Ga direct naar de content

Promotiebespreking: Emiel Jerphanion

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 13 2020

Tilburg University

2 juli 2020

Studenten lenen vaker en meer. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat sinds 2011 het aantal studieleningen is verdubbeld en de totale studieschuld met 10 miljard euro is gegroeid tot 19,3 miljard. In de Verenigde Staten is de studieschuld zelfs opgelopen tot 1,6 biljoen dollar. Beleidsmakers zijn dan ook in toenemende mate bezorgd over de negatieve impact van de groeiende studieschuld op de koopkracht van afgestudeerden.

Verschillende studies laten zien dat afgestudeerden met een hoge studieschuld minder snel een onderneming starten, moeilijker een woning kunnen kopen, minder sparen voor hun pensioen, en sneller in betalingsproblemen komen.

Naast de gevolgen voor afgestudeerden kan de beschikbaarheid van studieleningen ook een grote invloed hebben op het spaargedrag van ouders. Studiekosten van de kinderen zijn immers een belangrijk spaardoel in veel gezinnen. Het is belangrijk om te weten hoe het spaargedrag van ouders verandert, omdat het bepaalt wie voor de studiekosten moet opdraaien en hoeveel studieschuld er waar in de economie te vinden is.

In mijn proefschrift onderzoek ik het verschil in spaargedrag voor en na de introductie van een Amerikaanse wet die onverwachts de toegang tot studieleningen versoepelde. Enerzijds zou dit ertoe kunnen leiden dat ouders minder sparen, omdat de studiekosten al gedekt worden door studieleningen. De studieschuld van het kind groeit dan, en ouders houden meer geld over voor ­andere spaardoelen. Anderzijds zouden ouders ook kunnen besluiten om juist meer te gaan sparen, omdat de beschikbaar gekomen studiefinanciering de kans vergroot dat hun kind kan studeren of naar een goede universiteit kan gaan.

De resultaten laten zien dat ouders jaarlijks gemiddeld 1.400 dollar meer sparen als gevolg van de beschikbaar gekomen studieleningen. De combinatie van het gespaarde vermogen en de relatief goedkope studieleningen maakt het zo mogelijk om de studiekosten te betalen. De verandering in spaargedrag is het grootst in gezinnen met lage inkomens en in gebieden met hogere studiekosten. Kinderen die opgroeien in gezinnen met meer toegang tot studieleningen gaan daarbij vaker studeren.

Het is lastig in te schatten hoe groot het effect is van studiefinanciering op het ouderlijk spaargedrag in Nederland, omdat het collegegeld een stuk lager ligt. Desalniettemin zou het stimuleren van sparen met speciale onderwijsrekeningen voor ouders een belangrijke stap kunnen zijn in het beperken van de stijgende studieschuld.

Auteur