Ga direct naar de content

Maatwerk de maat genomen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 7 2016
HH-Frank Muller - Zorginbeeld-19899098klein.jpg
HH/Frank Muller/Zorginbeeld

Zolang als ik geïnteresseerd ben in de uitvoering van sociale zekerheid laat het mantra ‘maatwerk’ zich overal klinken. Gaat het nu om klantmanagers, wethouders, beleidsambtenaren of politici, allen geloven er heilig in dat ondersteuning bij het zoeken naar werk op maat gesneden moet zijn. En zeg nou zelf: wie kan daar nu op tegen zijn? Bijkomend voordeel is dat iedereen iets anders bij maatwerk in gedachten kan hebben – dus geeft het ook niet allerlei nare controverses over het nut en noodzaak van concrete instrumenten.

De Participatiewet die vorig jaar van start is gegaan vormt het sluitstuk op die queeste naar maatwerk. Momenteel hebben gemeenten namelijk de ruimte om zelf te bepalen wie met welk re-integratieinstrumentarium te helpen om de weg terug naar de arbeidsmarkt te vinden. Dat kan dan gaan om scholingstrajecten, werkervaringsplaatsen, vrijwilligerswerk, loonkostensubsidies, etc.  Maatwerk zou zonder aanziens van de oude, achterhaalde labels zoals die van de Wajong of Sociale Werkvoorziening (SW) moeten geschieden. Of sterker nog: om maatwerk te garanderen vallen voormalige Wajongers en werkenden bij SW bedrijven nu ook onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten.

Toch smaakt al dat maatwerk nu ineens nogal zuur voor het kabinet. Wat blijkt namelijk: gemeenten doen heel andere dingen dan met de Participatiewet beoogd was, of ze doen te weinig. Zo hecht het kabinet sterk aan beschut werk voor kwetsbare groepen in de bijstand. Dit gaat om banen met dienstbetrekking in een aangepaste omgeving – als vervanging voor de duurdere SW-plaatsen – en liefst bij reguliere werkgevers.  Maar ondertussen gaat het niet bijster snel met de beschutte arbeid: de landelijke teller stond recent op 216 plaatsen van het toch al bescheiden streefcijfer van 3200 voor 2016 (zie Raad van State, 2016). Zet dat eens tegenover een jaarlijkse instroom in de bijstand van bijvoorbeeld 140 duizend personen in 2014 (CBS, Statline). Verwaarloosbaar dus.

Verassend of niet, deze lage score heeft het kabinet onlangs aangezet tot forse daadkracht: vanaf volgend jaar zijn gemeenten verplicht beschutte arbeid aan te bieden. Het regelen van arbeidsmatige dagbesteding, vrijwilligerswerk en werkervaringsplaatsen zoals dat momenteel bij veel gemeenten plaatsvindt, kan daarvoor niet als excuus worden aangereikt – het gaat om dienstbetrekkingen tegen minimaal het minimumloon.

Op zich is het een interessante politieke discussie of kwetsbare groepen met hulp minimaal het minimumloon zouden moeten verdienen of niet. Maar los daarvan vraag ik me af hoe veel bijkomende schade dit staaltje van daadkracht gaat opleveren bij gemeenten. Als zo goed als alle gemeenten – ook die van linkse signatuur – geen heil zien in beschutte arbeid met formele arbeidsovereenkomsten, hebben die dan allemaal ongelijk? Bedenk dat de SW-sector tot voor kort werkgelegenheid bood aan circa 90 duizend personen, terwijl volgens het kabinet uiteindelijk 30 duizend personen in beschutte arbeid zouden moeten eindigen (wat merkwaardig is: waarom stelt het kabinet en niet gemeenten het streefcijfers vast terwijl sprake is van decentralisatie?). De afbouw van de SW-sector is pijnlijk en stuit op arbeidsrechtelijke bescherming van mensen die lang geleden zijn ingestroomd. En laat nou diezelfde bescherming weer in het leven geroepen worden bij de beschutte arbeid. Geen verrassing dus dat gemeenten zich wel twee keer bedenken.

Wat breder bezien is het natuurlijk de vraag of de verplichting over beschutte arbeid wel te verenigen is met het basisprincipe van de Participatiewet: decentralisatie. Dit is ook de hoofdreden van de Raad van State om negatief te adviseren op het wetsvoorstel: “Als zich problemen voordoen, ligt het voor de hand om eerst te bezien hoe deze binnen de kaders van de wet kunnen worden opgelost en wie voor het nemen van de daarop gerichte maatregelen de verantwoordelijkheid draagt. Pas in laatste instantie kan de vraag aan de orde komen of het wettelijk stelsel wellicht gewijzigd moet worden.”

In plaats daarvan is nu voor een ongekende daadkracht gekozen. En dat met een duidelijke boodschap: wij weten beter wat goed voor jullie is dan jullie zelf. Hoezo lokaal maatwerk, hoezo lokale democratie?

Auteur

  • Pierre Koning

    Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden (UL)

Categorieën