Ga direct naar de content

Rapport over fossiele subsidies verlegt aandacht juist naar actie

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: november 21 2023

In hun reactie op ons rapport over fossiele subsidies (Brink et al., 2023)  verwijten Guus Dix en Derk Loorbach de planbureaus vast te houden aan de status quo en geen aandacht te hebben voor het belang van zuiniger energiegebruik en nieuwe economische activiteit. Met onze focus op adequate beprijzing was het doel van ons rapport juist om de aandacht in het debat te richten op de vraag hoe fossiele subsidies die transitie in de weg zitten en wat we daaraan kunnen doen.

In het rapport stellen wij dat het vanuit klimaatperspectief logisch is de aandacht nu te richten op regelingen die ertoe leiden dat vervuilers onvoldoende betalen voor de klimaatschade die zij veroorzaken. Tot dusver stond in het debat over de fossiele subsidies de potentieel misgelopen belastinginkomsten centraal, ook wel de ‘inventarisatiebenadering’. De omvang van de aldus berekende subsidies hangt echter sterk af van de gekozen referentietarieven (met welk tarief vergelijk je?) en zegt niet direct iets over hoe zinvol het is de subsidies af te schaffen en welke subsidies de energietransitie het meest in de weg zitten. Onze ‘externekostenbenadering’ geeft daar wel handreikingen voor.

Adequate beprijzing staat centraal

Dix en Loorbach stellen dat wij ‘goedkope energie’ als doel stellen. Dit leiden zij af uit een enkel voorbeeld in de mediaberichtgeving waarin gesteld wordt dat wij adviseren om ‘niet aan de verkeerde knop van het lage belastingtarief voor grootverbruikers van elektriciteit te draaien’. Dat is echter niet in ons rapport te lezen. Wij stellen dat energie juist moet worden belast op basis van de klimaatschade die ermee wordt veroorzaakt. En in aanvulling daarop zou dit ook moeten gelden voor andere externe effecten zoals luchtverontreiniging, congestie, en dergelijke. Uit Figuur 3.2 uit ons rapport blijkt dat er nog vaak een behoorlijk beprijzingstekort is bij het opwekken van elektriciteit.

De belasting op elektriciteit kan zeer zeker ook gebruikt worden om energiebesparing te stimuleren en zo alle negatieve maatschappelijke effecten die daarmee samenhangen te beprijzen. Wij waarschuwden bij de presentatie van het rapport slechts dat een forse verhoging van deze belasting de elektrificatie van processen zal  remmen, terwijl die elektrificatie juist een hoeksteen van het klimaatbeleid is.

Transitie geenszins gelijkgesteld aan verduurzaming bestaande industrie

Het verwijt van de auteurs aan ons dat we in het kader van de discussie over fossiele subsidies vooral oog hebben voor de noden van de huidige vervuilers binnen onze landsgrenzen, begrijpen wij niet. Wij richten onze pijlen op het fossiele-energieverbruik van bestaande vervuilers omdat juist zij profiteren van de fossiele subsidies die de transitie bemoeilijken. De externekostenbenadering bekijkt waar de vervuiler wel of niet voldoende betaalt. Hierbij beschouwen we het gehele energiesysteem voor zover er fossiele brandstoffen worden gebruikt. Zo bezien houden we inderdaad rekening met de bestaande industrie. We laten juist zien welke bestaande vervuilers onvoldoende betalen voor de door hen veroorzaakte maatschappelijke schade door emissies en waar alternatieve bedrijvigheid wordt belemmerd door teveel ondersteuning van de status quo.

Door fossiele subsidies af te schaffen en fossiele energie adequaat te beprijzen worden bestaande industrieën ingrijpend gestimuleerd om schoner of minder (!) te produceren en wordt een helpende hand geboden aan nieuwe groene technologieën. Over dit laatste aspect van groene technologie en innovatie hebben we in dit CPB/PBL-rapport vanwege de focus op subsidies weinig geschreven, maar hieraan is aandacht besteed in diverse CPB- en PBL-rapporten (Aalbers, 2010; Hanemaaijer et al., 2013; Rusu et al., 2021; Vollebergh, 2020).

Indirecte subsidies niet secundair

Dix en Loorbach stellen ook nog dat wij een deel van de subsidies secundair achten omdat we de regelingen categoriseren als ‘indirect’. Maar we noemen ze slechts indirect omdat de subsidies hier niet direct aangrijpen op het fossiele-energiegebruik en direct daaraan gerelateerde CO2-emissies. In ons rapport benadrukken we juist dat je vanuit een transitieperspectief breed moet kijken naar alle regelingen die de energietransitie bemoeilijken, zie paragraaf 3.4. En ons rapport geeft juist daarom een van de meest uitgebreide besprekingen van deze indirecte fossiele subsidies. Ook het door Dix en Loorbach genoemde aspect van het onbeprijsd gebruik van olie tot plastic (of breder: het niet-energetisch gebruik van fossiele brandstoffen) wordt door ons uitgebreid beschreven, net als overigens in een aantal eerdere CPB- en PBL-rapporten (Verrips et al., 2017; Drissen en Vollebergh, 2018). De door ons genoemde voorbeelden zijn door het kabinet ook vaak overgenomen in de meest recente Miljoenennota. Hierdoor kan er nu worden nagedacht over de vraag hoe de indirecte subsidies aan te passen.

Discussie nog niet afgerond

Wij denken dat de transitie het meest geholpen is met een constructief gesprek over fossiele subsidies. Daarom organiseren het CPB en PBL begin 2024 een seminar over het afschaffen van fossiele subsidies. Net als met ons rapport hopen we daarmee bij te dragen aan een beweging van discussie naar actie. Wij maken ons geen zorgen dat de inhoudelijke discussie levendig zal zijn.

Literatuur

Aalbers R. (2010) Innovatief klimaatbeleid. CPB Notitie https://www.cpb.nl/publicatie/innovatief-klimaatbeleid

Brink, C., A. Trinks, H. Vollebergh en P. Zwaneveld (2023) Afschaffen fossiele-energiesubsidies: eerder een hersenkraker dan een no-brainer. Centraal Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving. https://www.cpb.nl/afschaffen-fossiele-subsidies-eerder-een-hersenkraker-dan-een-no-brainer

Dix, G. en D. Loorbach (2023). Eenzijdige reactie planbureaus op fossiele subsidies vertraagt transitie. Blog op esb.nu, 3 november 2023. https://esb.nu/eenzijdige-reactie-planbureaus-op-fossiele-subsidies-vertraagt-transitie/

Drissen, E. en H. Vollebergh (2018) Kan de circulaire economie een bijdrage leveren aan de energietransitie? Den Haag: PBL. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/PBL-2018-_Bijdrage-circulaire-economie-aan-energietransitie-3277.pdf

Hanemaaijer, A., T. Manders, O. Raspe, M. van den Berge et al. (2013) Vergroenen en verdienen. Op zoek naar kansen voor de Nederlandse economie. PBL-rapport 1061, Den Haag. https ://www.pbl.nl/publicaties/vergroenen-en-verdienen

Rusu, A., E. Mot en A.& Trinks (2021) Green innovation policies: a literature and policy review. Den Haag: CPB.. https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Background-Document-Green-innovation-policies.pdf

Verrips, A., S. Hoogendoorn, K. Hoekstra en G. Romijn (2017) De circulaire economie van kunststof: van grondstoffen tot afval. CPB Notitie, 13 september 2017. https://www.cpb.nl/publicatie/de-circulaire-economie-van-kunststof-van-grondstoffen-tot-afval

Vollebergh H. (2020) De energie-investeringsafrek: Freeriding binnen de perken. PBL Policy Brief. https://www.pbl.nl/publicaties/de-energie-investeringsaftrek-free-riding-binnen-de-perken

Vollebergh, H. (2023) Evaluating-policy-packages-for-low-carbon-transitions – Principles and Applications Ecological Economics, 212,107919. https://doi.org/10.1016/j.ecolecon.2023.107919

Auteurs

Plaats een reactie