Ga direct naar de content

Tijdelijk werk: een blijvende zaak

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 3 1986

Tijdelijk werk: een blijvende zaak
Na een periode van conglomeraatvorming in het bedrijfsleven is nu een omgekeerde trend op gang gekomen. Ondernemingen concentreren zich meer op hun
hoofdactiviteiten en besteden nogal wat secundaire activiteiten uit aan daarop gespecialiseerde, dienstverlenende bedrijven.
Hierdoor hopen zij meer flexibel te worden,
wat van groot belang is in de huidige, toch
wat onzekere economische situatie van
herstel. Uiteraard wordt ook de uitzendbranche zelf geconfronteerd met een aantal
onzekerheden. Het is nog steeds een nogal
gefragmenteerde en onderling sterk concurrerende bedrijfstak. Versnellen van de
groei door overname en licentieverlening is
daarbij een riskante weg. De uitzendbranche is bovendien gevoelig en vertoont sterkere ups en sterkere downs dan de conjunctuurgolf in het algemeen. Met een goede interne structuur en een geperfectioneerde automatisering en informatieverwerking maken individuele uitzendondernemingen zich minder kwetsbaar voor een
plotseling terugvallen van de vraag.
De vraag van het bedrijfsleven naar specifiek opgeleide, geschoolde en ervaren
werknemers komt maar zelden exact overeen met het aanbod op de arbeidsmarkt zoals dat door het onderwijs wordt afgeleverd.
Hettegendeel is het geval, en hiervoor dragen met name de onderwijsinstellingen een
grote verantwoordelijkheid. De onderwijswereld is – in haar ivoren toren – onwetend gebleven van de snelle veranderingen
in de buitenwereld, en heeft veelal zelfs bewust deze wat onsmakelijke, op winst gerichte, tot onvoorspelbare veranderingen
geneigde werkelijkheid gemeden. Enigszins narcistisch navelstarend, is het onderwijs op middelbare school, HBO en universiteit wat sterk gericht op zachtere, andragogische disciplines en minder op wiskunde, exacte wetenschappen en economie.
Het bedrijfsleven treft in deze echter
evenzeer blaam. De betrokken functionarissen kunnen nl. vaak onvoldoende duidelijk maken aan welke mentale installing,
kennis en ervaring nu eigenlijk precies behoefte is. Een element is duidelijk: anderen
– en met name de uitzendondernemingen
zullen een helpende hand moeten bieden
bij het overbruggen van de breuk die tussen
het onderwijs en het bedrijfsleven is ontstaan. In discussies dienen de vragers beter te verduidelijken waar behoefte aan is
en wat niet wordt aangeboden, en moeten
de aanbieders beter luisteren en bereid zijn
het onderwijs meer aan te passen aan de
behoeften van die buitenwereld. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar dergelijke confrontaties zijn een absolute
noodzaak voor het scherper afstemmen
van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
De uitzendbranche moet niet alleen deze
dialoog op gang brengen, maar daarbij ook
zelf initiatieven ontplooien. Waar het onderwijs nog te kort schiet, moeten scholingsprogramma’s opgezet worden voor uitzendkrachten. De ondernemingen in de uitzendPSR

A. Dreesmann

branche hebben hier een ideale functie in
het signaleren en transformeren. Omdat
deze branche midden tussen zeer gevarieerd vraag en aanbod is gesitueerd, wordt
zij als eerste geconfronteerd met de overschotten en tekorten op dit stuk. Dit probleemgebied vormt dan ook een missie en
een uitdaging voor de uitzendbranche.
Het bedrijfsleven heeft uiteraard zelf ook
een toegenomen verantwoordelijkheid. In
Nederland is dit een zwak punt. Ons land
scoort meer in het algemeen en ook historisch nogal laag op het terrein van kwaliteit
– van consumptie tot en met nivelleringspogingen richting middenschool: kwaliteit
is duur, verdacht en elitair. Ter zake van
opleiding in het bedrijfsleven zelf heeft bovendien de sterke stijging van het minimumloon, dat al jaren lang een van de
hoogste ter wereld is, niet bepaald bevorderend gewerkt. In andere Europese landen
zijn de problemen wellicht wat kleiner en
meer overkomelijk; men kent er bovendien
uitgebreide scholingsprogramma’s, zoals
de Westduitse ‘Lehrjahre’ en de Franse
‘formation continue’. In Nederland moeten
en kunnen wij veel leren van dergelijke
creatieve oplossingen, die als enig nadeel
hebben dat zij niet hier zijn uitgevonden. Ik
ben zeker geen deskundige op dit terrein,
maar het komt mij voor dat deze aanpak
door en met behulp van het bedrijfsleven in
ons land een stuk minder ontwikkeld is dan
in de Bondsrepubliek en in Frankrijk.
Tijdelijk werk is geen tijdelijk verschijnsel. De uitzendbranche heeft vaste voet aan
de grond gekregen en zal in de nabije toekomst zelfs een nog veel belangrijker rol
gaan spelen. Er zal altijd behoefte blijven
aan uitzendkrachten in noodgevallen. Maar
veel belangrijker voor het bedrijfsleven is de
flexibiliteit in de personeelsbezetting die
kan worden bereikt, zonder kosten van werving en opleiding van personeel. Bedrijven
verhogen al vaak hun produktiviteit aanzienlijk door hun personeelsomvang te
handhaven waarmee de normale hoeveel-

heid werk gedaan kan worden en de pieken
op te vangen met uitzendkrachten. Uitzendkrachten zijn doorgaans voor bijna 95%
produktief te werk gesteld, terwijl de gemiddelde produktiviteit van het vaste personeel
zeker lager ligt.
Het uitzenden is ook een blijvende zaak.
De voornaamste oorzaak hiervan is gelegen in de overgang van onze industriele
maatschappij naar een dienstengerichte
maatschappij. Het belangrijkste element
hierbij is dat agrarische en industriele produkten kunnen worden opgeslagen, maar
diensten in het algemeen niet. De personeelsomvang moet daardoor thans meer
flexibel zijn dan eerder het geval was. De
toenemende kosten van werving en overhead nopen ondernemingen en bedrijven
hun personeelsomvang steeds nauwkeuriger te plannen. Bovendien veroorzaakt de
versnelde technologische ontwikkeling tevens een versnelling van het personeelsverloop, met alle (scholings-)kosten van
dien.
Waar de vraag naar uitzendkrachten om
bovengenoemde redenen verder groeit en
bovendien structureel is geworden, krijgt
tevens het aanbod van tijdelijke arbeidskrachten meer aandacht. Dat aanbod groeit
snel. De afnemende omvang van het gemiddelde huishouden speelt hier een belangrijke rol, te zamen met alle sociologische krachten die een steeds sterkere mate
van individualisering veroorzaken. Verder
leidt de veranderende houding t.o.v. werk
en kinderopvoeding tot een behoefte aan
flexibeler levensstijlen en arbeidstijden.
Voor jonge mensen die proberen toegang
te krijgen tot de arbeidsmarkt is nog een ander element van belang: tijdelijke banen geven de kans eens wat rond te neuzen en een
indruk te krijgen van de mogelijkheden die
zij hebben. Dat leidt tot ervaring in verschillende arbeidsomstandigheden, nog v66r
een beslissende keuze t.a.v. de carriere is
gemaakt.
De conclusie zal duidelijk zijn: de uitzendbranche is een blijvend onderdeel van
de post-industriele samenleving. Het is nu
al een onmisbaar element van de dienstenmaatschappij die wij binnengetreden zijn.
Het is een blijvende zaak en zal groeiende
taken vervullen, onder voorwaarde dat het
in staat zal blijken de steeds veranderende
en steeds meer ingewikkelde eisen van het
bedrijfsleven te vertalen en over te
brengen.

871

Auteur