Ga direct naar de content

Grondstoffen in de file

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 11 2019

Als je een eigen Wikipedia-lemma hebt, tel je mee (Wikipedia, 2019). En dat geldt al helemaal voor een file. De China National Highway 110 traffic jam was dan ook geen normale file, maar een opstopping op snelweg 110 van Tibet naar Peking die twee volle weken duurde. Over een afstand van honderd kilometer reden voertuigen gemiddeld zo’n kilometer per dag.

Een file van die omvang is voer voor economen. Mensen die in dorpjes langs de weg woonden verkochten de gestrande reizigers water en noedels voor het vijftienvoudige van de normale prijs. Eten moet je toch. Mijn collega die als toerist in deze file terechtkwam, is naar eigen zeggen achteruit een snelwegoprit af gereden.

De vraag hoe deze file tot stand gekomen is, blijft ­boeiend. De weg was namelijk gewoon open en het weer was niet bijzonder. De belangrijkste oorzaak ervan bleek de almaar toenemende materiaalstroom te zijn die vanuit het westen van China in grote vrachtwagens naar Peking gebracht werd om daar de bouwhonger te stillen. Het was dus gewoon te druk. De milieubeperkingen in Peking zelf, en het strategische gedrag van transportbedrijven en hun chauffeurs die hun papieren niet op orde hadden, droegen verder ook bij aan de totstandkoming van dit meerdaagse file-evenement.

HH/Bian peng – Imaginechina

Redenen voor circulair grondstoffengebruik

Ironisch genoeg zijn de drie factoren die aan deze monsterfile bijdroegen – onstuimige groei in China, strategisch gedrag en milieubeperkingen – ook de factoren die in dit ESB-themanummer terugkomen als het om circulair grondstoffengebruik gaat.

Het is tevens de Chinese bouwwoede en de bijbehorende materiaalhonger die tot heftig fluctuerende grondstofprijzen leiden, zo laat Casper Burgering zien in zijn artikel in deze ESB. Als grondstoffen vaker hergebruikt worden, zou de grondstoffenvraag van de Nederlandse economie ook lager zijn en wordt het Nederlandse bedrijfsleven minder gevoelig voor de heftige fluctuaties door de groei in opkomende economieën.

Iets dergelijks geldt ook voor de zeldzame aardmetalen (Burgering geeft een overzicht) en het gas uit Rusland. Michel Rademaker verhaalt in zijn column over de Chinese en Russische inspanningen om zich deze grondstoffen en de bijbehorende hoogwaardige productie toe te eigenen. Bedrijven daar dienen vaak de strategische belangen van die landen.

Maar veruit de meeste aandacht gaat uit naar de milieuschade als motivatie voor het beperken van het grondstoffengebruik. Dat kwam al naar voren in het themanummer van vorige maand, waarin het concept circulaire economie zelf centraal stond (ESB, 2019), en hier nog verder wordt uitgewerkt door Justin Dijk et al.. Zij laten zien dat de meeste milieuschade bij de grondstoffenverwerking ontstaat, in het bijzonder het zogenaamde ‘niet-energetisch gebruik van fossiele brandstoffen’ ofwel de productie van kunstmest, basismetaal en basischemie.

Richting circulariteit

Het voor economen meest voor de hand liggende instrument om wat aan deze negatieve externaliteit te doen, is om er met een belasting voor zorgen dat de vervuiler de externe kosten inprijst. Hier lijkt er zeker veel te winnen. Hans Stegeman noemt het in zijn artikel “een eerste stap”, en in hun artikel roemen Esther Mot, Annemiek Verrips en Gerbert Romijn deze “efficiënte oplossing”.

Opvallend daarbij is dat Mot et al. zich richten op de gevolgen voor de Nederlandse concurrentiepositie. Momenteel lijkt de angst dat de laatste fors zal verslechteren bij hogere milieubelastingen krachtdadiger beleid in de weg te staan. Maar deze angst lijkt ongegrond: Nederland is in vergelijking met de ons omringende landen een vervuilingsparadijs. En juist Nederland zorgt ervoor dat er geen gelijk speelveld in Europa is. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de gevolgen van hogere milieubelastingen voor de economische groei en werkgelegenheid zeer beperkt zijn.

Milieubelastingen lossen echter niet alles op. Nadat goederen eenmaal zijn aangeschaft, is de link tussen het grondstofbeslag en de productiekosten van het goed – inclusief eventuele belasting – verdwenen. Dat brengt allerlei gedrag en effecten teweeg. Aan de ene kant kunnen producenten om hun omzet op peil te houden producten zo maken dat ze sneller slijten, en aan de andere kant kunnen duurzamere producten tot een grotere tweedehandsmarkt leiden met lagere prijzen, en dus een hogere grondstoffenvraag.

Met belastingen alleen is dit lastig te voorkomen. Hans Stegeman pleit er daarom voor om de eigendom van het materiaal van een goed en het recht op het gebruik ervan een uiteen te rafelen, en om oplossingen op basis van samenwerking te onderzoeken. Geert Woltjer, Piet Rijk en Martijn van der Heide beschrijven aan de hand van de dagelijkse gang van zaken bij de Nederlandse waterleidingbedrijven dat zulke samenwerkingsoplossingen daar staande praktijk zijn. Ostrom in de polder, zeg maar.

En de file in China? Is er bij de oplossingen eenzelfde analogie te trekken als bij de probleemstelling? Zeker wel. De markt lost veel op – nu de materiaalhonger in Peking wat geluwd is, gaat er minder vracht over de weg. Maar de markt lost niet alles op, want om het strategische gedrag van de vrachtvervoerders aan te pakken moest de overheid met hen in gesprek gaan.

Literatuur

ESB (2019) Circulaire economie. ESB, 104(4770), themanummer.

Wikipedia (2019) Wikipedia-lemma China National Highway 110 traffic jam.

Auteur

  • Jasper Lukkezen

    Hoofdredacteur van ESB en universitair docent aan de Universiteit Utrecht (UU)