Klimaatambitieuze bedrijven scoren significant hoger op verschillende maatstaven voor innovatie dan organisaties die geen of minder ambitieuze klimaatdoelen nastreven.
Van alle kinderen in Nederland was 3,6 procent arm in 2023, maar het verschilt erg tussen gemeenten. In sommige gemeenten was het percentage meer dan twee keer zo hoog, terwijl andere gemeenten vrijwel geen kinderarmoede kenden.
Gestegen productgebonden belastingen droegen in 2024 ongeveer 0,9 procentpunt bij aan de inflatie. Bijna de helft daarvan is toe te schrijven aan de verhoging van de tabaksaccijnzen.
De Amerikaanse stad Seattle voerde in 2018 een belasting op suikerhoudende dranken in. Twee jaar na de invoering van deze belasting waren BMI-scores gemiddeld 0,61 punt lager en obesitaspercentages daalden met 4,5 procent.
Kinderopvangcentra in het bezit van private equity verhogen, wanneer de gemiddelde kinderopvangtoeslag in Nederland stijgt, hun prijzen sterker dan kinderopvangcentra met andere eigenaren.
Bijna een op zes Nederlandse huishoudens hebben geen liquide buffer. Een deel van hen houdt zelfs structureel geen liquide middelen aan. Sommige van deze huishoudens hebben wel illiquide vermogen, zoals een huis.
Algemeen toegankelijke woningbouwsubsidies zullen het woningaanbod slechts beperkt vergroten, terwijl zij waarschijnlijk vooral leiden tot hogere grondprijzen.
Recruiters en bedrijfseigenaren geven minder vaak de voorkeur aan vrouwelijke sollicitanten voor stages in door mannen gedomineerde beroepen, terwijl vaker voor vrouwen wordt gekozen voor stages in door vrouwen gedomineerde beroepen.
De Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters heeft geen invloed gehad op de inspanningen van werkgevers om aanpassingen op de werkplek door te voeren die een terugkeer naar werk vergemakkelijken
De vertraging van de productiviteitsgroei in OESO-landen wordt voor ongeveer zestien procent veroorzaakt door een afname in de groei van menselijk kapitaal, berekenen Andrews et al.
De afgelopen tien jaar is het ondersteunend onderwijspersoneel in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) fors toegenomen. Deze stijging is te meer opvallend omdat het aantal leerlingen in die periode juist met 5,8 procent is gedaald.