rotterdam geheel verdwenen en
sedert 1932 ‘blijft Rotterdam hij de andere havens
ten achter. Het feit, dat •deze achterstand zich sedert-
dien – ter grootte van 200.000 ton per maand –
iederen winter herhaalt en .dat sedert de devaluatie
van de Belga de dunne roode kromme ( buiten-
landsche havens) neiging vertoont om zich ook in
1935 boven de Rotterdamsche te bewegen, ‘bewijst dat
wij hier niet te doen hebben met een incidenteel ver-
schijnsel, maar met een, zij het kunstmatig in het
leven geroepen en gehouden, verkeersv’ersehuiving.
Grafiek H, berekend volgens de methode der twaalf-
maan.dsgemiddelden, toont deze ontwikkeling op lan-
gen termijn – na uitschakeling van de onregelma-
tige sehomnielingen – duidelijk aan. Noch de Duit-
sdhe havens (groene krommen), noch de Belgische
(bruine kronimen) ‘blijken, wat ‘hun uitgaande kolen-
verkeer ‘betreft, noemenswaardi’g, door de crisis ge-
troffen te zijn. Terwijl in 1932 de Rotterdamsche

kolenversehepingcu nog dalende /jn, stijgt Emden’s
verkeer reeds snel. Is voor Emden eenmaal een

•maan(gemiddetde van 300.000 ton overschreden, dan
volgt in 1933/1934 een verkeerstoeneming voor Bre-
men. In Juni jl. was de omvang van de kolenversehe-

pingen in deze beide ‘havens samen bijna even groot
als d’ie te Rotterdam; in 1929 ging er over Rotter-

dam nog driemaal meer. Wat de Belgische ‘havens
betreft, deze zagen ‘in de ‘laatste jaren hun uitgaan’d
kolenverkeer langzaam maar ‘gesta’di’g toenemen; in

het najaar van 1934 en sedert de ‘devaluatie van de Belga, namen de Antwerpsc’he kolentransporten in
versneld tempo toe.

In hoever heeft ‘het bunker’bedrijf en hebben de
versohepin’gen van exportkolen ieder voor zich deze

voor Rotterdam ongunstige ontwikkeling veroorzaakt?

Met uitzondering van Hamburg, is in de contin.en-
tale Noordzee-havens in 1934 evenveel gebunkerci
als v66r de crisis; Rotterdam is evenwel nog een
derde bij 1929 ter,. achter.

Het bunkerverkeer in ‘de Engelsche ‘havens, •dat in
1929 met 1636 millioen ton reeds
vijf
mi’llioeu ton
kleiner was ‘dan véér den oorlog, verminderde sedert-
‘dien nog met drie miilioen ton.

In de eontinentale Noordzee-havens is in 1929
ongeveer 7 millioen ton kolen ‘gabunkerd. In 1932 was
‘dit
cijfer
gedaald tot
41/3
millioen, in 1934 evenwel
wederom gestegen tot 5% miflioen ton, en zulks on-
danks het feit, ‘dat het ‘bunkerbedrijf te Hamburg,
waar in ‘hoofdzaak Engelsche kolen werden verwerkt,
verder ‘was achteruitgeloopen van 1% millioen ton in
1929 tot 820.000 ton in 1932 en 530.000 ton in 1934
1).

Houdt men rekening niet deze Ham’burgsche cijfers,
‘dan blijkt ‘het ibunkerbedrijf in ‘de overige continen-
tale Noordzee-havens samen ‘den omirang van vôér de crisis wederom ‘bijna te hebben ‘bereikt. Te Rotterdam
evenwel nog niet: het ‘hunkerverkeer was er in 1934
nog slechts 1’/3 millioen ton ‘groot, tegen 2 millioen
ton in 1929. (hoe zwaar Rotterdam op dit gebied
‘door de ori’sis getroffen is ‘geweest, ‘blijkt uit ‘het feit,
‘dat er in 1932 slechts % millioen ton hunkerkolen is
verwerkt).
Ook in ‘de overige Nieuwe Waterweg-havens is de
omvang van het bunkerbedrjf nog steeds bij ‘dien van
1929 ten achter: 230.000 ton in 1934 tegen 167.000
ton in 1932, ruim 400.000 ton in de twee voorafgaan-
de jaren en 335.000 ton in het jaar véér de crisis.
Amsterdam ‘bleef met 300.000 ton ‘bunkerkolen in het
afgeioopen jaar eveneens ver ‘beneden de hoeveel’hei’d
van 1929 (560.000 ton).
De winst, in vergelijking met 1929, is dan ook
aan an’dere havens ten goede gekomen. Emden, waar
véér ‘de crisis 230.000 ton werd gehurtkerd, verwerkte
in 1934 316.000 ton (165.000 ton in 1932). Vlissin-gen en Zeebrugge boekten een belangrijken vooruit-
gang. Te Antwerpen werd in 1929 1% millioen ton bunkerkolen ingenomen, in 1934 2 niiilioen ton, of
een half mnillioen ton meer.

191
alle continentale Noordzee-havens samen is aan
export kolen. in 193411935 200.000 ton per maand meer
verscheept dan in 1929.

Laat men het hunkerkolenverkeer buiten ‘besohou-
vin.g en ‘beperkt men zich tot den eigenlij ken kolen-
export, dan teekenen ‘de verhoudingen en verkeers-
verschuivingen, die wij ten opzichte van het totale
uitgaande koienverkeer ter zee ‘hebben waargenomen,
zich nog veel scherper af.
De Engelsehe kolenex’port (zon’der bunkerkolen),
‘die van een kleine 80 miilioen ton v&lr ‘den oorlog
verminderd was tot 64 mnillioen in 1929, ‘daalde ver-
‘der tot 42 mi’llioen ton in 1932 en ‘kon ‘in ‘de ‘daar-
opvolgende jaren niet noemenswaardig ‘boven ‘deze
hoeveelheid uitkomen.
De kolenexport in ‘de continentale Noordxee-havens,

t)
In
1913
werden te Hamburg
2
m.illioeii ‘ton kolen
gebunkerd.

die er, zonder de bunkerkolen, trouwens twee derden
van het totale uitgaande kolenverkeer vertagenwoor-

d’i’gt, is sedert 1934 in totaal belangrijk grooter

dan in 1929
(zie
grafiek G). Weliswaar overtreffen

de werkelijke hoeveelheden over Rotterdam versoheep-
te exportkolen af en toe nog iets die van de andere

havens samen – in tegenstelling tot het totale kolen-

verkeer, waarbij Rotterdam reeds van de eerste plaats
is verdrongen. Hierbij mag men echter niet uit het
oog verliezen, dal; de voorsprong, die Rotterdam in

1929 ten aanzien van de exportkolen had (1:4), veel
grooter was •dan voor •het totale kolenverkeer
mcl.

bunkerkolen (1:1%). De stijging van de ronde krom-
men, die de hoeveelheden exportkolen aangeven, die
in de jaren 1929/1935 in niet-Rotterdamsche resp. in

Duitsch-Beigische Noordzee-havens verscheept zijn, is
veel steiler (van 200.000 tot bijna 600.000 ton) dan

in •grafiek F (van 600.000 tot 800.000 toii)
mcl.
het
hunkerkolenverkeer.

Over de Duitsche en Belgische havens gaan thans

driemaal meer exportkolen dan in 1929. Rotterdam
heeft nog slechts cle helft van het door de crisis ge-

leden verlies ingehaald.

Juist voor den eigenlijken kolenexport liggen de
roode krommen in de laatste drie winters iets ‘boven
de Rotterdamsohe. De ‘hieiboven vermelde groote toe-

neming van het uitgaande kolenverkeer in de Duit-

sche havens en de langzame stijging in de Belgi-
sche havens zijn in hoofdzaak te danken aan leven-

diger verschepingen van exportkolen. Het zijn export-

kolen geweest, ‘die het Juni-cijfer voor Emden en
Bremen samen lieten stijgen tot het Rotterdamsche

peil en die in deze maand aan de haven van Antwer-pen een kolenverkeer ter zee bezorgden, zooals deze

nog nimmer had gekend (bruine kromme in gra-

fiek G).
Naderde in het jaar 1929 de Rotterdamsche kromme
in grafiek 1 die van den totalen kolenuitvoer in alle

continentale Noordzeehavens samen (zwarte stippel-
lijn) zeer dicht, sedert 1932 – dus sedert het oogen-blik, waarop de crisis haar diepste punt had bereikt
– wordt de afstand tussohen beide krommen steeds

grooter.
In 1929 werd van den totalen kolenexport 200.000
ton per maand over niet-Rotterdamsche havens ge-

leid, in 1934/1935 iedere maand 600.000 ton.
Ging er

in 199 nog ruim 80 pCt. van de continentale export-
kolen, voor zoover deze over Noordzee-havens werden

verscheept, over Rotterdam, in 1934 was dit nog
slechts de helft en in Juni 1935 nauwelijks 40 pCt.
Laat men tenslotte ook de toenemende, zij het nog
geril1ge uitvoer van Nederlandsche kolen over Rotter-

dam buiten ‘beschouwing, dan blijkt het verloop van

Je
lijn, die den uitvoer van Duitsche kolen over Rot-
terdam aangeeft, (streeplijn in grafiek T, bovenste ge-
deelte) nog ongunstiger te zijn. De haven van Rotter-
‘dam haalde nog slechts de helft in van het verlies
aan Duitsche exportkolen, dat zij door de crisis had

geleden; over de Duitsche en Belgische Noordzee-
havens samen gaan thans driemaal zooveel export-

kolen als in 1929.
De overheerschende positie, die Rotterdam vôér den
oorlog en vôôr de crisis als kolen-uitvoerhaven in-

nam, is door de crisis ernstig geschokt.
W.
VAN LoovERNN.

Er is een ‘groot verschil tusschen den toestand aan
de tarwemarkt in het begin van dit seizoen en van
het vori’ge, ‘hoewel verschillende ‘der nu bemenlobare

symptomen ook in denzelfden tijd van het vorige jaar
hun invloed deden gelden. Ook toen was de markt
vast als gevolg van slechte oogsberioliten, vooral in
Noord-Amerika en Oost-Europa. In beide groote pro-
ductiegebieden werd in den vorigen zomer over ‘droog-
te geklaagd, welke de opbrengsten verre beneden het
gemiddelde deed blijven. In Noord-Amerika waren

de gevolgen van zulk een ernstigen aard, dat de
Ver-
eenigde Staten gedurende geruimen tijd ‘graan van

huiteia hebben moeten invoeren. Het was wel hoofd-

zakelijk voedergraan, waaraan een tekort bestond,
daar van tarwe nog ruime voorraden van vorige oog-
sten aanwezig waren, maar toch werd ook Cana-

deesche en Argentijnsche tarwe ingevoerd. De onge-

wone vraag in de Vereenigde Staten is echter niet

groot genoeg gebleken om de prijzen langen tijd op
het verhoogde peil van Augustus 1934 te ‘handhaven,

en later in ‘het najaar kwam eene ‘gevoelige inzinking.
liet bleek, dat het verbruik van voedergranen door
inkrimping van den veestapel in ‘de ‘Vereenigde Sta-

ten was verminderd.
Ook in vele Europeesche invoerlanden was de vraag
verminderd door gronte eigen oogsten en invoerhe-

lomnierin’gen van regeeringswege. De kleine tarwe-
opbrengsten in Noord -Amerika èn Oost-Europa iver-

den verder gedeeltelijk goedgemaakt door de ‘gun-

stige resultaten in Frankrijk, Zweden, Lithauen en
Te
s
tE
ur
opa
, wraardoor deels de behoefte aan inge-

voerde tarwe verminderde, ‘deels een aanbod ont-
stond waarop niet gerekend was. Frankrijk trad bijna
het geheele jaar op als exporteur van tarwe en ook
Zweden en Lithauen waren op sommige tijden ge-
regeld aan de markt. Later in ‘het seizoen kwam nog aanbod uit Roemenië, ‘dat naar het eerst heette geen

exportsurplus had ‘doch toch een overschot bleek te

hebben.

In ‘het op 1 Augustus aan’gevangen nieuwe seizo3n

is ‘de stemming voor tarwe ook allen’gs vaster gewor-

den, ‘doch nu wijst alles er op, dat deze vaste stem-
ming niet zoo spoedig een einde zal nemen en ‘dat
het vermoeden gewettigd is, ‘dat de prijzen, op een

hoo’ger niveau zullen ‘blijven.
Terwijl in het voorjaar en in den voorzomer de
vooruitzichten in ‘de Vereenigde Staten voor tarwe
gunstig waren en een matig exportsurplus werd ver-

wacht, zijn deze vooruitzichten gaandeweg minder
geworden. Vooral de zomertarwe ‘heeft sterk ‘geleden
van roest, zoowel kwantitatief als kwalitatief. Het
natuurgewicht is dit jaar laag. Volgens de laatste
officieele oogstrapporten wordt de gezamenlijke op-
brengst van wintertarwe en zomertarwe ‘geschat op

595 millioen ‘hushels. De behoefte wordt gewoonlijk

op 620 millioen ‘hus’hels geschat, doch het lage na-
tuurgewicht zal het gebruiken van meer tarwe nondig
maken voor de bereiding van meel. Voor ‘dit seizoen
wordt daarom de ‘behoefte in de Vereeni’gde Staten
angenomen ongeveer 650 millioen bushels te zijn.

B
e reservevoorraden aan het begin van ‘het seizoen
worden geschat op 100 millioen bus’hels, -oodat er
theoretisch genoeg tarwe voor ‘de eigen ‘behoefte in
de Vereenigde Staten aanwezig is. Een ‘gedeelte van
de geoogste tarwe is echter van zoo inferieure kwa-
liteit, dat zij niet voor maakloeleinden geschikt is en

voor veevoeder gebruikt moet worden. Bovendien zou
het niet ‘goed zijn tegen het einde van het seizoen zondei voorraden van beteekems te iijn. Men ziet
daarom, ‘dat reeds nu de Vereenigde Staten in Canada

tarwe koopen, vooral in het Noot’d Westen, waar
de Ibij het malen noodï’ge harde soorten sch’aarsch zijn.
Men meent, dat de Tereenigde Staten dit seizoen ii

Canada 50 millioen ‘bushels tarwe zullen moeten

koopen.
In Cana’da is de tarwepolit’iek reeds sedert lang
een moeilijk probleem geweest. Canada heeft in het

vorige seizoen met ‘zijn tarwe niet tegen andere
exportlan’den willen concurreeren. De Regeering heeft
een minimumprijs van 80 Dollarcents per bushel
vastgesteld in ‘de verwachting, dat de prijzen int andere

landen daarmede wel in
‘lijn
zouden komen, wanneer

het seizoen vorderde. Dit is niet geschied; de Cana-
deesche vraagprij’zen bleven voort’duren’d boven de wereldmarkt en dientengevolge werd alleen zooveel
Canadeesche tarwe in Europa gekocht als noodig was
voor de meuging met ‘andere soorten. Op ‘het Conti-
nent was ‘dat ‘slechts weinig, in Engeland werd de in-

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE .BERICHTEN

809

voer van Canadeesche tarwe bevorderd door het ‘voor-

keurstarief van 2 Shilling per quarter voor uit het

Britsche Rijk afkomstige ‘tarwe. De Oan’a’deesche ex-
portpol’i’tiek ‘bracht •de Regeering ertoe tarwe op te koopen en van die in.koopen was aau het ‘begin van

dit seizoen ‘de enorme hoeveelheid van ruim 200 mii-
lioen ‘hushels onverkocht. De nieuwe ‘oogst stond er

in ‘het begin van ‘den ‘groeitij’d uitstekend voor en
men meende reeds te ‘mogen rekenen op een opbrengst
van tegen de 400 ‘millioen ‘bushels. De eigen ‘behoefte

in Canada ‘bedraagt circh 100 millioen bu’shels, zoo-

dat het geen verwondering ‘behoeft te ‘haren, ‘dat men
zich afvroeg vat er met het overschot
moest
‘g&beu-
ren. Men ‘besloot ‘tot ‘het instellen van een Regeerin’gs-

graao’hureau, ‘dat een minimumprijs voor den nieu-
ven oogst zou vaststellen en aan de ‘boeren aou ‘be-

talen en. de verworven voorraden ‘voor export zou ver-
koopen tot een redelijk geachten prijs. Eventueel ver-
lies zou de Staat ‘dragen. De natuur ‘is de Oanad’eesche
Regeering te hulp gekomen. Gevoelige schade is ver-
oorzaakt aan de te velde staande tarwe door roest,

in sommige streken door droogte en hitte en in an-
flere streken door vorst. De opbrengst aal dientenge-
voige veel kleiner zijn dan vroeger in het jaar werd
verwacht. De officieele raming per 1 September van
de tarwe-op’brengst in geheel Canada bedraagt 2901%
millioen ‘hushels. Toen ‘beken’d werd, dat de oogst

zwaar ‘beschadigd zou zijn, stelde het graanbureau de
vaststelling van den minimuinprijs uit. Men wilde af-
wachten ‘hoe ‘de resultaten zouden ‘zijn, niet alleen in Canada, ‘doch ook op ‘het Zuidelijk halfrond, waar de
tarwe nu ‘groeit om in December geoogst te worden.
Onlangs ‘heeft de vaststelling van ‘den ‘minimum

prijs plaats gevonden. Tegen de verwachting van
velen ‘bedraagt hij 871% Dollarcents per ‘bushel voor
No. 1 Northern Manito’ba, ‘geleverd te Foit William.
Men had algemeen ‘geen h’oogeren minimum’prijs ver-
wacht dan 80 Doliarcents, zooals ‘hij ook voor ‘den
ouden oogst ‘gold.
Zeker ‘is de toestand op ‘het
Zuidelijk
‘halfrond
van invloed geweest Ibij de vaststelling van den ‘hoo-
gen Canacleeschen minimum’prijs, die er op w’ijst, ‘dat
de Cana’cleezen het aandurven met hun groote voor-
raden á la hausse te speculeeren, in de verwachting,
dat de koopers vroeg of laat de vraagprij’zen voor
Canadeesche tarwe zullen moeten betalen en dat de
groote voorraden daarbij geen bezwaa
r
zullen zijn.

Op ‘het
Zuidelijk
halfrond was in Argentinië de
opbrengst van ‘den in December 1934 binnen’gchaal-
‘den tarwe-oogst niet buitengewoon groot.
Zij
werd
geschat op 29.800.000 quarters tegen 35.800.000 quar-
ters in het jaar tevoren. N’iettegenstaan’de ‘den klei-
neren ‘oogst, werd toch vanaf Januari 1935 in ruime mate verscheept, ‘zoodat het zich liet aanzien, dat in
de tweede helft van 1935 de verschepingen zouden moeten verminderen, en ‘dat de tegen het einde van
1935 nog •aanwezi’ge voorraden zeer klein ‘zullen zijn.
De nieuwe oogst, waarvan in 1936 verscheept zal
worden, ‘belooft verre van overvioedi’g ‘te worden.

Argentinië is ‘gedurende verscheidene maanden
door een ‘groote droogte geteisterd, welke de reeds
gezaaide tarwe verhinderde te ontkiemen en den ver-
deren u’itzaai ‘belemmerde. Vooral in ‘het Noorden des
lands was de toestand ‘zeer erns’ti’g. Sedert is wel
regen gevallen, ‘maar te laat ‘om de ‘bebouwde opper-
vlakte uit te ‘breiden en om ‘de geleden schade aan de planten ‘geheel te ‘herstellen. In Ian’delskringen
meent men, dat ‘de met tarwe bebouside oppervlakte
in Argentinië ‘dit jaar niet grooter is ‘dan 10 á 12
millioen acres tegen 181% millioen acres in het vorige
jaar. De opbrengst per ‘acre zal ook ‘gevoelig kleiner
dan normaal zijn. Het laat zich ‘dus aanzien, dat in
de resteerende ‘maanden van 1935 en in geheel 1936
hét aanbod van Argentijnsche tarwe ‘beperkt ‘zal zijn, en ‘dat Canada van die zijde niet de felle concurrentie der vorige jaren ‘zal ‘hebben te ‘duchten.

Ook uit Australië kwamen berichten over ‘droogte.
Daar is echter tijdig regen gevallen om ernstige ge-

volgen te voorkomen en op het oogen’blik
‘zijn
‘de voor-
uitzichten niet slecht. Toch moet voor Australië niet

op een groote tarwe-opbrengst worden gerekend. Zij
wordt geschat op 120 mil’li’oen bushels tegen 134 nijl-

lioen ‘in ‘het vorige jaar, dat ‘in vergelijking met 1933
reeds eene belangrijke vermindering ‘bracht. Ook in
Australië zullen ‘de voorraden van ‘den ouden oogst

aan het einde des jaars vrijwel uitgeput zijn.
In ‘hoofdzaak vindt Australische tarwe koopers in

Engeland en in het Verre Oosten. In normale jaren

concurreeren in het Verre Oosten ook Argentinië,
Canada en soms de Vereen’i’gde Staten. Van Argen-
tinië en, de Vereenigde Staten ‘is ‘deze concurrentie ‘in

1936 niet te verwachten, zoodat van het Australische
exportsurp’lus een grooter ‘deel dan anders ‘door het

Verre Oosten aal moeten worden ‘gekoch’t. Met het

oog op de
vermoedelijke
vraag, is van belang, dat de
tarwe-‘o’p’brengst in C’hina beneden de verwachtingen
is gebleven en 20 pCt. kleiner wordt ‘geschat ‘dan die
van ‘het vorige jaar. Daar staat echter weer tegen-
over, da’t de rjstoogst dit jaar 10 pOt. •grooter zal
zijn clan in ‘het vorige jaar. De oogst ‘in Japan is

bevredigend uifgevallen. De Oostersche vraag naar
Australische tarwe ‘zal echter in 1936 wel ‘zoodanig
zijn, dat op de Europeesche markten geen •drukkend aanbod uit Australië zal ontstaan van den in Decem-
ber hinnenkomen’den nieuwen oogst.

De resultaten ‘der tarwe-oogsten in de importian-
den van West-Europa
zijn
niet in sterke mate ver-.
schillerid ‘van die van het vorige jaar. In Nederland,
België en Engeland zijn de opbrengsten kleiner, ‘doch
van zeer ‘goede kwaliteit. In Frankrijk is ‘de oogst
slecht uitgevallen; de opbrengst wordt er geschat op
321% ‘ 34 •mi’llioen quarters, waarbij nog 9 ‘millioen
quarters ‘moeten ,worden ‘gevoegd, welke van ‘den vo-
rigen oogst over zijn. Het totaal zal on’geveer vol-

‘doende
zijn
voor de eigen behoefte, en uitvoeren zul-

len ‘in dit seizoen niet, zooals in .het vorige, ‘behoe-
ven te worden geforceerd met staatssu’bsidie. Gedu-rende ‘de laatste wekén is ‘het Fransche aanbod ‘dan
ook van de markt verdwenen. Van West-Europee-
sche tarwesoorten wordt alleen nog Zveedsc’he aan-
geboden, ‘sedert ook van de Oostzeelan’den het aan-
bod is verminderd.

In
Hongarije
is een ‘matig oversehot voor uitvoer beschikbaar, dat voor een groot gedeelte naar Italië
geleverd zal worden volgens het met ‘dat land ‘be-
staande ihan’deisverdrag en verder zijn weg ‘zal vi,-

‘den naar Oostenrijk. Op de West-Europeeseche mark-
ten zal Hongaarsche tarwe naar alle waarschijnlijk-
hei’d niet worden aangeboden. Roemenië ‘heeft ook
een overschot aan ‘tarwe, ‘dat geraamd wordt op
1.500.000 quarters. Verkoopen vinden plaats naar Zwitserland en Italië in clearing, en naar Grieken-
land. Met Engeland, België en Nederland worden

onderhandelingen gevoerd over overeenkomsten, wel-
ke der verkoop naar die landen mogelijk zullen
maken. Wanneer die onderhandelingen tot het ge-
venschte’ doel leiden, is ‘in West-Europa aan’bod van
Roemeensohe tarwe te verwachten. Echter niet in
groote hoeveelheden, welke een drukken’den invloed
op de
prijzen
zouden kunnen uitoefenen.

De groote ‘onbekende bij de ibeoordeelin’g der tarwe-
situatie is Rusland, waar geen ‘betrouwbare gegevens
over de opbrengst van ‘den oogst en ‘den vernioede-

lijken ‘omvang van het uitv’oersurplus ibekend gemaakt
worden. De Russen zijn met tarwe aan de markt van
zeer ‘goede kwaliteit, welke volgens monster wordt
verkocht. Reeds zijn ‘daarin groote zaken tot stand
gekomen, met name naar Engeland. Omtrent de
totaal’hoeveel’hei’d, welke doo
r
Rusland zal worden ge-
exporteerd, tast men echter in het duister. Men weet,
dat de oogst goed is geweest en vermoedt, dat de
opbrengst niet veel zal verschillen van dien in 19331
1934. Toen werden 4 millioen quarters geëxporteerd.
Daar ‘de “bevolking toeneemt, ‘het broodverbruik ‘in
Rusland grooter is ‘geworden en de Re’geering niet
zoo ‘dringend geld n’oodig ‘heeft als enkele jaren ge-

810

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September 1935

leden, wrorcit veelal aangenomen, dat de export van

tarwe uit Rusland in dit seizoen 3 millioen quarters

zal bedragen. Zeer
waarschijnlijk
zal de uit te voeren
hoeveelheid echter afhangen van de
prijzen,
welke
voor Russische tarwe te maken zijn. De Russen zijn

in hun verkooppolitiek zeer voorzichtig, zij volgen

nauwkeurig de stemming aan de’ Engelsche markt cii

trachten de hoogst mogelijke prijzen te maken. Van

dum’ping is geen sprake. Integendeel, wanneer de

markt een inzinking ‘heeft en de prijzen lager loopen,

zijn de Russen niet als verkoopers aan de markt en

wachten
zij
af tot de prijzen zich zullen •heb’beh her-

‘steid.
Nadat het
duidelijk
werd, dat in de laatste maan-

den van 1935 en in het eerste ‘halfjaar van 1936, tot

de nieuwe ‘oogsten op het Noordelijk halfrond weder
ter markt zullen komen, geen ‘dringend aanbod van

tarwe te verwachten zou zijn, is een algemeen herstel

van ‘de prijzen begonnen.
In Juli varen de vooruitzichten in Noord-Amerika

nog gunstig en leek de ‘droogte in Argentinië nog
niet gevaarlijk. De stemming was toen niet vast en

‘de koersen waren tot omstreeks half Juli gedaald. Daarna zijn zij ‘geleidelijk ‘gestegen. De October-

termijn sloot ‘hdf September te Buenos Aires
2
Pesos

hooger, te Rosario 2.25 Pesos ‘hooger dan half Juli.

De Rotterdamsche termijnmarkt steeg in ‘dien tijd

voor cle Septem’bertermijn
f
1.40 per 100 kg, Ohicago

en Winnipeg stegen ongeveer 10 Dollarcents per ‘bus-

hel. Deze verhoogingen worden alleszins gewet-tigd
door ‘de statistische -tarwepositie in de wereld. Nog
zijn de prijzen niet hoog te noemen en eene verdere

verhoogin’g moet
waarschijnlijk
worden ‘geacht, ten-

zij het aanbod van tas-we zooveel grooter wordt ‘dan

cle ‘beken’de ‘gegevens doen vermoeden, dat ‘daardoor

weder een druk op •de markten zou ontstaan.
Vermeerdering van ‘het aanbod ‘hoven ‘de verwachte
hoeveelheden is niet uitgesloten, daar hooge prijzen

meestal tengevolge hebben, dat aanbod te voorschijn

komt ui.t streken, waar men bij lage prijzen er niet
toe overgaat tarwe ‘te exporteeren. De gewone export-

landen zullen bovendien, wanneer het prijsniveau
hoog is, er toe overgaan een ‘grooter ‘gedeelte
hunner reserves voor export beschikbaar te stellen
dan bij een laag prijsniveau. Vooral voor Rusland kan

‘dat een ‘belangrijke factor worden. De omvang van
‘den uitvoer wordt ‘daar trouwens niet alleen bepaald
‘door cle ‘grootte van ‘het exportsurplus, doch mede
‘door ‘de politiek ‘der Regeering. Wanneer deze, aan-
gelokt ‘door •hooge prijzen, ‘het wenschelijk acht ‘den
uitvoer te vergrooten, zal ‘haar ‘dat zeker
mogelijk
zijn.
A. P. SCIIILTFIUIS.

DE VASTSTELLING VAN HET UITVOERRECHT OP
ONDERNEMINGSRUBBER.

Uit cle dagbladen zal de lezer reeds kennis hebben
genomen van het Aneta-‘bericht, dat ‘de nood-ordon-
nantie tot heffing van een uitv’oerrecht op onderne-
iningsru’bber •door den Volksraad is aangenomen.
De veronderstelling, welke wij in ons artikel in
E.-S.B. van 4 Sept. jl. uitten, is ‘bewaarheid gewor-
den; inderda’d werd een zeer ingrijpende wijziging
aangebijacht, welke een korte bespreking gewenscht
maakt. Niet in den prijs, ‘bij welken ‘de heffing be-
gint; is, ondanks een daartoe gedane poging, veran-
dering gebracht, doch in de wijze van vaststeP

ling van het bedrag der heffing. Was het aanvankelijk
de bedoeling, dat ‘de prijs op •het oogenblik van uit-
voer beslissend zou zijn voor het te betalen uitvoer-

recht, ‘dit principe is bij de ingediende ordonnantie
vervangen door een geheel an’der. Handelaren en pro-
ducenten toch opperclen ernsti’ge bezwaren tegen. ‘deze
methode, omdat ‘zij ‘geen rekenin’g hield met het feit,
‘dat er – een langere of kortere tijd verloopt tusshen
de momenten van verkoop en uitvoer. Het gevolg
daarvan toch zou zijn geweest, dat ‘de heffing een
factor van onzekerheid in ‘de calculatie zou zijn ge-
worden, -omdat, in’dien •de marktnoteering te Batavia

na den verkoop vera’n(ercle, daardoor ook auto’i’natisch
het recht
erdl
gewijzigd in het oordeel van den-

genc, die uitvoerde, indien de prijs daalde, in zijn
nadeel echter, indien de prijs steeg.

Dit nu wenschte ‘het Gouvernement, ‘de onjuist-
heid ‘daarvan inziende, te voorkomen en daarom heeft

het thans ‘bepaald, dat in ‘de ‘maand Juni van elk jaar

het recht voor het daarop volgende kalenderjaar zal

worden vastgesteld op een ‘bepaald bedrag, voor welks
grootte de gemiddelde inarktprijs ‘der voorafgaande

12 maanden ‘beslissend is. Voor het jaar 1936 ‘bepaalt
dus de ‘gemiddelde marktprjs van ru’bber te Batavia

gedurende de periode Juni 1934/Mei 1935 welk be-
drag zal worden geheven.

Hiermede wrordt een onzekerheid weggenomen en
speciaal ‘de ruh’berhan-delaren konden daardoor geheel

hevredi’g’d worden.
Zij
kunnen thans zuiver calculee-
ren veIken prijs
zij
kunnen aanleggen en worden oo-

doende in staat gesteld het geheele recht op de on-
dernemingen, ‘hun verkoopers, af te wentelen.

Voor de rub’berproducen’ten is, naar het ons voor-komt, de positie er slechts weinig op vooruitgegaan.
Ongetwijfeld is juist, wat in de Toelichting wordt
gezegd, ‘dat rub’herondernemers hun productie veelal

voorverkoopen, en dat thans wordt vermeden, dat
deze v-ooruit-verkoopen, welke ten doel hebben liet

inkomen te fixeeren, onmogelijk zouden worden, aan-
gezien cle ondernemers niet konden weten, ‘hoe het

toekomstige verloop van ‘het prijsniveau – en dus
van het bedrag ‘der heffing – zich zou ontwikkelen.
Bij de nu aangenomen wijze van -heffing weten de
producenten na ‘de vaststelling van het recht in de
maand Juni ten minste waaraan zij voor ‘het vol-

gende jaar toe zijn en niet welke vermindering van
hun ontvangsten zij rekening dienen te hou-den.

Doch -aan dit systeem zijn twee na’deelen veebon-
den. Allereerst, ‘dat een verlaging van.’het prijsniveau
ertoe zal leiden, dat het recht steeds en onevenredig
zwaarder gaat -drukken, ‘hetgeen toch zeker zeer on-

gewenscht is voor de groote groepen producenten,

welke ‘het product eerst na het gereedkomen ter markt
‘brengen en tot gevaarlijke ‘gevolgen – zelfs tot stop-
zetting van overigens -goed ‘beheerde ondernemingen

– kan leiden. Wellicht zal men ‘hier tegenover willen
stellen, ‘dat tot goed ‘beheer dient te worden -gerekend
het vastieggen van het inkomen door -den voorver-

koop. Dan meenen wij
er
echter op te moeten wijzen,
dat tot nu toe nog niet de mogelijkheid tot uitscha-
kelin’g van het risico heeft bestaan. Uitschakeling van
risico is alleen mogelijk, indien prijs, kosten en pro-
ductie bekend zijn. ‘Toorverkoopen ‘nu opent -zeker -de mogelijkheid tot vastleggï:n’g van den voor een ‘bepaald
kwantum ‘te ‘hchalei’s prijs, -doiih de hoeveelheid zelf
staat niet reeds van tevoren vast. De ‘hoeveelheid
rubber, voor welke een onderneming uitvoerlicentie
krijgt, hangt af van de eigen stan’daar-dproductie, van
-de gezamenlijke standaard producties van Neder-
landsch-Indië (ccli tot nu toe -tot zelfs ver in

het

productiejaar onbekende factor) en van het inzicht
van het internationale Re’guleerings-Oomité, dat op
geregelde tijden ‘de restrictie-percenta’ges vaststelt en wijzigt; reeds niet betrekking tot ‘de vraag, ‘hoe ‘groot
de voor-te-verkoopen productie ‘zal ‘zijn, stuit de mb-
‘herond-emnemin’g ‘op ‘groote moeilijkheden en hieruit
volgt, dat zij in ‘dit opzicht uiterst voorzichtig moet
zijn, wil zij niet in extra-offers vervallen; of met

andere woorden, dat in den regel ook een voorverkoo-
pen’de onderneming tet dccle -de rtihlber afkomen’d of
op k-orteren termijn zal moeten verkoopen en voor
dit deel dus met niet-voo rverkoopende ondernemingen

01)
één lj’n ‘dient te vorden gesteld.

Echter, niet alleen de ‘hoeveelheid staat niet ‘vast,
van -dc kosten -moet ‘hetzelfde ‘gezegd worden. Reeds daarom, omdat de omvang der voortbrenging den kost-
prijs, via ‘de voor cle totale productie constant ‘blij-
ende kosten, beïnvloedt, doch bovendien ook, omdat
de andere kostenfactoren, ‘hoe groot de mate van sta-
‘biliteii ook moge’zijn, kunnen fluctueeren en het

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

811

sedert de invoering der restrietie waargenomen prijs-
niveau zeker niet als zoo gunstig kan worden be-

schouwd, dat deze factor verclisconteerd geacht kan
worden.

Voorverkoopen onder deze omstandigheden kan •dus
zeker niet als een
eisch
voor goed haheer worden ge-
steld, nog afgezien van het feit, dat er bij het tegen-woordig prijsniveau veeial geen sprake zal zijn ‘van
een vastieggen van een inkomen. Voor voorverkoo-pende ondernemingen echter wordt hier althans een

extra-risico-factor uitgeschakeld.

liet tweede nadeel, dat aan dit systeem is verbon-
den, is, dat het recht over perioden van telkens een

jaar steeds achter den prijs aan’hi’nkt. Is dit in een
langdurige periode van stijgende
prijzen
voor de pro-ducenten geen bezwaar, en beteekent het dan alleen,

dat het Gouvernement in een bepaald fiscaal jaar
minder ontvangt, erger wordt het in perioden van
scherpe fluctuaties of voortdurend dalende prijzen.
Dan toch wordt op grond van het verleden een vaste
last
01)
de productie gelegd, welke de voortbrenging
nog verder bemoeilijkt en dan zou daardoor wel eens
de mogelijkheid tot ,,hehoorlijke instandhouding” –
‘dc basis van ‘het recht volgens de meening van het Gouvernement – verloren kunnen gaan voör groote

groepen ondernemingen, hetgeen dus zou moeten lei-
den ôf tot een vermindering van ‘den uitvoer (dus
van de werkgelegen’hei’d) èf tot tusschentijdsche ver-
laging van het recht – in heide ‘gevallen verminde-
ring der overheidsinkomsten – èf wel tenslotte tot
grootere concentratie ‘der voor’t’hreuging, ‘hetgeen op
vermindering van werkgelegenheid neerkomt.
lIet komt ons voor, ‘dat ‘het thans gevolgde systeem
van vaststelling van het recht groote nadeelen bevat
en 1het is •ons ook niet duidelijk, waarom ‘de Overheid
de heffing niet eenvoudig baseert op den, blijkens
contract, gemaa’kten prijs. Wij mogen aannemen, ‘dat
de handelaren en producenten, voor wie ‘dit – aan-
genomen de onvermijdbaarhei’d ‘der ‘heffing – de
eenige juiste basis is, dit zullen ‘hdbben voorgesteld,
doch dat tenslotte het Gouvernmnent ‘daartegen be-
zwaar ha’d. Welk beiwaar. is ons evenwel niet duide-
lijk, liet eenige wat ‘hiertegen zou kunnen worden
aangevoerd is, ‘dat ‘door fictieve contracten het recht
zou kunnen worden ontdoken, doch ‘dit argument zou
niet van groot vertrouwen in het ‘bedrijfsleven getui-
gen en heeft toch ook op de wijze van heffing van
het llandelszegel Ibijv. geen ‘invloed gehad. Bovendien.,
hier waren wel middelen geweest om preventief zoo-
ivel als repressief in ‘te grijpen en het nadeel daar-
van zou – gegeven de goede trouw van het ‘bedrijfs-
leven, ‘behoudens enkele uitzonderingen, – toch in elk
geval geringer zijn geweest dan ‘de gevaren, thans
ahn d.e ‘heffing verbonden.

Als voordeel zou ‘daarhij nog zijn gekomen, .dat alle
inferieure rubbers, welke thans als superieur product
worden blast, ‘dan ook in de juiste verhouding aan
de ‘heffing waren onderworpen, waardoor mede het
gevaar van een vernietiging van deze en vervanging
door superieure ru’b’ber (met de daarmee gepaard
gaande kostenveriiooing) wu zijn vermeden.
J.F.1-I.

DE TOEPASSING VAN DE WET OP DE EVENREDIGE

VRACHTVERDEELING EN DE VRIJE RIJNVAART.

-lIet schijnt, ‘dat ‘het ‘meningsverschil tussen het
(vroegere) Departement van Economische Zaken en

dat ‘van Justitie, inaake ‘de toepassing van de Wet op ‘de’ Evenredige Vradhtverdeling, ‘tot oplossing geko-
men is, althans ‘de ‘bevraeh-tin’gscommissie te Rotter-
dam heeft ‘de volgedde kennisgeving oiitvangen:

,De Minister van Justitie heeft bepaald, dat de vol-
,,gencle wateren i’iigevolge het arrest van den Hoogen
,,Raa’d van
17
December
1934 No. 37480
‘vallen
buiten de
werking dci’ wet op ‘de evenredige vrachtverdeeling: – ,,Boven-Rijn, Pannerdenseh kanaal, Neder-Rijn en Lek,
,,Waal, Boven- en Beneden-Merwede, Noord, Nieuwe Maas,
,,Scheur en Nieuwe Waterweg.

,,Elk inladen, in lading nemen en vervoer van goede’
,,i’en ‘iii een vaartuig, met bestemming naar binnen het
Rijk gelegen plaatsen, is buiten -de hierboveiigenoenide
,,wa’tcreu verboden, tenzij cle lading wordt gedekt door
,,een geldig bewijs, afgegeven dooi’ een bevocgcle bcvrach-
,,tingscommissie.
,,Op nakoming valt dit voorschrift zal bijzonder nauw

,,keur-i.g worden toegez’ien.
,,Bij overtreding stellen zoowel bcvi’aohter als vervoer-
,,’der zich bloot aan strafvervolging.
,,I.n geval van overtreding is rittogelijk, dat schip en
,,lading,
of
naar omstandigheden alleen het schip, worden
,,vas’tgelionde’n.”

De Minister van Justitie ‘heeft dus een splitsing
gemaakt ‘tussen de wateren van ‘de Rijn

Maas delta, en wel in die, welke tot -de vi’ije Rijn behoren, waar-

op de wet der E.
V.
niet toepassljk is en de andere
wateren van deze delta,
niet
tot de vrije Rijn be-
‘horen’de, waarop de wet dus wel toepasselijk ‘is.
Deze laatstbedoelde wateren zijn: de Kil, de Oude

Maas, de Botlek en ‘de Brielsche Maas.

Is deze splitsing op
‘deugdelijke
gronden gebaseerd
en wordt ‘hierdoor niet opnieuw de vraag opgewor-
pen, of de wet niet in strijd is met -de Mannheimer
Acte?
Twee problemen, welke, zie ik het ‘goed, wederom

opnieuw in hoogste instantie zullen moeten worden
opgiost en waarbij mi. ‘grote kans bestaat, dat de
Minister van Justitie geen
gelijk
krijgt. Immers,
welke vrijheid garandeert de Rijnvaartacte van 1869
en de partiële herziening, welke ‘geschied is bij het
Vredesverdrag van Versailles?
Art. 1 van de Acte garandeert de vrijheid van na-
vigd’tie op ‘de Rijn ‘en zijn uitmondingen (in -de offi-ciële Franse tekst ,,ses embpuchures”).
Art. 3 verbiedt, -dat se’heepvaartrech’ten worden ‘ge-
heven, welke uitsluitend op ‘het uitoefenen der
scheepvaart gegrond zijn, van vaa’rtuigen en ‘hun
ladingen, varende op:

-de Rijn;
rijn nevenrivieren (,,ses affluetits” in ‘de offi-
ciële Franse ‘tekst);
c,
‘de waterwegen, genoemd in art.
2.
Nu, is -het – mij ‘althans – niet absoluut duide-
lijk, welke waterwegen, ‘onder art. 2 genoemd, ‘bedoeld
worden.
De eerste zinsnede van art.
2
zegt: dat de vaar-
tuigen, die van -de Rijn komen, ‘het recht -hebben
zodanige weg te kiezen als ‘hun zal goeddunken, ten-
einde zich te begeven van ‘de Rijn naar de open Zee
of naar België.
Die vaartuigen kunnen ‘dus
alle
waterwegen van
de gehele delta kiezen, ja, feitelijk is hun keuze nog
veel on’beperkter en kan ‘deze zich uitstrekken tot de
Gelderse Ijssel, het Merwede-kanaal, de ‘water-
wegen naar Delfzijl, de Zui’d-‘illemsvaart, enz.
Maar aangezien de officiële Franse tekst het

woord ,,mefitionné” en ‘de Duitse tekst het woord
,,erwihnt” gebruikt, woorden -die misschien juister
vertaald worden door ,,genoem’d” ‘of ,,vermeld” in-plaats van het woord’ ,,’bedoel’d” in de Nederlandse
vertaling, menen wij, ‘dat het eerder ‘de ‘bedoeling
van art. 3 zal zijn ‘geweest niet te doelen op boven-
aangehaalde eerste zinsnede van art.
2
e ‘de ‘daar-
in bedoelde waterwegen, maar op ‘de tweede zinsnede
van het artilel, waarin inderdaad ‘bepaalde ‘vater-
wegen genoemd worden. Deze tweede zinsnede ltridt:

,,IILd’ien….
déu
der waterwegen, welke de
OCfl
z(le
,,me’t den Rijn veibincle’it, over ‘Doi-di-echt, Rotterdam, 1-Id-
„levoetsluis en Bi’ielle, onbruikbaar wordt, zal ite Water-
,,weg, akn te wijzen aan de Nedet-landsehe scheepvaart,
,,00k
open zijn voor de vaartuigeti ‘der andere oeverstaten.”

Inderdaad worden ‘hier dus ‘bepaalde waterwegen
,,gementionneerd” en wel (tenminste zo lees ik het):
‘de waterweg van ‘de Rijn over Dordrecht naar zee

,,

,,

I,otterdazn

,,
,,

,,

Brielle

He’llevoetsl.
en men zal nimmer kunnen beweren, dat de Oude

812

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September. 1935

Maas, de Brielsdhe Maas en de Kil
niet
‘tot die ge-

rnent’ionneer.de waterwegen behoren.
Zou men hiertegen willen opwerpen, dat ik het
verkeerd lees en dat •de zin: ,,welke ‘de open zee met
den Rijn verbinden over Dordrec’ht, Rotterdam, Hel-

levoetsluis en Brielle” de richting aangeven van één
bepaalde waterweg via genoemde havens, dan moet

ik ‘opmerken, dat deze zeer geforceerde uitleg mis-

schien in aanmerking zou kunnen komen, als in de
opsomming eerst den Briel en ‘daarna Hellevoet-

sluis genoemd was, maar dat, nu die plaatsen in om-

gekeerde volgorde zijn opgegeven, het richtingsbegrip

niet iá vol te houden.
Resumerende mogen volgens art. 3 dus geen

scheepvaartrec’hten geheven worden op de Rijn, ‘op
zijn nevenrivieren en op de waterwegen genoemd in

art.
2,
waaronder vallen de Kil, de Oude Maas en de

Brielsche Maas. Hoe kan de Minister dan de Wet

op de E. V. ‘op die rivieren wel toepasselijk verkla-

ren, de wet waarvan art. 10 zegt, dat ten hoogste
2 pOt. van de bedongen vrachtprijs aan de Bevrach-

tirigscommissie toekomt? Is die gedwongen heffing

dan geen scheepvaartrecht? Afgezien nog van het feit
of de vrijheid van navigatie, zoals •de Hooge Raad
deze geïnterpreteerd heeft, niet wederom geschonden

wordt?
Heeft men door het Besluit van den Minister van
J’us’ti’tie nu niet met recht de knuppel in het hoen-
derh’ok geworpen? Want, behalve dat er nog wel over

te pleiten valt, in ‘hoeverre ‘alle waterwegen, bedoeld

in het eerste lid van art.
3,
eveneens vrijgesteld moe-

ten worden ‘van enige hevrachtingscommissie, valt

ook de ‘gehele Maas niet onder art. 10. Want ook de
Maas is, volgens Nederlandse opvatting, een neven-

rivier, een ,,affluent”, van de Rijn. Immers, ‘de laatste alinea van art. 3 verbiedt het
heffen van boei- en ‘baken’gelden ‘boven Rotterdam
en Dordrecht op de waterwegen in ‘de vorige zin-
snede (t.w. de Rijn, zijn nevenrivieren, enz.) vermeld.

En dat de Regering ‘onder nevenrivieren ook de
Maas rekende, blijkt uit het slotprotocol der Mann-
heimer Acte, waarin ten aanzien van art. 3 de ge-

volmachtigde van Nederland verklaart, dat de amb-
‘tenaren, [belast met de bakendienst op een gedeelte
van de Maas in het Hertogdom Luxemburg, nog
eni’ge geringe ibakengeiden heffen, welke niet kun-

nen worden afgeschaft ‘zonder medewerking ‘der Re-
gering van België en .dat daarom aan zijn Regering
de uitvoering moet worden voorbehouden van de be-
palingen, vervat in de tweede zinsnede van art. 3,

voor zoover het gezegde gedeelte de Maas betreft!

Door al deze spitsvondigheclen ‘om aan de uitspraak
van .de H’o’oge Raad te ontkomen, zal de Regering
steeds meer processen, uitlokken van de zijde van de
binnenlandse vaart, .die gedeeltelijk naar haar vrijheid

terugvei1angt, van de zijde der industrie die de on-

‘hil’lijkheid voelt, ‘dat •de eene fabriek wel onder de
gedwongen hevrachting valt, de andere niet envan

de zij.de der Rijnvaartrederijen, d’ie angsti’g
zijn,
dat

andere ‘oeverstaten, zij het geen congruente, maar
soortgelijke wetten gaan uitdenken, die in wezen de

Vrije vaart
in
die oeverstaat aan handen leggen.
En waarvoor dat alles? Om een wet te ‘handhaven,

‘die zonder twijfel een deel van het goed van de wa-
terweg heeft verjaagd, die voor de binnenlandse
scheepvaart slechts een meer communistische verde-

ling van de armoede geeft en voor de nijverheid

funest
is.
De Regering heeft het als enig eigenaar van
de Staatsrnijnen aan den ‘lijve ondervonden, hoe na-
delig die onvrje bevradhtin’g op het bedrijf kan wer-
ken, of [beter gezegd, zou kunnen werken, want de
uitspraak van •de Raad van Beroep over de al dan
niet onwettige Ibevrachting ‘der Staatsmijnen, laat na
10 maanden nog steeds op zich wachten!
Een on’gunstige uitspraak zou fnuikend zijn voor
de Mijnen. Maar dat de Regering toch begrijpe, ‘dat
zij ook fnuiken’d is voor andere takken der industrie,

die niet ‘het’geluk hebben Vadertje Staat achter zich

te ‘hebben.

Daarom, dat men de wet intekke, zij heeft niet

het voordeel gegeven, dat sommigen er van verwacht-
ten, zij ‘geeft aanleiding tot veel onrechtvaardigheid

en, last not least, tot gevaarlijke consequenties voor

de vrije Rijn in de toekomst.
J. W. VLIELANDER HEIN.

DE MILLIOENENNOTA.

De hij de Tweede Kamer ingediende ,,No’ta, betref-
fende den toestand van ‘s Rijks financiën”, behelst de

volgende ‘beschouwingen over den fin’a’ncieelen toe-

stand van het land.

DIE NSTJAAR 1932.

De ‘definitieve
cijfers
van het ‘dienstjaar
1932
zijn

als volgt:

Titel A

Titel B

Gewone dienst Kapitaaldieiist

Totaal

Ontvangst.1
515.168.1 65,35sf 660.061.597,23 fl.1 75.229.762,58e
Uitgaven..
591.216.7 18,47e 487.750.884,12 1.078.967.602,60

Tekort…..
76.048.553,12


Overschot

1 172.310.713,10
5
1 96.262.159,98e

I)IENSTJAAR
1933.

De cijfers, opgenomen ‘in ‘de ‘i’ngevolge artikel
86,

2de lid, ‘der Cornpta{bili’tei’tswet
(Staotsblad
1927,
No.

259)
samengestelde en ‘door de Algemeene Reken-

‘kamer goedgekeurde algemeene rekening van ‘het

‘dienstjaar
1933
zijn als volgt:

Titel A. Gewone dienst.

Uitgaven …………….
f
572.829.640,97

Middele:n …………….
,, 516.958.612,69

Nadeelig saldo
. . . . f 55.871.028,28

Titel B. Ka.pitacrldienst.

Uitgaven . …………..
f 452.020.397,79
iMI’d’delen ……………,,
556.805.039,33

Voordeelig saldo . .. .
L1
04784

641535

liet tekort op den
ge’wonen
dienst werd in de vorige
Nota gesteld op
f 58.265.952,70.
Thans blijkt een tekort
aanwezig van
f 55.871.028,28.
Dit gunstig verschil is
toe te schrijven aan eene wijziging zoowel ‘in de cijfers der
uitgaven, als in die ‘der ontvangsten. Ten vorigen jare
werd voor de uitgaven van den gewonen ‘dienst een voor-
loopig totaalcijfer gonoemd van
f
574.104.437.
Dit totaal
is thans nader vastgesteld op
f
572.829.640,97,
gevende
eene vermindering van
f
1.274.796,03.
De opbrengst der gewone middelen vertoont, ‘in verge-
lij.king met het bedrag, ten vorigen jare als ‘voorloopige
uitkomst vermeld, eene stijging van f 1.120.128,39.
De ge-
voiie middelen werden ten ‘vori’gen jare opgenomen ‘met
een totaaleijfer ‘van
f 515.838.484,3(1,
tegen thans
f 516.958.612,69.
Als voornaamste oorzaak kan genoemd
worden eene hoogere opbrengst van ‘rente en aflossing van
door het Rijk verstrekte kapitalen.
liet voordeelig saldo
01>
den
Kapitaaldienst
werd in de vorige nota gesteld op
f 157.334.359,12.
Thans ‘blijkt dit

te zijn
f 104.784.641,53,
derhalve
f
52.549.717,58e
lager,
en wel tengevolge van hoogere uitgaven tot een bedrag
van
f
62.877.221,62e
en ihoogere middelen ad
f
10.327.504,04.
Wat ‘de uitgiuven ‘betreft, is dit in hoofdzaak het gevolg
van afboekiug van het nacleelig saldo van het Leening

fonds
1914,
groot
f
56.390.317,21e,
waarvoor bij de wet van
29
December
1934
(S’taatsbZad
No.
732)
machtiging werd
verleend, terwijl voor ren.tedragende kasvoorsehotten aan
‘gemeenten
f
7.498.000
meer ‘noodig bleek te zijn geweest.
lliertegeno’ver staat ‘de ‘hoogere opbrengst ad
f
10.327.504,04
van de nviddelen, ‘welk bedrag os. is ontstaan door een
hooge’re ontvangst groot
f
3.491.736,98,
‘in ‘zake de uitkee-
ving door het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en
Telef’onic wegens waardevermindering ‘van voorraden en
aflossing ‘van verstrekt kapitaal, ‘terwijl alsnog werden
verantwoord
f 5.800.000 wegens aflossing van het voor-
schot door het Rijk aan het voormalig Wegenfonds ver-
strekt en
f
1.248.407,89
wegens het ‘batig slot der rekening
van het Fonds tot verbetering van de Kustverdedi’ging.

IB
September 1935

ECONOMISCH-STATÏSTISCHE BERICHTEN

813

DIENSTJAAR
1934.

De voorloopige gegevens leveren de volgende uit-
knmsten op:

Titel A. Gewone dienst.

Uitgaven … ………..
f
647.445.053,11
1)

Middelen …………..,, 610.249.875,-

Nadeelig saldo
. . . .f
37.195.178,11
Titel B. Ka.pitaa.ldienst.

Uitgaven ………….
f
1.020.470.623,79
2)

Middelen ………….,,

93.251.836,-

Nadeelig saldo
. . . . f
927.218.787,79

Dit bedrag is het in bijlage A
(zie.
pa.g.
814)
laatste
kolom genoemde bedrag ad
f 668.069.996,43,
verminderd
met de nog niet in de daar genoemde cijfers verwerkte
overbrengiag cd
f 27.500.000
wegens aflossing van Staats-
schuld naar den Kapitaaldienst en verhoogd met
f 6.875.056,68,
zijnde het verschil tussohen de ontvangsten,
voortvloeiende uit de extra-heffingen ingevolge art.
3
der
,,Cr.isisuitvoet-wet”
1931, ,8taetsblact No. 553,
ad
f 8.005.011
en de tot heden ten laste van den dienst
1.934
gebrachte
utgaven, welke uit die heffingen worden gefinancierd ad
f1.129.954,32.
Dit bedrag is het in bijlage
A
vermelde bedrag ad f 992.970.623,79,
vermeerderd met de liog niet naar den
hTapitaaldienst overgebrachte
f 27.500.000
in noot
1
ge-
noeind. Onder het bedrag van
f 992.970.623,79 is
begrepen
een bedrag van
f 897.403.500
voor versterkte aflossing we-
gens ce nvers ie van Staatssohnid.

Het voor het jaar 1934 op den gewonen dienst be-

cijferd nadeelig saldo bedraagt, blijkens bovenstaand

overzicht,
f
37.105.118,11, doch werd, daar de in noot

1. vermelde rectificaties nog niet in de begrootings-cijfers konden worden verwerkt, in bijlage A gesteld

0
1)
f
51.820.121,43, welk laatste cijfer in de hier.naver-

meide bespreking is aangehouden.
Blijkens de aanvankelijk toegestane begrootingen

word aan gewone uitgaven geraamd
f
131.051.364 en

aan gewone middelen
f
463.446.818. Aanvankelijk
werd dus een nadeelig saldo verwacht van

.f
267.604.546.
Onderstaande staat geeft een overzicht van de

thans in de begrooting vermelde cijfers:

1934
Titel A.

Aanvankelijk

Voorloopig Gewone
dienst –

toegestaan

resultaat

Verschil
Uitgaven ……..
1731.051.364,—

f668.069.996,43

f
62.981.367,57
Ontvangsten …….
463.446.818,—

,,61 0.249.875,—

,, 146f 03.057,-
Nadeeligsaldo….
f267.604.540,—

f
57.820.121,43

f209.784.424,57
9
‘)
])e omstandigheid, dat de uitkomst
f209.784.424,57 gunstiger is dan de ramilig, houdt uiteraard verband met
de genomen maatregelen tot verhooging van de middelen
en
ftot
verlaging van de uitgaven, welke in de aanvanke-
lijke begrooting niet waren verwerkt.

A. MiDDELEN

De aanvankelijke raming der midde-

len cd

……………………….f463.440.818

werd verhoogd wegens: ci..’ verlenging van in 1934 afloopende
belastingheffingen ………………,, 60.138.000

nieuwe belastingheffingen ……,, 95.420.000
overbrenging van belasting- en an-
dere middelen van het Leeningfonds

1914

…………………………..14.058.064

saldo van verhoogingen en verla-
gingen van verschillende middelenpos-
ten…………………………….154.040

Totaal nader geraamd
. . . . f
633.216.922

Vôlgens de voorloopig-e cijfers hebbe:n
de middelen opgebracht ………….
f
610.240.875

derhalve minder ….
f
22.967.041

Het bedrag der aanvankelijk ge-
raamde uitgaven was ……….j 731.051.364,-

Gelijk o.a. in de Millioenennota
over 1934 en op pag.
611
dier Nota
over 1935 werd medegedeeld, zou dit
bedrag als volgt worden verlaagd:

lo. Met de opbrengst der salaris-
kortin
g
ad

………………….
f io.oi’ï.ota-
(diverse hoofdsti.ikken)

2o. Met de besparing van dé groote

conversie van Staatsschuld, na aftrek

van de kosten en vade uitgaven der
tweede leening 1933
(VIIA) ……,,
14.843.578,-
30.
a.
Met de korting op de uit-
keering aan de gemeenten uit het
Gemeentefonds
. . . . f
1.216.667,-
b.
Met de uitga-
venbesparing tenge-

volge van de verlen-

ging van heffingen
ten bate van dat

fonds ………….,, 16.260.000,-
Waardoor
VIIB
ontlast wordt met ,, 23.416.667,-
4o. Met de vervallen bijdrage aan

het Spoorwegpensioenfonds (IX) . . ,, 9.140.000,-

5o. Met de overbrenging van af-

lossng Staatsschuld naar den Kapi-
taaidienst
(VIIA) …………….,,
27.500.000,-
6o. Met het vervallen van de bij-

drage ter dekking van het tekort in
het Leeriingfonds 1914, in verband
met de opheffing van dat fonds

(VIIB) …………………….,,
56.898.118,-

In totaal derhalve eene verminde-

ring met …………… . ……..
f
141.816.576,-
terwijl Hoofdstuk VIIA moest

worden belast met de uitgaven voor
rente en aflossing ten laste van liet

opgeheven Leeningfonds 1914 …..

10.956.782,-

derhalve eene vermindering van de
uitgaven van den dienst 1934 met
. .f
70.919.104,-

Zoodat het uitgavenpeil van 1934
zou zijn gedaald tot …………..
f
660.131.570,-
liet is gedaald tot …………..,, 641.445.053,1.1.

derhalve minder . . ..
f
12.686.516,89

Hiervan komt voor rekening: van de rente van schat-
kistpapier pl.m. f8.100.000; van het tekort in het
Gemeentefonds pl.na.
f
8.200.000, in hoofdzaak ten-
gevolge van hoogere opbrengst der middelen; van het
tekort der Spoorwegen pl.m.
f
1.200.000, terwijl
overigens voor diverse doeleinden, gelijk hierna wordt
aangegeven, minder werd uitgegeven dan oorspron-
kelijk werd verwacht. Daartegenover staat een grooter
uitgave van ongeveer
f
6,9 millioen, wegens uitkee-
ring van de opbrengst van extra-heffingen als om-
schreven in de bovenste noot 1 op deze blz., eerste
kolom.

Evenals in de Nota van het vorig jaar moge op den
grond in die Nota vermeld, thans volgen een opgaaf

van het rekening-saldo volgens de laatste Afboekings-
wet en van de daaropvolgende jaarsaldi.

Voor-
of
na-

Voor-
of
na-

Dienst- deelige saldi

deelige saldi

Opbrengst
jaar.

van den
ge-

v.
d.
kapitaal-

van

wonen
dienst

dienst

geldleeningen

Nad. Titel
A

Titel B
saldo vol-
gens de
laatste af-
boekingswet
*)

nihil

– 141.853.777,0.6

1929 + 58.207.904,82

– 158.773.136,57

42.000.000,-

1930+27.942.986,415 – 43.556.316,54

1931-45.599.667,—

– 131.288.888,22
6

40.093.351,50

1932-76.048.553,12

– 333.553.937,205
1)
505.864.650,31

1933-55.871.028,28

– 394.088.358,46
52
) 498.873.000,-
1934_37.195.178,11
2
) – 927.218.787,79
2)
905.461.774,50
) Wet van
14
Dec.
1933 $taatsblacl No. 692.
) Bij de in kolom
3
opgenomen nadeelige saldi van den
kapitaaldienst dient in aanmerking te worden genomen,
.dat ten laste van dien dienst in de jaren
1932, 1933
en
1934
voor versterkte a.flossiag wegens eenversie van
Staatssohuld is uitgegeven respectievelijk
f 299.472.000, f 184.327.000
en
f897.403.500,
terwijl in
1933 f 115.000.000
als .geldleening aan Indië werd verstrekt.
2)
Zie noot
1
en
2 op
deze pagina, eerste kolom.

814

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September 1985

]3ijlage A.

ALGEMEENE VERZAMELSTAAT DER RIJKSBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1936.

TITEL A. GEWONE DIENST
__
.
Toegestane uit-
Verschil tusschen de raming voor 1936
en de bedragen toegestaan (geraamd)
Vermoedelijk be
loop der uitgaven
OMSCHRIJVING.
Geraamd voor 1936.
gaven en geraamde
voor 1935
.
en vermoedelijke
.
Middel. voor 1935.1
opbrengst der
Meer.
Minder.


Middel. voor 1934.2)

UITGAVEN.
.

.

Totalen der titel8 A van de hoofdstukken
S

der begrooting van uitgaven
.
.
.

f

1.550.000,—
f

1.550.000,—
,

,

.
f

1.428.419,0
II

:1:1
oogeCollegesvanStaat
.
.
.
.
iThist. :1:

1-luis der Koningin ……

CI’
Kabinet d. Koningin
,,

1.861.569,—
1.896.193,—
f

14.624,—
,,

1.794.747,11
111

Buitenlandsche Zaken
,,

3.429.219,—
,,

3.608.000,—
178.781,—
,,

8.311.556,78
111V

Justitie

……………
,,

26.047.882,-
,,

25.989.907,—
f

57.975,—
,,

25.122.307,64
V

Binnenlandsche Zaken
17.751.445,—
,,

17.005.106,—.
,,

746.339,—
,,

12.594.654,_
VI

Onderwijs, Kunsten en

,
150.678.415,—
,,
148.132.800,—
,,

2.545.615,—
,,
148.170.095,6R
VTIA Nationale Schuld ……
,,147.045.211,—
,,
146.712.887,—
,,

332.324,—
745.645.775,42
VlIB Financiën …………
,,

58.770.832,—
,,

80.382.644,—
21.611.812,—
,,

56.301.844,67
,

87.646.126,—
,,

87.712.505,—
66.379,—
,,

85.673.57,_
VIII

1I)eîensie ……………

..

,

50.573.300,—
,,

46.454.598,—
,,

46,118.702,—
,,

62.887.3.56,60

Handel,

Nijverheid

en

Scheepy.icirt’. .. .:
Xi

liinclbouw

Visscherij
en
,,

12.255.940,—
7.778.627,—

,,

4.248.529,— 8.520.127,—
,,

8.007.411,—
741.500,—
4.672.867.02
8.418.688,36
,,
,,
,,

Wetenschappen

………

XII

Sociale Zakeii

.
………
,,128.415.187,—

..

,,
121.086.857,—
,,

7.328.330,—
,,
106.907.142,_
xIn
:ioionië»

…………

..

,,

17.090.909,—
,,

17.061.519,—
,,

29.390,—
5.
1
34.843,

IX

Waterstaat

…………

XIV

OnvoorzienelJitgaven
,,

30.000,—
,,

30.000,—

6.161,75

f

7l0.944.662,—

.. ..

[710.391.672,—
f

23.166.086,—

f

22.613.096,—
fG6S.O69.996,43
552.990,-

……….
..

MIDDELEN.

.

.

.

Totaal van den ramingstaat (titel A)
[601.988.638,—
f
625.530.287,—
,,

23.541.649,—
,, 610.249.875,-

.
[108.956.024,—

,

f

84.861.385,—
.

.
,f

57.820.121,43
Voordeelig saldo
Nadeelig saldo ………………..
.

TITEL B. KAPITAALDIENST.’

Toegestane uit-
Verschil tusschen de raming voor 1936
en de bedragen, toegestaan (geraamd)
Vermoedelijk be-
loop der uitgaven
OMSCHRIJVING.
Geraamd voor 1936.
gaven en geraamde
voor 1935.
en vermoedelijke
Middel. voor 1935.’)
opbrengst der
Meer. Minder.
Middel, voor 1934.
2
)

UITGAVEN.

Totalen der titels B van de hoofd
8tukken der begrooting

van uitgaven.

Hfdst. V.

Binnen!. Zaken

……..
f
13.182.500,—
f

10.070.400,—

f

3.112.100,—
f

8.505.702,-
VIL4. Nationale ‘Schuld

……
,,

6.780.000

,,

780.000,—
,,

6.000.000,—
898.183.500,- VÏIB.

Financiën

…………
,

61.156.034,—
,,

38.105.786,—
23.050.248,—
63.44
9
.
772
,
05

,,

VIII.

Defensi

. ………….
,,

323.000,—
287.000,—
36.000,—
169.315,-
–IX.

Waterstaat ………….
,,

10.164.000,—
,,

6.690.000,—
3.474.000,—
22.541.074,75
X.T..Landbouw

en Visscberij
,,

320.000,—

..

,,

350.000,—
f

30.000,—
.
121.259,99

f

91.925.534,—

..

.. ..

f

56.283.186,—

f

35.672.348,—

f

30.000,—
[992.970.623,79

MIDDELEN.
.

.

.

..

.
,,

35.642.348,-

f

4.324194,—
Totaal van den ramingstaat (titel B).
,,

23.744.470,—
19.420.276,—
93.251.836,-

[899.718.787,79
Voordeelig saldo
Nadeelig saldo ………………..
.
f

68.181l.064,..
f

36.862.910,—

GEHEELE DIENST.

S
A L DI.
G

d

1936

eraam

voor

.
Vastgestelde
begrooting 1935

Vermoedelijke uit

komst dienst 1935

.

.

.
Nadeelig saldo

A ……….
f
108.956.024,—
f

84.861.385,—
.

.

.
f

57.820.121,43
Voordeelig saldo

B
……….

Voordeelig saldo

titel

A
………..
.

Nadeelig saldo

B
……….
,,

68.181.064,—

..

,,

36.862.910,—
,,899.718.787,79
..

.
Voordeelig saldo
Geheele dienst
..
. .
Nadeelig saldo

[177.137 088,—
f
121.724.295,—
:

.:
f 957.538.909,22

Cijfers der vastgesiel de. begrootiag 1935, gegroepeerd volgens de tegenwoordige departementale indëe!ing.
De in deze kolom vermelde bedragen zijn gegroepeerd volgens de tegenwoordige departementale indeeling.

DIENS1’JAA1I

1935.

DIENSTJAAR

1936.

De begrooting van het loopende dien-stj-aai 1935
IS,

Thans kan worden overgegaan to-t een bespreking
wat den-gew-onen dienst betreft,
vastgesteld
als volgt:

van het dieivs

taar 1936.
uitgaven ………………………

f
710.391.672

Teneinde

een

duidelijk

overzicht

te

geven ‘van

de
inkoms

en

625.530.287

.

.
……………………”

ra-ming der uitgaven en middelen van genoemd dien-st-
zoodat een nadeelig saldo is geraamd van
f

84.861.385

jaar, in vergelijking met -de bedragen, welke aa-nvan-

Dernatregelen tbt dekking van di’t tekort, alsmede

kelij-k voor 1935 zijn

toegestaan en geraa, moge

-de wijzigingen, welke in den ioop van het dienstiaar

worden verwezen naar ede bijla-gen A.

en B.

dezer

nog nood ig bleken, worden

nog

nader besproken.

nota, waasbij nog zij opgemerkt, dat in verband -met

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

815

de instelling en wijziging van eenige Departementen

de nuirime ring der hoofdstuk ken geci eeltelijk is ver-
anderd.

Titel A. Gewone dienst.

uitgaven ………………………
f
710.944.662
inkomsten …………………….,, 601.988.638

zondat een nat eelig saldo is geraamd van
f
108.956.024

In ‘de Meinorie van Toelidhting hij ‘het ontwerp van
wet tot verlaging van te openbare uitgaven (April
1935) werd ten aatizien van ‘het te verwachten tekort
op de heg
r
ooti
ng
van 1936, dat op [75 millioen wr’d
‘geraamd, ‘liet volgende medegedeeld:

,,Ee,n juiste rami ng van het over
1936
te verwachten
kort is in e bestaande omstandigheden uiterst ‘moeilijk.
,,Telkens weder doeii jih In het Jiijzonder op het terrein
van de internationale economisohc verhoudingen gebeut’-
,,tenissen voor, clie van grooten invloed zijn op onze Staats-
financiën. Ranii ngeii, ‘die
01)
het tijdstij, waarop zij wor-
den gemaakt, voikonien verantwoord zijn, ‘blijken soms
reeds via enkele maanden door nieuwe, geheel onverwachte
,,fei’ten ‘achterhaald te worleii. 1-let hieronder becijferde
.,tkort voor
1936
nioet daarom met alle voorbehoud wor-
den aanvaard. Bij deze becijfering is er van uitgegaan,
..chit de middelen in dat jaar in ‘totaal niet riiinder zullen
opbrengen dan het hierboven reeds met
30
inillioen ver-
minderde ramiu.gcijfer ‘voor
1935.
Dit beteekent al, dat
,,gerekend wordt niet een mindere opbrengst van verschil-
,,le’ndc belastingen, omdat de opeenten
01)
cle inkomstenbe-
..lasting en ‘cle vermogeusbelasting, geheven krachtens de
wet van
4
Maart
1935
(Staatsbiaci No.
70),
‘die over
1935
slechts voor twee derde gedeelte ten bate van het Rijks-
,,budget komen, over
1936
‘voor het geheel haar invloed
,,zullen doen gevoelen.”

In de Memorie van Antwoord op ‘het Voorloopi’g
Verslag van de Tweede Kamer nopens hetzelfde out-
Vei’l) (J’uli 1935) ‘liet de Regeering zich als volgt uit:

«
Op ‘grond van hare ir v’ari’ngen
Op
dit punt, ‘sinds de
,,indiening van liet besuin’i.gingsontwerp, is de Regeering,
,,vooral na liet ‘hinuenkomCn der eerste gegevens voor de
,,begroo’ting
1936,
tot de conclusie gekomen, dat ‘het ‘in de
.,toelicihting op het ontwerp
01)
f75
millioen gestelde. ‘te-
kort
01)
die be’grooting aanzienlijk hooger zal blijken.
,,Ongetsvijfeld zullen de – onder het bovuvernuelde ‘voor-
behoud – ‘voor ‘belastingverlaging ‘in uitzicht gestelde

,,f 20
millioen voor ‘de dekking van het grootere tekort
.,noodig zijn en ‘dan zal er nog een zeker def’icit ‘overblij-
,.ven, waarvan cle olllvan’g nog niet nauwkeurig is ‘tc schat-,,ten. Voor zoover ‘die beiastiiigwerlagiug, om ‘de in de Mc-
,,inor,ie ‘van Toelichting opgesomde redenen volstrekt on-
,,verniijdelijk moet worden geacht, zal de Regcering zoeken
,,nnar middelen, die het niettemin mogelijk zullen makCi
haar te doen dooi-gaan.”

Zooals uit ‘de ingediende Ibegrooting blijkt, is deze
voorloopi’ge conclusie juist geweest. Er blijft, ‘ook als
men het ge1ieele Jbovenvermelde bedrag van
f
20 nijl-
lioen voor ‘dekking van uitgaven hestemt, nog een te-
kort over.
Liet is ‘gewenscht ‘dcii loop der hu’dgetai.re . cijfers vanaf ‘de indiening ‘der hegrootin’g voor het jaar 1935
te volgen ‘teneinde een inzicht te krijgen in ‘den door
het daarna ingediende ‘bezuinigingsontwerp wel
eeai’gsz ns gecompliceend geworden ontwi kkelingsgang
(er ‘hud’getaire cijfers
Dit inzicht is z’eer’noodig omdat het den grondslag
moet leveren voor -de’ ‘beoordeel’in’g van te bijzondere
‘moeilijkheden, die ‘het gevolg zijn van cle zoo snel ver-
anderen-de omstandigheden. Veranderingen, waaraan
‘de Regeering ‘haar maatregelen
moet
aanpassen, op
gevaar af inconsequent te schijnen.
liet ‘tekort op ‘de ‘begrooting voor 1935 was aan-
vankelijk ‘geraamd op ron’d ……….
f
92.992.000
vervolgens werden daarin verwerkt de verhooging
van ‘de ‘heffing •op niotorrijtui.gen
id f
7,5 inillioen,
alsmede enkele verminderi ngen van uitgaafposten van ondergeschikten aard, zoodat •het ‘tekort werd
vastgesteld o ………………….f
84.861.385
Van het plan tot ‘dekking van dit te-
kort zijn de volgende maatregelen in
het jaar 1935 effectief geworden:
Vermindering van pen-

si’oenlasten…………….
f
3.000.000
Verlaging van het te-

kort van ‘het Gemeente-
fonds ……………..,, 20.270.000

Verlaging annuïteit In-
validiteitsfonds en Ouder-

domsfonds …………. ,,14.213.000

Tijdelijke heffing op-
centen Rijksinkomsten- en
Vermogensbelasting .. .. ,, 14.500.000
1)

Heffing ‘belasting ‘doode
hand

……………..,, 3.000.000

f
54.983.000

Blijft ‘tekort ….
f
29.878.385

Di’t tekort moest voorts nog ‘worden
verminderd met een ‘buiten ‘het dekkings-
plan 1935 tot stand gekomen besparing,

terzake van ovesbrenging, voor één jaar,
van a’dmini stra’tiekosten sociale verzeke-

ringen naar liet Ouderdomsfoiids A …..,, 749.300

f
29.129.085

Dit tekort zou moeten worden opge-

vangen ‘door ‘de navolgende maatregelen,
die geleidelijk effectief zouden worden:.

doorwerken van een aantal ‘besparin-
gen •op ‘de uitgaven voor het ‘onderwijs,
rond

………………..f 10.000.000
vermindering

van

het
Spoorwegtekort

……….

,,10.000.000
invoëring ‘van ‘het capi’tu-
lantenstelsel

en

enkele an-
dere besparingen op ‘de ‘de-
fensieuitgaven

………..,,

5.000.000

f
25.000.000

liet verschil

tusschen dit ‘bedrag en
het eve.n’genoem-de tekort van rond
f
29
mnillioen ‘vindt zijn

oorzaak

in ‘hetgeen
wordt vermeld in ‘de noot aan den voet
van deze bladzijde.

Het aanvankelijk geraamde tekort ‘bleek
echter in ‘den loop ‘van het jaar

1935
‘hooger gesteld te moeten worden ‘door
‘de volgende ongunsti’ge factoren:

Lagere raming van de middelen (v’gl.
‘blz. 4 van de Memorie van Toelidh’ting
‘bij

het Bezuini’gin’gson’twerp)

………
,, 30.000.000
Steun aan ‘de Scheepvaart

…………
8.000.000
Meerdere kosten Werkverschaffing ..
,,

2.550.000
Hooger

tekort

Spoorwegbedrijf

‘over
‘het jaar 1934 clan ‘hij ‘het ‘opstellen van
de ‘hegrooting voor 1935 was ‘te voorzien
2.000.000

Totaal ‘tekort 1935
. . . .
f
71.679.085

Het is dit tekort, afgerond op
f
75 ‘millioen, ‘dat,
zooal’s ‘hierboven werd aangehaald, in •het bezuini-
gingsontwerp aanvankelijk ook voor 1936 werd aan-
genomen, onder het voorbehoud ,,ce’teris pari’bus”.

Dit voosbehoud nam in ‘de Memorie ‘van Antwoord
op ‘het Toorloopig Verslag van de Tweede Kamer
over het Bezuinigingsontwerp reeds een meer vaste

‘gedaante aan. Thans staat vast, ‘dat ‘het ,,ceteri’s pan-
bus” zidh nooh in ‘de middelen, noch in de uitgaven van 1936 zal realiseeren, zooda’t ook na aanneming
van ‘het Bezuin’i’gingsontwerp een aanzienlijk nieuw
tekort zal moeten worden gedekt.

Dit nieuwe tekort is als volgt ontstaan en levert,
gevoegd bij ‘de ‘bovengenoemde
f
71.679.085 het totaal-
tekort op de begrootin’g voor 1936.

‘) Oorspronkelijk opgenomen in het dakkingsplan
1935
-voor
f 19.260.000.
Voornamelijk tengevolge ‘van de over-
bi’enging van een gedeelte dezer opccn’ten naar het Werk-
loosheidssuhsid’iefonds ‘is dit ‘bedrag verlaagd tot
f 14.500.000.

816

ECO1TOMISCHLSTATIS’PISCHE’BERICHTEN

18 September 1935

I. Lagere raming der (belastig-)mid-

delen i).
..
f
7.810.000

Lagere raming der overige middelen
2). ,,
3.231.649

f
11.041.649

Uitgaven, welke in 1936 weder op de Ibegroo-
ting moeten worden gebracht, omdat de getroffen

wettelijke maatregelen slechts voor het jaar 1935 van

kracht zijn; dit betreft de annuïteit ten behoeve van

het Invaliditeitsfonds ad
f
10.223.000, die betreffen-

de het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ad

f
3.000.000 en de overbrenging. van de. administratie-

kosten der Sociale Verzekering mtar het Ouderdoms-

fonds A cd
j
749.300 of in totaal
f
13.972.300.

I'[oo’gere uitgaven in 1936 tot een bedrag van

rond
f
24 milii’oen, waartegenover staat een vermin-

derin’g ‘tengevolge van in de begrooting verwerkte ‘be-

zuinigingen cd rond
f
12 millioen
3),
200dat per sal-

do de verhooging bedraagt
f
12 rnillioeu. Met ‘betrek-

king ‘tot de voornaamste der verhoogingen zal hier-
onder nader worden uiteengezet, waarom zij onver-

mijdelijk zijn.
Door al deze factoren is het tekort

cd rond
. ‘
f
71.600.000

vermeerderd met … rond
f 11.000.000
rond ,, 14.000.000

rond 12.000.000
37.000.000

en dus aangegroe.id tot …….rond
f
109.000.000

Met dit tekort ad rond
f
109 mil’lioen, waarvan het

ontstaan hierboven is uiteengezet, is het einde van

de ‘budgetaire moeilijkheden voor het komende jaar
nog niet bereikt. Het moet alsnog met de volgende

posten worden verhoogd:
Verlaging van den wijnaccijns
f
0,7 ‘miii.

Verlaging van de loodsgeiden ,, 2,5
Deze ‘beide verlagingen be-

hoeven geen, nadere toe-

‘lichting.

Verlaging van den accijns op
‘bier en op gedistilleerd . . ,, 7

f
10.200.000

Het te dekken tekort stijgt hierdoor uiteindelijk

tot
f
109.000.000
+ f
10.200.000 = rond
f
119 miii.

MIDDELEN.

Omtrent de raming der Middelen moge, naast het-

geen reeds werd uiteengezet, het navolgende worden

medegedeeld.
De Middelenraming 1935 is geworden:
Middelen volgens de ‘ ingediende
begrooting …………………….
f
625.530.287

Middelen volgens het dekkingsplan

1935:

De lagere rarning der (belasting-)middelen voor
1936

beloopt eigenlijk
f 37.810.000.
Aangezien evenwel hij de
berekening van het ‘tekort
1935
reeds met een daling der

middelen van
f 30
miiliioen is rekening gehouden, wordt
hier alleen de ‘verdere daling ad
f
7.810.000
genoemd. Ove-
rigens is de totaalopbrengst der middelen
1936
feitelijk
nog meer gedaald, omdat in dat jaar de volle opbrengst
der tijdelijke opcenten op de Rijksinkomsten- en de Ver-mogensbelasti’ng is uitgetrokken, ‘terwijl in
1935
slechts

2/3
gedeelte van d’ie opbrengst kon worden ‘geraamd. Met inachtneming van dezen factor moet de hieiihedoelde ver-dere verlaging der bel asti ngrn i ddelen worden gesteld op
rond
f 15
millioen en dc totale vermindering – vergele-
ken bij de aanvankelijke raming voor
1935 –
derhalve

f 45
millioen.
Tegenover deze vermindering van inkomsten staat
voor een deel een vermindering van uitgaven (rente en
aflossing van de thans vervallen leening
1898,
welke door
Indië werd geresti’tueerd).
‘) Dit bedrag stemt niet overeen met dat van
f 15,6
milljoen, dat naderhand vermeld wordt, omdat de inmid-dels effectief geworden vermindering van het spoorweg-
tekort zijn uitdrukking vindt in een mindere verhooging
van den begrootingspoSt, waarop dit tekort ‘voorkomt.

Belasting van de doode

hand ……………….
f
3.000.000

– Tijdelijke

opcenten
Inkomsten- en Vermo-

gensbelasting ………..,, 14.500.000

17.500.000

f
643.030.287

De gewone Middelen voor 1936, zooals

deze zijn verwerkt in den rarningstaat,

wijzen een totaal aan van …………..601.988.638

Alzoo
. . . . f
41.041.649

minder.

Deze bedragen kunnen worden gespecificeerd als
volgt:

1935
1936 Meer
Minder

f

9.870000
f

10.125000
t

255.000

Inkomstenbelasting
74.200.000
74.600000
400.000

Vermogensbelasting
19.015.000
18.375.000

t

640.000
Verdedigingsbel.
1 ..
9.200.000 8.000.000

1.200.000 Belastingdoode hand
3000.000
2.000.000

1.000.000
Dividend-

en

Tan.
tièmebelasting 12.000.000 12.000.000

Invoerrechten. ……
97.500.000 84.000.000

13.500.000
Statistiekrecht
1.800.000 1.600.000

200.000
Accijns op zout
2.000.000 2.500.000 500.000

Accijns op geslacht
6.500000
5.000.000

1.500.000

Grondbelasting ……

Accijns op wijn
2.800.000 2.700.000

100.000
Accijns op gedistili
31.000.000
28.250.000

2.750.000
Accijns op bier ……
10.000.000
7.000.000

3.000.000
Accijns op suiker
50.000.000
53.000.000
3.000000

Accijns op tabak
34.000.000

..

35.000,000
1.000.000

Belasting op gouden
en zilveren werken
550.000

..

.475.000

75.000
Omzetbelâsting
81.500.000
60.000.000

21.500.000
Zegelrechten ……..
16.000.000 17.000.000 1.000.000

Registratierechten
11.500.000 12.000.000
500.000

Successierechten
33.000.000 34.000.000
1.000.000

Couponbelasting

..

5.000.000 5.000.000


Totaal belastingen
f 510.435.000
t
412.625.000
t 7.655.000
t 45.465.000
Overige gewone mid-
132.595.287
129.363.638

3.231.649
delen:

……………
Tot.
gew. middelen
t 643.030.287 f 601.988.638
t

7.655.000
t 48.603.649

minder
f41.041.649

Aan de groep der kohierbelasting is als nieuwe

belasting toegevoegd de belasting van de doode hand.
Verder zijn thans in de raming der Inkomstenbelas-

ting en in die der Vermogensbelasting verwerkt de
opcenten, welke met ingang van 1 Mei 1935 worden
geheven ingevolge de wet van 4 Maart 1935 (Staats-
blad
No. 70). De raming dezer middelen heeft overi-
gens op de gebruikelijke wijze, d.w.z. aan de hand van
de kohierci.jfers over de laatste jaren, plaats gehad.
Wat de niet-kohierbelastingen aangaat,
zijn
de ra-
mingen samengesteld aan de hand van de opbrengst
over het voorafgaande jaar (1934), vermeerderd of

verminderd met het – tot een jaarbedrag herleid –
accres of decres van elk middel over de eerste helft
van het loopende jaar (1935). Voor de Zegelrechten

en Successiebelasting is hierop een uitzondering ge-
maakt met het oog op het wisselvallig karakter van

deze middelen.
Voor de verdere toelichting der middelenraming
moge worden verwezen naar de Memorie van Toe-
lichting op het ontwerp der Middelenwet.

Kapitaaldienst.
De Kapitaaidienst wijst voor 1936 een totaal in uit-

gaven aan van .. …………………
f
91.925.534

en in ontvangsten van …………..,, 23.744.470

zoodat het nadeelig saldo bedraagt
.. f
68.181.064

Voor 1935 is geraamd: uitgaven . . 7T1ï
ontvangsten …. ,, 19.420.276

Nadeelig saldo 1935 . . ..
f
36.862.910

MAATREGELEN TOT DEKKING VAN
HET TEKORT.
Thans wordt overgegaan tot een opsomming van
‘de maatregelen, die de Regeering voorstelt tot dek-
king van ‘het tekort van rond
f
119 millioen.
1. Het wetsontwerp tot verlaging der openbare uit-

gaven.
De verschillende maatregelen, opgenomen in of
aangekondigd bij de toelichting op ‘bovenvermel’d ont-

18 September 1935

ECONOMISCH-STATITISCRE BERICHTEN

817

werp (met inbegrip van de afzonderlijke ontwerpen
L

1

1

L

1
1

op
het stuk van het onderwijs en de keuringsdiensten

Q
c

0
4

van waren en van de op blz. 25 der Meniorie van
e

c

c

l
.

1

1

1

t

1

t

1

1

1

1
O

Antwoord op het Voorloopig Verslag nopens gemeld

c
,

0
ci c’i

ci
co

c
c’
ontwerp

aangekondigde wijziging

der

Pensioenwet
-)
w
c
.
1922), zouden opleveren een bedrag van

f
97.000.000

1

i

1

1

_c

Dît-:
Dit bedrag moet tengevolge van gedu-

II
rende iet overleg met

‘de Tweede Kamer •0
.
,
0 C L-

0

C
,.

.

c
C
C

1

1

1

aangebrachte

wijzigingen,

waarvan

de
°
w
Z
T

1

T

1

‘°

T

T

1

t
c

o

1

voornaamste is het vervangen van ‘de
e
)
,
a

C

C

O L
c

-t-t-

co
.

.

.

.
L

0 O
1

instelling van ‘het instituut der kweeke-
e
o c’

t’-

r-
c
CI

0

1
t

c

1

lingen met akte bij het lager onderwijs
Q
b.D

.-

1

—–

door andere besparingsmaatregelen, aan-

vaukelijk worden verminderd met ……,, 13.000.000
°
c
,

0
.
.

blijf.tf84.000.000
e
a
.

0

00
t

1

H

t

1

T

T

1

T

t

1

1

1

In de plaats van de instelling van
het

0

)
.
bovenvermelde kweekelingeninstituut zal

.0
c’
c’1

O)

worden gesteld een
algemeene
herziening

.

der salarisregeling
‘)
voor jeugdige amb-

‘teiiaren, onderwijzers en werklieden in

– •
I

8

c C)

Overheidsdienst, waardoor een ‘besparing
e
T

T

t

1

t

T

t

T

1

1

T

T

t

T

t
T

1

zal worden verkregen van
………….,,

8.500.000
Het ibedrag stijgt daardoor tot …….
f
92.500.000
bD

.iP

1

1

T

°
a c

Q

C C

t’-

ir- N. 0

Hiervan
is
reeds in de begrooting ver-
werkt wegens alle maatregelen, die zon-
10
a

ri

Ci

)
der voorafgaande wetswijziging konden
.,


,

worden genomen (met uitzondering van
.
•c-c•

-ct.-C’c.
c
o

de

algemeene

salarisverlaging

en

‘de
Z
c d

c

d

c

c
o

Z

(bovengenoemde wijziging der jeugdsala-
••
0
‘0
co
t-.00

rissen)

….. ……………………

,,
15.600.000
bv
co
L

1
Blijft dus ‘beschikbaar voor dekking van het be-
-‘
1

grootingstekort

………………….
f 76.900.000
0Ic•
C,
0
T

11H 11H

T

T

T

TH
0

In deze f76.900.000
is
inbegrepen de f10 mii-
0)

lioen vermindering van het spoorwegtekort, die
op
8
0)
0)
blz.
4
van de Memorie van Toelichting van het be-
e’

zuinigingsontwerp als deel van de totale besparing
is
‘0-
0)
lIHHHH[lItIJ
genoemd. Een speciale Oommissie heeft de opdracht
ç0

deze ibesparing

en
zoo
mogelijk een verdergaande
.
,
01
01
d
,
– –
m

—’te vinden.
0
d
to-‘000t-01t0t’)-mOc’)

-c’)
t’)

0.)
Ten overvloede zij er in dit verband nog de aan-
0
0’0.’0.’00.’t’)01-tO000
•••••
.0

‘dacht
op
gevestigd, dat in de
f
77 millioen besparing,
o
0)
0
C1
to
die ter zeifder plaatse wordt genoemd,

reeds
f
10

1
TlIIIIlIII’ITTI
millioen vermindering van het spoorwegtekort was
.

inbegrepen (voor de specificatie zie biz.
10
van de
w
0 0) 0 0 0 0 Co

0) 0)
Cl
01

0

Memorie van Toelichting), zoodat in totaal
op
een

00 00
tO
0
0
to

0) 0 01010101

0
to
– 0
vermindering met
f20
millioen was gerekend, waar-

0 0)0) 00 0
t’)
– CO ‘-‘ 0

01 0
0
tO
t’)
)O0) t00) 0

-t’)t-0J0 0 0
0)
t’)

van inmiddels een bedrag van f
3,2
millioen
is
effec-
0)
01 –

‘w we’

01

tief geworden en in de ‘begrooting verwerkt
__________
t’-

T

1

L

L

1

T

T

1

T

1

1
2. Na aanneming van het bezuinigingsontwerp
zul-
0
t
Ti
zl

len voorts een tweetal uitgaven kunnen worden ge-
tO

t’)
0 0

0

1) 1
1
00 t’-

to
00-

‘ 0
t’) 0
0101

8
schrapt, en een derde uitgave verminderd, die voor.
0.)
0

t

t’


0

t’


0)
t’- 0
t’-

‘ 00001 t-
t’-
0)
t’) 0)
0 0

to
1.936 weer
op
de begrooting moesten worden uitge-
“5
et –

t’)

tO tOtO t’)
0)
CO e’ Cl


t-
t’)
0
co t-
Cl

t-
to

)
0)
0

trokken, omdat de wettelijke maatregelen, waardoor

5
Z
Cl

– – 0

Cl –

.
0) 0)
zij in 1935 van de begrooting zijn afgevoerd, maar
0.)
0
t’…_________________________

voor &n jaar gelden. Het zijn de
op
blz. 13 dezer
o

Nota genoemde annuïteit ten behoeve van het Inva-
00
0
Iiditeitsfonds ad
f
10.223.000 en de administratiekos-
o

-c

.
0 0

0

ten der Sociale verzekeringen ad f 749.300, die naar
o
0101
to
het Ouderdomsfonds A zouden worden overgebracht,
to

alsmede de vermindering ad
f
3 millioen van de bij-

drage aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
0
0)
ILIITIIIILI1iTiT

In

totaal

vermindert

het

tekort

daardoor

co-

.-

o

c 0
00

met

…………………………..

f13.97L300
o
00t-.O
co
to01oo
t’..to
t’)
to

3. In alle salaris- en loonschalen met éénjarige
op-
.
M M
0t’
0.-C1u)
to
0) 0 0)

t-
t’)
0
0)
0 11′
t’-

0.1
od

to
00

klimming zal deze worden gewijzigd in een tweejarige

0
00

0
t’
c’

0


to to

to
o-

cotoot-

cicit

ci
o

<=
,0

met verdubbeling van het bedrag der periodieke ver-
0
t-
‘5’tO

hooging.

IUJIHIiHHllT.
1)
Voor jeugdige ambtenaren, onderwijzers en werklieden
‘0
0
f)
00001)

010

t”L-

0

Q’
0 00

0)
‘5’- – t’) Cl 0 – Cl
0)
0 0
cd’
to
in Overheidsdienst zal een verlaagd jeugdsalaris worden
0.0
o
t.

cd ei

t

cd

co

0 0

T
tO

e
ingevoerd.

Zij

ontvangen ‘het volle

salaris, aan hun be-
to
.
00)
Cl
‘5’ 5)
t’-
‘5)
t-.
‘5’
t-
5)
t-
– 0) t’)
o
t-
to
0
t-
to

Cl
t-
‘5’O
0)
trekking verbonden, eerst
op
hun 24zte (resp.)

26ste le-
..
.5


cd

.

t-
cd t’

d
cd
t’.
cd
t-
01” 5
2

.1)
0)
tO)

Cl
14
.

to
vensjaa.r. Voor beroepsmilitairen, niet vallende onder het
u
capitulantenstelsel,

zullen

overeenkomstige

regelingen

monten worden getroffen. Het bij de invoering van een

0

0.)
dusdanige

regeling

in

dint

zijnde

personeel,

beneden
0
> >
‘0

den leeftijd van 24 jaren, behoudt zijn tegenwoordig sala-
t))
ns, doch
ontvangt geen verhoogingen totdat het den daar-
‘0

)_’-‘
1)
“t)
0 mede oorrespondeerenden leeftijd

heeft bereikt.
1



—————–

o

818

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18
September 1935

hieruit

wordt

een

besparing

geraamd
van

……………………………
f 1.000.000

M e t betrekking tot cle wachtgelders acht de Re-
geering het noodzakelijk dat het deel, dat niet her-
plaatsbaar is zooveel mogelijk wordt overgebracht

naar het Pensioenfonds en wel deels door een strenge
keuring (invaliditeitspensioen), deels door cle toe-

kenning van een vervroegd en daardoor uiteraard

verlaagd ou derdomspensioen. lii ervoor moeten mi d-

delen in het Pensioenfonds worden vrijgemaakt, het-

geen mede tot taak zou moeten worden gesteld aan de
speciale
ambtelijke
Commissie, welke is ingtèid om
de geheele pensioenwetgeving te herzien en te ver-

eenvoudigen. Bovenbedoelde waçhtgelders en de
011-

derwijzers, die den
leeftijd,
van 60 jaren hebben be-

reikt, zouden derhalve op nader te bepalen voor-

waarden gepensionneerd kunnen worden. Het aantal

wachtgelders zou daardoor met
± 1%
vermi’ndercn. De

1)esparing zou bedragen …………..
± f 900.000

De wet, w
«
aqrbij het Werkloo’shei’dssubsi di efonds

werd ingesteld, bepaalt, dat als inkomsten van het

fonds onder meer zullen gelden: een uitkeering uit
‘s Rijks Schatkist tot een nader bij de vaststelling der

Rijksbegrooting te ‘bepalen bedrag.
Voor het jaar 1.035

is deze uitkeering vastgesteld op
j
46 millioen. On-
danks een
bijdrage
tot dezen omvang moest, als ge-

volg van de toenemende werkloosheid, de begrooting
van het fonds voor 1935 worden ingediend met een

tekort van
f
4.600.000.

Bij het ontwerpen der fondshegrooting voor 1936

bevond cle Regeering, dat zij, onder handhaving van

de Subsidieschaal 1935 op een nodeelig saldo vuf
het Werkloosheidssubsi di efonds moest rekenen van

ruim
f
1.4 millioen. Zou een begrooting met dit te-

kort zijn ingediend, dan zou – indien ook de reke
,

ning over 1.936 van het fonds dit tekortcijfer zou aan-
wijzen -, ingevolge de wet op het Werkloosheidssub-
sidiefonds dit nadeelig saldo moeten worden overge-

bracht op de fondsbegrooting van een volgend jaai.

Practisch zou dit beteekenen, dat de afzonderlijke

crisisclienst, dien de wetgever in 1934 heeft op-
heven, ]angs een omweg weder zou terugkeeren. Het

zal geen betoog behoeven, dat dit behoort te wordn
vermeden. Er moest derhalve worden gezocht naar
middelen, om dit tekort op te vangen. De Regeerin
meent, dat het een billijke oplossing is, indien begon-

nen wordt met dit tekort voor de helft voor rekening
van het Rijk te nemen. Wil de rekening van het fonds
met deze verhoogde bijdrage sluiten, dan zullen de
aan de gemeenten te verleenen bijdragen in totaal eeii

bedrag van
f7
m.illioen minder moeten bedragen, dan
het bedrag, dat zij bij toepassing ook over 1.936, der voor
1935 vastgestelde subsidieschaal zouden heloopen. Dit
zou’ kunnen worden bereikt door de krachtens clie
schaal aan de gemeenten toekomende bijdragen voor
alle gemeentèn evenredig te verlagen. De Regeering
acht deze methode niet aanbevelenswaardig. Zij zou
er toe leiden, dat tal van gemeenten met in staat

z’oucleu zijn haar uitgaven te dekken. Voor zoover deze
gemeenten niet in aanmerking zouden kunnen worden
gebracht voor een extra-bijdrage uit het Werkloos-

hei dssuhsi di efonds, zouden
zij
een rechtstreekschen
onderstand uit ‘s Rijks kas moeten ontvangen, zoodat
hetgeen aan den eenen kant zou worden uitgewon.-
nen, aan den anderen kant in den vorm eener vr-
hooging van den post voor de noodlijdende gemeenten
weer op de Rijksbegrooting zou verschijnen.
De Regeering zint daarom op middelen om het
totaal der werkloosheidsuitgaven te verminderen.
Deze laatste vermindéring zal dan, zoolang zij het

bedrag van
f ‘7
millioen niet
overschrijdt,
uitsluitend

ten goede moeten komen aan de gezamenlijke gemeen-
telijke budgetten. Teneipde dit doel te bereiken, stelt
de Regering zich voor een wijziging te brengen in
het systeem der subs.idieering. Het voor 1.935 gekozen
systeem kwam hierop neer, dat – afgezien van extra
z.g. ,,sub’jectieve” bijdragen aan individueele gemeen-

ten, wier begroôtingspositie daartoe aanleiding gaf –
aan alle gemeenten zonder uitzondering een ,,objec-

tieve” bijdrage werd toegekend ten bedrage van dat

deel der gemeentelijke werkloosheicisuitgaven, dat het bedrag van 1.5 pOt. der gemeentelijke belastingcapaci-
teit te boven ging. Dit systeem had de verdienste, dat
alle gemeenten daardoor in gelijke mate door de werk-

loosheidsuitgaven werden gedrukt. Uit een oogpunt
van verdeeling der lasten naar draagkracht had het

derhalve voortreffelijke eigenschappen.

intusschen kleef cle aan het systeem – het werd bij
de beraadslagingen over het wetsontwerp tot instel-
ling van het werkloosheidssubsidiefonds reeds in het

licht gesteld – het nadeel, dat cle gemeen teni, welker

werkloosheidsuitgaven meer bedroegen dan 15 pOt.
harer helastingcapaciteit, nu geen eigen financieel

belang hadden hij de beperking dier uitgaven. Het

meerdere werd immers door het fonds betaald. De
Regeering heeft dit bezwaar aanvankelijk niet zoo

ernstig laten wegen. Zij meende, dat het stijgen der

uitgaven door contrôle van Rijkswege in voldoen cle
mate was te ondervangen, en dat liet bezwaar zeker
niet opwoog tegen het voordeel der gljkmatig druk-
verdeeling, die het systeem met zioh bracht. De uit-

komst heeft intussc’hen ‘bewezen, ‘dat dit te optimis-

tisch was ‘gezien en ‘dat de critici van het systeem het
gelijk meer aan hun kant hadden gehad, dan de Re-
geering verleden jaar meende. Deze overwegingen
zullen ‘de Regeeriug moeten doen ‘besluiten ‘het voor

1935′ ‘gekdzen . stelsel voor. .1936 niet ongewijzigd te
‘handhaven. De Onder’geteeken.de stelt zich voor, in

overleg met zijn a’mibtgenooten.van Sociale Zaken en van B’innenla’ndsohe Zaken voor 1936 een regeling te

bevorderen, ‘die zal berusten op ‘z’oodanige gron.dsla-
•geii, dat de gemeenten zelve er mede een financieel

belang hij zullen hebben, dat iedere niet onvermi,j’de-
lijke stijging ‘dezer uitgaven zal worden tegengegaan.
Daarnaast heeft ‘de Minister van Sociale Zaken
reeds ‘maatregelen genomen om de contrôle van Rijks-

wege ‘o’p de werkloos’heidsdi’tgavn te verscherpen,
terwijl deze ‘bewindsman voorts nog andere middelen
ovei’weegt, om zonder het peil ‘der ui’tkeeringen aan
te tasten tot verlaging van ‘het ‘totaal •der werkloos-
heidsuitgaven te geraken.

Belastingverhoo ging.

Aangezien ‘het Rijk niet in staat i’s om zonder het
treffen, van bijzondere rnnta’tregelen een ‘bedrag van

f
53 millioen in. het Werkloos’hei’dssubsidiefonds te
vtoiten, ‘is eenige vers’terkipg der middelen ‘door
verhoogde Ibelastingheffing niet te ontgaan. De on-
‘dergeteeken’de is echter van oordeel, dat ‘het minder
gewènscht moet worden geacht deze verhoogde hef-
fing te d’oen ‘geschieden ten bate ‘der algemeene ini’d-
delen. Daardoor zou haar zeer exceptioneel karakter
niet voldoende uitkomen. Verre geeft hij er de voor-
keur aan ‘deze ‘middelen toe te voegen aan het Werk-
iooshei’dssuhsi’diefon’cls. Di’t ‘heteekent tevens, ‘dat –
waar de wet tot instelling van ‘dit fonds voodo’opig
niet langer van kracht is, dan tot 1 J’anuani 1937
– deze ‘middelen alleen worden gevraagd voor het
jaar 1936. Bij de indiening ‘der ‘begrootin’g voor 1937
zal ‘de zaak dan opnieuw’onder het oog moeten wor-

‘den gezien.
De ‘bijzondere heffingen ten bate van he’t fonds,

waarvan ‘de ‘on’dergeteekende ‘de ‘totstandkoming zou
willen ‘bevorderen, ‘zijn .de navolgende:
Een ‘heffing van 20 opcent,en op ‘de omietbelas-
tin’g.
Deze maatregel ‘zal een ‘bate opleveren van onge-
veer

………………………….
f
12.000.000
Een heffing van 20 ‘opcenten op ‘de

redhten van successie, van ‘overgang en van schenkin’g. De opbrengst wordt ge-
raamd op …. ………………….. .,

6.800.000
Een ‘heffing ‘van 20 opcen’ten op ‘de
evenredi’ge ‘zegeirec.h’ten zal opbrengen ± ,, 1.600.000
Een ‘heffing van 20 opcenten op de

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

819

rechten en boeten van registratie, met
uitzondering van het recht wegens •het
geplaatste kapitaal va.n naamlooze ven-
nootschappen enz., zal opbrengen ….
±
j 2.000.000
Een heffing van 20 opcenten op de

dividend- en tantièmehelasting zal op-
brengen ………………………..,,

1.800.000
Tenslotte zal de Regeer.ing met een
voorstel tot heffing eener ‘belasting op

bui tenlandsche plei zierreizen. komen.

De vermoedelijke opbrengst is voor cle eerste maal zeer moeilijk te ramen. Voor-

ziohtighei.dshalve worde zij niet honger
gesteld ‘dan …………………….,, 2.000.000
De totale opbrengst ‘dezer nieuwe hef-
fingen beloopt …………………..
f
26.200.000
Komen ‘deze heffingen tot stand, ‘clan zal de ‘bij-
drage aan thet fonds ten ‘laste van •de algemeene mid-
delen kunnen worden verminderd met
f 26.200.000
Totaal
. . . . f
118.972.300

Na de volledige doorvoering van alle ‘bovenstaande

maatregelen – waarbij te allen overvloede de aan-

dacht er ‘op wordt gevestigd, dat een niet onbelang
rijk ibedrag van de aangegeven besparingen eerst ge-
leidelijk effectief zal worden – zal, indien niet op-
nieuw ongunstige factoren intreden, ‘het begrootings-
evenwisht ‘dus ongeveer zijn bereikt.

AANTEEKENINGEN.

De financieele politiek van de Regeering.

Aan het bovenstaande heeft de Minister van Fi-
nanciën nog het volgende toegevoegd.
Toen ‘het Bezuin’igingsontwerp in fhet voorjaar van
dit jaar werd ingediend, ‘heeft men •op grond van de
toen beschikbare gegevens en onder alle voorbehoud,
een tekort voor 1936 geconstrueerd van ongeveer
f
75
millioen. In an’dere jaren is het geen gewoonte anders
dan ‘hij de indiening ‘der Rijkabegrooting tekorten

te ‘gaan ramen, maar ‘het Bezuinigin’gsontwerp maak-
te het uiteraard noodzakelijk tussohentijds een soort
,,Millioenennota” te publiceeren. Dit moe’rt geschie-
den •op een tijdstip, waarop de naaste toekomst meer
dan ooit in nevelen van allerlei aard gehuld was.
Daargelaten, ‘dat het Bezuinigin’gsontwer.p, hangen-
de ‘tusschen twee begrootin’gen, technisdh de situatie
min of meer compliceert •en ‘daardoor het overzicht
‘bemoeilijkt, zoodat in ‘deze Nota meer ‘dan anders
zorg moest worden gedragen, ‘dat de lezer den ‘draad
in het ‘budgetair la’byrinth niet verliest, ‘leerde •de
ervaring met ‘deze tussnhentijdsche constructie, dat zij
geen geuoegzame stevigheid bezat om ‘daarop •te blij-
ven voortbouwen. Kon in April nog eeni:ge ‘belas-
tingverlaging in uitzicht worden gesteld, in Juli
‘bleek deze
‘mogelijkheid
‘al aan ‘de kim ‘der nieuwe
hégrooting te verdwijnen, en thans is zij niet alleen
geheel verdwenen, maar ‘heeft ‘moeten plaats maken
voor het tegendeel: belastingverhooging. Wel is waar komt deze ten deele in de plaats van ‘lasten, ‘die wor-
‘den verlaagd, om’dat’de economische of financieele
‘belangen zulks vorderen – verlaging van de loods-
gelden, die ‘de concurrentiemogelijleheden. ‘onzer ha-
vens belemmerden; verlaging van den wijnaccijns, die
den export van meer Nederlan’dsche en Nederlan’dsch-
Indische goederen naar Frankrijk zar bevorderen,
verlagiiig van ‘den accijns op bier en ‘gedistilleerd,
‘diehet fiscaal optimuni verre Iha
,
d
,
den overschreden,
maar voor-een grooter deel is dit niet het geval.

De onvermijdelijkheid dezer ontwikkeling wordt
‘duidelijk als men op grond van !het reeds in ‘deze
Nota medegedeelde, zich voor oogen houdt ‘door
welke factoren het in ‘het voorjaar 1935 geuite ver-
înoeden omtrent ‘het in 1936 te verwachten tekort, is
teniet gedaan. Deze factoren zijn van tweeërlei aard.
lo. De opbrengst ‘der middelen ‘zal – tot ruim
/ 10 millioen ‘door vrijwillige verlaging – met nog
ruim
f
25 millioen teru’gloopen, nadat ‘de raming der

middelen -in het voorjaar reeds met
f
30 millioen
was verlaagd. Deze teruggang, ‘in totaal
f 55
mil-
lioen, is samengesteld uit ‘deze
f
30 millioen, uit de
f15
millioen, welke in noot 1 op blz. 816 worden
besproken en uit ‘de ruim
f 10
millioen, welke ver-
loren ‘gaan door verlaging van den vijn-, ‘bier- en

gedistilleerd accijns en door de verlaging ‘der loods-
gelden. Het ‘behoeft ‘geen betoog, ‘dat een dergelijk
teru’gloopen ‘der middelen niet aanstonds in gelijke
mate ‘door uitgavenvermin.deriiig kan worden opge-

vangen, te minder nu tegelijkertijd verhooging van
uitgaven onvermijdelijk is. Deze laatste, ad rond
f
24
•millioen, zou echter ‘geen ‘bijzondere zorgen ‘hebben
‘gebaard, indien het :terugloopen der middelen niet

plaats had ‘gevonden. Integendeel, indien de Regee-
ring zich niet genoopt •ha’d gezien ‘de raming ‘der in-
komsten in ‘den loop van ‘dit jaar met
f
45 millioen
te verlagen, ‘dan zou niet alleii de uitgavenverhoo-
ging mogelijk zijn geweest zon’der belastingverhoo-
ging, doch er zou ook voldoende ruimte voor ‘belas-
tingverlaging – zelfs hoven de reeds meermalen ge-
noemde / 10 niillioen – zijn geweest, zooals oor-
spronkelijk in uitzicht was ‘gesteld.

2o. Nieuwe onvermijdelijke uitgaven zullen moeten
worden gedaan. De noodlijdende gemeenten vorderen

een hooger bedrag aan onderstand; door het bevol-
kingsaccrès en het afvloeien van boventallige onder-

wijzers vraagt de Onderwijsbegrooting, ondanks de
doorwerking van tallooze bezuinigingen, weer enkele
millioenen meer; de stijging van den rentevoet legt

een zwaarderen last op het budget voor de Nationale
Schuld; het Spoorwegtekort beweegt zich door de da-
lende ontvangsten ondanks steeds voortgezette bezui-
niging op de exploitatiekosten nog steeds in stijgende

lijn; de in het afgeloopen jaar nog veer vermeerderde
werkloosheid verplicht tot het geven van een aanmer-
kelijk hoogere bijdrage
aan het Werkloosheidssubsidie-
fonds, omdat de gemeenten niet in staat zijn de ver-
hooging der uitgaven, die daarvan het gevolg is, al-
leen te dragen. Omtrent het dwingend karakter dezer
uitgaven zal wel geen verschil van meening bestaan.
Liet behoeft geen betoog, dat ongunstige factoren
van een dergelijken omvang den ondergeteekende op

korten termijn voor een ernstige beslissing hebben ge-
plaatst. De begrooting met een aanzienlijk tekort in-
dienen scheen hem onder de huidige omstandigheden in hooge mate onwenschelijk. Op zeer korten termijn

opnieuw de uitgaven vrij sterk te verminderen, was
zonder nauwkeurige voorbereiding niet mogelijk. Een
dergelijke verm:indering wordt uiteraard telkens moei-
lijker, hoezeer zij niettemin, zooals uit het vooraf-
gaande blijkt, onvermijdelijk zal blijken te
zijn.
Reeds
werden onder de nieuwe uitgaven, die aanvankeljic
in de concept-begrooting waren opgenomen, zeer be-
langrijke bedragen geschrapt, waarvan het twijfel-

achtig is of in het achterwege blijven dier uitgaven
op den duur zal kunnen worden berust. Eenige belas-
tingverhooging was dus onvermijdelijk

De belastingverhoogingen zijn zoo gekozen, dat de
vermeerderde druk zeer verdeeld en zoo min mogelijk
voelbaar zal zijn. Een nieuwe heffing, die pleizierrei-
zee naar het buitenland in zekere mate belast, kan
zelfs vanuit ander gezichtspunt dan het fiscale, zeer
goed worden verdedigd. Wel ontveinst de Regeering
zich geenszins, dat belastiugverhooging aanpassing
aan een lager levensniveau min of meer bemoeilijkt,

doch in een tijd als de huid:ige heeft elke maatregel
tot vermindering van tekorten zijn speciale bezwaren.
Zooals uit het voorafgaande zal zijn gebleken, be-
draagt de voorgestelde belastingverhooging
f
26 mil-
lioen, waartegenover staat een verlaging van andere
lasten ad
f 10
millioen, zoodat per saldo een bedrag
van
f 16
millioen door verzwaring van lasten zal
moeten worden gevonden, hetgeen in verband met
den omvang van het totaal tekort van
f
119 millioen
niet buitensporig kan worden genoemd.

De Regeering is er zich zeer wel van bewust, dat
over een eenigszins ruimer tijdvak bezien, met de ge-

820

ECONOMISCHSTATISTISCHE BERICHTEN

18 September 1935

noemde voorzieningen niet kan worden volstaan. Im-

mers, al dadelijk valt rekening te hohden met de on-

vermijclelijkheid, dat in de naaste toekomst verschil-

lende nieuwe uitgaven dekking zullen komen vragen.

Uit dit alles blijkt wel hoe ontzaglijk zwaar de strijd

is, dien de Regeering heeft te voeren tegen. telkens weder optredende nieuwe factoren, die het begroo-

tingsevenwicht verstoren. In dezen toestand zal geen

afdoende verbetering komen, zoolang het met onze

volkswelvaart zal blijven gaan in dalende lijn. Dalen-

de inkomsten eenerzijds, stijgende uitgaven ter leni-ging van allerlei vormen van nood anderzijds zullen

haar noodlottigen invloed op de financiën van alle
Overheidslichamen blijven oefenen. In het herstel der

volkshuishouding, waarvan de Staatshuishouding een

onderdeel, geen tegendeel is, ligt de sleutel, die de

poort naar het algeheel herstel der Overheidsfinan-

ciën zal hebben te ontsluiten. De Regeering heeft zich
hiervan van den aanvang af rekenschap gegeven. Zij

heeft het nooit anders begrepen dan dat haar taak

zou zijn al het mogelijke te beproeven om den achter-

uitgang der volkswelvaart in een voorwaartsche be-

weging te doen verkeeren. Daarbij moest zij echter in
het oog houden, dat er hier wisselwerking is. Even

waar als het is, dat gezonde Overheidsfinanciën niet
kunnen bestaan, zonder een gezonde volkshuishouding,

even waar is het, dat er geen gezonde volkshuishoudi.ng
kan zijn zonder gezonde Overheidsfinanciën. En aan-

gezien het een der grondbeginselen is van een goed

financieel beheer, dat de verteringen in overeenstem-

ming moeten zijn met de inkomsten, moest de ver-
mindering der volkswelvaart er wel toe leiden onze

Overheidshuishouding op meer bescheiden voet in te
richten. De Regeering moest, wilde zij er in slagen de
volkswelvaart weder te doen toenemen, beginnen met

het feit van de vermindering dier welvaart te aan-

vaarden en daaruit de onvermijdelijke consequenties

te trekken. Wie dit voor oogen houdt, zal tevens begrijpen, dat
het slechts uiterste noodzaak is geweest, die er de Re-
geering toe heeft kunnen brengen een begrooting in

te dienen als de onderwerpelijke, die opnieuw den be-

lastingdruk komt verzwaren. Terwijl in deze dagen
niets zoo wenscheljk zou zijn als een verlaging der

lasten, waaronder ons volk gebukt gaat, wordt in stede
daarvan een verhooging voorgesteld. Het op korten

termijn verder omlaag brengen der uitgaven was ech-
ter een onmogelijkheid, vooral omdat, naarmate de

economische moeilijkheden voortduren, het deel der
uitgaven, dat rechtstreeks uit die economische moei-
lijkheden voortspruit, in verhouding tot de overige
uitgaven steeds grooter wordt. Men denke, om twee

belangrijke voorbeelden te noemen, aan het spoorweg-
tekort en de uitgaven, die het Rijk doet voor de werk-loosheid, twee zaken, die tezamen voor meer dan 100 millioen gulden op de voor het jaar 1036 beschikbare middelen beslag leggen. Wilde de Overheid haar taak

in het bijzonder tegenover de door werkloosheid ge-
trof f enen kunnen bljvenvervullen, dan was deze he-

lastingverhooging onmisbaar. Dit neemt niet weg,
dat de Regeering haar gevoelt als een. ernstig nadeel en er daaroni met alle kracht naar zal blijven streven
te bereiken, dat zij tot den kortst mogelijken duur zal

kunnen worden beperkt.
Blijft in het licht der feiten, die op onze verinin-
derende volkswelvaart wijzen, een in overeenstem-
ming brengen onzer Overheidshuishouding met die verminderde welvaart plicht, dit beteckent niet, dat
de Regeering zich bij de feiten berustend neerlcgt.

Dit is in het verleden niet geschied en dc Regeering
zal dit in de toekomst evenmin doen. Zonder ophou-
den is zij werkzaam om ieder middel te beproeven,
dat geschikt is om ons te doen behouden wat wij heb-
ben of ons iets waardevols te doen verkrijgen, dat
wij nog niet bezitten. Er is langzamerhand geen ter-
rein van het bedrijfsleven, of er zijn Overheidsrnaat-
regelen genomen. Op het gebied van landbouw en vis-scherij zijn de meest uitgebreide steunmaatregelen ge-

troffen. Oontingenteeringsmaatregelen helpen overal,

waar het
mogelijk
is, het binnenlandsche afzetgebed

te behouden of uit te oreiden. De scheepvaart wordt
op verschillende wijzen geholpen.. Dag in dag uit zijn

onze handelsdelegaties in de weer om met de ver-
schillende landen tot akkoorden te geraken, die voor

ons
bedrijfsleven
het beste geven, wat in de bestaande

omstandigheden te bereiken is. Ook de Regeering

vermag daarbij echter geen ijzer met banden te bre-

ken.
Naast hetgeen gedaan werd en nog
dagelijks
ge-
daan wordt om met behulp van al deze indirecte
maatregelen werkgelegenheid te behouden en te ver-

krijgen, staan de werkzaamheden der Regeering op

het terrein der rechtstreeksche werkverruiming. Tot

dusver waren deze werkzaamheden in hoofdzaak ge-

concentreerd in het Werkfonds, dat zoowel voor de
uitvoering van openbare werken als voor de finan-

ciering van industrieele projecten credieten ver-
schafte. Op het voor dit doel in den loop van het jaar

1934 door de Staten-Generaal bewilligde crediet van
60 millioen gulden is langzamerhand vrijwel beslag gelegd. Wil deze taak verder kunnen worden voort-
gezet, dan zal verhooging van dit crediet niet kunnen

uitblijven. Gelijk ook reeds elders werd medegedeeld,
wenscht de Regeering, teneinde het beoogde doel

beter te kunnen benaderen, in de thans bestaande or-
ganisatie een wijziging te brengen, welke in groote

trekken hierop neerkomt, dat voor de financiering
van openbare werken het Werkfonds bestemd zal blij-
ven, doch dat voor de verleening van industrieele ere-

dieten een nieuw instituut, een Maatschappij voor
Industrie-financiering, in het leven zal worden ge-
roepen. Door nauwe samenwerking van dit nieuwe

instituut met hetgeen reeds bestaat en hetgeen zal
worden opgericht ter bevordering eener industrieele
exploratie vertrouwt de Regeering in de toekomst op

dit gebied meer te zullen kunnen bereiken dan in

het verleden verkregen kon worden.
Dit alles zal intusschen alleen kunnen worden
verwezenlijkt, indien het crediet van den Staat onge-
rept is. Wil immers de Overheid credieten beschik-

baar kunnen stellen, dan moet zij in staat zijn zich
op haar beurt credieten te verschaffen. Men meent

wel eens al te gemakkelijk, dat de moeilijkheden van
het heden voor een groot deel kunnen worden onder-vangen door met behulp van een ,,vlotte leeningpoli-

tiek” credieten van grooten omvang voor allerlei doel-
einden beschikbaar te stellen. Zoo’n vlotte leening-politiek zou ons zelfs in tijden, dat de Overheid ge-

makkelijk leenen kan, spoedig in moeilijkheden kun-
nen brengen, wanneer deze credieten niet uitsluitend
op weloverwogen gronden worden verstrekt. Zoolang

men crediet heeft, is leenen niet moeilijk. Het hin-
kende paard komt echter achteraan in den vorm van

rente en aflossing. Wanneer de betaling daarvan en-
voldoende verzekerd is, kunnen op den duur ernstige

moeilijkheden niet uitblijven.
Is dit alles reeds het geval in normale tijden, wari-
neer zich op de geldmarkt geen bijzondere moeilijk

heden voordoen, hoeveel te meer klemt dit in een
tijd als wij thans doormaken, nu die markt gevoeliger
is dan ooit te voren. Het advies om een ,,vlotte lee-ningpolitiek” te voeren is een al te simplistisch ad-
vies. Om vlot te kunnen leenen, moet er een weder-

partij zijn, die bereid is het gevraagde crediet te ver-

sehaff en. Deze keerzijde van de medaille mag de Re-
geering nimmer uit het oog verliezen. Dit beteekent

niet, dat zij het verleenen van nieuwe credieten moet
stopzetten. Het beteekent wel, dat
zij
zich bij het ver-

leenen daarvan er terdege rekenschap van moet
geven, dat de zaak, waarvoor het crediet gegeven

wordt, dit waard is en dat de terugbetaling redeljker-
wijs is verzekerd. Alleen wanneer deze beginselen
worden in acht genomen, kan er op worden gerekend,

dat, nadat de tegenwoordige acute moeilijkheden voor-
bij zullen zijn, op de geldmarkt de middelen zullen

kunnen worden gevonden, die .de Regeering, wil
zij
haar

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

821

bovenaangeduide plannen volvoeren, zal behoeven.
Dit’ainaast zal bij het financieren van industrieele
ôndeï’nemingen op het volgende gelet moeten worden.

Uit eèn verkeerde -stimuleering van de productie voor de tbinnenlandsche markt zouden ernstige ge-

varen kunnen ontstaan voor onze betalingsbalans.

Grondstoffen, die wij)na steeds, werktuigen, die
wij somtijds uit ‘het buitenland moeten invoeren, moe-
ten met ‘huitenlandsohe deviezen worden betaald.

Kunnen de daarmede vervaardigde producten alleen
op de ‘binnenlan-dsohe markt worden verkocht, dan
leveren zij geen buitenlandsdhe deviezen op. Dit

‘behoefde geen bezwaar op

te leveren, indien tenge-
volge van het s-timuleeren der binnenlandsche pro-
-ductie de invoer van ‘het ‘bui’tenian’dsohe product af-

nam, zonder dat daartegenover een evenredige ver-
mindering van Nederlandsohen uitvoer stond. Bij het
steeds toenemende streven naar -onderlinge gelij-kma-

king ider -bedragen van den in- -en uitvoer tussohen
de verschillende landen ‘bestaat allerminst de zeker-

Iieid, ‘dat dit het geval zal zijn. Dit moet wel in ‘het
oog worden gehouden, wil men voorkomen, dat ook

iii Nederland deviezenmoeilijkheden of -grondstoffen-
nood zullen ontstaan, gelijk die zich in sommige an-
dere landen reeds hbben voorgedaan. Wij moeten ons
dus steeds voor oogen houden, dat ‘datgene, wat wij

doen tot vergrooting der werkgelegenheid, ook in-
-cler’daa’d op den duur tot blijvende verruiming van de totale werkgelegenheid zal moeten leiden en niet
to

t gevolg zal mogen ‘hebben een louter ‘tijdelijke of
plaatselijke opvoering der 1binnenlandsche conjunc-
tnur, gevolgd door een economisdhe en financieele
inzinking, aan welker gevolgen, ook moreel en so-

ciaal, men slechts m

et ‘huivering kan denken.
Bij het op dit terrein te voeren beleid zal voort-
varendheid met voorzichtigheid moeten gepaard gaan.
WTi
e
zich ‘daarvan rekenschap geeft, -zal niet te spoe-

di-g klaar zijn met zijn -oordeel, dat ‘de Regeerin’g niet
actief ‘genoeg optreedt, dat zij ‘de werkverruiming op
industrieel en ander terrein niet met voidoenden
spoed ‘bevordert. Er worden tegenover de welvaarts-
politiek, ‘die de Regeering voert, maar al te ‘dikwijls
als meer doeltreffend – veelal onderling s-trijdi’ge –
plannen aanbevolen, waarvan de aantrekkelijkheid
daardoor wordt veroorzaakt, dat •de uitvoerbaarheid
niet aan de practijk is getoetst. De Regeerin’g zou
niet gaarne beweren, ‘dat zij alleen de wijsheid bezit,
-doch zij meent wel te mogen zeggen, ‘dat alle plannen,
-die ‘de pretentie ‘hebben, dat zij in tegenstelling met de politiek, ‘die ‘de Regeering voert, den weg wijzen
,,uit de crisis”, ten eenenmale miskennen, van hoe
geweldige beteekenis voor den huidigen toestand de
internationale factoren zijn, waarop de Regeering

‘maar een uiterst beperkten invloed vermag te oefe-
nen. Zoolang niet deze internationale factoren ver-
anderen, zal ons volk zich, of het wil of niet, ‘heb-
ben ‘te schikken in de onvermijdelijke daling van zijn

weivaartspeil. Di’t is een onaangename, ‘harde waar-
heid, die wij ‘hebben te aanvaarden. Men ontkomt
niet aan de macht der feiten ‘door te -doen, altef ‘die
feiten niet bestaan.

Tenslotte concen’treert zi-ch alles om -de ‘beslissen-
de vraag: ‘hoe de -totale koopkracht te vermeerderen

van het -geheele volk, zonder den één een kans te
geven die men den ander outneemt. Dit bereikt -men

alléén
‘door meer export van goederen en ‘diensten,
zoowel vanuit het moederland als vanuit de In’diën
en ‘daarop moet dus de aandacht der Regeering en
van iederen ‘helan’gheb-bende ‘individueel tot het uiter-
ste ‘gespannen iblijven. Een verbetering in deze rich-
ting – maar ‘deze is, hoeveel -moeite op dit gebied
ook onafgebroken gedaan wordt, mede afhankelijk van
de houding van het ‘buitenland – -zou zeer spoedig
eell verbetering van ‘den geheelen toestand tenge-

volge ‘hebben. –

Een absolute voorwaarde voor eeni’g succes op ‘dit
gebied, althans voorzoover de industrie en ‘het trans-
port betreft, is – een prijsniveau, dat concurrentie op

de wereldmarkt
mogelijk
maakt. En daarmede komt

men automatisch, weer hij de aanpassing terecht, die
het uitgangspunt is van het Regeerin-gsbelei-d.

De’ ontwikkeling van de metaalproductie.

De 36e jaargang van de ,,Statistische Zusammen-
stellungen” van de ,,Metallgesellschaft A. G.” geeft een
uiteenzetting

van de ontwikkeling van de metaalpro-
duotie in -de versdhillende productielanden in. den laat-
sten
tijd.
Hiervoor wordt verwezen naar de volgende
tabel, welke ‘de productiecijfers voor 1934 in pro-

centen van de overeen-kumstige
cijfers
voor 1929, het

laatste jaar van de ‘hoo’gconjunctuur, weergeeft. Ten-

einde de ‘geografische verdeeling van de wereldpro-
-ductie van -metaal overzichtelijk te maken, werden ‘de
verschillende productielan’den in 4 groepen samen’ge-
nomen: het Britsche Imperium, ‘het Europeesche
Vasteland (zonder Rusland)
mcl.
de daarbij ‘behoo-

rende koloniale gebieden, voorts de Vereeni’gde Sta-

ten met Midden- -en Zuid-Amerika en ten2lotte Rus-
land, J’apan en overig Azië.
Pro’ductieeijfei’s vool’ metaal
1)
in
1934,
uitgedrukt in
procenten van de overeenkomsti-ge cijfers voor
1929.

Europ. Vas-
Ver. Staten,
Rusland,
Metaal
Wereld Britsch Imperium
teland mcl.
Midden-
en Zuid-
Japan en
Overig
kol. geb.
Amerika
Azië

Alumin.
62
51
78 33

Lood ….
76
104 96
52
212
Koper

..
67
278
103
40
112
Zink ….
80
124 78 62
209
Tin

….
64
47
181

122
1)
Op basis va.i
de procluctie der arnelterijen.

Bij deze vergelijking valt in de eerste plaats op
‘het verre ten achter ‘blijven van -de Amerikaansche metaalproductie hij het gemiddelde voor de ‘geheele
wereld en het soms Vrij
aanzienlijke
overschrijden van
‘de gemiddelde cijfers •door •de overige productiegebie-
den. Meer ‘speciaal springt de algemeen zeer gunstige
ontwikkeling van de metaalpro’ductie van het
Euro-
peesche continent
‘in het ‘oog, waarvan de omvang in

1934, vergeleken bij 1929, behalve voor zink, ‘belang-
rijk ‘hoven ‘het gemiddelde voor ‘de geheele wereld ligt.
Maar ook de Europeesche zinkproductie ‘heef-t zich
in verh-oudin!g zeer goed ‘gehandhaafd. De -meer dan gemiddelde toeneming van ‘de Europeesche tinproduc-
tie vindt .haar verklaring in de oprichting van ‘de
Nederlan’dsche en Belgische tinsmelterijen gedurende
de laatste jaren, op ‘basis vkn ertsen uit de eigen
koloniën. Zoo steeg de Nederlan’dsehe tinproductie
van ca. 700 ton in 1929 tot ca. 14.000 ton in 1934,
terwijl de Belgische tinproductie, waarmee eerst na
den oorlog werd begonnen, verleden jaar reeds een
omvang van ca. 4.000 ton bereikte. Voorts dienen
hier te worden vermeld ‘de verdere uidhrei’ding van
de J’oego-Siavisohe koperproductie, alsook de op-voering van de aluminium- en de loodproductie in
Duitsohiand en Italië.
De ‘hier aangeduide gunstige ontwikkeling in
Continentaal ‘Europa zou ten minste gedeeltelijk
in nauw verband kunnen staan met de economisch-
politieke maatregelen, welker toepassing ‘ter ‘bescher-
ming van nationaal-economische ‘belangen ‘in vele
staten noodzakelijk ‘bleek. Deze maatregel-en kunnen
slechts ‘dan juist worden ‘beoordeeld, wanneer men ze
-eeni’germate als ‘barrières beschouwt, welke men
‘heeft opgericht, om het ei-gen ‘bedrijfsleven tegen den
vernielencien invloed van een absoluut ehaotish we-
rel’dhuishouding te beshermen. Anderzij-ds echter
speelt hier ook ‘de groote consu-mptiekracht van de
Europeesche volken een rol. Het Vasteland van Europa
moet van alle -metalen invoeren, ten deele zelfs veel,
d.w.z. de ei

gen metaalproductie is niet voldoende, om
de behoefte geheel ‘te dekken, zoo-dat in meerdere of
mindere mate de metaalpro-ductie van andere over-
zeesehe gewesten ‘moe-t worden ingeschakeld om
de behoefte volkomen te kunnen ‘bevredigen. Voor

822

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September
1935

aluminium en zink geldt dit minder, zeer sterk ‘daar-

entegen voor koper, 19o’d en tin. Het ligt nu voor de
‘hand, dat de voorziening in eigen behoefte van ‘de landen van het Europeesche Vasteland niet slechts

in economisch gunstige, doch vooral in economisch
slechte jaren als dè taak van de eigen metaalpro-

ducenten dezer gebieden wordt beschouwd en dat dit

streven door handels- en economisch-politieke
maatregelen kraclatdadig word t gesteund. Inder-
daad heeft ‘de gang van zaken zich over het alge-

meen in deze richting ontwikkeld, en mede hierdoor
zal wel bereik

t ‘zijn, dat ‘de
cijfers
van ‘de continen-
tale metaalproductie zich op een gemiddeld zeer ‘gun-stig niveau ‘hebben kunnen handhaven.
Ook in het
Brische imperium
heeft de metaal-
productie zich, met uitzondering van aluminium en

tiji, meer dan normaal ontwikkeld. Vooral geldt dit

voor koper, als gevolg van de uitbreiding van ‘de
productiegelegenheden in Rhodesië en Canada. Rho-

desië verhoogde zijn koperproductie van 1929 tot 1934

van ca. 6.000 ton tot ca. 140.000 ton, terwijl Canada

in denzelfden tijd een productievermeerdering van
ca. 75.000 ton tot ca. 152.000 ton te zien gaf. Ten

aanzien van lood had ‘de ‘gunstige ontwikkeling in
Engeland en in nog ‘grootere mate in Australië

plaats, terwijl bij zink in de eerste plaats op de stij-

ging van de Canadeesche productiecijfers ‘dient te
worden gewezen. De wezenlijke oorzaken voor deze

gunstige ontwikkeling ‘moeten hierin worden gezocht,
dat vele landen van het Britsche Imperium gedu-

ren’de de laatste jaren in staat waren, nieuwe vind-

plaatsen van erts te onts’luiten en, gesteund ‘door de
bekende maatregelen van monetaire en economische

politiek, met succes te exploiteeren.

Hoewel de absolute cijfers van de
Russische
me-
taalproductie naar verhouding nog laag zijn, geven
ook deze een enorme stijgin’g te zien, welke uit de
volgende tabel blijkt:

Russisehe metaalproductie.
1)

(in 1000 meti, ton).
Jaar

Aluminium Zink Lood

Koper
1929

3,2

6,0

30,0
1934

14,4

27,1

27,2

44,1
1)
0
1
)
basis va.n de productie der smelterijen.

Niettegeustaan’de het feit, dat op ‘deze wijze in de

meest verscheiden deelen van cle wereld nieuwe me-
taalproductiegdhieden ontstaan, ‘zijn toch de oude
productiecentra, zooa’ls vanzelf spreekt, nog steeds
van
beslissende
beteekenis voor ‘de voorziening in de
geheele wereld’hehoef te .aan metaal. ilet aant’oonen van ‘deze nieuwe productiege’bie’den had slechts ten
doel ‘de aandacht te vestigen op bepaalde ontwikke-
l’ings.tendenzen in cle metaal -voort’bren’ge.nde wereld-
industrie. De verdeeling van de geheele wereld-me-

taalproductie over de verschillende economische ge-
‘bieden in 1934, blijkt uit ‘de volgende tabel:

De metaalproductie in
1934
naar economische gebieden.
i)

(iii
pot.)
Aluniiniuuu
Lood
Koper Zink Tin
Britsuh iriipei’iu’ni ……
16,7 32,8 25,6 21,4 63,4
Eui

op. vasteland

mci.
kol.
gob

54,7

29,0 ‘20,9 42,8 29,0
Vc’r. Staten, Midden-

en Zuid-Amerika
19,7

35,6 44
1
7 30,6 –
Rusland, Japan en

overig Azië

8,9

2,6

8,8

5,2

7,6

Tota.. ……
100,0

100,0 100,0 100,0 10&,0
J)
0
1) basis van ‘de productie der smelte’r ijeu.

Bij aluminium en zink lag het zwaartepunt van ‘de
metaalproductie dus op het Vasteland ‘van Europa.
Circa 55 püt. van de ‘geheele productie van alumi-
nium en en. 43 pCt. van ‘de totale zinkproductie kwa-
men in ‘het afgelo’open jaar voor rekenin’g van de
landen van het Europeesche Continent. Bij koper en

lood moeten ‘in ‘de eerste plaats de Amerikaansche
productiegebieden met een aandeel van 45 pCt. resp.
36 pCt. van de totale productie worden genoemd,
terwijl hij tin het Britsche Imperium met ca. 63 pCt.
vande totale productie de eerste plaats inneemt.

INGEZONDEN STUKKEN.

HERSTEL VAN HET CREDIET DER HYPOTHEEK-

BANKEN.’)

Mr. F. ‘dcl Campo gen. Camp schrijft ons:

In het nummer van 11 September jl. van dit ‘blad
komt onder bovenstaan’clen titel een artikel voor van

‘de hand van den heer J. J. Korn’dorffer, dat een
scherpe critiek ‘inhoudt ‘op ‘het ‘beleid ‘der hypotheek-

bank-directies en ‘mijns inziens niet onweersproken

mag blijven. Het is een van ‘die artikelen, zooals wij
die in den laatsten
‘tijd
in ‘de financieele pers al meer
-hebben aangetroffen, en die, ‘h’oe ‘goed waarschijnlijk

ook bedoeld, gewoonlijk een averechtsche uitwerking ‘hëhben, iii zooverre, -dat ‘zij meestal tengevolge heb-
‘ben, ‘da-t -de bestaande onrust
hij
het publiek nog wordt
vergroot en ‘dit nog meer ertoe wordt gebracht zich tegen

-afbraakkoersen van zijn pand’hrieven te ontdoen.

Als h.t. voorzitter van ‘cle Vereeni’ging van Direc-
teuren van 1-lypotheekhanken gevoel ik
mij
genoopt
eenige opmerkingen over dit artikel te maken, niet

‘zoozeer om een oratio pro ‘domo te ‘houden tegenover
de aantijgingen, die dat stuk ‘bevat tegen de leiders
onzer hypotheekbanken, als wel om de daarin voor-
komende onjuistheden recht te zetten en de zaak tot
‘hare ware proporties terug te ‘brengen.

De geachte schrijver ‘begint met ‘de ‘directies er een
zeker verwijt van te maken, dat
zij
nog niet lang
geleden 4 pCt. pand’brieven aanboden h 1001% pCt.,

terwijl in ‘dienzelfden tij’d coupon’belastin’gvrij 4 pCt.

Staatspapier a pari werd verhandeld. Hiertegen zij
opgemerkt, dat het natuurlijk niet ‘de ‘hypotheekban-
ken zijn, die ‘den koers van de pandbnieven bepalen.

Met hun koers van afgifte volgen ‘zij slechts het
publiek. Zij kunnen ‘slechts ‘in zoover invloed uitoefe-
nen ‘door in tijden van -groote vraa-g zonder daarmede
gelijken tred ‘houdend emplooi de plaatsing te rem-
men door verh’ooging van den koers van afgifte. Of

in -het algemeen pan’dbnieven in waarde
‘gelijk
zijn te
‘stellen met Staatspapier is een vraag, die noch de
‘heer K’orndoi-ffer, noch ik vermogen te ‘beantwoorden.
Immers, wie kan uitmaken ‘hoe die ‘papieren ‘zich in-
trinsiek verhou’den? In ‘normale
tij’den
kon men ‘deze
fondsen zeker ‘gelijkstellen. Er zijn zelfs tijden ge-
weest, ‘da’t pand’brieven nie-t onbelangrijk ‘ho’oger no-

teerden ‘dan Staatspapier. Een feit is echter, ‘dat cle
pan’d-brieven momenteel -belangrijk -lager n’oteeren. En
wat is ‘daarvan de ‘oorzaak? De heer K’or,n’dorffer con-
cludeert dat er behalve de algemeene factoren, ‘die de
koersdaling -der obligaties in ‘de hand hebben gewerkt,
nog een an’dei-e moet zijn, die ‘speciaal de ‘soli’diteit
van -de pand’brieve’n ‘betreft. De indiening van het
wetsontwerp tot verlaging van vaste lasten zou ‘dit
niet ‘geweest kunnen -zijn, omdat dit ontwerp eerst
in Juli werd ‘gepu
1
bliceercl, terwijl de ‘daling van den
koers der pan’d’bnieven reeds van April dateerde. I’n
‘dit ‘opzicht moeten wij het geheugen des heeren Kom-
‘d’orffer ‘opfrissehen door te wijzen op de funes’te K’o-
ninkljide Besluiten van Maart 1935 ‘in zake de land-
houwhypotheken, die het aanbod van pand’brieven ‘zeer
in -de hand ‘hebben gewerkt. Ook ‘de steeds dreigende
beperking van ‘het exenu’tierec’ht voor stedelijke hypo-
theken is van ‘zeer nadeel’igen invloed geweest. Ver-
‘der ‘dragen de lhuiseigenaren, d’oor vekelijks verschj-
rcen’de ‘overdreven artikelen in ‘hun Bon’dsorgaan, voor
een ‘deel ‘daarvan de schuld. Dit ‘dateert eveneens reeds van lang voor April 1935. Tenslotte ‘heeft in
die richtin’g ook medegewerkt het door een onzer
leden ‘gedaan beroep op ‘de Schuld’bnievenwet 1934;
‘hetgeen wij tevergeefs hebben getracht te voorkomen.
Er waren ‘dus factoren ‘genoeg, die mne ‘het’ al of
niet solide
zijn
van ‘de ‘hypotheek-banken niets te ina-

‘) R e e t-i
Ii
c at i e. in het artikel onder

ns£„t„t

i

ideii

titel in het nummer van
11
‘Sept. ji. ‘ge’lieve men te lezen
01)
blz.
784
eerst,e’kolorn, regel
12
van boven, ‘in plamts
van:
,,4
pOt. ‘ataatspapler”
,,4
pot. staa-ts’papier (Ned.-
En:dië met Staatsgarantie)” en op
bl’z. 788,
tweede
kolom,
-egel
1
van boven, in Plaats van:
7-10″ ,,1-10″.

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHEBERICHTEN

823

ken hadden, om ccii grootere koersdaling voor pand-brieven te verklaren.

liet is ‘zeer te betreuren, dat dit zoo heeft moeten zijn. liet publiek heeft tea zeerste medegewerkt om

een vrijwillige conversie naar beneden van de ihooger
rente gevende
pandbrieven
mogelijk ‘te maken. En
als wij nu van
onzen
kant eens eene opmerking mogen
maken, dan is het wel deze, dat die medewerking van

de Rijksfondsen – de heer Korndorffer kan het
weten – niet werd verkregen. Hoe veel beter zou in

het algemeen de positie zijn, indien de Rijksfondsen
cle vrijwillige conversie, die ons door de Regeering

werd aanhevolen, hadden helpen mogelijk maken, in plaats van zich de uitgeloten panclhrieven in contan-

ten ‘te •doen uitbetalen.

De vraag is gevet’tigd: hoe staat het dan nu met
de soliditeit der ‘hypo’theekhanken en bestaat er geen
aanleiding voor een •zoo lagen koers der pandhrieven?
Ongetwijfeld ihebbeii de directies der hypotheek-

banken ‘thans grooter zorgen dan in normale tijden
en er is heel ivat koopmanschap noodig om den wagen
in het rechte spoor te houden. Hoe kan het ook
anders. De ‘huren dalen zienderoogen en nu de con-
versie ‘der pand’hriefrente stop staat, staat er niets
tegenover om die verlaging te compenseeren.

Maar niet in de huurdaling zit mi. het grootste
gevaar. Mi. zouden de huiseigenaren in het algemeen
nog zeer wel aan hun verplichtingen kunnen vol-
doen, indien ‘zij niet ‘te strijden hadden met de enor-
me overproduetie van nieuwe woningen. Niettegen-
staande er al een groote overvloed van woningen was,
is 1934 een recordjaar geweest voor Amsterdam wat
don aanbouw van woningen betreft. Daardoor komen

niet alleen de oudere woningen leeg ‘te staan, maar
cle huiseigenaren moeten, om huu •oudere woningen
verhuurd ‘te krijgen., voldoen aan onmogelijke eischen
van den aspirant-huurder, die zwaar •op de exploita-

tie’drukken. Behalve :cla’t hbhen verschillende ge-
meontcbesturen zich niet ontzien de belastingen nog te verhoogen of nieuwe te scheppen. Ik zon zeggen:
laat men dien, uit economisch oogpunt bezien ‘krank-
zinnigen, aanbouw van nieuw woningen stop zetten en verlaag de vas’te lasten, dan kunnen ‘zelfs op het

‘verlaagde huurpeil de ‘huiseigenaren nog behoorlijk
aan hun verplichtingen voldoen. Als dan ook ‘de rust
wederkeer’t en de koersen van de pandbrieven weer
stijgen, zoodat conversie weer mogelijk wordt, dan

kan ook de ren’te dalen. De hypotheek’hanken hebben
i:n ieder geval getoond, dat zij hebben willen mede-
werken om ‘tot verlaging van rente ‘te komen.

De heer Korn’dorffer meen’t een aanval te moeten
doen op het beleid ‘van de ‘hypotheek-banken in ‘zake
de winstuitkeeringen.

Wij kunnen consta’teeren, dat de ‘hypotheekbanicen
een reeks van zeer gunstige jaren hebben medege-
maakt en in staat zijn geweest ook ‘behoorlijke uit-
keerin’gen aan aandeelhouders, aan ‘tantièroisten en
aan houders van oprioh,terhewijzen te ‘doen, zooals
dit gebruikelijk is hij zaken •d.ie floreeren. Echter
hebben zij ‘dit niet ge.claan dan nadat zij eerst de
reservefondsen ‘behoorlijk hadden gedoteecd. Voor
zoover ik mij herinner is in al die jaren nimmer een
woord van critiek op die dividend- en ‘tantièmepoli-
tiek vernomen. Integendeel, men heef’t steeds gewe-
zen op ‘de solide wijze, waarop deze •directies lare heheerstaak vervulden. Meent men, rooals ‘de heer
Korndorffer, te moeten stellen, dat de hypotheek-
banken in de goede jaren niet voldoende gereserveerd
hebben voor deze abnormale ‘tijden, dan is de vraag
gewettig’d, wie dat dan wel heeft gedtan.
Het is mogelijk, dat misschien enkele banken in
de laatste twee jaren nog te ihooge uitdeeiin’gen heb-
‘hen gedaan.
WTij
i
hadcl,e.n i’el onder elkaar afgesproken
om ons ‘in de ui’tkeerin’gen ‘zèer te matigen, en in het
al’gemeen kan ik zeggen,
dat:
men ‘zich daaraan heeft
gehouden. Ik weet niet op welke badken ‘de uit-
lating van ‘den ‘heer K’orndorffer slaat. Wij zijnniet
gewoon elkaars uitdeelingsrekeningen uit ‘te pluizen.

Bij liet ‘bepalen van die uitkeeringen zullen ‘did’ ah-
ken ongetwijfeld rekening hebben gehouden met de

innerlijke positie ‘van ‘hunne instellingen. Voor de
innerlijke waarde ‘der ‘bank maakt het trouwens ook

niet veel uit of men in ‘de laatste twee jaren, toen
trouwens nog zeer behoorlijke winstcijfers werden
verkregen, wat meer zou ‘hh’ben uitgekeerd.

De heer Korndorffer ‘niaakt nog een opmerking

over de renternarge der hypotheek’banken en wijs’t er
op, da’t ‘die in den 1oop ‘der jaren belangrijk is ge-
stegen. Ongetw’ijfeld is ‘dit het ‘geval en dat is maar

gelukkig, want gezien de veel ‘grootere risico’s, ‘die
men ‘thans ‘heeft vergeleken ‘bij vroeger jaren, zôu ‘het
bedrijf niet meer rendabel zijn, indien de marge nie’t
was ‘gestegen. Ieder oibevooroordeeid zakenman zal

toch moeten toegeven, dat een ‘gemiddelde renternarge
van nog ‘geen 0,7 pøt. nauwelijks voldoende is, als
men rekent, ‘dat daar uit niet alleen ‘de onkosten, maar
ook ‘cle risico’s moeten worden bestreden.

Dit zijn in het kort de opmerkingen, die het stuk
van den heer Korndorffer mij in 1e pen gaven. Er
zou natuurlijk nog veel meer over te zeggen zijn. De
heer Korndorffer komt ‘hijv. met een ‘geheel sanee-

rin’gsprogram. Ivlea weet, ‘dat de hypotheekbanken in
het algemeen niet tegen toezicht zijn. Zij hebben zich
indertijd vrijwillig ‘onder toezicht van de Rijkspost-
spaarhank ‘gesteld, welk tôezieht voor zoover mij ‘be-kend is, zeer voldoet. De vraag is echtèr, of er eeni’ge
aanle,iding bestaat aan dit ‘toezieh’t eene uitbreiding te geven als ‘door den heer Korn’dorffer wordt voor-
gesteld. let reeds gëdurende 60

t 70 jaar gevoerd
‘beleid van ide hypot’heekhanken zonder eenige inmen-

ging van buiten geeft mij recht om te onticennen, dat
de ‘tegenwoordige moeilijkheden een gevolg zijn van wanbeleid van ‘de directies dier instellingen.

rMijn conclusie is, dat het vertrouwen in dén pand-
brief is geschokt, geenszins ‘door verkeerd beleid van
de Ihypotheekiankdirecties, ‘doôh ‘tengevolge van •de
bijzondere omstandigheden, gepaard met de aanhangig
gemaakte wt’telijke maatregelen, waardoor niet alleen
het hypot’hecair crediet, doch ook het Staa’ts- en Ge-
meentecrediet in ernstige mate werd geschokt. Het
h
y
p
o
th
eca
i
r
crediet heeft ‘bovendien ‘te lijden gehad
van veel onnoodig en deels ‘onjuist gesc’hrijf.

[Als gevolg van ‘cle omstandigheid, dat het ‘boven-
staande te laat in ons ‘bezit kwam ‘om den ‘heer J. J. Korndorffer nog gelegenheid ‘te geven een naschrift
te vchrijven, deelde laa’tsbgenoem’de ons mede, er in
het eerstvolgende nummer van E.-S.B. op terug te
zullen komen. Red.]

DE INVLOED VAN INDUSTRIALISATIE OP DE
HANDELSBALANS.

De heer M. J. W. J. Eckhardt Jr. schrijft ons:
Naar aanleiding’ van ‘het aitilcel in E.-S.B. van 28
Aug. j’l. lijkt het mij, (lat de conclusie, waartoe de
‘heer
J. W.
F. Sli’gtin’g is gekomen, het resultaat van
een onjuiste ‘gedachtengang is. 1:Iet koin’t mij voor, dat de gel’dsluier ook hier weer het zicht belemmerd ‘heeft. Onder voorwaarde, ‘dt rle nieuw op te richten
fabriek in staat is, ‘goederen te prodaceeren ‘tegen een
zelfde ‘prijs, waarvoor ‘het buitenland ‘deze levert, zou
de nieuwe productie maken, dat voor een bedrag ge-
lijk aan de in het binnenland ‘hij ‘de verwerking van
grond- en ‘hulpstoffen tot ein’dproductea aan de eerste
tôegevoegde waarde (in het voorbeeld voor
f
6.000.000),
nieuwe ‘goederen ter beschikking der volksgemeen-
schap komen. Uitbreiding ‘der industrie, onder deze
omstandigheden, zou dus de welvaart veihoogen.
Bezien wij eens ‘het voorbeeld. Per saldo wordt

f
6.000.000 niet meer ‘geïmporteerd. Een ‘hoeveelheid
goederen plus ‘diensten ter waarde van
f
6.000.000
‘behoeven wij niet meer naar ‘het ‘hui’tenland’te expor-
teeren,
,,cl’ie hebben wij elf verdiend” (1)
Nu moet
men toch vooral niet meenen, ‘dat ‘d’it nu nieuwe koop-
kradh’t vertegenwoordigt, en dus verhoogde velvaar t
zal meebrengen. Want wat is er feitelijk gebeurd?
Aanvankelijk werd voor het buitenland geproduceerd,

824

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18′ September 1935
11

onder voorwaarde, dat onze vo’lkshui-shou-din-g zich
met de, door verkoop verkregen koopkracht, ‘goéde-
ren en diensten in het buitenland kon verschaffen.
Na indu.strialisatie wordt voor
f 6:000.000
niet meer
geïmporteerd, dit beteekent een verlies aan koop-
kracht met hetzelfde bedrag. In het ‘geval nu, dat de

nieuwe productie voorebrengt tegen dezelfde prijs ‘als

voorheen het buitenland, wordt ‘het verlies aan ‘bui-
tenlandsche koopkracht gecompenseerd ‘door de ver-

groote ‘home-productie. Slechts een- verschuiving van

leverancier is het resultaat. Het nieuwe bedrijf ver-

oorzaakt niet, ‘dat goederen, ter waarde van

f 6.000.000 extra
door de volks-gemeenschap kunnen
word-en gebruikt. Immers, werd vroeger een gedeelte

van -kapitaal en arbeid, via export, indirect aange-

wend -ten behoeve van eigen hehoeftebevrediging,
thans geschiedt dit rech

tstreekseh; er is slechts een
schakel nit de ‘keten van economische voorvallen weg-

genomen, een verschuiving -heeft plaats gevonden
plus kapitaalvernietiging, maar, voor en na, i-s de

omvang van -de ‘be’hoeftevoorziening
‘gelijk
gebleven.
De kern van ‘het probleem echter ligt besloten in’de

grootte van het economische offer, -dat ‘de volkshuis-‘hou-ding zich hij industrialisatie zal moe-ten getroos-

ten. M-öcht ‘de home-industry er
werkelijk
in slagen

om: 1. tegen een lageren prijs ‘te leveren, dan vroe-

ger het buitenland bedong; 2. te voldoen aan ‘de ren-
tabiliteitseisch; 3. het -offer van de kapitaalvernie-

tiging, t.g.v. ‘de economische verschuiving, met kos-

tenver’lagin-g, meer -dan te compen-seeren, ‘dan zal er werkelijk koopkracht vrijkomen; of die koopkracht zal
worden aan-gewend, zal afgewacht ‘dienen te worden,
‘dat hangt samen met ‘de conjunctu.urverwachtingen,

maar wordt de meerdere -koopkracht
uitgeoefend,,
dan ‘is de werkverruiming, gepaard gaande aan ver-

‘hoogde welvaart, een voldongen feit ‘geworden.

N as ch ri f t. Het betoog van ‘den ‘heer Eckhardt
‘komt hierop neer, ‘dat een nieuw opgericht renda’bel
werkend bedrijf niet veroorzaakt, dat extra-goederen
ter ‘beschikking van ‘de volksgemeensch-ap worden ge-
steld. Immers, zoo
schrijft
hij, nu wordt een -gedeelte
van onzen arbeid en van ons -kapitaal, via export,

in-direct aangewend ten ‘behoeve van ‘de ‘beh-oeftebe-
vredigin’g en na de oprichting van ‘het nieuwe bedrijf

geschie-dt dat rechtstreeks.
Hij
vergeet eghter, dat een

groot gedeelte van onzen arbeid en van ons kapitaal
oh ‘het oogenblik braak ligt en dus niet wordt aan-
gewend voor de hehoeftebevredi-ging en dat wij daar-
entegen buiteniandsohen arbeid en
buiteuland-sch
ka-
pitaal in onzen dienst ‘hebben, nl. ‘die, welke worden
-aan-gewend ‘bij ‘de vervaardiging van -bui-tenlandsche

goederen, ‘die wij i-mporteeren. Voor z-oover wij nu
buitenlandsche arbeid en kapitaal ‘door binnenlandsche
-kunnen vervangen, omdat
zij
de gevraagde ‘diensten
evengoed en even goedkoop kunnen verrichten, moe-
ten wij dat ‘d-oen, om-dat ‘dit -onze welvaart verhoogt.
Hierbij wordt niet, zooals de ‘heer Eckhardt betoogt,
,,slechts een schakel uit ‘de. keten der economische
voorvallen weggenomen”; ‘hier wordt de -buitenland-
sohe rirestatie ‘door een binnenlandsche vervangen, zoo-
dat ‘de ‘belooning het binnenland ten goede zal komen.
Wanneer wij zelf gaan produceeren, vat wij tot
nu toe uit het ‘buitenland betrokken, ‘maar evengoed

en even goedkoop ‘zelf kunnen maken, ‘dan zeggen

wij buitenlanders, die tot nu toe arbeid voor ons
verrichtten, ‘den dienst -op. Het buitenland kan als
gevolg ‘daarvan minder op onze markt -koopen en zegt
dus, als ‘het ware, evenveel Nederlan-clsch-e arbeiders

d’en dienst op. Wa-s dit het eeuige gevolg, ‘dan zou
zich slechts een verschuiving der verkgelegenhei’d in

ons.lan’d ‘hebben voorgedaan. Er ‘gebeurt echter meer.
De in ons land ‘door het ‘buitenland ,,ontslagen” ar-

‘beFders vinden emplooi in dienst van degenen., -die

werk en ‘du’s koopkracht hebben gevonden in ‘het
nieuw -opgerichte bedrijf,
zij
het ook, ‘dat er kans
bestaat, dat -zij- hun diensten in een andere richting

zullen moeten aanwenden. -Op dit laatste en op ‘de
kapitaalvernietiging, die ‘het gevolg -daarvan zou zijn,
kom ik aanst-on-ds terug. Than-s stel ik vast, op -grond

v-an ‘het voorafgaande, dat de uitbreiding van -onze

industrie tot vermindering -der werkloosheid en tot

verh-oogin’g -van de koopkracht leidt. Dat die nieuwe
koopkradht niet zou wor-den uitgeoefend, behoeft men
niet

te ‘vreezen; wij kunnen onmogelijk veronderstel-
len, dat werkloozen ‘zouden v-oor-tgan hun behoeften
tot ‘het uiterste te beperken, wanneer zij eindelijk
werk gevonden ‘hebben.

Wie meent, ‘dat zich
bij
industrialisatie slechts een
verschuiving van werkgelegenheid voordoet, misken-t

het feit, dat ‘door productieven arbeid koopkracht
wordt gecreëerd. Heel wat pro-ductieve arbei’d wordt

te -on’zen ‘behoeve in ‘het ‘buitenland verricht en daar-
d-oor -krijgt het buitenland koopkracht op onze markt

en moeten wij- Neder’landsche goederen afstaan. S-tel-
len wij onze werki-oozen in ‘de -gelegenheid -dien arbeid
te presteeren, dan
behoeven
wij ‘die goederen nie-t meer aan ‘het buitenland af te staan. Deze ‘goederen,
of althans een zelf-de ‘hoeveelheid goederen, worden
– d-an verdiend door de in het nieuwe Nederlandsche
bedrijf ‘te werk ‘gestel’de arbeiders. –

Nu de verschuiving, waarvoor ‘de heer Eokhardt
-bevreesd is, -omdat deze tot kapitaalvernietiging zou
leiden. Men zal ‘goed doen zich uit het hoofd te stel-
len, ‘dat er een zeer ‘groote en plotselinge uitbreiding
van ‘de Nederland-sche ‘industrie zou ,,drei’gen”. Met veel moeite zal men er in de komende jaren -toe over
kunnen ‘gaan aan ‘bestaande ondernemingen eenige uit-
-breiding te geven en nieuwe ondernemingen te stich-
ten. Deze in-dus

tri-alisatie zal ‘dan ook slechts lang-
za’merhan-d ‘invloed ‘hebben op onzed -in- en uitvoer
en op de constellatie van de “binnenlandshe markt.

Tijdens dat gelei-de’ljke proces zal de verbetering van de binnenlandsche markt, ‘die een gevol’g zal zijn van
de creatie van nieuwe koopkracht bij de nieuwe ‘be-

drijven,
het
mogelijk
maken, ‘dat de arbeid zic

h terug-
trekt uit -de mees-t onrendabele deelen van onze
exportbedrjven, ‘die ‘dan definitief ‘zullen -kunnen
worden opgegeven. Die arbeid vindt -dan -emplooi bij
-de voor de ‘binnenland sche markt werkende bedrijven.

Het in de op te -geven exportlbedrjven geïnvesteerde
kapitaal ‘behoeft zich daaruit niet meer terug te trek-
ken, ‘dat i-s reeds lang vernietigd, niet door de indu-s-
tria’lisatie, maar door de veranderde structuur van
de wereld. In de calculatie -der nieuwe
-bedrijven
‘be-
‘hoeft geen vergoeding voor ‘deze verloren kapitalen

te wor’den opgenomen.
J. W. F. SLIGTING.

Rotterdam
Amsterdam
Totaal

Artikelen
8114
Sept.
Sedert
Overeenk.
8j14
Sept.
Sedert
Overeenk.

1935
1Jan.
1935
tijdvak
1934
1935
1Jan.
1935
tijdvak
1934

22.843
623.264
961.464

13.842
28.355 637.106
989.819-
4.322
152.404
304.778

701
15.257
153.105
320.035
Tarwe

……………..
Rogge

……………….
878 15.098
16.379



15.098
16.379
Boekweit
.-
……………..
MaIs ……………….
30. 618
546.301
671.271
2.610
89.211
158.201
635.512
829.472
1.496
213.947
277.113

23.523 38.181
237.470
315.294
5.359
100.800 90.023

1.660
3.195
101460
93.218
Gerst

……………..

3.481
134.215 156.302
2.448
257.909
171.603
392.124
327.905
Haver

……………..
Lijnzaad

……………
1.447
33.315 55.449



25
33.315 55.474
Lijnkoek ……………
52
13.844
14.613

4.387 2.056
18.231
16.669
Tarwemeel

…………….
Andere meelsoorten

1.0 04
20.503
41.862
46
2.326
5.352.
22.829


47.214

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

825

STATISTIEKEN.
t’ t;ISCUNTO’S.

Ned
Dsc Wiasel.
6 17Sept.’35
Lissabon

•… 5

13Dec.’34
IB,’al.Bin..Eff.
6 17Sept.’35
Londen ……
23OJuni’32
Vrsch.in R.C.61
17Sept.’35
Madrid ……5

9Juli ’35
Athene
……….7

14Oct.’33
N.-Yorkï.R,B. 141
Feb.’34
Batavia……….4

1 Juli’35
Oslo

……..
3422Mei’33
Belgrado

……..5

lFebr.
’35
Parijs

……3
S Aug. ’35
Berlijn ……….
4
22 Sept.’32
Praag

……
3425 Jan.’33
Boekarest……..
4

28Aug.’35
Pretoria

….
3415
Mei
’33
Brussel ……….2

16
Mei
’35
Rome……..5 9
Sept.’35
Budapest ……..
4 28Aug.’35
Stockholm

.. 24
1Dec.’33
Calcutta

……..
3416
Feb.’33
Tokio

…. 3.65

2
Juli’33
Dantzig

……..
6

1Mei

’35
Weenen …… 34
10Juli’35
Helaingfors ……
4

3Dec.
1
34
Warschau…. 5
26 Oct.’33
Kopenhagen

….
3422Aug.’35
Zwits. Nat. Bk. 24 3 Mei’35

OPEN MARKT.

145 ep
.

1935

2/7
Sept.

Sept.
26/31
Aug.

[
S
1
09
1
34

1IS
ept.

1933

Il/16
Sept.

1914

2024
Juli

Amsterdam
Partic.disc.
51/
4

434.5114
5
52)
111
5 31

311_3/
Prolong.
511
4

4175
1
14
5_112
411
2
.52)

1 1

2I414
Londen
Dageld
1
12-1
1
12-1
1
17..1
1
12-1

‘/,-I
1
14.1

181g-2
Part,c.disc.
9
1,6
116-18
116-18
0
114_
5
15

1814
/s/ii

4114_814

Berlijn
Daggeld…
314-13
3_
1
1
3..
1
1
2314-5319

4.5133)
418

5
1
12


Maandeld
2314-3614

2
3
j4-3
1
14
231
4
311
4

23/
4
311
4

412-6
1
)
4’12-6


Part, disc.
3 3 3 3

313)
371
8

2
1
1-5
Warenw.
. .
4-
1
12
4
i
/
4..
1
1
4

i12

4-13
3)

4..
1
12


New York
DageId
1)
‘h
1
4

11
4

.61
4

1
31
4

1
4
’21
1

Partie.disc.i
bijn
1

51,6
‘I,i
512)

3
116
-1
I16
1
18


t)
Koers van
13 Sept. en daaraan
voorafgaande weken
t/nl. Vrijdag
2)
26130 Aug.
8)
Koers
van 10114
Sept.

WISSELKOERSEN.
KOERSEN
IN NEDERLAND.

Da a
New
Londen
Berlijn
Parijs
Brussel
Batavia
Y
or
k*)
*)
*)
*)
*)
2)

10
Sept. 1935
1.48%
7.321-
8

59.55
9.76%
25.00
100%
11

1935
1.48%
7.31
59.56 9.76
24.974
100%
12

1935 1.48%
7.31%
59.574 9.75%
24.99
100%
13

1935
1.48%
7.32k
59.75
9.78 25.03
100%
14

1935
1.48%
7.35%
59.80
9.78%
25.084
100% 16

1935
1.48%
7.33% 59.75
9.77k
25.06
100%
Laagste
d.w’)
1.47%
7.30
59.-
9.75
24.90
100%
Hoogste d.w’)
1.48%
7.35% 59.80
9.79
25.10
100%
Huntpariteit
2.4878
12.1071
59.203
9.747
34.592
100

Data
sr1nd
Weenen
Praag
Boeka-
Milaan
Madrid

10
Sept. 1935
48.19

6.14 1.20 12.10
20.22
11

1935
48.16

6.14
1.20 12.10
20.22
12

1935
48.15

6.14 1.20
12.10
20.224
13

1935
48.25

6.16
1.20
12.124
20.25
14

1935
48.30

6.15
1.20


16

1935
48.19

6.15
1.20
12.10
20.25
Laagste d.w’)
48.10

6.10
1.15
12.-
20.15
Hôogste d.w’)
48.35
28.-
6.174
1.21
12.15
20.30
Muntpariteit
48.003
35.007
7.3711.4803
13.094
48.52

D
,
a a
Stock-
Kopen-
0 1
*
Buenos-
Mon-
kalm )
hagen
*)
Aires’) treal
1)

10
Sept. 1935
3 7.7 5
32.70 36.80
3.24
39%
1.48
11

,,

1935
37.70 32.65 36.75
3.23
39%
1.47%
12

,,

1935
37.70
32.65
36.75 3.23
39%
1.475, 13

,,

1935
37.80
32.724 36.824
3.24
39% 1.47%
14

,,

1935
37.95 32.85 36.95
3.25
39%
1.48%
16

,,

1935
37.85
32.774
36.874
3.24
39% 1.47%
Laagste d.wl)
37.50
32.40
36.50
3.20 39%
1.47%
Hoogste d.w’)
38.50
33.-
37.10
3.274
40%
1.48%
Muntpariteit
06.671
66.671
60.671
6.266
95%
2.4878
•)
Noteerine te
Amsteraam.
•)
Not, te
Rotterdam.
1)
Part.
oosave.
– In ‘t late of 2de No. van iedere maand komt een ov’eizicht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.
KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

Da
ta

Londen
($
per £)
1

Parijs
($
p.
lOOfr.)
Berlijn
(3
p. 100
Mk.)
Amsterdam
(3
p. 100
gld.)

10
Sept.

1935
4,94%
6,59k
40,27 67,58
11

,,

1935
4,94%
6,59%
46,25
67,59
12

,,

1935
4,93%
6,59%
40,24
67,’6
13

1935
4,94%
6,59%
40,26
67,39
14

1935
4,95
i,59%
40,27
67,38
16

1935
4,94
6,59%
40,26 67,45

17 Sept.

1934
5,00%
6,67%
40,46
68,66
Muntpariteit..
4,86
3,90%
23.81%
40%
4

KOERSEN TE LONDEN.

Plaatsen en
Landen Noteerings-
eenheden
31Aug.
1935
7Sept.
19i5
9
1
14
Sept.19
35
LaagstelHoogste

14Sept.
1935

Alexandrië.
.
Piast.
p. £
97% 97%
97%
97% 97%
Athene

. .. .
Dr.
p.A .
519 513
515
517 517
Bangkok….
Sh.p.tical
1/10%
1110% 1110% 1110%
1110%
Budapest

. .
Pen.
p. £
16% 16% 16%
16% 16%
BuenosAires’ p.pesop.
18.55
18.45
18.30
18.50 18.35
Calcutte
. . . .
Sh.
p.
rup.
1/6%
116%
1/6
3
/
33

16
5
1
1/6%
Constantin.
Piast.p.
614 614 613
613
613
Hongkong
. .
Sh. p. $
1/11
210
5
1

1111%
2/1
210
13
/
31

Sh.
p.
yen
112
7
1
3
.
1/2%
1:2%
1/2%,
123i
Lissabon….
Escu.p.
110% 110%
109%
110%
110%
Kobe

…….

Mexico

. .. .
$per
18
18
17% 18%
18
Montevideo 2)
d. per
£
19%
.19%
19%
20
19%
Montreal

..
$
per
£
4.98% 4.94%
4.93
4.97
4.96%
Riod.Janeir03
d. per Mii.
2%
6

2%,
2%
2%
2%
Shanghai

. .
Sh. p. $
115%
1/6%
1/5%
116% 116%
Singapore
. .
id.
p. $
2143132
2
1
43
/
2/4
2/4%,
2,4
8
/
s
,
Valparais0
4
).
$per
119
119 118 119 118
Warschau .
.
Zi. p. £
26%
26%,
26
26%
26%
1)
Offic. not. 15 laten, gem. not., welke importeurs hebben te betalen,
30 Aug. 17.03; 5 Sept. 17.04;
II
Sept. 17.03.

‘)
Offic. not. 29 Aug. 3931
;

5 Sept. 39
1
12;

14 Sept. 393/
s
. 3) Id.
II
Mrt. 41(
4

4) 90 dg. Vanaf 28 Aug.
laatste

export” noteering.
ZILVERPRIJS
GOUDPRIJS 9
Londen’)
N.York
2
)
Londen
10
Sept. 1935., 29%,
65%
10
Sept. 1935,.,

140
1
1
74
11

,,

1935,,

29%,
6594
11

,,

1935,..,

14094
12

,,

1935.. 29%
65%
12

,,

1935

140
11
13

,,

1935..

29%
8

65%
13

,,

1935

140,104
14

,,

1935..

29% 65%
14

,,

1935,.,

140174
16

,,

1935..

29%
65%
16

,,

1935 ….140/5
17 Sept. 1934.
.

21% 49%
17 Sept. 1934

140,54
27
Juli

1914,.

2 4 ly
lc>

1
59 27
Juli

1914….

8410%
1)
in pence
p. oz.
stand.
2)
Foreign silver in
$e. p. oz.
line.’) in sh.
p. oz.
fine
STAND VAN ‘s
RIJKS KAS.
v o
roer, n gen.

1
1
Sept.
1935
1

14
Sept.
1935
Saldo van
‘s
Rijks Schatkist bij De Ne
dertandsche Bank
………………

Saldo b, d. Bank voor Ned. Gemeenten
f

9
.2.450,46
1

66.513,21
Voorsch.
op
uit. Aug. (resp.
Juli)
1935
a/d. gemeent. verstr.
op
a. haar uit te
keeren hoofds. der pers. bel., aand. in
de hoofds. der grondbel. en der gem.
fondsbel., alsmede
ope. op
die belas-
tingen en
op
de vermogensbelasting

4.968.163,98

7.680.072,61
Voorschotten aan Ned.-lndië ………
,

21.254.976,92

….-

121.107.272,08
Idem

aan

Suriname
………………
,,

12.680.466,48
12.684.516,40
Idem

aan

Curaçao
….

…………..
1.212.485,22
,,

1.192.689,14
Kasvord.weg.credietverst.a/h. buitenl.
,,
121.200.269,61
122.181.310,68
Daggeldleeningen tegen onderpand

Saldo der

..

postrek.
v.
Rijkscomptabelen
Vord. op het Alg.Burg. Pensioenfonds’)
,,

36.168.538,42

…..
..

40.684.62842

Vord.
op
andere Staatsbedrijven’)….
,,

32.160.324,83
,,

30.138.16933
Verstr. ten laste derRijksbegr. kasgeld-
leeningen aan gemeenten (saldo)…
,,

31.299.835,28
,32.619.835,28
Verplichtingen

Voorschot door De Ned. Bank ingev.
art.

16 van

haar octrooi verstrekt
f

5.339.039,37
/

2.395.460,27
Schatkistbiljetten in

omloop ………
,386.810.000,-
,,
386.795000,-
,,
I51.850.000,-
153.050.000,-
Schatkistpromessen in omloop
…….
w.v.
rechtstr. bij De Ned. Bank gepl..
,,

I0.00O,000,-

.


Zitverbons in omloop

…………….
…1.215.306,-
,,

1.214.476,50
Schuld
op
uIt. Aug. (resp.
Juli)
1935 a. de
gem. weg. a.h.uittekeeren hoofds.d.
pers. bel., aand.
i.
d. hoofds. d. grondb.
e. d. gem. fondsb. alsm.
opc. op die
bel, en
op
de vermogens belasting


Schuld aan het Alg. Burg. Pensioenf.’)
Id. a. h.

P.T.
en
T.
,

422.414,45
,,

492.926,46
Staatsbedr. der

1)
Id. aan andere Staatsbedrijven
1)
72.526.571,13

,

69.384.901,25

119.717.111,34
119.739.211,34
Id. aan diverse instellingen’)
………..
i
)
In rekg.-crt. niet
‘s
Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH-INDISCHE
VLOTTENDE
SCHULD.

Vorderingen:
1

155.000,-
/
3.263.000,-
Saldo b. d. Postchè9ue- en Girodienst
271.000,-
345.000,-
Betaalmiddelen in

s
Lands kas

.


Verplichtingen:

Saldo Javasche

Bank
……………..

Voorschot’s Rijks kas e. a. Rijksinstell.
,,
121.255.000,-
,
121.907.000,-
Schatkistpromessen
…… …………

.


Schuld aan het Ned.-Ind. Muntfonds.
226.000,-
226.000,-
idem aan de Ned.-Ind. Postspaarbank.
239.000,-

573.000,-
Voorschot van de Javasche Bank

– –
CURAÇAOSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.


Data
Metaal

t
Circu-
(schotten
Voor-
Dis-

1
Diverse
reke-
Diverse reke-
latie

1
aan de
conto’s
n
i
n
g
en
l
ningenl
kolonie

1
AUgUStUS 1935
4.538
4.402
40
3
)
64
606
175
1 Juli

1935
4.544
1
4.404
16
64
573
203
1 Juni

1935
4.541 4.387
115 64
510 253
1
Mei

1935
4.441
t
4.353
150 64
493 205

1
Augustus 1934
4.525
4.554
65 95
515
58
i) Sluitp. der activa.
2)
Sluitp. der passiva.
8)
Schuld aan de kolonie.

826

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September 1935

STATISTISCH OVERZICH1

GRANEN EN ZADEN
TUINBOUWARTIKELEN
VLEESCH

TARWE
80 K.O. La
R000E
GERST
64/65 K.G.
LIJNZAAD MAIS

DRUIVEN

TOMATEN
BLOEM-
KOOL

RUND-
VLEESCH
VARKENS-

Plata loco
74 K.G. Bahia
Blanca loco
La Plata

loco

La Plata
La Plata
loco
Black
Alicante
A

Ie soort
(versch)
VLEESCI-I
(versch)
Rotterdam( Amsterdam
R’damlA’dam
R’dam!A’dam

loco Rotter-
dam/A’dam
R’dam(A’dam
per K.G.

per 100 K.G.
P. lOO St.
Oem.v.3kw.
per 100 K.G.
per 100 K.G.
per 100 K.G.
per 2000 K.G.

per 2000 K.G.
per 19601(0.
Westland
Westland
Groote-

per 100 K.G.
Rotterdam
4)
broek

5)

Rotterdam

f1.
f1.
1
10
0.
(1.
ÎL
V
010
Oj
II
0.
I01
0

1925
17,20
100,0
13,075
100,0
231,50
100,0
236,00
100,0
462,50
100,0
1



1


1926
15,90
92,4
11,75
89,9
174,25
.75,3196,7583,4360,50
77,9
1-1

1927
14,75
85,8
12,47
5

95,4
176,00
76,0
237,00
100,4
362,50
78,4







1


1928 13,47
5

78,3
13,15
100,6
226,00
97,7 228,50
96,8 363,00
78,5 0,80
100,0
20, –
100,0
14,80 100,0
93,-
100,-
77,50
100,-
1929
12,25
71,2
10,87
6

83,2
204,00
88,1
179,75
76,2 419,25
90,6
0,64
80,0
16,-
80,0
17,23
116,4
96,40
103,7
93,12
6

120,2
1930
9.676
56,3 6,22
5

47,6
136,75
59,1
111,75
47,4 356,00
77,0 0,62 77,5
20,-
100,0 14,22
96,1
108,-
116,1
72,90
94,1
1931
5,55
32,3
4,55
34,8
84,50
36,5
107,25
45,4
187,00
40,4
0,49 61,3
14,50

—————–

72,5 7,54
50,9
88,-
94,6
48,-
61,9
1932
5,22′
30,4
4,62
5

35,4
77,25
33,4
100,75
42,7
137,00
29,6
0,41
51,3
11,50
57,5
9,92
67,0
61,-
65,6
37,50
48,4
1933
5,02
5

29,2 3,55
27,2 68,50
29,6
70,00
30,0
148,00
32,0
0,31
38,8
8,21 41,1
6,69
45,2
52,-
55,9
49,50
63,9
1934
3,67
5

21,4
3,32
6

25,4 70,75
30,6
75,75
32,1
142,50
30,8
0,27
33,8 5,53
27,7
8,26
55,8
61,50
66,1
46,65
60,2

Lan.

1934
4,75
27,6 3,10 23,7
65,25 28,2 58,00
24,6
144,25
31,2
62,50
67,2 53,75
69,4
rebr.,,
3,40
19,8
2,77
5

21,2
65,25 28,2
58,50
24,8
133,00
28,8
63,-
67,7
.

53,50
69,0
Maart

,,
3,25
18,9
2,72
5

20,8 70,75 30,6 58,75
24,9
132,00
28,5
61,75
66,4 50,50
65,2
April

,,
3,20
18,6
2,70
20,7
70,50 30,5 56,75
24,0
136,50
29,5
63,50
68,3
.

49,12
5

63,4
Mci

,,
3,32
5

19,2
2,876
21,9
62,00
26,8 63,00
26,7 154,50
33,4
-.

65,75
70,7
47,50
61,3
luni

,,
3,676
21,4
3,176 24,3 65,00
28,1
74,75
31,7
156,50
33,8
63,25
68,0 43,75
56,5
3uli
3.80
22,1
3,30
25,3 71,50 30,9 78,75
33,4
151,25
32,7
8,28

—————-

41,4
63,-
67,7 44,62
5

57,6
Aug.
4,37
25,4
4,275
32,7
83,25 36,0 93,50
39,6
159,25
34,4
0,35
43,8 5,89
29,5


63,95
68,8 43,30
55,9
Sept.

,,
4,-
23,3
4,15
317
77,25
33,4
93,25
39,5
145,50.
31,5
0,25
31,3
2,02
‘10,1
11,21
75,7
63,55
68,3 42,62
5

55,0
Oct.

.,
3,50
20,3
3,70
283
69,50 30,0 93,50
39,6
135,25
29,2
0,21
26,3
5,92
29,6 6,19 41,8
60,70 65,3 42,12
5

54,4
Nov.
3,50
20,3 3,45
26,4
71,25
30,8
89,25
37,8
127,75
27,6




7,37
49,8
53,75
57,8
44,50
57,4
Dec.

,,
3,45
20,1
3,55
27,2 76,25
32,9
91,00
38,6
134,00
29,0
– –

—-













—-















53,15
57,2
44,65
57,6

Jan.

1935
3,30
19,2
3,525 27,0
74,25
32,1
89,25
37,8
137,25
29,7

—-













—-










—-

53,626
57,7
45,62′
58,9
Febr.

,,
3,20
18,6
3,375

25,8 68,00 29,4 71,25
30.2
124,25
26.9
















51,90
55,8
47,55
61,4
Maart

,,
3,20
18,6
3,07
5

23,5
67,75
29,3
64,00
27,1
420,50
26.1
51,40
55,3
51,20
66,1
April

,
4,07
5

23,7
2,95
22,6
70,75
30,6 66,75
28,0
125,00
27,0
51,925
55,8
50,25

.
64,8
Mei
4,05 23,5 2,90
22,2
59,90
25,9
67,25
28,5
125,50
27,1
50,80
54,6
48,50
62,6
Juni

,,
4,02 23,4 2,90
22,2
57,50
24,8
75,00
31,8
124,25
26,9













48,-
51,6
46,12′
59,5
Juli

,,
3,92′
22,8 2,55
19,5
54,50
23,5
66,75
28,3
124,50
26,9


10,19




























50,9


48,-
51,6
47,375

61,1
Aug.
4,25
24,7
2,62
5

20,1
55,25 23,9 64,50
27,3
132,25
28,6
0,42
52,5
7,29


























36,5
– –
44,80
48,2
52,55
67,8
2 Sept.
4,35
25,3
2,80
21,4
55,00
23,8
61,00
25,8
135,50
29,3
0,31
38,8
3,15













15,8
6,90 46,6
44,_S

47,3
53,5(16
69,0
9

,,
4,70
27,3
2,80
21,4
54,00
23,3
61,00
25,8
136,00 29,4 0,27
33,8 6,40
32,0 6,13
41,4
44,_7

47,3
55,_7
71,0
16

,,
4,90
28,5 2,95
22,6
57,50 24,8 66,00
28,0
136,50
29,5
‘) Men zie voor de toelichting op dezen staat de nos. van 8, 15 Aug. 1928, 25 Febr. 1931 en 15 Febr. 1933.
2)
Tot Jan. 1931 Hard Winter No.2. van Jan. 1931 tol
16Dec. 1929 tot 26Mei1930 7415 K.G. Hongaarsche vanaf 26Mei1930 tot 23 Mei 1932 74 K.G. Zuid-Russische; van 23 Mei 1932 tot 2Oct. 1933 No. 2 Canada.
4)
Tol
Canada. Van 19Sept.’32 tot 24Juli’33 62163 K.0 Z.-Russ.
5)
De jaren 1928 en 1929 Broek op Langendijk. 6)6 Sept.
7
)13 Sept.
6)5
Sept.
9
)12 Sept.

Vervolg STATISTISCH OVERZICH1

MINERALEN

TEXTIELGOEDEREN
DIVERSEN

STEENKOLEN
Westfaalsche!
PETROLEUM
BENZINE KATOEN
WOL WOL
gekamde
KOE-
KALK-
Hollandsche
Mid. Contin.
Crude
Gulf exp.
.
u
Australische,
HUIDEN
SALPETER
Middling
locoprijzen


F. 0. F.
Sakella-

No. 1
bunkerkolen,
ongezeefd f.o.b.
tim

.
64/66°
$cts. per

,

Ae
lerInB

d

d
CrossbredColo- mal Carded,
Gaaf, open
kop
Old. per
100 K.G.
,R’damfA’dam
s.g.
per barre
gallon
New-York
rides
Jomra
Liverpool
oco
erib
or
P

.
Av. loco
57-61 pnd.
netto
.
per 1000 K.G.
per Ib.
Liverpool
Bradford per Ib.

f1.
%
$
oj
o

$ct2.
eb
$ cts.
%
pence
O/
pence
o/s
pence
O/
pence
ofo
f1.
O/
f1.
0
10
1925
10,80
100,0
1.68
100,0
14,86
100,-
23,25
100,0
29,27
100,-
9,35 100,-
55,00
100,0
29,50
100,0
34,70
100,0
12,-
100,0
1926
17,90.
165,7
1.89
112,5
13,65
91,9
17,55

,
.75,5
16,24
55,5
630
67,4
47,25
85,9 24,75
83,9
28,46 82,0
11,61
96,8
1927
11,25
104,2
1.30
77,4
14,86
100,-
17,50
75,3
16,78
57,3
7,27
77,8
48,50
88,2 26,50
89,8
40,43
116,5 11,48
95,7
1928 10,10
93,5
1.20
71,4
9,98
67,2
20,00
86,0
19,21
65,6
7,51
80,4
5150
93,6 30,50
103,4
47,58
137,1
11,48
95,7
1929 11,40 105,6
1.23
73,2
10,-
67,3
19,15
82,4
1705
58,2
6,59
70,5
39,-
70,9 25,25
85,6
32,25 92,9
10,60
88,3
1930
11,35
105,1
1.12
66,7 8,77
59,0
13,55
58,3
12,-
41,0
3,92
41,9
26,75 48,6
16,25
55,1
25,36
73,1
9,84 82,0
1931
10,05
93,6
0.58
34,5
5,04 33,9 8,60
37,0
7,33 25,0
3,08
33,0
21,50
39,1
12,00
40,7
18,65
53,7
8,61
71,8
1932
8,00
74,1 0.81
48,2
4,50
30,3 6,45
27,7
5,21
17,8 3,11
33,3
16,00
29,1
8,50
28,8
11,15
32,1
6,15 51,3
1933
7,00 64,8
0.45
26,8
3,61
24,3 6,75 29,0 5,13
17,5
2,78 29,7
19,25
35,0
9,50
32,2
13,26
38,2 6,18
51,5
1934
6,20
57,4
0.63
37,5 2,88
19,4
7,35
31,6 5,32
18,2
2,68
28,7
19,25
35,0
10,25
34,7
12,07
34,8
6,11
50,9

Jan.

1933
7,05
65,3
0.53
31,5
4,16 28,0
6,15
26,5
5,13
17,5
2,95
31,6
65,75
28,6
8,25
28,0
11,50
33,1
6,30
52,6
Febr.,,
7,20
66,7
0.38
22,6 3,97 26,7
6,10
26,2 4,98
17,0
2,78 29,7
65,50
28,2
8,25
28,0
10,38
29,9
6,40
533
Maart

,,
7,25
67,1
038
22,6
3,87′
26,1
6,40

.
27,5
4,97
17,0
2,77
29,6
15,25
27,7 7,75 26,3
10,75
31,0
6,40 53,3
April

,,
7,25
67,1
0.37 22,0 3,67
24,7
6,65
28,6
5,18
17,7
2,68
28,7
15,75
28,6
7,75
26,3
11,25
32,4
6,40
53,3
Mei
7,15
66,2
0.23
5

14,0
2,95
19,9
7,30
31,4
5,60
19,1
3,07
32,8
17,00
30,9
8,25
28,0
12,25
35,3 6,40
53.3
Juni
7,15
66,2
0.25
5

15,2
3,02
20,3
7,85
33,8 5,85
20,0
3,25
34,8
68,50
33,6
9,00
30,5
15,75
45,4
6,40
53,3
)uli
7,05
65,3
0.41
24,4 3,33 22,4
7,60
32,7
5,76
19,7
3,20
‘34,2
20,75
37,7
9,75
33,1
16,-
46,1
6,40
53,3
Aug.
6,95
64,4
0.37 22,0
,3,37
22,7
6,90
29,7
5,39
18,4 2,91 31,1
20,75
37,7
9,75
33,1
14,75
42,5
5,80
48,3
Sept.
6,85
63,4
0.52
31,0
3,50
23,6
6,60
28,4
4,70
16,1
2,54
27,2
21,50
39,1
10,50
35,6
15,13
44,1
5,85
48,8
Oct.
6,60
61,1
0.66
39,3
4,04
27,2
6,40
27,5 4,55
15,5
2,48 26,5
20,75
37,7
60,75
36,4
14,50
41,8
5,90 49,2
Nov.
6,75
62,5
0.66
39,3
3,72
25,0
6,25
26,9
4,63
65,8
2,39
25,6
23,75 43,2
12,00
40,7
13,38
38,6
5,95 49,6
Dec.

,
6,95
64,4
0.67
39,9
3,75
25,2
6,50
28,0
4,89
66,7
2,38 25,5
25,00 45,5
13,25
44,9
13,50
38,9
6,-
50,0

Jan.

1934
6,65′
61,6
0.66
39,3
3,74 25,2
7,10
30,5
5,47
18,7
2,59 27,7
27,00
49,1
14,75
50,0
63,-
37,5
6,15
51,3
Febr.

,,
6,30
58,3
0.64
38,1
3,25
21,9
7,50
32,3
5,64
19,3
2,68 28,7
,
23,75
43,2
12,75
43,2
13,-
37,5
6,20
51,7
Maart

,
6,25
57,9
0.63
37,5
3,05
20,5
7,40
31,8
5,50
18,8
2,76
29,5
23,25
42,3
11.75
39,8
12,50
36,0 6,25
52,1
April,,
6,30
58,3
0.62
36,9
2,79
5

18,8
6,95
29,9
5,37
18,3
2,50 26,7
23,00
41,8
11,50
39,0
12,-
34,6 6,30
52,6
‘,,
Mei
6,25
57,9
0.62
36,9
2,88
19,4
6,80
29,2
5,20
17,8
2,48 26,5
21,00
382
10,50
35,6
61,88
34,2 6,30
52,6
Juni

,,
615
56,9
0.62
36,9
2,83
19,0
7,15
30,8
5,23
17,9
2,77
29,6
19,00
34,5
9,50
32,2
11,50
33,1
6,30 52,6
Juli
6,15′
56,9 0.62
36,9
2,68
18,0
7,55
32,5
5,22
17,8
2,83
30,3
17,00
30,9
9,00
30,5
11,50 33,1
‘6,30
52,6
Aug.
6,15
56,9
0.62
36,9
2,68
18,0
7,85
34,0
5,32
18.2
2,85
30,5
16,00
29,1
8,50
28,8
11,75
33,9 5,80 48,3
Sept.

,,
6,00
55,6 0.62 36,9
2,74
18,4
7,70
33,1
5,06
17,3
2,76
29,0
15,00
27,3
8,50
28,8
12,-
34,6 5,85 48,8
Oct.
6,00
55,6
0.62
36,9
2,60
17,5
7,40
31,8
4,93
16,8
2,57 27,5
15,00
27,3
8,50
28,8
12,50
36,0
5,90
49,2
Nov.
6,10 56,5
0.62
36,9 2,53
67,0
7,40
31,8
5,42
18,5
2,67 28,6
15,00
27,3
8,75
29,7
12,-
34,6 5,95
49,6
Dec.
6,05
56,0
0.62 36,9 2,76
18,6
7,50
32,3 5,43
18,5
2,77
29,6
14,50
26,4
.

8,50
28,8
11,25
32,4
6,05
50,4

Jan.

1935
6,05
56,0 0.625
37,2
2,97
5

20,0 7,55 32,5
5,38
18,4
2,99 32,0
14,75
26,8
8,25
28,0
10,75
31,0
6,15
51,3
Febr.

,,
6,05
56,0
0.625
37,2
2,75
18,5
7,50
32,3
5,24
17,9
3,-
32,6
14,00
25,5
7,75 26,3
60,50
30,3
6.20
51,7
Maart

,,
5,90
54,6 0.62
36,9
2,74
18,4
6,80
29,2 4,85
16,6
2,79 29,8
13,75
25,0.
7,50
25,4
10,25
29,5
6,25
52,1
April

,,
6,00
55,6
0.63 37,5
2,99
20,1
7,05 30,3 4,89
16,7
2,89
30,9
14,75
26,8
8,00
27,1
10,75
31,0
6,30
52,6
‘Mei
6,05
56.0
0.62 36,9
2,97
5

20,0
7,30 31,4
4,96
16,9
3,07
32,8
16,00
29,1

8,50 28,8
11,75
33,9
6,30
52,6
Juni

,,
6,05
56,0
0.62
36,9 3,15
21,2
7,-
30,1
4,82
16,5
2,98
31,9
16,75
30,5
8,50
28,8
12,-
34,6
6,30
52,6
Juli

,
6,05
56,0
0.62 36,9
3,11
5

26,0
7,25
31,2 4,82
16,5
3,08
32,9
18.25
33.2
9,00
30,5
11,75
33,9
5,40 45,0
Aug.
6,15
56,9
0.62 36,9
3,08
20,7
6,80 29,2
4,91
16,8
2,83 30,3
18,25
33,2
9,25
‘31,4
12,-
34,6
5,40
45,0
2 Sept.
6,15
56,9 0.62
2
)
36.9 2,95
3

19,9
6,302)
27,1
4,90
5

16,7
2,52
5

27,0
68,25
7
)
33,2 9,007) 30.5
.
5,50 45,8
9

,,

,
6,10
56,5
0.62 36,9
2,85
4

19,2
6,35
27,3 4,89
6

16,7
2,626
1

28,0
18,50
6
)
1

33,6
8,75
9
)
29
1
7
.
5,50
45,8
16


6,15
56,9
0.63
37,5
6,40
27,5
5,50 45.8
S/Jaar- en maandgem. afger.
op1/8
pence.
2)3
Sept.
3)
7
Sept.
4
)14
Sept.
5)
4 Sept.
6)11
Sept.
7)
5 Sept
.
6)12
Sept. )10 Sept.

.

.

18 September 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

827

GROOTHANDELSPRIJZEN’)

ZUIVEL EN EIEREN
METALEN

BOTER
BOTF
KAAS
Edammer
EIEREN KOPER
LOOD
TIN
IJZER
Cleveland
GIETERIJ-
ZINK
GOUD
ZILVER
per
Leeuw-
Crisis
Alkmaar
Fabrieks-
Gem. not.
Eiermijn
Standaard
Locoprijzen
Locoprijzen
Londen
Locoprijzen
Londen per
Foundry
No. 3 f.o.b.

IJZER
(Lux III) p.
Locoprijzen
Londen
cash
Londen
cash
Londen per
derCornm.
Noteering
Zuivel-
Centr.

kaas
kI. m/merk
Roermond
p. 100 St.
Londen
per Eng. ton
per Eng. ton
Eng. ton
Middlesb.
Eng. t. f.o.b.
Antwerpen
per
Eng. ton
per ounce
fine
Standard
Ounce
per50K.G.
per Eng.ton

1E
11.
5/
i

sh.
Ol
o
£
sh.
0
10
pence
Ol
o

1925
2,31
100,0

56,-
100,0
9,18
100,0
62.116
100,0
36.816 100,0
261.171-
1
100
,
0

731-
100,0
671-
100,-
36.316
100,-
85,6
100,-
32
1
/8
100,0 1926
1,98
85,7

43,15
77,1
8,15
88,8
58.11-
93,5
31.116
85,3
290.1716
111,1
8616
118,5
6818
102,5
34.2/6 94,3
851-
99,5
28
11
/,
89,3
1927
2,03
87,9

43,30 77,3
7,96
86/7 55.141-
89,7
24.41-
66,4
290.41-
1110,8
73/-
100,0
6416
96,3
28.101- 78,8
851-
99,5
261
83,3
1928
2,11
91,3

48,05 85,8 7,99
87,0
63.161-
102,8
21.11-
57,8
227.51-
86,8
661-
90,4
6218
93,5
25.5/6
69,9
85/-
99,5
26
1
116
81,1
1929
2,05
88,7

45,40
81,1
8,11
88,3
75.14/.
121,9
23.51-
63,8
203.1516
77,8
7016
96,6
6819
102,6
24.1716
68,8
851-
99.5
24
7
114
76,2
1930
1,66
71,9

38,45 68,7
6,72
73,2 54.131-
88,0 18.1/6
49,6
142.51-
54,3
67

91,8
59/ 6
88,8
16.17/-
46,6
85/-
9 5
17
13
1
55,4
1931
1,34
58,0

31,30
56,9 5,35
58,3
36.51-
58,4
12.11-
33,1
110.1/-
42,0
551-
75,3
4716
70,9 11.10(6
31,9
9216
108,2
13(8
41,6
1932
0,94 40,7

22,70 40,5 4,14
45,1
22.171-
36,8
8.121-
23,6
97.21-
37,1
421-
57,5 371-
55,2
9.16e-
27,1
1181-
138,0
12
7
(
40,1
1933 0,61
26,4
0,96
20,20
36,1 3,71
40,4
22.216
35.6
7.1716
21,6
131.181-
50,4
411-
56,2
351-
52,2
10.12/6
29,4
12417
3
14
145,8
12
3
/s
385
1934
0,45
19,5
1,-
18,70
33,4
3,45
37,6
18.1416
30,2
6.1516
18,6 141.1916
54,2
401-
54,8
33:7

50,1
8.91-
23,4
137173/
4

161,0
13
1
/1e
40,7

Jan.’34
0,50
21,6
t,-
20,40
36,4
5,05
55,0
21.71-
34,4
7.71-
20,2 148.31- 56,8
3916 54,1
361-
53,
9.121-
26,5
12916
151,5
12
3
14
39,7
Feb.,
0,47
20,3
1,-
21,55 38,5 3,68
40,1
20.916
33,0
7.41-
19,8
140.131- 53,7
3916 54,1
3615
54,4
9.-16
24,9
137/1
160,3
12
1
2
38,9
Mrt.,,
0,44
19,0
1,
19,90
35,5
2,71
29,5
20.31-
32,5
7.316 19,7 144.1516
55,3
4016
55,5
3513
52,6
9.21-
25,2
13618
159,8
12
5
18
39,3

V
r.,,
0,42
18,2
1,-
17,20
30,7
2,72
29,6
20.1416
33,4
7.4/6
19,8
150.1016
57,5
4116
56,8
34/2
51,0
9.716
25,9
135114
158,0
1271
:
6
38,7
ei,,
0,41
17,7
1,-
16,05
28,7 2,54
27,7
20.41-
32,5
6.1616
18,7
144.1916
55,4
4016
55,5
3219
48,9
9.2/-
25,2
13613
159,4
12
1
/18
37,5
0,41
17,7
I,-
19,40
34,6
2,74k
29,9
19.18(6
32,1
6.14!-
18,4
140.1/-
53,5
40/6
55,5
31/9 47,4
8.16/-
24,3
137(84
161,1
121
4
38,1

J

Juni,,

uIi
,
0,40
17,3
1,-
21,50
38,4
2,81
30,6
18.111- 29,9
6.1416
18,5
142.91-
54,0 ‘4016 55,5
3214
48,2
8.61-
22,9
137111
161,4
1231
39,7
ug.,
0,43
18.6
1,-
20,90
37,3 3,32
6

36,2
17.61-
27,9
6.14/-
18,4
139.716
53,2
401-
54,8
3216
48,5
8.716
23,2
13816
162,0
13
40,5
Sept.,
0,43
18,6
1,-
18,12
5

32,4
3,31 36,1
16.101- 26,6 6.516
17,2
137.171-
52,6
39/6
54,1
3216
48,5
7.171-
21,7
1411-
164,9
13’/
40,9
Oct.,
0,43
18,6
1,-
17,375
31,0 3,95 43,0
16.31-
26,0
6.61-
17,3
137.1916
52,7
396
54,1 3216
48,5
7.71-
20,3
141110
165,9
14
43,6
Nov.,
0,47 20,3
t,-
17,-
30,4 4,52
5

49,3
16.1116
26,7
6.81-
17,6
139.8/-
53,2
40!-
54,8
32/6
48,5
7.76
20,4
139164
163,2
14
7
(
46,3
Dec.,
0,54
23,4 0,95
15,12
5

27,0 4,07 44,3
16.161-
27,1
6.61-
17,3
137.816
52,5
3916 54,1
34/1
50,9
7.416
20,0
140,64
164,4
14
11
(
45,7

Jan.’35
0,58
25,1
0,90
14,95
26,7
3,12
1

34,0
16.191-
27,3
6.51-
17,2
138.111-
52,9
3916
54,1 3416
51,5
7.6/6
20,4
141/10
165,9
1401
4
45,9
Feb.
,
0,52 22,5
0,95
14,370
25,7 3,20
34,9
16.4/-
26,1
6.4e-
17,0
136.81-
52,1
3916
54,1
3416
51,5
7.316
19,8
14218
166,9
14
1
/i
46,1
Mrt.
,
0,37
16,0
1,025
13,30
23,8 2,74
29,8
16.81- 26,4 6.716
17,5
124.516
47,5
381-
52,1
3319
50,4
7.-!-
19,4
1475
172,4
151/
4

49,0
Apr.,
0,37
16,0
1,08
11,50
20,5
2,31
6

25,2 18.81- 29,6
7.516
20,0
131.-/6
50,0
3816
‘2,7
3316
50,0
7.111-
20,9
14415
168,9
0hii
56,6
Mei
,
0,34
14,7
1,10
11,85
21,2
2,38
5

26,0
20.-!-
32,2
8.616
22,9
135.516
51,7
391-
53,4
3316
50,0
8.1516
24,3
142134
166,4
20
62,3
Juni
,
0,45 17,7
1,07
1

11,95
21,3 2,416 26,3
18.161-
30,3
8.1116
23,5
136.5/6 52,0
3916 54,1 3316
50,0
8.11!-
23,6 141/6
165,5
l95(
61,1
Juli

,
0,44
19.0
1,-
12,37
5

22,1
2,54
27,7
18.101- 29,8
8.131-
23,7
140.1116
53,7
3916 54,1
3316
50,0
8.101.
23,5
140/10
164,7
18/1
57,0
Aug.,,
0
19,91

I,-
‘15,10
27,0
3,31
5

36,1
19.15/-
31,8
1

9.11/-
26,2
135.12(6
5I,8
40/-
54,8
/
33/6
/

50,0
8.18/6
24
,
7

140/4
164,1
17(
55,6
2 Sep.,
0,53
0
)
22,91

I,-
15,50
6
)
27,7
2,65 28,9
20.2/6
32,4
9.4/-
25,3
134.7/-
51,3
401-
54,8
33/6
/

50,0
9.10/-
126,3
140/3
164,0
l7″/
55,1
9

,
0,63j
27,31

1,-
3,60
39,2
20.3!-
32,5
1

9.8/6
25,9
131.14/-
50,3
39/6
54,1
1 3316
50,0
9.41-
125,4 14112
25,4114015
165,1
171/
54,5
16
0,95 3,05
33,2
20.1216
33,2
1
9.141- 26,6
135.3/-
51,61
3916
54,1
/
33/6
1

50,01
9.41-
164,2
17
5
18
54,9
o sept.
l9J
19 K.IJ.
La Flata; van b Sept. 1932 tot 5 Febr. 1934 Manitoba No.2
3)
Tot Jan. 1928 Western; vanaf Jan. 1928 tot 16 Dec. 1929 Anierican No. 2, van
an. 1928 Malting; van Jan. 1928 tot 9 Febr. 1931 Anierican No. 2, van 9 Febr. 1931 tot 23 Mei 1932 6415 K.G. Zuid-Russische. Van 23 Mei-19 Sept. 1932 No. 3

AN
GROOTHANDELSPRIJZEN.

BOUWMATERIALEN
KOLONIALE PRODUCTEN
.
VURENHOI.JT
S T E E N E N
CACAO
COPRA
.
KOFFIE
SUIKER
THEE
INDEXCIJPER

Zwedeo(‘

binnenmuur

buitenmuur
G.F.Accra
Ned.-Ind.
LO’cOprjZen
ndaad
Ribbed Smoked
___________

Finland

d
persanaar
per

per
so
K.G. cii.
per 100 K.G.
Rotterdam’
Iocit

n

R’damjA’dam
Java- en Suma-
0r0
Kolo-
nlale
per 1000 stuks per 1000 stuks
Nederland Amsterdam
per
1
1

K.G.
per
o
.
e

per lOO K.G.
tratheep.’/2K.G.
8toffen
den

f
0/
f
0
1
f
01
sh.
%
f
01
cts.
Oj
5h.
%
fl.
01
cts.
Ol
o

1925
159,75
lOO
15,50
100,-
19,-
100,-
4216
100,-
35,87
5

100,0
61,375
100,0
2111,625
100,0
18,75
100,0
84,5
100,0
100.0
100.0
1926
153,50
96,1
15,75
101,6 19,50 102,6
491- 115,3
34,-
94,8
55,375
90,2
21-
67,4
17,50
93,3
94,25
111,5
96.0
102.6
1927
160,50
100,5
14,50
93,5

18,50
97,4
681-
160,0
32,62
5

90,9
46,875
76,4
116,375
51,6
19,125
102,0
82,75
97,9
81.5
109.1 1928
151,50
94,8
12,-
77,4
18,50
97,4
5713
134,9
31,87
5

88,9
49,625
80,9
-.10,75
30,2
15,85
84,5 75,25
89,1
84.6
91.4
1929
146,00
91,4
14,-
90,3 21,25
111,8 45110
107,9
27,37
1

76,3
50,75
82,7
-/10,25
28,8
13,-
69,3
69,25
82,0
81.9
85.5
1930
141,50
88,6
12,50
80,6 20,75
109,2
34111
82,2
22,62
5

63,1
32
52,1

5,875
16,5
9,60
51,2
60,75
71,8
66.0
64.3
1931
110,75
69,3
10,25
66,1
20,25
106,6
2215
52,8
15,375
42,9
25
40,7
-13
8,4
8,-
42,7
42,50
50,3
46.8
46.6
1932
69,00 43,2
9,25
59,7
15,-
78,9 19/6
45,9
13,-
36,2
24
39,1
-11,75
4,9
6,32
5

33,7
28,25 33,4
36.1
38.0
1933
73,50
46,0
10,-
64,5
12,75
67,1
1514
36,0
9,30
25,9
21,10 34,2
-12,25
6,3
5,52
6

29,5 32,75
38,7
35.2
34.7
1934
76,50 47,9
8,50
54,8
10,50
55,3
1316
31,8
6,90
19,2
16,80
27,4 -13,875
10,9
4,07
5

21,7
40
47,3
34.4
32.1

Jan.

’33
70,00
43,8 9,25
59,7
13,50
71,1
1616
38,8
11,50
32,1
24
39,1
-11625
4,6
5,37
5

28,7
25 29,6
83.2
34.1
Febr.
,
70,00 43,8
9,25
59,7
13,-
68,4
1519
37,1
10,62
5

29,6
23,75
38,7
-11,5
4,2 5,60 29,9
26,75
31,7
32.1
34.4
Mrt.

,
70,00 43,8
9,50
61,3
12,25
64,5
1613
38,2
10,315
28,9
23,50
38,3
-/1,5
4,2
6,-
32,0
26,25
31,1
1

32.4
34.9
Apr.

,
70,00 43,8 9,75

62,6
12,75
67,1
15/5
36,3
9,50
26,5
23,50
38,3
-11,625
4,6
6,07
5

32,4
27,50
32,5
1

82.8
34.9
Mei

,
70,00 43,8
9,50
61,3
12,50
65,8
1616
38,8
9,50
26,5
23
37,5
-12
5,6
1,,6,02
5

32,1
26,50
31,4
1

34.2 35.0
Juni

,
72,50
45,4
10,-
64,5
13,-
68,4
1811
42,6
10,-
27,9
22,50
36,6,
-12,375
6,7
‘6,35
33,9
31
36,7
37.2
37.5
Juli
75,00 46,9
10,25
66,1
13,-
68,4
1718
41,6
9,476

26,4
22,50
36,6 -12,625
7,4
5,92
5

31,6
33,50
39,6
38.2
37.4
Aug.
,
75,00 46,9
10,50
67,7
13.-
68,4 16/5
38,6
8,75 24,4
20,75
33,8
-12,625

.
7,4 5,275
28,1
35,25 41,7
36.5
35.6
Sept.
,
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8
14/5
33,9 8,25 23,0
19,75
32,2
-12,5 7.0 5,375
28,7
36,75 43,5
38.7
34.6
Oct.
80,00
50,1
10.50
67,7
12,50
65,8
1217
29,6 7,62
5

21,3
17,75
28,8
-/2,625
7,4 4,90
26,1
42,25
50,0 38.5
33.4
Nov.

,,
75,00
46,9
10,-
64,5
12,50
65,8
1216
29,4
8,-
22,3
16,25
26,5
–/2,75
7,7
4,65
24,8
40,50
47,9 86.4 32.7
Dec.
,
75,00
46,9
10,75
69,4
12,50
65,8
11/5 26.9
7,976

22,2
16
26,1
-12,875
8,1
4,75 25,3
41
48,5
31.1
31.3

Jan.’34
75,00
46,9
10,75
69,4
12,75
67,1
12110
30,2
7,45 20,8
16,50
26,9
-/2,875
8,1
4,95
26,4
45,50
53,8
30.9
33.8
Feb.,
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8
1415
33,9
7,25
20,2
17,25
28,1
-/3
8,4 4,975 26,5 46,75 55,3
35.0 35.9
Mrt.,
80,00
50,1
9,75
62,6
12.-
63,2
1411
33,1
7,-
19,5
17,75
28,9
-13,25
9,1
4,525
24,1
45,50
53,8
35.7 35.2
Apr.,
80,00
50,1
9,75
62,6
12,-
63,2
1414
33,7
6,55
18,3
17,75
28,9
:13,625
10,2
4,25
22,7
44,25
52,4
35.6 34.5
Mei
,
80,00
50,1
9,25
59,7
11,25
59,2
1512
35/7
6,72
5

18,7
17
27,7
-14
11,2
4,15
22,1
42,75
50,6
35.1
34.3
Juni,
77,50
48,5
8,-
51,6
10,-
52,6
1514
36,1
7,-
19,5
17
27,7
-14
11,2
4,20 22,4
41,-
48,5
34.5
33.8
Juli,,
77,50
48,5 7,50
48,4
10,-
52,6
13/11
32,7
6,92
6

19,3
16,75
27,3

1
4,375
12,3
3,976 21,2 40,50 47,9
34.1
32.2
Aug.,
75,50
47,3 7,25 46,8
9,50
50,0
12/10
30,2
6,87
5

19,2
16,50
26,9 -14,5
12,6
3,975
21,2
39,75
47,0
33.9
31.4
Sept..
73,50
46,0
7,-
45,2
8,75
46,1
1215
29,2 6,65
18,5
16,50
26,9
-14,5
12,6
3,726
19,9
33,50
39,6
33.1
‘28.5
Oct.,
7300
45,7
7,-
45,2
8,75
46,1
1117
27,3
6,70
18,7
16,50
26,9
-/4,125
11,6
3,525
18,8
32,75
38,8
32.7
27.8
Nov..
73,00
45,7
7,-
45,2 8,75
46,1
1213
28,8
6,62
6

18.5
16
26,1
-13,875
10,9
3,15
16,8
33
39,1
32.7
21.6
Dec.,
73,00
45,7
7,-
45,2
8,75
46,1
1218
29,8
7,175
20,0
16
26,1
-/3,875
10,9
3,375
18,0
34,50
.40,8
32.7
28.6

Jan.’35
66,00
41,3 7,25 46,8 8,50
44,7
14/1 33,1
8,775
24.5
16
26,1
-13,875
10,9
3,50
18,7
33,75
39,9
32.9
29.5
Feb.
,
66,00
41,3 6,75 43,5 8,25 43,4
1412
33,3
9,375

26,1
15,625
25,5

1
3,75
10,5
3,45
18,4
32
37,9 32.4
28.9
Mrt.
,,
59,00
36,9
7,-
45,2
8,25
43,4
13
1
3
31,2
8,57
5

23,9
14,625
23,8
-13,25
9,1
3,55
18,9
29
34,3 30.9
27.4
Apr.,
60,00 31,6
7,-
45,2 8,25 43,4
1316
31,8 9,15
25,6.
14,50
23,6
-13,375 9,5 4,15
22,I
31,25
37,0
32.1
28.5
Mei
,
57,50
36,0
7,-
45,2 8,25 43,4
13/4
31,4 9,50
26,5
14,125
23,0
-13,5 9,8 4,20 22,4
32,75 38,8
33.3
28.6
Juni
,
57,50
36,0 7,25 46,8

47,4
13/3
31,2 9,07b
25,3
13,875
22,6
-/3,625
10,2
3,87
5

20,7
30,25
35,8
33.2
27.8
Juli

5
7,50 36,0
7,25
46$
8,75
46,1
1312
31,0

22,3
13,50
22,0
-/3,5
9,8
3,575

19,1
30,75
36,4
33.4
27.1
Aug.,
58,25
36,5
7,-
45,2
9,25
48,7
1311
30,8
8,07
5

22,5
13,50
22,0
-/3,5
9,8
3,525
18,8
32,50
38,5
33.7
27.4
2 Sep.,,
58,50
36,6
1313
2

31,2 8,25 23,0
13,50
22,0
-/3,375
9,5 3,625
19,3
33,757)
39,9
33.8
27.7
9

,

,
58,50
36,6
1312°
31,0
8.25
23,0
13,50
22,0
-/3,3125
9,3 3,625
19,3
33.6
28.1
16

,

,,
58.50
36,6
1

8.50
23,7
13,50
22,0
-/3,187S
8,9
3,375

18,0
34.0
21.7
N.B. Alle Pondennoteeringen vanaf 21 Sept.’31 zijn op goudbasis omgerekend; de Doliarnoteeringen vanaf 20April’33 zijn In verhoudIng van de depreciatie
van den Dollar t.o.v. den Gulden verlaagd.

828

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 September 1935

NEDERLANDSCHE BANK.
Verkorte Balans op 16 September 1935.

Activa.
Binnenl. Wis- (llfdbk.
f
49.506.451,95
sels,Prom., .Bijbnk.

4.311.082,02
enz.in
disc.Ag.sch.

3.720.364,98
f

5753789895
Papier o. h. Buiten!. in disconto ……

Idem eigen portef.
f’
1.074.500,–
Af: Verkocht maar voor
de bk.nog niet afge!.
,

1.
074
.
500
,

Beleeningen

afdb
45.533,5i’)
mci. vrsch.
1
in rek.-crt. Bijbnk.
,,
10.383.487,81

op onderp. Ag.sch.
,,
40.096.663,16

(170.725.684,48

Op Effecten ……
f
164.495.218,51
1)
Op Goederen en Spec.
,,
6.230.465,97 170.725.684,481)
‘oorschot,tpn a,1,.
Tliik

1unt, Goud ……
(
127.596.205,-
4untmat., Goud
..

435.344.392,17

f

562.940.597,17
1unt,

Zilver, enz.

21.837.921,86
iIuntmat.

Zilver..


,,
ileleggiug van kapitaal, reserves en pen.
584.778.519,03
1)

sioenfonds

……………………
,,
39.583.358,95
Gebouwen en Meub. der Bank ……..
,,
4.600.000,
Divere

rekeningen ………………
,,
5.167.022,64
Staat d Nederi. (Wetv.27/5’32, S.No.221)
,,
15.486.148,55

f
878.953.132,60

Passiva.
Ks1,itaa! ………………… . ……

f
20.000.000,-
Reurvefonds ……………………
,,
4.040.884,01
Bijzondere

reserve

………………
,,
5.675.000,-
Pensioenfonds

………………….

9.956.761,37
Bankbiljetten

in

omloop.. ………….

.
,
792′.726.580,_
Raukassignatiëii

in

oiiildop

.. ……..

.
,
878.162,99
llek.-Cour.
5
liet !hjk
f

3.653.399,40
sal,lo’s:

5
Anderen

,,
33.96S295,-
42.621.694,40
l)ivere

rekeningen

………………
,,
3.045.049,83

f

878.953.132,60

Beschikbaar metaalsaldo …………
f

251.257.856,74
Itiuder bedrag aan bankbiljetten
in nu,-

loop dan waartoe
de
Bank
gerechtigd
is

628.144.640,’-
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank
ondergebracht ……………….. ..10.000.000,-
1)
Waarvan aan Nederlandsch-lndië
(Wel
van 15 Maart 1933,
Staatsbiad No. 99) ……..
f
71.153.775,-
1)
Waarvan
in
het buitenland
. ……………………..
40.755.215,78

Voornaamste posten
in duizenden
guldens.

Goud
1
Andere
1
Beschikt,.
1
Dek-
Data
-ICirculatielopeischb.I
Metaal-
Ikings
Munt
1
Muntmat.l
1
schuldenl saldo
1
perc.

16 Sept.
‘3511275961
435.344
792.727!
43.500
1
251.258
70
9

,,

‘351127596I
472.112
803.6471
36.250
1
286.408
74

25Juli’14j
65.703j
96.410
310.437! 6.198

43.521
54

Totaal
1
Schatkist-

Belee-
Papier

Diverse
Data
Lsconto’

bedjag
slrechtstreeksl
1
proniessen
1
nin
g
en

het
b
°
Jtenl.
reke-
ningen
1
)

16 Sept. 1935!
57.538
10.000 170.726
1.074
5.167
9

1935
47.120
1

10.000
1143.605
356
3.250

25 Juli

19141

67.947

61.686 20.188
509
,
unuer uc
acilva.
JAVASCHE BANK.

Data
Goud
Zilver
Circulatie
1

opeischb.
schulden
1

metaal-
saldo

14Sep.
‘352)
107.960 167.870
22.210
31.928
7

»

1352)
108.860 169.260
21.340
32.620

17Aug.1935
88.516
1

22.621 167.743
23.018
34.833
10

,,

1935
88.516
1

23.378
170.711
20.012
35.605

25 Juli 1914
22.057 31.907 110.172
12.634
4.842

Data

1
buiten
1

Dis-
1
Belee-
1
Diverse
1

reke-
1
N.-Ind.
1
conto’s
1
ningen
1
ningen’)
1
PflFi
1
betaalt,.
1

1

1

tac’e

14Sep.
‘352)
2.180
81.000
7

1352)
2.040
80.520

17Aug.1935
1.966
11.491
56.989
10

,,

1935
1.314
11.807 56.591

25 Juli1914
6.395
7.259
75.541
1
1 Sluitpost activa.
1)
Cijfers
telegrafisch
o

BANK VAN ENGELAND.

Bankbilf.
1
Bankbilj.
1,

OtherSecurities
Data
Metaal
in
__
‘in Bankingl
Disc.and Securities
circulatie
1
Departin.
Advances

11 Sept. 1935
1194.227
400-256

1

53.146
1
12.419

1

12.232
4

,,

1935
1194.115
401.622

1

51.733

1
14.081

1

12.841

22 Juli

1914
!

40.164 29.317

!
33.633


OtherDeposits
1
Dek-
Data
1

Go,’.
Sec.
Public
Depos.
Bankers

Other
Reservel
kings-
Accounts
1
perc.
1
)

11 Set.’35
84.550
!

16.036
1

91.036

1

37.843
53.971 37,2
4

,,

35
83.415
!

5.860
100.063

38.646 52.493
36,3

22 Juli ’14
11.005
j

14.736

j

42.185
29.297
52
f
ve, iuuuuiig t,isscneii rçeserve
en
Lep0sI1s.
BANK VAN FRANKRIJK.

1
Te goed
1

Wis-

!
Waar,’.
Belee-
Data
Goud
Zilver1
inhe

1
buiten
t
!.!
sels

op het
buitenl.
nin
g
en
jv.
vohot
d.Staat

6Sep.’35
72.057
710
8
1
8.099j
1.229
4.799
1
3.200
30Aug.’35
71.742
1
722
7

1
8.804i
1.229
4.858
!
3.200

23 Juli’14
4.104
640

1.541
8
769

Bons v. d.
Diver-
1
Rekg.Courant
Data
zelfst.
sep’) Circulatie
1
Zelfst.
1

Part
amort. k.
1
i
a,nort.k.l
StaatI

culieren

6Sep. ’35
5.800 2.5521
81.994
1

1161
3.004
10.487
30Aug.’35
5.800
2.581
1

82.240
1

128
1

3.116
l
10.666

23 Juli’14

j

5.912
401
j

‘-
943

9
‘Iu:tpost acuva.
DUITSCHE RIJKSBANK.
Daarvan 1
Deviezen
1

Andere

Data
Goud
bij bui-

!
als goud-
1
wissels Belee-
,
tent. circ.
1
dekking

i
en
ningen
banken
1
)
geldende
cheques

7 Sept. 1935

94,8 29,6
5,3
3.746,1
38,4
31 Aug. 1935
94,8 29,6
5,3
3.999,8
54,1

30 Juli

1914
1.356,9
– –
750,9 50,2

Data Effec-
Diverse
Circu-
Rekg.-
Diverse
ten
Activa’) lafie
Crf.
Passiva

7 Sept. 1935
340,8
684,0
3.881,4
695,6
240,6
31 Aug. 1935
340,4 664,3
4.031,8
742,6 238,6

30 Juli

1014
330,8
200,4
1.890,0
944,-
40,0
‘)unoelast.
9
WO.
içentenoa,iiçsciie,,,e 9 Oep.,

evp.
Z..,
NATIONALE BANK VAN BELGIE (in Belga’s).

Data

Goud

.,..

.
Q.
o

Rekg. Crt.

1935
…O
…,

.
G

12 Sept.
3.413
54
1
1.345
~

124 162
1

40
4.142
19
969

5

,,
3
53
1.339
126
162
40
4.150
26
954

FEDERAL RE.SEKVE
lANI’.

Goudvoorraad
Wissels

Data
Other
cash”
1)
Tot aal
1

Goud-
In her-
disc.
t’.
d.
In de
open
bedra
g

cerfifi-
caten’)
member

1

1
markt
banks
1
gekocht

28 Aug.’351
6.502,6
1

6.482,2
227,1
0,4

1
4,7

21
,,
’35
6.462,2

1
6.441,5
227,6
7,1

4,7

Belegd
F. R.
Notes

1
Totaal
1
1
Gestort
Goud- Dek-
Algeni.
1

Dek-
Data
in
u. s.
Gov.Sec.
in circu-1
Kapitaal
kings-
kings- latie
1
1
perc.3)
1

perc.4)

2SAug.’35I
2.430,3
3.352,1
15.608,9
146,7
75,1

21

,,

‘l
2.430,2
1
3.341,0
5.575,2
146,7
75,0

9 UCZC
eert,,,ca,en werueru uuu, uc OLIIdtKtbL dan UC
gegeven voor de overname van het goud, toen de
$
op 31Jan.’34 van
100 op 59.06 cents werd gedevalueerd.
3)
,,Other Cash” does not include Federal Reserve Notes or a Bank’s
own
Federal Reserve
bank
notes.
3)
Verhouding totalen goudvoorraad tegenover opeischbare
schulden: F. R. Notes en netto deposlto.
4)
Verhouding totalen
voorraad
muntmaterlaal en wettig betaalmiddel tegenover Idem,
PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET FED. RES. STELSEL.

1
Aantal!
Dis-
1

1
Reserve
Totaal
Waarvan
Data
conto’s

Beleg-
1

bij de
depo-
l

time
Ileenin.
en

i

gingen
F. R.
1

sito’s
1
deposits
beleen.

l
i
banks
1

21Aug.’3

1

7.417
111.150
1
4.080

I
20.719
l

4.398
14

,,

‘I

7.367
111.110

i3.995
1
20.607

!
4.426

land
zijn In duizenden, alle overIge posten in mlllioenen van do ho.
treffende valuta.

10.510

57

10.730

57

11.474

58

11.389

59

2.228

4
1
ngen.

Auteur