Kühnast et al hebben een naschrift geschreven. Dit is onderaan het artikel te vinden.
Ondernemers ontvingen te veel NOW-steun door strategisch gedrag, aldus Kühnast et al. (2025) in ESB. Die conclusie kan op basis van de verrichte analyse echter niet worden getrokken, en lijkt – gegeven de vormgeving van en controles op de NOW-regeling – ook zeer onwaarschijnlijk.
Doel en opzet van de NOW-regeling
Hoe zat het ook al weer? Om te voorkomen dat de gedwongen sluiting van bedrijven tot massaal baanverlies zou leiden, introduceerde het toenmalige Nederlandse kabinet tijdens de coronacrisis onder meer de zogenaamde NOW-regeling, de (tijdelijke) Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid. Primair gericht op baanbehoud van werknemers dus.
Ondernemers fungeerden bij deze maatregelen louter als uitkeringsloket voor medewerkers zodat hun baan niet verloren ging. Gemeten langs deze lat was de regeling succesvol (SEO, 2024): ‘post-corona’ schommelde de werkloosheid nog steeds zo rond de 3,5 procent van de beroepsbevolking.
Het Centraal Planbureau concludeerde destijds dat de regeling de oploop van de werkloosheid in ons land heeft beperkt en dat de recessie alhier kleiner was dan elders (CPB, 2020). Juist doordat ondernemers niet hoefden over te gaan tot forse ontslagen bleef menselijk kapitaal behouden en konden ondernemingen snel ‘doorstarten’ na de crisis.
Te veel steun deels vanzelf verrekend
Kühnast et al. (2025) vinden nu dat ondernemers vaak net meer dan twintig procent omzetverlies aangaven. Ze suggereren dat ondernemers strategisch gedrag hebben vertoond om meer steun te ontvangen.
Het beeld kan echter vertekend zijn doordat de auteurs alleen de NOW1 in hun onderzoek betrekken. Na de NOW-1 volgden immers nog zeven NOW-regelingen. Als er al omzet was doorgeschoven met omzet in NOW-1, dan kwam de ondernemer zichzelf tegen bij NOW2 en verder: de doorgeschoven omzet drukte dan ten slotte het verlies in de latere kwartalen. De regeling zat wat dat betreft – ondanks de snelle opzet ervan – goed in elkaar.
En boekhoudkundige verschillen kunnen een rol spelen
Bovendien kunnen boekhoudkundige verschillen mogelijk een deel van de resultaten verklaren. Kühnast et al. (2025) gaan uit van cijfers op basis van de btw-aangifte, waarbij (het moment van) facturering leidend is. De NOW-regelingen daarentegen sloten aan bij de reguliere verslaggeving van de onderneming onder het burgerlijk wetboek, internationale accountingsstandaarden en het zogenaamde ‘goed-koopmansgebruik’. Dit levert flinke verschillen in hoogte en moment van omzetverantwoording. Zo zijn er onder meer verschillen in de behandeling van desinvesteringen, van reguliere bedrijfsactiviteiten versus incidentele baten, van de behandeling van abonnementen en vooruit facturering maar ook van bijdragen uit andere compensatiemaatregelen. Al deze aspecten worden anders behandeld onder het NOW omzetbegrip dat gebaseerd is op wettelijk geldende verslaggevingsstelsels dan in de btw-aangifte.
Door deze keuze hebben de auteurs de dataset ook moeten terugbrengen van 116.348 naar 1.579, zo’n 1 procent van het geheel dus, ook nog vooral organisaties met maar één vestiging; dat is volstrekt onvoldoende voor conclusies over het hele spectrum. Deze comptabele verschillen zijn zo groot en talrijk dat omzetbegrippen op basis van beide grondslagen amper te vergelijken zijn. Tabel 1 illustreert dat: de meeste observaties van de auteurs komen uit het linker rijtje, terwijl in het rechter rijtje het meeste geld om ging.

Bron: NBA Helpt webinar, met input van UWV
Grootschalig misbruik zeer onwaarschijnlijk
Om diverse redenen lijkt het onwaarschijnlijk dat ondernemers door strategisch gedrag veel meer steun hebben gekregen dan hun omzetverlies. Ten eerste is de werkelijke omzetdaling later bij de eindafrekeningen nauwkeurig vastgesteld, veelal voorzien van accountantsverklaringen. Daarmee is de gevoeligheid van de regeling voor misbruik in de voorschotfase zo goed mogelijk geadresseerd.
Ten tweede dwong de NOW-1-regeling (artikel 2) consistentie af met de vóór corona toegepaste verslaggevingsmethodiek van de onderneming. Strategisch schuiven werd daarmee afgeremd.
Ten derde vergoedde de NOW slechts een deel van de loonkosten; de rest betaalden de werkgevers zelf door. Het maximale percentage ‘vergoeding’ bedroeg voor NOW-1 negentig procent van de loonsom. Het voorschot bedroeg tachtig procent. Maar de loonsom betreft niet alle loonkosten voor de werkgever. Ondernemers moesten dus ook een deel zelf betalen, terwijl er door de gedwongen bedrijfssluiting veelal geen cent binnenkwam. Velen van hen hebben daardoor flink ingeteerd op hun reserves.
Tot slot corresponderen de bevindingen van Kühnast et al., niet met eerdere controles van de regeling, zoals door accountants, deskundige derden en instanties als het UWV, de Raad van Toezicht of de AFM. Ook het Ministerie van SZW gaf aan tot andere cijfers te komen vanwege de gebruikte methodiek (FD, 2025). Vorig jaar gaf het ministerie al aan beperkt bewijs te vinden voor misbruik en oneigenlijk gebruik, al ontbrak het daarbij aan concrete cijfers (MinSZW, 2024).
Tot slot
Dat ondernemers op deze manier in verband worden gebracht met strategisch gedrag staat in schril contrast met de realiteit waarin vele ondernemers verantwoordelijkheid namen en over langere tijd zelf behoorlijk financieel hebben moeten bijdragen om hun personeel te kunnen behouden. Een deel van de ondernemers heeft er zelfs geheel vrijwillig voor gepleit om minder NOW te kunnen aanvragen dan hun omzetvelies rechtvaardigde (MinSZW, 2020).
Een zorgvuldigere analyse van de verstrekte steun is in het belang van de bedenkers en uitvoerders van de regeling en van de ondernemers die hun verantwoordelijkheid namen in roerige tijden.
Literatuur
FD (2025), https://fd.nl/bedrijfsleven/1558367/ondernemers-kregen-honderden-miljoenen-coronasteun-te-veel
Kühnast, M., B. Overvest, B. Vogt (2025) Ondernemers ontvingen te veel NOW-steun door strategisch gedrag ESB, te verschijnen.
SZW (2020) https://open.overheid.nl/documenten/ronl-07c43b86-db41-4001-b564-5d1382c0eb04/pdf Kamerbrief.
SZW (2024) https://open.overheid.nl/documenten/11997e4b-ad3e-4063-be9e-e9409cde57d7/file. Kamerbrief.
Naschrift Melanie Kühnast, Bastiaan Overvest en Benedikt Vogt
Feitsma en Houwaart-Nonhof stellen dat het onwaarschijnlijk is dat ondernemers op grote schaal te veel subsidie hebben ontvangen via de NOW-regeling. De bijdrage van Feitsma en Houwaart-Nonhof spitst zich toe op de tweede bevinding uit ons artikel (Kühnast et al., 2025): bedrijven gaven gemiddeld een hoger omzetverlies door aan het UWV dan blijkt uit de btw-aangiften. Daarover merken Feitsma en Houwaart-Nonhof terecht op dat er belangrijke boekhoudkundige verschillen zitten in het omzetbegrip voor de NOW en voor de btw. Een vergelijking zoals gemaakt in Kühnast et al. (2025) moet daarom met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Voor een goede discussie is het waardevol dat Feitsma en Houwaart-Nonhof hier op wijzen. Ook in ons oorspronkelijke artikel noemen we daarom verschillen in boekhoudkundige definities in een opsomming van mogelijke verklaringen. Andere verklaringen zijn echter nog niet uitgesloten en ons artikel is een oproep om daar dieper in te duiken.
Auteurs
Categorieën