De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump dreigt met draconische tariefsverhogingen op de Amerikaanse import, ook op die uit Nederland. Wat zijn daarvan de gevolgen voor de Amerikaanse en Nederlandse economie en wat is een verstandige Nederlandse reactie?
In het kort
- Het tekort op de goederenbalans van de VS met Europa is gestegen van 145 miljard dollar in 2016 tot 370 miljard in 2023.
- Sancties zijn tamelijk vernietigend voor de VS, en vervelend, maar niet onoverkomelijk, voor Nederland.
- Door naast sancties exportsubsidies te verstrekken, kan Trump de gevolgen voor de Amerikaanse economie beperken.
De recent geïnstalleerde president Trump vindt tarieven “het mooiste woord ter wereld” en dreigt importtarieven in te voeren. Als hij daar daadwerkelijk naar handelt, kan dat vergaande implicaties hebben voor de internationale handelsstromen.
Op het moment van schrijven is nog niet duidelijk hoe serieus we de dreigementen moeten nemen. Zo zouden de buurlanden van de Verenigde Staten (VS), Canada en Mexico, met ingang van 4 februari 2025 al geconfronteerd worden met tarieven van 25 procent op hun exporten naar de VS, maar werden deze op de valreep voor een maand opgeschort. In dezelfde verordening van de nieuwe president wordt gesproken van een heffing op de importen uit China van tien procent.
Duidelijk is echter wel dat het Amerikaanse beleid niet stopt bij deze buurlanden en China. President Trump heeft aangekondigd importtarieven te hanteren als politiek drukmiddel op landen die in zijn optiek de VS tegenwerken. Voorbeelden zijn Denemarken in relatie tot de positie van Groenland; de BRIC-landen als ze een alternatief van de Amerikaanse dollar introduceren als internationaal betaalmiddel; of Panama als dit land het Panamakanaal niet overdraagt aan de VS. Ten slotte ligt Europa, en daarmee ook Nederland, in Trumps vuurlinie.
Bilaterale handelstekorten, zoals in het geval van Canada, Mexico en China, zijn als argument gebruikt ter rechtvaardiging van importtarieven. Importen uit Europa worden in dit kader ook steeds genoemd als boosdoener. Het tekort op de goederenbalans van de VS met Europa is het afgelopen decennium gestegen van 145 miljard dollar in 2016 tot 370 miljard in 2023 (figuur 1). Het leidt dan ook geen twijfel dat Trump zijn volgende pijlen in dit verband op Europa richt.

Maar wat zijn eigenlijk de gevolgen van (extra) tarieven op invoer van de VS uit Europa? Om verschillende redenen is dat niet eenvoudig te analyseren. Ten eerste zijn de voornemens van Trump ter zake niet duidelijk. Wordt het een generieke maatregel of worden verschillende producten verschillend belast en wordt er gedifferentieerd tussen landen? Dat laatste is niet onwaarschijnlijk, gegeven dat hij de tarieven als politiek instrument hanteert. Ten tweede is het niet duidelijk in hoeverre deze maatregelen reacties oproepen bij andere landen. Canada heeft wel al aangegeven dat het als reactie ook importtarieven zal gaan heffen op invoer uit de VS en ook China heeft tegenmaatregelen aangekondigd. En ten derde kunnen de Verenigde Staten de gevolgen voor hun eigen economie proberen te verlichten door subsidies op exporten te verstrekken.
Desalniettemin hebben verschillende studies een inschatting gemaakt van de economische gevolgen van het invoeren van handelstarieven door Trump. Boeters en Meijerink (2024) en Erken et al. (2024) vinden met gedetailleerde input-outputtabellen relatief milde effecten voor Nederland en ook DNB (2024) vindt een maximaal effect van verhoogde tariefheffing van −1 procent op het bruto binnenlands product voor de VS en voor Nederland.
Wij schatten deze effecten ook en door daarbij te werken met een eigen model voor de VS en voor Nederland doen we recht aan de verschillen in economische dynamiek tussen de landen. Ook nemen we direct de draconische omvang van de tariefverhogingen mee – 25 procent is kennelijk een soort van minimum waarmee Trump zijn aanhang het naar de zin wil maken. Vooral de effecten voor de VS zijn in onze schattingen een stuk negatiever, omdat door de hogere prijzen zowel de binnenlandse als buitenlandse vraag naar Amerikaanse producten onder druk komt te staan. De reactie van importeurs van Amerikaanse producten versterkt dit effect.
Buitenlandse sector van de Verenigde Staten
Trump ziet de VS als het middelpunt van de planeet, zichtbaar door het machtigste leger, de tot voor kort grootste economie, de Amerikaanse dollar als sleutelvaluta en de leider op het gebied van digitale technologie en kunstmatige intelligentie. Wat betreft internationale handel blijft het land met een marktaandeel van veertien procent van de wereldhandel echter enigszins achter bij Europa met een marktaandeel van meer dan vijftien procent (data: Wereldbank).
Importen zijn in toenemende mate belangrijk geworden voor de VS. Voor Canada, Mexico en andere Midden- en Zuid-Amerikaanse landen, evenals China, zijn de Verenigde Staten een belangrijke importeur. Deze landen worden dan ook zwaar getroffen als de VS tarieven introduceert op de importen uit die landen.
Dat belang van import is de afgelopen decennia toegenomen omdat traditionele industriële activiteiten naar het buitenland zijn verhuisd. Het resultaat is een alsmaar toenemend tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans, met een onderbreking van de Grote Recessie en de nasleep hiervan. Figuur 2 illustreert het tekort dat in 2023 zo’n 700 miljard dollar bedraagt. De Verenigde Staten kunnen zich zo’n tekort permitteren omdat de dollar wereldwijd als sleutelvaluta functioneert en omdat beleggers het land ondanks het handelstekort als veilige bestemming voor hun beleggingen zien.

Effecten op de Amerikaanse economie
Met behulp van twee econometrische modellen, een van de Verenigde Staten en een van Nederland, schatten we de effecten van hogere handelstarieven. Beide modellen beschrijven aanbod en vraag, de arbeidsmarkt, de overheid, en de financiële en buitenlandse sectoren. Het Amerikaanse model is een kwartaalmodel, econometrisch geschat over de periode 1955K1–2023K2, en het Nederlandse model is een jaarmodel, geschat over de periode 1969–2022. Een technische samenvatting van de modellen is op aanvraag bij de auteurs verkrijgbaar.
Omdat het momenteel nog niet duidelijk is hoe de voorgenomen tariefswijzigingen eruit zullen zien, onderzoeken we drie scenario’s. Het eerste scenario gaat uit van een extra Amerikaanse heffing van 25 procent op de invoer uit alle landen.
Er bestaat een grote kans dat dergelijk Amerikaans beleid reacties oproept van andere landen. Zo bleken Canada en China bereid om tegenmaatregelen te treffen. Ook in Brussel klinken geluiden dat als de VS tarieven introduceert op importen uit Europa, er met gelijke munt wordt terugbetaald. In het tweede scenario wordt daarom verondersteld dat de exporterende landen reageren met een even hoog tarief op de invoer uit de Verenigde Staten, maar de invoer uit andere landen ongemoeid laten.
In het derde scenario redresseert de overheid van de VS de negatieve effecten met een exportsubsidie.
Het gaat ons om de structurele gevolgen voor de economie en daarom gaan we er in alle scenario’s van uit dat de tariefsverhoging een eenmalige beleidsverandering is die gedurende tien jaar wordt gehandhaafd. We presenteren de resultaten als een tienjaars gemiddelde afwijking van een basisprojectie met ongewijzigd beleid.
Invoertarieven zonder reactie door andere landen
Bij een verhoging van de importtarieven in de Verenigde Staten van 25 procent neemt de invoer volgens ons model af met gemiddeld meer dan 12 procent in de tien jaar daarna (tabel 1). De daling vindt vrij snel plaats; al na twee jaar is de invoer 11 procent lager.

De stijging van de invoerprijzen heeft relatief grote gevolgen voor de binnenlandse inflatie. Tabel 1 laat zien dat in deze variant de prijzen van particuliere consumptie gemiddeld zo’n acht procent hoger komen te liggen. Deze prijseffecten hebben niet alleen tamelijk grote gevolgen voor de binnenlandse bestedingen, maar leiden ook tot een daling van de uitvoer.
Bij elkaar is, na introductie van de tarieven, het bruto binnenlands product (bbp) bijna vier procent lager, wat neerkomt op een aanzienlijke schadepost van zo’n 500 miljard dollar per jaar. Consumenten leveren fors in, hetgeen blijkt uit de bijna vijf procent lagere particuliere consumptie.
Het financieringssaldo van de overheid verbetert daarentegen met gemiddeld 1,5 procent van het bbp, dankzij de opbrengsten uit de invoertarieven. Hierdoor daalt de overheidsschuld met 8,5 procentpunt van het bbp.
De dalingen van het bbp en de uitvoer hebben een negatief effect op de vraag naar arbeid, waardoor het werkloosheidspercentage stijgt met bijna twee procentpunt.
De buitenlandse positie van de VS verbetert, een van de weinige lichtpunten in dit scenario,zoals blijkt uit de verbetering van de lopende rekening van de betalingsbalans.
Invoertarieven met een reactie door andere landen
Als de buitenlandse handelspartners ook 25 procent tarief op invoer uit de VS heffen, worden de negatieve effecten op de Amerikaanse economie aanzienlijk slechter (tabel 1). Dat komt omdat de reactie van andere landen geen heffing op alle invoer is, maar slechts op die uit de Verenigde Staten. Op het bbp wordt nu op basis van deze berekeningen 6,5 procent ingeleverd oftewel 1.250 miljard dollar per jaar, wat zelfs voor Amerikaanse begrippen veel is. De effecten van deze maatregelen en de repercussies leiden tot een sterke daling van de in- en uitvoer. Door de relatief hoge prijselasticiteiten van de uitvoer daalt deze zelfs sterker dan de invoer, met bijna dertig procent. In tegenstelling tot de eerdere variant treedt er nauwelijks verandering op in het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans. Het prijspeil van de particuliere consumptie komt aanzienlijk hoger te liggen (gemiddeld bijna tien procent). De werkloosheid stijgt gemiddeld met ruim drie procentpunt.
Invoertarieven met een reactie én exportsubsidies
Als de Amerikaanse overheid besluit met het oog op de dalende uitvoer deze te stimuleren door middel van exportsubsidies, helpt dat om de exporten enigszins op peil te houden, wat tevens gunstig uitpakt voor de lopende rekening van de betalingsbalans (tabel 1). De daling van het bbp blijft met iets meer dan twee procent binnen de perken en de stijging van de werkloosheid is aanzienlijk geringer (1,3 procentpunt stijging). Als gevolg van de extra uitgaven loopt de overheidsschuld op tot zo’n 0,2 procentpunt van het bbp.
Gevolgen voor de Nederlandse economie
De handelssancties hebben significante maar milde gevolgen voor de Nederlandse economie. We bespreken deze aan de hand van twee scenario’s: wel en geen reacties van exporteurs naar de Verenigde Staten.
Invoertarieven zonder reactie andere landen
Er treden verschillende effecten op. De Nederlandse (en Europese) uitvoer naar de VS wordt minder concurrerend op de Amerikaanse markt. Voor Nederland is het directe effect gering, omdat het Amerikaanse aandeel in de Nederlandse exporten klein is. Dat geldt echter niet voor het Amerikaanse aandeel in de Europese uitvoer.
Gezien het feit dat Nederland via in- en uitvoer sterk verbonden is met de Europese markt, kan het indirecte effect wel aanzienlijk zijn. In modeltermen betekent dit dat de voor Nederland relevante wereldhandel door de introductie van invoertarieven in de VS onder druk komt te staan. Daarnaast treden er aanzienlijke prijseffecten op. Ook de prijs van de Amerikaanse uitvoer komt een stuk hoger te liggen (indien wordt afgezien van exportsubsidies), hetgeen impliceert dat Nederland en de rest van Europa meer moeten gaan betalen voor hun invoer uit Amerika.
De Amerikaanse handelstarieven hebben echter ook een positief effect, namelijk dat de positie van Nederland (Europa) in termen van prijsconcurrentie op de wereldmarkt verbetert. Dit effect speelt een belangrijke rol, althans zolang de VS géén exportsubsidies gaat verstrekken.
Al met al zijn de gevolgen voor de Nederlandse economie volgens ons model significant maar relatief goed te overzien (tabel 2). Het bbp is slechts een bescheiden 1,3 procent lager. Dit heeft een zekere invloed op de binnenlandse bestedingen; de particuliere consumptie is gemiddeld zo’n 0,9 procent lager. De effecten op de werkgelegenheid en daarmee op het werkloosheidspercentage zijn respectievelijk −0,7 procent en 0,2 procentpunt. De overheidsschuld is een bescheiden 1,6 procentpunt van het bbp hoger.

Kortom, als de landen die exporteren naar de VS niet reageren, heeft de introductie van importtarieven door de Amerikaanse overheid geen grote gevolgen voor de Nederlandse economie.
Invoertarieven met reactie andere landen
De conclusie verandert als exporteurs naar de Verenigde Staten reageren met tegenmaatregelen, wat niet onwaarschijnlijk is. Voor de Europese landen ligt het voor de hand te veronderstellen dat Nederlandse uitvoer niet wordt belemmerd door importtarieven op de Europese afzetmarkten. We veronderstellen verder dat ook andere landen alleen de invoer uit de VS extra zullen belasten. Dat heeft echter niet alleen effecten dit op de Amerikaanse economie, maar ook op de totale wereldhandel.
De effecten zijn volgens ons model het grootst voor in- en uitvoer, die beide gemiddeld zo’n vijf procent lager zijn (tabel 2). Het bbp is voor de tienjaars periode gemiddeld anderhalf procent lager, evenals de particuliere consumptie. Bijgevolg is het werkloosheidspercentage (slechts) 0,4 procentpunt over de gehele periode hoger. De overheidsfinanciën profiteren van de opbrengsten uit de tariefheffing op de invoer uit Amerika, met als gevolg dat de overheidsschuld in het laatste jaar van de tienjaars periode zo’n negen procentpunt lager is. Ook het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans neemt fors toe.
Conclusie en duiding
De introductie van importtarieven van 25 procent over de gehele linie blijkt vooral kostbaar voor de Verenigde Staten zelf. De kosten in termen van verlies van het bbp lopen in de honderden miljarden dollars. Het verlies voor de Amerikaanse economie wordt vooral heel groot als de handelspartners op een vergelijkbare wijze reageren. Voor Nederland zijn de effecten relatief bescheiden en steken in ieder geval heel gunstig af bij die van de Verenigde Staten. Figuur 3 vat de bbp-effecten samen.

De belangrijkste reden dat de Amerikaanse politiek minder belangrijke effecten genereert voor derde landen is dat de tariefverhoging in eerste aanleg slechts door één land wordt geïntroduceerd, namelijk de VS, en dat derde landen alleen dat ene land straffen voor het tarievenbeleid. Met andere woorden, één tegen alle en alle tegen één.
Mogelijk blijft het bij dreigen met hoge importtarieven; dat alleen blijkt al een machtig wapen. De aangekondigde tariefverhogingen van 25 procent van begin februari hebben in zoverre effect gehad dat zowel Mexico als Canada extra troepen tegen een verdere verspreiding van het zeer verslavende middel fentanyl heeft toegezegd. Als reactie hierop heeft Trump de tariefverhogingen een maand opgeschort.
Mocht Trump overgaan tot het feitelijke inzetten van de draconische tariefverhogingen dan kan hij een deel van de schade mitigeren door de verhoogde tarieven te combineren met subsidies aan op de uitvoer gerichte bedrijven. Het probleem van deze oplossing is dat andere landen een dergelijk beleid dan willen kopiëren of extra importheffingen tegen de door de Amerikanen gesubsidieerde goederen in het leven willen roepen (wat volgens de internationale handelsafspraken dan ook mag). Bovendien, de VS zal in dat geval het verwijt krijgen China in zijn handelsideologie te willen volgen. Erg aantrekkelijk lijkt deze optie daarom voor de Republikeinse Partij niet te zijn.
Voor Nederland luidt het devies om een eventuele tariefverhoging gewoon uit te zitten, liefst zonder vergeldingsmaatregelen. De Amerikaanse importheffingen zijn vervelend maar niet onoverkomelijk. Of iets dergelijks ook voor andere landen geldt, is mede afhankelijk van hun intensiteit van de handel met de VS.

Literatuur
Boeters, S. en G. Meijerink (2024) Effect van Amerikaanse invoertarieven op de Nederlandse en Europese economie. Centraal Planbureau Rapport, november.
DNB (2024) DNB Najaarsraming. DNB, 13 december.
Erken, H., F. van Es en K. Ji (2024) Trump versus Harris: de impact van de Amerikaanse verkiezingsuitslag op de Nederlandse economie. RaboResearch, 25 oktober.
Auteurs
Categorieën