Ga direct naar de content

Haute-finance

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 9 1985

Haute-finance
Wie een paar maanden geleden had durven voorspellen dat de
Amerikaanse regering het initiatief zou nemen tot nauwe Internationale samenwerking tussen de grootste industrielanden om de
overgewaardeerde dollar te laten dalen, en ontwikkelingslanden,
particuliere banken en westerse regeringen zou oproepen tot een
gezamenlijke strategic om de internationale schuldencrisis het
hoofd te bieden, was waarschijnlijk voor een dagdromer of een
fantast versleten, en in elk geval voor een vreemde in financieel
Jeruzalem. Dat deze gebeurtenissen vier weken geleden in New
York en vorige week op de jaarvergadering van het IMF en de
Wereldbank in Seoel toch hebben plaatsgevonden bewijst dat het
ook in de wereld van de ,,haute-finance” kan verkeren. Niet oradat plotseling een superieur inzicht doorbreekt in wat het beste is
voor de wereldeconomie, maar omdat de heersende ideologie en
het daarop gebaseerde beleid zich tegen het welbegrepen eigenbelang dreigen te keren. Want dat is waar alles in de economic om
draait.
Zo is de opmerkelijke ommezwaai van de Amerikanen om actief op de valutamarkt te gaan intervenieren geen bekering van
het monetarisme, maar uitvloeisel van de angst voor de protectionistische sentimenten in het Amerikaanse Congres. Als er
niets zou worden gedaan om de concurrentiedruk voor Amerikaanse boeren en bedrijven te verlichten, zouden er wetten worden aangenomen die uiteindelijk de Amerikaanse economic zelf
ernstig zouden schaden. Zo ook heeft het opvallende plan van de
Amerikaanse minister van Financien James Baker voor een nieuwe aanpak van de schuldencrisis, dat vorige week in Seoel werd
gelanceerd, alles te maken met het grote politieke en financiele
belang dat de Amerikanen hebben bij het in de hand houden van
het schuldenprobleem in Zuid-Amerika. De Latijnsamerikaanse
landen staan immers voor meer dan $ 300 mrd. bij Amerikaanse
banken in het krijt en de jaarlijkse rentebetalingen lopen in de
tientallen miljarden dollars. Dat zijn geen bedragen die je als oninbare vorderingen afschrijft. Tal van banken zouden het in gebreke blijven van de Zuidamerikaanse debiteuren niet overleven
en het hele Amerikaanse financiele systeem zou in grote moeilijkheden raken. Maar niet alleen de Treasury, ook het State Department is een warm voorstander van het Amerikaanse initiatief.
Want er is allerminst behoefte aan een bankroet van Zuid-Amerika dat economische en politieke chaos in Reagans eigen achtertuin zou brengen.
Sinds Mexico drie jaar geleden de financiele wereld schokte
met de mededeling dat het bankroet was en zijn schuldenverplichtingen niet langer kon nakomen, is koortsachtig gewerkt om
te voorkomen dat het internationale kredietwezen als een kaartenhuis in elkaar zou storten. De dollarrente werd via een verruiming van het Amerikaanse monetaire beleid verlaagd, er vond
een grootscheepse herstructurering van uitstaande schulden
plaats en de schuldenlanden werden onder leiding van het IMF
tot strenge aanpassingsprogramma’s gedwongen om hun economieen te saneren. In verschillende opzichten is het beleid van de
afgelopen drie jaar een groot succes geweest. De acute crisisdreiging is afgewend, het internationale kredietsysteem is overeind
gebleven, de betalingsbalansen van de schuldenlanden zijn spectaculair verbeterd en er is vrijwel overal een stabilisatie of vermindering van de ,,debt-service-ratio” (rente- en aflossingsverplichtingen als percentage van de export) gerealiseerd. Toch is de
bezorgdheid over een goede afloop van de schuldencrisis nog niet
verdwenen. Integendeel, er hebben zich nieuwe complicaties
voorgedaan.
In de eerste plaats is de bereidheid van de schuldenlanden om
nog langer het bittere IMF-medicijn te slikken, tot een minimum
gedaald. Na de aanvankelijke successen die het IMF met zijn
aanpassingsprogramma’s boekte, staat het Fonds nu bloot aan
steeds sterker wordende kritiek dat de deflatoire beleidsvoorschriften de kansen voor economische groei in Zuid-Amerika om
zeep helpen. Het grootste schuldenland Brazilie heeft laten weten
dat het niet bereid is een recessie in huis te halen om overeenstemming met het IMF te bereiken. Mexico en Chili, die geprobeerd
hebben de IMF-voorschriften zo goed mogelijk te volgen, beginnen hun geduld te verliezen omdat zij geen structurele verbetering zien. Peru distantieert zich geheel van het IMF omdat het
zich niet langer wenst te onderwerpen aan een beleid dat de de-

ESB 16-10-1985

mocratic bedreigt en ten koste gaat van het volk. Voor een deel is
de kritiek van de ontwikkelingslanden terecht: de macro-economische recepten van het Fonds zijn ongeschikt om dieperliggende
structurele problemen op te lossen. Maar voor de internationale
banken is overeenstemming met het IMF over aanpassingsprogramma’s voor de economic toch nog steeds een voorwaarde om
de kredietlijnen open te houden.
Een tweede probleem is het gebrek aan nieuw investeringskapitaal voor economische groei op langere termijn. Particuliere banken hebben geen enkele behoefte aan het vergroten van hun uitzettingen in Zuid-Amerika; zij willen er uit, niet er dieper in. Een
cruciale vraag voor de toekomst van Zuid-Amerika en voor de
oplossing van het schuldenvraagstuk is waar het kapitaal dan
vandaan moet komen. Volgens het nieuwe Amerikaanse schuldenplan moet enerzijds het kapitaal van de Wereldbank met $ 9
mrd. worden vergroot en moeten anderzijds de particuliere banken in de komende drie jaar $ 20 mrd. extra beschikbaar stellen.
Door samenwerking met de Wereldbank, die een grote expertise
heeft in het selecteren van investeringsprojecten, kunnen zij hun
kredietrisico’s beperken. De schuldenlanden op hun beurt moeten bereid zijn om zich na de macro-economische eisen van het
IMF nu ook aan micro-economische eisen van de nieuwe kapitaalverschaffers te onderwerpen die er op gericht zijn de structuur van de economic te verbeteren. Het gaat daarbij om zaken
als het verkopen van inefficiente staatsbedrijven, het liberaliseren van het kapitaalverkeer, het afschaffen van prijscontroles en
consumentensubsidies, het saneren van de bureaucratic, en andere maatregelen uit het ,,supply-side”-arsenaal.
Het plan van Baker is een logische stap naar de oplossing van
het schuldprobleem in Zuid-Amerika. Na de sanering met behulp
van het IMF moet nu de wederopbouw met behulp van de Wereldbank op gang komen. Particulier kapitaal kan daarbij niet
worden gemist. In ruil voor nieuw geld moeten de structurele
groeibelemmeringen in de Latijnsamerikaanse economieen worden opgeruimd. Maar er resten nog heel wat vragen als het op
concrete uitwerking aankomt. De $ 29 mrd. die in de komende
drie jaar beschikbaar moeten komen zijn volstrekt ontoereikend
om de 6 a 7% economische groei te brengen die het IMF voor
Zuid-Amerika nodig acht om het schuldenprobleem tot een bevredigende oplossing te brengen. Voorts is het de vraag of de zittende regeringen in de schuldenlanden zich een nog verdergaande
conditionaliteit zullen willen laten welgevallen en of ze de teugels
verder kunnen aantrek ken zonder zelf door politieke tegenkrachten uit het zadel te worden gewipt. Een belangrijke vraag is ook
hoe de particuliere banken over de streep moeten worden getrokken om zich dieper in het Zuidamerikaanse moeras te wagen. Zij
zullen hun risico’s in elk geval niet zonder meer op de Wereldbank mogen afwentelen omdat deze instelling dan haar kredietwaardigheid op de internationale kapitaalmarkt en vertrouwen
bij de deelnemende lidstaten verspeelt. En hoe kan de beruchte
kapitaalvlucht uit Zuid-Amerika worden gestopt als tegelijkertijd de kapitaalmarkten moeten worden geliberaliseerd? Toch
mogen al deze vragen niet uit het oog doen verliezen dat het
,,Program for Sustained Growth” een belangrijke stap in de goede richting is.
Er is echter een ander, veel groter gevaar dat de hele operatic
bedreigt. Dat is het inzakken van de internationale conjunctuur
of het oplopen van de internationale rente, waardoor de Zuidamerikaanse debiteuren tot een nieuwe ronde van economische
aanpassing gedwongen zouden worden. Zo’n ontwikkeling zou
elke poging om het schuldenvraagstuk in goede banen te leiden
hopeloos frustreren. Daarom is het van essentieel belang dat het
Amerikaanse begrotingstekort wordt verminderd ten einde de
rentevoet te laten dalen en dat de landen met een overschot op de
betalingsbalans hun deflatoire politiek verlaten om een internationale recessie te voorkomen. Daarover repte minister Baker bij
de presentatie van zijn ,,Program for Sustained Growth” niet.
Maar het is de belangrijkste voorwaarde voor een oplossing van
het internationale schuldenvraagstuk.

L. van der Geesl

1021

Auteur