Ga direct naar de content

Susan Athey en onze privacy

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 13 2014

Deze blog gaat over Susan Athey. U weet wel: van de 3d-modelvliegtuigjes. Ja, ze is professor aan de Stanford Graduate School of Business en ze won in 2007 een Clark Medal voor belangrijkste Amerikaanse econoom onder veertig. Maar ze is dus ook van de 3d-vliegtuigjes. Die koopt ze voor haar kinderen. Hoe ik dat weet? Dankzij Google. Hoe dat kan? Zij houden alles bij.

In haar CPB lecture vanmiddag gaf Athey een inkijkje in haar Google geschiedenis en in heel veel meer van wat de markt voor persoonsgegevens betreft. Bas ter Weel had ons eerder deze week hiervan al een fijn voorproefje gegeven. Een boeiende vraag is hoe we moeten omgaan met het fenomeen ‘privacy’. Persoonsgegevens ontglippen ons, aan geen idee wie, laat staan hoe dit op ons terugslaat. Sinds een jaar of wat maken we ons hierover druk. Ook dit jaar is (Europese) privacy-wetgeving weer aangescherpt. Maar de discussie wordt veelal beheerst door sentiment en juristentaal. Dus kwam de lezing van Athey over informatie, privacy en internet als geroepen. Ze gaf ons wat we nodig hadden: perspectief, van het economische soort. Het toverwoord van de middag: tradeoff.

De uitruil hier is die tussen innovatie en privacy. Innovatie als in nieuwe mogelijkheden die internet biedt om karrenvrachten aan beschikbare consumentengegevens te gebruiken voor bijvoorbeeld gericht adverteren. Dat creëert waarde, zowel voor adverteerders alsook voor consumenten. Veel websites en platforms bestaan bij de gratie van (toekomstige) advertentie-inkomsten. Start-ups hebben de kans om ontdekt te worden bij precies hun doelgroep. Consumenten profiteren van nieuwe producten, content en advertenties op maat.

 De tegenhanger is dus privacy, als in onze behoefte om gegevens over onszelf voor onszelf te houden. Innovatie en privacy liggen elkaar niet zo. Dit is omdat inventieve bedrijven als veelvraten onze persoonsgegevens opslokken, zonder dat we enig benul hebben van wat ermee gebeurt. En omgekeerd is het omdat meer privacy-bescherming van consumenten al gauw  aankoopbeslissingen verstoort en innovatie smoort. Er zijn zelfs studies die een verband suggereren tussen de strengheid van bescherming van persoonsgegevens en kindersterfte als gevolg van slechtere medische gegevensbestanden (zie hier).

Toch ziet Athey goede mogelijkheden om meer innovatie aan meer privacy te koppelen, door effectieve inrichting van beleid. Hoe? Een van vele gedachten was simpele, standaard privacy policy statements op te stellen. U weet wel, die statements die we nooit lezen, ter besparing van uren zo niet dagen per jaar. Dit maakt het zinvoller en efficiënter voor mensen om policy statements te gaan lezen en mogelijk dat ze ook nog eens begrijpelijk worden. Idealiter ontstaan er vervolgens markten voor privacy-behoeftige consumenten. Een interessante aanvulling op dit voorstel is om aanbieders de keuze te geven uit een vast menu van mogelijke policy statements. Op die manier kan een bedrijf blijven kiezen voor informatie-aftapping als het daarmee goede zaken denkt te doen, maar krijgen consumenten een keuze uit verschillende aanbieders naar gelang het (dan dus transparante) privacybeleid.

De nadruk leggen op een praktisch voorbeeld, ergens doet het zwaar tekort aan het getoonde economische repertoire. Belangrijker lijkt me dan ook de meegekregen boodschap dat bescherming van persoonsgegevens niet op zichzelf gezien kan worden, maar moet worden bezien binnen een bredere kosten-baten afweging waarin ook effecten op innovatie meetellen. 

—–

PS. Aansluitend gaf Bas Straathof van het CPB een interessante lezing met nog wat meer beleidsoriëntatie, gebaseerd op een nieuwe policy paper van het CPB. Zie hier.

Auteur

  • Gelijn Werner

    Senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken. Voormalig vak- en eindredacteur bij Economisch Statistische Berichten.

Categorieën