Het klopt dat het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren veel voldoening geeft – en ook het salaris is inmiddels competitief. Maar met de ontwikkelmogelijkheden is het slecht gesteld in het funderend onderwijs: na hun opleiding is er voor leraren geen enkele verplichting tot verdere specialisatie of nascholing.
De overheid streeft er al jaren naar om meer leraren voor de klas te krijgen. Ondanks dat de arbeidsmarktperspectieven voor pabo-afgestudeerden de afgelopen jaren zijn verbeterd, blijft het lerarenaanbod achter bij de vraag. Hoe aantrekkelijk zijn de arbeidsmarktperspectieven van pabo-afgestudeerden vergeleken met andere hbo-opleidingen?
Van Wickeren et al. (2025) lieten recent in ESB zien dat de gemiddelde leerling/leraar-ratio de laatste vijftien jaar niet is veranderd en dat scholen met meer achterstandskinderen relatief meer leraren per leerling hebben. Sinds 2016 is het relatieve aantal leraren op die scholen echter wel achteruit gegaan.
Sinds 2019 is het gezamenlijke eigen vermogen van de schoolbesturen in het primair onderwijs gestegen van 3,0 miljard euro tot 3,5 miljard euro eind 2023. Dat lijkt het gevolg van de ontvangen coronagelden. Inmiddels daalt het eigen vermogen weer.
Al dertig jaar rolt een fusiegolf over het onderwijslandschap: budgetten worden geconcentreerd bij scholenkoepels. In dezelfde tijd nam de effectieve onderwijstijd af en nam het toezicht en het ondersteunende personeel op scholen toe.
In het primair onderwijs worden een hoge werkdruk en stagnerende onderwijsresultaten vaak toegeschreven aan het lerarentekort. Hoe heeft dit tekort zich in de loop der tijd ontwikkeld? Hiervoor bestuderen we veranderingen in de verhouding van primair onderwijspersoneel ten opzichte van leerlingen over de afgelopen vijftien jaar
In het Nederlandse onderwijs worden kinderen al met het verlaten van de basisschool rond de twaalfjarige leeftijd geselecteerd op leerniveau. Diverse onderwijsinstanties pleiten ervoor om dat moment uit te stellen. Wat zou dat opleveren? Een analyse van de arbeidsmarkteffecten van de brugklas in de jaren negentig.
98 Actueel 100 Uitgelicht Onderwijs onder druk 102 Inleiding: Kwaliteit onderwijs moet en kan beter Yrla van de Ven 103 Column: Corona heeft nog altijd effect op het onderwijs Carla Haelermans 104 Kwaliteit basisonderwijs staat onder druk Inge de Wolf 108 Gebruik van aanvullend onderwijs op basisschool niet ongelijk verdeeld Ron Diris, Kim Fairley en […]
De groei in het aantal bureaus voor schaduwonderwijs wordt vaak genoemd als een factor die bijdraagt aan de toenemende ongelijkheid in het Nederlandse onderwijs. Nieuwe enquêtedata tonen hiervoor echter geen bewijs.
Corona is niet weg, en de gevolgen van corona voor leerlingen al helemaal niet. Corona beïnvloedt het onderwijs en de kwaliteit ervan nog steeds in grotere mate dan we hadden gehoopt én verwacht.
Gelukkige leerlingen, veel keuzevrijheid en relatief goede prestaties maken dat het Nederlandse basisonderwijs internationaal gezien wordt als een voorbeeld voor andere landen. Tegelijkertijd staat de kwaliteit van het basisonderwijs onder druk. Dat is duidelijk te zien aan twee indicatoren: de dalende leerprestaties en een toegenomen kansenongelijkheid.
Sinds de coronacrisis staat het ventileren van scholen sterk in de belangstelling, vooral om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Maar in hoeverre heeft slechte ventilatie ook invloed op de leerprestaties van leerlingen? Een omvangrijk veldexperiment onder Limburgse basisscholen werpt licht op de relatie tussen ventilatie en toetsscores van leerlingen.