Ga direct naar de content

Macroproblemen in de micro-economie Suriname

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 26 1992

aantallen x 10OO

Bevolktag 1 -| fptr:: . – „ – . ‘ . . ;;/-.-.
6|
Natuurlijke aanwas bevolking 16-64
Arbeidsplaatsen becMjvon
Arbeidsplilt^p
Aantarijjformele

41

43
66
150

Staatsscbuld (in mln. Sf.)
Buitenlandse schulcJ
BtanenlandsesdwBd

3

^

J

?

Prtjzen

Macroproblemen in de
micro-economie Suriname
M. van Schaaijk*
leine landen kennen soms grote problemen. Bij ongewijzigd beleid zal
riname snel met hyperinflatie warden geconfronteerd. In dit artikel warden
de problemen van Suriname geanalyseerd met behulp van een macromicroeconometrisch model van de Surinaamse economie. Het blijkt mogelijk hetproces
van economische neergang afte remmen en zelfs om te buigen tot groei, zodat in
bet begin van de volgende eeuw de welvaart van dejaren zeventig weer in zicht
kan komen. Dit vereist wel dat nu snel wordt ingegrepen. Door langer te wachten
zal herstructurering alleen maar meer (Nederlands ontwikkelingsgeld) gaan kosten.
Het totstandbrengen van een uniforme wisselkoers en bet verdwijnen van de
parallelmarkt hebben topprioriteit.
Een model voor Suriname
Nederlanders, maar ook Surinamers hebben er vaak
moeite mee om evenwichtig te oordelen over de omvang van Suriname. Qua oppervlakte is Suriname
immers ruim vier keer zo groot als Nederland, maar
wat bevolkingsomvang betreft is het land niet meer
dan een provinciestadje. Tegelijkertijd heeft Suriname echter een complete macro-economie, met een
eigen regering, een eigen loonvormingsproces met
centrale werknemers- en werkgeversorganisaties,
een eigen munt, invoerrechten en een eigen begrotingsbeleid. Suriname is klein (micro) en groot (macro) tegelijk.
De analyse van de Surinaamse economie vereist
daarom een andere benadering dan de analyse van
een grote economie. Zo werkt in een klein land de
wet van de grote aantallen niet. Incidenten lijken
dan alles te bepalen. Zo heeft bij voorbeeld een
schip vol aluinaarde een waarde gelijk aan 0,5% van
de waarde van de totale export van Suriname over
een heel jaar. Als zo’n schip vanwege laag water
met kerstmis pas met nieuwjaar kan vertrekken
heeft dat een effect van 1% op de verandering van
de export van Suriname. Als diezelfde boot in Nederland juist voor of juist na nieuwjaar aan komt,
heeft dat een te verwaarlozen effect op de grote
Nederlandse invoer.
Daar staat tegenover dat het aantal exportprodukten
beperkt is, waardoor het mogelijk is deze alle afzonderlijk in de analyse te betrekken. In Suriname zijn
elf produkten te zamen goed voor 90% van de totale
export. Dat zijn aluinaarde, garnalen, rijst, aluminium, bauxiet, bacoven en bananen, toerisme, triplex
en hout, terwijl vroeger ook koffie en suiker belangrijk waren.
Daarnaast doet zich de gelukkige omstandigheid
voor dat er een grote schat aan informatie over de

economie van Suriname bekend is, terwijl men er in
is geslaagd om de samenstelling van de Nationale
Rekeningen zelfs onder de huidige moeilijke omstandigheden te continueren.
Rekening houdend met deze bijzondere kenmerken
van de Suriname is het mogelijk gebleken om een
een macromicro-econometrisch model te bouwen
waarmee deze micro-economie macro-economisch
kan worden geanalyseerd. Op basis van de beschikbare literatuur en het idee alle exportprodukten
stuk voor stuk in een microblok voor de exportsector op te nemen is eerst een raamwerk voor het Suriname-model gemaakt. Vervolgens is dat ingevuld op
basis van kwantificeringen van afzonderlijke vergelijkingen. Daarna is het model onderworpen aan vijf
zware tests. Die tests hielden tevens analyse van
het verleden in. Voor vijf deelperiodes zijn ‘vooruitberekeningen achteraf gemaakt. Vervolgens is het
model gebruikt om de recente statistieken te actualiseren, en is een technische vooruitberekening gemaakt voor de jaren 1991 tot en met 2001 .
In dit artikel worden allereerst de oorzaken van de
huidige problemen van Suriname geanalyseerd. Vervolgens wordt een aantal scenario’s besproken om
de economie van Suriname er weer boven op te helpen, waaronder het ‘aanpassingspakket’ zoals dat in
opdracht van de EG is opgesteld door adviseurs van
Coopers & Lybrand. Dit pakket houdt echter onvol* De auteur is in zijn vrije tijd voorzitter van de Stichting ter
bevordering van de studie van de Surinaamse economie
(Stuseco) en promoveerde op de studie Een macromodel
van een micro-economie (ISBN 9073732018). Het computermodel is op diskette verkrijgbaar bij de auteur.
1. In dit artikel kunnen we niet gedetailleerd ingaan op de
achtergrond van het model. Daarvoor verwijzen we naar
het proefschrift Een macromodel van een micro-economie.

doende rekening met de jongste ontwikkelingen.
Daarom wordt tevens een herstructureringspakket
onder de loep genomen dat de problemen van Suriname wel het hoofd zou kunnen bieden.

Mln.Sf.

SI.

_ Valutakoers parallelmarkt, rechter-as

Diagnose van de huidige problemen
De bron van ellende in de Surinaamse economic is
het financieringstekort. Tot begin jaren tachtig kende Suriname twee vaste regels: de koers van de Surinaamse gulden ten opzichte van de dollar was vast,
en de overheidsuitgaven waren gelijk aan de overheidsinkomsten.
Begin jaren tachtig was er een daling in de overheidsinkomsten uit bauxiet en ontwikkelingsmiddelen. De overheid bezuinigde daarop op de ontwikkelingsuitgaven, maar de inkomstendaling uit de
bauxiet leidde niet tot belastingverhoging of uitgavenbeperking. Integendeel, de consumptieve uitgaven werden zelfs verhoogd. Het gat werd gedicht
met leningen bij de Centrale Bank. Figuur 1 bewijst
dat het financieringstekort in 1983 en 1984 leidde

tot meer geld in omloop dan er goederen waren,
hetgeen zuigkracht op de invoer uitoefent. Men ziet
in die jaren daarom een afname van de deviezenvoorraad.

In 1984 was de deviezenvoorraad op, maar in plaats
van de tering naar de nering te zetten, startle men
een invoercontingentering. Er werden per kwartaal
niet meer invoervergunningen uitgegeven dan de
exportopbrengsten van dat kwartaal groot waren.

Het eerste betreft de loonvorming. Die wordt niet
gepredestineerd door economische wetmatigheden,
maar is het resultaat van de vrije wil van de sociale
partners die de collectieve arbeidsovereenkomsten
sluiten2.
Het tweede punt betreft de overliquiditeit. Essenti-

eel voor economisch herstel en corruptiebestrijding
is het verdwijnen van de dubbele wisselkoers, maar
zulks is slechts goed mogelijk als de overliquiditeit
onschadelijk wordt gemaakt. De dubbele wisselkoers bestaat nog niet lang genoeg om de werking

De door het voortdurende financieringstekort steeds

ervan empirisch te onderzoeken. Voor dit onderdeel

verder toenemende geldvoorraad kon via import
niet meer afvloeien naar het buitenland. Als de consumenten steeds meer geld in handen hebben en de

van diagnosestelling en zoeken naar de remedie
moet het rekenmodel van de Surinaamse economic
daarom worden aangevuld. Het gaat vooral om de
vraag hoe hoog die ene koers zou zijn, die in de
plaats komt voor de huidige dubbele koersen. Wat
betreft de lopende sfeer komt het grofweg neer op
het volgende. We gaan daarbij uit van de parallelmarkt koers van een Nederlandse gulden (NO op
tien Surinaamse guldens (Sf) (de officiele koers ronden we gemakshalve af op een Sf is gelijk aan een
NO- De Surinaamse goedereninvoer (in miljoenen
guldens) bedraagt:

goederenhoeveelheid wordt kleiner, dan stijgen
uiteraard de prijzen, waaronder de prijs van buitenlandse valuta: de wisselkoers op de vrije parallelmarkt. In figuur 1 ziet men dan ook dat de geldhoeveelheid sinds 1984 ieder jaar toeneemt en vervolgens de koers op de parallelmarkt ten opzichte van
de officiele koers. Momenteel, februari 1992 is die
verhouding al een op twaalf.
Het financieringstekort is de oorzaak van de dubbe-

le wisselkoers en die heeft op zijn beurt twee gevolOfficieel

gen. Ten eerste kunnen sommigen enorme rijkdom

vergaren door op en neer te wandelen tussen de officiele markt en de parallelmarkt, terwijl anderen
daarentegen in steeds bitterder armoe komen te verkeren. De spanning tussen de twee markten lokt onvermijdelijk corruptie uit.

Nu (in Nf)
Nu (in SO
Bij middenkoers
4Sf-lNf (in SO

Parallel

Totaal

600
600

+ 300
+ 3.000

= 3.600

2.400

+ 1.200

=3-600

= 900

Ten tweede moeten producenten voor de export, zoals rijstboeren, de harde valuta die zij verdienen geheel of gedeeltelijk afstaan aan de overheid, terwijl
ze een belangrijk deel van hun grondstoffen op de

dure parallelmarkt moeten kopen. Vroeger winstgevende produktie is daardoor verlieslatend geworden. Ondernemers zijn daardoor gedwongen hun
produktie in te krimpen. Men ziet dan ook dat de
rijstproduktie intussen nog maar de helft is van het
vroegere niveau.

Onzekerheden en veronderstellingen
Om nu de problemen van de Surinaamse economic

De officiele goedereninvoer bedraagt ongeveer zeshonderd miljoen, zowel in Surinaamse als in Nederlandse guldens gemeten. Dus voor deze invoer ter
waarde van zeshonderd miljoen Nederlandse guldens betaalt de Surinaamse koper afgezien van handelswinst ook zeshonderd miljoen Surinaamse guldens.

De invoer via de parallelmarkt bedraagt grofweg
driehonderd miljoen Nederlandse guldens. Voor
deze parallelmarktinvoer betaalt de Surinaamse consument echter bij een parallelkoers van 1:10 drie miljard Surinaamse guldens. De totale invoer is dus ne-

met behulp van het Suriname-model te kunnen analyseren, moet rekening worden gehouden met een

tw^etal onzekerheden die in het model (nog) nauwelijks zijn na te bootsen.

ESB 26-2-1992

^

2. Zie voor een uitwerking van dit aspect biz. 65-73 en 99106 van Een macromodel van een micro-economie.

Figuur 1.

Monetaire

gegevens
Suriname

1975

1982

1990

Bestedingen (in aM. 20%—* i *: • . . ‘*-”
Bruto btanefllanOwerheidscomuepbe^ ultto materieel

Consumptie vaa gezlnaeot

951
67

1,849
204

2.741

436

1.086

3-564

Brutp iwestertagen bpdrijven
Bruto investeringen orctheU

275
7§

322
185

300
72

Uitroer van goedleren:.’«8 Invoer van goederen ea diensten

Niets doen

262

US

578

910

850

617

1.204

2.846

178;-.
-2

194

431
232
5

64
“-’29. “‘
16
110

63
“35′
20
118

22

46

104
2541

Uitvoerprijs

100

162′

Consumptieprijs
Loonkosten min arbefete|JWdttl|tivlteit
Invoerprijs officieel

100
lOQ
100

195
257
196

184
1.100
85$
194

Arbeid(smarkt)

Auteur