Inflatie raakt niet alle huishoudens evenredig. Vaak wordt er uitgegaan van de gemiddelde inflatie, maar wanneer er wordt gekeken naar een index van de primaire levensbehoeften, zoals woonlasten, energie en voeding, ontstaat er een ander beeld.
De energieprijzen stijgen hard door de recente escalatie in het Midden-Oosten. De energietransitie helpt om dergelijke energieschokken te beperken, maar loopt vertraging op als de rente wordt verhoogd om de inflatie te drukken. Aanpak van de inflatie vergt daarom een rentekorting voor groene investeringen.
Sinds 2022 heeft de Europese Centrale Bank de rentetarieven fors laten stijgen. Dat heeft een negatief effect gehad op de energietransitie. Hoe kan dat anders?
Op school leren we dat geld vanuit de markt is ontstaan als middel om ruilhandel te vergemakkelijken. De wetenschappelijke literatuur wijst echter in de richting van een maatschappelijk construct, onlosmakelijk verbonden met de overheid. Die misconceptie van wat geld behelst, kan resulteren in suboptimaal economisch beleid.
De rentegevoeligheid van de balansen van het Nederlandse bankwezen is gestegen sinds de Europese Centrale Bank (ECB) de beleidsrente verhoogde in juli 2022. Banken verhoogden hun rentegevoelige posities na deze rentestijging om langer te profiteren van de huidige hogere rentestand.
Thole en Ehnts (2024) beargumenteren in ESB dat monetaire financiering gewenst kan zijn om grote maatschappelijke vraagstukken te kunnen aanpakken. Hierbij zou de overheid een deel van haar uitgaven dekken met financiering door de centrale bank. Aan op deze manier handelen kleven grote bezwaren.
Het Russische inflatiecijfer blijft hoog en stabiel, ondanks de aanhoudende verhogingen van de beleidsrente van de Russische centrale bank. Dit doet twijfelen aan de juistheid van het Russische inflatiecijfer en/of de effectiviteit van het Russische monetaire beleid.
In reactie op de hoge inflatie heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de afgelopen jaren de rente verhoogd en de balansomvang laten krimpen. De ECB begeeft zich daardoor op onbekend terrein. Hoe wordt het monetair beleid en de balans nu ingericht?
Deze maand wordt de bloemlezing gepubliceerd van Gerard Vissering. Vissering was van 1912 tot 1931 president van De Nederlandsche Bank. Als voorzitter van de Vereeniging Instituut voor Economische Geschriften was hij nauw betrokken bij de oprichting van de ESB
Het nieuwe kabinet is voornemens om een aantal stevige bezuinigingen door te voeren. Tegelijkertijd staan grote maatschappelijke vraagstukken te dringen om aangepakt te worden. Er zijn andere manieren om deze problemen te financieren dan de belasting te verhogen of te bezuinigen.
Het huidige Europese financiële bestel met private, procyclische geldschepping is van nature instabiel en zal daardoor steeds weer opnieuw in crisis geraken, met onoverzienbare economische en politieke gevolgen. Het systeem kan alleen stabiel zijn bij anticyclische publieke geldschepping. Daarin kan de digitale euro een sleutelrol spelen als tegelijkertijd het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB) wordt verruimd.
Bij kwantitatieve geldverruiming (quantitative easening; QE) koopt de centrale bank effecten op de open markt om de rente te verlagen en het geldaanbod te verhogen. Tijdens een diepe recessie kan QE de productie verhogen en de overheidsfinanciën verbeteren, maar ook de inflatie aanwakkeren.
De balans van De Nederlandsche Bank (DNB) is sinds de piek in oktober 2022 met ruim een kwart afgenomen, wat met name het gevolg is van het verkrappende monetaire beleid. Onder andere de geleidelijke afbouw van de aankoopprogramma’s van effecten deed de balans krimpen.