Ga direct naar de content

Bestrijd inflatie met hogere lonen en minder export

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 18 2025

Niemand houdt van temperatuurverhogingen en niemand houdt van prijsstijgingen. Maar net zoals koorts een symptoom is van een onderliggende aandoening, geldt dit ook voor inflatie: dat is een uiting dat de vraag naar goederen en diensten het aanbod overtreft. Er wordt dan vaak gepleit voor een renteverhoging, maar er zijn betere alternatieven voor Nederland.

Het probleem bij de onbalans die de inflatie veroorzaakt, is dat het aanbod niet gemakkelijk kan worden vergroot: de cruciale productiefactor arbeid vormt hier een bottleneck. Omdat de arbeidsparticipatie in Nederland al erg hoog is, kan het arbeidsaanbod alleen substantieel worden vergroot door arbeidskrachten uit het buitenland aan te trekken. Dat is de afgelopen twintig jaar dan ook massaal gedaan, maar lijkt nu op zijn grenzen te stuiten – vanwege de bevolkingskrimp in Oost-Europa en de groeiende zorgen over de maatschappelijke effecten van de komst van grote aantallen arbeidsmigranten.

Met een renteverhoging wordt de oplossing voor de inflatie-aandoening gezocht in het verminderen van de vraag naar goederen en diensten. Een hogere rente maakt het minder aantrekkelijk om te lenen en te investeren, en aantrekkelijker om te sparen.

Paul de Beer is emeritus hoogleraar aan de
Universiteit van Amsterdam

Een renteverhoging kan zo de binnenlandse vraag verminderen, maar dat leidt ook tot minder consumptie en dus minder welvaart. Maar nog belangrijker: het gaat tegen iedere logica in om de prijs van kapitaal – oftewel de rente – te verhogen als de schaarse factor juist de arbeid is. Dat zou de personeelstekorten nog verder vergroten, doordat het investeringen in arbeidsbesparende kapitaalgoederen ontmoedigt en de vraag naar arbeid stimuleert.

Er is ook een betere strategie om de vraag te beperken: een evenwichtigere relatie met het buitenland. Een groot deel van wat we in Nederland produceren, wordt niet in Nederland geconsumeerd of geïnvesteerd, maar geëxporteerd. Die export hebben we natuurlijk nodig om de import van goederen en diensten te betalen. Maar Nederland exporteert al decennialang méér dan het importeert. Het verschil wordt zelfs steeds groter. Terwijl import en export gedurende de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ruwweg in evenwicht waren, is het verschil vanaf 1980 steeds groter geworden. In 2023 bedroeg het handelsoverschot – het verschil in waarde tussen de export en de import – zelfs elf procent van het bruto binnenlands product.

Dat grote handelsoverschot is des te opmerkelijker omdat de Nederlandse bevolking in de afgelopen decennia aanzienlijk is vergrijsd. Een handelsoverschot is verstandig zolang de bevolking relatief jong is – om in het buitenland vermogen op te bouwen voor ‘de oude dag’ – maar het zou in een tekort moeten omslaan als de bevolking ouder wordt en van de oude dag gaat genieten. Op die manier maakt men alsnog een groter gebruik van buitenlandse arbeidskrachten – niet in de vorm van arbeidsmigranten, maar ‘geïncorporeerd’ in de ingevoerde goederen en diensten.

In Nederland heeft zich echter het tegenovergestelde voorgedaan: naarmate we ouder worden, sparen we steeds meer. Een renteverhoging zou dat alleen maar versterken omdat het de binnenlandse bestedingen remt, zodat het handelsoverschot nog verder oploopt.

Om de onevenwichtigheden in de economie in de vorm van de hoge inflatie en het grote exportoverschot te verminderen, zou niet de prijs van de factor kapitaal omhoog moeten, maar juist die van de andere productiefactor: arbeid. Hogere lonen resulteren in een prijsstijging van exportproducten en remmen zo de export.

Met de hogere lonen neemt bovendien de welvaart toe. Die welvaart zal zich deels vertalen in een hogere binnenlandse vraag, maar zal ook deels bestaan uit geïmporteerde goederen en diensten – een nieuwe auto of mobieltje, een (extra) buitenlandse vakantie. En aangezien Nederlanders een prudent volk zijn, zullen de hogere lonen zich ook deels vertalen in meer besparingen.

Als de export sterker terugvalt dan de binnenlandse vraag, neemt de totale effectieve vraag af en kunnen vraag en aanbod weer in evenwicht komen. De opwaartse druk op de prijzen zal dan wegvallen en de lonen zullen ook minder stijgen, mede doordat de arbeidsmarkt minder krap wordt.

Het mag misschien tegenstrijdig klinken, maar op termijn dragen juist hogere lonen bij aan herstel van het evenwicht tussen vraag en aanbod, waardoor de inflatie structureel lager zal worden.

Auteur

  • Paul de Beer

    Emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam

Plaats een reactie