Ga direct naar de content

Eeuwfeest ESB: liveblog themamiddag ‘prikkels in de financiële sector’

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 21 2016

Vandaag vieren we 100 jaar ESB. Niet alleen met een jubileumnummer maar ook met een eeuwfeest. 

De middag staat in het teken van het thema ‘prikkels in de financiële sector’. Eerst zullen Lawrence Summers en Martin Hellwig spreken over respectievelijk macro-incentives en micro-incentives in de financiële sector. Vervolgens vindt debat plaats met Michiel Bijlsma (CPB), Jeroen Kremers (bunq.com), Sweder van Wijnbergen (Universiteit van Amsterdam), Martin Hellwig (Universiteit Bonn) en Henriëtte Prast (Universiteit van Tilburg).

Ik zal vanaf 14 uur live verslag uitbrengen van de middag.

Ter inspiratie kun je vast terecht bij de KVS-Tinbergenlezing van Lawrence Summers uit 2014, het aansluitende interview met Summers in ESB of het interview met Martin Hellwig vandaag in het FD. 

 —

Sandra Phlippen, hoofdredacteur ESB, heet de zaal welkom. Zoals auteurs 100 jaar zonder financiele prikkels hebben gepubliceerd in ESB, zozeer wordt motivatie van bankiers erdoor gevormd. Inmiddels heeft wetenschap bijzondere bewijzen voor motivaties en gedragingen van bankiers gevonden; zoals dat bankiers eerlijker antwoorden op vragen over thuis dan over de bank, in tegenstelling tot niet-bankiers. Het is nodig om de bankensector veerkrachtiger te maken bij schokken, en daarom moeten incentives worden veranderd.

De middag staat onder leiding van Esther van Rijswijk. 

14.00u: Lawrence Summers – macro-incentives in finance (live from Beverly Hills)

To start with: om de wereld verder te helpen is de analytische studie nodig die ESB representeert, en de inhoudelijke discussie daarin. En beleidsproblemen zoals vandaag de dag vereisen die analytische benadering meer dan ooit. 

Ik zal in abstracte zin praten over de missie van het financiele systeem. En waarom dat incentive problemen bevat, en hoe je hier als beleidsmaker op kunt reageren. In het bijzonder met betrekking tot de lopende beleidsuitdagingen die zijn ontstaan na de crisis.

 Individuen zijn zelden in staat na te gaan waar hun kapitaal het meest productief wordt ingezet. ANderen wel; bijvoorbeeld een ondernemer als STeve Jobs, een bruggenbouwer of een rijke familie. De uitdaging is om degene met kapitaal en met kapitaalbehoefte samen te brengen. Dus is het in elke moderne economie onvermijdelijk dat er financiele bemiddeling ontstaat, om spaarders en investeerders samen te brengen. Meer precies: dit lost de verschillende informatie- en coördinatieproblemen op waarnaar ik verwijs.En het voorziet in diversificatie; investeerders willen niet alle eieren in hetzelfde mandje hebben, en spaarders willen op verschillende plekken terecht kunnen voor kapitaal. 

Maar het financieel systeem is ingewikkeld: het omvat instituties als banken, verzekeraars, mutual funds, etc. Allemaal met als basisfunctie: verbinden spaarders met investeerders. En al eeuwen is bekend dat financiele systemen kwetsbaar zijn voor paniek. We moeten zorgen dat banken niet omvallen. Maar als het systeem minder kwetsbaar wordt gemaakt, dan krijg je weer andere problemen. Stel je bezit een bank wiens bezittingen volledig verzekerd zijn; en verbeeld je dat je het alleen in eigen belang leidt. De baten zijn voor jou, de kosten voor de belastingbetaler. Je kunt bijvoorbeeld geld uitlenen aan je familie of vrienden, en de bank zal niet op terugbetaling hoeven terugzien, omdat de bezittingen van spaarders zijn veiliggesteld door de overheid.

Er is regulering nodig om deze moral hazard in te dammen. Cruciaal is dat bankverliezen gedragen worden door de bankeigenaren, niet door degene die er hun besparingen ‘opslaan’. Maar altijd is er een oordeel nodig tussen het faciliteren van financiele bemiddeling enerzijds en die veilig houden anderzijds.

En er is nog een belangrijke tradeoff: als je instellingen zwaar reguleert, dan zullen ze manieren vinden om de regelgeving te omzeilen. Zo zie je schaduwbanken ontstaan; money market funds, hedge funds, etc., waarover zoveel zorg bestaat. 

Een financieel systeem dat risico moet managen en verdelen, is zelf een grote bron van risico geweest. Ik vraag me zelfs af waarom er niet meer vervolgingen zijn geweest bij financiËle instellingen.

Maar ik wil benadrukken dat er iets fundamentelers mis is dan de slechte prestaties van individuen: het is de logica van bedrijfswaarde maximalisatie en van concurrentie. Agressieve instellingen worden beloond en troeven minder agressieve instellingen af.

Wat moet er gebeuren?

1.  Het probleem is niet too big to fail; zo groot was Lehman Brothers niet. Hopen dat marktdiscipline werkt, is een strategie die rampen teweeg brengt. We moeten actief ingrijpen in de sector. Kapitaalratio’s en liquiditeitsratio’s moeten verder omhoog, en de bankensector vergt veel sterkere regulering.

2. Het is noodzakelijk dat EUropa zijn economie versterkt. Rentes in NEderland en Duitsland zijn in de buurt van 50 base points, voor 10 jaar. Het betekent een van twee dingen: of we verwachten nauwelijks inflatie in die 10 jaar; of dat reële rentes opmerkelijk laag zijn, zelfs negatief. GEen van beide is een teken van economische gezondheid. En ik geloof niet dat de wereld beter af is met een Europa dat zich naar meer welvaart devalueert. De economie moet sterker.

3. Financiële bemiddeling blijft belangrijk en kan zich nog veel verder ontwikkelen. Betalingen kunnen efficënter worden gemaakt, spaarders en investeerders kunnen op platforms bij elkaar komen tegen veel lagere kosten dan voorheen. Dit is de belofte van financiële innovatie. Dit levert baten voor consumenten, het is ook niet alleen toegang tot kapitaal voor bedrijven; maar het is ook een transparanter en veiliger financieel systeem, dat minder levens financieel verwoest, veelal buiten finance. 

Ik hoop dat mijn verhaal en de argumenten daarin bijdragen aan een betere financiële gezondheid, in Europa, en aan het debat van zo dadelijk.

 

14.30u: Martin Hellwig – micro- and meso-incentives in finance

Het verhaal van Hellwig laat zich het beste samenvatten aan de hand van zijn opgeworpen vragen, waar de economische wetenschap veelal nog geen antwoord op heeft.

Waarom is het financiële systeem fragiel?

Een econoom zal je vertellen dat een bank vreschillende functies heeft: uitlenen, risicotransformatie, effecten-transformatie… Een alternatief verhaal: liquiditeit is geweldig en dat wordt geleverd door banken. Nog een verhaal: markt zal bankiers disciplineren, anders gaat de bank failliet. Deze verhalen zijn tegenstrijdig. Wat als bankiers denken dat ze risico’s kunnen beheersen maar overmoedig zijn?

Het diepe probleem: het zijn allemaal microproblemen op het niveau van banken, die door de economische discipline altijd zijn genegeerd. Het ging altijd over macro, ook bijvoorbeeld in de jaren dertig. 

maturities, saving deposites, mortgages: waarom zou het risico dat rente omhoog gaat terechtkomen bij de bank en niet bij de investeerders? Dat is het probleem dat ik 25 jaar geleden bestudeerde. Het antwoord: het was efficiënt. 

Waarom is de huidige fragiele situatie inefficiënt? Je leent in de geldmarkt, en leent uit op kapitaalmarkt, met verschl van 10 tot 30 basispunten, in markt zonder activa. 

Slotsom: We hebben meer equity nodig bij banken om de incentive-problemen binnen banken te verminderen. 

 

15.30u: Debat over incentives in finance

Na de uitreiking van De Canon van de Economie, aan EZ-secretaris-generaal Maarten Camps begint de discussie over incentives in finance.Met Michiel BIjlsma (CPB), Martin Hellwig (Universiteit Bonn), Henriëtte Prast (Universiteit van TIlburg), Sweder van Wijnbergen (Universiteit van Amsterdam) en Jeroen KRemers (bunq.com). 

Eerst kort reacties op Hellwig (na Hellwig zelf):

Hellwig:  we hebben geen goede theorieen die het risico dat banken nemen verklaren. We moeten veel meer aandacht hebben voor het macrorisico waaraan banken zijn blootgesteld. De praktijk van regulering houdt hier onvoldoende rekening mee, en banken mogen gewoon hun eigen modellen gebruiken. Waarom zouden die d ebasis van regulering zijn?

Kremers: als we niet precies begrijpen waarom dingen misgaan in het financiele stelsel, moeten we overgaan op trial and error met beleid: wat werkt wel en wat niet?

Van Wijnbergen: met theoretisch onderzoek kom je niet perse tot antwoorden die van nut zijn in de praktijk. Je kunt wel stelsel ontwerpen op bsis van theorie, maar in de praktijk zullen banken dan zoals Summers zei er weer om heen bewegen, tot een schaduwbankenstelsel aan toe.

Hellwig: voordat we gedetailleerd beleid maken moeten we grondig begrip hebben van wat er gebeurt in de financiële sector.

PRast: predictable surprises is een fenomeen bekend uit de sociale psychologie. Vaak zeggen we achteraf dat we problemen hadden kunnen zien aankomen, zo ook bij de kredietcrisis.

Visies op incentives in finance:


Van Wijnbergen: we moeten belastingbetaler ontzien, maar we maken fouten met verhoging kapitaalratio’s. De robuustheid van banken is misschien verbeterd, maar niet de prikkels om risico’s te nemen; integendeel zelfs. Banken zijn hun aandacht nog meer gaan leggen op schuldgedreven investeringen. Macrorisico’s zijn toegenomen.

Kremers: toetreding van nieuwe fintech spelers kan het systeem robuuster maken doordat het risico’s helpt spreiden. Daarnaast is trial en error beleid niet cynisch maar praktisch; we kunnen niet op één aanname voortbouwen over waar het een gaat met de economie en de sector, maar moeten variëren.

Prast: na de crisis zijn potlici vastberaden dat belastingbetalers moeten worden beschermd tegen bailouts, maar schuld wordt nog altijd gesubsidieerd. Daarnaast moeten we andres omgaan met bankcultuur: we moeten nu steeds afgaan op anekdotisch bewijs, maar het is wel een erg masculine cultuur nu.

Bijlsma: de sleutelvraag is: hoe ziet een ideale financiële sector eruit die publieke belang optimaal behartigt? Drie elementen: adequate risicobeprijzing, waarbij groter eigen vermogen hoort; we hebben kleinere financiële instellingen nodig om lobbymacht tegen te gaan; we moeten af van concurrentie tussen landen in termen van beleid voor de financiële sector. TEchnologie kan een belangrijke rol vervullen: de mogelijkheid bestaat dat het een game changer is en de marktmacht van banken terugdringt. DIt is echter geen gegeven en brengt ook risico’s met zich mee. Beleid moet goede kant ifnanciële innovatie omarmen en risico’s verzachten; de vraag is hoe.

Discussie:

Van Wijnbergen: commerciËle banken konden ofwel meer equity gaan aanhouden zoals Hellwig suggereert, of je krijgt veel gedetailleerde regelgeving. Banken weigerden beide opties. ALs gevolg daarvan zijn verstoorde versies ervan ingevoerd. 

KRemers: hoeveel meer moeten de kapitaalvereisten dan zijn? Hoe zeker zijn we dat de voorgeschreven percentages juist zijn? We weten het niet. Het is waarschijnlijk riskanter om naar 30% te springen als je daar zo weinig ervaring mee hebt in het stelsel. Banken zijn niet te groot maar te complex om te managen.

 Van Wijnbergen: het gebruikelijke beeld zoals Bijlsma schetst, is dat banken te groot zijn. Maar dit is onjuist. Lehman was geen grote bank, Northern Rock ook niet. Het opbreken van banken maakt het stelsel niet gezonder; grote banken kunnen bovendien dingen die kleine banken niet kunnen. Ze hebben bijv. toegang tot liquiditeit op internationale markten waardoor ze grotere stormen kunnen doorstaan.

Bijlsma: je argument is dat kleine banken moesten worden gered, maar klopt niet. En ja er zijn schaalvoordelen bij banken, maar niet van het niveau die de huidige omvang van banken legitimeren. Ze zijn te groot omdat ze verkeerde risicoprikkels krijgen en te invloedrijk raken.

Hellwig: we moeten twee bouwstenen combineren: bankfusies in de VS suggereren dat grotere banken funding voordelen hebben, omdat ze geld na fusie goedkoper kregen. 

 Prast: Investeerders verwachten dat ze op een bail-out kunnen rekenen. Hun gedrag leidt tot grotere financiële instellingen.

Van Wijnbergen: Tail-risk risico’smet betrekking tot het ineenstorten van financiele instellingen zijn niet ingeprijsd. Dat is een probleem.

Kremers: Excessief riscogedrag moet door de markt bestraft kunnen worden.

Van Wijnbergen:Kijk naar grote banken, het gebeurt niet. Het probleem is dat het gedrag van regulators onderdeel wordt van de bedrijfsvoering. En het ontwerpen van beleid is dus lastig omdat banken erom heen werken.

Hellwig: Je zult toch een stelsel moeten ontwerpen. 

Bijlsma: we kunnen proberen menu’s aan banken aan te reiken; als je riskante bank wilt zijn dan moet je meer equity aanhouden, als je simpele bank wilt zijn minder. Zeker omdat 20% kapitaalratio simpelweg niet gaat gebeuren.

Van Wijnbergen: Hellwig is minder fout met zijn 20% dan beleidsmakers met hun 4%. 

Hellwig: innovatie komt met technologieËn met significante vaste kosten en lage marginale kosten; dit gaat de destructieve concurrentie tussen instellingen versterken. 

Van Wijnbergen: financiële innovatie verlaagt kosten voor consumenten, en kan concurrentie op gang brengen door nieuwe toetreding fintech spelers. Er is altijd een rat race geweest tussen beleidsmakers en banken.  Dat zal met de toetreding van fintech bedrijven niet anders zijn.

 —

Drinks & diner.

 

 

 

 

 

 

 


Auteur

  • Gelijn Werner

    Senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken. Voormalig vak- en eindredacteur bij Economisch Statistische Berichten.

Categorieën