Ga direct naar de content

Pronkzucht

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 21 2002

Pronkzucht
Aute ur(s ):
Jonkhoff, W. (auteur)
Redacteur ESB
Ve rs che ne n in:
ESB, 87e jaargang, nr. 4367, pagina 481, 21 juni 2002 (datum)
Rubrie k :
Van de redactie
Tre fw oord(e n):

Het is inmiddels van veel kanten gezegd: de Vijfde Nota is een houten klaas. Er worden te vage keuzes in gemaakt aangaande
bebouwen of behouden en nergens wordt gerept over een afdwingingmechanisme om gemaakt of gered groen te beschermen. Teveel
wordt overgelaten aan het modieuze spook van de subsidiariteit. Decentraal wat kan, centraal wat moet. Als de decentralen er niet
uitkomen, wordt er op centraal niveau een vrijblijvend poldercompromis gesloten dat niet hoeft te worden afgedwongen. Per saldo
gebeurt er niks maar beleidsmakers zijn tevreden.
Zo niet het volk. Vreemd is het dan ook dat in de formatieperikelen begin deze maand werd aangekondigd dat onder een cda/vvd/lpfkabinet de Vijfde Nota op de schop gaat 1. Meer beleidsvrijheid voor gemeenten en provincies, aldus beoogd en zich verkneukelend
vrom-minister Pieter van Geel 2 (cda). Zoals twee weken geleden al op deze plek uiteen werd gezet, doet decentralisering wel recht aan
het feit dat decentrale onderdelen een informatievoordeel hebben ten opzichte van het centrum maar niet aan het informatienadeel dat
deze onderdelen hebben ten opzichte van elkaar. Bovendien weet het centrum minder van alle onderdelen. Concreet: doordat het Rijk
de lagere overheden meer vrijheden geeft, wordt de coördinatie moeilijker terwijl aanspraken op schaarse ruimte juist vaak
collectiviteiten oproepen. Een vreemd soort rentmeesterschap.
En, aldus Balkenende, het platteland mag niet op slot. Daar kan niemand het mee oneens zijn – maar wat bedoelt Balkenende?
Waarschijnlijk wil de bijna-premier het agrarische deel van de natie, een belangrijk deel van de cda-stemmers, eens plezieren.
Maar wellicht ook is hij het eens met Zalm, die meer ruimte voor wonen wil. Een marktconforme wens. De trend in het wonen is naar meer
ruimte en minder last van de buren. Bovendien lijkt het werken in ruimtelijke zin het wonen te volgen 3. Het breekt dus gezien het
spreidingsbeleid van reeds lang voorbije decennia ook wel door rode contouren heen: als mensen gespreid wonen, kun je ze niet
geconcentreerd laten werken. Ondernemers zullen banen creëren waar arbeidsaanbod is. Zou het dan niet beter zijn eens te proberen dat
arbeidsaanbod weer de steden in te krijgen?
Daarmee komen we bij het beste voorstel, dat van lpf-onderhandelaar Herben. De steden zouden weer leefbaar gemaakt moeten worden.
Ze moeten weer aantrekkelijk worden voor gezinnen. Dat verkleint hun mobiliteit en zorgt dat op het platteland geen horizonvervuilende
woningen hoeven te worden neergezet, die na verloop van tijd worden gevolgd door bedrijven. Gezinnen willen echter niet wonen in
steden waar criminaliteit en viezigheid hoogtij vieren. Dat aanpakken vergt niet het vervangen van de Vijfde Nota maar een betere
uitvoering van bestaand beleid terzake.
Wel notavergend is het gegeven dat waar gezinnen steeds ruimer willen wonen, daar ook ruimte voor moet zijn. Gezinnen houden
evenals vele bedrijven niet van binnensteden, die te krap zijn en weinig mogelijkheden tot uitbreiding bieden. De benodigde ruimte zal
moeten worden gevonden aan de randen van steden – waar nu nog kassen of koeien staan. De landbouw is de enige ruimtefunctie
waarvan minder beslag op ons aller grond te verwachten valt, zoals in de Vijfde Nota terecht wordt geconstateerd. Zonder nu prematuur
de huid van de boer te willen verkopen, is het vervolgens de vraag hoe de aldus vrijvallende ruimte moet worden ingevuld. Een
prangende vraag, want bouwgrond levert zo’n dertig keer meer op dan landbouwgrond. Pieter Vereijken stelde in esb van 15 februari dat,
gezien de optiewaarde en schaarste van ruimte, deze slechts in ruil voor ruimte en niet voor geld mag worden prijsgegeven aan de
projectontwikkelaar 4. Vervolgens stelde hij een soort lintbebouwingmodel voor: langs hoofdwegen bebouwen en zo het platteland vrij
houden. Een interessant voorstel. De juist zo verafschuwde lintbebouwing houdt het platteland echter niet open omdat de dichtheid van
het asfalt te groot is. Veel beter zou men de grote steden als uitgangspunten voor uitbreiding kunnen nemen. Liever de
agglomeratievoordelen van de stad omarmen dan de horizonvervuiling in de natuur. Bovendien is de schade aan de natuur daar over het
algemeen lager (er is al horizonvervuiling). Niet nieuw maar essentieel daarbij is de voorwaarde van goede verbindingen met de rest van
de stad.
Nieuwe ruimte zou dus moeten worden gezocht rond de grote steden. De term Deltametropool komt daarbij slecht van pas omdat het dan
juist lijkt of het Groene Hart als kern van uitbreiding wordt genomen en niet de steden erom heen. Een verkleining van het Groene Hart is
nodig voor versterking van de steden – maar bij de Deltametropool lijkt het om pure eliminatie te gaan. Ontgroening aan de rand
daarentegen is min of meer marktconform en houdt lege gedeelten van Nederland leeg. Zo blijft Nederland nog een beetje dualistisch en
divers, zodat de burger meer keuze heeft. Minister Pronk voegde de facto al kleine stukjes Groene Hart bij de steden. Kan hij dat
demissionair niet nog wat voortzetten

1 Zie de Volkskrant van 3 juni.
2 ‘Werkstuk van Pronk belandt echt niet in prullenbak’, de Volkskrant,
3 F.R. Bruinsma, R.J.G.M. Florax, F.G. van Oort en M. Sorber, Wonen en werken: wringen binnen contouren , ESB, 17 mei 2002, blz. 384387.
4 P.H. Vereijken, Ruimteheffing in natura, ESB, 15 februari 2002,

Copyright © 2002 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur