Ga direct naar de content

Deactiveren voor gebruik

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 9 2017

Beschamend nieuws voor menig overheidsdienaar: vorige maand meldde staatssecretaris Klijnsma dat Rijk en gemeenten flink achterlopen op het schema van 25 duizend extra arbeidsgehandicapten, te bereiken in de periode van 2013 en 2020 (ook welbekend als de ‘banenafspraak’). Reden voor de staatssecretaris om in te grijpen en alleen voor de overheid een quotum in te stellen. Vanaf 2020 zal iedere overheidswetgever voor iedere fte onder het streefcijfer een boete van 5000 euro per jaar betalen.

Het heeft mij verbaasd hoe geruisloos dit besluit is genomen. Het oogt als een staaltje van slimme daadkracht: er komt een quotum (=links beleid) maar dan alleen voor de overheid en dus niet het bedrijfsleven (=rechts beleid). Kijken we echter wat scherper naar wat er nu gebeurd is, dan is het mij niet zo duidelijk wat er nu precies gebeurd is en waarom.

Laten we eens beginnen met het tijdpad van de banenafspraak. Dit gaat om een doelstelling voor 2020. Maar het quotum wordt nu reeds geactiveerd en we schrijven 2017. Iemand straffen voor een misdaad die misschien of waarschijnlijk in de toekomst zal begaan is merkwaardig. Dit is dan ook de reden dat er tegelijk met de wet een ‘deactiveringswet’ in het leven is geroepen; deze wet kan de instelling van het quotum alsnog ongedaan maken als de doelstelling toch is gehaald. Maar onderaan de streep is er eigenlijk geen nieuw beleid gemaakt, zo lijkt me. We wisten toch al dat instelling van een quotum in 2020 volgt als de doelstelling niet behaald is in datzelfde jaar?

Los hiervan zullen sommigen stellen dat de activeringswet in ieder geval een stevig signaal geeft aan overheidswetgevers, die met 3597 extra banen voor arbeidsgehandicapten in 2017 de tussentijdse doelstelling van 6500 niet halen. Maar gek genoeg is er nauwelijks discussie over de hoogte van de doelstelling en de telling van banen. En die doen er nogal toe.

Om met het eerste te beginnen: het bedrijfsleven heeft als doelstelling 100 duizend arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, tegenover 25 duizend bij de overheid. Het bedrijfsleven is echter acht keer groter, zodat het streefpercentage de helft is van die van de overheid. Waarom eigenlijk? Tegelijkertijd is het ook de vraag of er wel veel ruimte is om extra banen te scheppen bij de overheid: tussen 2010 en 2015 daalde de werkgelegenheid van de overheid van circa 525 naar 480 duizend personen (Statline, CBS). Mede door de stevige ontslagbescherming is de arbeidsmarkt voor overheidspersoneel min of meer op slot gegaan, met nauwelijks instroom van jonger personeel en een steeds ouder personeelsbestand dat langer is gaan doorwerken.

Ook bij de telling van banen heb ik het vermoeden dat de overheid een handicap heeft ten opzichte van het bedrijfsleven. In een eerdere blog heb ik al eens opgemerkt dat een groot deel van de gerealiseerde extra banen voor arbeidsgehandicapten bestaat uit inleenverbanden en detacheringen in SW-bedrijven. Aanvankelijk mochten deze type banen niet meetellen, maar sinds vorig jaar is dat echter wel het geval. Het is waarschijnlijk dat werkgevers in het bedrijfsleven hiervan meer profiteren dan de overheid. Het Rijk en gemeenten zullen immers veel meer politieke druk ervaren om in de geest van de banenafspraak te handelen en dus niet gebruik te maken van deze verruiming van de banenafspraak.

Ingewikkelde materie dus, zo’n arbeidsquotum voor de overheid. Maar goed, het zou ook zomaar kunnen dat al deze vragen straks achterhaald zijn. Met een beetje fantasie zijn er vast gronden te vinden om de deactiveringswet in werking te stellen.

Auteur

  • Pierre Koning

    Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden (UL)

Categorieën