Ga direct naar de content

Salarisstrookje

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 10 2006

redactioneel

Salarisstrookje
D

e ene buurman moet zijn salaris aan het eind van de
maand nog ontvangen; de andere buurvrouw verwacht  
dat het salaris nog wel zal worden aangevuld. We schrijven:  
eind januari 2006.
Het kabinet wilde de afstand tot de burgers verkleinen en dat
is nu helemaal gelukt: via het salarisstrookje. Het recente overheidsbeleid heeft een heel nieuw cachet gegeven aan het eens
ondoordringbare woud van gecodeerde salarisgegevens. Voor
de enkeling die in staat was om de hiërogliefen van het salarisstrookje tot in detail te vertalen, breken spannende tijden aan en
een hernieuwde uitdaging om de code te breken. De meerderheid zal zich waarschijnlijk neerleggen bij de allesdominerende
indicator: het salarisbedrag op de rekening, en dat dreigt nu
tegen te vallen. Na de tegenvallende gevoelstemperatuur bij de
introductie van de euromunt draait menig werkgever nu overuren om de werknemers te overtuigen van de voordelen die buiten het salarisstrookje om nog te behalen zijn: lagere ziektekostenverzekeringspremies. Niet echt om gelukkig van te worden.
Over geld en geluk valt heel wat te zeggen. Empirisch
onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat er voor het gezegde
‘Geld maakt niet gelukkig’ geen feitelijk bewijs is. Rijken zijn
grosso modo gelukkiger dan armen en een relatieve toename
van het inkomen, ten opzichte van anderen, blijkt ook gelukkig te maken. Daar staat tegenover dat een absolute stijging van
het inkomen voor iedereen weer niet gelukkiger maakt. Maar
hoe zou dit liggen voor een absolute daling van het inkomen
voor iedereen? Ik kan me voorstellen dat je daar niet alleen
niet gelukkiger van wordt maar zelfs collectief ongelukkig.  
De ­toekomst zal het leren.
In een studie van een paar jaar geleden poneerde Robert
H. Frank een hele andere stelling over geld en geluk (Frank,
2004): een (relatieve) toename van het inkomen leidt niet tot
meer geluk als we dat extra geld besteden aan grotere huizen of
duurdere auto’s, de zogenaamde conspicuous consumption. Maar
als we dit extra inkomen zodanig besteden dat we daardoor,
bijvoorbeeld, minder reistijd hebben naar het werk of meer
vrije tijd hebben, zogenaamde inconspicuous consumption, dan
worden we weer wel gelukkiger. Het gaat dus niet alleen om
extra inkomen maar ook waaraan we dit besteden. En het geluk
dat we beleven aan de nieuwe bestedingen zal volgens Frank
afhangen van de context waarin we ons op dat moment bevinden. Overigens moet worden aangetekend dat Frank hierbij
voornamelijk denkt aan redelijk welvarende samenlevingen,
waar we Nederland voorlopig nog maar even toe rekenen. Het
nieuwe salarisstrookje biedt, het bovenstaande indachtig, dus
geen garantie voor meer of minder gelukzaligheid. Bij zowel een
meevaller als een tegenvaller in januari, in beide gevallen zal het
afhangen van de bestedingen, en de context waarin die bestedingen plaatsvinden. Levert het meer vrijheid op om te doen en
te laten dan zullen we daar ook gelukkiger van worden.

de omzetting van het ziekenfonds en belendende sociale wetgeving neutraal uitpakken, en misschien zelfs iets voordeliger
als de verzekeringsmaatschappijen zich laten knechten door de
markt. Maar zoals elke statisticus zal beamen bestaat het gemiddelde niet en vormen we onze eigen trekking uit de populatie.
Met als gevolg dat er niet veel over te zeggen valt of we hier nu
gelukkiger van worden of niet. Vanuit het perspectief van Frank
heeft de overheid te veel de nadruk gelegd op de absolute inkomensgroei en te weinig op het onderscheid tussen conspicuous
en inconspicuous consumption. Of toch niet?
Misschien moeten we toch nog even terug naar de donkere
dagen na kerst toen half Nederland zich stortte op de stapel
offertes van de zorgverzekeraars. Op diezelfde stapel lag een
pakket aanbiedingen van levensloopaanbieders die onbegrepen door menigeen terzijde zijn gelegd, van latere zorg. Wie
had toen kunnen bevroeden dat de levensloopregeling van dit
kabinet de betere helft, het inconspicuous consumption deel,
van de ‘operatie salarisstrook’ was? De mogelijkheid om via de
levensloopregeling vrije tijd te kopen kan ons, Frank indachtig,
blijer maken, en misschien zelf gelukkig. Hierbij weegt het mindere inkomen op de salarisstrook niet op tegen de tijd die we nu
kunnen gaan besteden aan reizen, familiebezoek of een nieuwe
studie. Moeten we niet gewoon concluderen dat we ten onrechte
de uitverkoop van het ziekenfonds als apart geval hebben bekritiseerd, daar waar het moet worden gezien in de luwte van de
levensloop regeling? Dat we tekort zijn geschoten in het doorzien van de grote verbanden en onrecht doen aan het grotere
idee? En dat het salarisstrookje van januari niet samenhangt met
de premies van de zorgverzekeraars maar met de mogelijkheden
van een sabbatical? Of ben ik echt de enige die dit zo ziet? n
Albert Jolink, hoofdredacteur
a.jolink@sdu.nl

Literatuur
Frank, R.H. (2004) How not to buy happiness, Daedalus, (Spring), blz. 69-79.

Het valt me op dat van ministerswege de hele ‘operatie  
salarisstrook’ is omgeven met mist. Gemiddeld berekend zal  

ESB  10-2-2006

51

Auteur