Ga direct naar de content

Jrg. 46, editie 2316

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 13 1961

WAMBERSIE &, NON C

CARGADOORS

S EDE
RT

1820

ROTTERDAM

AMSTERDAM

DORDRECHT

Adviezen

en bemiddeling

inzake

levensverzekeringen

en

pensioencontracten

R. MEES & ZOONEN

ROUERDAM

K.
C.
SLIJK

Schiadamsevost 44d Rotterdam-1
Tel. 010-11 9111(2 lijnen)

t_-4keIaars In onroerende goederen.

Vertrouwensopdrachten.

t_’jmlnIstratIes voor Verenigingen

van Eigenaren (Appartementenwet)

t..emldcIeIJng bij aan- en verkoop
van appartementen (horizontale
verkoop). Specialisten sedert 1951.

* TAXATIES bij aan- en verkoop,

voor successieaangiften, enz.

*
HYPOTHEKEN

GRATIS
op aanvraag beschikbaar:

“t4.A.R
n.v..Nleuws”

ons maandblad, waarin
.

regelmatig aantrekkelijke aanbiedingen willedlg
omschreven worden opgonomen

E CO NO MI S CH.

SATISTISCHE BERICHTEN

Uitgave van de

Stichting
Het Nederlandsch Economisch Instituut

Adres voor Nederland:
Pieter de Hoéchweg 118, Rotterdam-6.,
Telefoon redactie: (010) S 2939. Administratie: (010)
380 40. Giro 8408.

Privé-adres redacteûr-secretaris:
Drs. A. de Wit, Sleedoorn-
laân 17, Rotterdam-12, tel. (010) 18 36 32.

Bankiers:
R. Mees en Zoonen, Rotterdam. Banque de Corn-
merce, Koninklijk Plein 6, Brussel, postcheque-rekening-
260 .34.

Redactie-adres voor België:
Dr. J. Geluck, Zwijnaardse Steen-
weg 357, Gent.

Abonnementen:
Pieter de Hoochweg 118, Rotterdarn-6.

Abonnementsprijs:
franco per post, voor Nederland en de
Overzeese Rijksdelen (per zeepost) f. 29,—, overige landen
1.31,—per jaar (België en LuxemburgB.fr
. 400).
Abonnementen kunnen ingaan met elk nummer en slechtst
worden beëindigd per ultimo van een kalenderjaar.

Losse exemplaren van dit nummer f. 2.

Advertenties:
Alle correspondentie
betreffende
advertenties
te richten aan de N. V. Koninklijke Nederi. Boekdrukkerj
H. A.W. Roelants, Lange Havén 141, Schiedam, tel. (010)
6 93 00, toestel 1
of
3.

Advertentie-tarief
f.
0,36 per mm. Contract-tarieven op aan-
vraag. Rubrieken ,,Vacatures” en ,,Beschikbare krachten”
f.0,72 per mm (dubbele kolom). De administratie behoudt
zich het recht voor om advertenties zonder opgaaf van
redenen te weigeren.

1170

13-12-1961

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

UITGAVE VAN DE STICHTING HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

46e JAARAG

No. 2316

13 DECEMBER 1961

ZE ELAND

Dit speciale nummer is het zesde in de reeks, gewijd aan de regionaal-economische en ruimtelijke vraagstukken

van Nederland

*

INHOUD

Blz.
Ten geleIde,
door Jhr. Mr. A. F. C. de C’asembroot ……………………………………………
1173

Zeeland: van Deltaplan tot alomvattend rivierbekkenproject,
door Drs. M. C. Verburg ………………
1175

Landbouw en platteland in Zeeland,
door Dr. C. de Galan …………………………………….
1179

Poldercoiicentratie inZeeland,
door P. J. J. Dekker …………………………………………..
1183

De tuinbouw in Zeeland,
door Ir.. J. J. van Hennik …………………………………………..
1187

Land of water: een regionaal-economisch probleem,
door Dr. C. de Galan …………………………
1191

De Zeeuwse visserij,
dqor Prof Dr. P. Korringa …………………………………………….
1193

Zeeland als probieemgebied,
1oor’Drs.
Ç.
de Schipper ……..
1197

Zeeland industrialiseert,
door Drs. G. J. Baarspul ……………………………………………
1200

Verkeer en vervoer in Zeeland,
door Dr. C. de Galan …………………………………………..
.1202

De spoorwegen in Zeeland,
door Drs. J. H. ten T/ijle ………………………………………..
1205

eehavens in Zeeland,
door Drs. M. C. Verburg ……………………………………………
1206

Regionale samenwerking over’de staatsgrens heen,
door Drs. M. C. 1’erburg ……………………….
1207

Het toerisnie in Zeeland,
door Drs. C. de Schipper ……………………………………………
1209

Zeelands wijde uitspansel,
doorir. M. de Vink ……………………………………………….
1211

Het wonen als Delta-avontuur,
door Ir. J. Fh. L. Petri ………………….
…………………….
‘1213

Aanzetten voor een socio-culturele planning in Zeeland,
door Drs. KI. Laansma …………………..
1215

COMMISSIE
VAN
REDACTIE:
Cli.
Glasz; L.
M.:Koyck;
H.
W. Lambers;
J.
Tinbergen; J. R. Zuidema.

Redacteur-Secretaris: A. de Wit. Adjunct Redacteur-Secretaris: M. Hart.

S

COMMISSIE VAN ADViES VOOR
BELGIË: F. Collin; J. E. Mertens de Wilmars;

van Tichelen; R. Vndeputte; A. J. Vlerick.

*

13-12-1961

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

1171

,
*

j
.
ZEELAND

een

provincie

met

perspectief

u
1 • •

Deltadammen verbinden de eflanden, waardoor 66n van de mooiste werk- en woon-

gebieden van ons land ontstaat.

Ideale woonstreek

Na de ramp is Zeelands wedergeboorte begonnen. Het Deltaplan kreeg

temidden van

gestalte en in het Zeeuwse gewest begreep men welke kansen hier lagen.

stranden, bossen en

Dankzij een voortvarende aan’pak in de provincie en dankzij de hulp van

binnenmeren.

de rijksoverheid wordt thans gewerkt aan de aanleg van een havenbekken

in het’ Sloe en is verder een net van wegen en watergangen ontworpen

Uitmuntend

om goede verbindingen met omliggende industriegebieden te krijgen.

industriëel klimaat

met vele vestigings-

In ht kader van een verdrag met België wordt het kanaal van Terneuzen

mogelijkheden.

naar Sas van Cent – industriële hartader in een welvarende streek – aanzien-

lijk verbreed en uitgebreid. De Minister van economische zaken heeft een

aantal kernen aangewezen, waar belangrijke infra-structiurwerken worden

uitgeverd en waar reeds diverse industrieën zich hebben gevestigd.

Zeeland • nieuwe perspectieven rond het Westerscheldebekken

INLICHTINGEN BIJ
HET E.T.I. VOOR ZEELAND

1172

13-12-1961

Ten geleide

Na de rampen van
1940, 1944
en
1953
is er een nieuwe geest over

de Zeeuwen vaardig geworden. Hun prestaties werden en worden gestimu-

12

leerd door grote openbare werken: grootscheepse her- en ruilverkavelingen,

verbeteringen van de industriële en recreatieve infrastructuur, uitvoering

van grote haven- en kanaalwerken, het Deltaplan. Het particulier initia-

tief heeft op dit alles positief geantwoord. Boer en tuinder pionieren

verder. Menig klein bedrijf heëft zich ontwikkeld tot industriële onder-

neming. De industrieel heeft dit gewest opnieuw ontdekt. De toeristische
ondernemingen beijveren zich aan de snel toenemende vraag te voldoen.
De polderbestuurders stelden met de concentratie tot grote eenheden een
historische daad. Gemeentebesturen wijden toenemende aandacht aan de

stedebouwkuindige problemen. Op sociaal-cultureel terrein wordt ge-
streefd naar verbetering van het woonklimaat. Aan het verkeer wordt

grote zorg besteed. Ik behoef slechts te wijzen op het project van een brug

over de Oosterschelde. Wat Zet jtwsch-Vlaanderen betreft denk ik in het

bijzonder aan de oplossing van allerlei grensvraagstukken, samen met

Belgische streekautoriteiten. In de middenstandssector zijn belangrijke

nieuwe initiatieven aangekondigd. Een speciaal woord wil ik wijden aan

de visserijgemeenschap die zich inspant de nadelige gevolgen van het

Deltaplan in groeiende eenheid op te vangen.

Dit Zeeland-nummer van ,,Economisch-Statistische Berichten” – een

tijdschrift dat in ons gewest een goede naam heeft – wijdt aan al deze en

andere vraagstukken aandacht. Het zet daarmee zijn traditie voort, aan de.

oplossing ervan mee te werken. Aan de redactie, die samen met het Econo-

misch Technologisch Instituut voor Zeeland dit nummer heeft ingericht,

betuig ik hiervoor mijn erkentelijkheid.

Moge dit speciale nummer bijdragen tot bestendiging en versteviging

van de goede reputatie die Zeeland heeft.

Jhr. Mr. A. F. C. DE CASEMBROOT.
Commissaris der Koningin in de Provincie Zeeland.

3124961

1173

MIOO[ISORG

IS HET

CENTRUM VAN ZEELAND

Middelburg werkt actief aan zijn toekomst. Het zal met de zuster-

gemeente Vlissingen Nederlands nieuwste wereldhaven, de
Sloehaven,

gaan ontwikkelen. In een structuurplan is de nieuwe vorm van beide

steden neergelegd. Aan de verbetering van de outillage op allerlei

gebied wordt druk gewerkt.

Van deze activiteit kunt u gebruik maken. U vindt in Middelburg

alles wat vestiging voor uw bedrijf en voor uzelf aantrekkelijk maakt.

• Voor uw bedrijf vindt u

• ruimte:

er is voldoende, uitstekend geoutilleerd industrie-
terrein;


verbindingen:

aansluiting op auto-, spoor- en waterwegen met
grote capaciteit;


arbeidskrachten:

de arbeidsmarkt is ruim en goed gekwalificeerd.

EUR0POORT straks 80km

Ï

ROTTERDAM 740km,
VEERSE MEER 7km

straks tLYJ km

KUST Jokm4>

P

.._..ZrWERPEN90km

BRUSSEL 720km

R/SSEL 720km

Middelburg is als hoofdstad provinciaal
bestuurs-
centrum
en dus ook economisch, sociaal en juridisch
middelpunt van het gewest.

Middelburg is ook centrum in
cultureel
opzicht, met
accommodatie voor alle vormen van kunst, voor sport
en voor andere ontspanning. U vindt er elk
onderwijs
dat u kunt wensen (en voor uw bedrijf de afgestudeer-
den!).

Recreatieterreinen
zijn er in de omgeving te kust en
te keur: ruime stranden, bos, een groot binnenmeer.

Het is in Middelburg aantrekkelijk
wonen
in moderne
of in sfeervolle oude wijken; de honderden jaarlijkse
vestigingen vormen het bewijs.

uIen zal u in illiddelburg graag ont.,angen
en helpen

1

t

I

Si

u

(

_4

ft’ –

•.

1174

l3il-2-l961

Zeeland:

van Deltaplan tot

alomvattend rivierbekkenproject

H

ET doel van alle ruimtelijke

ordening behoort de optimale

benutting van de ruimte te zijn.

Het marktmechanisme is niet toerei-

kend gebleken dit doel te verwezenlijken.

De bevolkingsconcentraties zijn te veel

of te weinig geprononceerd; hun groei

of stilstand staat onder invloed van al

te onduidelijke krachten. Alleen reeds

de onbekende en niet doorberekende

sociale kosten van alles wat ten grond-

slag ligt aan stadsuitbreidingen ver-

troebelen ons inzicht in de ware offers

die het distributiepatroon van activi-

teiten vergt. Het is zeker dat het niveau

van de laagst mogelijke kosten en daar-

mee de optimale exploitatie van de wel-

vaartsbronnèn niet wordt bereikt
1).

H

ET verschil tussen het bestaande ruimtelijke even-

wicht en het ideale optimum heeft het effect gehad

aan het overheidsingrijpen zijn rechtvaardiging

te geven èn de ec6nomische doctrines te formeren met

maatschappelijke trekken. De theoretische economie

berust echter op niet-ruimtelijke hypotheses
2).
Alfred

Marshall stelt in zijn handboek dat de invloed van de

ruimte – in tegenstelling tot die van de tijd – op het

evenwicht tussen vraag en aanbod niet fundamenteel is.

Hij bewijst dit aan de hand van de differentiële grondrente-

theorie, die slechts een gradueel, geen wezenlijk ver-

schijnsel verklaart. Zelfs de,theorie van de internationale
handel kent geen ruimtelijke dimensies, omdat zij onder-

stelt dat de transport- en andere verplaatsingskosten gelijk

aan nul zijn. W. Isard toont aan dat minimalisering van

de transportkosten gesteld moet worden naast die van de

arbeidskosten, zeker in een moderne economie met vele

produktiestadia en gecompliceerde tariefstructuren
3).

In een speciale studie voor de petrochemische industrie

heeft hij de verschillende takken hiervan bestudeerd in

hun gunstigste vestigingsplaats met alle mogelijke variaties

op het gebied van de schaal van de produktie (klein, ge-

middeld, groot) en transport per schip of spoor
4).
In hun

analyse van industriële complexen beschouwden Isard en

Schooler de mogelijkheid de eenzijdige economische

structuur van Puerto Rico (textiel) te doorbreken door de

vestiging ‘van een afgerond complex van bedrijven
5).

Individueel bezien bestond er door de hoge comparatieve

kosten geen economische aanleiding tot ‘estiging van

separate fabrieken. Onderzoek leerde dat een zeer bepaalde

– 1)
J. Tinbergen: ,,The economic principles for an optimum
use of space”. Les cahiers de Bruges. L’Europe et l’aménagernent
du territoire,
1958-11,
blz.
15-18.
2
)Ç. Ponsard: ,,Economie et espace.Essai d’intégration du
facteur spatial dans l’analyse économique”. Paris z.j.
(1954).
3)
W. Isard: ,,Location and Space-Economy. General Theory
Relating to Industrial Location, Market Areas, Land Use,
Trade and Urban Structure”. New York, London,
1956,
blz.
80.
‘) W. Isard en E. W. Schooler: ,,Location Factors in Pet(o-
chemical Industry”. Washington
1955.
5)
Ibid. : ,,Industrial Complex Analysis, Agglomeration
conomies, and Regional Development”. Niet in de handel.

13-12-196 1

groep activiteiten, waarbij de produkten onderling worden

gebruikt, collectief voor vestiging in aanmerking kwam.

Dit werd veroorzaakt doordat bij produktie op een be–

paalde schaal de lage transportkosten (olie uit Venezuela)

en de goedkope arbeidskracht meer dan opwogen tegen

de kostennadelen ten gevolge van het ontbreken van ge-

schoolde arbeid en ten gevolge ook van die schaal.
De

bedoeling van deze regelen is erop te wijzen dat de geogra-

fische gegevens, inclusief de zgn. sociale kosten, weten-

schappeljjker dienen te worden geïnterpreteerd dan ge-

bruikelijk is
8).
Het koslenbegrip verdient een geografische

verbjjzondering. Aggiomeratiefactoren – verbonden met

ruimtelijke verschillen in produktiefactoren – en deglo-

meratiefactoren – afgeleid van de Wet van de afnemende

opbrengsten – dienen te worden gek wantificeerd. Dit zijn

terreinen die de (regidnale) econoo,n veelal braak laat

liggen. Een inzicht in deze . vraagstukken zou nodig zijn

voor een intelligente regionaal-economische politiek, omndat

zij ons in staat stelt ruimten te ontsluiten, waarvan de krach-

ten zijn miskend en (lie niet uit zich zelf van de grond kunnen

komen.

DE REGIONALE WEL VAARTSBRONNEN.

D

EZE theoretische verhandeling lijkt een verant-

wôorde inleiding tot de in dit Zeeland-nummer

opgenomen artikelen. Zonder de vraagstukken
die op dit gebied in de verschillende sectoren liggen

ook maar bij benadering uitputtend te behandelen,

worden zij in de volgende bijdragen toch zo veel

mogelijk aan de orde gesteld. Het is gebruikelijker

dat de regionale ontwikkelingen in Nederland tegen

de achtergrond worden gesteld van de natuurlijk wel

bestaande maar zeer vage bekommernissen omtreni

de Randstad Holland. Het is daarentegen van meer

betekenis voor önze nationale economie te wijzen op

de potentiële
rijkdommen
van de gewesten, in casu

8
)M. C. Verburg: ,,De wisselwerking tussen de ,,space-
economy” en de economische geografie” in het ,,Tijdschrift
voor Economische en Sociale Geografie” van augustus
1960,
blz.
206-218.
Dit artikel geeft een overzicht over de literatuur.

1175

van Zeeland. Er is hier ruimte te over, maar kan zij
ook economisch, ten bate van ons land, worden be-

nut? De schrijvers geven een oyerzicht van de Ont-

wikkeling in de diverse sectoren en gaan op de perspec-

tieven in. Met enige algemene kanttekeningen re-

capituleren
wij
de stellingen.

• LANDBOUW

I

N de sector van de
landbouw
heeft Zeeland vanouds

de hoogste gemiddelde arbeidsproduktiviteit en de

laagste kdstprijzen. Voor de verbetering van de produk-

tie-omstandigheden door cultuurtechnische werken na

de tweede wereldoorlog is f. 300 mln, geïnvesteerd. Streek-

verbeteringsprôjecten beogen de mens hierop geheel in

te spelen. Een bewijs dat de boeren de blik vooruit wenden

vormt ook de grootscheepse polderconcentratie; eeuwen-

oud, overigens in de democratie geschoold, lokaal-

patriottisme werd ten offer gebracht. Door de uitstekende

grondeigenschappen en het weinig vooikomen van vorst

heeft Zeeland in de
tuinbouw –
vooral in de fruitteelt

De bevolking van Zeeland

De toeneming van het Zeeuwse inwonertal

is in het verleden gering geweest, naar uit onder

staande tabel blijkt.

Bevolking van Zeeland en aandeel in de
Nederlandse bevolking (in pCt.)

1880

……………….188.626

4,65
1900

……………..

217.332

4,20
1920

……………….
245.117

3,57
1939

……………….
254.965

2,89
1960

………………
283.914

.

2,46

Bron:
C
.
B
.
S.

Hetivertrekoverschot omvat de laatste tien

jaar 60 pCt. van het geboorte-overschot.
De bevolking is niet evenwichtig over de ver

schillende gebieden verdeeld.

I'(R0EL00 III OEIOLRING (0 ‘OPPERVLAKTE IN PROCENTEN
30
28

28

74

2?

20

IR

12

10

c
d

‘.
8

1

Bron.’
CBS.

1176

met haar moderne lage stammen – een voorsprong.

De laatste produktiefactor die nog niet gunstig is, die van

het zoete water, zal door het Deltaplan in zijn tegendeel

gaan verkeren. Omtrent de verdeling van dè Deltarneren

tussen landwinst of zo groot mogelijk zoetwaterbekken

wordt voorshands de stelling ingenomen dat de econo-

mische betekenis van nieuw land groter is dan die van

zoet water. De
visserij,
vooral de oester- en mosselcultuur,

wordt door het Deltaplan bedreigd. Nochtans blijft het

water buiten de dammèn.zout en daarmee blijft de basi

van een welvaartsbron die jaarlijks f. 24 mln. opbrengt

in principe behouden. In dit licht moet men de proeven

in het Veerse Meer om de cultures te behouden zien, als-
mede de scholings- en omscholingsregelingen voor kust-

vissers die zeevissers willen worden.

•TOERISME

H

ET
toerisme
illustreert de reductie van de afstands-

factor. Uit de tweede helft van de negentiende eeuw

dateert de opkomst van de badplaats Domburg;
zij was – overigens slechts voor de ,,happy few” – per

spoor van verre te bereiken. In de jaren twintig namen

middenstandsgroepen bezit van badplaatsen als Zoute-

lande. In de jaren dertig begon dit geluk ook de arbeiders-

klasse ten deel te vallen. Pas na de oorlog groeide deze
beweging uit tot een massaverschijnsel. In 1961 zal het

toerisme ongeveer f. 50 mln: aanbruto-opbrengst hebben

gebracht. Een verdubbeling van het aantal overnachtingen

in een vijftal jaren ligt in de verwachting, nu de individuele

motorisering en welstandsvergroting pas goed zijn ingezet.

De vraag zal het aanbod van recreatieruimten echter niet

snel overtreffen. Nieuwe ruimten, zoals de Braakman

(ten westen van Terneuzen) en het Veerse Meer, komen
ter beschikking. Het Deltaplan houdt nog vele mogelijk-

heden in petto. Bovendieft streven de planologische

specialisten naar zeer aantrekkelijke recreatieve zonerin-

gen, waarin het oude en het nieuwe Zeeland aan hun

trekken komen.

1 INDUSTRIE-

ONTWIKKELING

N

OG pas twee jaar functioneert Zeeland als probleem-

gebied. De
industrie-ontwikkeling,
die de laatste
decennia weinig resultaten had geboekt, heeft er

geheel nieuwe injecties door gekregen. Op de nog door

de Zeeuwse stromen onderbroken noord-zuid-as hebben

zich drie belangrijke
bedrijven
gevestigd. In Zierikzee

wordt een fabriek voor dieselmotoren gebouwd, in Goes

een apparaten- en ketelfabriek. Zij zijn uit de Randstad

,,gésaneerd”; het laatste bedrijf heeft zijn afzet onder

andere in Botlek, Antwerpen en Sluiskil. In Terneuzen

vestigde zich een bedrijf van Philips. Ook buiten de ont-

wikkelingskernen kwamen belangrijke vestigingen tot

stand. De arbeidsmarkt wordt kennelijk’ afgetast, de
verbindingen worden ‘steeds beter, de afstand speelt

nauwelijks een’ rol meer. Als probleemgebied worden aan

Zeeland grote bedragen voor de infrastructuur toegewezen,

die als het ware hun voleinding zullen vinden in de Delta

werken.

•ZEEHAVEN-

GEBIEDEN

D

E Sloehaven en het te vergroten Kanaal van Ter

neuzen naar Gent vormen de twee grote
zeehaven-

gebieden in opkomst. Hierbij is gedacht aan tonnages

van 50.000 eenheden. Gezien de grote sociale kosten van

de ontwikkeling van het westen, liggen hier mogelijkheden

13-12-1961

tot decentralisatie. Aan de Nieuwe Waterweg zal in toe-
nemende mate geselecteerd moeten worden. Het Wester

scheldebekken vormt een tweede nieuwe waterweg, die

met geringe investeringen in gereedheid kan worden ge-

bracht
7).
Wat het Kanaal van Terneuzen, betreft is ge

werkt aan een ontwikkelingsplan, samen met Oost Vlaan-

deren en Gent. Deze samenwerking over de staatsgrenzen

heen is een nieuw element in een gebied dat altijd onder

de druk van een volkenrechtelijk servituut heeft gestaan.


VERBINDINGEN

I

N het voorgaande is het belang van de
verbindingen

naar voren gekomen. De noord-zuidverbinding is een

nieuwe factor. Het Provinciaal Bestuur heeft een brug

doen ontwerpen over de Oosterschelde. Zal Zeeland al

in1964 aansluiting op het westen van ons land krijgen of

– zoals in het Deltaplan is voorzien – pas in 1978, als

de Oosterscheldedam gereed zal zijn? Dit probleem raakt

de hartader van de regionale expansie. Onderzoekingen

in de vervoerssector
8)
hebben uitgewezen dat het vaak

onrendabele wegtransport er zeer mee gebaat zal zijn.

De spoorwegen die bedacht zijn op nieuwe aansluitingen

aan de zeehaventerreinen, beschikken over voldoende

spoorcapaciteit om een grote ontwikkeling op te vangen.

Voor de coaster- en binnenscheepvaart werden en worden

nieuwe streekhavens ontworpen, zoals Bruinisse, Kort-

gene, Wissenkerke, Hoedekenskerke, Breskens en Wals-
oorden. Doordat de dijken worden verzwaard en het toe-

komstige waterpeil wordt gestabiliseerd is het econo-

mischer het grote aantal kleine getijhaventjes te reduceren

tot een gering aantal goed geaccommodeerde regionale

havens. Op het gebied van de verbindingen staat Zeeland

dus voor zeer grote veranderingen die de totale ontsluiting

zeer zullen verbeteren.

N

JETalleen aan de economische factor, ook aan het

maatschappelijke wordt gedacht. Dit nummer getuigt

van aandacht voor stedebouwkundige, landschappelijke

en sociaal-culturele plannen. Zij beoogen een verbinding te

leggen tussen het oude en het nieuwe Zeeland en tegelijker-

tijd het woonklimaat te veraangenamen.

1-lET
DELTAPLAN

I

N alle sectoren is een autonome ontwikkeling aan

de gang; het Deltaplan zal haar tenslotte bekronen.

Toch zou het’onjuist zijn dit plan als een uitsluitend

Zeeuwse aangelegenheid te zien. Het belangrijkste

motief is dé veiligheid, een zaak waar – evenals in

1953 – ons gehele volk voor zorg dient te dragen. Met

het oog op de belangen van Antwerpen moet de Wester-
schelde open blijven, zodat Zeeuwsch-Vlaanderen naast

de veiligheid geen extra baten incasseert. Grote Delta-
werken worden bovendien in Zuidholland uitgevoerd.

De aanleg van uitgestrekte zoetwaterbekkens ‘is een

belang voor ons gehele volk. De investeringen voor het

Deltaplan belopen over vijfentwintig jaar en met inbegrip

van
bijkomende
werken ter bestrijding
van de verdroging

e.d. ruim f. 2,6 mrd. Deze
investeringen kunnen niet

aan Zeeland worden toegerekend, al wordt de structuur

van deze provincie er ingrijpend door
verbeterd.

7
)M. C. Verburg en J. G. Snip: ,,Econornische waarde-
bepaling van havenprojecten” in ,,E.-S.B.” van 2 april
1958.
8)
C. de Galan: ,,Een regionaal vervoersonderzoek” in
van 14 juni
1961.
Dit artikel geeft een samen-
vatting van een rapport van het E.T.I. voor Zeeland.

De beroepsbevolking

De totale beroepsbevolking van Zeeland be-

draagt rond 80.000 mannen en circa 20.000

vrouwen. Opvallend is het relatief geringe aantal

werkende vrouwen, vooral op Tholen en Schou-

wen-Duiveland, hetgeen kan wijzen op een be-

langrijke reserve. Land- en tuinbouw vormen in
Zeeland nog een belangrijk middel van bestaan,

maar worden toch in betekenis overvleugeld door

industrie en dienstensector. De industriële werk-

gelegenheid is echter voor bijna de helft in de

kanaalzones van Walcheren en Oost Zeeuwsch-
Vlaanderen gelokaliseerd, zodat elders de agra-

rische sector de belangrijkste stuwende bestaans-

bron blijft.

De indeling van de totale beroepsbevolking

(mannen en vrouwen) blijkt uit onderstaand dia-

gram.

DE TOEREKENING.

H

ET vraagstuk van de toerekening brengt, ons op

het karâkter van dit meervoudige rivierbekkenplan.

Voor de meeste ,,produkten” die het Deltaplan

oplevert bestaat geen marktwaarde. Bovendien zijn vele

gevolgen van dergelijke plannen complementair, zoals de

grotere veiligheid, betere verbiiidingen, recreatieve ont-

sluitingen, zoet water
9).
Willen wij de rentabiliteit van

het gehele plan en die van diverse onderdelen te weten

komen, dan zullen wij met rekenprijzen moeten werken.
Deze geven een balans van de kosten en baten per sector

en vormen de grondslag voor de beoordeling van de

vraag in we’ke verhouding additionele investeringen staan

tot hun niarginale opbrengsten. Het Sloehavenplan is

hiervan een eenvoudig voorbeeld. De kosten ervan be-

dragen ongeveer f. 25 mln., waarvan de hélft om veilig-
heidsredenen toch moet worden besteed. De additionele

investeringen ten behoeve -van de aanleg van 700 ha

haventerreinen liggen dus bijzonder laag. De rekening

dient natuurlijk’ ook in nationaal kader te worden ge-

stéld. Dit doet vragen rijzen omtrent het verschil in con-

9)
J. V. Krutilla en 0. Eckstein: ,,Multiple Purpose River
Development”. Baltimore
1958.
1

13-12-1961

1

1177

currentievermogens tussen vestigingsplaatsen: Zal de

betalingsbalanspositie lijden onder decentralisatie? Voor

welkebedrijfstakken is dit wel en niet het geval? Kande

vestigingspolitiek per bedrijfstak worden gedifferen-

tieerd
10)?
Regionale jaarrekeningen kunnen
ons
in dit

opzicht verder
op
weg helpen
11).

INVESTERINGSCRITERIA.

H

ET hierv66r aangeduide vraagstuk van het zoeken

naar investeringscriteria loopt uit op de noodzaak

op nationaal niveau regionale vergelijkingen te

treffen teneinde een verantwoorde keuze te doen
12)

Per provincie zouden de Economisch Technologische

Instituten berekeningen kunnen maken, die bijv. door

het Centraal Planbureau kunnen worden gecontroleerd en

vergeleken. Een voorbeeld zij ter illustratie gegeven.

Op grond van bestaande ontwikkelingen
is
een prognose

10
)L. H. Kjaassen: ,,De economische problematiek van de
ruimtelijke ordening” in ,,Economie” van april 1957. M. C. Verburg: ,,Het ,,cost-benefit” aspect van vestigings-
plaatsen” in het ,,Tijdschrift voor Economische en Sociale
Geografie” van januari 1960.
C. de Galan en M. C. Verburg: ,,De betekenis van regio-
nale rekeningen voor onderzoek en beleid” in ,,E.-S.B.” van
8 maart 1961.
H. B. Chenery: ,,The Application of Investment Criteria”
in ,,The Quarterly
.
Journal of Economics” van februari 1953.

van het toerisme in Zeeland mogelijk. Nadere studie van

het uitgavenpatroon van de toerist gevoegd bij een onder-

zoek naar de wezenlijke en primaire baten leert ons het

jaarlijks toenemende netto-toeristenprodukt kennen. De

contante waarde hiervan dient te worden gesteld tegen-

over de noodzakelijke investeringen van Overheid en

bedrijfsleven. Op deze wijze kunnen per sector ontwikke-

lingsscherna’s worden gemaakt. Een poging tot een be-

rekening voor het toerisme deden wij reeds
13).
Een andere

mogelijkheid ligt op het terrein van de schadevergoedingen

krachtens art. 8 van de Deltawet. Dit artikel gaat ervan
uit dat er zo veel mogelijk naar gestreefd moet worden

voor de getroffenen ‘een nieuwe bestaansbasis te vinden.

Het zwaartepunt ligt dan ook in collectieve voorzieningen,

waarvan de kosten weer moeten worden afgewogen tegen

de schade-omvang. Een voorbeeld van veel groter belang

vormt de betekenis van een vaste verbinding over de

Westerschelde; de valorisaties dienen per sector te worden

•benaderd.

Voor het regionale beleid zowel
als voor de verdieping

van
het onderzoek vormt de ontwikkeling van het rivier-

bekkenproject in de Delta een beiangwekkend onderwerp.

Dit Zeeland-nummer wil ervan getuigen.

• Middelburg.

Drs. M. C. VERBURG.

M. C. Verburg: ,,Analyse van baten van het toerisme”
iri ,,E.-S.B.” van 17 mei 1961. Dit artikel vat een rapport van het E.T.T. voor Zeeland samen.

(!.
M.)

Vlissingen
behoeft daarop overigens

niet te wachten. Het bezit nu al wat

men tegenwoordig noemt een uitste-

kend woonklimaat. Al uw wensen
worden er vervuld op het gebied van

wonen, aôntrekkelijke woonwijken;
uitbreidingsplan, plootsbiedende voor de
bouw von pim. 2000 woningen, is in

VL1SSINGEN

uitvoering.

winkelen, het soneringspion voor de binnenstad, met de uitvoering woorvon zeer binnenkort wordt begonnen, voorziet in de
bouw van een modern winkelcentrum.

onderwijs, alle vormen, met specialiteiten,
die het karakter van de stad aanduiden, o.a.
h.b.s., h.t.s., u.t.s., l.t.s., Zeevaartschool.
recreatie, de lange boulevard met zuidelijke
allure vormt het begin van een 12 km lange,
brede strook zuiderstrand (uniek
voor Néderland!);

voor watersportliefhebbers ligt het Veerse
Meer dicht in de buurt.

ontspanning, dat er een ruime sport-
accommodatie is en er toneel-,
concertzalen en bioscopen zijn,
spreekt vanzelf.

Vlissingen
biedt blles om u goed te

en op de uitstekende verbindingswegen

Vlissingen wil zijn bevolking zien
ontspannen, het geeft u ook alle mo- . voor schip, trein en auto. De afstand

groeien, nog mer- wil Vlissingen het

gelijkheden om die rust te verdiene’n.

tot de centra van Nederland is al

de velen, die er zich jaarlijks vestigen,
In een ôp actie ingestelde mentaliteit

niet groot; hij wordt straks nog

naar de zin maken. U wordt er gastvrij –
vindt u er ruimte; ruimte op de ar-

kleiner. Vlissingen ligt dichter bij dan

ontvangen, indien u zich daarvan komt
beidsmarkt, op de industrieterreinen

u denkt!

overtuigen.

Vlissingen

is met zijn ruim 29.000 inwoners de grootste stad
van Zeeland. Het is een levendige havenplaats, Centrum van
industriële en handelsactiviteiten.

Vlissingen

is druk doende die activiteiten sterk uit te breiden.
Zijn ligging aan het diepe vaarwater van de Schelde, op één na de
drukste vaarweg van West-Europa (jaarlijks passeren 40.000.000
ton goederen), vormt daartoe het uitgangspunt. Dicht bij de stad
komt de
Sloehoven
te liggen met honderden ha industrieterrein,
bereikbaar voor de grootste zeeschepen.

Vlissingen

zal zich op aantrekkelijke ‘ijze conpossen aan de
uitbreiding van zijn bestaansbronnen. Er is tezamen met Middel-
burg een plan opgesteld voor een geheel nieuwe stadsstructuur.
Daardoor zâl een grootstedelijke accommodatie ontstaan.

1178

.

S

13-12-1961

‘•

-.–

Landbouw en platteland in Zeelan,d

Landbouw.

In dit aan de provincie Zeeladd gewijde nummer van

,,E.-S.B.” komt als één van de hoofdelementen naar voren

een beginnende economische expansie na langdurige

stagnatie van de bestaansbronnen in het verleden. Deze

stagnatie had geen betrekking op de Zeeuwse landbouw,

waarvan vooruitstrevendheid altijd een belangrijk kenmerk
is geweest, al heeft wel de landbouw in de laatste decennia

in belangrijke mate aanleiding gegeven Jot het vertrek-

overschot van de Zeeuwse bevolking. In het toepassen van

nieuwe werkwijzen, hèt streven naar rationele bedrijfs-

voering en mechanisatie staat de Zeeuwse boer vanouds

vooraan. De bevredigende welvaart in de provincie in

verleden en heden is hiervan het gevolg geweest; de agra-

rische sector nam immers tot voor kort onder de bestaans-

bronnen een dominerende positie in. –

Het lijdt geen twijfel, dat de relatief gunstige toestand

van de landbouw in Zeeland voor een belangrijk deel .was

en is toe te schrijven aan vakbekwaamheid. Landelijke

onderzoekingen, in het bijzonder van het Landbouw-Eco-

nomisch Instituut, hebben de betekenis van de menselijke

factor voor de agrarische bedr.ijfsresultaten genoegzaam
aangetoond. Van even grote betekenis zijn de goede pro-

duktie-omstandigheden, die de mogelijkheid bieden tot

hoge opbrengsten tegen lage kosten. In het bijzonder kan

op de vruchtbare grond en het grote aantal bedrijven

met omvangrijke grondoppervlakte worden gewezen.

Niettemin blijft terwille van een efficiënte bedrijfsvoe-
ringverbetering van de produktie-omstandigheden nodig.

Evenzeer moet naar bedrjfsvergroting worden gestreefd,

in het bijzonder in een akkerbouwgebied als Zeeland.

Alleen grote eenheden kunnen rationeel werken. Door de

vele grote bedrijven ligt weliswaar de gemiddelde bedrijfs-

grootte in deze provincie op 16,3 ha tegen 12,3 ha in geheel

Nederland (akkerbouw/veehouderijbedrjven), maar nog

altijd is bijna de helft der bedrijven kleiner dan 10 ha.

Toen zich de
mogelijkheid
voordeed, dat wil zeggen na

de oorlog (Walcheren) en na de ramp van 1953 (Schouwen-

Duiveland, Tholen en delen, van Zuid-Beveland), is dan

ook de verbetering van de agrarische structuur met kracht

ter hand genomen door middel van grootscheepse her-

verkavelingen. In totaal is voor rond f. 300 mln, in deze

werken geïnvesteerd, waardoor 55.000 ha (dat is bijna

40 pCt. van de Zeeuwse cultuurgrond) een volledige ver-

nieuwing hebben ondergaan. Naast verkaveling en egali-

sering zijn bedrijfsvergroting en -verplaatsing, waterbeheer-

sing en ontsluiting aangepakt. Zeeland werd daardoor

verreweg de meest verkavelde provincie van Nederland.
Platteland.

De herstel- en herverkavelingswerken hielden tegelijk

een vernieuwing in van het platteland. Die is dringend

nodig. De economische en maatschappelijke omstandig-
heden ten plattelande wijzigen zich ingrijpend. De eco-

nomische groei vande landbouw is gebaseerd op een ver-

hoging van de arbeidsproduktiviteit, die door de gelijk-

blijvende omvang van de produktiefactor grond groten-

deels moet worden bereikt door vermindering van het

aantal arbeidskrachten. In Zeeland is sinds 1947 de man-

nelijke agrarische beroepsbevolking met rond 30 pCt.

(10.000 mannen) gedaald. Deze daling leidt door gebrek

aan compenserende werkgelegenheid tot een verminaering

van de bevolking, in het
bijzonder
in de produktieve leef-

tijdsgroepen. Anderzijds nemen op het platteland, door

toenemende communicatie en door sterk verhoogde wel-

vaart in de steden, dë behoeften toe. In deze behoeften,

gedeeltelijk collectief van aard, kan slechts op rendabele
wijze worden voorzien indien een bepaalde bevolkings-

basis aanwezig is. Deze tendenties leiden tezamen met de

t6enemende verkeersvoorzieningen tot de noodzaak van

ingrijpende geografische en maatschappelijke omschakeling,

schaalvergroting, die in Zeeland gaande is. De polder-

concentratie, die te anderer plaatse wordt besproken, vormt

Zeeland akkerbouwland

Goede landbouwgrond is één van Zeelands

kenmerken. Grond waarop veeleisende gewassen

prima gedijen. Vandaar de overheersende positie

van akkerbouwgewassen in het bouwplan (en

vandaar ook de toenemende fruitteelt). –

INDELING VAN 0E C(JLTUURGROND IN ZEELAND(Z) EN NEDERLAND(N)
75

::
.

bieten en

50

aardappeten

:
v
!iJ

11,010
0w..1Ü1
10-

ddl M
ff
bouw/and
4

gras/and

tuingrond
Bron: CBS.

De Zeeuwse boer is een’ bouwboer. Geholpen

door onderwijs, voorlichting en organisaties

munt hij uit in zijn vak. Dit leidt tot de volgende

kostprijsverschillen (volgens L.-E.I.-voorcalcu-

latiè 1961-1962) in vergelijking tot de Groningse

kleigebieden en de veenkoloniën:

Produktiekosten per 100 kg

Kleistreek
Veen-
Z.W.
Groningen koloniën
kleigebied a)

(in guldens)
26,75
29,50
26,55
m
Zoergerst
30,80

25,60
Tarwe

…………..

25,20 27,10
26,40
Haver

………….
Suikerbieten
6,50 5,60
4,30
Groene erwten
51,—

58,70
37,25
Vlas

…………….
29,45

17,40

a) Inciusier west-Noordbrabant en Zuidhollandse eilanden.

13-12-1961

1

1179

hiervan een goed voorbeeld, eenals de concentratie van
Interdependentie.

landbouwhavens in het Zeeuwse deltagebied. Een eerste behoefte voor het platteland van Zeeland is

De plattelandsvernieuwing is onder andere mogelijk ge-
de ontwikkeling van niet-agrarische bestaansbronnen op

maakt door herverkavelingen en zij zal in andere delen
korte afstand, wat wil zeggen: binnen de provincie. Daar

van de provincie door de nog komende ruilverkavelingen Zeeland grotendeels uit platteland bestaat (90 pCt. van de

worden gestimuleerd. Daarnaast is een intensieve voor-
Zeeuwse gemeenten met 60 pCt. van de inwoners behoort

lichting ter hand genomen en is regionale zelfwerkzaam- volgens de C.B.S.-typologie tot het platteland tegen resp.

heid ontstaan. In de agrarische streekverbeteringsgebieden
67 pCt. en 25 pCt. in geheel Nederland) vormt deze be-

(niet te verwarren met achtergeblevén gebieden) wordt
hoefte een belangrijke achtergrond voor het regionale ont-
dit door de rijksoverheid gesteund. De landbouworganisa-
wikkelingsstreven. Maar in het plattelandskarakter van

ties zijn actief; zo heeft de Zeeuwse Landbouw Maat-
de provincie steëkt in dit opzicht ook een moeilijkheid,

schappij haar visie op de hier bedoelde problemen neer-
omdat het juiste ,,woonklimaat” voor industriële vesti-

gelegd in een nota ,,Plattelandsbeleid”. Lokale en provin-
gingen veelal ontbreekt. Het meervoudige verband tussen

ciale overheid treden eveneens stimulerend op. Voor de
economische ontwikkeling en plattelandsvernieuwing komt

landbouw moeten al deze activiteiten ertoe leiden, dat de
hier dus duidelijk naar voren.

verbeterde welvaartsmogelijkheden ten volle worden be-
Evenzeer is er een ruim raakviak tussen de ontwik-

nut.

.



keling van de niet-agrarische bestaansbronnen en de land-

1

Stand van de ruil- en
herverka,e(ing
in

Zeeland per december 1961

(
!!!!e!!

/

gereed

l8888

in uitvoering

in voorberiding

Duiveland

aangevraagd

.

—-

‘4

T.-

Walsoorden

1180

.

13-12-1961

.ZT

VERENIGDE COOPERATIEVE SUIKERFABRIEKEN G.A.

GEVESTIGD TE DINTELOORD

FABRICEERT:

Kristalsuiker


Rietsuikerstroop

Suikerklontjes

Basterdsuiker

Bijsoorten
Kandij

V

ALSMEDE:

Pulpbrokjes

GedroogdePulp

Natte Pulp

Schuimaarde

DINTELOORD

SUIKERFABRIEKEN EN RAFFINADERIJEN

TE STAMPERSGAT, ROOSENDAAL EN ZEVENBERGEN

(1. M.)

bouw. Zo is uitbreiding van de industriële werkgelegen-

heid vereist om een gezonde beroepskeuze van plattelands-

jongeren mogelijk te maken, waardoor in de toekomst de

noodzakelijke bedrijfsvergroting in de landbouw sneller

kan verlopen. Verhoging van het voorzieningsniveau ten

plattelande is eveneens een duidelijk landbouwbelan,g. Om
deze redenen heeft de georganiseerde landbouw in Zeeland

al herhaaldelijk zijn instemming betuigd met de gewes-

telijke industrialisatie, zij het niet zonder bepaalde wensen

te uiten inzake overleg en erkenning van agrarische

belangen.

Problemen.

Ook voor het aantrekken van voldoende en vakbekwame

landarbeiders is een op de moderne behoeften afgestemd

woonniilieu een voorwaarde. Voor de Zeeuse landbouw

vormt deze arbeidsvoorziening één van de belangrijke toe-

komstproblemen. Onder de jongeren blijkt de animo voor

het beroep landarbeider gering te zijn, ondanks de nieuwe,

gunstige perspectieven die dit beroep biedt. Uiteraard

vormen goede arbeidsvoorwaarden hierbij een vereiste en

dus ook de mogelijkheden voor de landbouwers om die te

bieden. Wij raken hier aan een centraal vraagstuk van de

landbouw in de gehele westelijke wereld, dat van de eco-
nomische positie, van vraag en aanbod en prijzen.

Deze wijdere problemen beheersen in sterke mate ook

de Zeeuwse landbouw; er wordt dan ook door het bedrijfs-

leven veel aandacht aan besteed. Een efficiënte produktie
;

op basis van een optimale agrarische structuur, blijft een

cehtrale doelstelling. Voor de omschakeling of opheffing

van de kleinere bedrijven is, zoals al is opgemerkt, de

ontwikkeling van niet-agrarische bestaansbronnen van

betekenis, omdat die enerzijds de afvloeiing van agrarische
jongeren stimuleert, anderzijds de afzet van met name tuin-

bouwprodukten bevordert. De uitbreiding van tuinbouw-

teelten, vooral fruit, is in volle gang.

Het bovenstaande toont de beweging aan, waarin zich
de Zeeuwse landbouw bevindt. Het toont ook de weder-

zijdse complexe beïnvloeding van de verschillende bedrijfs-

takken, tussen welke de landbouw zijn overheersende po-

sitie verliest. Dit alles noodzaakt tot velerlei activiteit en
samenbundeling van krachten. Indien deze voorwaarden

vervuld zijn en de Zeeuwse landbouw zijn vooruitstrevend-

heid behoudt, is er geen reden voor een pessimistisch ge-

kleurd toekomstbeeld.

Middelburg.

Dr. C. DE GALAN.

13-12-1961

1181

VESTIG UW INDUSTRIE IN
ZEELAND!,

In Zeeland vîndt u…
Ruime keuze industrieterreinen

Redelijk personeelsaan bod

– –

Recreatiemogelijkheden

een moderne electriciteitsvöorziening

De N.V. Prôvinciale Zeeuwsche Electriciteits-Maatschappij, Middelburg, tel. (01180) 4251, geeft u gaarne

technische voorlichting en inlichtingen over electriciteitstoepassingn, aansluitingskosten en tarieven

baggerwerk • betonwerk .grondwerk • utiliteitsbouw

in binnen-, en buitenland

VAR
II
ATTUDI EN BLANKEVOORT

Tel. 3341

-‘

BEVERWIJK

1182

13-12-1961

Polderconcentratie in Zeeland

In het provinciaal bestel van Zeeland, de provincie niet

haar uitgesproken deltakarakter, nemen de polders of

waterschappen een bijzondere plaats in. Véér 1940 be-

droeg hun aantal niet minder dan 332, waarvan 29 cala-

miteuze. Het beeld van deze polders of waterschappen,

historisch en chronologiscb achter en naast elkaar opge-

bouwd, vormde op de topografische kaart a.h.w. een mo-

zaïek. Zeeland kende in die tijd slechts drie grote water-

schappen: de Polder Walcheren, het waterschap Schouwen
en het waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke.

Samenvoeging van polders en waterschappen was tot

de tweede wereldoorlog beperkt gebleven tot enkele inci-

dentele gevallen. Zo werden in 1933 de polders Oud- en

Nieuw-Noord-Beveland verenigd tot één waterschap, ter-

wijl in 1936 de oprichting plaatsvond van het uitwaterings-

waterschap Het Hulster-en-Axeler-Ambacht in Oost

Zeeuwsch-Vlaanderen, waardoor
56
polders en water-

schappen bij een gemeenschappelijke afwatering werden

betrokken. In 1934 was men inmiddels ook reeds begonnen

met de voorbereiding tot samenvoeging van de polders

of waterschappen in West Zeeuwsch-Vlaanderen. Deze con-

centratie, de eerste grote reorganisatie op waterschaps-

gebied in Zeeland, kwam pas in 1941 tot stand, toen 76

polders en waterschappen werden verenigd tot één groot

waterschap, genaamd Het Vrije van Sluis. In 1944 volgde

de samenvoeging van 6 polders op St. Philipsland tot één
waterschap, het waterschap St. Philipsland.

Hoewel het streven naar een gemeenschappelijke be-

hartiging van belangen dus reeds dateert van véér de

tweede wereldoorlog werd na de bevrijding pas in 1947

door het Provinciaal Bestuur een Commissie-Dijkringen

ingesteld, welke tot taak had de mogelijkheid tot oprichting

van zgn. dijkringen voor Zeeland te bestuderen. In 1949

bracht deze commissie rapport uit. Zij was van oordeel,

dat de calamiteuie polders of waterschappen een belemme-

ring vormden voor het instellen van dijkringen. Intussen

was door de Minister van Verkeer en Waterstaat op 14

mei 1949 een commissie in het leven geroepen, de zgn.

Commissie-}Tarmse,n, om een wijziging van de wet van

19 juli 1870, Stb. no. 119, houdende vaststelling der voor-

waarden waarop aan calamiteuze polders in de provincie

Zeeland tegemoetkoming uit ‘s Rijks Schatkist kan worden

De op deltahoogte gebrachte zeedj/k ten westen van het dorp Hansweert

))

1′

13-12-1961
1183

.

.

.

ç

t

.

,

)._

__-

%.

I

.

•-

,

.

.

verleend; voorte bereiden. bpk de arbeid van deze corn-
Beveland, waar dé rarnpopo wide wijze had’aangetcond,

missie bleef zonder tastbare resultaten. Nade watérsnood- dat
1
het.gehele gebiedbelang heeft bij de dijkzorg.

.

.
.

ramp werd op 12 Januari 1954 door de Minister van Ver
In september
,
1953 werd een inleiding gehouden op de

keer. en Waterstaat een commissie, de zgn

Commissie
algemene vergadering van de Zeeuwsche Polder en Water
Fi
nanc
i
ee
l BestelWaterschapswezen geïnstalleerd, welke
..
.
schapsbond te Goes oyer het onderwerp ,,Waterschaps-
:

het vraagstuk van de. verdeling der waterschapslasten in

ofgarisatie in verband met de ramp”. Op dezvérgadering,

breder
,
verband w o een regeling ter vervanging van de
-‘

waar inleider een lans brak voor concentratie van dijk

wet van 1870, zou bezien. Deze commissie heeftinmiddels
z&g en daaftij de dijkringen in Zuid-holland aI. voor-

rapport aan de Minister uitgebracht
,-
beeld stelde werden verschillende stemmen vernomen die

De geschiedenis van het waterschapsbestel in ons land

zich verklaarden voor volledige concentratie, d w
z

alle

leert dat stormvloeden en daarmede gepaard gaande dijk waterschapstaken in een hand In de vergaderingen van de

doorbraken van invloed zijn op het totstandkomen van
Provinciale Staten van Zeeland

n in die van de beide

S

waterschapsconcentraties.

Zo

is

bekend :dat

le

over-


Kamers der Staten-Generaal werden ernstige woôrden aan

stroming in Zeeland in maart 1906 aanleiding is geweest dit onderwerp gewijd
In
het Voorlopig Verslag van de

voor de concentratie van het dijkbeheer op het eiland
Tweede Kamer over de begroting van het Departement
/

Flkkee in. de provincie Zuid-Holland, waar in 1908 de
van Verkeeren .Waterstaatvöor 1957; verschenen 14 .nô-

Dijkring Flakkee tot stand kwam Verder, dat de waters
vember
1956,
treft men de volgende passage aan

,
Vele

noodramp in januari 1916 in Noord Holland heeft geleid
leden zouden nog eens de aandacht van de Minister willen
tot oprichting van het hoogheemraadschap Noordhollands
vragen voor de huns inzieIs zeer noodzakelijke concen
Noorderkwartier hetwelk belast werd met het beheer en tratie van waterschappen De urgentie hiervan blijkt b v

onderhoudvan de Zuiderzeedijken ten -noorden van het

wel heél duidelijk in dé provincie Zeeland, waar het onder-

IJ en van een gedeelte van het Noorderkwartier tegen de
houl van 466 km waterkerende dijken berust-bij 133 be

Noordzee
heerders, gevormd door waterschappen en gemeenten

Het behoeft dan ook geen verwondering te wekken, dat
De eerste voorbereidingen om te komen tot grotere

men na de watersnoodramp van 1 februari 1953 conc
‘e
,
n
7

verbanden waren door het Provinciaal Bestuur
,
van Zee

tratie van dijkbeheer’ noodzakelijk achtte

Het initiatief
land reeds in 1954 en
1955
getroffen De weg welke daartoe
daartoe

kwam

al

spoedig

van de zijde van
,
belang
door dit college werd bewandeld getuigde van_een beleid

‘hebbenden zelf, ni

op Schouwen Duiveland en Noord
vol mzicht en van grote praktische zin In vier gebieden

(Adv)

i

AID.


-,

N°.

AMSTERDAMSCHE
EX-TRA-COUR1NT.

V1
,
0 R it

t 1

f
(

1

C
J

L N

11

Ii L

1) R 1 1′

1

‘ ‘


M A A

1)
Dl N

t

SLf TE

IBP

MSTERDMA

-;


•,
i

t

v

r’


,,

t

c nigrrnte

ct

i

v


t
C.

t

ç

ioJ

t

b
t,

v-

uc

L

t

t’
Scuc

hit

,

t1

1

2
,,,,Kt-:c
I

itdurct

d

1

1
‘t

/

:-

\’

,gen

_
prj

iu
Stns

lcç

.ttW.n

vrblyt.vanHut00

C

f I

u-,

Lt

kO\l’1(LY iL

D
N

1



r ul

in

II

v

4 def ZCQUWfL1lU

uiten,

{

hit
,

ictrnehi

ii

Ct

p

ei

t

ver

n

t

t
in

cle

i:,nfe C age

Ii LtI

ii t

r%e
be aan
‘de

llucccr,es

IL,

o

etgtij4.e.

h

sclue_yoo

dieo

n,uai:nax._
h

ci rang
ee

ti-

DE ECONOOM EN DE BERICHTGEVING’

,

t

t ,

i

De berichtgeving aniio 1788 bood weinig

financieel economisch terrein verschijnen
itt

n

economisch nieuws. Plaatselijke gebeur-

dageijjks.

:-

– –
(1/
c

egtven

tenlssen waren toen nog aanleiding tot

Ook De Twentsche Bank heeft haar eigen

:

egi e’i ryn cii
vere1d

een

extra-éo3.lrant”.
actuele

berichtgeving

op

zakelijk

en
,.
Zo ra

t

Onze eeuw geeft daarentegen een geheel

financieel terrein.Onze kantorenyerschaf-
d
jz

c
t
i
e
a

ander beeld te zien en
berichten
op

fen
U
hierover gaarne nadere inlichtingen
,,

cr

ZiI11

(itiC

S

-.


in Cli

liIE Tr’\XTENTSCHE BANIKI

1
!nor
(C
Wtiti
,,

Ucli
,

IiuI

ea-iL,o)jsuierrrenVé&


,,

recIi’naaruijJcedest , 1


160 kantoren in ,1’sïea’erland
,-‘

QU

fcq’erf}e
zlrouh on

inde,c’tt

iE dear

di
Z

aag!IO
1
D

,

giait1yt&fl’ae

V nl

ti
d
ii d2fltbir t’ lul d rit

zetentit,
i
t

AJt?tL

t

n

ryk m&r 1 in gic 00fl gift!
SchWtefl

BY
het iiuiF12Cfl CH
diK
tet(en

a cd h t
t!
ii,, GzeI(Lb p
31
L,,_

_1

Jt,II–ILJiIÛ4′

ii

ii

.

tin t t,H, liytt item
1
_flaHer

1184


13
12
1961

m.n. Schouwen-Duiveland, Tholen, Noord-Beveland en

Zuid-Beveland werden adviescommissies ingesteld, die Ge-

deputeerde Staten moesten adviseren omtrent de wijze

waarop een samenvoeging van polders en waterschappen

tot stand zou kunnen worden gebracht en aan welke vorm

van con’centratiede voorkeur zou moeten worden gegeven.

In deze adviescommissies werden vier leden rechtstreeks

door Gedeputeerde. Staten aangewezen, terwijl
5-7
leden,

naar gelang van de grootte van het belanghebbend gebied,

werden aangewezen door de betrkken polder- en water-

schapsbesturen. Laatstgenoemde vertegenwoordigers waren

dus de vertrouwensmannen van de streek, die ook steeds

de polder- en waterschapsbesturen van hun werk op de

hoogte hebben gehouden. Na diepgaande studie, waarbij

alle facetten van het vraagstuk nauwkeurig wâren bezien,

kwamen de adviescommissies met de grootst mogelijke

meerderheid tot de positieve conclusie, dat alle water-

schapstaken aan grote nieuw te vormen, waterschappen

moesten worden opgedragen.

De gedegen arbeid, door deze commissies verricht, stelde

Gederuteerde Staten in staat een vlotte behandeling van

deze moeilijke materie in de Statenvergadering te bevor-

deren. In de Statenvergaderingen van 15 april 1957 en

10 november
1958
vielen de besluiten – en’ wel met

algemene stemmen – waarbij
155
polders en waterschap-

pen-werden opgeheven en 4 nieuwe waterschappe.n werden

opgericht. Dit betekende een forse ingreep in het water-

schapsbestel in Zeeland. Terecht werd in de openbare

vergaderingen van de Staten bij dit historische feit gememo-

reerd de wijze waarop de polder- of waterschapsbesturen

zich steeds met zorgvuldigheid van hun taak hadden ge-

kweten en hoe zij tijdens en na de watersnoodramp met

grote toewijding
en doortastendheid waren opgetreden.

Hierbij werd er ook op gewezen, dat de concentratie de

mens niet onberoerd laat; immers de functie van ver-

antwoordelijk waterschapsbestuurder, zo innig verweven

met het ontstaan en voortbestaan van de grond, was

voor velen een levensvervulling geworden.

Volledigheidshalve moet nog worden gewezen op een

tweetal factoren, welke mede van grote invloed zijn ge-

weest op het verloop van de concentratievoorstellen, t.w.

het Deltaplan en de principiële toezegging van de Minister

van Verkeer en Waterstaat aan Gedeputeerde Staten van

Zeeland met betrekking tot het vraagstuk van de ver

vanging van de Wet op de Calamiteuze pôlders. Op grond

van deze toezegging werd de positie van deze polders

zodanig geregeld, dat het binnenbeheer in het nieuwe

waterschap werd geïncorporeerd, terwijl de ‘waterkering

(buitenbeheer) administratief als zelfstandig lichaam bleef

voortbestaan tot het tijdstip waarop de wet van 1870 ver-

valt. Nadat reeds eind
1958
de koninklijke -goedkeuring

op de reglementen van de nieuwe waterschappen werd
verkregen, konden deze met ingang van 1 januari 1959

hun taak aanvangen.

Niet alleen bij de voorbereiding tot de polderconcen-

tratie maar ook daarna zijn de besturen van de opgeheven

polders of waterschappen bij de reorganisatie ingeschakeld,

doordat zij na 1januari1959 nog enige tijd als adviserend

college zijn opgetreden. Ook hebben zij, elk voor hun ge-
bied, voor het j4ar 1959 een begroting opgesteld, waaruit

de begrotingen van de nieuwe waterschappen werden

opgemaakt. Hierdoor werden deze besturen in staat ge-

steld het financieel beleid van de nieuwe waterschappen

in de overgangsperiode mede te bepalen, hetgeen er in

belangrijke mate toe.heeft bijgedragen dat de overgang

naar de nieuwe toestand geruisloos is verlopen. Dank zij

hun medewerking en die van hun ambtenaren kon zonder

stagnatie een nieuwe organisatie worden opgebouwd.

De algemene vergadering en het dagelijks bestuur van

de geconcentreerde watersçhappen bestaan uit een vrij

groot aantal leden. Doordat deze colleges voornamelijk

werden samengesteld uit bestuursleden van de opgeheven
polders en waterschappen werd het mogelijk in de nieuwe

bestuursorganen lokale polderkernis en bestuurservarmg

in te brengen. De nieuwe waterschappen zijn belast met

dezelfde taken als deopgeheven polders of waterschappen,

t.w. met de zorg voor de hoogwaterkeringen, de water-

beheersing en het wegenonderhoud.

Bij de polderconcentratie heeft voor ogen gestaan het

totstandbrengen van krachtige bestuurslichamen, met een

breed financieel draagvlak en met goed toegeruste tech-

nische en.administratieve diensten. Aan de opbouw van

deze waterschappen ligt de decentralisatiegedachte ten

grondslag, blijkende uit hun districtsgewijze indeling.

De stembevoegde ingelanden kiezen per district de hoofd-

ingelanden en

vormen tezamen met deze de districts-

vergaderingen, welke een adviserende bevoegdheid hebben.

Deze opbouw accentueert het typisch Zeeuwse karakter

van de nieuwe waterschappen.

De ervaring niet deze nieuwe lichamen is gunstig. Vast-

gesteld kan worden, dat zij wel niet goedkoper zullen

werken dan ‘de opgeheven polders en waterschappen,

maar daarbij mag men niet uit het oog verliezen, dat de

waterschapsorganisatie een grondige
wijziging
heeft onder-

gaan en thans werken worden uitgevoerd die voorheen

niët mogelijk waren. In dit verband is het begrijpelijk, dat

de geconcentreerde waterschappen, welke werken uit-

voeren in het kader van het Deltaplan – het op delta-

hoogte brengen van hoogwaterkeringen en het maken van

aanpassingswerken – met belangstelling uitzien naar het

totstandkomen van de Bijdragenwet Deltawerken.

Bij de waterschappen bestaat voorts de verwachting, dat
krachtens de Wet -Uitkering Wegen, waarvan het ontwerp

bij de Tweede Kamer is mgediend, een aanmerkelijk hogere

uitkering tegemoet kan worden gezien voor de kosten van
aanleg, verbetering en onderhoud van de quartaire wegën.

En last but riot least is er het vertrouwen, dat het vraag-

stuk van de calamiteuze polders op bevredigende wijze zal

worden opgelost met behoud van hoogwaterkering met

vooroever als eenheid bij de waterschappen.

Tenslotte mag niet onvermeld blijven het feit, dat het
Provinciaal Bestuur van Zeeland voorbereidingen heeft

getroffen om ook in de overige gebieden tot grotere een-

heden te komen of bestaande af te ronden.

Wemeldinge.

P. J. J. DEKKER.

(advertentie)

13-12-196 1

1185

S

PROVINCIALE

ORGANISATIE

VAN DE

VEILINGS VERENIGINGEN

IN ZEELAND

Secretariaat: ‘s-Gravenpolderseweg 16, Goes

Telefoon (01100) 5514

Aangesloten veilingen in de provincie:

Zuid-Beveland: Fruitlaan 4, Goes. Tel. (01100) 77 10 (10 lijnen).

Kapelle-Biezelinge en Omstreken: Stationstraat 51. Tel. (01102)
5
51*.

Krabbendijke
en
Omstreken: Noordweg 43. Tel. (01134) 251*.
Zeeuwsch-Vlaanderen te Terneuzen, Kerkhoflaan 73. Tel. (01150) 2391 -2353.

Produkten: hoofdzakelijk appelen, peren, pruimen, kersen, morellen,

bramen, aardbeien en bessen.

Walcheren te Middelburg, Braakmanstraat 11. Tel. (01108) 3364*.

Produkten: speciale groenten, vroege aardappelen, appelen, peren en zachtfruit.

De Eendracht te Tholen, Stoof a/d Postweg. Tel. (01660) 4 50*

St. Annaland en Omgeving: Langeweg 15. Tel. (01665) 4
50*14 52.

St. Maartensdijk en Omgeving: Provincialeweg 46. Tel. (01666)
5
50*,
6 03.
Stavenisse en Omgeving, Veerweg 16. Tel. (01663) 4 86.

Produkten: vooral vroege aardappelen en uien, wortelen, augurken,

groene bonen enz.

De Zeeuwse veilingen, met een geraamde omzet voor 1961 van 35 mln, gulden, zijn

in staat de handel het gehele jaar door verse tuinbouwprodukten voor binnen- en

buitenland aan te bieden. Ruime neerzethallen, sorteer- en pakstations, luchtgekoelde

bewaarruimten en koelhuizen behoren tot de moderne uitrusting van deze unieke

bedrijven. Bodem, klimaat en vakmanschap zijn de factoren, waardoor Zeeland

,,de fruittuin van Nederland” mag worden genoemd.

S

S

r’


]%T

J7

11E IITRITE FABRIEK

MIDDELBURG (NEDERLAND)

FABRIEK VOOR LAMPVOETEN EN DIEPTREKWERK VAN KLEINE METAALWAREN

1186

13-12-196 1

De tuinbouw in Zeeland’

In Zeeland is de co,;imerciële teelt van groenten en fruit

vroeg tot ontwikkeling gekomen. In de 14e eeuw ‘iverden

vanuit Middelburg al fruilprodukten, o.a. ,,appelen, peren,

keerssen en peersekjjns” verscheept naar Engeland.

In het economisch leven van de provincie was deze tak

van agrarische voortbrenging steeds een factor van bete-

kenis. Door de gunstige omstandigheden voor de teelt van

fijnere produkten werd het areaal tuinbouw steeds uit-

gebreid. Naast de groenteteelt heeft vooral de fruitteelt

een grote vlucht genomen en in binnen- en buitenland een

goede naam veroverd.

Bij de structurele veranderingen, die thans in Zeeland

plaatsvindén, mede onder invloed van het Deltaplan, zien

wjj weer een belangrijke uitbreiding van de tuinbouw.

Deze uitbreiding gaat gepaard met aanpassing en ratio-
nalisatie van de teelt. Vooral door dit laatste kan de toe-

komst van de Zeeuwse tuinbouw met vertrouwen tegemoet

worden gezien.

TABEL 1

Deze is in Zeeland in ruime mate aanwezig. Ongeveer
2/3
deel van de Zeeuwse cultuurgrond is geschikt voor

tuinbouw.

De enige beperkende factor is dat niet overal kan wor-

den beschikt over zoet water. Het water in de Zeeuwse

buitenwateren heeft een
z
6
danig zoutgehalte, dat hiervan

geen gebruik gemaakt kan worden voor de tuinbouw, bijv.

door middel van inlaten, infiltratie en beregening.

Vooral bij de teelt van tuinbouwgewassen onder glas

moet voldoende zoet water beschikbaar zijn en dit heeft

ertoe geleid dat de Zeeuwse tuinbouw zich in hoofdzaak

heeft ontwikkeld in de richting van vollegrondsteelten,

vooral van fruit, groenten en zaden.

Een factor van minstens even grote betekenis als de

grondkwaliteit is het klimaat. De Zeeuwse eilanden,

ontingd door brede stromen, bezitten een typisch zee-

klimaat met zachte winters en niet te sterke temperatuur-

schommelingen. Vooral dit laatste is belangrijk, speciaal

Gebied
Pit- en
steen-
vrucht en

Kleinfruit,
mcl.
aaren
dbei

Groente
volle
gr ond a)

Groente en
fruit onder
glas

1
Bloem-

l
bollen

1

1
Bloem-

1

kwekerij
Boom-
kwekerij

Bloem-
zaden
Groente.
zaden
1

Totaal

Zuid-Beveland
3.247
724
258
5
173
4
60

69
4.540
Noord-Beveland
130
22
34

6

1

13
206
249
45
106
9
9
4,50
1
1
52
476,5
Schouwen en Duiveland
283
35
48
3
95
0,50
2
12
230
708,5
Tholen en St. Philipsland
181
27
460
1
150

5
9
169
1.002
West Zeeuwsch-Vlaande-

Walcheren

……………

202
25
74
– –
4

103
412
Oost

Zeeuwsch-Vlaande-
S

ren

……………..

ren

……………..
280
70.
110
3
50
1
11

/
52
577

Totaal Zeeland

….
4.572
948 1.090
21
487
10
84 22
688
7.922

a) Inclusief 450 ha vroege aardappelen en 121 ha witlofwortelen, exclusief 1.865 ha uien.

Gunstige prodûktie-omstandigheden.

De teelt van tuinbouwgewassen stelt hoge eisen aan

bôdem en klimaat. De intensieve verzorging van de fijnerë

gewassen vereist een licht bewerkbare en vruchtbare grond.

/

Zeeuwse welvaart

Uit enkele gegevens, overgenomen uit de be-

lastingstatistiek van het C.B.S., blijkt de be-

vredigende -welvaartspositie van Zeeland. Het

gemiddeld inkomen per inwoner is in Zeeland

het hoogste van de provincies buiten de Rand-

stad, het gemiddeld vermogen per inwoner is het

hoogste van de Nederlandse provincies na Gro-

ningen.

Gemiddeld inkomen en vermogen per hoofd

van de bevolking (1955)

abs.

index t.o.v. index t.o.v.
in guldens

1950

Nederland

Inkomen Zeeland .,.

1.706

141

/ 100

Nederl. ,.

1.707

143

lOO

Vermogen Zeeland .

3.870

150

128

Nederl, ..

3.025

145

100
S-

/
13-12-1961

in het voorjaar wanneer de gewassen zijn geplant en de

vruchtbomen bloeien. Sterke temperatuurdalingen, bijv.

in de vorm van nachtvorst, ,kunnen funest zijn vôor de

oogst. Deze nachtvorsten komen in Zeeland weinig voor,

althans minder dan in andere tuinboiiwgebieden. De

Zeeuwse fruitteler verkeert daarom ten opzichte van zijn

collega’s elders in een gunstige positie, omdat hij kan

rekenen op’ regelmatige oogsten. Hij profiteert van hoge
prijzen in jaren van misoogsten elders eii bovendien kan

hij zich meer specialiseren op een of enkele teelten niet

alle voordeleh van dien.

De ontplooiing vaï de Zeeuwse tuinbouw is echter niet

alleen mogelijk geweest door de bodem en het klimaat.

De telers zijn vakbekwaam en toegewijd. Zij staan open

voor onderwijs en voorlichting en weten de resultaten van

het wetenschappelijk onderzoek snel toe te passen. Het –

is niet toevallig dat het landelijk Proefstation voor de

Fruitteelt in Zeeland is gevestigd.

Tenslotte staat een goede afzetorganisatie,- onmisbaar

in de tuinbouwsector, klaar in de vorm van een net van

goed geoutilleerde coöperatieve ‘tuinbouwveiingen. –

Oppervlakte en verspreiding van de tuinbouw.

Tuinbouw treffen wij in bijna alle delen van de provincie

aan. Talloze kleine en’ grote boeren zijn ‘in het verleden

met intensieve teelten begonnen, hetzij fruitteelt, groente-

teelt, zaadteelt-of bloembollenteelt:

1187

/

– Geconcentreerde tuinbouwvestigingen zien wij vooral op

Zuid-Beveland in de omgeving van Kapelle en Waarde,

op Walcheren en in de Westhoek van Schouwen.

Om een beeld te geven van het areaal tuinbouw in de

verschillende delen van Zeeland, is in tabel 1 op blz. 1187

een overzicht opgesteld van de verschillende takken van
tuinbouw in hectaren.

Fruitteelt.

De Zeeuwse fruitteelt neemt in

ons land een vooraan-

staande plaats in. Niet zozeer door het omvangrijke areaal,

maar door de moderne teeltmethoden die worden toege-

past en de kwaliteit van het produkt. Zij draagt het ken-

merk van een gespecialiseerde produktie voor de grote

afzetmarkten in binnen- en buitenland. Het fruit wordt

in hoofdzaak verkocht in de Hollandse steden, West-

Duitsland, België en Engeland.

Specialisatie vinden wij ook bij de rassen. De belang-

rijkste zijn voor appelen: James Grieve, Cox’s Orange

Pippin, Jonathan, Schone van Boskoop en Golden Deli-

cious. Bij de peren o.a.: Doyenné du Comice, Clapp’s

Favourite, Conference en Beurré Hardy. Alle hoowaar-
dige rassen, die, ondanks de toenemende fruitproduktie

in de wereld, een behoorlijk goede positie op de markt

innemen.

De toegepaste teeltmethoden, ontwikkeld in nauwe

samenwerking tussen wetenschap en praktijk, zijn een voor-

beeld van efficiency en produktiviteit. Vooral bij de appel-

teelt wordt in de laatste jaren gebruik gemaakt van kleine

boomvormen, de zgn. ,,Zeeuwse spillen”, met hoge en

vroege vruchtbaarheid en
mogelijkheden
voor gemechani-

seerde en doelmatige arbeid. Door deze teeltmethode is

de arbeidsproduktiviteit in de fruitteelt over een periode

van ongeveer 20 jaar tot het drievoudige gestegen.

TABEL 2.

Veilingaan voer van fruit over de jaren 1959 en 1960

1959

1960

hoeveelheid

waarde

hoeveelheid

waarde
in kg

in gids.

in kg

in gids.

appels
………….
33.837.802
peren

………….
14.383.537
pruimen
………

1.347.502
kersert

………….
126.027

totaal

……….
t 49.694.868

77

13.845.101

34.035.191

10.154.973

6.188.165

13.964.154

4.706.330

842358

1.090.717

718.842

162.994

92.678

93.856

21.038.618

49.182.740

15.674.001

Vervoer van appels naar liet sorteerstation

1188

13-12-1961

Moderne fruitteelt:
kleine boomvormen met hoge
produktie en goede kwaliteit

Behalve de teelt van

,,groot fruit” is die van

,,klein fruit”, met name

van aardbeien, bessen,

frambozen en bramen van

betekenis, in het bijzonder
bij Kapelle op Zuid-Beve-

land. Het zijn teelten voor

het kleine bedrijf, en be-

telenen een belangrijke

bron van inkomsten voor

vele gezinnen.

De produktie van fruit

vertoont in de laatste ja-

ren een sterke stijging en

ligt thans op ongeveer 50

mln. kg
. Tabel 2 geeft een

overzicht van de veiling-

aanvoer over de jaren 1959

en 1960.

Groente- en bloembollen-

teelt.

Hoewel de teelt van

groente steeds van bete-

kenis is geweest, heeft zij

toch niet die hoge vlucht

genomen als de fruitteelt.

Niettemin komt een of

andere vorm van groente-

verbouw in vele bedrijven

voor.

Naast de teelt op Walcheren, die zowel glas- als volle-

grondsgroenten omvat, vinden wij verspreid door de pro-

vincie de verbouw van o.a. vroege aardappelen, bonen,

uien, winterbloemkool en augurken. Van deze laatste pro-

dukten worden grote hoeveelheden geteeld en door de

handel gaarne in Zeeland gekocht. De omvang van de

produktie is niet vast te stellen, omdat de verkoop op

verschillende vijzen plaatsvindt, t.w. via veilingen, corn-

missionairs en contracten met de conservenindustrie. Het

aandeel van de geveilde produkten bedraagt momenteel
ca. f. 3 mln.

Na de oorlog heeft zich de teelt van bloembollen, in

het bijzonder van gladiolen; ontwikkeld. Het areaal gla-

diolen was in 1961 ongeveer
450
hectaren.

Structurele veranderingen.

Men is er zich in Zeeland van bewust dat de concurrentie

bij de afzet van tuinbouwprodukten steeds zwaarder zal

worden. Hierboven werd al opgemerkt dat deze sector

in beweging is en allerwege wordt aangepast en geratio-

naliseerd. Oude boomgaarden worden gerooid en moderne
beplantingen aangelegd. Akkerbouwers vervangen minder

rendabele teelten door fruit- of groentegewassen. Helaas

wordt deze ontwikkeling wat afgeremd door het stelsel

van ,,erkenningen”.

Her- en ruilverkavelingen ter verbetering van de pro-

duktie-omstandigheden worden in grote omvang uitge-

voerd. Ongeveer 50.000 ha cultuurgrond wordt thans cul-

tuurtechnisch verbeterd en opnieuw verkaveld.
De uitvoering van het Deltaplan opent nieuwe perspec-

tieven, vooral wat betreft de mogelijkheden van onttrekking

van water uit de gevormde zoetwatermeren en verder de

ontsluiting van de provincie door een beter verkeersnet.

De verwachting is gerechtvaardigd dat dit gebied, met

een zo gunstige ligging, met een vruchtbire bodem en

geschikte klimatologische omstandigheden, in de toekomst

meer benut zal worden voor de téelt van intensieve en

fijne gewassen. Dit bëtekent dat dit voor een niet onbe-

langrijk deel tuinbouw zal zijn.

Goes.

Ir. J. J. VAN HENNJK.

13-12-1961

1189

Het plaatsen van een verbindingsmof van

50kV NKF oliedrukkabel in de Westerschelde

Reeds 60 jaar drukkers

voor orgonisafies en bedrijven

in de Beneluxianden

Oosterbaan, en le Coititre
,
N.V.

Goes (centrumplaats van Zeeland)

1190

134249

Land of, water:

een regionaal economisch probleem

Na de afsluiting van de zeegaten benoorden de Wester-

schelde, die volgens het tijdschema in 1978 zal zijn vol-

tooid, ontstaat tussen de Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden

een groot meer. Het water van dit Zeeuwse Meer zal ver-

zoeten, zij het over de gehèle diepte pas na zeer geruime

tijd. Enerzijds kan het zoete water waarde hebben. Op

voorwaarde dat niet het gehele Zeeuwse Meer bij bijzondere

omstandigheden als bergboezem moet dienen, bestaat

anderzijds een goedkope mogelijkheid tot landwinst.

Het is een ‘interessante vraag welke van deze beide be-

stemmingen moet worden gekozen, een vraag die op

economische gronden moet worden beslist. Voor een vol-

ledige beantwoording is de tijd nog niet rijp; de nodige

gegevens en een voldoend ‘die’pgaande analyse ontbreken

nog. Wel past een aanduiding va’n dit vraagstuk, dat een

belangrijk onderdeel vormt van het Deltaplan als ,,multiple

purpose project” en van zijn relevante factoren, in dit aan

de Zeeuwse ontwikkeling gewijde nummer.

Zoet water
heeft in Nederland grote betekenis. Eén van

de voordelen van het Deltaplan is, dat het de verzilting

tegengaat, zowel die van de grote rivieren als van het ge-

hele Deltagebied. Wel eist de ontzilting van de cultuur-

grond, waarvan de betekenis voor Zeeland niet moet worden

overschat
1),
aanvullende werken. Die zijn eveneens nodig

voor een verbetering van de waterbeheersing, die tot ver
buiten het Deltagebied mogelijk wordt. Voor deze zaken

is het water van het Zeeuwse Meer niet nodig; de directe

betekenis van het zoete water voor de landbouw is slechts

gering. Het bekende adagium, dat de waarde van 1 ha

zoet water gelijk staat aan 1 ha land gaat niet op. De

achterliggende redenering, dat met behulp van het water

5
ha land kan worden bevloeid waarop een’ oogsttoene-

ming van 20 pCt. zou zijn te verwezenlijken, is te sim-

plistisch. De bevloeiingskosten blijken namelijk over het

algemeen hoger te •zijn dan de gekapitaliseerde meer-

opbrengst; gezien tegen. de achtergrond van de agrarische

afzetmoeiljkheden is bovendien de’ macro-economische

waarde van de fysieke opbrengststijging twijfelachtig.

Het zoete water van het Zeeuwse Meer lijkt dan ook

alleen voor’de ontzilting van belang. Daarnaast heeft het

natuurlijk waarde voor scheepvaart en recreatie. Deze

belangen sluiten een aanzienlijke landwinst niet uit, een

landwinst die afgezien van enkele kuststroken vooname-
lijk de oostelijke kom van de Oosterschelde betreft. Over

dit gebied wordt hieronder gesproken.

De vraag:
landwinst oj niet?
zal, afgezien van enkele

nevenaspecten, door een kosten-batenanalyse kunnen

worden beantwoord. Van de hier bedoelde landwinst zijn

naar verhouding de kosten gering. De zuiver waterstaat-

kundige werken kunnen op rond f. 25 â f. 30 mln. worden

geschat (of f. 2.000 â f. 3.000 per ha), hetgeen door de

minimale afsluitings- en overige kosten een gering bedrag

is vergeleken met dat van de IJselmeerpolders. Daarnaast

moeten ,,inrichtingskosten” worden gemaakt, die bij

agrarische bestemming op circa f. 6,000 per ha kunnen

worden gesteld; bij overige bestemmingen zijn zij waar-

schijnlijk lager (afgezien van de kosten van gebouwen en

bouwrijp maken).

1)
Zie voor een uitvoeriger beschouwing: ,,Het Deltaplan en
de Zeeuwse landbouw”, publikatie van het E.T.I. voor Zeeland,
1961.

Welke baten staan hier tegenover? Onafhankelijk van

de bestemming zullen verkeersvoordelen ontstaan en een
besparing op de onderhoudskosten van de achterliggende

secundaire dijken. De besparing voor het verkeer tussen

Tholen en midden-Zeeland is groot; ook kan het verkeer

tussen oostelijk Zuid-Beveland en Zeeuwsch-Vlaanderen

enerzijds en de Randstad Holland via Tholen een verkorte
aansluiting krijgen. Een nauwkeurige schatting is nog niet

mogelijk, maar gezien de verwachte verkeersdrukte van

omstreeks 1980 zijn de bedoelde besparingen (inclusief

die op het dijkonderhoud) zeker op f. 1 mln, per jaar te

stellen. De afsluiting van de’kom van de Oosterschelde,

die slechts een dam van 4 km vergt, lijkt op grond hiervan
dan ook al gerechtvaardigd.

De overige kosten van het droogvallende land (met

inbegrip van kreken ruim 11.000 ha) dienen dan door de

bestemmingbaten te worden vergoed. Bij agrarische be-

stemming zijn de opbrengsten afhankelijk van dekwali-

teit van de grond en de andere produktie-omstandigheden.

De grond bestaat grotendeels uit mariene zandgrond van

zeer goede hoedanigheid, die blijkens de ervaring bij de

huidige prijzen van landbouwprodukten een rendabele

investering verzekert
1
). Een voordeel van de agrarische

bestemming is de mogelijkheid tot sanering op de be-

staande cultuurgrond. Daar echter in hoofdzaak grasland

zal ontstaan, is de macro -eco nom ische waarde, vermoedelijk

ook op langere termijn, problematisch.

Meer perspectief lijkt dan ook ‘een recreatieve bestem-

ming te bieden. Met ‘het oog op de nationale schaarste aan

recreatiegronden, de toenemende toeristenstroom naar

Zeeland en de gunstige watersportmogelijkheden van het

Zeeuwse Meer heeft de bedoelde grond in dit opzicht
uitstekende mogelijkheden. De waarde van bestaande

recreatiegronden in Zeeland bedraagt een veelvoud van

de benodigde investeringskosten en ook het alternatief

van landonteigening van de bestaande zeer goede Zeeuwse

cultuurgrond levert een bedrag op dat de investering ver

ovèrtreft. Daar de netto-opbrengst van een ,,toeristendag”

op ongeveer f. 3 kan worden gesteld, is een extensief

gebruik van de grond (nog geen 100 toeristendagen of

overnachtingen per ha per jaar) ‘oldoénde om de rentabili-

teit van de droogniaking te verzekeren.

Overigens is de recreatieve betekenis van landwinst niet

geheel in economische categorieën te vangen. Nog sterker

geldt dit voor eventuele andere bestemmingen. Ruimte-

winst zal voor Nederland in de toekomst op zichzelf aan-

trekkelijk zijn; tegen de achtergrond van de ontwikkeling

van het Westerscheldebekken (Kreekrakpian) is dit ook

in de Oosterscheldekom het geval. Gezien de plannen

elders in Nederland komt zelfs een gebruik voor defensie-

doeleinden in aanmerking.

Deze beschouwingen dragen nog in sterke mate een

voorlopig karakter. Zij zullen in de toekomst kwalitatief en

kwantitatief moeten worden opgevuld en aangevuld, opdat

na het gereedkomen van het Deltaplan een verantwoorde.

keuze mogelijk is. Er rest nog voldoende tijd om dit interes-

sante regionaal-economisch probleem nader te bezien.

Voorlopig lijkt landwinst aan te bevelen. De definitieve

bestemmirg zal mede afhankelijk zijn van ‘belangstelling

en initiatieven uit het bedrijfsleven.

Mdde1burg.

Dr. C. DE GALAN.

13-12-1961

1191

ROTTERDAMSCHE BANY

335

vestigingen

in Nederland

waarvan

24
vestigingen in

24 plaatsen in Zeeland

Ook hier: waar U ook woont
of
werkt, de

ROTTERDAMSCHE BANK’
is altijd binnen Uw bereik

j

r

A SSO

COOPERATIVE

ZELANDAISE

4f
BE CARBONATION

• Producente van:

Telefoon 258 – Telex 11384

cokes voor industrieel en huishoudelijk gebruik

Telegramadres Carbonisatiofl
gas voor distributiedoeleinden

teer en benzol

ammoniumsulfoat

• Gunstig gelegen aan het zeekanaol Gent-TerneUZen en de

EERSTE NEUERIANDSE COKESFABRIEK

spoorwegen Terneuzen-Gent en Terneuzen-Mechelen

• Beschikt over moderne los- en v’erloodinStallaties

13-12-1961

1192

.’-

.’•

De Zeeuwse visserij

Een enkele blik op de kaart maakt duidelijk dat Zeeland

van alle Nederlandse provincies per oppervlakte-eenheid

de grootste kustlengte heeft. Dat de visserij hier een be-

langrijke bron van bestaan is, ligt dus wel zeer voor de

hand. Het karakter van de Zeeuwse visserij is echter zeer

gevarieerd, inet enerzijds diverse takken van vrije visserij,

anderzijds de scheipdiercultures, in feite even sterk uit-

eenlopend als jacht en yeeteelt.

De Vrije visserij.

Aan de kustvisserj wordt overwegend deelgenomen door

vissers die als thuishaven Breskens, Veere of Vlissingen

hebben. In de loop van het jaar 1961 kwam Veere als

thuishaven te vervallen door de afsluiting van het Veerse

Gat. De haven van Colijnsplaat werd vergroot en geschikt

geniaakt als thuishaven voor de vaartuigen welke tot dus-

verre Veere plachten binnen te vallen, overwegend schepen

te Arnemuiden geregistreerd.

Garnalen.

Deze kustvisserj wordt uitgeoefend met schepen die in

grootte, motorvermogen en bouwjaar vrij sterk uiteen-

lopen. Vooral te Breskens vindt men tal van moderne

stalen kotters, terwijl verscheidene Arnemuidse vissers de

visserij nog met oude houten vaartuigen met bescheiden

motorvermogen uitoefenen. Dèze kustvissers werken niet
de boomkor, ook wel het ,,bokketuig” genoemd, een fijn-

niazig garnalennet door een lange stalen boom open-

gehouden. Als
bijvangst
is vooral de tong Van belang,

in mindere mate wijting, bot, schol enz. In principe wordt

echter op garnalen gevist en is de tong
bijvangst,
want

voor een op platvis gerichte visserij is een veel grotere

maaswijdte wettelijk voorgeschreven. De kleinere en oudere

vaartuigen gaan niet ver van huis en vallen praktisch

iedere dag de thuishaven weer binnen. Bij ruw weer wagen

zij zich niet op de Noordzee, inaar vissen garnalen op de

Zeeuwse Stromen. De grotere en modernere vaartuigen

hebben een grotere actieradius en blijven ônder omstandig-

heden langer van huis, vooral als de garnalenvisserij nabij

de thuishaven weinig lonend is.

De economische betekenis van deze kustvisserj kan

worden afgeleid uit statistische gegevens, gespecificeerd

naar de aanvoerhavens. Garnalen, overwegend voor ex-

port bestemd, vormen inderdaad de hoofdschotel: in 1960

werden in Veere, Breskens en Vlissingen resp. voor

f. 1.059.000, f. 913.000, en f. 148.000 aan consumptie-

garnalen aangevoerd. Hierbij dient echter te worden be-

dacht, dat vele Bressianen vooral in de wintermaanden te

Scheveningen en Ijmuiden markten, voor een totaal be-

drag dat in 1960 de f. 200.000 te boven ging. Omgekeerd

moet men zich niet verkijken op de belangrijke haring-

aanvoeren te Breskens (1960: 6.800.300kg voor een waarde

van f. 1.800.000), daar deze opbrengst van met de span-

visserij in het winterseizoen gevangen ijle haring groten-

deels in de zakken van Urker vissers, die tijdelijk Breskens

als thuishaven gebruiken, terecht komt. De tongaanvoer

in Zeeland besofnde in 1960 f.
575.000,
waarvan Breskens, –

Vlissingenen Veere, in deze volgorde, profiteerden.

Afsluiting van de zeegaten in het kader van het Delta-

plan zal de nieuwe haven Colijnsplaat voor de kustvisserj

13-12-1961

verloren doen gaan. Voorts is het niet onwaarschijnlijk

dat de garnalenstand voor de Zeeuwse kust achteruit zal
‘gaan, wanneer Oosters’chelde en Grevelingen, thans be-

langrijke garnalen-kinderkamers, uitvallen. De meer zee-

waardige moderne kotters niet grote actieradius zullen

wel voldoende visgronden blijven vinden en hebben uit-
wijkmogelijkheden als tijdelijk if plaatselijk weinig gar-

nalen te vangen zijn, maar voor, de oudere en kleinere

vaartuigen ziet de toekomst er niet bepaald rooskleurig

uit.

Ansjov/s.

Een heel andere vorm van vrije visserij is de weervisserj,

een passieve vissérijmethode, waarmee men in het oostelijk

deel van de Oosterschelde ansjovis vangt. Hèt zijn vooral
vissers van Bergen op Zoom, in mindere mate uit Tholen,

die dit eeuwenoude bedrijf uitoefenen. De vangsten zijn

zeer wisselvallig, zowel van jaar tot jaar als van weer tot
weer. Het bedrijf is bijzonder arbeidsintensief, het weer-

hout is kostbaar en de vraag naar ansjovis geeft in min-

dere mate dan vroeger de vissers een kans om door specu-

latie met het ingezouten produkt een grote slag te slaan.

De vangst bedroeg in 1960 180.000 kg, waarmee f. 92.000

werd besomd. Afsluiting van de Oosterschelde zal het

einde van de weervisserij betekenen.

Bot.
De Zeeuwse botvisserj, waarmee in 1960 in totaal

f. 62.000 werd besomd, wordt vooral door Thoolse vissers,

die bij vallend getij hun botnetten langs de platen op-

stellen, uitgeoefend.

Kreeften.

Interessant i de kreeftenvisserij, door vissers uit Yerseke,

Zierikzee en Tholen uitgeoefend, waarbij niet vis geaasde

metalen kreeftenkorven worden uitgelegd op de steenbe-

stortingen aan de voet van dijken, waar kreeften huizen.

De totale opbrengst in gewicht uitgedrukt is niet indruk-
s

wekkend (1960: 6.800 kg), maar de besomming (1960:

f. 62.000) maakt het mogelijk dat verscheidene vissers in

het seizoen met de kreeftenvangst liun brood verdienen.

Toch is de kreef t voor Zeeland een veel belangrijker artikel

dan uit deze cijfers zou kunnen worden afgeleid. Men kent

in Zeeland namelijk een vijftal zgn. kreeftenparken, waar-
onder het grootste van Europa, in welke parken het gehele

jaar door grote’aantallen kreeften verblijf houden. Echte

Zeeuwse kreeften vormen hierin een verdwijnende minder.:

heid; grote iniporten vinden plaats uit Noorwegen (1960:

210.000 kg) en Groot-Brittannië (1960: 184.000 kg), in

mindere mate uit Ierland en andere landen, voor een totale

waarde van bijna f. 4 mln. Een voortdurende stroom van

vers zeewater zorgt voor gunstige levensomstandigheden

voor de kreeften die hier enkele weken, soms enkele maan-

den, in leven worden gehouden, om te zijner tijd in kleinere

partijen naar de centra van consumptie, overwegend in het

buitenland gelegen, te wordén verzonden. De kreeften

woiden in de parken des zomers wel gevoerd, maar zij

groeien er niet. Van een kreeftenkwekerj mag daarom

niet worden gesproen. Het betreft hier dus een echte

tussenhandel, waarvoor Zeeland zeer gunstig gelegen is.

1193

/

AXEL

1

BIEDT

uw industrie

DE RUIMTE!

Nadere inlichtingen:

STADHUIS AXEL

Telefoon (01155) 451 en 561

centrumgemeente ‘in Zeeuwsch-Vlaanderen

Industrie-terreinen aan diep vaarwater met uitstekende weg-
en railverbindingen.

Axel grenst met prima terreinen aan het bekende kanaal Terneuzen-
Gent. Dit kanaal wordt thans verbreed en verdiept, waardoor het
bevaarbaar wordt voor schepen tot 50.000 ton Dw.

Grote insteekhaven

Een zijarm van het kanaal, welke als insteekhaven fungeert, loopt
tot de Axelse Sassing en is bevaarbaar voor coasters.
Ook langs deze zijarm liggen industrie-terreinen.


Bevolking is ,,industry.minded”.

Mede als gevolg van de aanwezigheid van groot- en klein-industrie
is de bevolking van Zeeuwsch-Vlaanderen ,,industry-minded”; de
arbeidsmarkt is gunstig.


Ideale woongelegenheid met ruime mogelijkheden voor actieve
en passieve recreatie.

Het streven van het gemeentebestuur is erop gericht, het woon- en
leefklimaat van Axel zo goed mogelijk te doen zijn.

Terreinen voor bungalowbouw en de bouw van middenstands- en
arbeiderswoningen zijn in ruime mate beschikbaar.

Sportterreinen, kampeerterrein, zwembad, 12 ha wandelbossen, 5 ho
visvijvers, jeugdherberg, uitstekende restaurants •enz.

Voor belangrijke culturele evenementen:

Gent en Antwerpen zijn in 3 kwartier bereikbaar, evenals de Belgische
kustplaatsen.

iE BANK

Rekening-courant,

deposito’s en

AB renteboekjes
Bedrijfskredieten,

huurkoopfmnancieri ng

en persoonlijke leningen
Binnen- en buitenlandse

overboekingen, incassi

en accreditieven

Handelsvoorlichting

en -bemiddeling
Vreemd geld en

reischeques

Effectenzaken:

bewaarnem Ing,

aan- en verkoop,

coupons en lossingen

Beleggingsvoorlichting

en vermogensbeheer

Kluizen en safeloketten

Assurantiezaken

13-12-1961

1194

Diverse kreeftenparken zijn zeer modern ingericht, waar-

door verliezen door invallende vorst of door te hoge

zomertemperaturen worden vermeden. Er is veel kapitaal

in deze kreeftenparken geïnvesteerd. Het is nog zeer de

vraag, of na voltooiing van het Deltaplan overplaatsing

van de kreeftenparken van Yerseke en Bergen op Zoom

naar plaatsen elders in Zeeland wel economisch aan-

trekkelijk zal zijn.

De scheïpdiercultures.
Mosselen.

Van zeer grote betekenis is het Zeeuwse mosselbedrijf.

Per jaar worden uit Zeeland, en wel overwegend uit Yer-

seke, 60 â 70 mln. kg consumptiemosselen verzonden, voor

een waarde die ver boven de f. 10 mln, uitgaat. Het betreft

overwegend export van verse en ingelegde mosselen, in

het
bijzonder
naar Frankrijk en België. Mosselen worden

gekweekt. Mosselzaad wordt gevist van natuurlijke mossel-

zaadbanken, die daartoe gedurende korte tijd worden

opengesteld. Op van de Staat gepachte percelen kweekt

men mosselzaad op tot halfwas. Het halfwas wordt als

regel overgezaaid naar diepere percelen; bespoeld door zeer

voedselrijk water, om daar tot consumptiemossel op te

groeien. Gemiddeld neemt de gehele cultuur twee jaar in

beslag. De verzending heeft plaats van juli tot maart; in

de overige maanden zijn de mosselen ongeschikt van kwa-

liteit in verband met hun voortplantingsactiviteiten. De

geoogste consumptiemosselen worden langs biologische
weg inwendig van zand en slib gereinigd op de zgn. ver-

waterplaatsen. De beste bacteriologisch volkomen betrouw-

bare verwaterplaatsen worden onder Yerseke aangetroffen.

Na deze inwendige reiniging ondergaan de mosselen in

de mechanische schoonderjen nog een uitwendige reiniging,

waarna zij ter verzending worden opgezakt. Het Neder-

landse mosselbedrijf is zeer modern en in hoge mate ge-

mechaniseerd, zowel qua technische outillage te water en

aan de wal, als waar het cultuurmethoden en bestrijding

van plagen betreft.

Tot circa 1950 werden vrijwel alle consumptiemosselen

i n de Zeeuwse wateren gekweekt. Het optreden van de

mosselparasiet Mytilicola intestinalis noopte tot wijziging

van het patroon van deze cultuur. Thans kweekt men op

de Zeeuwse percelen slechts circa
1/4
van de totale pro-
duktie, de overige
3/4
op percelen in de Waddenzee. Het

zijn overwegend Zeeuwse kwekers die het bedrijf in de

Waddenzee uitoefenen en uiteindelijk worden alle mosselen

in Zeeland verwaterd en van daaruit verzonden. De Neder-

landse mosselproduktie is de grootste in de wereld.

Het Deltaplan zal de percelen in Zeeland uitschakelen;

in de Waddenzee kan de cultuur vermoedelijk wel zodanig

worden opgevoerd dat de totale jaarlijkse produktie ge-

handhaafd blijft. Als de verwaterplaatsen te Yerseke weg-

vallen, zal een kunstmatige installatie ter

m

beschikking moe-

ten staan o de mosselen op doeltreffende wijze te rei-

nigen. Onverwaterde mosselen zijn onverkoopbaar. Het
kunstmatig verwateren van mosselen maakt reeds thans

een object van onderzoek uit.

Oesters.

De Zeeuwse oestercultuur is wereldvermaard. Niet alleen

is Zeeland met ruim 30 mln. consumptie-oesters per jaar,

ter waarde van f. 7 mln. de tweede oesterproducent in

Europa, maar qua mechanisatie en bestrijding van vijanden

en ziekten is dit bedrijf het eerste in de gehele wereld.

Yerseke is het grote çentrum van de Zeeuwse oestercultuur
1

maar ook te Tholen, Bergen op Zoom, Wemeldinge en

Bruinisse zijn oesterbedrjven gevestigd.

Het oesterbroed kan niet, zoals het mosselzaad, van

natuurlijke banken worden geoogst. De oesterkweker

brengt op het juiste ogenblik daartoe geschikte voorwerpen,

ollecteurs genaamd, te water, waarop de rondzwemmende

oesterlarven zich kunnen vasthechten. In Zeeland worden

daartoe lege mosselschelpen, afkomstig van de mossel-

inleggerijen, en gekalkte dakpannen gebruikt. Weten-

schappelijk onderzoek licht de kwekers in over het verloop

van de broedval. De jonge oestertjes, in hun eerste winter

nauwelijks 15 mm in diameter, moeten nog 4 â S jaar verder

gekweekt worden voor het consumptie-oesters zijn. Vele

malen gaan zij daarbij door de handen, want zoals in een

bloementuin moet worden gewied, zo dient de oester-

kweker zijn percelen en zijn oesters jaar op jaar grondig

van ,,onkruid” te reinigen, wil zijn bedrijf rendabel kunnen

zijn. Tenslotte brengen de moderne stalen kotters de oes-

ters voor de laatste maal aan wal. Na wederom zorgvuldig
van aangroeisel gereinigd te
zijn,
worden zij, goed gesor-

teerd, in oesterputten opgeslagen. De binnendijkse oester-

Het opslaan van conswnptie-oesters in de binnenpuiten
in liet begin van de winter

putten zijn de natte pakhuizen van de kwekers, waaruit

oesters te allen tijde, ongeacht de weersomstandigheden,

kunnen worden verzonden naar de consumenten. Het

oesterseizoen loopt van september tot mei met een hoogte-

punt in de maand december.

Een rationele oestercultuur stelt zeer hoge eisen aan

hydrografische en biologische omstandigheden. Aan deze

eisen wordt hier te lande alleen in de kom van de Ooster-

schelde voldaan. Afsluiting van de Oosterschelde in het

kader van het Deltaplari zal het huidige bedrijf te gronde

richten. Een ernstige poging zal worden gewaagd om in

een kunstmatig te scheppen bassin met andere methoden

consumptie-oesters te kweken. Gehoopt wordt dat het

vermaarde Zeeuwse oesterbedrijf niet voorgoed zal ver-

dwijnen, maar dat het onder gewijzigde omstandigheden,

op een çcoomisch interessant peil, kan worden voort-

gezet.

IJmuiden,

Prof, Dr. 1′, KORRINGA.

13-12-1961

1195

lEEUSCHYLAANDEREN KhHhh1ZOH1

GOOEIPOOL IAN OE NEDERIANOSE 1COK6M11

De streek van Terneuzen naar Gent vormt een bijzonder element in de Zeeuwse samenleving.

Het is een zone met een grote diversiteit van industriële bedrijven.

Ondanks de uiteenlopende produkten bestaat er een hechte samenwerking. De grote bedrijven

zijn verenigd in de ,,Kring van Werkgevers in de Kanaalzone van Zeeuwsch-Vlaanderen”.

In de kring worden de algemene belangen van het industrieel bedrijfsleven behartigd. Daar

mee wordt ook het streekbelang gediend.

De kanaalzone heeft perspectief.
Waarom? Er zijn vele

redenen.

Het kanaal,
dat wordt verbreed en verdiept tot een omvang

als die van het Noordzeekanaal.

De Westerschelde,
het zeer drukke internationale vaarwater,

waarin het kanaal uitmondt.

De industrialisatiemogelijkheden
op uitstekend geoutilleer-

de terreinen met aansluiting op diep vaarwater.

De woonomstandigheden,
met vele goede voorzieningen,

waaronder recreatieterreinen.

Het onderwijs,
waaronder middelbare scholen, L.T.S.’en

(met chemicienopleiding) en een U.T.S.

De arbeidsmarkt,
aansluitend op België.

De ruime medewerking van de Rijksoverheid, die infrastruc-

tuurwerken uitvoert en faciliteiten verleent bij vestiging in

Terneuzen.

Perspectief is er ook door de ligging van de kanaalzone, die

van nature aansluit op ontwikkelingen als Benelux en E.E.G.

Gent ligt op 25 km, Antwerpen op 50, Brussel op 70 en Rijssel

op 90 km. Er heerst een internationale sfeer en er is al veel

uitwisseling met België en Frankrijk, zakelijk en voor ont-

spanning.

Het bedrijfsleven werkt samen met de overheid aan de ontwikkeling van de streek.
En dat is het meest wezenlijke element in de toekomstverwachting van de kanaal-
zone: de sfeer van activiteit van groeiende industrie, van vooruitgang.
In die sfeer wordt wie zich vestigt gastvrij opgenomen. Hij kan rekenen op aan-
sluiting bij een gezond bedrijfsleven. En op een unieke gelegenheid voor aanvoer
van grondstoffen.

In de kanaalzone zijn bedrijven

gevestigd op het gebied van:

chemie, met produkten als stikstof-

meststoffen, zwavelzu u r, pyrietas,

ammoniak, super- en dubbelsuper-

fosfaat, fosfor- en salpeterzuur, teer,

benzol, cokes en gas;

voedingsmiddelen, waaronder maïs-

zetmeel, glucose, massé, dextrose,

Wit- en ruwsuiker, brood- en andere

bloemsoorten;

veevoeders, waaronder pulpsoorten

en melasse;

textiel, met wollen en haifwollen stof-

fen voor bovenkleding;

bouwmaterialen,
voor wegen- en

waterbouw, woning- en utiliteits-

bouw;

scheepsbouw,
voor zee- en riviervaart;

glas, waaronder spiegel- en veilig-

heidsglas;

transport, te land en te water;

handel, overslag, opslag en yemen.

De kanaalzone is in vele opzichten uw belangstelling waard

1196

13-12-1961

Zeeland als probleemgebied

Vooral in het laatste decennium is duidelijk gebleken,
op. Als verdere consequenties van het langzame groeitempo
dat de ontwikkeling van de Zeeuwse economie geremd
kunnen worden genoemd: relatief hoge werkloosheid,
wordt door enkele structurele moeilijkheden. Daardoor
omvangrijke pendel, tendentie naar overcapaciteit in de

is het besef gegroeid, dat Zeeland een probleemgebied is.
middenstandssector,

onvoldoende

ontplooiing

van

het
Het stemt evenwel tot voldoening, dat deze toestand niet
maatschappelijke en culturele leven.

langer lijdelijk wordt aanvaard, getuige de vele initiatieven,
Het streven om Zeeland over het dode punt te helpen, die in de laatste jaren

ijn genomen om de fundamentele
kreeg een krachtige impuls toen in april
1959
Zeeland
zwakheden weg te nemen. De Zeeuwse economie komt
officieel door de Regering tot probleemgebied wefd aan-
geleidelijk op een steviger voetstuk te rusten,
gewezen. De Overheid verklaarde zich hiermede bereid om
De vraag rijst hoe Zeeland in het verleden tot een pro-
belangrijke financiële steun te verlenen bij het stimuleren
bleemgebied kon worden.

Slechte verbindingen, grens-
van de economische ontwikkeling. In de praktijk komt dit
kwesties, te grote afzijdigheid van de Overheid en onvol- op het

olgende neer:

doende eigen initiatief hebben hier ongetwijfeld een rol
Er zijn vier ontwikkelingskernen aangewezen

gespeeld. Wij zullen evenwel niet langer stilstaan bij de
Goes,

Terneuzen,

Sint

Maartensdijk en Zierikzee

die’pere oorzaken van de economische stagnatie, maar wel
waarop

de regeling ,,Bevordering Industrialisatie Ont-
bij

het

belangrijkste

symptoom:

de

onbevredigende
wikkelingskernen” van toeptssing is. Dit houdt in, dat
werkgelegenheidssituatie met het daaruit voortvloeiende
onder bepaalde voorwaarden een grondprjsreductie en een
traditionele vertrekoverschot.


premie worden toègekend voor industriële vestigingen en
Doordat de industrialisatie slechts langzaam vorderde,
uitbreidisgen in deze ontwikkelingskernen.
werden met name in de periode na de tweede wereldoorlog
Zeeland zal een gedeelte ontvangen van de f. 190
te sijeinig nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.

Anderzijds
mln., die de Regering voor een meerjaren-infrastructuur-
verminderde de werkgelegenheid in de agrarische sector
programma voor de prfbleemgebieden
1
beschikbaar zal
met ongeveer 2 pCt. per jaar als gevolg van mechanisatie
stellen. Hiervan zullen buiten de kernen voornamelijk het
en andere factoren. Deze teleurstellende gang van zakn
Sloehavengebied en de Kanaalzone profiteren.
resulteerde in

een

aanzienlijk vertrekoverschot:

10.155

,
.

3. Ook voor de verbetering van de sociaal-culturele
zielen in de periode 1950-1955 en 7.493 zielen in de periode
‘infrastructuur zullen fondsen worden toegewezen. Door de
1955-1960.
Aangezien het vooral jongeren waren, die ver-
uitbreiding van de voorzieningen in de sociaal-culturele
trokken, trad een relatieve veroudering van de bevolking
sector zal een gunstiger woonklimaat in Zeeland ontstaan.

0

OOST IEEUWSCH VLAANDEREN OOST

13-12-196 1

op enige tientallen kilometers van

de agglomeratie
Antwerpen-B russel;

het kanaal van
Gent naar Terneuzen;

de industriezone van
N o o r d west

F
r
a n k r ij k.

bjedt aan en bij de Westerschelde
ruimte in alle opzichten voor vestiging van industrieën

De negen samenwerkende gemeen-

ten in Oost Zeeuwsch Vlaanderen

Oost

Secretariaat Zoutestracit 37

tel. (01140) 2962 te Hulst

197

Werkgroep Oellazakets Zeeland

ISCHEMA STUOIEOBJECTEN7

Verklartng

ultlI
bestaande /ontworpen afstuitdaromen wet konstwerkert

/

hoofdwegen

tocate wegen

/

Spoorwegen

. veerdiensten

S,
te potderen gronden

recreatiegebied

IIIIli*ItIIII
kus (recreatie

recreatie Veerse meer

industrie – en haventerrotnen

– Zoet water

-1

Zout water

oestercuttuur

Ontwikkelligskernen
provinciate grens

rijksgrens

dop

1
1

E £ UW.
It

r4 ©

Kan,pertand

S

S
tMaartens
d
ijk

Wotfaartsdijk

Thoten l

Groede

Breskens

14

,ndrdptoat

ppit,ppine

)b
,
Sas van bent

S

k

1198

0

13-12-1961

13-12-1961

10 epoId’fl0 Land ‘ee Seet/’flg

nosilie van Yerseke

Dit.is op zichzelf weer een belangrijke factor bij ‘het aan-

trekken van nieuwe economische bedrijvigheid.
Door de financiële steun van het Rijk wordt dus in feite

langs drie verschillende wegen het industriële klimaat

verbeterd. Op deze wijze wordt een stevig fundament ge-

legd voor de provinciale, gemeentelijke en particuliere

initiatieven.
t

De aanwijzing van vier ontwikkelingskernen en het

bestaan van een relatief ruime arbeidsmarkt in grote delen

van de provincie hebben er toe bijgedragen, dat in de

laatste twee jaar een begin is gemaakt met de vestiging of

uitbreiding van een twintigtal industriële bedrijven.

Alleen deze bedrijven zullen reeds op korte termijn werk-

gelegenheid voor ongeveer 2.000 mannen doen ontstaan.

1-fier is sprake van een grote vooruitgang, want in de jaren

vijftig werden in de industriële sector in totaal slechts

ruim 1.000 nieuwe arbeidsplaatsen vôor mannen gecreëerd.

Een en ander leidt tot wezenlijke veranderingen in de

situatie op de arbeidsmarkt, in
1959
en 1960 bestond,

ondanks tekorten op enkele deelmarkten, nog een relatief

grote ruimte op de provinciale arbeidsmarkt, zoals blijkt

uit het volgende overzicht: –

Arbeidsmarkt

(mannen, gemiddelden)

1959

1

‘1960

Beroepsbevolking
………………..
83.000

83.000
Bezette arbeidsplaatsen
…………….
79.900

79.520
Snkomende pendel
……………..

..1.700′

1.370
Uitgaande pendel

……………..

..1.500

2.600
Geregistreerde arbeidsrescrve

3.300

2.250

Gedurende 1961 is de geregistreerde arbeidsreserve
verder teruggelopen. Het is mogelijk, dat een tijdeljkè

verkrapping zal ontstaan, wanneèr straks de nieuwe
industrieën op gang komen. Op langere termijn kan

echter – vooral wanneer de economische perspectieven

gunstig blijven – op een verruiming worden gerekend op.

grond van de volgende factoren:

De
natuurlijke aanwas voegt jaarlijks ongeveer 1.100

mannen en 300 vrouwen aan het arbeidspotentieel toe.

Daarnaast stoot de landbouw jaarlijks ongeveer 400 â 500

arbeidskrachten af.

Een verbetering van het woonklimaat en van de

economische perspectieven zal de migratie-animo doen

afnemen.

Een gedeelte van de uitgaande pendel kan aan de

eigen strk worden gebonden.

Van de resterende geregistreerde werklozen kan

nog een beperkt aantal in het produktieproces worden

opgenomen. Ook de verborgen werkloosheid biedt nog een
klein reservoir.

In sommige gevallen kan kader en overig personeel

van buiten de provincie worden aangetrokken. Gebleken

is dat o.a. verschillende oud-Zeeuwen een interessante

werkkring in Zeeland zouden willen aanvaarden.

Nu zich in Zeeland cen gunstiger economisch en sociaal-

cultureel klimaat aankondigt, zal de aantrekkingskracht

van deze streek op de eigen bewoners en op de poten’tiële
nieuwe bewoners toenemen. Dit houdt weer een stimulans

in voor de verdere economische ontplooiing. Verschillende

krachten werken dus thans samen om de cirkel van de

economische stagnatie te doorbreken en een opwaartse

beweging te oiiderseunçn,

Middelburg.

Drs.
C. DE SCHIPPER.

1199

Zeeland industrialiseert

Vanouds was de provincie Zeeland een agrarische pro-
vincie. De landbouw was veruit de belangrijkste bestaans-

bron waar zich het maatschappelijk verkeer vrijwel geheel

op concentreerde. In de landbouw heeft Zeeland zeer op-

merkelijke resultaten weten te bereiken. De opbrengsten

in de landbouw waren groot, vaak zelfs groter dan in de

nieuwe polders en de verworvenheden van wetenschap

en onderzoek werden allerwege toegepast. De landbouw

was een economisch gezonde bestaansbron, welke volgens
de nieuwste inzichten werd uitgeoefend.

Daarnaast was er de nimmer aflatende strijd tegen de

erfvijand: het water. Steeds moest men erop bedacht zijn

het reeds verworven gebied te behouden en veilig te stellen

en zo mogelijk nieuw gebied te winnen.

Het behoeft dan ook geen verwondering te wekken, dat

de bevolking de kenmerken van een dergelijke structuur

duidëlijk toonde. De Zeeuw was een volhardende door-

zetter, die in gestage arbeid zijn doel wist te bereiken.

Daarnaast maakte de gedwongen oplettendheid tegenover

het water, dat men geestelijk actief bleef terwijl de nood-

zaak tot behoud van het reeds verworven gebied het in-

tellect scherpte. De spreuk in het wapen van de provincie

Zeeland en zegswijzen als: ,,Hardlopers zijn doodlopers”

spreken in dit verband een duidelijke taal.

Ook de maatschappelijke organisatie vertoonde ver-

schillende kenmerken van deze instelling. Wegen, havens

en verdere outillage waren geheel ingesteld op de landbouw

en de nijverheid vond hierin eveneens haar uitgangspunt.

Men was ingesteld op het repareren van landbouwgerei

e.d. en met het voortschrijden van de mechanisatie in de

landbouw ontwikkelde de dorpssmederj zich tot een repa-

ratiebedrijf van landbouwwerktuigen. Een enkele maal ont-

wikkelde een dergelijk bedrijf zich tot een industrie, bijv.

een ploegenfabriek.

Een dergelijke maatschappij heeft niet de eigenschappen,

welke nodig zijn voor een moderne industriële ontwikke-

ling. De wegen zijn bijv. niet ingesteld op een vlugge en

gemakkelijke aan- en afvoer van industriële produkten,

terwijl de mentaliteit het vermogen mist om snel te kunnen

beslissen en zich op korte termijn te kunnen aanpassen

aan de steeds wisselende omstandigheden.

Het is dan ook begrijpelijk, dat toen in Nederland de
industrialisatie op gang kwam de provincie Zeeland in

deze ontwikkeling niet voorop girig.

Wel had zich in het verleden een aantal industriële

ondernemingen in Zeeland gevestigd. In het jaar
1875

was in Vlissingen de N.V. Kon. Mij ,,De Schelde” in

bedrijf gekomen, terwijl zich in de periode 1900 – 1930
in de Kanaalzone van Zeeuwsch-Vlaanderen een aantal

zware industrieën gevestigd had, zoals bijv. de N.V.

Nieüwe Nederlandse Maatschappij tot vervaardigen van

spiegelglas, glazen voorwerpen en chemische produkten

(1904), de Association Coopérative Zélandaise de Carboni-

sation G.A. (1911), de N.V. Terneuzense Scheepsbouw
Maatschappij (1924) en de Compagnie Néerlandaise de

l’Azote N.V. (1929). Het betrof hier echter a.h.w. één

eenmalige injectie zonder secundaire effecten. –

in de jaren 1930-1955 was de industriële ontwikkeling

uiterst gering. Met uitzondering van een aantal ,,contin-

genteringsbedrijven”, hoofdzakelijk textielbedrijven, welke

zich langs de Belgische grens vestigden als gevolg van de

Crisisinvoerwet 1931 kwamen er vrijwel geen nieuwe ves-

tigingen tot stand.

Zeeland was dus een sterk agrarische provincie met

enkele belangrijke industriële nederzettingen, welke niet

in staat bleken de verdere industriële ontwikkeling op

gang te brengen. Dit in tegenstelling tot hetgeen wij thans

menen te moeten constateren nu het vertrouwen in de

verdere ontwikkeling veel groter is geworden en het gehele
gebied min of meer in beweging is gekomen.

Er kan een aantal symptomen worden genoemd, welke
erop wijzen, dat zich een dergelijke verandering heeft in-

gezet. De bombardementen en de inundaties en de daar-

mede gepaard gaande evacuaties in de oorlogsjaren 1940-

1945 hadden reeds een breuk veroorzaakt in de tot nu toe

min of meer traditionele ontwikkelingsgang en de waters-

noodramp in 1953 met de vele zeer erristige gevolgen heeft

deze breuk doorgetrokken. Toch komt het ons niet juist

voor deze rampen alleen als oorzaak van de veranderingen

aan te merken. Veeleer hebben deze breuk’en de reeds in

gang
zijnde
verandering sterk versneld.

De landbouw met de aan de seizoenen gebonden werk-

zaamheden verôorzaakt sterke toppen in de vraag naar
arbeidskrachten. In sommige perioden is de vraag naar

arbeidskrachten groot, terwijl er in andere seizoenen een

sterke werkloosheid bestaat als gevolg van het feit, dat

de landbouw de mensen geen werk kan verschaffen, het-

geen men steeds meer als een sociaal euvel ging beschouwen,

waartegen maatregelen geboden waren.

De landbouw schept geen toeneming van werkgelegen-

heid. Integendeel. Door de steeds verder gaande mechani-

satie worden er voortdurend werkkrachten uit de land-

bouw gestoten, waarvoor geen werk kan worden gevonden.

Het gevolg hiervan is, dat velen in het eigen gebied geen
werk meer kunnen vinden en moeten trachten elders een

bestaan op te bouwen. Zeeland was daardoor een sterk

expulsiegebied geworden, waar de bevolking vrijwel sta-

tionair bleef en waar de opbouw van de bevolking steeds

meer de specifieke kenmerken van een dergelijk gebied

ging vertonen zoals een relatieve veroudering van de be-

volking enz.

Daarnaast kreeg men steeds meer begrip voor de hete-

kenis van de ontwikkeling van de industrie waardoor de

scherpe tegenstellingen tussen landbouw en nijverheid, zo-

als deze o.a. steeds veer naar voren kwamen bij de ont-

trekking van landbouwgronden voor niet-agrarische doel-

einden, sterk in betekenis afnamen.

Tenslotte opende het Deltaplan en de daaraan verbonden

neveneffecten de gelegenheid de verschillende delen van

de provincie dichter bijeen te brengen, o.a. omdat het

mogelijk werd de zo zeer ontbeerde noord-zuid-verbin-

dingen te verwezenlijken. Bovendien kwam door dit alles

de provincie Zeeland meer en meer in de publiciteit,

waardoor o.a. bij ondernemers buiten Zeeland meer be-

1200

13-12-1961

grip ontstond voor de mogelijkheden, welke deze provincie

kon bieden en waarbij ook de psychologische handicap

van de idee, dat Zeeland ,,zo achteraf lag” sterk in bete-

kenis verminderde.

Door dit alles ontstond in de loop der jaren in de pro-

vincie Zeeland een bescheiden industriële aanzet, welke

een sterke psychologische impuls kreeg door de regerings-

maatregelen op het gebied van de industrie-ontwikkeling.
Ondanks het feit, dat reeds lang van verschillende kan-

ten was gewezen op de zeer moeilijke positie van Zeeland

werd eerst in het jaar 1959 de provincie Zeeland tot een

gebied verklaard, waarvoor bijzondere steunmaatregelen

van kracht zouden worden.

In dat jaar werd de provincie Zeeland tot probleem-

gebied verklaard en werden er vier ontwikkelingskernen

(Goes, Terneuzen, Zierikzee en Sint Maartensdijk) aange-

wezen, waar op grond van de Premie- en Prijsreductie-

regeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingskernen

zich vestigende of uitbreidende ondernemingen financiële

steun zouden ontvangen bij de verwezenlijking van hun

plannen.

En vele gevallen waren deze financiële faciliteiten een

voldoende steun om een mogelijke aarzeling te overwinnen.

Reeds in het najaar 1959 konden de eerste vestigingen,

welke plaats vonden mede dank zij deze regeling worden

geboekt en dit ondanks het feit, dat op tal van punten

nog verschillende moeilijkheden moesten worden over-

wonnen.

In andere delen van ons land waren namelijk reeds ge-

durende langere tijd regelingen tot ontwikkeling van de

industrie van kracht geweest zodat hier reeds op tal van

punten maatregelen waren genomen, o.a. in de sector,

welke men is gaan aanduiden met de benaming ,,infra-

structuur”. In de provincie Zeeland bestond in deze sector

een zekere achterstand en moest met de verbetering nog
een aanvang wordèn gemaakt. Bovendien moest op ver-

schillende punten eerst nog worden afgewacht hoe ver-

schillende problemen (w.o. vele waterstaatkundige) zouden

worden opgelost alvorens een aanvang niet de verbete-

ringen kon worden geniaakt. Zo kon bijv. rond Terneuzen

met verschillende werken in deze sector eerst een aanvang
worden gemaakt nadat de beslissing was gevallen ten aan-

zien van de uit te voeren werken aan het Kanaal Terneuzen-

Gent.

in de loop vaii de twee jaren, welke inmiddels zijn ver-

streken na het van kracht worden van deze regeling zijn

thans in de provincie 13 premietoezeggingen verleend,

terwijl momenteel nog 3 aanvragen in behandeling zijn.

Op korte termijn zal hierdoor werkgelegenheid worden

geboden aan circa. 1.600 mannelijke arbeidskrachten, on-

geacht een verdere ontwikkeling in latere jaren.

Gestimuleerd door de ontwikkeling in de ontwikkelings-

kernen en het gunstige economische getij zijn ook buiten

de ontwikkelingskernen de economische activiteiten sterk’

toegenomen. In vele gevallen kiest een ondernemer voor

de verwezenlijking van zijn plannen welbewust een ves-

tigingsplaats, welke niet is aangewezen als ontwikkelings-

kern omdat deze hem speciale voordelen biedt, terwijl in

andere gevallen de kosten van verplaatsing van een be-

drijf dermate hoog zijn, dat de ondernemer een uitbreiding

ter plaatse verkiest boven verplaatsing naar een ontwikke-

lingskern.

Het moge’dan waar zijn dat de aanwijzing van een

gemeente tot ontwikkelingskern een zekere discriminatie

inhoudt ten opzichte van het omliggende gebied, maar

anderzijds is het even zeer waar, dat de ontwikkeling in

een ontwikkelingskern op haar beurt neveneffecten op-

roept, welke in vele gevallen leidt tot nieuwe activiteiten

buiten deze ontwikkel ingskernen.

Was tot voor kort de provincie Zeeland een provincie.

welke een zuiver agrarisch karakter had, thans kunnen wij

zeggen, dat naast de grote economische betekenis van de

landbouw voor dit gebied de ontwikkeling van de industrie

steeds belangrijker wordt, waardoor voor diverse proble-

men, zoals bijv. het vraagstuk van de seizoenwerkloosheid,

en de afvloeiing van arbeidskrachten, wellicht een op-

lossing mogelijk wordt.
Middelburg.

Drs. G. J. BAA.RSPUL.

met n aandeel

‘Vereenigd. Bezit van 1894.’

hebt U 200 ijzers in het vuur /

Elk aandeel ‘Vereenigd Bezit van 1894’ maakt U

mede-eigenaar van een grote, deskundig samengestelde

aandelenportefeuille, die een aantrekkelijk rendement

oplevert. S-p.r.e-i-d-i-n-g over ca. 200 fondsen beperkt

het risico. Bovendien bestaat goede kans, dat
Uw
bezit

in waarde vernieerdert.

Alle banken en commissionairs kunnen U inlichten.

N.V.VEREENIGD BEZIT
VAN 1894

De voordelen van aandelenbezit met beperking van risico

WESTERSINGEL 84, ROTTERDAM

…•

tt”
..
t
.
..tt.’.t”

…t.t..

13-12-1961

1
1201

(

Zeeuwse kanalen

Zeeland kent twee zeer drukke kanalen met

grote capaciteit. Dit blijkt uit onderstaande gra-

fiek. De laatste jaren is de verkeersomvang stabiel

gebleven.

VERVOER IN 8E/DE RICHTINGEN 5AMEN

22

Oo
r

V
a

20

78

76
74

72
kan Tern-Gent

10

8

6

0

EO
952

’53

54

55 –

55

.
57

58

5g

BrOn: C B.S.

Nu het Kanaal van Terneuzen naar Gent

wordt verbreed en verdiept, zodat schepen van

50.000 in plaats van 10.000 ton het kunnen be-

varen, zal de drukte op dit kanaal nog aanzienlijk

toenemen.

J

Verkeer en vervoer in Zeeland

Het verkeer en de
Zeeuwse economie.

Tussen verkeer en regionale economische ontwikkeling

bestaat een nauw verband. De geografische spreiding van

bestaansbronnen en welvaart is voor een belangrijk deel

afhankelijk van de verkeersmogelijkheden. Het verkeer

vormt, naar een bekende term van Voigt, een ,,Gestal-

tungsfaktor” voor het niveau van het regionaal-economisch

evenwicht. –

In de gescliedenis van Zeeland is het genoemde verband

op duidelijke wijze naar voren gekomen. Zowel de grote

bloei van de provincie in de 1 7de eeuw als het latere verval

vonden een oorzaak in de ontwikkeling van de verkeers-

middelen. De huidige groeitendenties kunnen evenmin los

worden gezien van deze ontwikkeling en van de verbetering

der verbindingen.. Het ligt voor de hand, dat de geogra-

fische verbrokkeling van het gewest de invloed van het

verkeer een extra accent heeft gegeven.

Dit betekent natuurlijk niet, dat de verkeersmogelijk-

heden een volledige verklaring vormen voor vroegere groei

en bloei van Zeeland. Omvang en intensiteit van econo-

mische initiatieven en de opkomst van industriële produktie

waren daarnaast essentiële factoren. Ook is de geogra-

fische gesteldheid, leidend tot isolement en kleine bevol-

kingsaantallen, van betekenis geweest, maar de invloed

hiervan is-toch weer mede bepaald door de moeilijke ver-

bindingen voor landverkeer. De opkomst van dit land-
verkeer heeft Zeeland grotendeels buiten de vervoers-

stromen geplaatst.

Ve?bonden met verkeer en vervoer is ook een andere

factor geweest, die belemmerend heeft gewerkt op de ont-

wikkeling van de Zeeuwse economie, namelijk de ‘grens-
positie. De ligging aan de landsgrensen het volkenrechte-

lijk servituut dat op de belangrijke waterwegen van de

provincie (Westerschelde en Kanaal door Zuid-Beveland)

rust hebben ertoe geleid, dat Zeeland cnvoldoende heeft

kunnen profiteren van de belangrijke vervoersstromen te

water die in zijn territoir zijn blijven bestaan. Dat naast

de grensproblemen, waarop elders in dit nummer dieper

wordt ingegaan, andere elementen een rol hebben gespeeld,

is juist in dit verband overigens wel duidelijk. Typerend

voor de betekenis van de verkeersfactoren is, dat de nieuwe

tendenties tot vergroting van de zeeschepen aanleiding

geven de voor zeehavenactiviteiten uiterst geschikte Zeeuw-

se vestigingsgebieden aan de Westerschelde tot ontwikke-
ling te brengen.

Het vervoer.

Door de geografische situatie neemt niet alleen bij

het vervoer langs Zeeland, maar ook bij dat van en naar

dit gewest, de scheepvaart een belangrijke plaats in. Van

het interlokale beroepsgoederenvervoer wordt rond 40-pCt.

van het gewicht per schip vervoerd, tegen circa 25 pCt.

in Nederland als geheel. Weliswaar is het eigen vervoer te

water minder sterk ontwikkeld, maar in het algemeen

gesproken is het binnenschip, naar verhouding, iii Zeeland

een belangrijk transportmiddel voor vrachtvervoer. Toch

domineert het wegvervoer; het is zelfs in totaal in Zeeland

van nauwelijks m(nçler betekenis çhn voor het gehele land.

Daarentegen is het vrachtvervoer per spoor in omvang

achtergebleven, om, gezien de outillage,
begrijpelijke
re-

denen. Voor het railverkeer heeft de verbrokkeling en de

ligging aan de landsgrens de grootste belemmering bete-

kend.

In de onderlinge verhoudingen tussen de transport-

middelen komt mede de aard van de te vervoeren produkten

naar voren. Daar agrarische produkten en bouwmaterialen

in Zeeland de hoofdzaak vormen, kan Let massavervoer

per binnenschip zich relatief sterk ontplooien. Hier treedt

dus het omgekeerde verband tussen vervoer en econo-

mische structuur naar voren. Dit verband komt in Zee-

land ook sterk tot uiting in de resultaten van de vervoers-

bedrijven. Een onderzoek naar de positie van het beroeps-

goederenvervoer over de weg in de provincie heeft aange-

toond, dat de economische structuur leidt tt vraag-

schommelingen, die buiten de perioden van topbehoefte

tot onderbezetting en prijsdaling leiden
1).
Ook de andere

specifieke Zeeuwse factoren, zoals de moeilijke verbindingen

en de daaruit voortvloeiende geringe omvang van het af-

zetgebied, beïnvloeden het wegvervoer ongunstig. Nader
onderoek zou moeten aantonen of in de andere vervoers-

1)
Zie voor dit onderzoek
dc
E.T.I.-publikatie: ,,Het beroeps-
goederenvervoer over de weg in de provincie Zeeland” en een
artikel hierover in E.-S.B” van 14juni1961.

1202

13-12-1961

takkeh gelijke invloeden een rol spelen: Zeker is wel, dat

ook het bestaandç spoorwegapparaat een grotere vervoers-

behoefte zou kunnen verwerken
2).

Ook het personenvervoer verkeert in Zeeland in een

moeilijke positie. De eilandenstructuur (die ertoe leidt

dat het ,,personenvervoer te water” nog van belang is!)

iiaakt het, naast de geringe bevôlkingsdichtheid, moeilijk

tot een voldoende frequent en rendabel openbaar per-

sonenvervoer te geraken. Voor het busvervoer liggen door

de veerdiensten en de enkele spoorweg in midden-Zeeland

de dienstregelingsproblemen voor de hand. Anderzijds

leidt de geringe bezetting van de autobussen ten plattelande

(in 1959 bedroeg .het aantal reizigers per rit in Zeeland

ruim 18 tegen bijna 34 in Nederland) tot een geringe

frequentie van de lijndiensten die tot misnoegen leidt en

het eigen vervoer met personenauto’s en bromfietsen ‘sti-

muleert.

De toekomst.

Dit alles maakt duidelijk, dat Zeeland voor verkeer en

vervoer ,,probleenigebied” is door dezelfde oorzaken die
tot de’ aanwijzing als probleemgebied voor het regionale

industrialisatiebeleid aanleiding hebben gegeven. De te

verwachten economische expansie van de provincie
6p

het gebied van industrie, handel, toerisme en tuinbouw

zal de omvang en de aard van de vervoersbehoefte gun-

stig beïnvloeden. In de toekomst kan dan ook een sterke

stijging van de vraag naar vervoer worden verwacht.

Dat deze toeneming in het bijzonder het wegvervoer

zal betreffen is mede het gevolg van de komende verbe-

tering der verbindingen. Daartoe leidt de afsluiting van

de zeegaten. Deze afsluiting, met name die van deOoster-

schelde, zal echter nog geruime tijd (vôlgens het tijd-

schema nog 17 jaar) in beslag nemen. Het is dus begrij-

pelijk, dat het georganiseerde wegvervoerswezen in Zee-

land sterk aandringt op uitvoering van de door het pro-

vinciaal bestuur geëntameerde Oosterscheldebrug. Ook
andere verbindingen vragen de aandacht, zoals die over

de Westerschelde, de overbezette. tweebanige Rijksweg

door midden-Zeeland en enkele grensverbindingen in

Zeeuwsch-Vlaanderen. Meer in het algemeen is trouwens

liberalisering van het vervoer over de grens voor een ge-

bied als Zeeuwsch-Vlaanderen van grote betekenis.

Economische expansie en betere verbindingen zullen dus

de positie van de vervoersbedrijfstak verbeteren. Een deel

van de mogelijke economische ontwikkeling kan trouwens

tot het vervoer zelf worden gerekend, namelijk in zoverre

het gaat om havenactiviteiten. Plaatsen als Vlissingen, Ter-

neuzen en Hansweert liggen hiervoor bijzonder gunstig.

Op beperkte schaal heeft deze ligging al effect gehad; zij
heeft onder andere geleid tot een omvangrijke export van

agrarische produkten vanuit Zeeland. Ook overigens zal

het gebruik maken van de gunstiger kansen van de ver-
voerders zelf activiteit en ondernemersschap vragen; in

het verleden heeft het hieraan wel eens ontbroken. De

Zeeuwse wegvervoerders zullen in toenemende mate con-

currentie van buiten hun streek gaan ondervinden. In

ieder geval zal de toekomst voor het vervoer in Zeeland

meer mogelijkheden bieden dan in het verleden aanwezig

waren.

Middelburg.

Dr. C. DE GALAN.

2)
Over de psitie en de perspectieven van de spoorwegen
in Zeeland is in dit nummer een afzonderlijk artikel opgenomen.

KWYK.

Lans het kanaal door Zuid-

Beveland liggen 4 gemeenten

KAPELLE
fruitcentrum

WEMELDINGE
havenplaats

YERSEKE
middelpunt van oester-

en mosselcultuur

KRUININGEN
(Hansweert)

havenplaats

ROTTERDAM

108

BREDA

WEMELOINGi

HANS WEER
r.

PPEN
i
.

Deze gemeenten met hun
18.000
inwoners

begrijpen dat het kernbegrip van deze tijd is:

samenwerking. Onder de symbolische naam

K WY K brengen zij hurt streek tot ontplooiing.

1-let kanaal

vormt het bindende element. Een bijzonder druk kanaal
waarover jaarlijks
80.000
binnenschepen (45 mln, ton) en
.000 zeeschepen (300.000. BRT) passeren. Het is de centrale
as tussen Holland en het Ruhrgebied enerzijds, Antwerpen, Terneuzen en Gent anderzijds.

Ook de verbindin’gen te land zijn uitstekend, de dfstan-

den gering.

In de kanoalstreek wordt vakwerk geleverd.

Daarom ligt hier een unieke vestigingsplaats
voor overslagbedrijven en industrie. De gevestigde ondernemers weten dat. De 425 m
loswal worden druk gebruikt; er is een omvang-
rijke agrarische
.
export opgebouwd; de bloeiende fruitteelt vormt de basis voor conservenindustrie,
zoals ook de mosselen; ook andere industriële
bedrijven groeien.
Maar de mogelijkheden zijn groter. Op het programma
staan onder andere nieuwe havens.

De kanaaistreek bouwt aan zijn toekomst

13-12-196 1

1203

GFNT

de meest gelindustrialiseerde gerneente

van Z

•..GUNSTIG INDUSTRIEEL KLIMAAT

GOEDE WATER- EN SPOORVERBINDINGEN

SAS YA# 6fflT

o
p

Y

YZUft7
tIl
9
Â’444#T
1

\/

af7
T
F114 #JI41J,Y

Inlichtingen

GEMEENTEHUIS

SAS VAN GENT

\’-

Ift/a ”
Ae
West kade 89

Tel (01158) 351

41

/

11 f

1

F
If
P £

8ROfr.f z
.

. . . –

1204

13-12-1961

S.

A VXN

T

De spoorwegen

r,

1

In
eeian

De in 1872 geopende ,,Zeeuwse lijn” verzorgt de onder-

linge verbinding van de belangrijkste plaatsen op Wal-

cheren en Zuid-Beveland en de verbinding van deze plaat-

sen met de overige delen van Nederland. Daarnaast is de

lijn van belang voor het verkeer met Zeeuwsch-Vlaanderen

via de aansluitende veerdiensten Vlissingen-Breskens,

(Goes-) Hoedekenskerke-Terneuzen en Kruiningen-Perk-

polder. Ten dienste van het goederenvervoer zijn er boven-

dien de lijnen Terneuzen-Sas van Gent/Huist en Goes-

Hoedekenskerke-‘s-Heer Arendskerke.

De excentrische ligging van Zeeland weerspiegelt zich

in de structuur van het reizigersvervoer, die gekenmerkt

wordt door het grote aandeel van het vervoer binnen de

provincie in het totale vervoer, ni. ruim 60 pCt. In het

onderlinge verkeer nemen de relaties Middelburg-Goes en

Vlissingen-Goes de belangrijkste plaats in. Het vervoer

naar de andere provincies richt’ zich vooral op westelijk

Noordbrabant (bijna 15 pCt. van het totale vervoer) en

op de personenverkeersgebieden Rotterdam, ‘s-Gravenhage

en Amsterdam (eveneens bijna 15 pCt. van het totaal).

In de periode 1950-1960 nam het op de ,,Zeeuwse lijn”

vervoerde aantal reizigers toe van 1,1 mln, tot bijna 2 mln.,

d.i. met ruim 80 pCt. De omvang van dit reizigersverkeer

is echter betrekkelijk gering in verhouding tot het totale

binnenlandse reizigersvervoer per trein. Het aandeel gaat

de 1 pCt. slechts nauwelijks te boven. –

De treindienst, die de reizigers wordt geboden, is zo

goed mogelijk aangepast aan de structuur van het Zeeuwse

vervoer, en bestaat uit een, naar het westen des lands

doorgaande, uur-stopdienst. Een aantal sneltreinen is hier-

aan toegevoegd.

De ontwikkeling van het goederenvervoer op het Zeeuw-

se spoorwegnet blijkt uit het feit, dat de uit Zeeland ver-

zonden tonnage in de afgelopen 10 jaar niet 23 pCt. is
gestegen. Hét aantal aangevoerde tonnen onderging in

deze periode een lichte daling, nI. 4 pCt. Bij het vertrekkend

vervoer nemen de agrarische produkten verreweg de groot-

ste plaats in. In Zeeuwsch-Vlaanderen’is het vervoer van

cokes naar België zeer aanzienlijk. Een belangrijk deel van

de aangevoerde goederen wordt gevormd door de kolen.

Met de bestaande outillage kan het vervoer bevredigend

worden afgewikkeld. Of dit in de toekomst ook het geval
zal zijn, is afhankelijk van de verdere groei van de bevol-

king en van de ontwikkeling van de industrie. Hierbij is

het vafi belang, dat de excentrische ligging van Zeeland

ten dele zal verdwijnen door de uitvoering van de Delta-
werken en door het geleidelijk verminderen van de bete-

kenis van de nationale grenzen binnen de E.E.G.

De spectaculaire verkortirigen, die na voltooiing van de

afsluiting van de zeegaten voor het verkeer met westelijk

Nederland zullen optreden, zullen zonder twijfel de om-

vang van het verkeer over de bestaande verbindingen be-

invloeden. Voorshands is er op grond van de te verwachten

verkeersspanning nog geen aanleiding de aanleg van een

nieuwe spoorlijn van Walcheren over de danmien in de

richting Rotterdam te overwegen.

Het. geleidelijk wegvallen van de landsgrenzen en de

daarmede gepaard gaande verdere specialisatie van de

Europese industrie zal resulteren in een grotere omvang

van de goèderenruil. Een grotere hoeveelheid goederen

zal over een ‘langere afstand moeten worden vervoerd. Als

Zeeland van deze ontwikkeling en van de verbeterde lig-

ging profijt zal willen trekken, dienen voor een verdere

groei van de industrie voorzieningen te worden getroffen
op het gebied van de infrastructuur van het verkeer. Wat

de spoorwegen betreft bestaan er plannen voor Goes,

waar het nieuwe industrieterrein via, een stamlijn op het

bestaande net zal worden aangesloten.

Perspectieven voor een verder gaande industrialisatie

bestaan daarnaast in Zeeuwsch-Vlaanderen, niet name wat

de plannen betreft voor de verbreding van het kanaal Ter-
neuzen-Gent. De uitvoering van deze plannen biedt ruime

industrialisatiemogelijkheden. Nieuw te vestigen indus-

trieën zullen zonder bezwaar op de vrijwel parallel met het

kanaal lopende spoorlijn kunnen worden aangesloten.

Een veelomvattend project voor uitbreiding van be-

staande en vestiging van nieuwe industrie is tenslotte de

afdaniming van het Sloe en het op deze plaats aanleggen

van havens en industrieterreinen. De ligging aan diep

buitenwater verzekert een ideale vestigingsplaats, die echter

van ver6indi6gen met het achterland zal moeten worden

voorzien. Tn dit plan is daarom de aanleg yan een spoor-

weg van Vlissingen over de Sloedam naar de goederen-

ringlijn op Zuid-Beveland opgenomen. Van deze stamlijn
zullen de benodigde sporen naar het havengebied kunnen

aftakken. De spoor,eg heeft hier in de toekomst goede

kansen door de relatief lange vervoersafstanden tot andere:
binnenlandse en buitenlandse industriegebièden.

Utrecht.

.

Drs. J. H. TEN THIJE.

(advertentie)

N.V. CORNS. SWARTTOVW’s

– STUWADOORS MAATSCHAPPIJ

ROTTERDAM

AMSTERDAM-ANTWERPEN-GENT

MOMBASA-DAR ES SALAAM-TANGA-MTWARA

13-12-1961

.

1205

Zeehavens in Zeeland

De Westerschelde is te beschouwen als een ,,tweede

Nieuwe Waterweg”, door de natuur gegeven, door de

Nederlanders nog naüwelijks uitgebuit. De haven van Vlis-

singen, hoeveel bedrijvigheid zij ook heeft geschapen, heeft

niet de continue expansie gebracht -die men had verwacht

bij de aanleg in 1874 en de uitbreiding in 1931. Ook de

uitbreiding van de activiteiten in de haven van Terneuzen

is benden de verwachtingen gebleven. Sedert 1875 heeft

zich in Vlissingen – na de Kon. Mij. De Schelde – geen

groot industrieel bedrijf meer gevestigd. Hetzelfde geldt

voor de kanaalstreek achter Terneuzen, waar zich in 1929

de laatste grote vestiging voordeed, de Compagnie Néerlan-

daise de l’Azote. Hansweert tenslotte zou een knooppunt
van coaster- en binnenscheepvaart kunnen zijn; van blij-

vende groei voorbij een zeker punt is echter geen sprake.

De oorzaken van deze stagnaties zijn gelegen in de ge-

ringe belangstelling van de zijde van Overheid en bedrijfs-

leven; er is een drempel waarover de expansie niet heen

komt zonder zekere impulsen.

Enige jaren geleden is daarin verandering gekomen. De

Minister van Economische Zaken schrijft in de Zesde

Industrialisatienota de volgende ,,considerans”:

,,Gelet op de ontwikkelingen, die in de komende decennia
met name aan de Nieuwe Waterweg en aan het Noordzeekanaal
te.verwachten zijn, is het in de eerste plaats gewenst om uit
te zien naar andere vestigingsmogelijkheden voor aan het zee-verkeer gebonden industrieën. Het gaat hier om een vraagstuk
van nationaal belang, waarbij in principe al onze kust-provincies
betrokken zijn en waarbij enige gebieden met name mogen
worden genoemd. De ondergetekende denkt hierbij het eerst aan de invloed, die zal uitgaan van het Deltaplan, dat in zijn
verwezenlijking als het ware een brug zal slaan tussen het gebied
van de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde. De streken
langs laatstgenoemde internationale vaarweg zullen immers on-
middellijke verbindingen krijgen met het zuidelijke industrie-
bekken van de Randstad Holland en daardoor betrokken kunnen
worden bij de ontwikkeling in dat gebied. Het stemt daarom
tot voldoening, dat mede op instignatie van de provincie Zee-
land de mogelijkheden-die het Sloeplan biedt, in onderzoek zijn
genomen……. -‘

In de Zevende Industrialisatienota wordt de Sloehaven

gerekend tot ,,enkele bijzondere projecten die van uit-

zonderlijke betekenis voor de industriële ontwikkeling zijn”.

Deze Sloehaven wordt momenteel aangelegd en zal binnen

luttele jaren gereed zijn. De Kon. Mij. De Schelde vestigt

er een bouw- en reparatiewerf, onder andere voor zeer

grote schepen: Voor het overige is er reële belangstelling

voor andere vestigingen. Er

.
ROTTEDÂM

STMAA
TEAWUK

SLOEHAVEN

ANTWERPEN

1

9

GENT



;USSEL

zai ongetwijteiü een relatie

groeien met de havencom-

plexen van Rotterdam en

Antwerpen; de gunstige lig-

ging dichtbij de Noordzee is

evident. De kosten van aanleg

beslaan weinige tientallen mil-

joenen, omdat het Sloe om

redenen van veiligheid toch

moet worden afgedamd en

omdat openbare werken als

wegen, spoorwegen en water-

wegen tegen relatief geringe

kosten kunnen worden aan-

gelegd. Gezien de zeer hoge

kosten van – overigens aller-

noodzakelijkste – projecten

– als Europoort biedt de Sloe-

haven nationaal belangrijke

vestigingsmogelijkheden voor

bedrjveii die in Europoort en

andere havens beneden de

hoge seleôtiecriteria vallen.

Voorlopig komt er reeds 700

ha beschikbaar, gelegen aan

vaarwater voor geladen sche-

pen van 45.000 ton dead-

weight.

Veel van het hierboven ver-

melde geldt ook voor het

kanaal Gent-Terneuzen dat

in de komende zeven jaar

geschikt wordt gemaakt voor

schepen van 50.000 ton dead-

weight; thans is de capaci-

teit 10.000 ton Deze werken

worden in de eerste plaats

voor de haven van Gent uit-

1206

13-12-1961

gevoerd; België betaalt dan ook 80 pCt. van de kosten op

Nederlands gebied. Voor Nederlandse rekening komt on-

geveer
f.
30 mln. Teneinde de werken ook aan de Neder

landse economie ten goede te doen komen worden uit-het

zgn. infrastructuurfonds van het Rijk enkele aanvullende

werken bekostigd, waaronder werken op het gebied van

de watervoorziening en een afvalwaterleiding. Het kanaal

mag worden beschouwd als een belangrijke Benelux-

ontwikkeljngsas, die haar reikwijdte heeft tot in Frankrijk,

West-Duitsland en Zwitserland. De afstand Terneuzen-

Rijssel bedraagt bijv. slechts 100 km. Ook in deze zone is

reële belangstelling voor de vestiging van grote bedrijven.

Met name de industrieterreinen ten westen van Terneuzen,

gelegen aan de Westerschelde en buiten de sluizen, vormen

een opvallende vestigingsplaats. Zij vinden in deze om-

geving een goed klimaat, dat is voorbereid door de grote

en zware industrieën die zich reeds vroeger aan het kanaal

hebben gevestigd. –
Hansweert is een derde internationaal bekend scheep-

vaartcentrum. Door het kanaal van Zuid-Beveland pas-

seren jaarlijks 90.000 binnenschepen en kustvaarders. Het

verbindt Antwerpen en Gent met Rotterdam en de Rijn.

In Hansweert bestaan plannen tot inrichting van een kleine

overslaghaven. Kustvaarders uit Engeland die voor over-

lading van of in Rijnschepen naar Antwerpen plegen te

gaan, zouden zich de lastige scheepvaartroute van Hans-

weert tot Antwerpen en terug kunnen besparen wanneer

zij bij Hansweert zouden verladen. Deze haven dringt zich

op natuurlijke wijze naar voren als een economische stand-

plaats. –

Vlissingen, Terneuzen, Hansweert – drie natuurlijke

gegevens aan de Westerschelde.
Zij
kunnen bij een juist

ontwikkelingsbeleid even zo veel nieuwe en weinig kost- –

bare welvaartsbronnen voor ons land worden.

Middelburg.

Drs. M. C. VEREURG.

Regionale samenwerking over

cie staatsgrens heèn

De staatsgrens, een economisch gegeven van betekenis,

snijdt een economisch landschap willekeurig in twee

parten. Van Sluis tot aan Vaals kan de gewone man hier-

over meespreken. Men mag zich, zonder staatspolitieke

bijbedoelingen, afvragen .hoe de ruimten tussen Gent en

Rotterdam met economische activiteiten gevuld zouden

zijn, ware het niet dat er sprake is van twee staatsver-

banden. Klachten hierover zijn zinloos. Het verdient meer

aanbeveling ons te beraden over de toekomstige ontwikke-

lingspolitiek door de Regeringen in Brussel en Den Haag

te ontwerpen alsof er geen staatsgrens zou bestaan. – Voor

Zeeland is dit een actueel stuk politiek dat toegevoegd

dient te worden aan het overige ontwikkelingsbeleid, aan

alle investeringen die door omstandigheden in deze decen-

nia aan het Deltagebied ten deel vallen. Nu de technici

niet meer terugschrikken voor een werk als het Deltaplan,

is het aan de staatslieden het administratieve kader te

scheppen waarbinnen het project voor de rivierbekken-

ontwikkeling tot zijn recht zal komen.

Het regime van de tussenwateren, lopende van dê zee

13-12-1961 –

1207

(Adv.)

Haven
van

TERNEREN

AUG. BE MEIJER

ZONEN’S

Scheepvaart. Expeditie & Agentuur Mij. N.V.

TERNEUZEN

Opgericht 1879

Telex: 11493 – Telegr. adres: DEMEYER –

Tèlef,: 2341 (8 lijnen)

Het leidende

VEEMBEDRIJF

van Zuid-Neder/and

Magazijnen aan groot vaarwater, waar zee-

schepen kunnen laden en lossen.

Mobiele en elektrische 5- en 6-tons kranen,

2 drijvende kranen (lO-tons).

i’anden: Zuiddok

: 3.850 m
2
vloer

Stationskade: 1.780 m
2

Vemen Oost-West

: 660 m
2

In aanbouw

: 850
m
2

Elektrische maal- en menginstallaties.

Automatische opzakinrichtingen voor:

jute en normale papieren zakken (ge-

naaid) met elektrische naaimachine.

voor papieren ventielzakken, volauto-

matische vul-, weeg- en sluitmachines.

Zorgvuldige behandeling, wegen, tellen en

controle door jarenlange ervaring.

Grote open opslagterreinen voor kolen, ertsen

en andere stortgoederen.

tot aan de convntionele rivieren – waar de getijden

geen invloed meer hebben – is de belangrijkste volken-

rechtelijke hypotheek die drukt ‘op de ontplooiing van de

grensgewesten. Van 1585 tot 1795 is de Westerschelde ge-

sloten geweest door militaire maatregelen. Antwerpen en

de gehele voordien zo bloeiende delta hebben er ernstige

schade van ondervonden. Koning Willem 1 die soeverein

was over Noord en Zuid kon pas weer een regionale

Benelux-politiek voeren. Hij deed dan ook van 1825-1827

het Kanaal Gent-Terneuzen uitvoeren. Maar in 1830

kwam de Opstand, in 1839 de Scheiding. Het verdrag van

1839 heeft op het stuk van de Schelde en de verbinding

met de Rijn niet geleid tot een bevredigende regeling. Van

beide zijden is er veel gechicaneerd, ten koste van de

grensprovinciën. Daar kan westelijk Noordbrabant van

meepraten.

Lange tijd hebben de stop van Ternaaien, het Schelde-

Rijnkanaal en het Kanaal van Gent naar Terneuzen een

niet te ontwarren kluwen van problemen gevormd. Nadat

zij waren ontknoopt is er in 1961 een verdrag voor het

laatste kanaal gesloten. Het wordt nu van een capaciteit

van 10.000 ton op 50.000 ton gebracht. Men kan niet
beweren dat daarmee de zaak is afgehandeld. Te veel

aspecten zijn niet geregeld. Trouwens, de streek kwam en

komt er niet aan te pas; de Ministeries van Buitenlandse

Zaken voeren formeel het beleid. Een
bijzonder
actuele

vraag is, of de Benelux Economische Unie ook niet tot

taak moet hebben aan de Benelux een interregionale inhoud

te geven. Wie de hierv&r aangeduide mogelijkheden in

het oog houdt, die van een zich in de toekomst opvullende

ruimte in de delta, antwoordt hierop bevestigend. De

Economische Raad van Oost Vlaanderen en het Econo-

misch Technologisch Instituut voor Zeeland onderhouden

op dit punt nauwe contacten die in de Unie momenteel

worden geïnstitutionaliseerd. Voor het gehele Benelux-

middengebied, dat met soortgelijke vraagstukken te doen

heeft, is dit een belangwekkende toetssteen.

Het gaat om âanvullende werken, die niet in het kanaal-

verdrag
zijn
geregeld. Met betrekking tot de wegen-

tracé’s in de richtingen noord en zuid is er geen ontwikke-

lingsplan. Het Belgische binnenwaterwegennet dat een

capaciteitsverhoging moet ondergaan van 300 of 600 ton

tot 1.350 ton ter ontsluiting van een achterland tot in

Frankrijk toe – er is een tienjarenplan voor – moet snel

worden gecalibreerd. Ten aanzien van de spoorwegen, de

openbare nutsvoorzieningen, de afvalwaterleiding en het

ontwikkelingsbeleid is meer coördinatie vereist. Het grens-

verkeer en de verbetering van de toeristische infrastructuur,

het regiona1e agrarische beleid (cultuurtechnische werken)

zijn eveneens vraagstukken die ,,aus einem Gusz” moeten

worden bestudeerd. Er is tussen Aardenburg en Maldegem

over het Leopoldkanaal nog een tweetal noodbruggen die

dateren uit de eerste wereldoorlog. Zij typeren de behoefte
aan een gezamenlijke infrastructurele aanpak, die op lange,

termijn zal moeten uitlopen op een kustweg van West en

Oost Vlaanderen naar Rotterdam. Met een beperkte

nationale blik blijft die weg een impasse.

Het ,,Europa der gewesten” is nog nauwelijks tot zijn

recht gekomen ondanks het feit dat het één van zijn meest

karakteristieke eigenschappen vertoont, dat het de beste

weg naar integratie is. Zolang in de gewesten aan weers-

zijden van de grens de economische structuur en het beleid

zo uiteenlopen is er geen sprake van een volledige Benelux-

integratie.

Middelburg.

Drs. M.
C.
veaauga.

1208

13-12-1961

Het toerisme in Zeeland

De gebrekkige verbindingen hebben Zeeland lange tijd

het aanzien gegeven van een min of meer afgelegen gebied.

Mede daardoor is de toeristische belangstelling voor deze

provincie tot voor enkele jaren van relatief bescheiden

omvang gebleven. De rust en de andere bekoorlijkheden

van

het landschap en. de kleine steden werden weliswaar

reeds vroeg door verschillende categorieën vakantiegangers

ontdekt, doch de grote stroom richtte zich op andere

oorden. –

In de laatste jaren beginnen zich in deze situatie ingrij-

pende veranderingen af te tekenen. De groei van het sociale

toerisme, de toegenomen motorisering, de overbevolking

van andere vakantiecentra en de verdere ,,ontsluiting”

van Zeeland hebben de toeristische bedrijvigheid in deze –

provincie sterk doen toenemen. Een krachtige voortzetting

van deze tendentie ligt in het vooruitzicht. Nieuwe recreatie-

gebieden, o.. de Braakman en het Veerse Meer, komen

geleidelijk in exploitatie. De accommodatie rond de rela-

tief nog schaars bevoikte Zeeuwse stranden. zal op de

ontvangst van grotere aantallen beioekers worden afge-

stemd. Door de afsluiting van de zeegaten en de daarmee

gepaard gaande verbetering van de verbindingen zullen

het Nederlandse en het Belgische strandareaal tot een

min of meer aaneengesloten gebied groeien.

Speciale vermelding verdient het feit, dat door de uit-

voering van het Deltaplan in Zeeland een uniek water-

sportgebied zal ontstaan. Rond het Veerse Meer en rond

de Oosterschelde zullen verschillende jachthavens worden

aangelegd. De ligging van de wateren is zodanig, dat ook

op een grote belangstelling uit het buitenland, met name

uit België, mag worden gerekend.

De volgende cijfers, ontleend aan een onderzoek van

het E.T.I. voor Zeeland, geven een indruk van de omvang

van de toeristische bedrijvigheid in
1959:.,

Overnachtingen
…………….
-1.540.000
Buitenlandse dagtoeristen
…….
900.000
Binnnenlandse dagtoeristen
……
250.000

Ten opzichte van 1957 was het aantal overnachtingen

met
85
pCt. gestegen, het aantal buitenlandse dagtoeristen

met 20 pCt. Hoewel voor 1960 en 1961 nog geen definitieve

totaalcijfers bekend zijn, kan toch reeds worden vast-

gesteld, dat ondanks het minder gunstige weèr een verdere

toeneming van de toeristische bedrijvigheid heeft plaats-
gevonden. De overnachtingsstatistieken van tien belang-

rijke badplaatsen geven voor 1960 een stijging van 12 pCt.

aan. Voor de periode 1961-1970 wordt voorzichtigheids-

halve een verdubbeling van het toerisme verondersteld.

Opmerkelijk is de grote aantrekkingskracht, die de

Zeeuwse stranden op de Duitsers uitoefenen. Vergeleken

met 1958 was in 1959 de stijging van he(aantâl over-

nachtingen van Duitsers in Zeeland (138 pCt.) aan-

merkelijk groter dan voor Nederland in zijn geheel (35 pCt.).

Ook de toeneming van het totale aantal overnachtingen ‘

(57 pCt.) was groter dan die voor alle Noordzeebad-

plaatsen
(15
pCt.).

Investeringen.

Vanzelfsprekend maakt de uitbreiding van de toeris-

tische voorzieningen belangrijke investeringen nood-

zakelijk. In de particuliere sector worden daartoe reeds

de nodige initiatieyen ontplooid. Voor zover de investerin-

gen evenwel ten behoeve van collectieve voorzieningen.

zoals wandel- en rijwielpaden, duinovergangen etc. worden

verricht, dienen zij door de Overheid – d.w.z. door de

gemeenten, de provincie en het Rijk – te woiden ge-

financierd. De rentabiliteit van deze algemene investeringen

in de recreatiesector

Het buitenlandse dogtourisme in Zeeland _____

900000

.

totaat

800000

700000

600000 , .

– Z.-Vlaonderen

50000
0

400000

300000

.

____ ____ .

. midden-Zeeland
•4
__#

200000′

.

4•_
4

100000

0

0
1952

’55

’56

57

‘9

jarèn

wordt veelal nog sterk

onderschat
1)

De gemeenten zijn

meestal te klein en

daardoor te weinig ka-

pitaaikrachtig om de

gewenste voorzienin-

gen voor de grote aân-

tallen gasten zelf te

kunnen bekostigen.

Een gemeentelijke toe-

ristenbelasting zou

hier reeds verlichting

schenken. Ook de mid-

delen van de provincie

zijn beperkt. Met vol-
doening dient daarom

te worden geconsta-

teerd, dat de Inter-

departementale Com-

missie voor het Toe-

risme en de Rijksdienst

1)
Zie: ,,Analyse van
baten van het toerisme”
door Drs. M. C. Verburg
in ,,E.-S.B.” van 17 mei
1961.

13-12-1961

1209

voor Aanvullende Werkgelegenheid belangrijke subsidies

hebben verleend voor verschillende toeristische projecten.

De financiële bijstand van het Rijk houdt verband met

de aanwijzing tot probleemgebied, maar moet ook gezien

worden tegen de achtergrond van de nationale belangen,

die hier op het spel staan. In de eerst,pIaats draagt het

buitenlandse toerisme bij tot verhoging van het nationaal

inkomen en van de deviezenvoorraad. Verder moet de

vergroting van de recreatiemogelijkheden in ons dicht-

bevolkte land êveneens als eén nationale kaak worden

beschouwd. Hierbij zij aangetekend, dat in Zeeland nog

grote
mogelijkheden
voor het sociale toerisme aanwezig

zijn.

Vooral het recreatieplan voor het Veerse Meer zal

omvangrijke investeringen – minstens f.
5
mln. – vergen.

Gezien de beperkte financiële draagkracht van de omlig-

gende gemeenten zal ook hier voor verschillende onder-

delen de steun van het Rijk moeten worden ingeroepen.

Met de voorzieningen, die voor de eerstvolgende jaren.

ontworpen zijn, zullen verschillendé categorieën toeristen

gebaat zijn, zodat het toerisme een bredere basis zal ver-

krijgen. Zowel de minnaars van strandgenoegens en water-

sport als die van landelijke rust en oude stadjes zullen in

Zeeland hun hart kunnen ophalen. Zij zullen kampeer-

terreinen, bungalowparken, zomerhuisjes, hotels, pensions

en wellicht zelfs een Eurotel (Vrouwenpolder) tot hun

beschikking vinden.

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het weekend-

toerisme, dat tot een betere seizoenspreiding kan bijdragen.

Reeds thans is merkbaar, dat de vrije zaterdag de betekenis

van het weekend-toerisme heeft vergroot. Deze tendentie

zal zich
ongetwijfeld
voortzetten gezien de veranderingen,

die zich in de wijze van vakantiehouden voltrekken.

Middenstand.

De omvang’ van de toeristische bestedingen werd voor

1959
reeds op ruim f. 40 mln, geschat, hetgeen erop wijst,

dat hier sprake is van een belangrijke bestaansbron.

Van deze bestedingen profiteren niet alleen de Horeca-

bedrjven, maar ook – direct of indirect via het multiplier-

effect – de winkelbedrijven, de ambachten en enkele

industrieën. Het toerisme maakt daardoor een verhoging

van het welvaartspeil mogelijk, zelfs in die gemeenten

waar de bevolking stagneert of terugloopt Koopkracht-

injecties döor middel van toeristisch bezoek brengen ver-

betering in de vaak moeilijke pbsitie van de middenstand

op het platteland. De omzetten stijgen zonder dat een

proportionele verhoging van de kosten plaatsvindt.

• Het toerisme wordt ook als een nieuwe bestaansbron’

gezien voor gemeenten, waar de visserij gedoemd is te

verdwijnen. Het kan een zekere compensatie geven voor

de verwachte koopkrachtvermindering. Deze kwestie is

actueel geworden voor Veere, waar de vissersvloot reeds

vertrokken is en waar thans een belangrijke rijkssubsidie

is toegezegd voor de aanleg van een jachthaven.

Vooi de provincie in haar geheel kan worden geconclu-

deerd, dat de groei yan de toeristische activiteiten de

rentabiliteit van het op vele punten met overcapaciteit

werkende dienstverleningsapparaat zal verbeteren.

Door de uitvoering van de projecten, die de provincie

aantrekkelijker moeten maken voor de toeristen, wordt

Zeehnd tevens aantrekkelijker gemaakt voor de eigen

mensen. De ,,leefbaarheid” wordt verhoogd, waardoor de

binding aan de streek groter wordt. Aangezien hierdoor

tevens een gunstiger vestigingsklimaat ontstaat, wrdt

langs deze
zijde
ook het industrialisatieproces bevorderd.
Middelburg.

Drs. C. DE SCHIPPER.

GOES

• Centrale ligging in het Deltagebie’d tussen de Rotterdamse en Antwerpse

havens en industriecomplexen.

• Centrum van handel, landbouw, fruitteelt en industrie.

• Verbindingen in alle richtingen te land en te water.

• Moderne ontwikkeling van de woningvoorziening en het onderwijs.
• Middelbare en technische scliolen.

• Ruime recreatiemogelijkheden.

Acm gewezen als ontwikkelingscentrum met de bekende faciliteiten

INLICHTINGEN BIJ HET GEMEENTEBESTUUR (01100) 52 10

1210

(Advertentie)

.

13-12-1961

/

Zeelands wijde uitspansel

Het zijn vele activitëiten die zich afspelen dnder Zeelands

wijde hemelkoepel. De witte zomerwolken en de grauwe

herfstslierten trekken over de massale Dèltawerken en de

grootscheepse werken welke op vele plaatsenin’de provincie

ter voorbereiding van nieuwe werkgélegenheid w&den

uitgevoerd. Het heldere licht van het Zeeuwsè land en

water, dat altijd iets klaarder en iets penetranter is geweest

dan elders, heeft van oudsher de schilders en de dichters

naar Zeeland gelokt. En zij
blijken
de siegbereiders te zijn

geweest van grote drommen die thans de bijzondërê feer

van dit Zeeuwse gebied hebben ontdekt om daarvan te

profiteren voor het uitleven van hun steeds gröeiende

recreatiedrang. Het zij hun van harte gegund!

Ja… het zij hun van harte gegund! Maar hoe kunnen

wij dit waar maken; niet alleen voor de huidige bezoekers

eri die van de komende jaren, maar ook voor de generaties

na ons. Wat zullen wij hun – ook in de toekomst –

kunnen bieden? Waar gaat het eigenlijk om; wat is er eigen-

lijk aan de hand? De realiteit is dat Zeeland nu al over-

stroomd wordt door toeristen. Nu zijn de Zeeuwen zolang

Zeeland bestaat vergroeid met het gevaar van overstromin-

gen en zij raken daarbij beslist hun hoofd niet kwijt; ook

niet bij deze wassende toeristenst room. Zij weten dat

gevaarlijke stromingen moeten worden geleid en zo nodig

afgeleid om bedreigde plaatsen veilig te stëllen.

Dat de toeristenstroom blijft wassen begrijpt iedereen.

Er kunnen nu eenmaal geen bordjes met ,,vol” op de

7800

7700

17600

7500

7400

?300

1200

1700

1000

900

800

700

600

500

400

300

200
0


100

-c

Q
1954

1957

7960

Bron: C.B.S:en E.T/.Z.

maar onderling gescheiden zijn door landschappelij
k

aantrekkelijke agrarische gebieden of door nieuw te creëren

AANTAL OVERNACHTINGEN

VAN TOER/S TEN IN ZEELAND

ke

— ..

.-
/

Kreékrakdam en over een paar jaar op de Grevelingendam

worden geplaatst om de bezoekers tegen te houden.

Zolang er nog plaats is om zich te ,,recreëren”, en er is

veel ruimte in Zeeland, zal de toeristenstroom blijvén

stuwen en zich splitsen in •een oneindig aantal kleine

stroompjes om tenslotte uit te vloeien over alle aantrekke-

lijke plekjes. Op de peilschaal van de Provinciale V.V.V.

is voor het jaar 1957 de vloedstand gemarkeerd met 1

miljoen overnachtingen in geheel Zeeland. De stand in

1959 was 1/4. miljoen en voor 1961 werd het merkteken
van 24 miljoen bereikt.,

Het verhaal van het legendarische jongetje dat in Haar-
lem niet zijn duim een gat in de dijk gestopt heeft en daar-

mee een dijkdoorbraak voorkwam, is aardig en doet opgeld

in Amerika, maar is niet waar. Wel. is het waar dat in

de stormvloednacht van Ifebruari 1953 de mannen van

Colijnsplaat met hun ruggen de vloedplanken in de dijk-
coupue van de haven hebben gesteund en daarmee het

dorp voor een ramp hebben behoed. Zij zullen het ook nu

wel klaren met deze nieuwe vloedgolf. Er wordt thans in

hoog tempo – maar weloverwogen – gewerkt aan ge-

meentelijke uitbreidingsplannen en provinciale streek-

plannen om tot een verantwoorde indeling van het Zeeuwse

recreatiegebied te komen.

Hoe dif recreatiegebied te omgrenzen is, valt haast niet

meer të zeggen. Tot in de meest verborgen uithoeken

kabbelt de recreatiestroom voort. Maar in de ruimtelijke

opdeling van het gebied zullen de kwetsbare plaatsen veilig

moeten w&den gesteld. Het is op zichzelf geen bezwaar

als in het agrârisch gebied een enkel kampeerterrein, mits

goed geoutilleerd en landschappelijk behoorlijk aangepast,

zijn plaats vindt. Dit recreatie-element mag hier evenwel
niet gaan overheersen of een opdringerig aspect krijgen.

De Landbouw (met een grote L) aanvaardt dat in de

specifieke recreatiegebieden offers aan landbouwgrond

zullen moeten worden gebracht om de ‘akantie-accont-

modatie een plaats te biëden, overtuigd als men ook in

deze sector is dat,”wat er nog aan natuurgebied over is,

zo waarde’vol en onmisbaar is, dat hieraan slechts in uiterste

noodzaak getornd mag worden. Dat in deze natuur-

gebieden toch enkele offers gebracht zullen moeten worden

zal anderzijds eveneens duidelijk moeten zijn. Zo zullen,

voor het ontslüiten van moeilijk toegankelijke stranden,

paden of wegen door de duinen moeten worden aangelegd,

zoals bijv. in het nieuwe streekplan voor Schouwen-

Duiveland is voorzien. Dit zullen dan de leiddammen zijn

om de stroom te beheersen en af te leiden van de kwets-

bare plaatsen. Het is denkbaar, dat voor een bijzondere

ontwikkeling ook nog eens een enkel offer gebracht zal

moeten worden. Daar staat echter tegenover dat ook

nieuwe natuurgebieden ontstaan en nieuwe landbouw-

gronden worden aangewonnen. Denk aan het Veerse Meer!

Voor Walçheren wordt een nieuw streekplan voor-

bereid. Voor de recreatieve sector van dit plan wordt ge-

dacht aan zones dieylak aèhter strand en duin zijn gelegen

13-12-1961

.

– 1211

natuurgebieden. Een recreatieweg zal deze zones, waar

dus de vakantie-accommodatie gesticht dient te worden,

aan elkaar rjgen en aansluiting gevenaan de oude en

nieuw aan te leggen toevoerwegen (de Dammenweg).

Met zorg zullen de gebieden die bescherming nodig heb-

ben, zoals de ,,Manteling” en de buitenplaatsen in noord-

westelijk Walcheren, omgeven worden met ,,stilte”-zones.

Het handhaven daarvan zal een krachtig planologisch

beleid vragen, want de vloedstroom stuwt steeds verder

voort.

Voor West-Zëeuwsch-Vlaanderen is eveneens een streek-

plan in voorbereiding en de
vijf
recreatiegemeenten aan

de kust hebben reeds in onderlinge samenwerking een

soortgelijk zoneringsplan als voor Walcheren op papier

gebracht.

Het streekplan Schouwen-Duiveland is reeds genoemd.

Binneiikort is de publikatie van het concept-plan te ver-

wachten. In dit plan is de koek eigenlijk al opgedeeld.

Alle aantrekkeljke plekjes in de Westhoek van Schouwen

welke nog voor recreatie-activiteiten in aanmerking konden

worden genomen hebben daarin hun bestemming ge-

kregen. Toch blijft de capaciteit van de uitgestrekte

stranden van Schouwen nog vele malen groter dan het

aantal slaappiaatsen dat na de realisering van de mogelijk-

heden van het streekplan aanwezig zal zijn.

Ook op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen iS de

nieuw te stichten vakantie-accommodatie in evenwicht

met de opnamecapaciteit van het strand. Een betrekkelijke

rust zal dus op de stranden nog wel blijven heersen. Tenzij

na het gereedkomen in 1964 van de Grevelingendam een

nieuwe vloedgolf, die van het dagtoerisme, ook Schouwen

zal overspoelen. Maar dan zal de wal het schip moeten

keren of, om in hetzelfde beeld te blijven: dan zullen de

stoere ruggen weer de vloedplanken in de dijkcoupure

moeten stutten en men zal van geen
wijken
moeten weten
tot de vloed weer zakt.

,,Panta rei”: alles vloeit! Alles verandert. De tijden van

de ,,Zeeuwsche Mijmeringen” van Dr. P. H. Ritter zijn

voorbij. Behalve voor de Zeeuwen zelf; die weten na het

seizoen als de toeristenvloed weer is weggeëbt de mijmer-

plaatsjes nog wel te vinden. En ons slaat dan ook niet de

schrik om het hart zoals bij de heer v. d. W., volgens zijn

inleiding tot het Zeeland-nummer van de ,,Kampeer-

kampioen” (november 1961), bij het horen van de plannen

voor het sterk verticale Eurotel bij Vrouwenpolder. Ieder

die het Zeeuwse karakter kent, en daartoe behodrt kenne-
lijk niet de heer v(van) d(er) W(eyde), weet dat de Zeeuw

een rustig, zelfbewust karakter heeft met een bepaalde

innerlijke beschaving en waardigheid en dat past niet bij

het beeld dat de heer v. d. W. ons suggereert: ,,een uiting

van een nerveuze drang om toch vooral niet voor achterlijk

te worden aangezien”. Dit dus met betrekking tot ,,een

wolkenkrabbend Eurotel” in Vrouwenpolder.

De Zeeuw wil evenals ieder ander respectabel Neder-

lander zijn gebied tot een homogene ontwikkeling brengen.

In de recreatiesector zal hij dat zelfs moeten, want hij kan

niet eeuwig met zijn rug de vloedplanken van de coupure

blijven stutten. En als een Zeeuw iets tot ontwikkeling wil

brengen dan schuwt’ hij het gebruik van moderne midde-

len, als die goed
zijn,
niet. Het is niet voor niets dat de

Zeeuwse landbouw zo’n vooraanstaande plaats inneemt.

Er is in het uitbreidingsplan van Vrouwenpolder tussen –

Oranjezon en het dorp een kampeergebied aangewezen

dat een capaciteit heeft van ca. 20.000 slaapplaatsen.

Dat is maar even minder dan nodig is voor alle inwoners

van Middelburg tezamen. Ik heb hiervan – in het openbaar

althans – niet ervaren dat iemand de schrik om het hart

is geslagen. Men vindt dit – terecht – nodig. Maar mij

slaat de schrik om het hart als ik denk aan de wriemelende
hoop van fel gekleurde tentjes, lelijke caravans, miezerige

kampeerhuisjes, eventueel ng gelardee,rd met knusse

bungalow- en landhuizenterreintjes. Moeten wij met uit-

sluitend deze middelen een moderne badplaats – want

dat wordt Vrouwenpolder of wij het leuk vinden of niet

– opbouwen?

Het komt er in het leven meestal niet zo zeer op aan wat

wij doen maar wel dat wij het goed doen. En ook dat

verticale Eurotel en die miezerige kampeerhuisjes kunnen

goed worden gedaan. Het is een geruststellende gedachte

dat tenslotte alles steeds weer overkoepeld wordt door

Zeelands wijde uitspansel.

Middelburg.

Ir. M. DE VINK.

DELTAPLAN

Schade door rechtmatige overheidsdaad

Het Deltaplan brengt Zeeland voordelen,

vooral veiligheid maar ook verbindingen, recrea-

tiemogelijkheden, zoet water en nog meer. Maar

het Deltaplan brengt ook nadelen met. zich. In

het bijzonder zal de Visserij schade
lijden
en

daardoor in de visserij-centra ook de plaatselijke

gemeenschap, de verzorgende bedrijfstakken.

Mogelijk kan ook voor de landbouw plaatselijk
nadeel ontstaan.

Schade vraagt compensatie. Vanuit Zeeland

wordt in dit verband aangedrongen op maat-

regelen ter ontwikkeling van compenserende be-

staansbronnen, bijv. toerisme of industrie. Ook

bij de rijksoverheid zal de voorkeur worden ge-

geven aan stimulerende kapitaalwerken en rege-

lingen, dus algemene voorzieningen, om de be-

nadeelde gemeenschap een vervangende be-

staansbasis te bieden. Ook de Visserij dient zo

mogelijk op deze wijze te worden geholpen.
Als voorbeeld kan Veere dienen. Voor de ge-

troffen vissers aldaar is een nieuwe haven in

Colijnsplaat aangelçgd; aldaar is de woningbouw
gestimuleerd; diverse regelingen vergemakkelij-

ken de overgang. Yeere zelf krijgt (met een kleine.

eigen bijdrage) een jachthaven van
f.

250.000 en

zal zich ook overigens op de veelbelivende re-

creatie richten.

Een soortgelijke gang van zaken is in de toe-

komst elders wenselijk, waarbij opnieuw regio-

nale en rjksinstanties kunnen samenwerken. Het
proefbassin voor oestercultuur en mosselverwa-

tering en een nieuwe haven voor Yerseke passen

in dit kader. Alleen in gevallen van onevenredige

schade is een ifdividuele vergoeding noodzake-

lijk.

Zo is het – gezonde – principe van de Delta-

wet: het openen van nieuwe bestaansbronnen

door algemene maatregelen, met alleen in de

extreme gevallen individuele bijstand.

1212

13-12-1961

Het wönen als

Delta-avontuur

Waarom?

Waarom woont U waar U woont? Een analyse van de

antwoorden op deze vraag onthult vele factoren, welke

wij in twee groepen kunnen verdelen. Teneinde
wel
een

duidelijk onderscheid te maken, maar
niet
door de be-

naming een kwalheitsoordeel of een rangorde van geeste-

lijke waarden aan te &iiden, zullen wij spreken van de

A-groep en de B-groep. Dat wij meestal eerst A zeggen

en dan B is wel van betekenis voor deze indeling.

De A-groep..

De A-groep van factoren betreft de bezigheden buitens-

huis. B.b.h.h. is niet alleen een aanbeveling voor een –

kamerhuurder, maar een iedeE die b.b.h.h. weet dat de

ligging van zijn wonihg ten opzichte van zijn niet-huiselijke

bezigheden van zeer grote betekenis is.

Wij zullen in deze beschouwing niet het statistische

begrip ,,huishouding”, maar het maatschappelijke en

biologische begrip ,,gezin” centraal stellen. Want in de

stedebouw, en met name als wij het wonen bezien, zijn de

wensen van het moderne gezin in zijn opeenvolgende stadia

richtinggevend.

Het gezin kent zes stadia:
het jonge gezin zonder kinderen;
het gezin met kinderen in de l.o.-leeftijd;
het gezin met kinderen in de Ieeftijdsklasse van m.o.

en nijverheidsonderwijs;

het gezin met werkende of doorstuderende kinderen;

het werkende gezin waar de kinderen het huis ver-
lieten;

het gepensioneerde of A.O.W.-gezin.

Werkkring
en
onderwijs
zijn in de A-groep de meest

plaatsbepalende factoren. Indien de heer des huizes werkt

in Rotterdam, dan zoekt hij zijn woning niet in de eerste

plaats in Groningen. Wij betreuren het in een afgelegen

dorp te wonen als onze dochter een gymnasium-hoofd

heeft. En de werkzoekende kinderen zijn gebaat bij een

centraal gelegen woning in een veelzijdige arbeidsmarkt.

Het onderkennen van deze gezinsstadia houdt tevens

in dat wij denatuurljke voortgang van stadium 1 naar

stadium 6 onderkennen. Ieder der voorgaande stadia

houdt in potentie de volgende stadia in zich.

Tevens zien wij dat ten aanzien van werkkring en onder-

wijs de plaatsgebondenheid van de woning groter – en

dis de keuzevrjheid kleiner – wordt naarmate het gezin

evolueert van het eerste naar het derde en vierde stadium.

In stadium 1 en 2 kan de keuze van de plaats van de wonihg

nog in de eerste plaats subjectief zijn; de heer (en eventueel

de vrouw) des huizes vindt zijn weg wel naar het werk, en

een aanvaardbare lagere school is altijd wel in de buurt

te vinden.

M.O.- en nijverheidsonderwijs-kinderen hebben al een

kleinere keus omdat deze instituten nu eenmaal minder

voorkomen. De specialisatie heeft in dit gezin haar intrede

gedaan. Afstandscirkels rondom deze scholen getrokken

bedekken slechts een klein gedeelte van ons nationale

grondgebied. Wel zijn deze cirkels groter dan die rondom

de lagere school omdat thans het openbaar vervoer, de

fiets en de bromfiets de aanvankelijk kleine beentjes te

hulp komen. –

Kiest men een woonplaats met het oogmerk kinderen

vanuit dewoning’ te laten werken of h.o. studeren, dan

wordt de keuze nog veel meer beperkt. De leden van het

gezin in stadium 4 kunnen zich weliswaar op ,,volwassen”

wijze verplaatsen, maar een woning welke optimaal gunstig

ligt ten opzichte van al deze bedrijvigheidspunten is

moeilijk te vinden.

Het is wel duidelijk dat een volgens factoren der A-groep

ideaal gelegen woning in de meeste gevallen gelegen zal zijn

in de
veelzijdige
grote stad of in de grootstedelijke agglo-

meratie. Heeft het zin hierover te spreken in een Zeeland-

nummer? Een ogenblik! – thans wordt de B-groep be-

sproken.

De B-groep.

De B-groep betreft de meer subjectieve factoren. Wat wil

ik betalen; in welk sociaal milieu wil ik wonen en mijn

kinderen opvoeden; welk woningtype prefereer ik; welke

voorzieningen wil ik in de nabijheid hebben; van welk

landschapstype houdt mijn vrouw; zijn er nog, speciale

eisen? Enzovoort.

Het bestek van dit artikel laat een uitwerking niet toe.

Wel is het duidelijk dat – bij blijvende gelding van de

basisfactoren uit de A-groep – de toenemende welvaart

een zwaardere weging van de subjectieve B-factoren mede-
brengt.

Een grotere welvaart verschafte steeds grotere groepen

van de bevolking méér geld, méér vrije tijd en méér ver-

plaatsingsmogelijkheid. Tevens blijkt een grotere gezins-

wélvaart veelal te resulteren in een grotere aandacht voor

de gezins-,,privacy” en in de mogelijkheid hieraan te

voldoen. Tenslotte speelt dit hele proces zich af in een

wereld waarin de ,,grote stad” in haar verouderde ver-

schijningsvorm zodanig onbeheersbaar wordt dat velen

proberen zich daartegen af te zetten en hetzij de uiterste

stadsrand als woonplaats kiezen, hetzij bewust aan de

provincie de voorkeur geven. Let wel: de Nederlandse

provincie, welke toch altijd binnen dagafstand ligt van vele

grote steden. –

Thans.

Thans beschouwen wij het wonen in Zeeland aan de

hand van bovenstaande analyse. Indien U werk vindt in

Zeeland – andere artikelen in dit blad zullen U hierover

ongetwijfeld voorlichten – en tevens goed onderwijs zoekt

tot en met de m.o.- en nijverheidssector, dan konit een

woning in of bij Zierikzee, Goes, Middelburg, Vlissingen

en de Kanaalzone in Zeeuwsch-Vlaanderen, niet bij uit-

13-12-1961


1213

wel in de eerste plaats,’in aanmerking. De –

èën 1, 2 en 3 kunnen hier in’ het algemeen

looii’ng,komen.

vordt het voor het gezin in het vierde stadium.

md geen hoger onderwijs.. De arbeidsmarkt

‘ninder veelzijdig dart in de grootstedelijke

Men ziet dan ook veelal dat de niet agrarisch
nin” ut”htf nrI’ nf
x,t;r,ct. ;, ht

rondom het Sloe
1
of het Kanaal Terneuzén-Gent.

Het werkende gezin wâar de kinderen het huis verlieten, ,

eii’het gepe’nsio’neerde gezin. bezitten .daareritegèn wederom /

:
een veel grotere vrijheid van keuzc Met name kunhen deke

categorieën ook,,nieuw inkomen” en de vobrp6steri zijn

.van het
<
grôte lege. van forensen dat deko’mende, dertig

jaar is te ver,aclÏten vanuit het noorden (Nieuwe Waer-‘

weggebied) en misschien ook vanuit het oosten en zuiden

• Than’s reeds ziet men Rotterdammers .ôp Schouwen Iuizen.
‘bouwen voor zorfiergebruik met de bedbeling er ‘zich late?’

geheel terug te’ trekken.’ Ook zijn historische huizen en

kleine boerderijtjes zeer gezocht.

Als, speciale attracties binnen’ de $-groep kan ‘men nog

‘vermelden dat in. Zeeland gëén velden vbor straaivlieg-‘

-‘ tuigen zijn gelegen. Ook ôntstaat de laatste tijd’veel aan-
‘dacht voör het feit, “dat men in vêr’shillende streken een

landhuis mag, bouwen binnen het agrarische gebied,”

mits het terreinte’n minste twee hectaren groot is’ en met

opgaand geboomte wordt bepiant.

Straks.’

Straks zalhet beeld van het wonen in Zeeland nog veel

bo’eiefider en veelzijdiger zijn. DeDeltadammen herscheij-

pen dit eilandenrijk’tot het gebied’der machtige binnèn-

meren. De oevers en eilanden van de Grevelingen en het

eiland Schouwen zullen t6t de ‘meest geliefde ‘woon- en

recreatiegebieden van het Watrweggebied worden ge-

rekend. De historische, kern van de watersport-, ‘werk- en

onderwijsstad Zierikzee zal grote bekendheid bebben,’

gekregen doör ‘hâar goed ‘geconserveerde, historische

‘charme en de specialititen welke men er kan nuttigen,

zien en kopen., Langs de oevers der binnenwateren zal een

groot aantal jachthavens tot stand zijn gekomen, ‘en

plaatselijk ontstond de mogelijkheid voor een, zomer-,

optrekje.

Maakte de gedacht’enontwikkeling binnen ‘en’ .’buiten

‘waterstaatskringen het
,
mogelijk dat’ niet een: kale dijk

,maar een prachtige duinenrij met een natuurlijk strand-

talud de grootse wateren van de ,Oosterschelde afscheidt

van de’ zee?. De watersport en de oeverontwikkeling langs

het Veerse Meer zullen tot ‘volle wasdom zijn gekomenen

aan de voeten liggen van de bewoners ;van de SloeTagglo –

meratie. Zal Reimerswaal,herrezen zijn,, thans’ als nieuwe

woonstad, voor het Kreekrakbied? Moderne woon-

gebieden kunnen ontstaan in centraal Zeeuwsch-Vlaan-

deren, en de kleine kernen ten oosten en ten’ westen bieden,

ruimte aan hen die hët rustig buiten ,wonen zoeken.

Met zekerheid kan men stellen ,dat in het Westen des’

Lands de IJsselmeerpolders met’ hun randmeren. in het

noorden, en het Deltagebied in het zuiden, zich kunnen ont-

wikkelen tot zéér hoogwaardige woongebieden. Zij kunnen

in alle opzichten voldoen aan de behoeften van ,onze wel-

varende, expanderende, ‘naatschappij. De’ ruisende’ zee,

de’ zilte wind en de spiegelende meren zullen het wonen in

,Zeeland maken tot een boeiend Delta-avontuur: –

,Middelburg.

Ir. JAN PETRI, B.N.S.

i3l2-1961

(adwerlentie)

Aanzetten voor een

sociouctilturele planning in Zeeland

Wat is socio-culturele
planning?

Bestek en doelstelling van deze bijdrage laten weinig

ruimte voor een bevredigend antwoord op deze vraag hier.

Een paar omerkingen kunnen echter als achtergrond niet

worden gemist. Socio-culturele planning richt zich op de

samenleving als sociale en culturele werkelijkheid
1)
voor

individu en groep. In deze werkelijkheid treden voort-

durend en onder invloed van uiteenlopende factoren ver

anderingen op. Socio-culturele planning streeft ernaar,

deze veranderingen tijdig te onderkennen, ze bewust

tegemoet te treden, in dit verband optredende behoeften

te formuleren en daarin door sytematische actie te voor-

zien. Vooral de laatste decennia is zowel de noodzaak als

de overtuiging gegroeid, om de ontwikkeling van de

samenleving bewust te benaderen als ,,object” van socio-

culturele planning. In dit verband kan worden genoemd

het door de Regering geëntameerde beleid in de zgn.

jrobleemgebieden (tot 1961 in de zgn. ontwikkelings-

1)
Conf. van Doorn en Lammers, 17-23; Wantholt, 188-194.

gebieden), waarvoor de coördinatie berust bij de Minister

van Maatschappelijk Werk. –

Het nut en de noodzaak van deze socio-culturele pin-

ning is o.a. erkend in de Zesde Industrialisatienota van•

de Minister van Economische Zaken, zij het daar (nog)

vanuit èen oogpunt van ,,secindaire vestigingsfactoren”

‘en als ,,begeleiding” van de industrialisatie. Socio-culturele

planning streeft echter iowel naar een inbreng op eco-

nomisch en f,lanologisch gebied, waarmee uiteraard voort-
durend wisselwerking bestaat, als naar een eigen specifieke

bijdrage aan de ontwikkeling van de totale samenleving.
Het gaat daarbij tegelijkertijd om tussen-menselijke ver

houdingen (groepsverhoudingen), voorzieningen op

sociaal (en) cultureel gebied en een samenlevingsklimaat
dat ,,voldoet”. Socio-culturele planning is daarom tevens

een proces van socio-culturele opbouw
in en van de samen-

leving zelf.

Nu biedt iedere situatie daartoe eigen mogelijkheden

en grenzen. Men kan hier denken aan, geigrafische fac-

toren, demografische structuur, mentaliteit van bevol-

king(sgroepen), economische constellatie en dynamiek,

veranderingen in sociaal-cultureel opzicht, welvaarts-

niveau, reeds aanwezige voorzieningen enz. Wij zullen

hierop de Zeeuwse situatie moeten bezien, nagaan wat
beschikbaar is, wat êr nog te doen valt, welke organen

daarbij een rol kunnen spelen; alles uiteraard voor iover

dit bestek het toestaat.

De Zeeuwse situatie.

Zeeland heeft rond 284.003 inwoners – di. rond
2,5

pCt. van de Nederla’ndse bevolking – en valt zo gezien

in de grootte-orde van een stad als Utrecht. De Zeeuwse

bevolking is echter verspreid over éen oppervlakte van

rond 1.760 kni
2
land, gescheiden door zeearmen (nu nog)

van zo’n 1.035 km. Wij wonen voorts in 89 gemeenten

met tezamen
195
kernen, waarvan 4 van 10-30.030 inwoners

(onze ‘steden), 4 van 5-10.000, 45 van 1-5.003 en 142 van

1.000 en minder inwôners. De ,,bejaarden” vormen 11,2

pCt. (land.gem. 9,1 pCt.), de ,,produktieven” 59,6 pCt.

(land.gem. 61,0′ pCt.) van de bevolking. Van de totale

beroepsbevolking werkt 25,8 pCt. in de landbouw, 31,7 pCt.
in de nijverheid en 42,5 pCt. in de dienstensector (land.gem.

resp. 11,8 pCt., 43,4 pCt. en 44,8 pCt.). Deze feiten zeggen

al iets over de Zeeuwse
schaal,
over verhoudingen dus,

maar niet alleen geografisch en economisch. Het is tevens

de schaal voor afstanden, ontmoetingen, daden en ge-

dachten, een menselijke schaal, waarop socio-culturele

planning in eerste instantie moet aansluiten en voort-

bouwen.

De (vroegere) eilandsituatie en de eigen historie hebben

voorts gezorgd voor duidelijk naar structuur en karakter

onderscheiden regionen, elk met hun eigen ,,streekhoofd-
stad”. Een begrip dat hier meer inhoud heeft dan het vlak-

kere ,,streekcentrum”, al vallen beide als regel samen.

De Zeeuwse samenleving is wellicht bij uitstek (tevens)

13-12-1961

1215

een inter-regionale samenleving. De veerverbi ndingen zijn

ook daarom veel méér dan econômisch ,,obstakel”; zij

belemmeren het menselijk verkeer, de socio-culturele

communicatie en mogelijkheden, de deelname aan wat zich

buiten de eigen regio (bijv. op cultureel gebied) afspeelt.

De door het Provinciaal Bestuur geprojecteerde
Oost er-

schèldebrug
buy, biedt in dit verband (naast andere) twee

– interessante gezichtspunten: een in sociaal-psychologisch

opzicht bindend element als eigen (en gedurfd) Zeeuws

project en een in sociaal-c’ultureel opzicht verbindend

element tussen de betrokken regionen en met Randstad

Holland. Met name voor de positie van Midden-Zeeland

en als factor om hier ook in sociaal-cultureel opzicht

een klimaat en een peil te creëren, dat de
eenzijdige
zuig-

kracht van Randstad Holland relativeert, kan de Ooster-

scheldebrug van grote betekenis zijn. Voor een vaste

verbinding tussen Zeeuwsch-Vlaanderen en overig Zeeland,

• met name in sociaal-psychologisch en sociaal-cultureel

opzicht, gelden m.m. eveneens de elementn van binding

• en verbinding. Het net en de frequentie der
lokale
ver-

Pendel uit Zeeland

De pendel van arbeidskrachten uit Zeeland

neemt de laatste jaren sterk toe; zo sterk, dat

er nu in tegenstelling tot vroeger veel meer ar-

beidskrachten vanuit Zeeland elders werken, dan
s

omgekeerd. De inkomende pendel uit België

overtreft evenwel nog altijd de uitgaande pendel

naar dat land.
PENDEL .VAN MANNELJI(E

ARBEIDSKRACHTEN

1950

0
0

/nkornende

uitgaande

pendel waar

pendel waar

van uit Bel-

van naar 8el

gië

Y
/

gië S”

Bron: 0.8.4.

De ofrivangrijke pendel is één van de redenen

voor een actief industrialisatiebeleid en één van

de oorzaken van een ruime arbeidsmarkt voor

zich vestigende bedrijven. –

Dat de Zeeuwse bevolking in de laatste tien

jaar is gegroeid ondanks stagnerende werkgele-
genheid, vindt onder andere een verklaring in de

pendelcijfers. Zonder groei van de werkgelegen-

heid konden immers 3.700 Zeeuwse mannen werk

vinden!

1216

(1. Al.)

bindingèn vormen in verschillende gebieden (buy.

Zeeuwsch-Vlaanderen, Zak van Zuid-Beveland) eveneens

een rem, vooral in sociaal-cultureel opzicht. Dit hangt

uiteraard samen met spreiding en dichtheid- der bevolking;

men zie hierboven het grote aantal kleine en zeer kleine

bevolkingskernen.

Het voorgaande geeft in feite reeds, bij de huidige situatie,

de geringe potenties weer van woon- en leefklimaat met

name op
het platteland
van Zeeland. Men zal deze poten-

ties op een ander niveau mteten brengen, wat alleén zal

lukken bij het bewust kiezen..yan een andere schaal, een

grotere schaal in veel opzichten. In feite zijn er allang ele-

menten van een grotere schaal: de coniniunicatie via pers,

radio, telefoon, televisie; de pendel; het schoolbezoek;

het groeien van grotere wôonkernen ten koste van kleinere,

op ‘erschillende niveaus enz. De ontwikkeling van de

samenleving is hier, als zo vaak, reeds vooruitgelopen

t.o.v. bepaalde leefgebieden als hier het sociaal-culturele

terrein in engere zin. Alleen: men zal zich lokaal,en regio-

naal veel bewuster en systematischer op’ de feitelijke ont-

wikkeling moeten instellen en richten, maar sociaal-cultureel

gezien ook: inrichten. Generaal genomen wil ‘dit o.a.

zeggen, dat socio-culturele planning hier gericht moet zijn

op een psychische en materiële uitrusting van het platte-

land die overeenkomt met nieuwe.schaalverhoudingen, en

daar ook nu reeds bewust naar toe werkt om straks niet

weer achter de feiten te moeten aarilopen. Op enige conse-

quenties daarvan komen wij nog terug.

Wat betreft de bestaande
,,uilrusting”
in Zeeland is de

situatie nogal uiteenlopend, per sector en per gebied.

De ramp van 1953 heeft t.a.v. sommige voorzieningen,

zoals bijv. .dorpshuizen, scholen, kerken, kruisgebouwen,

een grillige grens getrokken. Wie ,,water gehad heeft”,

zoals de uitdrukking luidt, zit er als geheel genomen op

die terreinen goed voor. Buiten die grens behoeft het niet

altijd slechter te zijn, maar is de situatie toch geheel anders.

De ramp heeft ook een zeker atitomatisme” bewerk-

stelligd t.a.v. de plaats van nieuwe voorzieningen die

achteraf bezien wellicht, beschouwd vanuit een oogpunt

van socio-culturele planning, anders gekozen zou kunnen

‘zijn. De voorziening met culturele gebouwen (op streek-

niveau gezien) is bepaald slecht. Vrijwel geen van de regio-

nale centra beschikt over een aan de eisen van de tijd be

antwoordende accommodatie. Alleen Middelburg zal over
afzienbare tijd een goede schouwburg bezitten. Aanwezig-

heid van goede jeugd- en clubhuizen is een uitzondering.

Op het terrein van vormingscentra is er in feite slechts één

en dan nog met een vrij slechte accommodatie. De voor-
ziening met zwembaden is zeer onvoldoende. Een sport-

13-12-1961

Gemeente
SINT =NAARTENSDIIK

de Zeeuwse industriekern

1
waar

uw

vestiging

in

het


middelpunt

van de belang-
stelling

zal Staan;

waar een nijvere bevolking naar de door
u te bieden werkgelegenheid uitziet;
‘t.

waar

landelijke

rust

een
hoge

arbeidsprestatie, en

dus een

grotere

produktie


in uw bedrijf bevordert.

Het terrein is
bij uitstek
Goed

industrieterrein

be
schikbaar, direct aan goede

wegen gelegen.

.

geschikt

voor
kleine e
i
i

gemeentebestuur

zal
industrieën
u

gaarne

alle

nodige

in-

Het

middelgrote

lichtingen verstrekken.
Telefoon

(01666) 650.

hal ontbreekt in Zeeland. Sportvelden zijn er wel veel

aangelegd, met name in DACW-verband, maar er zijn

nog vele lacunes. Het laatste geldt tevens voor gym-

nastieklokalen en accommodaties bij sportvelden. De voor-

ziening met sociale werkplaatsen (inclusief de geplande

centrale werkplaats voor Schouwen-Duiveland) is redelijk;

speciale werkplaatsen voor geestelijk minder validen

ontbreken (nog). Pensiontehuizen voor bejaarden worden

regelmatig gebouwd; de bouw van verpleegtehuizen

is in sommige gebieden (bijv. Schouwen-Duiveland) een

financieel-economisch probleem.

De sociaal-culturele uitrusting
buiten
de, voorziening

met accommodaties, toont grote verschillen. Het beeld

van de amateuristische kunstbeoefening, met nanie muziek

en toneel, is gunstig al kampt vooral het platteland, zoals

overal, vaak met teruglopende belangstelling en mogelijk-

heden. De Zeeuwse Muziekschool leidt een bloèiend

bestaan en heeft zich verrassend snel ontwikkeld. De

aanwezigheid van een Provinciaal Toneeladviseur kan
voor het amateurtoneel vooral in kleinere plaatsen een

belangrijke Steun betekenen., Op het terrein van wat wel

genoemd wordt ,,niuzische vorming” is er een aarzelend

begin.’

Opvallend is het beeld in wat wij hier gemakshalve verder

de sector van het
,,voriningsverk”
noemen. Er zijn zeer

weinig jeugdleiders voor het zgn. vrije jeugdwerk; in de

jeugdzorg is er nauwèljks een begin. Vorming bedrijfsjeugd

(Mater Amabilis- en Zonnebloemwerk voor meisjes,

Levensscholen voor jongens) vertoont een goede aanzet,

maar vraagt nog ernstige aandaclt. De beroepen- en

beroepskeuzevoorlichting oj, particuliere basis staat nog

in de kinderschoenen. Buurt(huis)werk ontbreekt vrijwel;

andere vormen van ,,maatschappelijk opbouwwerk”

komen niet of sporadisch voor. De agrarisch-sociale voor-

lichting is van jonge datum en speelt zich in feite alleen af

in de streekverbeteringsgebieden. Met de lectuurvoor-

ziening zijn goede,vorderingen gemaakt, maar er ontbreekt

nog zeer veel. Maatschappelijk werk en gezinsverzorging

-tenslotte zijn als geheel genomen redelijk van de grond

gèkomen.

Het hierboven in snelschrift gegeven beeld is niet uit-

puttend, wil dat ook niet zijn; als ,,beeld” van de huidige

situatie kan het in dit kader wel voldoen.

Socio-culturele planning in Zeeland.

De vraag is nu, op welke wijze en in welke vorm socio-

ci,ilturele planning in Zeeland kan bijdragen aan de op-

bouw van de samenleving. Het is daartoe nodig uit te gaan

van de feitelijke situatie, gezien in het kader van de ge-

geven (economische) ontwikkeling. Echter met een eigen

benadering en een eigen visie. Socio-culturele planning

zal aan de economische ontwikkeling een bijdrage leveren,

zonder er zich aan op te hangen. Op sommige punten kan

daardoor wel eens strijdigheid optreden, hetgeen gezond is

en het ontwikkelen van een beleidsvisie kan stimuleren.

Concreet gesteld: er moet planning zijn op socio-cultureel

terrein, ook waar die nu nog ontbreekt. Er moeten meer

13-12-1961

.


1217,

vallende onder de
MAMMOET
HAAMSTEDE

Spreiding onderwijs ins tellingen in Zee(aC
d:’

MIOOEG8ARE LANDBOUWSCH000

GYMNASIUM
LAGERE GANO8GUWSC000L LAGERE
TUISOUWSCNOOL

VLASSERSSCHOOL

0
LYCEUM

lUL

NUL.

1.1
UTS.

t,
M5

LTS

W
ULO
I
IHOUSTRIEHUISHOUOSCNOOL
LANOUOUWHUISHOUOSCHOOG

AZ
OWEENSCHOOL

WISSEKERKE

KORTGENE
OO5TIIPfIE

IDDEL RURG

M

ÂLIJD

‘I

SH-AREN030ERKE

LOES

000

ILAPELO E

KRUIN INGEN

Aji

ZIERII(EEE

0w’.

BRUINISSE
4RTEI4SOJII

ERP0111550

TROS EN

/

SERI GRETIG JIIE

S-NEEOENHDEIL


OVEZANDE

A,

ORGEL ANOE

dan tot nog toe systematisch gegevens worden verzam,eld

om een basis te verkrijgen (documentatie, onderzoek).

De planning moet zo dicht mogelijk, aansluiten bij de

samenleving zelve, met vermijding van vals pathos. Goed

functionerende organen op het- niveau van de streek,

waarin Overheid en particulier initiatief tot overleg en

samenwerking komen, kunnen in belangrijke mate daar-

aan
bijdragen.
In dat geval is in feite al een essentieel

aspect van socio-culturele opbouw aanwezig. Dergelijke

organen kunnen mst name van belang zijn voor de socio-

culturele opbouw in de plattelandssamenleving. Zij

geven het kader aan waarin gedacht en gewerkt moet

worden, tevens de schaal van de planning. Op zichzelf

geeft dit de inhoud nog niet aan. Per streek zal men moeten

nagaan hoe de behoeften zijn en hoe die gevuld kunnen

worden. Daarbij staat niet van tevoren vast, dat alle

voorzÏeningen ook geografisch geconcentreerd moeten
worden. Al kiest men oplossingen op het niveau van de

streek, wat meestal onontkoombaar zal zijn, dan leidt

dit nog niet dwangmatig tot concentratie van alle socio-

culturele functies op één plaats.

Het uitstervingsproces van de kleinste kernen zou door

socio-culturele planning systematisch (be)geleid moeten

worden. De noodzaak van bepaalde lokale voorzieningen

als bijv. dorpshuizen, zij het in zeer eenvoudige vorm, mag

echter met het oogop het plaatselijk samenleven ook in

kléinere kernen niet uit het og worden verloren.

Op verschillende
onderdelen
van socio-culturele planning

zijn aanzetten aanwezig of plannen gereed. Een paar voor-
beelden: voor de lectuurvoorziening in de gehele provincie –

zal in 1962 een concept-plan gereed komen; kosten naar

ruwe schatting f. 0,6 mln, per jaar, excl. gebouwen. Op

het terrein vorming bedrijfsjeugd is
ij
et opstellen van

een provinciaal plan in voorbereiding. Ten aanzien van

de plattelandsontwikkeling als geheel zal binnenkort een

commissie starten; het voorbereidende werk is begonnen.

De beroepen- en beroepskeuzevoorlichting vraagt grote

aandacht. Op het terrein van jeugdwerk en jeudzorg

SCHOONEJLE

ÂL
005 75UH5

oo•

‘I.
TERNEUZEN

JD0

t’
t,

NDXC

t) w

*

47FL

*

+

+
+

ECONOMISCH TECHNOLOGISCH INSTITUUT VOOR ZEELAND

NON TENISSE

HULST


ii,
W

k

‘)WAIRIN OPGENOMEN MIDDELBARE HANDELS SCHOOL

DEC lOL,

1218

13-12-1961

moeten initiatieven worden genomen. Op het terrein van

maatschappelijk werk en gezinsverzorging is provinciaal

overleg begonnen omtrent nog bestaande wensen en

lacunes. De bejaardenhuisvesting ontwikkelt zich snel,

maar vereist een meer planmatige 1:enadering op provin-

ciaal en regionaal niveau. De planning van dorpshuizen

en culturele gebouwen (tevens spreidingsplan) is urgent;

naar ruwe schatting zal het hier voorlopig gaan om

investeringen in een grootte-orde van f. 1 â
1,5
mln.

resp. f. 4 â
5
mln. Een provinciaal zwembadenplan is

gereed en vereist zeker rond f. 7 mln. Op het terrein van

sportvoorzieningen moet tenminste rekening worden ge-

houden niet f. 3 â 4 mln.; een voorlopig plan is in voor-

bereiding. Voor kruisgebouwen zou nog zô’n f. 0,4 â
0,5

mln, nodig zijn, voor speciale werkplaatsen (debielen)

f. 1
lt 1,5
mln. De (subsidiëring van) sport- en jeugd-

organisaties, amateuristische kunstbeoefening, vormen van

maatschappelijk opbouwwerk e.d. moeten systematisch de

aandacht krijgen.

De gegeven opsomming is niet uitputtend, de genoemde
bedragen zijn niet exact of bindend; zij is bedoeld als aan-

duiding van behoeften en nog te verzetten werk in het kader

van de socio-culturele planning en opbouw in Zeeland. De

financiële mogelijkheden vormen daarbij nog een punt op

zich. Over de periode 19(0-1963 kreeg Zeeland van het lan-

delijk beschikbare bedrag voor investeringsobjecten in het

kader der socio-culturele planning in totaal rond f. 1,2 mln.

toegewezen, waarvan 50
pCt. voor sportvelden en zwem-

baden. Nu een paar grotere projecten door de Advies-
commissie voor de Sociaal-Culturele Infrastructuur in

De Oosterscheldebrug

Voor de ontwikkeling van het eilandenrijk

Zeeland zijn goede wegen onmisbaar. Met name

ontbreekt een noord-zuidverbinding. In 1964 zal

deze verbinding vanuit Holland tot aan de Ooster-

schelde zijn voltooid, via Haringvlietbrug en

Grevelingendam. Voor het intern al verbonden

midden-Zeeland ontbreekt dan dusnog een vaste

verbinding over de Oosterschelde.

Dit hiaat in de centrale noord-zuid-as vormt

een-ernstig economisch, maatschappelijk en be-

stuurlijk nadeel. Pas in 1978 wordt de dam door

de Oosterschelde voltooid. Zeeland wil echter

geen
15
jaar na 1964 meer wachten op wat de

hartader van het gewest mag worden genoemd.

Daarom is door het Provinciaal Bestuur een plan
ontworpen voor een brug over de Oosterschelde,

die f. 60 mln, kost. De financiering zou hoofd-
zakelijk geschieden uit tolgelden; de provincie

kan een bijdrage geven op grond van de zonder

brug onvermijdbare omvangrijke tekorten op de

veerdienst. Er worden dus geen rjksgelden ge-

vraagd. In IS jaar zal de tol voldoende opleveren,

omdat in 1970 circa 4.600 auto’s per dag worden

verwacht, een aantal dat nu al op Rijksweg 78

door midden-Zeeland wordt geteld.

Heel Zeeland staat achter dit plan. Ook het

bedrijfsleven, waaronder vooral dat .in de ver-

yoerssector, omdat de brug kostenbesparing be-

tekent.

GEMEENTE


HEINKENSZAND

Provincie Zeeland (Zd. Beveland)

IN DUSTRIETERREI N(EN)

Bouwrijp – Gefixeerde grondprijs – Geschikt voor klein-
en middelgrote industrie – Weg- en spoorverbinding.

Alle inlichtingen verstrekt het Hoofd Gemeente-

werken, Kerklaan 3, Hein kènszand, tel. (01106) 475

(advertentie)

Zeeland definitief of in principe zijn ,,toegewezen” (zwem-

bad Terneuzen en Goes, schouwburg Middelburg, centrale

werkplaats Schouwen-Duivëland, opstallen sportvelden

Terneuzen en Zierikzee) is het beschikbare bedrag groten-

deels al besteed. Daarom dient bij de Regering met klem

te worden aangedrongen èn op voortzetting van dit beleid

na 1963 èn op verruiming der financiële mogelijkheden,

gezien de nog zeer vele en urgente behoeften. Ook buiten

de investeringssector is deze noodzaak aanwezig. Het is

verblijdend, dat het provinciaal bestuur door de instelling

van een ontwikkelingsfonds ook van zijn kant een daad

heeft gesteld. Van particuliere zijde zal de komende jaren

nog veel worden gevergd.

Een korte notitie tenslotte over
organen
van socio-

culturele planning in Zeeland. Op het niveau van de
streek

bestaan in de meeste regionen in enigerlei vorm organen

van overleg of zijn in een stadium van voorbereiding. De

ervaringen zijn nog niet groot, men zoekt nog naar de beste

vornien en werkwijzen, functionarissen voor dit werk ont-

breken nog. Deze organen kunnen van grote betekenis

zijn voor de socio-culturele planning, die mede vanuit de

streeksamenleving vorm en inhoud moet krijgen.

Op provinciaal
niveau is het ProvinciaalOpbouworgaan

voor Zeeland, als dienstverlenend instituut en orgaan

voor overleg en samenwerking op sociaal-cultureel terrein,

tevens knooppunt voor socio-culturele planning. -Hieruit

zijn o.a. initiatieven gegroeid voor een studiecommissie

lectuurplan, werkgroep vorming bedrijfsjeugd, commissie

plattelandsontwikkeling. Het Opbouworgaan hecht juist

op zijn terrein grote waarde aan goed functionerende
streekorganen en aan nauwe verbinding daarmee. De

Zeeuwse Culturele Adviesraad, de Zeeuwse Sportraad

(uniek in Nederland) en de Provinciale Zeeuwse Jeugdraad,
aangesloten bij het Provinciaal Opbouworgaan, dragen voor

hun deel zorg voor de planning, gebruik makend van het

bureau van het Opbouworgaan. De uit de Culturele Advies-

raad voortgekomen Stichting Cultuurspreiding Zeeland

(eveneens een uniek orgaan in ons land), gevormd door een

aantal zelfstandige cultuurverzorgende organisaties, ver-

zorgt de planning van alle culturele evenementen in Zee-

land. Van belang is voorts de Werkgroep Deltazaken,

waarin E.T.J., P.P.D., Provinciale Waterstaat en Provin-

ciaal Opbouworgaan regelmatig overleg plegen.

Wil men samenvatten: er is reeds veel geleurd, er valt

nog veel te doen.

Middelburg.

.

Drs. Ki. LAANSMA.

13-1 2-1 961

1219

WIJNEN UIT ALLE

BINNEN- EN BUITENLANDS

WIJ NPRODUCERENDE LANDEN

GEDISTILLEERD

Uw buitenlandse
ACCIJNSVRIJE LEVERANTIES
relaties
of vaor
Uw
VAN SPIRITUALIËN UIT
prtve-
of
zakenreizen
ONS ENTREPOT VOOR:
naar
het
buitenland

Wijnhandel GALL & GALL

Stadhuisplein 25 (naast Corso) Tel. 11 3954
ROTTERDAM

Met
Wijnhandel
GALL & GALL

bent
U thuis
beter
uit

e.
As.4i
uss
1

ALGEMEEN HANDEL

t

SBLAD

vraagt voor de afdeling
FINANCIËN EN ECONOMIE

een jong

redacteur

niet ouder dan 27 jaar,
bekend met het excerperen van jaar-
versIaen, het verslaan van aandeel-

Brieven met

houdersvergaderingen
enz.
uitvoerige
inhi(:hIinqen

Binnengekomen sollicitaties zullen

te eende,’

met de nodige discretie worden be-

aan:

handeld.

HOOFDREDACTIE
ALGEMEEN HANDELSBLAD
N.V.
Postbus 596, Amsterdarn-C.

BAEKERS’ TEXTIELFABRIEKEN N.V.

Efficiency

gevestigd te Eindhoven.

AANBOD TOT VERWISSELING

van aandelen

BAEKERS’ TEXTIELFABRIEKEN N.V.

in aandelen

.BAEKERSELIAS-DE HAES TEXTIEL INDUSTRIE N.V.

in de verhouding van

nom. î 1.000,- aandelen Baekers’ Textielfabrieken N.V. tegen

nom. f1.000,- aandelen Baekers-Elias-De Haes Textiel Industrie N.V.
Ondergetekenden delen mede, dat bij de kantoren van de

AMSTERDAMSCHE BANK N.V.


FIRMA F. VAN LANSCHOT

NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ N.V.

HH. VLAER
&
KOL

te Anisterdam, Rotterdam, ‘s-Gravenhage, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en
Utrecht, voorzover aldaar gevestigd, een Bericht verkrijgbaar is in verband
met een aanvrage tot opneming in de notering ter beurze van Amsterdam van
de aandelen Baekers-Elias-De Haes Textiel Industrie N.V., tevens houdende bijzonderheden omtrent vorenbedoeld aanbod tot verwisseling.

Eindhoven, 11 December 1961.

– BAEKERS’ TEXTIELFABRIEKEN N.V. BAEKERS-ELIAS-DE HAES TEXTIEL INDUSTRIE N.V.

1

voor, het oproepen van sollicitanten voor leidende

– functies. Het aantal reacties, dat deze annonces

haak gebruik van

ten gevolge hebben, is doorgaans uitermate be-

de rubriek

vredigend; begrijpelijk: omdat er bijna geen

grote instelling is, die dit blad niet regelmatig,

V..A. C.AT URE S

ontvangt en waar het met circuleert

• bespoedigt

Uw Contacten

met gegadigden

*

Indien

Uw telefoonnummer

in Uw annonce

moet worden

opgenomen,

vermeld dan

tevens het

NETNUMMER

1220

13-12-1961

DE TWENTSCHE BANK
N.V.

Gecombineerde Maandstaat op 30 november 1961

Kas, Kassiers en Dag-
geldleningen . –
/
76.880.792,42
Nederlands
Schatkistpapier.,, 363.600.000,-
Ander Overheidspapier,, 102.209.133,11
Wissels . . . . . . . . … 20.695.357,79
Bankiers in Binnen- en
Buitenland……134.585.899,68
Effecten, Syndicaten en

Waarden…. …

78.337.244,16
Prolongaties en Voor-

schotten tegen Effecten,,

58.008.356,35
Debiteuren . . . . . . … 670.173.751,89
Deelnemingen
(mci.

Voorschotten)..,,

7.047.123,24

Gebouwen . . . . . . . …

5.000.000,

/1.516.537.659,24

Kapitaal ………
t

55.000.000, –
Reserve . . . . . . . . …

40.000.000, –
Deposito’s op Termijn,, 580.902.476,05
Crediteuren …….
… 786.028.577,74
Geaccepteerde Wissels 1.919.864,13
Door Derden
Geaccepteerd ..

22.941,30
Overlopende Saldi en
Andere Rekeningen,, 52.663.800,02

f1.516.537.659,24

Maatschappij voor

Industriële Ondernemingen

GEBR. VAN SWAAY NOV

gevestigd te ‘s-Gravenhage.

UITGIFTE

van

nom. f1.650.000.- aandelen

in stukken van f1.000.- en f100.- aan toonder

ten volle gerechtigd tot het dividçnd over het boekjaar 1962 en volgende

boek jaren

12

FONDSM

ANALYSE
VOLGENS GEHEEL NIEUW SYSTEEM*

Voortaanelkeweektn,,Beteggers-
Belangen”: in één scgopslag
vereIijkingen in de vorm van eën
kaartsysteem naar kwaliteit, groei
en rendement. Ook vosr hen, dia
van hun beleggingen geen aca-
demische zaak wensen te maken.
Overdrakken op stevig karton
tegen redelijke prijs verkrijgbaar.

WEEKBLAD TER IN. EN VOORLICHTING
VAN DE PARTICULIERE aELEGGER
* vraag gratis proetnummer adm.
Bel-Bel,
G

postb. 42, Schied.

Abonneea’t
11 op

DE ECONOMIST

Maandblad onder redactie

van

Prof. P. Hennipman,

Prof. A. M. de Jong,

Prof. F. J. de Jong,

Prof. P. B. Kreukniet,

Prof. H. W. Lambers,

Prof. J. Tinbergen,

Prof. G. M. Verrijn Stuart

Prof. J. Zijlstra.

*

Abonnementsprijs
f
22,50;

fr. p. post
f
23,60; voor stu-

çlènten
f
19,–; fr. per Post

f
20,10.

*

Abonnementen worden aan-

geiiomen door de boekhandel

en
door Uitgevers

DE ERVEN F. BOHN

TE HAARLEM

13-i2-1961

tot de koers van 100 pCt.

uitsluitend voor houders van claims van de thans uitstaande aandelen in de

verhouding van nom. f 4.000.- uitstaande aandelen op nom. f1.000.- nieuw

aandeel.

Ondergetekenden berichten, dat zij de inschrijving op bovengenoemde –

uitgifte openstellen op

Donderdag 21 December 1961,

van des voormiddags 9 uur tot des namiddags 4 uur,

bij haar kantoren te
Amsterdam, Rotterdam
en
‘s-Gravenhage,
op de

voorwaarden van het prospectus dd. 12 december 1961.

Exemplaren van het prospectus en inschrijvingsbiljetten, alsmede – tot

een beperkt aantal – van ‘de statuten, zijn bij de inschrijvingskantoren

verkrijgbaar. ‘

ftmsterdam, 12 december 1961.

AMSTERDAMSCHE BANK N.V.

NEDERLANDSCHE HANDEL-MAATSCHAPPIJ, N.V.

1221

/

GECONSOLIDEERDE

MAAN DSTAAT

PER 30 NOVEMBER 1961

vorig jaar
30 Nov. 1961
vorig jaar
30 Nov. 1961

DEBET
CREDIT

Kas, kassiers en daggeldieningen
f 202.926.541
f
216.721.048
Kapitaal
T
90.010.000
f

90.010.000

Nederlands schatkistpapier
t
498.630.154
t
511.952.658
Reservefonds
t
54.000.000
f

59.000.000

Ander overheidspapier
(
80.879.947
f
28.935.471
3%
Deposito-Obligatiën per
1962
en leningen Maatschappij voor
Wissels
f
69.678.917
f
30.706.022
Middellang Crediet
f
84.300.000
f

129.396.000

Bankiers in binnen-
6
buitenland
t
431.245.897
t
330.930.508
Deposito’s op termijn
f
536.120.059
f

502.789.603

Effecten en syndicaten
f
58.899.485
[
95.21.681
Crediteuren
f1.607.619.841
f1.723.559.217

Prolongatiën en voorschotten
Geaccepteerde wissels
f
33.202.617
f

31.616.153
tegen effecten
t
113.312.994
t
123.851.808

Debiteuren
f1.018.580.173
[1.267.306.989
Door derden geaccepteerd
f
779.527
f

293.324

Overlopende saldi en andere
Deelnemingen rekeningen
f
95.157,729
f

107.935.400
(mci. voorschotten)
f
.27.035.664
f
38.913.511

Gebouwen en inventarissen
f
1
t
1

f 2:501.189.773
f9
50
1
tRO
773
f2.644.599.697.
C
CAA
500
9
07

AMSTERDAMSCHE BANK

Grootspaak van de maître d’hotel..?

0, neen. Er komen werkelijk nog duizend

miljoen eters bij.

Over vijf en twintig jaar – zo zeggen de

mensen die het weten kunnen – zullen er op

deze wereld duizend miljoen mensen meer

aan tafel zitten dan nu.

,,Er komen nog een miljard gasten
bij,
Auguste”

)

Het zijn echter niet de maître d’hotel en

..

Auguste dc kellner, die voor hun voeding

moeten zorgen, maar Moeder Aarde en de

/

:•..;’

boer Wetenschap en industrie moeten daarbij

helpen. Dankzij de modernste insekten.

/

0

bestrijdingsmiddelen (met een deftig woord

/

insekticiden genoemd) kan de boer de

\ °

belagers van de oogst zowel odcr als boven

de grond te lijf gaan. Shell geeft hem

/

(
machtige wapenen in de hand, o.a.
aidrin en

1

.

dieldrin.
Het zijn goedkope wapens, men

/
1

.

heeft er maar weinig van nodig om het pleit.

te winnen. Een schone taak, want er komen

SHELL

ERKOOPc?Yt

00•

1222

0

.

13-12-1961

nelubelen.

een nieuwe vorm

IQ~
Dordrecht
Stalen meubelen

/

U
reageert op annonces

in ,,E.-S.B.”?

Wilt U dit dan steeds duidelijk

tot uitdrukking brengen?

HANDEL-MAATSCHAPPIJ

41e
.
c41&ert de
9c4ry
&
‘eo.
9’V.

Alle Bank. en Effectenzaken

Beleggingsadviezen

Herengracht 448-454 . Amsterdam
1
Telef.: 221155

6

COMPAGNIE FRANÇAISE DES PÉTROLES

(Société Anonyme)

gevestigd te Parijs

UITGIFTE van

nominaal f 40.000.000,- 5 pct. 15-jarige obligaties,

in stukken groot nominaal f 1000,- aan toonder.

Ondergetekenden berichten, dat zij de inschrijving op bovengenoemde obligaties openstellen op

MAANDAG 18 DECEMBER 1961,

van des voormiddags 9 uur tot des namiddags 4 uur,

bij hun kantoren te
Amsterdam, Rotterdam
en
‘s-Gravenhage, voorzover aldaar gevestigd,

tot
de. koers van 100 pct.,

op de voorwaarden van het prospectus d.d. 6 december 1961.

Prospectussen en inschrijvingsbiljetten zijn verkrijgbaar bij de kantoren van inschrijving.

Nederlandsche
Handel-Maatschappij,
N.V.

Banque de Paris et des Pays-Bas

Amsterdamsche Bank N.V.

De
Twentsche Bank N.V.
Rotterdamsche Bank N.V.

Amsterdam, 6 december 1961.

13-12.1961

1223

1

.

r

fl
:Jjr]

ç®ÇÇj

rq

Ei
L]

i n

ik

één ding Weet hij zeker:

.

“WUt eën
.nder
overkOmt,

kan öok mij
oerkornen.”

Dus sluit hij een levensverzekerng
af.
Een goede, die tevens zijn werkkracht verzekert

WT

.

biedt naast de normale garanties van iedere
levensverzekering

in geval van arbeidsongeschiktheid.

. ..

.

-.

door ziekte of ongeval:

..

.

indien algeheel, 66k kortdurend

.

.
(wachttijd 60 dagei)

EXTRA RENTE-UITKERING van 1
2°Io
per jaar.
van het verzekerde kapitaal

(di. 1

per

.

.:
maand).

ö indien algéheel en waarschijnlijk blijvend.

. .

.

(géén wachttijd)

BOVENDIEN EXTRA INVALIDITEITS-

.

.. .

UITKERING Ipt maximaal 100°/o vanhet

“VITA”Levensverzekering-
verzekerde kapitaal.

.

.

. .

.

. .

• premievrijstelling

naar graad en duur van de arbeidsongeschikt-

MtPPIJ te ZUrich

held, dus ook in geval van tijdelijke en/of
gedeeltelijke invaliditeit.

.

Kantoor voor Nederland:

‘s-Gravenhage

Boverdien: • WINSTAANDEEL

Alexanderstraat 21
• WEDUWE-ERFRENTE 10
0
/0

.

.



DUBBELE UITKERING bij DOOD door ONGÉVAL

tol. (070) 1847 60*

1224

.

.

.

.

.

.

’13-:124961

0

S
0

0

240

200

1

,
.1

160

-zo

0

+2.0

1-40

*60
c

Grotere bedrjfs:eker/ieid iiet Phil,s starterloze ‘TL’M buizen.
Door toepassing

van een speciaal aangepast voorschakelapparaat vindt bij de ‘TL’M buizen-

praktisch directe ontsteking plaats. Door het uitschakelen van de starter is er een

storingsbron minder. De installatie is uiterst eenvoudig, de onderhoudskosten

zijn geringer. Het voorschakelapparaat is kort-sluitvast, waardoor ook in geval

van storing er geen hoge stromen kunnen voorkomen en de levensduur niet

nadelig beïnvloed wordt. Door al deze voordelen heeft een ‘TL’M installatie een

zeer grote en langdurige bedrijfszekerheid. Nadere inlichtingen worden gaarne

verstrekt door Philips Nederland n.v., Eindhoven.

I-A

~0
“O!

VOOR LICHT

GLOEILAMPEN

‘TL’ FLUORESCENTIELAMPEN

ARMATUREN

NEON

13-12-1961

1225

NU KUNT’U.

GOEDKOOP NAAR’

.

NEWYORK

TOT 1 APRIL 1962 EXTRA

VOORDELIGE

17-DAAGSE ,,ECONOMY CLASS” RETOURS

PER DC-7C

PER DC-8

f11313.-

f1.423.-

(besparing f410.)

(bêsparing f496.)

• Het leven in New York hoeft U niet meer te kosten

dan in welke andere werelds tad ook! Vraag bij Uw

passage- of reisbureau of door middel van onder.

staande coupon een gratis exemplaar van het boekje

,,Tips voor New York”. Hetvertelt U waar te logeren

en te eten, wat te zien en te bezoeken, hoe en wat te

betalen enz. enz.

——————-

C OUPON
KLM – Nederland, afdeling

Postbus 1920, Amsterdam
E.S.B.

Verzoeke toezending van Uw gratis boekje

Jips voor New York

NAAM

enveto
mage
Of

1226

– S

ALGEMENE NEDERLANDSE
S

VERENIGING

,,HET GROENE KRUIS”

te Utrecht, zoekt een academicus (cc.
of jur.) als

ADMINISTRATIEF DIRECTEUR

Hij krijgt de dagelijkse leiding van het

bureau waar een 25-tal personeelsleden

werkt. Voorts is zijn arbeid gericht op

nadere fundering van het beleid en van

de planning van activiteiten aan de

hand van bestaande documentatie of

op grond van eigen onderzoek. De

administratief directeuk maakt deel uit

van een team dat buiten hem bestaat

uit de medisch-directeur en de alge-

meen-secretaris (jurist). Leeftijd 35.45

S

jaar. Het aanvangssalaris is ongeveer

f
16.000.-, afhankelijk van leeftijd en

ervaring.

Eigenhandig (niet met bailpoint) geschreven
brieven met inlichtingen over leeftijd, oplei-
ding en praktijk en vergezeld van een re-
cente pasfoto véôr 27 december as, aan de
Nederlandsche Stichting voor Psychotechniek,
Wittevrouwenkade 6, Utrecht, onder nummer
E.S.B. 32930.

PROVINCIAAL OPBOUWORGAAN

STICHTING ZEELAND

Per 1 februari 1962 is de vacature te vervullen van

Staffunctionaris
voor planning en sociale opbouw



Geboden wordt een afwisselende werkkring met na inloop-

periode

een grote mate van zelfstandigheid.

De werkzaamheden omvatten o.m. het verzorgen van de

planning op uiteenlopende terreinen, het verstrekken von

– interne en externe adviezen betreffende vraagstukken van

sociale opbouw en het geven van voorlichting.

Een voltooide sociaal-wetenschappelijke of juridische op-
leiding. is vereist; ervaring op het onderhavige terrein c.q.

in een vergelijkbare functie is gewenst.

Salarisgrenzen: f8.125 -f11.500 (exclusief huurcompensatie

• 1960 en 4% vakantietoelage). Opname in het Algemeen

Burgerlijk Pensioenfonds is mogelijk. De Stichting is aan- –

gesloten bij de Interprovinciale Ziektekostn Regeling.

Het provinciaal Verpaatsingskostenbesluit is van toepassing.

Sollicitaties met volledige inlichtingen vôôr 31
december as. te

zenden aan de
secretaris
van het bestuur,Populierenlaan 4

te
Middelburg.

13-12-1961

1•

13-12-1961

In verband met de snel toenemende vraag naar onze ponskaarten-appara-
tuur en computers hebben wij plaats voor:

SYSTEËM-ADVISÈURS

.0

gewend contacten te leggen op directie-niveau; met grondige kennis van

ponskaartsystemen en aldus in staat mechanisatie-projecten op te zetten

en tôt een voorstel uit te werken;

ervaring op administratief-organisatorisch gebied (cc. drs., S.P.D., gevor-

derde accountantsstudie); leeftijd tot 45 jaar.

0

SYSTEEM-TECHNISCHE ADVISEURS

0 0
0

• met brede administratieve ervaring, b.v. als assistent-accountant;

kennis van ponskaartsystemen gewenst;

-in staat. om
, na.een opleidings- en inwerk periode, in nauwe samenwerking
met de gebruiker mechanisatie-projecten uit te voeren;

v66r-opleiding op H.B.S. niveau en. diploma
M.B.A.
vereist;

leeftijd 2346 jaar.

0

: PROGRAMMEURS (rnnl. of vn.)

als coach .voor de pro grammerings-teams van onze gebruikers;

met belangstelling voor elektronische informatie-verwerkende systemen;

programmeurs-ervaring strekt tot aanbeveling, maar is niet noodzakelijk,
0
daar een opleiding wordt gegeven;

diploma H.B.S.-B met goede wiskunde-cijfers vereist;

• leeftijd 23-26 jaar.

0

•0

Deze functies zijn alle ambulant; candidaten moeten bereid zijn veel in

Nederland te reizen. Beheersing van de Engelse taal is noodzakelijk. Het

salaris is in overeenstemming met de gestelde eisen; na eén dienstverband

van 1 jaar opneming in het pènsioenfonds.
0

Brieven met volledige inlichtingen omtrent persoonlijke en zakelijke ante-
O

cedenten worden onder letter P (a, b of c vèrmelden) in gewacht bij

I

” NËDERLAND N.V.

O

0

Lange Voorhout 86,

0

.

sGravenhage
0TeIef.
185270

PONSKÂARTENAPPARATÜUR EN COMPUTERS

.0 •

1227

Sluit uw verzekering bij de

Algemeene Friesc
:
he Levensverzekering-Maatschappij

VEREENIGINGT
VAN LEVENSVERZEKERING EN LUFRENTE

,,De Groot-Noordhollandsche van 1845″

Algemeene Friesche Brandverzekering-Maatschappij N.V.
LEËIJWARDEN, BURMANIAHUIS

AMSTERDAM VAN BRIENENHUIS

ROTTERDAM – DEN HAAG – UTRECHT – GRONINGEN – HENGELO – HAARLEM

N.V. Instituut voor

Electronische Administratie

Glashaven iöa, Rotterdam.1, tel. (010) 125751

D. HUDIG &. CO

Aô. 1.825

MAKELAARS IN ASSURANTIËN

RÖTTERDAM

Verricht tegen
vast tarief
administroties

en-rekenwerk. Loonadriiiistrati met in-

begrip von: aflevren von gevulde loon-

zakjes overal in. Nederlan4, vermelding

van gecumuleerde gegevens op lo.cinslips,

jaar- en kwortoolcijfers in overzichtelijke

vorm, verdeling vanlönen ôver kosten-

soort en -plaats naar behoefte. Tevens

voor road- èn debiteuren-odministratie,

aangepast aan Uw eisen —Contractsduur

(min. 6 maondenj noor verkiezing.

Telefoon(010) 130800

Wijnhaven 23

Telex 21103

Postbus 518

VAN OER HOOP, OFFERS & ZOON

Ao. 1807

BANKIERS

ROTTERDAM.

Telefoon 11 4620

Westersingel 88

Telex 22199
..

– –

.


Postbus 502.

122

i3-12-1961

Auteur