Ga direct naar de content

Jrg. 21, editie 1051

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 19 1936

19 FEBRUARI 1986

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.


Economisch-Statistisché

Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR DE MEDEDEELINGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

jE
‘JAARGANG

WOENSDAG 19 FEBRUARI 1936

No. 1051

COMMISSIE VAN REDACTIE:

P. Lief tinck; N. J. Polak; J. Tinbergen; F. de Vries es

II. !l’I. El. A. van der Valk (Redacteur-Secretaris).
Assistent-Redacteur: L. R. W. Soutendijk.
Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Retterdam.

Aangeteekende stukken: Bijkantoor Ruigeplaatweg.

Telefoon Nr. 35000. Postrekening 8408.

Adoertenties voorpagina f 0,50 per regel. Andere pagi-

na’s f 0,40 per regel. Plaatsing bij abonnement volgens

tarief. Administratie van abonnementen en advertenties:

Nijgh & van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam, Am-

sterdam, ‘s-Gravenhage. Postchèque. en. giro-rekening

No. 145192.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p. in

Nederland f 16,—. Abonnementsprijs Economisch-Statis-

tisch Maandbericht f 5,— per jaar. Beide organen samen

f 20,— per jaar. Buitènland en Jïoloniën resp. f 18,—,

f 6,— en f 23,— per jaar. Losse nummers 50 cent. Dona-

teurs en leden van het Nederlandsch Economisch Instituut

ontvangen het weekblad en het Maandbericht gratis en

genieten een reductie op de verdere publicaties.

INHOUD.

B!z.
HONDERD JAAR ,,JOINT STOOK BANKING” IN ENGELAND

door
Prof. Mr, Dr.
G.
M. Verrijn Stuart…………130

De rubberpositie door
J F. Haccoû ……………..131

Luchtvaartwegen in het Verre Oosten door
Dr. Hk.
Riemens
………………………………….
132

BUITENLANDOHE MEDEWERKING:

Denemarken in
1935
door
Dr. R. Aschenbrenner . . 134

AANTEEKENINOEN:

Het koloniale vraagstuk ……………………
135

Duitsche afzetmoeilijkheden in de Vereenigde Staten
136

Wetklooslieid en buitenlandsche handel in de Ver-

eenigde Staten …………………………..
136

INGEZONDEN STUKKEN:
Buitenlandsch kraciitvoeder en de kostprijs der

melk door
J. Horring
met Naschrift door
Dr. D:

Boek………………………………….137

ONTVANGENBOEKEN …………………………..
140

MAANDOIJFERS:

Hypotheekrente i. Nederland …………………..
140

STATISTIEKEN……………………………
141-144
Geidkoersen. —Wisselkoersen.

Bankataten.

18 FEBRUARI
1936.

Nog steeds blijft de verruiming van de middelen

op de geidmarkt aan:houden. Voor ‘drie-maand’s bank-

aceepten is er thans op 1% pOt. ‘geld ‘beschikbaar.

Halfjaars sdhatkistp’apier noteert
11%
pOt., jaars

1%-2 pOt. Oallgel’d doet onveranderd % pOt. De pro-

longatierente is van 2 tot 1’/s pOt. teruggeloopen.

*, *
*

Op 20 ‘dezer stelt de Minister de gelegenheid open

in te schrijven op een totaal bedrag van
f
25 millioen

sc’hatki’stpapier. Behalve op 3- en 6-maan’ds promes-

‘san kan er geboden worden op jaarsbiljetten rentende

3 pOt. en 5-jaars met een rentevergoeding van

3Ye pOt.

Detoestan’d op de wisselmarkt ‘is nog onveranderd.

De omzetten ‘zijn zeer onbelangrijk. Het is nog steeds

de Dollar, waarop aller aandacht gevestigd is. Na een

tijdelijke verbetering tot 1.46′,, volgde weder een

reactie tot 1.45
1
/2Ç
op welken prijs Amerika weder

aanstalten maakte gou’dexporten in gereedheid te

brengen. Het is nog onbekend, of het
werkelijk
tot

afzeu’din’g gekomen is. Het maakt sterk den indruk,

dat den Amerikaansdhen banken van ‘hooger ‘hand op

een of andere wijze tegemoet ‘gekomen wordt om deze

gou’d’re’mdses mogelijk -te maken. Het Pond Sterling

‘heeft zich niet kunnen ‘handhaven; het is van 7.29%

tot 7.26% teruggeloopen. De $/f ‘koers werd op ca. 5

vastgchou’den. De Fransche Franc schommelde hoofd-

zakelijk ‘tussdhen de 9.72% en 9.73. £/Fr. Frs. liepen

terug tot 74.77, $/Fr. Frs. deden tenslotte 14.96%

De veel besproken Fransche leenin.g ‘heeft thans •haar

‘beslag ‘gekregen.

Belga”s bleven ca. 24.80. Aangeboden waren Mar
ken, die tot 59.15 in’zakten. De verschillende soorten

Sperrmarken zijn niet noemenswaardig veranderd.

Zwitsersdhe Francs 48.11. Lires, nieuwe rekening,

11.80. Oanadeesche Dollars 1.46%. Yen 42.50.

Op ‘de
termijnmarkt
zijn de marges, achteruit ‘blij-

ven loo’pen. Het agio voor 1- en 3-maand’s Pon’den

liep tot
7/
resp. 5% terug. Dollars op deze termijnen

resp. 1% p. ‘boven kassa. Ook op de termijnmarkt

h1j’vn ‘de omzetten tot het hoogstnoo’dii’ge beperkt.

De gou’dprj’zen
zijn
deze week blijven dalen. Baren,

zoowel levering Amsterdam als Londen, noteeren rond

de
f
1.649. Ea’gles 2.49%, Sovereign 12.27, Gouden

Tientjes 10.12. Marken bankpapier
.
41.50, Marken

zilver 43%.

130

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Februari 1936

HONDERD JAAR ,,JOINT STOCK

BANKING” IN ENGELAND.

Dit jaar viert de grootste Londensche ,,Joint Stock
Bank”, de Midland Bank, die in omvang nog uit-
steekt boven het viertal andere reuzen, met welke
zij tesamen de ,,Big Five” vormt, haar honderdjarig

bestaan.
Een lijvig gedenkboek
1)
verhaalt ons de geschie-denis van het machtige instituut. Wij willen u:it dit
boek enkele grepen doen.
De Midland Bank is ontstaan uit de in 1836 op-
gerichte Biringham and Midland Bank. Zij zag
in den eersten tijd van het Joint Stock Banking het
levenslidht als kleine, locale bank en had’ haar ont-
staan aan meer of minder toevallige omstandigheden
te danken. De eerste directeur, Charles Geach, tevo-
ren beambte bij het Agentschap van de Bank of Eng-
land te Birmingham en zonder al te veel vooruit-
zichten werkzaam bij dit eerwaardige instituut, ge-
voelde zich daar niet langer tevreden en wist een
aantal plaatselijke kapitalisten te interesseeren voor
de oprichting van een nieuwe bank, waarvan hem
zelf de leiding werd toevertrouwd.
De Joint Stock Banks, die met eenigen tegenzin
door den Engelschen wetgever zijn erkend en wier
rechtspositie eerst in de tweede helft der 19de eeuw
bevredigend is geregeld, droegen allen in den aan-
vang een lokaal karakter. Veelal gaven zij in de
plaats hunner vestiging bankpapier uit, een gewoon-
te, die echter na de Bank Charter Act van 1844 geen
verdere uitbreiding mocht vinden en door een ,,uit-
stervingssysteem” tenslotte verlaten is.

Meestal waren de betrekkingen, welke de in de
provincie werkzame Joint Steek Banks tot de i.ndus-
trie in hun omgeving onderhielden, belangrijk, het-geen in de ,,Sturm- und Drangperiode” van het En-
gelsche economische leven, welke eerst in de tweede
helft der lOde eeuw haar einde bereikt, voor tal van
locale en regionale banken noodlottig is geworden.
Het betoog van de
schrijvers
van het Gedenkboek
der Midland Bank vormt één voortdurende verdedi-
ging van de twee volgende stellingen: vooreerst, dat
slechts Joint Stock Banking op den duur de ge-
schikte ondernemingsvorm voor het bankbedrijf kan
worden geacht, en voorts, dat het alleen door een
proces van vèr gaande concentratie mogelijk is ge-
weest om in het Engelsche bankwezen de noodige
mate van stabiliteit te verkrijgen.
Met beide ‘stellingen, die onderling nauw samen-
hangen, kunnen wi. ‘van ‘harte instemmen. De groei
van het economisch leven reflecteert zich uiter-
aard ook in het bankwezen. T-let ‘moge aan enkele banken gelukken om in den vorm van de vennoot-
schap onder firma of van de commanditaire ven-
nootschap het bedrijf door de jaren en somtijds –
men denke ten onzent aan de Firma R. Mees & Zoo-
nen – zelfs door de eeuwen heen te blijven uitoefe-
nen, dit bl••en uitzonderingen. De steeds groeiende
kapitalen, waarmee handel, verkeer en industrie
werken, leidden tot een ‘dusdanige toeneming van de
crcdietbehoeften, dat slechts het in den vorm der
naamlooze vennootschap uitgeoefende bankbedrijf in
staat is om hierin blijvend te voorzien. Daarbij komt.
dat slechts naamlooze vennootschappen een uitge-breid systeem van ,,brancli bankirig” in toepassing
kunnen brengen ter opzameling van de verspreide
en vooi verleening van credieten beschikbare geld-
kapitalen, teneinde deze te doen vloeien naar de
plaatsen, waar zij het best kunnen worden uitgezet.
Daarbij kan en. mag een groeiende bankinstelling,
werkende in een land met geografisch sterk gedif-
ferent.ieerde industrie, zich niet bepalen tot één
enkel district als arbcidsveld. Zij geraakt dan – de

1)
A.
Hundred ‘Years of Joint Stock Banking. By W.
F. Crick and J. E. Wadswordth. With a Foreivord by
The Right Hon. R. McKenna. lodder & Stoughton, Pu-
blishers. London
1936, 464
blz.

ervaringen in de laatste Amerikaansche bankcrisis
hebben het nog eens duidelijk getoond – veel te
veel betrokken bij en afhankelijk van het wel en wee
van één of slechts enkele bedrijfstakken. Het is een
belangrijke factor in de ontwikkeling der Engelsche
grootbanken geweest, dat zij door het spannen van
een net van vestigingen over het geheele land, deels
door stichting van eigen filialen, deels door ‘fusies met andere banken, hun bedrijf hebben onttrokken
aan al te groote en al te eenzijdige locale risico’s.
De periode van groote bankconcentratie heeft in
Engeland ongeveer in 1918 ‘haar einde gevonden.
De totstandkoming van in zich zelf voldoende even-
wichtige bankinstellingen van reusachtigen omvang
eenerzijds, en de angst, dat bij nog verder gaande
concentratie, inzonderheid door fusie van grootban-
ken, de Staat tot regeling en drastische vrijheids-
beperking van het pariculiere bankwezen zou over-gaan anderzijds, hebben toen geleid tot een stagna-
‘bie van de ooneentratiebewegin’g, die in dan omvang,
welken zij bereikt had, stellig een zeer groot maat-
schappelijk voordeel met zich heeft gebracht.
Op geen gebied van het economisch leven schijnt
en’s versnippering van ‘krachten roo gevaarlijk, als
juist op het gebied van het bankwezen,
,
en de En-
gelsche bankgeschiedenis bevestigt dit ten volle. De
voordeelen hebben verre tegen de nadeelen opgewo-
gen. Toen in 1919 in Engeland, in Nederland en in
vele andere landen de toenemende concentratie aan-
leiding gaf ‘tot vrees voor het ontstaan van volle-
dige, particuliere baukmonopolies of ,,money trusts”
en allerwegen op wettelijke regeling werd aange-
‘drongen, zeide wijlen Dr. A. Plate eens tot schrijver
dezes: ,,Men moet niet spreken van concentratie van
het bankwezen, doch veeleer van organisatie”. Daar-
mee bedoelde deze prominente zakenman, dat zonder concentratie in het ‘bankwezen dhaotische toestanden
ontstaan, die in tijden van crisis groote gevaren met
zich brengen. Het heeft ons steeds toegeschenen, dat
in dit woord waarheid gelegen was. En het minu-tieuze verhaal van het groote werk, dat met name
door wijlen Sir Edward Rolden, jarenlang Chairman
en eenig Managing Director van de Midland Bank,
ten behoeve der concentratie is gedaan, en dat men
in het Gedenkboek beschreven vindt, bevestigt er op-
nieuw de jui’st1hei’d van.
Om een denkbeeld te geven van den groei der
Midland Bank laten wij hier enkele cijfers volgen:

(In duizenden £)

Jaar
Gestort

kapitaal
Reserve
Deposito’s en ere-
diteuren

Debi

teuren
Wissels

1850..
120
18
112
34
239
1880..
300
120
2.015
1.327 619
1890..
638
500 5.616
3.502
1.374
1900..
2.523
2.523
37845
19.774 4.119
1910..
3.989 3.590 73.415 41.088
6.686
1920..
10.860 10.860
371.842
189.720
57.672
1930..
14.248 14.248
399.606 203.583
83.923

Duidelijk toonen deze
cijfers
den enormen voor-
uitgang, inzonderheid in den loop dezer eeuw.
In welke mate het net van vestigingen der bank
is gegroeid, blijkt uit het volgende staatje:

Periode
Gevestigde

Filialen

Filialen,

verkregen
door fusie

Opgeheven

filia len

Aant. filialen
aan het einde
der periode

1836_79.
1
2

3
1880_89
.
16
S

27
1890-99

111
149
8
279
1900-09

135

247
3
658
1910-19

274
517
5
1.444
1920-29

691

91
2.044
1930-34
.
126

60
2.110

Wie zidh voor ‘de ‘gesdhiedenis van ‘de concentratie
op het gebied van het bankwezen en voor den rechts-
vorm der Engelsche banken interesseert, zal in het

19 Februari 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

131

Gedenkboek der Midland Bank veel van zijn gading
vinden.
‘Wij mogen echter niet verhelen, dat het omvang-rijke werk in verschillende opzichten teleurstellend
is gebleven. In de eerste plaats wordt veel te weinig een analyse gegeven van de transacties, die de bank
in den loop der tijden ten behoeve van het bedrijfs-
leven heeft verricht. Dat de oorspronkelijke Bir-
mingham and Midland Bank zich sterk op het ge-
bied der industrieele credietverleeening heeft bewo-gen, blijkt wel duidelijk. Dat deze credieten meestal
in den vorm van door de een of andere zekerheid
gedekte rekening-courant-voorschotten of ,,over-
drafts” werden verstrekt, komt minder duidelijk aan
c]en dag. Belarigwekkend ware hier de vraag ge-
weest, in hoeverre de bank zich heeft gehouden bin-
nen de grenzen der eigenlijk gezegde ,,bedrijfscredie-
tcu” en in hpeverre zij het ietwat gevaarlijke pad
der ,,Anla’ge-credieten” heeft weten te vermijden.
Daarover verneemt men echter vrijwel niets.
Ook wordt in het boek niet gesproken over de
vraag, in hoeverre het Engelsche bankwezen na den
oorlog voldaan heeft aan de i.ndustrieele credietbe-
hoeften. Den naam van de British Industrial Deve-
lopment Oompany, welke toch op initiatief van de
Bank of England met deelneming van de ,,Big Five”
is opgericht, hebben wij in dit boek tevergeefs ge-
zocht, terwijl aan het voor de gestie der Engelsche
banken zoo belangrijke rapport der Macmiilan Oom-
missie, dat slechts even geciteerd wordt in verband
met de uiteenzetting van den Manager Hyde voor
deze commissie, verder geenerlei aandacht is ge-
schonken. Wie buiten de vragen betreffende den
rechtsvorm der banken, de afbakening van de werk-
zaamheden tusschen centrale bank en J’oint Stock
Banks en de bankconcentratie zijn kennis door lezing
van ‘dit Gdenkb’oek wil verrij ken, ‘heeft alle kans bedrogen uit te komen. Maar binnen het kader der
zooeven genoemde problemen bevat het boek veel

waardevol materiaal. G. M. V. S.

DE RUBBERPOSITIE.
Nu aan ‘de ‘hand van eeni’germate betrouwbare
cijfers ‘de rubIberposit,ie, zooais 1935 haar heeft ge-
schapen, kan worden geanalyseerd, is ‘het goed dit
ook te ‘doen. Indien wij dan met de
Productie begin-

n’en, ‘dan krijgen wij voor de geheel onder ‘de restric-
tie-‘overeenkomst ‘vallende gebieden het vdlgende
beeld:

Toegestane export

Werkelijke

Over-

1935

export

schrijding

mcl.
Carry-

ten laste

(+)
over 1934

1935

Tekort (-)
Malakka, Brunei en
Laboean
………
375.379 long tons 370.580 long tons – 4.799 It.
Nederlandsch-lndië,

ondernemingen’)

144.549

,,

144.652

,,
+

103
Nederlandsch-lndië,

bevolking’)
……
123.942

,,

,,

142.328

,,

,,

± 18.386

Ceylon
………….

53.342

,,

54.182

,,

,,

+

840

Britsch-lndië
……
8.517

,,

,,

7.856

,,

661

Burma
………….
5.714

,,

5.463

,,

,,

251

Br. Noord-Borneo..

8.479
,,

,,

8.869

+

390

Serawak
………..
20.291

,,

19.285

..

– 1.006
Totaal
…..
740.213 long tons 753.215 long tons + 13.002 l.t.
Daarvan onder douane-toezicht ge-
plaatst om in 1936 te worden geëx-

porteerd
………. . … .. .. .. .. .. .. .. .

4.839
Geëxporteerd ten laste van 1935
……
748.376 long tons
Daarenboven in 1935
verscheept
……
48.231
Totaal export
………………
796.607 long tons
Verbruik en toeneming voorraden in
deze productie-gebieden rond
…….
6.393
Productie dezer gebieden rond 803.000 long tons
1)
Hier werden de door het Gouvernement overgenomen licenties
voor 20.000.000 K.G. rubber verrekend.

Uit ‘deze cijfers, welke grooten’deels, ‘evenals de vol-
‘gende, aan het Januari-overzicht van het Internatio-
nal Rubber Regulation’ Oommittee zijn ontleend,
blijkt, ‘dat, met uitzondering van ‘de Nederlan’dsch-Indische :bevolkings,bber, ‘alle gebieden aan de in-
ternationale verplichting ‘hebben voldaan, de meesten
er zelfs nog ‘onder ‘zijn gebleven.
Vergelijken wij ‘de wereldexporten over 1935 met
die van 1934, dan krijgen wij de volgende opstelling:

1935 meer (+)
of minder (-)
Export 1935 Export 1934

dan 1934
Hierboven vermelde ge-
bieden
……………..
796.607 1. tons 965.747 1. tons – 169.1401. tons
Siam
…………. . …….
28.051

17.714 , ,,

± 10.337
Fransch Indo-China
……
30.993 ,, ,,

19.559 ,, ,, + 11.434
Outsiders
………………
20.145 ,, ,,

13.695 ,, ,,

+

6.450
Totaal verschepingen
….
875.7961.tons 1.016.7151. ton.s – 140.9191. tons
Toeneming voorraden in de restrictie-gebieden rond 5.404 , ,

18.472 ,, ,, – 13.068
Productie voor export…. 881.2001.tons 1.035.1871. tons – 153,987 1. tons

Uit ‘deze overzichten blijkt, dat een deel der restric-
de weer ‘tenietgedaan is ‘door vermeerderde exporten
van de andere gebieden. Weliswaar is de dreiging in
absolute ‘cijfers nie’t verontrustend geweest, doch rela-
tief toch zeker belangrijk; ‘de vermeerderde export
ad ruim 28.000 tons beteekent een vermeerdering met
ruim 50 pCt. van den uitvoer over 1934.
Aan een sterke toeneming van de uitvoeren van
Siam en Fransch-In’do-Ghina voor 1936 zijn evenwel
‘door ‘de ‘internationale regeling grenzen gesteld, zoo-
dat deze ‘in ‘dit jaar vi’dh niet in ‘die mate als in ‘het
‘vorige zullen ‘kunnen ‘ontwikkelen; ‘hierdoor ‘behoeft
‘dus ook voor een verdere ‘sterke ‘toeneming van aan-
bod door deze productie-gebieden en de outsiders geen

vrees te bestaan.
Doordat de belangrij’kste producenten tot ‘de re-
strictie-o’vereenkomst zijn toegetreden, heeft deze
uit den aard der ‘zaak de exporten beïnvloed’ en dank
zij ‘de beperking met 32 pOt. wel zeer ingrijpend.
Voor een ‘beschouwing van ‘de positie van het pro-
duct is ‘het z’oo’doen’de van meer ‘belang de ontwik-
keling van de consumptie te beschouwen, ‘omdat ten-
slotte van deren kant de duurzame verbetering moet komen, zoolang niet de productie-capaciteit geredu-
ceerd wordt.
Het
verbruik
in 1935 kan ‘thans op ‘rond 942.000
ton’s getaxeerd’ worden, hetgeen ten opzichte van
1934 een verbetering niet ongeveer 5.000 tans be-
teekent. Dit op zidhzelf is een zeer bemoedigend ver-
schijnsel, hoewel ‘deze toeneming tegenover die in
1934 (toen met ruim 127.000 tolas) in het niet
zinkt. Het vetbruik dver 1935 beteekent in ‘ieder
geval een nieuw record, dat geheel ‘op rekening
van ‘de Vereenigde Staten moet worden geschreven.
Daar ‘heeft zich de ontwikkeling der laatste jaren,
zij het ‘ook in 1935 geleide’lijker, voortgezet, zooals
uit het volgende staatje
blijkt
(eveneens aan de zoo-
even gemelde publicatie ‘ontleend):

Verbruik van:
Vereenigde

Overige wereld

Totaal
Jaar Staten
Engeland excl. prod. landen excl. prod.
1.
1931 350.000
tons
76.600
tons
251.300
tons
677.900
toi,s
1932 332.000 78.000
,,
273.500 683.500
1933 401.000

79.600

327.200

807.800
1934 464.600
,,
110.100

362.100

936.800
1935 497.200
,,

99.600 ,, 345.200

942.000

De krachtige toeneming van Engeland in 1931
heeft zich in 1935 dus niet ten volle kunnen hand-
haven en ook in de overige wereld heeft 1935 een
bescheidener verbruik gebracht. D’at ‘de Vereenigde
Staten ‘hierop een uitzondering maken valt in het
licht van de ge’heele ontwikkeling daar niet te ver-
wonderen. Immers, de automobiel-industrie lieef t
boven haar werkplan 1935 ook in ‘dat jaar n’og een
krachtig begin gemaakt met de uitvoering van dat,
wat eigenlijk voor 1936 ‘bestemd was (en ‘de activiteit
in ‘dien bedrijfstak ondervindt daarvan ook thans
reeds door een, wellicht
tijdelijke,
vermindering
‘den invloed) en zo’odoende is ‘de auto-pro’ductie in
1935 boven ‘de 4.000.000 wagens gekomen. Toch mag
dit cijfer o.i. niet tot een te groot optimisme leiden,
want sedert 1929 is ‘ook voor dezen bedrijfstak veel
veranderd. Reeds vôôr ‘dat jaar, en nadat ‘de indus-
trie haar stabilisatie had bereikt, vormde naast de
vervanging van ou’de wagens ‘de export ‘de voornaam-
ste bron van ‘activiteit; in ‘de Vereeni’gde Staten
bleek ‘het verza’digingspunt meer en meer te worden
bereikt. Voor den ‘uitvoer is de positie veel minder
gunstig geworden, doordat overal in consumptie-
centra, ook voor Amerikaansdhe merken, fabrieken

132

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHT EN

19 Februari 1936

zijn opgericht. Voor de vervanigingen echter staan
juist in 1935 en 1936 de groote prod’ucties van 1928 en 1929 op het programma, doch in de toekomst ko-
men de magere jaren 1931 en volgende, welke zeker tot
geringere activiteit uit deren hoofde zullen leiden.
Wat het totaal aantal geregistreerde wagens in de
Vereeni’gde Staten betreft, per ultimo 1934 bedroeg
dit reeds weer ruim 25.100.000, tegen een maximum
van ruim 26.700.000 in 1930. Wel is er ‘dus nog een
marge, wel zal, indien de ontwikkeling in Amerika
in het algemeen in gunstige richting gaat, een toe-
neming der z.g. ,,nieuwe aankoopen” mogen worden
verwacht, doch men zal zich o.i. op den langeren
duur in het gunstigste geval op een zeer geleidelijke
ontwikkeling moeten instellen, waardoor de te ver-
wachten afneming van het aantal te vervangen
wagens eenigsains gecompenseerd zal worden.
Ook het verbruik van regeneraat in de Vereenigde
Staten is in 1935, zelfs relatief •sterker, toegenomen, nl. van 22.2 tot 22.7 pOt. van het ver:bru.ik van ruwe
ru’bber; dit bewijst temeer, dat het surroigaat meer
dan dat is en een zelfstandige plaats heeft verworven,
want ‘deze toeneming valt te registreeren tezamen met
een voor de rubberctiltuur onbevredigend prijsverloop.
Het
prsverloop,
‘hoewel in het begin van 1935 vast,
had overigens tot ongeveer October een dalende ten-dens, welke daarna geleidelijk in een stijgende o’ver-ging; de gemiddelde prijs is evenwel in 1935 iets be-
neden dien van 1934 gebleven.

De
voorraden
vertoonen, het behoeft na onze be-
scihouwing van ‘de productie en het verbruik ‘geen
speciale toelichting, een vermindering. Liet 1934 nog
een overschot van productie over consumptie van
ruim 98.000 tons, in 1935 overtrof de laatste de eerste
met 61.000 tons, en dit komt ‘dan ook tot uiting in
den werel’dvoorraa’d, vi’d’e onderstaande, aan de reeds geciteerde periodiek ontleen’de, cijfers:

per uit. 1935 per uit. 1934

Verbetering
Voorraden in consumptie-
landen rond
…………
459.600 t. rond 487.600 t. rond 28.000 tons
Voorraden in productie-
landen buiten het res-

trictie-gebied rond
……
33.000
,,

,

65.400 ,,

32.400
Voorraden in productie-
landen binnen het ree-

trictie-gebied rond
……
71.100
,,

,,

65.700 ,,

,,
—5.400
Zeilende
voorraden.
.. .. ..
.

83.000
,,

,,

126.000,

,,

43.000
Totaal rond
…………
646.700 t. rond 744.700 t. rond 98.000 tons

Hieruit ‘blijkt, dat de zichtbare voorraden sterker
verminderd zijn dan uit de productie/consumptie-ver-
houding volgt, hetgeen ‘dus hierop neerkomt, dat de
onzichtbare voorraden moeten zijn toegenomen. Hier-
door wordt dus ‘de meening der Londensche rub’ber-
firma Fi’g,gis & Co. bevestigd; deze taxeert de onzicht-
bare voorraden ‘buiten de Vereenigde Staten per
ultimo 1935 op 100.000 ton’s.

Naaste toekomst.
Nu voor ‘het eerste ‘halfjaar 1936
de restrictie op 40 pOt. is vastgesteld beteekent dit,
dat ‘geduren’de deze periode een verdere verbetering
der statistische positie kan worden verwacht; im-
mers, ‘het verbruik op rond 500.000 tons ramen’d’e,
zal ‘de export ad rond 410.000 tons daarbij sterk ten
achter moeten blijven. De verbetering in ‘den ru’bber-
prijs valt dan ook zeker ten ‘deele uit ‘dezen hoofde
te ‘verklaren, hoewel wij voor ons igelooven, dat de
voornaamste factor toch wel i’s de algemeen optimis-

tischer tendens op de markten ‘der ‘groothan’delspro-ducten en de stemming op de effectenbeurs, gepaard aan het feit, ‘dat de statistisdhe positie in verhouding
tot de consumptie een drageiij’k beeld begint te ver-
toonen.

Wij mogen evenwel niet vergeten, ‘dat ‘de rubber
ook is geworden tot een product, waarvan ‘het aanbod,
en ‘daarmede de mate der prijrbewegin’g, door het in-
ternationale comité kan worden ‘gemanipuleerd.
Voor de verderaf ‘liggende toekomst zien wij de ver-
houdingen n’og stee’ds niet bijzonder ‘gunstig. Er zijn
op ‘het oogenblik geen teeken’en, ‘die erop wijzen,
‘dat ‘binnen korten tijd een sterke vermeerdering van
het verbruik kan worden verwacht, ‘zoodat de ver-

houding tusschen verbruik en productie-mogelijkheid zeer ongunstig
‘blijft.
Tenslotte wordt de voortbren-
ging weliswaar tot ultim’o 1938 ‘door de restrictie-
regeling beheersht en kan gedurende deze periode
dus een aanpassing aan het verbruik worden ge-
handhaafd, doch daarna?

En deze periode van restrictie wordt ‘helaas niet
‘benut ‘om de
werkelijke
positie van het product te
verbeteren; eerder nemen wij het tegendeel waar, men
geeft ‘den aanplant rust en stelt producenten in ‘de
gelegenheid een deel ‘hunner aanplantingen nog te
verbeteren, hetgeen moet lei.den tot opvoering ‘der toe-
komstige potentieele productie.

Daarnaast blijft ‘het probleem der
bevolkingsrv..b-
ber;
men is thans ‘doen’de alle tuinen te registreeren
en binnen enkele maanden mogen wij het resultaat
‘daarvan verwachten. Wij vreezen, ‘dat ‘dan cijfers zul-
len worden ‘gepubliceerd, welke zeer teleurstellen, om-
dat zij zelfs pessimistische verwachtingen zuilen over-
treffen.

En ook ‘hier staat een productie-capaciteit, welke
duurzaam is en niet alleen een druk op ‘de markt
zal geven, ‘d’oc’h bovendien ‘het probleem van de onder-
linge verhouding van ondernemin’gs- en bevolkin’gs-
producenten in de toekomst aan ‘de orde zal stellen.

Hoewel ‘de statistische positie van het product in
het algemeen ‘sterk ver’beterd is, mogen toch o.i. deze ‘vragen zeker niet uit ‘het oog worden verloren bij een
‘beoordeelin’g van de ‘verhoudingen.

Weliswaar wordt thans ‘ook de research, het zoeken
naar nieuwe verbruiksinogelijkheden, steeds inten-
siever ter hand genomen, doch voordat ‘hier zichtbare
resultaten worden geboekt, zullen vermoedelijk jaren
verloopen. En dan kunnen onder de bestaan’de pro-
‘ductie-verhou’din’gen voor vrije voo’rtbren’gin’g alleen
zulke mogelijkheden resultaat geven, welke het ver-
bruik sprongsgewijze tot de potentieele productie op-
voeren. J. F. H.

LUCHTVAARTWEGEN IN HET VERRE OOSTEN.

Het is een opmerkelijk feit, dat ‘het luo’htvaartnet
in het Oosten van Azië nog zoo vele lacunes vertoont.
Dit valt vooral •op, wanneer men ‘de uitsteken’de ver-
bindingen, die reeds ‘bestaan tusschen Europa en
Zuid-Oost-Azië, vergelijkt met wat in Oost-Azië ‘is
tot stand ‘gekomen. Behalve deze eerste lijnen, waar-
toe ‘destijds ‘de K.L.M. ‘het ‘initiatief heeft genomen,
en waarop thans ‘bovendien de Britsche en de Fran-
sdhe vliegtuigen vliegen, ‘bestaat er in ‘den ‘grond van de zaak nog maar ‘heel weinig van eerrige beteekenis.
Japan ‘heeft eenilge lijnen, die edhter niet met het
ei’gen’lijke China zijn verbonden; op de Philippijnen
bestaat een enkel ‘lijntje, eveneens zonder aansluiting
met ‘het vasteland; in Nederlandsch-In’dië vliegt de
K.N.I.L.M. tussehen de groote plaatsen op Java en
Bali en verder van Java uit op Singapore en Medan
en ‘sedert k’orten tijd ‘op Balikpapan, terwijl door-
trekkin’g van ‘de S’in’gaporelijn naar Saigon in over-
weging is – een dienst van Java op Macassar is na
korten tijtd weer ‘opgegeven – en dan is men, op de
binnenlan’dsche diensten in China na, vrijwel aan
het ein’de.

Wat deze laatste ‘diensten betreft valt onderscheid te maken ‘in ‘d’e
lijnen
langs ‘de kust, van Canton
naar Shan’glhai en van Shanghai over Nanking naar
Peking, en •de
‘lijnen
naar het binnenland, van
Shanghai en Canton uit. De eerste diensten worden
uitgevoerd ‘door ‘de Chinese Nati’onal Aviation Cor-poration (C.N.A. C.), een Oh’ineesch-Amerikaansthe
onderneming, ‘de laatste d’oor ‘de Euras’ia Aviation
Corporation, waarin Chineesche en Duitsche ‘belan-
gen vertegenwoordigd ‘zijn. Ondanks de groote betee-
kenis, welke ‘deze Chineesche lijnen hebben voor ‘het
economisdh leven van het land, mist men noode ‘de verbinding met de Europeesche luchtmail.’diensten. De luc’htmail voor China moet, ‘door ‘het ontbreken

19 Februari
1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

133

van deze schakel, nog altijd per schip van Singapore
worden doorgezonden, en bereikt van daar uit Mid-
den- en Noord-Ohina eerst na zeven of meer dagen.
Het groote voordeel van de snelle verbinding tus-
schen Europa en Singapore gaat daardoor veer groo-
tendeels verloren, en het bedrijfsleven in deze streken
bedient zich veelal van de epoorwegverbind’ing over
S’i’berië, welke
weg
slechts enkele dagen meer tijd in
beslag neemt, terwijl geen extra luchtrecht behoeft
te worden betaald.
Deze toestand duurt nu al enkele jaren, en steeds
wordt de drang ‘grooter, om aan dit isolement van
Ohina – en daarmede •ook ‘van Japan – een einde te maken. Aan plannen •heeft het niet ontbroken,
maar tot dusverre is alles steeds gestrand ‘op de poli-
tieke moeilijkheden, waaraan het in de afgeloopen
jaren in het Verre Oosten niet heeft ontbroken.
Vooral de C’hineesch-Japansche tegenstelling heeft
veel kwaad gedaan aan ‘de ontwikkeling van een nor-
maal ludhtvaartnet; de Chineesche Rogeerin’g is be-
vreesd, aan andere mo’gend’heden het redht toe te ken-
nen, een lijn op China te openen, omdat ‘het dan het-
zelfde aan Japan niet langer meent te kunnen wei-
‘geren. En zoo bestaan daar dan, door een geringen
afstand gescheiden, twee groepen van luchtvaartdien-
sten, de C’hineesche en de Europeesch-Aziati’sche.
Wanneer men •de kaart van Oost-Azië beziet, blijkt
eerst recht, hoe dwaas de’ze toestand is. De Fransche
lijn reikt reeds tot Hanoi, en zelfs is er een verbin-
ding tusshen Bangkok en Yunnanfoe door Air-
France tot stand gebradht, waarmede dus feitelijk
Zuid-China reed’s is aangesloten op de
lijnen
naâr
Europa. De verbinding ‘tusschen Yunnan, dat geheel
op Fransch Indo-China is georiënteerd, en ‘het overige
China is echter zeer gebrekkig. Er bestaat op papier weliswaar een binnenlandsehe Ohineesche ‘lijn naar
Yunnanfoe, maar door het hooge ‘bezigterrein en door
de weersgesteldheid functi onneert ‘deze ‘dienst zeer
onregelmatig. Voor ‘de verbinding tussCh’en China en
Europa zijn de lijnen via Yunnan.foe ‘dan ook niet
te gebruiken.

Het Duitsche plan, Shanghai met Berlijn te ver-
binden langs ‘den kortsten weg, zou een zeer ratio-
neele ‘oplossing ‘hebben beteekend van het vraagstuk der verbinding tusschen China en Europa. De Sovjet-
Unie weigerde ‘den Duitschers ecihter over ‘haar ge-
bied te vliegen, en zoo kon men niet anders doen
dan eenie lijnen in het binnenland van China
openen, ‘zonder aansluiting met Europa of zelfs met
den S’i’berisohen ‘spoorweg. Het ziet er niet naar ui’t, dat de verhouding tussdhen Duitschla.nd en ‘Rusland
binnen af’zienbaren tij’d zood’aniig zal verbeteren, dat
aan ‘de plannen van de Lufthansa uitvoering kan
worden gegeven. Ook indien een luchtvaartmaat-
schappij van andere nationaliteit ‘dan de Duitsche
de ‘verbinding over land met Oh’ina tot stand zou
willen brengen, zou ‘de onrust, welke in ‘het Westen
van China ‘heersrht, v’oors’han’ds een ernstig bezwaar
opleveren, en wellicht nopen tot een grooten omweg,
ongeveer langs ‘den Transsi’berischen spoorweg.

Het ‘lag het meest voor de ‘han’d, ‘dat de Europeesche
luchtmail’diensten voor een aansluiting van ‘hun
lijnen op Ch’ina. zorgden. Reeds geru’imen tij’d geleden
werden plannen tot ‘dit doel gemaakt, maar ook hier
doken de politieke moeilijkheden steeds weer op;
moeilijkheden, ‘die van verschillenden aard waren,
maar ‘die tot nu toe steeds tot eenig gevolg ‘hadden,
d’a’t elke rechtstreeksche verbinding uitbleef. De
Ch’ineesche lijn mocht n’iet ‘te Hongkong, en de Brit-
sdhe niet te Canton komen. Daardoor zal, ook van-
neer de En’gelsche lijn van Honigkong naar Penang
en Sinigapore ‘is tot stand gekomen, ‘de kleine étappe
van H’on.k’on’g tot Canton per trein moeten worden
afgelegd.
Nog ou’der dan de Britsche plannen, en thans
eveneens ‘in een vergaand stadium van voorberei’ding,
verkeeren de Fransche ontwerpen. Zij komen neer op
een
‘lijn
van H’anoi naar Canton, welke eerste ‘stad in

directe verbinding ‘staat met Marseille. Reeds heeft
de centrale Chineesche Regeerin’g haar toestemming
tot ‘het v;liegen op deze route gegeven aan de Chi-
neesche Nationale Luchtvaartmaatschappij, maar het
lot van ‘de geheele ‘onderneming is min of meer ‘twij-felachtig, zoolan’g niet de te Canton zetelende provin-
ciale Regeering van Kwantoeng haar medewerking
verleent. Laatstgenoemd bestuur bezit een eigen
luchtlijn van Can’tou naar Lungoh’ow, aan de grens
van ludo-China gelegen, en zij koesterde het voor-
nemen, ‘deze lijn door te trekken, ‘in samenwerking
met ‘den Franschen ‘dienst, tot Hanoi. Nada’t aanvan-
kelijk, in’ November 1935, de Regeerin’g van Canton
zoo ver was gegaan, ‘dat zelf’s een proefvlucht voor
de rechtstreekshe verbin’din’g Hano’i-Canton werd
verboden, schijnt thans overeenstemming met d’e Re-
geering te Nanking te zijn ‘bereikt. Het ligt in ‘de
‘bedoeling, ‘de nieuwe ‘lijn in Februari reeds te doen
funotionneeren.

Het laat zich ‘dus aanzien, dat ‘het isolement op het
gebied van de luchtvaart, waarin Oh’ina zoo lang
‘heeft verkeerd, weldra tot het ‘verleden zal behooren,
en dat men zelfs ‘de keuze zal hebben tusschen een
Fransche en een En’gelsche ‘verbinding met Europa.
Voor de ‘beide erbij ‘betrokken Europeesche maat-
schappijen beteeken’t dit natuurlijk een zeer waarde,
volle aanvulling van hun ‘dienst. Indirect is deze
ontwikkeling niet in ‘het voordeel van de derde maat-
schappij, ‘die bij ‘de verbinding tussehen Europa en
Zuid-Azië is betrokken: ‘de K.L.M. Deze maatschap-
pij, ‘die niet alleen pionierswerk heeft verricht ten
aanzien van ‘de verbinding met Azië, maar ‘die onte-genzeggelijk ook erin is geslaagd om ‘de eerste on’der
‘haar concurrenten te blijven – haar diensten zijn
én sneller én regelmatiger – loopt ‘hier ‘het gevaar,
meer uitsluitend op één gebied, Nederlandsch-Indië,
te ‘zijn aangewezen voor ‘de voeding van haar lijn.
Het i’s zeer wel megelijk, ‘dat de nieuwe verbinding
tusschen Ohina en ludo-China respectievelijk Malakka
ook de K.L.M. ten goede komt, maar de dienstrege-lin’gen zullen natuurlijk z66 worden opgemaakt, dat
de r’echtstreeksche aantiuiting steeds ‘door ‘de Fran-
she of Enigelsche h’oof’d’lijn wordt bezorgd, en Air-France zoowel a’ls ‘de Imperial Airways krijgen hier
een dui’delijken voorsprong.

Dit treft ‘des te harder, omdat ‘het de Nederland
sche maatschappij niet mogelijk is geweest, een aan-
‘deel te krijgen in ‘het ‘verkeer met Australië. Gelijk
men weet, is het waarlijk niet ‘aan een ge’brek aan
energie van Nederlandsche zijde te wijten geweest,
‘dat deze verbinding in uitsluitend Britsche handen
is ‘gebleven. Wanneer op het ‘gebied van de ‘luchtvaart
in meerdere mate het beginsel van ‘den vrijen handel,
‘of, wil men, van ‘de vrije lucht – en van ‘de vrije
landing – werd ‘gehuldigd, ‘dan zou ‘de Nederland-sohe maatschappij de eei-srte zijn, ‘die ‘daarvan de
vruchten plukte. Helaas is ‘het an’ders.

N’a’dat d’e pogingen om vergunning te krijgen tot het vliegen op Austra’lië waren gestrand, hebben de Nederlandsche en de Indische maatschappij niet stil
gezeten. Men tracht t’hans in de eerste plaats een
verbinding te verkrijgen tussehen Batavi’a/Soera’baia
en Maniil’la. De totstandkoming van dit project zou
de Pbi’lip’pijneu geheel tot ,,aehterland” van Indië
maken, voor zoover ‘het de verbinding door de lucht met Europa betreft. De ontworpen ‘lijn naar Manilla
zou van nog veel grooter beteekenis worden, wanneer Amerika zijn plannen, om ‘den dienst over den Stillen
Oceaan in te voeren, verwezenlijkt. M’anil’ia ‘belooft
dan een centrum van groot ‘belang te worden, en
Nederlandsoh-Iudië zou in het ‘bezit komen van een
zeer snelle verbinding met ‘het Westen van Ameri’ka.
Van nog grooter ‘belang voor de K.L.M. zou de ljz
op Manilla
zijn,
wanneer, gelijk in de bedoeling ligt,
de Ameri:ka’an’sche lijn – waarop de ‘bekende ,,Olip-
pers” vliegen – wordt doorgetrokken naar ‘de Clii-
neesche kust hij Canton. De Amerikanen, ‘die zoomin
van ‘de Oh’ineesche
els
van ‘de Brit’sche autoriteiten

134

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Februari 1936

het recht schijnen te kunnen verkrijigen, op hun ge-
bied te landen, zouden dan niet Canton of Hongkong,
maar het nabijgelegen Portugeesdhe Maca’o tot eind-
punt krijgen. Op deze wijze zou de K.L.M. eveneens
ecu gedeeFte van het verkeer tusschen Europa en
China (of Japan) tot zich kunnen trekken door mid-
del van een voedingslijn der K.N.I.L.M. Weliswaar is
cle omweg over Java vrij groot, maar wanneer de aan-
sluitin’g goed is, ‘telt het bezwaar daarvan niet te zeer,
vooral niet, wanneer de dienst tussdhen Java en
Europn evenveel sneller kan blijven dan de Franshe
of ‘de Engelsche dienst als thans het geval is.
Zou ‘de verwezenlijking van de Nederlandsche plan-
nen evenwel nog in een verder weggelegen toekomst
liggen dan ‘die der beide andere landen, ‘dan is
dit een ‘zeer wezenlijk nadeel: is men eenmaal met
de andere diensten vertrouwd geraakt voor de ver-
‘binding per luchtpost tussohen Ohina en Eiropa,
dan is het moeilijker, om ‘achteraf terrein te winnen
op ‘zijn medestanders. Snelle uitvoering van deze
plannen is dan ‘gewenscht.
,,Im ‘letzten Ende” blijft echter ‘het voordeel aan
de zijde van ‘het Dui’tsche plan. Voor de verbinding
tussdhen China en Japan met West-Europa is de
omweg langs de Azi’atische kust tè groot ‘dan ‘dat op
den duur deze weg bij voorkeur genomen zal worden.
De verre toekomst spreekt v66r het Duitsche plan.
Bij een luchtvaart-maatschappij zijn het evenwel niet
alleen de vliegtuigen, die snel zijn: de geheele Ont-
wikkeling van het bedrijf heeft een tempo, dat in de
meeste andere ondernemingen onbekend is, en de on-
middellijke toekomst is dan ook. van veel grooter
belang dan de waarschijnlijke veranderingen over
langeren tijd. Voor ‘de Nederlandsche 1uhtvaart is
het zéér te hopen, dat de verbinding met Manilla en
met de Chineesdhe kust zoo gauw
mogelijk
tot stand

komt.
lik.
RIEMEN5.

BUITENLANDSCHE MEDEWERKING.

DENEMARKEN IN 1935.
Dr. R. A’schenbrenner te Kopen!hagen schrijft ons:
De economische toestand van Denemarken ‘is in 1935 veel verbeterd, niettegen’staande ‘het feit, dat
cle omvang van den
buitenla.ndschen handel
ten naas-

ten’bij gelijk is ‘gebleven. Het land had in 1934 een
uibvoerov’erschot van Kr. 125 mil’iioen, hetwelk ‘d’oor
andere inkomsten ‘op de betalingsbalans nist ‘geheel
kon worden gedekt. Al’s gevolg hiervan werd ‘de con-
trôle op den invoer in het afgeloopen jaar verscherpt,
wat in een ‘beperking van den uitvoer van ‘verschillen-
de artikelen tot uitin’g kwam. Op ‘deze wijze is de
invoer in 1935 met Kr. 25 milli’oen verlaagd. Tege-
lijkertijd steeg de uitvoer met Kr. 31 millioen, zoo-
dat het invoeroversdhot in 1935 hij ecn invoer van
Kr. 1.329 millioen en een uitvoer van Kr. 1.266 mil-
lioen Kr. 62 millioen bedraagt.
Op grond van de reeds ‘bekende cijfers is het mo-

gelijk, ‘dat de
betalingsbalans
‘overeenkomstig ‘de

raining in evenwidht is.
Bij’
de passiefposten van ‘de
handelsbalans, ten bedrage van Kr. 63 millioen,
komen nog ongeveer Kr. 110 millioen voor rentebe-talingen aan het ‘buitenland en ongeveer Kr. 20 mil-li’oen voor uitgaven ‘in ‘de scheepvaart, in totaal dus
ca. Kr. 193 millioen. Hierbij werd aangenomen, dat
de ‘invoer en uitvoer van effecten als .00k de inkom-
sten en uitgaven van ‘het vreem’delingenverkeer tegen
elkaar opwegen. Onder de activa moeten de inkom-
sten uit de sdheepvaart met Kr. 200 m’illioen en de
rente-ontvangsten met Kr. 15 millioen worden be-groot, in totaal Kr. 215 millioen. Indien men er nu
rekening mede houdt, dat ‘de netto-schuld van ‘de ban-
ken aan ‘het buitenland in 1935 met ca. Kr. 25 mil-
lioen is gestegen, dan is de ‘betalingsbalans voor 1935
ongeveer in evenwidht.

Het
binnenlandsche bedrijfsleven
stond verleden
jaar in liet teeken ‘van op’bloei. Wel steeg het index-
cijfer van groothandeisprijzen slechts van 135 tot 139
(1913 = 100), doch men moet bedenken, dat de sti.j-

ging van ‘de ‘grootbandelsprij’zen in Denemarken naar
ver’houdin’g eerder begon ‘dan in andere landen, als
gevolg van de grootere waardevermindering van ‘de
Deensche Kroon. De grootste stijging geven de
landbouwprod’ucten te zien. Opmerkelijk ‘hierbij is,
dat de klein’handelsprijzen in verhouding slechts wei-
nig zijn gestegen.
De
goudwaarde van den Deensche Kroon
was in
1935 onderhevig aan geringe schommelingen, welke
ontstonden ‘door ‘de nauwe relatie met het Engelsche
Pond. Begin 1935 noteerde ‘zij 48.58 pOt. van de ‘ou’de
goudpariteit, daalde ‘in Maart 1935 tot 47.04 pCt.,
om ‘daarna tot het einde van het jaar weder tot 48.76
pCt. te ‘stijgen.

Op de
geidmarict
was de invloed van ‘de verande-ring in de credietp’olitiek van .de circulatidbank dui-
delijk ‘bernerkbaar. Als tegenwicht tot ‘de ongunstige
handelsbalans en ‘de sterk geforceerde bouwbedrjvi’g-
heid, – welke, zooal’s men vreesde, op een débacle in
het ‘bouwbedrijf zou uitloopen – beperkte de Na-
tionale Bank ‘het crediet, door verhooging van het
dii’sconto van 24′ tot 3Y2 pCt., als ook door verkoop van obligaties ten bedrage van Kr. 36 millioen. Deze
politiek van credietcontractie ha’d een sterkere daling
van de obiigatiekoeesen tengevolge. Het indexcijfer daalde in den loop van ‘het vorige jaar van 103.3 tot
97.8.
De
goudvoorraad
van de Nationale Bank daalde
met Kr. 15 millioen, welke werden geëxporteerd voor
aflossing van een valutacrediet van Zwitsersche Frs.
20 m’illioen. De ‘bankbiljettencirculatie daalde van
Kr. 386.2 millioen ultimo Dec. 1934 tot Kr. 383.9
mil’lioen uit. Dec. 1935. De goudvoorraad is thans
Kr. 118 millioen, waarbij men in aanmerking moet
nemen, dat de berekening ‘op basis van ‘de oude pan-
teit plaats vindt.
Bij de particuliere banken ‘is de toeneming van
de deposito’s tot staan gekomen. In 1934 bedroegen
zij ca. Kr. 100 mi’llioen. Daarentegen stegen de debi-teuren met Kr. 75 mill’ioen.
In nauw verband met ‘de wijziging van de crediet-
politiek van de Nationale Bank waren ‘de omzetten
van obligaties ‘en aandeelen op ‘de beurs te Kopen
hagen in 1935 veel ‘geringer ‘dan in 1934. Niettemin
is ‘het
indexcijfer
van aan’dee’len van 101.2 tot 104.5
gestegen. Vooral de koersen ‘van scheepvaartaan’deelen
stegen, welke aandeelen ‘in verband met de verbete-
ring op .de vradhtenmarkt zeer gezocht waren.

De Deensche
industrie
geeft in het afgeloopen jaar
een belangrijke verbetering te zien. De productie-
index steeg van 117 tot 123. De in’dustrieele uitvoer
steeg, naar de waarde gemeten, met 15 pCt. Zijn
aandeel ‘in ‘den totalen uitvoer bedroeg bijna 25 pOt.,
tegen enkele jaren ‘geleden slechts 17 lt
18 pCt.
De Deensdhe
landbouw,,
de ruggegraat van het ge-heele Deensche bedrijfsleven, ‘heeft de crisis welis-
waar nog niet geheel overwonnen, maar de ‘toestand is reeds in zo&verre verbeterd, ‘dat een acuut gevaar
niet meer bestaat. Het jaar 1935 bracht voor den
Deenschen landbouw een graanoogst, zooals in vroe-
gere jaren niet was voorgekomen. Hij steeg van
33.8 mil’lioen hkg in 1934 tot 37 niillioen, hkg in
1935. In tegenstelling met den mislukten suikeroogst
van 1934, waardoor 58.000 ton ruwe suiker moesten
worden in’gevoerd, ‘is ‘de ‘suikeroogst van ‘het vorige
jaar zoo groot, dat naast de dekking van de eigen
behoefte aan uitvoer van suiker kan worden ‘gedacht.
Het grootste voordeel ‘had de landbouw evenwel van
de in den loop van 1935 ontstane prijsstijging van
zijn dieriijke producten. De prijs voor boter steeg in
den loop van het jaar van Kr. 204 tot Kr. 226 per
100 ‘kg, die voor eieren van Kr. 1.— tot Kr. 1.64 per

k’g, terwijl de
prijs
voor varkens’v’leesdh slechts wei-

nig veranderde.
V’oor de periode 1 Juli 1934 tot 1 Juli 1935 is
het netto-overschot in ‘den landibouw op Kr. 82 per ha
vastgesteld. Het is mogelijk, dat het voor het tweede
halfjaar 1935 nog hooger is, waarbij er ter verge-

19 Februari 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

135

lijkin’g op moet worden geweren, dat in de ergste
depressiejaren, 1931/1932, met een tekort van Kr. 13
per ha werd gewerkt. Verschillende door de Regee-
ring ingestelde verordeningen tot steun aan den
landbouw hebben er ongetwijfeld toe medegewerkt,
den toestand van den land’bouw belangrijk te verbete-
ren. Bijzonder zwaar rijn tegenwoordig nog de op
de lan’dbouwbedrijfven ‘drukkende sdhuldverplithtin-
gen. Er zijn evenwel wetten in voorbereiding, welke
den la.n’d’bouw ook in deze richting zullen helpen.
In het teeken ‘van een grooten opbloei stond voorts
de Deens,he
scheepvaart.
Sedert September 1935 is
er geen opgelegde tonnage meer. De goheele handels-
vloot is in de vaart. Het indexcijfer voor scheeps-
vrachten steeg •in den loop van het jaar van 97.6 tot
111. Ongeveer ‘de helft van de Deen’sdhe :h’an’delsvloot
vaart in ‘bui’tenlan’dschen dienst en is derhalve voor het ‘geheele ‘bedrijfsleven een waardevolle bron van
inkomsten. Ook de ontvangsten van de
visscherij
zijn
booger dan ‘die van het voorafgaande jaar.
Karakteristiek voor de sterke opleving van ‘het
Deensche bedrijfsleven in het afgeloopen jaar is:
vooruitgang in elken tak van het ‘bedrijfsleven, waar-
bij het volumen van den buitenlandschen handel ech-ter vrijwel gelijk bleef.
Terwijl in normale tijden ‘bij een Vrij bedrijfsleven een economische opleving van een wo nauw met den
werel’dihandel verbonden land als Denemarken ook een
verhooging van ‘den ‘buitenlan’dsdhen ‘handel tenge-
volge had moeten ‘hebben, is deze – evenals in andere
landen – uitgebleven. Het Deensohe ‘bedrijfsleven
heeft zich in het afgeloopen jaar on’der den drang
der tij dsomstandigheden verder op autarkie ingesteld.
De productie-index voor industrieele goederen (1931
= 100) steeg in het zoo sterk agrarisch georiënteerde
land van 117 in Jan. 1935 tot 124 in Dec. 1935. De
grootste stijgingen geven ‘de kleedingin’du’strie (van
121 tot 141) en ‘de chemiseh-tehnische industrie (van
113 tot 127) te zien.

Tegenover de productiebeperking in den landbouw
als gevolg van de geringere af’zetm’oge’lijkheden in het
buitenland staat ‘de uitbreiding van de indu.strieele
productie.
Deze ‘ontwikkeling ‘leidt ertoe pogingen
aan te wenden, het aan grondstoffen arme land de
voor de gr’ootere in’dustrieele productie noodzakelijke
grondstoffen door uitvoer van lan’dbouwproducteu te
verschaffen, •en gelijktijdig den invoer van fabrika-
ten te ‘beperken.
Denemarken is als land, •dat levensmiddelen voort-
brengt, in sterke mate van het buitenland afha.nke-
lijk. De in den laatsten
tijd
toegenomen vraag naar
levensmiddelen zal ‘ongetwijfeld in de naaste toekomst
een gunstigen invloed ‘op het Deensche ‘bedrijfsleven
uitoefenen. Daarmede is ‘het
eigenlijke
economische
vraagstuk van Denemarken ehter nog niet opgelost.
Dit is er ‘op gericht, ‘door een zoo groot mogelijke
onafhankelijkheid van ‘het buitenland de van daar
doorwerkeu’de economische schommelingen te ‘ver-
zwakken en het geheele ‘bedrijfsleven een zoo gelijk-
matig mogelijke ontwikkeling te geven. Deze nieuwe
oriënteerin’g zal noodzakelijk gepaard moeten gaan met een reorganisatie vaii ‘den Deenshen landbouw
en ‘als gevolg daarvan van een deel van den bui-ten-
lan’dschen ‘handel, waarvan ‘de omvang op het oogen-
blik daarom zoo weinig te overzien is, omdat ‘de toe-
komstige ‘ontwikkeling van den internationalen han-
del nog onzeker is, en het Deensc’he ‘bedrijfsleven zioh
aan den invloed hiervan niet kan onttrekken.
Hierbij komt nog, dat ook het
werkloozenvraagstuic
in Denemarken, evenal’s in de andere ‘landen, on’opge-
lost is. Wel kon ‘het aantal werklozen in den loop
van ‘het laatste jaar aanzienlijk verminderen, en wel
van het ‘hoogste aantal van 138.000 in Februari 1935
(waarvan niet-verzekerd 19.900) tot 61.400 (waarvan
niet-verzekerd 11.400) in Ju’li 1935, doc’h begin
Januari 1936 werden weder 141.000 werkloozen (waar-
van 16.000 niet-verzekerden) geregistreerd op 3.6
milli’oen inwoners. Daarbij moet rekening worden ge-
houden met ‘den betrekkelijk gunstigen economischen
toestand en de sterke opleving van ‘het ‘bedrijfsleven
gedurende het ‘afgelo’open jaar. Een terugslag zou
op dit gebied de meest ernstige ‘gevolgen hchben,
zoodat in ‘cle naaste toekomst naast ‘de economische
nieuw- en ‘heroriënteering het vraagstuk van de te-
werkstelling vân ‘de werkloozen van de meeste betee-
ken’is is.

AANTEEKENINGEN.

Het koloniale vraagstuk.

De koloniale oorlog van Italië heeft het probleem
van het bezit van koloniën scherp naar voren ge-
bracht. Door de aanwezigheid van twee andere natio-
nalistische, niet-bezittende rijken, Japan en Duztsch-
land, wordt dit streven tot één van de grootste ge-
varen voor ‘deil wereldvrede en worden deze drie lan-
den in zekeren zin automatisch naast elkaar en tegen-
over de wel-bezittende mogendheden geplaatst.
De verschillende uitlatingen, welke op een herver-
deeling van koloniën aandringen en de aanspraken,
welke genoemde landen steeds in meerdere mate voor-
namelijk ten aanzien van Afrika naar voren brengen,
wekken, ook afgezien van de moeilijkheden, welke er
aan ieder der ,,oplossingen” verbonden zouden zijn,
begrijpelijkerwijze een sterke reactie in Engelsche
kringen. Reeds onmiddellijk na de verklaring van
Hoare, waarin hij den wensch ‘van ‘de Britsohe Regee-
ring vertolkte om een beter gebruik van de economi-sche hulpbronnen der wereld te bevorderen, verklaar-
‘d’en Engelsche regeeringskringen ‘deze uitlating als
doelende op een verdeeling van grondstoffen, terwijl van een herverdeeling van koloniën geen ‘sprake zou
kunnen zijn. Namens ‘de Re’geering heeft Minister
Thomas nadrukkelijk hetzelfde gezegd. Uitvoerig is
het Britshe standpunt o.a. uiteengezet ‘in ,,Inter-
national Affairs” van Januari—Februari 1936,
waarin Lord Lugard, Engelsch lid van de Permanen-
te Mandaat Commissie, de ‘oorzaken van ‘den eisch
naar koloniën bespreekt en becritiseert en ook de
van verschillende zijden gedane voorstellen behandelt.
Als belangrijkste redenen, welke ertoe ‘leiden, dat
landen koloniën wensohen te bezitten, noemt hij:
de druk yan de bevolking en de noodzakelijkheid
om te emi’greeren;

de behoefte aan ‘grondstoffen en voedingsmidde-
len en aan markten voor industrieele producten;
‘de wen’sch, om met de ‘tegenwoordige koloniale
machten gelijkwaardig te worden uit ‘overwegingen
van nationaal prestige.

Emigratie zal ‘slechts op zeer beperkte schaal uit-
komst ‘kunnen geven.

De ti-opisc’he en sub-tropische gebieden van Afrika
en Azië ‘zijn reeds •didht ‘bevolkt; te meer, nu ‘betere
hygiënische toestanden ontstaan, waardoor epidemien
achterwege ‘blijven, terwijl ook onderlinge oorlogen en
slavernij verminderen.
Voor ‘de surplus-millioenen van Europa
zal
daar-
om zeer zeker geen plaats te vinden zijn, zoodat ter-
ritoriale veranderingen in Afrika zeker geen ,opios-
sinig zouden brengen. Meer ruim’te voor kolonisa-tie
zouden de gematigde zônes van Noord- en Zuid-
Amerika, Siberië en de Pacific ‘bieden.
Ten aanzien van ‘de tweede reden merkt Lugard op,
dat ‘deze zich uit in het streven naar het vrij kunnen
beschikken over grondstoffen en het toegang krijgen
tot locale markten zonder discriminatie of differen-
tieele tarieven. De wereldmarktprijzen zijn evenwel
sterk gedaald sinds 1929 en behalve voor tin is er
geen ‘geval van ‘discriminatie in het Britsche Rijk
t.a.v. voor export bestemde goederen bekend, zoodat
dit Rijk ook ten aanzien van dit punt geenszins aan-
leiding tot ontevredenheid heeft gegeven. De valuta-
moeilijkheden ‘zijn eveneens kunstmatig en niet te
wijten aan een belemmering, aan het in- en uitvoe-
ren bij de koloniale’ gebieden in ‘den weg gelegd.
Lugard ziet, in aanmerking nemende, dat ‘de on’der
Britsh mandaat staande gebieden ten aanzien van ‘de

136

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Februari 1936

heschikbaarstelling van grondstoffen zeer weinig
reden tot klagen geven, slechts een wijze, waarop het
Britsche Rijk aan een wegnemen van orbillijkheden
kan ‘medewerken, ni. het volgen van een opendeur-
politiek in alle overzeesche territoria, die onder haar
contrôle staan. Hij besluit met eenige oplossingen
voor het onderhavige probleem, door verschillende
vooraanstaande Engelschen verdedi:gd, in het kort te
bespreken.
loo ‘heeft Sir Art’hur Sa’lter een internationale
conventie ‘bepleit, waarbij alle grondstoffen gelijkelijk
in vredes- en oorlogstijd verdeeld worden, d’odh een
als aanvaller aangewezen Staat wordt uitgezonderd.
Lugard vreest,, dat regeling en toezicht hier onover-
komenlijke moeilijkheden zullen bieden. De Lahour-
partij heeft in haar programma opgenomen het ijve-
ren voor een internationale contrôle over de grond-stoffen-voorraden en een uitbreiding van het man-
daat-systeem over koloniale territoria. Volgens som-
mige leiders ‘beteekent dit een plaatsen van de En-
gelsche koloniën onder Volkenbondsman’daat.
Dit zal evenwel de thans ontevreden l’anden niet
kunnen voldoen.
Het rechtstreeks overdragen van mandwten aan
Duitschland of Italië zou zeker niet door :d’e publieke
opinie getolereerd worden. Alleen met toestemming
van de daarbij betrokken inlandsche bevolking, of bij
haar volkomen onversdhilligheid, zou zoo iets mogen
plaats vinden, doch Lugard is er van overtuigd, dat
in Britsch-Afrika de onder mandaat staande gebieden
geen verandering zouden wenschen. Directe ‘administratie door den Volkenbond is reeds
in 1919 te Versailles ‘terecht verworpen. Het succes
in het Saargebied, wat een beschaafd land was, en
waar slechts tijdelijk optreden n’oodig was, ‘kan ihier
geenszins tot een andere meening aanleiding geven.
Het •is reer ‘de vraag, of een van de aan de hand
gedane ‘oplossingen de ontevreden landen zal kunnen
bevredigen en of de andere koloniale machten z’ich bij
Groot-Brittannië zouden aansluiten. Wet zijn ten-
slotte de grenzen t.a.-v. het streven naar gelijkheid
op koloni’aal gebied? Ook Polen zou reed’s ,,coloniai-
minded” zijn en Tsjecho-Slowakije en Joego-Slavië
zullen waarschijnlijk spoedig volgen. Heeft ieder land, dat ‘zich maar ‘luid genoeg doet hooren en zijn bevol-
king opvoert, recht ‘op ‘koloniën en economische expan-
sie, ongeacht of ‘de ‘kolonie reeds een eigen bevolking
heeft? vraagt Lord Luigard tenslotte.
* *
*
In ,,der Deutsche Vol’kswirt” van 14 Februari jl.
wordt naar aanleiding van de verklaring van Minis-
ter Thomas het Du’itsohe standpunt in het kort uit-
eengezet. De oplossing van ‘het Duitsdhe ‘grondstof-
fenprobleem zal altijd onvolledig en ‘daarom illusoir
blijven, zoolan’g het land niet over
eigen
‘bronnen
van grondstoffen ‘kan beschikken en daardoor in ‘het
warnet van de deviezenmoeilijkheden blijft vervloch-
ten, afgezien nog van de kwestie van ‘den overzee-
schen afzet, welke dan eveneens van de handelspoli-
tie.ke houding van derden afhankelijk blijft. Het
uit het antwoord van cle Britsche Regeering blij-
kende standpunt wordt ‘door ‘het blad voor den hui-
‘d’igen werel’dpol’itieken toestand zeer ongunstig ge-

noem’d.

1)uitsche afzetmoeilijkheden in de Vereenigde
Staten.

Een der ‘hoof.dproblernen, waarvoor de interna-
tionale structuurveran’deringen op economisch gebied
•ons land hebben gesteld, is de noodzakelijkheid, onzen
afzet, welke tot dusver zeer eenzijdig was georiën-
teerd op enkele na’buurlanden, in sterkere mate te
richten op nieuwe geibieden. Als een voorbeeld voor
‘het streven in ‘deze richting kan o.a. worden ‘be-
schouwd het onlangs met de Vereenigde Staten af-
gesloten thandelsverdrag. Voor ‘de kansen, welke deze
markt ons in de toekomst zou kunnen bieden, is
uiteraard de posi’tie onzer concurrenten ‘daar te Jan-

de van groot gewicht. Het mag daarom van belang
worden geacht, ‘in dit verband evefl ‘de aandacht te
vestigen op de specifieke moeilijkheden, waarvoor
Duitschland zi’ch als verkooper in de Vereeniigde
Staten ziet ‘gesteld. Een interessante beschouwing
van Dr. Biehl in ‘de ,,Wirtschafbsd’ienst” van 24 Jan.
ii.
is hiera’an gewijd.
In ‘de eerste plaats is Duitsahland uitgesloten van
de voordeelen der meestbegunst’i’ging, welke ‘het door
verdragen, zooa’ls ‘door de Vereenigde Staten met an-

cle landen gesloten, eventueel ‘zou kunnen verkrij-
gen. Intussdh’en moet ‘de beteekenis hiervan niet wor-
den overschat, aangezien deze verdragen ‘doorgaans
wel zoo ingenieus
zijn
gerediigeer’d, ‘dat genoemde
voordeelen meestal slechts enkele procenten zouden
‘betreffen van ‘den totalen invoer uit Duitschland.
Een veel grootere moeilijkheid is echter, dat ‘de
Dui’tsche producten op de A’merikaansche markt
tegen relatief zeer lage prijzen moeten worden afge-zet. De oorzaak ‘hiervan is niet slechts gelegen in de
moeilijkheden, welke •de Amerikaansche markt voor
Dui’tshe producten •op zi’dhzelf reeds ‘biedt, doch
ook in :den
onbegrensden
concurrentiestrijd tusschen
‘de Duitshe exporteurs onderling. Zoo zijn de prij-
zen van Duitsche waren ‘in de Vereenigde Staten van 1933 op 1935 tot de ‘helft gedaald’. Dit geldt
voor alle artikelen, ‘oodat een eventueel uitvallen
van artikelen van hooge kwaliteit geen rol speelt
bij de gemiddelde prijsdaling.
De
schrijver
‘vraagt ‘zich af, ‘of er, ‘dit in aanmer-
king nemend, ‘geen aanleiding bestaat voor den Duit-
schen af’zet een rendabeler markt te zoeken. Een be-
antwoording van ‘deze vraag ‘hang.t onmiddellijk af
van de beantwoording van een tweede vraa’g, nl of voor Duitschlan’d ‘de ‘mogelijkheid bestaat zijn tot
dusver uit Amerika betrokken ‘onontbeerlijke grond-
stoffen elders ‘te koopen, zonder dat ‘dit afgifte van
deviezen met ‘zich rou behoeven te brengen. M.a.w.,
kan Duitsch’land ‘deze ‘grondstoffen door compensatie-
transacties van daarvoor in aanmerking komende
landen verkrijgen?
Uit ‘de cijfers van den ‘buitenlandsehen ‘handel
blijkt nu, ‘dat van 1934 op 1935
(‘cijfers
van Jan./
Sept.) de Duitsche invoer uit de Vereeni!gde Staten
met 150 m.R.M. verminderde, waartegenover de Duit-
she invoer aan ‘diverse grondstoffen uit ,,Kornpen-
sationswi’lli’gen Liindern” met 170 m.R.M. steeg, of te
wel 70 pOt. van ‘de totale toeneming van den invoer
uit die landen. De wijziging van de Duitsche ‘inkoop-
politiek heeft reed.s in het eerste jaar tengevolge ge-
had, ‘da’t de vermindering van den invoer uit de
Vereenigde Staten ‘hij katoen voor de ‘helft en bij
koper en lood ten volle elders werd gedekt, terwijl
t.a.v. petroleum, ‘hout en voedingsmiddelen nog een
belangrijke extra-behoefte el’ders bevredigd ‘kon
worden.
Hieruit
blijkt
dus, dat Duitschlan’d in sterke mate
zijn ‘behoefte aan grondstoffen elders dan in Amerika kan bevred’igen en in mindere mate op de Vereenigde
Staten als afzetmarkt aangewezen schijnt, dan tot
voor kort het geval was.

Werkloosheid en buitenlandsche handel in de
Vereenigde Staten.

Nie’ttegenstaande de conjunctuurverbetering, welke
het vorig jaar in de Vereenigde Staten is ingetreden,
‘blijft •de werkloosheid er bijna onverminderd voort-
‘duren. In de ,,Monthly Review” van ,,L’loy’ds Bank
Ltd.” van Januari 1936 wordt dit voor een belangrijk
deel aan de geweldige inkrimping van ‘den buiten-
landschen handel toegeschreven.
Hoewel betrouwbare gegevens omtrent de geogra-
fische verspreiding van de werkloosheid ontbreken,
valt ‘bijna met zekerheid te zeggen, dat zij het grootst
is in ‘de Amerikaansdhe havensteden.
Vergelijken wij het jaarlijksdh gemiddelde van uit-
voeren tu’sschen 1926 en 1930 met den uitvoer in

19 Februari 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

137

1934, dan blijkt, ‘dat de totale uitvoer in waarde ver-
minderde van $ 4.687 millioen tot $ 2.100 miljoen; ‘de
uitvoer van ruwe katoen liep in die periode terug
van $ 765 tot $ 372 millioen; van bewerkte katoen van
$ 102 tot $ 34 millioen; van granen van $ 318 tot $35
millioen; van dierlijke voortbrengselen van $
352
tot
$ 132 millioen; van zu’iveiproducten van $ 17 bot $ 5
millioen, enz. De waarde van den ‘geheelen ‘buiten-lau’dshen handel van de Vereenigde Staten vermin-
derde van 1929 bot 1933 van $ 9.640 miflioen tot
$ 2.934 miljoen. Veelzeggen.d is de aehteruibgang in
het tonnage van ‘binnenkomende en uitgaan’dë vraoh-
ben voor de Amerikaansche havens; zoo voor New-
York van 65.9 m’illioen ton in 1929 tot 42.9 millioen
ton in 1932; voor ‘de andere groote havens beliep het
verlies aan tonnage over dezelfde periode 35 tot
43 pOt.

Welke beteekenis aan het bovenstaande met ‘het
oog op de werkgelegenheid toekomt, blijkt
wel duide-
lijk uit enkele berekeningen, voorkomend in een on-
langs verschenen brochure van ,,The American Ma-
nufacturers Export Association”. Uitgaande van ‘de
voikstelling van 1930 komt men tot de conclusie, dat
van de 48 m’illioen tegen loon tewerkgestel’den in •de
Vereeni,gde Staten vSSr de crisis ongeveer 7 mil’lioen
direct of indirect van ‘den uitvoer afhankelijk waren
en ongeveer hetzelfde aantal van den invoer.
In genoemde ‘publicatie wordt erop gewezen, dat
beperking van den buitenlan’dsdhen ‘handel door ‘be-
schermende of ‘bijna beschermende rechten noodzake-
lijk land’bouwsteun, reglementeering van ‘de in’dustnie
en permanente •groote werkloosheid met zich mee-
brengt. Dat ‘de oplossing van ‘het werkloos’heidsvraag-
stuk voor een goed deel ‘be’heersdht wordt door de
‘handel’spo1itiek, wordt ook ‘duidelijk ingezien door
Oordeil Hu’ll, die door middel van ‘het sluiten ‘van
wederkeeri’gheids-ver.dragen tot een afbraak van ‘de
‘bestaande tariefmuren wil ‘komen.
Als ‘bezwaar van een ‘grooten invoer van indus-
trieele producten wordt ‘vaak aangevoerd, ‘dat deze
de ‘hinnenlandsche werkgelegenheid zal schaden.
Hiertegen wordt nog opgemerkt, ‘dat ‘haven’arbei’d,
transport e.’d. in aanmerking genomen, ‘het artikel,
dat geïmporteerd wordt, gemiddeld meer werkgele-
gen’heid in de Vereenigde Staten versohaft dan het
artikel, ‘dat wordt geëxporteerd.

INGEZONDEN STUKKEN.

BUITENLANDSCH KRACHTVOEDER EN DE
KOSTPRIJS DER MELK.

De Heer J. Horring schrijft ons:
In ‘de E.-S.B. van 22 J’an. j’l. ‘schrijft Dr. D. Hoek
een artikel over ,,Beperking van ‘de melkproductie
en rationaliseenin’g van het melkveehou’dersbedrijf”.
Met ‘het uitgan’gspunt van Dr. Hoek – of eigenlijk
met ‘dat van Minister Steen’herghe – kan ik me wel
vereenigen, echter lijken mij de verdere ‘beschouwin-
gen en conclusies niet voldoende gefundeerd en zelfs
ten ‘deebe onjuist.
Dr. Hoek begint met het constateeren van enkele
feiten. Vergeleken met 1930 zien wij in 1935 een
toeneming van het aantal melk- en kalfkoeien. En
wel in voornamelijk ‘boterproduceeren’de provincies
een toeneminlg van 14 püt. en ‘in provincies, waar
men zich meer op de productie van ‘kaas en consump-
tiemelk .toeiegt, een toeneming van 4 pOt. Schatten-
derwijze is de ‘boterproductie van 1935 ook 14 pOt. toegenomen, vergeleken met 1930. Terecht ziet Dr.
Hoek verban’d tusschen ‘deze cijfers.
Hij vraagt zich nu af ‘hoe deze uitbreiding moge-
lijk was ‘in verband met •het beschikbare voedsel. Zijn
redeneering is nu: ,,Gras en hooi zijn nog steeds het
gewas van eigen bodem, waar ‘de koe in ‘hoofdzaak op
teert”. Het grasareaal is nagenoeg niet uitgebreid.
Aangenomen mag worden, dat de vruchtbaaiheid van
den ‘bodem niet is toegenomen en ‘tevens, dat in 1930
reeds ‘al het ‘beschikbare gras en hooi ‘door •het vee

verbruikt werd. De ‘conclusie van Dr. Hoek luidt dan
ook: ,,’de ‘beesten, waarmee ‘men na 1930 •den melk-
,,veestapel ‘heeft uitgebreid, ‘behooren alle tot die
,,koeien, die – in verband met ‘het ‘beschikbare voed-
,,sel van het ‘door den veehouder gebruikte land –
,,als een ,,te-veel” zijn aan te merken. Alleen door
,,aanschaf van ‘buiten het bedrijf geproduceerd voer
,;kurinen zij •op ‘den ‘been worden ‘gehou’den.
,,Besdhouwt men de •geheele melkveehouderij van
,,Nederlan’d als één ‘bedrijf, dan geldt ook hiervoor
,,hetzelfde principe. Het aantal koeien, met hun aan-
,,han’g van stieren en jong vee, dat boven een bepaal-
,,de, door ‘de totale voederpro’ducbie van den Neder-,,landschen bodem aangegeven, l’imite wordt aan’ge-
,,’houden, kan alleen leven als gevolg van ‘dan aan-
,,sdhaf van buiten Nederland geproduceerd voer.”
* *

Het ‘had aan’bevelling verdiend om deze conclusie
even te verifiëeren met ‘de statistische gegevens, zoo-
als uit on’derstaand ‘staatje ‘blijkt.

Invoer van cle voornaamste voedermiddelen (per ton).

1930

1

1935

Rogge ………………………….
183.776

75.797

Gerst ……..
………………….

535.140

295.256

H aver ………………………….
158.247

38.245

iVI
aïs ………………………….
1.125.788

886.389

T
otaal granen…………

Lijnkoek en -meel ……………….
120.909

51.410

Grondnotenkoek en -meel …………
.
76.457

17.101

Sesamkoek en -meel
……………..4.964

718

Soyakoek en -meel ………………
.
33.329

8.897

Cocoskoek en -meel ……………..
16.121

22.266

Totaal eiwitrïjke voederniicldelen . . . .
1

251.7801

100.392

Lijuzaad (slagzaad) ……………..
254.501

402.010

Kool- en raapzaad ………………

9.631

7.660
Grondnoten ……………………

10
.9.691

142.797

Soyaboonen …………………….
19.231

79.135

Copra …………………………
96.826

67.326

Paimpitten …………………….
29.331

37.786

Totaal oliezaden en -vruchten.

519.211

736.714

De invoer van ‘granen is ‘dus met ruim 700.000 ton
of 35 pOt. afgenomen. De ‘invoer van eiwitrjk kracht-voeder is met 150.000 ton afgenomen, evenwel wordt
‘dit juist ‘gecompenseerd ‘door een ‘toeneming van olie-
houden’de zaden en vruchten met 218.000 ton, als men
rekent, ‘dat 70 pOt. ‘hiervan – wat zeker niet te laag
geschat is – als ‘bijproduct van ‘de oliebereiding in
veekoeken terecht komt. Deze cijfers wijzen dus niet
op een uibrei’ding van den veestapel; zij zouden eer-der een inkrimping doen verwachten.
De uitbreiding van den veestapel is echter een
feit. H’oe is ‘deze dan
mogelijk
geweest, terwijl ‘de in-
voer van voedermid’deien i’s afgenomen?
Ieder, ‘die in ‘den landbouw thuis is, weet, ‘dat wel-iswaar ‘de koe ,,in hoofdzaak” op ‘gras en ‘1mei teert,
maar ‘dat ‘dit ,,in ‘hoofdzaak” niet beteekent bijna
uitsluitend. De bijza’ken zijn zeer belangrijk, vooral
in ‘de gemengde ‘bedrijven, die juist veel voorkomen
in ‘de boterproduceeren’de provincies.
Een ‘groot ‘deel ‘van ‘het bouwlnnd staat in d’ienst
van de ‘veeteelt. Haver wordt veel ‘in garven (onge-dorscht), echter ook als stroo en korrel apart gevoe-
derd. Roggestroo en -meel verdwijnt voor een belang-rijk ‘deel in ‘de koeienmaa’g. Voederbie’ten, suikerbie-
tenkoppen en zlfs aardappels, ‘hij lage prij2en, vor-
men een niet te verwaarloozen deel van het voeder-
ran’ts’oen. Speciaal van ‘belang is evenwel de teelt der
groenvoedergewassen, a’ls serradella, wikken, klaver,
spurrie en knollen. Deze gewassen nemen geen extra
oppervlakte bouwlau’d in ‘beslag, maar worden als tweede vrucht in den st’oppel van een graan’gewas
verbouwd. Het beteekent ‘dus een ‘intensievere bebou-
%ving. De laatste jaren ‘is deze teelt ‘sterk toegenomen,
daar ‘het steeds •meer ‘in zwang komende ,,inkuilen”,
bewaring van deze voedermi’d’delen voor den staltijd
mo!gelij’k maakt.

138

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Februari 1936
Er is evenwel een nog veeI belangrijker bron voor
de voedertoenemin’g van het rundvee. Bij de telling
in Mei/Juni 1930 waren er totaal in Nederland
2.017.781 varkens; Febr. 1935 waren er 1.389.460 en
in Aug. 1935 waren er 1.629.377 varkens. De varkens
werpen vooral in ‘het voorjaar en den zomer, terwijl
de vleesch- en spekconsuinpt’ie meer in ‘den winter
plaats vindt. In !het najaar ‘zullen er dus steeds meer
varkens zijn ‘clan in ‘het voorjaar, ‘bij een overigens
constante varkensstapel. Om dus ‘het ‘aantal varkens
in 1935 te
vergelijken
met het aantal in Mei/Juni
1930, kunnen wij het ibest ‘het gemiiddelde van de beide
tellingen in 1935 nemen. Globaal genomen kan men
‘dan ‘zeggen, dat er in Mei/Juni 1935 ‘totaail 1.500.000
varkens waren. Vergeleken met 1930 dus een vermin-dering van 500.000 of 25 pOt.
Naast ‘de ‘inkrimping van ‘de varkensteelt is ‘de
vermindering van ‘het ‘aantal kippen seer belangrijk.
Tot mijn ‘spijt ‘heb ik hier ‘geen exacte gegevens over
kunnen vinden. Waarschijnlijk
‘blijft
men nog aan
den veiligen kant ‘als men hier ook ‘den achteruitgang
op 25 pOt. schat.
Het ‘spreekt vanzelf, ‘dat een dergelijke inkrimping
van ‘de varkens- en p’lu’imvee,teelt een groote hoeveel-
heid vôedermid’de’len deed vrijkomen. De varken’s’hou-
derij’ ‘dreef in de gemengde ‘bedrij:ven voor een be-langrijk deel op zeifverbouwde rogge, gerst en aard-
a’ppeflen. Toen deze vodderm’id’delen •hun bestemming
voor een deel ‘kwijt raakten, vonden zij hun weg naar
‘de run’dvee’hou’derij. Het is dan ook volkomen begrij-
pelijk, dat juist in gebieden met veel gemengde be-
‘drijven ‘de boterproductie ‘toenam. De rogge vormt na
denaturatie een ‘goedkoop krachtvoeder, terwijl de
vrijgekomen arbeid – meestal van ‘de gezinsleden –
zich ‘liever met een geringe be’loonin’g ‘tevreden stelt,
dan ‘braak te liggen.
De beperking van den j’onsgveestapcl ‘der ‘laatste
paar jaren ‘heeft ook nog voeder vrij gemaakt. De
beperking van ‘het aantal kalveren is wel ‘een zeker,
maar tevens een langzaam werkend middel om tot
verkleining van ‘den melkveestapel te komen. Het
‘aantal ‘lac’tabieperio’den van een ‘koe is namelijk niet
scherp begrensd. Door ‘de melkkoeien een paar jaar langer aan te ‘houden is uitbreiding mogelijk zonder
extra toevoer van jonge koeien. Ook ‘de zeer ‘goede ‘graan’oo’gst in 1934 zal van in-
vloed zijn geweest op de voederruimte in 1935.
* *
*
Hoewel dus ‘de uitbreiding van den meikveestapel
in geen ‘geval is terug te voeren ‘op vermeerderden
import van krachtvoeder, kan toch niet ontkend
worden, ‘dat nog ‘steeds een ‘aanmerkelijk deel der
melk’produot’ie met behulp van ingevoerd krachtvoe-
der geschiedt. Voor dit deel der melkproductie zou
dan ‘dus het verdere betoog van Dr. Hoek nog kun-nen gelden. Evenwel ‘zonder nadere ‘bewijsvoering
met ‘becijferingen, naar ‘aanleiding van gegeven’s aan
de werke’1ijkheid ontleend, is ‘de stelling van Dr. Hoek,
dat deze extra ‘hoevelheid melk, geproduceerd met
behulp van ‘bu’itenlan’d’sch krachtvoeder, een ‘hoogeren
kostprijs zou ‘hebben ‘dan de overige melk, niet te
aanvaarden
1)
Misschien is Dr. Hoek op ‘deze gedachte
gekomen, door ‘toepassing van ‘de wet ‘der afnemeu’de
meerop’brengsten (‘dus toenemende kosten per een-
beid), waaronder een groot deel der productie in den
landbouw immers geschiedt. Ziet men ‘de productie
in zijn geheel ‘dan li’gt inderdaad ‘deze ‘gedachte voor
de ‘hand. Het is echter te stimp’l’i’stisdh gezien.
De vergrootin’g van de melkproductie kan op twee

1)
De opmerking van ])r. Hoek in het naschrift op het
ingezonden stuk van Dr. Ir.
M. D.
Dijt in E.-S.B. van
de vorige week, dat melk, afkomstig van koeien, die
alleen op
graan en veekoek ‘zouden leven” aanmerkelijk
duurder zou zijn ‘dan de overige melk, iheeft ‘geen zin. Het
gestelde is een ‘irrealis. Waarschijnlijk zou melk
alleen
‘met ‘behulp van roggestroo geproduceerd, nog ‘duurder zijn.
Dit geval is even onwerkelijk. Het krachtvoeder maakt
altijd slechts een deel van het voederrantsoen uIt.

manieren plaats ‘vinden. Men kan ‘de productie per
koe ‘opvoeren door extra bijvoeder’in’g en men lçan
ook ‘het aantal koeien vergrooten.
H’oe is ‘het verloop van ‘den ‘kostprijs bij intensievere
exploitatie van ‘de ‘koe? In de voedings’ieer ‘splitst
men ‘het lbenoodigde voeder in twee deelen. In de
eerste plaats ‘heeft ‘de koe een zekere hoeveelheid voe-
‘d’ingsst’of noocli’g voor de instan’dhonding van het
lichaam, daarnaast een zekere hoeveelheid voor de
melkpro’ductie. Dit ‘on’derhoud’svoer zou men de
,,vaste ‘kosten”
1)
van de productie kunnen noemen.
Deze ,,va’ste kosten”, zijn er oorzaak van ‘dat de ge-
middelde kostprijs der melk per liter grafisch een
para’booladhtig verloop ‘heeft. Des te me’er liters melk
de ‘koe geeft, ‘des te geringer ‘bedragen de ,,vas’te
kosten” per ‘liter omgeslagen. Dit ‘gaat echter niet n
het oneindige door. Los van het onderhou’dsvoer ge-
zien, ‘kost elke volgende liter meer aan voedin,gsstof, terwijl aan ‘de ‘grootte ‘der melkgift ook een physieke
grens ‘gesteld is. Stel de koe kan in ‘het begin der
lactatieperio’de ten hoogste 25 liter melk per dag
voortbrengen. Het is ‘dan waarschijnlijk, dat de laatste
5 liter zoovee’l extra voeder zou’den ‘kosten, dat cie
‘gemiddelde ‘kostprijs weer gaat ‘stijgen. De minimale
kostprijs per liter zou dan bijv. ‘bij een melkgift van
20 ‘liter ‘liggen.

Bij voldoende grasgroei zal in ‘de wei waarschijn-
lijk ‘geen krachtvoer noodi’g
zijn
om ‘dit optimum ‘te
bereiken. Gedurende ‘den staltijd zal echter steeds
kra’dh’tv’oeder nood’i’g blijken om ‘deze optimale hoe-
veelheid melk ‘te verkrijgen. Het ‘krachtv’oeder is
meestal niet alleen een quanti’tatieve vermeerdering
van het vcederran’tsoen, maar geeft er tevens een
andere quali’t.atieve ‘samenstelling aan. Het is veelal
onmisbaar ‘om ‘het eiwi’t.tekort aan te vullen. Zooals
bekend zal zijn, richt ‘zich ‘de grootte ‘der productie
naar ‘de voedingsst’of, ‘d’ie in het minimum is.
Of nu de melk’product’ie in Nederland overal, of in
sommige bedrijven, uitgebreid is boven dit optimum
is moeilijk uit te maken. Pas op grond van ‘een zeer
groot ‘aantal berekeningen van ‘v’oederrantsoenen valt hier een conclusie te trekken. ‘Waarschijnlijk (bezitten
de adviesbureau’s voor veevoedin’g van ‘de onlangs be-
noemde ‘bedrijfsconsulenten binnenkort voldoende ge-
gevens voor een onderzoek in deze richting.
Vindt de uitbreiding van de me’lkprodnctie even-
wel plaats ‘door ‘het
grooter
worden van ‘het aantal
koeien – en dat blijkt inderdaad ‘het geval te zijn
-, dan is zonder meer niet in te zien, waarom ‘de
kostprij’s’van de melk zou ‘stijgen. Het is ‘duidelijk,
dat ‘de’ze g’rootere veestapel alleen ‘kan ‘bestaan door
de portie ‘gras en hooi te verminderen en d’it te ver-
vangen door stroo, groenvoe’der en ‘kraoh’tvoeder, het-
zij dit ‘laatste ‘d’an in buitenland of ‘binnenland wordt
v’oor’bge’bracht. Het is mogelijk, ‘dat ‘dit krachtvoeder
eeh ‘duurder voeder is. Dit mag echter niet a priori
worden aangenomen. Wat ‘het duurste is hangt ge-
heel af van de verhouding tusschen voedingswaarde
en prijzen, terwijl de noodzakelijke complem’entariteit
hierbij niet u’it het oog mag worden verloren. In
lan’d’bouwkringen leeft juist de gedachte, ‘dat de lage
prijzen van ‘het krachtvoeder de uitbreiding van de
melkproductie gestimuleerd ‘hebben en ‘indirect –
via lagere zuivelprijzen – cle belooning van in eigen
bedrijf v’oortgdbrac’ht veevoeder ‘hebben doen dalen.
* *
*
Voor oover de export werkelijk verliesgevend is
en ook ‘geen beteekenis heeft om de 1buitenlandsebe
markt te hchoud’en, ‘heeft productie met ‘behulp van
ingevoerd ‘krachtvoeder ‘geen zin. Zonder nader be-
wijs mag men er echter niet ‘van uitgaan, dat er een
,,’dure ho’tei-top” zou bestaan, als ‘gevolg van ‘de pro-
ductie met ingevoerd ‘krachtvoeder. Evenmin mag dus

1)
De kosten van ie’t onderboudsvoer zijn maar een deel
van ‘de vaste kosten
;
natuurlijk behooren ook de vaste
lasten van het geheele bedrijf, voorzoover zij verband
houden met liet aantal koeien, in rekening te worden
gebracht. Dit vers’terkt alleen de tendens nog.

19 Februari 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

139

geconcludeerd worden, dat beperking van ‘de melk-
productie door ‘stopettin’g van ‘den invoer van kracnt-
voeder tot een lageren kostprijs “zou leiden.

Een ‘beperking van de melkproduet.ie, z66 ‘dat h
e
t

overblijvende zooveel mogelijk op ‘het b’innenlan’dsche
voederfun’dament. steunt, lijkt mij evenwel 66k ge-
wensht ‘bij
gelijkblijvende
productiekosten. En wdl
enkel’ en alleen om een verliesgevende export te ver-
mijden.’ Dit binnenlan’dsche v-oederfundame.nt sluit
dan tevens ‘het bouwland in, voorzoover ‘het in dienst
staat van de vech.ou’derij, en ook ‘de bijp’roducten van
faibrieken, die oh eh’ou’dende zaden ed. verwerken-.

Voor men evenwel tot inkrimping van den vee-
stapel concludeert, ‘dient men zich eerst nog wel eens
terdege af te vragen of de binneniland-sche afzet niet
-vergroot kan worden. Boter en m-argarine di-enen aan
een nauwkeurig -onderzoek onderworpen ‘te worden,
wat ‘betrefi versdhi’llen in kwaliteit en kosten (na-
ti’onaal-ecororni’sch gezien) en ‘de ‘betecken’i-s van deze
‘heide ‘bedrijfstakken voor de velk-swelvaart in het
algemeen en de werkgelegenheid in het ‘bijzonder.

Blijft vermindering van ‘de melkproductie uie’tte-
min geboden, dan ‘i-s het van veel ‘belang, dat deze in-
krimping tevens tot verlaging van den kostprijs leid-t.

Evenals de uiiibrei’d’in’g kan de inkrimping der
melkpro’duct’ie ‘op twee manieren plaats vinden.

lo. Door minder krachti’ge v-oedering van ‘hetzelfde
aantal koeien. – –
Zijn ‘de een!heden voedin-gsstiof even •duur in

b in-
nen’land-sch voeder als in geïmporteerd kradhtvoeder ‘en -‘is de pro-ductie per koe ‘bij benadering optimaal,
‘dan zal bij extensiveerinig de kostprijs juist -stijgen. Zijn de eenheden kracht-voeder duurder, dan
zal
‘bij
vervanging van dit ‘duurdere voeder door goddkooper
-he-t optimum iets ver’scihuiven en ‘is kostprijsverl-a’ging
‘door inkrimping mogelijk. Is ‘de me’lkgif t boye4 het
op’timuni opgevoerd, dan ‘daalt ‘bij inkrimping, steeds
‘de -gemiddelde ‘kostprijs per ¶Fter melk.

2-o.- Door -het -aantal -koeien, te verminderen.
Een wi’llckeuvige vermindering van het aantal leidt
alleen tot verlaging van ‘den kostprijs -der melk al-s
het ingevoerde krddhtvo-ed-er ‘duurder i-s ‘dan het bin-
nen’l-an’d-sehe ‘v-oeder. T-s ‘dit. krac-htvoeder ‘goedkooper,
dan is zelfs -een verhooging van den kostprijs te ver-
wachten.,

-Zeker is -men Van ‘het result-aat, affs men bij in-
krimping van den veestapel de minst productieve
dieren weet uit te schakelen. Hier is inderdaad een
,,-dure botertop” -aanwezig. Wat ‘het overige betreft i-s
eerst na’der onderzoek ‘gcboden. –

N as c h r i f t. Ik ‘had niet gedacht, den lezers
van E.-S.B. z66 elementaire uiteenzettingen te moe-
ten ‘geven
al’s
waartoe ‘de heer Horring mij dwingt.
Stel, •dat ik een boerderij met 20 koeien betit. Zij
leven niet ui-tsl’u-iten’d van, maar toch
bp
een
maxi-
mum
van vobdermidelen uit eigen ‘bedrijf. Méér levert
dit ‘bedrijf -ook niet -op. Ik ‘koop er nu nog -drie koeien
bij. Ook ‘het voer, ‘dat zij n’oodi’g :hb’ben, moet’ nu
worden bijgekocht. Hoeveel is -di-t? Precies zooveel
als noodi’g is vbor ‘de v”oedering van 3 koeien. -Ik koop
-di’t voer ini,den vorm van ‘graad en veek:oek. Wil dit
zeggen ‘dat ‘ik ide -n-ieuw aangeschafte .’koeien nu -oo’k
üi-tslu’i’ten’d niet graan en veekoek voer?
Natuurlijk niet. Het reed’s aanwezige voer en het
nieuw ‘bijgekoch-te voer wordt op de meest ‘doclma’ti’ge
wijze ‘onder ‘de 23 ‘koeien tezamen verdeeld. En toch
‘ben ik, voor calcula,tie-doeleincle.n.,,
-d.w.z.
in absiracto,
gerechtigd te zeggen, dat ‘deze koeien uitsluitend
leven op ‘bijgekocht voer. Ik ‘ben ‘dus ook gerechtigd
te zeggcn, ‘dat ‘de ‘melk van ‘de oude koeien, voor wat
‘deti post ,,voederm-iddelen” aangaat, tot -den-zelf-den ‘kostprijs als vroeger wordt geproduceerd, maar -dat de
rnlk vn de nieuwe ‘koeien; voor wat ‘den ‘post
-clermi’ddelen” aangaat; een -geheel -anderen ‘kostprijs
heeft, ‘t.w. een -zoodanigên kostprijs
als werden die
koeien uitsluitend,met grac&n en veekoe-ic gevoerd.
Van
cI’i’t redht :he’b -i:k ‘gebruik- gemaakt. Wie wetenschappelijk

redeneert, moet met -a’bstr-acties weten om te gaan.
Een abstracte koe is, -een reken-eenheid. Zij- is even
weinig reëel als een cijfer. Maar zon-der cijfers kan
‘ook de heer Horrin-g het n’iet doen! –

Het ‘lan’d’boïiwibedrjf ‘is oneindig verwikkeld. Iedere
opmerking ‘daar-over biedt dus gelegenheid ‘tot het

maken van h-bnderd excursies. Dit bewijst de heer
H’orrin’g. – Het ‘zou slechts tot -vertroebehin’g van ‘het
principe, dat ik ‘heb opgesteld, aanleiding geven, in-
dien ik he
m
‘d-aaibij volgde. Dankbaar zij men den-
-gene, -die -in een verwarde materie een paar eenvou-
dige lijnen weet aan te geven, waaruit een -scherp
omschreven conclusie volgt. Niet mij’ ‘komt de eer
‘daarvan -toe. Ook Minister Steenberghe niet. Wel
wijlen Dr. Ir. 0. Kooy, wiens vroegtijdige ‘dood e

en
ön-scha’tbaar verlies voor den landbouw beteekent en
die het principe van ‘den ,,aanigep-asten veestapel”,
mèt de ‘door miji zeer in het kort -ontwikkelde conse-
cuenties ‘daarvan, ‘heeft ‘geponeer-d. Indien men, na
wat ik hierboven ‘heb opgemerkt, mijn aanteekenin,g
No. 2 ‘bij het -stu’k van ‘den «heer Dijt (E.-S.B. van
5 Febr. jl.) nog eens n-alezen wil, dan -zal men zin,
-dat mijn conclusie onaangetast ‘blijf-t. Het

is niet
alleen
mogelijk,
‘dat het importvoer een ‘duurder voe-
der ‘is; ‘dit wordt ook •niet
a priori
aangenomen; het
wordt ‘door een eenvoudige calcu’latie
bewezen.
De
hotertop, als gevolg van d

e ui-t een economisch oog-
punt ‘d’waze uitbreiding van ‘den mel’kv-eestapel ont-
staan, is ‘dus wel ‘degelijk extra ‘di,iur.

Mijn conclusie is enkel omver te werpen door het
leveren van het :bewijs, 6f dat -de melkveestnpel
niet
is uitgebreid, 6± ‘dat ‘de n-ieuw ‘bijgekomen ‘beesten
niet
op importvoer leven. Tot ‘het -eerste wordt. -geen
p0-
gin’g gedaan. Voor vat het tweede betreft, ‘de heer
H’oiring suggereert, dat uit ‘den Nederlan’d’schen
‘bodem ‘heel ‘wat voedermi-ddelen voor -den run-dvee-
‘stapel ‘kunnen ‘zijn vrijgekomen. Het gaat ‘hier echter in hoofdzaak om verschuivingen tusschen de voeder-
behoeften van ‘den varkens-, den pluimvee- en den
– run’dveestapel, verschuivingen, ‘die a-ls zoo-dani’g niet

van ‘belan.g zijn voor het probleem. D-i-t zal zoo dade-
lijk blijken. Daar-en’boven, ook -op ‘di-t punt verdrinkt
men 1iht in het detail. Zich-ier de groote ‘lijn. Zoo-
al’s iedere ‘groote ‘lijn ‘is. -zij -d-oor -critiek ‘op bij
zon
d
er

‘heden gemakkelijk te’ vertroebelen; behoudens niet
es-sentieele correcties, -doet dit – ‘aan -haar juistheid
eh-ter niets af.

Voor runderen, varkens en -kippen tezamen wordt
heel wat geïmporteerd. Die ‘import wordt -alleen tot
een minimum beperkt, ‘indien èn rundvee, èn varkens,
èn ‘kippen ‘leven op een maximum van voedermi-dde-
len, door ‘den Nederhandschen bodem voortgebracht.
-Heeleunaal ‘kan ‘d’ie import niet worden stopgezet,. want ‘de Nederlandsche bodem levert, 66k voor een
,,-aangep.asten veestapel”, niet voldoende – eiwitrijke
voedermi’d’delen -op. Zoo lang echter ‘die import groot
genoeg is, -om er èn wat ‘de ,,-aangepaste veestapel”
n-ooclza’keljkerwij’s aan Ibijvoer uit ‘het ‘buitenland be-
trekken moet, èn wat de boventallige beesten v-oor
‘hun complete voedering nood-ig hebben, uit te vol-
-doen, zoolang ben ik ‘gerechtigd te zeggen, -dat die
‘boventallige

koeien
uitsluitend
uit import ‘leven. Een
duidelijk en onweerlegbaar bewijs? Zoodra ‘ik die

koeien -afschaf, vermindert ‘de v-oederbehoefte ‘hier te
‘lande met -precies
die
hoeveelheid, die al’s onder-
hou’ds- en productievoer voor die koeien n’oodi’g was; een ‘overeen’komstige ‘hoeveelheid’ was uit import be-
schikbaar; ‘het -is ‘dus -onnek1chr, dat -ik nu niet mijn
-b’innen-lan’dsche – v-oeder-pro’ductie vermin’der, maar dat
-i-k ‘den import van de ‘desbetreffende hoeveelheid stop-
-zet. Sc’haf ik ‘die ‘koeién weer aan, onmiddellijk ga ik
‘dan ‘opn-iuw ‘tot ‘den import ‘van diezelfde hoeveel-
-hei’d -over. Z66 -zeker is het, ‘dat ‘die ‘koieen -ook thans
v.itsluitend ‘-op
importvoer leven.
Want ‘dat de ‘geïmporteerde ‘hoeveelheden -hiertoe
meer idan voldoende ‘zijn, staat vast. De :heer Horri-ng
zal ‘dit voor -zichzelf-wel willen’ ‘berekenen. –
H.

140

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Februari 1936

ONTVANGEN BOEKEN.

Economic relations of the Netherlands Indies wilh
far eastern countries
door E. D. van Walree.
(1935; Uitgave van de ,,Nati.ona’l Council for
t!he Netherlands and the Netherlands Indies of
the Institute of Pacific relations”. 44 pag. Prijs

f
0.75).
Op een heldere en onderiioudende wijze schildert schrij-
ver de handelingen van de O.I.C., het eerste contact met
het Verre Oosten, de ontsluiting van Japan en de positie van Ohina en de Ohineezen rondom de Pacific. De Chi-
neesche, Japa.nsche en Nederlandsohe kooplieden onder-
houden de economisnhe betrekkingen tusschen Nederlaiidsch-
Indië en Oost-Azië en beconeurreeren elkaar. De toekomst
zal doen zien, wie de beste is en wie zal winnen.
Het werkje is, gezien de tegenwoordi’ge Pacificverhou-
dingen, zeer actueel en is samengesteld voor de zesde con-
ferentie van de ,,Institute of Pac-ific relations” in 1936 te
Californië te houden.
Drei Ursachen der Arbeitslosigkeit
door Wiadimir

Woytinsky. (Genève 1935; Internationales Ar

beitsamt.
Prijs
Zw. Fr. 4.-).
De drie oorzaken van de werkloosheid hebben betrek-
king op de demograiphische, technische en economische
factoren. Van demographisch standpunt is de na-oorlog-
sche periode in rtweeën ‘te scheiden. Tot 1930 was de toe-
vloeiing van arbeidskrachten door 3 factoren bepaald.
le. Sterke stijging van de bevo&in.g in de beroepsleef-
tijden; Ze. afschaffing van de overleveriugen van den oor

logstijd, toen vele vrouwen tijdelijk in het bedrijfsleven
waren opgenomen; 3e. teruggang van de internationale
bevolkingsbewegingen. Na 1930 ondervond .de arbeidsmarkt
in Duitschland, Engeland, Frankrijk, Italië en andere lan-
den een verlichting van den kant van het aanbod. Daar-
door werd de invloed van de daling van de productie op
de werkgelegenheid verswalot.
De absolute of relatieve teruggang van de opname-capa-
citeit van de industrieele beroepen is aan de verandering
in het groeitempo van de industrieele productie eenerzijds
en de verandering van de overheidsprestatie anderzijds toe te schrijven. In vele landen noem vOÔr den oorlog de om-
vang van de productie sneller toe dan de productie per
hoofd. V66r de crisis vond in Engeland, de Ver. Staten,
Japan en Noorwegen het omgekeerde plaats. De werkloos-
heid in de drie laatstgenoemde landen vÔÔr de crisis wordt
door den schrijver als teohnologisoh van aard beschouwd.
Iets gecompliceerder is de toestand in Engeland, waar de
wanverhouding eerder aan de langzame ontwikkeling van
de productie is toe te schrijven.
De derde oorzaak is de crisis, die overal de industrieele
bedrijvigheid sterk heeft beperkt.

Industrielle Werbung. So
kann man’s besser machen.
Vom Splint bi’s zur Dampfturbine, door Ing. F.
Sdhmidt. (Stuttgart-Weenen 1935; Forkel
& Co.

Verlag für Wirtsdhaft und Verkehr. Linnen dub-

belband.
R.M.
28.-).
Dit werk, waarvan 96 van de bijna 300 pagina’s recla-
me-afbeeldingen geven met critische opmerkingen en ver-
geljkingen, breekt een lans voor meer moderne reclames
voor technische industrieele producten. Terwijl men er
ten aanzien van merkartikelen veelal in slaagt door pak-

Amerikaansehe advertentiën ‘orden door hem veelal als
voorbeeld gesteld.

Psychologie van het bedrijfsleven.
Problemen en
resultaten der psydhotedhniek door Prof. Dr. G.
Révész.
(Elaarlem 1935; De Erven F. Bohu N.V.
Ing.
f
3.75, géb.
f
4.75). De tweede druk van dit boek is, tengevolge van de snelle
ontwikkeling der psychotechniek als ook van de veranderde
tijdsomstandigiheden op vele plaatsen aangevuld en gewij-
zigd. Een nieuw hoofdstuk werd opgenomen over de socio-
logische selectie van arbeidskradhten, welk probleem tot
nu toe in de psychologische literatuur niet werd behandeld.
Poland and her economic developnzent
door Dr.
Ro-
man Gôrecki. (Londen 1935; George Allen & Un-
win Iitd. 124 pag. Prijs
3/6).
De schrijver, president van de ,,National Economie
I3ank” te Warschau beschrijft achtereenvolgens de alge-
meene economische omstandigheden, de economische ont-
wikkeling na het herstel van de onafhankelijkheid, de pro-
ductie- en distributieprobleinen, do conimunicatiemiddeleoc
en den buitenla.ndschen en overzeosohen handel en tenslotte
de in Polen genomen maatregelen om de crisis te boven te
komen.
Gids voor Incourante Fondsen 1986.
Broekman’s
Commissiebank voor Incourante Fondsen N.V.
(Amsterdam; C. A. Spin & Zoon N.V.).


MAANDCIJFERS.

HYPOTHEEKRENTE IN NEDERLAND.

st;mHtm

Den
Haag
VolIe
M-ott-
Zwolle

1933 ………
4.67
4.98
4.93
501
4.98
470
4.89
1934 ……..
4.49
4.65
4.69
495
4.89 4.52 4.65
1935 ……..
4.54 4.54 4.58
4.80
44
4.40
4.44
Jan. 1934 44 ‘)
5
5.-
5
5
4.50
44
44
5
4.69
5
5
4.68
5
44
5
4.64
5
5
4.55
5
44 44
4.70
5
5
4.50
44_52)

Febr………

44
44
5.-
5
5
4.50
44_5
4.55

)
44 4.50

5
4.50

4.50
44
4.78
5 5
4.50
4
)
44_5
4.42
44
4.50
5
5
4.56
44_
Sept.

……
..4.33
44
4.75

5-44
4.50
444
Oct ………
4375
44
4.50
4.92
44
4.50

Nov ………
4.25
44
4.59
4.87
44
4.50
4-

Mrt………..

Dec ………
4.25
44 4.58
475
44 4.47
4_4
Jan. 1935
4.42 44
4.50
5
44 4.36
4-4

April

……..

4.42
44
4.65 4.76
44
4.23

Mei

……….
Juni

…….

4.50
44
4.67
4.78 44 4.30
4_4

Juli ………
Aug……..

4.50

..

44
4.50 4.75 44 4.50
44
437
5

44
4.25
5
44
4.25
44_4
457
5

44.


44 4.37
44

Febr.

……..

Juli ……..
4.44
44
4.50 4.75 44

44

Maart; ……..
April

……..

4.50
44
4.22
4.50
44

44
Mei

……….
Juni

……..

Sept.

……
4.75
44
4.75 4.90
44
4.60 44
Aug……..

Oct ………
4.75

.

44.
4.75

44 4.60
44 4.67

44_4
4.71
4.75 44 4.25
44
Nov……..
Dec……….

44-4
4.86

44 4.50
44

kende slagzinnen en goede afbeeldingen koplust oi te

1)
Op erfpacht 44
0
/0.
wekken, blijft de ,,Industrielle Werbung” hier achter en

2)
Bij extra veel overwaarde, b.v. 50
0
/0,
bedroeg de rente
blijven sommige fabrieken jaren achtereen een verouderde

44
0
/0.
advertentie plaatsen. Naast critiek geeft de schrijver, die

3)
Op erfpacht 44
o/.
jaren lang als reclame-ingenieur in de Roer-industrie

4)
Voor hypotheken tot een gezamenlijk bedrag van
werkzaam was, ook schetsen en uitwerkingen van adver-
f
34.500.- en 4.25
°/o
voor een hypotheek van
f 10.000.-.
tentiën, welke door besproken veranderingen en verhete-

6)
Geen le hyp. gepasseerd, door stagnatie in hyp. crediet.
ringen doeltreffender gemaakt kunnen worden. Vooral

Nadruk verboden.

Aanvoeren in tons van 1000 kg.

Rotterdam

II

Amsterdam

II

Totaal

Artikelen

9115
Febr.

Sedert

j

9)15
Febr.

. ede-L
1
Overeenk
II

1936

1

1935

2
3.8
61

149.145
142.269
1.000
3.665
1.127
152.810 143.396
3
.
050

30.339 28.279


250
30.339
28.529
Tarwe

……………..
Rogge

……………….

2.658 4.545
100
100

2.758 4.545
Boekweit ……………….
Mais ……………….
15.
42
1
113.254
121.224 1.250
21.826
17.018
135.080
138.242 6.223
49.864
33.900
975
2.483
3.576 52.347
37.476
1.232
8.628 10.073


460
8.628
10.533 437
20.612 8.330
12.097
34.946
73797
55.558
82.127

Gerst

……………..
Haver

………………

3.325 11.355
978



11.355
978
Lijnzaad

……………..
Lijnkoek ……………
486
2.697 2.969
100
664 780
3.361 3.749
Tarwemeel

………….
Andere meelsoorten
756
4.554
6.120


566
551
5.120
6.671

19 Februari 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

141

STATIS’TIEKEN.
BANKDISCONTO’S.

ted
DisC
Wissels.244Febr.’36
Lissabon

•… 5
13Dec.’34

BkBel.Binn.Eff.3
1Vrsch.inR.C.3
4Febr.’36
Londen ……
2,iO
Juni’32
4Febr.’36
Madrid ……5

9Jilli ’85
Athene ……….
7

14Oct.’33
N.-YorkF.R.B. 11
1
Feb.’34
Batavia……….
4

1 Juli’35
OBlo

……..3422
Mei’33
Belgrado

……..
5
lFebr.
’35
Parijs

……34
6Feb.’36
Berlijn

……….
4
22Sept.’32
Praag

……3

1 Jan. ’36
Boekarest……..
4
28Aug.’35
Pretoria

•…
3415
Mei ’33
Brussel ……….
2
16Mei’35
Rome……..5
9Sept.’35
Budapest ……..
4
28Aug.’35
Stockholm

.. 24
1Dec.’38
Calcutta

……..
3
28Nov.’85
Tokio

…. 3.65

2Juli’33
Dantzig

……..
5

21Oct.’35
Weenen …..
.
3410 Juli’85
Helsingfors ……
4

3Dec.’34
Warschau … . 5
26
Oct.
’33
Kopenhagen

….
3422Aug.’35
Zwits. Nat. Bk. 24
3 Mei’35

OPEN MARKT.

1936 1935 1934
1914

15
1
01
1
5
318
27 Jan.!
11/16
12117
20/24
Febr. Febr. Febr.
I
Febr.
Feb,.
Feb,.
Juli

Amsterdam

Partic.disc.
Ilja
1
3
116-I9
131-71
1314-2
1
12

116
18’14
311fi1
Prolong.
1
3
14
l'(-2
1
3
14-2
1
3
14-2
1
1
214-
3
14
Londen
Dageld..
.
1
12’1
1
12..1
1
1-I
1
1-1
114-1
14-1
1
8
14-2
Partic.dlsc.
17
/32
15
116
17
/u_
19116
1
7/
32_91
16
17/339154
116
15
116
4I1
4
_1
4

Berlijn
Daggeld…
2
5
18-
3
14
21/
3
.11
4

231
4
311
4

2j4-313
351_4
41/
5
_53/
4


Maand6eld
2
3
14-3
2
3
14-3
2
3
14-3
2314-3
35/
5
_3/
4

41(
4
_53/
4


Part, disc.
3
3
3 3
331
9

3
7
19
2
1
1-
1
1
3

Warenw. ..
41/
4_11
4

4_
1
1
4.11
4

4.11
4

4.1(
4


We,,, York
DageId
1)
31
4

314

31
4

31
4

1
1
1
2
14-2
1
1,
Partic.disc.
/14
s/is
116
116
116
3
1e1

t)
Koers van IS Febr, en daaraan voorafgaande weken t(m. Vr jdag

WISSELKOERSEN.
KOERSEN iN NEDERLAND.

D
0
a
New
Londen
Berlijn
Parijs
Brussel
Bafavia
York)
)
)
*)
9
1)

11
Febr.1936
1.45y
1
,
7.29% 59.29
9.72%
24.82
100%
12

,,

1936
1.45
1
%,
7.28%
59.28
9.73
24.814
100%,
13

,,

1936
1.46%,
7.28% 59.26
9.72%
24.804
100%,
14

,,

1936
1.46%,
7.27% 59.25 9.72%
24.81
100%,
15

,,

1938
1.45%
7.27%
59.23 9.73 24.81
100%,
17

,,

1936
1.45%
7.27%
59.17
9.72% 24.81
100%,
Laagste d.wl)
1.45%
7.27%
59.17
9.71%
24.78
100%
Hoogste d.wl)
1.46%
7.29% 59.35
9.733f
24.84
100%
Muutpariteit
2.4878
12.1071
59.263
9.747
34.592
100

Data
Zwit-
serland
Weenen
Praag
Boeka-
Milaan
Madrid
9
5)
rest
1)
**)
4*)

11
Febr.1936
48.13

6.114
1.10

20.164
12

,,

1936
48.12%

6.114
1.10
20.16
13

,,

1936
48.11

6.11
1.10

20.164
14

1936
48.13

6.12
1.10

20.16
15

,,

1936
48.14

6.12
1.10
– –
17

,,

1936
48.12

6.11
1.10

20.16
Laagste d.wl)
48.07

6.08
1.05

20.074
Hoogste d.w1)
48.16 27.75
6.14
1.15

20.20
Muntpariteit
1

48.003
1

35.007

1

7.3711.488
13.094 48.52

D a
St
ock-
Kopen-
s 1

*
Hel- Buenos-
Mon-
*)
holm
hagen*)
Aires’)
treal’)

11
Febr.1936
37.624
32.574
36.65
3.22
40X
1.46
12

,,

1936
37.574
32.55
36.624
3.21
40%
1.46
13

,,

1936
37.574 32.524
36.624
3.22
40%
1.457f
14

,,

1936
37.524
32.50
36.60
3.22
40%
1.46
15

,,

1936
37.524
32.50 36.574
3.22
40%
1.46%
17

,,

1936
37.524
32.474
36.55
3.21
40%
1.46%
Laagste d.w
1
)
37.40 32.374
36.474
3.19
40 1.45%
Hoogste d.w
1
)
37.70
32.65 36.75
3.24
40%
1.46%
Muntpariteit
66.671
68.671
66.671
6.266
95%

2.4878
9 Noteering te Amsterdam. **) Not, te Rotterdam.
1)
Part. opgave.
In ‘t late of 2de No. van iedere maand komt een overieht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

D a a
Londen
($
per
£)
Parijs
($ P.
IOOfr.)
Berlijn
($ p. 100
Mk.)
Amsterdam
($ p. 100
gld.)

11
Febr.

1936
5,00%
6,68
40,72
68,67
12

1936




13

,,

1936
4,98%
6,64%
40,53 68,43
14

,,

1936
4,99% 6,68% 40,68
68,70
15

1936
5,00%
6,68%
40,70 68,75
17

,,

1936
4,98% 6,68%
40,71
68,71

18 Febr.

1935
4,89%
6,64
40,40
68,06
Muutpariteit..
4,86
3,90%
23.81%
40%

KOERSEN TE LONDEN.

Plaatsen en
Landen Noteerings-
eenheden
1
Febr.
1936
8
Febr.
1936
1

10115
Febr.
’36
1LaagstelHoogstel

115
Febr.
1936

Alexandrië..
Piast.
p. £
Ïj”
97%
97%
97% 97%
Athene

….
Dr.p.0
520
517 517
519
518
Bangkok.

Sh.p.tical
1110r5T

1110
T
9

1110
1110
1110T’r
Budapest

..
Pen.
p. £
16% 16%
16%
16%
16%
BuenosAiresi
p.pesop.
18.05 18.05
18.00 18.10 18.05
Calcutta
. . . .
Sh.
p.
rup.
116%
1/6%
116
3
1
35

116
5
/
33

1/6%
Constantin.
.
Piast.p..0
615
615 615
617
615
Hongkong
..
Sh.
p. $
1/3%
1/3%
113%
114
1/3%
5h.
p.
yen
112
1
1
33

1/2
1/1
31
/
32

1,2%,
112
1
1
Lissabon….
Escu.p..,C
110% 110%
109%
110%
110%
Mexico

. .. .
$perg
17%
18
17%
18%
18

Kobe

……..

Montevideo
2)

d. per
£
23%
23
23
23%
23%
Montreal

..
$
per
£
4.99%
5.01%
4.96%
5.01
4.98%
Riod.Janeiro
3

d. per Mil.
2% 2%
21%,
2
25
/
32

225/

Shanghai

..
Sh.
p. $
1/2%, 1/2%
1/2%
1/2%
1/2%
Singapore
. .
id. p. $
2/4%
21434
214
214%
2/4%
Valparaiso
4).
$
per
£
129 129 129
130 130
Warschau
..
Zl. p. £
26%
26y
4

26
26%
26%6
‘)
Offic. not. 15 laten, gem. not., welke importeurs hebben te betalen,
31Jan. 17.03.

3)
Offic.
not.
1
Febr. 39116; 3 Febr. 3911.

3) Id.
Ii
Mrt. 41/4.
4) 90 dg. Vanaf 28 Aug. laatste ,export” noteering.

ZILVERPRIJS

GOUDPRIJS’)
Londeni)
N.Yorkl)
Londen
11
Febr.1936..

19%
4 4 %

11
Febr.1936….
14018
12

,,

1936.,

19′
.
3.

12

,,

1936..,.
1401104
13

,,

1936..

19%
44%

13

,,

1936….
1401104
14

,,

1936..

20
44%

14

,,

1936….
140110
15

,,

1936..

19%

15

,,

1936….
1401114
17

,,

1936.,

191%,
44%

17

,,

1936….
140/114
18 Febr.1935.. 241%,
54%

l8Febr.1935….
14217
27 Juli

1914., 24%
59

27 Juli

1914….
84110%
1)
in pence
p. oz.
stand.
2)
Foreign silver in
$c. p. oz.
line.
2)
in sh.
p.oz. fine

STAND VAN

s RIJKS KAS.
Vorderingen.
I

7Febr.1936
1

15Febr.1936
Saldo van
‘s
Rijks Schatkist bij De Ne-
/
62.527.622,39
f
72.600.307,30
Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten
,,

863,97

560.052,32
Voorsch.

Op

uit.

Dec.

19351Jan. 1936
a/d. gemeent. verstr.
op
a. haar uit te

derlandsche Bank
……………….

keeren hoofds. der pers, bel., aand. in
de hoofds. der grondbel. en der gem.
fondsbel., alsmede
opc. op
die belas-
tingen en
op
de vermogensbelasting
,

5.427.832,48

,
134.632.686,81
Voorschotten aan Ned.-Indië ……….134.203.696,84
,,

13.938.139,06
,

13.852.021,09
Idem

aan

Curaçao ……………….
187.554,29

160.466,97
Kasvord.weg. credietverst. a/h. buiteni
,,1
17.956.515,39

117.456.624,82

Idem aan

Suriname………………..

Daggeldleeningen tegen onderpand
Saldo der
postrek.v.Rijkscomptabelen
17.000.000,-
30.137.733,84 •

12.000.000,-
25.082.448,51
Vord.
op
het Aig.Burg. Pensioenfonds’)
,

..



Vord.
op
andere Staatsbedrijven
1)
25.034.915,39
,,

22.324.569,53′
Verstr. ten laste der
.
Rijksbegr. kasgeld-
leeningen aan gemeenten (saldo)

36.905.147,76
,,

36.809.807,11
Verplichtingen

Voorschot door De Ned. Bank ingev.
art.

16 van haar octrooi verstrekt


Schatkistbiljetten in Omloop ………
f426.225.000,-
f426.225.000,-
140.620.000,-
,,
122.610.000,
w.v.
rechtstr. bij De Ned. Bank ge
p
1



,,

1.188.672,50

.

1.187.667,-
Schuld
op
uit. Dec. ’35/Jan. ’36 aan de

Schatkistpromessen in omloop
……..

gem. weg. a.h.uitte keeren hoofds.d.
pers, bel., aand.
i.
d. hoofds. d. grondb.

Zilverbons in omloop ………….
…..

e. d. gem. fondsb. alsm.
opc. op dle
bel, en
op
de vermogensbelasting

,

1.006.961,04
Schuld aan het Alg. Burg. Pensioenf.
1)
a.

en
,,

2.297.157,58 •

975.003,09
Id.

h. Staatsbedr. der
P.T.

T. 1)
Id. aan andere Staatsbedrijven
1)
,,

68.116.495,60

72.709.113,35

Id. aan diverse instellingen’)
………
1)
In rekg.-crt. met’s Rijks Schatkist.

..
81.221.522,67
81.182.186,06

NEDERLANDSCH-INDISCHE
VLOTTENDE
SCHULD.
1

8 Febr. 1936
15 Febr. 1936
Vorderingen:
Saldo Javasche Bank…….. ……..

t

324.000,-
Saldo b. d. Postchèque- en Girodienst
f

483.000,-

484.000,-
Verplichtingen:
Voorschot’s Rijks kas e. a. Rijksinstell
»
134.204.000,-
,,
134.633.000,-

…..

»

1.500.000,-
1.500.000,
Schatkistbiljetten in omloop
………
000
,,

2..000,-
2.000.000,-
Schatkistpromessen in Omloop……..

Schuld aan het Ned.-lnd. Muntfonds
.
714.000,-
714.000,-
Idem aan de Ned.-lnd. Postspaarbank
823.000.-
,,

1.166.000,-
Voorschot van de Javasche Bank

2.533.000,-

SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal

Circu
latle
Andere
opeischb.
schulden

t
1
Discont.
Dlv.
reke-

18 Jan.

1936,.
762 985 428 576 1.521
11

1936,.
755
1.026
436
573
1.534
4

1936,,
756 1.089 453
569
1.545
28 Dec.

1935,,
769
1.170
415.
571
1.619
21

,,

1935.,
767
1.049
418
571
1.617

5
Juli

1914.,
645
1.100
560
735 396
1) Slultp. der activa.

142

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Fbruari1936

.

. .

STATISTISCH OVERZICH

.

GRANEN EN ZADEN


TUINBOUWARTIKELEN
.

VLEESCH

TARWE
g

a
R000E
MAIS.
GERST
g
LINZAAD
WITTE
KOOL
UIEN
ROODE
KOOL
RUND-
VLI
t
CH.

VADK
H
kg Bahia
Blanca loco
La Plata
loco
.
.-nUSlC
e
La Plata
loco
Ie kwal.
1-5 pond
gewoon
per 100 kg
Ie kwal.
1-5 pond


‘(versch)
(verscli)
Rotterdam’
Amsterdam
R’damlA’dam
R’damfA’dam
dam~Mdam R’damlA’dam
per 100 kg
Broek op
per
ioo
kg
per me kg
per 100 kg
per
100
kg.
per
lOO kg.
per 2000 kg.

pr
000
kg.
per
1960
kg.
Langendijk
Rotterdam Rotterdam
Lk

f1.
°Io
f1.
01

f1.
als
f1.
01

H.
O(
f1
0
10
f1
0
10
fi
.f•
01
f1.
1925
1720

100,0
13,075
100,0
231,50
100,0
236,00
100,0
462,50
100,0


1926
15,90
92,4
11,75
89,9
174,25
75,3

1
96,7 83,4
360,50
77,9


1927
1475
85,8
12,47
5

95,4
176,00
76,0 237,00
100,4
362,50
784



1928
13,475
78,3
13,15 100,6
226,00
97,7
228,50
96,8 363,00 78,5
4,55
100,0
13,25
100,0 17,23 100,0
93,-
100,-

77,50
100,- 1929
12,25
71,2
10,87
6

83,2
204,00
88,1
179,75
76,2 419,25 90,6
7,38
162,4
11,78
88,9 9,10
52,8
96,40
103,7
93,12
6

120,2
1930
9,67e
56,3
6,22e
47,6
136,75
59,1
111,75
47,4
356,00 77,0
2,05
45,1
2,14
16,2
5,77

33,2

108,-
116,1
72,90
94,1 1931
5,55
32,3
4,55 34,8
84,50
36,5
107,25
45,4
187,00
40,4
3,06
67,3
1,94 14,6

14,3 –

6,96
40,4

17,6

88,-
94,6
48,-
61,9
1932
5,22
5

30,4
4,62
5

35,4
77,25
33,4
100,75
42,7
137,00
29,6
1,49
32,8
8,07
60,9
1,84
10,7
61,-
65,6
37,50
48,4
1933
5,025
29,2
3,55 27,2
68,50
29,6
70,00
30,0
148,00
32,0 0,82
18,0
2,30
17,4
2,60
15,1
52,-
55,9
49,50
63,9
1934
3,67
5

21,4
3,325
25,4
70,75
30,6
75,75
32,1
142,50
30,8
3,23
71,0
1.89
3,04 61,50
66,1
46,65
60,2
1935
4,125
24,0
3
0
7
5

23,5
61,25
26,5
68,00
28,8
131,75

28,5
2,21
48,6
2,58
19,5
5,25
30,5
48,12
6

51,7

5
1
,62
66,6

Jan.

1934
4,75
27,6
3,10
23,7
65,25 28,2 58,00
24,6
144,25
31,2
3,65
80,2
2,30
17,4
3,08
17,9
62,50
67,2
53,75
69,4
Pebr
.

.,,
3,40
19,8
2,77
6

21,2
65,25 28,2 58,50
24,8
133,00
28,8
3,97
87,3
1,63 12,3
3,12
18,1
63,-
67,7
53,50
69,0
Maart

,,
3,25
18,9
2,72
6

20,8
70,75
30,6
58,75
24,9
132,00
28,5
5,99
131,6
1,23
9,3
4,24

24,6 61,75
66,4
50,50
65,2
April

,,
3,20
18,6

2,70
20,7
70,50
30,5
56,75
24,0
136,50
29,5
63,50
68,3
49,125
63,4
Mei
3,32
5

19,2
2,8fl
21,9
62,00
26,8
63,00
26,7
154,50
33,4
65,75
70,7
47,50
.
61,3
Juni

3,67 21,4
3,175
24,3
65,00
28,1
74,75 31,7
156,50
33,8

63,25
63,-
62,0
67,7
43,75 44,62
5

56,5 57,6
)ull

Aug.


3,80 4,37
22,1
25,4
3,30
4,27
5

25,3
32,7
71,50
83,25
30,9 36,0
78,75 93,50
33,4 39,6
151,25 159,25
32,7 34,4

——-


63,95
68,8
43,30
55,9
Sept.


4,-
23,3
4,15
31,7
77,25
33,4
93,25
39,5
145,50
31,5

—————————–

.

63,55

68,3
42,62
55,0
S

Oct.

,,
3,50 20,3
3,70
28,3
69,50

30,0
93,50
39,6
135,25
29,2

—————————-

60,70

65,3
.

42,12
54,4
Nov.


3,50
20,3
3,45
26,4
71,25
30,8
89,25
37,8
127,75
27,6
1,28
28,1
2,25
17,0


53,75
57,8
44,50
57,4
Dec.

•,
3,45
20,1
3,55
27,2
76,25
32,9
91,00
38,6
156,00
29,0
1,26
27,7 2,03
15,3 1,73 10,0
53,15
57,2
.

44,65
57,6

Jan.

1935
3,30
19,2
3,525
27,0
74,25
32,1
89,25
37,8
137,25
29,7
1,13
24,8
2,59
19,5
2,89:
16,8

53,62
57,7
45,62′
58,9
1ebr.

,,
3,20
18,6
3,375

25,8
68,00
29,4
71,25 30,2
124,25
26,9
0,91
20,0
2,14
16,2
4,26
24,7
51,90
55,8
47,55
61,4
Maart


3,20
18,6
3,07
5

23,5
67,75
29,3
64,00
27,1
120,50
26,1
0,88
19,3
2,92
22,0
7,69
44,6 51,40
55,3
51,20
66,1
April

.
4,07
5

23,7
2,95
22,6
70,75
30,6
66,75 28,0
125,00
27,0





——-











——-






51,92
5

55,8
50,25
64,8
Mei


4,05
23,5
2,90
22,2
59,90
25,9
67,25
28,5
125,50
27,1









—–

50,80
546
48,50
62,6
luni


4,02 23,4 2,90
22,2
57,50
24,8
75,00 31,8
124,25
26,9

————-








—–

48,-
51,6 46,
1
2
59,5
juli


3,92
5

fl8
2,55
19,5
54,50
23,5
66,75
28,3
124,50
26,9






—-




.
48,-
51,6
47,375

61,1
:

Aug.

4,25
24,7
2,625
20,
1

55,25
23,9
64,50
27,3
132,25
28,6
44,80
48,2
52,55
67,8
Sept.

4,75 27,6
3,-
22,9
55,75
24,1
64,50 27,3
139,50
30,2
43,37
5

46,6
56,62
5

73,1
Oct.

4,95
28,8
3,35
25,6
57,75
24,9
64,75 27,4
142,75
30,9


——-






46,07
6

49,5

64,62
5

83,4
Nov.

4,65
27,0
3,20
24,5
55,00
23,8
59,75 25,3
137,75
29,8
3,83
84,2
2,65


——-

—–


– –


—–

—-


20,0
42,75
46,0
56,85
73,4
Dec.


5,15 29,9
3,40
26,0
56,75
24,5
60,75
25,7 146,50
31,7 4,32
94,9

————

2,59


—-



—-

19,5
6,17
35,8

44,75
48,1
52,25
67,4

Jan.

1936
5,45
31,7
3,525
27,0
56,00
24,2
63,50
27,0
153,50
33,1
4,47
98,2
2,26

—–



—-


—–







17,1
6,41
37,2
44,-
47,3
50,876
65,6
3 Febr.

,,
5,30 30,8
3,45
26,4
55,50 24,0
64,00
27,1
152,75
33,0
4,20
92,3
2,44
18,4
6,53
37,9

44_5)

47,3

49,755)

64,2
10

,,
5,25
30,5 3,45
26,4
55,50 24,0
64,00
27,1
151,50
32,8
4,57
100,4
2,68 20,2
8,05
46,7

43,30
6
)
46,6
48,-
6
)
61,9
17

,,
5,15
29,9
3,326
25,4
55,00
23,8
64,50
27,3
152,25
32,9
44,-7)j
.

47,3
48-
7
)
61,9
‘)Men zie voor
de toelichting
op dezen
staat
de nos.
van
8, 15
Aug.
1928,
25
Febr.
1931
en 15
Febr.
1933.

‘)
Tot Jan.
1931
Hard
Winter
No. 2.
van
Jon.
131
to
16 Dec. 1929
tot 20Mei
1930
7415 kg Hongaarsche
vanaf
26 Mei
1930
tot 23
Mei 1932 74kg
Zuid-Russische;
van 23
Mei1932
tot 2Oct.
1933
No. 2
Canada.
4) Tot Canads
Van 19 Sept.
’32 tot 24
Juli
’33 62163kg
Z.-Russ.
van 24Juli
’33-7
Oct.
‘3564/65
kg La Plata.
6)
1 Febr.
8)8 Febr.
7
)
15 Febr. 8)
6 Febr.
6)13
Febr.
iS)
7 Febr.
11)
14
Febr.

MINERALEN
TEXTIELGOEDEREN
DIVERSEN

STEENKOLEN
Westfaalschel
PETROLEUM
BENZINE
KATOEN
WOL WOL
gekamde
KOE- KALK
Hollandsche
Mid. Contin.
¼.rude
Gulf exp.
ge arn e
US
ra
iS
Australische,
HUIDEN
SALPETER Middling
locoprijzen
F. G. F.
Sakella-
G. F. No. 1
bunkerkolen,
onezeefd f.o.b.
33 t/m 33.9°
64/66°
$cts. per
l
erin
d
l.

CrossbredColo-
nial Carded,
Gaaf, open
kop
GId. per
100 kg
R dam/A’dam
5.
g.
per barrel U.S. gallon
New-York
rides
omra
Liverpool
e

Ib
P r

.
50’s
Av. loco
57-61 pnd.
netto
per 1000 kg.
per Ib.
Liverpool
Bradford per 1h.

f1.
0
10
$
0
/s
$cts.
°/o
$
cts.
Olo
pence
0
10
pence
°k
pence
0
/0
pence
0
10
f1.
0
10
f1.
Olo
1925
10,80
100,0
1.68 100,0
14,86
100,-
23,25
100,0
29,27
100,-
9,35
100,-
55,00
100,0
29,50
100,0
34,70
100,0
12,-
100,0
1926
17,90
165,7
1.89 112,5
13,65
91,9
17,55
75,5
16,24
55,5
6,30
67,4
47,25
85,9
24,75
83,9
28,46
82,0
11,61
96,8
1927
11,25 104,2 1.30
77,4
14,86
100,-
17,50
75,3
16,78
57,3
7,27
77,8
48,50
88,2
26,50
89,8
40,43
116,5
11,48
95,7
1928
10,10
93,5
1.20
71,4 9,98
67,2
20,00
86,0
19,21
65,6
7,51
80,4
,

51,50 93,6 30,50
103,4
47,58
137,1
11,48
95,7
1929
11,40 105,6 1.23
73,2
10,-
67,3
19,15
82,4
17,05
58,2
6,59
70,5
39,-
70,9
25,25
85,6 32,25
92,9
10,60
88,3
1930
11,35
105,1
1.12
66,7 8,77
59,0
13,55
58,3
12,-
41,0
3,92
41,9
26,75
48,6
16,25
55,1
25,36
73,1
9,84
82,0
1931
10,05 93,1
0.58 34,5
5,04
33,9
8,60
37,0 7,33
25,0
3,08
33,0
21,50
39,1
12,00
40,7
18,65
53,7
8,61
71,8
1932
8,00
74,1 0.81
48,2
4,50
30,3
6,45
27,7
5,21 17,8 3,11
33,3
16,00

.
29,1
8,50
28,8
11,15
32,1
6,15
51,3
1933
7,00
64,8
0.45 26,8
3,61
24,3
6,75
29,0
5,13
17,5
2,78
29,7
19,25
35,0
9,50
32,2
13,26
38,2
6,18
51,5
1934
6,20
57,4
0.63
37,5 2,88
19,4
7,35
31.6 5,32
18,2
2,68
28,7
19,25
35,0
10,25
34,7
12,07
34,8
6,11
50,9
1935
6,05
5,60
0.625 37,2
3,02 20,3
7,05
30,3 5,16
17,6
2,96
31,7
16,75
30,5 8,50 28,8
12,54
36,1
5,89
49,1

Jan.

1934
6,65 61,6
0.66 39,3
3,74
25,2
7,10
30,5
5,47
18,7
2,59
27,7
21,00
49,1
14,75
50,0
13,-
37,5
6,15
51,3
Febr.


6,30 58,3
.0.
64

38,1
3,25
21,9
7,50
32,3 5,64
19,3
2,68
28,7
23,75
43,2
12,75
43,2
13,-
37.5
6,20
51,7
Maart


6,25 57,9
0.63 37,5
3,05
20,5
7,40
31,8 5,50
18,8
2,76
29,5
23,25 42,3
11,75 39,8.
12,50
36,0
6,25
52,1
April
6,30
58;3
0.62 36,9
2,79
5

18,8
6,95 29,9 5,37
18,3
2,50
26,7
23,00 41,8
11,50
39,0
12,-
34,6
6,30 52,6
Mei
6,25
57,9
0.62 36,9 2,88
19,4
6,80
29,2
5,20
17,8
2,48
26,5
21,00.
38’2
10,50
35,6
11,88
34,2
6,30 52,6
Juni


6,15 56,9
0.62 36,9
2,83
19,0
7,15
30,8
5,23
17,9
2,77
29,6
19,00
34,5
9,50
32,2
11,50
33,1
6,30
52,6
Juli
6,15 56,9
0.62 36,9
2,68
18,0
7,55
32,5
5,22
17,8
2,83
30,3
17,00
30,9 ‘
9,00
30,5
11,50
33,1
6,30
52,6
Aug.
6,15
56,9
0.62
36,9
2,68
18,0
7,85 34,0
5,32
18,2
2,85
30,5
16,00 29,1
8,50
28,8
11,75
33,9
5,80
48,3
Sept.

,,
6,00 55,6
0.62
36,9
2,74
18,4
7,70
33,1
5,06
17,3
2,71
29,0
15,00
27,3
8,50
28,8
12,-
34,6
5,85
48,8
Oct.


6,00
55,6
0.62 36,9
2,60
17,5
7,40
31,8
4,93
16,8
2,57
27,5
15,00
27,3
8,50
28,8
12,50
36,0
5,90
49,2
Nov.


:
6,10 56,5
0.62
36,9
2,53
17,0
7,40
31,8
5,42
18,5
2,67
28,6
15,00
21,3
8,75
29,7
12,
34,6
5,95
49,6
Dec.


6,05 56,0
062
36,9
2,76
18,6
7,50 32,3
5,43
18,6
2,77
29,6
14,50
26,4
8,50
28,8
11,25
32,4
6,05
50,4

lan.

1935
6,05
56,0
0.62
5

37,2
2,97
0

20,0 7,55
32,5
5,38
18,4
2,99 32,0
14,75
26,8
8,25
28,0
10,75
31,0 6,15
51,3
1ebr.

,
6,05
56,0
0.625 37,2
2,75
18,5
7,50
32,3
5,24
17,9
3,-
32,1
14,00
25,5
.7,75
26,3
10,50
30,3 6,20
51,7
Maart
5,90
54,6
0.62
36,9
2,74
18,4
6,80
29,2 4,85
16,6
2,79 29,8
13,75
25,0
7,50
25,4
10,25
29,5 6,25
52,1
April

,,
6,00 55,6
0.63
37,5
2,99
20,1
7,05
30,3
4,89
16,7
2,89 30,9
14,75
26,8
8,00
27,1
10,75
31,0 6,30
52,6
Mei
6,05 56,0
0.62
36,9 2,97
0

20,0
7,30
31,4 4,96
1691
,
3,07
32,8
16,00
29,1
8,50
28,8
11,75
33,9 6,30
52,6
luni
6,05
56,0
0.62
36,9
3,15
21,2
7,-
30,1
4,82
16,5
2,98
31,9
16,75
30,5
8,50
28,8
12,-
34,6 6,30
52,6
Juli
6,05 56,0
0.62
36,9
3,115
21,0
7,25 31,2 4,82
16,5
3,08 32,9
18,25
33,2
9,00
30,5
11,75
33,9 5,40
45,0
Aug.
6,15
56,9
0.62
36,9 3,08
20,7
6,80 29,2
4,91 16,8
2,83
30,3
18,25
33,2
9,25
31,4
12,-
34,6
5,40
45,0
Sept.
6,10
56,5
0.62
5

37.2
2,85
19,2
6,40 27,5
4,95
16,9
2,63
28,1
18,25
33,2
8,75
29,7
14,50
41,8
5,50
45,8
Oct.
Nov.,,
6,05
6,05 56,0 56,0
0.62
5

0.62
37,2 36,9
3,-
3,17 20,2 21,3
6,70 7,05
28,8
30,3
5,30
5,90
18,1
20,2 2,96
3,16 31,7 33,8
18,50 18,75
33,6
34,1
8,75
9,00
29,7
30,5
16,- 16,-
46,1
46,1
5,55 5,60
46,3
40,7
Dec.

,,
6,05
56,0
0.62
36,9 3,39
22,8
7,05 30,3
5,91
20,2
3,15 33,7
18,50
33,6
8,75
29,7
14,25
41,1
5,70
47,5

lan.

1936
6,15 56,9
0.61
5

36,6 3,39
22,8
7,05 30,3
5,82
19,9
2,91
31,1
19,25
35,0
9,00
30,5
15,-
43,2
5,80
48,3
3 1
2
ebr.

,,
6,15 56,9
0.60
35,7
3,41
2

22,9
6,80 29,2
5,65
5
)
19,3
2,725) 29,1
19,25
7
)
35,0 9,257)
31,4

5,85
48,8
10.

,,
6,20
57,4
0.60
35,7
3,41
3

22,9
6,80
29,2
5,476)
18,7
2,75
6
)
29,4
19,25
0
)
35,0
9,25
8
) 31,4

5,85
48,8
17

6,15
56,9
0.615
36,6
3,474

23,4
6,85
29,5
.
.
5,85
48,8
1)
Jaar- en maandgem.
afger. op
1
18
pence.
2)1
Febr.
5)

8 Febr.
4
)15 Febr.
5)5

Febr.
8)12 Febr.
7)

6
Febr.
8
)13
Febr.
2)
4 Fébr.
15)
11
Febr.

:

19 Februari
1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

143

AN GROOTHANDELSPRIJZEN
1
)

.

ZUIVEL EN EIEREN

:

METALEN

.

BOTER
BOTER

Eirer
EIEREN
KOPER
LOO D
II’•
IJZER
GIETERIJ-
ZINK
GOUD ZILVER
per kgl.
Hf

g
Alkmaar
0cm. not.
Standaard
ç
1
ocorj
CeveI
d
an

0

y
IJZER
Locoprijzen
cash cash
Leeuwar-
Cri
i
Fabrieks-
Elermijn Locoprijzen
oodJfle
e
epe
(Lux III) p.
Londen Londen
Londen per
derComm.
Noteering
Zui’e-
Centr.
kaas kI.rn!rnerk Roermond
p. 100 St.
Londen
per Eng. ton
ern g.
,
n g
iiddI
Eng. t.f.o.b
Antwerpen
per
Eng.ton
per ounce
line
Standard
Ounce
per Eng.ton

f1.
O/
f1.
t.
°Io
f1.
0/
OJ
!o
£
°I
Sh.
010
sh.
0
10
£
0j
ah.
O(
pence
olo
1925
2,31
100,0

56,-
100,0
9,18
100,0 62.116
100,Q
36.8
1
6
100,0
261.171-.
IOOO
731-

100,0
671-
100,-
36.316
100,-
85/6

100,-
32
1
1s
100,0
1926
1,98
85,7

43,15
77,1
8,15
88,8
58.11-
93,5
31.116
85,3
290.1716
111,1
8616
118,5
6818
102,5 34.216
94,3
851-
99,5
28″116
89,3
1927
2,03
87,9

43,30
77,3
7,96
86,7
55.141- 89,7
24.41-
66,4
29041-
110,8
731-
100,0
6416
96,3
28.101-
78,8
851-
99,5
26
3
14
83,3
19
2
8
2,11

91,3

48,05
85,8
7,99
87,0
63.161-
102,8
21.1/-
57,8
227.51-
86,8
66f-.

90,4
6218
93,5
25.516
69,9
851-
99,5
26
1
116
81,1
1929
2,05
‘88,7

45,40
81,1 8,11
88,3
75.14J-
121,9
23.51-
63,8
203.1516
77,8
7016
96,6
6819
102,6 24.1716
68,8
851-
995
24
7
11
76,2
1930
1,66
.
71,9

38,45
68,7
6,72
73,2
54.13j-
88,0
18.116
49,6
142.51-
54,3
67j-
91,8
59/6
88,8
16.171-
46,6
85!-
95
17’/16
55,4
1931
1,34
58,0

31,30
56,9
5,35
58,3
36.5/-
58,4
12.11-
33,1
110.11-
42,0
551-
75,3
4716
70,9
11.1016
31,9
9216

108,2
1318
41,6
1932
0,94

40,7

22,70
40,5
4,14
45,1

137,6

22.17!-
36,8 8.121- 23,6
97.21-
37,1
421-
57,5
37!-

55,2
9.16-
27,1
1181-

138,0
12
7
18
40,1
1933
0,61
26,4
0,96
20,20
36,1 3,71
40,4
22.216
35.6
7.171&
21,6
131.181- 50,4
411-
56,2
35/-
52,2
10.1216
29,4
12417
3
14 145,8
12
3
1
385
1934
0,45
19,5
1,-
18,70
33,4
3,45
18.1416
30,2
6.1516
18,6 141.1916
54,2
401-
54,8
3317
50,1
891-
23,4
13717
3
/4 161,0
131116

40,7
1935
0,49
21,2
0,99
14,85
26,5
3,20
34,9
19.116
30,7
8.1116
23,5
134.1616
51,5
3916
54,1
3318
50,2
8.101-
235
14212

166,3
17
11
116
55,1

Jan.’34
0,50
21,6
.

1,-
20,40
36,4
5,05
55,0
21.71-
34,4
7.71-
20,2
148.31-
56,8
3916
54,1
361-
53,7
9.121-
26,5
12
916

151,5
12314
39,7
Feb. ,,
0,47
20,3
1,-
21,55
38,5
3,68
40,1
39.916
33,0
7.41-
19,8
140.131-
53,7
3916
54,1
3615
54,4
9-16
24,9
13711

160,3
12
1
12
38,9
Mrt.
_
0,44
19,0
t,-
19,90
35,5
2,71
29,5
20.31-
32,5
7.316
19,7
144.1516
55,3
4016
55,5
353
52,6 9.21- 25,2
13618

159,8
125/8
39,3
Apr.

0,42
18,2
1,-
17,20
30,7

2,72
29,6
20.1416
33,4
7.416
19,8
150.1016
57,5
4116
56,8
3412
51,0
9.716
25,9
13511

158,0
12
7
I6
38,7
Mei

,,
0,41
17,7
1,-
16,05
28,7
2,54
27,7
20.41-
32,5
6.1616
18,7
144.1916
55,4
4016
55,5
329
48,9
9.21
25,2
13613

159,4
12
1
116
37,5
Juni
0,41
17,7
1,-
19,40
34,6
2,74′
29,9
19.1816
32,1
6.141-
18,4
140.1!-
.

53,5
4016
55,5
3119
47,4
8.16(-
24,3
137184

161,1 12
1
14
38,1
Juli
0,40
17,3
1,-
21,50
38,4
2,81
30,6
18.111-
29,9
6.1416
18,5 142.91-
54,0
4016
55,5
3214
48,2
8.61-
22,9
137111

161,4
12314
39,7
Aug.
. 0,43
18,6
1,-
20,90
37,3
3,32
5

36,2
17.61-
27,9
6.141-
18,4
139.716
,

53,2
401-
54,8
3216
48,5
8.7(6
23,2
138(6

162,0
13
40,5
Sept.
0,43
18,6
1,-
18,12
5

32,4
3,31
36,1
16.101-
26,6
6.516
17,2
137.171.’
52,6
3916
54,1 3216
48,5
7.171-
21,7
14I-164,9
13
1
(
40,9
Oct. ,,
0,43
18,6
1,-
17,37
5

31,0
3,95
43,0
16.31-
26,0
6.61-
17,3 137.1916
52,7
3916

54,1 3216
48,5
771-
20,3
141(10

165,9
14
43,6
Nov.
0,47
20,3
1,-
17,-
30,4
4,52
5

49,3
16.1116
26,7
6.81-
17,6
139.8j-
1

53,2
401-

54,8
3216
48,5
7.716 20,4
139164

163,2
14(8
46,3
Dec.
0,54
23,4
0,95
15,12
5

27,0
4,07
44,3
16.161-
27,1
6.61-
17,3
137.816
52,5
3916
54,1
3411
50,9
7.4/6
20,0
14
0164

164,4
1411115
45,7

Jan.’35
0,58
25,1
0,90
14,95
26,7
3,12
34,0
16.191-
27,3
6.51-
17,2
138.11!-
52,9
3916
54,1
346
51,5
7.616 20,4
141110

165,9
1414
45,9
Peb. ,,
0,52
22,5
0,95
14,375
25,7 3,20
34,9
16.4/-
26,1
6.4j.
17,0
136.8j-
1

52,1
3916
54,1 3416
51,5
7.316
19,8
14218

166,9
14
1
j
1
46,1
Mrt.
0,37
16,0
1,025
13,30
23,8 2,74 29,8
16.81-
26,4
6.716 17,5
124.516,
47,5

52,1
33/9
50,4
7.-(-
19,4
14715

172,4
1513/
4

49,0
Apr.
0,37
16,0 1,08
11,50
20,5 2,315
25,2
18.81-
29,6
7.516
20,0
131.16
50,0
3816
52,7
3316
50,0
7.11/
20,9
14415

168,9
181js
56,6
Mei

,,
0,34
14,7
1,10 11,85
21,2 2,38
26,0
20.-!-
32,2
8.6(6
22,9
1
35.516.
51,7

53,4
3316
50,0
8.1516
24,3
142134

166,4
20
62,3
Juni
0,41
17,7
1,07
11,95
21,3
2,416
26,3
18.161-
30,3
8.1116
23,5
136.516
52,0
3916
54,1
3316
50,0
.8.11!-
23,6
14116

165,5
19I8
61,1
Juli

,,
0,44
19.0
1,-
12,37
5

22,1
2,54
27,7
18.101-
29,8
8.13!-
23,7
140.11/6
53,7
3916
54,1
3316
50,0
8.101-
23,5
140110

164,7
18116
57,0
Aug.
0,46
19,9
1,-
15,10
27,0
3,31
5

36,1
19.15(-
31,8
9.11/-
26,2
135.1216
51,8

54,8
3316

50,0
8.1816 24,7
14014

164,1
luie
55,6
Sept.,,
0,58
25,1
0,97
20,25
36,2
3,16
34,4
20.1016
33,1
9.1416
26,7
135.416
51,6
3916
54,1
3316
50,0
9.8J-

26,0
141/-

164,9
17
9
(16
54,7
Oct.
0,65
28.1
0,89
19,87
5

35,5
3,95 43,0
21.316
34,1
11.31-
30,6
136.1716
52,3
3916
54,1
3316
50,0
10-16
27,7
14118

165,7
17
5
18
54,9
Nov.,
0,59
25,5
0,94
16,90
30,2
4,69
51,1
21.216
34,0
10.1516
29,6
135.13/6
51,8
4016
55,5
3316
50,0
9.161-
27,1
141134

165,3
17
9
1
547
Dec.,
0,57
24,7
0,95
15,80
28,2
4,60
50,1
21.2(6
34,0
10./-6
27,5
132-16,
50,4
411-
56,2
3316
50,0 9.21-
25,2
141/1

165,0
15
5
/16
47,7

Jan.’360,57
24,7
0,95
16,80
30,0
4,04
44,0
20.1616
33,5
9.6!-
25,5
125.616!

48,0
411-
56,2
3316
50,0
8.1516
24,3
140111

164,8
12
37,4
3 Feb.,
0,60
8
)
26,0
0,95
17,50
10

31,3 3,05
33,2
20.141-
33,3
9.816
25,9
122.141
46,8
411-
56,2
3316
50,0
8.191-
24,7
140111

164,8
11
7
18
37,0
10

,,

,,
0,655)
28,1
0,95
17,50
11

31,3 3,25
35,4
20.171-
33,6
9.91-
25,9
122.21-
46,6
411-
56,2
3316
50,0
8.1616 24,4
14016

164,3
11
1
5(
37,2
17

,
0,90
3,80
41,4
21.1016
34,7
9.161-
26,9
125.51-
47,8
411-
56,2
3316
50,0
9.416 25,5
140/114 164,9
117(
37,0
6 Sept. 1932
79
K.G.
La Plata;
van
26 Sept.
1932
tot 5
Febr. 1934
Manitoba
No.
2
3)

Tot Jan.1928
Western;
vanaf
Jan.
1928
tot 16
Dec. 1929
American
No.
2, van
an. 1928
Malting;
van
Jan. 1928
tot
9 Febr.
1931
American
No.
2, van
9 Febr.
1931
tot .23
Mei 1932
6415
K.G.
Zuid-Russische.
Van
23
Mei-19
Sept.
1932
No. 3

BOUWMÂTERIALEN
KOLONIALE PRODUCTEN

V”0ENFV”T
STEENEN
CACAO
COPRA
KOFFIE
.
SUIKER
.
THEE
INDEXCIJFER
basis 7″ to b
Zweden!’
binnenmuur

buitenmuur
G.F.Accra
Ned.-ind.
Robusla’
Standaard
Ribbed Smoked
IColo-
per

per
so
kg c.i.t.
per 100 kg
Rotterdam
R’dam(A’dam
Java- en Suma-
Grond-
niale
erta,ard
van 4.672 M
3
.
per 1000 stuks per 1000 stuks
Nederland
Amsterdam per
‘Is’
kg.
1oct1en

per Ib.
per 100 kg.
trathee p.
‘/s
kg.
atoffen
den

f
0
10
f
5J
/
51
ah.
510
/
91
cts.

i
0
/s
Sh. °k
f1.
0
10
cts.
‘Is
1925
159,75 100
15,50

100,-
19,-
100,-
4216
100,- 35,87
5

100,0
61,375
100,0
2/11,625
100,0 18,75 100,0
84,5
100,0
100.0 100.0
1926
153,50
96,1
15,75

101,6 19,50 102,6
491- 115,3
34,-
94,8
55,375
902
21-
67,4
17,50
93,3
94,25
111,5
96.0
102.6
1927
160,50
100,5 14,50
93,5
18,50
97,4
681-
160,0
32,62
5

90,9
46,875

‘76,4
116,375
51,6
19,12′
102,0
82,75
97,9 87.5
109.1
1928
151,50
94,8
12,-
77,4
18,50
97,4
5713
134,9
31,87
5

88,9
49,625

,
80,9
-110,75
30,2
15,85
84,5 75,25
89,1
84.6 97.4
1929 1930
146,00
.91,4
14,-
90,3
21,25
111,8
45110 107,9
27,37
5

76,3
50,75
82,7
-11025
28,8
13,-
69,3
69,25
82,0
81.9
66.0
85.5 64.3
1931
141,50 110,75
88,6
69,3
12,50 10,25
80,6
66,1
20,75 20,25
109,2 106,6
34111
2215
82,2 52,8
22,625
15,375
63,1
42,9
32 25
52,1
40,7
-(5,75
-13 16,5
8,4
9,60
8,-
51,2
42,7
60,75 42,50
71,8 50,3
46.8
46.6
1932
69,00
43,2
9,25 59,7
15,-
78,9
.19/6
45,9
13,-
36,2
24
39,1
-11,75
4,9
6,325
33,7 28,25
33,4
36.1
38.0
1933
73,50
46,0
10,-
64,5
12,75
67,1
1514
36,0
9,30
25,9
21,10
34,2
-12,25
6,3
5,52
5

29,5
32,75
38,7
35.2
34.7
1934
76,50
47,9
8,50
54,8
10,50
55,3
1316
31,8
6,90
19,2
16,80
27,4
-13,875
10,9
4,07
5

21,7
40
47,3
34.4
32.1
1935
59,50
37,2
7,25
46,8
8,75
46,1
1315
31,6
9,15
25,6
14,10
23,0
-13,625
10,2
3,85
20,5 34,50
40,8
33.6
29.0

Jan.’34
75,00
46,9
10,75
69,4
12,75
67,1
12110
30,2 7,45 20,8
16,50
26,9
-/2,875
8,1
4,95 26,4
45,50
53,8
86.9
33.8
Feb.
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8
1415
33,9
7,25 20,2
17,25

‘28.1
-/3
8,4
4,975
26,5
46,75
55,3
35.9
35.9
Mrt.
80,00
50,1
9,75
62,6
12,-
63,2
1411
33,1
7,-
19,5 17,75
28,9
-13,25
9,1
4,525
24,1
45,50
53,8
35.7 35.2
Apr. ,,
80,00
50,1
9,75
62,6
12,-
63,2
1414
33,7
6,55
18,3
I7,75
28,9
-/3,625
10,2
4.25
22,7
44,25
52,4
35.6
34.5
Mei

,,
80,00
50,1
9,25
59,7
11,25
59,2
1512
35,7
6,72
5

18,7
17
27,7
-14
11,2
4,15
22,1
42,75
50,6
35.1
34.3
Juni
,
77,50
48,5
8,-
51,6
10,-
52,6
15/4
36,1
7,-
19,5
17
27,7
-(4
11,2
4,20
22,4
41
48,5
34.5
33.8
Juli

,,
77,50
48,5 7,50
48,4
10,-
52,6
13
1
11
32,7
6,92
5

19,3
16,75
27,3
-/4,375
12,3
3,975

21,2 40,50
47,9
34.1
32.2
Aug.,
75,50
47,3
7,25
46,8
9,50
50,0
12/ 10
30,2
6,87
5

19,2 16,50

‘26,9
-(4,5
12,6
3,975

21,2 39,75
47,0
33.9 31.4
Sept.,
73,50
46,0
7,-
45,2 8,75
46,1
1215
29,2
6,65
18,5
16,50
26,9
-/4,5
12,6
3,725
19,9
33,50
39,6
33.1
29.5
Oct.

73,00
45,7
7,-
45,2 8,75
46,1 11/7
27,3 6,70
18,7
16,50
26,9
-/4,125
11,6
3,525
18,8
32,75
38,8
32.7
27.8
Nov.

73,00
45,7
7,-
45,2 8,75
46,1
12
1
3
28,8 6,62
18,5
’16
26,1

1
3,875
10,9
3,15
16$
33
39,
1

32.7
27.6
Dec.,
73,00
45,7
7,-
45,2 8,75
46,1
1218
29,8 7,17
6

20,0
16
26,1
-13,875
10,9
3,37′
18,0
34,50
40,8
32.7
28.6

Jan.’35
66,00
41,3 7,25 46,8 8,50
44,7
1411
33,1
8,775
24,5
16
26,1
-13,875
10,9
3,50
18,7
33,75
39,9
32.9
29.5
Feb.
,,
66,00
41,3
6,75
43,5 8,25
43,4
1412
33,3
9,375

26,1
15,625
25,5
-/3,75
10,5
3,45
18,4
32 37,9
32.4 28.9
Mrt.
59,00
36,9
7,-
45,2 8,25
43,4
13
1
3
31,2
8,576
23,9
14,625
23,8
-13,25
9,1
3,55
18,9
29 34,3 80.9
27.4
Apr..
60,00
37,6
7,–
45,2 8,25
43,4
13
1
6
31,8
9,15
25,6
14,50
23,6

1
3,375
9,5
4,15
22,1
31,25
37,0 32.1
28.5
Mei

,,
57,50
36,0
7,-
45,2 8,25 43,4
13
1
4
31,4
9,50
26,5
14,125
23,0
-13,5
9,8
4,20
22,4
32,75
38,8
33.3 28.6
Juni
57,50
36,0 7,25 46,8
9,-
47,4
1313
31,2 9,07
5

25,3
13,87′
22,6

1
3,625
10,2
3,87′
20,7
30,25
35,8
33.2 27.8
Juli

,
57,50
36,0
7,25 46,8 8,75
46,1
13
1
2
31,0
8,-
22,3
13,50
22,0

1
3,5 9,8
3,575

19,
1

30,75
36,4
33.4 27.1
Aug.,
58,25
36,5
7,-
45,2
9,25
48,7
13
1
1
30,8
8,07
5

22,5
13,50
22,0

1
3,5 9,8
3,52
5

18,8
32,50
38,5
33.7 27.4
Sept.,
57,75
36,2
7,-
45,2
9,-
47,4
13
1
5
31,6
8,47
5

23,6
13,50
‘22,0

1
3,375
9,5
3,725
19,9
36
42,6
34.2 28.8 Oct.

56,50
35,4
7,25 46,8 9,25
48,7
13/5
31,6
9,976

27,8
13,50
22,0
-13,75
10,5
4,225
22,5
46,25
54,7
35.5
31.9
Nov.,,
57,75
36,2
7,25
46,8
8,75
46,1
13(3
31,2
10,325
28,8
13,50
22,0
.
-/3,75
10,5
4,10 21,9
39,50
46,7
35.8
31.1
Dec.,
58,00
36,3 7,50
48,4
9,50
50,0
13
1
6
31,8
10,45
29,1
13
21,2
-j3,875
10,9
4,20
22,4
39,50
46,7
35.4 30.4

Jan.’36
63,00
39,4 8,25
53,2
10,-
52,6
14/-
32,9
11,125
31,0
.13
21,2
-/4,125
11,6
4,325
23,1
39,50
46,7
35.5
30.9
3Feb.,
63,00
39,4
14
1
4
9
)
33,7
11,-
30,7
13
21,2

1
4,1875.
11,8
4,25
22,7
38
7
) 45,0
35.4 30.8
10

,

,
63,00
39,4
1413
00
)
:33,5
10,625
29,6
.13
21,2

1
4,375
12,3
4,12
5

22,0
35.4 30.5
17,

,
63,00
39,4
10,375
28,9
13
21,2
-14,5
12,6
4,125
22,0
35.7 30.4
l.B. Alle Pondennoteeringen vanaf 21 Sept.’81 zIjn op goudbasis omgerekend; de Dollarnoteeringen vanaf 20April ’33 zijn in verhouding van de depreciatle
an den Dollar t.o.v. den Gulden verlaagd.

144

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19. Februari 1936

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 17 Februari 1936.

Activa.
Binnenl.Wis-(Hfdbk.
f
25.280.826,19
sels, Prom.. Bijbnk.
,,

530.662,54
enz.1na1sc.Ag.scn.
,,

3.056.I76,
28.867.665,02
Papier o. h. Buiteni. in disconto…….,,

Idem eigen portef.

f

1.617.750,-
AfiVerkocht maar voor
debk.nognietafgel.


1617750
Beleeningen

Hfdbk.
f

86.522.156,671)
mci. vrsch.
in rek.-crt.
Bijbnk.

5.048.963,80

op onderp.
Ag.sch.

36.427.143,73

f
127.998.264,20

Op Effecten
……f
123.543.224,58
1
)
Op Goederen en Spec. ,,

4.455.039,62
127.998.264,201)
Voorschotten a. h. Rijk

…………..,,

Munt, Goud
……f
132.600.510,-
Muntmat., Goud ..

542.012.079,37

f
674.612.589,37
Munt, Zilver, enz.

,,

21.138.114,59
Muntmat., Zilver..


Belegging van kapitaal, reserves en pen-
695.750.703,962)

sioenfonds ..
………………….

,,
39.608.321,46
Gebouwen en Meub. der Bank

……..,,
4.600.000,-.-.
Diverse rekeningen ………………,,
9.947.714,85
Staatd. Nederi. (Wetv.2715/’32, S. No. 221) ,,
15.486.148,55

f
923.876.568,04
Passiva.
Kapitaal
……………………….f
20.000.000,-
Reservefouds ……………………,,
4.049.884,01
Bijzondere

reserve

………………,,
5.675.000,-
Pensioenfonds

………………….
9.902.200,81
Bankbiljetten in omloop …………..

,,
747.939.090,-
Bankassignatiën in omloop

……….,,
10.287,04
Rek.-Cour.
J
Het Rijk
f

71.055.688,80
saldo’s:

1
Anderen,,57.939.850,72
,,
128.995.539,52
Diverse

rekeningen ………………

,,
7.304.586,66

f
923.876.568,04

Beschikbaar metaalsaldo

…………

346.029.195,20
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-

loop dan waartoe de Bank gerechtigd is
865.072.990,-
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank ondergebracht

………………..

Waarvan aan Nederlandsch-jndj5
(Wet van 15Maart 1933, Staatsblad No. 99)………..
j
71.153.775,-
Waarvan in het buitenland ………………………
»
79.037.727,50

Voornaamste posten in duizenden
guldens.
Data
Goud
Circula iie
Andere
opeischb.
Beschikb.
Metaal-
Dek-
kings
Munt
_Muntmat.
schulden
saldo
perc.

17 Febr.’36
132601
542.012
747.939
129.006
346.029
80
10

,,

’36
132600
538.132
755.470
113.708
345.082
80
25Juli’14_
65.703
_96.410
310.437 6.198 43.521
54

Data
Totaal
bedrag Schatgist-
promessen
,
ee-
1
e
Papier
op hef
Diverse reke-
disconto’s_
rechtstreeks
_
n_n
g
en

buitenl. ningen
1
)

17 Febr.1936
28.868

127.998
1.618
9.948
10

,,

1936
29.446

130.275
1.618
3.339
25 Juli

1914
67.947

61.686
20.188
509
1)
Onder de activa.

JAVASCHE BANK.
Andere
Beschikl
Data
Goud
Zilver
Circulatie
opeischb.
metaal-
schulden
saldo

15 Feb.’36 2)
101.040 157.60
*
0
20.830
29.668
8

,,

1
36j
101.340
158.970 20.880 29.400

18Jan.1936
80.025
1

2249
156.171
24.294
30.089
11

,,

1936
80.025
1

21.800
160.604 21.901
28.824

25 Juli1914
22.057

31.907 110.172
12.634
4.842
Wissels.
Diverse
Dek-
Data
buiten
Dis-
Belee-
reke-
kings-
N.-Ind. conto’s
fin gen
ningen
1)
percen-
bef aalb.
tage

15 Feb.’36 2)
2.040
7660
.12.550
57
8

1
36
2
)
1.760
78.710
10.890
56

18Jan.1936
1.916
11.307
57
‘10.392

1
58.189′
11

,,

1936 1.637
10.361

1
58.962
11.203
56
25 Juli1914
6.395 7.259
75.541
2.228
44
1)
Sluitpost activa.
2)
Cijfers
telegrafisch
ontvangen.

BANK VAN ENGELAND.

1
Bankbilf.1 Bankbilf.

OtherSecurities
Data

Metaal
1

in

in Bankingl Disc.and lSecurities
1
circulatie
1__
Departm. Advances1

12 Febr. 1936 201.221 399.281
1
61.247

13.408
1
14.564
5 ,,

1936
1
201.188
1
399.833

60.695

14.440

13.855
22 Juli 1914 40.164
1

29.317

33.633

OtherDeposits1

1 Dek-
Data

1
Gov.

Public
1

Sec.

Depos. Bankers Other
1
Reservel kings-
____________

Accountsl

_1perc.
2
)

12Febr.’36 79.190 10.981 103.627 1 36.302 61.9411 41,0
5 ,, ’36 79.415 10.989 102.877 j 37.025 1 61.3551 40,6

22Juli’14 11.005 14.736

42.185

129.297152
t) Verhouding tuaschen Reserve en Deposits.
BANK VAN FRANKRIJK.

1Te
goed WisI Waarv.IBelee-Retelos
Data

Goud Zilver in het
1
voorschot
bu it enl. sels buitenl.I
ningen
v. d. Staat

7 Feb.’36164.975
1
6821
220
I10.578j
1.3141
5.641
1

3.200
31 Jan.’36165.223
1
6811
9
10.525!
1.3151
5.523 3.200
23 Juli ‘141
4.104
1
640
1

1

1.5411
81
769

Bonsv.d. Rekg.Courant Data
lfst.
amort. k.
D5veç_
Circulatie
Staat
lZ.-f5t.
Part,

7 Feb.’36

5.708 1 2.368 1 80.617

89 2.736
31 Jan.’36 5.708

3.148

81.503

72 2.726

23 Juli’14

5.912

401 –
t
) Sluitpost activa.
DUITSCHE RIJKSBANK. Daarvan
Deviezen
Andere
Data
Goud
bij bui- als goud-
wissels Belee-
tenl. circ. dekking
en
ningen
banken
1
)
geldende
cheques

7 Febr. 1936
1
76,6 20,3
5,2
3.749,5
53,9
31 Jan.

1936
1
76,6 20,3
5,1
3.884,0
72,1
30 Juli

1914_1
1.356,9
– –
750,9 50,2

Data
Effec-
Diverse
Circu-
1

Rekg.- Diverse
ten
Activai)
lat ie
Crt.
Passiva

7 Febr. 1936
349,2
654,3
1

3.920,3
610,3
265,4
31 Jan. 1936
349,1
696,5
1

4.097,8
i

679,4 270,2
30 Juli

1914
330,8
200,4
1.890,9
1
40,0
t’ICtnl,»l»»f

II 5,.
0»»f

h,,»h»..,»
7

»h.-

71
1

‘)7
in

-111

NATIONALE BANKVANBELGII (in Belgas).

Goud

.

Rekg.Crt.

Data

o
.
0

1936
°
00
‘0
0 0
c0
2
,
.

13 Febr.13.3981
65
1

77
160
40
4.089
18
866
6

,,3
.
403
1
64

1.242

84
160
40
4.108
13
865

FEDERAL RESERVE
BANKS.

Goudvoorraad
Wissels

Data
,,Other cash”
2,1
Totaal
1

Goud-
certifi- In her-
disc.
v.
d.
1
In de
open
bedrag
cateni)
member
1
markt
banks
1
gekocht

29 Jan.’36
7.659,5
1

7.643,9
346,6
7,1

1
4,7
22’36
7.635,5
17.619,3
336,9
6,4
1

4,7

Data
Belegd
1
in
U. S.
in circuJ
Totaal
Gestort
1
Goud-
1

Dek-
1
Algem.
1

Dek-
Gov.Sec.
1
SI
Kapitaal
kings-
kings-
latie
1
perc.&)
1

perc.
4
)

29
Jan.’361

2.430,3
1
3.599,7
1
6.642,5
1
130,6

1
78,2
1


22

‘361
2.430,3
1
3.608,0 6.613,4
1
130,7

1
78,0
1


-, .., ….-._

..,.,,,
,n,,.c,, uu,j.
uço,.j,atn,,I
na,,
UC fl.CbCI VC nallIlci,
gegeven voor de overname van het goud, toen de $ op 31Jan. ’34 van
1000 59.06 cents werd gedevalueerd.
2) ,,Other Cash” does not inciude Federal Reserve Notes or a Bank’s
own Federal Reserve
bank
notes.
1) Verhouding totalen goudvoorraad tegenover opelschbare
echulden: F. R. Notes en netto deposito.
2)
VerhoudIng totalen
voorraad muntmateriaal en wettig betaalmiddel tegenover Idem.
PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL.

1
Dis-
1
1
Irvel
Totaal
1
Waarvan
Data
Aantal
leening.
conto’s
en
1

Beleg-
gingen
.
1 1

depo-
1

time
beleen.
banks
sito’s
1 1
deposits

22 Jan.’36’
5
1

8.073 112.896

14.764
1
25.429
1

4.892
15

,,

‘361
2
1

8.125
12.788

14.778
1
25.455

1

4.898
porno..
ccii
i#u nou. Dans,
00
UdVUCUflO neus en uo nans 02 tflg.
land zijn in duizenden, aIia overige 120810fl In millioenen van de be. treffend• valuta.

culieren

8.292
8.088

943

Auteur