Ga direct naar de content

Wisselkoersen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 3 1986

Wisselkoersen
,,ln het bedrijfsleven steken wij enorm veel werk in het terugdringen van de oorspronkelijke kosten van een produkt,
ook al gaat het maar om 1 of 2 procent. Bij het bestaande
stelsel van wisselkoersen kan de waarde van ons geld op
een enkele dag met wel 10 of 15 procent fluctueren, waarmee al onze inspanningen voor een economischer produktie met een klap ongedaan worden gemaakt. Dat beneemt
een mens de wil om verder te werken en te vernieuwen; een
vrije economie verliest daardoor een fundamentele motivator. Zaken doen en toekomstplannen maken worden moeilijk als de toekomstige waarde van ons geld duister is” 1).
Akio Morita, de man die Sony groot heeft gemaakt, heeft
weinig op met het huidige stelsel van fluctuerende wisselkoersen. Het is, zegt hij, alsof tijdens een partijtje golf
iemand bij elke hole de handicaps verandert. Zo kun je niet
verantwoord werken. Daarom moeten naties, aldus Morita,
samenwerken om te komen tot een nieuw internationaal
mechanisme dat de wisselkoersen stabiliseert. Het streven
naar geldelijk gewin op basis van speculatie in plaats van
produktief ondernemerschap moet worden tegengegaan.
Is terugkeer naar een ordelijker wisselkoersstelsel mogelijk? Die vraag zal worden besproken op de jaarvergadering
van de Vereniging voor de Staathuishoudkunde op 13 december a.s. Voor die vergadering zijn vijf preadviezen uitgebracht waarin de kwestie wordt belicht 2). Het duidelijkste
antwoord geeft dr. T. de Vries, jarenlang plaatsvervangend
bewindvoerder bij het IMF en thans verbonden aan de Nederlandse Ambassade te Washington. Volgens De Vries is
er in de huidige omstandigheden geen weg terug naar grotere wisselkoersstabiliteit. Wisselkoersstabiliteit ligt buiten
ons bereik zolang de Amerikaanse economie geen duurzaam en voorspelbaar evenwicht heeft bereikt. Dat laatste
zal zeker nog een aantal jaren duren. Tot die tijd is de hoop
op wisselkoersstabiliteit voorbarig.
Sinds het gebruik van papiergeld in de 19e eeuw, aldus
De Vries, zijn slechts twee wereldwijde monetaire stelsels
met vaste wisselkoersen tot ontwikkeling gekomen: de gouden standaard tot 1914 en het stelsel van Bretton Woods na
1945. Beide stelsels orie nteerden zich op een nationale valuta – het pond sterling en de dollar – en werden krachtig
gesteund door de autoriteiten van het betreffende land. De
overheersende positie van het pond en de dollar werden internationaal aanvaard omdat en voor zover zij strookten
met het economische en politieke leiderschap van
Groot-Brittannie resp. de Verenigde Staten. Toen de hegemonie van Groot-Brittannie aan het eind van de vorige eeuw
begon te tanen, hield de gouden standaard alleen nog
stand omdat er internationaal fundamentele overeenstemming was over de doeleinden en instrumenten van het economische beleid (de spelregels van de gouden standaard).
Zodra echter in de jaren twintig en dertig de meningen daarover uiteen begonnen te (open, was het snel gebeurd met
de vaste pariteiten.
Op dit moment spelen de Verenigde Staten de hoofdrol.
De centrale positie van de dollar in het internationale economische verkeer en het Amerikaanse overwicht in internationale politieke en militaire aangelegenheden behoeven niet
veel toelichting. Er is geen land of economisch blok in de
wereld dat tegenwicht kan bieden tegen de Amerikaanse
suprematie in monetaire zaken. Met die realiteit drent elk
plan tot hervorming van het wisselkoerssysteem rekening
te houden, aldus De Vries. Wijzigingen in het monetaire
bestel die de Amerikaanse autoriteiten onwelgevallig zouden zijn, hebben geen schijn van kans. En het ziet er niet
naar uit dat dit op korte termijn verandert.
De centrale positie van de dollar in het monetaire bestel
brengt met zich mee dat het binnenlandse economische beleid in de VS van doorslaggevende betekenis is voor de monetaire verhoudingen in de wereld. Dit binnenlandse beleid
wordt echter afgestemd op de politieke voorkeur van de kiezers in eigen land, niet op de gevolgen die het heeft voor de
rest van de wereld. Het valt niet te verwachten dat een groot
land als de VS met een betrekkelijk gesloten economie zich
bij de vormgeving van zijn monetaire en fiscale beleid veel
aan de internationale repercussies van dat beleid gelegen
zal laten liggen. Dat is de afgelopen jaren ook gebleken. De
Amerikanen hebben alle internationale druk genegeerd en

stelselmatig geweigerd binnenlandse offers 1e brengen ter
wille van internationale wisselkoersstabiliteit. Een land dat
economische en politieke suprematie bezit kan zich dat veroorloven. Het kan niet door anderen tot aanpassing worden
gedwongen.
Dat een monetair kernland een eigen, onafhankelijke
koers vaart is niet ernstig, zolang dit land zorgt voor stabiele
verhoudingen en economische groei. Daaraan is het sinds
het midden van de jaren zestig echter gaan ontbreken. Er
zijn ernstige macro-economische beleidsfouten gemaakt
die hebben geleid tot hoge inflatie en stagnerende groei in
de jaren zeventig en omvangrijke begrotings- en betalingsbalanstekorten thans. Daardoor is het internationale vertrouwen in de VS als monetair kernland verloren gegaan, aldus De Vries. Dat is de fundamentele oorzaak van onze
wisselkoersproblemen.
Daar is natuurlijk nog een factor bij gekomen: de enorme
intensivering van het kapitaalverkeer. De totale jaarlijkse
omzet op de drie grootste valutamarkten (Londen, New
York en Tokio) is al meer dan 25 keer zo groot als de omvang van de wereldhandel. De handelsstromen zinken in
het niet bij de kapitaaltransacties. Het speculatieve kapitaalverkeer heeft de koersfluctuaties, die door andere oorzaken zijn ontstaan, verveelvoudigd. Het koersverloop is
daardoor nagenoeg onvoorspelbaar en onbeheersbaar geworden. Gezien de tendens tot verdergaande liberalisatie
op de internationale kapitaalmarkten kan dat alleen nog
maar erger worden.
De internationale onvrede met het functioneren van de
VS als monetair kernland is natuurlijk niet zonder gevolgen
gebleven. Er zijn alternatieve economische en monetaire
blokken ontstaan, zoals het EMS in West-Europa. Op die
manier kunnen de aangesloten landen zich zelf in elk geval
voor een belangrijk deel van de bezwaren van sterke wisselkoersfluctuaties vrijwaren. Dit lost echter niet alle problemen op. Ook in een internationaal wisselkoersstelsel dat uit
verschillende blokken bestaat die ten opzichte van elkaar
zweven, blijft de speculatie bestaan en blijft het binnenlandse beleid in de VS van doorslaggevend belang voor de monetaire verhoudingen in de wereld. Er is, met andere woorden, voorlopig geen andere weg naar grotere wisselkoersstabiliteit dan via herstel van het evenwicht in de Amerikaanse economie. Pas als het vertrouwen in de Amerikaanse economie is hersteld, gaat een stabiel, op de dollar georienteerd stelsel weer tot de mogelijkheden behoren. Een
volledig rond de dollar gecentreerd stelsel zou echter op politieke bezwaren stuiten. Daarom zouden in een nieuw stelsel de koersen van de dollar, de yen en de ECU binnen het
raamwerk van door het IMF opgestelde regels ten opzichte
van een centrale eenheid – b.v. de SDR – gestabiliseerdmoeten worden.
Hoe groot is de kans dat een dergelijk stelsel van de
grond komt? Op korte termijn vrij klein. Voorshands is het
waarschijnlijker, aldus De Vries, dat wij gevangen blijven in
het krachtenveld van verstoring van het macro-economische evenwicht en van ongebreideld internationaal kapitaalverkeer. Zolang de fundamentele oorzaken van de onevenwichtigheid niet zijn weggenomen, blijft wereldwijde
koersstabiliteit buiten bereik. Er is onder die omstandigheden ook niet veel heil te verwachten van allerlei plannen die
nu circuleren, zoals herstel van de gouden standaard, het
instellen van doelzones voor wisselkoersen, internationale
coordinate van monetair en budgettair beleid, het opstellen
van ‘objectieve beleidsindicatoren’ voor de lidstaten van
het IMF e.d. ‘Sky hooks’ die in de hemel worden verankerd
en waaraan de problemen kunnen worden opgehangen,
bestaan niet, aldus De Vries.
Er zijn, met andere woorden, geen eenvoudige, doeltreffende oplossingen voor het probleem van Akio Morita en de
zijnen. Althans niet op korte termijn. Het spel kent slechts
deelnemers die al spelend de spelregels proberen te veranderen. En er is geen scheidsrechter die dat verhindert. De
scheidsrechter doet zelf het hardste mee^
L. van der Geest
1| Akio Morita, Made in Japan, Veen Uitgevers, UtrechUAntwerpen, 1986, biz. 293-294.
2) Wisselkoersen in een veranderende wereld, Preadviezen van de Vereniging voor de
Staathuishoudkunde 1986, H.E. Stenfert Kroese B V Leiden/Antwerpen, 1986

Auteur