Ga direct naar de content

Steeds meer bijstellingen van de Nederlandse Rijksbegroting

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 20 2023

Sinds 2020 is er een sterke toename geweest van het in jaren naar voren en achteren schuiven van geld op de Nederlandse Rijksbegroting. Deze forse bijstellingen betekenen dat de begroting minder realistisch is geworden, wat ook de politieke besluitvorming beïnvloedt.

Het afgelopen jaar is er met 18,3 miljard geschoven ten opzichte van de begroting. Dat is historisch veel en fors hoger dan de 6,4 miljard in 2009 tijdens de financiële crisis – de piek in het vorige decennium.

Dit jaar is er sinds de Voorjaarsnota 2022 ongeveer vijftien procent van de budgetten op de investeringsfondsen naar latere jaren geschoven. Het blijkt lastig om de geplande investeringen volgens het beoogde ambitieuze tempo uit te voeren. Projecten in het Mobiliteitsfonds zijn voornamelijk in de tijd naar achteren geschoven. Tegelijkertijd is het geld in het Klimaatfonds juist naar voren gehaald. De reden was dat het bij de formatie nog niet helder was in welke volgorde deze middelen nodig zouden zijn. Toen de concrete maatregelen werden uitgewerkt, bleek dat een kasschuif naar voren nodig was.

Over het algemeen lijken bestuurlijk en politiek complexe dossiers, zoals de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, te zorgen voor veel verschuivingen binnen de begroting. Mogelijk spelen bij een deel van de uitgestelde uitgaven ook de arbeidstekorten een rol.

Een minder realistische begroting tast de geloofwaardigheid ervan aan en gaat tevens ten koste van de betrouwbaarheid van de raming van het EMU-saldo en de EMU-schuld. Dat heeft ook invloed op de politieke besluitvorming en de gemaakte beleidskeuzes: de begrotingscijfers spelen daarin immers een grote rol.

Een realistische begroting begint met realistische plannen. De Studiegroep Begrotingsruimte raadt daartoe onder meer aan om bij de start van het volgende kabinet nieuwe ramingen op te stellen van de kasritmes – de prognose van de kabinetsuitgaven per tijdsperiode.

Auteurs

Plaats een reactie