Meest gelezen

4 reacties

Ik denk dat ze er iets anders van doen, m..n. in de lijn van luxe-goederen.

P.K. Kamminga

De schrijvers voeren een interessante analyse uit om grip te krijgen op de aangifte-effecten van de bijleenregeling.
Om daar een spraakmakend resultaat uit te krijgen doen ze een niet onderbouwde veronderstelling.
Ze maken bijvoorbeeld niet aannemelijk dat de resultaten van Richard Thaler ook onverminderd op huizenkopers van toepassing zijn.
Ze proberen conclusies te trekken ten aanzien van een vraag die niet als onderzoeksvraag is gesteld, en waarover het onderzoek ook geen hypothese bevat.
Hun veronderstelling is dat de verhouding van schulden verbouwing en koopprijs nieuwe woning niet afhankelijk zou moeten zijn van de verhouding tussen fiscale overwaarde en koopprijs nieuwe woning.
Op basis van deze veronderstelling komen ze tot de conclusie dat er meer aan de hand zou moeten zijn.
Dit wordt dan onderbouwd door een rekenvoorbeeld (in kader 2).
De logische verklaring achter de twee aldaar gepresenteerde situaties kan zijn dat:
- De eerste situatie een typische ‘huurder’ betreft. Dat wil zeggen een eigenaar die zijn hypotheeklasten als huur ziet, niet aflost en uitsluitend bekijkt of hij de lasten kan dragen.
- De tweede situatie een typische ‘bezitter’ betreft. Dat wil zeggen een eigenaar die zo veel mogelijk aflost, dan weet dat het huis zijn eigendom is. Als hij opnieuw koopt, wil hij zeker weten dat het huis van hem is: de aankoopwaarde is nagenoeg gedekt door zijn eigen geld. Met het oog op de toekomst doet hij nog wel investeringen in verbouwing die hij ook weer zo snel mogelijk wil aflossen.
Deze evenzeer niet verder onderbouwde veronderstellingen halen hun conclusies geheel onderuit.
We zijn weer terug bij de vraag, die overigens niet als onderzoeksvraag was gesteld: worden de belastingaangiftes correct ingevuld.
Het is jammer dat in de pers met dit artikel aan de haal is gegaan en dat al tot gesjoemel is geconcludeerd.

Deze opmerkingen mogen als ingezonden brief worden gepubliceerd als ik daarvan vooraf op de hoogte ben gesteld. Ik ben belangstellend naar de reactie van de schrijvers.

Drs. A.W. Everhard

Nog meer ontbrekende verklaringen? Zowel gedrag, de verhoging van de fiscale aftrekbaarheid bij verbouwleningen als een "oude" maar niet onbelangrijke regeling tot 2010 die in de onderzoeksperiode is gelegen!!

1. Zou het kunnen dat bij een zekerheid van geïnvesteerd eigen vermogen er ook een "zekere (meer)opbrengst wordt verwacht? Is het niet zo dat verbouwingen als vuistregel voor circa 50% waardeverhogend werken? Dan wil je zeker zijn dat je investering plus verbouwkosten niet leiden tot een resterende schuld bij de bank..!? En laat die situatie zich nou voordoen als er met veel overwaarde wordt gefinancierd. Economisch gezien wellicht niet slim om een minder goede investering te doen, maar de uitkomst met schuld bij de bank kon hier wel eens mede een verklaring zijn.

2. Andere reden: als bij verbouwleningen de rente wél tot aftrek leidt, kan dat eveneens een eenvoudige verklaring zijn (die dan mogelijk niet door economen kan worden verklaard: irreëel?).

3. Fiscaal ander argument of onkunde
Over de invulling van de aangiften kunnen we snel zijn: de bijleenregeling is dermate complex, dat de toepassing in veel gevallen buiten de de schuld van belastingplichtigen tot fouten leidt. Als dat al het geval is!? Er is namelijk nog een niet onbelangrijke fiscale noot: het toch niét verplicht fiscaal hoeven investeren van de overwaarde bestond als een bijzondere regel tot 2010!
Indien de nieuwe aankoop niet hoger was dan de eigen woningschuld van de oude woning, mocht je toch de oude schuld als "bodem"schuld aanhouden. Deze "kleiner wonen regeling" bestond als bedoeling om ouderen niet te verplichten bij het kleiner wonen op de oude dag om hun gehele overwaarde in te brengen in de nieuwe lening. Zij mochten de oude grens van de schuld als fiscaal minimum gebruiken en de overwaarde dus zelf behouden. Dit zal ook door andere doelgroepen dankbaar zijn toegepast.

Voorbeeld (tot 2010!):
X verkoop woning voor 250.000, schuld (EWS) bedroeg 200.000. Nieuwe "kleinere aankoop" van 210.000, schuld volledig. Eigenwoningreserve bedraagt 50.000. Fiscaal bedraagt de EWS dan tóch als bodem de "oude EWS", zijnde 200.000. Slechts 10.000 van de nieuwe lening wordt in box geplaatst. De 50.000 kan daar voor 10.000 worden aangewend, maar fiscaal is dat niét verplicht.

mr Frits van der Kamp, fiscaal adviseur familievermogensrecht



F. van der Kamp

De uitkomst lijkt mij in het geheel niet merkwaardig: Naarmate een groter deel van de koopsom met de overwaarde van het oude huis wordt gefinancierd, is er -bij voldoende inkomen- een hogere leencapaciteit bij de banken om extra woonwensen (verbouwing) te realiseren.
Mensen verhuizen immers ook omdat ze beter willen wonen en daar lenen ze geld voor, hoe meer overwaarde hoe meer er geleend kan worden!

Hans Smit

Drs. J.J. Smit

Reactie niet ok? Meld misbruik bij de redactie.

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn.

Inloggen