Ga direct naar de content

Ozb verschuift niet van woningen naar bedrijven

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 26 2020

■ Corine Hoeben (COELO)

Voor de meeste gemeenten is de onroerendezaakbelasting (ozb) de belangrijkste belasting. Deze wordt opgelegd aan eigenaren van woningen, en eigenaren en gebruikers van niet-woningen, meestal bedrijfspanden. Elke gemeente heeft dus drie ozb-tarieven. Bij ondernemers bestaat veelal het beeld dat de ozb voor bedrijven sterker stijgt dan de ozb voor woningen. Klopt dat beeld?

De grondslag van de ozb is de WOZ-waarde, die ieder jaar opnieuw wordt vastgesteld. Er zijn geen wettelijke voorschriften over de verhoudingen tussen de verschillende ozb-tarieven. Gemeenten mogen dus tarieven voor niet-woningen sterker laten stijgen dan die voor woningen, of andersom.

Over de ontwikkeling van het ozb-tarief voor woningen wordt vaak bericht in de media, terwijl dit bij de ozb voor niet-woningen veel minder het geval is. Het zou voor gemeenten daarom aantrekkelijk kunnen zijn om het ozb-tarief voor niet-woningen sterker te laten stijgen dan dat voor woningen, want dan krijgen ze een gunstiger plek op de ranglijsten voor woongemeenten.

Het is niet mogelijk om alleen op basis van de tariefontwikkeling na te gaan of de ozb-druk voor niet-woningen sterker toeneemt dan die voor woningen. Dat komt omdat de WOZ-waarde van woningen al jaren veel sterker stijgt dan die van niet-woningen. Daarom hebben we de ozb-tarieven gezuiverd voor het effect van de ontwikkeling van de WOZ-waarde. We hebben uitgerekend hoe hoog de tarieven zouden zijn geweest als de WOZ-waarden sinds 1998 niet zouden zijn veranderd.

De figuur laat zien dat de gemiddelde ozb-tarieven voor eigenaren van woningen, voor eigenaren van niet-woningen en voor gebruikers van niet-woningen min of meer parallel lopen. Het ozb-tarief voor eigenaren van woningen stijgt tussen 1998 en 2020 gemiddeld 3,2 procent per jaar, dat voor eigenaren van niet-woningen gemiddeld 3,3 procent per jaar en dat voor gebruikers van niet-woningen 2,9 procent per jaar. De ozb-tarieven voor niet-woningen stijgen dus, anders dan gedacht, niet harder dan die voor woningen.

Auteur

  • Corine Hoeben

    Onderzoeker bij het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)