Ga direct naar de content

Hysterisch of hysterese

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 31 2012

We weten nog steeds niet wat we met langdurige werkloosheid aan moeten

Drie jaar geleden lachten we het Centraal Plan Bureau uit: die voorspelde dat de werkloosheid in Nederland zou oplopen tot minstens 7 procent. En misschien wel tot 9. Een hysterische voorspelling, zo bleek, die tot op heden niet uitkwam. De Nederlandse werkloosheid is met 6,0 procent nog steeds één van de laagste in Europa. Maar: inmiddels zitten we diep in de dubbele dip, en dreigt het planbureau alsnog gelijk te krijgen. De Nederlandse werkloosheid mag dan relatief laag zijn, hij loopt snel op. Werkloosheid is terug als serieus probleem.

En niet alleen hier. In de Verenigde Staten, notabene het westerse land met zo’n beetje de meest flexibele arbeidsmarkt, liet Fed-president Ben Bernanke weten dat hij zich zorgen maakt over een groeiende groep mensen die meer dan een half jaar zonder werk zitten. Die verliezen zoveel vaardigheden en kennis dat hun kansen om een baan te vinden erg klein worden, aldus Bernanke.

Bernanke is bang voor hysterese: de situatie waarin de werkloosheid na een crisis niet terugzakt naar een ‘normaal’ niveau, maar langdurig en hardnekkig wordt. In Nederland zagen we dat voor het laatst in de jaren tachtig. We waren tot begin van deze eeuw bezig om de gevolgen ervan weg te poetsen.

Vraag is natuurlijk of we dit keer wel weten wat ons te doen staat. Helaas: het lijkt er niet op.

Even terug naar de cijfers. De werkloosheid in Spanje en Griekenland is hoog (boven de 20 procent), oplopend, en niet van gisteren. Ook Portugal, Frankrijk en het gros van de Oost-Europese landen hebben te maken met een hoge werkloosheid van meer dan 10 (Frankrijk) tot 15 procent (Portugal) zonder uitzicht te hebben op betere tijden. De kans is groot dat mensen in die landen zo lang aan de kant staan, dat het ze straks niet meer aan willen of kunnen sluiten.

En ja, dat kan ook in Nederland weer gebeuren. Tenzij dat ene grote verschil met de jaren tachtig ons gaat redden: de bevolkingsopbouw. Want terwijl de crisis wilde golven maakt, is er een onderstroom van vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt. De babyboomers gaan met pensioen, en maken vanzelf ruimte. Op de wat langere termijn, is er werk zat.

Maar wat gebeurt er tot die tijd? Lukt het om mensen die hun baan nu kwijt raken straks in de banen te krijgen waar ze nodig zijn (ofwel: hoe krijgen we mannen uit de logistiek en de industrie naar zorg en onderwijs?) En kunnen we zorgen dat iedereen z’n kennis en vaardigheden een beetje op pijl houdt?

Decennia van activerend arbeidsmarktbeleid hier en in andere landen hebben vooral één ding duidelijk gemaakt: het is verrekte moeilijk. We hebben geen idee hoe we mensen die langere tijd aan de kant staan, in vorm krijgen of houden. Melkertbanen en re-integratietrajecten bleken achteraf vooral een vorm van bezigheidstherapie, maar geen tovermiddel om langdurig werklozen aan de slag te krijgen. En ook het overactieve beleid van de Zweden in de jaren negentig, waar elke werkloze aan een ambtenarenhandje teruggeleid werd naar de arbeidsmarkt, werkte niet. Zelfs het bejubelde Deense model, met weinig ontslag- maar veel inkomensbescherming, lijkt niet bestand tegen de huidige crisis.

Zeker: een paar dingen weten we wel. Dat een vinger aan de pols en contact houden met mensen (door uitkeringsinstanties) een beetje helpt. En dat trainen en bijleren, vooral in een laagconjunctuur zinvol is. Maar eigenlijk alleen als mensen gemotiveerd zijn, en niet als ze moeten.

De conclusie is dat er voor beleidsmakers weinig eer te behalen valt. Mensen moeten zelf willen, en aan iemand die zelf wil is een belastingeuro slecht besteed omdat die ook wel zelf wil betalen. De les voor mensen die aan de kant staan luidt: investeer in jezelf. Doe iets! Maar: heb er op de korte termijn geen al te hoge verwachtingen van.

Auteur

Categorieën