Ga direct naar de content

Conjunctuurbericht

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 26 1992

Prijsindex gezinsconsumptie
Begonnen woningen
Het aantal begonnen woningen in
1991 bedroeg bijna 85 duizend; ten
opzichte van 1990 was dit een dating
van 13%, zie figuur 1. Het aantal begonnen woningen in 1991 was hiermee het laagste na 1958. In het afgelopen decennium werd het grootste
aantal bereikt in 1981 (ruim 120 duizend). Dit ligt duidelijk onder de
naoorlogse top (156 duizend in
1972). De nieuwbouw van woningen maakt ongeveer eenzesde uit
van de totale bouwproduktie. In
1991 heeft zich opnieuw een verschuiving voorgedaan van de gesubsidieerde sector naar de vrije sector.
Flevoland, Drenthe en Groningen
kenden stijgingen van het aantal begonnen woningen. De overige provincies lieten dalingen zien ten opzichte van 1990.

Het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie is tussen midden december en midden januari met 0,3% gedaald tot 109,6 (1985=100). In deze
periode werden vooral kleding en
schoeisel goedkoper. Tussen midden januari 1991 en midden januari
1992 steeg de prijsindex met 4,1%.
Dit cijfer is lager dan de opeenvolgende maandelijkse stijgingspercentages in de tweede helft van 1991
(steeds vergeleken met de overeenkomstige maand een jaar eerder). In december 1991 bedroeg de

stijging 4,9%. In de ontwikkeling van
de prijsindex van de gezinsconsumptie zijn vanaf 1984 ruwweg drie fasen te onderscheiden. In het tijdvak •
1984-juni 1986 werden vrijwel onafgebroken afnemende stijgingspercentages waargenomen. Vanaf juli
1986 tot en met december 1987 hebben zich nagenoeg alleen maar prijsdalingen voorgedaan. Daarentegen
werd de periode 1988-1991 gekenmerkt door langzaam toenemende
prijsstijgingen (steeds vergeleken
met de overeenkomstige maand van
het voorgaande jaar), zie figuur 3.

Figuur 1. Aantal begonnen woningen, in duizenden

1980

1981 1982 1983 1984 198S 1986 1987 1988 1989 1990 1991

Figuur 2. Prijzen afzet en verbruik industrie, procentuele maandmutatie t.o.v.
vorigjaar
15

Prijzen Industrie
Het gemiddelde prijsniveau van de
industriele afzet is in 1991 ten opzichte van 1990 met 0,5% gestegen.
In 1990 waren de prijzen ten opzichte van het voorgaande jaar met nagenoeg een zelfde percentage gedaald.
Vergeleken met het basisjaar van de
index (1985) lag het gemiddelde
prijsniveau van de industriele afzet
in 1991 ruim 7% lager. In de eerste
helft van 1991 stegen de prijzen ten
opzichte van het overeenkomstige
tijdvak van 1990 met ruim 1,5%. In
het laatste halfjaar van 1991 was het
gemiddelde prijsniveau circa 0,5%
lager. De relatief hoge prijzen tussen
juli en oktober 1990 lagen mede aan
deze daling ten grondslag. Het gemiddelde prijsniveau van de door de
Industrie ingekochte goederen was
in 1991 bijna 2% lager dan in 1990.
Ook over 1990 daalden de prijzen
van het industriele verbruik. Vergeleken met het basisjaar 1985 lag het
prijsniveau van de door de Industrie
ingekochte goederen ruim 20% lager, zie figuur 2.

iHH|:

v

10

-10

*• veifcnuksprijs

j f m a m j j a s o n d j f ma m j j a s o n d j f m a m j j a s o n d
1989

1990

1991

Figuur 3- Prijsindex gezinsconsumptie, procentuele maandmutatie, t.o.v. voorgaandjaar
6 r

1984

198S

1986

1987

1988

1989

1990

1991

I 1992

alle landen was de groei van het bbp

Bruto binnenlands produkt
Het bbp tegen marktprijzen in het
derde kwartaal van 1991 was in Nederland 2,5% groter dan in hetzelfde
kwartaal van 1990 (figuur 4). Over
de eerste drie kwartalen van 1991
bedroeg de groei ten opzichte van
het overeenkomstige tijdvak een jaar
eerder 2,4%. Van de in de figuur
onderscheiden landen wordt dit

kwartalen van 1991 was in Neder-

in de eerste drie kwartalen van 1991

Buitenland

land circa 0,5% kleiner dan in de

geringer dan die over 1990. Voor de
Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Zweden werden

van het volume van het bbp gemeten. Het Verenigd Koninkrijk kende
het grootste verschil in groeipercentages tussen de eerste drie kwartalen

overeenkomstige periode een jaar
eerder (figuur 5). Over 1990 en 1989
bedroegen de groeicijfers respectievelijk 4% en 5%. Van de hierboven
onderscheiden landen kende de
Bondsrepubliek Duitsland in de eerste drie kwartalen van 1991 het
grootste stijgingspercentage (7),

van 1991 (-2,7) en 1990 (1,1).

gevolgd door Japan (5) en Italic (1).

in het genoemde tijdvak afnemingen

stijgingspercentage alleen overtrof-

Bruto investeringen in vaste activa

fen door Japan (4,8%) en de Bondsrepubliek Duitsland (3,7%). Voor

Het volume van de bruto investeringen in vaste activa in de eerste drie

Figuur 4. Procentuele groei van bet bbp, volume

De overige landen lieten een afneming zien van het volume van de
bruto investeringen. In het VK bedroeg de daling bijna 12%; de VS
zagen de investeringen met ruim 8%
teruglopen. Het grootste verschil
tussen de groeicijfers over 1991 en
1990 werd gemeten voor het VK;
het kleinste voor Italic.

Buitenlandse goederenhandel
Het volume van de invoer van goederen in 1991 was 2,6% groter dan
in 1990. Over 1990 bedroeg de stij-

ging ruim 6%. Het accres over 1991

“is*

CDl998io.yl989

HB9?lu>.v,14ai990

Figuur 5. Procentuele groei bruto investeringen in vaste activa, volume

-•

1-U11991 Lo.v. 1-1111990

Figuur 6. In- en uitvoer van goederen, volume, procentuele jaarmutatie van
bet voortscbrijdend vierkwartaalsgemidtlelde

is het laagste na 1982 (figuur 6). De
uitvoer van goederen, gecorrigeerd
voor prijsveranderingen, nam in
1991 met 5,1% toe ten opzichte van
1990. Dit cijfer is nagenoeg gelijk
aan de stijgingspercentages in 1990

en 1989. Van de verschillende bestemmingscategorieen kende de invoer van consumptiegoederen in
1991 veruit de grootste stijging (9%).
In het laatste kwartaal van dat jaar
viel de groei echter for? terug (tot
2%). De invoer van grondstoffen en
halffabrikaten, met een aandeel van
55% in de totale invoer veruit de
grootste categoric, nam over 1991
toe met 1%. De invoer van investeringsgoederen steeg in 1991 met 3%.
Van de verschillende uitvoercategorieen vertoonde de uitvoer van delfstoffen in 1991 de grootste stijging
(11%). De uitvoer van onbewerkte
agrarische produkten nam toe met
ruim 7%. De uitvoer van fabrikaten,
met een aandeel van 87% in de totale uitvoer veruit de grootste categoric, steeg met 5%. In het tijdvak 19831990 kende de export van fabrikaten

stijgingspercentages die schommelden tussen 4% en 8%. Binnen deze
categoric vertoonde de export van
textiel en kleding, van voedings- en
genotmiddelen en van metaalprodukten in 1991 een groei die hoger
was dan het gemiddelde voor fabrikaten.
Deze bijdrage is ontleend aan het Conjunctuurbericht, nr. 2-92, dat wordt samengesteld door de hoofdafdeling Nationale Rekeningen van het CBS.

ESB 26-2-1992

Auteurs