Ga direct naar de content

The party is over

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 27 1991

The party is over
De nieuwste, onlangs bekend geworden cijfers van
het Centraal Planbureau laten zien dat het gedaan is
met de hoogconjunctuur. De economische groei valt
terug, de winsten van bedrijven slinken, de bedrijfsinvesteringen stagneren en de werkgelegenheidsgroei vertraagt. Aan de jarenlange daling van de
werkloosheid komt een eind. Dit jaar valt de schade
nog mee, omdat de Duitse hereniging nog voor een
flinke toename van de export blijft zorgen. Maar
1992 belooft een moeilijk jaar te worden.
De economische recessie die de Verenigde Staten
en het Verenigd Koninkrijk al enige tijd in haar
greep heeft, lijkt zich nu ook over het Europese continent te gaan uitbreiden. Tot nu toe zijn de Europese landen van een inzinking gevrijwaard door de impuls van de Duitse hereniging, maar het effect
daarvan ebt weg omdat de Duitse locomotief oververhit dreigt te raken en de Bundesbank aan de rem
hangt. In de meeste andere landen heeft de hoge reele rente al voor een vertraging van de economische
groei gezorgd. In het licht daarvan heeft de OESO
haar projecties voor de tweede helft van dit jaar en
de eerste helft van 1992 naar beneden moeten bijstellen. Alles wijst crop dat het einde van de hoogconjunctuur, die bijna tien jaar heeft geduurd, in
zicht is.
De deels nog voorlopige cijfers van het CPB laten
ook zien dat de conjuncturele teruggang het kabinetLubbers/Kok ernstig in de problemen brengt. Het financieringstekort van het Rijk dreigt volgend jaar
/ 5 miljard hoger uit te komen dan het volgens het
regeerakkoord zou mogen zijn. De collectieve-lastendruk loopt als gevolg van de lastenverzwarende
maatregelen die het kabinet in het kader van de tussenbalans heeft genomen, dit jaar al met 1,25% op.
De daling van de werkloosheid stokt. En ook voor
de koopkracht ziet het er volgend jaar slecht uit.
Het vereist weinig fantasie om zich voor te stellen
dat deze resultaten de regeringscoalitie zwaar op de
proef zullen stellen.
Het kabinet zit verstrikt in wat Planbureau-directeur
Zalm de “gouden driehoek’ van het regeerakkoord
heeft genoemd. Om het financieringstekort te verminderen moet het kabinet bezuinigen op de inkomensoverdrachten, maar dat gaat ten koste van de
koopkracht van met name uitkeringsgerechtigden.
Wil het kabinet de koopkracht van deze kiezersgroep sparen, dan moeten de belastingen omhoog,
maar dat is in strijd met het doel de collectieve-lastendruk te stabiliseren. Dit laatste is nodig om de
groei van de werkgelegenheid te bevorderen en op
die manier het draagvlak van de economie te versterken. Wil het kabinet de werkgelegenheid bevorderen en de koppeling handhaven, dan mogen de
contractlonen nauwelijks stijgen, maar om dat te bewerkstelligen moet het kabinet ingrijpen in de loonvorming. Dat heeft tot gevolg dat de sociale partners het overleg met het kabinet opzeggen.Daarmee
komt de uitvoering van maatregelen ter bestrijding
van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid

ESB 27-3-1991

in gevaar. Het mislukken daarvan zorgt er op zijn
beurt weer voor dat de doelstellingen met betrekking tot het verminderen van het financieringstekort
en het stabiliseren van de collectieve-lastendruk
niet worden gehaald.
Steeds sterker breekt het het kabinet op dat het niet
ondubbelzinnig heeft gekozen voor het versterken
van de economische structuur. De keuze voor koopkrachtbehoud en herstel van de koppelingen heeft
er bij de tussenbalans reeds toe geleid dat het kabinet zijn toevlucht moest nemen tot lastenverzwaring
om de begrotingsproblemen de baas te worden.
Hierdoor ontbreekt het echter aan financiele ruimte
om de loonmatiging met lastenverlichting te ondersteunen. Dat het in de afgelopen jaren wel lukte om
de verschillende, deels met elkaar strijdige doelstellingen simultaan te verwezenlijken, was alleen te
danken aan de hoogconjunctuur. Nu de conjunctuur
over haar hoogtepunt heen is, loopt het beleid echter spaak.
Daar komt nog bij dat er ook over andere speerpunten van het kabinetsbeleid, zoals de sociale vernieuwing, het milieubeleid en het verbeteren van de verhouding tussen het aantal werkenden en niet-werkenden, weinig opwekkends valt te vermelden. Het
kabinet heeft onlangs laten weten dat de tweede
fase van de sociale vernieuwing van start kan gaan,
maar niemand had nog in de gaten dat fase I al was
begonnen. Tevens werd bekend dat ondanks alle
vrome woorden over het milieu het aantal autokilometers de laatste jaren met 10% meer is gestegen
dan voorzien en dat het energieverbruik met 2%
meer is gegroeid. Bovendien schijnt men nauwelijks
te weten hoe het milieubeleid effectief vorm kan
worden gegeven. Misschien dat het teruglopen van
de conjunctuur het kabinet op dit punt een handje
kan helpen. Dat er ook weinig schot zit in het beleid om het hoge ziekteverzuim en de groei van het
aantal arbeidsongeschikten te verminderen, is genoegzaam bekend.
Volgens een gevleugeld woord van minister Andriessen moet ‘het huis op orde’ zijn als de conjuncturele
kentering zich aandient. Helaas is het kabinet nog
niet klaar met het op orde brengen van de openbare
financien, het verminderen van de inactiviteit, het
op gang brengen van de sociale vernieuwing, het
op poten zetten van het milieubeleid en het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie in een
verenigd Europa. Het valt te vrezen dat de recessie
de uitvoering van het beleid verder zal vertragen.
Het jaar 1992, dat in Europa zo’n magische klank
heeft, zou daardoor wel eens op een anticlimax kunnen uitlopen.
L. van der Geest

Auteur