Ga direct naar de content

Jrg. 20, editie 992

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 2 1935

JANUARi 1935

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

E

Benchten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR DE MEÔEDEELINGEN VAN DE CNTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

20E
JAARGANG

WOENSDAG 2 JANUARI 1935

No. 992

COMMISSIE VAN REDACTIE:

P. Lief tinck; N. J. Polak; J. Tinbergen; F. de Vries en

H. M. E. A. van der Valk (Redacteur-Secretaris).

Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Rotterdam.

Aangeteekende stukken: Bijkantoor luigeplaat weg.

Telefoon Nr. 35000. Postrekaning 8408.

Advertenties
f0,50
per regel. Plaatsing bij abonnement

volgens tarief. Administratie van abonnementen en adver-

tenties: Nijgh
d
van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam,

Amsterdam, ‘s- Oravenhage. Postchèque- en giro-rekening No.

145192.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p. in

Nederland f 20,—. Buitenland en Koloniën f 23,— per

jaar. Losse nummers 50 cents. Economisch-Statistisch
Kwartaalbericht f 1.—. Leden en donateurs ontvangen

het weekblad en het Kwartaalbericht gratis en een reductie

op de verdere publicaties.

INHOUD.

Blz.
REDE VAN DEN VOORzITTER VAN DE KAMER VAN
Koop-

HANDEL EN FABRIEKEN VOOR AMSTERDAM ……….2

Rede van den voorzitter van de Kamer van Koophandel
1.
en Fabrieken voor Rotterdam ………………….
4

Verplichte kindertoeslagen in Nederland door
Dr. F.

Breecivelt………………………………….5

De rubberpositie door
J. F. Racco( ………………6

De toestand in de steenindustrie T door
A. H. Baron van

Rarclenbroek
.
……………………………….8

AANTEEKENINOEN:

De verbetering van de conjunctuur in Zweden ……
12

De ontwikkeling van de staatslinanciën in Zweden . 13

Een Engelsdhe leening aan de Jewish Agency …….13

De export van landbouwproducten uit Nederlandsch-

indië………………………………….
14

Stijgende Amerikaansche uitvoer van industrieele en

mijnbouwproducten ……………………….
14

Nog geen stabilisatie van Pond en Dollar ……….
14

ONTVANGEN BOEKEN
…………………………..
15

2
JANUARI
1935.

De invloed van den jaars-ultimo op de .geldmaikt is

niet bijzonder groot geweest, doch geheel onopgamerkt

is deze todh niet Voorbijgegaan. Cail was gezocht op

1 pOt. en ook zoo te ‘krijgen. Ook op de disconto-

markt was het iets .levendi’ger; er werden op den

ultimo ‘verschillende posten per het nieuwe jaar af-

gedaan, waarbij dan de twee tussoh’enliggende dagen

met cali-geld werden overbrugd. De noteering voor

drie-maands-bankaccepten was iets stijver:
7
fio
pCt.

Prolongatie ônveranderd 1 pOt.

*
* *

Van de wisselmarkt Valt over de achter ons liggen-

de korte ‘beridhtsperiode
feitelijk
niets te schrijven.

De koersen lagen eerder wat lager. Ponden zijn van

7.30 op 7.28Yl teruggeloopen, terwijl Dollars van

1.47/ie op 1.47% kwamen. De $/f ‘koérs bleef ca. 4.94.

Marken onveranderd; de vraag naar •de versdhillende

soorten Sperrmar’ken bleef nog steeds aanihouden,

waardoor de kdersen nog iets stegen. In den aanvang

was er veel vraag naar Belga’s, die van 34.64 tot.

boven de 34.70 opliepen; s’ot aanzienlijk lager op

34.633. Ganadeesche Dollars laJger: 1.48.

Met het oog op de versterking der kasmiddelen op

den ultimo waren
termijn
Ponden aanvankelijk ge-

zbcht – kassa aangdboden; de marges liepen der-

halve wat op. Tenslotte noteerde een- en drie-snaands

weder
:
Ys en c. boven contant. Dollars op latere

levering ongeveer rond den kassa-koers.

De
prijs
van gouden baren is een weinig terugge-

loopen; zij waren op
f
1.652 aangeboden. Sovereigns

i.Jdeden 12.13, Eagles 2.48W Duitsdh bankpapier was

eveneens sterk aangeboden; tenslotte werd er op

54.25 gedaan.

MAANDCIJFERS:

Emissies in November
1934……………………15

Productie der Steenkolen-, Bruinkolen- en Zout-

mijnen …………………………………..
16

.
Hypotheekrente in Nederland ………………..
16

Giro-omzet bij De Nederlandsche Bank ………….
16

STATISTIEKEN
…………………………….
16-20
Geidkoersen. — Wisselkoersen. – Bankstaten;

ECONOMISCH-STiTISTISCHE BERICHTEN

2
Januari
1935

REDE VAN DEN VOORZITTER VAN DE

KAMER VAN KOOPHANDEL EN

FABRIEKEN VOOR AMSTERDAM.

De Nieuwjaarsrede van den Voorzitter van• de

Kamer van Koohan’del en Fabrieken voor Amster-

da
*
m vormt elk jaar een bron van kennis voor deh-
gele, die ,zi-h nog eens over de economische geheur-

tenissen van het afgeloopen jaar in zijn ge’hel
il

oriënteeren. Doch

tevens bevat deze rede steeds be-
langrijtke beschouwingen over de economisdhe
po1i-
tiek, iivzondeiheid die van ons land, die over’den-kin-g
ten volle waard
is. Wij
zullen ons ditmaal geheel be-
perken tot de 9Dinnenlandsche vraagstukken en be-
ginnen met overneming van de Ibesdhouwingen van

•den ‘heer G-ottfr.
H.
Orone over het actueele pro-

‘bieem -van de muntpo’litiek. – –

Gouden standaard.

Dat in ons land, in tegenstelling tot de andere goud-
landen, een openbare discussie kan w’ordeu gevoerd over
al of niet handhaving van den gouden standaard, is een
merkwaardig versdhijnsel. En daarbij is bepaald zeer, be-
vredigend, dat ondanks de ruime publiciteit daaraan ge-
geven, het groote publiek zich niet heeft laten veront-
rusten. Noch kapitaalviucht, noch nerveu-ze koerssehom-
meliugen waren het gevolg van ‘het optreden dergenen,
die op de een of andere wijze door monetair ingrijpen
cle depressie -willen bestrijden. De een wil het goud afawe-
ren, de ander het zilver verheffen, een derde -het goud-
gehalte van onze munt venlirgen, een vierde erkent alleen
goederen of ‘in-dexcijfers als den juis’ten waardemeter;
eenigen staan verandering voor op wetenschappelijke mo-
tieven, anderen weer omdat zij er een zakelijk voordeel
in zien. Het staat te bezien, of de op deze -sterk ‘afwij-
ken-de denkbeelden gebouwde Vereeniging voor Waarde-
vast Geld middelen zal weten aan te geven, die betr
waarborgen het doel, waarvoor zij blijkens haar naam op-
komt, dan de gouden standaard dien wij -hebben. Zeker
zou een devaluatie van den Gulden, waarvoor velen plei-
ter, al een heel slecht ‘begin zijn en een vierkante mis-
kenning van waardevast geld. Niet alleen hebben terecht onze Regeering en circulatiebank zich bij herhaling ver-
klaard tegen iedere manipulatie van onze geldeenheid,
doch ook de ‘groote meerdeilheid van het Nederlandsche
volk verzet zich hiertegen. Het ware wellicht gewensch-t, dat zulks n’iet alleen door individueele uitingen, doch ook
door een collectieve verklaring van een aantal vooraap
staande persoonlijkheden werd bevestigd. En -waarom ver-
zet men zich tegen devaluatie? Omdat het oneerlijk is;
omdat het onnoodig is; omdat het niet ‘doeltreffend ‘is.
Oneerlijk zou het zijn en de Overheid zou haar macht
misbruiken indien zij ‘bepaalde, dat in de toekomst een
miiiderwaardi-ge Gulden ter vereffening van schu-ldverhou-
dingen dezelfde bevrijdende kraCht zou hebben als de
tegenwoord;ige volwaardige Gulden. Een totaal willekeu-
rige ontlasting van ‘schulden’aren en onteigening van
sehuldeischers zou dit beteekeiieu. Een dergelijke munt-
vervalsehiug is even-zeer af te keuren als wij den winke-
lier veroordeelen, die tracht te meten met een verkorte
maat of weegt met vervalscht gewicht.
Onnoodig ‘daarenboven, want de ontredclering van het
muntwezen veroorzaakt door kapi’taalonttrekleing door het
buiten-land, die Engeland noodzaakte den gouden stan-
daard prijs te geven, is hier niet aanwezig. Evenmin de
on’treddering door binnenlandsehe oorzaken, die – in de
Vereenigde Staten noopte tot een noodmaatregel. Integen-
deel, wij hebben meer dan voldoende dekking, zoowel voor
onze bui-tenlandsehe al’s voor onze binnenlandsche ver-
plichtingen.
Niet doeltreffend tenslotte, want voordeel is er niet mede te behalen. Ons land voert meer in clan het uit-
voert, zoodat de stijgin’g van de invoerwaarde, gerekend
in niinderwaardige Guldens, ons meer zou kosten, dan de
winst uit verhoogden uitvoer. En zelfs de vergemakke-
ljking van den uitvoer, die ik niet ontken fndien althans
de exporteur ‘zoo onverstandig ‘is genoegen ‘te nemen niet
minderwaardige Guldens als waren zij gelijk aan de oude,’
kan alleen van tijdelijken aard zijn, •zoolang nameljk-e
prijzen van grondstoffen en arbeidsloonen zich niet aan
het nieuwe peil ‘hebben aangepast.
Zij die speciaal het oog hebben op de moeilijkheden van
debiteuren dienen te bedenken, dat ‘tegenover een groot aantal debiteuren staat een veel grooter aantal crediteu-
ren. Wel staan honderden hypotheek-debiteuren tegenover
een hypotheekbank als erediteur, doch een verzekerings-
maatschappij-debiteur -heeft honderden polishouders-credi- –

teuren tegenover zich. Een overheidslichaam of naam-
boze vennootschap die debi’teur i’s wegens aarrgegane
obligatie-leeningen -hee.f t tegenover zich duizenden obli-
gatiehouders-crediteureis en de enkele spaarbanken-debi-
touren hebben honderdduizenden inleggei-s als crediteuren.
Met een dergeljken ruwen maatregel als devaluatie
kunnen wij in Nederland de crisis niet bezweren. En in-
ternationaal zou de algemeene ontredde ring slechts worden
vergroot.

Bedrijfstoestand.

Blijkens de onderzoekingen, die het Centraal Buréau
voor de Statistiek regelmatig ter zake onderneemt, ver-
toont het Nederlandsche bedrijfsleven sterk de gevolgen
van de buitengewone ongunst der tijden. De moeilijkhe-
den, die aan de structureele wijzigingen in de wereld-
huishouding ontspruiten, treden daarbij op dcii voorgrond.
De uitkomsten waren van bedrijfstak tot bedrijfstak en
dikwijls voor de verschillende ondernemingen van een-
zelfden -bedrijfstak echter ongelijk. Tegenover de talrijke
bedrijven, waarin de werkgelegenheid: op een laag peil -bleef of verminderde, ‘stonden er hier en daar, waar de
bedrijvigheid’ grooter dan in het vorige jaar was. Alles
tezamen genomen trad evenwel nog geen ver-lichting in.
Ïntegendeel.
01)
het eind van het jaar kon men zëggen,
dat eigenlijk alles minder werd. Het kostte aan veel f a-
brieken moeite, z-ich
01)
een ieeds onbevredigend peil te
handhaven, terwijl verscheidene andere zelfs daartoe niet
in staat waren. Bovendien berustte de bedrijvigheid dik’
wijls op orders, die tegen weinig of geen iwinst latende
prijzen, meermalen zelfs met verlies, moesten worden aan-
i’aard. Verschillende fabrieken staakten het bedrijf. Als
een klein liehtpunt stond daar tegenover -het streven naar
aaneenslu-iting door dcii nood der tijden. Men slaagde er
‘op deze wijze hier en daar iii, de productie door onder-
linge regelingen te rationaliseeren en daardoor ‘goedkoo-
per te werken. Indien onze Regeering zorg draagt, dat
zulks niet tot het sluiten van -het bedrijf leidt en de cor-
1-igeerende werking van ‘het buitenlandsche aan-bod niet wordt opgeheven, behoeft deze aanensluiting geen nadeel voor de verbru-ikers met zich te brengen.

Aanpassing.

Nadat de keer Crone ‘gewezen heeft

op de ‘groote

werkloosheid, vervolgt
hij
zijn rede als ‘volgt:
Uit di-t alles blijkt, dat wij nog ver zijn verwijderd van
een te werk stelling der werklooze arbeiders zonder dat
daarbij overheidssteun wordt verleend en bij voorkeur
-in hun oorspronkelijke vakken Toch moet ,ht hier naar
toe, indien ‘wij er in zullen slagen om neder op de in-
ternationale markt mede te dingen. Het g.roote vraag-
stuk blijft nog steeds, hoe evenredigheid te brengen in dé
daling -van de prijzen van de verschillende goederen en
diensten, opdat de bedrijfskosten zoo ver worden ver-
laagd, dat het bedrijfsleven zijn winstgevendheid herki-ijgt.
De rentelast is reeds aan het verminderen. Voor zootver
het- vaste -kapitaal niet meel’ rendihel kan worden ge-
maakt, zal afsohrijving onvermijdelijk zijn. Zeer ernstig
drukt de verstariag van de hooge oveeheidslasten, in
den vorm van belastingen, tarieven en kosten der sociale
wetgeving. Men kan wel zeggen dat op. dit gebied niets of vrijwel niets op het stuk -van aanpassing is geschied.
En het gelijk blij-ven van
deze
kosten heeft zijn druk
ontzaglijk verzwaard, aangezien zij moeten worden op-
gebracht uit een kleiner omzeteijfer.
De arbeidsloonen -hebben langen tijd den di-ang tot ver-
laging kunnen weerstaan. Doch tenslotte gaven zij toe, zoodat er thans op dit ‘gebied allerwege een daling kan
worden opgemerkt. De aanpassing is echter nog aller-
minst volledig. – – –
Van groote beteekenis acht ik in dit vei-band het ere-
diet voor ‘werkverru’iming van
f
60 millioen en het daar-
mee verbonden Werkfonds 1934. De Regeering omschreef
haar aanvraag van dit crediet als een eerste poging voor
werkverruiming. Daarnaast eohter is als strekking van
het plan evenzeer van groot belang het bevorderen van
de aanpassing van de bedrijfskosten bij het huidige prij-
zenpeil. Immers de rechtstreeksche verruiming van de
arbeidsmarkt- bij het-f 60 mill-ioen-plan ‘is beperkt tot het
betrekkelijk gering aantal arbeiders, dat gedurende een
jaar op die wijze aan werk kan worden geholpen. Daar-
na zou het geld op zijn, want het plan rouleert niet. Het-
geen, van de.te ‘verleenen voorschotten aan het ‘bedrijfs-
leven ‘terugkomt, gaat weder -in de schatkist.
Dc Regeeriisg zal bij haar streven naar een loonpeil,
dat economisch mogelijk en dus voor het algemeen belang nood’ig is, zooveel mogelijk het overleg tu’ssehen werkge-

2 Januari 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

vers en werknemers behooren te bevorderen. Doch ik zou
het niet juist achten, indien zij als een redelijk loon
slechts datgene zou laten gelden, waarvoor de instem-
ming van de vakbonden is verkregen, terwijl bij gebrek
aan overeenstemming van het uitvoeren van werken met
erediet vanwege het Werkfonds zou worden afgezien, om-
dat het lopn te hoog is. In die gevallen zal de Regeering
veeleer door het uitoefenen van gepaste sancties moeten
bevorderen, dat een loon, hetwelk als economisch mogelijk
mag worden beschouwd, tot stand komt. Een bres moet
worden geschoten in de besohu’bte bedrijven. Ik denk daar-
bij aan de bouwvakken, waar dc aanpassing nog onvol-
doende is gevorderd, zeer ten nadeele van de huisvesting
der arbeidersbevoiking, ten behdeve waarvan bouw van
goedkoope woningen dringend noodig is.
Ik weet wel, dat ook in de beschutte bedrijven niet alles
bij het oude is gebleven en men den toestand daarin niet.
kan afmeten naar de arbeidsvoorwaarden, die sommige
groepen van arbeiders nog steeds bedingen. Doch het aan-
tal van de besehutte bedrijven en de omvang van de be-
scherming zijn thans veel grooter, dan vÔÔr de crisis het
geval was. Door middel van dc Land’bouwcrisiswet, de con-
tingenteeringen en verhoogde invoerrechten heeft men zich
meer en meer ongevoelig gemaakt voor den invloed der
wereldmarkt. Een zelfde gevolg kan in de zoogenaamde
ordening van het bedrijfsleven zijn gelegen. Het gevaar
voor verstarrin.g nam dientengevolge toe. Wordt daartegen
niet scherp gewaakt en voorkomen, dat de beschutting van
ons bedrijfsleven op de binnenlandsche markt tot econo-
misch niet te rechtvaardigen prijsverhoogingen leidt, clan
zal het vraagstuk van de werkloosheid bezwaarlijk een
oplossing kunnen vinden. Hoe onvoldoende dit inzicht nog is doorgedrongen, blijkt uit het aanvaarden dooi’ de Twee-
de Ranier van een motie omtrent de verplichte naleving
van collectieve arbeidsovereenkomsten door het Rijk en in
rijksbestekken. Aldus wordt de beschutting van bepaalde bedrijven kunstmatig in stand gehouden.

Bedrjfsorciening.

Naast hén, die een huns ‘inziens gebrekkige kapitaal-
verstrekking als oorzaak van een tekort aan levenskracht
bij ons bedrijfsleven naar voren brengen, staan talrijke
anderen, die voor een diep ingrijpende inmenging van de
overheid in hebedrijfsleven pleiten. Hou wachtivoorden
zijn ,,saneering” en ,,ordening”, dus nog meer reglemen-teering, terwijl alles er op wijst, dat de economische ver-
starring hoofdschuldige is aan dc moeilijkheden, waar-
onder wij gebukt gaan Blijkbaar moet men hieruit begrij-pen, dat het bedrijfsleven zelf vreemd, staat tegenover de
nieuwe vraagstukken die zich voordoen en onbekwaam
is, om zich uit eigen kracht aan dcii uieuweu toestand
aan te passen en boven de heerschende verwikkelingen
uit tckomeii. In plaats van uit te gaan vail den eisch van
winstgevendheid als grondslag voor den economischen we-
deropbouw, hetgeen ‘toch de voorwaarde bij uitnemendheid
voor een innerlijk k.iachtig bedrijfsleven is, zoekt men het
in den organisatorischen vorm, die dan bovendien als een
vreemd element door den staat aan de ondernemingen zou
worden opgelegd. Naar men hoopt zal de winstgevendheid
daarna volgen.
Een uiting van dit streven is het ontwerp van wet op
de verbindende kracht van onderneitiersovereenkomsten,
dat bij onze volksvertegenwoordiging aanhangig is. De
ver gaande strekking iblijkt nauwelijks uit den feitelijken
inhoud, want het ontwerp bepaalt niet andem’s, dan dat de
Minister van Economische Zaken de bevoegdheid heeft,
bepaalde regelingen, die tusschen ondernemers zijn getrof-
fen, verbindend of onverbindend te verklaren. Een maat-
staf voor ‘het gebruik van deze bevoegdheid wordt niet
gegeven. Voorts verdient het de aandacht, dat dit geen
crisismaatregel, doch een maatregel van blijvenden aard is,
Dit ontwerp bevat derhalve een soortgelijk beginsel als
bij het ‘scheppen van de Bedrijfsradenwet leiding heeft
gegeven. De regeling, die op grond van deze wet voor
het drukkersbedrijf w’erd voorzien, bevestigde de gesloten-
huid van dit bedrijf. Nieuw daarentegen en van nog ver-
der strekking was het tot stand komen in het begin van het afgeloopen jaar van de eerste Nederlandsche ,,cor-
poratie”, de Centrale Vereeniging vopr de belangen van
de huiden-, leder-, schoenen’ en aanverwante branches.
Reeds spoedig bleek echter, dat dit instituut de leden te
zeer bond, zoodat deze zioh aan de strenge werng ont-tiokke’n. Daarop werden de ‘bindende besluiten van de
centrale weder buiten werking gesteld en spraken de ver-
tegenwoordigers van de meeste groepen zich voor decen-
tralisatie uit.
Het gevaar van al ‘deze ordening met publiekrechtelijke

bevoegdheid en van het overheidsingrijpen in bedrjfsre•ge-
liiigen wordt nog veel te weinig ingezien. Behalve de
verstarring, die hierdoor kan ontstaan, dreigt als gevolg
ervan de eindverbi’uiker in moeilijkheden te geraken, om-
dat die tenslotte alles moet betalen, waartegen dan de
overheid weer door een toezicht op de prijzen zal moeten
waken.
Reeds eerder heb ‘ik gewaarschuwd tegen een door het
centrale gezag geregeld stelsel van ‘voortbrenging en ver-deeling. De ontwrichting van de evereldhu’is’houding met
haar noodlottige uitwerking op ons volksbestaan vormt
een scherpe aanklacht tegen het ingrijpen van de staats-
macht in de vrije functionneering van het produetiepro-ces, waardoor de werking van de wet van vraag en aan-
bod wordt verhinderd. Men stelle i’n de plaats daarvan
weder voorop een zoo ruim mogelijke ontplooiing van de
particuliere werkzaamheid en den particulieren schep-
pingsdrang. Daarentegen beteekent de bedrijfsordening in
den vorm, waarin talrijkeri haar thans ingang trachten te doen vinden, het omgekeerde. Het is een uiting van
liet inzicht, dat eigen belangen meent te dienen door de
binnenlandsohe markt onder het inheemsche bedrijfsleven
te verdeelen en dit immuun te maken tegen den stalen-
den invloed der internationale marktfactoren.

Handels politiek.

Ons handelspolitiek arsenaal is geleidelijk welvoorzicn
geworden. Ik noem als zijn belan.grijkst materiaal de
Tariefwet, weiks rechten in het afgeloopen jaar wederom
werden ‘verhoogd en waaraan de Tarief-noodwet van 17
Mei 1934 werd toegevoegd. Bij laatstgenoemde wet ver-
kreeg de Regeering de bevoegdheid om een aanhangig
wetsvoorstel tot instelling, afsohaffing, verhooging of ver-
laging van invoerrechten toe te passen, als ware dit voor-
stel reeds tot ‘wet verheven. Tevens is de Regeering daar-
bij bevoegd verklaard om aanvullende ën
/00
noodig van
het wetsvoorstel afwijkende voorschriften voorloopig in
werking te stellen. Tenslotte kan de Regeering, onder het voorbehoud van latere bckrachtiging door de Staten-Ge-
neraal, met het oog op het Nederlandsche bedrijfsbelaug
een nieuw invoerrecht heffen of een bestaand invoerrecht
afschaffen, verhoogen of verlagen.
Het nieuwe tarief van invoerrechten is grootendeels ‘het
werk van de commissie, ‘die opdracht had een technische
herziening van dit tarief te ondernemen. Het resultaat is
nochtans weinig anders dan een gewone tariefsverhooging,
met de daaraan verbonden nadeelen. Een bijkomstig na-
deel iii dit ‘geval is echter, dat tal van halffabrikaten en
bedrijfsm’iddelen, die rj varen of laag belast, door een
recht of verhoogd recht werden getroffen. Aldus wordt
het ‘voor vele ondernemingen weder moeilijker om haar
kosten bij het gedaalde pm’ijzenpeil aan te passen.
vervolgens vermeld ik de Crisisinvoersvet, de Crisisuit-
voerwet, de Wet voor Internationaal Betalingsverkeer en
de Wet tot regeling van het verrichten van arbeid door
vreemdelingen. Ook de Landbouwerisiswet is een belang-rijk instrument geworden in onze economische betrekkin-
gen met het buitenland. i)oor rmiiddcl van haar tracht men
hij voorbeeld uitvoer van Nederlandsche voortbrengselen
te ‘verkrijgen naar landen, uit welke wij granen betrek-
ken. Bij haar berust eveneens een deel van de uitvoering der Crisisinvoerwet. De Retorsiewet heeft nog geen toe-
passing gevonden, maar oefent naar men zegt bij voorbaat
een preventieven invloed uit. Een zekere eenzijdigheid in de beoordeeliuig van de uit-
kornsten der huidige handelspolitiek komt naar voren in de
berichtgeving der Regeering over de uitvoering van de
Crisisinvoerivet. ‘J)e voordeelen, die de begunstigde onder-
nemingen verkregen, worden duidelijk uiteengezet. Maar
in het algemeen wordt gezivegen over de gevolgen voor de
overige landgenooten. Niet de afzonderlijke bedrijven, doch
onze volkshuishouding als geheel behooi-t maatstaf van be-
oordeeling te zijn.
Wat de Crisi’suitvoerwet betreft kan ‘het zijn, dat wij
aan den vooravond staan van een nog ongekende en zeker
niet voorziene toepassing. Ik doel h’ier op art. 16 van het
Nederlandseh-Duitsohe clearin.gverdrag .van 5 December jl.,
dat de aankondiging van een regeling van het geheele
goederenverkeer tussehen partijen bevat. Dus een stap ver-
‘der naar staa.tsoverheersching van het bedrijfsleven, dit-
maal evenwel zoowel door de overheid als door de belang-hebbenden met tegenzin ondernomen.
Door de op verschillend gebied getroffen maatregelen
worden wij bedenkelijk in den stroom van de handels-
politieke activiteit meegevoerd. Is onze economische veer-
kracht door deze handelspolitieke bewapening, waarop de
protectionisten jaren lang aandrongen, inderdaad ver-

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2
Januari
1935

sterkt? Zijn wij er met name tegenover het bidte’nland als
ouderhandelaren meer paraat door geworden? Volgen’s cle
Regeering heeft het afgeloopen jaar geleerd, dat, met
welke .handelspolitieke middelen ook wordt gewerkt, een
een igszins belangrijke vergrooti ng van den uitvoer, die
tot werkverru’iming zou kunnen leiden, in afzienbareii tijd
niet te verwachten is. Ook
01)
ander gebied zie ik weinig
aanleiding tot tevredenheid. De eerste belangrijke toetsing
van de waarde der gewijzigde Crisisinvoerwet als onder-
handelingsmiddel had plaats in onze handelspolirtieke be-
sprekingen met Engeland; de uitslag was negatief.
Thans geeft ook de Regeering toe, dat eontingenteering
schadelijke verstarring verwekt. De mogelijkheid wordt
clan ook voorzien, dat ‘in sommige gevallen de contingen-
ten door hoogere ‘invoerrechten worden vervangen. Dat beteekent, dat men een tijdelijke bepenking van den in-
voer naar de ‘hoeveciheid vervangt door een blijvende
prijsverhooging voor de ingevoerde goederen. Inderdaad
moet de contingenteering verdwijnen, doch ‘dit mag niet
worden gekocht met een even krachtige of nog effectiever
werkende belemmering van den invoer van anderen aard.
Het toespitsen van d’e aandacht op de ‘binnenlandsche
markt, leidt tot een onjuiste waardeeiiiug van den ruil
van goederen en diensten met iet buitenland en een ver-
keerden kijk
01)
de ‘buitenlandsche marktfactoren als ther-
momete r voor de bi nnenlandsche voortbrengi ng. En voer
gaat mcii tegen wegens zijn ‘vermeend sehadelijken aard
voor de volkshuishouding. Den uitvoer, dien men hegeert,
ziet men niet meer als de ‘betaling van dien invoer. En
aangezien ‘tenslotte slechts betaling ‘in goederen mogelijk
is, ‘zoodat men op den duur slechts kan uitvoeren, wan-
neer men goederen uit het ‘buitenland betrekt, is men
bezig ons noodzakeljk afzetgebied nog verder ‘te verklei-
nen clan de nood der tijden reeds doet. Onze Regeering is
.

weliswaar van oordeel, dat het afsnijden van invoer niet
behoeft te leiden tot ccii achteruitgang van dn uitvoer,
omdat cle ‘invoer thans in sommige gevallen komt uit lan-den, die Nedet-land slechts veer ‘geringe uitvoermogelijk-
heden bieden. Doch di’t betoog houdt geen rekening met
het driehoekeverkeer. Het ‘is een vermeldenswaard cii
tevens hoopvol verschijnsel, dat men in verschillende lan-
den veder naar vormen voor het instellen van dit ver-
keer zoekt. Dit schijnt er
01)
te Wijzen, dat de strenge
we-
derkeerigheid bij den goedem-en ruil over haar hoogtepunt
heen is.

REDE VAN DEN VOORZITTER VAN DE KAMER VAN

KOOPHANDEL EN FABRIEKEN VOOR ROTTERDAM.

Aan cle Nieuwjaarsrede van den ‘heer W. A. Engel-
brecht, Voorzitter van de Kamer van Koophandei en
iîabrieken voor Rotterdam, ontieenen wij het vol-
gende:

De wereldha.ndel van de 73 voornaamste landen tezamen
(in- en uitvoeren volgens maandstaten opgemaakt) ver-
minderde, wat de waarde ‘betrof, in 1934 met ongeveer 4 pCt. ten opzichte van 1933 voor ‘de eerste drie kwar-
talen der ‘beide jaren, waardoor de aohteruitgang sedert
1929 thans ongeveer 67 pCt. ‘bedraagt (gegevens ontleend
aan het ‘Bulletin Mensuel de’ Statistique van den Volken-
bond).

Tïandelsbe’weging van eenige tanden over cie eerste
negen maanden der
betreffende
iaren.

‘an eikele landen afzonderlijk geeft de volgende ‘staat
cle ‘erande ringen hunner. buitenlandsche haitdelsbeweging
nam, in een vergelijkend overzicht in percentages uitge-
drukt, samengesteld uit gegevens van het Bulletin Men-
suel de S’tati’stique:

Eerste 9 maanden invoer
Uitvoer
België en Luxemburg
1934

t.o.’.
1933

7.5

2.4
1933
1932

6.6

6.0
Denemarken……..
1934
1933

5.4

11.2

1933
1932

14.8

16.8
.Duitschlancl ……..
1934
1933
+
6.0

15.5
1933
1932

9.3

14.9
Frankrijk ……….
1934 1933

18.3

3.0
1933 1932

2.9

7.8
Gr.-Brittannië en Noord-Ierland.

.
1934
1933

0.0

2.6
1933
1932

11.6

7.3
Italië

…………
1934
1933


0.8

15.9
1933
1932

11.4

9.5
Noorwegen

……..
1934

..’

1933

1.1

7.2
.1933
1932

10.6

9.9

Eerste 9 maanden invoer Uitvoer

Zweden …………
1934
1933
+
7.3
+
9.4
1933

,
1932

13.2
+
7.2
Zwitserland ……..
1934
1933

10.3 2.1
‘1933
1932

10.3
+
3.2
Veteenigde Staten
.
1934
.
1933

159

10.0
1933
1932

16.1

21.5
Canada …………
1934
1933
+
8.6

+
3.4
1933

,,
1932

30.2

13.0
Japan

…………
1934
1933

10.0
+
1.1
1933
1932
+
3.0

+
2.5
Britsclm-Indië

……
1934
1933

3.2

5.3
1933
1932

21.6
+
1.6
Unie van Zuid-Afrika
1934
1933
-f
24.8

18.4
1933
1932
+
1.2

2.6

‘toestand in Nederland.

.l)e werkloosheid iii Nederland nam in 1934 toe. Verge-
leken bij ‘de overeenkomnstige maanden van 1933 toonden cle
maa.n.deii Januari tot en met April eenige verbetering, daarentegen was de toestand gedurende de daarop vol-
gende maanden van het jaar ongunstiger.
Voor het jaar 1934 is ook achteruitgang van het reëel
volksiukomen waarschijnlijk.
Voor zoover de beschikbare gegevens van het Centraal
Bureau voor de Statistiek dit toelaten, wordt de inrd ruk ge-
vestigd, dat, nadat het reëel volksinkomen van Neder-
land in de jaren 1930 tot en met 1932 een sterke daling
heeft laten zien (ruim 14 pCt.), het inkomen van 1933,
ten opzichte van 1932 aanmerkelijk minder gedaald is.
Het verbruik van een groot aantal consumptie-goederen
is in 1933 zelfs ongeveer met 3 pOt. gestegen. Dit ver-
bruik was echter voor zoover -het in 1934 ibekend was, in
vergelijking met 1933 minder.
De handels politieke betrekki ii.gen met andere landen
geven geen perspectieven voor spoedig te verwachten op-
leving van welvaart. Zelf’s zullen nog opofferiugeu over
de geheele lijn onvermijdelijk zij.n om den weg, die tot
verbetering leidt, te volgen.
Om onze -alleruoodzakelijkste invoeren te kunnen blijven
betrekken, zal onze nijverheid ‘zich
01)
velerlei fabrikaten
moeten toeleggen, die afzet kunnen vinden ‘in landen, die
aan ons leveren en die ook ii, hun ‘belang bereid ‘zijn, deze
af te nemen, indien wij in prijs cmi kwaliteit kunnen niecle-
d’ingen. In: de eerste plaats moeten daartoe onze produc-
tiekosten op – een lager peil gebracht worden, voornamelijk
die, welke verband houden niet de kosten van eerste
levensbehoeften (woirin.ghuu r, levensmiddelen, kleeding).
Indien wij ons heden een verlaagd levenspeil getroosten,
dan beteekent dit morgen meer .bes’taans’zekerheid. Dit
geldt voor iedereen zonder ci itzondering. Steunmaatregelen kunnen niet blijvend zijn. Vooral voor
bedrijven op agrarisch gebied zij de steun erop gericht,
dat zij op den duur ook onbeschermd zich ‘zullen moeten
kunnen handhaveii. Verplaatsing van koopkracht tenge-
volge van steunmaatregelen beteekent op zichzelf verplaat-
sing, doch geen ‘vermindering van werkloosheid. Een ‘bevredigende oplossing van agrarische vraagstukken
zal op internationale regeling moeten ‘berusten. Belang-
stelling hiervoor bleek ii.i October op ‘de Xitde Algemeene
Vergadering van het internationaal Landbouw Instituut
te Rome. Afgevaardigden der regeeringe’n van italië, de
Vereenrigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Dnitsch-
land en Polen gai’en blijk met de hoofdlijnen eener geor-
ganiseerde wereldeconomie van den landbouw in te stem-
men, zooals deze doom- den vertegenwoordiger der Ver-
eenide Staten naar voren werden ‘gebracht.
Voor den distributiehandel iii ons land was over het
algemeen 1934 een moeilijker jaar dan 1933. De omzet van
verbruiksartikelen, ‘had, ‘zooals ‘ik reeds opmerkte, gerin-
gere’n omvang. – Een zoo efficiënt mogelijk ‘beheer ‘blijft
voor den handeidrijvenden en ‘industrieelen midde nstand
ten sterkste aanbevolen. De publicaties van het Econo-
misch Instituut voor den Middenstand wijzen in dit op-
zicht aan belanghebbenden den w’eg; als zoodamrig knmi-
tien worden genoemd de bedrijfsstatistieken voor wassche-rijen en kruideniers’beclrijven, ‘waarbij weldra ook bedrijfs-
statistieken voor manufactuurbedrj ven en vleesohhouwe-
rijen zullen komen. In het bijzonder hebben de wassche-
rijen reeds ruimschoots van, deze vergelijkende kostenstu-
dies geprofiteerd.

Voor de Nederlandsehe zeescheepvaart ‘bracht 1934 geen
of weini.g verbetering. De inhoud der opgelegde Neder-
landsehe schepen bedroeg in November 1,933 21 pCt, in
Novembem- 1934 16 pCt. van de totale Nederlandsche ton-
nage. , ‘

2 Januari 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

Alleen door ratiojialisatic kan het reederijbedrijî op ge-
zoiLcie econom’isehe basis teruggebracht worden. Een In-
ternatiouale Scheepvaart Conferentie zal weldra te Loji-
den gehouden worden, waarop o.a. dit vraagstuk in be-
han de.! ing zal ‘worden genomen.
Voor het verleenen van subsidies ‘anti Erigelsche reecle-
rijen, die het algeiiieen vrachtvaartbedrijf uitoefenen, is
thans in het Engelsche Par]cnient een wetsontwerp inge-
cliend, terwijl een fonds iii uitzicht wordt gesteld tot be-
vordering van ‘het vervangen van oude door nieuw te
bouwen schepen. Het bedrag, dat voor subsidies aan de
algemeene vrauhtvaart zal worden uitgetrokken, bedraagt
£ 2.000.000,— voorloopig voor
(tt
jaar, een ofer, dat En-
geland zich dan zal getroosten voor behoud en saneering
der koopvaardij naast de offers tengevolge van steurniaat-regelen, genomen iii het belang van andere, o.a agrarische
bedrijven. De directe en indirecte sten n, dien Engeland
0
1)
grond van de agricuitural marketing aot aan producten
als hop, aardappelen, melk en aan te teelt van varkens
verstrekt, bedraagt jaarlijks ongeveer
£45.000.000.—
voor
in ‘clie bedrijven
1.1.50.000
werkzatite menschen.
ilet is ernstig te hopen, dat de Internationale Scheep-
vaart Conferentie gunstige resultaten afwe rpe in dien
zin,
dat, zij liet ook onder leidi lig der regeerin.gen, itiaat-
regelen voor geleidelijke rationalisatie en afschaffing van
subsidies genomen worden, en dat dezelfde regeeringen in
verdere saanenwerkung ook zullen voortgaan tot geleide-
lijke opheffing van alle internationale handelabelettinte-
ringen.
De Nederdandshe luchtvaart oictwikkelde zich gesta-
d
ig
verder, niet onwrikbare zekerheid ccii groote toekomst
tegemoet gaande.
Zwaar gevoelde geheel het land zich getroffen door liet
noodlottig ongeval, dat de IJiver niet bemanning en ns
sagiers overkwam.
Aan den onderneni’ingsgees.t van cle mannen, die den
naant onzer luchtvaart hooghielden bij de internationale
vlucht Loudon—Melbourne, en aan dieji van hen, die met niet minder verdienste een paar weken geleden den lucht-
weg vonden ter ‘verbinding ‘van Nedet-land met Neder-
laudsuhWTest.I
u
dië, deden van denzelfden staat, zij hulde
geb racbt. –

VERPLICHTE KINDERTOESLAGEN IN NEDERLAND.

flet is onlangs gebleken, dat •de regeerin’g bereid is
om ten deele tegemoet te komen aan ‘de wensohen
van de voorstanders van •gezinsloon. Men heeft reeds
in de dagbladen kunnen lezen, dat een voor-ontwerp
van een wettelijke regeling inzake verplichten kin-

dertoeslag door ‘de regeering bij den bogen Raad
van Arbeid aanhangig is gemaakt. En hoewel dus nog
versoheidene stadia ‘doorloopen zullen moeten worden,
alvorens cle wet inzake verplichten ‘bedrijfskin’dertoe-
slag het Staat’shlad zal hebben bereikt, ‘is het initiatief der re’geering belangrijk genoeg oni ‘haar geesteskind
eens wat nader ‘te beschouwen.

Allereerst dan een beknopt overzicht van den in-
houd van het voor-ontwerp van wet inzake verplich-
ten bedrijfskinlertoeslag.

Het voor-ontwerp beoogt ‘den Minister van So-
ciale Zaken ‘de bevoegdheid te geven 6m, wanneer

in het geheele land of in een ‘gedeelte des lands voor
een naar zijn oordeel voldoend groot deel •van een
bedrijf een kin’dertoeslagregeling i) geldt, verplichten
k’indertoeslag ‘in te voeren door te bepalen, dat de niet
bij ‘de kindertoeslagregeling betrokken werkgevers in

dat bedrijf ‘in het geheele land of in dat ‘gedeelte des
lands, door tusschenkomst van het kin’dertoesla’g-
fonds
‘2),
aan hun daarvoor in aanmerking komende
arbeiders, ‘die kinderen te hunneti laste hebben, ‘boven

1)
Hieronder is te verstaan: een in een bedrijf vrijwillig
getroffen regeling, volgens welke de daarbij betrokken werkgevers gehouden zijn out, door deelneming in een
kii,idertoeslagfonds aali alle o bepaalde groepen vaii hunne
arbeiders, die kinderen tehunnéti laste hebben, boven
hun loon een geldelijke uitkeering, verband houdende met
ht aantal dier kinderen, te waarborgen.

) l)it is een aan een kinder’toeslagregeliug verbonden
fonds, strekkende tot het doen van de bovenbedoelde gel-
delijke u itkeeringen.

hun loon een ‘geldelijke uitkeerin’g, verband ‘houdende
met het aantal dier kinderen, moeten waarborgen.

De bevoegdheid aan den 1in’ister van Sociale Za-
ken gegeven is dus wel een zeer uitgebreide. Zij wordt

alleen ‘beperkt ‘door twee ‘bepalingen van het voor-

ontwerp. De eerste schrijft voor, dat invoering van
verplichten kin’dertoeslag alleen kan geschieden op

verzoek van tIen bedrijfsraad of, ‘hij ‘het ontbreken

daarvan, op verzoek van een of meer vakvereenigingen
van werlcgevers of werknemers, waarvan leden bij de

!cin’dertoeslagregeling in het bedrijf betrokken zijn en

dat de overige vakvereenigingea in de gelegenheid

moeten zijn gesteld hun bezwaren kenbaar te maken.

De tweede schrijft voor, ‘dat tot invoering van ver-
plichten !cindertoesla’g in ‘geen geval wordt overge-

gaan, wanneer tea minste % deel ‘der hij de kinder-
toeslagregeling betrokicen wer]cgevers, mits hij hen
ten minste
V
3
deel ‘der arbeiders, in dienst van
bij
die
regeling betrokken werkgevers, werkzaam is – dezelf-
de vei
4
houding geldt t.a.v. vakvereenigingen ‘van werk-
gevers – of wanneer een of meer vakvereeni’gin’gea
van arbeiders, waarbij ten minste ‘ ‘deel ‘der arbei-

ders, in ‘dienst van de hij de ki.n’dertoeslagre’geling
betrokken werkgevers, is aan’gesio ten.

Is ‘de verplichte kindertoesla’g ingevoerd, dan moe-
ten ‘de ,,verpiichte” betrokken werkgevers voor hun

arbeiders de vastgestelde premiën ‘storten in het kin-
dertoeslagfon’ds en moete.n u’it dat fo.nds de verschul-digcle kindertoesla’gen worden uithetaaki.

De structuur van ‘de regeling inzake verplichten
kin’dertoeslag is dus niet enkele woorden aldus te om-
schrijven: Wanneer een groote groep werkgevers in
een ‘bedrijf hun persokeel kindertoeslagen geven, dan
kunnen de overige werkgevers in ‘dat ‘bedrijf daartoe
ook verplitht worden.
Ligt hierin niet dezelfde gedachte, doch ‘in beperk-
ten omvang, die gelegen is in ‘de algemeene verbin-
deadverklaria’g ‘der collectieve arbeidsovereenkomst?
T-her gaat het ‘slechts om een der arbeidsvoorwaarden,
terwijl het bij de collectieve arbeidsovereenkomst om

het geheele complex der arbeidsvoorwaarden gaat,
maar ‘het wil mij voorkomen, ‘dat er meer van een
verschil van quan’titatieven, dan van een verschil van

civalitatieven aard gesproken kan worden. Alle be-
zwaren te richten ‘tegen deze algemeene verbin’dend-
verklaring, bezwaren te ‘bekend om ze hier nog een’s
te ‘herhalen, kunnen ‘dus ook tegen dit voor-ontwerp
aangev’oerd worden.

Er bestaat een bepaalde regeling en een aantal tot
dusverre niet toegetreden wer!cgevers wordt verplicht
tot die regeling toe te treden. Veel te vertellen zul-len zij niet ‘hebben, want de prerniën en kin’dertoe-
slagen worden door den Minister in overleg met de
‘bestuurders van het kindertoeslagfonds – van het

fonds, dat reeds ‘bestaat! – vastgesteld, waarbij zoo-
veel mogelijk aansluiting wordt gezocht ‘hij hetgeen
ingevolge ‘de kindertoeslagregeling geldt. Waant mcii
zich niet ‘bijna in Italië, waar alle werkgevers ver-
plicht zijn aan de voor hun bedrijf ingestelde werk-
gevers-vakvereeni’gin’gen te contribueeren, ‘doch waar

hun rechten, zoo zij niet wensehen toe te treden of
niet erkend worden, nihil zijn?
De hier ‘geopperde bezwra
r
en zijn van algemeenen
aard; zij kunnen worden gedeeld door principieele
voorstanders van een loon naar hekwaam,heid, zij kun-
nen echter ook onderschreven worden door princi-
pieele voorstanders van het systeem van loon naar
behoefte.

Een ander bezwaar, dat evenmin het ‘beginsel van
den kindertoeslag raakt, is, dat het nu toch geen tijd
is om nieuwe lasten te leggen op een deel van he.t
bedrijfsleven. In dezen tijd, waarin het woord ,,aan-
passing” ‘bijkans een mode-woord is geworden, is toch
een eerste voorwaarde voor de aanpassing, ‘dat men
deze lasten vei-laa’gt. Met deze kostenverhoogin.g be-

reikt men ôf dat eenige grens-ondernemingen ‘de
poorten moeten sluiten ôf dat de kosten ‘van ‘deze
regeling – in strijd met de bedoelingen van het voor-

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 Januari 1935

ontwerp – zij het -niet direct, maar zdker indirect

op de arbeiders afgewenteld worden.’ Dat alles kon

toch n’iet de bedoeling zijn, welke bij den sociaal
rarm voelenden Minister van Sociale Zaken voor-

rat, toen hij dit voor-ontwerp liet samenstellen.
De mogelijkheid ‘bestaat, dat ook in de ‘details nog
bezwaren schuilen. Zoo wordt in het voor-ontwerp

alleen bepaald, dat de werkgevers voor ‘hunne arbei-

•ders premiën storten,
terwijl
ook bepaald ‘kan wor-

den, dat voor bepaa’lde groepen geen premie gestort
zal behoeven te worden. Het is te hopen, da-t men

deze bepalingen niet aldus zal uitwerken, dat ‘bijv.

door te bepalen, dat alleen premiën ‘betaald moet wor-
den voor arbeiders, •die van de kindertoeslagen kun-

nen genieten, men het juist niet gewenschte ver

schijn-sel van de uitstootin’g ‘van huisva’ders met groo-

te gezinnen zal in het leven roepen.

De bepalingen van het voorontwerp bieden geen

waarborgen, dat niet zal kunnen geschieden, wat zich

in België voordeed.
i)
In .dat land was oorspronkelijk

bepaald, dat voor ‘leveranties aan den. Staat enz. al-

leen in aanmerking konden komen ‘de weikgevers, die
hun personeel door middel van een z.g. compensatie-

kas kin-dertoeslagen toekeden; in deze kas moest
voor alle werknemers premie betaald wor’den. Wat

deden do betreffende werkgevers toen? Zij ‘bepaalden,
dat de in-dividueele werkgever aan ‘het ein’de van het

jaar van de kas terugbetaald kreeg het verschil ‘tus-

schen ‘de ‘betaalde premiën en de aan zijn arbeiders
toegekende toelagen; al ‘spoedi’g zorgden de werkge-

vers toen -wel, -dat zij ‘geen ‘arbeiders in dienst namen

of hielden, •die ‘voor kindertoeslagen in aanmerking
konden komen. Het zal zaak zijn in ‘den algemeenen

maatregel ‘van ‘bestuur

tot uitvoering ‘der wet, bene-

vens in -de beschikking, waarbij verplichte kin-dertoe-
slag wordt ingevoerd, -bepalingen op te nemen, welke
mogelijkheden als de hierboven omschrevene, uit-

sluiten.

‘Hoewel naar mijn meening het verschil in opvat-
tung ‘ten aanzien van -het toekennen van iin’dertoesla-

gen meer een ethisch karakter draagt dan een econo-
misch – dit wordt o.a. hierdoor ‘bewezen, dat dit ver-

schil zich voor-doet tu-ssehen leden van -dezelfde maat-

schappelijke klasse en ‘geen object van
strijd
is tus-

schen de klasse der ,,bezitters” en ‘die der ,;hezitsloo-
zen” – meen ‘ik, dat -ten opziehte van het onder-
havige wetsontwerp -de ‘bezwaren van economischen

aard ‘van een zoodani’ge diepte en omvang zijn, dat
aanvaarding geen aanbeveling ver-dient. Wanneer men
van meenin-g is, dat het om ethische redenen aanbe-
veling verdient de groote gezinnen tegemoet te ko-
men, laat ‘men dan komen met een wetsontwerp van
grooter omvang, da-t -beoogt aan alle huisvaders met
groote ‘gezinnen kindertoeslagen te geven. Wanneer
de overheid meent, da-t ‘kindertoeslagen behooren te –
worden gegeven, -dan -dient de overheid -de gelden
daarvoor ‘beschikbaar -te stellen. Het vormen van
groote gezinnen wordt todh immers meer beschouwd
als een algemeen staatshela-g, -dan a’ls een bijzonder

werkgeversbelang.
In ‘het bovenstaan’de werden enkele bezwaren tegen
het voor-ontwerp ontwikkeld, -cie lezer -meene niet, ‘dat
er nog niet andere bezwaren ‘te formuleeren zou-den
zijn. Ik -hoop, dat
mij
in een later stadium hiertoe

nog eens de gelegenheid wordt gegeven.
F.
BaSE DVEL’I’.

t)
Men zie ovem- de wettelijk verplichte geziusvergoedin-
gen in België -mijn artikel in Economisch-Statistische Be-richten van
4
Februari
1931.
Dit artikel -werd overgenomen’
in ‘het orgaan van een vereeniging van werk-gevers, die
zeer sympathiek staat tegenover het kinderhijslagen-s’LeiseP
iii. de Mededeelin-gen voor de leden der vereenigin-g van
Tilburgsehe Fabrikanten van Wollen Stoffen
(1931, No.

III).

DE RUBBERPOSITIE.

Bij den aanvang van 1935 is

het van belang eens,

nadat de res-trictie ‘zeven maanden heeft gewerkt, na

te gaan of en in hoeverre de positie iJs verbeterd.

Daartoe zullen wij ‘de algemeene positie van het arti-

kel nagaan en daaraan een ‘korte bes-ehourwing van de

ondernemings- en bevolkingsrubber in -ons Indië

ver-

binden.
Allereerst dan de algemeene toestand. De pro-

ductie, resp. uitvoer gedurende de eerste vijf maan-

den van 1934 bedroeg in long tons:

voor de aan de restrictie deelnemende gebieden
433.031
‘Loes
voor de andere productiegobieden (waartoe wij
ook Siam rekenen) ———————–
18.797

Totale productie, resp. uitvoer —-
451.828
tons
Het verbruik in deze periode beliep ———
428.503

zoodat de voorraden toenamen met ———-
23.325
tons
Op 1 Juni van dat jaar trad de restrictie-regeling
in w’crk-iog; van dit tijd-stip -tot het einde van het
jaar zullen de aangesloten geb-ieden, naar raming, uit-
voeren ………………………………
463.000
tons
en de andere productiegebieden ongeveer …..
31.000

zoodat de ‘totale uit-voeren zullen bedragen circa
494.000
‘tons
Wij taxeeren •het verbru’ik -gedurende deze pe-
miode op ……………………………
500.000

zoodat dan de voorraden zoudeu zijn afgeiio-
men met. …………………………..

0.000 toiis

Daartegenover evenwel sta-at, ‘dat de aan de restric-

tie deelnemende gebieden ‘in het eerste kwartaal van

1935 op rekening ‘van 1934 no’g mogen uitvoeren een

carry-over

van bijna 36.000 tons, zijn-de het verschil
tussehen het volgens -de restric’tie-re’ge’ling toegestane
kwantum ad rond 498.900 tons en den -geraamden uit-

voer ad 463.000 ton-s.
Afgeri

en

van deze -hoeveelheid, sluit dus het jaar

1934, waarin de beperking -geleidelijk to,t 30 pOt. in
December werd opgev-oerd, met een toeneming van

den zi’ohtbaren voorra’a-d met 17.000 tons, waarbij eeh-
ter niet uit ‘het oog mag worden verloren,

dat

in Mei

groote voorraden uit de restrictiegebieden werden,

afgevoerd, welke dus ten deele van ‘den on-zicfrtbaren
n’aar den zidhtbaren ‘voorraad o’vergin’gen; daarnaast
echter staat,, -dat aan-genomen maig worden, -dat van
den z’ichbaren naar den onzidhtbaren voorraad ook

een overgang heeft plaats gehad door groc-tere voor-
raadvorming hij de fabrikanten; een duidelijke aan-
wijzinig in dit veiband vormen de toegenomen ban-
denvoorraden en de verbruikseijfers in -de eerste vier

maan-den van 1934.
Bij ‘deze ramingen moe-t voorts in het oog worden
gehouden, dat die voor het -verbruik met 928.500 tons
h-ooger •i-s dan de tot nu -toe gep-ulbliceerde.
Al-s -conclusie volgt uit deze cijfers, da-t de wereld-
voorra’ad in 1934 -met rond 17.000 tons to-t circa
707.000 tons zal ‘zijn torgenoinen, terwijl een capaci-

teit van rond 34.000 tons

van 1934 naar 1935 ‘wordt

overgeheveld.
Veibinden wij hieraan even de cijfers voor het eer-
ste ‘kwartaal 1935, dan ‘krijgen wij het volgende -beeld:

De aan de restrictie deelnemende gebieden mogen volgens
rm hun quota bij een restrict-ie van
25
pOt. gedurende het
eerste kwartaal ‘uitvoeren …………….
201.195
tons
en op rekening van
1934
t)

..36.000
uitvoer van Fr. Indo-China, Siam en de an- –
dere productie-gebieden ………………
12.805

• Totale uitvoer in het eerste kwartaal
1935 .. 250.000
to-ns
1)
Deze carry-over moeten wij opnemen, omdat de uit-
voer in deze periode -kan plaats hebben en dus -geen
,,ijzeren stock”, die -steeds overloopt, is.

Nemen wij voor deze periode -het verlbruik aan
ovéreenkomstig da-t in deze’lf de pen-ode van 1934 –
de -toen plaats gevonden grootere voorraadvorming dus

• als toeneming beschouwende – derhalve op, ruim
257.000 ton’s, dan zou een kleine -afnemin-g van de
wereld-voorraden tot rond 700.000 tons resulteeren

per ul

t. Maart 1935.

2 Januari 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

Productie.

Bezien wij de factoren welke aan dit resultaat
hebben medegewerkt, dan vraagt allereerst de voort-

brenging de aandacht. De hierboven gegeven cijfers

toonen aan, dat op den thans ingeslagen weg een der

doeleinden van de regeling – het aanzienlijk vermin-
deren van de vereldvoorraden – niet zal worden be-

reikt; daartoe zal een meer ingrijpende beperking
noodzakelijk zijn. De Engelschen hebben dan ook voor
het eerste kwartaal van 1935 een percentage van 30

35 – welk laatste
cijfer
wij reeds in ons artikel in

dit weekblad van 2 Mei ji. noemden – voorgesteld,

doch de Nederlandsche Regeering voorzag dan, vol-

gens dagbladberichten, te groote moeilijkheden met
de bevolkiugsrbber. Z’oodoende werd het percentage

voor deze periode op 25 gefixeerd. Zeer vermoedelijk
is dit argument bij haar beslissing zeker van groote bteekenis geweest en wel niet alleen, omdat zij dan

via het uitvoerrecht reeds op zichzelf grooteren druk
zou hebben moeten uitoefenen, hetgeen zou hebben
beteekend, dat tengevolge van een verhooging van
het uitvoerrecht de Inlandsche rubberboer wederom

minder voor
zijn
product zou hebben ontvangen, doch bovendien zou een zwaardere beperking vermoedelijk

tot
prijsstijging
hebben geleid, hetgeen nog een extra-

verzwaring van het recht tengevolge zou moeten heb-

ben gehad.
Doch dan volgt hieruit tevens, dat dit bezwaar, tot-
dat voor de bevolkingsrubber over de geheele linie
een ander systeem van restrictie zal zijn ingevoerd,
zal blijven gelden en dat de kans dus buitengewoon

gering zal zijn, dat onze Regeering zal toestemmen
in een aanzienlijke verhooging van het percentage in
de toekomst; alleen in die tijden, waarin de bevol-
king sterk geoccupeerd zal zijn met andere bezig-
heden (den oogsttij’d en de periode van het in orde
maken der ladangs), als er dus een natuurlijke be-
perkingstendens is, kan wellicht een grootere res-

trictie tijdelijk worden ingevoerd.
Hiermede hebben wij dus aan de zijde van de pro-
ductie een zekere grens voor de’ vermindering ge-
vonden, tenzij de verhouding tusschen ondernemings-
en bevolkingsrubber in de standaardproductie van
Nederlandsch-Indië zou worden gewijzigd, hetgeen
dan dus ten nadeele van de eerste zou moeten ge-
schieden; hierop evenwel is voorloopig geen kans.

Consumptie en prijsbewe ging.

Van de consumptie moet dus, wij hebben dat reeds
herhaaldelijk betoogd, de verbetering komen. De ont-
wikkeling van deze is in de laatste jaren buitenge-
woon bevredigend geweest, getuige de volgende

cijfers:

Hoogste cijfer tot
1932:
1929
met
779.828
ton
1932
rond
654.700
1933 ,, 806.400
1934 ,,

928.500 ,, (rarning)

Ook al houden
wij
rekening met het feit, dat hier-
in een mutatie in den voorraad is begrepen, dan blijft
deze ontwikkeling zeker boven verwachting; wij mo-
gen evenwel niet vergeten, dat in de laatste twee
cijfers tevens is opgenomen een grootendee’ls inhalen
van den adhterstand uit vroegere jaren, zooals zulks

ook voor de automohielproductie gedeeltelijk het ge-

val is.
1-loewel krachtig naar nieuwe verbr uiksmogeljk-heden wordt gezocht, een streven, dat ook tot nieuwe
toepassingen leidt, is het toch onwaarschijnlijk dat
deze snelle ontwikkeling zich, nadat de achterstand
zal zijn
ingehaald, zal voortzetten; veeleer mogen wij
dan een geleidelijke toeneming verwachten.
De toenemende toepassing van en het voortdurende
zoeken naar vervangingsmiddelen – regeneraat, syn-
thetische rubber – zijn factoren, welke, daar zij in
drie groote verbruikscentra (Ver. Staten, Duitsch-
land en Rusland) plaats hehhe
n
, zeker niet als onbe-
teekenend mogen worden beschouwd.

Daarbij komt, dat, moge men voor de volgende
jaren optimistische verwachtingen koesteren ten aan-

zien van het verbruik van Engeland, Rusland en Ja-
pan, toch nooit uit het oog mag worden verloren,

dat de wereldverhoudingen steeds meer gaan wijzen
op een bestendiging van de moeilijkheden, welke het

internationaal ruilverkeer in den weg worden ge-
legd, en dat dit op de ontwikkeling dus remmend zal

werken.
Kan dus ten opzichte van de consumptie een zeker
optimisme alleszins gerechtvaardigd worden geacht, het komt ons toch voor, dat dit niet overdreven moet

worden, tenzij
mogelijkheden
worden gevonden, welke
geheel nieuwe aspecten zouden bieden.
Daarbij dient ook het
prijsverloop
te worden be-
schouwd; dit is voor producenten onbevredigend ge-
weest. Wel is tegenover 1932 geleidelijk een stijging
ingetreden, totdat in September 1934 het maximum met ongeveer 25 cts. werd bereikt, doch sedert dien
beweegt de
prijs
zich weer in dalende richting en be-
draagt thans
nauwelijks
20 ets. foib. Voor het over-

groote deel der producenten beteekent dit nog een
verliesgevende of onvoldoend rendeerende productie;
het is een prijsniveau, dat beneden den ,,redelijken
prijs”, welken de Indische Regeering in gedachten
had (ruim 20 cts. fob), ligt. Doch ook die ,,redeljke
prijs” – de enquête van ‘de financieele pers heeft dit

wel getoond – kan niet tot algemeen winstgevende
productie leiden; de prijs zou tot een veel hooger
niveau moeten worden opgeschroefd, waarvan het ge-
volg zou zijn, dat de mogelijkheden voor de vervan-
gingsmiddelen vergroot, de consumptie bovendien on-
gunstig beïnvloed zou worden, twee gevolgen, welke
vôér alles dienen te worden vermeden. Bovendien
zouden de outsiders, waartoe wij nu ook voorloopig
nog Siam moeten rekenen, hun productie opvoeren,
terwijl het streven naar zoeken van nieuwe productie-
gebieden door consumenten, dat zelfs thans, getuige
de berichten met betrekking tot Panama, niet rust,
zou worden aangemoedigd. Een prijsstijging
plaatst, zooals reeds gezegd, cle
Indische Regeering tegenover de bevolkingsrubber
tenslotte voor zoodanige moeilijkheden, dat reeds
daaruit een streven tot tegengaan van een sterke stij-
ging voortvloeit, zoolang niet algemeen een beter
beperkingssysteem voor deze groep producenten is
gevonden en tenzij het niveau der kosten van levens-
onderhoud – doch dan dus ook voor de onderne-
mingen – den invloed ervan teniet doet.
Hoewel men in het algemeen optimistisch is ten
opzichte van het toekomstig prijsverloop, meenen wij,
d’at s»teike
prijsstijging,
zoolang de productie aan d’e

consumptieve vraag kan voldoen, niet te verwachten
en ook niet in het belang van producenten is. Een gematigd optimisme ten opzichte van de toekom-

stige prjsbeweging met alle hoop gevestigd op een
voortgaan van de toeneming van het verbruik komt
ons als de juiste houding v’oor.
De heele restrictie kan aleen dan tot een gezond-
worden van de verhoudingen leiden, indien in de toe-

komst de potentieele producties door het verbruik
geabsorbeerd kilnnen worden en dit beteekent, dat de
consumptie in de toekomst
tenminste
de volgende
cijfers moet kunnen bereiken:

1935 ……….1.073.000 ton
1936 ……….1.153.000 1937 ……….1.202.000 1938 ……….1.236.500

Tenminste,
want deze cijfers geven de voor de be-
perkende gebieden aangenomen productiecapaciteit
weer en hierbij is dus geen rekening gehouden met
de productiecapaciteit der outsiders – die in 1934
ongeveer 50.000 ton uitvoerden en wier productie in
de toekomst zal toenemen – en evenmin met het
feit, dat de potentieele productie der aangeslotenen
zeer vermoedelijk grooter zal
zijn
dan de aangenomen
cijfers. Van normale verhoudingen zijn wij dus nog
ver verwijderd en deze capaciteit, alsmede de bij de

ECONOMISCH-STATISTISCHE ,BERICHTEN

2Januari 1935

voortschrijdende technische ontwikkeling steeds groo-

tere kans op een mogelijke toepassing van verven-
gngsmicIclelen, zullen een druk
01)
de prijzen blijven
uitoefenen.

Ondernemingsrubber.
Tenschen wij kort samen te vatten srat de .1 nvloecl

voor de onciernemingsrubber in ons Indië is geweest,
clan kunnen wij vaststellen, dat het prijsniveau heeft
geleid tot versterking van cle financieele positie van

alle producenten. De aspecten zijn daardoor over het
algemeen gunstiger in zoover, dat de positie om aan

de moeilijkheden het hoofd te bieden verbeterd is.

Daarnaast heeft de beperking tot stijging van den
kostprijs geleid, hoewel zij over de afgeloopen zeven

maanden op nog geen 20 pOt. uitkomt. Hier en daar

zal zelfs, dank zij de gu.nstigere omstandigheden ge-

durende çle eerste vijf maanden van 1934 van winst
sprake kunnen zijn, mede dank zij het feit, dat cie

bonen geen aanmerkelijke stijging te zien hebben ge-
geven, hoewel hierin voor de Java-ondernemingen
gedurende de laatste maanden ook verandering be-

gint te komen.
Voor 1935 kan een verdere stijging van den kost-
prijs worden verwacht; ecn’ internationaal beper-
kingscijfer van 25 toch brengt cle individueele zes-

trictie zeer vermoedelijk boven de 30 pOt. en aange-
zien het totaal der kosten, met uitzondering van de oogstkosten, vrij constant is, moeten de kosten per

eenheid toenemen.
Ook voor 1935 heeft men principieel het systeem,
voor vaststelling der mdi vid ueele standaardprodu c-

ties der ondernemingen niet aangetast en dus ook de

onbilljkheid van 1934 gehandhaafd. Hetgeen in het
artikel over de theerestrictie in dit weekblad van
20 Decembër zoo terecht wordt opgemerkt over de
vaststelling van ieders aandeel in de standaardpro-
ductie, geldt ook voor de rubiber. Wel schijnt thans

te zijn ibepaäld, dat alleen taphare .aanpiantingen een

toewijzing krijgen en schijnt in sommige accres-cijfers
voor jonge aanplantingen wijziging te zijr gebracht,
doch principieel wordt het ongemotiveerde feit ge-
handhaafd, dat de veroorzakers van de overproductie

en zij, die den strijd niet hebben kunnen volhouden,
thans met een aandeel in den uitvoer – van welk
aandeel zij zelfs bovendien de, licenties kunnen ver
vreemden, indien hun eigen productie onvoldoende
economisch is ‘- worden beloond.
Voor de econemisch sterke producenten heeft deze
restrictie weinig ‘voordeel ge!braht; bij een dergelijke

ontwikkeling der consumptie als die der laatste twee
jaar mag zeker worden aangenomen, dat het prijsni-
‘eau zich geleidelijk in gunstigen zin zou hebben ont-
wikkeld, alleen reeds om te zorgen, ‘dat een v’oldoend

groot aanbod ter markt kwam.
Voor de ru’bber in ons Indië is de veseiging der
Goodyearfaibriek daar een voordeel; omdat
1
hierdoor
de productie-mogelijkheid vooi ruwe riiihber met het

verbruik dezer fabriek word-t vergroot.

Bevol1cingsrubber.

Voor de bevo1kingsplanters moet de heele restric
tie, zooals wij reeds dadelijk hebben voorspeld, als
een groote teleurstelling worden ibeschouwd.
De prijs, dien zij ‘voor hun product ontvingen, werd
steeds lager -toen de marktprijs daalde zonder even
aterke verlaging van het u’ibvoerreëht. Eerst onlangs
is dit met 20 pOt., nl. 4 ets. per kg droog product,

tot 16 ets. verlaagd, -hetgeen natuurlijk in eerste in-
stantie een cadeau is geweest ‘aan de houders der
groote voorraden, we!l’ke volgens heridhten in de ‘he-
volkingsru:bberdistricten worden aangehouden, d. w. z”
vbora’l aan ‘de handelaren.

Van de onjuistheid der regeling is men altijd over-
tuigd geiveest en rhans is of ral dan ook in Riouw,
Tapanoeli, Sumatra’s Oostkust, Atjeh en Onder’hoo-
righeden en op Banka de indivirlueele restrictie ko-
men, welke, hoewel geen rekening houdende mét de

heteekenis van den ru9yhertujn vor dcii producent,

toch een verbetering brengt, omdat nu de producenten

een ‘heteren prijs voor hun product krijgen cii niet

een groot deel aan hun gemeenschap moeten afstaan.
Ook nu blijven nog punten ter regeling, ‘dodh om de

werking dezer nieuwe regeling te heoordeelen is noo-

cli g, dat de uit-voe rings’voorscihriften bestudeerd kun-

nen woideu teneinde na te gaan in hoeverre bv. reke-

ning wordt gehouden ‘met de ligging ‘der tuinen ten
op:ziehte van de afvoermogelijkheden, de grootte en de

‘heteekenis der tuinen ete: Deze voorschriften zijn ech-
ter, voor zoover ons bekend, nog niet ‘gepubliceerd.

Een winst is geboekt doordat de tegenwoordige
omstandigheden, ertoe fhebbe.n geleid, dat ‘het natte

product in de peoductiegebieden verder bewerkt
wo rclt. –

Voiledighe i cisha-ive inemoreeren wij tenslotte, dat de

voorschriften omtrent het houden van voorraden ‘tegen

‘het einde van het vorig jaar aanzienlijk zijn ver-
sdherpt geworden. , J.F.H.

DE TOESTAND IN DE STEENINDUSTRIE.

I.

Zooals in vele bedrijfstakken, is het thans ook in

deze roerig en de vele berichten der laatste jaren over de steenindustrie, wettigen de meening, dat

deze mede staat in het brandpunt der belangstelling.
Daarvoor is te meer reden, omdat het hier een zeer

uitgebreide en over het gansche land verspreide in-
dustrie geldt en tenslotte wel iedereen en alles met

,,steen” heeft te maken, een product, dat toch in den
huizenbouw en in vrijwel alle utiliteitswerk en zelfs

ook voor de verkeerswègen, een’ belangrijke rol speelt.
De bladen hebben voorts het bericht gebracht van de
henoeniirug van een Contact-commissaris voor de
steen-industrie, wat erop wijst, dat men hier naar

ordening wil streven ‘en zelfs daarbij reeds vooruit-loopt op het nog hangende Wetsontwerp op Onder-
nemersovereenkomsten

Reeds in 1.932 en ook in dit jaar zijn verschillende
publicaties verschenen over de Steenindustri e, die echter meer uitsluitend den toestand voor den bak-
steen beschoui’en, ‘doch niet de geheele materie om-

vatten, mede ook voor andere materialen en uit
‘meer algemeenen gnzichtshoek gezien.

Beton laat nu eenmaal oplossingen en constructies
‘toe, die in steen niet zijn te bereiken en het vervult
daarmede een economische rol; dit laatste ook in

vele gevallen, waar- het steen vervangt in ook daar-
voor mogelijke constructies. Voor ijzer, glas en wat
Idies meer zij geldt hetzelfde: allerlei andere mate-
zielen, ook een andere steensoort, kunnen in’ ver-
sdh i[Uen de gevallen doelmatiger en meer economisch
‘op hun plaats zijn. Het. is niet juist d-it.al’s voor den
t
baksteen ‘vijand ig te vien; de klok van den vooruit-

gang ‘op teëhn’iseh gebied, laat zidh niet terugzetten.

Hetzelfde geldt voor den straatklinker tegenover
beton of andere gesloten wegdekken voor de
egen.
Hoewel
alles gevoele’nde voor den goéden klinkerweg, moet ik erkennen, .dat andere ‘wegdekken in versdhi]-
lende gevallen, economisch en tehnisdh juister zijn.

0v erzic/ti van producfiev ermo gen.

De cijfers omtrent productievermogen der steen-
industrie, d:ie vroeger zijn gepubliceerd, zijn dnge-
veër juist, althans in zooverre deze cijfers, uit de in-
d1ustiie zelf afkomstig, betrouwbaar zijn. In 19331 en
in dit jaar zijn die cijfers, in verband met ‘velerlei
bemoeiingen, zoo goed mogelijk geverifieerd.
Toch geeft bijv. het staatje in het nummei van
8 Augustus 1934 (blz.
111)
een onjuistheeld, door
cle afsplitsing van straatsteenen voor 1920, 1921 en
1.933 (of 1934), terwijl deze in 1913 wel in de totaal-
cijfers zijn begrepen.,.

In de volgënde tabel zijn in de vierde. cii vijfde
kolom ‘opgenomen de iets afgerondé cijfers van het
geheele productievermogeh inbegrepen straatsteen,

2 Januari 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

waardoor een gansch ander beeld verkregen wordt
dan in bedoeld staatje, dat hier in de tweede en derde

kolom is heihaa1d.

Productievermogen van baksteen.

Vroegere gegevens

1

Nieuwe gegevens

1913 1213
millioen
100
01

0

1200 millioen
100
0
10
1920
1281
1)
105,6
0/
1500

,,
125
0
/0
1927
1450
1)
119,5
0
/0
1700
2)

,,
142
0
/0
1933
1631
1)
134,4
oj
2350

,,
196
%

i) Zdnder straatstecn

) Cijferiiiateriaal voor Brabaut
en Limburg ontbreekt voor
1927.
Neemt men voor die
provincies een stijging aan evenredig aan die elders, dan
ontstant voor
1927
het cijfer van
1700
millioen, ook wel
elders eerder aangegeven.

De cijfers van het totaal wijzen in 1927 reeds een vermeerdering aan van 42 pOt. boven 1913 en voor

liet heden nagenoeg
verdubbeling
van het productie-

vermogen van 1913. Volgens de jongste gegevens zoude thans liet productieverniogen voor baksteen
2350 millioen zijn, waaronder rond 600 millioen

straatsteen.
Voor de
kallczandsteenindustrie
afzonderlijk was
de ontwikkeling van het proci uctievermogen:

1913
……………. circa
150
inillioen
1920 …………….

160
1927 ………………400 1933 ………………600

Het totale huidige productievermogen van bak-
steen (straatsteen inbegrepen) en kalkzanclsteen –
waarover hieronder nog nader – bedraagt dus liet
respectabele cijfer van circa 2950 millioen steeb per

jaar.
Daarbij komt nog eenige
censenisteen,
een mate-
riaal, dat bij bepaalde verhoudingen – i’ooral van
ceinentprijzen – meer plaatselijk telkens in cle laatste
30 jaren in meer of minder mate opduikt, om clan
weer geheel of grootendeels te verdwijnen. J

loewel
zelfs opgeloopen tot een 80 millioen in 1933, ken
deze steensoort, om allerlei redenen, waarvan de uit-
werking de grenzen van dit artikel zoude te buiten
gaan, wel verder buiten beschouwing blijven.
Intusschen zoude men in een beschouwing over
productiecijfers van steen, afgaande daarbij alléén

OP
liet totaal, verschillende grove fouten maken.

Bak steen-industrie.
Vooreerst is vooral baksteen een zéér geclifferen-
tieerd artikel, in elke streek waar het wordt gepro-
duceerd zijn nog verschillen in het pfoduct cii aan
de groote rivieren – waar cle groote massa ontstaat
– wel zeer in het bijzonder. De zeer vele diverse
kleisoorten in. ons land, clie verschillende mogelijk-
heden scheppen, maar ook de wijze van fabricage
spelen daarbij een rol.
Vervolgens is er het algemeen verschil voor bui-
ncaniuur- en fundeeri ngsteen en steen voor buiten-
werk – alles samen metselsteen genoemd – en ten-
slotte (le straatsteen, die nien niet eenvoudig kan
samenteilen om daaruit eenige conclusie te trekken.
Hierbij zij voorts opgemerkt, dat door de productie
anders te richten clan speciaal op die van straat-
klinkers, de hoeveelheid tot op de helft of minder
(dus een 300 mi.11ioen of minder inplaats van een 600 millioen) kan worden gereduceerd. Er ontstaat
dan even zooveel méér ,,harde”
me
t
se
l
s
t
een
.1)

Behalve dan in de sorteeringen, waarbij vooral aan
straatsteen een zeer groot surplus is (wel een ruim
70 pOt. bij volle producti.e), is er eveneens een zeer
groot surplus in ,,harde” metselsteen – speciaal in
(te meest gewone soorten – en in liet bijzonder aan
cle groote rivieren, wat dus zoude worden geaccentu-
eerd door een andere productiewijze van •de vlam-
1)
Hierbij zij echter opgemerkt, dat de productiekosten
van harde metselsteen voor de vlaonovenfajbriekeii veel
hooger liggen dan voor de ringovenfabrieken, zoodat voor
de productie van metselsteen de vlamoven economisch on-
juist is.

ovens, dus een productie gericht minder op die van
straatsteen en meer op die van metselsteen. Tenslotte liggen cle verhoudingen voor een teveel
aan productievermogen voor cle diverse streken in
ons land (elk met typische producten door verschil
in grondstof en werkmethode) gansch verschillend.

In enkele streken – meer op zichzelf gezien – is
zelfs veel minder sprake van een teveel.
De toeneming in vermogen is elders dan aan de

Groote-Rivieren ook veel geringer geweest en in elk
geval is vanwege (Ie geringere hoeveelheid dtuir niet
het groote euvel der overproductie ontstaan.
De
cijfers
der Groote-Rivieren, dliC, zooals boven is
geschied, weer aangevuld zijn met die van straat-
steen om een juist inzicht te bevorderen, toonen diii-
delijk, waar de
moeilijkheden
moeten worden gezocht.

Productie-vermogen van de Groote-Riv ieren, inclusief
straatklinkerindustrie.
1913

1920

1927

1933
700

880 )

1075
)

1480

) Deze cijfers mogen iets verschillen – volledige ge-gevens ontbreken, zooals reeds opgemerkt – zij kunnen
weinig van de werkelijkheid afwijken en zijn in elk geval
voor
1913
en
1933
juist, volgens de opgaven der industrie
zelve.

In de streek van de groote productie heeft dus
een stijging plaats gevonden van 1913 voor 100 aan-
genomen tot 211,4 voor 1933. Hierdoor wordt cluide-
lijk, waar het euvel voor cle steen-industrie thans i.n
liet
bijzonder
schuilt. l)it wordt nog door andere cij-
fers bevestigd. Van de 1480 millioen komen 565 mil-
lioen op de vlamovens, dus 915 millioen op de andere
ovens. Van dit geheel is,
bij
normaal werken, slechts
rond 102 millioen z.g. ,,zacht” (rood en wat daar-
“oor doorgaat) en 829 millioen z.g. ,,hard”, welk
laatste cijfer, door wijziging van de ])rodluctie der
vlamovens (minder op straatsteen), tot ongeveer
1026 millioen (of meer) ,,hard” kan worden opge-
voercl, terwijl de productie van straatsteen dan even-
,redig zoule zakken.
En nu is juist het euvel, waaronder de industrie
lijdt, liet groote teveel aan ,,hard”. Op liet ontstaan
van dit ,,teveel” is in dit blad wel gewezen, doch
niet volledig. De diverse soorten ovens leveren cle
volgende sorteeringen:

straatsteen

,,!hard”

,,zacht”
Veldoven

ca. 35
pOt.

ca. 40
pOt.

ca. 25
pCt.)
Rungoven

5
,,

85

10
V1amoven …….
85

15

) In alle deze gevallen is er van de volle 100 pCt. een
deel, vrij algemeen op
5
pCt. aangenomen, doch soms ook
wel hooger, algeheel afval – puin -, waarmede aldus cle
diverse cijfers moeten worden vermitiderd. De cijfers ga’cn echter zoo een beeld i’au de
verhoudingen
der sorteeringeii.
Opgemerkt zij nog, dat het percentage van het z.g.
,,zacht” bij de ringovens sterk varieert en vaak veel klei-
ner is voor de betere fabiiekeio en voorts dat onder
,,.zaght”, feitelijk zeer onjuist, ook vel ccii deel der en-
dcie soo-teeringen met gebreken cli zelfs het z.g..,,boeren-
grauw” – een tusschensoortsteeu – wordt begrepen.

Men ziet echter uit dit staatje, welke groote ver-
andering plaatsgreep, vooral na 1920, toen
01)
groote schaal en thans vrijwel algenieen de oude veldovens
– die nu practisch bijna geheel yen de baan zijn –
door ringovens werden vervangen. De productie van
straatklinkers en , ,zacht” aan de Groote-Rivieren,
samen 60 pOt. bij de veldovens, ging terug tot 15 pOt.
tezamen en ,,hard” nam toe van 40 tot 85 pOt. van
liet geheel. )

1)
Vooi andere streken, waar de klei geen straatsteen
oplevert, liggen de cijfers iets anders, doch de groote-rivie-
ren, waar de massa geooduceerd wordt, dienen vooral te
worden beschouwd.
Nog zij daarbij opgemerkt, dat ,,zacht” in het bijzonder
slaat op dle productie van de groote-riviereis en het ,,rood”
ook inderdaad niet zacht” overeenkomt, maar dat die
naam elders niet vobrkonit en in het algemeen in andere
streken, de bianeumuursteeri ook harder is daii die dci-
groote-rivieren. Zacht is evenmin toepasselijk op ,,belgen”
of op kalkzandsteen, die beide hard zijn.

10

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2; Januari 1935

De ringoven vormde een technisch-economischen vooruitgang wegens de voortbrenging van een meer

regelmatig product en een hooger percentage beter
motselsteenproduct bij geringer brandstoffenverbruik
dan in de veldovens. Het is duidelijk, dat hierdoor_

een groot tekort ontstond aan binnenmuur– en fun-

i.
deeringsteen, benevens aan straatsteen.
De steenen uit één oven kosten uiteraard in alle
sorteeringen evenveel. Het ,,zacht” is niet anders dan
afyal in dien zin, een noodzakelijk kwaad, dat altijd

– ook in het verleden – onder den productieprijs
werd afgezet, terwijl de middensoorten ongeveer op
dien prijs werden verkocht en de betre en allerbeste,
zoomede de aesthetische het hoogst staande steenen,

de rekening moesten doen sluiten.

Het gevôlg van omzetten der ovens was echter
1

tevens een groote vermeerdering der totaalproductie,

nog geaccentueerd door veel vraag na
1920
als gevolg

van achterstand door den oorlog ontstaan in den

woningbouw en van de bekende schijn-hoogconjunc-

tuur, ook voor utiliteitsbouw in den ruimsten
z
in.i)

in het tekort aan straatsteen van den ringoven

tegenover den veldoven werd voorzien door den
nieuw opgekomen viamoven; het tekort aan binnen-,

muur- en fundeeringsteen werd aangevuld door ver
ineerdercien invoer van ,,belgen” en door uitbreiding

der kalkzandsteen-industrie.

,Steen-inport.
Ook in België vond na den oorlog een snelle om-

zetting plaats van de ovens in ringovens, hetgeen ge-
paard ging met een zeer belangrijke toeneming der

productie. In totaal produceert België thans vrijwel evenveel steen als ons land, zij het in het algemeen
– door grondstof en werkwijze – een gansch ander
product. Naast weinig aestbeti-sdh-beterè steen, pro-

duceert het in hoofdzahk een ruw massa-product, dat
voor buitenwerk niet in aanmerking komt en voor

binnenmuren verschillende ongunstige eigenschap-
pen heeft en dan ook alléén wegens goedkoopte plaat-

sing vindt.
Die industrie concentreert zich in hoofdzaak aan

de Schelde en zijrivieren en voorts in de Kempen,

zoodat langs de bekende goede waterwegen en bij
korte afstanden, de invoer tegen lage vrachten bij

groote
sc
h
ee
psladingen in ons land mogelijk is en in

het Zuiden zelfs per as.
Die invoer van ,,belgen” was er sinds jaar en dag
en bedroeg in de 10 jarèn aan den oorlog vooraf-

gaande reeds een 100 tot
150
millioen steen per jaar,

met slechts geringe afwijkingen bovén en onder deze

cijfers, doch is na
1920
tijdelijk sterk toegenomen.

De ,,belgen” drukten hier steeds de steenmarkt, als

gevolg van syndiceering der productie met rege-
lingenin België en opvoeren der productie om goed-

i) Onder woningbouw wordt hier verstaan
alle
huizen-

bouw, waaromtrent statistische gegevens bekend zijn en
vaaru-it tevens het gebruik daarvoor aan steen valt af te
leiden en zoodoende indirect ook dit gebruik voor den
utiliteitsbouw in ver-band met de totale produotiecijfers

van steen.
Onder utiliteitsbouw wordt begrepen alles wat niet is
woningbouw, dus schuurtjes op thet land, boerderijen, pak-
huizen voor den -tuinbouw, garages, fabrieken, handelsin-
richtingen, gebouwen van meer algemeen nut, publieke
werken enz. en tenslotte scholen, de laatste – om andere
redenen – ook een belangrijken bouw na den oorlog ver-
tagenwoord-i-gende.
Voor de z.g. ,,harde” baksteen – de steen in -het ge-
zicht, het kleinste deel aan een huis – is de -afzet voor
den woningbouv due betrekkelijk niet groot. Het groot-
ste deel van deze ging dan ook naar den u-tiliteitsbouw
en zelfs geldt dit voor
alle
steen tezamen, waarvan de
u-ti’lite-i-t-sbouw in totaal, In de laatste jaren v&,r 1932, o-
gevee-r 60 pCt. nam tegen de woningbouw in totaal 40 pOt.
Het i-s daarmede tevens duidelijk, dat juist aan ,,hard”
een ,,teveel” ontstond en dat daarin vooral een blijvend
teveel moet zijn. Immers de utili-teitsbouw, die vooral
,,harde” steen vraagt, is in mineur wegens den on-gunsti-
gen toestand in sch-ier alle -bedrijfstakken en zal ook,
tenminste zeer langen tijd, in mineur blijven.

kooper te werken, waarbij ons land als afzetgebied

voor het surplus (tegen lage
prijzen)
fungeerde.
Naast dit alles zijn de verhoudingen voor grondstof

in de productie-centra gunstig en de grondstof laat
een gemakkelijke – zij het ruwe — bewerking toe

en vraagt daarbij voor afwerken weinig brandstof.

Na den oorlog werkten voor de ,,belgen” nog de

valuta-verhoudingen en daardoor tevens de loon sver-

houdingen Inede, een feit, dat geaccentueerd werd

door veel slechtere arbeidstoestandén dan hier te

lande.

Eerst in
1929
en dit als gevolg van groote loon-

stijging in verband met veel werk voor de tentoon-

stellingen in
1930
kwam het loonpeil in België op

een niveau als hier, doch de arbeidstijd, hier vérkort
door cle Arbeidswet 1.919, bleef dâér nog in dë steen-

industrie als v66r 1.914, terwijl vrouwen- en kinder-
arbeid – hier reeds minimaal en veelal geheel ver-
vallen – dédr thans nog aan de orde is.’)
De invoer van ,,belgen”, in vroegere publicaties en

in de statistiek in tonnen gewicht aangegeven, zij

11ier, in
aantal
steenen omgewerkt, weergegeven tot

en met
1933,
daar dit het overzicht bevordert. –

Invoer van Belgische baksteen in millioenen stuks.
‘)

1919 …….. callS

1927 …….. ca.347
1920 ………, 250

1928 ……..,, 316
1921 ……….414

1929
.
……..

,, 267
1922 ……..,, 114

1930 ……..,, 217
1923 … …..

,, 131

1931 ……….252
1924 ……….327

1932 ……….124

1925 ……….414

1933 ……….136
1926 ……….352

1934*)

) De ,,-belgen” komen in ons land, in het hier overal
ove.rheerschende waalformaat, maai’ ook al-s kleiner for-
maat; de Statistiek geeft daarvan geen specificatie. Het
eerste formaat weegt 1800
h
1900 kg, zelfs ten deele 2000
kg per 1000 steen, .het tweede veel minder dan 1800 kg.
Hier is 1800 kg dooreen aamigenomnen, -zoodat de cijfers van
het aantal -ten deele -iets anders kunnen zijn, namelijk
5 pCt., en zeker minder dan 10 pCt. lager,. afhangende
van -meer of minder kleïnformaat in verschillende jaren.
‘) In 1934 -vermoedelijk minder dan 100 -millioen.

Behalve uit België had en heeft nog invoer uit
Duitschland plaats, doch deze is, behalve in de jaren

1920, 1921
en
1922
met
50,
114 en
58
millioen, nim-

mer belangrijk geweest; hij varieerde van
15
tot
36

millioen in de verder genôemde jaren en was in
1932

en
1933
elk ron-d
25
mnillioen steen -groot.
De cijfers van import aan ,,belgen” en de groote
fluctuaties daarin zijn zeer verklaarbaar. Om- het in-
zicht in de geheele materië te bevorderen, moge voor-
afgaan, dat de ,,belgen” hier te lande voornamelijk

toepassing vinden in den woningbouw voor fuudee-
ringen en binnenwerk.
Nu stond de woningbouw – althans in de na-
oorlogsjaren – vrijwel los van de conjunctuur in het
algemeen, die meer direct ingrijpt voor utiliteits-
bouw. Van de algemeene -depressie na
1920
ondervond

de woningbouw weinig gevolgen in den zin van ver-
mindering van bouw. De afwijkingen in den import

houden verband met meei werk in

het eigen land en

afleiding van export in andere richting.
2)

Ook nam de kalkzandsteen-industrie toe, die ook

haar afzet vooral vindt in den woningbouw, zij het
ook, dat deze steen voor verschillenden utiliteits-

bouw wordt toegepast, die in
1922
en
1923
echter in

‘)
De bonen in België, in 1929 eindelijk aan-gepast aan
ons niveau, daalden weer in 1931 en later en zijn thans
i-n dat land in het algemeen gedaald tot het niveau van
vÔôr 1914, ter-wijl dit in ons land in -het algemeen nog
circa 170 pOt. van 1914 is en voor sommige vakken en
overheidsbedrjvn nog ruim 200 pOt. en in verschillende
groepen

tot zelfs 300 pOt. ‘bedraagt.
) Wat ‘betreft woningbouw is aannemelijk, dat thans
de achterstand d-aarin groo-tendeels is ingehaald en dat
-de

wouingproductie jarenlang van circa 40.000 -tot meer
-dan 50.000 woningen per jaar, tot op ongeveer de helft zal worden -gereduceerd; een cijfer aansluitende bij het
‘bevolkings-accrès, benevens een zeker getal per jaar voor
vervanging van op te ruimen slechte woningen.

2 Januari 1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

11

mineur was, waardoor. meer vrij kwam voor woning-

bouw.
De stijging van den invoer in de volgende jaren is

verklaarbaar door uitbreiding in het geheele bouw-
bedrijf, terwijl de daling in 1929 en 1930 verband
houdt met den ongekend langen winter tot ver in
Maart 1929 en voorts met overstroomingen in die
jaren. Inmiddels nam de productie van kalkzand-

steen steeds toe, waardoor de ,,belgen” werden terug-

gedrongen.
Deze vonden een uitweg door vermeerderden ex-
port naar Engeland, alwaar – mede voor werkver-

schaffing – woningbouw op groote schaal werd ter
hand genomen, die daar zeer ten achter was en waar-
bij opruiming van veel slechte woningen tegelijk
plaats had. Antwerpen (dicht daarbij ligt het belang-
rijkste productiecentrum voor steen) toont zich in

deze weer ,,het pistool gericht op het hart van Enge-
land” van Napoleon, zij het dan nu in zachteren zin.
Door ligging en daarmede lage sclieepsvrachten kan België veel beter dan ons land naar Engeland expor-
teeren, totdat de eigen steen-industrie in dat land

door uitzetting daaraan een einde
maa
kt.1)

In elk geval is in de laatste jaren de stroom aan
,,belgen” naar elders afgeleid, tevens door de zeer
lage steenm.arkt hier en de kalkzandsteen-industrie,

die vooral in de laatste jaren in het grootste ge-
deelte voor den woningbouw voorziet.

Kal1izandsteen-indusrie.

Ter richtige beoordeeling van de geheele situatie
voor de steen-industrie, dient thans de positie daarin
van de kalkzandsteen-industrie, wier product kort-
weg ,,wit” wordt genoemd, te worden aangestipt.
Deze industrie ontstond in ons land in 1897,
stamde als Duitsche vinding uit dat land en was in
genoemd jaar dd.ir, den eersten kinderschoenen ont-

wassen.
In 1906 reeds bestonden hier verscheidene wit-
fabrieken en ontstond uit conservatisme en vrees
tegen het nieuwe product een hef tige strijd, waarover
hier niet wordt uitgeweid. Genoeg zij te vermelden,

dat het product door een Staatscommissie grondig
werd onderzocht, niet te licht werd bevonden en in
de latere jaren een genormaliseerd en erkend product
werd, zeer gewild voor gedeelten van den bouw. Dit
laatste, omdat het goede eigenschappen heeft en goed-

koop is. Het groote nadeel voor ,,wit” is, dat het
aesthetisch laag staat en aldus, in het algemeen, voor-
eerst en om die reden, slechts logisch toepassing kan
vinden voor werk buiten het gezicht. Daarvoor wordt
juist een massa steen gebruikt en dus is een industrie,
die deze goed, goedkoop en rationeel kan producee-
ren en daarbij nog het gansche jaar en niet slechts

in seizoen weikt (sociaal en economisch van groote
beteekenis) volkomen gemotiveerd en op hare plaats. De aandacht zij erop gevestigd, dat de massa steen.
in den bouw juist deze is, die men niet ziet; terwijl
de steen in het gezicht komende, onderbroken wordt
door alle licht- en deur-openingen. Ongeveer 25
35 pOt. (soms iets meer; bij lagen vrjstaanden bouw
buiten, tegenover hoogen aaneengesloten bouw in de
centra) van het geheel, vormt steen in het gezicht,
de rest juist de massa, waarvoor ,,wit” een belang-

rijke economische taak vervult.
Met dat al was deze industrie steeds een marginale,
tengevolge van den strijd, die tegen haar werd ge-
voerd; hare expansie werd opgehouden door den groo-
ten oorlog. Eerst kort daarvoor was het rapport van

bovengenoemde Staatscommissie verschenen, dat voor

1)
Aan de steeufabrieken bij Antwerpen kunnen kleine
zeeschepen direct voor den wal komen, zoodat overladen
niet noodig is.
De fabrieken zijn goed geoutilleerd voor dc verlading.
En ons land is dit laatste in het algemeen niet zoo, maar
bovendien kunnen hier slechts in enkele gevallen zee-
schepen voor den wal komen en voorts zijn de vrachten
van hier naar Engeland hooger dan vanaf het daarvoor
peter gelegen Antwerpen.

‘haar een steun beteeken.de
in dien zin, dat rij tot

rationeele metselsteen-industrie werd gestempeld.

Hare productie in 1913 nog slechts een 150 mii-
hoen, was in 1920 nog niet veel grooter wegens het
sneuvelen van verscheidene fabrieken in de oorlogs-

jaren; vandaar mede, dat zooveel ,,belgen” steeds
konden worden ingevoerd.
Het ,,wit” vulde voorheen en vooral na 1920 zeer

goed het tekort aan, speciaal in binnenmuur- en fun-

deeringsteen, welk tekort in het
bijzonder
door de
rationeele en noodige omzetting bij de baksteen hier
te lande van veld- in ringovens was toegenomen.
V66r 1914 was er,
bij
eliminatie van ,,belgen”,

reeds plaats voor een 300 millioen ,,wit”; immers de
invoer van ,,belgen” en de productie van ,,wit” be-

droegen tezamen dit
cijfer.
De latere uitzetting van
,,wit” was eveneens niet onlogisch, gezien den groo-
ten invoer van ,,belgen” in de jaren vanaf 1920. Deze
industrie zat steeds in de klem tusschen de baksteen-

industrie en de ,,belgen” en heeft vooral van de
laatste veel te lijden gehad wegens valuta- en loons-

verhoudingen na 1920.
Zij
heeft dan ook lange jaren
tot zelfs in begin 1933 de zoogenaamde ,,armoede-
vergunning” gehad, om te werken in
afwijking
der

Arbeidswet 1919 in z.g. 55-urenweek. Dit was tevens
geschied als compensatie voor de sinds 1927f’28 van
regeeringszijde bevorderde productie van ,,extra-rood”.
De kaiksteen-industrie verkreeg einde 1929 nog
drie jaren
tijd
om zich aan te passen aan een arbeids-
week van 48 uur voor een ploeg of van 96 uur voor

een deel van het
bedrijf
in twee ploegen, dus bij

semi-continuwerken van een deel van het bedrijf bij
rationeele, bijzondere en overigens zeer milde rege-ling voor betrokkenen. Tot op heden zijn in deze in-
dustrie, sinds haar ontstaan in ons land, in totaal 1
,
5

fabrieke.n verdwenen, waarbij slechts in drie gevallen
een deel der outillage tot wederoprichtiiig elders aan-

leiding was.
Anderzijds is zeker, dat na 1920 verscheidene fa-

brieken zijn gesticht, veel met afbraak van door den
oorlog in Duitschland gesneuvelde fabrieken; in vele
gevallen op onjuiste basis. Er zijn ook in deze in-
dustrie, waarin de objecten in productievermogen
wegens het machinale bedrijf, grooter zijn dan bij de
baksteen, onvoldoend geoutilleerde fabrieken, ver-
keerd van opzet en situatie, waarbij verscheidene met
veel te klein en gebrekkig tasveld – een zelfs alge-heel zonder tasveld – die dus niet rationeel zijn als

productie-apparaat. Zelfs in 1927 en 1928 zijn nog
fabrieken opgericht – grootendeels uit oude outil-
lage – waar
oor ook geen reden was.
Hoogstens kan de groote vraag naar steen, vooral
voor binnenwerk en de groote invoer van ,,belgeu”,
de dwaling verklaren van een te groot aantal nieuwe

oprichtingen, veelal door personen buiten het vak.
Zelfs staat vast, dat in 1933 nog rond 550 millioen
,,wit” plaatsing vond, aldus vrijwel het gansche pro-
ductievermogen in dat jaar. De invoer van ,,belgen”

was in 1933 slechts 136 millioen, de prijzen waren
zeer laag, waarvan de bouw profiteerde.
Voor de naaste toekomst is er echter, vooral wegens
zeker verminderden woningbouw, ook minder plaats
voor ,,wit”, doch het is geen verlies voor de gemeen-
schap, wanneer eenige fabrieken – in velerlei op-
zicht onjuist – verdwijnen, wat wel voor een 30 pOt.
produetievermogen zeker
blijvend
noodig zal zijn.

Hoewel ,,wit” geen seizoenbedrjf is, de fabrieken
door behoorlijke zorg voor opslagruimte en grond-
stofvoorraden ook ‘s winters kunnen doorwerken, ont-
breken deze noodige elementen bij vele en zoo wordt
ook thans al te veel ,,geleund op den steun” en het
personeel onnoodig op straat gezet. Zelfs gaat dit in
de laatste jaren zbbver, dat dit herhaaldelijk ge-
schiedt; het te kleine erf wordt volgewerkt om dan
te stoppen met ontslag der snenschen om weer te gaan
draaien als het erf ledig is. De.este fabrieken in deze industrie kunnen thans,
tenzij valutaverhoudingen opnieuw vertroebelend wer-

12

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2 Januari 1935

‘ken “en
mits niet sociaal- of economisch-verkeerd

wordt ingegrepen,
zeer wel de concurrentie met de

,,belgen” opnemen en in de noodige steenen voor de
massa van het binnenwerk in den woningbouw, goed
en goedkoop voorzien; hare productiekosten liggen

per eenheid steen
eenige guldens
lager, dan die van
1

de baksteen. Daarmede wordt die invasie van ,,hei-

gen”, al evenzeer gevrees1 met hare dumpingtenderl-,
zen en gevolgen, als de Japansche invasie voor andere,

goederen, op de meest rationeele wijze afgevenc1.
1)

De nood leerde aan ,,wit” – althans een deel ciaar-‘

van – bij aanpakken, eff.icient te werken voor mini-
t

mumprijs en zonder mogelijkheid van verhaal op een,

ander deel van het product. Dit keeren van ,,belgen”,
kon nimmer plaats hebben door de’ baksteen-industrie,;
die wat ,,hard” (buitenwerksteen) betreft een mono-

polistische positie inneemt en met extra-rood heeft.
getracht en nog opnleuw wil trachten om door op-
t

zetten der prijzen van het monopolistische deel van,

haar product (ten nadeele aldus van den consument)
de mogelijkheden voor meer ,,rood” te openen.
VAN HARDENJ3ROEK.

(Slot volgt.)

1)
De Commissie-Suyling, in haar betoog over de extra-
rood-kwestie, schrijft den vermiuderden invoer van ,,bel-
gen” toe aan de productie van meer extra-rood. Dit is
niet juist. De strenge winter in
1929,
overstroomingen in
1929
en
1930,
uitbreiding van ,,wit”, slechte prijzen hier’
en afleiden van dien produetiestroom van ,,bel.gen” naar
Engeland, eijn oorraak van minder invoer van ,,belgen”

in de jaren
1929/1931, bij opeenhooping van bou)s’, van’
meer ‘plaats voor ,,rood”, zelfs voor vrij booge prijzen, wat
nadien, zelfs bij nog veel verdere vermindering van in-
voer na
1931,
niet meer zoo was. Zie den staat van den
invoer van ,,belgen” hierboven.

AANTEEKENIN GEN.

De verbetering van de conjunctuur in Zweden.

Industrieele productie.
Nadat ‘in 1932 de depressie in Zweden ‘haar diepte-
punt ‘had bereikt (de index der industrieele produc-

tie, wel’ke in 1929 105.8 ‘bedroeg, daalde tot
71.2
in

Juli 1932 zooals onderstaande grafiek laat zien),
volgde in 1933 een duid&lijk waarneembare sterke op

,

leving, welke zich tot in het midden van 1934 voort-

zette. De productie-index steeg Vrij regelmatig tot

107.7 in Juni van dit jaar.
1)
Daarna trad, haast gelij’k-

tijdig met Engeland, ennige stagnatie in de stijging.
in, doch in Octo:ber ‘kon •de ‘bedrijvigiheid zich op het

hooge voorjaarsniveau handharven.
1
.

l’roductie-index van Zweden
(1928 = 100.)
20

100

BO

1928

1929

1930

1931

1932 1933

14

Het weik1oos’heid spercentage daalde (van seizoens-
fluctuaties bevrijd) dienovereenkomstig van 19:9 in
Sept. 1932 op 19.1 in Sept. 1933, 16.9 in Jan. 1934 en

bedroeg in October 1984 nog maar
12.4.
De Regeering

bestreed de werkloosheid ‘bovendien dooi met de uit-
voeriiig ‘van’ ‘groote werkversdhaffingsplannen (o.a.

electrificatie der spoorwegen) een aan’vang te maken. 1
De ‘kosten hiervan, groot Kr. 270 millioen, zouden 1
gedeeltelijk ‘bestreden worden door een venhooging
der successieredhten en een versterkte progressieve
heffing hij de ‘inkomstenbelasting.
-91
Evenals in Engeland had de verbetering in Zwe-r
den eerst ruini een jaar na ‘het loslaten van den gou-
den standaard plaats. In 1932 waren er voor Zweden 1
bovendien eenilge ongunstige factoren werkzaam,
waardoor, in tegenstelling met Engeland, het jaar

1)
In de grafiek is de productie-index van seizoens-
sch
ommeli age n be’v rijd.

1932 een ongunstiger Ibeeld vertoonde dan 1931. Eell

der voornaamste Zweedsghe uit’voerproduct’en,. nl.
hout, werd ondanks het valuta-voordeel, door Rus-

land steik onderboden, terwijl tevens de Kreuger-

affaire invloed op het bedrijfsleven heeft gehad.

Prijzen.
De rnaatreglen, onrnidddllijk na ‘de depreciatie ge-

nomen om een infiatorische stijging van het prijs-

niveau tegen te gaan, moesten al spoedig door ver-ordeningen worden vel-vangen, welke dienden een

verdere daling te ‘doen ophouden of om een lichte
stijging te stisnuleeren. Het in’dexcijfer der groothan-

deisprijzen vertoonde ook na Sept, 1931 een dalende

tendens, ‘welke eerst dit jaar in een lidhte stijging

omsloeg. De groothandeisprijzen
zijn
nu nog 23 pOt.

lager dan in 1928. De
prijzen
der ingevoerde goede-

ren stegen sedert Sept. 1931 met 19 pOt., zoodat het
depreciatie-percentage (43 pOt.) gecompenseerd werd

door de ‘algemeene daling der wereldnuar:ktprj’zen, terwijl bovendien exporteurs naar Zweden
hij
‘hun

prj’s-calculatie met de geringere koopkracht der

Zweedshe valuta hebben rekeniig gehouden. Veel-
zeggend is ook het feit, dat de kosten ‘van levenson-

der’houd na een daling met 4 pOt. tot ‘begin 1933,
sedertdien nagenoeg geen fluctuaties meer vertoonen.

Uitvoer.

De export vertoont tot ‘begin 1933 een voortdu-

rende daling. Nadien is de opleving eèhter zeer steile.

Het maandgomiddel’de bedroég in 1931 nog Kr. 93.53
daalde in 1932 tot ,78.95 mill., doch steeg

in 1933 weer op 90.27 mil’l. Voor de eerste negen
maanden van 1934 Ibedroeg het gemiddelde al weer

102.22 mi’ll. De ‘hout-export nam vooral ook ‘ten’ge-
volge der groote bou’wbedrj’vigheid in Engeland
steeds grootere afmetingen aan. De conjunctureele
verbetering in verschillende landen deed ook den uit-

voer van ij’zerertsen enorm
stijgen, (hoewel hierbij ook

met de uftbre’iding van de wapenin’dustrie rekening
moet worden gehouden. In de laatste maanden wordt
bovendien melding gemaakt van een eich sterh uit-

breidenden uitvoer van madhines, vooral Ibij de elec-
trotechnische industrie. De export van papier ont-
wikkelt ‘z’idh eveneens goed.

Binnenland.
Hoewel de stimulans voor den oplbloei van den uit-
voer ‘is uitgegaan, is nu de gestegen b’innenlandsche
consumptie een waardevolle factor. De textie’lindus-
trie ‘maakt een ongekende bloeiperiode mee. De bouw

bedrijvigheid is aanzienlijk hoo:ger ‘dan in de beide
voorafgaande jaren, hoewel’ hier’het niveau van 1929

nog niet (bereikt is.

Geld- en Kapitaalmarkt.
Buitengewoon typeerend voor de ‘huidige conjunc-
tureele opleving in Zweden ‘is de groote ruimte op
de geld- en ‘kapitaalmarkt. De opleving bij ‘industrie
en export sahijnt voor een groot deel buiten de geld-
en kapitaalmarkt om te gaan, zoodat de reeds ‘lage
rentevoet steeds ‘verder daalt. De ‘ban’kdeposito’s zijn
zeer aanzienlj’k, terwijl ei slechts een geringe vraag
naar credietverleening bestaat. Vele gemeenten, die

door den lagen rentevoet op cle kapitaalmarkt verlolet,
gelden op langen termijn hebben opgenomen, depo-
iieerden deze ibij de’ ‘baniken, omdat zij niet voor on-
middellijk gebruik in aanmerking ‘kwamen. Een ver-
tohijnsel ‘van de groote ruimte op de ‘geidmarkt is

bovendien ‘het feit, dat de banken een ‘bedrag van
ruim Kr. 350 mill. renteloos
hij
de Zweedsche Rijks-

bank hebben uitstaan.
De ,,Deutscihe Oekonomist” voert als oorzaken van
deze opleving buiten de bank-financiering om aan,

dat ‘de Zweedsdhe industrie haar gestegen productie
onder of nagenoeg zonder nieuwe investeeringen
heeft kunnen doorvoeren. In de lhouübewerking en de
ijzerin’dustrie vonden rationalisatie en technische
‘verbetering plaats. Verkort-ing van de gewone ‘beta-
lingstermijnen vergrootte ‘bovendien de omloopssnel-
heid van het geld, zoodat ‘de. hoeveelheid
gelijk
kon

2 Januari
1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

13 1

blijven. Toch rekent men er mede, dat er binnenkort

weer een beroep op de kapitaalmarkt zal worden
gedaan.

Op een door den Staat ibegin October aangeboden

leening â 3i pOt., groot Kr. 70 miii., dienende ter
bestrijding van ‘de kosten der werkverschaffing, werd
binnen een half uur voor 345.5 mifl. ingeschreven.
Een. inschrijving op 3-maands scihatkistpa.pier, groot
Kr. 30 miii., werd 5 maal overteekend tegen een ge-
middelde rente van 0.47 pOt. en 0.60 pOt. Deze wis-

sels werden vooral door de ‘banken gezocht, welke dan
van haar gelden, die zij gdheel renteloos hij de Rijks-

bank hadden uitstaan, tenminste nog een’ige rente
konden trekken. Door dit alles stegen de koersen der
vaste-rente-dragende fondsen tot een nog ongekend
hoog niveau. De 33’1 ‘pOt. Staaisleenin’g van Octher
1934, welke voor 99 pOt. ter inteekening werd aan-
gdboden, noteerde eenige weken later reeds 106 á 107.
De lage rentevoet had ook tengevolge, dat er door
het buitenland geld werd opgenomen. In October werd reeds de Kr. 15 miii. groote, 4 pOt. Finsobe
Staatsleening geplaatst, terwijl de Noorsche
Kommu-
nalbank in Nov. Kr. 20 mill. 1. 4 pOt. opnam. Beide

leeninigen waren in korten tijd overteeken’d.
Over het gelheel genomen ‘is de toestand in Zweden
momenteel zeer gunstig. IVlen moet evenwel in het
oog bouden, dat de Zweedsche conjunctuur •grooten-
deels van den export dhangt en ‘da’t Zweden in den
laatsten tijd vooral geprofiteerd ‘heeft van de gun-
stige ontwi’kkelin’g in Engeland.
W.

De ontwikkeling van de staatsfinanciën in Zweden.

De inkomsten en uitgaven voor het hegrootingsjaar
1933/’34, dat op -30 Juni eindigt, zijn th’ans gepubli-
ceerd en sluiten met een voordeelig saldo. De inkom-
sten bedroegen Kr. 783 millioen, waartegenover uit-
gaven ter ‘hoogte van Kr. 772 millioen staan. Dit is
geen toevallig gunstige uitkomst, maar men rekent
voor het loopencie begrootingsjaar 1934/’35 eveneens
op een overschot. Zelfs is op de begrooting hiermede
rekening gehouden, doordat Kr. 36 millioen van dit
oversch’ot bestemd zijn voor aflossing van de v’lot-
tende staatsschuljd.

De onv.angsten waren in 1933/34 Kr. 24,4 mii-
lioen ‘boven de begrootingscijfers, en bedroegen
Kr. 41,7 inil.liioen meer dan in 1932f’33. De u’itgmuven
waren daarentegen, tengevolge van bezuinigingen,
Kr. 39 millioen lager dan in 1932/’33.

Onderstaande tabel, ontleend aan ,,Der Deutsche
Oe’konorni’st” geeft een overzicht van de gewone in-
komsten en uitgwven der laatste jaren.

Inkoiïisteti
193 i/’32 1 932/’33 1 933f 34
(in

in illioeneii
Kronen)
i3elasti ageir

en

heffingen
…….
595
604 616
‘Post

……………………..
15
13
17
‘Telegraaf

………………..
26
28
31
Staa.tssp000weg’en

…………..
16
II.
4
Vatervalletr

………………
11
17 17 1)omeiiren

………………..
4
7

Rijksbank

………………..
16
1.4
27
Ovei’ige

iukonisteim

…………
49
47
61

737
74.1
783 Uitgaven
Laudsverdediging

…………..
125 125
118
Sociale

zaken

………………
125
152
147
Onderwijs

………………..
157
155 149 Rente

der

staatsscliuld

……..
81
92 99
Overige

uitgaven

…………..
278
277
259
766
801
772
Tekort’

……………………

29
60
-‘
Overschot

………………..
– –
11

Behalve deze gewone uitgaven, zijn ei voor maat-
regelen ten behoeve v.an werkverschnffing nog buiten-
gewone bedragen uitgetrokken, diie door leenringen op
korten en langen termijn zijn ‘gedekt. Deze buiten-

gewone uitgaven bedroegen, volgens de begrooting

1933/’34 in totaal Kr. 168 mil.lioen, voor het loopende

jaar 130 millioen. Rente en ‘aflossing van deze lee-ningen worden gedekt door sterke progressie op de

inkomstenbelasting en door een nieuwe regeling der
successie’rechten.

In. Zweden heeft men geen werklooshe’idssteun in-
gevoerd, maar is de werkloosheid uitsluitend hestre-

den met behulp van openbare werken, die op deze
wijze werden gef’inaiioierd. Het aantal ‘werkloozen,
dat begin 1930 tusschen de 150 en 200.000 sehom-ni,elde, is sindsdien gedaald, vooral vanaf 1933, en

bedroeg September 1934 nog 78.000. Daardoor kun-‘
nen de u’it’gaven ‘voor deze werkverschaffiag belang-
rijk worden ingekrompen.

Terwijl op de gewone uitgaven zooveel mogelijk
wordt bezuinigd, hebgeen uit de ‘b’oveuvermelde ‘cijfers
blijkt, wordt ook de ‘kapitaalrente zooveel mogelijk
verlaagidi. In September 1934 is een 334 pOt. staats-
leening van 70 m’i’ll’ioen Kronen geplaatst ter conso-
lideering van een deel van de vlottende schuld, terwijl
thans een 3 pOt. leening tegen parikoers wordt aan-geboden ‘ter conversie van uitstaande ‘bedragen van
vroegere leenin.gen, die 3,6 pOt. geven.

De ‘gefundeerde staatsschuM bedroeg op 30 Juni

1933 Kr. 2.122 milli’oe’n. en 30 J’uni jl. 2.261 m’ifloen.
Ook de vlottende schuld is van ‘1933 tot 1934 met on-
geveer Kr. 100 miilllioen gestegen. Zooa’ls reeds op-
gemerkt, is in de nieuwe b’egrooting een bedrag van
Kr. 36 mi’liioen uitgetrokken voor amortisa’t’ie van
de door de weikverschaffing gestegen staatsschuld.

Een Engelsche leening aan de Jewish Agency

Lloyd’s Bank heeft aan de Jewish Agency als ver-
tegenwoordigster van de Joodsche belangen in Pales-tina bij den Vol’ken’bond en het mandaatsbestuur een
leening verstrekt, ten bedrage van £ 500.000. De

leening ‘moet binnen vijftien jaren worden terugbe-
taald en draagt 4 pOt. rente per jaar op voorwaarde,
dat het disconto van de Bank van Engeland gedu-
rende den looptijd van de leening niet honger wordt
dian 4 pOt. Is dit ve’l het geval, dan mag cle rente-
voet toch niet meer dan 434′ pOt. ‘bedragen. De terug-
betaling van de leening wordt gegarandeerd door de
inkomsten van de financieele afdeeling van de Jewis’h
Agency, het Keren Hajessod (Palestina Opbouw-
fonds), welke ten dccle uit vrijwillige bijdragen, ten
dccle uit inkomsten bestaan, welke door de terugbe-

taling van den in de laatste veertien jaren aan
Joodsche kolonisten in Palestina verstrekten steun
worden gedekt.

De totale inkomsten van dit fonds hebben vanaf de
stichting op 1 April 1921 -tot 31 Mdi 1934 £ 5.035.000
bedragen. ‘Van dit fonds werd ongeveer een derde gedeelte. voor landbouwkolon’ies en ongeveer een
vijfde deel voor onderwijs, stedebouw en gezondheids-
doeleinden van de Jood
sc
h
e
bevolking in Palestina
uitgegeven. Met de nieuwe leening worden oudere
verplichtingen ‘van de Je’wish Agency in Palestina
afgelost. Al’s gevolg van den ‘ia’geren rentevoet zal de
Agency in staat zijn, thans jaarlj’ks £ 50.000 te be-
sp’aren.

Essentieel voor de nieuwe ieen’in’g is het feit, dat
hier voor de eerste maal het Jocdsche opbouwwerk in
Palestina door een eersteranigs b’ank als crediebwaar-dig ‘wordt beschouwd. Ook de vol’kenrechteilj’ke con-
structie van de Agency wordt ‘hierdoor om zoo te
zeggen voor de eerste maal erkend van de zijde van
de internationale financieele wereld. Men mag er

rekeniug mede houden, dat Palestina in de ‘toekomst
voor kapitaalbelegging een zekere rol op de groote
Europeesche ‘kapitaalrnaikten zal spelen.
Haïfa.

Dr.
A. M.

14

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2Jhnuari 1935

De export van landbouwproducten uit Neder-

landsch.Indië.

Het Nederlandsdh-Indi’sChe Departement van Eco-
noinische Zken heeft dit jaar in de ,,Mededeelin’gen

van het Centraal Kantoor ‘voor de Statistiek” weder-
om een overzicht gegeven van ,,De Land(bouwex’port-

gewassen van Nederlandsdh-Indië in 1933″. Het aandeel van den Indischen uitvoer in de waarde
van den wereldexport, dat ‘in 1926 nog 2.24 pOt. be-

droeg, daalde n.adien voortdurend, zoo’dat het Indische
contingent in 1931 nog slechts 1.59 pOt. bedroeg. In

1932 volgde eeni’g ;herste)I ‘op 1.70 pOt., terwijl dit ge-

tal in 1933 weer op 1.63 pOt. daalde. Vergelijkt men

het aandeel van Nederlan’dsdh-Indië in de werelduit-
voeren (resp. wereldpro&ucties) van Landbouwgewas-

sen, dan (blijkt (zie ‘staatje) het Indische aandeel zich
evenwel tamelijk goed gehandhaafd te helb’ben, in som-

mige gevallen zelfs te zijn gestegen. Het ‘zijn dan ook
voornamelijk de sterk gedaalde prijzen dezer productei,
welke d’en adhteruitgang van het percentage van den

Indischen uitvoer t.o.v. ‘den wereldu’itvoer ‘veroorzaakt

:he’b{b’en.

Proc. aandeel van
wereldexp.
1925 1929 1931 1932 1933
Ned.-Indie in

)

wereldprod.
Kina

(productie)

.
…………
92
94
92
90
89

Kapok

(export)

…………..
79
73
80
81
82

Peper

(export)

…………..
72
69
69
76
80

Rubber

(productie)

…………
37
30
31
29
33

Klapper-prod.

(export)

……..
28
29
25 35 33

Agave

(export) …………….
15
22
29
27
31

Thee

(export)

…………….
13
17 19
19 19

Suiker
1
)

(productie)

……….
10
11
10
10
6

Oliepalm-prod.

(export)

……..
1
5
10
11
16

Koffie

(export) …………….
5
6 4
S
S

Cacto

(export)

…………….
0.2 0.2
0.3
0.3
0.3

1)

Oogstjaar.

Voor de producten
k’ina, kopolc
én
peper
is Indië

nog verreweg de belangrijkste producent. De concu-

rentie van Bolivia, Peru en de Phi’lippijnen voor ‘kina
is nog uiterst gerin’g. Voor kapok is Indo-China de
b
e
l
angr
ijk
s
te mededin’ger, ‘terwijl Serawaik, Indo-Ohina
en Britsoh-In’dië samen ‘de rest van de peper leveren.

De rubberproductie ‘bewoog zioh sedert 1925 bijna
voortdurend in dalende richting, hoewel de daling
voor Brazilië ‘en Ceylon ‘grooter is geweest. In 1933

steeg, vooral door d’e groote productie van (bevoikings-
ruhber het Indisdhe aandeel weer. Het aandeel in de

wereiduitvoeren v’an
klapperprodvcten
is eenigszis

stijgende. De uitvoer van
agave
is eveneens stijgende,
hoewel de export van M’anilla’henne’p, de voornaamste

concurrent voor de aga’vevezels, uit de Philippijnen in
het laatste jaar eveneens sterk is toegenomen. De we-

reldu’itvoer van
thee
is in de periode 1925 tfm. 1932

relatief minder sterk gestegen dan de Indische export.

Brit’sch
:
Indië en Ceylon, de grootste thee-exporteurs,

zijn’bij ‘de restrictie aangesloten. Het aandeel der ‘bui-
tenstaanders is in 1933 wat gestegen, maar heeft nog niet ‘het peil der jaren 1925f1929 ‘berei’kt. De positie

‘van de Java-suiker
is op de wereldmarkt wel zeer or-

gunstig. Indië heeft (bij de
oliepalni-producten
me,t

werkelijk succes’ tegen de Afrikaansche producenten
geconcurreerd. De sdhommelingen in de uitvoeren van

koffie
zijn in hoofdzaa
1
k het gevolg van ‘weersomstan

di.g’heden. De uitvoeren der Buitengewesten zijn
sedert 1921 verdu(bbeid. De uit Nederlandsch-Indië

.uitgevoerde zgn.
,,Edelcacao”
maakt weinig uit op de

totale wereidexporten. Toch
schijnt
er ok hij dit pro-

duct van overprodictie sprake te zijn.

Stijgende Amerikaansche uitvoer van industrieele”

en mij nbouwproducten.

De uitvoer der Ver. Staten bedroeg in October
$ 206 niillioen of 8 pCt. meer dan in September en
7 pCt. meer dan in October 1933. De invoer was
daarentegen la’ger in waarde ‘dan •de voorafgaande
maand, zoodat de handelsbalans een actief saldo van

$77 milli’oen vertoont, het grootste saldo sinds No-

vember 1930.
Onderstaande grafiek . geeft de in’dexcijfers weer

van de ‘uitgevoerde hoeveelheden agrarische en niet-

agrarisdhe ‘producten.

Indexcij’fers van dec uitvoer van agrarische cai
niet-agrarische producten (hoeveelheden); gemiddelde
1923—’25 = 100.

PER CENT
150

AGR ICULTURAL

IOOF

NON-
AGR ICU LTURAL

0

1

1932

1 QX14

1934

Uit deze grafiek, ontleend aan het maandoverzicht

van de Federal Reserve Bank te New-York, blijkt,
dat de agrarische export de laatste jaren verminderd is, ‘de export van niet-agrarische producten ‘daaren-

tegen is gestegen.
Van industrieele producten is vooral de uitvoer
van koper en van autonao!bielen ‘sterk, gestegen, resp.

‘met 75 en 35 pCt. Ook de export van textielgoederen
is grooter dan verleden jaar geweest. De uitvoer van
ruwe katoen was edhter naar alle ‘landen, behalve
J’apan, in October veel geringer dan verleden jaar,

zoodat ‘hierbij een vermindering van 40 pCt. optreedt.
Ook de uitvoer van tabak en v1eesh was kleiner dan

verleden jaar.

Nog geen stabilisatie van Pond en Dollar.

Naar aanleiding van in de laatste zitting van het

L’aigerhui’s gestelde vragen heeft Nevi’lle Chamberlain
op 21 December ‘zijn reeds eerder afgelegde verkla-
ring herhaald, dat de stabilisatie van Pond en Dol-
lar ‘ook de Engeiscihe Regeering zeer welkom zou zijn,
doch een dergelijke maatregel thans nog praema-

tuur is.
E’en gelijtcluidende verklaring is eind October door Roosevelt afgelegd voor de American Ban’kers Ass’o-
ciation, waarbij hij een zoo spoedig mogelijke stabi-
lisatie in’ het vooruitzicht stelde, ‘doch zinspeelde op
de afhankelijkheid in deze van het ‘buitenland (En-

geland). ‘
Ook O’ham(berlain heeft thans gewezen op de af-
hankelijkhei’d van het buitenland, daaribij in ‘het bij-
zonder doelende op de positie, welke Engeland in-
neemt tu.ssdhen het goud’blok en den Dollar, welke
eveneens op goud gehaseerd is. De centrale moeilijk-
heid was volgens Othaiberl’ain echter hierin gelegen,
dat Franc en Dollar niet in harmonische verhouding

tot elkaar ‘staan. Wanneer thans druk ‘op het Pond ‘wordt uitgeoefend, is Engeland vrij, zich in iedere
richting te ‘bewegen. Wanneer echter stabilisatie
doorgevoerd zou worden, zou later eventueel opnieuw
loslating van den gouden standaard n’oodig zijn, of
Engeland zou moeten overgaan tot een defl’atiepo’li-
tiek, welke de Engelsche regeering niet wensdht.
Engeland moet volgens Qhamiber)lain wachten op

een ‘verandering in de prijsniveaux,’ ‘welke Dollar en
Franc in betere harmonie ‘zal brengen, een verande-
rin’g, welke ook de Ameri’kaansche regeering, na-

streeft.
Wij teekenen hierbij aan, dat de Dollar in het
laatste kwartaal van dit jaar fluctueerde om een ge-

2 Januari
1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

15

middelde koers -van
f 1,47,
‘overeenkomende met
59,27

pOt. van zijn waarde in
1931,
terwijl het indexcijfer
der groot’hande’lsprijzen in de Ver. Staten sedertdien
met slechts
4,8
pOt. is gestegen, hoewel de stijging

der groudstofprijzen veel aanzienlijker is geweest. Daartegenover is het indexcijfer der groothandels-

prijzen in Frankrijk sedert
1931
met
29
pOt. gedaald,

zoodat inderdaad een verdere daling van dit cijfer

in Frankrijk of een stijging van het prijsniveau in
de Vereenigde Staten noodrzakelijk is, wil er betere

harmonie komen tussdhen de koersen van Franc en

Dollar.

Sedert
1931
is de ‘koers van het Pond met bijna

40
pOt. gedaald, dus ongeveer
19
pOt. minder dan de

Dollar, terwijl het indexcijfer der groothandeisprij-
zen er vrijwel gelijk gebleven is, en de prijzen der
grondstoffen slechts een weinig gestegen zijn, door-
dat het dere grootendee’ls betrekt uit landen -van •het

Sterlingbiok. G.

ONTVANGEN BOEKEN.

Weltwirtscha.ftsdiimmerung.
Festschrift ‘zum 10 jhhri-

gen Bestehen des Wirtschafs-Instituts der Han-

dels-Hochschule Leipzig. (Stuttgart
1934;
Ver-

lagsbuchhandlung W. Kohihammer).

Dit boek bevat de volgende artikelen:
Piof. Dr. P. Teleki: Weltwirtschafts-D’dmmerung; Prof.
Dr. W. Notz: Die Vereinigten Staaten am Scheidewege;
Dr. E. Quesada: Weltwirtschafts-Problematik des Augen-blicks; Prof.. Dr. B. Brutzkus: Werdegang und Wesen des
Ftinfjahresplanes; Dr. K. . Haushofer: Indopazifische
Riickschlags-Dyna.inik; Dr. Seitz: Weltwirtschaf t und Ko-
loiiialwirtsdhaft; Dr. E. Egner: Alte und neue Ideale des kolonia.l-politischen Denkens; B. v. Enderes: Weltwirt-schaftskrise u’nd Welteisenbahnkrise; Dr. H. Röchling:
Das Saargeb.iet in der französischen Wirtschaft; Prof. Dr.
W. Vogel: Die Bilanz des staatlich-völkischen Lebens-
raumes; Prof. Dr. K. Thalheim: Autarkie und National-
wirtschaft; Dr. F. Thierfelder: Weltwirtschaft und nati-.
onale Kulturpolitik.

De nieuwe belasting naar het vermogen van instel-
lingen van de doode hand
door Mr.
J.
J. van
der Velde, advocaat, procureur en accountant te
Amsterdam. (Haarlem
1934;
H. D. Tjeenk
Wil-
link & Zoon
N.V.
Prijs
f 1,90).

Achtereenvolgens worden ‘behandeld: Belastingplichhi-
gen; Het belastbaar zuiver vermogen; &angifte; Boeg.
houding, balans en berekening van het belastbaar zuiver
vermogen; Aanslag en Invordering; Bezwaren tegen den
aanslag; Navorder.ing; Voorkoming van dubbele belasting;
Wet op de richtige heffing; Bijzondere bepalingen; Straf-
rechtelijke bepalingen.

De toekomst der wereldmarkt huishöuding
door Dr.
P.
Lieftinck. (Groningen
1934;
J.
B.
Wolters’
Uitgevers-Maatschappij
N.V.
1934.
Prijs
f 0.75).

Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het a.mbt
van hoogleeraar aan de Nederlandsche Handelshoogeschool
op 11 Octobér 1934.

AANVOEREN in t

MAANDCIJFERS.

EMISSIES IN NOVEMBER
1934.

Staatsleeninigen …………… …
f 150.000.000,—
zijnde:
Nederlandsch-Inctië
Ned.-Indië / 150.000.000
t)

4 % obl.
ft
100 % . .. / 150.000.000

Prov. en Gemeentel. Leeningen
2)
.. ,,

58.125,-
zijnde:
Nederland;
‘Gem. Winterswijk f750.000
4% obl. á 993/
4
% 3) ..
…. /58.125

Indu’strieele ondernemingen
4).

Diversen
5).

Kerkelijke Leeningen ………….,,

532.600,-
Nederland; ……… . …… /
532.600

f 150.590.72,-

) Waarvan volgens het prospectus / 100.000.000 h
9934 % en hooger bij openbare instellingen is geplaatst.
Wij hebben in de statistiek dit bedrag tegen 100 % op-
genomen.
Conversie: Gem. Nijmegen /4.319.000 4 % obl. f
100 %. Gem. Wonseradeel / 165.500 4 % obl.
ft
100 %.
Van het oprovenu van dere leening is / 690.000 voor
conversie afgetrokken.
Conversie: Ver. Cobp. Suikerf. en Raffinaderij ,,Din-
teloord” / 1.165.000 4 % obl. ft 99 %.
Conversie: Waterschap De Verbinding f98.000 4 %
obl.
IL
100 %. ‘s-Gravenhaagsche Passage Mij. / 1.300.000
4 % obl. k 9934
1
%.
De Kerkelijke Leeningen zijn als volgt onderverdeeld:

Rente- Emissie-
Guldens voet koers
pCt.

pCt.
Ned. Herv. Stichtingen v. Zenuw

en Geesteszieken, Amersfoort – 500.000

4341

100
Juliana van Stolbergschool, Am-
sterdam-West (waarv. / 22.400
conversie) ………………55.000

434

100
Ver, ‘t. Bevordering v. Geref.
Ziekesiverzorging in Nederland
(geheel conversie) ………..30.000

5

100
Bovendien:
/ 8.400.000 3-m. Schatkistprom. á / 998.72, d.w.z.
34,
%.
14.000.000 6 ,,

,,

,, ,,
996.20,’ d.w.z.
34
%.
9.400.000 1-j. Schatkistbilj.

,, ,,
1.013.-, d.w.z. 1
3
1
io
%.
3.660.000 3-j.

,,

,, ,,
1.017.95, bijna
2
34%.
9.100.000 5’j.

,,

,, ,,
1.024.- d.w.z. 2
23
1
32
%
Voorts werd in de afgeloopen maand de inschrijving
opengesteld op een beperkt bedrag:
aand. Eerste Nederlandsche Land Maatschappij á 100 % en

11
Mij. t. Expl. v. landelijke Eigendommen á 10234v %

Emissies in
1934.

Obligatidn Aandeelen
Totaal
Januari
f
5.985.000,-

/

5.985.000,-
Febr…..
1.935.375,-

1.935.375,-
Maart


4.167.375,-

4.167.375,-
April

..,,
11.500.625,-

11.500.625,-
Mei
2.916.380,-
/

640.000,-
,,

3.556.380,-
Juni

..,,
7.072.000,-

,,

7.072.000,-
Juli

– . –

,,
899.067,50

,,

899.067,50
Aug.

.

,,
2.519.600,-
,,

136.000,-
,,

2.655.600,-
Sept…,,
1.313.450,-
,,

861.000,-
,,

2.174.450,-
Oct……
2.691.000,-
‘-
,,

2.691.000,-
Nov…..;
150.590.725,-


,, 150.590.725,-

/
191.590.597,50
f
1.637.000,-
/
193.227.597,50

van
1000 KG.

Artikelen

Rotterdam
.

Amsterdam
Totaal

23-29 Dec.
Sedert
Overeenk.
23-29 Dec.
Sedert

Overeenk.
1934
1933

1934
1Jan. 1934
tijdvak 1933
1934
1Jan. 1934
tijdvak 1933


15.924
1.350.953 1.539.877
82
32.937
23.685 1.383.890
1.563.562
5.522
403.697
409.228



15.468
8.935

11
419.165 418.163
340 23.937
24.298


25
23.937
24.323

Tarwe

……………..
Rogge

……………..

MaIs ……………….
8.623
887.492 1.028.438
3.580
218.203 217.548
1.105.695
1.245.986
Boekweit ……………..

5.702 380.467
497.936
1.824
47.859
51.831
428.326 549.767
1.499
117.568 121.929

3.195
3.908
120.763
125.837
202.525
195.657

254.061

,
209.278
456.586
404.935

Gerst

……………..
Haver

……………..
Lijnzaad

……………-
Lijnkoek
1)
205
..
63.219
154.818

55
200
63.274
155.018′
234

21.024
19.237

172
4.188 5.654
25.212
24.891
Tarwemeel

……………
Andere meelsoorten
1.120
58.883 51.535
37
7.124
8.301
66.007
59.836

±6

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2
Januari
1935

PRODUCTIE DER STEENKOLEN-, BRUIN-
GIRO-OMZET BIJ DE NEDERLANDSOHE BANK.

.
KOLEN- EN ZOUTMLENEN


Sept. 1934
j

Sept. 1933
(Gegevens ver8trekt door den Hoofdingenieur der mijnen.,
Posten Bedrag
Posten
Bedrag
I. Gezamenl ijke Steenkolenmijnen.
___________
1
Rek.houders

76.722

(1.301.834.000 49.774

f
1.326.586.000
1

Nov.’
Jan./Nov.I
Jan./Nov
,

1934
1934
j

1933.1
Door 11.-bank
plaatselijk

59.116. ,,1.071.798.000 37431

1.129.338.000
Voldoening
.

.

j
rod.Stenkolen in tonnen .h.043.60l

11..363.13411.554.145
iijksbe1st

94i

13.204.000

1.080

16.465.000
Aantal normalewerkdagen
.

251)1

280

,

278

1
H. Bruinkolenmijn ,,Carisborg”.
.

.

.

.

Laatstbekende noteeringen te Amsterdam en Rotterdam op
Netto-productie in tonnen.
.

15.718
2
)1

115.860

115.523
Aantal normale werkdagen1

22

201

212
1

“31 Dec. 1934 voor
telegrafische
uitbetaling op:
.

III. Zoutmijnen. (Kon. Ned. Zoutindustrie te Boekelo.)
••
.

Gu1dn per
Pan


Koers
1

Bank-
i
disconto
Afgeleverd :
:

‘T
Geraif.

zout ……..(ton)
i
‘Europa.
.
%

Industriezout

……
(
‘,,

}
}

11.9323)
31 513

}

.

Londen
*)
£

1
2.1
0

7.28
1

2

Afvalzout

(
1
100 Mark
59.26
59.41
4
……….

Aantal normale werkdagen

518)
179k

Berlijn

)…………
ioo
Franc
9.747
9.76
………….

Brussel
*)
100
Belga
100
Franc
34.59

34.64
6.93
2
*
Aantal arbeiders.
Gezamenl.
Steenkolen-
Bruin-
kolenmijn
I.Carisborg”~

Zoutmijnen

mijnen

Zürich *)
100
100 Kronen
48.-

47.89

6
.
1
8*

2
3
*
J10.2484)5
88


Weenen *)
100 Schilling
35.-
27.75

41
1 Dec. 1934

…………….kbg.9026)

100 Pengö
43.51
43.-
4

1 Dec. 1933

f
10.7114
)7
)



100 Lei
1.4880
1.48
4
……………
,22.2426)
100 Leva
1.79
7

1.85
7
1)
Staatsmiinen Emina
Hendrik en Maurits;23Wilhelmina.;200ranjè-
Nassaumijnen III en IV; I9Oranie-Nasaumijnen 1 en II en
Willem-Sophia
Belgrado
……….
100 Dinar
4.379
3.37.
6

en 18 Domaniale
mijn
en Laura en Vereeniging.
1
)11.523 ton ruwe kool.
Athene
Turksch
£
100 Drachme
10.93
3.23
1
.
1
7+
1.40
7
4.195 ton bruinkoolbriketten.
3)
Jan.
en
Mei.
4)

ovengronds.
5)
mci. 1.983
arbeiders
in de nevenbedrijven.
6)
Ondergronds.
3)
mcl. 2.048 arbeiders
100 Lira
13.09
12.67
4
in de nevenbedrijven.

Parijs
*)
…………

100 Peseta
48.-
20.23
+

Luxemburg

………
……..

………..

Escudo
2
.68*
0.06+
5

Praag …………..

Kopenhagen)
….
100 Krônen
66.67 32.55
2
+
HYPOTHEEKRENTE IN NEDERLAND.

Boedapest

……….
Boekarest

……….
Sofia

……………

Oslo
5)

..

100

,,
100

,,
66.67 66.67
36.60

31

2
*

Maand
st’am
Arnhem
9″

j

Den
~aa
.
g

Volle
eigen.

c
Middel-
Rotter-
Zwolle

Istanbul ………..
………..
Milaan

………..

100 IJsl. Kr.
66.67
32.90
ningen
doi

burg
dam
Madrid

…………
Lissabon …………

Stockholm

) ……..
Reickj avick

…….
Warschau
Kovno (Litauen)
..

.

100 Zloty
100 Lita
27.91
24.88
27.95
24.80
5

19
0

Jan.
.

4.375

5

.
5.–

5

5.-
.
Riga (Letland)
….
100 Lat
48.-
48.20
6

Febr.

5

.
5

4.84

5

4.79

‘)
.
Tallinn (Estiand)
..
100

stl. Kr.
66.67
40.75
5

Mrt.
.

.

5

4.50

5

5

4.96

4
L’
100 Finnmrk.
6
.
2
6*
3.21+

April

q
2)

5

4.88

5

4.62


1
*_
S

Helsingfors

…….
Tjerwouets
12.80
12.80

Mei

.

5

4f
4
)

5:

5

5

. 4.65

Moskou

………..

Danzig

…………
(10 Roebel)
100 Gulden
48.42 48.30
4
Juni
.

4
1
,

5

5.-

5

5

.

4.50

5,5)
Ju1L…

4
1

5

4.96

5

5.

4.50

5
Amerika
.
1
Néw-York
5)

$
14
6.9
4*
1
.
4
7+
.
li
Aug.

4.896)

5

5.-


Sept.

4.750)

5

5.-

5.09

5


Montreal

……..
Canad.
$
2.4878
1.48*

Oct.

4

q
7)

5.-

5

5

4.70


Mexico

……….
Mex. Dollar
1.24
0.42

Nov.

4.92
8)

q

5.-

5

4.62
Buenos Aires ……
Peso (papier)
1.0568′
0
.
37
*

Dec..

4.75

5

5.-

5

5

4.50
3)

La Paz (Bolivia)
Boliviano
0.9080

1934
.


Rio de Janeiro
Milreis (pap.)
0.8075
2

0.10

Jan.
.

*
9)

5

5.-

5

5

4.50

q
Valparaiso
……..

.. ..

Peso (papier)
0.30 0.00+

Febr.

+

5

4.69

5

5

4.68

5
8)

Bogota (Columbia)
Peso
2.42
0.95

Mrt.
.

*

5

4.64

5

5
Quito (Ecuador)

San

JO5

(C. Rica) ..

Sucre

0.49
8

0.13

April

*

4.70

5

5

4.50

+-‘)
Lima (Peru)
Montev(deo (Urûg.)
Sol
Peso
0.69
7
2.5725
0.3
5
+
0.61*
Mei.

5

5

.
5

4.50

+-
Juni
.
4.5511)

+

4.50

5

4.50

1

..

Caracas (Venezuela)
Bolivar
0.4795
0.37

Juli

.

4.50

*

4.78

5

5

4.5012)
Paramaribo
Gulden
Colon
1.-

1
.00*

Aug.

4.42

4.50

5

5

4:56

+4
Guatemala …….

Quetzal
.
2
.48*
1.44
Sept.

4.33

4.

4.75

5-41

4:50

+4
Oct.

4•375

.
4k

4.50

4.92

+

4.50


Willemstad'(Curaç.)
Gulden
1.-
1
.0
1
+

Nov.

4.25

4

4.50

4_t.
8)
Mauagua (Nicar.)
Cordoba
2
.
4
8+


.
Dec.

4.25

.
8)
San Salvador
Colon
1.2440
0.58*

l)
0j

landerijen werd bij dubbele overwaafde hyp. verstr.
Calcutta ……….
Rupee
0.91
0.55
tegen 4
1
en 4t°/°

‘ Batavia

……….

Gulden I.G.
100 1.00+
2)
Ê&i hypotheek op erfpacht á 5 0o
Kobe

…………

Yen
1.24
0.42*
3)
Naar gelang van de waarde van het onderpand.

,
Dollar
0.63.

4)
Bij de Nutsspaarbank 4W pCt.
Shanghai

……..

Dollar
0.5
1
+

5)

op zeer gunstige onderpanden.
Singapore

………

Manilla

……….
..
Straits Dol).
Phil. Peso
1.4125
1.24
0.8
5
*
0.73
8)
Op erfpacht 5y
,
0/s.

.
Teheran
4
)(Perzië)


..

Pahiavi
,

8.57
Op erfpacht á 41 o/o•

.
.
……
.
….

..

.
Bangkok

..

Baht
.

0.67+
Op erfpacht ‘gem. 5
1 ol
o
.

Hongkong ……….

Afrika.
0p erfpacht 4t°’°
Kaapstad

..

£
1
2.10*
7.28+
Bij extra veel ovèrwaarde, b.. 50
0
/0,
bedroeg de r
e
nt
9
é
Alexandrië ……..

Egypt.’ £
12.42
7.47
£
*
0/0.
Au8tralië.

O

erfpacht

*
0/,,.
Melbourne, Sidney

..

18)
Voor

hypotheken

tot

een

gezsimenlijk

bedrag van
en Brisbane
.
.
Nieuw Zeeland
£
£
12.10*
1
2.10+ 5.83
5
.87+
(
34.500.-
en 4.25
i/

voor een
‘hypotheek van
f
10.090._.

-‘Nodruk verboden.
1)
Gotidpeso.
i)Milreis Goud.
3)
Zichtkoers.
4)
Munteènheid
S)
Not, te
=
Rial
(=
een A’datii. 0v.
Kran.)
not, part.
opg.

/391.122.000,-
f391.115.000,-
108.337.000,-
108.340.000,-
1.287.732,50
,,

1.283.777,50

549.516,83
.,

689.667,-
87.290.231,20
,,

87.588.880,74
166.805,10
,

166.805,10
24.101.895,28
,

24.776.341,44

VLOTTENDE SCHULD.

2 Januari
1935

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17

STATISTIEKEN.
BANKDISCONTO’S.

Ned
iscWissels
24195ept.’33
Lissabon

•…
5

13Dec.’34
2
30Juni’32
e1.Binn.Efi
Prsch.
3
19Sept.’33
Londen ……
in R.C.
3
19Sept.’33
Madrid ……

546
Nov.’34
Athene ……….
7

14Oct.’33
N.-YorkF.R.B.
14
1 Feb.’34
Batavia ……….

34
1Nov.’34
Oslo

……..

34
22Mei’33

Belgrado

……..
6416Juli’34 Parijs

……
2431 Mei’34
Berlijn

……….
4
22Sept.’32
Praag

……

3425 Jan.
1
33

Boekarest …….
.
41
15
Dec.’34
Pretoria

….
3415
Mei’33
Brussel ……….
24 28Aug.’34
Rome……..
4
26Nov.’34

Budapest ……..
44
17
Oct.’32
Stockholm
..
24
1 Dec.’33

Calcutta

……..
3416
Feb.’33
Tokio

. . .
.3.85
2Juli’33

Dantzig

…….
.
4
212ept.’34
Weenen ……

4427Juni’34
Helsingfors ……
4

3 Dec.’34
Warschau….
5
26 Oct.
1
33
Kopenhagen
24

1Dec.
1
33
Zwits.Nat.Bk.
2
22Jan.
1
31

OPEN MARKT.

1934
1933
1914

29
4
1
29
Dec.
ec.
17
1
22
10
1
15
28/30

H
De:3c2

20/24
Dec. Dec. Dec. Dec.
Juli

Amsterdam Partic.disc.
1
12 11
3

1
12
1
12
31
9
_1(
3

114_112
311_311
Prolong.
1
1 1
1 1 1
211
4
81
4

Londen
Daggeld…
1
1

1
1
(,_1
1
13.1
1
14_1
1
/8_2
1
13
‘j2-3
1314-2
Partic.disc.
113.9116
113_519
1
1
.5
1
11618
1
1
/1e-
9
/1
1
1
/16_
1
/4
411
4
_91
4

Berlijn
Daggeld…
411
4

4
1
14
3
1
124
1
14
4.11
4

411
3
.571
3

47

MaandeId
331
4
_4
331
4
_4
331
4
_4
3314_4
413-6
I
1
‘5-6314

Part, disc.
3
1
11
311
3

3
1
12
313
371,
371
211113
Warenw.
.
.
4.11
4

4.1(
4

4.11
4

4_11
4

4.1/
3

4_11
4


r’,ïew York
Daggeld
1)
1 1 1
1 1
1

‘!
131
4
_211,
Partic.disc.
‘/16
116

1
5/
(16
718-1
1(
4
.1/
3


1)
Koers van 28 Dec. en daaraan voorafgaande weken t/m. Vrijdag

WISSELKOERSEN.
KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
New
Londen
Berlijn

Parijs
Brussel
Batavia
York*)
S)
S) S)
S)
1)

25 Dec. 1934
– – –



26

1934-

– –


27

1934
1.47l81,
7.30
59.42
9.76
34.674
10081,
28

,,

1934
1.47331
34

7.29%
59.414
9.76 34.69
10081
8

29

1934
1.47%
7.29
59.41
9.764
34.66
10081
s

31

1934
1.475,
7.283
59.41
9.76
34.64
10021
3

Laagste
d.w
1
)
1.47%
7.28;i
59.374 9.754
34.60
100 Hoogste
d.w’)
1.48 7.31
59.45
9.764
34.724
100.,
Muntpariteit
2.4878
12.1071
59.263
9.747
34.592
100

t
Da a
Zvit_
ser an
Weenen
Praag
Boeka-
Milaan
Madrid
*)
ij
rest
1
,
)
SS) SS)

25 Dec.

1934



– –
26

1934






27

1934
47.89

6.19
1.48
12.664
20.22
28

1934
47.89

6.19
1.48
12.66
20.23
29

1934
47.89

6.19
1.48
– –
31

1934
47.89

6.184
1.48
– –
Laagste
d.w
1
)
47.85

8.15
1.45
12.60
20.15
Hoogste d.w
1
)1
47.9234
28.-
6.224
1.50
12.70
20.30
Muntpariteit
48.003
35.007
7.371
1.488

13.0941
48.52

D a a
St ock-
Kopen-
s o
)
Hel-
SFI
Buenos-
Mon-
holm
5)

hagen)
Aires’)
treal
1)

25 Dec. 1934






26

1934



– –

27

1934
37.65 32.60
36.70
3.23 37%
1.49
28

,,

1934
37.624 32.574 36.674
3.23 37%
1.4831
s

29

1934
37.60
32.574
36.65
3.23
37
1.48%
31

1934
37.574
32.55 36.60
3.22
37
1.48%
Laagste d.wl)
37.30
32.25
36.30
3.19 36%
1.48
Hoogste d.wl)
37.85
32.85
36.90
3.25
38
1.49h
Muntpariteit
66.671
66.671
66.671
6.266
958,(
2.4878

Noteerine
te
Amsteruam.
“1
Not, te
Rotterdam.
1

Part. oneave.
In ‘t 1se of 2de No. van’iedere maand komt: een ovicht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

D
a a
t
Londen
($
per
£)
Parijs
($ p. IOOfr.)
Berlijn

($
p. 100
Mk.)
1
Amsterdam
($ p. 100 gid.)

25Dec.

1934




26

,,

1934
4
1
944
6,60%
40,26 67,70
27

,,

1934
4,94
6,60%
40,24
67,68
28

,,

1934
4,933,.
6,611,
40,25 67,72
29

,,

1934
4,9371,
3,611/,
40,26
67,73
31

,,

1934
4,94k
t,62
40,30
67,81

1Jan.

1934




Muntpariteit..
4,86
3,90,,
23.81%
40.116

KOIIIRSF)N TE LONDEN.
Plaatsen en
Landen
Noteerings-
eenheden
15Dec.
1934
22Dec.
1934
24129
Dec.
’34

~
LaagstelHoogstel
1
29Dec.
1934

Alexandrië..
Piast. p.
97%
9734
978/,
975,’,
97%
Athene

….
Dr. p.
520
517
517
517
517
Bangkok….
Sh.p.tical
1110
3
5,,
1110k
1110
8
,
11104
1110k
Budapest

•.
Pen. p.
1671
9

1671
3

1671
8

167/,
1671
9

BuenosAires’
d. p.$
277,
275,
2751,
28
27″,,
Calcutta
. .. .
Sh. p. rup.
1161/,,
1/611,
116
1
1
39

1163/32

1/6i1,
Constantin..
Piast.p.,g
612
610 610 610 610
Hongkong
..
Sh.p.$
1/8%
118%
1/8%
1/9i,
118131,
Sh. p.
yen
112
112
1/1’a/
112i1,
1/2
Lissabon.,
Escu. p. £
11011
8

11011,
109%
110h
11011,
Kobe

…….

Mexico

….
$per
18
18
1734
18%
18
Montevideo
2
)
d.per
20
20
19%
20%
20
Montreal

..
$
per £
4.89%
4.89a,,
4.89
4.91%
4.90%
Riod.Janeiro3
d. per Mii.
331,
6

3
5
1
3
31
1
1e

31,,

3%
Shanghai

..
Sh. p. tael
114151 11431
8

1/4% 1/5%
114I51,
Singapore
..
id. p.
$
2/4
5
/
39

2/4
6
1

2
1
4i
16

2
1
4%
2/4
9
/
59

Valparaiso
4).
$
per £
119.00
115.25 115.25 119.50 119.50
Warschau
..
ZI. p. £
26s1,
2611,
2571
8

26818
26i1C
1)
Officiëele not.
36
1
13
laten, gemidd. not., welke importeurs hebben te
betalen, sinds 30 Nov.
3189/38.
2)
Offic. not, vanaf
15
Dec.39
3
18.,
17
Dec.
3911,
24 Dec.
3918.
3)
Id. 19Nov.
4114k
18 Dec.
411,
19 Dec.
4114,
21 Dec.
411
2
,22
Dec.
411
4
. 4)
90 dg. Vanaf 28 Aug. laatste export” noteering.

ZILVERPRIJS

GOUDPRIJS’)
Londenl)IN.York2)

Londen
25 Dec. 1934..

25 Dec. 1934,.,.

26
,,

1934..

53%

26
,,

1934….

27
,,

1934..
24i,

5371,

27
,,

1934…. 140/104
28
,,

1934.. 2451
5

548/,

28
,,

1934….
140
1
104
29
,,

1934..

54%

29
,,

1934….

31
,,

1934,. 2451
8

54%

31
,,

1934…, 1411_
1 Jan. 1934..

1 Jan. 1934….

27
Juli
1914., 2415
6
59

27 Juli 1914…. 84110%
1)
in pence p.oz.stand.
8)
Forelgn sllver In $c. p.oz. fine.
3)
in sh. p.oz.fine

STAND VAN
‘s
RIJKS KAS
Voroeringen

15 Dec.
1934

22Dec.1934
Saldo van’s Rijks Schatkist
bij De Ne
derlandsche Bank……………….
f
7.460.895,94
/
11.634.271,97
Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten

55.951,34
,,

485.470,65
Voorschot op ultimo November’34 aan
de gem. verstrekt op aan haar uit te
keeren hoofds. derpers. bel., aand. in
de hoofd,, der grondbel. endergem.
fondsbel., alsmede opc. op
dle belas-
tingen en op de vermogensbelasting
,,
2.351.835,51

2.351.835,51
Voorschotten
aan Ned.-lndlë ………
..
126.854.322,21

128.999.704,75
Id. aan Suriname …………………
.
,,
13.217.711,68

,,
13.235.315,15
Id. aan Curaçao……………………
,

2.092.582,90

,,

2.172.407,63
Kaavord. weg. credietverst. a(h. buitenl
,,
114.847.339,93

115.482.852,18
Daggeldleeningen tegen onderpand

Saldoderpostrek.v. Rijkscomptabelen

34.583.952,70

32.414.861,58
Vord. op het Alg.Burg. Pensioenfonds’)


Vord. op andere Staatsbedrijven
1
) …..
16.854.937,72
,,
19.529.937,72
Verstr. t. laste der Rljksbegr. kasgeld- leeningen aan gemeenten (saldo)

.
,,

.

35.411.766,26
,
35.592,024,63
Verplichtingen.

art. 16 van haar octrooi verstrekt
Schatkistbiljetten in omloop………
Schatklstpromessen in omloop…….
Zilverbons in omloop …………….
Schuld op ultimo November’34 aan de
gem. weg. a. h. uit te keeren hoofd,. d. pers. bel., aand.
1.
d. hoofds. d. grondb.
e. d. gem. fondsb. alsm. opc. op dle
bel, en op de verm. bel…………..
Schuld aan het Alg. Burg. Pensioenf.’)
Id. a. h. Staatabedr. der P.T. en T.
1)
Id. aan andere Staatsbedrijven
1) …..
Id. aan diverse instellingen
1)
7)
In rekg.-crt. met ‘s Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH-INDISCHE

Saldo Javasche Bank’
.
…………….

/

1.399.000,

/

4.429.000,-
Betaalmiddelen In ‘s Lands kas ……

VerplichtIngen:
Voorschot’s Rijks kase. a. Rijksinsteli
,,
126.854.000,-

.

,,
128.999.000,-
1.750.000,-
,,

1.750.000,

Schatkiatbiljetten ………………..

..56.585.000,-

12
,,

.035.000,

12.035.000,-
Schatkistpromessen ………………….

– –
Schuld aan het Ned.-lnd. Muntfonds
2.492.000,

.

,

2.492.000,-
Muntbiljetten In Omloop ……………….

Idem aan
de Ned.-lnd. Postspaarbank
716.000,-
645.000,-
Voorschot van de Javasche Bank


SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in
duisenden guldens.

Data
Metaal
latie
Andere
opeischb.
schulden
Discont.
D7.rek,e-

24 Nov.

1934..
728
1.007
452
588 1.788
17

1934..
736
1.055
466 585

1
1.782
10

1934..
728
1.064
487 579 1.783
3

1934..
726 1.156 505
580
1.801
27 Oct.

1934..
737
1.160
489 586
1.770

5
Juli

1914..
645 1.100 560 735 396
‘; bluitp. oer activa.

GRANEN EN ZADEN
TTJINBOUWARTIKELEN
VLEESCH

TARWE
80 K.G. La
R000E
MAIS
GERST
6Â65 K.G.
LIJNZAAD
WITTE
KOOL
UIEN ROODE
KOOL
RUND-
VLEESCH
VARKENS-
VLEESCH
Plata loco
74 K.G. Balila
La Plata La Plata
La Plata
Ie kwal.
gewoon
le kwal.
(versch)
(versch)
Rotterdamj
Blanca loco
.R’damlA’dam

loco R’damjA’dam
loco Rotter-
loco
R’damiA’dam
1-5-pond
per 100 KG. per 100 KO.
Broek op
1-5 pond
per 100 KG.
Gen.v.3kw.

per 100 KG.
Amsterdam
per 100 K.G.
per 100 K.G.
per 2000 K.G.
damlA’dam
per2000KG

per 1960 K.G.
Broek op
Langendijk Broek op
per 100KG.
Rotterdam

3)

fi.

Langendijk
Langendijk
Rotterdam

1
10
fl•
°/o
fi
1925
17,20
100,0 13,07
6

100,0
231,50
100,0
236,00
100,0
462,50
100,0
– –
1926
15,90
92,4
11,75
89,9
174,25
75,3
196,75
83,4
360,50
77,9


1927
14,75
85,8
12,476
95,4
176,00
76,0
237,00
100,4
362,50
78,4


1928
13,476
78,3
13,15 100,6
226,00
97,7 228,50
96,8
363,00
78,5
4,55
100,0 13,25
100,0
17,23
100,0
93,
100,-
77,50
100,
1929
12,25
71,2
10
;
876
83,2 204,00
88,1
179,75
76,2
419,25
90,6
7,38
162,4
11,78
88,9 9,10
52,8
96,40
103,7
93,126
120,
1930
9,676
56,3
6,225
47,6
136,75
59,1
111,75
47,4
356,00
77,0
2,05
45,1
2,14
16,2
5,77 33,5
108,
116,1
72,90
94,:
1931
5,55
32,3
4.55 34,8
84,50
36,5
107,25
45,4
187,00
40,4
3,06 67,3
1,94
14,6
6,96 40,4
88,
94,6
48,-
61,l
1932
5,22
6

30,4
4,62
5

35,4
77,25
33,4
100,75
42,7
137,00
29,6
1,49
32,8
8,07
60,9
1,84
10,7
61,
65,6 37,50
48,
1933
5,02
5

29,2 3,55
27,2
68,50
29,6
70,00
30,0
148,00
32,0
0,82
18,0
2,30
17,4
2,60
15,1
52,
55,9 49,50
63,1

Jan.

1933
4,95
28,8 3,75
28,7
73,00
31,5 75,25
31,9
136,50
29,5
0,67
14,7
3,38
25,5 3,02
17,5
50,50
54,3
44,75
57,’
Febr.
4,776
27,8 3,70
28,3
71,00
30,7
74,75
31,7
130,25
28,2
0,60
13,2
2,06
15,5
2,51
14,6
49,25
53,0
45,-
58,
Maart

,,
5,05 29,4
3,825
29,3 73,50 31,7
76,25
32,3
130,50
28,2
0,61
13,4 1,29
9,7
3,11
18,0
46,50 50,0
46,-
59,
April
5,15
29,9 3,75
28,7
72,75
31,4
71,25
30,2
129,50
28,0 49,50
53,2
48,25
62,
Mei
5,40 31,4
3,775

28,9 70,50
30,5
73,25
31,0
146,75
31,7
52,25
56,2
49,-
63,
Juni

,,
5,2530,5
3,55
27,2 66,00
28,5
75,75
32,1
163,25
35,3 51,25
55,1
48,-
61,1
Juli

5,82
5

33,9 3,85
29,4
64,25
27,8
78,00
33,1
176,25
38,1
49,25
53,0

4850
62,1
Aug.

,,
5,30
30,8 3,55
27,2 61,25
26,5
67,75
28,7
161,50
34,9
49,-
52,7
49:25
63,
Sept.
Oct.
4,95
4,40 28,8 25,6
3,476
3,-
26,6
22,9
61,00 60,25
26,3 26,0
65,25 63,50
27,6
27,0
159,00
141,25
34,4 30,5

——————————
—————————–

50,25
56,25
54,0
60,5
54,-
54,25

70,1
Nov.

,,
4,55
26,5 2,95
22,6
74,50 32,2
60,00
25,4
147,25
31,8
1,26 27,7.
2,23
16,8

—————————-

59,50
64,0
54,375

Dec.
4,57 26,6 3,30 25,3
73,50 31,7 59,25
25,1
154,50
33,4
0,97 21,3
2,56
19,3 1,76
10,2
60,75
65,3
53,50
69,1

lan.

1934
4,75
27,6 3,10 23,7
65,25 28,2 58,00
24,6
144,25
31,2
3,65
80,2 2,30
17,4
3,08
17,9
62,50
67,2
53,75
69,
lebr.

,,
3,40
19,8
2,77
5

21,2
65,25
28,2
58,50
24,8
133,00
28,8
3,97 87,3
1,63
12,3




—-



—-

3,12
18,1
63,-
67,7
53,50
69,1
Maart
3,25
18,9
2,72
5

20,8 70,75 30,6 58,75
24,9
132,00
28,5
5,99
131,6
1,23

——-



——

——-



—–

9,3
4,24 24,6
61,75 66,4 50,50
65,
April

,,
3,20
18,6
2,705
20,7
70,50 30,5 56,75
24,0
136,50
29,5









—–

63,50 68,3
49,125
63,
Mei

,,
3,32
6

19,2
2,876
21,9
62,00 26,8
63,00.
26,7
154,50
33,4
65,75 70,7
47,50
61,:
luni

,,
3,67
6

21,4•
3,175 24,3
65,00
28,1
74,75
31,7
156,50
33,8
-.-

—–



—–

63,25
68,0
43,75

juli

,,
3.80
‘22,1
3,30
25,3
71,50
30,9
78,75
33,4
151,25
32,7
63,-
67,7
44,626

Aug.


4,375
25,4
4,275
32.7
83,25
36,0 93,50
39,6
159,25
34,4

——-

—–

——-

—–


63,95 68,8 43,30
55,
Sept.

,,
4,-
23,3
4,15
317
77,25
33,4
93,25
39,5
145,50
1

31,5

————–

63,55 68,3 42,626
55,
Oct.

,,
3,50
20,3
3,70
28,3
69,50 30,0 93,50
39,6
135,25
1

29,2

——

—–


60,70 65,3
42,125
54,
Nov.

,,
3,50
20,3
3,45
26,4 71,25-
30,8
89,25 37,8
127,75
1

27,6
1,28
28,1
2,25
17,0
53,75 57,8 44,50
57,
3 Dec.

,,
3,60
20,9
3,55
27,2
77,00
33,3
92,50 39,2
135,00
1

29,2
1,24
27,3
1,88



—–

—–


14,2 1,75 10,2
53,_S)

57,0
44,505)
57,
10
3,65
21,2
3,65
27,9 77,50
33,5
93,00 39,4
137,50
1

29,7
1,36
29,9
2,04

——-

—–









—–


15,4 1,82 10,6
54,_6)
58,1
44,25
6
)
57,
1V
3,45
20,1
3,55
27,2
75,00
32,4
91,00
38,6
132,50
1

28,6
1,23
27,0
2,
15,1
1,75
10,2
52,-)
55,9
45,_7)

24

,,
3.20
.18,6
3,55
27,2 75,00
32,4
9000
38,1
133,00
1

28,8
1,20
26,4
2,18
16,5 1,60
9,3
54,_S)

58,1
44,758)
57,
31

,,

,
3,30
19,2
3,55
27,2
76,50
33,0
88,50
37,5
132,00
1

28,5

52,70e)
56,7
44,759)

57,
1)
Men zie voor de toelichting op dezen staat de nos. van 8, IS Aug. 1928, 25 l’ebr. 1931 en 15 Febr. 1933. ) Tol Jan. 1931 Hard Winter No.2. van Jan. 1931 t
16 Dec. 1929 tot 26 Mei 19307415 K.G. Hongaarsche vanaf 26Mei1930 tot 23Mei1932 74 K.G. Zuld-Russische; van 23 Mei 1932 tot 2Oct. 1933 No. 2 Canada.
4)
T
Canada. Van 19Sept.’32 tot 24Juli’33 62163 K.G. Z.-Russ. 6)
1
Dec.
8)
8 Dec. 7)15 Dec.
8)
22 Dec.
9)
29 Dec.
90)
6 Dec.
11)
13 Dec.
12)
20 Dec.
13)
27 Dec.
14)
7 D(

MINERALEN.
. .

TEXTIELGOEDEREN


DIVERSEN

STEENKOLENI
Westfaalschej
PETROLEUM
BENZINE KATOEN
WOL WOL
gekamde

.1(0E-
KALK-
Hollandsche
Mid. Contin.
..r’ide
Gulf exp.
gekamde
US
ra is
,
c

e,
Australische,
HUIDEN
SALPETEF
Middling locoprijzen

.
F. G. F.
Sakella-

_________

0. F. No.
1

bunkerkolen,
onezeefd f.o.b.
tIflI 33.9°
64166°
$cts. per
,
erin. 64,
CrossbredColo-
nial Carded,
Gaaf, open
kop
GId. per
100 KG.
R damlA’dam

g.
per barrel
gallon
New-York
rides
pomla
Liverpool
OCO

ib
per

.
Av. loco
57-61 pnd.
netto
.
per 1000 K.G.
per Ib.
Liverpool
Bradford per Ib.

11.
Ole
8
Ol
o

$cts.
Ofo
$
ets.
‘i

pence
Of

pence
%
pence
lio

pence

I/o

11.
OJ
fi.
0/
1925
10,80 100,0
1.68
100,0 14,86
100,- 23,25
100.0
29,27
100,-
9,35
100,-
55,00
100,0
29,50
100,0
34,70
100,0
12,-
100,1
1926 17,90
165,7
1.89
112,5 13,65
91,9
17,55
75,5
16,24
55,5
6,30 67,4
47,25
85,9
24,75
83,9
28,46
82,0
11,61
96,1
1927
11,25
104,2
1.30
77,4
14,86
100,-
17,50
75,3
16,78
57,3
7,27
77,8
48,50
88;2
26,50
89,8
40,43
116,5 11,48
95,’
1928
10,10
93,5
1.20
71,4
9,98
67,2 20,00
-86,0
19,21
65,6
7,51
80,4
51,50
93,6
30,50
103,4
47,58
137,1
11,48
95,’
1929
11,40 105,6
1.23
73,2
10,-
67,3
19,15
82.4
17,05
58,2 6,59 70,5
39,-
70,9
25,25
85,6
32,25
92,9
10,60
88,:
1930 11,35
105,1
1.12
66,7
8,77
59,0
13,55
58,3
12,-
41,0
3,92
41,9
26,75
48,6
16,25
55,1
25,36
73,1
9,84
82,1
1931
10,05
93,1
0.58
34,5
5,04
33,9 8,60
.37,0
7,33
250
3,08 33,0
21,50
39,1
12,00
40,7
18,65
53,7
8,61
71,1
1932
8,00
74,1 0.81
48,2
4,50
30,3
6,45
.27,7
5,21
17,8
3,11
33,3
16,00
29,1
8,50
28,8
11,15
32,1
6,15
51,:
1933
7,00 64,8 0.45
26,8
3,61
24,3 6,75
,
29,0
5,13
17,5
2,78

29,7

19,25
35,0
9,50
32,2
13,26
38,2
6,18
51,1

Jan.

1932
8,25
75,3
0.71 0.71
42,3
5,25
35,3 6,65

28,6
5,09
17,4
3,38 36,2
16,50
30,0
9,00
30,5
11,63
33,5
7,10
59,1
60,
Febr.,,
Maart

,,
8,25
8,35
76,3
77,3
0.71
42,3 42,3
4,92
6

4,626
33,1 31,1
6,90
6,90
29,7
t 29,7
5,31
5,37
18,1
-18,3

3,51
3,30 37,6 35,3
16,25 16,50
29,5 30,0
9,00 8,75 30,5
29,7
11,75 10,25
33,9
29,5
7,25
7,40
61,’
April
8,65
80,1
0.86 51,2
4,34
29,2 6,25 26,9
5,08
17,4
3,08
33,0
16,50
300
9,00 30,5
9,25
26,7
7,40
61,’
Mei

,,
8,30
76,9
0.86 51,2
4,25
28,6 5,80
,
24,9 4,57
15,6
2,76 29,5
15,75
28,6
8,25 28,0
8,88
25,6
7,40
61,’
Juni
8,25
76,3
0.86
51,2
4,25
28,6 5,25 22,6
4,44
15,2
2,55 27,3
15,25
27,7
7,75 26,3
9,-
25,9
7,40
61,’
Juli

,,
8,10
75,0
0.86
51,2
4,25
28,6
5,80 24,9 4,97
17,0
2,77
29,6
16,00
29,1
8,50 28,8 9,75
28,1


Aug.,,
7,80
72,2
0.86
51,2
4,30
28,9
7,35 31.6
5,71 19,5
3,33 35,6
15,75
28,6
8,25 28,0
12,-
34,6 5,70
47, 49,
Sept.,,
Oct.,,
7,75 7,65
71,8 70,8
0.86 0.86 51,2 51,2
4,376

4,45
29,4 29,9
7,75
6,50 33,3 28.0 6,37
5,68
21,8
19,4
3,64 3,16 38,9 33,8
16,75
15,75
30,5 28,6
8,75
8.50
29,7
28,8
13,75
14,-
39,6 40,3
5,90
6,-
50,1
Nov.,,
7,40
68,5
0.86 51,2
4,60
31,0
6,15
‘26,5
5,16
17,6
3,-
32,1
15,25
27,7
8,25
28,0
12,-
34,6
6,10
50,1
Dec.
7,25
67,1
0.74 6
44,3
4,436

29,8 5,95 25,6
4,73
16,2
2,80
30,0
15,25
27,7
8,00
27,1
11,50
33,1
6,20

Jan.

1933
7,05
65,3
0.53
31,5 4,16
28,0
6,15
;26,5
5,13
17,5
2
1
95 31,6
15,75
28,6
8,25
28,0
11,50
33,1
6,30

Febr.,,
7,20 66,7 0.38 22,6
3,97
26,7
6,10
.
26,2
4,98
17,0
‘2,78
29,7
15,50
28,2
8,2 28,0
10,38
29,9
6,40

Maart

,,
7,25
67,1
038
22,6
3,87
5

26,1
6,40 27,5
4,97
17,0
2,77
29,6
15,25
27,7 7,75 26,3
10,75
31,0
6,40
53,
April

,, 7,25
67,1
0.37
22,0
3,67
24,7
6,65 .28•6
5,18
17,7
2,68 28,7
15,75
28,6
7,75

26,3
11,25
32,4
6,40
53,
Mei
7,15
66,2
0.23
6

14,0
2,95
19,9
7,30
31,4
5,60
19,1
3,07 32,8
17,00

30,9
8,25
28,0
12,25
35,3
6,40
53,
Juni


7,15
66,2
0.25
5

15,2
3,02
20,3 7,85
.33,8
5,85
20,0
3,25
34,8
18,50
33,6
9,00 30,5
15,75
45,4
6,40
53,
Juli

,,
7,05
65,3
0.41
24,4 3,33 22,4 7,60 32,7 5,76
19,7
3,20
34,2
20,75 37,7
9,75
33,1
16,-
.
46,1
6,40
53,
Aug.
6,95
64,4
0.37
22,0
3,37 22,7
6,90
29,7

5,39
18,4 2,91 31,1
20,75
37,7 9,75
33,1
14,75
42,5 5,80
48.
Sept.

,,
6,85 63,4
0.52
31,0
3,50
23,6
6,60
28,4 4,70
16,1
2,54 27,2
21,50
39,1
10,50
35,6
15,13
44,1
5,85
48,
Oct.


6,60
61,1
0.66 39,3
4,04
27,2
6,40
,27,5
4,55
15,5
2,48
26,5
20,75
37,7 10,75
36,4
14,50
41,8 5,90
49,
Nov.
6,75
62,5
0.66
39,3 3,72 25,0
6,25
1
26,9
4,63
15,8
2,39
25,6
23,75
43,2
12,00
40,7
13,38
38,6 5,95
49,
Dec.

,,
6,95
64,4
0.67
39,9
3,75
25,2
6,50
,28,0
4,89
16,7
2,38
25,5
25,00 45,5
13,25
44,9
13,50
38,9
6,-
50,

Jan.

1934
6,65
61,6
0.66 39,3
3,74 25,2
7,10
i30,5
5,47
18,7
2,59
27,7
27,00
49,1
14,75
50,0
13,-
37,5 6,15
51,
Febr.

,,
6,30
58,3
0.64
38,1
3,25 21,9
7,50
f32,3
5,64
19,3
2,68
28,7
23,75 43,2
12,75
43,2
13,-
37,5 6,20
51,
Maart

,
6,25
57,9
0.63 37,5
3,05
20,5
7,40
s
31,8
5,50
18,8
2,76
29,5
23,25
42,3
11,75
39,8
12,50
36,0 6,25
52,
April
6,30
58,3
0.62
36,9
2,79
6

18,8
6,95
29,9 5,37
18,3
2,50
26,7
23,00
41,8
11,50
39,0
12,-
34,6
6,30
52,
Mei

,,
6,25
57,9
0.62
36,9
2,88
19,4
6,80 29,2
5,20
17,8
2,48
26,5
21,00
382
10,50
35,6
11,88
34,2 6,30
52,
Juni

6.15 56,9
0.62 36,9
2,83
19,0
7,15
30,8 5,23
17,9
2,77
29,6
19,00
34,5
9,50
32,2
11,50
33,1
6,30
52,
Juli
6,15
56,9
0.62
36,9
2,68
18,0
7,55
32,5
5,22
17,8
2,83
30,3
17,00
30,9
9,00 30,5
11,50
33,1
6,30
52.
Aug.

,,
.6,15
56,9
0.62
36,9
2,68
18,0
7,85
924,0
5,32
18.2
2,85 30,5
16,00 29,1
‘8,50
28,8
11,75
33,9 5,80
48,
Sept.

,,
6,00
55,6
0.62 36,9 2,74
18,4
,7,70
533,1
5,06
17,3
2,71
29,0
15,00
27,3
8,50
28,8
12,-
34,6
5,85

Oct.

,,
6,00
55,6
0.62
36,9
2,60

17,5
7,40
3l,8
4,93
16,8
2,57 27,5
15,00
27,3
8,50 28,8
12,50
‘36,0
5,90

Nov.

-,
6,10
56,5
0.62
36,9 2,53
17,0
7,40
31,8
5,42
18,5
2,67
28,6
15,00
27,3
8,75 29.7
12,-
34,6 5,95
49,
3 Dec.

,
6,10
56.5
0.62
36,9
2,592)
17,4
7,45
-32,0
5,51
7
)
18,8
2,74
7
)
29,3
14,00
10
)
25,5
8,50
10
)
28,8
11,25
13
32,4
6,05
50,
10

,,

,,
6,10
56,5
0.62 36,9
2,803)
18,8
7,50

32,3
5,448)

18,6
2,78
8
)
29,7
14,50″) 26,4
8,50″)
28,8 6,05
50,
Ii

,,
6,10
56,5
0.62
1

36,9
1.2.80
4
)1
18,8
7,50
.32,3
5,359)
18,3
2,809)
30,0

– –


6.05
50,
24

,,
6,05
56,0
0.62 36,9

1
1

36,9
2,80
5
)
18,8
7,55
.32,5
,
1

14,75
19
)
26,8
8,25
9
)
28,0
.
6,05
50,
31

,,
6,00
55,6
0.62
1 2,80
6
)
18,8
7,60 32,7
6,05
50,
‘)Jaar- en maandgem. afger. op’I pence.’) 1Dec.
3
)8 Dec.
4
)15 Dec. 6)22 Dec. 8)29 Dec. 7)5
Dec. 8)12 Dec. 9)19 Dec.’°) 6Dec.”) 13Dec.5
5
) 27Dec.13) 4Dec.14) 11 Dec.’6) 18C

ZUIVEL E

EIEREN
METALEN

BOTER
KAAS
Edammer
EIEREN
KOPER
LOOD
TIN
IZER
CIeveIand
GIETERIJ-
ZINK
GOUD ZILVER
per K.G.
Leeuwar-
H
if
e

Ing
Alkmaar
Fabrieks-
Gem. not. Elermijn
Standaard
Locoprijzen
Lo

izen
lo
0
rizen
Lne
er
Foundr
No 3 t

‘b

E
(Lux III) p.
Locoprijzen Londen cash
Londen
cash
Londen per
derComm.
Noteering
zu
?
s
_
Centr. kaas Roermond
P 100 st.
Londen
per Eng. ton
er

ton
g
En

toi
g.
Mddle
Eng. ton
per
Eng. t. f.o.b.
Antwerpen
per
Eng. ton
per ounce
fine
Standard
Ounce

.
f1.
Üjo

fi.
t).
01,
f1.
0
10
£
O/
Oj

£
°Io
5h.
01
sh.
°fo
.

£
°Io
sh.
°Io
pence
Ojo
1925
2,31
100,0

56,

100,0
9,18
100,0 62.116 100,0
36.816
100,0

261.17J-
100,0
731-

100,0
67
1

100,-
36.316
100,-
8516
100,-
32′!s
100,0
1926
1,98
85,7

43,15
77,1
8,15 88,8
58.1!-
93,5
31.116
85,3

290.1716
111,1
8616
118,5
6818
102,5
34.216
94,3
851-
99,5
28ulie
89,3
1927

2,03
87,9

43,30
77,3
7,96
86,7
55.141-
89,7
24.41-
66,4

290.41-
110,8
731-

100,0
6416
96,3
28.10/-
78,8
851-
99,5
26J
83,3
1928
2,11
91,3

48,05 85,8
7,99
87,0
63.161-
102,8
21.1(-
57,8

227.51-
86,8
661-
90,4
62/8
93,5
25.516
69,9
851-
99,5
26
1
/16
81,1
1929
2,05
88,7

45,40
81,1 8,11
88,3
75.141- 121,9
23.51-
63,8

203.1516
77,8
7016
96,6
6819
102,6
24.1716
68,8
851-
99,5
24
7
1i
76,2
1930
1,66
71,9

3845
68,7
6,72
73,2
54.131- 88,0
18.116
49,6

142.51-
54,3
671-
91,8
5916
88,8
16.171-
46,6
851-
99,5
17
13
11.
55,4
1931
1,34
58,0

31,30
56,9
5,35
58,3
36.51-
58,4
12.11-
33,1

110.11-
42,0
551-
75,3
4716
70,9
11.1016
31,9
9216 108,2
131
41,6
1932
0,94 40,7

22,70 40,5
4,14
45,1
22.171-
36,8
8.121-
23,6

97.2/-
37,1
421-
57,5
371-
55,2 9.161-
27,1
1181-
138,0
12
7
1
40,1
1933
0,61
26,4
0,96
20,20
36,1 3,71
40,4
22.216
35,6
7.1716
21,6

131.181
50,1
411-
56,2
351-
52,2
10.1216
29,4
12417
3
14
145,8
12
3
/8
38,5

an.

’33
0,73 31,6
0,89
21,75
38,8 4,27 46,7
19.171-
32,0
7.81-
20,3

100.116
38,1
4016
55,5
34/6
51,5 9.191- 27,5
12218
143,5
11
11
11e
38,4
ebr. ,,
0,65
28,1 0,91
20,60
36,8
435
47,4
20.31-
32,5
7.71-

20,2

104.716
39,9
431-
58,9 341-
50,7
9.151-
27,0
12015
140,8
11t1/

37,2
trt.

,
0,53
229
0,99
19,40
34,6 2,80
30,5
20.-16
32,3
7.101- 20,6

104.1813
40,1
431-
58,9
3417
51,6
10.71-
28,6
12015
140,8
12116
38,7
pr.

,,
0,54
23,4
1,-
18,55
33,1
2,076
22,6
20.1116
33,1
7.1216
20,9

109.171-
42,0
431-
58,9
35;6
53,0
10.816
28,8
120/1
140,4
12
1
/16
39,9
4ei

,,
0,52 22,5
1,-
21,80
38,9
2,49
27,1
23.616
37,6
8.61-
22,9

128.1716
49,2
4116
56,8
3616
54,5
10.13(-
29,4
12316

144,4
13
1
14
41,2
uni

,,
0,52 22,5
1,-
23,50
42,0 2,50 27,2
25.71-
40,8
9.4/-
25,3

151.101-
57,9
421-
57,5
371-
55,2
11.1216
32,1
122/34
143,0
13114

41,2
uh
0,55


23,8
1,-
18,50
33,0
2,60
28,3 25.161-
41,6
9.21-
25,0

148.116
56,5
4116
56,8
351-
52,2
12.11-
33,3
1231104
144,9
1
2
7
1
i
8
38,7
ug.
0,63
27,3
1,-
18,90
33,8
3,576
38,9
24.51-
39,1
8.416
22,6

145.31-
55,4
411-
56,2
351-
52,2
11.71-
31,4
125110
147,2
12
37,4
;ept.
0,66
28,6
0,95
18,40
32,9
3,91
42,6
22.1616
36,8
7.16e-
21,4

140.1716
53,8
3916
54,1
3416
51,5
10.1816
30,2
130111
153,1
11
1
/
37,2
)ct.
0,68
29,4
0,90
19,45
34,7
4,68
51,0
22.1J-
35,5
7.141-
21,1

145.51-
55,5
3916
54,1
3416
51,5
10.131-
29,4
13111
153,3
11
7
/
37,0
ov.

,,
0,65
28,1
0,90 20,80
37,1
5,80
63,2
20.616
32,7
7.1316
21,1

150.916
57,5
401-
54,8
3416
51,5
9.196
27,6
128154

150,1
12
1
14
38,1
)ec.

,,
0,60
26,0
1,-
20,40
36,4
5,475

59,6
21.11-
33,9 7.121- 20,9

155.81-
58,6
4016
55,5
36/-
53,7
9.191-
27,5
138124

147,6
12
9
116
39,1

Jan.’34
0,50 21,6
1,-
20,40
36,4
5,05
55,0 21.71-
34,4
7.71-

20,2

148.31-
56,8
3916
54,1
361-
53,7
9.121- 26,5
12916151,5
12
3
j4
39,7
Feb.,
0,47
20,3
1,-
21,55
38,5
3,68
40,1
20.916
33,0
741-
19,8

140.131-
53,7
3916
54,1
3615
54,4
9-16
24,9
13711

160,3
12
1
(2
38,9
Mrt.,,
0,44
19,0
1,
19,90
35.5
2,71
29,5
2031-
32,5
7.316
19,7

144.1516
55,3
4016
55,5
3513
52,6
9.21-
25,2
13618

159,8
12/8
39,3
Apr.,,
0,42
18,2
t,-
17,20
30,7
2,72
29,6
20.1416
33,4
7.46
19,8

150.1016
57,5
4116
56,8
3412
51,0
9.716
25,9
138114

158,0
11
38,7
Mei ,,
0,41 17,7
1,-
16,05
28,7
2,54
27,7
20.41- 32,5
6.1616
18,7

144.1916
55,4
4016
55,5
3219
48,9
9.2
1

25,2
13613

159,4
12
1
116
37,5
Juni.
0,41 17,7
1,-.
19,40
34,6
2,744
29,9
19.18/6
32,1
6.141-
18,4

140.11-
53,5
4016
55,5
3119
47,4 8.161-
24,3
13718

161,1
12
1
14
38,1

Z
li
,
0,40
17,3
1,-
21,50 38,4
2,81
30,6
18.111-
29,9
6.1416
18,5

142.91-
54,0
4016
55,5
3214
48,2
8.61-
22,9
137111

161,4
12
3
14
39,7
g.,,
0,43
18,6
1,-
20,90
37,3 3,32
5

36,2
17.61-
27,9
6.141-
18,4

139.716
53,2
401-
54,8
326
48,5
8.716
23,2
13816

162,0
13
40,5
Sept.,
0,43
18,6
1,-
18,12
6

32,4
3,31 36,1
16.101-
26,6
6.516
17,2

137171-
52,6
3916
54,1
3216
48,5 7.171-
21,7
1411-

164,9
13
1
18
40,9
Oct. ,,
0,43
18,6
1,-
17,37b
31,0 3,95 43,0
16.31-
26,0
6.61-
17,3

137.1916
52,7
396
54,1
32(6
48,5
7.71-
20,3
141110

165,9
14
43,6
Nov.,
0,47 20,3
1,-
17,-
30,4
4,525
49,3
16.1116
26,7
6.81-
17,6

139.81-
53,2
40-
54,8
32/6
48,5
7.716
20,4
13916*

163,2
14
7
/g
46,3
3 Dec.,
0,50
10

21,6
1,-
15,50
4

27,7
4,20
45,8
16.71-
26,3
6.816
17,6

139.61-
53,2
401-
54,8
32,6
48,5
771-
20,3
14012

163,9
15
1
/6
46,9
0

»
0,55″
23,8
0,95
15,
15
26,8
4,10
44,7
16.131-
26,8
6.516
17,2

137.316
52,4
3916
54.1
3416
51,5 7.2/6
19,7
140/4

164,2
14″/16
45.7
7

n

05512
23,8 0,95
15,50
16

27,7
4,15
45,2
17.-/-
27,4
6.46
17,1

136.191-
52,3
3916
54,1
3416
51,5
7.21-
19.6
14017

164,4
14
9
116
45,3
4

,,
0,5713
24,7
0,90
14,50
17

25,9
3,95
43,0
17.-16
27,4
6.516
17,2

136.1416
52,2
3916
54,1
3416
51.5
7.61-
20.2
14018

164,5
14
3
j
44,7
1

,,

,,
3,95
43,0
16.19!-
27,3
67f-
17,4

137-16
52,3
39/6
54,1
34/6
51,5
7.41-

119,9
1411-

164,9

14
3
14
45,9
Sept. 1932
79 K.G.
La Plata;
van
26 Sept.
1932
tot S
Febr. 1934
Manitoba
No. 2
S)
Tot Jan. 1928
Western
;
vanaf Jan.
1928
tot 16 Dec.
I9
American
No.
2, van
r. 1928 14 Dec.
Malting;
16)
21
van
Dec.
Jan. 1928
17)
38
tot
Dec.
9 Febr.
1931
American
No.
2, van
9 Febr.
1931 tot 23 Mei
1932
.,
6415
K.G. Zuid-Russische.
Van
23
Mei-19
Sept.
1932
No.
3

BOUWMATERIALEN

,
KOLONIALE PRODUCTEN

VURENHOUT
S T E E N E
N
,
CACAO
COPRA
KOFFIE
RUBBER’)
SUIKER
THEE

INDEXCIJFER

Zwedei
binnenmuur

buitenmuur
G.F.Accra
Ned._Ind.
Robusta
Ribbed Smoked
KoIo-
.-
e
Finland

d
per

per
5ij K.G.
c.i.f.
per 100 K.G.
Rotterdam
Sht5
R’damjA’dam
Java- en Suma-
Otond

niale,
.’an4.672i
3
.
per 1000 stuks per 1000 stuks Nederland Amsterdam
per
1
I
2
K.G.
OC?,er
Londen
per
loo
K.G.
tratheep.’J1KG.
stoffen

«cten

t
olo
1
01
0
1
0

sh.
O
f
f
01
cts.
O/


Sh.
01
0

f1.
°io
cts.
OJ
O

1925 159,75
100
15,50

100,-
19,-
100,-
4216
100,-
35,87
5

100,0
61,375
100,0
2111,625
100,0
18,75
100,0
84,5 100,0
100.0 100.0
1926
153,50
96,1
15,75

101,6
19,50
102,6
491-
115,3
34,-
94,8
55,375
90,2
21-
67,4
17,50
93,3
94,25
111,5
90.0
102.0
1927 160,50
100,5 14,50
93,5
18,50
97,4
‘ •
68/-
160,0
32,62′
90,9
46,875
76,4
116,375
51,6
19,12
5

102,0
82,75
97,9 87.5
109.1
1928
151,50
94,8
12,-
77,4
18,50
97,4
5713
134,9
31,87
5

88,9
49,625
80,9
-110,75
30,2
15,85
84,5 75,25
89,1
84.6 97.4
1929
146,00
91,4
14,-
90,3 21,25
111,8
45110
107,9
27,37
5

76,3
50,75
82,7
-110.25
,8
13,-
69,3 69,25
82,0
81.9
85.5
1930 141,50
88,6
12,50
80,6
20,75
109,2
34111
82,2
22,62
6

63,1
32
52,1
-J5,75
16,5
9,60
51,2 60,75
71,8
60.0
04.3
1931
110,75
69,3
10,25
66,1
20,25
106,6
2215
52,8
15,37
5

42,9
25
40,7
-13
8,4
8,-
42,7
42,50
50,3
48.8
40.8
1932
69,00
43,2 9,25
59,7
15,-
78,9
19/6
45,9
13,-
36,2
24
39,1
-/1,75
4,9 6,32
5

33,7
28,25
33,4
36.1
38.0
1933
73,50
46,0
10,-
64,5
12,75
67,1
15/4
36,0
9,30
25,9
21,10
34,2
-/2,25
6,3
5,525
29,5
32,75 38,7
35.2 34.7

an.

’32
82,50
51,6
10,-
64,5
18,75
98,7
1719
41,8
.13,12
5

36,6
23
37,5
-12,125
6,0 7,35
39,2
32
37,9
38.5
39.1
cbr.
82,50
51,6
10,-
64,5
18,75
98,7
1811
42,6
14,50
40,4
23
37,5
-12
5,6 7,05
37,6
30
35,5
38.3 38.3
irt.


70,00
43,8
9,75
62,6
18,-
94,7
2119
51,2
14,75
41,1
23 37,5
-11,625
4,6 6,25
33,3
31
36,7
31.0
39.7
F.
70,00
43,8
9,75
62,6
’18,-
94,7
2016
48,2
14,-
39,0
23
37,5
-/1,5
4.2 5,90
31,5 29,25 34,6
36.2 38.0
(ei

»
70,00
43,8
8,50
54,8
15,-
78,9
2016
48.2
13,25
36,9
23,50
38,3
-/1,5
4,2
5,625


30,0 30,25
35,7
35.2
38.1
Lifli

»
70,00
43,8
8,50
54,8
15,-
78,9 20/6
48,2
1437
5

34,5
24
39,1
-11,375
3,9
6,30
33,6 28,50
33,7
34.2 30.7
Ii

,,
67,50
42,3
8,50
54,8
15,-
78,9
20/1
47,3
12,375
34,5
24
39,1
-/1,375
3,9
6,70
35,7
23,75
28,1
34.3 31.6
.ug.

»
63,00 39,4
8,50
54,8
Ib,-
78,9 20/7
48,4
12,37
5

34,5
24
39,1
-11,75
4,9
6,57
5

35,1
22,75 26,9
35.8 31.4
ept.
»
60,00
37,6
8,75
56,5
15,-
78,9
21/2 49,8
12,75
35,5
25,25
41,1
-12,125
6,0
6,52
5

34,8 23,75
28,1
31.8
38.5
‘ct.
63,50
39,7

58,1
14,50
76,3
18/8
43,9
12,375
34,5
26,50
43,2
-11,75
4,9
6,32
5

33,7
28,50
33,7
36.2 38.7
0v.
63,50
39,7
9,50
61,3
14,25
75,0
17/6
41,2
12,125
33,8
24,50
39,9
-/1,75
4,9
5,87′
31,3
30,75
36,4
35.3 37.2
cc.

»
65,00
40,7

64,5
13,75
72,4
1714
40,8
11,75
32,8
24
39,1
-11,75
4,9
5,50
29,3
28,25 33,4
34.0
35.7

in.

’33
70,00
43,8
9,25
59,7
13,50
71,1
16/6
38,8
11,50
32,1
24
39,1
-11,625
4,6
5,37′
28,7 25
29,6
33.2
34.1
cbr.
,,
70,00 43,8 9,25
59,7
13,-
68,4
1519
37,1
10,62
5

29,6
23,75
38,7
-11,5
4,2
5,60
29,9
26,75
31,7
32.1
34.4
Irt.
70,00
43,8
9,50
61,3
12,25
64,5
16/3
38,2
10,375
28,9
23,50
38,3
-11,5
4,2
6.-
32,0
26,25
31,1
32.4 34.9
pr.
70,00
43,8
9,75
62,6
12,75
67,1
15/5
36,3 9,50 26,5
23,50
38,3
-/1,625
4,6
6,07
5

32,4
27,50 32,5
32.8 34.9
tei

»
,
70,00 43,8
9,50
61,3
12,50
65,8
1616
38,8 9,50 26,5
23
37,5
-12
5,6
6,02
5

32,1
26,50 31,4
34.2 35.0
ni

»
72,50
45,4
10,-
64,5
13,-
68,4
1811
42,6
10,-
27,9
22,50
.36,6

1
2,375
6,7
6,35
33,9
31
36,7
37.2 31.5
li
75,00
46,9
10,25
66,!
13,-
68,4
17
1
8
41,6
9,475

26,4
22,50
‘36,6
-12,625
7,4
5,92
5

31,6
33,50 39,6
38.2 37.4
ug.

,,

75,00
46,9
10,50
67,7
13,-
68,4
16
1
5
38,6 8,75
24,4
20,75
33,8

1
2,625
7,4
5,27
5

28,
1

35,25
41,7
36.5 35.6
ept.
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8′
1415
33,9 8,25
23,0
19,75
32,2 -12,5
7,0
5,375

28,7
36,75 43,5
38.7 34.6
ct.

,,
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8
1217
29,6
7,62
5

21,3
17,75
28,8 -12,625
7,4
4,90
26,1
42,25 50,0
38.5 33.4
ov.


75,00
46,9
10,-
64,5
12,50
65,8
1216
29,4
8,-
22,3
16,25
26,5
-12,75
7,7
4,65
24,8
40,50 47,9
38.4 32.1
‘cc.

,,
75,00
46,9
10,75
69,4
12,50
65,8
1115
26,9
7,975

22,2
16
26,1
-12,875
8,1
4,75
25,3
41
48,5
37.1
31.3

P
n.’34
75,00
.
46,9
10,75
69,4
12,75
67,1
12
1
10
30,2
7,45
20,8
16,50
26,9
-/2,875
8,1
4,95
26,4
45,50
53,8
36.9 33.8
eb.,
80,00
50,1
10,50
67,7
12,50
65,8
1415
33,9
7,25 20,2
17,25
28.1
-/3
8,4
4,975

26,5
46,75
55,3
35.9 35.9
Mrt.
»

80,00
50,
1

9,75
62,6
12,-
63,2
14
1
1
33,1
7,-
.19,5
17,75
28,9
-13,25
9,1
4,525
24,1
45,50 53,8
35.7
35.2 Apr.
»

80,00
50,1
9,75
62,6
12,-
63,2
14
1
4
33,7
6,55
18,3
17,75
28,9

1
3,625
10,2
4,25
22,7
44,25
52,4
35.6 34.5
Mei
,
80,00
50,1
9,25
59,7 11,25
59,2
1512
35,7
6,72
5

18,7
17
27,7
-14
11,2
4,15
22,1
42,75 50,6
35.1
34.3
Juni
»

77,50
48,5
8,-
51,6
10,-
52,6
1514
36,1
7,-
19,5
17
f27,7
-/4
11,2
4,20
22,4
41,-
48,5
34.5
33.0
)u1i
»
77,50
48,5
7,50
48,4
10,-
52,6
13
1
11
32,7
6,92
5

19,3
16,75
.27,3

1
4,375
12,3
3,975

21,2
40,50
47,9
34.1
32.2
Aug.
»

75,50
47,3
7,25
46,8
9,50 50,0
12/10
30,2
6,87
5

19,2
16,50
26,9
-14,5
12,6
3,975

21,2.
39,75
47,0′
33.9 31.4
Sept..
73,50
46,0
7,-
45,2
8,75
46,1
1215
29,2 6,65
18,5
16,50
J
26,9
-14,5
12,6
3,725
19,9′
32,25
39,6
33.1
29.5
Oct.
»
73,00
45,7
7,-
45,2
8,75
46,1
1117
27,3 6,70
18,7
16,50
26,9
-14,125
11,6
3,525
18,8
32,75
38,8
32.7 27.8
Nov.,
73,00
45,7
7,-
45,2
8,75
46,1
1213
28,8
6,62
5

18,5
16
26,
1


1
3,875
10,9
3,15
16,8
33
39,1
32.7 27.6
1 Dec.,
73,00
45,7
12
1
2
13

28,6
7,-
19,5
16 26,1
-13,875
10,9
3,25
17,3
34,50
13
)
40,8 32.7
28.1
»

»
73,00
45,7
12/10″
30,2
7,-
19,5
16 26,1
-/3,8125
10,7.
3,375
18,0
32.6 28.0
73,00
45,7 13/-
1

30,6
7,20
20,1
16 26,1
-/3,8125
10,7
3,375

18,0
32.7
28.8
»
73,00
45,7 7,20
20,1 16
26.1
– –
3,375 18,0
32.7
20.9
73,00
45,7
7,45
20,8
16 26,1
‘/3,8125
10,7
3,50
18,7
32.8
29.1
.
nu.e
lonaennoleeringen vanat
i
sept. 1 zijn op goudbasis omgerekend; de Dollarnoteeringen vanaf 20April ’33 zijn in verhouding van de de preclatle
den Dollar t.o.v. den Gulden verlaagd.

Daarvan
Deviezen
Andere

Data
..
Goud
bij bai-
als goud-
wissels
Belee-
ten!.
circ.
dekking
en
nin gen
banken
1)

geldende
cheques

24 Dec. 1934
78,8 21,2
4,4
3.605,3
101,6
15

,,

1934 78,7
21,2
4,3
3.595,0
97,5

30 Juli

1914 1.356,9
– –
750,9 50,2

Data
Effec-

1
Diverse
Circu-
Rekg.-
Diverse
ten
Activa
2
)
latie
Crt.
Passiva

24 Dec.

1934436,5

1

666,2

3.724,3
764,3

331,8
15

,,

1934

‘136,2

1

678,8

3.719,6
759,5

317,3

30 Juli

1914

330,8

200,4

1.890,9
944,-

40,0
1)
Onbelast.
1)
W.o.
Rentênbankscheine 24, 15 Dec. 1934,
resp. 74, 99 miii.
NATIONALE_BANK VAN BELGIË
(nBeIga’s).

Goud
.

0
Rekg. Cr1,


Data
ce:
gJ
.0
e:’

col tt

1934 n
0
.
.
0,

27 Dec.
2.5051
87
673
1127
344
40
3.530
1
195
20
2
!
86
656
1
1
19
344
40
3.513
J
29
196

FEDERAL
RESERVE
BANKS.

Goudvoorraad
Wissels

Data
,,Other
1

Gôud-
In her-

1
In de
Totaal
cerfifi-
cash”
2)
disc.
v.
d.
1
open
bedrag
caten
1)
member
1
markt
banks

1
gekocht

12Dec.’34
5.142,6
1

5.123,1
235,9
9,3
5,7
5

,,

’34
5.131,4 5.111,6 218,8
10,5

1
5,7

Belegd
F.
R.
Notes
1
Totaal
Gestort
1
Goud-
1

Dek-
Algem.
1

Dek-
Data
in
u. s.
Gov.Sec.
in circu-I
DPO-
sito’s
Kapitaall
kings-
1

kings-
lafie
1
perc.3)
1

perc.4)

12Dec.’34’
2.430,213.201,5
1
4.393,3
1
146,9

1
70,8
1

‘341
2.430,21
3.213,8
4.347,7
146,9
70,8

Dis-

1
Totaal
1
Waarvan
Aantal
leenin.

R

Data
conto’s

i

Beleg-
en
1
gingen
d
R.
depo-
sito’s
time
1
__
beleen.

deposits

5Dec. ‘341
2
7.765
110.094
3.041

1
18.754
1

4.329

29 NOV.
’34
1
3
7.705
110.059

3.108

1
18.768

1

4.392
.,a posten van uu ,.OU. flank, ce .,avascne flank en ga flank o, tng.
land zijn in duizenden, alle overige posten In miiiioenen van de be.
treffende valuta.

1) Deze certificaten werden door de Schatkist aan de Reserve Banken
gegeven voor de overname van het goud, toen de
$
op 31Jan.’34 van
1000 59.06 cents werd gedevalueerd.
) ..Other Cash” does not inciude Federal Reserve Notes or a Bank’s
own Federal Reserve
bank
notes.
3)
Verhouding totalen goudvoorraad tegenover opelschbare
echulden: F. R. Notes en netto deposito.
4)
Verhouding totalen
voorraad muntmateriaal en wettig betaalmiddel tegenover Idem.
PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET FED. RES. STELSEL.

29 Dec.’34
2)

14000

177.370
22 ,, 1342)

141.410

178.830

1 Dec.1934 113.499 1 29.493

180.208
24 Nov.1934 113.497 1 29.264 180.606

25 Juli1914 22.057 1 31.907

110.172

1

36.470
1

56.464

II
t

38.850
1

54.338

II II
1

35.629 54.657

II
1

34.206
1

56.836

II
12.634
4.842

Ii

Diverse

1
Dek-

II
kings-

II
reke-
ningen’)
II
Data
betaalb.

Dis-

Belee-
conto’s
1 ningen

29 Dec.’34 2)

740
22 ,, ‘342)

690

1 Dec.1934

705
24Nov.1934

1.105

25 Juli1914

6.395
1) Sluitpost activa.
1)
(

71:980
11.180
68
69.740
17.900
65

9.686
53.9′
11.536
66
9.739 53.523 10.045
66

7.259
75.541
2.228
44
rs telegrafisch
ontvangen.

20

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

2
Januari 1935

BANK VAN ENGELAND.

Bankbilf.
1
Bankbilf.
1.
Other Secu ritjes

Data
Metaal
1

in
in Bankingl
bisc,and
1
Securities
1
circulafie

1
Departm.
1
Advances

26 Dec.

1934
1192.789
1
405.164 47.109

1
1

10.667

19

,,

1934 192.773
401.991

1

21317

50.226
1
7.024
12.407

22 Juli

1914
1

40.164 33.633

Data
00v.
Sec.
Public
Depos.
Bankers

utner
jieposirs
Other
IAccountsl

1
Reserve1
1

Dek-
kings
perc.
1)
,

26 Dec. ’34

87.5419.878

89.140
36.405
1
47.625! 35,1
19

,,

’34

83.841

8.390

90.733
37.000
1
50.782! 37,

22 Juli ’14

11.005

14.736

42.185
29
.
297
1
52
1)
Verhouding tusschen Reserve en Deposits.
BANK VAN FRANKRIJK.

1
ZilverI
Te goed
Wis-

Waarv.I

Belee-

Renteloos
oorschol
Data
Goud
in het
buiten!.
sels

ophef
1
bulten!.)

ningen
Id.
Staat

21 Dec.’34182.123
6931
9
1 4.375
9511
4633 1
3.200
14

,,

‘34182.232
702!
9
1

4.221
951i
4.658
1
3.200

23
Juli’141

4.104

6401

1.541
8
1
769

Bons v. d’
Diver-
Rekg. Courant

Staat Zei/st.
1 Part 1-
Data
zei/st.
sen
1)
Circulatie
amort.k.
amort.k.I
culieren

21 Dec.’34!

5.898
1

2.210 81.553
932
1

2.819.116.403

14

,,

’34

5.898
1

2.156

80.905
1.338
1

2.859
1
16.455,

23 Juli’
14
!



5.912
401

943
1)
Sluitpost activa.
DUITSCHE
RIJKSBANK.

NEDERLANDSCHE BANK.


Verkorte Balans
op
31 December 1934.

Activa.
Binnen!. Wi8.IHfdbk.
f

19.085.340,97
sels, Prom.,
Bijbnk.

556.067,52
enz.in
disc.Ag.sch.
,,

3.346.14451

f
22.987.553,-
Papier
o.
h. Buitenl. in disconto

……

Idem eigen portef.

f

866.250,-
Af: Verkocht maar voor
de bk.nog niet afgel.


866.250,
Beleeningen
nc1.
vrsch.
Hfdbk.
f
103.632.287,011)

in rek.-crt.
Bijbnk.

6.495.132,16

op
onderp.
Ag.sch.
,,

41.305.179,61

(151.432.598,78
.04
Op
Effecten

……
f
146.987.021,26
1
)
Op
Goederen en Spec.
,,

4.445.577,52
151.432.598,781)
Voorschotten a. h. Rijk
…….. ……….

Munt, Goud
……
f
102.182.795,-
Muntmat., Goud
..

739.853.459,65

f

842.036.254,65
Munt, Zilver, enz.

17.941.195,46
Muntmat. Zilver


859.977.450,11
2
)
Belegging van kapitaal, reserves en pen-
sioenfonds

……………………,,
37.014.632,69
Gebouwen en Meub. der Bank
……..,,
4.970.000,-
Diverse

rekeningen
………………
,,
5.902.547,27
Staatd. Nederl. (Wetv. 27/5/’32,
S.
No. 221)
,,
16.996.491,37

f
1.100.147.523,22

Pasaiva.
Kapitaal
……………………….
f
20.000.000,-
Reservefonds
……………………,,
3.807.914,92
Bijzondere

reserve

.. …………….

,,
5.000.000,-
Pensioenfonds

………………….,,
9.286.676,50
Bankbiljetten in omloop …………..

,,
912.167.710,-
Bankassignatiën
in
omloop
……….,,
475.302,53
Rek.-Cour.
J
Het
Rijk f

30.140.857.32
saldo’s:

‘1,,
Anderen

,,115.946.946,16

,,
146.087.803,48
Diverse rekeningen
………………

,,
3.322.115,79

f
1.100.147.523,22

Beschikbaar metaalsaldo

…………
f
436.444.505,76
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop
dan waartoe de Bank gerechtigd
is ,,
1.091.111.265,-
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank ondergebracht

………………..,,

t)
Waarvan aan Nederlandsch-Indië
(Wet van 15 Maart 1933, Staatsbiad No. 99)
……..
t
73.789.100,-
2)

Waarvan

in

het buitenland

…………………….
..
49.775.319,64
Voornaamste posten in duizenden guldens.

1
Goud
1 1
Andere
1
Beschlkb.
1
Dek-
Dala

1
IClrculatie
opelschb.I
Metaal- Ikings
Munt _Muntmat.I

saldo

1
perc.

31 Dec.


341102183
1

739.853
912.1681146.563
1
436.445
1

81
24

‘3411021821
,,
739.853
882.447k’6379
1
1

82

253
uli’
14
1
65
.
703
1
98
.
41
0
3
10.
43
71
6
.
198

43.521
54
1

Totaal
1
Schatkist-
1
Belee-
Papier
biverse
Data
1

bedrag
1
promessen
1

ningen

p
het
b
°
ultenl.
reke-
Idlsconto’slrechtstreeksl
ningen’)

31 Dec.

19341
22.988
1


1151.433
866
5.903
24

,,

19341
26.648
1


1141.264
866

2

0.

188

4.738

25 Juli

1914J
67.947

61.688
509
‘jonder de activa.
JAVASCHE BANK.

Data ‘

Goud
1
Zilver
1

ulatie
opelschb.
1
metaal-
schulden 1 saldo

Auteur